Universiteitspsychologie

Bezwaren tegen de universiteitspsychologie

A. De universiteitspsychologie negeert Gods WoordEvenwel zonder Gods Woord, serieus en ootmoedig met hulp van de Heilige Geest bestudeerd, bestaat er geen mensenkennis. „Zie, het woord des HEREN hebben zij verworpen, wat voor wijsheid zouden zij dan hebben?“ (Jr 8:9) laat zich ook toepassen op de universiteitspsychologie, evenals 1 Kor 1:19-20.

 

B. De geestelijke wortel van de seculiere universiteitspsychologie is een evolutionistisch-atheïstisch mensbeeld, deels materialistisch, deels humanistisch.

Een dergelijk buitenbijbels mensbeeld betekent concreet:

1. De universiteitspsychologie negeert God  die de mens geschapen heeft naar Zijn beeld – in haar wetenschapsbeoefening. De Bijbel zegt daarover: „En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken…“ (Rom 1:28).

De evolutionistische psychologie gaat uit van een ‘diermodel’, wat het duidelijkst blijkt uit de gedragspsychologie (behaviorisme). In de grond van de zaak zouden wij mensen te maken hebben met de gevolgen van onze „dierlijke voorouders“.

De seculiere psychologie isoleert in haar waarneming, beschrijving en therapie de mens van zijn relatie tot God. De mens „als zodanig“ („sec“) bestaat evenwel niet. Dat is een fictie.

Zonder de geschapen, door de zondeval verbroken en in Christus herstelde relatie God – mens is mensenkennis niet mogelijk!

 

2. De universiteitspsychologie negeert de zondeval van de eerste mensen, Adam en Eva, tegenover hun Schepper, waardoor wij allen als hungeworden zijn met een zondige natuur. Een mens zónder zondige natuur bestaat niet, dat is een fictie. Weliswaar heeft Freud met zijn thanatos-theorie een z.g. pessimistisch mensbeeld geschapen en schiep C.G. Jung een psychologische „schaduw“, maar beide zaken hebben niets te maken met de diagnose van Gods Woord: nakomelingen zondaren

– „Het voortbrengsel van het hart van de mens is boos van zijn jeugd aan“ (Gen 8:21).

– „Zie, in ongerechtigheid ben ik geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen“ (Ps 51:7).

– „Arglistig is het hart boven alles“ (Jr 17:9).

– „… dat zij allen onder de zonde zijn… Niemand is rechtvaardig, ook niet één, er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; allen zijn afgeweken,…; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet één…, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God“ (Rom 3:9-19).

– „Want ik weet, dat in mij… geen goed woont“ (Rom 7:18). Verg. Ef 2:1-3; 4:17-19 enz.

De seculiere psychologie – met S. Freud voorop – schiep haar onschuldmodel resp. schuldmodel. Het individu zou met zijn ‘psychische’ problemen en ‘innerlijke verwondingen’ het ’onschuldig slachtoffer’ zijn van de medemensen (z.g. slachtoffertheorie). Dergelijke psychologische victimisering (victim = slachtoffer) van het individu (beter niet: groep of natie) is een grote hinderpaal voor zelfkennis, berouw, bekering en levensheiliging in Bijbelse zin.

 

3. De universiteitspsychologie negeert de duivel met zijn demonen, de vijand van God en mens, met zijn mogelijke invloed op een individu door middel van o.a. seculier occultisme (via new age methoden en alternatieve geneeswijzen) of religieus occultisme, bijv. in de Aziatische godsdiensten, in het rooms-katholicisme, in pinkster- en charismatische kringen, in sekten.

 

4. De universiteitspsychologie negeert, dat het immateriële centrum van het menselijk leven, het (zondige) hart, ondoorgrondelijk is – dus ook voor elke z.g. dieptepsychologie: „Ja, ieders binnenste en hart is ondoorgrondelijk“ (Ps 64:7c). Vandaar de grote vraag: „Wie kan het kennen?“, waarop God Zelf antwoordt: „Ik, de HERE, doorgrond het hart“ (Jr 17:9-10). Ja, „Hij toch kent de geheimen des harten“ (Ps 44:22) – Hij alleen! Bijbelse zelfkennis, waar je overigens ook voor mag bidden (Ps 139:23-24), is iets totaal anders dan een of ander psychologisch zelfbeeld!

 

5. In haar blindheid voor de zondige natuur van de gevallen mens meent de seculiere psychologie een mens te kunnen ‘genezen’ (psychotherapie, psychiatrie). Gods Woord zegt echter niet alleen, dat het menselijk hart ondoorgrondelijk, maar ook ongeneeslijk is (zo letterlijk in Jr 17:9). Daarom zond God Zijn Zoon, de Heiland. De seculiere psychologie – ook de „gekerstende“ – kan alleen maar wat aan de oude mens zitten te prutsen – aan de oude mens, die echter door God in Jezus Christus aan het kruis van Golgotha is geoordeeld! Ze is evenwel nooit in staat de nieuwe mens te scheppen of te voeden. Ook daarom is de seculiere psychologie ongeschikt voor pastorale zorg.

 

6. De universiteitspsychologie negeert de Here Jezus Christus en Zijn zoenoffer aan het kruis. God heeft ons in Jezus Christus, zijn Zoon, gezegend met alle geestelijke zegen (Ef 1:3). Buiten Jezus Christus is er geen heil, geen heling, geen heiliging en geen bevrijding (Hnd 4:12; Mt 11:28-30; 1Kor 1:29-31; Joh 8:36). Een gelovige zegt dan ook: „Al mijn bronnen zijn in U“ (Ps 87:7). Het humanistische mensbeeld achter de humanistische psychologie zegt feitelijk: ‘Al mijn bronnen zijn in mijzelf – ik heb niemand en niets nodig…’.

 

7. De universiteitspsychologie negeert het wezenlijk onderscheid tussen een kind van God en een (nog) niet bekeerde persoon. Ten onrechte past ze haar seculiere theorieën, methodes en therapiedoeleinden zonder onderscheid op allen toe. Ze kan evenwel kinderen van God in hun verschillende geestelijke rijpheid en strijd noch begrijpen noch hen helpen.

Het mensbeeld is de geestelijke wortel van alle waarneming (analyse), methodologie (theorie en therapie, niet: =) en therapiedoeleinden. Het Bijbelse mensbeeld laat zich nooit vermengen met het buitenbijbelse mensbeeld van de seculiere psychologie.

 

CDe psychologie bestaat niet. Er zijn diverse hoofdstromingen met hun eigen psychologisch mensbeeld, terwijl elke hoofdstroming weer opgesplitst is in talrijke nevenstromingen (varianten). De logische vraag is: Welke van de vele theorieën is nu de juiste, want ze kunnen niet allemaal tegelijkertijd waar zijn. Er is immers maar é é n waarheid. Daar komt nog bij, dat de theorieën en therapieën zótegenstrijdig zijn, dat psychologen van verschillende psychologische richtingen elkaar tientallen jaren hebben bestreden. Onder invloed van de tijdgeest van het pluralisme zijn er intussen diverse z.g. integratiemodellen ontstaan.

Er zijn christenen, die de seculiere psychologie overnemen – of zelfs proberen te kerstenen – en daaruit eclectisch een model fabriceren, dat ze dan hun „eigen model“ noemen. Helaas verzwijgen ze daarbij vaak de psychologische herkomst van hun eclectische theorieën en therapieën.

 

D. De seculiere psychologie is zeer veranderlijk, zodat men zich afvraagt: hoe lang zijn bepaalde psychologische theorie en psychotherapie nog geldig? De z.g. wetenschappelijk vaststaande psychoanalyse van een S. Freud bijv. is allang achterhaald resp. weerlegd.

Maar ook uit de punten A en B, 1-7 blijkt, dat er in de seculiere psychologie geen ‘vaststaande wetenschappelijke kennis’ kán bestaan.

 

E. De universiteitspsychologie kent alleen de onderscheiding ziel en lichaam. Ze isoleert de psyche van de totale mens, die echter meer is dan zijn lichaam en ziel. Het christelijk pendant is dan ook niet een z.g. christelijke ‘psychologie’, maar een Bijbelse antropologie van de gehele mens, die God, Gods Woord en alle aspecten van punt B serieus neemt en de mens zo in zijn totaliteit ziet.

E. Nannen.