stamt u van de apen af?

 

B&O magazine febr. 2004

Dit is de vertaling van een recent artikel van Russell Grigg in Creation 25 (1), 16-19, 2003.
Al meer dan een eeuw hebben aapmensen tot de verbeelding van wetenschappers gesproken: met recht kan men stellen dat zij een belangrijke bijdrage tot de ‘science fiction’ zijn geweest. Zo beschreef Arthur Conan Doyle in 1912 in The Lost World hoe vier ontdekkingsreizigers op zoek naar dinosaurussen, in het dal van de Amazone een hele stam aapmensen als zgn. ‘missing links’ tegenkwamen.

In 2001-2002 heeft de BBC hierover een met de computer geanimeerde film uitgezonden die over de hele wereld werd bekeken. Met het oogmerk om het bijbels geloof belachelijk te maken, voegde de BBC een gekke priester aan het ontdekkingsteam toe, die zelfs een poging doet om de onderzoekers te doden om te verhinderen dat hun berichten tot de wereld zou doordringen en daarmee het geloof in het Genesisverslag van de schepping onderuit zou halen!
Wat moeten we nu van deze zogenaamde aapmensen geloven?
Wetenschappelijke consequenties
Wetenschappelijk gezien houdt het concept van aapmensen het volgende in:

1. dat de evolutie waar is en dat dit proces een geslacht van half-menselijke wezens heeft voortgebracht die afstamden van niet-menselijke voorouders;
2. dat in het proces dat uiteindelijk de mens heeft voortgebracht inhield de misbaksels niet hebben overleefd;
3. dat voor dit proces miljoenen jaren nodig zijn geweest;
4. dat de fossielen die volgens hen de overschotten van deze schepsels zijn, een betrouwbaar bewijs zijn, d.w.z. terecht zijn geïnterpreteerd in hun anatomie, leeftijd en de hen toegeschreven evolutionaire relaties.

Wat zijn de feiten?

Er zijn veel verschillen tussen mensen en apen die uit de fossiele resten kunnen worden gezien. Een voorbeeld is het feit dat de mensen rechtop lopen en daarvoor geschikte knieën, heup gewrichten, ruggengraat, tenen enz. hebben. Daarbij hebben mensen ook nog een duim die tegenover de vingers is geplaatst. Mensen maken en gebruiken ingewikkelde gereedschappen en vuur, en houden zich ook bezig met allerlei vormen van creativiteit (zoals musiceren en schilderen) Zij hebben een grotere hersencapaciteit dan apen, kleinere tanden en kiezen, geplaatst in de vorm van een parabool of V. Dit in tegenstelling tot apen, die een U-vormige kaak hebben.

Andere cruciale verschillen zijn onder meer communicatie door middel van de taal, het vermogen om te rekenen, verstandelijk redeneren en een vrije wil in plaats van instinct. Het bestaan van deze vermogens is echter als regel uit de fossiele fragmenten af te leiden.
De geestelijke dimensie
Christenen zullen hieraan toevoegen dat de mens is geschapen naar Gods beeld?
God is geest (Joh 4:24), dus hebben mensen een geestelijke dimensie. Dit betekent dat zij met God kunnen communiceren en hun gebeden verhoord worden.
God is licht (1 Joh. 1:5), dus hebben mensen een moreel geweten, dat is een besef van goed en kwaad en het vermogen tot zowel heiligheid als tot zonde.
God is liefde (1 Joh. 4:8), dus kunnen wij de liefde van God ervaren in de vergeving van onze zonden, wat ons geweten rust geeft en ons in staat stelt God lief te hebben en met Hem om te gaan. 

Vanuit de nieuwe relatie met God kunnen mensen ook vervuld worden met Zijn Heilige Geest. De vruchten hiervan zijn: liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Gal.5:22-23).
Dieren aanbidden God niet. Wij zien ook bij hen geen moreel bewustzijn of een behoefte aan geestelijk gedrag. In fossiele vondsten kunnen wij geen geestelijke kwaliteiten waarnemen. Maar de spirituele dimensie van de mens omvat ook het geloof in ‘leven’ na de dood, iets dat we dikwijls zien in de vorm van religieuze begrafenisceremonies.


Vruchtbare grond voor bedriegers
Evolutionisten die op zoek zijn naar bewijs voor ‘aapmensen’ zoeken vooral naar fossielen die anatomische uiterlijkheden vertonen die liggen tussen die van apen en die van mensen. Of zij zoeken naar fossielen die enkele van de bovenstaande lichamelijke kenmerken vertonen. Dit heeft geresulteerd in veel vervalsingen en fraude.

De meest opmerkelijke vervalsing was de Piltdown Mens, ‘ontdekt’ in Engeland tussen 1908 en 1912. Dit betrof een menselijk schedeldak en de onderkaak van een orang-oetan, waarvan de tanden waren gekleurd en met een vijl bewerkt om ze meer menselijk te laten lijken en ze te laten passen bij de afmetingen van de tanden in de menselijke bovenkaak. Hoewel de vervalsing slecht gedaan was, duurde het tot 1953 voor de fraude openbaar werd gemaakt. Veertig jaar lang was dit het meest aangehaalde ‘bewijs voor de evolutie’.

De dringende behoefte van evolutionisten om de ontbrekende schakel te vinden heeft ook bijgedragen tot onvergeeflijke, grove wetenschappelijke blunders.
De meest opmerkelijke daarvan was de Nebraska Mens. Een tand van een varken (gevonden in 1922), werd door de vooraanstaande evolutionist Dr. Henry Fairfield Osborne aangeprezen als afkomstig van de eerste antropoïde (mensachtige) aap van Amerika. Hij noemde deze Hesperopithecus (‘Westelijke aap’). De 
Illustrated London News van 24 juni 1922 drukte een artiestimpressie af van de eigenaar van de tand: een rechtopstaande aapmens, met de vorm van het lichaam, het hoofd, de neus, oren, haren enz., samen met zijn vrouw, huisdieren en gereedschap!
Bovenstaande voorbeelden laten duidelijk zien dat zogenaamde ‘hominiden’ (mensachtigen) vaak niet meer zijn dan enkele botfragmenten en die, gecombineerd met een grote dosis fantasie, veranderen in aapmensen.

Een andere factor is dat ‘homonide’ fossielen zo zeldzaam zijn dat veel onderzoekers nog nooit werkelijk een fragment in handen hebben gehad, met als gevolg dat veel wetenschappelijke publicaties over de menselijke evolutie zijn gebaseerd op modellen, foto’s en beschrijvingen.
Vraag: Maar hoe staat het nu eigenlijk met de bewijzen voor aapmensen?

Australopithecinus
Australopithecinus (‘Zuidelijke aap’) is de naam die aan enkele in Afrika gevonden fossielen is toegekend. Volgens evolutionisten staan deze het dichtst bij de zogenaamde gemeenschappelijke voorouder van mens en aap.

Dr. Fred Spoor (anatoom en evolutionist) heeft met behulp van CAT-scans het binnenoorgebied van deze schedels onderzocht. Daaruit blijkt dat de halfcirkelvormige kanalen die het evenwicht en de mogelijkheid tot rechtop lopen bepalen, het meest lijken op die van de (huidige) grote apen.

De bekendste Australopithecine is ‘Lucy’. Dit is een voor 40 % compleet skelet. Modellen van Lucy’s botten zijn wereldwijd door musea op fantasierijke wijze gereconstrueerd om ze zoveel mogelijk op een aapvrouw te laten lijken. Dat wil zeggen met een aapachtig gezicht en hoofd, maar een menselijk lichaam, handen en voeten.
Het oorspronkelijk Lucy-fossiel miste echter de bovenkaak, het meeste van de schedel, hand- en voetbeenderen! Verschillende andere exemplaren hebben lange gekromde vingers en tenen van boombewoners. Ook hebben veel van deze voorbeelden de beperkte polsanatomie van op knokkels lopende chimpansees en gorilla’s.
Hierdoor zijn ook evolutionisten zelf steeds gaan meer twijfelen aan ‘Lucy’ als aapvrouw.

Homo habilis
De volgende in het rijtje is Homo habilis oftewel ‘handy man’, omdat hij handig met gereedschap zou omgaan. Het bekendste fossiel hiervan bestaat uit een schedel en onderbenen, die in 1972 door de fameuze dr. Richard Leaky in Kenya gevonden zijn.
De CAT-scans die dr. Spoor maakte van het binnenoor van een Homo Habilis schedel, laten zien dat deze soort meer liep als een baviaan dan als een mens.

De meeste onderzoekers van vandaag de dag, inclusief dr. Spoor, beschouwen Homo Habilis als ‘een vergaarbak van verschillende soorten’, inclusief stukjes en beetjes van Australopithecinus en Homo Erectus. Men beschouwt deze soort niet als een valide categorie, met andere woorden, die heeft nooit echt in die hoedanigheid bestaan en kan dus ook zeker niet worden beschouwd als de veronderstelde link tussen Australopithecinus apen en de mens.

Homo Erectus
De volgende is Homo Erectus oftewel ‘rechtopgaande mens’.
Opgravingen van fossielen tonen het gebruik van gereedschap, gecontroleerd gebruik van vuur, dat ze hun doden begroeven en dat sommigen rode oker gebruikten voor decoratie.

De grootte van hun hersenen, hoewel kleiner dan de gemiddelde moderne mens, ligt binnen de menselijke variaties. Recent onderzoek toont bewijs van zeevaart. De CAT-scans van dr. Spoor laten zien dat zijn houding gelijk was aan de onze. Er zijn zelfs evolutionisten die toegeven dat ze eigenlijk tot de zelfde soort behoren als de moderne mens (Homo Sapiens). Men kan dus terecht aannemen dat ze slechts een variatie zijn op de werkelijke mens (zoals we dat nog steeds overal om ons hen kunnen zien, vergelijk een eskimo eens met een Tutsi of een Chinees eens met een West Europeaan).

Neandertalers
Deze groep woonde in Europa en het gebied rondom de Middellandse zee.
De onderzoekers die voor het eerst van fossielen een reconstructie maakten, gaven hem een voorovergebogen (dat is aapachtig) uiterlijk. De vroege reconstructies leden echter sterk aan een grote mate van evolutionistische vooringenomenheid. Daarbij komt nog het feit dat veel exemplaren leden aan botziektes zoals rachitis (Engelse ziekte), tengevolge van vitamine D gebrek gedurende de kindertijd, wat kan resulteren in het buigen van het skelet. Een oorzaak van het gebrek aan vitamine D is te weinig zonlicht, wat in overeenstemming is met het leven in de ijstijd na de zondvloed.

Moderne reconstructies van Neanderthalers geven een heel ander beeld en zijn consistent met de opvatting van creationisten dat ze volledig mens zijn. De kleine afwijkingen in hun skelet ten opzicht van de gemiddelde moderne mens, inclusief het gemiddeld grotere volume van de schedel zijn in principe niet afwijkend van andere fysieke verschillen tussen verschillende groepen mensen heden ten dage. Deze variaties zijn aangetoond als consistent met de genetische eenheid van het mensdom.

Ondanks pogingen om met behulp van DNA fragmenten uit een Neanderthaler bot het tegendeel te bewijzen, claimen zelfs evolutionisten dat ze toch echt tot de Homo Sapiens (de mens-van-nu, wij dus) moeten worden gerekend.

Conclusies
Hoe fossiele botten worden geïnterpreteerd hangt volledig af van het wereldbeeld van de onderzoekers. De theorie van de menselijke evolutie heeft een aantal ontbrekende schakels nodig, met als gevolg dat er in de periode sinds Darwin veel kandidaten naar voren zijn geschoven.

Echter niet één daarvan heeft de test van eerlijk en grondig onderzoek doorstaan, want ze blijken alle afkomstig te zijn van hetzij een uitgestorven aap hetzij een uitgestorven mens. De fossiele bewijzen leiden geenszins tot geloof in het bestaan van aapmensen, noch dat de mens het product is van evolutie. Integendeel, de mens is direct geschapen door God en naar het beeld van God, niet naar het beeld van een aap.

Christenen die meegaan met het evolutionistische idee dat aapmensen eens de aarde bevolkten en dat God één van hen uitkoos om ‘Adam’ te zijn, gaan daarmee in tegen de ware wetenschap evenals tegen het Woord van God.