Tien gevaren van de theïstische evolutieleer
Door de presentatie van het kinderboek van de auteurs Corien Oranje en dr. Cees Dekker, Het geheime logboek van Topnerd Tycho, eind september 2015 op een symposium van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort kwam helaas duidelijk naar voren dat niet meer uitgegaan werd van de Bijbelse gegevens wat de schepping betreft. Om die reden heeft het bestuur van Bijbel & Onderwijs prof.dr.ing. Werner Gitt gevraagd om over het theïstisch evolutionisme te schrijven.
De atheïstische formule voor evolutie is:
Evolutie = materie + evolutiefactoren (toeval & noodlot + mutatie + selectie + isolatie + dood) + heel lange tijdsperiode.
In de theïstische variant komt daar nog God bij:
Theïstische evolutie = materie + evolutiefactoren (toeval & noodlot + mutatie + selectie + isolatie + dood) + heel lange tijdsperiode + God.
Hierin is God niet de almachtige Heerser over alles, van wie het Woord serieus genomen moet worden door alle mensen, maar wordt Hij geïntegreerd in de evolutiefilosofie. Dat levert tien gevaren op voor christenen.[i]
Gevaar nr.1: Een verkeerde voorstelling van het wezen van God
| Schiep God door evolutie? Uit dit boek is een hoofdstuk voor dit artikel bewerkt. |

De Bijbel openbaart ons God als onze Vader in de hemel, die volmaakt (Mattheus 5:48), heilig (Jesaja 6:3) en almachtig (Jeremia 32:17) is. De apostel Johannes maakt ons bekend, dat God Liefde, Licht en Leven is (1Johannes 4:16; 1:5; 1:1-2). Alles wat God schept, wordt beschreven als “zeer goed” (Genesis 1:31) en “volmaakt” (Deuteronomium 32:4).
De theïstische evolutieleer geeft een valse voorstelling van het wezen van God, omdat Hem dood en gruwelijkheden als uitgangspunten van de scheppings worden toegeschreven. (Ook het zogenaamde “progressieve creationisme” leert dat er vele miljoenen jaren voor de zondeval dood en verderf bestaan heeft.)
Gevaar nr.2: God wordt de noodoplossing voor onbegrepen fenomenen.
Volgens de Bijbelse leer is God de Schepper van alle dingen. “Voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn, en tot wie wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door wie alle dingen zijn en wij door Hem” (1 Corinthiërs 8:6). In de theïstische evolutieleer blijft voor God alleen het gedeelte over, dat door de evolutieleer niet verklaard kan worden. Zo wordt Hij de noodoplossing van die verschijnselen waarvoor nog geen verklaring is. Dit leidt tot de mening: “God is dus niet absoluut, Hij evolueert zelfs – Hij is evolutie.”[ii]
Gevaar nr.3: Het prijsgeven van centrale uitspraken van de Bijbel
De hele Bijbel getuigt dat wij in het Schriftwoord met een door God geautoriseerde waarheidsbron te doen hebben (2 Timotheüs 3:16); daarbij is het Oude Testament een noodzakelijk verbindingsstuk naar het Nieuwe Testament, vergelijkbaar met een invoegstrook naar de autobaan. (Johannes 5:39) Het Bijbelse scheppingsbericht moet niet als mythe, parabel of allegorie gezien worden, maar als een historisch bericht, omdat het biologische, astronomische en antropologische feiten bevat in onderwijzende vorm. In de tien geboden baseerde God de zes werkdagen en de rustdag voor ons, met Zijn activiteiten in dezelfde tijdsperiode, die beschreven zijn in het scheppingsverhaal (Exodus 20:8-11).
In het Nieuwe Testament refereert Jezus herhaaldelijk aan feiten uit de schepping (zie bv. Mattheüs 19:4-5). Nergens in de Bijbel zijn aanwijzingen dat het scheppingsbericht anders dan een feitelijk verslag gezien moet worden. Dit waarheidsgetrouw lezen van de Bijbel, waarin Jezus, de profeten en de apostelen ons voorgingen, wordt door de theïstische evolutieleer ondergraven. Het Bijbelse getuigenis van gebeurtenissen wordt gereduceerd tot mythisch taalgebruik en de Bijbelse boodschap wordt niet meer als waarheid aangenomen.
Gevaar nr.4: Het verlies van de sleutel om God te vinden.
De Bijbel beschrijft de mens na de zondeval als een wezen dat door en door verstrikt is in de zonde (Romeinen 7:18-19). Alleen diegenen die begrepen hebben dat zij zondig en verloren zijn, zullen een Redder zoeken, die “kwam om te redden wat verloren is” (Lukas 19:10). De evolutieleer kent echter geen zonde in de Bijbelse betekenis van het doel missen (tegenover God). Ze maakt de zonde onbelangrijk en dat is precies het omgekeerde wat de Heilige Geest doet, die ‘de zonde zondig maakt’. Als de zonde als onschadelijke evolutiefactor gezien wordt, heeft men de sleutel verloren om God te vinden; het probleem kan niet opgelost worden als men ‘god’ in het evolutiescenario inpast.
Gevaar nr.5: De menswording van God wordt gerelativeerd.
De menswording van God in Zijn Zoon Jezus Christus hoort tot het basisonderwijs van de Bijbel. De Bijbel getuigt: “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:14), en “Jezus Christus werd…… in zijn uiterlijk als een mens bevonden” (Filippenzen 2:5-7)[iii].
Gevaar nr.6: De Bijbelse basis voor het verlossingswerk van de Here Jezus wordt als mythe beschouwd.
Volgens de Bijbel was de zondeval van de eerste mens een echte gebeurtenis en de oorzaak dat de zonde in de wereld kwam. “Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben” (Romeinen 5:12). De theïstische evolutieleer erkent Adam echter niet als eerste mens, noch als een rechtstreeks door God geschapene “uit stof der aarde” (Genesis 1:2,7). De meeste vertegenwoordigers van de theïstische evolutieleer beschouwen het scheppingsbericht slechts als een mythische vertelling zonder geestelijke betekenis. Maar volgens de Bijbelse leer zijn de zondaar Adam en de Redder de Here Jezus beide even reëel (Romeinen 5:16-18). Daarom ondergraaft iedere theologische beschouwing die Adam mythologisch ziet, de Bijbelse basis voor het verlossingswerk van Jezus.
Gevaar nr.7: Het verlies van de Bijbelse chronologie
De visie op de Bijbelse tijdlijn wat betreft de geschiedenis van de wereld, is voor fundamenteel Bijbelse begrip heel belangrijk. Deze tijdlijn kan niet naar willekeur naar verleden noch toekomst uitgerekt worden. Het beginpunt is vastgelegd in Genesis 1:1 evenals een eindpunt waarbij het bestaan van het natuurkundig fenomeen tijd ophoudt (Mattheus 24:14).
De hele schepping duurde zes dagen (Exodus 20:11). De ouderdom van de schepping kan afgemeten worden aan de hand van de stambomen die in de Bijbel staan (let op: niet exact te berekenen). Het gaat om de orde van grootte van enige duizenden jaren, geen miljarden. Galaten 4:4 wijst ons op het belangrijkste punt in de huidige wereldgeschiedenis: “Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon.” Dat gebeurde ongeveer 2000 jaar geleden. De komst van Jezus in macht en majesteit zal de grootste gebeurtenis in de toekomst zijn. Aanhangers van de theïstische evolutieleer (en de progressieve scheppingsleer) verwerpen de Bijbelse tijdmaatstaf ten gunste van die van de evolutieleer die uitgaat van miljarden jaren in het verleden en de toekomst (waarvan geen overtuigende basis aanwezig is). Dat kan tot twee dwalingen leiden:
- De Bijbel moet niet in al haar uitspraken serieus genomen worden.
- De waakzaamheid met het oog op de wederkomst van Jezus kan verloren gaan.
Gevaar nr.8: Het verlies van zicht op de schepping
Wij kunnen essentiële scheppingsconcepten uit de Bijbel weglaten, zoals: God schiep materie zonder uitgangsstof.

God schiep eerst de aarde en op de vierde scheppingsdag voegde Hij daarbij de maan, ons zonnestelsel, onze Melkweg en alle andere sterren van het heelal. Deze volgorde is niet verenigbaar met alle ideeën van de “kosmische evolutie”, zoals het “oerknal”-idee. De theïstische evolutie ontkent het Bijbelse scheppingsprincipe en brengt daarvoor in de plaats evolutiegedachtegoed in de Bijbel; daardoor wordt het almachtig handelen van God bij de schepping ontkend.
Gevaar nr. 9: De verkeerde interpretatie van de werkelijkheid
De Bijbel draagt het zegel der waarheid; al haar uitspraken zijn waar of het om geloofs- of heilsvragen, om vragen van het dagelijks leven of om wetenschappelijke belangen gaat. De aanhangers van de evolutieleer schuiven dat alles terzijde; zo zegt de evolutionist Richard Dawkins: “Bijna alle volken hebben hun eigen scheppingsmythen ontwikkeld, en de scheppingsgeschiedenis in de Bijbel is alleen de mythe die toevallig overgenomen werd van een bepaald herdersvolk in het Midden-Oosten. Ze heeft geen belangrijker status dan het geloof van een bepaalde West-Afrikaanse stam, dat de wereld uit mierenuitwerpselen geschapen werd.”[iv] Als de evolutieleer fout is, dan werken talrijke wetenschappen op een onjuiste basis. Als ze gebaseerd zijn op evolutionistische gedachten, dan interpreteren zij de werkelijkheid verkeerd. Dat geldt in nog veel sterkere mate voor een theologie die afwijkt van datgene wat de Bijbel zegt en de evolutie verwelkomt!
Gevaar nr.10: Het doel wordt gemist.
In geen ander boek van de wereldgeschiedenis vinden we zulke waardevolle doelstellingen voor de mens als in de Bijbel. Bijvoorbeeld:
- Wij mensen zijn het goddelijk doel van de schepping (Genesis 1:27-28).
- Wij mensen zijn het doel van de goddelijke Verlossing (Jesaja 53:5).
- Wij mensen zijn het doel van de zending van Gods Zoon (1 Johannes4:9).
- Wij zijn het doel van het goddelijke erfgoed (Titus 3:7).
- Wij hebben de hemel als vooraf vastgesteld doel (1Petrus 1:4).
Het evolutiesysteem is daarentegen gespeend van doelgerichtheid. “Nooit verlopen de aanpassingen in de evolutie op grond van een doelgericht programma, dus kunnen ze niet worden beschreven als doelmatig.” [v] Daarom is een geloofssysteem zoals de theïstisch evolutieleer, die doelgerichtheid met niet-doelgerichtheid wil verenigen, een contradictie in termini (een tegenspraak in zichzelf).
Conclusie:
De scheppingsleer en de evolutieleer zijn zo verschillend dat een samenvoeging totaal onmogelijk is. De aanhangers van de theïstische evolutieleer proberen de beide leren samen te voegen, maar zo’n syncretisme reduceert de Bijbelse boodschap als onbelangrijk. Men kan duidelijk vaststellen: de theïstische evolutieleer vindt geen steun in de Bijbel.
Wat hoort bij de theïstische evolutie?
De volgende grondregels van de evolutieleer worden ook overgenomen door de theïstische evolutieleer:
- Men gaat uit van het basisprincipe van evolutie.
- Evolutie geldt universeel.
- Wat betreft de werking van natuurwetten is er geen verschil tussen het ontstaan van de aarde en het leven en de daaropvolgende ontwikkelingen (uniformiteitsprincipe).
- Evolutie gaat uit van natuurlijke processen, die tot een hogere organisatie leiden, van eenvoudige tot zeer complexe, van levenloos tot de levende en van lagere naar hogere levensvormen.
- De drijvende krachten van evolutie zijn mutatie, selectie, isolatie en mutatie.
- Andere essentiële factoren zijn toeval en noodzakelijkheid, lange tijdsperioden, ecologische veranderingen en dood.
- De tijdas wordt zodanig verlengd dat ieder net zo veel tijd kan voorstellen, als hij nodig acht voor het evolutieproces.
- Het heden is de sleutel tot het verleden.
- Er is een vloeiende overgang van dood naar leven.
- Evolutie blijft doorgaan in de verre toekomst.
Aan deze grondregels van de evolutieleer worden door de theïstische evolutieleer nog drie regels toegevoegd:
- God schiep door middel van evolutie.
- De Bijbel geeft geen bruikbare ideeën die voor de huidige wetenschap toepasbaar zijn.
- Evolutionistische uitspraken hebben voorrang boven Bijbelse uitspraken. De Bijbel moet opnieuw geïnterpreteerd worden, als ze het huidige evolutionistische wereldbeeld weerspreekt.
(*) Dit citaat komt uit het boek van Werner Gitt, Schuf Gott durch Evolution, S.14-18 en S.26-27.
prof. dr.ing.Werner Gitt
Bronvermelding
Dit artikel is een bewerking van hoofdstuk 8 “De uitwerking van de theïstische evolutieleer” uit het boek “Schuf Gott durch Evolution?” van prof.dr.ing.Werner Gitt, Christliche Literaturverbreitung e.V., Postfach 110135, 33661 Bielefeld.
[i] 1. Uit: Werner Gitt, Schuf Got durch Evolution? CLV Bielefeld, ISBN 3-89397-124-6
[ii] E.Jantsch, Die Selbstorganisation des Universums, München, 1979, S.412
[iii] Hoimar von Ditfurth, Wir sind nicht nur von dieser Welt, München, 1984, S. 21-22
[iv] Richard Dawkins, The Blind Watchmaker, Penguin Books, London, 1986, S. 316
[v] H. Penzlin, Das Teleologie-Problem in der Biologie, Biologische Rundschau, 25(1987), blz.7-26 en 19
Vertaling: dr. W.Hoek
Dit artikel is ook als brochure verschenen. Ga naar http://bijbelenonder.wpengine.com/webshop/toon-op-homepage/tien-gevaren-van-de-theistische-evolutieleer-3/.
In de webshop van Bijbel & Onderwijs zijn van dezelfde auteur het boek Als dieren konden spreken en de brochure Wie is de Schepper?
Theïstisch evolutionisme
Tien gevaren van de theïstische evolutieleer
Door de presentatie van het kinderboek van de auteurs Corien Oranje en dr. Cees Dekker, Het geheime logboek van Topnerd Tycho, eind september 2015 op een symposium van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort kwam helaas duidelijk naar voren dat niet meer uitgegaan werd van de Bijbelse gegevens wat de schepping betreft. Om die reden heeft het bestuur van Bijbel & Onderwijs prof.dr.ing. Werner Gitt gevraagd om over het theïstisch evolutionisme te schrijven.
De atheïstische formule voor evolutie is:
Evolutie = materie + evolutiefactoren (toeval & noodlot + mutatie + selectie + isolatie + dood) + heel lange tijdsperiode.
In de theïstische variant komt daar nog God bij:
Theïstische evolutie = materie + evolutiefactoren (toeval & noodlot + mutatie + selectie + isolatie + dood) + heel lange tijdsperiode + God.
Hierin is God niet de almachtige Heerser over alles, van wie het Woord serieus genomen moet worden door alle mensen, maar wordt Hij geïntegreerd in de evolutiefilosofie. Dat levert tien gevaren op voor christenen.[i]
Gevaar nr.1: Een verkeerde voorstelling van het wezen van God
De Bijbel openbaart ons God als onze Vader in de hemel, die volmaakt (Mattheus 5:48), heilig (Jesaja 6:3) en almachtig (Jeremia 32:17) is. De apostel Johannes maakt ons bekend, dat God Liefde, Licht en Leven is (1Johannes 4:16; 1:5; 1:1-2). Alles wat God schept, wordt beschreven als “zeer goed” (Genesis 1:31) en “volmaakt” (Deuteronomium 32:4).
De theïstische evolutieleer geeft een valse voorstelling van het wezen van God, omdat Hem dood en gruwelijkheden als uitgangspunten van de scheppings worden toegeschreven. (Ook het zogenaamde “progressieve creationisme” leert dat er vele miljoenen jaren voor de zondeval dood en verderf bestaan heeft.)
Gevaar nr.2: God wordt de noodoplossing voor onbegrepen fenomenen.
Volgens de Bijbelse leer is God de Schepper van alle dingen. “Voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn, en tot wie wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door wie alle dingen zijn en wij door Hem” (1 Corinthiërs 8:6). In de theïstische evolutieleer blijft voor God alleen het gedeelte over, dat door de evolutieleer niet verklaard kan worden. Zo wordt Hij de noodoplossing van die verschijnselen waarvoor nog geen verklaring is. Dit leidt tot de mening: “God is dus niet absoluut, Hij evolueert zelfs – Hij is evolutie.”[ii]
Gevaar nr.3: Het prijsgeven van centrale uitspraken van de Bijbel
De hele Bijbel getuigt dat wij in het Schriftwoord met een door God geautoriseerde waarheidsbron te doen hebben (2 Timotheüs 3:16); daarbij is het Oude Testament een noodzakelijk verbindingsstuk naar het Nieuwe Testament, vergelijkbaar met een invoegstrook naar de autobaan. (Johannes 5:39) Het Bijbelse scheppingsbericht moet niet als mythe, parabel of allegorie gezien worden, maar als een historisch bericht, omdat het biologische, astronomische en antropologische feiten bevat in onderwijzende vorm. In de tien geboden baseerde God de zes werkdagen en de rustdag voor ons, met Zijn activiteiten in dezelfde tijdsperiode, die beschreven zijn in het scheppingsverhaal (Exodus 20:8-11).
In het Nieuwe Testament refereert Jezus herhaaldelijk aan feiten uit de schepping (zie bv. Mattheüs 19:4-5). Nergens in de Bijbel zijn aanwijzingen dat het scheppingsbericht anders dan een feitelijk verslag gezien moet worden. Dit waarheidsgetrouw lezen van de Bijbel, waarin Jezus, de profeten en de apostelen ons voorgingen, wordt door de theïstische evolutieleer ondergraven. Het Bijbelse getuigenis van gebeurtenissen wordt gereduceerd tot mythisch taalgebruik en de Bijbelse boodschap wordt niet meer als waarheid aangenomen.
Gevaar nr.4: Het verlies van de sleutel om God te vinden.
De Bijbel beschrijft de mens na de zondeval als een wezen dat door en door verstrikt is in de zonde (Romeinen 7:18-19). Alleen diegenen die begrepen hebben dat zij zondig en verloren zijn, zullen een Redder zoeken, die “kwam om te redden wat verloren is” (Lukas 19:10). De evolutieleer kent echter geen zonde in de Bijbelse betekenis van het doel missen (tegenover God). Ze maakt de zonde onbelangrijk en dat is precies het omgekeerde wat de Heilige Geest doet, die ‘de zonde zondig maakt’. Als de zonde als onschadelijke evolutiefactor gezien wordt, heeft men de sleutel verloren om God te vinden; het probleem kan niet opgelost worden als men ‘god’ in het evolutiescenario inpast.
Gevaar nr.5: De menswording van God wordt gerelativeerd.
De menswording van God in Zijn Zoon Jezus Christus hoort tot het basisonderwijs van de Bijbel. De Bijbel getuigt: “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:14), en “Jezus Christus werd…… in zijn uiterlijk als een mens bevonden” (Filippenzen 2:5-7)[iii].
Gevaar nr.6: De Bijbelse basis voor het verlossingswerk van de Here Jezus wordt als mythe beschouwd.
Volgens de Bijbel was de zondeval van de eerste mens een echte gebeurtenis en de oorzaak dat de zonde in de wereld kwam. “Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben” (Romeinen 5:12). De theïstische evolutieleer erkent Adam echter niet als eerste mens, noch als een rechtstreeks door God geschapene “uit stof der aarde” (Genesis 1:2,7). De meeste vertegenwoordigers van de theïstische evolutieleer beschouwen het scheppingsbericht slechts als een mythische vertelling zonder geestelijke betekenis. Maar volgens de Bijbelse leer zijn de zondaar Adam en de Redder de Here Jezus beide even reëel (Romeinen 5:16-18). Daarom ondergraaft iedere theologische beschouwing die Adam mythologisch ziet, de Bijbelse basis voor het verlossingswerk van Jezus.
Gevaar nr.7: Het verlies van de Bijbelse chronologie
De visie op de Bijbelse tijdlijn wat betreft de geschiedenis van de wereld, is voor fundamenteel Bijbelse begrip heel belangrijk. Deze tijdlijn kan niet naar willekeur naar verleden noch toekomst uitgerekt worden. Het beginpunt is vastgelegd in Genesis 1:1 evenals een eindpunt waarbij het bestaan van het natuurkundig fenomeen tijd ophoudt (Mattheus 24:14).
De hele schepping duurde zes dagen (Exodus 20:11). De ouderdom van de schepping kan afgemeten worden aan de hand van de stambomen die in de Bijbel staan (let op: niet exact te berekenen). Het gaat om de orde van grootte van enige duizenden jaren, geen miljarden. Galaten 4:4 wijst ons op het belangrijkste punt in de huidige wereldgeschiedenis: “Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon.” Dat gebeurde ongeveer 2000 jaar geleden. De komst van Jezus in macht en majesteit zal de grootste gebeurtenis in de toekomst zijn. Aanhangers van de theïstische evolutieleer (en de progressieve scheppingsleer) verwerpen de Bijbelse tijdmaatstaf ten gunste van die van de evolutieleer die uitgaat van miljarden jaren in het verleden en de toekomst (waarvan geen overtuigende basis aanwezig is). Dat kan tot twee dwalingen leiden:
Gevaar nr.8: Het verlies van zicht op de schepping
Wij kunnen essentiële scheppingsconcepten uit de Bijbel weglaten, zoals: God schiep materie zonder uitgangsstof.
God schiep eerst de aarde en op de vierde scheppingsdag voegde Hij daarbij de maan, ons zonnestelsel, onze Melkweg en alle andere sterren van het heelal. Deze volgorde is niet verenigbaar met alle ideeën van de “kosmische evolutie”, zoals het “oerknal”-idee. De theïstische evolutie ontkent het Bijbelse scheppingsprincipe en brengt daarvoor in de plaats evolutiegedachtegoed in de Bijbel; daardoor wordt het almachtig handelen van God bij de schepping ontkend.
Gevaar nr. 9: De verkeerde interpretatie van de werkelijkheid
De Bijbel draagt het zegel der waarheid; al haar uitspraken zijn waar of het om geloofs- of heilsvragen, om vragen van het dagelijks leven of om wetenschappelijke belangen gaat. De aanhangers van de evolutieleer schuiven dat alles terzijde; zo zegt de evolutionist Richard Dawkins: “Bijna alle volken hebben hun eigen scheppingsmythen ontwikkeld, en de scheppingsgeschiedenis in de Bijbel is alleen de mythe die toevallig overgenomen werd van een bepaald herdersvolk in het Midden-Oosten. Ze heeft geen belangrijker status dan het geloof van een bepaalde West-Afrikaanse stam, dat de wereld uit mierenuitwerpselen geschapen werd.”[iv] Als de evolutieleer fout is, dan werken talrijke wetenschappen op een onjuiste basis. Als ze gebaseerd zijn op evolutionistische gedachten, dan interpreteren zij de werkelijkheid verkeerd. Dat geldt in nog veel sterkere mate voor een theologie die afwijkt van datgene wat de Bijbel zegt en de evolutie verwelkomt!
Gevaar nr.10: Het doel wordt gemist.
In geen ander boek van de wereldgeschiedenis vinden we zulke waardevolle doelstellingen voor de mens als in de Bijbel. Bijvoorbeeld:
Het evolutiesysteem is daarentegen gespeend van doelgerichtheid. “Nooit verlopen de aanpassingen in de evolutie op grond van een doelgericht programma, dus kunnen ze niet worden beschreven als doelmatig.” [v] Daarom is een geloofssysteem zoals de theïstisch evolutieleer, die doelgerichtheid met niet-doelgerichtheid wil verenigen, een contradictie in termini (een tegenspraak in zichzelf).
Conclusie:
De scheppingsleer en de evolutieleer zijn zo verschillend dat een samenvoeging totaal onmogelijk is. De aanhangers van de theïstische evolutieleer proberen de beide leren samen te voegen, maar zo’n syncretisme reduceert de Bijbelse boodschap als onbelangrijk. Men kan duidelijk vaststellen: de theïstische evolutieleer vindt geen steun in de Bijbel.
Wat hoort bij de theïstische evolutie?
De volgende grondregels van de evolutieleer worden ook overgenomen door de theïstische evolutieleer:
Aan deze grondregels van de evolutieleer worden door de theïstische evolutieleer nog drie regels toegevoegd:
(*) Dit citaat komt uit het boek van Werner Gitt, Schuf Gott durch Evolution, S.14-18 en S.26-27.
prof. dr.ing.Werner Gitt
Bronvermelding
Dit artikel is een bewerking van hoofdstuk 8 “De uitwerking van de theïstische evolutieleer” uit het boek “Schuf Gott durch Evolution?” van prof.dr.ing.Werner Gitt, Christliche Literaturverbreitung e.V., Postfach 110135, 33661 Bielefeld.
[i] 1. Uit: Werner Gitt, Schuf Got durch Evolution? CLV Bielefeld, ISBN 3-89397-124-6
[ii] E.Jantsch, Die Selbstorganisation des Universums, München, 1979, S.412
[iii] Hoimar von Ditfurth, Wir sind nicht nur von dieser Welt, München, 1984, S. 21-22
[iv] Richard Dawkins, The Blind Watchmaker, Penguin Books, London, 1986, S. 316
[v] H. Penzlin, Das Teleologie-Problem in der Biologie, Biologische Rundschau, 25(1987), blz.7-26 en 19
Vertaling: dr. W.Hoek
Dit artikel is ook als brochure verschenen. Ga naar http://bijbelenonder.wpengine.com/webshop/toon-op-homepage/tien-gevaren-van-de-theistische-evolutieleer-3/.
In de webshop van Bijbel & Onderwijs zijn van dezelfde auteur het boek Als dieren konden spreken en de brochure Wie is de Schepper?
Mensbeeld en opvoeding (1)
Vragen vanuit het hart
Hoe ons mensbeeld de opvoeding beïnvloedt.
De tekst die voor u ligt, roept er op generlei wijze toe op bestaande wetten te breken. Ken de wetten van uw land en houd deze in ere! Alle gegeven adviezen moeten door de lezer zelf gewetensvol gecontroleerd worden, u bent zelf verantwoordelijk voor uw pedagogisch handelen. We verwijzen naar Romeinen 13:3 en Handelingen 5:29. Kindermishandeling door geweld, verwaarlozing, passiviteit, egoïstisch handelen of liefdeloosheid is een zonde tegen God en de mensen.
Inhoud (van het gehele artikel)
1 Voed het hart van uw kind op.
Als u een kind gekregen hebt, hebt u ook de verantwoordelijkheid gekregen het kind op te voeden. Als God u eigen kinderen geeft, geeft Hij u daarmee de hoofdverantwoordelijkheid om ze te verzorgen en op te voeden.
We moeten ons van het volgende bewust zijn:
Wat is opvoeding?
Als bovenstaande duidelijk is, is het nodig uit te leggen wat dan van ons verwacht wordt. Wat is uw en mijn opdracht met de kinderen? We moeten hen verzorgen. Uiterlijke verzorging betekent dat we kinderen voldoende voedsel geven, hen kleden, een dak boven het hoofd geven en ervoor zorgen dat ze hygiënisch en, voor zover dat in onze handen ligt, gezond zijn.
De innerlijke verzorging is de opvoeding. Dit is duidelijk een grotere uitdaging. De opvoeding is alles wat we doen om het wezen van het kind te vormen. Neemt u uw kind op schoot, als het verdrietig is? Dan voedt u het op! U vertelt hem dat u van hem houdt. Daarmee geeft u het kleine mensje een belangrijke boodschap: “Ik wil er voor je zijn!” Stuurt u uw kind naar school, als hij geen zin heeft? Dan voedt u het op! U vertelt hem dat de plicht om naar school te gaan belangrijker is, dan het gevoel dat hij daarbij heeft. Daardoor vertelt u het kleine kinderhart dat u uw kind leidt en richting geeft.
Deze voorbeelden tonen aan dat opvoeding
Focus op het hart
Een focus op het hart leggen, dat klinkt misschien logisch, maar dat is het niet. Het is niet vanzelfsprekend dat het hart in het centrum van de opvoeding staat. Men kan namelijk ook het lichaam van het kind in het middelpunt zetten; dan draait alles eerst om de beste voeding, om sport en om wellness, kleding en kapsel. Hoewel de verzorging van het lichaam belangrijk is, is het voor kinderen niet goed, als ouders dat tot de grootste prioriteit maken!
Andere ouders bekommeren zich vooral om het intellect van het kind. Er wordt alles aan gedaan om zoveel mogelijk kennis in het hoofd van het kind te krijgen. Alle beschikbare tijd wordt in leren, in oefeningen en bijlessen gestopt. De liefde voor het kind wordt zo afhankelijk van zijn prestaties of het gebrek daaraan. Het kind wordt beloond voor goede cijfers en gewonnen prijzen, maar bestraft voor onvoldoendes of het gebrek aan talent.
Ook met zulke kinderen kunnen we medelijden hebben.
Zoals we al vastgesteld hebben, betekent opvoeding dus de innerlijke verzorging en de vorming van het hart (dus de ziel, het wezen, het denken en het willen) van ons kind. Waarom moet dat prioriteit hebben? Omdat we kinderen van God gekregen hebben en God Zijn aandacht vooral op het hart van de mens richt.
‘’Doch de HEERE zeide tot Samuël: “Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan’’ (1 Samuel 16:7).
Misschien is uw kind onhandig of een slechte sporter. Dat bedroeft de Heere niet. Misschien heeft uw kind problemen met leren en zal het nooit in staat zijn een vwo-diploma te halen. Jammer, maar dat is voor de Heere niet dramatisch. Menselijk gezien neigen we ernaar in de opvoeding prioriteit te geven aan dat wat voor de mensen belangrijk is: succes, bezit, uiterlijke schoonheid. Voor God – de Enige die recht heeft op het hart van uw kind – telt het hart!
Als u het boze ruimte geeft in het hart van uw kind, bent u degene die daarvoor verantwoording af moet leggen! Als u het boze in uw kind bevordert, bent u ook degene die daarvoor verantwoording af moet leggen.
Maar als u het boze daarentegen probeert te bestrijden en uw kinderen oproept het goede te doen, dan zal dat tot zegen worden voor uw familie, uw kind en een vreugde voor de Heere. Ook als u een fout maakt – en die zult u maken – kijkt God naar uw hart. Zijn beoordeling hangt niet van een zichtbaar resultaat af, maar van uw instelling en de manier waarop u de opvoeding van uw kinderen op u nam. Als hoofdverantwoordelijke voor uw kind, moet u uw liefde en toewijding, uw geestelijke, intellectuele, materiële mogelijkheden en uw tijd investeren om het hart van uw kind op te voeden naar Gods wil.
Voor een timmerman met zijn werk begint, bekijkt hij zorgvuldig met wat voor hout hij gaat werken. Is het ruw en onbewerkt? Of is het al bewerkt en geschaafd? Al het werk dat de timmerman daarna zal verzetten, hangt af van zijn eerdere observaties.
Bij een boer, die nieuw land wil bewerken, gaat het net zo. Is de bodem goed en vruchtbaar? Of is hij hard en slecht? Pas als hij weet in welke staat het land verkeert, kan hij de nodige stappen doen om tot een goede oogst te komen.
Zoals een boer en timmerman voorbereidingen treffen, moeten ook wij bekijken wat het uitgangspunt is van het kleine kinderhart. Hoe ziet de natuurlijke toestand van het kinderhart eruit? Van het antwoord op die vraag hangt veel af. Als we een verkeerde conclusie trekken, zal al het werk dat we aan het hart verzetten, verkeerd terechtkomen. Bij een verkeerd fundament, stort zelfs het best gebouwde huis een keer in.
Om tot een duidelijke en realistische beoordeling van het kind te komen, is het goed de volgende vragen te beantwoorden:
2 Het goede kinderhart
Dat is een sprookje met belangrijke gevolgen. De vraag of het kinderhart goed of slecht is, houdt niet alleen de pedagogiek bezig, maar is ook voor u belangrijk. Zonder dat we inzien welk mensbeeld we hebben, kan niemand doelgericht met kinderen werken. Is het kinderhart goed of slecht? Het algemene antwoord van niet-christelijke pedagogen is als volgt: De mens is van nature goed. Dat een mens slechte dingen doet, komt door invloeden van buitenaf: de sociale omgeving, de samenleving, het ouderlijk huis, media enz. Kinderen zijn nog niet zo beïnvloed door hun omgeving en hebben daarom de hoogste concentratie aan ‘goede eigenschappen’ in zich. Als je gelooft dat het de natuur van kinderen is om het goede te doen, is de basis voor de opvoeding ook gelijk duidelijk.
Om het goede in jonge mensen te bevorderen, aldus pedagogen, moeten we hun wil bevorderen. Want hun wil, die nog onbedorven is, correspondeert met de ‘natuurlijke behoeftes’, die kinderen zelf het best kent. Als we die natuurlijke behoeftes bevredigd hebben, en daarmee dus de wil, is dat de ideale bevordering van zijn ontwikkeling. Het advies van hedendaagse pedagogen is dan ook om vaak en aandachtig naar de wensen van het kind te vragen en de wereld om hem heen zoveel mogelijk aan die wensen aan te passen. Een paar vragen die daarbij gesteld kunnen worden?
Welke verklaring hebben onze postmoderne pedagogen daarvoor dat kinderen, ondanks deze opvoeding waar het ‘ik’ in het middelpunt staat, zo vaak niet zijn zoals zij hopen?
Welk antwoord geven ze als de prinsen en prinsessen uitgroeien tot dieven en tirannen? En dat worden ze gegarandeerd met zo’n opvoeding!
Als kinderen inderdaad tot tirannen worden, zijn er twee verklaringen die pedagogen graag gebruiken. Het liefst worden ze gecombineerd ten tonele gebracht.
De gedachte die achter punt een en punt twee ligt is hetzelfde: het is de schuld van anderen!
De gevolgen van dit mensbeeld
Als hedendaagse pedagogen gelijk hebben, dan zouden we vandaag de dag eigenlijk in een perfecte samenleving moeten leven. Nog nooit werd de wil van het kind tot zo’n onderscheidende factor gemaakt als vandaag. ‘Kinderen aan de macht’ is realiteit! Kinderen bepalen, als ze in de crèche willen ontbijten, als ze op school willen leren (vrij leren) en welke politieke beslissingen goed zijn (kinderparlement). En zo kunnen we nog meer voorbeelden geven.
Ondanks het feit dat kinderen zoveel voor het zeggen hebben, leven we niet in een samenleving die gezonder en beter is. In plaats daarvan hebben we te maken met een stijgend aantal kinderen met sociale en emotionele problemen, scholieren die niet mee kunnen komen op school, minderjarigen die psychische problemen hebben, kinderen die ADHD hebben, ouders en leraren die teveel op hun bordje hebben, criminele kinderen en jongeren en zelfmoordpogingen, drugsgebruik, zelfverwonding, eetstoornissen bij zeer jonge mensen…
Een blik op deze treurige realiteit bewijst dat het mensbeeld van hedendaagse pedagogen tot grote problemen kan leiden.
Ook aan uw kind kunt u het merken, als u hem zoveel mogelijk zijn zin geeft, hem niet dwingt tot iets en alles naar zijn wensen probeert te verwezenlijken. Als het niet mogelijk is zijn wensen te vervullen, verontschuldig u zich dan en vertel zo uitgebreid mogelijk waarom dat nu even niet mogelijk is. U zult op die manier een ontevreden, onrustig, onzeker, explosief, opvliegend, liefdeloos, egoïstisch en ik-gericht kind hebben.
Geheel naar het idee van hedendaagse pedagogen moet u in zo’n geval de verklaring voor het gedrag van uw kind in zijn omgeving zoeken. Geef uzelf de schuld, omdat u uw kind niet genoeg zijn zin gaf. Geef de leraren de schuld, omdat zij uw kind geen individueel lespakket aangeboden hebben. Vecht tegen het slechte schoolsysteem en de onmenselijke samenleving.
Maar zoek nooit en te nimmer het probleem in het hart van uw kind! Verander de hele wereld, maar blijf geloven in het goede hart van uw kind!
Op deze manier bereikt u een gegarandeerd maximum:
Een maximale shock, als uw kind boos is.
Maximale hulpeloosheid, als u uw kind wilt helpen.
Een maximale mislukking ten opzichte van uw pedagogische verantwoording naar God.
David Wilhelm Winkelhake
Bijbelse gehoorzaamheid!
Gehoorzamen – dwangbuis of goddelijke opdracht?
Gehoorzamen? Nee, zeg! Wij zijn immers Mondige Mensen. We leven bovendien in de tijd van de Rechten van de Mens, zelfs van het Kind. Wij weten zelf wel, wat goed of verkeerd is. Ieder heeft daarvoor zijn eigen waarheid, zijn eigen normen en waarden. En die moeten gerespecteerd worden. Anders discrimineert men. In tegenspraak tot die subjectieve vrijheidsgedachte wil de overheid via medische ethiek en vooral onderwijs – liefst vanaf 2e jaar – ‘naar haar liberaal mensbeeld en gelijkenis’ opvoeden en (om)vormen. Maar, heeft de individuele mens als schepsel Gods wel dat subjectieve recht? Heeft een overheid met gedelegeerd gezag onder God dat recht? Of is dat rebellie van de van God en zijn Woord ‘geëmancipeerde’ mens met ernstige consequenties? (Ps 2:1-3; Jr 2:13,20).
1.Bijbelse gehoorzaamheid – tegenover Wie?
De ware God (Js 44:6) is de unieke Hoogste Gezagsdrager en Autoriteit. Hij is immers zowel Schepper als ook Wetgever van de mens, die Hij schiep. God heeft het recht om via zijn geschreven Woord, de Bijbel, de mens regels te geven voor o.a. de omgang met Hem, de medemens en overheden, zichzelf, de natuur en de wereld. God heeft evenzo het recht om bij overtreding van Zijn Woord de mens ter verantwoording te roepen en te straffen. Hij is zodoende ook de rechtvaardige Rechter van ieder mens (Gen 2:17; Jak 4:12; Heb 9:27).
Gods Woord is absolute Waarheid (Joh 17:17), geïnspireerd door de Heilige Geest der Waarheid (Joh 16:13-15). Deze Waarheid is universeel, ondeelbaar, onveranderlijk. Er kan en mag niets aan toegevoegd en niets van afgedaan worden (Spr 30:6). De Schrift kan nooit aan de huidige generatie worden ‘aangepast’ – jong en oud moeten zich aan Gods geschreven Woord onderwerpen.
Van de mens wordt verwacht dat hij God uit liefde en dankbaarheid voor zijn Schepper en Gezaghebber, eert en zijn Woord met opdracht èn grenzen respecteert en gehoorzaamt. Gehoorzaamheid tegenover God en zijn Woord is uiteraard geen eigen ‘vrije keuze’, maar verplichting.
Beperkt gedelegeerd gezag
God heeft aan bepaalde mensen een beperkt gezag gedelegeerd onder Zijn gezag. God heeft het recht om deze personen en instanties eens ter verantwoording te roepen – deze gezagsdragers hebben de plicht om persoonlijk eens rekenschap voor God af te leggen (Rom14:11-12; Heb 4:12-13). Zij die aan hen ondergeschikt zijn, moeten beseffen dat ook zij eens rekenschap voor God moeten afleggen van hun houding tegenover deze hun gezagdrager(s) en hun regels (wetten).
Opmerkelijk is dat God de kinderen gebiedt, hun ouders te eren als teken van erkenning van hun door God gedelegeerd ouderlijk gezag – niet: lief te hebben, al moet gehoorzaamheid een reactie zijn uit dankbare liefde voor de ouders. Opmerkelijk is ook dat God er geen voorwaarde aan verbindt, niet: Eert uw vader en uw moeder als of zolang zij het verdiend hebben. Ook als kinderen in een bepaald geval “God meer moeten gehoorzamen dan de mensen” (Hand 5:29), mogen zij zelf geen rechter spelen over hun ouders. Zij moeten hen als de door God gegeven ouders blijven eren – niet: hun eventuele verkeerde daden of woorden.
2. Adam – de eerste ongehoorzame mens (Gen 2:17;3:6b,9-19; Rom 5:12)
Vele onboetvaardige christenen geven de duivel de schuld van de zondeval van de mens – bepaalde onboetvaardige mannen zijn geneigd ‘de vrouw’ als oorzaak van de zondeval te verwijten. Dit vooroordeel verblindt hen te lezen, wat er staat: Eva, de latere echtgenote van Adam, bestond nog niet eens toen God aan de vrijgezel Adam het verbod oplegde!
Al worden juist kinderen opgeroepen hun ouders te gehoorzamen, ook zij zijn niet de oorzaak van de zondeval. Dat was Adam, de toekomstige vader! Zowel alle (groot)ouders als alle (klein)kinderen zijn evenals alle leerkrachten, medici, werkgevers en overheden kinderen, nageslacht van de ongehoorzame, eerste Adam! (Ef 2:2; 5:6).
Jezus, de gehoorzame mens geworden Zoon van God – voorbeeld voor ouders en kinderen
Jezus’ innerlijke instelling tegenover God was steeds: “Zie hier ben Ik – om uw wil, o God, te doen” (Heb 9:3-7). Hij heeft de gestalte van een dienstknecht (let. slaaf!) aangenomen … zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het kuis. Daarom heeft God hem uitermate verhoogd” (Fil 2:5-11; Rom 5:15-20).
God kent en zegent maar één Evangelie: dat over zijn Zoon” – niet: over de Heilige Geest, genezing, niet: over de ‘autonomie’ of ‘zelfbeschikking’ van de mens ((Rom 1:1-4). Paulus, de “geroepen apostel” was “afgezonderd” voor deze exclusieve evangelieboodschap om daardoor “geloofsgehoorzaamheid te bewerken voor zijn Naam” (Rom 1:5;15:18). Alleen ouders en leerkrachten die dagelijks Gods Woord leren gehoorzamen, kunnen met voorbede, voorbeeld (!) en woord kinderen gehoorzaamheid leren (Dt 6:4-7; Ef 6:4).
Helaas: “Niet allen (in Israël) hebben het evangelie gehoorzaamd” (Rom 10:21;11:31). En christenen onder ouders en leerkrachten nu? (2Tim 4:1-4; 1Tim 4:1-3).
4. Postmodernisme – van Adam geërfde, universele rebellie tegen God, Zijn gezag, Zijn Woord.
De Schrift voorspelt een maatschappij met een culminatie van anti-autoritaire gezindheid en werken in de eindtijd: “Weet wel dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen”. Door sociale, economische, politieke omstandigheden? Neen, alleen de van God geëmancipeerde ‘Mondige Mens’ zelf is de oorzaak: “Want de mensen zullen zichzelf liefhebben (zo let.!), geld liefhebben, aan hun ouders ongehoorzaam zijn, ondankbaar, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, voorovervallend (voor afgoden in een tempel of in het charismatische zogenaamde ‘slain in the spirit’), opgeblazen, genotzuchtig in plaats van liefde tot God…” (2Tim 3:1-5).
“Ook onder u zullen valse leraars komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft (1Kor 6:19-20), verloochenen” (2Pe 2:1-3).Verkondigt men evangelistisch niet vaak: “Neem Jezus als je Heiland aan, dan ben je gered”? Dat staat nergens in de Bijbel! Nog erger, als niet toegevoegd wordt: “en als Heer van je hele leven”. Dr. John MacArthur zegt terecht dat “als Jezus Christus niet de Heer (van alle facetten) van je leven mag zijn, Hij ook niet je Heiland kan zijn”. De Here Jezus is nu eenmaal niet naar ons believen op te splitsen. Hoe velen hebben wel ‘Jezus als Heiland aangenomen’, maar hebben nooit overeenkomstig Zijn bevel (!) “met berouw zich bekeerd van …tot…” (Hnd 26:18-20)? Was (en is) niet de leus van de Franse Revolutie (1789-1799):“Geen God, geen Meester?!”
Het Modernisme beweerde: er bestaat niets bovennatuurlijks, dus geen God, geen gezag boven en geen waarheid buiten de mens. De (menselijke) wetenschap is de enige weg tot de waarheid en kan alles verklaren. Het modernisme was en is vijand van God, Gods Woord en bijbelgetrouwe christenen. Het Postmodernisme in onze samenleving gaat een stap verder: het ontkent dat er een objectieve, algemeen geldende Waarheid bestaat. Gevolg: subjectivisme, pluralisme, tolerantie van allerlei opvattingen.
Geloofsbelijdenis van de postmoderne staat en mens:
Ik geloof,
NB Hierbij wordt dus het woord ‘onderscheiden’ selectief en negatief ingevuld. De Bijbel kent wel degelijk onderscheid, maar dan van personen, zoals man en vrouw, die elkaar aanvullen; van Joden (Israël), de Gemeente van God en de volkeren (1Kor 10:32); van gezagsdragers en ondergeschikten. De Bijbel leert te onderscheiden tussen goed en kwaad ( Spr 8:13; Rom12:9), tussen datgene wat uit God is (1Kor 2:12-13), uit de zondige oude mens (Gal 5:19-21) of demonisch beïnvloed (1Tim 4:1-3; Hand 16:16-18). Er is een Geestesgave van onderscheiding, nauw verbonden aan kennis van de Schrift.
Postmodernisme – strijd tegen gehoorzaamheid aan de Waarheid:
De postmoderne gezindheid zal steeds meer uiterst intolerant tegen deze Bijbelgetrouwe christenen worden.
Gods antwoord
“Omdat zij het verwerpelijk achtten God (als Schepper, Wetgever, Rechter) te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen, wat niet betaamt” (Rom 1:28-32; Jr 8:9).
“De wapenen van onze strijd zijn niet vleselijk, maar door God krachtig tot het slechten van bolwerken, zodat wij redeneringen en elke schans die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten en ieder bedenksel gevangen nemen onder de gehoorzaamheid aan Christus”. (2Kor 10:3-6)
E. Nannen
Wie heeft het gezag over kinderen?
Wie heeft het gezag over kinderen?
De heer Leertouwer hield een lezing op de algemene ledenvergadering van B&O op 13 juni 2015. Zijn vraagstelling is actueel: Waar liggen de grenzen wat betreft onderwijs en opvoeding van de overheid.
Hoe ga je om met moeilijk opvoedbare kinderen? Ouders zitten soms met die vraag in hun maag. Inmiddels is wel duidelijk dat de adviezen uit de jaren zestig niet echt werken. In veel handboeken kun je tegenwoordig lezen dat een combinatie van duidelijke regels en voldoende ruimte het beste is. Veel ouders verkiezen de zogenoemde autoritatieve opvoeding. En ook in bredere kringen is de volledig vrije opvoeding een beetje uit de gratie. Neem bijvoorbeeld alcoholgebruik. Door grotere bekendheid met de schadelijke gevolgen van alcoholmisbruik lijken ouders wat strenger te worden in het toestaan van alcohol op jonge leeftijd. Veel deskundigen zijn er wel van doordrongen dat de vrije opvoeding in ieder geval bij moeilijk opvoedbare kinderen niet raadzaam is. Maar wat is dan wel wijsheid?
Welk uitgangspunt kiest de overheid?
De overheid zit soms ook met de handen in het haar. Vrijheid geven aan burgers is mooi en belangrijk, maar er zijn ook grenzen. De overheid maakt zich regelmatig zorgen om scholen en ouders die voor kinderen verantwoordelijk zijn. De overheid is er niet altijd gerust op dat kinderen daar goed af zijn en dat zij goed terecht komen. Waarover gaat dat dan? Laten we alleen al de vragen onder ogen zien die de overheid zich het afgelopen jaar moest stellen:
Voelt u de spanning? Wat moet de overheid in zulke situaties doen? Welke opvoedadviezen zou u de overheid meegeven om haar kinderen goed op te voeden? Het is belangrijk om ook hierbij te zoeken naar richtlijnen die de Bijbel ons aanreikt. Hoe zit het eigenlijk met burgers en hun kinderen? Welke vrijheden en verantwoordelijkheden moet de overheid aan ouders en scholen toekennen?
Ik kom op vijf uitgangspunten.
1. Afhankelijkheid erkennen
Wie onder mensen de hoogste macht heeft, kan snel naast zijn schoenen gaan lopen. Zomaar is er de gedachte dat alles in onze hand ligt, en dat wij vrij over alles kunnen beschikken. Daar steekt de Bijbel een stokje voor. Immers, de aarde is van de HEERE en al wat zij bevat, de wereld en wie er wonen. (Psalm 124) En overheden zijn ook maar kinderen – godenzonen -, kinderen van de Allerhoogste. Dat is een les in nederigheid. Bescheidenheid siert gezagsdragers. De overheid moet vooral op de grote Baas letten, de God van de goden. De overheid moet er voor zorgen dat we een stil en gerust leven kunnen leiden in godzaligheid en eerbaarheid. Een overheid die dit vergeet, loopt gevaar. Zelfs in haar goede bedoelingen met kinderen en onderwijs. En ze loopt het risico dat haar onderdanen haar niet meer kunnen volgen, omdat er een grens zit aan menselijke gehoorzaamheid.
Bovendien is er voor godenzonen die hun boekje te buiten gaan de bedreiging dat zij ook nog eens kunnen sterven als mensen. (Psalm 82)
Voor ouders geldt overigens ongeveer hetzelfde. Dat kinderen niet van de overheid zijn, betekent niet dat ze wel van ouders zijn. Volgens de psalmist zijn ook kinderen het eigendom van de HEERE. (Psalm 127) We hebben geen vrijheid om te kiezen hoe we omgaan met onze kinderen en wat we voor hen belangrijk vinden. Ouders en overheidsdienaren zouden eigenlijk elke morgen op moeten staan met zondag 1 van de Heidelberger Catechismus: wij zijn niet van onszelf, maar wij zijn het eigendom van Jezus Christus.
2. Grenzen stellen
De overheid heeft dus niet te beschikken over kinderen. Het is echter niet de bedoeling dat de overheid zich hierdoor laat verlammen en zich helemaal afzijdig houdt van de belangen van kinderen. De overheid is immers de dienares van God. Zij draagt het zwaard niet tevergeefs. Zal zij dan niet in actie komen, als kinderen, schepselen van God, ernstig in de knel komen? Ouders zijn weliswaar de hoeders van kinderen, maar wat te doen als de hoeders zelf een gevaar voor de kinderen worden? Kan de overheid dan met Kain de schouders ophalen en zeggen: “Ben ik mijns broeders hoeder?”
Nee, optreden van de overheid kan niet uitblijven als ouders ernstig falen of over de grens gaan. Die gedachte leidde bijvoorbeeld tot de invoering van de leerplicht. De regering onttrok toen aan ouders de vrijheid om naar hun goedvinden de opvoeding te verwaarlozen en hun kinderen schade te berokkenen. Dat uitgangspunt vormt ook de grond voor de nog verdergaande maatregelen van kinderbescherming. Als sprake is van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van kinderen kan de rechter een maatregel treffen voor de bescherming van het kind. Het kind kan onder toezicht gesteld worden of zelfs uit huis geplaatst worden.
3. Ruimte geven
Kinderen zijn kennelijk niet van de overheid, maar ook niet van de ouders. Hoewel deze uitgangspunten Bijbels gezien kloppen, kunnen op basis hiervan toch verkeerde conclusies getrokken worden. Ouders en de overheid kunnen bijvoorbeeld samen de kinderen opvoeden, zoals eens in een goedbedoelde brochure van het ministerie stond. Bij de genoemde uitgangspunten staat de verhouding van de schepping tot de Schepper voorop, maar als het om de relatie tussen de overheid en burgers gaat, moet toch meer gezegd worden. Juridisch gezien ligt dan het gezag bij de ouders, niet bij de overheid. Wie bepaalt dus wat goed is? Dat is niet de overheid, maar dat zijn de ouders. Ouders hebben het recht hun kinderen op te voeden in de richting die zij willen.
Bij die vrijheid van opvoeding hoort het onderwijs. Uiteindelijk leidde de strijd hierover in Nederland tot de grondwettelijke erkenning van de vrijheid van onderwijs. Tegenover het openbaar onderwijs staat het recht van ouders om hun kinderen toe te vertrouwen aan onderwijzers waar zij zich thuis bij voelen. Ouders zijn dus baas in eigen huis en eigen school. En die school kan desnoods ook alleen thuis zijn. Het kan geen kwaad eraan te herinneren dat dit niet alleen christelijke uitgangspunten zijn. De vrijheid van onderwijs werd in 1848 juist ook door liberalen begeerd. De gelijke bekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs werd in 1917 door vrijzinnig democraten niet tegen wil en dank geschonken om er algemeen kiesrecht voor te krijgen. Bekende voormannen uit deze stroming verdedigden deze vrijheid en gelijkheid als het beste model.
4. Verdraagzaamheid oefenen
Maar nu wordt het toch spannend. Algemene opvoedadviezen worden namelijk door vrijwel iedereen erkend. Maar als het concreet wordt, wordt het lastig. Ouders dragen het gezag, de overheid moet grenzen stellen, maar waar ligt de grens tussen beide precies? Wat te doen als de overheid en de samenleving een bepaalde overtuiging verwerpelijk vinden?
Er zijn signalen die erop wijzen dat de overheid het steeds moeilijker vindt om zich in te houden en niet over de grenzen van fundamentele vrijheden heen te gaan. Er is geen onderwerp waar dat duidelijker blijkt dan bij homoseksualiteit. Het is natuurlijk al veel langer bekend dat de overheid homoseksuelen meer rechten wil geven. Het homohuwelijk is ingevoerd. Scholen kunnen leraren die meevaren op de Gaypride nauwelijks meer ontslaan. Maar het beleid gaat verder. Het gaat niet langer om daden, maar ook om gedachten van burgers. In de afgelopen jaren heeft de overheid zelfs een maatstaf ontwikkeld voor de gedachtewereld van burgers:
Dan deugt u toch niet helemaal. En met name in orthodoxe kringen blijkt de sociale acceptatie van homoseksualiteit tekort te schieten. De minister wil daarom ambassadeurs van het juiste standpunt beschikbaar stellen om deze groepen te helpen denken. Want eigenlijk zijn deze groepen intolerant. De woordvoerder van de Partij van de Arbeid zei dat zelfs met zoveel woorden: ‘Als je tegen een homoseksueel zegt dat je moeite hebt met homoseksualiteit, ben je niet tolerant.’
De uitspraak van deze politieke woordvoerder getuigt van een zorgelijke mate van onwetendheid. Vanouds betekent verdraagzaamheid dat we burgers die een andere overtuiging hebben niet met geweld te lijf gaan. De vrijheid van godsdienst beschermt het geweten. Het is de omgekeerde wereld als tolerantie wordt gebruikt om de mening en overtuiging van medeburgers te knevelen. Kennelijk moeten we als samenleving weer basale oefeningen doen in verdraagzaamheid. Anders worden we erg kleinzielig en bedreigend tegelijk. Hier ligt in ieder geval een schone taak voor leraren geschiedenis en maatschappijleer.
Het is belangrijk dat scholen alert zijn als het gaat om de vrijheid om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven. Dan kan – bedoeld of onbedoeld – zomaar gebeuren, vooral als de kloof met de heersende mening groot is. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren ten aanzien van het thema sociale veiligheid. Inmiddels is een wetsvoorstel aangenomen dat de school verplicht om zorg te dragen voor de veiligheid van leerlingen. Dat is natuurlijk prima. Pesten, bedreiging en uitsluiting accepteren we niet op school. Maar wat als het begrip sociale veiligheid wordt opgerekt? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat scholen bijvoorbeeld worden afgerekend op de overheidsmaatstaf van sociale acceptatie van homoseksualiteit? Zover is het nu zeker niet, maar er zijn politici genoeg die het zouden willen.
Hetzelfde geldt voor de vrijheid van scholen om hun werkwijze te kiezen. Aanvankelijk lag het voorstel op tafel dat scholen door de overheid gekeurde antipestprogramma’s moesten gebruiken.
Dat voorstel is gelukkig van tafel, maar het koste behoorlijk wat moeite. Bij thema’s die in de maatschappij en de media zwaar wegen, blijkt het lastig om beknottingen van de pedagogisch-didactische vrijheid te verijdelen.
5. Oog voor verschil
In de situaties waarin de overheid zich zorgen maakt om ouders en scholen valt de afgelopen jaren een rode draad op. Vrijwel altijd speelt de islam een belangrijke rol. Dat maakt de overheid zenuwachtig, zeker als het dagelijkse nieuws uit het Midden-Oosten wordt gevolgd. Is godsdienst eigenlijk niet een gevaarlijk goedje, zeker indien het een orthodoxe variant betreft? De reflex is vervolgens om alle godsdiensten met argwaan te bekijken. Immers, gelijke monniken, gelijke kappen. Het gelijkheidsbeginsel wordt rap in stelling gebracht. Dat klinkt in theorie misschien nog logisch, maar in de praktijk pakt dat bij ongelijke gevallen juist merkwaardig uit. Het zou verstandig zijn, als de overheid haar blinddoek af doet. Ouders weten ook dat elk kind een eigen aanpak vraagt. Zo is het ook met godsdienst. Wie de orthodoxe varianten van de islam en het christendom naast elkaar zet, weet genoeg. Een haatprediker uit Mekka hoef je niet hetzelfde te benaderen als een voorganger van een evangelische gemeente. Dat de overheid zich zorgen maakt over het salafisme betekent niet, dat zij ook argwaan moet koesteren ten aanzien van bevindelijk gereformeerden. Je hoeft niet lang te zoeken om de verschillen te zien tussen islam en christendom. Zeker niet als je Jezus Christus en Mohammed maar even in de ogen hebt gekeken.
Het zou goed zijn als de CDA-wethouder uit Rotterdam dat verschil ook in het achterhoofd houdt, als hij het thuisonderwijs wil aanpakken. Het is begrijpelijk dat hij zich zorgen maakt over salafistische ouders die thuisonderwijs willen geven. Het is terecht dat onderzocht wordt of zij die vrijstelling van de schoolplicht wel mogen krijgen. Ouders die hun kinderen bijvoorbeeld opzetten tegen de democratische rechtsstaat verdienen niet alle ruimte. Maar het is zorgwekkend dat de gemeente dreigt met een melding bij de kinderbescherming, als ouders uit een pinkstergemeente thuisonderwijs willen geven. Zeker wanneer ouders al jarenlang gewetensvol invulling geven aan hun verantwoordelijkheid getuigt dat van weinig zorgvuldigheid. Iets meer historisch besef zou al wonderen doen.
Dat zou ook helpen bij de discussie over internaten. We kennen al sinds jaar en dag schippersinternaten, die prima voor de kinderen zorgen en uitstekend samenwerken met de overheid om toezicht op de kwaliteit te houden. Moskee-internaten zijn dan echt een ander verhaal.
We lezen van bestuurders die niet meewerken en kinderen afschermen van de samenleving. Daar moet een passende oplossing voor gezocht worden. De regering heeft een voorstel ingediend om allerlei soorten internaten in een keurslijf te stoppen. Het is maar de vraag of dat een juiste oplossing is. Als zich slechts bij een specifieke groep problemen voordoen, verdient het voorkeur om zoveel mogelijk chirurgisch te opereren.
Tot slot
Hoe moeten burgers omgaan met hun overheid? Die vraag verdient tot slot nog aandacht. Het is duidelijk dat we een vrije opvoeding door de overheid niet kunnen begeren. De overheid wordt in de politieke filosofie vergeleken met een herder. Schapen doen er goed aan zich zoveel mogelijk te laten leiden. Dat wordt pas lastig, als de overheid burgers vraagt zelf tegen de goede Herder in te gaan. Dat werd tijdens de Opstand in Nederland zo beleefd. Hollandse schapen verlieten de Spaanse herder, omdat hun geweten bekneld werd. We mogen in ieder geval dankbaar constateren dat ouders en scholen nu niet zover in de knel komen.
Goedkope kritiek en klagen over de overheid passen hoe dan ook niet. Het past ons ons vooral om te bidden voor onze overheid. Onze overheid kan niet zonder een smeekschrift van haar onderdanen tot God om geduld, ommekeer en inzicht voor onszelf, ons volk en onze overheid. Anders zijn we aan de goden overgeleverd. Calvijn vermaant ons daarbij vooral tot onszelf in te keren: “Zoals de toorn van God de aarde onvruchtbaar maakt, zo maakt zij voor ons ook de overheden onnut. Daarom past het ons zulke straffen af te bidden, waarmee onze zonden gestraft worden.” De ontwikkelingen in ons land kunnen ook kastijdingen zijn voor de christelijke gemeente. Ook de HEERE, onze God, hangt namelijk niet de vrije opvoeding aan.
Gijsbert Leertouwer LLM, BA
Worden feiten over de islam verzwegen?
Worden feiten over de islam verzwegen?
Halve, gekleurde of onvolledige informatie in schoolboeken
Dat zal toch wel meevallen, zullen sommigen denken. Is dat vertrouwen terecht of is men in slaap gevallen? Inmiddels is bekend dat leerlingen sinds jaar en dag psychologisch worden geconditioneerd richting de evolutietheorie. Sterker nog, tegenwoordig zijn er steeds meer christenen, die zich hebben laten verleiden om deze ten voeten uit anti-christelijke en on-Bijbelse dwaalleer als waarheid te omarmen. Dit is erg, maar de aanval met gecorrumpeerde informatie richting onze kinderen is helaas bij meer vakken aanwezig. Ik denk o.a. aan het vak Nederlands met de literatuurlijst, aan leesmethodes en aan informatie over de islam.
Verzwegen informatie over de islam
Hoe zit het dan met godsdienstboeken en godsdienstdocenten? Ontvangt zoon of dochter verantwoorde informatie op school of wordt hij of zij in de postmoderne flow meegezogen. Geleidelijk aan komt het kind dan in een on-Bijbels en onjuist informatieweb en wordt daarmee gevormd (lees misvormd) voor de toekomst.
De volgende vraag is legitiem: Waarom mogen godsdienstmethoden het christendom van alle kanten vrijzinnig en zelfs vijandig bejegenen, terwijl andere godsdiensten als leuk, positief en ongevaarlijk worden aangeprezen? Het is mij bekend dat godsdienstdocenten ‘van bovenaf’ en met gevaar voor hun loopbaan worden gedwongen om bepaalde (ware) kennis NIET te geven. Het wordt hen botweg verboden..Ik geef voorbeelden over de islam.
1.De Koran is qua omvang ongeveer zo groot als het Nieuwe Testament. In dat boek wordt meer dan 100 keer de jihad (plicht van de heilige oorlog) genoemd en uitvoerig behandeld. Het gebruikmaken van geweld is binnen de islam heel normaal. Mohammed zelf heeft meer dan 60 oorlogen gevoerd en men gaat tot op de dag van vandaag er prat op, dat hij met list en bedrog oorlogen heeft gewonnen.
Waarom wordt dit gegeven van de islam op scholen verzwegen?
2.Het islamitische begrip takija (soera 5:32) is de morele en juridische plicht van iedere moslim om (moedwillig) te liegen. Om ja, indien nodig, zelfs Mohammed of Allah te loochenen met het doel de islam te promoten of te verdedigen, zodra de islam ergens negatief wordt genoemd. De verdediging wordt vaak met een tegenaanval begonnen en gaat doorgaans gepaard met (valse) verwijzingen en (halve)waarheden naar de andere godsdiensten, zonder dat er een causaal hermeneutisch verband bestaat.
Een vervelend aspect hierbij is, dat de enorme, huidige informatiestroom over de islam in het Westen, geuit door emigranten, zodanig rooskleurig vervormd is, dat zij geen recht doet aan de ware islam. Let wel: iedere moslim moet de hemel verdienen. De islam kent GEEN vergeving, GEEN verlossing, GEEN liefde, nog een god die om mensen geeft, laat staan zich met mensen bemoeit! Lees de vertalingen van prof. dr. Leemhuis of prof. dr. Kramer er maar op na. Ik ben voorzichtig met andere vertalingen.
3.De gewelddadige oproep om alle andere godsdiensten te verwerpen en te verbieden ligt in het verlengde. Het eerst zijn de Joden aan de beurt, maar tegenwoordig richt de islam zich ook tegen christenen. Dat zie je duidelijk in Arabische landen. In een land als Egypte, waar 10% christen is – vandaar dat het aantal besnijdenissen in Egypte niet op 100% komt – hebben christenen het zwaar te verduren. In dat land kun je vernemen dat machthebber Sisi het doet lijken alsof hij christenen meer ruimte en status geeft, maar volgens christenen is dit zand in de ogen strooien van het Westen en inderdaad dus takija!
Als een christen liegt, gewelddadig is, zich onbehoorlijk gedraagt of zelfs haatdragend is, dan is dat in strijd met de Bijbel! Hoe anders is de Koran! Soera 9 wordt wel de soera van het mes of het zwaard genoemd. Welk symbool staat er op de vlag van Saoedi-Arabië? Een zwaard! Het onlangs gruwelijk doorsnijden van de kelen van christenen is daar een gevolg van. Natuurlijk komt men met een tegenaanval (takija) en hebben christenen dezelfde fouten gemaakt.
4.Dan de vrouwenbesnijdenis en stelselmatige onderwerping van de vrouwen (hoofddoekje, burka). Is het niet opvallend dat vrouwenbewegingen hierover stil zijn? Daar waar zij juist een punt zouden hebben, zwijgen zij . . . Voor de meeste moslims worden de 9000 uitspraken van Mohammed als de ware leer over de Koran gezien. Vele zouden later zijn opgeschreven in de Hadith. De werkelijke reden voor het dragen van een hoofddoekje of burka zien wij daarin terug. De arme vrouw probeert met het dragen van zo’n doekje in de gunst van Allah te komen en met het dragen alsnog een plekje in de hemel te verdienen. Zij is immers, volgens hun overleveringen, ‘brandstof voor de hel en weinigen zullen in de hemel komen’. Komen zij in de hemel, dan is die voor haar veel minder plezierig dan voor de man, die de hele dag wijn kan drinken en bij toerbeurt door zowel (meerdere) jongelingen als vrouwen seksueel worden bevredigd.
Door het dragen van een hoofddoek, een burka of het ondergaan van een besnijdenis probeert men in de gunst van een onpersoonlijke en onbereikbare Allah te komen. En dan te bedenken dat deze besnijdenis zonder enige verdoving plaatsvindt en het arme meisje hevige pijnen moet ondergaan! In Egypte is van de vrouwen rond de 95 % besneden en heeft dus genitale misvormingen. Als een man echt van zijn vrouw houdt, zal hij haar volgens islamitische regels slaan, als zij iets verkeerd doet. Allah zou deze bestraffing immers zien en misschien haar barmhartig (ver)oordelen.
Waarom wordt dan ook een hoofddoekje in klaslokalen geaccepteerd, als je de achter-grond weet? Bedenk daarbij dat mannen en vrouwen in ons land én in de Bijbel 100% gelijkwaardig zijn! Als christenen vrouwen niet gelijkwaardig zien, doen zij NIET wat er in de Schrift staat.
Onze schoolboeken zwijgen hierover en door dit zwijgen verhullen ze de werkelijkheid. Ze versterken het huidige beeld, dat vrouwen dit ‘uit liefde voor Allah doen’. Het is net als bij het gebed dat alleen maar bestaat uit het citeren van een aantal Koranteksten. Puur vorm, geen vrij gebed, maar een vaststaande liturgische tekst. In het boek Bijbel of Koran – De vraag naar de Waarheid dat bij Bijbel & Onderwijs verkrijgbaar is, wordt het besproken.
Nee, onze schoolboeken moeten leuk zijn en kinderen moeten leren dat alle godsdiensten hetzelfde zijn, dat ze allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben en dat ze allemaal wel iets hebben, dat goed is. De Bijbel leert dat dit een grove leugen is. Er is één persoonlijke God, Jahweh, en Zijn Zoon, Jezus Christus, heeft onze zonden op het kruishout op Golgotha gedragen. Zijn getuige zijn we in deze christenvijandige wereld. Tja, dit laatste komt in de wereld niet uit en uiteindelijk zal dan ook de verdrukking tegen christenen toenemen. Nee, niet om bang van te worden, maar wel om rekening mee te houden.
De auteur is werkzaam in het onderwijs
Gebruikte bronnen:
http://muslimfact.com/bm/terror-in-the-name-of-islam/islam-permits-lying-to-deceive-unbelievers-and-bri.shtml
http://www.meforum.org/2538/taqiyya-islam-rules-of-war
http://www.elsevier.nl/Buitenland/achtergrond/2014/11/Activisten-vrezen-straffeloosheid-vrouwenbesnijdenis-in-Egypte-1649295W/
http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/relatie-en-huwelijk/21088-vrouwenbesnijdenis-in-egypte.html
http://www.maroc.nl/forums/islam-meer/48992-enkele-afschuwelijke-hadiths-over-vrouwen.html
Geloof en wetenschap
Geloof en wetenschap in de discussie schepping versus evolutie
De kern van de discussie over schepping of evolutie is een verschil van mening over wat men verstaat onder geloof en wetenschap. We kunnen onze jeugd effectief helpen door hen duidelijk te leren onderscheiden wat men verstaat onder geloof en wetenschap.
Wat is geloof?
Geloof is een innerlijke overtuiging. Men kan geloof niet zien, alleen de uitwerking. Slechts uit het gedrag of de woorden van een mens kan men concluderen welk geloof deze persoon aanhangt; wat de drijfveer in zijn of haar leven is. Geloof is wat dat betreft te vergelijken met de zwaartekracht. Wat de kracht eigenlijk is, die voorwerpen naar de aarde trekt, weet men niet. Men kent alleen de uitwerking, daardoor is men vast overtuigd van het bestaan van de zwaartekracht. Die uitwerking kan men in wiskundige formuleringen weergeven en daar kan men mee rekenen. En op de uitkomst rekent men bijvoorbeeld als men in een vliegtuig stapt. Zwaartekracht is een “natuurwet” waarop men vast en zeker kan vertrouwen.
Bijbels geloof
De Bijbel zegt: “Geloof is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen die men niet ziet…….Door het geloof verstaan we dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare”. (Hebr11:1,3) Bij de schepping was geen mens aanwezig. Geloven in het scheppingsverhaal dat in de Bijbel staat, houdt dus tegelijk in: geloven dat het door de Schepper aan de mens geopenbaard is (geïnspireerd, letterlijk: ingeblazen). Het schepsel zal zijn Schepper niet kunnen begrijpen evenmin als een beeld de beeldhouwer kan begrijpen.
Hoe krijgt men Bijbels geloof?
Elk mens is van nature doordrongen van een geest die in de Bijbel genoemd wordt “overste van de macht der lucht”. Van nature zijn we allen als het ware doordrongen van een stank. Alleen iemand die van buiten die stank komt en zelf niet doordrongen is van die stank, kan ons dat duidelijk maken. Zo iemand is Jezus Christus. Hij is uit de geestelijke wereld gekomen en heeft een menselijk lichaam aangenomen om ons bekend te maken wie God is: rein, heilig, rechtvaardig, goed enz. De geur van het verbrande vlees van de offers in het Oude Testament worden een “lieflijke reuk” voor God genoemd. In beeldspraak: “de stank van de natuurlijke mens verdwijnt”. Dat was een heenwijzing naar het kruis op Golgotha, waar Jezus Christus zijn lichaam als een offer gegeven heeft voor onze zonde. Als we overtuigd zijn van onze zonde, die scheiding maakt tussen onze Schepper en ons, hoeven we dat alleen maar te erkennen en te accepteren dat Jezus Christus daarvoor Zijn leven heeft willen offeren. We zijn dan wederomgeboren (=’van boven af geboren): de Heilige Geest van God woont in ons. Ons aardse bestaan heeft er een geestelijke dimensie bij gekregen. Dan wordt onze blik verhelderd en begrijpen en ervaren wij de waarheid die in de Bijbel staat wat betreft onze oorsprong.
Wat is wetenschap?
Er is onderscheid in wetenschappen, die elk hun werkterrein hebben. De wetenschappers op dat terrein kennen hun eigen disciplines en de grenzen van hun wetenschap. Maar als specialisten zijn ze soms zo gefocusseerd op hun vak, dat het de communicatie met andere specialisten belemmert.
Natuurwetenschappen
Door experimenten, die in het heden herhaald kunnen worden, ontdekt men wetmatigheden die in de stoffelijke natuur gelden. Op grond van die natuurwetten kan men vliegtuigen fabriceren, chemische stoffen maken enz. Heel de stoffelijke wereld die de mens gebouwd heeft, is gebaseerd op natuurwetmatigheden. Uit ervaring vertrouwt elk mens er op dat ook morgen onder invloed van de zwaartekracht voorwerpen naar beneden zullen vallen.
Historische wetenschappen
Een heel ander groep wetenschappen vormen de historische. Ook daar zijn strikte regels waaraan men moet voldoen wil men betrouwbare uitspraken doen over bepaalde historische feiten. Maar als men de geschiedenisboeken uit verschillende landen vergelijkt, zal men kunnen concluderen dat er over een bepaalde historische figuur totaal verschillend geschreven wordt. Geschiedenis kan dus blijkbaar verschillend geschreven worden, afhankelijk van de plaats van de waarnemer en het doel wat de geschiedschrijver beoogt. Voor zover men in de geologie (aardkunde) modellen tracht op te stellen voor de geschiedenis van de aardkorst, kan men deze wetenschap ook rekenen tot de historische wetenschappen. Het model dat men presenteert hangt af van de zienswijze van de onderzoeker. Absolute zekerheid, zoals in de natuurwetenschap, kan men niet geven, want men kan die aardgeschiedenis niet in het heden herhalen.
Menswetenschappen
Onderzoek naar ‘waarom’ mensen een bepaald gedrag vertonen en modellen om dat gedrag te verklaren of te voorspellen horen tot weer een andere categorie wetenschappen. Te denken valt aan filosofie, psychologe, theologie, economie enz. Bij deze wetenschappen gaat het om het veranderlijke wezen: mens. Bij economische voorspellingen geeft men dan ook terecht als waarschuwing mee: resultaten in het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.
Relatie geloof en wetenschap
Wetmatigheden die men in de stoffelijke natuur opspoort, worden natuurwetten genoemd. Die natuurwetten gelden in verleden, heden en toekomst en tonen daarmee de trouw en majesteit van de Schepper. Wonderen, zoals water dat in wijn verandert, vallen buiten het natuurwetenschappelijk onderzoek, want ze zijn eenmalig en niet herhaalbaar in het heden. Als men de Bijbel gelooft, geeft dat de geruststellende zekerheid dat de Schepper elk moment kan ingrijpen om een wonder te verrichten. Volgens de Bijbel is de mens door de zondeval gescheiden van God de Schepper en staat de mens van nature onder invloed van een occulte (=verborgen) geest die zijn leven beheerst via zijn hormoonstelsel en gedachten. Wetenschappen die de mens als studieobject hebben, bestuderen dus het gedrag van meestal zondige mensen, die onder invloed staan van een geest uit de duisternis. Van de resultaten kan men dan ook niet zo zeker zijn als bij de natuurwetenschappen.
Historische wetenschappen bieden de mogelijkheid twee sporen te ontdekken: het handelen van de mens en het handelen van God. Het zal afhangen hoe men kijkt of men deze sporen kan zien. Volgens de Bijbel kan een geestelijk mens beide sporen zien, maar is het voor een ongeestelijk mens niet mogelijk Gods handelen te zien. Evolutiebiologie, evolutieastronomie, evolutiegeologie enz zijn een mengvorm van twee wetenschappen. Voorzover bijvoorbeeld biologie onderzoek doet naar levende wezens om de genetische code te ontrafelen is het natuurwetenschap en kan men vertrouwen dat experimenten ook in de toekomst dezelfde resultaten zullen geven. Maar als men modellen opstelt voor de oorsprong van het leven komt men op het terrein van de filosofie. Dan kan men niet met zekerheid aannemen dat door toekomstig onderzoek het model gehandhaafd kan blijven. Vertrouwen dat het evolutiemodel betreffende de oorsprong juist is, is dan te vergelijken met het vertrouwen op het geopenbaarde scheppingsverhaal en het Bijbelse verslag van de zondvloed.
Conclusie
De discussie over schepping en evolutie kan zinvoller verlopen door eerst te spreken over het standpunt waar men vanuit gaat en de reden waarom men daarvan uitgaat.
Corien Oranje en het evolutionisme (2)
Topnerd Tycho: de aanval van de theïstische evolutionisten op onze kinderen
De theïstische evolutionisten zijn opnieuw in de aanval gegaan. Deze keer is de aanval gericht op kinderen. Cees Dekker en de bekende christelijke kinderboekenschrijfster Corien Oranje hebben een boek geschreven over een jongen die “ontdekt” dat de evolutietheorie en het geloof in God goed samengaan.
Zie deze link, naar een lijst met citaten uit een interview met Dekker en Oranje over het boek: www.toetsalles.nl/htmldoc/Topnerdcit.htm.
“Het geheime logboek van topnerd Tycho” is een avontuurlijk verhaal over een jongen die van zijn slimme oom Jeroen, sterrenkundige, leert dat je uitstekend de evolutietheorie kunt aannemen en tegelijk in God geloven.
Het boek is wat opzet betreft vakwerk. Het is onderwijs in verhaalvorm. Het lezende kind zal zich identificeren met de hoofdpersoon en zo meegevoerd worden in Tycho’s ontdekking dat de wereld door God is geschapen door evolutie en dat dit niet in strijd is met de Bijbel. Onderwijs in verhaalvorm is een zeer effectieve manier voor het overbrengen van een boodschap, speciaal als het kinderen betreft.
Het boek heeft het uitdrukkelijke doel om kinderen te laten zien dat je in evolutie kunt geloven en tegelijkertijd ook in de Bijbel.
De uitgever had Oranje en Dekker eerst gevraagd om een boek te schrijven waarin beide opties zouden worden aangereikt aan de kinderen. Een boek dus dat zowel het creationisme als de theïstische evolutie als serieuze alternatieven zou presenteren. Maar dat wilde Dekker niet. Oranje ging daarin mee, omdat ze tot de conclusie kwam: “Evolutie klopt”. Ik citeer Oranje uit het interview in het ND: “Hoe meer ik erover ging lezen, hoe meer ik dacht: evolutietheorie klopt gewoon”.
Cees Dekker was zich er van bewust dat er nog geen boek voor kinderen was dat theïstische evolutie onderwees. Om met zijn woorden te spreken, er was een lacune op dat gebied. Die lacune heeft hij nu samen met Corien Oranje opgevuld.
Dat blijkt uit de publiciteitscampagne rondom het boek: de grote interviews in de christelijke pers. Neem bijvoorbeeld het grote interview met Dekker en Oranje, waar ik in dit artikel uit citeer en naar verwijs. Er wordt zelfs, in samenwerking met de Evangelische Hogeschool, op 24 september 2015 een symposium rondom de presentatie van het boek gehouden. Dat gebeurt niet met een doorsnee kinderboek. Er is veel meer aan de hand.
Helaas heeft dus de EH zich losgemaakt van de wortels:
Op 4 september 1974 werd de Stichting tot Bevordering van Bijbelgetrouwe Wetenschap in het leven geroepen als tegenbeweging op het evolutionisme. Aan het begin van 1977 wordt de Stichting Evangelische Hogeschool in het leven geroepen. (http://www.eh.nl/algemeen/over-de-eh/geschiedenis ). Daarmee wordt dezelfde weg opgegaan als prof. Kuitert, die naar prof. Lever luisterde. Dat geeft meteen ook de kern van de aanval van de boze: de Bijbel vanuit een naturalistische visie ontleden.
5. De drie hoofdstellingen van het boek
Of om het met de woorden van Corien Oranje te zeggen: “Evolutie klopt”.
Ik citeer Corien Oranje weer: “Met theïstische evolutie doe je zowel de wetenschap als de Bijbel recht.” Met andere woorden, als je niet in evolutie gelooft dan doe je geen recht aan “de” wetenschap. Zo worden de creationisten genegeerd en weggezet.
Deze drie stellingen geven de filosofie achter het boek weer. Dit zijn de overtuigingen van de auteurs. Dit is de boodschap die ze door het boek over willen brengen. Dit willen ze de kinderen duidelijk maken.
Evolutie is geen feit. Het is niet meer dan een hypothese over het ontstaan van het leven en van de soorten. Het aangevoerde bewijs is flinterdun.
Zelfs eerlijke niet-christenen geven dit toe. Hier is een voorbeeld van een niet-christen die op integere en zorgvuldige wijze het bewijs voor de neodarwinistische evolutietheorie onderzoekt en tot de conclusie komt dat het bewijs geen stand houdt: http://www.darwinisme.be/problemen
Dat alleen theïstische evolutie recht zou doen aan de wetenschap is de gebruikelijke arrogante bluf van de atheïsten, nu overgenomen door theïstisch evolutionisten. Als je beweert, dat de waargenomen feiten beter in het scheppingsmodel passen dan in het evolutiemodel, dan ben je opeens niet meer wetenschappelijk bezig.
Ook de derde stelling klopt niet. Het is niet waar dat geloof in evolutie en geloof in de Bijbel samen kunnen gaan. Om evolutie te kunnen combineren met de Bijbel, moet je namelijk Genesis 1 en 2 opvatten als dichterlijke fantasie, want een letterlijke lezing van deze hoofdstukken en de evolutietheorie gaan niet samen.
Voor het opvatten van Genesis 1 en 2 als poëzie is echter geen grond te vinden in de hoofdstukken zelf, die lezen als een ordelijk verslag van wat er gebeurd is. Beslissend voor de uitleg van deze twee hoofdstukken is dat in andere gedeelten van de Bijbel wordt uitgegaan van een letterlijke interpretatie. Jezus en Paulus doen dat en toch vergeestelijken theïstisch evolutionisten als Cees Dekker en Corien Oranje Genesis 1 en 2. In feite zeggen ze daarmee: “Paulus en de Here Jezus hebben zich vergist in hun uitleg van deze Bijbelgedeelten”. Als je dat toelaat, dan is het hek van de dam. Wat weerhoud je er dan nog van om je af te vragen waarin de Heer en Paulus zich nog meer hebben vergist? Waarom Paulus dan nog serieus nemen, als hij spreekt over de letterlijke zondeval of over andere omstreden onderwerpen, zoals homoseksualiteit.
Laten we, omdat het zo belangrijk is, eens nauwkeurig bekijken wat de apostel Paulus over de schepping van man en vrouw heeft geschreven. Ik citeer: “Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva” (1 Tim 2:13) en “de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. De man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man” (1 Kor 11:8,9). Paulus vatte het verslag uit Genesis 2, over de formering van de vrouw uit de rib van de man, letterlijk op. Eerst was Adam er en daarna Eva. Eva is genomen “uit de man”. En Eva is geschapen “om de man”. Nadat Adam de dieren een naam had gegeven, drong tot hem door dat hij geen partner had. Daarop maakt God uit zijn rib een vrouw voor hem (Genesis 2:18-22). Op deze feiten baseert Paulus zelfs mede de regels voor de verhouding tussen man en vrouw binnen de gemeente (1 Tim 2:11-13). Deze uitspraken van Paulus zijn met geen mogelijkheid met theïstische evolutie in overeenstemming te brengen. Hij ging uit van de letterlijke formering van Eva uit de rib van Adam. Dat is wat anders dan God die in een mannetje en vrouwtje van een geëvolueerd aapachtig beest een menselijk bewustzijn legt.
Als de Bijbel niet meer beslissend is voor de eigen interpretatie, dan betekent dat het einde van het Schriftgezag.
Wat denkt u dat het met het geloof van kinderen zal doen als de dominee of de biologieleraar van een reformatorische of algemeen christelijke scholengemeenschap leert dat Genesis 1 en 2 slechts dichterlijke verbeelding zijn. En dat de apostel Paulus wel uitging van de letterlijke tekst van Genesis 2, maar dat wij het intussen beter weten dan Paulus. Wat denkt u dat het met kinderen, ook met kinderen van gelovige ouders zal doen, als ze een bekwaam geschreven en meeslepend kinderboek lezen, waar een ‘echte’ wetenschapper uitlegt dat evolutie klopt en dat Genesis 1 en 2 niet letterlijk zijn bedoeld.
Ik heb midden vorige eeuw meegemaakt hoe binnen een tijdsbestek van 10 tot 20 jaar, de grote gereformeerde kerk (synodaal) werd “omgeturnd” van orthodox naar vrijzinnig. Dit proces begon met het door de leiding van de gereformeerd kerk en de Vrije Universiteit tolereren van de theïstische evolutie. Theïstische evolutionisten zoals VU-hoogleraar Jan Lever kwamen openlijk uit voor hun denkbeelden. Er was protest, maar er werd niet tegen opgetreden, het werd getolereerd. Toen die slag door de theistische evolutionisten gewonnen was, was het Schriftgezag weg en volgde een lawine van andere dwalingen.
En ook toen waren er, net als nu, de bezwerende stemmen: “Geloof en evolutie kunnen best samengaan. Het is geen hoofdzaak van het geloven. We kunnen als Bijbelgetrouwe christenen best van mening verschillen op dit punt. Laten we in dialoog met elkaar blijven ……..”
Het boek is geschreven voor kinderen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar.Je kunt echter de doelgroep nog wat scherper afbakenen. Het boek is in het bijzonder gericht op de “nerds” onder hen, op de leerlingen van vwo-niveau, op de kinderen van gelovige ouders die aanleg hebben om later een universitaire studie te doen. Het boek is dus speciaal gericht op de groep kinderen uit Bijbelgetrouwe kring waar de intellectuele elite van de volgende generatie uit zal voortkomen. Het boek is toegesneden op deze groep, het sluit aan bij hun belangstelling. Het is een krachtige poging om de toekomstige intellectuele elite onder de kinderen uit Bijbelgetrouwe kring te winnen voor de theïstische evolutie. Het is een geestelijke aanslag op deze kinderen.
Cees Dekker is op zijn manier bezig om de kinderen van gelovige ouders te “redden”. Als ze in het hoger onderwijs komen, dan komen ze in een spagaat. Ze hebben thuis, in de kerk en op de christelijke middelbare school geleerd om Genesis 1 en 2 letterlijk te nemen. Dan worden ze op hogeschool en universiteit geconfronteerd met de evolutietheorie. Dekker ziet het als zijn missie om deze kinderen te redden door hen te vertellen dat de Bijbelgetrouwe christenen van vorige generaties Genesis 1 en 2 helemaal verkeerd hebben gelezen. Het gaat in die hoofdstukken niet om een beschrijving van de schepping, maar om dichterlijke verbeelding. Dat je de kinderen leert dat de Bijbel begint met een soort sprookje met een diepere “theologische” betekenis en dat je ze indirect leert dat Jezus en Paulus zich vergisten, toen ze uitgingen van een letterlijke schepping, dat is voor Cees Dekker blijkbaar geen probleem.
Dit boek betekent een complete breuk met hoe de kinderen werden voorbereid op de confrontatie met de seculiere wetenschappelijke wereld. Hun werd verteld dat ze op de universiteit met de evolutietheorie zouden worden geconfronteerd en ze werden onderwezen waarom het aangevoerde bewijs voor die theorie niet deugt.
Zal er stelling worden genomen tegen het boek van Dekker en Oranje en tegen de theïstische evolutie? Zullen er maatregelen worden genomen? Zal er publiekelijk worden gewaarschuwd? Zal er leertucht worden toegepast? Of zal het net zo gaan als in de gereformeerde kerken (synodaal). Niet meer dan een zwak protest van een enkeling, geen krachtige stellingname of waarschuwing, geen afscheiding en geen tuchtmaatregelen.
Zal er goed onderwijsmateriaal dat de letterlijke schepping verdedigt, worden geschreven? Zal het goede materiaal dat er op dit moment al is, worden verspreid?
Als Paulus een dwaling tegenkwam die rechtstreeks het evangelie en het geloof bedreigde, dan ging hij er frontaal tegen in. Dan verdedigde hij de schapen. Dat is de plicht van elke geestelijke leider.
“Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door hetbloed van zijn Eigene verworven heeft. Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken. Waakt dan …. ” (Handelingen 20:28-31).
Paulus spreekt over valse leraren, die hij vergeleek met grimmige wolven, die de kudde (de christelijke gemeente) zouden binnendringen. Mannen die verkeerde dingen spreken om de gelovigen achter zich aan te trekken. Dat is wat er hier aan de hand is. Theïstische evolutionisten zijn de kudde binnengedrongen. Geestelijk gezien zijn het wolven, vermomd in schaapsklederen.
Laten we een voorbeeld nemen aan de wijze waarop Paulus en de anders apostelen omgingen met valse leer en valse leraren: leraren die het fundament van het geloof bedreigden.
Leertucht is een Bijbelse zaak. De dwalingen zijn anders, nu gaat het om theïstische evolutie, maar de aanpak blijft hetzelfde. Hier volgen enkele Bijbelse richtlijnen:
Doet u uw kinderboeken van Corien Oranje weg? Bedenk, als kinderen haar andere boeken lezen en daar plezier aan beleven, dan zullen ze ook naar dit boek grijpen, als ze het tegenkomen. Houdt u in de gaten wat de biologie- en natuurkundeleraren op de christelijke middelbare school van uw kinderen of uw kleinkinderen over evolutie en schepping vertellen? Wordt daar nog met overtuiging door de leerkrachten de letterlijke schepping beleden en verdedigd en wordt met kracht de evolutietheorie weerlegd?
Rust u uw kinderen toe door hun goede literatuur te geven, waarin de evolutietheorie wordt weerlegd en de letterlijke lezing van Genesis 1 en 2 wordt verdedigd. Wat doet uw kerk op dit gebied? Wat doet de school van uw kinderen en kleinkinderen?
Het is voor kinderen vanaf de brugklasleeftijd.
Waarschuw anderen voor het boek van Oranje en Dekker! Kaart de zaak aan bij uw geestelijke leiders. Onderzoek hoe de school hierin staat.
Ary Geelhoed
Mindmapping
MINDMAPPING
Informatie of verwarring?
Inhoud
I. Doeleinden en verwachtingen
II. Grondbeginselen en technieken
III. Basistechnieken
Voorbeeld
IV. Beoordeling en kritiek
V. Aanbeveling
Opmerking vooraf
‘Mindmapping’ wordt aan alle kanten geprezen en met het grootste enthousiasme ontvangen en doorgegeven. Nergens is er kritiek op die techniek. Wat zijn echter de doeleinden en verwachtingen, de grondbeginselen en grondtechnieken?
Voor beter begrip van de volgende uiteenzettingen moet erop worden gewezen, dat het hier niet gaat om dilettantische spelletjes met de ‘mindmap’ techniek, maar om de reële achtergrond en het wezenlijke karakter, zoals dat tot uitdrukking komt in de desbetreffende literatuur.
I. Doeleinden en verwachtingen
Volgens de opvatting van de literatuur over ‘mindmapping’ (MM) is het een middel tot
• intuïtieve verwerving van informatie,
• creatieve inspiratie,
• vergaring en documentatie van ideeën,
• weergeven van teksten,
• notulering van gesprekken, discussies, telefoongesprekken, inleidingen en lezingen,
• effectieve toe-eigening van leerstof,
• bewerking, ordening en structurering van onderwerpen in ruime zin,
• presentatie en visualisering van onderwerpen, voorstellen, projecten,
• oriëntatie bij redevoeringen, inleidingen en referaten,
• opslaan en opnieuw memoreren,
• organisatie en planning van inkopen, afspraken, inleidingen en projecten.
Naar men beweert, verbetert die techniek het geheugen en de creativiteit van hen die het toepassen.
II. Grondbeginselen en technieken
De techniek van ‘mindmapping’ gaat uit van twee grondgedachten:
1. In ons binnenste zit, naar men beweert, een onbekende, verborgen bron van creatief weten, die door de techniek van ‘mindmapping’ kan worden ontsloten.
2. De rangschikking van het weten in de vorm van een ‘mind map’ bevordert het lange termijn geheugen. Het blijft onduidelijk waar het weten wordt opgeslagen: in de hersenen of in een andere, transpersonele[1] dimensie.
De voorvechters van deze techniek beweren, dat de methode van ‘mindmapping’ berust op de uitkomsten van het nieuwste hersenonderzoek van de rechter en linker hersenhelft. Volgens die opvatting hebben beide hersenhelften verschillende taken en functies. Eén hersenhelft zou dan logisch-analytisch en de andere helft plastisch, beeldend en op de totaliteit zijn georiënteerd. Wie geen gebruik maakt van de plastische uitbeelding en inprenting, zou dan slechts één deel van zijn hersenvermogen gebruiken.
III. Basistechnieken
Oppervlakkig gezien is een ‘mind map’ die bij ‘mindmapping’ moet worden gemaakt, een bijzondere rangschikking van begrippen. In het centrum van een grafische weergave staat het “thema”. Uitgaande van het centrum moeten alle mogelijke aspecten van dat “thema” worden weergegeven in de vorm van een boomdiagram: van het centrum gaan hoofdtakken uit, van die hoofdtakken zijtakken enz.
Als we de literatuur over ‘mindmapping’ doornemen, wordt ons duidelijk, dat het een trance- en doorwaytechniek[2] is. De basistechnieken van ‘mindmapping’ moeten leiden naar een tranceachtige bewustzijnstoestand die, zoals zo dikwijls in andere contexten, de deur opent tot een andere wereld of werkelijkheid. Dit wordt begrijpelijkerwijs zo niet gezegd, maar op z’n hoogst aangeduid.
Bij het maken van een MM moeten de gebruikers “vrij associëren”, ze moeten het lineaire, rationele, analytische, logisch-systematische denken en nadenken en de “inwendige criticus” uitschakelen. Ze moeten hun gedachten en ideeën “de vrije loop laten”, de stroom van gedachten en ideeën niet verdelen, ordenen, controleren, structureren, disciplineren, ja zelfs niet censureren.
Het grondprincipe luidt: “Eerst associëren, dan structureren”. Het éne woord volgt op het andere, bijv.: transportmiddel > auto > enz. (associatieketen). De ‘mapper’ moet alles opschrijven, wat hem te binnen schiet. “Inwendige beelden” komen kennelijk boven en lopen als een film voor het inwendig of geestelijk oog. Die gedachtestroom of film moet, zo mogelijk, niet worden onderbroken. Als hij toch afbreekt, moet men een nieuwe aftakking openen en verder gaan associëren.
Voorbeeld
Creatief schrijven in de Duitse les
Bij het creatieve schrijven moet men zich terugtrekken op een rustige plek, zachte instrumentale muziek laten spelen, zich ontspannen, tot rust komen, de ogen dicht doen, het denken uitschakelen en tenslotte zich op een thema fixeren. Voor het inwendig of geestelijk oog loopt een “film” met razend snelle beelden af die in tekst moet worden omgezet. Daarbij moet de hand losjes op het papier liggen en als vanzelf schrijven. Mocht de inwendige film blijven steken, dan moet men het laatst genoteerde woord telkens herhalen, tot de film voor het inwendig oog verder loopt.
Dit kan als volgt gaan:
“Beton beton grijs grijs zwart zwart zwart donker donker donker treurig treurig zonder bloemen zonder dieren zonder dieren zonder dieren zonder dieren kinderen in scholen scholen bunker bunker nauw nauw militair gevaar gevaar gevaar gevaar alleen onder velen bewaakt bewaak oorlog bloemen bloemen kernafval kern kernafval vervuiling vervuiling verpesting zak over steden zak zak zak hemel hemel hemel auto auto auto auto auto straten geen plaats plaats plaats plaats vele mensen mensen mensen jachtigheid stress stress stress stress”
Automatisch schrijven komt eveneens voor bij het spiritisme en in de heksenliteratuur. De vrije associatie wordt vooral bij heksenrituelen gebruikt als inleiding op trancetoestanden en als aanroeping van de geesten.
Tony Buzan, de vermeende bedenker van ‘mindmapping’, deelt ons mee, dat een geheimzinnige kracht de hand bij het tekenen beweegt: “Als een pauze optreedt, zullen ze waarschijnlijk merken, dat hun potlood of pen doelloos rondzwerft”: als vanzelf, als bewogen door een geesteshand, net zoals bij het creatieve en automatische schrijven van spiritisten en overtuigde heksen die zich door geesten geïnspireerd en geleid wanen.
Met andere woorden: wie het denken uitschakelt en de controle over zijn eigen gedachtestroom opgeeft, zoals ‘mindmapping’ vereist die laat de gedachten en ideeënproducten over aan de controle van een andere, onzichtbare geestelijke macht.
Tegen die achtergrond moet ‘mindmapping’ worden verklaard als een nieuw soort techniek van mediale inspiratie. Dit karakter wordt vooral duidelijk bij Müller: ”Ga maar ongeremd mappen. Vergaar daarbij alle ideeën en gedachten… Schakel daarbij de inwendige criticus, de realistische linker hersenhelft, uit. Ondersteun je associatief denken, door een prettige sfeer te scheppen en te ‘mappen’ in een omgeving, waar je je pret-tig voelt, zodat je in een toestand van TRANCE geraakt die de deur opent voor onzichtbare geestelijke machten en die je willen inspireren, leiden en adviseren.”
IV. Beoordeling en kritiek
De volgende vragen over analyse en beoordeling van ‘mindmapping’ ontstaan:
• ‘Mindmapping’ werkt met de techniek van de vrije associatie. Wat is zin en doel van de vrije associatie?
De techniek van de vrije associatie opent de deur naar een onbekende (verborgen) kennisbron X. Wat is dat voor een bron die nieuwe, creatieve kennis voortbrengt?
Wie of wat controleert de gedachten, de inwendige beeldproductie en de tekenhand tijdens de vrije associatie? Waar komt de beeldenstroom voor het inwendig of geestelijk oog vandaan? Wie of wat is de zender van de “inwendige beelden” of inwendige films?
Wie of wat bepaalt de inhoud van een ‘mind map’? Het verstand, het geheugen, de voorkennis, de herinnering, de hersenen, de cortex[3] (Svantesson), de rechter hersen-helft, het onbewuste/onderbewustzijn of een onbekende geestelijke macht X?
• ‘Mindmaps’ hebben een concentrische opbouw. Wat is zin en doel van die bijzondere constructie?
Wat is zin en doel van de visualisering van “inwendige beelden”? Wie of wat is de geadresseerde van “inwendige beelden”? De hersenen, de rechter hersenhelft, het onbewuste of onderbewustzijn of een geestelijke macht?
• ‘Mindmapping’ is een techniek van verbeterde kennisopslag. Van welke geheugens wil de techniek van ‘mindmapping’ gebruik maken? Mentale of transpersonele geheugens?
• ‘Mindmapping’heeft een destructief en contraproductief karakter, want het doet afbreuk aan de kwaliteit van cognitieve leerprocessen. Dit is aantoonbaar aan de hand van de vraag naar de bron, de soort en kwaliteit van de informatievergaring en de ver-werking.
• ‘Mindmapping’ heeft een anarchistisch karakter. ‘Mind mapping’ kan en moet het ontwikkelings- en kennisniveau van de Westerse wereld (nog verder) helpen dalen en de productieve kracht “ontwikkeling” helpen verwoesten.
• ‘Mindmapping’ is een quasihypnotische praktijk. Juist in de eerste fase, de fase van vergaring van “kennis”, moet het verstand worden uitgeschakeld en de kennis moet “vrijelijk stromen”. De vraag is alleen vanuit welke bron die kennis stroomt, vanuit mentale of vanuit mediale resp. transpersonele bronnen?
• ‘Mindmapping’is een spirituele en mediale techniek, een techniek van mediale inspira-tie en transpersonele opslag. Gedachten en handen worden geleid door een onzichtbare geestelijke macht. In een toestand van TRANCE staan de gebruikers open voor inge-vingen, ideeën of inspiraties (inwendige beelden en/of stemmen) van transpersonele machten. In die zin is ‘mindmapping’ een techniek net als automatisch tekenen.
• ‘Mindmapping’ is niet ongevaarlijk. ‘Mindmapping kan (en moet ook) de menselijke geest in verwarring brengen, zoals de desbetreffende publicaties indrukwekkend documenteren. De geschriften over ‘mind mapping’ zijn zeer verward.
• ‘Mindmapping’ is onwetenschappelijk. Het gehele leercomplex is één groot leugen-complex. De vermeende grondslagen, de basis en ideeën zijn fout. Fout is de verwijzing naar de “uitkomsten van het hersenonderzoek”, waarbij de auteurs wijselijk steeds de vermeende bron “vergeten”. In geen enkel serieus medisch of anatomisch standaardwerk komen in de rechter hersenhelft lokaal gedefinieerde en begrensde centra voor gevoel, intuïtie, heelheid, visualisering (van inwendige beelden) enz. voor.
• ‘Mindmapping’ heeft een occult karakter. ‘Mindmapping’ is in strijd met het christelijk geloof en gaat tegen Gods Woord in. De technieken van ‘mindmapping’ komen uit buiten-christelijke godsdiensten of quasi-godsdiensten (magie, heksenkunst). Vanuit Bijbels gezichtspunt gaat door TRANCE de deur open naar het rijk van de machten van de duisternis die klaarblijkelijk op vragen of visualiseringen kunnen antwoorden met “inwendige beelden”. Gelovige christenen hebben geen (inwendige) BEELDEN nodig, maar ze laten zich inspireren door het WOORD en Gods Geest en niet door “andere goden” waarmee in de toestand van TRANCE contact kan worden opgenomen door middel van “inwendige beelden”. De techniek van visualisering kent de Hei-lige Schrift niet; die techniek is van heidense oorsprong.. Daarom verbiedt de Bijbel het zoeken van visioenen (vision quest) en van “inwendige beelden”: “In den beginne was het WOORD” en “Gij zult u geen beeld maken…” van onzichtbare werelden en machten (2e gebod), staat er geschreven.
• ‘Mindmapping’ is juridisch twijfelachtig. De techniek van ‘mindmapping’ kan en moet het verstand uitschakelen, maar in het onderwijs behoort het verstand gebruikt te worden. ‘Mindmapping’ kan (en moet) de gebruikers in een toestand van (lichte) TRANCE brengen.
V. Aanbeveling
De techniek van ‘mindmapping’ moet nooit worden geleerd of toegepast; ‘mindmapping’ kan niet worden aanbevolen, in geen enkel verband.
Ga nooit de vrije associatie oefenen. Ga nooit het denken en nadenken uitschakelen en neem nooit een passieve geesteshouding aan. Verlies nooit de zelfbeheersing of zelfcontrole, vooral de controle over je gedachten, je gevoelens en je schrijfhand. Laat die controle nooit over aan een andere, vreemde macht of kracht, die je gedachten en handen controleert.
Als je ideeën wilt vergaren over een thema, pak dan een kladblok, schrijf de gedachten die je te binnen schieten op een blaadje. Formuleer een hypothese die je wilt natrekken. Besteed de meeste tijd aan de structuur en volgorde van je argumenten die helpen de hypothese te bevestigen of te verwerpen. Vernietig briefjes die niet bij het thema passen. Volg niet de raad van de ‘mindmappers’ op. Ga de briefjes ordenen van links boven naar rechts onder. Ga daarna voor je pc zitten en tik de tekst in. Nieuwe gedachten kun je met ‘Word’ steeds toevoegen, daar heb je geen ‘mind map’ voor nodig.
Prof. dr. R. Franzke
Bovenstaand artikel is ontstaan uit een uitgebreid document waarin literatuurverwijzingen staan. Zie daarvoor de webshop..
________________________________________
[1] Transpersoneel is gericht op het transcendente (geestelijke,bovennatuurlijke).
[2] Een doorwaytechniek is een techniek die toegang geeft tot een andere wereld of realiteit, zoals bijvoorbeeld de binnenste cirkel van een mandala een doorway is.
[3] cortex cerebri= schors van de grote hersenen en cortex cerebelli= schors van de kleine hersenen.
Evolutionisme
Corien Oranje en het evolutionisme
EVOLUTIONISME in het nieuwe boek Het geheime logboek van topnerd Tycho van Corien Oranje
Een lid van de vereniging attendeerde het bestuur op het nieuwe boek van de populaire auteur van kinderboeken, CORIEN ORANJE: Het geheime logboek van topnerd Tycho. In dat boek is het evolutionistisch denken overgenomen. Geen wonder, want aan dit boek is door dr. Cees Dekker meegewerkt. Over hem stond recent in het dagblad Trouw een artikel met de kop: Cees Dekker kiest voor Darwin én God. Over dit boek wordt eind september ’15 o.a. door de evangelische hogeschool een symposium gehouden waarvan de voorzitter de EO-coryfee Andries Knevel is, die al lang van het creationistisch denken afstand heeft genomen.
De dochter van bovengenoemd lid e-mailde over dit boek: “De hoofdpersoon is een heel leuk jongetje.
Het boek is geschreven in een vorm die nu heel erg in is: in de seculiere wereld is “Een dagboek van een loser” de populairste boekenserie op dit moment. Kinderen zullen met Tycho meeleven en hij heeft een oom die wetenschapper is (jawel… Cees Dekker vermomd), die hem uitlegt wat de waarheid is. Pure hersenspoeling!”
Zie verder: http://corienoranje.nl/topnerd-1/,
http://corienoranje.nl/topnerd-2/ en http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1191126/2008/12/08/Cees-Dekker-kiest-voor-Darwin-en-God.dhtml.
_________________________________________________________________________________
Sarah Young
Deze Australische mevrouw, auteur van “Jezus dicht bij”, roept vragen op. In de non-fictielijst in ons land scoort ze goed, maar o.a. op de Amerikaanse site, www.deceptioninthechurch.com (= misleiding in de kerk) staan vijf waarschuwende artikelen over haar denkwijze. In Duitsland verscheen een boekje van Warren Smith met de verontrustende titel “Ein anderer Jesus” (= Een andere Jezus) waarin 20 redenen worden genoemd waarom de inhoud van het boek van Young on-Bijbels is. Lang bleef het in ons land stil, totdat in de Middernachtsroep (02.2015) een artikel van de vroegere esoterica (iemand die zich bezighoudt met new age, occultisme en spiritualiteit) Eelke Kamphuis, die ook samen met haar man het boeddhisme heeft getoetst, verscheen. Zij toetst nu het denken van Young en ontmaskert haar. Twee citaten:
In het blad Zeitruf van april ’15 wordt nog vermeld dat de uitgever van de Engelse uitgave, Thomas Nelson, op grond van de kritiek het newage-boek waardoor Young is geïnspireerd, God Calling, niet meer noemt en het woord “boodschappen” is veranderd in “verslagen uit de stille tijd”.