Het kruis en de halve maan op de christelijke school

Twee actuele artikelen van de Stichting Evangelie en Moslims over moslimkinderen op de christelijke school. B&O magazine, april en september 2002 door H. Takken, Evangelie en Moslims.


EERSTE DEEL

Kruis en halve maan. Twee symbolen die twee wereldgodsdiensten representeren. We zien kruisen op kerktorens over heel de wereld, het symbool bij uitstek van het christendom. We treffen de sikkel of halve maan aan op islamitische gebouwen. Al in de vroege islam vinden we de sikkel samen met een ster als embleem in mozaïeken. Nu is hij als symbool opgenomen in bijna alle vlaggen van de islamitische landen. Het Rode Kruis heeft in deze landen een islamitisch alternatief, want het kruis wordt verworpen. In oorlogsgebieden in het Midden-Oosten zie je de witte busjes van ‘de Rode Halve Maan’. De bijdragen in dit en het volgende nummer gaan over de vraag: wat belijden wij en wat belijden moslims ten aanzien van God en de mens?

Dat is geen academische vraag. U en ik krijgen er meer en meer mee te maken: op straat en in de wijk, in de ontmoeting met moslimse medelanders en hun kinderen, in kerken en op scholen. Wie het meemaakt dat een moslimvluchteling aanschuift in de kerkbank, gaat onwillekeurig luisteren met de oren van de ‘vreemde gast’. Hij of zij kijkt om zich heen en vraagt zich af: Hoe gastvrij is mijn gemeente? Wat begrijpt mijn buurman in de bank van de preek? Hoe komen de liederen op hem over?

Scholen zijn veelal langer dan kerken ingesteld op de omgang met moslims. In de begintijd hield de vraag van het wel of niet toelaten van moslimse kinderen hen bezig. Scholen die kozen voor openheid met behoud van de christelijke identiteit zochten naar wegen om moslimse kinderen in harmonie een plek binnen de school te geven. Dat leverde soms spanningen op, met name daar waar geen helderheid was over de concrete uitwerking van het christelijke karakter van de school. Ook ontstonden er problemen wanneer het aantal moslimse kinderen zozeer toenam dat hun invloed merkbaar werd door inspraak en medezeggenschap van hun moslimse ouders.


Godsbeeld
Moslimse kinderen krijgen in hun opvoeding een diep besef mee dat God de Hoog-Verhevene is, de Totaal-Andere die met niets en niemand te vergelijken is. In de wereld waarin ze opgroeien, roept vooral de gedachte dat God een Verwekker-God zou zijn verzet op. Soera 112 is één van de kleine soera’s aan het eind van de koran, die ook wel de soera (hoofdstuk) van de zuiverheid genoemd wordt. Daarin is voor moslims het zuivere geloof verwoord:
* In de naam van God, de Zich erbarmende Barmhartige.
* Zeg (
jij Mohammed, tot je volk): Hij God is één, de Bestendige.
* Niet heeft Hij verwekt. Niet werd Hij verwekt. Niemand is aan hem gelijk.

De laatste woorden bevatten in het Arabisch driemaal een zeer krachtige ontkenning. Omdat christenen vrijmoedig gebruik maken van uitdrukkingen als God de Vader en God de Zoon, krijgen moslims al gauw de indruk dat christenen toch op een of andere manier God te zeer in het menselijke vlak trekken. Het is goed hier rekening mee te houden wanneer wij spreken over God en Hem aanroepen als Vader. Niet om dat achterwege te laten, maar om te beseffen dat moslimse kinderen daar niet mee opgegroeid zijn en zij dit als anders, soms zelfs als schokkend, ervaren. Laat het geen vanzelfsprekendheid zijn dat God zich zo heeft doen kennen, maar een wonder van genade, iets kostbaars, te groot om te bevatten en toch waar.

De islam benadrukt ook met alle kracht dat God één is. Het leerstuk van tawhied, Gods eenheid, wordt door moslims zelf gezien als de bedding van de islam. De zendingstheoloog Hendrik Kraemer sprak van ‘een withete eenheid’ bij dit leerstuk van de islamitische theologie. Iedere vorm van veelvuldigheid wordt als aantasting van Gods eenheid gezien. Dus niet alleen het geloof in veel goden, maar ook in een Drie-enige God. De eerste woorden van de islamitische geloofsbelijdenis luiden: laa ilaaha illa allah, (er is) geen god behalve ALLAH. Het is een spreuk van (in het Arabisch) slechts vier woorden, waarin de kern van het islamitische belijden wordt uitgedrukt.

Ook christenen belijden dat God één is. Dat God Zich geopenbaard heeft als Vader, Zoon en Geest doet aan Zijn eenheid niets af; het voegt er wel iets aan toe en verdiept de eenheid. Zó heeft God Zich doen kennen. Wanneer wij spreken over God, spreken wij met meer dan één woord over Hem. Geen verschil tussen het geloof van moslims en dat van christenen is zo wezenlijk als het verschil in godsbeeld. En dit heeft vervolgens te maken met ons spreken over Jezus.


Jezus is meer dan een profeet
Moslims leven in de overtuiging dat zij het ware zicht op de persoon van Jezus hebben. ‘Wij geloven in alle profeten, beginnend met Adam en eindigend met Mohammed. Wij geloven ook in Jezus. Waarom geloven jullie niet in Mohammed?’ Er leeft het sterke besef dat joden te gering van Jezus denken, maar christenen te hoog daar zij een God van hem maken. De islam is de godsdienst van het midden (soera 2:143a), de meest uitgebalanceerde godsdienst. Bidden doe je in de naam van God (bismillah), niet in de naam van Jezus. Als volwassen moslims de grootste moeite hebben met het christelijke belijden aangaande Jezus, kunnen we verwachten dat de kinderen daarin meegaan en in verwarring geraken als ze op school die dingen horen waar ze thuis voor gewaarschuwd zijn.

In de brochure ‘kinderwerk en moslimkinderen’ van Evangelie & Moslims* staat daarover het volgende:
‘Moslims geloven volgens hun eigen overtuiging in Jezus. Over Hem staat veel in de koran (uiteraard in het Arabisch: Isa, spreek uit: Iesa). De koran tekent Hem als een zeer bijzonder profeet, die geboren werd uit de maagd Maria, die grote wonderen deed en doden opwekte. Hij is echter niet de Zoon van God. Dat zou immers suggereren dat er een Vader-God is die met een Moeder-God (Maria) gemeenschap heeft gehad en waaruit dan Jezus zou zijn geboren en dat is te menselijk en godslasterlijk om van God te zeggen, aldus moslims. De islam is ontstaan als een reactie op veelgodendom en Mohammed heeft de boodschap van het evangelie op het punt van Jezus als ‘Zoon van God’ misverstaan. Vanwege dit misverstand, want dit bedoelt de bijbel natuurlijk niet met de term Zoon van God, is het beter om deze term niet te gebruiken en als het toch ter sprake komt duidelijk uit te leggen wat we er wel en wat we er niet mee bedoelen. Het gaat er dus niet om dat we ontkennen dat Jezus tegelijk mens en God is, maar dat we door voorzichtig te zijn in ons woordgebruik proberen te voorkomen dat moslimkinderen Jezus en het evangelie afwijzen op basis van hun eigen interpretatie van onze woorden. Ook met andere woorden kunnen we vertellen van de goddelijke majesteit van Jezus.
TWEEDE DEEL

Verschillende wegen
De islam is een godsdienst waarin het doen van geboden uitermate belangrijk is. De islam wordt voorgesteld als een gebouw dat rust op vijf zuilen, vijf plichten die iedere moslim moet volbrengen om goed moslim te zijn en acceptabel voor God op de Laatste Dag. Op de Laatste Dag, de Dag van het Oordeel, zal het er om gaan wat een ieder heeft gedaan, hetzij goed hetzij kwaad. Mohammed maakte handelsreizen en de koran is ontstaan in een handelswereld. Dat is merkbaar in het taalgebruik van de koran. We lezen van winst en verlies, loon en prijs, een volle maat, een (af)rekening, balansen en weegschalen, schulden en beloningen. Verder zijn er uitvoerige passages over het vuur (de hel) en de tuin (het Paradijs). Ze staan daar bewust om de mens aan te moedigen het goede te doen en het kwade na te laten. De daden worden opgetekend in boeken die op de Dag van de Afrekening of van de Aandreiging (andere benamingen van de Laatste Dag) geopend zullen worden.

Moslims die we hierop bevragen bevestigen de noodzaak van deze aanpak. De mens moet geactiveerd worden. De islam is een actieve godsdienst. Al in de naam zit dit opgesloten, want islam betekent letterlijk ‘actieve onderwerping’. Zij die zich houden aan de vijf zuilen en andere voorschriften zoals betreffende voedselwetten en omgangsvormen hebben zicht op de beloning van de hemelse tuin. Zonder daar aanspraak op te kunnen maken, want tenslotte ligt het eindoordeel bij God en geen mens kan voor een ander bemiddelen.

Een moslim vraagt vanuit zijn geloof niet naar verlossing maar naar leiding (Arabisch hoeda), een uitermate belangrijk woord in de islam. Kenmerkende vragen aan christenen zijn: wat moet jij doen voor je geloof? Vasten jullie ook? Zo ja hoe? Hoe vaak bidden jullie, in welke richting, in welke houding, met welke teksten, in welke taal, wassen jullie je ook vooraf? Houd er rekening mee dat deze vragen ook leven in de gedachten van de moslimkinderen op school. Er zal uitleg nodig zijn om duidelijk te maken dat wij minder met de vormen bezig zijn en meer met de inhoud. Tegelijk dat het niet betekent dat de vormen er bij ons niet toe doen. Maar voor welke vormen kiezen wij? De diversiteit onder christenen is enorm groot. Het is goed als team met de vormen bezig te zijn en daarin zo mogelijk één lijn te trekken. Denk aan vragen als: Hoe openen we de dag, de week? Gebruiken wij de bijbel daarbij, welke vertaling? Hoe gaan we om met de bijbel? Hoe bidden we? In welke houding? Mogen moslimkinderen een andere houding aannemen? Hoe vieren we de christelijke feesten? Nodigen we de (moslimse) ouders daarbij uit? Houden we het feest in de kerk? Zo ja, mogen de kinderen van wie de ouders om hun geloof bezwaar maken dan thuisblijven? Krijgen moslimkinderen gelegenheid (vrij) om hun feesten te vieren? Hoe meer het team van tevoren doordacht heeft en op papier heeft gezet, des te beter. Het christelijke karakter van de school wordt daarmee concreet en helder. Ouders die dit bij de aanmelding van hun kinderen weten, kunnen later er op aangesproken worden als er problemen rijzen.


Cultuur en religie
Soms is het lastig om de islam te onderscheiden van de oosterse cultuur waaruit zij meestal komen. Is het dragen van een hoofddoekje een godsdienstig voorschrift of een cultuuruiting? En hoe zit het met de besnijdenis? Reciteert men de korantekst volgens de regels van een zangerige voordracht slechts uit respect voor het boek dat je eventueel kunt nalaten, of is het religieus verplicht? Behoren jongens en meisjes gescheiden te gymmen omdat de islam dit voorschrijft? Is het voorschrift dat een moslimman een vrouwelijke leerkracht haar (uitgestoken) hand weigert? Hoe zit het met het uithuwelijken van een dochter? Is paardenvlees geoorloofd (halaal) of verboden (haraam) voedsel voor moslims? Mag Fatima niet naar het kamp omdat de islam dit verbiedt of omdat de ouders er een (te) strenge interpretatie op na houden en de islam vermengen met de tradities van hun geboortegrond? Onderling zijn moslims vaak in discussie over dergelijke vragen. Maar ook het team kan met deze vragen geconfronteerd worden.

De meeste moslimkinderen komen uit Marokko, Turkije of één van de landen waaruit asielzoekers komen. Landen waar een oosterse cultuur overheerst, maar waar ook mengvormen met een westerse leefstijl voorkomen. Westerlingen worden vaak getroffen door de grote gastvrijheid en door het gemeenschapsdenken. Christenen zullen daarin veel herkennen van een bijbelse leef- en denkwereld. De presentie van moslimkinderen met hun inbreng kan een correctie betekenen op onze westerse geïndividualiseerde en soms kille wereld. Hun aanwezigheid kan op zijn minst aanleiding zijn voor een gesprek in de klas over bijbelse waarden die we hoog houden. Persoonlijk zou ik geen ruimte geven voor moslimse rituelen, dus geen islamitische gebeden of feesten op een christelijke school. Wel zou ik ruimte geven aan kinderen om af en toe te vertellen over hun gewoonten, hun thuisland (het land van hun ouders), hun oosterse cultuur en godsdienstige gebruiken.
Reactie van kinderen op het Evangelie
Kinderen reageren zeer verschillend op de spanning die de twee werelden waarin ze verkeren opleveren. Er zijn kinderen die thuis verzwijgen van wat op school gezegd en gedaan wordt om spanningen te vermijden. Anderen komen met hun verhalen thuis en bespreken deze met de ouders. Ouders zijn mogelijk positief over de school omdat daar met God en gebod rekening wordt gehouden. Vaak is aangegeven dat men kiest voor de (behoudende) christelijke school omdat het gezag daar sterker uitgeoefend en door de kinderen geaccepteerd wordt. Datgene wat de kinderen aan islamitische opvoeding op school missen, zullen de ouders thuis gestalte geven.

Het gebeurt ook dat kinderen jarenlang naar de christelijke school gaan (of een christelijke kinderclub) en er dan ineens vanaf gehaald worden. Dat kan zijn door een bepaalde gebeurtenis op school (bijvoorbeeld een kamp waar tussen jongens en meisjes ‘gerommeld’ is), maar ook door bezoek van een streng-islamitische oom uit Marokko: die ziet bijvoorbeeld een illustratie van de kruisiging en waarschuwt zijn broer in Nederland voor de gevaren. De problemen kunnen uit zeer onverwachte hoek komen. Vooral als meisjes de leeftijd krijgen dat jongens een meer dan gewone aandacht voor hen krijgen, zijn de ouders extra alert op het bewaken van de eer van het meisje en daarmee ook de goede naam van de familie.

Onderwijzend personeel zal daar oog voor moeten hebben. Let op godsdienstige en culturele zaken die gevoelig liggen. Immers, en daar is niet aan te ontkomen, het Evangelie roept zelf op tot een keuze, tot navolging van de Here Jezus Christus. Soms voelen de vooral wat oudere kinderen dat heel goed aan. Laat het groeien als een zaadje maar push kinderen niet om een keuze te maken of om iets dat innerlijk gegroeid is kenbaar te maken. Zij die wel druk uitoefenen op het kind zullen vroeg of laat met de wrange vruchten zitten: een kind dat bezwijkt onder conflicten en spanningen en helemaal ontworteld raakt.


Tenslotte
Kruis en halve maan. Kerktorens en minaretten. Naast elkaar, zoals moslims en christenen in onze samenleving op veel plaatsen naast elkaar leven. We dienen er naar te streven dat het een samenleving is waarin de shalom of salaam, de echte vrede, een groot goed is en waar mensen ‘er mogen zijn’, met hun verschillende opvattingen. Ook met de ruimte om te zeggen dat ‘kruis en halve maan’ niet hetzelfde zijn en als christenen te getuigen van Hem die het kruis op zich genomen heeft, de schande niet achtende (Hebr.12:2). Die de dood heeft overwonnen door die weg van de diepte te gaan.

Inhoudelijk gaan de wegen uiteen, ondanks sommige zaken die wij gemeenschappelijk hebben zoals het ‘anders-zijn’ dan de wereld. Interreligieus onderwijs is naar mijn overtuiging niet mogelijk, nog los van de praktische bezwaren en het feit dat het kinderen in verwarring brengt. Soera 4:157 benadrukt ten aanzien van Jezus: “Zij hebben hem niet gedood en zij hebben hem niet gekruisigd…” Maar christenen spreken thuis, in de kerk én op school van een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, voor moslims beide een dwaasheid en een aanstoot. Voor hen die geroepen zijn (Joden, Grieken, Moslims, u en ik) is Christus de kracht Gods en de wijsheid Gods (1 Cor. 1:23 en 24).

Het blad ‘Kinderwerk en moslimkinderen’ is verkrijgbaar bij Evangelie & Moslims (033-4659290) en kost € 3,20.

Wij ontvingen enkele kritische reacties op het eerste artikel van de heer Herman Takken van de stichting Evangelie en Moslims:

“Ontsteld en zelfs verontwaardigd ben ik na het lezen van aflevering 1, getiteld ‘Kruis en halve maan op de christelijke school. . . Het is droevig om zoiets te lezen in het B&O magazine. Een stuk dat een knieval doet voor Allah en (zij het heel subtiel) de moderne tijdgeest ademt.”
“Ik heb sterk het idee dat de schrijver het wezenlijke van het evangelie uit het oog verliest. Ik hoop en bid dat u dat niet zult doen en ook artikelen zoals deze, die afbreuk doen aan het evangelie, zult weren. U bent (zowat) nog het enige blad dat tot nu toe niet gezwicht is (voor de tijdgeest); blijf alstublieft volhouden.”

Wij hebben de kritiek op ons laten inwerken en het artikel nog eens goed doorgelezen. In wezen komt de kritiek neer op de aanbeveling van Takken om in een klas met moslimkinderen voorzichtig om te gaan met de term ‘Zoon van God’ en om daarbij uit te leggen dat deze term gebruikt wordt om de directe relatie met God aan te geven (zoals ook Adam en de engelen ‘zoon/zonen Gods’ worden genoemd).
Aan de andere kant erkennen wij dat de voorzichtige wijze waarop de dingen werden gesteld, aanleiding kan geven tot misverstanden, speciaal ook met het oog op deze tijd. Het gaat hier in wezen om de vraag: Hebben de Moslims een ander/verkeerd godsbeeld van de waarachtige God, Schepper van hemel en aarde, Vader van onze Here Jezus Christus, of gaat het hier wezenlijk om een andere god? In o.a. onze website www.fairweb.nl/islam hebben wij aangegeven waarom o.i. stellig dit laatste het geval is.