De kracht van het evangelie
“Mensen zijn, misschien wel meer dan ooit op zoek. Naar een goed leven, naar een soort loket voor levensvragen. Maar je verdwaalt al gauw in de wirwar van goeroes, meningen, coaches.” Een uitspraak van iemand die zelf als coach werkt. Het verbaast hem kennelijk.
De mens blijft blijkbaar op zoek, omdat hij niet díe vervulling kan vinden die rust geeft en een einde maakt aan die zoektocht. De gedachte dat ‘er toch meer moet zijn’, blijft de mens bezighouden, houdt hem ongedurig.
Eigenlijk is die gedachte op zichzelf zo vreemd nog niet. Want: “God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken’.” (Gen. 1:26) en “In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.” (Joh. 1:1-3). De mens is door God geschapen en dus is hij op zoek naar zijn Schepper. Zolang de mens zijn Maker nog niet heeft gevonden, gaat de zoektocht onverrichter zake verder bij het eerdergenoemde ‘loket voor levensvragen’. Maar Salomo beschreef al dat dit loket het antwoord op de zoektocht helemaal niet heeft. Hij schrijft: “Wie op de HEER vertrouwt, is gelukkig.” (Spr. 16:20). Het is “De HEER Die alles wat hij heeft gemaakt zijn doel heeft gegeven.” (Spr. 16:4). En dat doel is: “ontzag te hebben voor de Heer en (zo) te winnen aan wijsheid” (Spr. 15:33)
“Hoeveel beter is het wijsheid te verwerven dan goud, hoezeer is inzicht te verkiezen boven zilver”, is wat Salomo al vaststelt. (Spr. 16:16). En er is niets nieuws onder de zon, want ook Job had dit al ontdekt als hij over de wijsheid zegt: “Vergelijk haar niet met robijnen of kristallen, een buidel wijsheid is meer waard dan parels.” (Job 28:18).
Wat weten we over die wijsheid of het inzicht dat de bijbel er zo’n belangrijke waarde aan geeft?
- Salomo, die van God zoveel wijsheid ontvangt dat hij “vóór hem en na hem iedereen overtreft” (1 Kon. 3:12) geeft aan dat wijsheid het hem mogelijk maakt om “te besturen en onderscheid te maken tussen goed en kwaad” (vs. 9). Goed en kwaad herkennen, is voor hem de enige manier om in gerechtigheid te besturen, beslissingen te nemen. Geen lobby die met druk probeert te overtuigen, geen ‘goede bedoelingen’, zelfs geen ‘meerderheidsbesluit’, alleen de wijsheid die van God komt.
- Want: wijsheid is geïntegreerd in Gods karakter. Salomo beseft dit maar al te goed, hij zegt immers: “De HEER heeft de aarde met wijsheid gegrondvest, de hemel met inzicht gevestigd” (Spr. 3:19) en omdat God in wijsheid geschapen heeft, kon Hij concluderen ‘dat het goed was, zelfs zeer goed’.
- Omdat wijsheid deel is van Gods karakter en Zijn grootheid is het niet een ‘kant en klaar pakket’ dat we in één keer in al haar volledigheid kunnen ontvangen. Het vraagt instructie hoe wijsheid juist te gebruiken: “Mijn zoon, vergeet mijn lessen niet, houd in je hart mijn richtlijnen vast.” (Spr. 3:1). Wijsheid vraagt om discipelschap, het bewustzijn je hele leven lang een leerling te zijn om meer van Gods wijsheid te begrijpen alvorens het te kunnen grijpen. Het vraagt discipline keer op keer terug te gaan naar het hart om ‘de richtlijnen vast te houden’.
- Kiezen voor wijsheid is een bewuste keus tussen ‘verstand’ en ‘onnozelheid’, zoals Salomo het aangeeft: “Wie onnozel is, hecht aan ieder woord geloof, wie verstandig is, let op elke stap” (Spr. 14:15). Het ‘aan ieder woord geloof hechten’ is gebaseerd op beleving, een emotie die bijvoorbeeld in de sociale media hoogtij viert. Het leidt tot meewaaien zoals de wind op dat moment waait. Er wordt niet verstandig gehandeld, want dan ‘let je op elke stap’ die je neemt, denk je na en ga je bij de Heer te rade om tot een besluit te komen. Als dat gebeurt ben je iemand die door ‘wijsheid een huis bouwt’, dat “door inzicht standhoudt en door de kennis (opgedane ervaring met eerdere stappen in wijsheid) worden de kamers gevuld met rijke en kostbare pracht”. (Spr. 24:3,4) Een rijke en kostbare pracht, omdat het ons dichter brengt bij de wijsheid die in het karakter van God verborgen ligt!
Als je dit allemaal zo leest lijkt die wijsheid misschien wel bijna ongrijpbaar. Hoe kom je zo dicht bij God, dat je uit Zijn wijsheid kunt putten? God zelf maakt dat mogelijk. Ook als het Wijsheid betreft, komt Hij naar ons toe in de persoon van Jezus die Wijsheid is! Jezus belichaamt de wijsheid van God zelf. Hij is “het beeld van God, de onzichtbare”. (Kol. 1:15). In Jezus “liggen alle schatten van wijsheid en kennis verborgen” (Kol. 2:3). De wijsheid is ‘vleesgeworden’ in Christus. En Jezus is zo dichtbij God als een Zoon ooit bij Zijn Vader kan zijn. Hij zegt, als Mensgeworden wijsheid, “Gods lieveling te zijn, een bron van vreugde, elke dag opnieuw”. (Spr. 8:30,31). Jezus is in staat zich Gods wijsheid eigen te maken, zelfs zo dat Hij (daardoor) Wijsheid IS.
Jezus is naar ons toegekomen en roept als Wijsheid ons aan om ons tot Hem te keren. Ze “roept in de straten, over de pleinen, ze laat zich horen bij de poorten”. (Spr. 1:20,21). De straten, de pleinen, de poorten, dat zijn de publieke plekken, de meest bezochte plaatsen van de stad. Jezus, als Wijsheid, verbergt zich niet, Hij wil gezien en gehoord worden. Hij spoort ons aan naar Hem te luisteren. En Hij doet dat “temidden van alle rumoer”. (vers 21). Het rumoer van alle invloeden, allerlei overtuigingen, meningen en zekerheden in de wereld én in de kerk die over ons worden uitgestort en waar we onze weg in moeten vinden. Jezus noemt onze neiging die invloeden aandacht te geven ‘onnozel’ en ‘onvolwassen’. Hij zegt: “Hoe lang nog, onnozele mensen, hechten jullie aan je onvolwassenheid, willen jullie, spotters, blijven spotten, haten jullie, dwazen, kennis?” (vers 22) Jezus vergelijkt die aandacht met spotten, zelfs het haten van kennis, omdat we beter (kunnen) weten. Hij verwacht van ons die betere weg te gaan: “Luister, neem mijn berispingen ter harte – dan stort ik mijn geest over je uit, dan laat ik je delen in mijn wijsheid” (vers 23). Delen in wijsheid van Hem die Wijsheid is, vraagt om het serieus nemen van de berispingen die Jezus ons geeft. Berispingen die ons helpen afstand te doen van dat wat geen wijsheid is en om daardoor steeds meer deelgenoot te kunnen worden van de Wijsheid. Daar ligt voor ons de uitdaging: willen we, ‘cherry picking’, kiezen voor invloeden en meningen die we om ons heen horen en die ons welgevallig zijn, die ons goed uitkomen, of zijn we bereid berispingen te aanvaarden om zo in wijsheid te groeien, te delen in Wie Jezus is?
Delen in Wie Jezus is, ontstaat door ontzag voor Hem. Dat ontzag op zich is wijsheid, het helpt het ‘kwaad te mijden’ lezen we in Job 28 “Ontzag voor de Heer – dat is wijsheid; het kwaad mijden – dat is inzicht” (vers 28). Bij Wie zouden we ook anders terecht kunnen, dan bij Hem Die “de wegen van de Waarheid kent en weet waar ze verblijft”? (vers 23)
Ontzag voor Hem is “het begin van alle kennis” (Spr. 1:7) en betekent dat we God erkennen zoals Hij is en Hem daarom het respect, de eerbied en autoriteit geven die Hem toekomt. Door een leven in ontzag voor Hem, leven we in relatie met de Schepper van het heelal. En, vanzelfsprekend, weet de Schepper hoe het Leven hoort te zijn. Daarom is het wijsheid ons volledig op Hem te richten, zelfs al zijn daar ook berispingen aan verbonden. Hij wil, als Wijsheid, onze leidsman zijn, zoals zo mooi beschreven wordt in Spreuken 16:
- Een mens stelt zich veel vragen, de HEER geeft het antwoord (vers 1)
- Een mens stippelt zijn weg uit, de HEER bepaalt de richting die hij gaat. (vers 9)
Dat betekent niet dat wij ‘aan de zijkant staan te kijken’ hoe God ons leven leidt, vanuit een soort apathie, we blijven tenslotte zelf eindverantwoordelijk. Staan we God toe de richting te bepalen, nemen we Zijn antwoord serieus? Kiezen we ervoor ons inzicht te baseren op ontzag voor Hem die geworteld is in vertrouwen? Want dat vertrouwen is de basis: “Wijsheid begint met ontzag voor de HEER, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige.” (Spr. 9:10) ‘Vertrouwdheid’ is zelfs nog intenser dan vertrouwen, het betekent als zoon of dochter met de Vader optrekken in veiligheid, harmonie, vreugde én de bereidheid van Hem te leren. Als we dat doen, zijn we blij met de antwoorden die de Vader geeft en de richting waarin Hij ons stuurt. Zo mogen we discipelen zijn.
Wat zijn kenmerken van dit discipelschap met Wijsheid als fundament?
- We erkennen de realiteit van Jezus’ woorden “zonder Mij kun je niets doen” We streven ernaar “in Hem te blijven” en zo veel vrucht te dragen” (Joh. 15:5)
- Het helpt ons zo te leven als God het heeft bedoeld en daarin zijn we voor de wereld ‘geheel anders’. We volgen niet langer de overtuigingen, de eisen en verwachtingen van de massa, terwijl we wel beschikbaar zijn voor hen die in die massa op zoek zijn.
- We willen “in eenheid met Jezus Christus leven” zelfs als dit vervolging tot gevolg kan hebben. (2 Tim. 3:12). ‘Vervolging’ die al begint omdat we ‘geheel anders’ zijn, omdat we door de wereld niet begrepen worden.
- In alles wat we al dan niet doen, stellen we ons de vraag “What would Jesus do”? Dat betekent bijvoorbeeld “onze vijanden liefhebben en bidden voor hen die ons vervolgen” (Math. 5:44). Maar ook die vijand “te eten geven als hij honger heeft en drinken als hij dorst heeft” (Spr. 25:21).
Maar misschien is nog wel het belangrijkste dat, zoals de Wijsheid naar ons is gekomen en ons uit de duisternis naar het Licht heeft gebracht, wij ons uitstrekken naar hen die nog in die duisternis leven, die nog ter dood veroordeeld zijn. “Bevrijd hen die ter dood veroordeeld zijn, doe alles om hun leven te redden” (Spr. 24:11). Jezus heeft alles gedaan om ons te redden, zo mogen wij ook alles doen om levens te redden. ‘Alles doen’ kan alleen maar vanuit de kennis, het inzicht, de wijsheid die we bij Jezus vinden. Dat kan betekenen dat we, ook als Christenen onderling, samen terug moeten naar Hem Die de Waarheid is, om berispingen van Hem te ontvangen en te leren onze eigen overtuigingen en zekerheden los te laten en in te wisselen voor Zijn Wijsheid alleen. Dat is ‘leven in eenheid met Christus’. Dan zullen we volkomen één zijn en zal (eindelijk) “de wereld begrijpen dat God Jezus heeft gezonden en ons liefheeft zoals de Vader Jezus liefheeft” (Joh. 17:23)
Zullen we proberen onze eigen redeneringen minder prioriteit te geven en ons samen richten op Jezus alleen, die onze Wijsheid is?
Kees van der Wilden

