Mohammed (Ahmad), Allah en Abrogatie

Hoe gaan Mohammed (Ahmad) en Allah om met in de islam bekende begrip ‘abrogatie’. Abrogatie betekent het annuleren en vervangen van sommige verzen in de Koran door andere verzen.

MOHAMMED (AHMAD), ALLAH EN ABROGATIE

door Silas

Inleiding

Mohammed (Ahmad) riep zichzelf uit tot profeet. Hij beweerde, dat de engel Gabriël Gods woord hoorde en het tot hem herhaalde. Mohammed op zijn beurt herhaalde het ook als zijnde Gods woord: de Koran.

Echter, tijdens zijn 23 jarige carrière als een religieusleider vergat Mohammed delen van wat Gabriël hem vertelde. Verder spreken enkele van deze Koranverzen elkaar tegen. Instructies, leringen, en leerstellingen waren soms niet in overeenstemming met elkaar. Verschillende mensen bekritiseerden Mohammed hierover; de inconsistenties waren duidelijk. Om deze kritieken van antwoord te voorzien bedacht Mohammed de leerstelling van “abrogatie”. “Abrogatie” betekent het annuleren en vervangen van sommige verzen in de Koran door andere verzen. De Arabische woorden gerelateerd aan dit onderwerp zijn “Nasiekh” wat betekent “datgene wat abrogeert” en “Mansoekh” wat betekent “dat wat geabrogeerd is”.

De grote islamgeleerde Arthur Jeffery schreef: “De koran is onder de heilige geschriften uniek vanwege het leren van een doctrine van abrogatie volgens welke latere uitspraken van de Profeet eerdere uitspraken van hem abrogeren, dat wil zeggen: leeg en nietig verklaren. De belangrijkheid van het weten welke verzen andere verzen abrogeren, heeft de koranswetenschap bekend als “Nasiekh wa Mansoekh” doen ontstaan, dat wil zeggen “de abrogators en het geabrogeerde” [1]

In “the Dictionary van Qur’anic Terms and Concepts”, pagina’s 5 en 6 door Muntasir Mir staat: “Koraninvoegingen zelf kunnen geabrogeerd zijn, zoals in enkele gevallen is gebeurd. Een voorbeeld van deze abrogatie is vers 24:2 dat de straf voor overspel genoemd in 4:15-16 abrogeert. Een studie van de koran laat zien dat alleen een begrensd aantal Koranverzen geabrogeerd is, en ten tweede dat de abrogatie alleen geldt voor juridische en praktische zaken, en niet voor leerstellingen en geloofszaken.” [2]

Het grote probleem met “Nasiekh wa Mansoekh” is het precies definiëren welke verzen “Nasiekh” zijn, en welke “Mansoekh” zijn. Dit omdat de Koran inherent verward is. De volgorder waarin de Koran geschreven werd, was niet chronologisch, maar volgens de lengte van de soera’s (hoofdstukken), en de Koran werd stukje bij beetje gevonden en samengesteld, wat de bepaling van de leeftijd van de verzen veel moeilijker maakt. De moslimtraditie erkent dat veel van de soera’s zelfs niet aan Mohammed in één geheel gegeven zijn en dat onder Mohammeds supervisie sommige latere verzen tot eerdere, bestaande soera’s werden toegevoegd. Sommige verzen werden in Mekka gesproken, andere in Medina. Hoe kun je dan – met een grote mate van overtuiging – weten welke verzen de meer gezaghebbende zijn?

Voor degenenen onder u die in het bijzonder in dit onderwerp geïnteresseerd zijn, raad ik Richard Bell’s “Introduction to the Quran (Inleiding tot de Koran)” [3] aan. Bell geeft ook een aantal “abrogaties” in zijn boek. Bell gaat zelfs zo ver, door de Koran te hersamenstellen en komt met een nieuwe verzameling soera’s en verzen.

Een ander moslimschrijver, Mahmoud Ayoub, vat de onzekerheid met de volgende woorden goed samen: “Tot nu toe is er onder moslimgeleerden geen algemene overeenstemming over welke verzen geabrogeerd zijn en door welke verzen.” [4]

De Hughes Dictionary of Islam zegt: “Jalalu’d-Din in zijn ‘Itqan’ geeft de volgende lijst van 20 verzen, die door alle commentatoren erkend worden te zijn geabrogeerd. De lezer wordt verwezen naar Hughes’ werk voor Jalalu’ Dins concrete lijst van 20 [5]. Ik zal er later enkele geven. Ik las dat zelfs tot 500 verzen aan toe door abrogatie getroffen kunnen zijn.

“Nasiekh wa Mansoekh” is geen zwarte-magie-wetenschap, maar het is onmogelijk om in veel gevallen precies te zijn. Dus is er zelfs onder moslimgeleerden onenigheid over.

 

Presentatie van Koranversen die de leerstelling van “abrogatie” vormen

Hier zijn de Koranverzen die de leerstelling van abrogatie opmaken [ 6]:

Soera 2:106: “Welk teken [of vers] Wij ook opheffen of doen vergeten, daarvoor brengen Wij

betere of daaraan gelijke.”

Soera 13:39: “Allah doet te niet [dat is: abrogeert] wat Hij wil en bevestigt wat Hij wil en bij

Hem is de oorsprong van het Boek.”

Soera 17:86: “En als Wij wilden, zouden Wij hetgeen Wij u hebben geopenbaard zeker weg

kunnen nemen…”

Soera 16:101 En wanneer Wij het ene teken [of vers] in plaats van het andere brengen – en Allah

Weet het beste wat Hij openbaart – zeggen zij: “Gij verzint slechts.”

Soera 22:52: “Nimmer zonden Wij een boodschapper of een profeet vóór u of, wanneer hij

(zijn boodschap) verkondigde, kwam de duivel ertussen.
Doch Allah doet hetgeen Satan inblaast te niet [dat is: abrogeert]. Dan bevestigt
Allah Zijn woorden…”

Dit laatste vers staat in verband met die die bekend staan als de “ satansversen”. Op een bepaald moment compromitteerde Mohammed met het heidendom en sprak een “openbaring” die afgodendienst toestond, uit. Later zei hij, dat God hem had laten zien dat hij door satan beetgenomen was en in plaats van Gods woorden satanswoorden sprak. Zijn openbaring die afgodendienst toestond, werd vervolgens verwijderd van het reciteren van de Koran en een ander “openbaring” werd daarvoor in de plaats gezet.

 

Presentatie van abrogerende/geabrogeerde Koranverzen

Er zijn veel gevallen van abrogatie. Vanwege de ruimte beperk ik mijzelf tot de volgende selectie:

In soera 2:142-144 vinden we de verandering van de “Qibla”, de gebedsrichting, van Jeruzalem naar Mekka.

De verandering van straf voor overspel, beginnend met levenslange opsluiting, gevonden in soera 4:15 en vervolgens volgens soera 24:2 verandert tot 100 zweepslagen. Merk op, dat deze twee voorbeelden niet het vorige ‘missende’ vers noemen, dat steniging voorschrijft voor degenen die overspel plegen.

De capaciteit aan gevechtsklare mannen voor de overwinning wordt ook geabrogeerd door het daarop volgende vers:

“O profeet, spoor de gelovigen aan om te vechten. Als er twintig onder u zijn die stand houden, zullen zij tweehonderd overwinnen en als er honderd uwer zijn zullen zij duizend der ongelovigen verslaan, omdat zij een volk zijn dat niet wil begrijpen. Maar nu heeft Allah uw last verlicht, want Hij weet dat er zwakheid in u is. Als er daarom honderd uwer zijn die standvastig zijn, zullen zij tweehonderd overweldigen en als er duizend uwer zijn zullen zij door het gebod van Allah twee duizend overwinnen. En Allah is met degenen die standvastig zijn” (soera 8: 65, 66).

De Zwaardverzen (De Roep): “Vecht en sla dood de heiden (afgodendienaars) waar je ze ook vindt” (soera 47:5), of “bestrijd de ongelovigen in Allah, totdat erg geen verzoeking meer is” (soera 8:39), of “een pijnlijke straf aan hen die het geloof vaarwel zeggen” (soera 9:3). Deze weerspreken allemaal: “Er is geen dwang in religie” (soera 2:256). Merk hier op dat soera 9 één van de laatste “aan Mohammed geopenbaarde” soera’s was”. Logischerwijs moet het dus “er is geen dwang in islam” abrogeren.

Het nachtgebed door de Koran te reciteren moet ongeveer de helft van de nacht beslaan (soera 73:2). Dit werd in die mate veranderd om het hen gemakkelijk te maken (vers 20).

 

Voorbeelden van Boecharie’s Hadieth

Er zijn verscheidene gevallen van abrogatie in Boechari’s Hadieth. Deze illustreren ook de verwarring vanaf de eerste dagen van de islam aangaande abrogatie. Over soera 2:184 en 2:185, de verzen over het vasten, zeggen twee Hadieth (deel 6, nummer 33, 34) dat vers 185 vers 184 abrogeert, terwijl één Hadieth zegt, dat het niet geabrogeerd was (deel 6, nummer 32). Dus zien we, dat zelfs de metgezellen van Mohammed hierover in de war waren.

Een ander geval in Boechari is de abrogatie van 2:284 door 2:285, (deel 6, nummer 68, 69). Opnieuw wordt één vers geabrogeerd door het volgende, opnieuw illustrerend dat Allah niet zeker van zichzelf was.

 

De moslim-antwoorden

Natuurlijk zijn moslims bewust van de theologische problemen die dit onderwerp doet ontstaan. Het werpt twijfel op het karakter van zowel God als van Mohammed en het kweekt theologische verwarring. Eerlijk is daarom om hun verdediging van deze leerstelling te presenteren.

Laten we starten met Yusuf Ali’s commentaar gevonden in zijn Engelse verklaring van de koran [7]. Hier zijn enkele van zijn commentaren die abrogatie verdedigen:

Ali’s commentaar op soera 2:106:

“Wat is de betekenis hier? Als we het in algemene zin nemen, betekent het dat Gods boodschap ten alle tijd dezelfde is, maar dat de vorm kan verschillen volgens de behoeften en eisen van de tijd. Sommige commentatoren passen het ook toe op de Ayat (openbaring) van de Koran. Niets doet afbreuk hierin als we geloven in progressieve openbaring. … Er kan opzettelijke abrogatie zijn, of er kan abrogatie zijn die mensen “doet vergeten of laat vergeten.” Hoeveel goede en wijze instituties worden met het verstrijken van de tijd niet stapje bij stapje overbodig? Verder is er het graduele proces in de evolutie van het in onbruik geraken of het vergeten. Dit betekent niet dat eeuwige principes veranderen. Het is slechts een teken van Allah’s oneindige Macht dat Zijn schepping zoveel vormen kan aannemen, niet alleen in de materiele wereld, maar ook in de wereld van menselijke gedachten en uitdrukkingen.

Ali’s commentaar op soera 16:101:

“De leerstelling van progressieve openbaring van tijdperk tot tijdperk en van tijd tot tijd betekent niet dat Allah’s fundamentele wet verandert. Het is niet eerlijk om een Profeet van Allah te beschuldigen van vervalsing, omdat de Boodschap – zoals die aan hem geopenbaard is – in andere vorm is als het eerder geopenbaarde, wanneer de kern van de Waarheid dezelfde is, want het komt van Allah.”

In de “Tafsir ul-Qur’an”, van Maulana Abdul Majid Daryabadi, [8] wordt het volgende commentaar op 2:106 gegeven:

“Er is niets beschamends in de leerstelling van bepaalde wetten, tijdelijk of lokaal, die door bepaalde andere wetten, permanente en universele en verordent door dezelfde wetgever vervangen of geabrogeerd zijn, in het bijzonder in de loop van de uitvaardiging van die wet. De loop van Koranopenbaring is, door iedereen erkend, geleidelijk geweest. Het kostte ongeveer 23 jaar om de wetgeving te voltooien en te vervolmaken. Geen wonder dan, dat bepaalde, tijdelijke, mindere wetten, door bepaalde andere, blijvende en eeuwige vervangen werden. Zelfs goddelijke wetten kunnen onderworpen zijn aan goddelijke verbetering, zoals met ieder object en fenomeen in het fysieke universum van de schepping. Het moet echter duidelijk zijn dat de leerstelling van abrogatie alleen voor “wetten” geldt en zelfs tot die van mindere en secundaire belangrijkheid. Geloofstellingen, artikelen van geloof, wetsprincipes, vertellingen, vermaningen, morele voorschriften en spirituele waarheden; geen van deze is onderhevig aan abrogatie of herroeping.”

Mahmoud M. Ayoub, in zijn “The Quran and Its Interpreters (De koran en zijn interpretators)”, [4, pagina 139] citeert uit een aantal beroemde Koran-tafsiers (commentaren). Hier zijn enkele van deze commentaren op 2:106.

“Wahadi zegt, dat dit vers naar beneden gezonden was, omdat de metgezellen zeiden: “Zie je Mohammed niet, hoe hij zijn mensen beveelt om iets te doen, vervolgens hun verbiedt om het te doen en hun beveelt het tegenovergestelde te doen? Vandaag zegt hij het zus en morgen verandert hij erover van gedachten. De Koran is niets meer dan de woorden van Mohammed. Het is samengesteld uit woorden die elkaar tegenspreken.” Dus zei Wahidi, God zond vers 101 van al-Nahl (soera 16) naar beneden en dit vers (Wahidi, p.32: zie ook Zamakhshari, I. p. 303). Tabari interpreteert abrogatie (naskh) ruim als “wat we [dat is: God] abrogeren ten aanzien van het voorschrift van een vers dat we veranderen, of dat we met een ander vers vervangen, dus dat wat wettig is kan onwettig worden en dat wat onwettig is, kan wettig worden; dat wat toegestaan is, kan verboden worden en dat wat verboden is, kan toegestaan worden. Dit echter kan alleen worden gedaan ten aanzien van geboden en verboden… maar verslagen of vertellingen kunnen noch worden geabrogeerd noch kunnen zij abrogeren” (Tabari, II, p. 471-472; zie ook Shawkani, I, p 125-126).”

 

Vergelijking met de Bijbel

Leert de Bijbel de leerstelling van abrogatie, zoals die in de islam geleerd wordt? In het geheel niet. Vergelijk Mohammed en de Koran met Mozes en de Torah. Gedurende 23 jaren was Mohammed een religieusleider en in die tijdsperiode werden veel verzen in de Koran geabrogeerd. Echter Mozes besteedde 40 jaar met de Israëlieten zwervend in de onherbergzame omgeving van de Sinaï. Niet één vers van de wet werd geabrogeerd. Toen de Israëlieten zondigden werden zij gestraft. Niets werd veranderd om zaken voor de Israëlieten gemakkelijker te maken. De Wet moest worden gehoorzaamd. Daar viel niet over te onderhandelen. Daarentegen werden in enkele van de geabrogeerde Koranverzen veranderingen gemaakt om het leven voor de moslims (bijvoorbeeld het nachtgebed) gemakkelijker te maken of om straffen (bijvoorbeeld, de straf op overspel) aanvaarbaarder te maken. Met als gevolg dat God met Zijn woord, met Zijn Wet en met Zijn verlangens compromitteerde om het Mohammeds volgelingen gemakkelijker te maken.

Onderzoek het Nieuwe Testament. Kwam Jezus op Zijn woorden terug? Zei Hij, dat hij dingen gemakkelijker zou maken voor iemand die Zijn kruis niet wilde dragen?

Er wordt soms gezegd, dat Jezus de oudtestamentische Wet “abrogeerde”. Iemand die bekend is met het Nieuwe Testament weet, dat christenen geloven dat de oudtestamentische Wet niet langer op de gelovigen in Christus van toepassing is. “Want Christus is het einde van de wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.” (Romeinen10:4) Jezus Zelf zei, dat Hij kwam om de Wet te vervullen en een Nieuw Verbond in leven te roepen. “Dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Mattheüs 26:28).

Dus hoewel we zeiden, dat de Wet niet op ons van toepassing is, betekent het niet dat de Wet geannuleerd of vernietigd is. Hij is daarentegen vervuld. Hij blijft gelden voor degenen aan wie het gegeven was, die niet in Christus zijn. Ten tweede, het Oude Testament voorspelt, dat een Nieuw Verbond op een dag zal gelden.

“Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN. Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: “Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn… want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.” (Jeremia 31:31-34)

Daarom is de realisatie van het Nieuwe Verbond niet zomaar toevallig en is relevant voor christenen. Dit was lang van tevoren voorspeld en veelomvattend.

We geloven in progressieve openbaring. Het Oude Verbond van de Wet, zoals gegeven aan Mozes, werd vervangen door het Nieuwe Verbond van genade, die Jezus introduceerde. Deze ontwikkelingen vonden gedurende 1500 jaren plaats. Vergelijk dat met Mohammeds 23 jaren. Vergelijk de Bijbelse aankondiging van een Nieuw Verbond lang, voordat het tot stand kwam, met hoe Mohammed zijn theorie van abrogatie creëerde. Mohammed kondigde het nooit aan, hij sprak 2:106 alleen uit, nadat de niet-moslims hem aanspraken op zijn koerswijziging.

Daarom kan in het Bijbelse geval geen willekeur bij God worden verondersteld. In dit licht is het onacceptabel dat in een periode van 23 jaren of een avond, een behoefte aan verandering of correctie nodig is. Het is één van tweeën: of God is niet alwetend of de verslaglegger deed een correctie.

 

Commentaar van andere geleerden

Er zijn gematigde moslims die bereid zijn te bespreken wat “abrogatie” betekent in de context van een alwetende God. De moslimgeleerde Ali Dashti [9] schrijft:

“Je moet altijd beseffen, dat de meeste koranwetten en verordeningen geformuleerd werden als antwoord op willekeurige gebeurtenissen en smeekbedes van gegriefde personen. Dat is waarom er enkele inconsistenties in zijn en waarom er abrogerende en geabrogeerde verordeningen zijn… De koranwetten zijn kort en waren onvolledig voor de behoeften van de grote moslimgemeenschap die gedurende anderhalf eeuw na de dood van de Profeet ontstond.”, pagina 54.

Ten aanzien van soera 33:52: “Laten volgens Zamakhshari’s opinie Aisja’s woorden zien dat vers 52 door gewoonte geabrogeerd werd door vers 50 (“O profeet, Wij hebben voor u… wettig gemaakt…”). Echter, een geabrogeerd vers wordt verondersteld te komen na het geabrogeerde.

Niettemin blijft Soyuti in zijn verhandeling over Koranproblemen, genaamd ol-Etqan, vasthouden dat in dit geval het eerdere vers het latere abrogeerde” (pagina 128).

“Een verschillend, maar niet minder verbazingwekkende zaak vergt enig aandacht. Het betreft de aanwezigheid van abrogerende en geabrogeerde verzen in de Koran.

De Korancommentatoren en theologen verzamelden en legden alle gevallen van abrogatie uit. Een eerder geopenbaard vers werd geabrogeerd door een volgend geopenbaard vers met een verschillende of tegenstrijdige betekenis.

Het veranderen van gedachten na het nemen van een beslissing of het maken van een plan is een normale en veelvoorkomende gebeurtenis in levens van mensen, die niet alle relevante feiten op ieder moment kunnen weten… Het is echter in tegenspraak met de rede dat God, die alwetend en almachtig is, Zijn geboden moet reviseren…

Het is juist, omdat God tot alles instaat is en dat Hij niet een vers zou openbaren en het vervolgens zou abrogeren. Omdat alwetendheid en almacht essentiële kenmerken van de Schepper zijn, moet Hij in staat zijn om geboden uit te vaardigen die geen revisie nodig hebben. Ieder nadenkend persoon die in Eén Almachtige God gelooft, is gebonden om te vragen waarom Hij een gebod zou uitspreken en het vervolgens zou intrekken”(pagina’s 154, 155).

De islamgeleerde, A. Guillaume, die islamitische wetenschap doceerde aan de Universiteit van London, Princeton, en de Amerikaanse Universiteit van Beiroet, [10] geeft commentaar op het zwaardvers 9:5 dat andere verzen abrogeert. Hij schrijft in “Islam”: “Echter het is veel moeilijker om de woorden van een boek aan te passen dat door God zelf gedicteerd is. Een geïnspireerde man kan soms fouten maken; een geïnspireerd boek kan dat niet…” (pagina 187).

In “Behind the Veil (Achter de sluier)”, [11] pagina 220, stelt de schrijver:

“In Asbab al-Nuzul, p. 19, zegt de Suyuti dat: “Ibn Abbas zelf zei: “ Soms daalde de openbaring ‘s nachts neer op de profeet en vervolgens vergat hij het tijdens de dag, dus zond God dit vers 2:106 naar beneden.”

En op pagina 226:

“De abrogator gaat het geabrogeerde vooraf. In deel 3, p. 69 merkt de Suyuti op: “In de koran is er geen abrogator (vers) zonder voorafgegaan door een geabrogeerd (vers) met uitzondering van twee verzen, en sommige voegden er een derde aan toe, terwijl anderen er een vierde aan toevoegden.” (Al Itqan)

Ik beveel alle geïnteresseerde lezers aan om het boek “Behind the Veil (Achter de sluier)” van de Voice of the Maryrs te lezen. Het bevat een weide scoop van de fouten en problemen in de islam.

 

Bespreking

Soera 4:82 “Denken zij dan niet na over de Koran? Was deze van iemand anders dan van
Allah dan hadden zij zeker menige tegenstrijdigheid daarin ontdekt.”
Soera 10:64 “De woorden van Allah kennen geen verandering …”
Soera 6:34 “Er is niemand die de woorden van Allah kan veranderen.”

Ik wil mijn positie over dit onderwerp gelijk duidelijk maken: Ik geloof, dat Mohammed feilbaar was, dat zijn “openbaringen” gedeeltelijk waren gebaseerd op zijn eigen vleselijke begeerten en niet op Gods wil. En dat, toen hij de regels veranderde, hij de leerstelling van abrogratie uitvond om zichzelf te beschermen.

Lees soera 4:82 opnieuw. Omdat de Koran veel discrepanties kent, bijvoorbeeld abrogatie, is hij logischerwijs niet van Allah. “Allah” kon de moslimwereld een hoop verwarring, twijfel en uitleg besparen, als Hij direct van het begin af aan een betere tekst gegeven zou hebben.

Lees soera 10:64 en 6:34 opnieuw. Schijnbaar waren Gods woorden veranderd. Sommige werden zelfs vergeten! Hoe dan praat je oprecht de tegenstelling goed? Verandert Gods woord of niet? Of betekent God die de Koran abrogeert dat Gods woord verandert? Deze “god” lijkt in verwarring te zijn.

Hoewel sommige van de abrogaties dan wel geen serieuze tegensprekingen mogen zijn, blijft het een probleem vanwege de bewering dat de Koran “nazil” is. Dat wil zeggen “naar beneden uit de hemel gebracht” zonder tussenkomst van menselijke handen. Dit betekent, dat de originele “on-geschapen” in de hemel bewaarde tabletten, waarvan de Koran voortkomt (soera 85:22) ook deze abrogaties bevatten. Hoe kunnen deze dan Allah’s eeuwige woord zijn?

 

Analyse

Laten we enkele van de abrogaties onderzoeken en ze vergelijken met de moslim-antwoorden. Laten we kijken of ze werkelijk steek houden, dat wil zeggen tegen kritisch onderzoek opgewassen zijn.

Allereerst, de verandering van de Qibla. Dit betrof dat de moslims 160 graden draaiden en tot Mekka zich bogen in plaats van tot Jeruzalem. (Gedurende een tijd richtten de moslims zich naar Jeruzalem om te buigen en te bidden. Later, in Medina, zei Mohammed, dat God hem verteld had om je naar Mekka te richten.)

Zoals iedere westerse islamgeleerde je zal kunnen vertellen, veranderde Mohammeds de Qibla ondermeer, omdat de joden in Medina hem en de islam verwierpen. Hier zijn de Koranverzenr:

“De dwazen onder het volk zullen zeggen: “Wat heeft hen van hun Qiblah, die zij volgden, afgekeerd?”… Wij bepaalden de Qiblah, die gij volgdet slechts, opdat Wij hem, die de gezant van Allah volgt, onderscheiden van degene die hem de rug toekeert. En dit is inderdaad zeer moeilijk, behalve voor hen, die Allah heeft geleid…. Waarlijk, Wij zien uw aangezicht zich naar de hemel wenden, daarom zullen Wij u tot beheerder maken van de Qiblah, die u behaagt. Wend daarom uw aangezicht naar de Heilige Moskee en waar gij ook moogt zijn, wendt uw aangezicht daarheen.” (soera 2:142-144)

Dus was het “zeer moeilijk”? Was het net zo moeilijk als Abrahams beproeving [om zijn zoon te offeren]? Nee. Was het zeer moeilijk om getrouw te zijn en te blijven ondanks vervolging? Nee. Was het zeer moeilijk om ontberingen te verdragen vanwege een missie? Nee. Alles wat zij moesten doen, was slechts hun lichamen 160 graden te draaien. Is dat wat “Allah” “zeer moeilijk” noemt?

Je mag denken, dat het een geloofsbeproeving was, zoals de Koran impliceert. Maar was het dat werkelijk? Verduurden veel van deze moslims niet reeds vervolging in Mekka? Zij reisden daarom toch honderd mijlen om naar Medina te verhuizen? Was het draaien van hun lichaam daarom een werkelijke beproeving voor hen? Hadden veel moslims in Medina voor zijn komst in Medina niet gezegd, dat zij hem als hun profeet zouden ontvangen? Dus zou het hen uitmaken, als hun profeet zei: “Keer je naar het zuiden, in plaats van het noorden”? Ik denk het niet. Je hoort moslims hierover nooit morren, zoals je dat wel hoort over het vernederende Verdrag van Hoedaibia.

Voor de achtergrond hiervan, zie Tabari’s commentaar [12]:

Pagina 24 van deel 7: “…de meerderheid (van de vroege moslimgeleerden) zegt, dat de Qibla veranderd werd… 18 maanden na de komst van (Mohammed).”

Pagina 25 van deel 7: De Profeet richtte zich gedurende 16 maanden naar Jeruzalem, en toen hoorde hij dat de joden zeiden: “Bij God, Mohammed en zijn metgezellen wisten niet waar hun Qibla was, totdat we hen leidden.” Dit vond de Profeet onaangenaam en hij richtte zijn gezicht naar de Hemel en zei: “We zagen het keren van uw gezicht naar de Hemel.”

In werkelijkheid zegt de inleiding (geschreven door W.M. Watt) op deel 7 van Tabari: “De verandering van de Qibla en de instelling van het vasten (Ramadan) zijn niet pure religieuze zaken, maar zijn aan politieke zaken verbonden. Mohammed was eerder overtuigd geworden, dat de openbaringen die hij ontving in essentie identiek waren met die aan de basis van het joden- en christendom liggen; hij verwachtte daarom, dat de joden uit Medina hem als profeet zouden aanvaarden. Met als gevolg, toen hij naar Medina kwam, hij teleurgesteld werd te ervaren dat de joden verre van plan waren zijn profeetschap te aanvaarden en meer geneigd waren om grappen over zijn openbaringen te maken. Slechts één of twee werden formeel moslims.” pagina xxiii.

Nu dan, laten we de verandering van de Qibla vergelijken met wat moslim-apologeten schreven. Kijk (hiervoor) s.v.p. wat Ali en Daryabadi eerder schreven om abrogatie te rechtvaardigen.

Hoe vervulde het veranderen van de Qibla de behoeften van de moslimgemeenschap? Het maakte niet uit welke richting zij zich richten om te bidden. Hoe kan dit progressieve openbaring zijn? Hoezo voortschrijdend? En als de verandering in Qibla werkelijk nodig was, waarom kostte het Allah dan 18 maanden om de boodschap bij Mohammed te krijgen? Waarom werd het pas “geopenbaard”, nadat de joden hem bespotten?

Een tweede voorbeeld: neem de abrogatie van de bekwaamheid van de strijders. Eerst zegt Allah dat 100 moslims 1000 heidenen kunnen verslaan. Dan verandert God deze verhouding, omdat de moslims te zwak waren en zegt Allah dat 100 moslims 200 heidenen kunnen verslaan.

Natuurlijk maakt dit zaken gemakkelijker voor de moslims. Zij hoefden niet met 1 tegen 10 te vechten, maar 1 tegen 2. Maar kende God hun bekwaamheden dan niet voor Hij van gedachten veranderde? Dit type van onwetendheid is gewoon voor mensen, maar niet voor God. Bovendien gezien het feit dat moslims de joden ruim in aantal overtroffen en vier oorlogen tegen hen verloren, moet je jezelf afvragen of Allah werkelijk wist waarover hij aan het praten was.

 

Conclusie

Mohammeds “abrogatie” presenteert een wishy-washy beeld van God. Moslims vertrouwen op een God die zich niet aan Zijn woord hoeft te houden. Deze “god” had zijn gedachten niet op orde. Mohammeds doctrine tast Gods geloofwaardigheid aan door Hem neer te zetten als onwetend, onzeker en onbetrouwbaar. Vanwege deze verwarring van “god”, weten moslims vandaag de dag niet zeker welke regels van toepassing zijn in hun religie. Mohammeds “god” lijkt al met al te menselijk.

Omdat Mohammed delen van de Koran vergat en of om dingen gemakkelijker voor zichzelf of anderen te maken, verzon hij de verzen over abrogatie. Zoals met veel van zijn andere “openbaringen” werden zij bedacht als een antwoord op een bepaalde behoefte of situatie. Zelden werden zij van tevoren geopenbaard. God lijkt in Mohammeds zak te zitten en Mohammed grijpt er wanneer nodig een “openbaring” uit. Zoals in het liedje over Felix de kat “whenever he gets in a fix, he reaches into his bag of tricks”, zo gebruikt Mohammed zijn “god” om uit netelige situaties te komen of om zaken naar zijn hand te zetten. Mohammed hevelt de last over op God. Opnieuw moet God de consequenties dragen van zijn daden.

 

Vragen

· Wat zegt het moslimconcept van abrogatie volgens u werkelijk over de natuur en het karakter van God, Zijn kennis, oordeel en wijsheid?

· Wat zegt de volgorde van abrogatie verzen ons over de Koran. Is het logisch dat een vers wordt gevolgd door een vers dat het annuleert? Of sterker, dat een eerder vers een later vers annuleert? Waarom was het latere vers dan geopenbaard?

· Is het waarschijnlijker dat Mohammed verward was, loog, of geestelijk misleid was, toen hij de Koran uitsprak en het concept van God die Zijn woorden abrogeert schiep?

· Als de koran in de hemel bestaat als een volmaakt boek, waarom zou hij verzen bevatten die geabrogeerd zijn geworden? Als deze verzen werkelijk moesten worden geabrogeerd en zelfs vergeten zijn, waarom waren zij er dan in eerste instantie?

 

Referenties

[1] “Islam: Muhammad and His Religion”, pagina 66, Arthur Jeffery, Bobs Merril.
[2] “Dictionary of Qur’anic Terms and Concepts”, Muntasir Mir, Garland
[3] “Introduction to the Quran”, Richard Bell, R. & R. Clark
[4] “The Quran and its Interpreters”, 20, Mahmoud Ayoub, SUNY.
[5] “Hughes Dictionary of Islam”, pagina 520, P. Hughes, Reference Book
[6] Korancitaten zijn uit de Nederlandstalige interpretatie van de koran die op het web te vinden is.
[7] “The Meaning of the Holy Qur’an”, Yusuf Ali, Amana Corporation.
[8] “Tafsir ul-Qur’an”, Maulana Abdul Majid Daryabadi, Darul – Ishaat
[9] “23 Years: A Study of the Prophetic Career of Mohammad”, Ali Dashti, Mazda.
[10 ] “Islam”, A. Guillaume, Penguin.
[11] “Behind the Veil, Unmasking Islam”, Voice of the Martyrs.1-918-337-8015.
[12 ] “The History of al-Tabari”, M. V. MacDonald, SUNY.


Bijbelcitaten zijn uit de NBG-vertaling © 1951 Nederlands Bijbelgenootschap.

Korancitaten (tenzij anders vermeld) zijn uit de Nederlandstalige interpretatie van de koran die op het web te vinden is.

Andere citaten zijn rechtstreeks uit het Engels vertaald

Laatste bewerking: Januari 2007 (gebaseerd op: Rev A: 5-20-98)

Met toestemming van de auteur is dit artikel vertaald; de originele titel luidt: Ahmad, Allah, and Abrogation