Waarden en normen

Waarden en normen hebben een bron.
WAARDEN EN NORMEN (wat wij onze kinderen (willen) leren.)

Normen worden gedefinieerd als maatstaven, regels, richtsnoeren, modellen. Allereerst voor het denken en van daaruit voor het handelen in het dagelijkse leven. In de opvoeding en het onderwijs zijn normen onderdeel van de persoonsvorming.
In het maatschappelijke verkeer worden allerlei verschillende normen gehanteerd: christelijke, humanistische, postmoderne, islamitische normen, enz. Normen gelden voor het handhaven van een bepaalde toestand, bijvoorbeeld de veiligheid.
In een complexe samenleving kunnen met eenzelfde woord verschillende begrippen aangeduid worden, die soms haaks op elkaar staan. Daardoor verstaan groepen mensen iets geheel verschillends onder termen als eer, tolerantie, gerechtigheid, enz.
Daardoor gelden in de verschillende groepen mensen ook verschillende normen. De vraag is dus: “Welke toestand wil men beschermen door het afspreken van normen? Wat wil men door normen veilig stellen?” Anders geformuleerd: “Welke waarden wil men beschermen?”

Wat bepaalt de waarde van de mens?
Is de waarde van een mens in geld uit te drukken?
Bij de politieke discussie over de verdeling van de kosten ontkomt men niet aan de (al dan niet bewuste) bepaling van de waarde van het menselijke leven in geld. Men moet dan lastige overwegingen maken: “Wat zijn de kosten van een geneeskundige behandeling in relatie met de te verwachten levensduur.” “Mag een gezond levensjaar maximaal € 80.000 kosten of meer?”
Als men bij dergelijke overwegingen ook nog over de eigen grenzen zou kijken, zouden de beslissingen nog lastiger worden. Kan men met een goed geweten in een welvarend land stoffelijk welzijn beleven ten koste van erbarmelijke leefomstandigheden waarin men werkt in de ontwikkelingslanden? Daarbij komt dan nog de vraag: “Wat is kwaliteit van leven?”
Bij kwaliteit van leven gaat het blijkbaar niet alleen om het functioneren, maar ook om wat iemand van zijn of haar functioneren vindt. Waarop is dit bevinden gebaseerd?
Er ontstaat een kringloop: meningen – normen – waarden – meningen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Als men nadenkt over deze vragen stuit men op de vraag: “Is er een referentiepunt voor de waarde van een mens?”

De mens: een complex wezen.
Over de waarde van een mens wordt totaal verschillend gedacht in verschillende culturen.
In de joods-christelijke traditie wordt de mens gezien als schepsel van God, dat naar Zijn beeld als drie-eenheid geschapen is: geest-ziel-lichaam. Er wordt vanuit dit geloof groot belang gehecht aan de waardigheid van het menselijke leven. De mens heeft zelfs oneindige waarde. De normen dienen afgeleid te zijn van het Woord van de Schepper dat geopenbaard is in de Thora/ Bijbel, die gezien kan worden als een “gebruiksaanwijzing” voor het “maaksel mens”.

Vanuit atheïstisch en materialistisch oogpunt loochent men een geestelijke Schepper, aan wie men verantwoording schuldig is. Volgens die visie heeft de mens geen eeuwige onstoffelijke persoonlijkheid en is met de dood alles afgelopen. De evolutietheorie van Darwin paste uitstekend bij deze autoritaire neiging van de mens.
Hier rijst de vraag: “Wat blijft er over van de waarde van een mens als geëvolueerd dier?” Als wij een product zijn van ‘toeval’, in de zin dat er geen rationele Schepper achter ons bestaan zit, heeft de mens in zichzelf geen waarde. De waarde van een mens zal dan afhangen van de visie die de meerderheid van de betreffende gemeenschap heeft. De normen zullen dan variëren al naar gelang de wil van de regerende macht. Extreme voorbeelden leveren de dictaturen met gelegaliseerde eugenetica (rasverbetering) en euthanasie (actieve levensbeëindiging).

Wat leren wij onze kinderen en wat willen wij onze kinderen leren ?
Als we willen dat kinderen normen leren, is het belangrijk dat we weten op welke basis ze gegrond zijn.

Opvoeding gebeurt voor een belangrijk deel zonder woorden. Kinderen nemen bewust of onbewust het gedrag van de voor hen belangrijke ouderen over. Voor ouders en leerkrachten begint het opvoeden dan ook met zelfopvoeding.

Voor het christelijk geloof ligt de waarde van de mens in “schepsel zijn van God”, dat naar Zijn beeld geschapen is.
God is Geest en de mens heeft ook een geest.
Van nature is de menselijke geest niet gericht op zijn Schepper, maar staat onder invloed van de geest die in de wereld heerst. Die geest maakt dat de normen en waarden in de wereld gericht zijn op het lichaam en niet op de onsterfelijke ziel van de mens.

Jezus Christus is als eniggeboren Zoon van God de Vader (dus van hetzelfde wezen), in een menselijk lichaam naar de aarde gekomen om de weg te wijzen hoe we weer geestelijk in contact kunnen komen met onze Schepper. Door dit contact wordt de mens wederomgeboren ( “van boven af geboren”). Dan ziet men dat allerlei discussies en controversen tussen groepen mensen veroorzaakt worden door een verschil in geestelijke bron.

 Enkele voorbeelden

Hoe te

oordelen over:

Uitgaande van bijv.

het geloof in evolutie:

Uitgaande van het Bijbels denken:
– doden om het ras te verbeteren.

?

Gij zult niet doodslaan.(Ex 20:13; Mat 19:18; Openb 21:8)
– homoseksueel gedrag.

?

Een man die gemeenschap heeft metiemand van het mannelijk geslacht – beiden hebben een gruwel gedaan.(Lev 20:13; Mat 5:8; Rom 1:26,27)
– eerwraak.

?

Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.(Mat 22:39)Hebt uw vijanden lief, doet wel degenen, die u haten; zegent wie u vervloeken; bidt voor wie u smadelijk behandelen.(Luc 6:27)
Conclusie: Normen afhankelijk van mensen, dus veranderlijk.

Onveranderlijke normen

 

dr. W. Hoek (chemicus)