,

Hedendaagse Profetie onder de Loep

Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn. 1Joh.4:1

 

Het Nieuwe Testament staat vol met waarschuwingen tegen valse profeten en valse leraars. Onze God waarschuwt zijn kinderen vanuit Zijn grote barmhartigheid hiervoor. De situatie is namelijk zeer ernstig. Waar ‘vele’ valse profeten zijn uitgegaan in de wereld zijn de valse leraars de gemeente binnengeslopen (1Joh.4:1b; Jud.1:4; 2Pet.2:1-2). ‘Heimelijk’, stiekem en listig voeren zij hun dwalingen in naar het voorbeeld van hun meester, de vader van de leugen. Ze gebruiken de Bijbel, noemen de naam van Jezus, zijn zeer ijverig en komen over als betrokken en zorgzaam, als ‘dienaars van de gerechtigheid’ (2Kor.11:15) maar het zijn ‘bedriegers’ (2Tim.3:13).

 

We herkennen hen aan hun verdraaiing van de Schrift, het Woord van God. Binnen de charismatische beweging wordt door deze misleiders de nadruk gelegd op de ervaring naast de Bijbel. Als het gaat om de Heilige Geest, dan is Deze er volgens hen vooral om ons iets te laten ervaren, iets te laten beleven. Zo las ik in een interview met Jarno van Dijk op revive.nl dat hij zegt: ‘Ik wilde dat ook, God ervaren’. Over de Heilige Geest zegt hij: ‘Hoe Zijn gaven werken en hoe je Hem kunt ervaren in je dagelijkse leven’. Als het gaat om de genadegaven die de Geest uitdeelt, leggen deze leraars altijd de nadruk op het uiterlijke effect, dat wat beleefd moet worden i.p.v. op de innerlijke groei. Zo ook als het gaat over profetie en het profeteren waar ik in dit artikel naar wil kijken.

 

Sander Wuister, een zelf benoemde ‘profeet’, schrijft op zijn website woordenvanleven.nl: ‘profetie is leven spreken’. Over hem is verder te lezen: Hij profeteert graag over mensen, in het bijzonder leiders, om ze te bemoedigen en (door de Geest) in hun kracht te zetten. Daarnaast activeert hij anderen in profetie’. Hiermee is hij één van de vele charismatische misleiders die vandaag actief zijn in de kerken en gemeenten. Allerlei ‘scholen’, organisaties, conferenties en cursussen schieten als paddenstoelen uit de grond. Profetie is ‘hot’.

 

Wuister verwoordt wat al deze initiatieven nastreven: ‘Ik wil profetie normaal maken in elke lokale kerk’. Als een vloedgolf overspoelt dit soort gedachten nu dus christenen die niet genoeg zijn gefundeerd in Gods woord. Deze valse profeten dringen overal binnen om hun verderfelijke onderwijs aan de man te brengen. Hierdoor worden velen misleid door zich te richten op een ervaring en niet op de Christus der Schriften via het geloof, het gericht zijn op ‘er staat geschreven’.

 

Profetie is, zeggen deze misleiders, het ‘verstaan van Gods stem’ en het ‘ontvangen’ van ‘een woord van kennis’ over iemand. Dit kan zijn een droom, een visioen, een plaatje of een indruk. Hiervoor moet men zich openstellen. Er wordt ook vrijwel altijd beweerd dat christenen moeten leren ‘oefenen’ en ‘uitstappen’. Er zijn zelfs ‘profetenscholen’. Op woordenvanleven.nl lees ik: In het tweede uur gaan we met elkaar aan de slag om zelf te oefenen met Gods stem verstaan en profetie. Uitstappen in profetie is soms spannend. Daarom zetten we een cultuur van kwetsbaarheid neer, waarin je mag leren Gods stem te verstaan zonder veroordeling’. 

 

Deze zaken zijn afkomstig uit het rijk der duisternis en zijn niet van God. En de waarzeggers schouwen leugen; ook spreken zij van valse dromen, zij troosten [met] vluchtige woorden (Zach.10:2b). Onder ‘profetie’ verstaan we:

 

A: het doorgeven van toekomstige gebeurtenissen zoals Agabus doet in Hand.11:28, 21:11. Dit is hoogst uitzonderlijk en bovendien matigt Agabus zichzelf niet aan dat hij een profeet is. De hongersnood die hij voorspelde kwam. Iedere profeet die iets voorzegt wat niet uitkomt, ook al is het maar eenmaal, is een valse profeet (Deut.18:20-22). In 1Tim.1:18 en 4:14 vinden we dat er profetieën waren uitgesproken over de dienst van Timotheüs. Dit vond niet plaats in een sfeer van voorspelling maar was een herkenning van de gaven die in Timotheüs aanwezig waren door de Geest van God (zie Hand.16:2).

 

B: Het openbaren en doorgeven van de waarheid door de Heilige Geest. Dit laatste wordt ook wel ‘profeteren’ genoemd en is de normale orde van God. Dit profeteren is volgens de Bijbel niet het ‘openstellen’ voor ‘de stem van God’, ook niet ‘leven spreken’, maar het spreken vanuit het geopenbaarde woord van God tot vermaning, bemoediging en/of opbouwing van de gemeente (1Kor.14:3,12). Dit is het geestelijk opgroeien tot Christus, tot een ‘volwassen man’ (Ef.4:16). Een volwassen christen heeft dan in Christus alles wat hij/zij nodig heeft. Dit is het doel van de Heilige Geest; Hij geeft dat wat ‘nuttig’ is, 1Kor.12:7.

 

Paulus schrijft in Rom.12:6 en in 1Kor.12:10 over profetie als één van de genadegaven die de Geest hiervoor uitdeelt. In de begintijd van de gemeente was het woord van God nog niet volledig op schrift gesteld en dus brachten profeten nieuwe openbaringen van de waarheid. Het waren door de Geest geïnspireerde predikers. Samen met de apostelen legden zij zo eenmalig het fundament van de gemeente (Ef.2:20). Deze profeten kennen wij vandaag dus niet meer, het fundament is immers gelegd.

 

In deze tijd schreef Paulus de brief aan Korinthe, toen ook de talen nog een ‘tekengave’ waren (1Kor.14:21-22). De gave van profetie werd nog gebruikt om openbaringen door te geven die pasten bij de nieuwe bedeling van de gemeente. De ‘vleselijke’ (1Kor.3:1-3) Korinthiërs moesten gecorrigeerd worden in hun ik-gerichte gebruik van de genadegaven. De talen werden door hen beschouwd als het hoogst haalbare, terwijl men de stichting van de anderen uit het oog verloren was. ‘Wie in een taal spreekt, bouwt zichzelf op, maar wie profeteert, bouwt de gemeente op’, 1Kor.14:4.

 

Paulus schrijft daarom aan hen dat God ‘sommigen’ als eerste in de gemeente heeft gesteld en wel apostelen, profeten en leraars (1Kor.12:28). Het onderwijzen van gelovigen heeft dus de eerste, hoogste prioriteit. Destijds bestond dat dus mede uit ‘een openbaring’, 1Kor.14:26. Nu, tweeduizend jaar later is het doel van de Heilige Geest dat christenen opgroeien in de afgeronde, geopenbaarde waarheid (Ef.4:15). Dit is de gezonde leer zoals wij die vinden in het Nieuwe Testament. Zo kunnen we profeten toetsen door te luisteren of hun woorden overeenkomen met het geschreven woord van God. Paulus schrijft: Veracht de profetieën niet, maar beproeft alles, behoudt het goede, 1Thes.5:20-21.

 

De Geest ‘van de waarheid’ (Joh.16:13) is Degene die leidt in de waarheid en christenen gebruikt opdat die anderen versterken in ‘het geloof’, Ef.4:12. Geduldig wil de Geest gelovigen op deze wijze onderwijzen over hun identificatie met een gekruisigde, opgewekte en opgevaren Christus. In 1Kor.14 is de hele bedoeling van Paulus dat dit ‘profeteren’ gebeurt via begrijpelijke woorden. Niemand verstaat immers een vreemde taal. Gelovigen worden zo vermaand als zij afdwalen van de waarheid en vertroost en opgebouwd doordat zij groeien in het geloof. Dit houdt in dat in de ‘innerlijke mens’, het hart, de waarheden over de Heer Jezus worden opgenomen zodat daaruit geleefd kan worden in de praktijk (zie Ef.3:17 waar Paulus bidt dat Christus woont in de harten). Gelovigen worden zo ‘gesterkt’ doordat zij de ‘hele waarheid’ leren kennen (Joh.16:13).

 

Petrus schrijft: ‘Als iemand spreekt, laat het zijn als uitspraken van God’, 1Pet.4:11. De luisteraar merkt hierdoor in diens geweten dat hij/zij zich in de aanwezigheid van de HEERE God bevindt. In het boek Handelingen vinden we daar geregeld voorbeelden van.

 

En Judas en Silas, die zelf ook profeten waren, vertroostten de broeders met vele woorden en versterkten hen, Hand.15:32.

 

Dit profeteren, het spreken van woorden van waarheid vanuit de Bijbel heeft niets met ‘oefenen’ of ‘uitstappen’ te maken. Maar aan ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is (…) Maar al deze dingen werkt één en dezelfde Geest, die ieder afzonderlijk toedeelt zoals Hij wil’, 1Kor.12:7,11.

 

Aan de gemeente in Korinthe schrijft Paulus: Jaagt naar de liefde en streeft naar de geestelijke uitingen, maar vooral, dat u mag profeteren’ (1Kor.14:1). De Geest deelt uit aan wie Hij wil, maar de hele gemeente is verantwoordelijk als het gaat om de regulering van de gaven, d.w.z. dat zij het stimuleert en bewaakt om de opbouwende gaven leidend te laten zijn. ‘Laat alles gebeuren tot opbouwing’, 1Kor.14:26b. Hiermee bedoelt de apostel het (tijdens de samenkomsten) profetisch spreken vanuit het geopenbaarde woord van God, anders kon hij niet schrijven ‘laten de anderen het beoordelen’, vs29b. Iedere uiting in de gemeente behoort getoetst te worden. Vergelijk dit met wat er op de website van een ‘profetenschool’ staat:

Wij oefenen: 

  • Het verstaan van Gods stem.
  • Het ontvangen van verschillende soorten indrukken – woorden, beelden, Bijbelteksten etc.
  • En natuurlijk vooral in het uitspreken van profetische woorden voor elkaar.

 

‘Indrukken’, ‘woorden’, ‘beelden’, ‘profetische woorden voor elkaar’ zijn niet te beoordelen door de anderen aan de hand van Gods Woord, het is alles subjectief. De trainingen zijn ondanks dat alweer volgeboekt lees ik op hun website. Wat een tragiek! Waarom hebben dit soort ‘trainingen’ dan zo’n aantrekkingskracht? Het is de zucht naar een beleving, een ervaring, iets dat ons uittrekt boven het ‘gewone’ leven. Eva werd verleid doordat zij ‘als God’ wilde zijn, hoewel ze de vrije toegang had tot de boom van het leven. Dat was voor haar kennelijk niet genoeg en dus speelde de slang in op haar verlangen naar ‘meer’. Wat is er nu bijvoorbeeld mooier dan ‘woorden van leven spreken’ zoals Sander Wuister dit voorstelt? Zo worden veel christenen misleid doordat zij dit verlangen hebben naar ‘meer’ naast het geschreven Woord van God. Op dit verlangen komt het rijk der duisternis in actie met haar talloze listen en leugens waaronder het ‘uitstappen’ in profetie.

 

De ‘profeten’ die ons dit voorhouden zijn daarom misleidende profeten. Ze leren anderen ontvankelijk te worden voor invloeden uit de afgrond; de wereld van de demonen waar ze zelf door worden gebruikt. Zonder het te weten stellen argeloze christenen zich open voor een andere geest, die van misleiding. Men denkt vaak oprecht dat de Heilige Geest aan het werk is, ‘want er gebeurt toch wat’ maar men heeft niet door dat het een andersoortige geest is die een ‘andere Jezus’ voorstaat (2Kor.11:4). De HEERE waarschuwt in Deut.13:1-5 dat als een profeet woorden spreekt die niet overeenkomstig Gods woord zijn terwijl deze toch een wonder of een teken verricht, dat men deze ‘profeet’ moest doden. Zo ernstig neemt de HEER God het misbruik van Zijn woord en de misleiding van zijn volk.

 

Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst geloof en door te bidden in de heilige Geest, verwachtende de ontferming van onze Here Jezus Christus ten eeuwigen leven. En weest ook barmhartig jegens sommigen, die twijfelen, redt hen door hen uit het vuur te rukken, maar weest jegens anderen barmhartig in vreze, uit afkeer zelfs van het kleed, dat door het vlees bevlekt is. Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde, de enige God, onze Heiland, zij door Jezus Christus, onze Here, heerlijkheid, majesteit, kracht en macht vóór alle eeuwigheid, èn nu èn in alle eeuwigheden! Amen. (Judas20-25)

 

Dirk-Jan Jansen