wat staat ons te wachten?

Is er een verband tussen occulte beïnvloeding en criminaliteit? Zijn er aanwijzingen dat boze geesten hun ‘contacten’ aanzetten tot daden die vallen onder ‘zinloos geweld’?

Wat staat ons te wachten? (artikel)
Over occulte beïnvloeding en criminaliteit

Is er een verband tussen occulte beïnvloeding en criminaliteit? Zijn er aanwijzingen dat boze geesten hun ‘contacten’ aanzetten tot daden die vallen onder ‘zinloos geweld’?

B&O magazine dec. 1998, door drs. R.H. Matzken

Het is niet eenvoudig om vast te stellen wat occulte beïnvloeding in kinderen kan uitwerken.
Om te beginnen is ieder kind weer anders, daarom zullen zij ook heel verschillend reageren op occulte invloeden. Bovendien willen wij ook niet stellen dat bepaalde symptomen, zoals het zogenaamde MPS (Multi Personality Syndrome), allemaal occult van aard zouden zijn.
Niettemin zijn er aanwijzingen voor het occulte als één van de factoren van ontregeld gedrag. Zo kunnen occulte invloeden een belangrijke oorzaak zijn van een veranderde persoonlijkheid. Dat kan zich op korte termijn uiten (bijvoorbeeld nachtmerries), maar het kan ook langzaam doorwerken en pas op de langere termijn merkbaar worden (bijvoorbeeld agressief gedrag).

Een belangrijk terrein van onderzoek zou het verband tussen occulte beïnvloeding en criminaliteit kunnen zijn. Soms zijn handelingen niet alleen volkomen onaanvaardbaar, maar ook volslagen onverklaarbaar. Toch rust er een taboe op de enige betrouwbare verklaring van een bovennatuurlijke oorzaak, die de Bijbel biedt.

Een duidelijk voorbeeld is de schietpartij van twee jongens van 13 en 11 jaar in Jonesboro, Amerika. Nadat zij op hun school het brandalarm hadden aangezet, schoten zij in de daarop volgende paniek een leraar en vier leerlingen dood, en verwondden tien anderen. De meeste kranten spraken van een tragedie; de christen-psycholoog James Dobson wees op het teloorgaan van morele waarden en normen in de gezinnen. Als één van de weinige kranten legde de Engelse Sunday Mail een relatie met een occulte bron. Onder de kop Satanic Link to Slayings onthulde de krant op 19 maart 1998 dat de jongens lid waren van een heksenkring. Andere leerlingen wisten ervan en hadden het zien aankomen, maar durfden er niet over te spreken, uit angst voor represailles. Bovendien gingen zij ervan uit dat toch niemand hun waarschuwing serieus zou nemen. Dit maakte de tragedie zo onvermijdelijk, als in een Grieks drama.

Op grond van de beschikbare literatuur en ondersteund door tal van berichten uit de praktijk, hebben wij de volgende hypothese opgesteld, dat is een veronderstelling die nog bewezen dient te worden. Terwille van het overzicht geven wij de grote lijn in onderstaand schema weer:

Steeds meer kinderen komen terecht in een situatie die voor hen bijna ondraaglijk is, zoals incest en pesten.
Deze traumatische ervaring is voor hen niet te dragen, met als gevolg een vlucht in een fantasie-wereld, waarin zij compensatie zoeken en vinden.
Afhankelijk van hun persoonlijkheid kan het streven tot overleven leiden tot een aantasting van hun persoonlijkheids-structuur, wat zich op tal van wijzen kan uiten, zoals gevoelsblokkades.
In deze situatie is het kind vatbaar voor de zogenaamde verinnerlijking (bij Jung: individuatie). Het stelt zich open voor ‘helpers uit de andere wereld’ (geleidegeesten) die nieuwe werelden ontsluiten met bovennatuurlijke bronnen van kennis, wijsheid en energie (zgn. geleide fantasie).
In onze tijd wordt dit proces sterk bevorderd doordat kinderboeken, leermethoden, oefeningen, CD-Roms enz. zich aanbieden als occulte wegwijzers en spoorboekjes naar zulke helende of verruimende processen.
Hiermee worden kinderen getrokken in een tovercirkel die niet met normale menselijke middelen kan worden doorbroken. Buitenstaanders zien alleen de verwarrende symptomen, omdat de kinderen bij hun initiatie of inwijding uitdrukkelijk wordt bevolen er met niemand over te spreken.
Na verloop van tijd eisen deze geestelijke helpers (demonen) hun tol en houden zij de kinderen in hun greep. De kinderen moeten hen een offer brengen, op straffe van uitsluiting of pijniging, waarmee zij terecht komen in een vicieuze cirkel van steeds grotere terreur.
Het wezenlijke ‘voedsel voor demonen’ is bloed: bloed van dieren en bloed van mensen. Opmerkelijk hierbij is de grote belangstelling voor vampiers en weerwolven, waarbij het ene na het andere ‘handboek’ de boekenmarkt verovert.
Voor sommige kinderen leidt dit tot zelfverwonding tot aan zelfdoding toe. Andere kinderen worden ertoe opgezet het bloed van anderen te laten vloeien, totdat het leven is geweken. Dit geeft een verklaring voor sommige onverklaarbare gruwelijke moorden, zelfs door jonge kinderen.

Met dit schema willen wij een modern taboe doorbreken, nl. de stilzwijgende afspraak uit de nadagen van het modernisme om niet te spreken over en niet te rekenen met de geestelijke realiteiten waarover de Bijbel zo duidelijk wel spreekt. De tendens is om het occulte dat overal aanwezig is, te integreren en te accepteren in het dagelijks leven.

Deze verleiding dient weerstaan te worden door openlijk te spreken over het ultieme kwaad dat de maatschappij en in het bijzonder de jeugd in zijn greep krijgt en tot verderf brengt.
Psychologen en pedagogen, politie en politici zouden er goed aan doen om bij het zoeken naar oorzaken van sommige vormen van criminaliteit óók een verband te leggen met occulte beïnvloeding en initiatie. Wij doen een beroep op hen om ons te steunen om dit terrein beter in kaart te brengen, opdat de kinderen niet nog meer slachtoffer worden van ‘de listige verleidingen van de boze’.