Sarah Young

Haar boek Dicht bij Jezus is ook in ons land gewild. In de Middernachtsroep, februari 2015 wordt de Duitse versie besproken.

Standpunt over ´Ich bin bei dir – 366 Liebesbriefe von  Jesus’

 

Al enige tijd doet in evangelische gemeenten in de Duitstalige wereld een boek met meditaties van Sarah Young de ronde: Ich bin bei dir – 366 Liebesbriefe von Jesus. Hoe Bijbels of christelijk is het eigenlijk?

Het boek is tot bestseller verklaard en heeft al een tweede deel en ook een kinderversie. In het kader van een conferentie over Bijbelse profetie met als thema ‘esoterie’ kwam er een vraag naar een beoordeling van het boek met meditaties van Sarah Young. Omdat ik het tot dan toe niet kende, kon ik niet direct antwoord geven. Maar ik heb het een paar dagen later ter informatie gelezen. De belangrijkste informatie vond ik in de inleiding. Daarin vertelt Sarah Young over haar persoonlijke proces van het in de loop der jaren steeds meer ervaren van de tegenwoordigheid en het spreken van Jezus, zodat ze tegenwoordig in staat is om Gods stem direct te horen.

Haar eerste ervaring had ze tijdens een nachtelijke wandeling bij het licht van de maan in de Zwitserse bergen. “Plotseling had ik het gevoel dat een warme golf me omhulde. Ik werd me bewust van een heerlijke tegenwoordigheid n ik reageerde onwillekeurig met het fluisteren van ‘Lieve Jezus’. … Op dat moment wist ik dat ik God toebehoorde” (pag. 6-7).

De tweede belevenis vond plaats toen zij om het einde van een liefdesrelatie treurde en in de nacht een boek van Catherine Marshall met de titel Beyond Ourselves las. Plotseling voelde ze zich “niet meer alleen. Ik knielde op mijn hotelkamer naast het bed en voelde hoe een overweldigende tegenwoordigheid vol van vrede en liefde mij aanraakte. Ik wist dat Jezus bij me was en dat Hij met me mee leed. Het was ongetwijfeld diezelfde ‘lieve Jezus’ die ik in de Alpen had beleefd” (pag. 7).

Zestien jaar later ging ze, daartoe aangezet door een voor de deur staande beroepsmatige verandering in Australië, “opnieuw op zoek”. Een boek van Andrew Murray spoorde haar aan om voortdurend de ervaring van Gods tegenwoordigheid te willen opdoen. Omdat Murray de nadruk legde op een stille, ongestoorde gemeenschap met God, begaf ze zich met een Bijbel, een boek met overdenkingen, een potlood en wat koffie in de tegenwoordigheid van God.  Ze schrijft dat “God Zich aan me begon te openbaren” terwijl ze wachtte (pag. 9).

In de nieuwe dienst kregen zij en haar gezin met zware geestelijke strijd te maken en daarom werd het bidden om bescherming voor haar bijzonder belangrijk. Op een morgen stelde ze zich beeldend voor hoe “God ieder van ons beschermde” (pag. 10). Haar dochter, zoon en echtgenoot waren “door Gods tegenwoordigheid omhuld, die er uitzag als een gouden licht. Toen ik voor mezelf bad, werd ik opeens omgeven door een stralend licht en een diepe vrede. Ik verloor elk gevoel van tijd, toen ik Gods tegenwoordigheid op deze intensieve manier ervoer” (pag. 10).

In elk geval hier behoort de lezer wakker te worden. Het visualiseren, dat Sarah Young tijdens het bidden praktiseerde, behoort tot de praktijken van het sjamanisme en de esoterie, waarin men probeert om de zichtbare, maar vooral de onzichtbare wereld werkzaam te laten worden volgens eigen innerlijke beelden.

Omdat ik zelf een jaar of tien in de esoterie heb gezeten, weet ik hoe zulke methoden werken. Ze geven je het gevoel van een echte belevenis, bevorderen de gedachte dat je vrij over Gods werkzaamheid kunt beschikken en dat je meer kunt opwekken en ervaren dan ooit.
Deze verlokking brengt een toenemende openheid voor de invloed van (ver) leiding vanuit de onzichtbare wereld met zich mee. De Bijbel geeft ons nergens enige aanwijzing om ons in de een of andere vorm God, Zijn bescherming of Zijn genezing voor te stellen. Met zo’n methode denken christenen de kloof tussen geloof en aanschouwen te kunnen overwinnen. Ze voelen zich veilig omdat ze zich op God of Jezus Christus richten en beseffen niet dat ook satan, zoals Paulus het in 2 Korinthe 11:3 beschrijft, via onze gedachten kan en wil werken om ons af te brengen van de eenvoud en de zuiverheid ten opzichte van Christus. Deze laatste door Young beschreven belevenis (ik zou het eerder een initiatie noemen) geeft een doorbraak naar een mediamieke activiteit, die men ‘naar God luisteren’ noemt.

“In datzelfde jaar begon ik het boek God Calling te lezen, een meditatieboek dat twee anonieme ‘luisteraarsters’ hebben geschreven. Deze vrouwen wachtten met pen en papier in de hand stil in Gods tegenwoordigheid en schreven boodschappen op die zij van Hem kregen”(pag. 11).

Vergelijk dat eens met de volgende handleiding onder het kopje ‘Opleiding van mediums’: De leerling “begint met een kort gebed, leest een stuk uit de heilige Schrift en denkt over het gelezene na. Daarna houdt hij zijn hand met een potlood op een voor hem liggend vel schrijfpapier en wacht zonder enige geestelijke spanning af. Als hij zich gedrongen voelt tot het opschrijven van gedachten die hem met grote zekerheid geïnspireerd worden, schrijft hij die op” [Johannes Greber, Der Verkehr mit der Geisterwelt (Zürich: A. Brunner Verlag, 1932), pag. 133].

Gefascineerd als ze was door de al opgedane ervaringen, schijnt Sarah Young niet meer in staat te zijn geweest om in te zien dat dit een sjamanistische praktijk is, een typische vorm van medium zijn.

Alleen al het feit dat de auteurs anoniem zijn, had bij haar een belletje moeten doen rinkelen. De esoterie biedt talrijke dergelijke boeken aan. Een van die boeken, getiteld Die neue Zeit ist jetzt (“De nieuwe tijd is nu”, Smaragd Verlag, 2002), is bijvoorbeeld doorgegeven door een geest met de naam Sananda. Hij beweert, dat hij hier op aarde als Jezus heeft geleefd. Ook zijn boodschappen zijn in de ik-vorm geschreven. Zo zegt hij: “De volkomenheid van de Al-Ene ligt achter de woorden. Die is in de stilte te vinden. Die is te vinden … als je je openstelt voor  wat er is” (pag. 106).

Ook Young roept in haar overdenkingen de lezeressen steeds weer op om met een open geest te komen of om zich open te stellen.

Het persoonlijke luisteren en beleven werd steeds belangrijker voor haar. Zij schrijft: “Ik wist wel dat God door de Bijbel tot me spreekt, maar ik verlangde naar meer. … Ik besloot om met een pen in de hand naar God te gaan luisteren en op te schrijven wat Hij volgens mij zei”

(pag. 11). Vanaf dat moment verwachtte ze de aanwijzingen van God niet meer met of via de Bijbel, maar alleen nog persoonlijk.

Terwijl ze aan het begin nog onzeker was, kwamen de boodschappen al gauw meer en meer “ongehinderd”. Ze voert deze ervaringen terug op het toepassen van Psalm 46:11, waar staat: “Geef het op en weet dat Ik God ben!”

“Dit regelmatige luisteren naar God heeft mijn relatie met Hem veel meer verdiept dan enige andere geestelijke oefening” (pag. 13). Met deze uitspraak en het feit dat de overdenkingen in de ik-vorm zijn geschreven plaatst zij het Woord van God onder haar persoonlijke luisteren. Omdat ze echter wel van mening is dat het Woord van God de maatstaf moet zijn waaraan ze de gehoorde woorden meet, bewijst ze die met verschillende Bijbelverzen die dikwijls in haar opkwamen als ze naar God luisterde.

 

Samengevat geeft dit boek de volgende boodschappen door:

 

  1. God spreekt slechts in de stilte.
  2. Het persoonlijke spreken van God (ervaring) staat boven het Woord van de Bijbel.
  3. Door het gebruiken van de ik-vorm stelt ze haar woorden voor als de ware woorden van Jezus en verleent ze zich daarmee de schijn van een nieuwtestamentische profetes die openbaringen van Jezus doorgeeft.
  4. De lezeressen worden indirect aangespoord haar na te doen en zo verleid om mediums te worden.
  5. Door je alleen maar open te stellen, leer je passiviteit aan, geen waakzaamheid en geen zin om het Woord van God te bestuderen.
  6. Het doel van haar meditaties is dat de lezeressen Gods liefde en vrede genieten. Wie de moeite neemt om de meditaties niet alleen dagelijks, maar ook achter elkaar door te lezen, zal vaststellen dat het gaat om heel veel zoetige uitspraken die ons in goede gevoelens van veiligheid wiegen en telkens herhaald worden.

 

Wat hier ontbreekt is niet alleen de realiteit van het lijden van Jezus aan het kruis, maar ook verwijzingen naar eventueel lijden door de navolging. Men wordt opgeroepen tot een spiritualiteit van de directe ervaring, waarbij het aanschouwen (ervaren, voelen) boven het geloof staat.

Elke Kamphuis

Bron:Middernachtsroep, februari 2015

 

Elke Kamphuis, vroeger esoterica, sociaalpedagoge en psychotherapeute, beleefde in Australië een beslissende ommekeer in haar leven en werkt tegenwoordig samen met haar man Martin (een ex-boeddhist) als adviseur en schrijfster. De twee hebben ook het boek Spirituelle Kräfte des Neuen Zeitalters (spirituele krachten van de nieuwe tijd) geschreven, dat duidelijk maakt “op welke wijze het christelijke gedachtegoed geleidelijk en meestal ook onbewust door oosters of esoterische gedachtengoed wordt verdrongen” (www.gateway-ev.de).

Op de site bijbelenonderwijs.nl staat het artikel “Boeddhisme geen vreedzame religie”. Het is een bespreking van het boek “Weg van Boeddha” van Martin en Eelke Kamphuis: http://bijbelenonder.wpengine.com/bijbel-en-onderwijs/boeddhisme-geen-vreedzame-religie/.

 

Enkele gegevens over Young: Sarah Young studeerde filosofie, psychologie en bijbelwetenschappen. Samen met haar man, Steve, woont ze in Perth, in Australië, waar ze leiding geven aan een Japanse gemeente.