Toen Abram en Saraï al tien jaar in het beloofde land woonden, kwam God naar Abram toe en sloot een verbond met hem en met zijn nageslacht. Dat zou zo talrijk worden als de sterren aan de hemel en het zand langs de zee.

Abram – Gods verbond (dl 1)

Toen Abram en Saraï al tien jaar in het beloofde land woonden, kwam God naar Abram toe en sloot een verbond met hem en met zijn nageslacht. Dat zou zo talrijk worden als de sterren aan de hemel en het zand langs de zee. Het land waarin Abram als pelgrim woonde, zou hun vaderland worden. En door dat volk, Israël, zouden alle andere volken gezegend worden.

Bij het verbond hoorde ook een nieuwe naam. De nieuwe namen die God Abram en Saraï gaf leken wel een beetje op hun oude namen, maar ze sloegen vooral op de vele nakomelingen die uit hen zouden voortkomen:

Oude naam: naar het verleden Nieuwe naam: naar de toekomst
Abram: `Mijn vader is verheven’
Saraï: `Mijn vorstin’
Abraham: `Vader van veel volken’
Sara: `Vorstin (van volken)’

 

Adam en Eva waren de eerste mensen die God heeft geschapen. God vormde de mens uit aardstof, daarom heette hij Adam. Hij blies zijn adem of geest in hem en daardoor werd hij een levende ziel.

Adam en Eva (dl 1)

Adam en Eva waren de eerste mensen die God heeft geschapen.
God vormde de mens uit aardstof, daarom heette hij Adam. Hij blies zijn adem of geest in hem en daardoor werd hij een levende ziel. Daarom wordt hij ook wel `zoon van God’ genoemd, omdat hij de enige mens was die rechtstreeks door God werd gevormd. Hij is de vader (de eerste) van het hele menselijke geslacht.

Adam merkte dat hij niemand had die bij hem paste. Daarom schiep God Eva om als vrouw naast hem te staan. Het was Gods meesterplan om man en vrouw die van naturel heel verschillend zijn, bij elkaar te brengen. Samen komen zij meer tot hun recht dan alleen. Zie ook bij: De mens.

 

Advent is een Latijns woord dat betekent: KOMST. Meestal wordt het gebruikt voor verwachting, uitzien naar de komst van een belangrijk persoon.

Advent (dl 2)

Advent is een Latijns woord dat betekent: KOMST. Meestal wordt het gebruikt voor verwachting, uitzien naar de komst van een belangrijk persoon. Dan kwam er eerst een heraut die de komst van de koning kwam aankondigen en voorbereiden.

Toen de tijd was aangebroken dat Jezus geboren zou worden, zond God zijn engel Gabriël naar twee mensen:
– Zacharias, die de vader zou worden van Johannes de Doper.
– Maria, die de moeder zou worden van Jezus, de Verlosser.

Beiden konden nauwelijks geloven wat de engel tegen hen zei. Zacharias ontving een teken dat hij niet meer zou kunnen spreken tot de geboorte van Johannes.
Tegen Maria zei de engel: “Wees niet bang, want God heeft besloten u heel bijzonder te zegenen. U zult zwanger worden en een zoon krijgen, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn en ‘Zoon van de Allerhoogste God’ worden genoemd. God, de Here, zal Hem de troon van zijn voorvader David geven. Hij zal voor altijd over het volk Israël regeren en aan Zijn regering zal geen einde komen.”

In de tijd na Salomo staan de vreemde goden centraal. Steeds opnieuw lees je dat de Israëlieten de zegeningen van de HERE vergaten en de dienst van God inruilden voor de verering van beelden van hout en steeën.

Afgoden (dl 3)

In de tijd na Salomo staan de vreemde goden centraal. Steeds opnieuw lees je dat de Israëlieten de zegeningen van de HERE vergaten en de dienst van God inruilden voor de verering van beelden van hout en steeën. Die beelden hoorden bij een cultuur die grote aantrekkingskracht uitoefende: offerfeesten met priesters en priesteressen die alles voordeden wat God verboden had. De tabakscultuur was een natuurreligie die gepaard ging met paranormale verschijnselen, wichelarij (je leven laten bepalen door voortekens), magie (hekserij en toverij) en noem maar op. Maar het was ook een cultuur met veel maatschappelijk onrecht. Zowel tegen het één als tegen het ander protesteerden de profeten heftig.

Wanneer Paulus ergens een gemeente had gesticht, vertrok hij na enige tijd om ergens anders weer een nieuwe gemeente te stichten.

Ambten of functies (dl 4)

Wanneer Paulus ergens een gemeente had gesticht, vertrok hij na enige tijd om ergens anders weer een nieuwe gemeente te stichten. Een gemeente die hij achterliet, bleef krachtig doordat er mensen werden aangesteld die de nieuwe christenen leidden. Men spreekt ook wel van ambten of functies, die God aan de gemeente heeft gegeven. De Bijbel noemt er vijf: Herders en Leraars, Evangelisten, Apostelen en Profeten.

De Bijbel spreekt op twee manieren over ‘de antichrist’. Sommige vertalingen spreken over de zoon des verderfs, of de wetteloze. Het boek Openbaring spreekt over hem als ‘Het Beest’.

Antichrist (dl 4)

De Bijbel spreekt op twee manieren over ‘de antichrist’. Sommige vertalingen spreken over de zoon des verderfs, of de wetteloze. Het boek Openbaring spreekt over hem als ‘Het Beest’.

De verpersoonlijking van het kwaad Groep van personen, ‘de tijdgeest’
* Eén persoon `tegen’ en `in plaats’ van Christus: de Antichrist.
* Hij zal zich laten vereren in een tempel die eenmaal in Jeruzalem zal worden herbouwd.
* Personen in het christendom die het tegenovergestelde van het evangelie leren.
* Zij zijn moeilijk te herkennen en hebben veel invloed in de christelijke gemeenten.

Het voorzetsel anti kan op twee manieren worden gebruikt. In het Grieks betekent het `tégen’ (makkelijk te herkennen, maar moeilijk te bestrijden), maar ook `in plaats van’. (nog wel te bestrijden, maar moeilijk te herkennen).

 

Antisemitisme is er altijd geweest. Het is gericht tegen de joden, die onder de volken altijd als vreemdelingen werden beschouwd.

Antisemitisme (dl 3)

Antisemitisme is er altijd geweest. Het is gericht tegen de joden, die onder de volken altijd als vreemdelingen werden beschouwd. Daarin stonden zij niet alleen, want ook anderen hebben geleden onder angst en haat voor vreemdelingen, maar bij de joden komt er nog iets bij. Zij zijn het volk waaruit God de Messias deed voortkomen, maar eigenlijk is die afkeer nog meer gericht tegen de Messias zelf. Toch is Gods plan steeds doorgegaan, ook al hebben dictators steeds weer geprobeerd om dat plan te stoppen.

Antisemitisme is erg voor wie het treft. Maar het is ook erg voor de mensen die zich hieraan schuldig maken, want wie zich vergrijpt aan het volk van God, zal het oordeel van God niet ontlopen. Dit geldt ook als christenen zich hieraan schuldig hebben gemaakt. Die gingen daarmee tegen hun eigen geloof in, want de Messias van de Joden is niemand anders dan Jezus Christus.
De geschiedenis heeft veel zwarte bladzijden. Wij zouden die er het liefst uitscheuren, maar dat kan niet. Daarom moeten we altijd waakzaam zijn tegen iedere vorm van antisemitisme.

 

De boeken die in de oudheid niet tot de canon behoorden maar wel werden gelezen, zijn de apocriefe boeken, verborgen of geheime boeken.

Apocrief (dl 1)

De boeken die in de oudheid niet tot de canon behoorden maar wel werden gelezen, zijn deapocriefe boeken, verborgen of geheime boeken. Hiermee wordt aangegeven dat men niet wist door wie ze geschreven waren. Hun oorsprong was onbekend, verborgen. Zij kunnen best interessant zijn, zoals het boek Makkabeeën, maar ze hebben geen goddelijk gezag.

 

In de loop van de tweede eeuw begon men de christenen ook met geschriften te bestrijden. Omstreeks 180 schreef de filosoof Celsus zijn `ware leer’ tegen het christelijk geloof. Daarin wordt het christendom verklaard uit bedrog van Jezus en zijn eerste aanhangers.

Apologieën deel 4

In de loop van de tweede eeuw begon men de christenen ook met geschriften te bestrijden. Omstreeks 180 schreef de filosoof Celsus zijn `ware leer’ tegen het christelijk geloof. Daarin wordt het christendom verklaard uit bedrog van Jezus en zijn eerste aanhangers.

Ook de christenen hebben geschriften gemaakt, omdat zij voor de rechtbank geen gelegenheid kregen om het hun ten laste gelegde te weerleggen. Zo ontstonden de vroege `Apologieën’ of geloofsverdedigingen van de kerk. De bekendste apologeet uit die tijd was Justinus de martelaar, die in 165 zelf te Rome de marteldood stierf.
De kerkhervormer Johannes Calvijn heeft zijn bekende Institutie in eerste instantie geschreven als apologie tegen de beschuldigingen dat de kerken der Reformatie zich buiten de wetten van de (Rooms-katholieke) kerk stelden en daarmee een bedreiging zouden vormen voor de staat.

Toen de discipelen een tijd bij Jezus geweest waren, kwam het moment dat Hij hen uitzond om als apostelen, boodschappers twee aan twee de boodschap van het Koninkrijk bekend te maken met de woorden: “Wie jullie ontvangt, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft.”

Apostelen (dl 2)

Toen de discipelen een tijd bij Jezus geweest waren, kwam het moment dat Hij hen uitzond om als apostelen, boodschappers twee aan twee de boodschap van het Koninkrijk bekend te maken met de woorden: “Wie jullie ontvangt, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft.”

Door Jezus te volgen, werden mensen leerlingen, discipelen en beleden zij Hem. Zij kwamen er openlijk voor uit dat zij in Hem geloofden.
Toen Jezus hen uitzond, werden deze discipelen tot apostelen en getuigden zij van Hem. Zij vertelden wat zij van Hem hadden gezien en gehoord.
Na zijn opstanding en bij zijn hemelvaart, herhaalde Jezus deze opdracht met de woorden:“Wanneer de heilige Geest over jullie komt, zul je kracht krijgen, en jullie zullen getuigenis van mij afleggen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, ja, tot in de verste delen van de wereld.”