De Kanjertraining – een geschenk 'van boven' of een product 'van beneden'?

De Kanjertraining – een geschenk ‘van boven’ of een product ‘van beneden’?

Er steekt meer achter.
In de Handleiding Kanjertraining Basisonderwijs, gevat in een uiterst dikke multomap, schrijft Weide (ontwikkelaar van de – kostbare1 – Kanjertraining) in het eerste onderdeel, dat als titel heeft Uitgangspunten van de Kanjertraining, in paragraaf 10 onder de kop Theoretische achtergronden dat de training niet is ‘gebaseerd op een specifiek theoretisch model uit de literatuur’. Hij vervolgt met: ‘Toch doen we een poging de kanjertraining in kaart te brengen en doen dat aan de hand van … vijf modellen’. De dan door hem genoemde modellen wil ik zo dadelijk allereerst kort onder de loep nemen.2 Vooraf wil ik u echter deelgenoot maken van enkele door Weide geuite saillante opmerkingen in een telefonische reactie van hem naar aanleiding van de publicatie op de site van Bijbels perspectief3 met een uitgebreidere versie van de door mij voor Bijbel & Onderwijs gehouden lezing over de Kanjertraining.4 Zo gaf Weide namelijk iets voor mij opmerkelijks en vermeldenswaardigs aan:

de Kanjertraining was te beschouwen als ‘van boven’, want Weide had zich door ‘het hogere’ geleid gevoeld.

Om onder meer deze reden was hij dan ook ‘diep teleurgesteld’ over de inhoud van de publicatie. Hij gebruikte zelfs het begrip ‘pijn’, sprak over ‘afbranden’ en bezigde het begrip ‘oordelen’.

De gehouden lezing en de uitgebreidere gepubliceerde versie daarvan, en al evenmin dit artikel, hebben ‘oordelen’, ‘afbranden’ of een niet serieus nemen van intenties op het oog. Hoewel ik heb aangegeven als christen niet uit de voeten te kunnen met dergelijke abstracte beschrijvingen als ‘van boven’ en ‘het hogere’, maar graag concreet spreek over de drie-enige God, raakt(e) een en ander mij wel. Het mogelijk christenzijn van Weide is en wordt door mij niet betwijfeld en het spreken van Weide over ‘van boven’ en ‘het hogere’ vraagt dan ook absoluut aandacht. Het ging en gaat mij om een objectief beoordelen van de training op basis van het verzoek van B&O.

Waar blijft de noodzakelijke onderbouwing?

Het eerste wat mij in mijn onderzoek opviel (en opvalt5), is het gebrek aan wetenschappelijke verantwoording6. Een bewijs daarvan is bijvoorbeeld de aangehaalde’ intro’ in paragraaf 10. Een verantwoording wordt bij een en ander niet gegeven en is evenmin elders te vinden. Bovendien krijgt men bij onderzoek van bijvoorbeeld de vijf genoemde modellen de idee dat het verwijt van de schoolpsycholoog Bob van der Meer, dat Weide7 ten aanzien van onder meer de kanjerregels plagiaat pleegt, ook hier – tenminste deels – geldt. Wat zijn de ideeën van Weide zelf en, wat is door hem, in iets andere bewoordingen, waarom overgenomen?8 En ten aanzien van de vijf genoemde modellen: waarom deze keuzes?9 Doet Weide recht aan het inhoudelijke ervan?10Een dergelijke aanpak onderstreept het flodderige van de methode, terwijl het taalgebruik in diverse onderdelen/publicaties horend bij de training populistisch genoemd moet worden en dat soms op het banale en onethische af – iets wat haaks staat op het doel: training in sociale vaardigheden. In een op verzoek van B&O te verschijnen brochure zal op onder andere deze en nog ander zaken nader worden ingegaan11. Kijken we nu naar (vanwege ruimtegebrek) enkele van de genoemde modellen en we betrekken daarbij de saillant genoemde uitspraken van Weide en doen dat vanuit de titel boven het artikel.

De achtergrond is humanistisch.
Toen ik Weide aansprak op zijn gebruik van ‘van boven’ en ‘het hogere’ en concreet vroeg waar dit zichtbaar werd binnen de training qua uitgangspunt en/of inhoud, was zijn reactie: ‘We zijn geen instituut voor evangelisatie’. In hoeverre is de Kanjertraining dan (nog) als een soort geschenk ‘van boven’ te beschouwen? Immers, de drie-enige God werkt nooit los van zijn Woord wat in dit geval concreet als logisch gevolg zou moeten hebben dat, zelfs al is de laatste reactie van Weide rechtmatig, het uitgangspunt of de referentiekaders bij en van de Kanjertraining tenminste niet in strijd zullen mogen zijn met het Woord van God.Of toch wel? Onderstreept het ongefundeerde aanhaken van Weide bij de door hem genoemde modellen niet de vaststelling zoals gedaan in de lezing: de training staat in principe haaks op het Woord van God? Wel, het ‘van boven’ en de geclaimde invloed van ‘het hogere’ zal inderdaad in het geheel niet blijken uit de gekozen modellen, echter wel het tegendeel.

Geen van de genoemde modellen geven namelijk ruimte aan of getuigen van ‘van boven’ en ‘het hogere’. Het humanistische model met het centrale thema van zelfverwerkelijking staat daar zelfs volkomen haaks op12 en voor God is geen enkele ruimte en al evenmin voor het gezag van zijn Woord. Als het bijvoorbeeld gaat om ‘schuld’, dan moet die altijd buiten de mens worden gezocht13, wat betekent dat de mens niet op ‘het zondaar zijn’ kan worden aangesproken. Het door Weide genoemde ecologisch model beschouwt probleemgedrag als ‘het gevolg van een verstoord ecosysteem’14. Van der Ploeg geeft aan dat men daarmee namelijk bedoelt ‘aan te geven dat het vooral om de interacties tussen het individu en omgeving gaat binnen een bepaald systeem’. Er is een soort psychologische acupunctuur nodig om het ecologisch evenwicht te herstellen15. Ook in dit model geen ruimte voor God en opnieuw ligt de oorzaak van de problemen elders.
Als één na laatste model noemt Weide het stressmodel. Zijn omschrijven lijkt een ‘verschuilen’ achter Van der Ploeg zonder uit- of toelichten. Ook binnen dit model geen plaats voor God en weer moet de oorzaak van problemen buiten het individu worden gezocht – bijv. de omgeving stelt te hoge eisen. Tot slot noemt Weide het psychosynthetisch model
16 en hij schrijft: ‘Psychosynthese is te beschouwen als een transpersoonlijke psychotherapie.’ Hier dienen voor de christen de alarmbellen sowieso te gaan rinkelen! Dit model wordt gezien als horend tot de transpersoonlijke psychologie17 die zich zondermeer kenmerkt door een oosterse, esoterische ondertoon, holistisch van karakter is en past onder de noemer new age. ‘De psychosynthese van Assagioli is een transformatieproces, waarbij in de mens de macht van het ego naar het hogere Zelf verschuift’18. Het hogere zelf is de bron van alle scheppende inspiratie’, vgl. de boeddha-natuur, goddelijke kern en de goddelijke vonk etc. Ofwel, het venijn zit wat de modellen aangaat bij Weide in de staart. Dit alles heeft niets van doen met ‘van boven’ maar juist wel met de tegenpool daarvan. Dat maakt dat met betrekking tot de Kanjertraining gesproken moet worden over een product afkomstig ‘van beneden’ (lees: van de duisternis). Een product waarvan een zich christelijk noemende school (en zeker ook de christelijke gemeente) zich beter kan distantiëren. En dan nog, is wat de Kanjertraining betreft, u de helft niet aangezegd.

drs. J.G. Hoekstra

 

 

1 De training en de daarbij behorende materialen zijn uiterst prijzig te noemen.

2 Op het eerste door Weide genoemde model, het psychodynamische model, wordt in dit artikel niet ingegaan omdat onduidelijk is welke keuze(s) Weide hier maakt/waar hij in deze voor staat. Het betreffende model kent namelijk meerdere stromingen. Bepaalde onderdelen van dit model zou je, ondanks de diversiteit in stromingen, concreet strijdig kunnen noemen met de Kanjerideologie. De grondgedachten van het model als zodanig gaan terug op Freud en dat betekent sowieso een clash met het christelijk geloof. Het model wordt wel in noot 10 in een daar voor zich sprekende context genoemd.

3 http://www.bijbels-perspectief.nl

4 Opgemerkt mag hierbij worden dat alle in deze publicatie/lezing genoemde personen en instanties uit fatsoensoverwegingen van de vermelding van hun naam/instantie op de hoogte zijn gebracht.

5 Het onderzoek van de training is namelijk nog niet volledig afgerond.

6 Er wordt, aantoonbaar, druk ‘gewerkt’ om het geheel achteraf wetenschappelijk te valideren en dat op een allerminst objectieve en professionele wijze – de uitdrukking ‘de slager keurt het eigen vlees’ is hier zeker toepasbaar. Zelfs de publicaties van drs. Vliek, die nota bene werkt aan een promotie op dit onderwerp, zijn niet sterk en overtuigend te noemen. Daarenboven/derhalve mag de vraag gesteld worden of een op dit onderwerp promoveren wetenschappelijk te verantwoorden is.

7 Onder meer Bob van der Meer, die als expert mag worden gerekend als het gaat om de aanpak van de pestproblematiek, uit vanuit zijn vakgebied niet mis te verstane kritiek op de Kanjermethode. Wat betreft het verwijt van plagiaat geeft hij op de site Pesten.net een uitgebreide verantwoording – http://www.bobvandermeer.info/. Tegelijk attendeert hij ook nog eens op een foutief interpreteren van geplagieerde regels door Weide.

8 Weide noemt tussen haakjes bij het eerste door hem genoemde model verwijzend Van der Ploeg (met als jaartal 1996). Wie kennis neemt van deze bron (J. v.d. Ploeg, Gedragsproblemen, Lemniscaat b.v., Rotterdam 1997 – hoofdstuk 4.2) zal bij lezing veel ‘overeenkomsten’ vinden.

9 Van der Ploeg behandelt in het genoemde hoofdstuk 4.2 vier van de vijf door Weide genoemde modellen + het gedragsmodel en het cognitieve model. De keuze van Weide in plaats daarvan voor (alleen) het psychosynthetische model krijgt geen toelichting. Zoals aangegeven, zondermeer ontbreekt elke toelichting.

10 Om in deze één model te noemen, het psychodynamische model. In Liesbeth Eurelings-Boentekoe, Jurrijn en Wim Snellen (red.), Handboek persoonlijkheidspathologie, Bohn, Stafleu, Van Loghum, Houten 2009 (hfdst. 11 (11.1.1 (p.201) pp 201-218)) wordt aangegeven: ‘Het psychodynamische gedachtegoed bestaat uit een rijk palet aan diverse stromingen’. Daarbij wordt onder andere gewezen op het gegeven dat ‘De Jonghe (Kort en krachtig, de Jonghe, F. Benecke NI, Amsterdam 2005) zelfs zes ‘deeltheorieën’ [noemt] binnen de psychoanalytische traditie: de drifttheorie, de ego-psychologie, de objectrelatietheorie, de zelfpsychologie, de hechtingstheorie en de primaireliefdetheorie’. Waar staat Weide voor, naar welke stroming/theorie neigt hij?

11 Zo zal in de brochure bijvoorbeeld aandacht geschonken worden aan een aantal door Van der Meer genoemde onethische zaken in voorbeelden, oefeningen etc., alsook aan het stigmatiseren door de training en het daarbij wel degelijk oordelen door Weide als het gaat om het pestslachtoffer.

12 Van der Ploeg stelt: ‘…zelfverwerkelijking vormt een belangrijk centraal thema in het humanistische model.’ (J. v.d. Ploeg 1997, p. 65). Vgl. als het gaat om Maslow en Rogers e.a. ook J.G. Hoekstra, De Focustherapie, Ik of… Christus, Johannes Multimedia, 2012 – hoofdstuk 2.1 p. 26 e.v. Het boek is als ebook gratis te downloaden via de site van de uitgever via: http://www.johannes-multimedia.nl/product_info.php/products_id/7446.

13 Het binnen de Kanjertraining niet willen spreken over dader en slachtoffer past bij dit model, echter, binnen de Kanjertraining blijkt het slachtoffer (konijn, gele pet) wel degelijk de klos – wat heet! Op dit punt wordt in de brochure nader ingegaan.

14 Vgl. J. v.d. Ploeg 1997, p.67 e.v.

15 Met deze beschrijving wil ik zeker geen positieve waardering geven aan de occulte geneeswijze acupunctuur. Het gaat slechts om een schertsend duiden.

16 Ontwikkeld door Roberto Assagioli, een Italiaans psychiater die dit model zelf omschreef als eerder een leermodel dan een therapiemodel.

17 In dit bestek gaat het te ver om deze stroming binnen de psychologie uit te werken. In de brochure zal daaraan alle nodige aandacht geschonken worden. Voor een inhoudelijke beschrijving wijs ik graag naar het in noot 11 genoemde boek De Focustherapie, Ik of… Christus, hoofdstuk 2.2 pagina 31 e.v.

18 Vgl. o.a. http://theorderoftime.org/ned/leden/harry/index.php/Site/RobertoAssagioli. Weide zegt: ‘Het systeem… probeert een verband te leggen tussen enerzijds de ziel en de theologie, anderzijds de persoonlijkheid en de psychologie. Uitgangspunten: Ken uzelf, wees meester over uzelf, vorm uzelf tot een nieuwe persoonlijkheid’ en ‘De ziel is de context, de “onbewogen beweger”, de persoonlijkheid is dynamisch…’.