Denkbeelden over God in het christendom en de islam

Introductie
De verschillen tussen verscheidene godsdiensten worden de laatste tijd steeds vaker afgevlakt. De nadruk wordt gelegd op de overeenkomsten en zo worden de verschillen minder belangrijk gevonden. Zo worden ook de verschillen tussen het christelijk geloof en de islam gebagatelliseerd. We horen steeds vaker dat Allah in de Koran eigenlijk dezelfde is als de God in de Bijbel. Er wordt beweerd, dat het gaat om dezelfde God en dat het verschil vooral ligt in de manier waarop mensen hun god dienen en aanbidden. Ook veel christenen zwakken de verschillen af in een poging tot toenadering tot de moslims. Maar kunnen we eigenlijk wel de Allah van de islam en de God van het christendom als één en dezelfde zien of zijn de verschillen zo wezenlijk dat we godslasterlijk bezig zijn, als we dit beweren?

Allereerst bespreken we kort vanwaar deze oproep om geen onderscheid te maken tussen God en Allah. Daarna wordt er een vergelijking gemaakt tussen de islam en het christendom aangaande de denkbeelden over Allah en God. Zowel in de Bijbel als in de Koran wordt gekeken naar een aantal teksten met beschrijvingen over God en Allah. Hierdoor worden de verschillen duidelijk zichtbaar. De focus ligt hier vooral op een aantal essentiële verschillen, zoals de inspiratie van de Bijbel en de Koran, de naam van God, vergeving, de heiligheid van God en de plaats van de Here Jezus. Dit artikel laat hierdoor zien dat Allah en God niet dezelfde kunnen zijn.

Zijn God en Allah dezelfde?
De bewering dat Allah in de Koran dezelfde is als de God in de Bijbel wordt ten eerste door moslims uitgedragen. De Koran dringt erop aan dat Mohammed en zijn volgelingen dezelfde God als de Joden aanbidden. Het tweede deel van Soera 29:46 spreekt tot de Joden en de christenen en zegt: “Wij geloven in hetgeen ons is geopenbaard en hetgeen u is geopenbaard; en onze God en uw God is Eén; en aan Hem onderwerpen wij ons.” De moslim vindt wel dat de Joden en de christenen een fout begrip hebben van god. Dit foute begrip komt door de fouten die het Oude en het Nieuwe Testament zouden bevatten op die punten waar deze afwijken van de Koran. Toch is voor de moslim de God van het Jodendom en het christendom in essentie dezelfde. Maar tegelijkertijd veroordeelt de Koran in latere verzen deze “mensen van het Boek”. Joden en christenen worden gelijkgesteld aan afgodendienaars en allen zullen volgens Soera 98:6 in het vuur van de hel geworpen worden, als ze Allah niet gaan aanbidden. Hoe is het mogelijk dat als dezelfde god aanbeden wordt, de Joden en de christenen in deze Soera “de slechtste der schepselen” genoemd worden? De bewering dat het toch om dezelfde god gaat staat dus vooral in de vroegste verzen van de Koran; in latere verzen staat wel degelijk iets anders. Eigenlijk herroept de Koran de bewering dat God en Allah gelijk zijn zelf dus ook.

Moslims die zich bekeren tot het christendom ervaren vaak niet dat ze dan een andere God zijn gaan dienen dan degene die ze eerder dienden. Toch merkt Els Nannen op dat in het begin deze bekeerde moslims inderdaad soms denken de God van de Bijbel dezelfde is als de Allah van de Koran, maar dat door zorgvuldige studie van het Nieuwe Testament hun godsbeeld overgaat in een Bijbels godsbeeld waarin het wezen van God in Jezus Christus meer en meer invloed krijgt.1

Ten tweede bestaat er onder vele christenen ook de veronderstelling dat christenen en moslims dezelfde God dienen en dat het enige verschil ligt in de manier van aanbidden en dienen van deze god. Zo schrijft Christiaan van Gorder dat het probleem niet is dat moslims een andere God aanbidden, maar dat deze God op een andere wijze wordt begrepen in de islam dan in het christendom.2 Ook Kenneth Cragg verkondigt dat christenen en moslims in dezelfde soevereine Schepper-God geloven, ook al wordt God op een andere manier beschreven.3 Cragg schrijft, “Degene die zeggen dat Allah niet ‘de God en Vader van onze Heer Jezus Christus’ is hebben gelijk, als ze bedoelen dat Hij niet zo wordt beschreven door de moslims. Ze hebben ongelijk, als ze bedoelen dat Hij anders is dan die Ene die de christenen kennen.”4

Ten derde is er een steeds kleiner wordende groep christenen die blijft volhouden dat Allah en God totaal verschillend zijn. In zijn boek Wie is deze Allah? schrijft G. Moshay dat de openbaringen van de Koran niet alleen maar een andere beschrijving of misopvatting bevatten over God, maar dat deze openbaringen van Mohammed valse profetieën zijn en dat deze een hele andere god beschrijven.5

Om tot een betere beoordeling te komen van de verschillen tussen God en Allah moeten we beter onderzoeken wat zowel de Bijbel als de Koran over de natuur van God vermelden. We zullen een aantal aspecten van de karakteristieken van God en Allah kort bestuderen.

De inspiratie van de Bijbel en de Koran
Kan dezelfde God zowel de Bijbel inspireren en tevens de Koran openbaren aan Mohammed? De Bijbel leert dat God tot de mensen heeft gesproken door zijn Zoon (Hebr 1:1) en dat de mens niet mag toevoegen of weghalen van Gods Woord (Openb 22:18-19). Maar de moslims geloven dat de Koran de laatste en perfecte openbaring van God is. Hiermee voegen zij dus iets toe aan Gods openbaring in de Bijbel. De Koran leert dat Allah reeds een Boek heeft gegeven vóór de openbaring in de Koran (Soera 4:94). Moslims geloven dus wel degelijk dat de Bijbel van God komt. Maar nadat de Joden Mohammed vertelden dat zijn komst niet profetisch voorspeld was in de Bijbel, heeft Mohammed hen beschuldigd van het vervalsen of fout interpreteren van de Bijbel. Mohammeds taak was om deze vervalsingen te weerleggen. “O, lieden van de Schrift, gekomen is tot U onze boodschapper om u veel duidelijk te maken van wat gij verborgen hield van de Schrift en om veel uit te wissen” (Soera 5:15). Moslims vandaag geloven nog steeds dat de Bijbel onbetrouwbaar is, omdat deze vele fouten bevat, terwijl de Koran de laatste en perfecte openbaring is.
Moeten wij dus als christenen geloven dat Gods openbaring compleet was of is God van gedachten veranderd en moeten christenen deze nieuwe openbaring van de Koran accepteren als openbaring van God? Het antwoord van de Bijbel is duidelijk: Gods openbaring van de Bijbel is afgerond en compleet en daarom kan de God die de Bijbel inspireerde niet ook nog eens de Koran aan Mohammed hebben gegeven. Deze Koran moet dus wel van een andere god afkomstig zijn.

Gods naam
Een naam geeft iemand zijn identiteit. De naam ‘Allah’ kan echter ook simpelweg gezien worden als het Arabische woord voor God. Allah is een samenvoeging van al-ilah, en dus betekent Allah niet alleen ‘een god’ maar ‘de god’. Dit impliceert dat er nooit een andere god is geweest en ook nooit kan komen, die gelijk is aan Allah. De Koran noemt 99 ‘namen’ voor Allah, maar eigenlijk zijn deze namen meer beschrijvingen van eigenschappen dan namen. Deze ‘namen’ geven zeker een idee over wie Allah is, maar geen enkele is een persoonlijke naam. Er is ook nog een honderdste naam van Allah, maar deze wordt niet gegeven en is onbekend. Deze honderdste naam representeert Allah, maar deze blijft ook onbekend, want Allah maakt niemand bekend met zijn geheimen. “Hij is de kenner van het onzienlijke en Hij geeft niemand overvloedige kennis van zijn geheimen” (Soera 72:26).
De God van Bijbel daarentegen maakt zich wel bekend met zijn naam. In Exodus spreekt God tot Mozes en maakt zichzelf bekend als de HERE. (Ex 6:1-2). De God van de Bijbel maakt zichzelf dus wel bekend door Zijn Naam, terwijl Allah niet gekend kan worden omdat hij zichzelf niet openbaart. In de islam ligt dan ook de nadruk op de openbaring als inspiratie en leiding en niet zo zeer op het ontdekken van de aard van Allah. De openbaring van Allah is beperkt tot de expressie van zijn wil in de Koran, terwijl de Bijbel niet alleen Gods wil bekend maakt, maar ook God zelf.

De Eenheid van God
Zowel de Koran als de Bijbel leren dat er één God is. De Koran schrijft: “O, mensen van het Boek, komt tot één woord, waarin wij met elkander overeenstemmen: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets met Hem vereenzelvigen en dat sommigen onzer geen anderen tot goden nemen, buiten Allah” (Soera 3:64). En Paulus schrijft aan de Korintiërs: “Wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.” (1 Kor 8:6). Er is dus overeenstemming dat er één God is, maar is er ook overeenstemming over Gods Zoon?
De Bijbel leert ook de leer van de drie-eenheid, God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hier gaat de islam echter sterk tegenin. De Koran verwerpt dat Allah een zoon zou hebben. “Alle lof komt Allah toe Die Zich geen zoon heeft genomen en Die geen mededinger heeft in Zijn Koninkrijk noch heeft Hij enige helper wegens zwakheid” (Soera 17:111). Ook keert de Koran zich tegen deze leer van de drie-eenheid. “Ongelovig waren zij, die zeiden: Allah is een van de drie” (Soera 5:72). De islam ziet Jezus als de laatste profeet voor Mohammed en noemt Jezus ook Messias, maar verder lijkt deze Jezus weinig op de Jezus van de Bijbel. De islam ziet Jezus namelijk echt niet als de Christus, de Zoon van God, zoals de Bijbel leert (Matt 16:16).
Allah maakt zijn geboden bekend door de Koran, maar zoals we al zagen, kan hijzelf niet worden gekend (Soera 72:26). Hoe anders is het christendom. Jezus zegt: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Joh 14:9b). Christenen kunnen God werkelijk leren kennen door zijn Zoon Jezus Christus. Dit is dan ook een heel belangrijk punt, want hier komen de verschillen tussen islam en het christendom wel heel duidelijk tot uiting.

Vergeving en de Heiligheid van God
De Bijbel leert dat alle mensen zondig zijn (Rom 5:12) terwijl de islam slechts leert dat mensen niet van nature zondig zijn, maar slechts zwak en onwetend. De islam heeft dus geen behoeft aan een redder. Allah vergeeft de zondaar door zijn wet te ontbinden en de zonde te passeren zonder te straffen. Als Allah wil vergeven, dan doet hij dat zonder enige boetedoening. “Hij vergeeft wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil en Allah is vergevingsgezind” (Soera 3:129). Allah kan dus zomaar iemands zonde vergeven zonder daarvoor een vervangend offer te verlangen. Dit betekent dan ook dat Allah niet een heilig god is? Allah’s vergevingsgezindheid gaat ten koste van zijn heiligheid, aangezien hij meer waarde hecht aan de goede daden van mensen dan dat hij boos is over de slechte daden. Ook hier is er dus weer een groot contrast met de God van de Bijbel die zegt, “Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig” (Lev 19:2). God kan de zonde niet tolereren en alleen goede werken kunnen de toorn van God niet afwenden. Daarbij komt ook dat Allah niet altijd vergeeft maar alleen als hij dat wil. Ook dit contrasteert met God die trouw is aan zijn beloftes. “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Joh 1:9).

De kracht en liefde van God
Volgens de islam is Allah almachtig en doet hij precies wat hij wil (Soera 14:4). De Koran heeft het echter nauwelijks over de liefde van Allah. De Bijbel laat juist zien dat God uit liefde voor zondaars een vervangend offer heeft gegeven, zodat de mensen niet verloren zouden gaan (Joh 3:16). Allah daarentegen houdt niet van overtreders (Soera 2:190). Allah is een onpersoonlijke en ontoegankelijke god. Allah heeft profeten gestuurd om de mensen te waarschuwen en wetboeken te geven om ze op de juiste richting te leiden. God heeft zichzelf bekend gemaakt door Jezus Christus, maar Allah is onkenbaar. Alleen de geboden van Allah zijn bekend gemaakt in de Koran. Allah is een verre ontoegankelijke god. Hij controleert alles, maar van een afstand. Dit is totaal anders dan God, die dicht bij zijn volk staat. God in de Bijbel is relationeel en een actieve deelnemer onder de mensheid door zijn liefde. De islam roept de mensen op om Allah te aanbidden en te gehoorzamen; in het christendom heeft God zijn Zoon gezonden waardoor de mensen een relatie kunnen hebben met God als hun Vader.

De positie van Jezus
De Koran ontkent dat er verlossing van zonden noodzakelijk is en gaat daarmee in tegen de essentie van de Bijbel. De Bijbel leert dat verlossing komt door het bloed van de Here Jezus, maar de islam ontkent de kruisiging van Isa en dus ook dat redding door het geloof in Christus is. De Jezus van de Koran, Isa, krijgt een hoge plaats onder de profeten en de Koran bevestigt dat hij zonder zonde is en wonderen kon doen, maar dat is dan ook alles. De Koran vervloekt zelfs degenen die zeggen dat de Messias de Zoon van God is. “En de Joden zeggen : ‘Ezra is de zoon van Allah’ en de Christenen zeggen :’De Messias is de zoon van Allah.’ Dit is, hetgeen zij met hun mond spreken. Zij spreken de woorden na van degenen die vóór hen ongelovig waren; Allah’s vloek zij over hen, hoe zijn zij afgekeerd! (Soera 9:30). Kan dit echt nog wel dezelfde God zijn die zich alleen maar op een andere manier openbaart en die vervloekt degenen die in Zijn Zoon geloven?

Verlossing in de islam
De islam is een wetsreligie. Voor een Moslim is verlossing iets wat ieder voor zichzelf moet bereiken. Een ieder moet zijn eigen zonde dragen en niemand kan de zonden van een ander dragen. (Soera 6:164, 17:15, 35:7). Deze denkwijze sluit dus een plaatsvervangend offer van Christus al uit. De moslim moet dus zijn redding verdienen en dat kan door goede daden. “Allah heeft hun die geloven en de deugdelijke daden doen, toegezegd dat er voor hen vergeving is en een geweldig loon” (Soera 5:9). Op de dag van het laatste oordeel worden de goede daden afgewogen tegen de slechte daden. “Dan zal hij, wiens schalen zwaar zijn, een aangenaam leven genieten. Doch hij, wiens schalen licht zijn, zijn toevlucht zal Hawi’jah zijn (Soera 101:6-9). Redding in de islam is dus door goede werken. Een moslim moet zich houden aan de vijf pijlers van de islam: shahada, de geloofsbelijdenis; al-salaat, het vijf maal daags bidden; verplicht vasten tijdens de Ramadan; al-zakat, het geven van aalmoezen; en al-haddj, de pelgrimstocht naar Mekka. Maar zelfs dan is de moslim niet verzekerd van toegang tot het paradijs. Alleen door de djihad, de heilige oorlog, kan een moslim zeker zijn dat hij is uitverkoren. Door te sterven in de djihad, zal Allah iemand zeker zijn zonden vergeven en toegang verlenen tot het paradijs (Soera 61:11). Ook hier zien we weer een grote tegenstelling met het christendom. Gods vergeving komt door genade, door het geloof en niet door werken (Eph. 2:8-9). Christus is de bron en de oorzaak van eeuwig heil voor degenen die Hem gehoorzamen (Hebr. 5:9).

Conclusie
Deze korte vergelijking van de islam en het christendom maakt al wel duidelijk dat Allah en God totaal verschillend zijn. Ook al presenteert de Koran Allah en God als dezelfde, de verschillen zijn veel groter dan alleen maar een andere manier van aanbidden. We hebben gezien dat de essentie van God en Allah zodanig verschillen dat we wel moeten spreken van verschillende goden. De God van de Bijbel is een heilige God die zondaars lief heeft en Allah is dit niet. De Koran presenteert een heel ander beeld over de redding van de mensen. De islam is een religie van werken, terwijl in het christendom verlossing komt door genade door het geloof. Er kan er maar één de ware God zijn.
Jozua stond ook voor een keuze welke god hij zou dienen. “Maar indien het kwaad is in uw ogen, de HERE te dienen, kiest dan heden wie gij dienen zult: of de goden die uw vaderen aan de overzijde der rivier gediend hebben, of de goden der Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen (Joz 24:15).

 

 

  1. (Els Nannen, Bijbel of Koran, De Vraag naar de Waarheid (Doorn: Johannes Multimedia, 2010), 8.
  2. A. Christiaan van Gorder, No God but God. A Path to Muslim-Christian Dialogue on God’s Nature (Maryknoll: Orbis Books, 2003), 163.
  3. Kenneth Cragg, The Call of the Minaret (New York: Oxford University Press, 1964), 36.
  4. Cragg, 36.
  5. G.J.O Moshay, Wie is deze Allah? (Hilversum: Drukkerij & Uitgeverij Moria, 1995), 181ff.