Doel is: ouders weerbaar te maken bij hun contacten met de school van hun kinderen, als zij kritiek hebben op onchristelijke tendensen in het onderwijs.

Motief is de tekst uit 2 Tim. 2:15: “Maak er ernst mede u wèl beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid.”


Inleiding
Binnen het gezin probeer je je kind de christelijke waarden en normen bij te brengen en de liefde tot de Here Jezus te doen ervaren door een positief klimaat en een christelijk leefpatroon. Maar zodra het kind naar school gaat komt een belangrijk deel van de opvoeding bij anderen te liggen.
Zoon of dochter wordt onderwezen, opgevoed en beïnvloed door leerkrachten die misschien de christelijke identiteit accepteren, maar in lang niet alle gevallen ook praktiseren. Daardoor kan het gedrag van het kind in conflict komen met uw overtuiging en kunnen problemen met de school ontstaan. Omdat het een geestelijke strijd is, ontstaan soms grote spanningen, ergernissen en misverstanden.

Sommige ouders hebben er moeite mee het probleem aan de beroepsleerkracht duidelijk te maken; anderen bereiken hun doel niet omdat het aangekaarte probleem teveel weerstand oproept.

Het onderstaande beoogt een handreiking te zijn voor christenouders, die elkaar tot een hand en een voet willen zijn in een platform dat de christelijke opvoeding op de school wil ondersteunen.
Weerbaarheid
Emoties roepen emoties op, en in een emotionele sfeer kunnen gemakkelijk gevoelens gekwetst worden. Voor een weerbare presentatie dient men daarom de volgende drie stappen in de juiste volgorde te doorlopen:

1. Beschrijf het probleem; geef de feiten objectief weer

2. Maak duidelijk wat voor uitwerking het op je heeft; je emoties beschrijven, zonder emotioneel te worden.

3. Vertel wat jij wilt doen en/of wat je wilt dat anderen doen om het probleem te verhelpen; de manier om het actieproces op gang te brengen. Het verzoek moet specifiek zijn.
1. Beschrijf het probleem
Bij de eerste stap moet men zich concentreren op de feiten. De gevoelens moeten zoveel mogelijk uitgesloten worden. Het maakt een groot verschil of men zegt:

• “Die Schrijfdans-methode van jullie vind ik verschrikkelijk” in plaats van: “Mijn kind vertelde dat het zich niet fijn voelde bij de schrijfles”;

• “Die afschuwelijke Pokémon-kaarten zijn ook op jullie school” in plaats van “De kinderen op het schoolplein zijn Pokémon-kaarten aan het uitdelen”;

Het probleem als mening presenteren geeft gemakkelijk aanleiding tot meningsverschillen en ruzies. Wanneer de feiten correct weergegeven worden, bestaat er weinig kans dat hierover discussie ontstaat.

2. Geef aan wat voor uitwerking de feiten op je hebben
Na de eerste stap is er gelegenheid om de emoties te beschrijven, zonder echter emotioneel te worden. Het is niet de bedoeling de gevoelens de vrije loop te laten, maar de ander duidelijk te maken hoe je de feiten ervaart.

• Ik vind het niet juist, dat op een christelijke school de kinderen geleerd wordt om met de handen gekruist en het hoofd gebogen naar het eigen hart te luisteren;

• De geestelijke achtergrond van de Pokémon-kaarten wijzen wij in ons gezin af;

• De nachtmerries en het bedplassen ervaren wij in ons gezin als uitwerkingen van geestelijke boosheden waarover Paulus schrijft in de brief aan de Efeziërs.

Uiteraard mogen negatieve gevoelens geuit worden, maar de woorden die gesproken worden moeten voldoen aan de bijbelse norm: “Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; u moet weten, hoe u aan ieder het juiste antwoord moet geven.” (Col.4:6) Ga er in het begin altijd van uit dat iedereen goede bedoelingen heeft en een vriendelijke, tactvolle en diplomatieke behandeling verdient.
3. Vertel wat u wilt gaan doen of wat u wilt dat er gedaan wordt om het probleem te verhelpen.
Op deze wijze wordt het actieproces op gang gebracht. Wanneer niet gezegd wordt wat u wilt, kunnen de leerkrachten dat ook niet weten. Het verzoek of voorstel moet ook specifiek zijn.
Alleen zeggen dat de methode ‘Veilig leren lezen’ occult is, zal minder effect hebben dan vriendelijk vragen: “Ik heb materiaal voor u, zou u dat eens willen lezen?”

Omdat men zich richt op wat er gebeuren moet, voorkomt men dat er bij voorbaat negatieve gevoelens opgewekt worden bij de persoon die de boodschap ontvangt.

Voorbereiding
De maatschappij vertoont steeds meer onchristelijke tendensen en die invloed dringt ook door in de christelijke scholen. Deze beïnvloeding gaat zo geleidelijk, dat velen het niet merken. Men moet dus niet verbaasd zijn dat de leerkrachten niet begrijpen waarom u als christen verontrust bent. Als ouder is het dan ook wijs om zich goed voor te bereiden voordat men het gesprek met de school aangaat.

Als ouder kunt u zich toerusten tot een zinvol contact door:

• Gebruik te maken van materiaal van deskundigen, zoals bijvoorbeeld B&O dat uitgeeft;

• Zich in te leven in de situatie van de leerkracht, die zich gemakkelijk in zijn beroepseer aangetast kan voelen;

• Eenvoudige communicatieprincipes in acht te nemen, zoals: een neutrale toon aanslaan; niet te hard, niet te zacht, niet te snel, met juiste intonatie, en de gesprekspartner aankijken;

• Als groep van ouders regelmatig contact met elkaar te hebben, om elkaars kennis en deskundigheid te delen. Bijvoorbeeld communicatietechniek, bijbelkennis, enz Een dergelijke groep is het meest effectief in interkerkelijk verband.

Wij bevelen u aan om voor uw school een Platform te vormen waar ouders:

  1. elkaar kunnen attenderen op geestelijke gevaren en elkaar kunnen steunen;
  2. onderlinge deskundigheid kunnen uitwisselen;
  3. zichzelf kunnen oefenen in het effectief christelijk handelen wat betreft het onderwijs, door te werken aan concrete doelstellingen.

De vereniging Bijbel en Onderwijs wil daarin behulpzaam zijn.

dr. W. Hoek

Elf argumenten voor christelijke rockmuziek nader bekeken.

Als er één discussie is waaraan je tegenwoordig je vingers lelijk kunt branden, vooral als je de discussie met jongeren en jongerenorganisaties aangaat, is het wel die over christelijke rockmuziek. De argumenten vóór en tegen vliegen over tafel en al snel raken de gemoederen oververhit.
Is het meer dan een gewoon generatieconflict tussen ouders en kinderen of een discussie over goed en kwaad?
Ja, want muziek spreekt direct tot de ziel van de mens en de invloed ervan (zowel van goede als van slechte muziek) valt niet te onderschatten. De vraag rest of het echter zo zwart-wit is en of goede muziek zo makkelijk van slechte muziek te onderscheiden valt.

In het kader van deze discussie kijken we naar elf argumenten die vóór christelijke rockmuziek spreken.

1) NIEMAND MOET DE BEDIENING OF MUZIEK VAN DE ANDER VEROORDELEN.

‘Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zult gij wedergemeten worden’ (Mattheüs 7:1,2).

Voorstanders van christelijke rock zijn dol op deze verzen, want ze sluiten de deur voor elke vorm van kritiek op hun favoriete band of artiest. Maar christenen zijn wel degelijk geroepen om te oordelen. In Leviticus 19:15 staat: ‘in gerechtigheid zult gij uw naaste richten.’ Of Johannes 7:24: ‘Oordeelt een rechtvaardig oordeel’. Jesaja 61:8: ‘Want Ik, de Heere, heb het recht lief’.
Er zijn meer teksten in de bijbel over oordelen, dan die twee verzen uit Mattheüs. Wie daar bovendien verder leest, ziet dat het in de context gaat over het oordelen op een hypocriete manier, niet over een rechtvaardig oordeel.

2) DE BIJBEL ZEGT DAT WE ONZE MUZIEK LUID MOETEN SPELEN.

‘Looft hem met geklank der bazuin… looft Hem met de trommel… looft Hem met snarenspel… looft Hem met klinkende cimbalen.’ (Psalm 150)

Wat is lofzang? Luidkeels schreeuwen, boven het oorverdovende geluid van elektrische gitaren: ‘Jezus is de weg!’…? Een gitaarsolo van 110 decibel? Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest. Hoe moet hij deze herrie verdragen? Rockmuziek is al veertig jaar het terrein van de duivel. Het is naïef om te denken dat door het veranderen van teksten het kabaal plotseling geheiligd is. De bron blijft hetzelfde, en wie zich verdiept in de inspiratiebronnen van christelijke rockers, komt dezelfde namen tegen als bij die van de wereldse rockmuzikanten.

3) OM ONGELOVIGEN TE BEREIKEN MOET JE HUN MUZIEK SPELEN

‘Allen ben ik alles geworden, opdat ik immers enigen behouden zou.’ (I Korinthe 9:22)

Toen Paulus deze woorden schreef, hoe ver was hij toen bereid te gaan, in zijn ijver verloren zielen te redden? Werd hij een alcoholist om de dronkaards te redden? Wentelde hij zich in seksuele zonden, om de prostituees te redden? Natuurlijk bedoelde Paulus dat niet. Er zijn grenzen. Als een christen het evangelie wil brengen in een kroeg, dan is dat zijn goed recht, maar zodra hij een eerste biertje meedrinkt met de drinkers daar, is de kracht van zijn getuigenis weg en het uiteindelijk doel van zijn komst, naar de achtergrond verdwenen. We moeten zondaars uit de kuil van het verderf trekken, niet er zelf ook in springen. De Here Jezus is die weg nooit gegaan, wij moeten dat ook niet doen.

4) ROCKMUZIEK IS NEUTRAAL. HOE JE ERMEE OMGAAT BEPAALT OF HET GOED OF SLECHT WORDT. ALS EEN CHRISTEN DE MUZIKANT IS, KAN DE HEILIGE GEEST ERDOOR HEEN WERKEN.

Muziek en soorten muziek zijn niet neutraal. Volgens alle serieuze medische, fysiologische en psychiatrisch onderzoeken, heeft muziek invloed en is de stijl en het ritme bepalend. Ook het Woord van God maakt duidelijk dat muziek niet neutraal is.
Het idee dat er een neutraal gebied is, is een occulte gedachte, , geen christelijke. De occulte leer over ‘De Kracht’ leert dat er een neutrale kracht is in alles wat leeft, die ten goede of kwade gebruikt kan worden. Zo kan hekserij goed én kwaad zijn, afhankelijk of het witte of zwarte hekserij is. Maar beide krachten komen uit dezelfde bron: satan. Wat zegt de Bijbel? Toen God naar zijn schepping keek, sprak Hij: ‘En Zie, het was zeer goed’. Er was geen neutrale grond. De occulte leer stelt dat ‘goed of kwaad in the eye of the beholder ligt. De Bijbel trekt echter van kaft tot kaft scheidslijnen tussen goed en kwaad.

5) WE MOETEN ROCKMUZIEK GEBRUIKEN OM EEN VERLOREN GENERATIE TE BEREIKEN, WANT DAT IS DE TAAL DIE ZIJ SPREKEN

Christenen verdedigen rockmuziek, want ‘onze muziek’ moet van hetzelfde niveau zijn als dat van de wereld, om niet bij voorbaat afgewezen te worden. Maar, er zijn grenzen aan de vormen van evangelisatie. Jezus vertelde zijn discipelen het stof van de schoenen af te kloppen, als mensen het evangelie niet aannamen. Liever dat, dan net zolang water bij de wijn doen, totdat het wel aanvaardbaar is. Als gospelrock zo nodig is om jongeren te bereiken, hoe zijn zij de afgelopen eeuwen dan bereikt? En waarom gebruikten Paulus, Silas en de andere geen muziek tijdens hun bediening? Destijds waren de mensen precies zo gevoelig voor de invloed van muziek als nu.

6) IK VOEL ME LEKKER DOOR GOSPELROCK. HOE KAN HET DAN VERKEERD ZIJN?

Deze dwaalleer heeft de kerk doortrokken op veel meer gebieden, dan alleen maar muziek. Christenen zijn niet tot geloof gekomen, maar ‘tot gevoel’, denk je soms. Goed voelen is belangrijker geworden dan heilige vrees voor God. Tegenwoordig draait het zelden meer om gehoorzaamheid aan God, maar om ons gevoel. We prediken binnen de kerkmuren een evangelie van liefde en gaan daarbij voorbij aan de vreze Gods. Die twee aspecten van het Evangelie moeten hand in hand gaan. Niemand in de hele Bijbel preekte meer over de hel dan Jezus zelf. Natuurlijk, soms gooien gospelrockers wat met teksten over Armageddon of het Laatste Oordeel, maar dat gaat verloren in het lawaai van headbangende rockers en de hossende menigte.

7) MAAR JONGEREN WORDEN GERED DOOR GOSPELROCK. HOE KUNNEN WE HET DAN VEROORDELEN?

Het is niet moeilijk om jongeren, opgezweept door de muziek en de sfeer tijdens een concert, te overtuigen Christus aan te nemen. Maar is dat wat Christus wil? Hij wil dat we in gebrokenheid van hart en nederigheid van ziel met onze zonden tot hem komen. Hij wil geen half lamgeslagen, verdoofde christenen die Jezus tot een idool maken. Zonder heiligheid, zonder overtuiging van zonde, zonder bekering, zonder alles. Gospelrockers schermen ook met duizenden bekeerlingen door hun bediening. Ziet u de vruchten daarvan in uw gemeente? Jongeren die geestelijk de diepte in gaan en de groei vertonen, die de vrucht is van ware bekering? Heeft gospelrock uw kerk dichter tot de levende en heilige Christus getrokken?

8) VOLGENS PAULUS IS NIETS ONREIN VAN ZICHZELF. ROCK IS GEWOON EEN MODERNERE MUZIEKSTIJL.

‘Ik weet en ben verzekerd in de Heere Jezus, dat geen ding onrein is in zichzelve, dan die acht iets onrein te zijn, dien is het onrein.’ (Romeinen 14:14)

Christelijke rock kan dus ook niet onrein worden genoemd, want niets is uit zichzelf onrein. Is de zaak zo eenvoudig? De Bijbel noemt immers diverse zaken die onrein zijn: bestialiteit, toverij, contact met geesten. En er zijn nog veel meer voorbeelden. Volgens het bovenstaande argument zijn deze zaken dus niet onrein, behalve voor wie ze onrein acht. Dat is een verdraaiing van de Schriften. Volgens het Woord van God zijn bepaalde zaken wel degelijk onrein. Wie de context van Romeinen 14 leest, ziet dat Paulus sprak over voedsel en feestdagen. Futiliteiten – in het licht van het Evangelie – waaraan Paulus geen verdere tijd wilde verkwisten. Rockmuziek heeft de laatste decennia bewezen onrein te zijn. Het heeft muren van moraal neergebroken, het heeft pornografie, rebellie, haat, drugsgebruik, zelfmoord, vleselijkheid en occultisme gepredikt.

9) GOD KAN ALLES GEBRUIKEN OM MENSEN TE BEREIKEN, DUS OOK GOSPELROCK

Amen. God kan alles. Hij doet wat Hij wil. Hij is God. Maar de vraag is of het Zijn keuze zou zijn om rockmuziek te gebruiken. De Bijbel zegt: ‘Onthoudt u van alle schijn des kwaads’. (1 Thessalonicenzen 5:22). De Heere roept ons op heilig te leven, dat wil zeggen: afgezonderd (van de wereld). Als gospelrockers dezelfde haarstijl, outfit, kleding, concerten, lichteffecten, rookmachines en muzikaal geweld gebruiken als de wereldse rockers, dan presenteren ze op zijn minst de schijn van kwaad. Dat is vér weg van heiligheid. Het is misleiding. Rockmuziek is van de wereld. Wie van rockmuziek houdt, houdt van de wereld, en wie de wereld liefheeft, wordt daarmee een vijand van God (Jacobus 4:4).
Maar, zeggen de fans: ‘Ik hou van Jezus en van gospelrock.’ Wat ze in feite zeggen is: ‘Ik hou van Jezus en van de muziek van de duivel.’ Die twee gaan niet samen. Lees 1 Johannes 2:15-16 er maar eens op na. En als u wilt discussiëren, doet u dat dan met God. Hij liet deze teksten optekenen.

10) ALS JEZUS GEPREDIKT WORDT, DOET DE REST ER NIETS TOE

‘Wat dan? Nochtans wordt Christus op allerlei wijze, het zij onder een deksel, het zij in de waarheid, verkondigd; en daarin verblijd ik mij.’ (Filippenzen 1:18)

Zolang Jezus maar gepredikt wordt via de teksten van gospelrock, dan is het goed. Ja? Als een vrouw werkt als een topless danseres, om zo de aandacht van mannen te trekken en hen vervolgens het Evangelie te vertellen, is dat geoorloofd? Natuurlijk niet. Paulus bedoelde niet dat alles kan. Zonde blijft zonde. En het is nooit Gods keus om de zonde in te schakelen om zijn wonderlijke boodschap van redding te verkondigen.
God schreef deze brief vanuit gevangenschap en er waren velen die vanuit verschillende oogmerken Christus predikten. Paulus lag er niet van wakker, maar hij keurde geenszins de zonde goed.

11) WAAROM MAG ALLEEN DE DUIVEL GOEDE MUZIEK HEBBEN? VERDIENT GOD NIET HET BESTE?

Deze populaire leus (‘why should the devil have all the good music’) geeft ons een mooie uitdaging. We kan tien goede aspecten van rockmuziek noemen? Goed dan. Vijf? Eentje? Voor elk ‘goede’ vrucht (voel me er goed bij, stoom afblazen…) zijn er vijf slechte. Als dit ‘het beste voor God’ is, staan de zaken er slecht voor. Zelfs zonder woorden is deze muziek rauw, rebels, oorverdovend, opzwepend. Door daar christelijke teksten aan te plakken, vindt u dan ‘de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat’?

Jesaja 5:20 – ‘Wee degenen, die het kwade goed heten, en het goede kwaad; die duisternis tot licht stelle, en het licht tot duisternis, die het bittere tot zoet stellen en het zoete tot bitter.’

(ingekorte vertaling vanuit ‘Dancing with demons’, Jeff Godwin, Chick Publications)

Voor wie meer wil lezen, in de Engelse taal: http://www.av1611.org/ (en dan zoeken op ‘christian rock’)

Christelijk onderwijs in een multiculturele samenleving

Als christenen belijden wij Jezus Christus als Gods enige weg tot het heil. Het Evangelie is Gods enige heilsboodschap voor de van Hem gescheiden mensheid, die zich in onheil bevindt.
Bijbel & Onderwijs constateert dat christelijke scholen met deze belijdenis verschillend omgaan. Daarom zijn wij verheugd met de verklaring die hierover onlangs is verschenen. In deze verklaring doet het Theologisch Convent van Belijdende Gemeenschappen in Duitsland een klemmend appèl op christenen wereldwijd om alle religies te beoordelen in het licht van het Evangelie. Aangezien men zich hierbij ook richt tot het onderwijs, nemen wij–met toestemming van en dank aan het Reformatorisch Dagblad–enkele delen uit deze verklaring over.
In dit document worden wij herinnerd aan onze christelijke verantwoordelijkheid om de heilsopenbaring van God in Christus, die ons in de Heilige Schrift is toevertrouwd, te bewaren en aan anderen uit te dragen.

Dit betekent geen minachting van andere religies en hun culturele waarden. Ook willen wij niet onze eigen christelijk religie op een voetstuk plaatsen. Wat ons drijft, is wat in 1 Timotheüs 2:4 staat, namelijk dat God wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.

Onze cultuur raakt steeds meer vervreemd van haar wortels, te meer daar andere, zich uitbreidende, vreemde godsdiensten grote invloed op het openbare leven hebben. Zelfs onze nationale identiteit wordt bedreigd (waarbij ons het fundament aan eeuwenlang aanvaarde waarden en normen wordt ontnomen).

In het licht van de toenemende onzekerheid waarin christenen en gemeenten verkeren, richt het Theologisch Convent zich daarom tot kerk en zending, theologie en onderwijs met het verzoek deze aan de Bijbel te toetsen, haar met elkaar te bespreken en in de eigen omgeving bespreekbaar te maken/uit te dragen. (hetgeen wij dus bij deze doen.)


Universele zelfopenbaring
De levende, drie-enige God, zoals Hij Zich aan de gehele mensheid in de Bijbel heeft geopenbaard, is tegenover alle goden van andere religies de alleen ware God. Wij geloven en belijden dat de Heilige Schrift ons in zowel het Oude als het Nieuwe Testament duidelijk zegt dat God van eeuwigheid de Ene is, Die Zich als levende en soevereine van alle valse goden principieel onderscheidt.

Deze drie-Enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, heeft de mens naar Zijn evenbeeld gemaakt. Hij is Schepper van iedereen en wil ook hun Verlosser en Vernieuwer zijn tot het doel van ieders leven. Aan Zijn bijbelse zelfopenbaring moeten alle godsvoorstellingen zichzelf op hun waarheidsgehalte toetsen. Godsdiensten waarin andere goden aangeroepen worden, laten dit na; zij handelen tegen het eerste gebod en beledigen Gods majesteit.

Wij wijzen de gedachte van de hand als zouden over het goddelijke en de levensgeheimen geen duidelijke leeruitspraken mogelijk zijn. Dat geldt ook voor het denken dat elke religie uit eenzelfde bron stamt en daarom gelijke zeggingskracht zou hebben. In Jesaja 44:6 staat duidelijk: “Ik ben de Eerste en de Laatste; buiten Mij is er geen God.”


Zondeval
Sinds de zondeval leven alle mensen vanaf hun geboorte zonder God. Zonder heil kunnen ze zichzelf niet bevrijden, ook niet via de weg van de godsdiensten. Al het menselijk onheil gaat terug op het menselijke verzet tegen de Schepper.

Alle buitenchristelijke religies en ideologieën met hun vermeende oplossingen voeren op een dwaalspoor. Zo bezien zijn alle religieuze systemen bedrieglijk, daar waar zij in hun denken de oorspronkelijke verhouding tot God en de breuk met Hem niet serieus nemen en vasthouden aan menselijke mogelijkheden tot herstel (van werken, rituelen en karma).

Nog gevaarlijker zijn die religieuze systemen -te denken valt aan mystieke Aziatische godsdiensten- die de eenheid tussen het menselijke zelf met de godheid leren. Wij verwijzen naar Romeinen 3:23 en Galaten 2:16.

Wij geloven en belijden dat God in Christus tot ons gesproken heeft. Door Zijn menswording en Zijn zoendood heeft Christus een verloren mensheid met God verzoend en van de verderfelijke macht van zonde, dood en duivel verlost. Door Zijn lichamelijke opstanding en hemelvaart heeft God Hem als de enige Middelaar tussen Zichzelf en de mensen aangesteld en Hem tot universeel Heer gemaakt over alle machten, alsmede als rechter der wereld. In gelovige toewijding aan Hem of door afwijzing van Hem ligt de beslissing tussen eeuwig heil of eeuwige verdoemenis.


Algemene openbaring
God heeft de mens naar Zijn beeld en tot gemeenschap met Hem geschapen en roept daarom ieder mens tot bekering (terugkeer tot God), Hand. 17:30-31. Ondanks de zondeval is in de mensheid een hunkering naar de nabijheid van God overgebleven. Daarin zien we Gods wil om de mensen in Zijn gemeenschap terug te brengen en door een geestelijke wedergeboorte van binnenuit te vernieuwen.

God heeft het ook de in zonde gevallen mensen mogelijk gemaakt om Hem en Zijn wil tot op zekere hoogte te kennen, opdat zij Hem zullen zoeken, eren en danken. Wij geloven en erkennen dat God Zich aan het begin van de geschiedenis aan de stamouders van het menselijk geslacht heeft geopenbaard en Zijn wil heeft bekendgemaakt. Dit kennen en vereren van de ene God der schepping bleef, hoewel vertroebeld en verdraaid, in de daaropvolgende generaties behouden. Ook na de verdrijving uit het paradijs, de zondvloed en de verstrooiing van de volkeren, heeft God Zich aan de mensen bekendgemaakt via de werken van Zijn schepping in Zijn macht, wijsheid en goedheid.

Daarom hebben vele buitenchristelijke religies voorstellingen van een machtige scheppergod -die waakt over goed en kwaad- , die wezenlijke trekken gemeen hebben met de bijbelse zelfopenbaring. Daarin weerspiegelen de voorchristelijke religies, hoewel ze de goddelijke waarheid verdraaid hebben, toch een deel van Gods orde in de onderhouding van de wereld. Daardoor bewaart God de mensheid in Zijn geduld en goedheid voor zelfvernietiging, opdat ze na de komst van de Verlosser Christus, door de verkondiging van het Evangelie het heil kan ontvangen. Op grond van deze algemene openbaring (onder meer volgens Genesis 9 en Romeinen 2) kunnen mensen aangesproken worden (zoals de Romeinse hoofdman Cornelius in Handelingen 10 en 11).


Benaderen van niet-christelijke godsdiensten
We geloven en erkennen dat naar het getuigenis van de Heilige Schrift de nietchristelijke religies door drie factoren worden bepaald:
* het lankmoedige werk van God in Zijn algemene openbaring ter voorbereiding van de heilsopenbaring,
* de religieuze praktijken van de mens,
* de verleidende werkzaamheid van satan en zijn demonen.

Voor een adequate beoordeling van de religies met het oog op onze confrontatie dienen wij deze factoren te onderscheiden. Zo mogen wij onze informatievoorziening over de andere religies niet beperken tot vermeende ‘neutrale’, algemene inlichtingen van de godsdienstwetenschappen. Alleen wanneer het totale getuigenis van de Schrift over buitenchristelijke religies tot zijn recht komt, kunnen de resultaten van godsdienstwetenschap in hun veelkleurigheid adequaat worden geduid.

Dit proces van toetsend onderscheid zal zich ook op onszelf als christenen moeten richten. Immers, het conflict tussen ware en valse religie gaat ten diepste tussen
– het levende vertrouwen op de Drie-enige God, Die Zich in Christus openbaart, en
– alle vormen van eigenmachtige religiositeit die niet uitgaan van het geloof in Jezus Christus.

Wanneer wij erkennen dat ook ons eigen christelijke bestaan voortdurend door religieuze ontaarding wordt bedreigd, zal dit ons christenen bewaren voor een zelfverzekerde of arrogante houding in de confrontatie met buitenchristelijke religies.


Apologetisch getuigenis
Wij geloven en erkennen, dat wij aan aanhangers van andere religies getuigenis dienen af te leggen aangaande Jezus Christus als Heere en Verlosser van de wereld. Deze dialoog kan echter nooit de bijbelse, onopgeefbare eis aan de kant schuiven, die luidt: de tot dan toe heersende religieuze machten af te zweren, zich in boete en geloof aan Jezus Christus als persoonlijke Heiland toe te vertrouwen en zich aan Hem als Heere te onderwerpen. Deze apostolische oproep geldt voor de aanhangers van alle religies, inclusief het jodendom en de islam.

Hiermee wijzen wij ook het vooroordeel van heden ten dage af dat dit standpunt fundamentalistisch en achterhaald is, omdat het zou voorbijgaan aan de spirituele werkelijkheid van de ‘andere manieren van geloven’. Wij citeren: “Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn” (Filippenzen 2:10).


Apocalyptisch perspectief
Met het voortschrijden van de geschiedenis van de mensheid naar het einde krijgt de wereld van de niet-christelijke religies een steeds duidelijker antichristelijk karakter.

Wij geloven en erkennen, dat Jezus Christus ons voorzegt dat in de eindtijd zich een toenemende activiteit van valse christussen zal voordoen, alsmede een antichristelijk wereldrijk op basis van ideële gelijkschakeling. Deze zal naar de overtuiging van vele exegeten de vorm krijgen van een eenheidsreligie die alle religies en ideologieën omvat.

Met het oog op de profetische voorzegging van een tot rijpheid komende wereldwijd en totalitair doorgevoerde vorm van syncretisme – de hoer Babylon uit Openbaring 17- moeten we de uitdrukkelijke wil van de Heer van de kerk serieus nemen, dat Zijn gemeente Hem bij Zijn wederkomst als een reine maagd wordt voorgesteld, van wie het geloof vrij is van heidense bevlekking (2 Corinthiërs 11:2, Openbaring 14).

 

Het nieuwe vak Algemene NatuurWetenschappen roept tal van levensbeschouwelijke en ethische vragen op. De nieuwe methode ANtWoord gaat hier vanuit de Bijbel op in.

ANtWoord: ANW-methode voor het christelijk onderwijs

Het vak Algemene NatuurWetenschappen roept tal van levensbeschouwelijke en ethische vragen op. De nieuwe methode ANtWoord gaat hier vanuit de Bijbel op in.
Een nieuw vakgebied
Met de invoering van de vernieuwde Tweede Fase voor de bovenbouw van havo en vwo werd ook het vak Algemene Natuurwetenschappen, afgekort ANW, ingevoerd. Vier vragen staan bij dit vak centraal:
* Waar haal je kennis vandaan? * Hoe weet je wat waar is?
* Hoe gebruik je kennis? * Mag alles wat kan?
Deze vragen bieden alle kansen voor scholen om zich te profileren. Christelijke scholen hebben nieuwe mogelijkheden om hun identiteit gestalte te geven.

Het examenprogramma kent zes domeinen. Het eerste gaat over vaardigheden en is gelijk aan dat van de vakken biologie, natuurkunde en scheikunde. Het tweede gaat over analyse en reflectie en gaat over de vier bovengenoemde vragen. De inhoudelijke domeinen gaan over Leven (onder andere over de oorsprong), over Biosfeer (zoals duurzame ontwikkeling), over Materie (zoals productieprocessen) en over Heelal.
Het vak Algemene Natuur Wetenschappen
Natuurwetenschappers en in hun kielzog technici, staan in hoog aanzien in onze technologische maatschappij. Kennis over gezondheid, voedsel voor iedereen en allerlei toepassingen van natuurwetenschap maken ons leven aangenaam. ANW heeft als belangrijkste doel dat leerlingen gaan nadenken over de rol die natuurwetenschap om hen heen vervult. De onderwerpen voor ANW zijn gegroepeerd rond vier domeinen: Materie, Leven, Biosfeer en Heelal. Daarbij moet de natuurwetenschap in een context worden geplaatst die voor de leerlingen raakt aan hun eigen beleving.

Het onderwijs in het vak ANW richt zich op de vragen rond de natuurwetenschap. Er komen vragen aan de orde over de geschiedenis van natuurwetenschap en techniek, de betrouwbaarheid (is alles waar wat de wetenschap beweert) en hoe de wetenschappelijke kennis toegepast mag worden. Objectieve en waardenvrije wetenschap bestaat niet. Denk maar aan DNA-technologie, ingrijpen in landbouwgewassen, beheer van de aarde, hoe de kosmos en het leven zijn ontstaan, enzovoort.


Een ANtWoord op ANW
Bij ANW komt de identiteit van het onderwijs nadrukkelijk in beeld. Daarom is ANtWoord ontwikkeld. Een breed team van acht auteurs werd gevormd. Na een periode van brainstormen over de uitgangspunten, is van start gegaan met het schrijven van het materiaal. Vanaf september 1999 is er in vijf scholen ervaring opgedaan met de ‘nulde’ versie. Na het nodige schaafwerk zijn  de prachtig vormgegeven boeken van de persen gerold. De methode bestaat uit een leer-/werkboek (met werktekst en opdrachten), een full-colour bronnenboek (met uitlegteksten, excursen en bronnen), een internetsite (nog in ontwikkeling) en een docentenboek


Drs. A. Kraaiveld bespreekt in twee artikelen het boekje ‘Erziehung im Angriff’, een uitgave van IABC in Wuppertal.

De opvoeding ter hand nemen!!

In het voorjaar van 2007 is het Duitstalige boekje ‘Erziehung im Angriff!’ verschenen. Het boekje is op de redactie van Bijbel & Onderwijs terechtgekomen. In dit artikel wordt het eerste deel van het boekje besproken. De schrijvers Christiane en Grant Nelson stellen, dat in onze tijd veel gezegd en geschreven wordt over het opvoeden van kinderen. De termen vrijheid en emancipatie lijken een belangrijke plaats in te nemen. De moderne visies beïnvloeden gewild of ongewild ook het denken van de christen-ouder/opvoeder. Christiane en Grant Nelson proberen te zoeken naar vaste ijkpunten voor een christelijke opvoeding.

Het kind in het middelpunt

Al vanaf de 17e eeuw proberen mensen zich los te maken van de kerk en de invloed van het christen-zijn. De filosofen René Descartes en Rousseau plaatsen de mens in het middelpunt. ‘Cogito, ergo sum’ (Ik denk, dus ik besta). De mens is zelf de maatstaf van de dingen. Ervaring en aanleg wijzen de mens de goede weg door het leven. Als je de natuur tot ontwikkeling laat komen (in de mens), komt het goede te voorschijn. Maar het tegenovergestelde blijkt waar, kinderen roepen om hulp, verkeren in problemen. De kindertelefoon wordt steeds meer gebeld. Crisisopvang is meer nodig dan ooit.

De Schepper weet het beter

De Schepper weet wat het beste is voor kinderen, voor mensen. De Bijbelse visie op het kind onderscheidt zich principieel van de emancipatorische visie. Zij leert de zondige natuur van elk mens vanaf zijn allereerste levensbegin, die aangewezen is op omgang met anderen en met de levende God. En dat heeft consequenties. De opvoeder wacht niet meer totdat het kind zelf kiest, maar leert het kind, onderwijst het kind. Deut. 6: 6-7 ‘En deze woorden, die Ik u heden gebiedt, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zijt, en als gij op de weg gaat, en als gij neerligt, en als gij opstaat.’

De Bijbelse opvoeding

Het Bijbelse opvoedingperspectief heeft duidelijke doelen: een geestelijk stabiel kind en in de verhouding tot de naaste betrouwbaar en evenwichtig. De opvoedingsweg is vaak moeizaam en vraagt veel geduld en inzet van de opvoeder, die de natuurlijke neiging van het kind stuurt in zijn zondige aard en aanleg. De autoriteit van de opvoeder en de onderwerping van het kind zijn daarin de basis. De opvoeder is vanuit belangeloze liefde gericht op het kind. De opvoeder is immers zelf onder de autoriteit van God geplaatst. Opvoeding in en tot gehoorzaamheid verlangt van de opvoeder, dat hij/zij zich bewust is van de zondige natuur van het kind en van hem/haar zelf en daardoor weloverwogen en vanuit rust handelt. Een straf moet leiden tot vrijwillige spijt en tot aangenomen vergeving. Een straf is geen straf uit woede, maar om de wil van het kind te neigen.

Eerbied en ontzag

De opvoeding tot eerbied en verantwoordelijkheid is van wezenlijk belang voor de verhouding van het kind tot God en tot zijn naaste. Eerbied voor de ouders is een grondprincipe van de geborgenheid van het kind bij zijn ouders. In het vertrouwen op de ouders beleeft het kind de eigen onvolkomenheid en afhankelijkheid, wetend veilig, geborgen en geliefd te zijn bij de ouders. De zelfzucht en de neiging om eigen wegen te gaan wordt door het ontzag voor de ouders begrensd. Het kind leert om rekenschap af te leggen en terug te zien op zijn emoties en impulsen, zonder dat het aan de consequenties hiervan overgeleverd is. Zo leert het kind ook rekenschap te geven tegenover God.

Karakter

De christen-ouder moet erop gericht zijn, dat het karakter van het kind gevormd wordt. Zo wordt de persoonlijkheid van het kind gevormd. Karaktereigenschappen als zelfcontrole, doorzettingsvermogen, evenwichtigheid, moed, behulpzaamheid, dapperheid, etc. zijn een gevolg van de groeiende liefde tot de levende God en de liefde tot de naaste, die de eigenliefde op de achtergrond stelt.

Persoonlijke betrekking op God

Het is van eeuwigheidswaarde dat het kind leert om in een persoonlijke betrekking en in afhankelijkheid van de levende God in Jezus Christus te staan. Eerst aan de hand van de ouder(s), maar later ook door zelf met het Woord bezig te zijn. De opvoeder moet het kind hiertoe ruimte geven en in gesprek met hem blijven. In de ontmoeting met anderen moet het kind uiteindelijk zo toegerust zijn, dat het onafhankelijk van de groep de autoriteit van de waarheid van God als maatstaf neemt en volgt. Weerbaar tegen alle invloeden die op hen afkomen, bijvoorbeeld door internet en alles wat daardoor op (jonge) mensen af kan komen.

Verhouding tot het kind in de opvoeding

De moderne opvoeder past zich vaak aan het kind aan. De reclame speelt daar op in, je moet er als ouder uitzien als je zoon of dochter. Het lijkt ‘cool’ om op gelijkwaardige voet met je kind te staan. Het lijkt alsof de moderne opvoeder bang is om de eigen autoriteit te stellen tegenover het kind. Hierdoor wordt de opvoeder veel meer een begeleider dan een opvoeder. In de Bijbelse opvatting is de opvoeder de onderwijzende en het kind de lerende. Waar moet een kind zijn oriënteringspunt vandaan halen, wanneer het helemaal vrijgelaten wordt? De moderne opvoeder lijkt zich niet verantwoordelijk te zien voor de toekomst van het kind. Bewuste leiding van het kind wordt vermeden. Het kind moet zelf keuzes kunnen maken, het is zijn of haar leven. De vruchten van deze opvoedingsvisie zijn te zien: kinderen kunnen niet staande blijven in een wereld waarin alcohol en drugs ruim voor handen zijn, kinderen gaan dwars tegen ouders in, luisteren niet meer en hebben geen zin om iets voor een ander of de maatschappij te doen. Genot wordt hun god.

Je eigen weg zoeken

Het doel dat je in de opvoeding voor ogen hebt, bepaalt de opvoedingsmethode. Wanneer je kinderen wilt opvoeden met als doel de eerder genoemde karaktereigenschappen, kun je niet de emancipatorische opvoedingsmethode hanteren. Aan de verwachtingen zal dan niet voldaan worden. De emancipatorische visie gaat ervan uit dat elk kind een schat aan goede inzichten en handelingswijzen in zich draagt. Op basis hiervan zoekt elk kind zelf zijn eigen weg door middel van experimenteren.

De weg wijzen

De Bijbel leert ons een andere methode. Het kind is vanaf zijn geboorte aangewezen op leiding, wil het een sterke, karaktervolle persoonlijkheid ontwikkelen. De liefde in de opvoeding en voor de ‘opvoedeling’ dringt de ouders ertoe om terug te keren tot de Bijbelse visie. Deze visie leert ons om kinderen de weg te wijzen, het kind voor te leven, te leiden, te leren, in te wijden en te corrigeren. De Bijbel geeft er ons een schitterend voorbeeld van en laat prachtig de Bijbelse visie zien, namelijk zoals Timotheüs het in zijn jeugd van zijn moeder en oma geleerd heeft (2 Tim. 3:14,15 en 17):‘Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.’

 

Drs. Annelies Kraaiveld.

 

Francis A. Schaeffer (1912-1984) was een Amerikaanse theoloog en filosoof, die na de Tweede Wereldoorlog in Zwitserland met zijn vrouw Edith het l’Abri-werk startte, dat al geruime tijd ook in Nederland aanwezig was. Schaeffer begon als agnost, maar vond in de Bijbel de antwoorden op de grote levensvragen. Al lezend kwam hij tot bekering en volgde een studie theologie. Hij werd predikant in de Presbyteriaanse kerk, maar liep daar al snel tegen het moderne relativiteitsdenken op, dat hij met alles wat in hem was bestreed. Deze harde strijd vervreemdde mensen van elkaar, wat hem grote persoonlijke problemen opleverde. Hij verhuisde naar Europa, waar hij een taak zag in het verscheurde en ontredderde werelddeel. Schaeffer had ervaren dat alleen de Schrift, het evangelie, de antwoorden heeft op de bangste vragen. De Amerikaanse kerkstrijd bracht Schaeffer tot de erkenning dat Gods waarheid alleen tegelijk met zijn liefde moet worden gepraktiseerd en dat die combinatie alleen in de kracht van de Heilige Geest stand kan houden. Deze ervaring en dit inzicht begon hij in woord en geschrift uit te dragen, wat hem in de ogen van de strijdende kerkelijke partijen tot een verrader maakte. Hij werd ontslagen, zijn salaris werd ingehouden. Vanaf dat moment besloten hij en zijn vrouw, zich alleen op God te verlaten en uit Zijn hand te leven, omdat God de Levende is. Zo ontstond l’Abri, waar ieder welkom is die vragen of problemen heeft met betrekking tot het christelijk geloof en zijn consequenties in de breedste zin.

Schaeffers uitgangspunt was dat de westerse cultuur God heeft afgezworen en om die reden ook de hoop heeft opgegeven om tot eenheid van kennis te komen. Wie dit opgeeft, komt “onder de lijn van de wanhoop” en moet leven in tegenstrijdigheden. Schaeffer heeft velen ervan doordrongen, dat de Bijbel waarheid spreekt over alle terreinen van het leven: schepping, mens, kosmos en geschiedenis, over de hele realiteit en dat het loslaten van die waarheid de grote bron is van de verscheurdheid, het relativisme en de wanhoop van de “moderne mens”. Elke keer was het voor hem een vreugde als in gesprek en (soms) debat bleek dat de Bijbel volledig rechtop blijft in de confrontatie met alle denksystemen ter wereld. Schaeffer voorzag, dat het verder loslaten van de Bijbel zou leiden tot het vervagen van het onderscheid tussen werkelijkheid en fantasie. Onze tijd vertoont daarvan alle tekenen. De laatste maanden van zijn leven heeft de doodzieke Schaeffer nog verscheidene Amerikaanse universiteiten bezocht met zijn boodschap van de dreigende “Evangelical Disaster” (de evangelikale ramp), nl. het loslaten van de volledige grammaticale, letterlijke lezing van de Bijbel als de onwankelbare bron voor geloof, leven en kennis.

De situatie op Harvard en andere universiteiten

De Harvard universiteit is in 1636 opgericht met als devies: “Voor de glorie van Christus”. Daar leek de laatste tijd niet veel meer van over te zijn. Godloochenaars en christenhaters, als wijlen prof. Stephen J. Gould, zetten de toon. Op vrijwel alle Amerikaanse universiteiten bepaalt een kleine atheïstische elite toon, sfeer en inhoud van het onderwijs. Onder meer door hun werk werd “wetenschap” gelijk aan evolutionisme, werd Bijbelse chronologie tot miljarden jaren, werd zin en doel vervangen door libertinisme (= doen waar je zin in hebt).

Toch bestonden er op Harvard en vele andere universiteiten actieve groepen christenstudenten en wetenschappelijke medewerkers, die door bijbelstudie en onderling pastoraat een tegenwicht vormden. Maar ze bereikten niet de niet-christenen en de wetenschappelijke staf, waardoor hun invloed op de inhoud van het wetenschappelijk onderwijs vrijwel nihil was. Voor velen was deze situatie een doorn in het oog.

Kelly Monroe en de hooploosheid

Een jonge vrouw, Kelly Monroe, werd de grote inspirator en katalysator van een heilzaam veranderingsproces. Na enkele andere studies volgde zij een opleiding aan de theologische faculteit van Harvard en werd daar getroffen door de geestelijke leegte in die wereld. De totale hoop-loosheid, het grote aantal zelfmoorden, de algemene desinteresse in de studies, juist in een instituut dat de opvoeders van de volgende generaties opleidt, troffen haar zo diep dat zij, om haar geloof te bewaren, afhaakte en naar huis ging, maar zij kwam op verzoek van vrienden terug als ‘chaplain’ aan die faculteit. Via gesprekken met velen over hun zoektocht naar een leven vol hoop, zin en doel moedigde zij studenten, afgestudeerden en professoren aan om op te schrijven, hoe hun levensverhaal hen had geleid om de waarheid te vinden in de persoon van Jezus Christus. Niet de waarheid van religie of wat ook, maar de waarheid van het Leven, met alle aspecten, ook het wetenschappelijke aspect. Het uiteindelijke streven is, om ook het onderwijs aan de universiteiten weer onder het beslag van Christus te brengen. De crisis in onze cultuur kan niet worden gekeerd of we moeten de toekomstige opvoeders opvoeden in Christus. En de universiteit is hiervan het brandpunt.

Veritas

Deze groep christenen daagde hun eigen wetenschappelijke gemeenschap uit om hun plek aan de rand te verlaten en naar voren te komen om de moeilijkste vragen over leven en waarheid onder ogen te zien. De vorm van een ‘forum’ werd geschikt gevonden om dat te doen. Vanaf 1992 bestaat zo het “Veritas Forum” (= forum van de waarheid). Samen met anderen schreef Kelly een boek (‘God vinden op Harvard’) waarin ze hun persoonlijke vragen, lijden, zoektochten en ontdekkingen deelden met de Harvard-gemeenschap. Onlangs verscheen een vervolg (‘God vinden buiten Harvard’), waarin de geschiedenis van deze beweging door Kelly Monroe wordt geschreven. Op de meeste Amerikaanse universiteiten bestaat nu zo’n Veritas Forum.

Schepping – Bijbel – Christus

Een grote persoonlijke teleurstelling stelde Kelly voor het dilemma of ze iemand wilde vergeven die haar groot leed berokkend had. Door dat te doen, ervaarde ze de vrijheid die Jezus Christus geeft en ook acute genezing van een slopende ‘ziekte van Lyme’. In de loop van de tijd werden drie woorden belangrijk voor dit werk: Schepping – Bijbel – Christus. In deze volgorde. Zij ontdekte dat intellectuele en zelfs dieprakende gesprekken en discussies altijd ‘iets’ misten, iets dat wezenlijk is en dat ontbrak, iets dat richting geeft aan gesprekken en deze inkadert en dat vrijwel altijd verhinderde dat er werd doorgestoken naar echte achterliggende vragen. Door haar eigen liefde voor de schepping, als gave van God, kende ze de grenzeloze dankbaarheid en vreugde van alleen en met anderen in die schepping bezig te mogen zijn, in wandelen en trekken, skieën, bergtochten, het banjeren langs het strand en door schorren en slikken, het zitten kijken naar zich ontwikkelend onweer, een ondergaande zon en het verschijnen van de sterren. Ze merkte hoe juist deze ervaring als een vreugdevolle ruimte om je heen staat. Juist daarbinnen komen dan de echte vragen in het goede kader te staan. Zo onmiskenbaar is Gods ontzagwekkende intelligentie, zijn onmetelijke kracht, dat je alleen maar diep onder de indruk kunt zijn van deze grootsheid en schoonheid en op je plaats wordt gezet ten opzichte van deze Schepper.

Dan komen de vragen over de Bijbel als bericht van God aan ons ook in het juiste perspectief te staan. Zou die God die dit alles bedacht, ontwierp, tot werkelijkheid deed worden en het van moment tot moment onderhoudt, niet in staat zijn om ons in gesproken en beschreven taal mee te delen wat Hij aan ons kwijt wil? Die vraag is dan al beantwoord. Het is vanaf dat ogenblik geen interessante religieuze vraag meer, maar iets dat ons in ons diepste wezen raakt. We moeten er iets mee. Je kunt dit boek alle vragen stellen, het is open daarvoor. Kelly Monroe zegt daarover: “Eén boek komt dan als geen ander naar voren als het om waarheid gaat. De Bijbel beschrijft met snijdende precisie mijn menselijk hart, mijn angst en de grootspraak van de mens zonder God. De Bijbel maalt niet om vage spiritualiteit, menselijke mythologie, maar biedt kracht voor een werkelijk en overvloedig leven.” Zij zegt dit vanuit eigen overvloedige ervaring. Zij zegt ook: “Het is ook het enige boek dat de wereldgeschiedenis omspant vanaf het prille begin tot het grandioze einde!”

Het derde woord is: Christus. In Hem komen al de genoemde dingen samen. In Hem wordt met explosieve kracht Gods Waarheid duidelijk. Zoals de Bijbel zegt (Efez. 1:10), dat alles onder één hoofd, onder Christus, zal worden bijeengebracht. Eén van de regels van Harvard luidt: “…laat iedere student overwegen dat het hoofddoel van zijn leven en studie is om God te kennen, Jezus Christus, Die het eeuwige leven is…”. Dat was in de wetenschappelijke praktijk totaal uit zicht geraakt.

Schaeffers onderwijs keert terug

In dit Veritas werk komen Schaeffers inzichten, maar dan toegespitst op de wanhoop van onze tijd, opnieuw aan de orde: het moderne denken vervreemdt niet alleen van God, maar daarmee ook van de realiteit, ook van de echte rede (Schaeffer: Escape from reason). Het is dan ook niet vreemd dat verschillende mensen uit Schaeffers omgeving ook hier weer opduiken, o.a. Os Guinness1.

Ook in Nederland?

Binnen deze context wordt het wetenschappelijke debat op een heel ander niveau gevoerd. Schepping, Bijbel en Christus zijn nu uitgangspunten in plaats van op timide manier te verdedigen zaken. Natuurlijk gaat dat niet zonder slag of stoot. Satan geeft zijn zo mooi gewonnen prooi zo maar niet uit handen, maar Jezus heeft hem overwonnen en dat is te merken!!! Veritas Forums worden in toenemende mate ook op buitenlandse universiteiten gestart en ook in Nederland broedt er al het een en ander. Op 20 april 2007 werd in de EO-kapel in Hilversum een bijeenkomst georganiseerd om te zien of Veritas ook in Nederland vruchtbaar kan zijn. We hopen daarover meer te horen.

Rinus Kiel

1 Eén van zijn boeken heet: ‘Tijd voor de waarheid’ met als ondertitel: ‘Onafhankelijk leven in een wereld van leugens, hypes en rumoer’.

 

De Nederlandse overheid is ervan overtuigd, dat de evolutietheorie bewezen is. Daarom is de leerstof over evolutie verplicht gesteld. In deze brochure wordt nagegaan of dat uitgangspunt juist is. Verder wil B & O de aandacht vestigen op de samenhang die bestaat tussen de evolutieleer en “waarden en normen”.

Ten aanzien van schepping/evolutie gaan we van de volgende punten uit.

  • Noch schepping, noch evolutie is natuurwetenschappelijk te bewijzen.
  • Betreffende de oorsprong van de mens gaat het om een keuze tussen twee geloven: geloof in de schepping of geloof in de evolutie. Uiteraard heeft de keuze consequenties.
  • Door de overdracht van het evolutiemodel wordt leerlingen een bepaald mensbeeld (reductionistisch materialistisch) bijgebracht.
  • In het onderwijs dient ook het bijbelse catastrofemodel gepresenteerd te worden.

 

Inhoud

1.Het probleem
2.Onjuistheden in de schoolboeken
3.Een uitdaging voor de jeugd: logisch denken!
4.Wat zijn de gevolgen
5.De kern van het probleem
6.Eindconclusie
Verklaring van enkele gebruikte termen

Van deze hoofdstukjes
* drukken wij het eerste af,* geven we een samenvatting van onjuistheden in schoolboeken,* en noemen wij de gevolgen van het evolutiedenken op het besef van waarden en normen.

1. Het probleem: de oorsprong van de mens

Met evolutie bedoelt men een geleidelijk proces waarbij een steeds hogere chemische en
biologische ordening en zelfs intelligentie ontstaat. Dat proces zou begonnen zijn met de
vorming van het heelal door de “Big Bang” (grote knal).
De evolutietheorie veronderstelt dat het leven op aarde als volgt is ontstaan:

  • uit atomen ontstonden eenvoudige moleculen;
  • deze eenvoudige moleculen reageerden met elkaar tot meer samengestelde moleculen;
  • door toeval ontstond zo genetisch materiaal;
  • daardoor konden eenvoudige cellen groeien;
  • deze levende cellen ontwikkelden zich gedurende miljoenen jaren tot de huidige levensvormen, o.a. de mens.

De mens zou nu zo ver gekomen zijn om de verdere evolutie zelf ter hand te nemen.

Op scholen, universiteiten, in tv-programma’s en boeken gaat men er vanuit dat we een evolutionaire oorsprong hebben en is op grond daarvan een evolutietheorie opgesteld. Er is echter een groeiend aantal geleerden dat vraagtekens plaatst bij die theorie. We gaan, zoals in de inleiding vermeld wordt, schoolboeken kritisch bekijken.


2. Onjuistheden in de schoolboeken

2.1. De ontwikkeling van het embryo zou herhaling van de evolutie aantonen.
2.2. Rivierdalen zouden gevormd zijn gedurende miljoenen jaren.
2.3. Gesteentelagen zouden wijzen op honderden miljoenen jaren
2.4. Fossielen zouden evolutie aantonen.
2.5  Feilloze ouderdomsbepalingen ?
2.6. Homologe (overeenkomstige) organen zouden wijzen op evolutie.

Conclusie
De schoolboeken brengen de evolutieleer als vaststaand feit en presenteren dit met onvolledige en zelfs onjuiste gegevens uit het verleden en onlogische redeneringen.
Wat moeten de leerlingen nu geloven?

3. Een uitdaging voor de jeugd: logisch denken!

3.1. Pas de lessen van natuur- en scheikunde toe.
3.2. Leer exact denken.
3.3. Leer conclusies trekken uit feiten.
3.4. Leer innerlijke tegenstrijdigheden ontdekken in een theorie.
3.5  Leer het ontwerp onderscheiden.

Conclusie:
Is evolutie een natuurwetenschappelijk bewezen feit? ………. Of bestaat de mogelijkheid dat een wetenschappelijke dwaling van generatie op generatie wordt doorgegeven?
Een vergissing wat betreft de oorsprong van de mens heeft ernstige consequenties.

4.Evolutieleer: wat kan men verwachten?

4.1 Wat kan men verwachten:

a.Je denkt dat je een geëvolueerde aap bent. b.Je bent overtuigd dat je volgens plan geschapen bent en dus verantwoording verschuldigd bent aan je Schepper.

4.2 Normen zijn afhankelijk van de menselijke waarden
Algemeen gesproken zullen de mensen moord, diefstal, geweld, verkrachting niet goedkeuren. Maar tegelijk valt te constateren dat er groepen mensen zijn die moord en geweld niet afkeuren. Ook zijn er samenlevingen waarin diefstal of verkrachting prijzenswaardig gevonden wordt, wanneer het ten nadele van een andere stam is.

In onderstaande tabel staan de consequenties voor de normen uitgaande van
het geloof in evolutie en het geloof in schepping.

Hoe te oordelen over: Uitgaande van het geloof in evolutie: Uitgaande van het geloof in de Bijbel:
– moord, oorlog ‘survival of the fittest’:
de meest geschiktste zal overleven
Gij zult niet doodslaan. (Ex.20:13)
Zalig de vredestichters. (Mat.5:9)
Hebt uw vijanden lief. (Mat.5:44)
– diefstal

?

Gij zult niet stelen. (Ex.20:15)
Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in om met zijn handen goed werk te verrichten. (Ef.4:28)
– liegen

?

Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste. (Ex.20:16)
Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid (Ef.4:25)
. . .alle leugenaars – hun deel is in de poel die brandt van vuur en zwavel (Openb.21:8)
– geweld op
straat

?

Weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. (Ef.4:32)
– verkrachting,
overspel

?

Gij zult niet echtbreken (Ex.20:14)
Hoereerders en echtbrekers zal God oordelen(Hebr.13:4; Matt.5:8; Lev.20:10)
– abortus

?

Gij zult niet doodslaan (Ex.20:13; Matt.5:7; Openb.21:8)
-homoseksueel gedrag

?

Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht – beiden hebben een gruwel gedaan (Lev.20:13;Matt.5:8; Rom.1:26-27)
– ouders
gehoorzamen

?

Eert uw vader en uw moeder (Ex.20:1)}
Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in de Here (Ef. 6:12)
– brutaal zijn

?

God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade (Jac.4:6; 2Tim.3:2-4; 1Petr.2:13)
Conclusie: normen afhankelijk van mensen, dus veranderlijk Onveranderlijke normen.

5. De kern van het probleem: evolutieleer is geloofsleer

Uitspraken over de oorsprong van de mens liggen op het terrein van de filosofie en de ‘bewijzen’ berusten strikt genomen op de historische wetenschap. Bij wat toen gebeurde, was geen waarnemer aanwezig die nu leeft en historische gebeurtenissen kunnen niet herhaald worden. Men moet dus vertrouwen op wat anderen daarover geschreven hebben. Dat is een ander soort bewijsvoering dan in de natuurwetenschappen.
zelfs al zou men een mens in het laboratorium kunnen maken, dan levert dat geen natuurwetenschappelijk bewijs over de oorsprong van de mens, maar wordt men daarentegen geconfronteerd met de vraag naar de oorsprong van de  intelligentie en de informatie die onontbeerlijk bleek voor het maken van de mens.
In feite heeft men dan juist bewezen dat de evolutietheorie niet klopt, omdat er blijkbaar zeer veel kennis en vaardigheid nodig is om leven te maken.
Dat is nu juist wat christelijke wetenschappers geloven en daardoor een antwoord hebben op de volgende drie kernvragen van de mens:
1- Waar kom je vandaan ?
2- Waarom ben je hier; wat kom je hier doen ?
3- Waar ga je heen ?

6. Eindconclusie

Modellen worden opgesteld vanuit een bepaalde visie en met een bepaald doel. Daarbij worden bewust of onbewust bepaalde facetten buiten beschouwing gelaten. Het uitgangspunt bepaalt het model. Zo is het ook bij de modellen die men hanteert met betrekking tot de oorsprong van de mens.
Evolutiemodel tegenover Bijbels catastrofemodel
In het voortgezet onderwijs is kennis van evolutie verplichte leerstof. Daardoor wordt bij de leerlingen de indruk gewekt dat de evolutietheorie de enige verklaring is die wetenschappelijk verantwoord is. Dat is om meerdere redenen te betreuren.
In de eerste plaats, omdat bij leerlingen onnodige twijfel gezaaid wordt over de betrouwbaarheid van de Bijbel.
In de tweede plaats, omdat de leerlingen geen inzicht gegeven wordt in het juiste gebruik van modellen. Er wordt een kans gemist om hen logisch te leren denken en objectief feiten te interpreteren in een model. Ze leren soms iets dat in tegenspraak is met wat ze door objectief waarnemen zelf kunnen vaststellen. Het gevaar bestaat daardoor dat hun denkwereld gevangen wordt in een gesloten systeem van drogredenen.
In de derde plaats, omdat door het evolutiemodel een eenzijdig geloofsstandpunt gepresenteerd wordt met uitsluiting van andere visies.
Wanneer leerlingen niet alleen kennis krijgen van een evolutiemodel, maar daarnaast ook van een bijbels catastrofemodel, bereikt men niet alleen dat ze de stof beter onthouden, maar leren ze ook zelfstandig denken. Ze zijn dan beter toegerust voor een verantwoordelijke positie in de maatschappij.

De christelijke school is vanouds ‘School met de Bijbel’, met een modern woord: bijbelcentrisch. Wat betekent dit voor de Bijbeluitleg voor de identiteit van de school en hoe komt dit tot uiting in de identiteitsnota en de schoolgids?


Een herkenbare identiteit van iedere basisschool
Vanaf 1998 moeten alle scholen hun `product’ beschrijven, d.w.z. wat en hoe zij onderwijs geven. Binnen de mogelijkheden van de wet is iedere school vrij om haar eigen onderwijsaanbod en schoolklimaat te bepalen. In principe betekent dit dat iedere school, als ‘richtingschool’ haar eigen schooltype kan vormen. Dit is anders dan in het verleden toen er veel scholen van hetzelfde type waren, zoals de `scholen met de Bijbel’.
Deze differentiatie loopt parallel aan de ontwikkeling in de kerken. Vanouds kende men daar de denominaties, die zich min of meer weerspiegelden in de daarmee corresponderende schooltypen. Thans wordt binnen de denominaties van de kerken een grote verscheidenheid van opvattingen over levensbeschouwing zichtbaar, de zgn. modaliteiten.

Ons inziens behoren de statuten van de schoolvereniging de ruimte bieden voor modaliteiten, waarbij de individuele scholen een bepaalde autonomie binnen de vereniging wordt gelaten. Dit is vooral actueel bij fusies. Naast deze ‘ruimte’, dienen de statuten ook grenzen aan te geven die elke school in acht moet nemen, wil er nog sprake zijn van christelijk onderwijs.

De beslissing om scholen te verplichten tot het aanbieden van een schoolgids speelt op deze ontwikkeling in. Hiermee wordt de plaats van iedere individuele school in het brede spectrum van scholen vastgelegd. Tegelijk is dit hèt moment om zich te bezinnen of bepaalde ontwikkelingen wel stroken met de gewenste identiteit. In elk geval betekent het dat christen-ouders de gelegenheid en de verantwoordelijkheid hebben bij de ontwikkelingen in de school betrokken te zijn.

De identiteit van een christelijke school komt in de schoolgids op veel plaatsen terug:
* De statutaire identiteit heeft tot doel de levensbeschouwing van waaruit onderwijs gegeven wordt vast te leggen en weer te geven.
* De uitgewerkte identiteit geeft de identiteit weer die blijkt uit alle geschreven stukken zoals het school(werk)plan, de identiteitsnota, het aannemingsbeleid van leraren en het toelatingsbeleid bij het aannemen van leerlingen.
* De beleefde identiteit blijkt uit de keuze van het lesmateriaal, het omgaan met de Bijbel en de wijze waarop de leraar de aangeboden stof plaatst in de levensbeschouwelijke context. Op dit niveau vindt de opvoeding en beïnvloeding van de leerlingen plaats. Hier ondergaat de leerling eventueel het verschil tussen de leefwereld thuis en de levensbeschouwing op school.

Hiermee gaat de brochure verder dan datgene wat over de pedagogische en levensbeschouwelijke identiteit in de schoolgids moet worden opgenomen en richt zij zich ook op het schoolplan, en met name ook op de discussie rondom de identiteitsnota.


De brochure gaat verder in op:

* Omgaan met de statutaire identiteit volgens 2 modellen:
– de statutaire identiteit wordt nauw omschreven, waarbij de identiteit voor alle scholen die vallen onder hetzelfde bestuur, dezelfde is
– de statutaire identiteit wordt ruim omschreven, terwijl de identiteit per school gepreciseerd wordt; daardoor kunnen er binnen één bestuur verschillende modaliteiten ontstaan

* Uitgewerkte identiteit voor een bijbelcentrische school, waaronder de inhoud van de identiteitsnota: als gespreksdocument van bestuur en schoolteam en als visitekaartje van de school.

* Beleefde identiteit voor een bijbelcentrische school.
Dit komt vooral tot uiting in

  • de wijze waarop wordt lesgegeven
  • de wijze waarop leerlingen worden begeleid

Het tweede deel van de brochure gaat in op de verschillende wijzen waarop scholen tegenwoordig met de Bijbel omgaan.
Naast een bijbelcentrische uitleg komt ook een bijbelkritische uitleg voor (waarbij Jezus Christus wordt losgemaakt van het geschreven Woord) en zelfs een multireligieuze (waarbij het Godsbegrip wordt uitgetild boven het bijbels getuigenis en geschikt wordt gemaakt voor de andere religies)

Ten behoeve van het gesprek tussen ouders en scholen worden de beide grondregels van de bijbeluitleg gegeven:

  • de grammatikaal-historische methode
  • de tekst lezen in de context.

Dit wordt vertaald in de manier waarop men met de Bijbel omgaat en wat dit betekent in de schoolpraktijk.

Als gevolg van schaalvergroting en fusies wordt het steeds moeilijker om voor een bepaalde school of locatie de christelijke identiteit te handhaven. Hieronder volgen enkele hoofdlijnen.

De statuten van de schoolvereniging moeten de ruimte bieden voor modaliteiten per school, waarbij de individuele scholen een bepaalde autonomie binnen de vereniging wordt gelaten. Naast deze ‘ruimte’, dienen de statuten ook grenzen aan te geven die elke school in acht moet nemen, wil er nog sprake zijn van christelijk onderwijs.
Per individuele locatie omvat het reglement een duidelijk afgebakende identiteit, als modaliteit binnen het geheel.

Deze opzet biedt bepaalde voordelen, met name daar waar een individuele school de ruimte wordt geboden om haar identiteit, ook binnen het grotere geheel, te handhaven.
Er zijn ook nadelen, bijvoorbeeld bij de uitwisseling van leraren en het gebruik van methoden en materialen. In de praktijk wordt hiermee verschillend omgegaan. Wanneer een school haar identiteit duidelijk stelt, met name in de schoolgids en de identiteitsnota, blijkt dat uitgewisseld personeel respect heeft voor de identiteit van de andere school.
Bijbel & Onderwijs acht de voordelen groter dan de nadelen, die in veel gevallen kunnen worden ondervangen.

 

In de pedagogiek doet het begrip ‘nieuwetijdskinderen’ zijn intrede. Men kan dit verschijnsel op verschillende manieren duiden en er heel verschillend mee omgaan. Een poging tot een Bijbelse duiding.

“Mam, ik ben bij jou gekomen, want ik wilde je helpen . . .
(. . .maar ik voel me niet echt begrepen”)

Problemen op het gebied van de opvoeding zijn er altijd al geweest. ‘Nieuwe’ problemen zijn meestal reeds bekende problemen die alleen nieuw zijn voor een specifiek kind of situatie. Nieuwe problemen in de zin van echt nieuw, zijn zeldzaam. Sinds kort worden ouders en opvoeders geconfronteerd met een steeds groter groep ‘probleemkinderen’. Wat is er nu nieuw bij deze kinderen? De combinatie van een aantal reeds bekende leer- en opvoedingsmoeilijkheden met paranormale verschijnselen.

Waaraan zijn nieuwetijdskinderen te herkennen?
Laten wij beginnen met de kinderen nader te omschrijven. Hoewel alle kinderen uniek zijn, hebben ‘nieuwetijdskinderen’ in meer of mindere mate de volgende eigenschappen en kenmerken met elkaar gemeen:
– ze huilden veel als baby.

– ze beleven hun omgeving vooral gevoelsmatig.
– ze zijn zeer gevoelig voor de stemmingen van anderen.
– ze zijn vaak dromerig en sterk intuïtief.
– ze doen soms verrassend wijze uitspraken voor hun leeftijd.
– ze zijn heel origineel en creatief: “waar haalt hij/zij het vandaan?!”
– ze voelen zich niet verbonden aan de overtuigingen en conventies van anderen.
– ze reageren vanuit een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel.
– ze kunnen zich intens identificeren met anderen /dieren/dingen.
– ze zijn zich op bijzondere wijze bewust van de onzichtbare werkelijkheid.

 Ook in hun lichamelijke ontwikkeling zijn ze vaak heel apart:
– ze hebben gezondheidsproblemen, zoals astma en huidaandoeningen.
– ze tonen vaak heftige reacties op bepaalde voedingsmiddelen.
– ze hebben een sterke voorkeur voor een vegetarisch dieet.

Bij de opvoeding komen ouders speciale problemen tegen, anders of sterker dan bij andere kinderen, zoals
– afwijkende ontwikkelingsfasen: sommige aspecten ontwikkelen sneller, in andere opzichten blijven zij achter,
– dyslexie
– gebrek aan concentratievermogen
– ontvluchtingsgedrag

Één of meerdere van bovengenoemde problemen gaan vaak samen met paranormale ervaringen. Kinderen hebben die spontaan, zonder ze bewust te zoeken; het lijkt wel alsof ze beschikken over andere bronnen:
– ze hebben een sterke mate van voorgevoelens.

– ze horen soms ‘stemmen’.
– ze hebben contact met onzichtbare spirituele wezens of een persoonlijke gids.
– ze weten van toekomstige gebeurtenissen, met name details (helderziendheid).
– ze kunnen gedachten van anderen lezen (helderwetendheid).
– ze zien aura’s en herkennen stemmingen vanuit geuren en kleuren.
– ze hebben ervaringen als ‘buiten het lichaam treden’.
– ze hebben soms levendige reïncarnatie-ervaringen: “vroeger toen ik groot was”.
– ze hebben het vermogen om ziekte-symptomen te verlichten, zoals hoofdpijn.

 De gevolgen kunnen zijn:
– eenzaamheid/agressiviteit vanwege weinig begrip voor hun situatie,
– identiteitscrises: Waarom ben ik zo anders? Hoor ik echt bij mijn familie? Wie ben ik?
– agressie en ‘ontsporing’ richting vandalisme, jeugdcriminaliteit,
– aanpassingsproblemen thuis of op school,
– verkeerde aanpak door ouders en opvoeders en verkeerde hulpverlening vanuit onbegrip en onkunde.

Nu zijn de opvoedingsproblemen met de andere kenmerken op zich al moeilijk genoeg om mee om te gaan. Voeg daaraan de paranormale ervaringen toe en je hebt een zeker recept voor het benoemen van nieuwetijdskinderen, maar ook voor ouders en opvoeders die zich ‘geen hemelse raad’ met hun kinderen weten! (en daarover gaat nu juist de tweede helft van dit artikel.)
Vanuit welke optiek worden deze kinderen bezien?
Over deze kinderen wordt veel gesproken en geschreven. Dit wordt iedere keer weer gedaan vanuit de levens- en wereldbeschouwing van de betrokkenen. In onze tijd zien wij hoe hierbij een verschuiving optreedt van

  • de seculair-humanistische levensbeschouwing,
  • naar de spiritueel-holistische levensbeschouwing.

Zo’n verschuiving van levensbeschouwing treffen we op veel gebieden aan. Dit wordt ook wel genoemd ‘wisseling van paradigma’, die in het volgende schema op bondige wijze wordt weergegeven:

Vraag Seculair-humanistisch Spiritueel-holistisch
Om welke kinderen gaat het? Kinderen met het Meyer-Briggs-temperament (intuïtief-gevoelsmatig) Nieuwetijds-kinderen die hun tijd vooruit zijn
Gevolg van de overgang van Vissen-tijdperk naar Waterman-denken.
Wat zijn paranormale vermogens? Worden ontkend: wat niet kan worden bewezen, bestaat niet Gaven of vermogens die ontwikkeld moeten worden
Waarom komen er steeds meer van deze kinderen? Vroeger was de samen-leving sterk analytisch-kritisch, nu komt er steeds meer oog voor het intuïtieve en holistische Gevolg van de overgang van Vissen-tijdperk (absoluten, tegenstellingen) naar Waterman-denken(synthese, harmonie)
Hoe moeten we ermee omgaan?
Wat kunnen we eraan doen?
Geef kinderen de ruimte om zichzelf te ontplooien; linker en rechter hersenhelft allebei ontwikkelen Kinderen helpen om beter te ‘aarden’; zich richten op de ‘realisatie van hun authentieke zelf’
Wat is het doel van het onderwijs? Beter onderwijs in een maakbare samenleving Zelf-ontdekking, zelf-aanvaarding en zelf-ontplooiing

Hoe probeert men thans met deze problematiek om te gaan?
Dit gedeelte gaat in op de activiteiten van het Platform Nieuwetijdskinderen.
Zij gaan in beginsel uit van een on-Bijbels, zogenaamd waardevrij mens- en kindbeeld.
Maar juist omdat zij bij dit indringende fenomeen geen maatstaf aanleggen, komen zij – blijkens hun publicaties en lezingen – bijna vanzelf terecht bij een esoterisch (occult) wereldbeeld.
“Veel kinderen in deze tijd vertonen kenmerken die nieuw en relatief onbekend zijn. Steeds meer ouders en hulpverleners zijn zich daarvan bewust. Overal in ons land nemen betrokkenen initiatieven om ouders en kinderen ondersteuning te bieden. Het Platform Nieuwetijdskinderen te Haren (Gn) wil een centraal aanspreekpunt zijn voor iedereen die hulp nodig heeft of een bijdrage wil leveren.” Aldus de folder van het Platform Nieuwetijdskinderen.

Hoe gaan christenen met deze problematiek om?
Tot nu toe is het antwoord op deze vraag nogal eenvoudig: zij gaan er nauwelijks mee om! Net zoals de officiële wetenschap dat doet met verschijnselen die niet binnen hun kaders vallen, worden de verschijnselen ook door de meeste christenen genegeerd, ontkend of weggeredeneerd. Zou dat komen omdat zij niet op de hoogte zijn van het kader dat de Bijbel voor deze verschijnselen biedt?

Volgens onze mening biedt de Bijbel namelijk een duidelijke weg, die zowel diagnostisch als therapeutisch begaanbaar is. Uit gesprekken met nieuwetijdskinderen (tieners) bleek ons, net als bij het Platform, de blijde verrassing dat er serieus naar hen werd geluisterd. Eén van hen, een christen, vertelde van haar sterk ontwikkelde voorstellings- en inlevingsvermogen. Zij vond dit op zichzelf niet occult of esoterisch en maakte bezwaar tegen de wijze waarop dergelijke fenomenen worden uitgelegd als ‘helderziendheid’ of ‘herinneringen aan vorige levens’. Wat zij (en kennelijk vele anderen) zocht was een christelijke benadering, bijbelcentrisch en christocentrisch.

  1. Om welke kinderen gaat het?
  2. Wat zijn paranormale vermogens?
  3. Waarom komen er steeds meer van deze kinderen?
  4. Wat zou men voor deze kinderen en hun opvoeders kunnen doen?
  5. Wat is het doel van het onderwijs?
  6. Niet alle christenen denken hierover hetzelfde!

Conclusie en oproep
Onze conclusie zouden we willen verwoorden als een onderstelling en een vraag:
Het fenomeen van de nieuwetijdskinderen is nauw verbonden met de reïncarnatieleer.
Zou het kunnen zijn dat deze leer zich ontwikkelt tot een kracht die verleidende geestelijke machten oproept om zich in heel jonge kinderen te manifesteren?

Net zoals de horoscopen kunnen worden tot een geestelijke macht die mensen bindt aan lotsbestemmende sterrenmachten als vorm van zelfvervullende profetie?
Een Bijbels voorbeeld hiervan is te vinden in het wonderlijke bijbelgedeelte uit 1 Koningen 22: vers 19-23, waar God de geesten oproept om koning Achab te verleiden, zodat hij optrekt en sneuvelt te Ramoth in Gilead. De ‘winnaar’ zal dit gaan doen door “een leugengeest te worden in de mond van al zijn profeten”.

Het gaat erom dat de Bijbel het gezaghebbende en bevrijdende Woord van God is.

drs. R.H. Matzken, drs. Chr. Steyn en drs. J.J. Bakker

 

 “BRAVE NEW SCHOOLS”
van Berit Kjos

EEN BOEK MET EEN SCHOKKENDE INHOUD

Via mijn  contact met een predikant in Duitsland werd ik geïnformeerd over schokkende ontwikkelingen op Amerikaanse scholen, waarvan inmiddels het een en ander met onze aanhoudende westelijke winden de oceaan is overgewaaid. Ik weet niet in hoeverre Nederland al door dit Amerikaanse “virus” getroffen is, maar in Duitsland is het hiernavolgende al niet nieuw meer. Het is goed, als (vooral christelijke) ouders alert blijven op de dingen die op school plaats vinden. Zoiets ontdekte een vrouw uit Noorwegen, Berit Kjos, die met haar kinderen in de Verenigde Staten leeft. Zij heeft drie zoons, door wie zij de ontwikkeling van het nieuwe schoolsysteem – dat binnen heel de Verenigde Staten geleidelijk terrein wint – goed kan volgen. Zoals alle ouders gaat ook zij er volledig van uit, dat haar kinderen op school
–  binnen een veilige omgeving verblijven,
–  goed onderwijs ontvangen,
–  met normen en waarden leren omgaan.
Dat de praktijk anders blijkt uit te pakken, schrijft zij in haar boek “Brave New Schools” (Prachtige nieuwe scholen).  Dagmar Schubert, die het complete boek inmiddels in het Duits heeft vertaald, heeft voor “Bijbel en Onderwijs” een korte samenvatting van de inhoud van dit boek geschreven, die ik in het hiernavolgende voor u in het Nederlands weergeef.  

Uw kinderen zijn “uw” kinderen niet….
Zij zijn de dochters en de zoons die willen leven en op zoek zijn naar zichzelf.
Zij komen wel “door u”, maar zijn niet “van u” en hoewel zij bij u wonen, zijn zij echter uw eigendom niet.
U kunt hun uw liefde geven, maar niet uw denkwijzen opdringen, want zij hebben hun eigen denkwijzen.
U kunt hun lichaam een thuis geven, maar niet hun ziel, want hun ziel woont al in het huis van morgen,…
…dat u nooit kunt bezoeken, zelfs niet in uw stoutste dromen.
U mag u moeite getroosten om net zo te zijn als zij, maar probeer niet om hen net zoals u te maken,
want het leven loopt niet achteruit, noch blijft het stilstaan bij gisteren.
U bent slechts de boog waardoor uw kinderen als levende pijlen het leven worden ingeschoten.
Khali Gibran

De nieuwe wereldorde
“Barack Hussein Obama zal de nieuwe wereldorde op gang brengen,” verkondigde Henry Kissinger. Dat was eigenlijk ook in het kort gezegd de inhoud van de toespraak, die Obama, nog vóór zijn verkiezing tot president van de VS in Berlijn hield. Hij noemde het “verandering” en bekrachtigde deze uitspraak met: “Yes, we can.”

Wat betekent deze “verandering” dan wel voor onze kinderen? Waar leidt die heen? Wie zegt ons, dat daar alleen maar goeds uit voortkomt? Wie zijn die “wij” (uit “we can”) en wat “kunnen wij”? Berit Kjos schrijft in haar boek “Brave New Schools” het volgende. “Hoe kon ik in de verste verte bevroeden,  dat onze oude vertrouwde leermethoden zouden worden vervangen door experimenten met de hele klas, waarbij onze kinderen als proefkonijntjes worden misbruikt om hun sociale vaardigheden bij te brengen. Ik kreeg geen gelegenheid om er achter te komen of waarheid, feiten, logica en geschiedenis binnenkort door de genadeloze nadruk op mythen, gevoelens, fantasieën en politiek correct geschiedenisonderwijs zouden kunnen worden vervangen. Ik had geen enkele reden om te geloven, dat onze waarden spoedig belachelijk, opnieuw gedefinieerd en tot een voorwerp van niet voor te stellen testen zouden kunnen worden gemaakt. Wanneer iemand mij gezegd zou hebben, dat globale pedagogen tot het besluit gekomen waren om onze kinderen tot plooibare werknemers voor een “nieuwe wereldorde” klaar te stomen, dan zou ik het niet hebben geloofd. Wanneer een vriend mij er voor zou hebben gewaarschuwd, dat politieke leiders onze scholen zouden gebruiken om onze wereld om te  vormen tot een “globaal dorp”, dat door middel van het keurslijf van de pantheïstische eenheid en computergestuurde veiligheidssystemen in stand gehouden zou worden, dan had ik waarschijnlijk hard gelachen. Hoe kunnen wij de door ons zelf gekozen representanten voor zoiets afschuwelijks onze toestemming geven? Zoiets zou in Amerika toch onmogelijk moeten  zijn? Het is toch het land van de “vrijheid”? We hebben onze grondwet toch? Niemand kan ons toch onze rechten of onze kinderen afnemen, of….???” Berit Kjos besloot de zaak tot op de grond uit te zoeken en ging op onderzoek uit. Ze ontdekte, dat dit schoolsysteem was voorafgegaan door een lange voorgeschiedenis. Dat begon al in 1905. De zogenaamde “Hitlerjugend” was destijds geen uitvinding van Hitler, maar ze was al onverbrekelijk verbonden met het totale systeem.

Wat gaan onze kinderen op school leren?
Het klaslokaal wordt tot een laboratorium voor experimenten, waarbij het volgende wordt geleerd:

–  Occultisme
Dit is ook bekend onder de naam: newage-pedagogiek. De enige, die in Duitsland heel uitvoerig in zijn boeken schrijft over dit fenomeen is de opvoedingsdeskundige en opleidingsonderzoeker Dr. Reinhard Franzke.. Hierbij zijn alle mogelijke variaties denkbaar. Onze kinderen worden daarbij letterlijk “gedemoniseerd”. Het gaat hierbij niet alleen om een aanval op het verstand, maar ook op de geest en de ziel. Daarmee glijden de kinderen als het ware een dodelijke gevarenzone binnen.

–  Taboeloze seksuele pedagogiek
In Zuid-Afrika is het inmiddels al zover gekomen, dat kinderen niet meer normaal om kunnen gaan met het huwelijk, de liefde en de seksualiteit. De meest gore uitdrukkingen worden als normaal gebezigd. Een Duitse kleuterschool moest zelfs worden gesloten vanwege het opvoeren van naaktspelletjes.

–  Multicultuur
Alles, behalve de Bijbel en christelijke waarden, wordt geaccepteerd. Heidense riten, zeden en gewoonten worden idealistisch voorgesteld en in de klas of tijdens schooluitstapjes, bijvoorbeeld tijdens tentenkampen, nagespeeld. Dat gaat zelfs zover tot en met inwijdingsrituelen, waarbij heidense goden worden aangeroepen.

–  Groepsdynamica
Wat hierbij gebeurt is een uiterst gevaarlijke, psychologische strategie, die tot groepseffecten kan leiden. Door afschuwelijke shocktherapieën worden alle kinderen ertoe gebracht, dat zij de “algemeen aanvaarde waarden” tolereren en accepteren. De praktijkvoorbeelden die Berit Kjos in haar boek aanvoert, zijn in één woord schokkend.

–  De liefde tot “moeder aarde”
Hierbij wordt gewerkt met de door Al Gore gepropageerde leugens over het milieu om de kinderen zodanig te beïnvloeden, dat zij Gaia, een  oud-Griekse godin, gaan vereren. Zo wordt ook het sjamanisme in de klas uitgeprobeerd.

 Dit zijn slechts enkele voorbeelden.

Doel
Achter dit alles is het eigenlijke doel: de absolute controle. Door middel van vragenlijsten, proefwerken en schriftelijke verslagen worden de kinderen doorlopend onderworpen aan testen, om na te gaan of zij zich de “nieuwe waarden” eigen hebben gemaakt. In Amerika krijg je alleen nog een zogenaamd CIM-certificaat, een soort eindexamen-diploma, als is bewezen, dat zij de indoctrinatie met goed gevolg doorlopen hebben. Zonder dat CIM-certificaat kan men niet

  • studeren,
  • een baan krijgen,
  • doorstuderen aan een hogere school,
  • een ziektekostenverzekering afsluiten.

Wie zakt voor het CIM-examen, moet een vervolgstudie volgen in een speciaal trainingscentrum in een van de staten van de VS, net zo lang, totdat zij hun paradigmaverandering hebben voltooid. President Obama heeft nu voor de leerlingen van het hoger onderwijs en het vwo verplicht gesteld, dat zij minimaal 50 uur per jaar en studenten zelfs 100 uur, vrijwilligerswerk doen. De scholieren moeten onbetaald werk verrichten in allerlei sociale inrichtingen. Hoe nuttig dat ook klinkt, er steekt een bepaalde bedoeling achter, namelijk, dat door middel van de hiervoor reeds genoemde groepseffecten goede werknemers gekweekt worden, die geheel passen in de nieuwe wereldorde. Het is nu al zo, dat in scholen kinderdagverblijven worden ondergebracht waarin kinderen zo kort mogelijk na hun geboorte, zodanig worden opgevoed dat zij zich in deze “mooie nieuwe wereld” zullen thuis voelen, waarin alles acceptabel is, behalve het christendom. Het christendom en zeker dat deel dat zich werkelijk op de Bijbel richt, hoort daarin niet thuis.

Deze zienswijze is afkomstig van Alice Ann Bailey die zij uitvoerig heeft beschreven in haar talrijke boeken en waarvan de inhoud haar werd ingegeven door de Tibetaanse monnik en geestelijk leider Djwhal Khul. Een zekere dr. Robert Muller heeft zijn “basiswereldleerplan” op deze vorm van occultisme gebaseerd en daarvoor – verspreid over de hele wereld – scholen opgericht. De UNO en alle niet-regeringsorganisaties, zoals UNICEF en UNESCO houden zich streng aan de principes van Alice Ann Bailey. Deze organisaties, zoals Lucis Publishing Company (voorheen LUCIFER’S Publishing Company), bezetten vandaag de dag een vaste zetel bij de UNO-vergaderingen. Inderdaad, het zijn de “duistere machten”, die achter dit nieuwe opleidingssysteem schuilgaan. Berit Kjos heeft persoonlijk een Robert Muller school bezocht en beschrijft de dingen, die ze daar gezien en beleefd heeft. Dan kunnen je de rillingen over je lijf lopen!! De auteur voert de lezer met haar boek door al deze duistere dalen. Als men het nieuwe opleidingssysteem heeft leren kennen, komt men zonder twijfel tot de slotsom, dat hieruit geen enkele uitweg meer mogelijk schijnt. Het netwerk, dat deze mensen over vele jaren hebben opgebouwd is dusdanig fijnmazig, dat er geen ontsnappen meer aan is. Daarentegen weet de christin, Berit Kjos, de lezer door dit donkere dal heen te leiden en praktische, op de Bijbel gebaseerde adviezen voor te dragen, opdat men weerbaar wordt tegen dit satanische schoolsysteem. Zij klaagt noch de leerkrachten, noch de school aan, omdat ook zij weet onder welke enorme druk zij staan. De achtergronden zijn bij hen niet altijd bekend. Kjos nodigt de ouders uit om met hun kinderen een interactieve Bijbelcursus te volgen, die zo specifiek op het voorgaande is afgestemd, dat dit – gezien het wereldwijde probleem – een ideale hulp is. Ja, wij kunnen ons wapenen om daar tegen te strijden. Een wapen, dat niet doodt, maar ons helpt. Het bestaat uit verklaringen en waarschuwingen vanuit Gods Woord, dat zijn eigen dynamiek kent.

Verweer
Het is onze opgave – als christen – niet te veroordelen, maar om te beoordelen. Dat kunnen wij het allerbeste met Gods hulp bewerkstelligen. Neem gerust aan, dat God voor elk probleem op onze weg een oplossing klaar heeft liggen. God laat dit nieuwe schoolsysteem slechts om  één reden toe: de christenen moeten vanuit hun passiviteit ontwaken en staan voor hetgeen zij geloven. Wij leven in een heel, bijzonder moeilijke tijd. Echter, het is nog steeds de tijd van de genade, wat voor ons christenen betekent, dat wij als christenen actief moeten blijven in het zoveel mogelijk waarschuwen en informeren. Het gaat daarbij om onze grootste rijkdom, die God ons heeft geschonken: ONZE KINDEREN. In dit nieuwe systeem betekent dat “de kinderen….. niet meer aan hun ouders, christelijke ouders, behoren die de voorkeur aan vrijheid geven, om hun kinderen een christelijke opvoeding bij te brengen. Zij begrijpen niet, dat datzelfde recht, dat hen verbiedt, om hun kinderen thuis het wettelijk voorgeschreven onderwijs te geven, ook een ieder verbiedt, het te misbruiken.” (Kathy Collins, voormalig juridisch adviseur van het schoolbestuur van Iowa) Met andere woorden: Je kinderen onderwijzen in de Bijbelse waarheden, wordt gelijk gesteld met kindermisbruik. Vanuit het perspectief van de nieuwe paradigma’s vormen de oude Bijbelse waarheden een hindernis, die de ontwikkeling van de kinderen tot globale burgers verhindert en een hindernis opwerpt voor de missie van de gloednieuwe Amerikaanse school. Het gaat zelfs zover, dat kinderen worden opgestookt tegen hun eigen ouders om hen bij de overheid aan te klagen.

Nawoord van de vertaler van dit artikel
Na zoveel schokkende en  angstaanjagende berichtgeving moet het mij van het hart, dat dit bericht vooral is bedoeld om alert te blijven! Ook moeten we er ons van bewust zijn, dat bepaalde ontwikkelingen via de politiek niet meer zijn te stoppen. We moeten het niet van mensen verwachten. Als christen behoeven we daarentegen niet bang te worden. Over de wereld, waarin wij leven, doet Paulus een boekje open in Efeze 6. Hij heeft het hier over de “geestelijke wapenrusting”. Ik denk, dat heel veel christenen dit stuk wel zullen kennen en zich misschien afvragen, hoe je dat nu in praktijk brengt. Johannes zegt in het eerste hoofdstuk vers 5: “…..het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.” Gedoopt zijn en elke zondag naar de kerk gaan is niet voldoende om de duisternis buiten te sluiten. Als je elke zondag in een  garage gaat staan, word je ook geen auto. Waar het “licht” is, zullen we niet alleen de duisternis beter herkennen, maar ook mogen we weten, dat daar waar het licht komt, de duisternis verdwijnt. Hoe wordt het weer licht in onze gezinnen? Hoe betrekken we onze kinderen in deze geestelijke strijd? Hoe kunnen we hun een wapenrusting meegeven? Denk niet, dat ze te jong zijn, want over de duistere kanten van het leven  weten de kinderen vaak veel meer dan hun ouders. Mijn kleinkinderen in elk geval wel. Er komt nu al en in de komende jaren meer op hen af dan wij ons kunnen voorstellen.

Eén van mijn favoriete teksten in dit verband is Col 3: 1 – 3:
“1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. 3 Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.”
Dit  gericht zijn op de Here Jezus  kunnen en moeten wij zelf als gezin in praktijk brengen! Lees als gezin, samen met uw kinderen, op een vaste tijd per dag (bijvoorkeur ’s morgens direct na het opstaan), de Bijbel. Probeer uw partner en/of de kinderen uitleg te geven over de gelezen tekst.  Sluit af met een gezamenlijk gebed. Doe dat elke dag! Sla geen dag over. Ik heb daar veel voor gebeden en weet inmiddels heel zeker, dat de Heer daarop antwoordt met: “Beproef Mij daarmee”!! Ik weet zeker, dat het in uw gezin weer “licht” zal worden, hoe diep de duisternis ook is of is geweest. Waar het licht is, verdwijnt de duisternis, waar of niet? Doe in een donkere kamer het licht maar eens aan…