Leven in een post-christelijke maatschappij (1)

Wie in Nederland woonde, leefde in een christelijk land, tot voor kort, want ons land is officieel niet meer een christelijk land. Via radio en tv werd dit enkele jaren geleden in Nederland bekendgemaakt. Ik kan me het moment van bekendmaking nog als de dag van gisteren herinneren. Ik was op weg naar de avonddienst van onze gemeente, toen ik dit nieuws hoorde. In een korte tijd is Nederland veranderd, maar hoe kwam dat?

Ons land werd ervoor klaargemaakt
Deze mededeling kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Er is een voorbereidingstijd aan voorafgegaan. Deze voorbereidingstijd begon met name in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Men spreekt wel eens van de ‘roerige zestiger jaren’ waarin veel veranderingen in gang zijn gezet.

  • Op wetenschappelijk gebied beweerde men steeds luider, dat de evolutietheorie aannemelijker was dan de schepping. Men meende de bouwstenen van het menselijk leven ontdekt te hebben en men is momenteel in staat om hiermee te bouwen en te verbouwen (knip- en plakwerk van het menselijk DNA).
  • Op maatschappelijk gebied deden tv en computer hun intrede. Door de sociale media zijn we van alles op de hoogte. De mobiele telefoon wordt steeds meer een onmisbaar verlengstuk van ons lichaam. Alles wordt inzichtelijk en controleerbaar, waarmee onze privacy onder druk komt te staan. De zondagsviering paste niet meer binnen de 24-uurs economie, met als gevolg de openstelling van de winkels op zondag. De snelheid van het leven vroeg om snelle communicatiemiddelen en bredere wegen met als resultaat het fileleed (nu even niet door corona!) op de snelwegen en het onmisbare, maar zeer kwetsbare snelle internet.
  • Op sociaal gebied deed in de zestiger jaren de popmuziek (bv. the Beatles) haar intrede, muziek die bij velen leidde tot het gebruik van verdovende middelen en seksuele losbandigheid. Vrouwen demonstreerden voor zelfbeschikkingsrecht en eisten met de leus ‘Baas in eigen buik’ het recht op abortus. Kort daarna laaide de euthanasie-discussie op met als resultaat dat vandaag ook ‘gezonde mensen’, wanneer ze met hun leven klaar zijn, uit het leven moeten kunnen stappen. De bescherming van en de zorg voor de zwakkeren van de samenleving: de ongeboren baby’s, de gehandicapten en de ouderen komt steeds meer onder druk te staan.

Hoe kon het gebeuren dat ons land in zo’n korte periode zo veranderde?

De rol van de Bijbel
De Bijbel speelde een belangrijke rol in de Nederlandse samenleving. Tijdens de nationale synode in 1618-1619 te Dordrecht gaf de Nederlandse regering de opdracht de Bijbel te vertalen. Toen deze in 1637 klaar was, namen de Staten- Generaal het besluit dat deze vertaling (de Statenvertaling) in alle kerken en scholen gebruikt moest worden. De Nederlandse regering vond de Bijbel uitermate belangrijk en gezaghebbend voor de samenleving, de rechtsgang en ook voor de Nederlandse taal. Daarmee werd de Bijbel voor het Nederlandse volk een vast oriëntatiepunt en referentiekader voor al haar doen en laten. Voor de huidige samenleving geldt de Bijbel niet meer als oriëntatiepunt. Men weet zelf wel wat goed en slecht is, daar heeft men de Bijbel niet meer voor nodig. De kerk heeft momenteel grotendeels haar geloofwaardigheid verloren en speelt in de huidige samenleving een ondergeschikte rol. Wat de Bijbel ons leert over de schepping, het leven, de zorg voor elkaar, het huwelijk, het gezin en seksualiteit past niet meer in onze tijd en wordt als ouderwets weggezet. Hoewel  de Heere Jezus in Johannes 17: 17 zegt: ‘Uw Woord is de waarheid’, wordt de Bijbel niet meer als de waarheid aanvaard, zelfs binnen de kerk! Iedereen heeft zo zijn ‘eigen waarheid’ en is niet meer bereid te buigen voor ‘De waarheid’, Gods Woord. In plaats dat de mens zijn leven in overeenstemming brengt met de Bijbel, moet de Bijbel aangepast worden aan ons leven en pasklaar gemaakt worden voor onze opvattingen. Met het verwerpen van de Bijbel als oriëntatiepunt, dobbert onze samenleving stuurloos rond, zonder te weten waar zij naar toe gaat, met alle gevolgen van dien.

De waarde van het leven
Het menselijk lichaam bestaat uit 70% water, vet (voor zo’n 7 stukken zeep), suiker, fosfor (voor een paar doosjes lucifers), kalk (genoeg om een klein plafond te witten), magnesium, potas en wat ijzer (genoeg voor een paar spijkers), opgeteld de waarde van een paar euro! Bepaalt deze optelsom de waarde van de mens? Geen enkele levensfilosofie of wereldreligie geeft de mens de waarde die de Bijbel hem geeft. Een mens wordt pas ‘echt mens’, dicht bij God. Hoe verder een mens bij God vandaan leeft, hoe ‘onmenselijker’ een mens wordt. Volken die onder een communistische regiem of afgoderij leven gaan heel anders met de waarde van het menselijk leven om dan landen die met christelijke waarden rekening houden. De mens wordt pas waardevol in relatie tot zijn Schepper.

Hij heeft de mens gemaakt, gekroond en geroepen
In Psalm 8: 5 – 7 lezen we: ‘Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt,, en hem met heerlijkheid en luister gekroond. Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gesteld’.

In bovengenoemd Bijbelgedeelte lezen we, dat God de mens gemaakt heeft. We zijn er niet zomaar toevallig, Hij heeft ons gewild. Daarnaast heeft Hij de mens ook nog eens met heerlijkheid en luister gekroond. Hij heeft ons naar Zijn beeld geschapen en uitgerust met goddelijke eigenschappen, zoals het vormen van gedachten, het ervaren van emoties en het hebben van een wil. We lezen ook, dat Hij de mens geroepen heeft en hem de opdracht gaf om over zijn schepping te heersen. Wat betekent het dat Hij ons gemaakt, gekroond en geroepen heeft?

Gemaakt
In Psalm 36: 10 staat dat Hij de Bron van het leven is en alleen in Zijn licht, zien we het licht. Zolang we in het duister zijn, zullen we de Bron van het leven niet leren kennen.

Zie webshop.
36 blz. € 2,50

In Psalm 33: 9 lezen we: ‘Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er’. Dit vers probeert ons duidelijk te maken dat God buiten onze tijd staat. Hij schiep geen ‘baby’ Adam, maar een volwassen man, geen bomen die pas na een aantal jaren vrucht zouden dragen, nee, de vruchten hingen er al direct aan! Geen sterren die pas na vele lichtjaren hun licht op aarde zouden laten schijnen, nee, op de vierde dag was het licht al zichtbaar op aarde. Hoe kan dat? In 1 Johannes 1: 5 staat dat God ‘Licht’ is. De snelheid van het licht is zo’n 300.000 km per seconde! God is licht, er geldt voor Hem helemaal geen tijd: ‘Hij sprak en het was er’!

In Hebreeën 11: 1 – 3 lezen we, dat alles door Gods Woord tot stand gebracht is en dat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. De wetenschap gaat altijd uit van het waarneembare, maar bij God werkt dit anders! De Schepper had geen evolutionaire processen nodig om deze aarde te scheppen. Genesis 1 laat ons zien, dat de Schepper de hemel en de aarde in zes dagen geschapen heeft. Bijbelcritici willen Genesis 1 niet als historisch uitleggen, maar als een poëtisch gedeelte van de Bijbel waarin we een loflied op de schepping kunnen zien. Als de schepping in zes dagen niet past in het huidig wetenschappelijke model, dan betekent dit nog niet dat we de Bijbel hierop aan moeten passen! Mozes, die in zijn tijd zeer geleerd was (zie Handelingen 7: 22), schroomde zich niet uit te spreken over de schepping in zes dagen (zie Exodus 20: 11).

Zie webshop
11 blz. € 0,65

Zij die schepping en evolutie willen verenigen en uitgaan van een ‘door God gestuurde evolutie’ nemen hiermee Gods Woord niet zo nauw! Voor hen was de dood er al voor de zondeval, want evolutie is alleen mogelijk door het principe: ‘De sterkste overwint’. De dood is volgens deze theorie dus niet door de zonde in de wereld gekomen (Romeinen 5: 12), maar functioneerde allang tijdens het evolutionaire proces waarin de wereld tot stand gekomen is. Ook zullen we 1Korinthiërs 15: 45 dan met een korreltje zout moeten nemen, want daar wordt Adam ‘de eerste mens’ genoemd, terwijl via een evolutionair proces meerdere mensen zich tegelijkertijd ontwikkelen. In Handelingen 17: 26 zegt Paulus, dat de Heere uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt heeft, dat kan dan ook niet waar zijn! U zult zich misschien afvragen: Maar er zijn toch veel fossielen gevonden die op miljoenen jaren oud gedateerd worden? Deze fossielen pleiten toch vóór de evolutietheorie? Fossielen worden alleen gevormd, als dieren door een ramp (overstroming, modderstroom, vulkaan o.i.d.) gedood worden. Onder normale omstandigheden verteert een dier en wordt door andere dieren, op het laatst door de insecten, netjes opgeruimd. We moeten niet vergeten, dat tijdens de zondvloed hele aardlagen omgekeerd werden en vele dieren tussen stenen, aarde en zand ‘geplet’ werden en versteenden. Het zijn niet de verschillende ijstijden die het reliëf van de aarde gevormd hebben, maar de zondvloed. Aardlagen die tijdens de zondvloed omgekeerd werden, kunnen niet gidsend zijn voor de datering van de gevonden fossielen daarin. Net zomin als de verval-snelheid van een kadaver tot koolstof. Deze laatste dateringsmethode is alleen nauwkeurig tot 10.000 jaar. De theorie van de verschillende ijstijden ondergraven de geschiedenis van de wereldwijde zondvloed en ontkennen daarmee de Bijbelse boodschap.

Gekroond
In Genesis 1: 26 en 27 lezen we, dat Hij de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen heeft. Dieren werden naar ‘hun aard’ geschapen, maar de mens droeg Gods beeld. In 1Korinthiërs 15: 38 en 39 lezen we, dat het vlees van dieren anders is dan het vlees van mensen. De dieren werden in hun afzonderlijke soorten en families geschapen, terwijl de mens los van de dieren geschapen werd en niet uit de dierenwereld voortkwam. God blies zijn levensadem in de mens en ‘zo werd de mens een levende ziel’ lezen we in Genesis 2: 7. Met deze ‘levensadem’ was de mens in staat om met zijn Schepper een relatie te hebben. We lezen over het hart, de handen, de voeten, de armen, de ogen, maar ook de toorn, het verdriet, de vreugde, de gedachten, het spreken en de wil van God, allemaal kenmerken die we niet alleen bij de Heere God, maar ook bij de mens tegenkomen. Het feit, dat ieder mens zich elke morgen aankleedt, onderscheidt hem van de dieren, waarvan er niet één zichzelf ‘s  morgens aankleedt. Het is dwaasheid om te geloven dat de mens uit de dierenwereld voortgekomen is. De mens is fundamenteel anders dan de dieren en heeft in tegenstelling tot de dieren een schaamtegevoel en een geweten. Als we de waarheid van de Bijbel loslaten, raken we Zijn eer en luister kwijt en worden we inderdaad gelijkgesteld aan zoogdieren.

Geroepen
In Genesis 1: 26 lezen we, dat de Heere God de mens met een doel geschapen heeft: ‘Laat ons mensen maken…opdat zij heersen’. De mens is onderdeel van Gods plan en leeft niet zomaar, hij heeft een roeping, een doel in zijn leven. Namens God mag de mens voor de schepping zorgdragen, wat een geweldige opdracht! De zinloosheid neemt toe, als God uit het leven verdwijnt. Velen kennen de zin van het leven niet meer en vragen zich af waarom ze überhaupt nog leven! Doordat de mens in opstand kwam tegen God, raakte de mens zijn doel op aarde kwijt. In plaats van te heersen werd de mens juist overheerst en is slaaf geworden van bijvoorbeeld: geld, prestatiedrang, genotsmiddelen en carrière. De mens die juist geroepen is om vrij te zijn werd gevangen genomen in zijn eigen leven. De schepping is vervallen, ‘zucht in al haar delen en is in barensnood’ (Romeinen 8:.20)! De mens heeft gefaald in zijn opdracht, maar wat een genade dat de God de Heere Jezus, ‘de tweede mens’ (1Korinthiërs 15: 47) naar de kapotte aarde stuurde om alles weer goed te maken. Bij zijn wederkomst zal Hij deze kapotgemaakte schepping volledig herstellen.

Waardevermindering van de mens
Zo zien we dat het loslaten van Gods woord tot vermindering van het mensbeeld leidt. Dit heeft grote gevolgen gekregen in onze samenleving. De volgende keer meer hierover.

 Theo Niemeijer

Niemeijer is emeritus predikant, schrijver, spreker en redacteur van Het Zoeklicht.