Troostvolle lessen uit het boek Leviticus
“Gods stem verstaan” door de diepte van Zijn Woord

Het idee om Gods Stem te leren verstaan door gedachten die plotseling opkomen, of door indrukken en beelden, is erg populair zoals we lazen in het artikel van Dirk-Jan Jansen in deze editie. Hoewel God bij machte is om ons op bijzondere manieren te leiden, is ons gedachteleven niet altijd een betrouwbare bron. Het is deels gebaseerd op emoties en ons eigen denkkader. Maar de Heere God heeft ons Zijn Woord gegeven, zodat we een vaste grond hebben om op te bouwen. Dus waarom constant graven in ons gedachteleven? God spreekt zo rijkelijk door Zijn Woord tot ons! Ik wil jullie graag opnieuw meenemen in de schatten die de Heilige Geest ons gegeven heeft door de Tabernakel. Een prachtig schaduwbeeld van Christus waar wij ons dagelijks mee kunnen vullen en voeden.

In de decembereditie van Bijbel & Onderwijs schreef ik over de verschillende offers die de Israëlieten vroeger brachten. Er waren vijf hoofdsoorten: het brandoffer, het spijsoffer, het dankoffer, het zondoffer en het schuldoffer. We leerden dat elk van deze offers een verwijzing zijn naar de Messias en dat ze hun vervulling vinden in Hem. We hebben stilgestaan bij hoe wij deze verschillende aspecten van de offers kunnen toepassen op ons leven met Christus. Om de diepte van Christus’ offer te kunnen begrijpen, heeft God al die verschillende offers gegeven.

In dit artikel wil ik het brandoffer alleen verder uitdiepen. Hieruit is namelijk een zeer belangrijke les te leren: Hoe kan God ons, zondige mensen, aanvaarden en hoe spreekt God daarover in Zijn Woord? De Heere God moet bij Zichzelf een reden vinden om de mens met Zichzelf te kùnnen verzoenen. Die reden vindt Hij in Zijn Zoon. Hij kon pas een welbehagen in mensen hebben, als Hij eerst in Christus dat welbehagen zag. (Lukas 2:14) Ik sta in dit artikel stil bij Gods kant van de zaak; dit geeft een nog dieper inzicht. Voor dit artikel maak ik o.a. gebruik van het prachtige Bijbelcommentaar op Leviticus van C.H. Mackintosh en de kennis van Dick van Scharrenburg van www.tabernakel.nu.

God woont tussen de mensen
“En de Heere riep Mozes, en sprak tot hem uit de tent der samenkomst”. Zo begint Leviticus 1. Mozes wordt door God aangesproken vanuit de tent. God wilde daar wonen tussen de mensen. Hij geeft Mozes alle instructies voor het offeren. Dit komt van God Zelf. Hij zet hierin de eerste stap. Eerder had Hij tot Mozes gesproken vanaf de vurige berg Sinaï, wat veel vrees teweeg bracht onder het volk. Nu spreekt Hij dus vanaf het verzoendeksel (de genadetroon). Ondanks Zijn Grootheid verlaagt Hij Zich als het ware door onder de mensen te wonen. Dit kon omdat Hij in de tent omringd werd met alles wat te maken had met het verbond tussen Hem en het volk. Dit was het fundament. Daar zou Hij het bloed gaan zien dat verzoening bracht. Dat bloed van het offerdier zou gaan verwijzen naar Zijn Zoon die voor God alles betekende.  Op het verzoendeksel lag slechts 1 druppel bloed. 7 druppels bloed lagen voor de ark van het verbond. Dit was voor God voldoende!

God spreekt in de details van Zijn Woord.
Gods Woord is tot in detail geïnspireerd door Gods Geest. Alles wat Hij tot ons wil zeggen, staat er in opgeschreven. Daarom is het zo belangrijk om je er als gelovige in te verdiepen. Dit is de manier om Gods stem daadwerkelijk te verstaan. Of beter gezegd: om Zijn woorden ter harte te nemen en deze te overdenken en toe te passen in je leven. Ook het Oude Testament is daar uitermate geschikt voor want het is zeker geen boek dat alleen maar over vroeger gaat. God spreekt door de grote lijnen, maar ook in de details van Zijn Woord. Bijvoorbeeld in de volgorde  waarop iets geschreven staat of in aantallen die genoemd worden. Er valt een heleboel te leren over de volgorde van de offerdienst, zoals dit door God Zelf werd opgesteld en aan Mozes persoonlijk werd verteld. Hij schreef het op en nu mogen wij hier vele eeuwen later nog altijd van leren.

Wat betekent de volgorde van de offerdienst?
Open je Bijbel maar eens bij Leviticus hoofdstuk 1 t/m 5. De Heere God begint de instructies uit te leggen over het brandoffer. Hij eindigt met het schuldoffer. Daartussen zitten nog de 3 andere soorten offers. God houdt als het ware op, waar wij beginnen. Deze volgorde is niet voor niets. Vanuit de mens gezien, denken we precies andersom. Wanneer je tot geloof komt, gaat je geweten spreken over de zonden waar je in leeft. Heel je verleden gaat aan je voorbij en je ontdekt steeds meer overtredingen tegen God en tegen de mensen om je heen. Je komt uit bij het schuldoffer. Dit is vervuld in Christus. Je gelooft in Hem als schuldoffer. Je past het op jezelf toe en door het geloof ontvang je vergeving van schuld. Wanneer er groei plaatsvindt in het leven van jouge als christen, dan ontdek je dat de zonden die je begaan hebt, slechts takken van een wortel zijn. Die wortel is de zondige natuur. Dit verontrust je nog meer en je kan alleen gerustgesteld worden door een dieper inzicht in het verzoeningswerk op Golgotha. Dan kom je uit bij het zondoffer. Christus is voor ons tot zonde gemaakt. Wanneer jouw hart en het geweten tot rust gekomen zijn, kun jij je met Hem voeden. De Heere Jezus is de grond van jouw vrede en vreugde. Als je het schuldoffer en het zondoffer kent, dan kun je gaan danken en genieten van het dankoffer. (Het wordt ook wel vrede- of vreugdoffer genoemd.) Als je hebt ervaren wat het betekent om dicht bij Christus te leven en door Hem gevoed te worden, ontstaat vanzelf het verlangen om Hem steeds beter te leren kennen. Het spijsoffer laat iets zien van die ontdekking: het wijst op het volmaakte mens-zijn van Jezus Christus tijdens zijn leven. “Het is mijn spijze Uw wil te doen”(Johannes 4:34) En dan komen we uit bij het brandoffer. Voor ons als laatste, maar voor God als eerste en daarom wordt hij ook als eerst genoemd in Leviticus 1. Dit offer is zeer belangrijk voor de Heere God. We zien in het brandoffer namelijk de Heere Jezus aan het kruis de wil van Zijn Vader volbrengen. Hij gaf Zich in alle situaties vrijwillig over aan hoe de Vader het wilde. Dat had nog nooit iemand gedaan. Dit was voor de Heere God het fundament voor de verzoening! Hij zocht iemand die Zijn wil volkomen wilde (en kon) volbrengen. En de Heere Jezus had een keuze, maar koos om de Vader in alles te gehoorzamen. Geen mens kon dit vanwege zijn zondige natuur. Nog steeds zien we dat ‘hoe we ons best ook doen’ wij niet in staat zijn om Hem volkomen te gehoorzamen. Keer op keer vallen we toch weer. Er waren in de geschiedenis mensen die deden ‘wat recht was in de ogen van de Heere’, maar toch weken ze af. De Heere Jezus deed dat niet en dat was zo kostbaar voor God. Hij heeft een welgevallen in Hem.

God spreekt over Zichzelf
Dat de Heere Jezus de wil van Zijn Vader deed, is een rode draad in de Evangeliën. Maar wat dit extra diep maakt, is dat Hij dit niet deed onder dwang, maar uit volkomen bereidheid en liefde. Hij koos er zelfs voor om Zich aan de Vader te onderwerpen. Bijvoorbeeld in Johannes 10:17-18. “Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven geef, opdat Ik het opnieuw neem. Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf; Ik heb de macht het te geven, en heb de macht het opnieuw te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.”

En in Johannes 6:38 “Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft.”

En op jonge leeftijd in Lukas 2:49 “En Hij zei tegen hen: Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader?”

Maar ook als profetie in het Oude Testament zie je die vrijwillige overgave aan de  Vader. Bijvoorbeeld in Psalm 40 dat heen wijst naar Jezus: “Zie, Ik kom, in de boekrol is over Mij geschreven, ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen; Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.” (Psalm 40:8-9)

Het hoogste doel van de Heere Jezus was de verheerlijking van God door Zijn wil te doen. Dat een volmaakt mens op aarde de wil van God deed tot in de dood, was van groot belang. Dat begrijpen we uit de volgorde die de Heere God Zelf aanbracht in de offers. Hij begint Zelf met het brandoffer. Het betekent ook dat God Zelf het initiatief heeft genomen om Zijn Zoon te sturen om Zijn wil te gaan volbrengen. Wanneer je dit gaat zien zie je dat Hij overduidelijk de hand uitreikt naar de mens.

Elke Israëliet mocht een brandoffer brengen. Zo mogen wij ook allemaal, niemand uitgezonderd, komen tot de Vader met Christus als brandoffer. Als we onze handen op het Lam leggen, dan ontvangen we Zijn natuur, Zijn leven, en kunnen we door Hem Gods wil doen. Ik leg mijn handen op het Lam en ontvang dat wat Hij wél kon in mijn leven; namelijk Uw wil volbrengen.

Het opleggen van de handen
“En hij zal zijn hand op het hoofd van het brandoffer leggen, opdat het voor hem aangenaam zij, om hem te verzoenen.” (Leviticus 1:4). Door deze veelbetekenende handeling werden de offeraar en het offer één. In het geval van een zond- of schuldoffer werd jouw schuld op het dier gelegd. Maar bij het brengen van een brandoffer was geen sprake van zonde of schuld, maar een overdracht van onschuld! Bij het brandoffer betekende het opleggen van de handen dat je deel kreeg aan het volmaakte van het brandoffer. Ik ontvang de natuur van Christus in mij. Ik word één met het doen van de wil van God. De offeraar ontving al het aangename van zijn offer. Het aangename van dit offer was die vrijwillige overgave aan de wil van de Vader. De toepassing hiervan op Christus en de gelovigen stelt één van de kostbaarste waarheden voor: de vereenzelviging van de gelovigen met Christus en hun aanneming in Christus.

God spreekt door de aanvaarding van het offer
Was het offerdier volkomen, dan ook wie het offer bracht. Werd het offer aanvaard door God, dan werd ook degene die het offer bracht door Hem aanvaard. Zo belangrijk was dus die handeling van het opleggen van de handen. Het betekent ook dat er geen sprake meer was van wat hij verdiende of van wat hij uit zichzelf was. De zonde van de offeraar werd in het zondoffer geoordeeld, maar in het brandoffer zag God het offer aan van de persoon die het bracht. Dit maakt een groot verschil. Al hebben beide typen de oplegging van de handen gemeen en al wordt de vereenzelviging met het offer in beide uitgedrukt, de gevolgen zijn heel verschillend. In het ene type offer werd de Rechtvaardige tot een zondaar gemaakt en in het andere type ontvangt de offeraar de natuur van Christus.

Verschil tussen zondoffer en brandoffer

Als God het offer aanvaard heeft, waarom zouden wij dan nog twijfelen of we aanvaard zijn. Het neemt een heleboel vertwijfeling weg van de vraag ‘ben ik door God aanvaard’ en ook de vraag ‘kan ik Jezus aannemen’? Hoe meer wij de bijzonderheden van zowel het brandoffer als het zondoffer apart van elkaar begrijpen, hoe duidelijker het wordt dat het werk van Christus nog verder reikt dan vergeving van schuld. Hij droeg onze zonden ver van het heiligdom weg, zodat Hij ons in het Heilige der Heilige kon brengen. Het brandoffer bracht een liefelijke reuk voor God en wij mogen daar deel van zijn. Die liefelijke reuk wordt ook beschreven bij het dankoffer en het spijsoffer. Maar dit wordt niet gezegd van het zond- en schuldoffer.

De mens die niet in Christus is, is nog in zijn zonden. Er is geen middenweg. Je bent in Christus óf je bent buiten Hem; voor een gedeelte in Christus is onmogelijk. Buiten Christus, val je onder het oordeel, maar ben je in Hem, dan ben je “zoals Hij is” voor God. Deze waarheid geeft zekerheid en tegelijkertijd nederigheid. Ze geeft de volkomen zekerheid op de dag van het oordeel, want niemand kan iets inbrengen tegen wie met Christus verbonden is. Tegelijk maakt dit ons nederig. Want die verbondenheid komt niet door onze eigen goedheid of prestaties. Ze rust op wat Christus heeft gedaan voor Zijn Vader. Ben je in Christus, dan ben je “zoals Hij is” voor God.

Conclusie
We verstaan Gods spreken door zijn Woord dat zo rijk is. Met deze woorden van de schrijver C.H Mackintosh1 wil ik dit artikel graag afsluiten. “De Heilige Geest schept er behagen in de Zoon te openbaren en ons de dingen van de Heere Jezus te tonen. Deze dingen hebben wij in al hun volheid en heerlijkheid in het Woord van God. Er kan geen nieuwe openbaring zijn, doordat de Geest alle dingen de apostelen indachtig heeft gemaakt en hen in al de waarheid geleid heeft. Verder dan de hele waarheid kan men niet gaan. Het Woord links laten liggen is onterend naar de Goddelijke Schrijver. We beroven onze zielen van lering en genot.”

 

Elisabeth Stam-Stegeman

 

1 aantekeningen op Leviticus, H1,