Beïnvloeden (We zijn gauw te)

Door pastoraat kom ik in contact met jongelui die met occultisme te maken hebben. De vraag is, hoe confronteer ik hen met de Bijbelse boodschap, als ze geen relatie met de Heer hebben. De Here Jezus geeft in de gelijkenissen een didactisch en pedagogisch model om kennis over te dragen. Daarom heb ik het op de manier aangepakt die hieronder beschreven staat.

WIJ ZIJN GAUW TE BEÏNVLOEDEN!

Door pastoraat kom ik in contact met jongelui die met occultisme te maken hebben. De vraag is, hoe confronteer ik hen met de Bijbelse boodschap, als ze geen relatie met de Heer hebben. De Here Jezus geeft in de gelijkenissen een didactisch en pedagogisch model om kennis over te dragen. Daarom heb ik het op de manier aangepakt die hieronder beschreven staat.

Benadering

Twee jongens hebben connecties met Wicca en luisteren frequent naar occulte muziek. Ze zijn ‘behangen’ met pentagrammen en allerlei andere occulte symbolen. Ik maak opmerkingen over occulte zaken en geef tekst en uitleg. De vraag is of het occulte nu wel zo gevaarlijk is? Zij denken dat het wel meevalt. Ze kennen de naam Jezus Christus, maar belijden Hem niet. Slechts af en toe gaan zij naar de kerk, maar het spreekt hen niet aan. Ze hebben wel eens een gebed uitgesproken. De Bijbel lezen zij eigenlijk nooit. Het is een uitdaging, omdat juist zulke jongeren met vragen komen. Het heeft vaak een tegenovergesteld effect, als je in dergelijke gevallen de vragenstellers met Bijbelteksten confronteert. Er moet aansluiting plaatsvinden. Aansluiting zoeken met de belevingswereld is wat de Here Jezus heeft gedaan. Zal ik Hem daarin niet volgen? Het betekent niet dat je ‘als’ hen wordt en deelneemt aan hun zondige wereld. Gesterkt voel ik me door de apostel Paulus: ‘En ik ben de Joden geworden als een Jood, opdat ik de Joden winnen zou. 22. Ik ben de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden.’ 1Cor. 9: 20-23 Let op de woorden ‘winnen’ en ‘redden’.

Confrontatie

Het gesprek begint daarom met een vraag. “Wat denk jezelf van het occulte en waar baseer jij je mening op?” Na een paar opmerkingen komt de vaak gehoorde opmerking: “Ik ben er toch zelf bij, het gaat niet verder dan ikzelf toesta of wil.” “Dat is maar de vraag,” stel ik! “Tja, als er iets is dat ons vaak in de luren legt, dan is dat wel ons gevoel en vaak ook onze waarnemingen.” Zij vragen om nadere uitleg en ik geef eerst een voorbeeld. “Vroeger op school hoorde ik de meester vertellen over een “fata morgana”, een luchtspiegeling. Als zoiets zich voordoet, zie je dingen die er niet zijn, althans niet op die plek waar de fata morgana zich lijkt af te spelen. Je neemt dus dingen waar die er niet zijn – tenminste niet daar! Onze zintuigen kunnen klaarblijkelijk dingen waarnemen die er dus niet zijn. Kunnen wij altijd blindelings vertrouwen op wat wij waarnemen? Het lijkt vreemd: beïnvloeding, waar jezelf bij bent, maar het kan wel degelijk.” Ze kijken mij vragend aan en fronsen hun voorhoofd. “Dat willen we wel eens zien,” zeggen ze. “Let eens heel goed op wat ik vertel.”
Vader staat al een tijdje voor het raam te wachten. Hij wacht gespannen af of hij zijn zoon op de fiets aan ziet komen. Zodra hij zijn zoon ziet, loopt hij snel hem tegemoet. De zoon ziet zijn vader en zegt: “Ha, die pa,, wat is er aan de hand?” Vader kijkt zo blij als een kind en hij wijst naar de garage. “Kijk er maar eens in,” zegt-ie. De zoon doet de deur open en ziet een prachtige glimmende sportwagen staan. “Wow, wat een gave…!” Hij maakt zijn zin niet af en vraagt: “Pa, wat doet dat ding in onze garage?” Vader lacht hem toe en zegt: “Ja dat is een verrassing, hè? Hij is van mij! Zullen we een stukje rijden.” De zoon knikt en staat al bij de passagiersdeur. Samen rijden ze weg.Op een afgelegen weggetje zegt vader: “Hier is geen politiecontrole, het is een rechte weg en ik zie geen verkeer. Zal ik hem eens op zijn staart trappen?” Zo gezegd, zo gedaan en al snel zien zij de kilometerteller hoog oplopen.Plotseling – zo uit het niets – komt er iets van achter een klein bosje de weg op. Vader schrikt en trekt aan het stuur, waarna hij de macht over het stuur verliest. De sportauto raakt een boom, ketst af, slaat een paar keer over de kop en knalt tegen de volgende boom. Vader is op slag dood, de zoon is zwaar gewond. Een boer had het hele ongeval van verre gezien en hij belt onmiddellijk 112. Kort daarna arriveert een ambulance. De ambulance-verpleegkundige constateert dat de vader het zware ongeval niet heeft overleefd. De zoon zit bekneld in het wrak. Hij richt zich daarom op de zoon die levensgevaarlijk gewond is. De brandweer is nodig om hem uit het verwrongen wrak te verlossen. Enige tijd later ligt-ie in de ambulance die met grote spoed naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis rijdt. Bij het ziekenhuis aangekomen, wacht het gewaarschuwde team. Zo snel het maar kan, gaat het richting ok. De jongen ligt nog maar net op de operatietafel of de chirurg komt binnen. De chirurg loopt naar de patiënt en wil hem onderzoeken, maar op het moment dat de chirurg de zwaargewonde jongen ziet, zegt-ie: “Nee, deze patiënt kan ik niet opereren, dat is mijn zoon….” De chirurg draait zich om, loopt onthutst de ok uit en verzoekt een collega-chirurg de zorg voor de jongen op zich te nemen.
“Huh, dat verhaal klopt niet,” zeggen ze. “Het is zeker zijn stiefvader…”
“Slechts weinigen doorzien het verhaal en die weten al direct te vertellen wié die chirurg is en waarom deze chirurg de operatie niet kon uitvoeren. Weten jullie het al?” “Nee, er klopt iets niet…!” “Het is jullie eigen vooronderstelling die jullie in de maling neemt. In het verhaal worden bij herhaling mannelijke woorden genoemd: hij, vader, zoon, ambulanceverpleegkundige, brandweer …. De chirurg is ….. zijn moeder!” “Oh, ja natuurlijk,” is de reactie. “Tja, jullie horen goed, maar jullie oren laten jullie in de steek,” zeg ik lachend. Afgelopen jaren heb ik heel wat mensen mogen informeren over de gevaren van occulte zaken. Het occultisme is een breed terrein en heeft veel uitvalshoeken. En toegegeven: het ene is duidelijker zichtbaar dan het ander. Zo is het één wel occult, het ander niet.
Daarnaast staan personen met een min of meer naïef karakter doorgaans te boek als mensen die redelijk snel te beïnvloeden zijn. Wie wil zichzelf nu zo typeren? “Hebt u nog meer van zulke leuke dingen?” “Ja, gewone dingen die je misschien al vaker hebt gezien. Maar wat denken jullie, kan iets dat vast staat op papier bewegen? Stel je voor dat ik twee cirkels op papier afgedrukt laat zien. Staan deze onbewegelijk stil?” “Ja, dat moét wel, logisch toch,” zeggen ze. Via een internetsite over “optical illusions” print ik een vel uit met die twee cirkels. “Kijk naar die cirkels en beweeg het papier voor en achteruit.” “Nee hé…, ze bewegen..!”
Zo liet ik hun nog een paar ‘zaken’ zien. Ze vinden het leuk: hun ogen houden hen voor de gek! Ze hebben dit wel eens eerder gezien, maar hebben het nog nooit bekeken vanuit deze context. “Trouwens hoe zit het dan met muziek?” Ik denk aan een video op internet en vraag: “Een simpele toon die van hoogte verandert, is feitelijk muziek. Niet mooi, maar toch! Kun je dode materie laten bewegen, groeperen en hergroeperen met muziek?” Dat lijkt hen helemaal onmogelijk, maar ik vraag het hun en ze zien de bui al hangen. “Laat maar zien,” zeggen ze. Ik typ op Google ‘resonantie’, rijst’ en ‘video’ in. De jongelui zien hoe rijst beweegt en steeds nieuwe vormen gaat aannemen, naarmate de toon hoger wordt. Ze staan versteld. Zo hebben we het over de sterke invloed van kleuren en zelf weten ze te vertellen hoe in de reclame, in het verkeer en op de werkvloer met kleuren gewerkt wordt. Over hun zwarte kleren beweren ze, dat het een depressieve invloed heeft!

Bezinning

“Jullie hebben nu ‘alledaagse’ en onschuldige dingen gezien. Maar wat nu als iemand of ‘iets’ niet onschuldig is en als er verborgen boodschappen in verstopt zitten en iemand kwaad wil?” De twee intelligente boys kijken ernstig en denken na! “Dan gaat het zeker niet goed,” zeggen beiden instemmend. “Maar waarom doen die mensen dat? Wat hébben ze eraan? Het is toch niet normaal.” De jongeren worden zich ineens bewust van het feit, dat hun vooronderstelling geen stand houdt: “Ik ben er toch zelf bij, het gaat niet verder dan ikzelf toesta of wil.” Hierna zegt een van de jongens: “Ja, eerlijk gezegd zijn de liedteksten wel heel erg negatief, maar wij denken dat ze ‘fun’ zijn….” Nu breekt de tijd aan om met een Bijbelse boodschap te komen en ik lees voor uit Ef. 6: 12 en vertel hun dat de Bijbel ca. 500 keer waarschuwt tegen occultisme, valse leringen en dergelijke. “Dat doet God niet om de mens te plagen of te jennen, integendeel! Hij wil niet dat ook maar één mens verloren gaat.” “Is occultisme echt voor iedereen gevaarlijk,” vragen ze nog. Ik leg hun uit, dat als iemand een handgranaat op tafel zet in een kamer vol mensen en de pen eruit trekt, de granaat na een paar seconden ontploft en zijn vernietigende werk doet. Het maakt niet uit wat die persoon erbij denkt. Al denkt hij ‘die wil ik raken en die niet’, het maakt niets uit. De granaat doet waarvoor-ie gemaakt is, zodra het mechanisme in werking wordt gesteld! Zo is het ook met het occulte. Occultisme bindt aan satan die mensen kapot maakt – zonder enige uitzondering! Het gesprek krijgt nu een andere wending. De jongens zijn zichtbaar onder de indruk van wat zij hebben gehoord. Ze vragen naar hun pentagrammen en hun afbeeldingen op hun kleding (demonische afbeeldingen van de occulte band “Slipknot”). In alle rust vertel ik en leer ik hun wat deze dingen inhouden en welke destructieve invloed die op de mens uitoefenen. Ik vertel ook, dat als zij hun zonden belijden en radicaal afstand van hun occulte zaken doen en de Heer aannemen, Hij hen zal vergeven en wil bevrijden van alle occulte banden. Nu blijkt dat de jongeren herhaaldelijk worden geplaagd door negatieve bovennatuurlijke manifestaties. Ook hier wil de Here Jezus hen van bevrijden.
“Bid en vraag God in de naam van de Here Jezus maar of Hij jou wil helpen en Hij zal het doen!” Er is ondertussen al veel tijd verstreken en ik stel voor dat er een vervolggesprek komt. “Denk er maar eens goed over na,” zeg ik bij het afscheid nemen.

Uitwerking

Nog geen dag later belt een van de jongens mij op en zegt: “Ik heb al mijn pentagrammen weggedaan. Die occulte muziek wil ik niet meer horen en ik wil meer van de Here Jezus weten.” Hij heeft trouwens op dat moment last van ‘plagerijen’. Ik heb met hem gebeden. Hij deelt mij later mee dat het rustig is geworden. Inmiddels heeft hij de Here Jezus Christus aangenomen (Joh. 1:12), zijn zonden beleden (Hand. 26:18) en zich laten reinigen met Zijn kostbaar bloed (1 Joh.1:9).

Erick Ligtenberg