THEOSOFIE (Grieks voor ‘goddelijke wijsheid’, of ‘wijsheid der goden’.

De brahmaanse theosofie is neergelegd in de Oepanisjaden en zoekt godskennis langs de weg van de mystiek. Zij ziet het kennen van God in de mens zelf en via verschillende stadia kan de mens zich geestelijk ontwikkelen, totdat hij de hoogste trap van menselijke volmaaktheid bereikt heeft.

De bekendste stroming van de theosofie werd door Helena Blavatsky gesticht. Samen met haar volgeling Alice Bailey stelde zij, dat zij de goddelijke wijsheid rechtstreeks van de ‘volkomen meesters’ ontvangen heeft. Deze meesters richten zich, via energie-trillingen of straling, op het lot van de mensen, dat zij daarmee zeggen te beïnvloeden. De zogenaamde Adyar-theosofie (naar de zetel in Adyar bij Madras) werkt de ‘witte broederschap van de opgestegen meesters’ verder uit.

Als verbindende schakel tussen westers occultisme en oosterse godsdiensten kan de theosofie worden gezien als de negentiende-eeuwse voorloper van de new age beweging. Hiermee zoekt men op occulte wijze te komen tot ‘verruimd’ bewustzijn’ door open te staan voor de boodschappen van de ‘verheven meesters’, die de mensen zeggen te helpen bij het bouwen van een nieuwe wereld.