Genesis 1 en 2 – alleen een scheppingsverhaal?

Verhaal? Er worden vele verhalen voor kinderen geschreven. Kinderen zijn er dol op. Vanaf de zondagsschool en kinderclub en misschien ook in het christelijke gezin – horen ze spreken over Bijbelse verhalen, o.a. het scheppingsverhaal, het zondvloedverhaal, kerstverhaal, paasverhaal enz.

GENESIS 1 EN 2 – ALLEEN EEN SCHEPPINGSVERHAAL?

Verhaal?

Er worden vele verhalen voor kinderen geschreven. Kinderen zijn er dol op. Vanaf de zondagsschool en kinderclub en misschien ook in het christelijke gezin – horen ze spreken over Bijbelse verhalen, o.a. het scheppingsverhaal, het zondvloedverhaal, kerstverhaal, paasverhaal enz.

Nu wordt over het algemeen onder een verhaal een menselijke vertelling van een ware óf fictieve gebeurtenis verstaan. Is het, Bijbels gezien, daarom wel juist en pedagogisch verstandig om van het scheppingsverhaal te spreken in plaats van Gods openbaring over Zijn scheppingshandelen? Een kind kan niet onderscheiden tussen enerzijds één van de vele verhaaltjes en sprookjes die het hoort en leest en anderzijds Gods openbaringen en de historische berichten in de Schrift. Hoe staat het met ons volwassenen, christenen na de Verlichting (of Verduistering?), de liberale, Bijbelkritische ‘theologie’ en het darwinisme? 1 Zou het niet correcter zijn en meer getuigen van respect voor Gods Woord om consequent te spreken over het bericht over Gods scheppend handelen “in het begin” uit het niets, het bericht over zondeval en zondvloed, over menswording, zondoffer en opstanding van Jezus Christus enz., zoals in de Schrift opgetekend is?

Genesis 1 en 2 – twee verschillende, zelfs tegenstrijdige ‘scheppingsverhalen’?

Onder invloed van de liberale theologie worden 2 verschillende ‘scheppingsvoorstellingen’ verondersteld. Beide hoofdstukken echter vormen een niet te scheiden eenheid, zoals ook de Here Jezus in zijn citaat bevestigt (Mt 19:3-8; Mc 10:5-9). Ze vullen elkaar aan. Genesis 1 geeft een algemeen overzicht over de volgorde van Gods scheppend handelen en Genesis 2 verdere informatie over de betekenis daarvan voor de mens.

Genesis 2 gaat uit van de kennis van Gods openbaring in Genesis 1. Wat in Genesis 1 al beschreven is, moet niet allemaal in Genesis 2 persé herhaald worden, zoals Gods schepping van de hemellichamen, de zee en de aarde. Wat is een scheppingsverhaal – laat staan scheppingsbericht – zonder deze essentiële informaties? Ook daarom is de idee van Genesis 2 als ‘tweede scheppingsverhaal’ onjuist. Diverse exegeten spreken daarom liever overparadijsbericht in Genesis 2.

Omgekeerd, wat in Genesis 1 niet bericht werd, wordt in Genesis 2 vermeld:

  1. zowel “de boom des levens in het midden van de hof” als “de boom van de kennis van goed en kwaad” (Gen 2:8-9) en

  2. Gods gebod aan Adam met de dood als sanctie op overtreding er van en

  3. Gods schepping van de vrouw uit de man (Gen 2:21-23; vgl. 1Kor 11:8-9; 1Tim 2:3).

Zonder deze opeenvolgende informaties zijn de zondeval (ongehoorzaamheid van Adam tegenover zijn Schepper, Wetgever en Rechter, Jac 4:12), de oorsprong van de zonde en de dood in de wereld evenals van de vergankelijkheid van de aarde en van Gods heilsplan in Genesis 3 voor de mens niet te kennen en niet te begrijpen (zie ook Rom 5:12 ev.; 6:23).

De schepping van het plantenrijk en van de mens

Door het Woord van God ontstonden uit de droge aarde (1:9) zaadgevende planten en vruchtbomen. Maar zonder duurzame, regelmatige bevochtiging was plantengroei niet mogelijk. Gen 2:5 geeft aanvullende informatie dat God daarna zowel regen als ook “damp uit de aarde” (waterkringloop) gaf, zodat het gewas kon “uitspruiten” en groeien, als ecologische omgeving voor de mens. Alles ter voorbereiding voor de schepping van de dieren en van de mens, opdat zij zich met planten en vruchten konden voeden (1:29,30) en de mens de aardbodem kon bewerken (cultiveren, Gen 2:5b,15). Het wanneer en hoe van het ontstaan van planten en bomen werd al in Genesis 1:11-13 bericht en wordt zodoende in Genesis 2:5 niet meer herhaald.

Genesis 2:5 bericht niet dat de mens vóór het plantenrijk geschápen werd. Dat zegt alleen de Bijbelkritiek. Uiteraard schiep God mens en dier niet op een droge aarde zonder voedsel. Dieren worden in Gen 2:5-7 niet genoemd, omdat ze oorspronkelijk niet door God als voedsel gegeven waren.

De schepping van het dierenrijk en van de mens

In Genesis 2:19a wordt van Gods schepping van de dieren in Genesis 1:24-25 resp. hun bestaan als bekend uitgegaan. Het zegt niet dat God pas ‘in het hof van Eden’ de dieren geformeerd had, laat staan ná de schepping van de mens.2 Nieuw is de informatie dat God de dieren tot Adam bracht om hun een naam te geven (2:19b-20).

Genesis 1 en 2 – twee verschillende Godsvoorstellingen?

In Genesis 1:1-2:4a wordt de naam Elohim voor God als Schepper gebruikt, Zijn volheid en grootheid, en de goddelijke oorsprong van het zijnde. Het thema is Gods majesteit, heerlijkheid en almacht. Elohim is een meervoudsvorm, waarbij aan de goddelijke drie-eenheid gedacht wordt. Elohim is geen menselijke ‘Godsvoorstelling’, maar Gods openbaring in zijn oorspronkelijke schepping. In Genesis 2:4b-3:24 wordt meestal de naam Jahweh-Elohimgebruikt: Ik ben die Ik ben, die de Schepper is. Jahweh wordt als de Godsnaam tot heil van de mens gebruikt. Op grond van een wisseling van Godsnamen, die overigens ook elders voorkomt, moeten niet persé verschillende bronnen en auteurs verondersteld worden.

In tegenstelling tot allen die aan Genesis 1-3 trachten te sleutelen was de schrijver Mozes, de grootste geleerde van de oudheid, meer nog“de profeet Gods”, tot wie God “van aangezicht tot aangezicht” en met wie God “van mond tot mond sprak”, de“man Gods“, die de Here gekend heeft van aangezicht tot aangezicht” (Ex 3:11; Nm 12:8; Dt 33:1; 34:10-12).

Dit moet u vooral weten, dat geen profetie der Schriften een eigenmachtige uitleg toelaat…” (2Pe 1:20-21).

1 Vgl. Nico ter Linde: Het verhaal gaat

2 Het Hebreeuws kent maar 2 tijdvormen. Uit het verband moet duidelijk worden wat de juiste vertaling is. Statenvertaling “had geformeerd” is beter dan de NBG-vertaling “formeerde”. Zo ook elders in het OT in verband met de context, zoals in Jozua 2:22: “De vervolgers hadden… gezocht”. O.a. Claus Westermann: Biblischer Kommentar zum Alten Testament, D-Neukirchen-Vluyn, 1974; J. en Stewart McDowell: Antworten auf skeptische Fragen, D-Asslar,1991. Zie ook Studiengemeinschaft Wort und Wissen: Informationen, 1995, www.Wort-und-Wissen.de