Pastoraat

Ze zijn er: vaders, moeders, voorgangers, oudsten , bekenden en kennissen die tijd nemen om voor kinderen, gemeenteleden, vrienden en kennissen klaar te staan om hen geestelijk te helpen. Ze doen het, omdat ze hun Heer volgen die wat betreft herderlijke zorg zo’n Voorbeeld is. Blijven doen, want je kunt er zielen mee winnen!

Zorg voor kleinen en groten

Inleiding
Als jongen van een jaar of 8 à 9 had ik een vriend. Zijn vader was boer en had ook schapen. Soms bracht ik, tijdens mijn vakanties, enige tijd met mijn vriend op hun boerderij door. Op zekere dag ontdekte de vader van mijn vriend dat één van de lammeren er niet meer was en hij en zijn knecht gingen op zoek. Zij vonden het. Het was verdronken in een van de kleine kreken, vlak naast de wei. Hulp kwam te laat.
Ik herinner me nog het droevige gezicht van de vader van mijn vriend en dat hij zich afvroeg hoe het mogelijk was dat een lam door de afrastering heen brak.
Nu denk ik, dat er een heel belangrijke reden voor was: er was geen herder.

Waar zijn de herders?
Dit is een vraag die veel gehoord wordt. Het is een vraag die een grote nood bij de gelovigen, de schapen, laat zien. Wat zouden herders moeten doen? Volgens Ez 34:2 zouden zij de kudden moeten voeden en zorgen voor de zieken. Zij zouden moeten verbinden wat gebroken is en terugbrengen wat verloren is. (vs. 4) De schapen zijn verstrooid, omdat er geen herder is. (vs. 5) Er is gebrek aan gelovigen die hun gave als herder gebruiken. De taak van een herder is niet eenvoudig, maar wil je de Here de volgende vraag stellen: “Here, geeft U mij de gaven om herder te zijn?” En als de Here je laat zien dat jij die gave hebt, wil je dan die gave voor Hem gebruiken, voor Zijn glorie, ter wille van Zijn lammeren en schapen?
De Here weet de noden van Zijn schapen. Vóór Hij naar de Vader terugkeerde, gaf Hij Petrus een drievoudige taak: zie Joh 21: 15, 16 en 17.
a. Weid mijn lammeren.
b. Hoed mijn schapen.
c. Weid mijn schapen.
De apostel Petrus draagt zijn taak over, die hij van de Here ontving, aan de oudsten:
Hoedt de kudde Gods die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging” (1 Petrus 5: 2).
Overweeg deze uitdrukking `de kudde van God` eens in je hart. Als iets van God is, hoe kostbaar moet dit dan voor God zijn. Hoe kostbaar is Gods kudde voor jouw hart en het mijne? Als iemand ernaar verlangt voor Gods kudde te zorgen, moet hij (zij) dat doen, zoals de goede Herder het deed. Waarom? Omdat Hij niet alleen “de goede Herder” is, maar ook “de grote Herder” en “de belangrijkste Herder”. (Lees maar Joh: 10:11; Hebr 13: 20, 21 en 1 Petrus 5:4)
Laten wij ons door de Here Jezus leren? Laten we het Marcus’evangelie lezen: “En toen Hij weer te Kapernaüm gekomen was, hoorde men na enige dagen, dat Hij thuis was ”(Marcus 2:1).

Les 1: Wees er! Neem de tijd!
Wees er!
Ik wil die uitdrukking benadrukken: Hij was in het huis. De Here wist van te voren, wat zou gaan gebeuren. Hij wist dat een verlamde man door zijn vrienden naar Hem toe gedragen werd. Hij zei niet: “Ik ben weg.” Herken je iets van wat wij vaak doen, als er problemen komen? Hij is ervoor deze man en zijn speciale nood. Wat was dan het probleem van deze man?
a. Hij was verlamd.
b. Hij was een zondaar.
c. Thuis zittend kon hij de Here Jezus niet zien.
Vandaag zijn er veel mensen, onder wie ook kinderen, die in deze situatie verkeren. Ze zijn verlamd, omdat ze aan hun redding twijfelen. Verlamd, omdat er zonde in hun leven is. Verlamd door hun “onmogelijk moeilijke” omstandigheden. Maar Hij is er en Hij ontvangt deze man en kijkt naar zijn noden.
In het evangelie van Lucas lezen we: “En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging” (24:15). De Here voegde zich bij twee verdrietige zielen die het zicht op Hem verloren hadden. Hij vergezelde hen. Het is vaak noodzakelijk iemand in moeilijkheden te bezoeken.
In onze eerste geschiedenis brachten mensen hun vriend naar de Here toe en in de tweede geschiedenis gaat Hij zelf naar deze verdrietige mensen toe. In beide gevallen is Hij er voor hen allen. Hij was er op het moment dat Hij Zijn leven aan ’t kruis van Golgotha gaf. Jes 50: 5 en 6 zegt profetisch van de Here Jezus: “De Here HERE heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel.” Ja, Hij was er in de moeilijkste momenten. “Toen zei Ik; Zie, Ik kom (in de schriften is van Mij geschreven) om Uw wil te doen, o God.” Hij was er om de wil van God te doen. (Hebr 10:7) “Ik ben de goede herder, de goede herder geeft zijn leven voor de schapen”(Joh 10: 11). Hij was er om Zijn kostbaar leven te geven.

Neem de tijd!
Het gevaar voor de herder is dat hij gehaast is. In onze maatschappij is alles geagendeerd en er wordt gezegd: “Tijd is geld.” Is dat waar in verband met herderlijke zorg? Nee! Met de tijd te nemen win je vaak een ziel. Door gehaast te zijn verlies je vaak een ziel. Hoe belangrijk is het de tijd te nemen. Daarom één advies: hij die de zorg van een herder wil uitoefenen, kan zijn horloge beter thuislaten! Ik herinner me een geschiedenis waarin een broeder een andere broeder in nood bezocht. De broeder die op bezoek kwam, zei: “Luister, ik moet de trein van 4 uur halen, dus mijn tijd is beperkt.” De broeder in nood zei: “Ga maar, ik wil niet de reden zijn, dat je je trein mist.” Die opmerking beïnvloedde de atmosfeer. Ze hadden een gesprek, maar niet alle onderwerpen, die de broeder in nood wilde bespreken, kwamen aan de orde en hij bleef ontmoedigd achter. Een droevig negatief voorbeeld! De Here had Zijn goddelijke agenda voor alles wat Hij deed, dus ook voor de herderlijke zorg. We lezen in het Johannesevangelie de uitdrukkingen: “Mijn ure is nog niet gekomen” en “Het uur komt en is er nu” ( 2:4; 5:25; 16;32). Hij was altijd beschikbaar. Kijk maar eens naar Joh 3, waar Nicodemus in de nacht kwam. De Here zei niet: “Luister, Nicodemus, Ik ben moe, Ik wil naar bed.” Nee, Hij nam de tijd. In de nacht! En zoals we later zien, de Here leidde de Schriftgeleerde op het pad van de gerechtigheid. (Ps 23:3) Laten we eens kijken naar Lucas 24: 19-25: “En zij zeiden tegen Hem: Omtrent Jezus van Nazareth, die een profeet was machtig in woord en daad voor God en mensen en hoe de overpriesters en onze leiders Hem overleverden om ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hadden. Maar wij vertrouwden dat Hij het was, die Israël zou verlossen: en bij dit alles is het vandaag de derde dag sinds deze dingen gebeurd zijn. Ja, enige vrouwen uit ons midden verbaasden ons, die vroeg naar het graf gegaan waren; En toen zij Zijn lichaam niet vonden, kwamen zij bij ons en vertelden dat zij ook een visioen van engelen gezien hadden die zeiden dat Hij leefde. En enigen van hen die bij ons waren, gingen naar het graf en vonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.”
We zagen al, dat de Here zelf naar hen toekwam en met hen meeging. Hij gaf hun de tijd om hun problemen duidelijk te maken. Hij gaf hun zes verzen (vs. 19-25) om weer te geven wat in hun harten was. Hoe belangrijk is het dat wij ook mensen de tijd geven om hun gedachten en gevoelens te uiten. Het is goed om je af te vragen: Is het minimum aan tijd dat ik hem/haar geef gelijk aan zes verzen?

Samenvattend
1. Voor Maria van Magdala was Hij er en nam de tijd vroeg in de morgen. “En op de eerste dag van de week ging Maria van Magdala vroeg, terwijl het nog donker was, naar het graf en ze zag de steen van het graf weggenomen. 14 Na deze woorden keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was”(Joh 20:1,14).
2. Voor die verlamde man was Hij er en nam tijd overdag. (Marcus 2)
3. Voor de discipelen op weg naar Emmaüs was Hij er en nam tijd in de middag/avond.
4. Voor Nicodemus was Hij er en nam tijd in de nacht.

Wat een voorbeeld voor herderlijke zorg heeft de Here Jezus gegeven!

A.Eysink