Andersgelovigen en de ene Naam

Soms worden aanhangers van andere religies aangeduid als ‘andersgelovigen’. Zij zouden allemaal geloven in dezelfde God. B&O haalt twee bekende zendingswetenschappers aan en formuleert een eigen standpunt.

Ten aanzien van de NAAM van Jezus Christus zegt de Bijbel het volgende:
Hand. 4:12: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de
hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij

moeten behouden worden.”

Joh. 14:6 : Jezus zei tot Thomas: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven;
niemand komt tot de Vader dan door Mij.”


Introductie
Deze folder is niet een actie tegen een persoon of instituut, maar beoogt een bijdrage te zijn in de discussie over de identiteit van de christelijke scholen, die ook en juist in deze tijd ‘School met de Bijbel’ willen zijn. Onze samenleving wordt steeds meer gekenmerkt door de aanwezigheid van mensen uit andere culturen, men spreekt dan ook wel van een pluriforme, multiculturele samenleving. Het gevolg hiervan is een grote verscheidenheid aan opvattingen, niet alleen op sociaal maar ook op religieus gebied. Onmiskenbaar komt ook het onderwijs hiermee in aanraking en wordt het hierdoor beïnvloed.

In de samenleving zien wij steeds meer dat ‘multicultureel’ gaat worden tot ‘multi-religieus’. Soms lijkt het wel alsof het christelijk geloof een godsdienst is van het westen, en dat buitenlanders meestal een ‘ander geloof’ aanhangen. Dit is een generalisering, want ook buitenlandse kinderen kunnen uit christelijke gezinnen komen, en Nederlandse kinderen blijken dikwijls ‘nergens meer aan te doen’.

Cultuur en religie zijn dus niet identiek!
Toch staan christelijke scholen voor de volgende vraag:
Hoe gaan wij om met mensen en kinderen die andere, en dan met name religieuze, opvattingen hebben en toch onze christelijke scholen bezoeken? Dit is een urgente vraag, ook al vanwege het nieuwe leergebied ‘Geestelijke stromingen’, waar iedere school mee te maken krijgt (ook scholen die niet bezocht worden door kinderen van andere etnische groepen). Wij houden ons met deze vraag bezig, omdat ook vanuit kerkelijke kring, of vanuit de opleidingen, soms een mening wordt verwoord die heel anders is dan de schoolleiding, bestuur of ouders dat gewend zijn. Wij doelen nu in het bijzonder op het recent verschenen boek van drs J.D. Kraan: Bijbel en anders-gelovigen. Dit boek is voor de christelijke scholen een uitdaging en de gevolgen kunnen heel ingrijpend zijn.

Om op de gestelde vraag enig zicht te krijgen, hebben wij vijf onderwerpen gekozen die van wezenlijk belang zijn voor wat wij geloven, met name ook voor het uitdragen ervan aan kinderen van andere etnische groepen. Deze onderwerpen zijn:

  • ANDERSGELOVIGEN
  • DE ENE NAAM: JEZUS CHRISTUS
  • DE OPENBARING VAN GOD
  • GERECHTIGHEID EN HEIL
  • ZENDING EN DIALOOG.

Achtereenvolgens zullen wij deze telkens vanuit drie opvattingen benaderen, en wel tweemaal principieel en eenmaal vanuit de praktijk van een christelijke school die bezocht wordt door een hoog percentage (35%) leerlingen uit andere etnische groepen, waaronder veel Moslims en Hindoes.

(1) De opvattingen van Drs J.D. Kraan, zoals verwoord en anderen (instemmend) citerend in zijn boek: Bijbel en andersgelovigen
(2) Zendingswetenschappers zoals H. Kraemer en J. Verkuyl, blijkens citaten uit enkele van hun belangrijkste werken
(3) De praktijk van een School met de Bijbel in een grote stad.

Eigenlijk is, bijbels gezien, de term ‘andersgelovigen’ onjuist. De Schrift kent slechts één geloof, en bijbelse prediking is erop gericht ‘gehoorzaamheid des geloofs’ te bewerken onder alle volken.
Ongeloof is dus, evenals ‘anders-geloven’, ongehoorzaamheid aan de Almachtige God. Dit wil niet zeggen dat christenen beter zouden zijn dan anderen, want alle mensen zijn van nature in opstand tegen God en Hem ongehoorzaam; dat geldt dus ook voor joden en christenen die zich richten tegen de openbaring van God.

Vooraf dient nog te worden opgemerkt dat iedereen, die zich vanuit zijn christen-zijn bezig houdt met genoemde problematiek, vooraf basis-keuzes heeft gemaakt. Dat bepaalt dan ook de wijze waarop deze vragen worden benaderd en de inhoud die eraan wordt gegeven.
Het feit dat men dan dezelfde woorden of Bijbelgedeelten gebruikt, wil dus beslist niet zeggen dat men de Bijbel ook op dezelfde wijze hanteert.
Daarom vermelden wij expliciet dat wij ons kunnen vinden in de teneur van de citaten van dr. Kraemer en dr. Verkuyl (telkens verwoord onder (2).

Het standpunt van Bijbel & Onderwijs is verwoord onder (3) en gaat uit van de Bijbel als het onfeilbare en onveranderlijke Woord van God, ingegeven en te verstaan door de Heilige Geest, met als centrale boodschap het verzoenend lijden en sterven van Jezus Christus, Zijn opstanding, hemelvaart en wederkomst.
ANDERSGELOVIGEN

(1) Opvatting van drs Kraan e.a.:
“Ook anderen zoals moslims, hindoes en boeddhisten dienen als gelovigen beschouwd te worden” (p.126)
“Maar die God staat in het middelpunt, die ook door joden en moslims als God aanbeden wordt” (p.158)

(2) Opvatting van dr Verkuyl:
“In de communicatie van het evangelie met moslims kunnen we niet volstaan met de opmerking dat christenen en moslims en talmoedische joden allen in één God geloven en dat ze allen op de een of andere manier monotheïsten zijn en dat daarom hun godsconcepties vrijwel gelijk zijn. Zulke opmerkingen getuigen van grote opppervlakkigheid” (J. Verkuyl, Met moslims in gesprek over het evangelie, p.47/48)

“Wie knielt voor Jezus, de Gekruisigde en Verrezene, kan niet meer zeggen dat het er niet toe doet wat je gelooft en in wie je gelooft. Wie knielt voor Jezus kan niet meer zeggen: Ik zie tussen de boodschap van Jezus, Boeddha, Mohammed e.a. slechts relatieve verschillen” (J. Verkuyl, Zijn alle godsdiensten gelijk? p.98)

(3) Opvatting van Bijbel & Onderwijs:
De School met de Bijbel staat open voor alle kinderen van wie de ouders christelijk onderwijs op prijs stellen. In het toelatingsgesprek worden altijd de volgende drie punten helder gesteld:
a. dagelijks wordt aan alle kinderen vanuit de Bijbel verteld
b. dagelijks wordt gebeden tot God die we kennen door Jezus Christus
c. dagelijks worden christelijke liederen gezongen door alle kinderen.
Er wordt dus niet gesproken over andersgelovigen of ongelovigen; er wordt slechts gesproken over kinderen die voor de School met de Bijbel kiezen en die vaak verschillende culturele achtergronden hebben.
DE ENE NAAM: JEZUS CHRISTUS

(1) Opvatting van drs Kraan e.a.:
“Dat is het nieuwe van deze tijd: er vindt vernieuwing van een eeuwenoud model plaats; niet Christus staat centraal; niet Hij is exclusief of normatief maar de God die zich naast Christus ook openbaarde op andere wijzen” (p.141, n.a.v. de theologie van Paul Knitter in diens boek: No other name?)

“Misschien blijkt Jezus aan het einde van de tijden toch exclusief en normatief te zijn, maar zo’n hypotheek kunnen we momenteel niet leggen op het gesprek met andersgelovigen” (p.143)
“In de Bijbel staat God centraal. Christus kwam om dienstbaar te zijn aan God en de mensen. Door de verzoening die Hij bracht zal Hij aan het eind der tijden voor ieder de weg, de waarheid en het leven blijken te zijn” (p.166)

(2) Opvatting van dr Verkuyl:
“De boodschap, waarmee de Christelijke Kerk vanaf haar ontstaan tot nu toe in de wereld gestaan heeft en staat, kan worden samengevat in de belijdenis: JEZUS IS HEER. Wanneer de christelijke kerken in alle werelddelen dat belijden, dan bedoelen ze daarmee, dat Hij de Alpha en de Omega is voor de hele wereldgeschiedenis, de Enige Middelaar Gods en der mensen.

Als de christelijke kerken belijden, dat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is en tot in eeuwigheid, dan bedoelen ze daarmee wat Simon Petrus beleed door de Hoge Raad van Israël: “Er is onder de hemel geen andere Naam de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden’, Hand. 4:12” (J. Verkuyl, Zijn alle godsdiensten gelijk? p.16)

“Alles is in de Bijbel geschreven opdat de lezers mogen geloven in Jezus, wan wie dit boek getuigt in talloze variaties” (J. Verkuyl, Met moslims in gesprek over het evangelie, p.37)

(3) Opvatting van Bijbel & Onderwijs:
Centraal in het totale onderwijsgebeuren staat de Bijbel, waardoor we God kunnen leren kennen in Jezus Christus. Daaruit blijkt dat er slechts één manier en Naam is om God te leren kennen.
Het doel van het onderwijs is het vormen en toerusten van kinderen door begeleiding, hulp en voorleven tot zelfstandigheid en de ontplooiing van kinderen volgens bijbelse normen, opdat zij mogen komen, indien de Here dit wil zegenen, tot een persoonlijke relatie met Jezus Christus en van daaruit gaan functioneren in de samenleving.

DE OPENBARING VAN GOD

(1) Opvatting van drs Kraan e.a.:
“Volgens de Bijbel is er maar één God die wat kan, maar een God die schept en redt, draagt en bevrijdt. Dat is een belangrijke conclusie voor de ontmoeting met andersgelovigen. Want als er maar één God is die zich, ook aan andersgelovigen, niet onbetuigd gelaten heeft (Hand.14:17), dan mogen andere religies gezien worden als antwoorden op de openbaring van de ene God” (p.51)

(2) Opvatting van dr Kraemer en dr Verkuyl:
“. . . Volledige handhaving van het unieke karakter van de christe lijke openbaring als Gods soevereine, toenaderende handeling, hetgeen zeggen wil dat er geen bruggen zijn van menselijk religieus geweten naar de realiteit van Christus en dat het exclusief Gods genade is en geen menselijke bijdrage of geschiktheid in wat voor opzicht ook, met als resultaat ‘het afvallen van de oogkleppen'” (H. Kraemer, The Christian Message in a non-Christian World, p.132)

“Maar als de vraag wordt gesteld of wij de God en Vader van Jezus Christus op dezelfde wijze mogen belijden als moslims dat doen in hun iman (geloof), dan moeten we eerlijk zeggen: De God en Vader van Jezus Christus is anders dan Allah in de Islam” (J. Verkuyl, ‘Met moslims in gesprek over het evangelie’, p.125)
“God knoopt in de Christus-openbaring niet aan bij de religies. Maar God sluit wel aan en knoopt wel aan bij wat Hij van zichzelf geopenbaard heeft en openbaart. Er is tussen zijn scheppings- en herscheppingsopenbaring continuïteit. Maar er is discontinuïteit tussen de menselijke religies en Gods openbaring in Christus” (J. Verkuyl, Zijn alle godsdiensten gelijk? p.110)

(3) Opvatting van Bijbel & Onderwijs:
Het totale gebeuren in onderwijs en opvoeding is gebaseerd op dat wat God in de Bijbel van Zichzelf openbaart, wat Hij zegt over mens en samenleving en over hoe we met elkaar om dienen te gaan.
Andere mensen nemen andere gewoonten mee, mede bepaald door culturele en religieuze achtergronden. Wij accepteren de verschillen in cultuur en gewoonten en besteden daar aandacht aan.
Het is de opdracht voor de christen om ongeacht de cultuur (de Nederlandse of een andere) Jezus Christus te verkondigen aan mensen, in de wetenschap dat daardoor een cultuur mede beïnvloed wordt. Het doel is echter in de eerste plaats de verandering van het hart, zodat het op Christus zal zijn gericht.
GERECHTIGHEID EN HEIL

(1) Opvatting van drs Kraan e.a.:
“Zij die werken der gerechtigheid gedaan hebben, goede vruchten vertoond hebben door op te komen voor de gevangene, de vreemdeling, de zieke, de hongerige etc. mogen ingaan tot het Koninkrijk. Anderen, zij die dachten Jezus te kennen, worden buitengesloten” (p.56)
“Niet alleen christenen dragen vrucht. De vruchten van andersgelovigen mogen herkend worden als gaven van God” (p.57)

(2) Opvatting van dr Verkuyl:
“Ieder mens, van welk volk, van welke cultuur, van welke religie ook, ondergaat de aantrekkingskracht van deze heilsweg, gebaand door goede werken; maar ieder mens van welke religie ook, heeft het Evangelie nodig om tot het besef te komen dat de weg van de nomos (de wet) doodloopt en opgeheven wordt door de Persoon en het werk van Jezus: ‘Want Christus is het einde der Wet tot gerechtigheid voor een ieder die gelooft’, Rom.10:4-13” (J. Verkuyl, Zijn alle godsdiensten gelijk? p.129)

(3) Opvatting van Bijbel & Onderwijs:
De enige grond voor behoud is de genade die er is van God door het geloof in de verzoening gebracht door Christus. Vanuit het geloof komt de vrucht van de Geest tot ontplooiing in het leven van de gelovige. Het is het gevolg van de genade.
Maar het is niet omgekeerd zo, dat wanneer iemand de werken der gerechtigheid doet, hij daarmee zijn behoud bewerkt.

Het is goed wanneer de teamleden in de omgang met elkaar en met anderen laten zien hoe dat praktisch werkt, bijv. door fouten te erkennen, door vergeving te vragen en te geven; niet iemand op diens zwakke punten te pakken, maar deze juist steunen en bemoedigen; door elkaar aan te vullen en samen het werk te doen.
ZENDING EN DIALOOG

(1) Opvatting van drs Kraan e.a.:
“Als wij in (andersgelovige) vreemdelingen hier en nu Christus niet vinden, gaan wij dan verloren?” (p.73)

“Wie vandaag nog een antithetische, agressieve zendingsactiviteit bedrijft, staat het evangelisch getuigenis in de weg” (p.123)
“De enige mogelijkheid om van die Heer te getuigen, is de weg van dialogische openheid” (p.124)
“Ook anderen zoals moslims, hindoes en boeddhisten dienen als gelovigen beschouwd te worden (p.126)
“Het waardevolle . . . is dat we onontkoombaar voor de vraag gesteld worden of bepaalde bijbelteksten of zelfs de strekking van hele bijbelboeken de dialoog met andersgelovigen in de weg staan” (p.66)

(2) Opvatting van dr Kraemer en dr Verkuyl:
“Waarom dan, gezien in bijbels licht, is de communicatie van de christelijke boodschap te beschouwen als een op zichzelf staande categorie? In de eerste plaats vanwege het bijzondere karakter.
Het is niet een boodschap waarvan de dragers het recht hebben te besluiten of ze wel of niet gecommuniceerd zou moeten worden . . . Ze moet gecommuniceerd worden omdat ze het resultaat is van het profetisch geweten dat ze het woord is van de Heer van het heelal: ‘Hoor, o hemelen en luister, o aarde; want de Heer heeft gesproken'” (H. Kraemer, The communication of the Christian Faith, p.22)

“Als Jezus Christus voor alle tijden en voor alle volkeren van beslissende betekenis is en als aan Hem gegeven is de Naam die boven alle naam is, dan is het ook de onnalaatbare plicht en roeping om dat Evangelie van deze gekruisigde en verrezen Heer bekend te maken onder de volkeren. Het is dan ook van daaruit volkomen verstaanbaar dat in alle evangeliën en ook in de Handelingen der apostelen het bevel tot verbreiding van het Evangelie klinkt” (J.Verkuyl, Zijn alle godsdiensten gelijk? p.143)

(3) Opvatting van Bijbel & Onderwijs:
Het Evangelie is niet gericht tégen mensen en culturen, maar is een verlossende en heilbrengende boodschap voor iedereen die ernaar wil horen. Op een School met de Bijbel die open staat voor iedereen, is die boodschap dus voor iedereen die bij de school is betrokken, zonder onderscheid des persoons.

Dit uit zich o.a. in het respect voor elkaars cultuur en het bespreken van verschillende opvattingen in het licht van de Bijbel. Maar ook in bijv. het geschenk dat iedere leerling krijgt tijdens de Kerst, of de Bijbel die wordt meegegeven aan kinderen die de school verlaten (in welke groep ook).