Verborgen gevaren in de wereld van het kind

Verborgen gevaren in de wereld van het kind

Een onderzoek naar occulte invloeden binnen methoden en methodieken in de basisschool en de beleidskeuze van scholen rondom dit thema.


Marleen van Helden en Sanne Vos hebben voor hun uitgebreide eindscriptie op de CHE boven genoemde titel gekozen. Hoofdstuk 5 met als kop ‘Samenvatting, conclusies en aanbevelingen’ is met hun toestemming na bewerking overgenomen.

Uitgangspunt
Tijdens ons theorieonderzoek hebben we eerst duidelijk moeten krijgen wat nu precies ‘occult’ is en binnen welke methoden en methodieken we dit tegenkomen. We hebben in ons theoriegedeelte een onderscheid gemaakt in een ‘wit’, ‘grijs’ en een ‘zwart’ gebied. Het witte gebied is het gebied waar we geen occulte zaken aantreffen. Bij het grijze gebied hebben we te maken met methodieken waarbij we de vraag stellen of ze van hun achtergrond los te koppelen zijn. Van daaruit is het ook moeilijk te zeggen of dit grijze gebied altijd als occult kan worden aangeduid. In dit gebied hebben we ook veel te maken met bijgeloof. Een voorbeeld hiervan is mediteren. Als we deze methodiek kunnen loskoppelen van de achtergrond, is naar ons idee mediteren niet slecht, mits je het doet aan de hand van Bijbelteksten . Op het moment dat het wordt aangeboden vanuit het newage-gedachtegoed, denken we, dat het wel zeker op kinderen invloed kan hebben. Het zwarte gebied duiden we aan als occult. We spreken hier over methodieken die niet los te koppelen zijn van de achtergrond. Op deze wijze hebben we getracht het eerste gedeelte van onze hoofdvraag te beantwoorden, waarbij we duidelijk hebben gekeken welke zaken we allemaal tegenkomen binnen methoden en methodieken.

Beleid t.o.v. occultisme
Om het tweede gedeelte van onze hoofdvraag te kunnen beantwoorden, hebben we met directies van een zestal christelijke scholen (prot. christelijke, reformatorische, gereformeerde en evangelische) gesproken. We hebben gevraagd naar praktijkervaringen en naar beleidskeuze om occultisme op de basisschool te (ver)mijden.
De meeste schoolleiders denken, dat de leeftijdscategorie van de basisschool nog niet bezig is met ‘occulte zaken’. Ze bedoelen met ‘occulte zaken’ dan glaasje draaien of het Ouija-bord. Andere voorbeelden kon men niet noemen. Als we doorvroegen, benoemden ze wel, dat kinderen misschien wel bezig waren met thema`s als heksen, spoken en geesten. Op welke manier kon bijna niemand benoemen. Er werd aangegeven, dat er vaak wel meer speelt onder de kinderen, maar dat ze het moeilijk vinden om ‘de vinger’ erachter te krijgen. De evangelische school was de enige school die in de praktijk heeft meegemaakt dat een leerling occult belast was. Deze situatie heeft de school bewust gemaakt waardoor het occultisme wel zeker als een probleem voor de basisschool wordt gezien en wat zich op veel manieren kan manifesteren.
De andere scholen ondernemen om occultisme te vermijden alleen maar actie wat betreft het boeken- , tv- en computerbeleid. Als we het hebben over de aanschaf van methoden en methodieken – denk aan mandala`s – in de klas, dan hebben ze hier nog niet over nagedacht en zijn er geen duidelijke richtlijnen. Ook geven scholen aan dit onderwerp vrijwel niet te bespreken in hun team. In het team is er vaak onduidelijkheid over.Dit zie je ook terug in de acceptatie-niveaus. Als team weet men vaak niet welk beleid gevoerd moet worden. Na de meeste gesprekken gaven scholen aan wel geschrokken te zijn van onze praktijkvoorbeelden en wilden hier toch actiever mee aan de slag gaan.
We kunnen dus concluderen, dat scholen op dit moment vrijwel niets tot weinig doen binnen hun beleid om ‘occulte’ invloeden te vermijden. We moeten hierbij wel aangeven, dat ze er niet veel voor voelen om bijvoorbeeld een protocol op te zetten of om andere keuzes omtrent dit gebied op papier te zetten. Scholen geven aan dit onderwerp meer in hun team te willen gaan bespreken. Daardoor worden er wel beleidskeuzes vastgelegd, maar niet gedocumenteerd waardoor er voor ouders, teamleden en buitenstaanders veel onduidelijk blijft. Dit zien we ook terugkomen in de wisseling van de acceptatie-niveaus.

Toetsen en onderscheiden
Toch denken we, dat het belangrijk is om na dit onderzoek duidelijk aan te geven wat onze mening over dit onderwerp en onze aanbeveling naar scholen toe is, om goed om te gaan met occultisme binnen de basisschool en eventueel daarbuiten. Het grote probleem bij de occulte invloeden in onze cultuur is niet dat je gelijk occult belast raakt van het kijken naar occulte programma’s of het lezen van een boek met occulte invloeden zoals Harry Potter. Het probleem is meer dat kinderen en jongeren het steeds normaler gaan vinden, dat er paranormale dingen om hen heen gebeuren.
Soms is er ook sprake van dat jongeren al bij het lezen of bij het zien zich openstellen voor het occulte. Dit gebeurt niet door het lezen van een boek of iets dergelijks, maar wel door dingen als ´glaasje draaien´ en het oproepen van geesten.

Bij de keuzes die je als mens en zeker als leerkracht (in verband met de voorbeeldfunctie en invloed die je hebt) maakt, is het van belang dat je ook rekening houdt met de eventuele kwade machten die er achter kunnen schuilen.
Ook zijn er veel dingen op veel verschillende manieren uit te leggen; het is een grijs gebied. Belangrijk is dan, zoals bij veel andere facetten van dit onderzoek, dat we blijven bidden om de onderscheiding van geesten (1 Korinthe 12:10, 1 Joh 4:1).

Het is belangrijk dat je als school, leerkracht en opvoeder hierin een duidelijke lijn trekt, wat wel en wat niet kan. Denk ook aan de toelating van kinderen, in verband met de overtuigingen van ouders,  maar ook in de keuze van welke boeken er in de schoolbibliotheek komen en welke films je laat zien. En of je de kinderen wilt voorlichten of niet. Wij denken, dat het geen goede manier is om kinderen helemaal te ontzien van alles wat ‘occult’ is of zou kunnen zijn.

Als leerkracht kun je er beter voorlichting over geven, dan het doodzwijgen. Hierbij kun je ook denken aan voorlichting over muziek, internet en computergames. Niet alle seculiere muziek is slecht, maar er is christelijke, seculiere en antichristelijke muziek. Vooral de seculiere muziek is lastig te peilen. Kinderen in groep 7 en 8 staan zeker open voor een kritische kijk op muziek. Daarbij is het van belang dat de kinderen kijken naar wat zijn de teksten, wat wil de muzikant hiermee zeggen en wat vertelt de clip mij.

Onze eigen conclusie is dat we vooral kinderen moeten begeleiden bij de keuzes die zij moeten maken. We moeten ze begeleiden en ze niet een mening opleggen. Het is een feit dat we wel in de klas goed moeten opletten, dat we de kinderen niet onnodig op verkeerde geestelijke paden laten wandelen. Denk eens aan de ogenschijnlijk onschuldige dingen zoals gelukstenen. Het is van belang kinderen en jongeren voor te lichten over occulte zaken. Niet alleen met het vingertje wijzen dat het fout is, maar ook zeggen wat de gevolgen kunnen zijn. Daarbij moeten er personen worden genoemd waar ze naar toe kunnen gaan, als ze betrokken zijn geraakt of problemen hebben op occult gebied
Omdat er een steeds grotere belangstelling is voor bovennatuurlijke zaken, is het dan ook niet handig om nu dingen die op het randje liggen gewoon te doen. Als leerkracht is het dan ook van belang om je te verdiepen in deze materie.

Modelling
Het is goed denkbaar dat leerkrachten steeds meer te maken krijgen met occulte invloeden, die middels de (jeugd)cultuur op de jongeren afkomen. Het is van groot belang dat leerkrachten beseffen, dat ze hier een cruciale rol in kunnen spelen. Niet alleen het voorlichten van kinderen en de keuzes die ze maken over media en boeken die gebruikt worden. Juist leerkrachten hebben ook te maken met ‘modelling’. We moeten kinderen voorleven dat een leven met God geen ruimte voor duistere zaken laat. Daarnaast ligt daar ook een taak voor het bestuur van basisscholen, aangezien zij te maken met modelling naar de teamleden en ouders. Daarnaast hebben ze ook een rol om mensen door te verwijzen naar de juiste personen/gemeenten die wel rekening houden met de eventuele occulte belasting die aanwezig kan zijn. Wij zijn van mening, dat elke school hier een protocol voor zou moeten hebben, net zoals de meeste scholen dat hebben voor bijvoorbeeld mishandeling.

De leerkracht heeft de taak als beschermer (Ter Horst, 1995, zie h.3.1) om het kind te begeleiden binnen deze wereld en het kind ermee bekend te maken, waardoor het in staat is om zelf keuzes te maken en hier verantwoordelijkheid voor te dragen. We maken de kinderen klaar voor een maatschappij waarin we nu eenmaal dagelijks geconfronteerd worden met occultisme. Een verborgen gevaar wat zichtbaar gemaakt moet worden.

[1] Dit mediteren is niet hindoeïstisch bedoeld. In de King James staat bijv. bij Ps 119:15: ‘I will meditate in thy precepts and have respect unto thy ways.’ De NBG’51 heeft daar: ‘Uw bevelen zal ik overdenken en op uw paden zal ik letten.’ Geen mantra’s bij het Bijbellezen, maar  nauwkeurig nagaan wat er staat..