Is het wel waar?
Aanhangers van de scheppingsleer (creationisten) wordt vaak verweten dat ze de ‘onbegrijpelijke wonderen van de natuur’ aangrijpen om daarmee te bewijzen dat er wel een Schepper moet zijn: “Het zit te mooi en te complex in elkaar – dat moet God wel gedaan hebben.”
Er is een eigenaardige geschiedenis gaande aangaande dit onderwerp. Zodra we, natuurwetenschappers, een wonder kunnen begrijpen en uitleggen is God als oorzaak niet meer nodig. Naarmate onze kennis over de (levende) natuur toenam, verdween de ‘noodzaak’ van een Schepper stapje voor stapje uit de natuurwetenschap: De onbegrijpelijke, bovennatuurlijke “Acts of God” werden begrijpelijk en natuurlijker, dus waren het geen goddelijke daden meer. Wij leven nu in een tijd waarin wij als ‘aanhangers van de idee van de goddelijke schepping’ als achterlijk of onwetend worden beschouwd. Creationisten worden steeds weer op een zijspoor gezet: ‘onwetenschappelijk’, ‘geloof is geen wetenschap’, ‘wil je de geschiedenis van de aarde in die paar duizend jaar proppen?’ ‘Wie nu nog in schepping gelooft, is gelijk aan iemand, die gelooft dat de maan van groene kaas is’, enzovoort.
Kinderen in de schoolbanken willen niet voor achterlijk enz. worden versleten, dus lijken dit wel argumenten om het geloof van de zondagsschool als achterhaald te beschouwen. De grote zekerheid van leerkrachten of tv-presentatoren, die de evolutietheorie aanhangen, straalt overtuiging uit. Het lijken wel evangelisten, brengers van goed nieuws, die de onwetenden moeten bekeren. En dan slaan we de spijker eigenlijk precies op de kop, want ze dragen een overtuiging, een geloof uit. Een geloof dat zeker weet van de dingen die ze niet kunnen zien (een variant op Hebreeën 11:1), want ze menen gelijk te hebben, omdat de wetenschap achter hen staat. Kijk maar in de ….encyclopedie, of kijk maar naar Teleac… In hun ogen moet het concurrerende creationistische geloof bestreden worden.
Schepping en/of evolutie
Voor een goed verstaan van de discussie over schepping en/of evolutie moet goed voor ogen worden gehouden dat het enerzijds in de grond van de zaak een botsing tussen twee geloofsopvattingen is. Voor velen is de darwinistische evolutieleer een prachtige aanleiding om niet in God te hoeven geloven. Het is een vrucht van de Franse revolutie met het “geen god, geen meester” principe. Want in God geloven is ook geloven in alles wat er bij hoort, zoals het rekenschap af leggen van onze daden…en dat is niet zo leuk, daar wil de ontwikkelde vrije mens vanaf, tenslotte…..
Anderzijds zijn evolutionisten zo overtuigd van hun gelijk, dat ze vrijwel elk ‘wonder in de natuur’ claimen als aanwijzing of bevestiging van hun kijk op de wereld. Dat is lastig, omdat je als aanhanger van de scheppingsleer dat eerst op z’n juiste plaats moet zetten en daarmee evolutionistische (nep)argumenten moet weerleggen, voordat je verder kunt. Daarom lijkt het alsof creationisten steeds tegen de evolutietheorie zijn en dat ze niets te bieden hebben hoe het dan wel zit. Maar dat heeft het scheppingsmodel wel. De micro-evolutie heeft bijvoorbeeld een duidelijke plaats in de Basistypenbiologie. Alleen beschouwen we micro-evolutie meer als de variabele aanpassing van organismen met een uitgebreid ingeschapen erfelijk potentieel waarbij we de natuurlijke selectie meer als een conservatieve kracht zien, die (de meestal schadelijke) mutaties uitschakelt.
Vier grote raadsels?
Voor dit artikel kunnen we verder niet uitgebreid op van alles ingaan. Ik zal me beperken tot een paar voorbeelden ter illustratie. Welke zijn die vier grote raadsels of geheimen, die de biologische en aanverwante wetenschappen op hun pad hebben?
Ten eerste het ontstaan van leven uit het levenloze, de abiogenese. De wetenschap heeft onvoorstelbaar veel aan het licht gebracht hoe levende cellen zijn georganiseerd met DNA, RNA, eiwitten, moleculaire machientjes enzovoort. Er zit een zeer diepe kloof tussen het levenloze en het levende. Weliswaar kunnen eenvoudige bouwsteentjes (zoals bepaalde aminozuren) van de biologische onderdelen van een cel op natuurlijke wijze worden gevormd. Maar dat is maar een fractie van wat nodig is, met volstrekt verkeerde verhoudingen en met allerlei levendodende bestanddelen. Een levende cel kan alleen maar voortgebracht worden door een al bestaande cel via de complexe celdeling. De ‘eenvoudigste’ cel (met alle andere echte celeigenschappen) moet tenminste zo’n 300 genen, complexe brokken informatie, bezitten om in een reeds zeer beschermd milieu te kunnen overleven.
Ten tweede, de embryonale ontwikkeling van bevruchte eicel tot volwassen individu: al die miljarden cellen komen ‘op hun plaats’ terecht. Elke cel van ons lichaam heeft alle informatie van het hele lichaam, maar gebruikt slechts dat deel wat voor zijn speciale taak nodig is. De cellen van ons netvlies kunnen licht waarnemen, de cellen in onze knieholte niet… Er komt in de ontwikkelingsbiologie wel steeds meer informatie beschikbaar over regelgenen en andere, niet direct aan het DNA gebonden eigenschappen van een cel. Een uitgebreid nieuw onderzoeksgebied met vele mogelijkheden, ook op medisch terrein. Alles lijkt wel doelbewust ontworpen…
Ten derde, het ontstaan van al die verschillende soorten organismen met al die verschillende bouwplannen. Al kun je grote groepen organismen samenvoegen tot groepen als Hoofdafdelingen of Stammen, zoals een evolutionist zegt. Meteen zal een darwinist zeggen: “Maar dat hebben wij opgelost met onze wonderschone theorie!” Toegegeven, dit grote raadsel schijnt te zijn opgelost voor de biologie, de evolutionistische biologie wel te verstaan. De creationistische biologie heeft de Basistypenbiologie ontwikkeld, die al de ‘bevindingen en hypothese van evolutionistische kant’ op dit gebied beantwoordt, zoals eerder gezegd..
Ten vierde, misschien wel het grootste raadsel, natuurwetenschappelijk gezien, is het bestaan van de menselijke geest. Hoe kan uit materie iets geestelijks, zoals gedachten en taal ontstaan? Nu proberen evolutionisten de geestelijke eigenschappen wel te bagatelliseren en te reduceren tot eigenschappen van de materie, maar dat is geen eenvoudige zaak om het daarmee af te doen. Volgens de Bijbel mogen wij weten dat we zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en is door Hem ons onze geest ingeblazen.
De evolutietheorie pretendeert een algemene theorie voor de hele biologie?
Elke serieuze aanval kunnen de aanhangers naar eigen zeggen pareren. Een voorbeeld uit Bionieuws 11 (6-6-2003):
“En opnieuw wordt er gezaagd aan de poten van de stoel van de evolutietheorie. De zaag heet dit keer Intelligent Design en is tien jaar geleden bedacht door de Amerikaanse jurist Philip Johnson.”….
“En nu deugt de evolutietheorie niet, omdat complexe systemen niet door toeval kunnen ontstaan. Opnieuw staan biologen zuchtend op om geduldig de theorie te verdedigen en te verklaren. Onder hen de Amsterdamse biochemicus, Piet Borst…” (Gaby van Caulil, hoofdredacteur)
Borst is een felle darwinist, die het niet kan laten te sneren tegen andersdenkenden, zoals christenen, die de Bijbel aux serieus nemen op het gebied van de schepping en de ouderdom van de aarde. Een uitspraak van Borst over de ‘belachelijke idee van een Schepper-knutselaar’ is hiervoor treffend en citeer ik uit zijn column tegen Intelligent Design, uit het NRC van 3 maart:
….”Naarmate we meer details leren kennen van die ogenschijnlijk zo perfecte natuur, beginnen de compromissen meer op te vallen. Een knutselaar is geen ontwerper en knutseloplossingen zijn vaak knullige oplossingen. Dat begint al met ons DNA, dat vol oude rommel zit, resten van virussen, die een tijd lang rondgesprongen hebben in het genoom van onze voorouders totdat ze uiteindelijk zijn getemd. Zo’n 45 procent van ons totale DNA bestaat uit deze rommel. Geen ontwerper zou dat hebben ingeprogrammeerd.”….
Volgens hem zit ons DNA dus vol met rommel, het zogenaamde junk-DNA, DNA dat nergens voor codeert, maar een rest is van een miljoenen jaren durende evolutionaire geschiedenis. Maar onlangs bleek alweer dat deze, reeds jaren eerder door hem geponeerde gedachte iets al te makkelijk evolutionistisch vooringenomen is. We weten nog maar zo weinig van de werking van de erfelijkheid, ook behorend tot de vier raadsels, dat allerlei vooroordelen ronduit hooghartig zijn. Een zogenaamd pseudo-gen blijkt wel een functie te hebben (Nature begin mei). En al eerder is naar voren gebracht dat DNA grote delen bevat die niet coderen, omdat ze als bouwsteen dienen, zeg maar een tussenstukje om het wel coderende deel vast te houden en te plaatsen. Het lijkt een beetje op de vroegere argumentatie van de rudimentaire organen, waar we er wel 180 van hadden. In het voortgaande onderzoek bleken de meeste van deze zogenaamde resten uit ons evolutionaire verleden levensbelangrijke functies te hebben. Ook de paar nog wel genoemde rudimentaire organen hebben functies.
Vogellongen
Nu ben ik zelf bioloog, geef les in biologie en behandel de evolutietheorie naast de creatietheorie. We bewegen ons zo goed mogelijk op het natuurwetenschappelijke vlak, maar dan ook compleet. Dan behandel ik ook wel eens de weggelaten problemen voor de evolutietheorie, die je niet vindt in de evolutionistisch geschreven leerboeken. Vanuit de idee van de doelmatige, ontworpen schepping kan je namelijk ook belangrijke ontdekkingen doen. Dat is toch een van de voorwaarden van goede wetenschap: onderzoek stimuleren en nieuwe ontdekkingen doen? “Zouden er misschien dingen te vinden zijn, die je vanuit het scheppingsontwerp zou kunnen ontdekken, maar niet vanuit het darwinisme?” Een voorbeeld uit de eigen praktijk.
De biologieleerboeken zijn hoofdzakelijk thematisch van opzet, dat wil zeggen dat een onderwerp als “ademhaling” behandeld wordt voor achtereenvolgens planten, wormen, insecten, vissen, amfibieën, reptielen en zoogdieren. De evolutionaire keten vissen-amfibieën-reptielen-zoogdieren komt zo goed uit de verf. Waarom niet de ademhaling van vogels behandeld? De vogels zijn volgens het evolutiemodel toch afstammelingen van de dinosauriërs/reptielen? Uitgebreid wordt dat in een ander hoofdstuk aannemelijk gemaakt met de ontwikkeling van vogelveren uit reptielenschubben, hoewel dat ook al een hele toer is. Hoe maak je erfelijk gezien een complexe veer uit een schub? Vogels laten zelf ook schubben groeien op hun poten, maar reptielen laten geen veren groeien. Hoe zouden ze aan die informatie moeten komen? Geleidelijk ontwikkeld? En vliegen is ook geen koud kunstje. Daar is een stevig superlicht met lucht gevuld skelet voor nodig, enz, enz… Maar we hebben tenslotte Archeopteryx, de oervogel met tanden in z’n bek, als ‘missing link’. In het scheppingsmodel is dit dier op te vatten als een (uitgestorven) Basistype. al zijn er zulke eigenaardigheden in z’n bouw, dat sommigen nog steeds aan een vervalsing blijven denken. (zie bijv. mijn artikeltje Archaeopteryx, vat vol tegenstrijdigheden, Bijbel&Wetenschap 134, 1990)
Maar waarom wordt nu toch niet naar het ademhalingssysteem gekeken? Ik denk dat dat al te veel gevraagd is. Het ademhalingssysteem van vogels is zo volstrekt uniek en anders opgebouwd dan de genoemde reeks dieren, inclusief de mens. Vogels hebben een soort ’turbolongen’, die zelf nauwelijks van vorm veranderen. Dat doen wel de blindzakken, die werkelijk overal in de vogel zitten, tot in de holle botten toe (zie figuur 1).De vogellong maakt tweemaal gebruik van de lucht. De eerste maal bij het inademen, de tweede maal bij het uitademen. Tussendoor stroomt de lucht in de blindzakken, die als blaasbalgen door de spieren en het skelet van de vogel beurtelings onder druk worden gezet. De longen zelf hebben geen longblaasjes zoals bij ons, maar bestaan uit lange buisjes, parabronchiën (zie figuur 2), waar de haardunne bloedvaatjes omheen gespiraliseerd zijn. De lucht stormt letterlijk door de buisjes en staat snel z’n zuurstof af aan de zelfs daarop aangepaste rode bloedlichaampjes. Als ik namelijk met mijn leerlingen de twee verschillende typen bloed microscopisch bestudeer, dan vallen enig dingen op. Als vogels dezelfde platte dropvormige en kernloze bloedlichaampjes zouden hebben als wij, dan zouden ze hun haarvaten mijns inziens verstoppen. Onze bloedlichaampjes hebben deze vorm, omdat ze het meest geschikt zijn voor ons systeem van ademhaling met de miljoenen longblaasjes. De vogels hebben daarentegen evengrote maar ellipsoïde, zeer gestroomlijnde bloedlichaampjes. Deze vorm wordt in stand gehouden door de compacte kern in het bloedlichaampje. Dit type bloedlichaampje moet dezelfde zuurstofopnamecapaciteit (verhouding van oppervlakte-haemoglobinevolume ) hebben als ons type bloedcel, maar is geschikt om zeer snel te kunnen stromen door de haarvaatjes rond de parabronchiën. Vogels hebben een enorm efficiënte manier van ademhaling, geheel geschikt voor hun actieve vliegende levenswijze. Is een reptielen-ademhalingssysteem ook nog eens door toeval en selectie om te bouwen tot dat van de vogels? Laten we het maar niet noemen, moeten de schrijvers van de leerboeken gedacht hebben….Ik vind het daarentegen een prachtig voorbeeld van Design!
Als voor biologen de evolutionistische argumentatie uiteindelijk stokt, wordt de datering van de aardlagen en de miljoenen jaren opgevoerd. Er moeten argumenten worden gezocht buiten het eigen vakgebied….- Dat is een ander onderwerp, maar een voorzet kan gegeven worden. In ‘ons model’ zijn de aardlagen niet langzaam in miljoenen jaren gevormd, maar snel in catastrofale perioden.
Figuur 1
Figuur 2
Drs. H. R. Murris docent biologie Evangelische Hogeschool, Amersfoort en Pieter Nieuwland College, Amsterdam
figuur 1
figuur 2
Waarom verzet tegen evolutieleer? Wat is het doel?
Onderscheiden waarop het aankomt
Het gaat om het geloof in Jezus Christus, niet om oppositie tegen serieuze wetenschappers. Evolutieleer is niet meer of minder anti Bijbels, dan wat geleerd wordt bij veel andere vakken. Bijvoorbeeld:
– Economie, waar geleerd wordt begeerte op te wekken bij de mens, die onbeperkte behoeften zou hebben, gaat in tegen wat Gods Woord zegt over begeren en behoeften (Ex.20:17; 1Tim.6:8,9). (zie bv http://www.dewegwijzer.net/econweb.html )Of
– vreemde talen, waarbij de kinderen horoscopen leren lezen. Of
– sommige lessen in creatieve vorming die volgens bijbelse normen als onreinheid, hoererij en afgoderij geoordeeld zouden moeten worden.
Laten we ook letten op het gevaar dat dreigt vanuit de Islam. Fundamentalistische islamieten grijpen het verzet tegen de evolutieleer aan om polarisatie te bewerken. Het doel van de Islam is niet de eer van God de Vader van onze Heiland Jezus Christus.
David en Goliath als voorbeeld
Hoe kunnen wij als discipelen van Jezus Christus onze kinderen wapenen tegen de evolutiegedachte? Laten we een voorbeeld nemen aan de wijze waarop David streed tegen Goliath. (1Sam.17)
1. David maakt geen gebruik van de normale wapens. Hij ontdeed zich van de wapenrusting van Saul, want hij had het gebruik daarvan ‘nog nooit beproefd’. (1Sam.17:38,39) Als gelovigen kunnen wij ons ook beter onthouden van wetenschappelijke argumenten als we niet ervaren zijn in het betreffende vakgebied.
2. David ging vijf gladde stenen in de beekbedding zoeken, projectielen die door het water geslepen zijn. In de Bijbel is water een beeld van de Heilige Geest of Gods Woord en het getal vijf duidt op de menselijke verantwoordelijkheid. David gebruikte zijn vijf zinnen die door omgang met Gods Geest geslepen waren. Ook wij moeten ons in de eerste plaats wapenen door te groeien in geloof en kennis van Gods Woord.
3. David koos de juiste steen om Goliath te treffen. Pas toen Goliath dichtbij was koos David de juiste steen uit zijn tas. (1Sam.17:48,49). Het lijkt er op te wijzen dat David zorgvuldig afwoog welke afmeting en gewicht de steen moest hebben om door de onbeschermde spleet in het harnas van Goliath te gaan en het voorhoofd met voldoende kracht te treffen. Een te grote steen zou afketsen op de helm en een te lichte steen zou onvoldoende impact hebben. Ook wij moeten met overleg de strijd voeren en het juiste wapen gebruiken.
4. David besefte dat het een geestelijke strijd was. Het ging om de eer van God. (1Sam.17:45-47). Ook wij moeten beseffen waarop het aankomt. Het gaat om de eer van God en om mensen te waarschuwen voor het komende oordeel (2Petr.3:1-10)
Welke wapenen heeft een kind van God tegen de evolutieleer?
Het stellen van de kernvragen
Waar kom je vandaan?, waarom ben je hier?, waar ga je naar toe als je sterft? Als de mens door toeval ontstaan is en wij hier toevallig zijn, wat is dan de zin van het leven?
De evolutieleer heeft geen antwoorden op deze vragen. Door het geloof in Jezus Christus hebben we wel antwoord op deze vragen.
Het oordeel van Gods Woord
“Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen………Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben”. (Rom.1:18, 20)
Wij kunnen God niet zien, want God is Geest. Maar wij kunnen aan wat we zien afleiden welke Geest werkzaam is. De complexheid, de wetmatigheid, de schoonheid enz van de natuur wijzen op een intelligente, creatieve uiting.
Het geloof als innerlijke zekerheid
“Dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof”. (1Joh.5:4)
“Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is. Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen. Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling”. (1Joh.4:4-6)
Geloof: een geestelijke wedergeboorte, een genade
“Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien “. (Joh.3:3)
“Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest… Doch een ongeestelijk mens aanvaard niet wat van de Geest Gods is, ………. hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is”. (1Kor.2:10, 14)
“Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God”. (Ef.2: 8)
Kennis van het Woord van God
De Bijbel zegt:
“Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde toen zij geschapen werden”. (Gen.2:4).
“Door het geloof verstaan wij dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare”. (Hebr.11:3).
De Bijbel zegt:
“… want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, ….. ” ( Exodus 20:11)
De Bijbel zegt:
“En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen”. (Genesis 1:27)
“toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen”. (Genesis 2:7)
“God heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt”.(Hand.17:26)
Het veronderstelde evolutionaire proces levert niet één enkele Adam op.
De Bijbel zegt:
“Wat de mensenkinderen betreft, God wil hen schiften en laten zien, dat zij eigenlijk dieren zijn”.(Pred.3:18)
Door de evolutietheorie voeren de mensen Gods wil uit. De evolutieleer geeft een rationele verklaring voor het beestachtige gedrag van de mens.
Vier grote raadsels van de schepping voor de biologie
Is het wel waar?
Aanhangers van de scheppingsleer (creationisten) wordt vaak verweten dat ze de ‘onbegrijpelijke wonderen van de natuur’ aangrijpen om daarmee te bewijzen dat er wel een Schepper moet zijn: “Het zit te mooi en te complex in elkaar – dat moet God wel gedaan hebben.”
Er is een eigenaardige geschiedenis gaande aangaande dit onderwerp. Zodra we, natuurwetenschappers, een wonder kunnen begrijpen en uitleggen is God als oorzaak niet meer nodig. Naarmate onze kennis over de (levende) natuur toenam, verdween de ‘noodzaak’ van een Schepper stapje voor stapje uit de natuurwetenschap: De onbegrijpelijke, bovennatuurlijke “Acts of God” werden begrijpelijk en natuurlijker, dus waren het geen goddelijke daden meer. Wij leven nu in een tijd waarin wij als ‘aanhangers van de idee van de goddelijke schepping’ als achterlijk of onwetend worden beschouwd. Creationisten worden steeds weer op een zijspoor gezet: ‘onwetenschappelijk’, ‘geloof is geen wetenschap’, ‘wil je de geschiedenis van de aarde in die paar duizend jaar proppen?’ ‘Wie nu nog in schepping gelooft, is gelijk aan iemand, die gelooft dat de maan van groene kaas is’, enzovoort.
Kinderen in de schoolbanken willen niet voor achterlijk enz. worden versleten, dus lijken dit wel argumenten om het geloof van de zondagsschool als achterhaald te beschouwen. De grote zekerheid van leerkrachten of tv-presentatoren, die de evolutietheorie aanhangen, straalt overtuiging uit. Het lijken wel evangelisten, brengers van goed nieuws, die de onwetenden moeten bekeren. En dan slaan we de spijker eigenlijk precies op de kop, want ze dragen een overtuiging, een geloof uit. Een geloof dat zeker weet van de dingen die ze niet kunnen zien (een variant op Hebreeën 11:1), want ze menen gelijk te hebben, omdat de wetenschap achter hen staat. Kijk maar in de ….encyclopedie, of kijk maar naar Teleac… In hun ogen moet het concurrerende creationistische geloof bestreden worden.
Schepping en/of evolutie
Voor een goed verstaan van de discussie over schepping en/of evolutie moet goed voor ogen worden gehouden dat het enerzijds in de grond van de zaak een botsing tussen twee geloofsopvattingen is. Voor velen is de darwinistische evolutieleer een prachtige aanleiding om niet in God te hoeven geloven. Het is een vrucht van de Franse revolutie met het “geen god, geen meester” principe. Want in God geloven is ook geloven in alles wat er bij hoort, zoals het rekenschap af leggen van onze daden…en dat is niet zo leuk, daar wil de ontwikkelde vrije mens vanaf, tenslotte…..
Anderzijds zijn evolutionisten zo overtuigd van hun gelijk, dat ze vrijwel elk ‘wonder in de natuur’ claimen als aanwijzing of bevestiging van hun kijk op de wereld. Dat is lastig, omdat je als aanhanger van de scheppingsleer dat eerst op z’n juiste plaats moet zetten en daarmee evolutionistische (nep)argumenten moet weerleggen, voordat je verder kunt. Daarom lijkt het alsof creationisten steeds tegen de evolutietheorie zijn en dat ze niets te bieden hebben hoe het dan wel zit. Maar dat heeft het scheppingsmodel wel. De micro-evolutie heeft bijvoorbeeld een duidelijke plaats in de Basistypenbiologie. Alleen beschouwen we micro-evolutie meer als de variabele aanpassing van organismen met een uitgebreid ingeschapen erfelijk potentieel waarbij we de natuurlijke selectie meer als een conservatieve kracht zien, die (de meestal schadelijke) mutaties uitschakelt.
Vier grote raadsels?
Voor dit artikel kunnen we verder niet uitgebreid op van alles ingaan. Ik zal me beperken tot een paar voorbeelden ter illustratie. Welke zijn die vier grote raadsels of geheimen, die de biologische en aanverwante wetenschappen op hun pad hebben?
Ten eerste het ontstaan van leven uit het levenloze, de abiogenese. De wetenschap heeft onvoorstelbaar veel aan het licht gebracht hoe levende cellen zijn georganiseerd met DNA, RNA, eiwitten, moleculaire machientjes enzovoort. Er zit een zeer diepe kloof tussen het levenloze en het levende. Weliswaar kunnen eenvoudige bouwsteentjes (zoals bepaalde aminozuren) van de biologische onderdelen van een cel op natuurlijke wijze worden gevormd. Maar dat is maar een fractie van wat nodig is, met volstrekt verkeerde verhoudingen en met allerlei levendodende bestanddelen. Een levende cel kan alleen maar voortgebracht worden door een al bestaande cel via de complexe celdeling. De ‘eenvoudigste’ cel (met alle andere echte celeigenschappen) moet tenminste zo’n 300 genen, complexe brokken informatie, bezitten om in een reeds zeer beschermd milieu te kunnen overleven.
Ten tweede, de embryonale ontwikkeling van bevruchte eicel tot volwassen individu: al die miljarden cellen komen ‘op hun plaats’ terecht. Elke cel van ons lichaam heeft alle informatie van het hele lichaam, maar gebruikt slechts dat deel wat voor zijn speciale taak nodig is. De cellen van ons netvlies kunnen licht waarnemen, de cellen in onze knieholte niet… Er komt in de ontwikkelingsbiologie wel steeds meer informatie beschikbaar over regelgenen en andere, niet direct aan het DNA gebonden eigenschappen van een cel. Een uitgebreid nieuw onderzoeksgebied met vele mogelijkheden, ook op medisch terrein. Alles lijkt wel doelbewust ontworpen…
Ten derde, het ontstaan van al die verschillende soorten organismen met al die verschillende bouwplannen. Al kun je grote groepen organismen samenvoegen tot groepen als Hoofdafdelingen of Stammen, zoals een evolutionist zegt. Meteen zal een darwinist zeggen: “Maar dat hebben wij opgelost met onze wonderschone theorie!” Toegegeven, dit grote raadsel schijnt te zijn opgelost voor de biologie, de evolutionistische biologie wel te verstaan. De creationistische biologie heeft de Basistypenbiologie ontwikkeld, die al de ‘bevindingen en hypothese van evolutionistische kant’ op dit gebied beantwoordt, zoals eerder gezegd..
Ten vierde, misschien wel het grootste raadsel, natuurwetenschappelijk gezien, is het bestaan van de menselijke geest. Hoe kan uit materie iets geestelijks, zoals gedachten en taal ontstaan? Nu proberen evolutionisten de geestelijke eigenschappen wel te bagatelliseren en te reduceren tot eigenschappen van de materie, maar dat is geen eenvoudige zaak om het daarmee af te doen. Volgens de Bijbel mogen wij weten dat we zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en is door Hem ons onze geest ingeblazen.
De evolutietheorie pretendeert een algemene theorie voor de hele biologie?
Elke serieuze aanval kunnen de aanhangers naar eigen zeggen pareren. Een voorbeeld uit Bionieuws 11 (6-6-2003):
“En opnieuw wordt er gezaagd aan de poten van de stoel van de evolutietheorie. De zaag heet dit keer Intelligent Design en is tien jaar geleden bedacht door de Amerikaanse jurist Philip Johnson.”….
“En nu deugt de evolutietheorie niet, omdat complexe systemen niet door toeval kunnen ontstaan. Opnieuw staan biologen zuchtend op om geduldig de theorie te verdedigen en te verklaren. Onder hen de Amsterdamse biochemicus, Piet Borst…” (Gaby van Caulil, hoofdredacteur)
Borst is een felle darwinist, die het niet kan laten te sneren tegen andersdenkenden, zoals christenen, die de Bijbel aux serieus nemen op het gebied van de schepping en de ouderdom van de aarde. Een uitspraak van Borst over de ‘belachelijke idee van een Schepper-knutselaar’ is hiervoor treffend en citeer ik uit zijn column tegen Intelligent Design, uit het NRC van 3 maart:
….”Naarmate we meer details leren kennen van die ogenschijnlijk zo perfecte natuur, beginnen de compromissen meer op te vallen. Een knutselaar is geen ontwerper en knutseloplossingen zijn vaak knullige oplossingen. Dat begint al met ons DNA, dat vol oude rommel zit, resten van virussen, die een tijd lang rondgesprongen hebben in het genoom van onze voorouders totdat ze uiteindelijk zijn getemd. Zo’n 45 procent van ons totale DNA bestaat uit deze rommel. Geen ontwerper zou dat hebben ingeprogrammeerd.”….
Volgens hem zit ons DNA dus vol met rommel, het zogenaamde junk-DNA, DNA dat nergens voor codeert, maar een rest is van een miljoenen jaren durende evolutionaire geschiedenis. Maar onlangs bleek alweer dat deze, reeds jaren eerder door hem geponeerde gedachte iets al te makkelijk evolutionistisch vooringenomen is. We weten nog maar zo weinig van de werking van de erfelijkheid, ook behorend tot de vier raadsels, dat allerlei vooroordelen ronduit hooghartig zijn. Een zogenaamd pseudo-gen blijkt wel een functie te hebben (Nature begin mei). En al eerder is naar voren gebracht dat DNA grote delen bevat die niet coderen, omdat ze als bouwsteen dienen, zeg maar een tussenstukje om het wel coderende deel vast te houden en te plaatsen. Het lijkt een beetje op de vroegere argumentatie van de rudimentaire organen, waar we er wel 180 van hadden. In het voortgaande onderzoek bleken de meeste van deze zogenaamde resten uit ons evolutionaire verleden levensbelangrijke functies te hebben. Ook de paar nog wel genoemde rudimentaire organen hebben functies.
Vogellongen
Nu ben ik zelf bioloog, geef les in biologie en behandel de evolutietheorie naast de creatietheorie. We bewegen ons zo goed mogelijk op het natuurwetenschappelijke vlak, maar dan ook compleet. Dan behandel ik ook wel eens de weggelaten problemen voor de evolutietheorie, die je niet vindt in de evolutionistisch geschreven leerboeken. Vanuit de idee van de doelmatige, ontworpen schepping kan je namelijk ook belangrijke ontdekkingen doen. Dat is toch een van de voorwaarden van goede wetenschap: onderzoek stimuleren en nieuwe ontdekkingen doen? “Zouden er misschien dingen te vinden zijn, die je vanuit het scheppingsontwerp zou kunnen ontdekken, maar niet vanuit het darwinisme?” Een voorbeeld uit de eigen praktijk.
De biologieleerboeken zijn hoofdzakelijk thematisch van opzet, dat wil zeggen dat een onderwerp als “ademhaling” behandeld wordt voor achtereenvolgens planten, wormen, insecten, vissen, amfibieën, reptielen en zoogdieren. De evolutionaire keten vissen-amfibieën-reptielen-zoogdieren komt zo goed uit de verf. Waarom niet de ademhaling van vogels behandeld? De vogels zijn volgens het evolutiemodel toch afstammelingen van de dinosauriërs/reptielen? Uitgebreid wordt dat in een ander hoofdstuk aannemelijk gemaakt met de ontwikkeling van vogelveren uit reptielenschubben, hoewel dat ook al een hele toer is. Hoe maak je erfelijk gezien een complexe veer uit een schub? Vogels laten zelf ook schubben groeien op hun poten, maar reptielen laten geen veren groeien. Hoe zouden ze aan die informatie moeten komen? Geleidelijk ontwikkeld? En vliegen is ook geen koud kunstje. Daar is een stevig superlicht met lucht gevuld skelet voor nodig, enz, enz… Maar we hebben tenslotte Archeopteryx, de oervogel met tanden in z’n bek, als ‘missing link’. In het scheppingsmodel is dit dier op te vatten als een (uitgestorven) Basistype. al zijn er zulke eigenaardigheden in z’n bouw, dat sommigen nog steeds aan een vervalsing blijven denken. (zie bijv. mijn artikeltje Archaeopteryx, vat vol tegenstrijdigheden, Bijbel&Wetenschap 134, 1990)
Maar waarom wordt nu toch niet naar het ademhalingssysteem gekeken? Ik denk dat dat al te veel gevraagd is. Het ademhalingssysteem van vogels is zo volstrekt uniek en anders opgebouwd dan de genoemde reeks dieren, inclusief de mens. Vogels hebben een soort ’turbolongen’, die zelf nauwelijks van vorm veranderen. Dat doen wel de blindzakken, die werkelijk overal in de vogel zitten, tot in de holle botten toe (zie figuur 1).De vogellong maakt tweemaal gebruik van de lucht. De eerste maal bij het inademen, de tweede maal bij het uitademen. Tussendoor stroomt de lucht in de blindzakken, die als blaasbalgen door de spieren en het skelet van de vogel beurtelings onder druk worden gezet. De longen zelf hebben geen longblaasjes zoals bij ons, maar bestaan uit lange buisjes, parabronchiën (zie figuur 2), waar de haardunne bloedvaatjes omheen gespiraliseerd zijn. De lucht stormt letterlijk door de buisjes en staat snel z’n zuurstof af aan de zelfs daarop aangepaste rode bloedlichaampjes. Als ik namelijk met mijn leerlingen de twee verschillende typen bloed microscopisch bestudeer, dan vallen enig dingen op. Als vogels dezelfde platte dropvormige en kernloze bloedlichaampjes zouden hebben als wij, dan zouden ze hun haarvaten mijns inziens verstoppen. Onze bloedlichaampjes hebben deze vorm, omdat ze het meest geschikt zijn voor ons systeem van ademhaling met de miljoenen longblaasjes. De vogels hebben daarentegen evengrote maar ellipsoïde, zeer gestroomlijnde bloedlichaampjes. Deze vorm wordt in stand gehouden door de compacte kern in het bloedlichaampje. Dit type bloedlichaampje moet dezelfde zuurstofopnamecapaciteit (verhouding van oppervlakte-haemoglobinevolume ) hebben als ons type bloedcel, maar is geschikt om zeer snel te kunnen stromen door de haarvaatjes rond de parabronchiën. Vogels hebben een enorm efficiënte manier van ademhaling, geheel geschikt voor hun actieve vliegende levenswijze. Is een reptielen-ademhalingssysteem ook nog eens door toeval en selectie om te bouwen tot dat van de vogels? Laten we het maar niet noemen, moeten de schrijvers van de leerboeken gedacht hebben….Ik vind het daarentegen een prachtig voorbeeld van Design!
Als voor biologen de evolutionistische argumentatie uiteindelijk stokt, wordt de datering van de aardlagen en de miljoenen jaren opgevoerd. Er moeten argumenten worden gezocht buiten het eigen vakgebied….- Dat is een ander onderwerp, maar een voorzet kan gegeven worden. In ‘ons model’ zijn de aardlagen niet langzaam in miljoenen jaren gevormd, maar snel in catastrofale perioden.
Figuur 1
Figuur 2
Drs. H. R. Murris docent biologie Evangelische Hogeschool, Amersfoort en Pieter Nieuwland College, Amsterdam
Kernvragen met betrekking tot onze oorsprong
Kernvragen met betrekking tot onze oorsprong
Ouders kunnen meemaken dat hun kinderen het zwaar te verduren hebben omdat ze op school door hun leraar belachelijk gemaakt worden vanwege hun geloof in een schepping.
De onderstaande case zou gebruikt kunnen worden als illustratie van de omgekeerde situatie om op deze wijze de leerkracht tot andere gedachten te brengen en om de kinderen te bemoedigen en steunen in de vrijheid van meningsuiting.
1- Waar kom je vandaan ?
2- Waarom ben je hier; wat kom je hier doen ?
3- Waar ga je heen ?
Ervaring van een docent natuurkunde.
De evolutietheorie heeft zijn miljoenen verslagen en doet dat nog.
Ik heb na jaren geleerd leerlingen en volwassenen de dwaasheid van de evolutietheorie te doen inzien met drie vragen:
1- Waar kom je vandaan als evolutionist t.o de gelovige
2- Wat kom je hier doen als evolutionist t.o de gelovige
3- Waar ga je heen als evolutionist t.o. de gelovige
De uitwerking is frappant. Zonder de (eenvoudige mens) door een enorme rijst-en-brijberg heen te werken van geofysica, natuurkunde en biologie, confronteer je een niet deskundige met de leegheid van de leer van de evolutionisten. Steeds weer “overkomt” mij zo’n interessante discussie.
Bijvoorbeeld in een “droge” natuurkundeles. Na een introductie via een discussie over ontsnappingssnelheid van raketten en het oneindige heelal komt er een discussie over schepping en evolutie
Dan zoeken we een overtuigd “evolutionist” uit en verdelen het bord in twee helften. We spitsen de discussie toe op één overtuigd evolutionist én de gelovige leraar. De klas luistert. Ze voelen, dat er nu een beslissing moet komen.
1- Jij als evolutionist: waar kom je vandaan?
Steevast antwoord: ‘van mijn vader en moeder (of dubbelzinniger)’
Je snapt wel wat ik bedoel: Waar komt de mens vandaan?
‘Van de apen’.
Oké: ga verder. (verder komen ze in 99 van de 100 gevallen niet, en dus vul ik aan): je stamt als aap van een of ander zoogdier af en dat weer van een reptiel en die weer van een vis en die weer van eencellige diertjes. En sommigen beweren, dat die eencelligen zomaar uit een soort oersoep zijn ontstaan. En waar komen die diertjes of ook wel wiertjes vandaan/ van moleculen. En waar komen die vandaan? ….. Uit het niets……Da’s een vreemd soort geloof! Je komt uiteindelijk uit het niets!
‘En U dan met uw geloofje?’
God wilde dat ik geboren werd en heeft mijn vader en moeder gebruikt om mijn (eeuwige!!!) ziel een lichaam te geven! Ik kom van GOD! Hij wilde mij! Heel doelgericht! ==> dat komt dus op de rechterbordhelft.
2- een ander “slachtoffer” evolutionist: Bram, wat kom jij hier doen op deze aarde?
Steevast antwoord : ‘Lol maken’ of iets serieuzer: ‘een meisje vinden en een leuke baan’.
Waar dient dat dan voor?
‘Stomme vraag: ik wil gewoon gelukkig worden en lekker leven.’
En als je nu eens gehandicapt op de wereld komt en géén meisje vindt: heb je dan geen doel?
‘Dan heb je gewoon pech gehad: daar zit ik eigenlijk niet zo mee…’
Bram: nog een keer: wat is het doel van jou leven, ook als je gelukkig getrouwd bent, lieve kinderen hebt en een fantastische baan met een Rolce Royce?
‘Daar heb ik nooit zo over nagedacht. Ik wil gewoon leven. Dan gaat het mij niet zo om die moeilijke vragen.’
Je wilt toch niet zeggen, dat je leeft om te leven?
‘Ja, als U het zo zegt.’
Dus je zeilt om het zeilen, zonder te weten waar de reis naar toe gaat?” ‘Ja, dat kun je toch niet weten’.
Mag ik dan zeggen, dat je leven niet doelgericht is, maar meer op jezelf gericht is?
‘Ja’.
==> Op het bord komt links: NIET doelgericht/ DOELLOOS. Op de rechterbordhelft komt: God heeft een plan met mijn leven en heeft mij daarom geschapen. Hij wil graag, dat wij ons beschikbaar stellen, zodat we bruikbare, nuttige mensen worden voor Hem.
3- Een derde “slachtoffer” ondergaat tenslotte de “hamvraag”:
Marieke, waar ga jij als echte evolutionist, na je dood naar toe?
Marieke antwoordt direct en beslist. ‘Dood is dood- het licht is uit en ik hoop in mijn kinderen verder te leven.’
En als je dan geen kinderen krijgt…
‘Pech gehad’.
Dus na de dood is bij jou niets meer?
Felle reactie: ‘En U gaat zeker naar de hemel omdat U zo braaf geweest bent hè?’
Ik ga naar de woonplaats van God, omdat ik vriendschap met God heb, door Jezus die mijn fouten en gebreken heeft geboet! En ik zal een eeuwigheidslichaam krijgen om Hem later óók te dienen! Veel christen bidden daarom al eeuwen: “Uw Koninkrijk kome!” Daar hebben én krijgen we een taak. Hoe is nog niet duidelijk zegt de bijbel. Dat is ècht VET-COOL!
‘Klinkt nogal sprookjesachtig’ is een reaktie.
Oké: dát is zo!
Maar wat als je evolutionist bent:
1-Je komt uit het niets
2- Je hebt geen doel: dus ook Niets
3- Je gaat naar het niets!
Vind je dat sprookje dan zo aantrekkelijk?
Energie mysterie
Voor opbouw van moleculen en cellen is energie nodig, bruikbare energie.
Die energie wordt geleverd door de zon.
De energie van de zonnestraling wordt opgeslagen in energierijke moleculen en voedsel.
Wetenschappers die onderzoek doen aan dit molecuul melden:
Fotosynthese blijft mysterie (Chemisch weekblad 30 oktober 2004)
Hoe planten licht efficiënt gebruiken om zuurstof aan te maken,
is een groot mysterie.
ELEKTRONENPOMP
In het fotosysteem wordt water onder invloed van licht omgezet in zuurstof. Om de elektronen uit water los te weken is een – voor de levende natuur – erg hoge spanning nodig van 1,2 volt. Deze spanning is gelokaliseerd op een complex van chlorofylmoleculen, aangeduid met P680. Dit heet zo doordat het complex wordt aangeslagen door licht met een golflengte rond de 680 nanometer.
Binnen enkele picoseconden nadat P680 een foton heeft opgenomen, draagt het een elektron over op feofitine. Het radicale kation P680+ dat zo ontstaat, heeft een nog grotere affiniteit voor elektronen dan het zuurstofatoom in water en zal deze dan ook wegnemen. Vier mangaanionen katalyseren dit ‘strippen’ van watermoleculen. P680+ ontvangt de elektronen vervolgens hartelijk om in zijn neutrale toestand terug te keren.
Hoe P680 het voor elkaar krijgt zo’n hoge redoxpotentiaal op te bouwen en te behouden is nog een groot mysterie. “Het is in de natuur erg lastig om een potentiaal zo hoog te houden” Een deel van het P680-complex gaat regelmatig kapot, maar wordt gelukkig snel vervangen via een efficiënt recyclesysteem.
Terwijl wij op dit moment zuurstof inademen en verbruiken, zijn planten hard aan het werk met de productie van dit voor ons noodzakelijke gas. Op een zeer efficiënte manier zetten ze met behulp van zonlicht, kooldioxide om in zuurstof Bij dit proces, fotosynthese, zijn vele moleculaire complexen betrokken die elektronen en protonen uitwisselen. Wetenschappers in Leiden onderzoeken een belangrijke stap in dit proces dat nog niemand volledig begrijpt.
Conclusie:
Ontwikkeling van leven vergt energie.
Bij de evolutietheorie wordt aangenomen dat deze bruikbare energie geleverd werd door de zon. Zonne energie wordt onder invloed van P680 omgezet in bruikbare energie.
Het mysterie: waar kwam de energie vandaan die nodig was om het P680 complex te vormen ?
Een onderdeeltje van P680 is het chlorofyl:
Over fotosynthese is te lezen op de site:
http://www.life.uiuc.edu/govindjee/photoweb/
Evolutie theorie de Bijbel
Evolutie theorie; de Bijbel
Hoe kijkt men, wat ziet men?
Aardrijkskunde studenten leren “geografisch” waarnemen. Ze leren dat men alleen datgene ziet wat men herkent. Een ongeschoolde ziet bijvoorbeeld alleen een stad aan een rivier. Een geograaf interpreteert de ligging aan de buitenbocht van de rivier als de meest geschikte plaats waar schepen vroeger konden landen en neemt nog veel meer waar, wat door een leek niet gezien wordt omdat hem daarop nooit gewezen is.
Geschiedenis studenten leren over “standplaatsgebonden” waarnemen. Dat wil zeggen dat wat we zien of interpreteren niet alleen afhangt van wat er feitelijk gebeurt, maar ook vanuit welke positie of visie wij er naar kijken. Dat kan bijvoorbeeld een ieder dagelijks constateren uit wat er in de kranten staat. Afhankelijk van de redactie van de krant zal het bericht gekleurd zijn en afhankelijk van ons standpunt zullen we het interpreteren.
Studenten in de exacte vakken leren dat natuurwetenschappelijke bewijsvoering berust op experimenten die in het heden herhaalbaar zijn, onafhankelijk van de mens.
Hoe de evolutietheorie te beoordelen?
De evolutietheorie gaat over een eenmalige gebeurtenis in het verleden. Per definitie valt deze theorie dus niet natuurwetenschappelijk te bewijzen.
Interpretatie van fossielen (versteende resten van organismen) in een model, het werk van de paleontologie valt dus niet onder natuurwetenschappelijk onderzoek, maar ligt op het terrein van geschiedenis of geografie.
Dat betekent: standplaatsgebonden waarnemen en interpreteren op een wijze die men geleerd heeft. Wat men ziet, interpreteert men in de visie die men al heeft.
Alle waarnemingen in het heden worden doorgetrokken als een geschiedenis van het verleden, om een verklaring te geven voor de oorsprong van de mens en het heelal.
Hoe zien we de Bijbel?
Ook de Bijbel is geschiedenis. Geschiedenis die in een zestigtal boeken gedurende circa 1500 door een veertigtal schrijvers op schrift gesteld is. Evenals alle geschiedenis opgesteld met een bepaald doel. De Bijbel is heilsgeschiedenis. Dat wil zeggen: het doel van de bijbelse geschiedenis is: Heil, genezing. Niet in de eerste plaats genezing van de zichtbare mens, zijn lichaam, maar van de onzichtbare mens, zijn ziel en geest. Ook de Bijbelse geschiedenis geeft een verklaring van de oorsprong van de mens en het heelal. Maar daarbij verklaart de Bijbel ook de oorzaak van ziekte, verdriet, ellende enz. en wijst bovendien de weg naar vrede, rust en de toekomst van de mens.
Geschiedenis: door een gekleurde bril kijken.
Geschiedenisboeken in de verschillende landen zullen een zelfde gebeurtenis verschillend behandelen. Dat zal elke scholier begrijpen.
– In onze protestants christelijke schoolboeken werd Prins Willem I genoemd ‘vader des vaderlands’. In het Rooms Katholieke Spanje werd zijn tegenstander Philips II als een heilige beschouwd.
– De Zweedse kinderen leren de Vikingen zien als dappere zeevaarders die welvaart thuis brachten. Dezelfde mensen staan in onze geschiedenisboekjes beschreven als Noormannen, gevreesde rovers.
En de wijze waarop tegen de vroegere koloniën en de slavernij gekeken wordt, bepaalt ook in sterke mate de geschiedschrijving daarvan.
Scholieren kan op deze wijze duidelijk gemaakt worden dat het mogelijk is verschillende conclusies te trekken uit archeologische vondsten en fossiele resten. En dat de plaatjes met aapachtige mensen in hun geschiedenisboeken een artistieke weergave is van wat de historicus denkt te kunnen besluiten uit een paar botten of kiezen. Want meer wordt er niet gevonden.
Archeologie: soms inlegkunde
Een voorbeeld van inlegkunde bij een archeologisch onderzoek vindt men in wat theologiestudenten geleerd wordt. Uit het feit dat men bij opgravingen over een gebied van 60 m2 in Jericho geen bepaalde blauwe scherf vond, trekt men de conclusie dat de stad Jericho al 300 jaar vóór Jozua verwoest was. Een reactie van een leerlinge 2e klas MAVO: “Waarom heeft men dan niet op een andere plek gegraven?”
Technische wetenschappen
De scholieren zijn onder de indruk van wat technisch gepresteerd wordt. Alles lijkt mogelijk. Daardoor ontstaat bij hen de indruk dat de wetenschap alles kan.
Er is echter een groot verschil tussen de technische wetenschappen en de meer filosofische. Kenmerk van de techniek is dat het gebaseerd is op experimenten die in het heden herhaald kunnen worden.
Natuurwetenschappelijk is noch de evolutietheorie, noch de Bijbelse verklaring over de oorsprong van de mens en het heelal te bewijzen. Wat natuurlijk wel kan is de verschijnselen die we om ons heen zien inpassen in een model, dat past bij de visie die men heeft.
Het gaat dus om de vraag: hoe wil je kijken?
Basisvorming
Godsdienstmethode voor de basisvorming in het voortgezet onderwijs:
Klassen 1-3 havo/vwo
Klassen 1-4 vmbo.
Kennis van de Bijbel
De Bijbel in de Basis is een eigentijdse bijbelcentrische methode voor het godsdienstonderwijs in het voortgezet onderwijs. Inhoud en vormgeving sluiten aan bij de leerwereld van de leerling van de 21e eeuw. De authenticiteit van de Bijbel wordt niet ter discussie gesteld. De gebeurtenissen zoals die in de Bijbel zijn beschreven, worden waar nodig toegelicht. Vergroten van kennis en begrip van de Bijbel neemt een belangrijke plaats in. De kenmerken van de andere wereldgodsdiensten komen terloops aan de orde,
Daarnaast reikt de methode leerlingen bijbelse waarden en normen aan die hen in staat stellen een bijbels wereldbeeld te vormen en een christelijke levensstijl te ontwikkelen.
De methode bestaat uit drie delen voor het vmbo, drie delen voor havo/vwo en een uitgave voor de tweede fase.
De vier delen van de methode komen overeen met de indeling van de bijbelboeken:
1. Wet
De geschiedenis van het Joodse volk zoals weergegeven in de Torah, de vijf boeken van Mozes
2. Evangelie
De geschiedenis van Jezus zoals weergegeven in de vier Evangeliën
3. Profeten
Gods handelen met het Joodse volk door richters, koningen en profeten
4. Apostelen
Gods handelen met Jezus’ volgelingen, de gemeente, vanaf de apostelen tot aan Christus’ wederkomst
Op deze wijze verkrijgt de leerling een goed begrip van de boodschap van de Bijbel als geheel en verwerft hij kennis en begrip voor de waarden en normen van het leven. Zo leert de leerling in deel3 onderwerpen als onrecht, leugen, het occulte en racisme vanuit Gods gezichtspunt te bezien.
De Bijbel in de Basis voor de basisvorming
Elke les maakt onderscheid tussen basisstofen verrijkingsstof. Voor het verwerken van de basisstof is geen voorkennis van de bijbel of van bijbelse begrippen vereist.
Van deze drie delen bestaat ook een versie in de Statenvertaling, gericht op reformatorisch onderwijs.
Voor het derde jaar zijn de delen 3 en 4 gecombineerd tot één deel Apostelen en Profeten.
Docentenondersteuning
Bij elk deel van zowel de havo/vwo als de vmbo-methode is een uitgebreide docentenhandleiding beschikbaar met didactische uitgangspunten, lesdoelen, extra-informatie en antwoorden bij de opdrachten. Toetsen (meerkeuzevragen) kunt u downloaden van de website van NijghVersluys.
Cd-rom met toetsvragen voor de leerlingen
Deze cd-rom wordt meegeleverd met deel 3 van de docentenhandleiding en bevat ongeveer 3000 meerkeuzevragen, verdeeld over de delen 1, 2 en 3 van zowel de havo/vwo als de vmbo-editie. Een ideaal hulpmiddel voor de docent om na te gaan of de leerling de stof beheerst en voor de leerling om zich voor te bereiden op de repetitie.
Belangrijke begrippen uit de Bijbel
In de methode De Bijbel in de Basis komen de belangrijkste begrippen uit de Bijbel aan de orde. Vaak hebben die in het spraakgebruik een andere betekenis gekregen, zoals Gerechtigheid en Verzoening.
In het register staat de bijbelse betekenis van zo’n 300 kernbegrippen vermeld.
Voorbeeld: Verzoening
De Israëlieten hadden de priesterdienst niet zelf verzonnen. Alles was precies door God aangegeven en door Mozes zo aan hen doorgegeven.
Bij de volken woonden de goden ver weg en de mensen probeerden die te bewegen om naar hen te luisteren. Maar de God van Israël woonde juist onder zijn volk. Daar waren offers bedoeld om de zonden van de mensen te bedekken voor God. Door deze verzoening (bedekking van het kwaad) kon God, die heilig is, omgaan met de mensen, die zondig en onrein zijn.
In het Nieuwe Testament is Jezus Christus, de rechtvaardige, onze verzoening bij God. Johannes schrijft: Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden.
Bijbel in de basis
Godsdienstmethode voor de basisvorming in het voortgezet onderwijs:
Klassen 1-3 havo/vwo
Klassen 1-4 vmbo.
Kennis van de Bijbel
De Bijbel in de Basis is een eigentijdse bijbelcentrische methode voor het godsdienstonderwijs in het voortgezet onderwijs. Inhoud en vormgeving sluiten aan bij de leerwereld van de leerling van de 21e eeuw. De authenticiteit van de Bijbel wordt niet ter discussie gesteld. De gebeurtenissen zoals die in de Bijbel zijn beschreven, worden waar nodig toegelicht. Vergroten van kennis en begrip van de Bijbel neemt een belangrijke plaats in. De kenmerken van de andere wereldgodsdiensten komen terloops aan de orde,
Daarnaast reikt de methode leerlingen bijbelse waarden en normen aan die hen in staat stellen een bijbels wereldbeeld te vormen en een christelijke levensstijl te ontwikkelen.
De methode bestaat uit drie delen voor het vmbo, drie delen voor havo/vwo en een uitgave voor de tweede fase.
De vier delen van de methode komen overeen met de indeling van de bijbelboeken:
1. Wet
De geschiedenis van het Joodse volk zoals weergegeven in de Torah, de vijf boeken van Mozes
2. Evangelie
De geschiedenis van Jezus zoals weergegeven in de vier Evangeliën
3. Profeten
Gods handelen met het Joodse volk door richters, koningen en profeten
4. Apostelen
Gods handelen met Jezus’ volgelingen, de gemeente, vanaf de apostelen tot aan Christus’ wederkomst
Op deze wijze verkrijgt de leerling een goed begrip van de boodschap van de Bijbel als geheel en verwerft hij kennis en begrip voor de waarden en normen van het leven. Zo leert de leerling in deel3 onderwerpen als onrecht, leugen, het occulte en racisme vanuit Gods gezichtspunt te bezien.
De Bijbel in de Basis voor de basisvorming
Elke les maakt onderscheid tussen basisstofen verrijkingsstof. Voor het verwerken van de basisstof is geen voorkennis van de bijbel of van bijbelse begrippen vereist.
Van deze drie delen bestaat ook een versie in de Statenvertaling, gericht op reformatorisch onderwijs.
Voor het derde jaar zijn de delen 3 en 4 gecombineerd tot één deel Apostelen en Profeten.
Docentenondersteuning
Bij elk deel van zowel de havo/vwo als de vmbo-methode is een uitgebreide docentenhandleiding beschikbaar met didactische uitgangspunten, lesdoelen, extra-informatie en antwoorden bij de opdrachten. Toetsen (meerkeuzevragen) kunt u downloaden van de website van NijghVersluys.
Cd-rom met toetsvragen voor de leerlingen
Deze cd-rom wordt meegeleverd met deel 3 van de docentenhandleiding en bevat ongeveer 3000 meerkeuzevragen, verdeeld over de delen 1, 2 en 3 van zowel de havo/vwo als de vmbo-editie. Een ideaal hulpmiddel voor de docent om na te gaan of de leerling de stof beheerst en voor de leerling om zich voor te bereiden op de repetitie.
OMGANG MET COMPUTER EN INTERNET
Vraag
Hoe moeten wij er als christen-ouders mee omgaan als onze kinderen vragen naar internet, computerspelletjes enzovoort? Kleven daar niet heel veel gevaren aan?
Antwoord
Beste F.,
Zoals je in je brief al aangaf, is de tijd waarin onze kinderen opgroeien heel anders dan 20 of 40 jaar geleden. Buiten spelen, voetballen op straat e.d. gebeurt jammer genoeg nog maar heel
weinig. Al stuur je de kinderen dus de straat op, ze vinden er over het algemeen maar weinig leeftijdgenoten. En dat is nóg geen garantie voor een goed bestede middag!
Het is logisch dat onze kinderen en tieners uitdaging, beweging en ontspanning nodig hebben. Wat kunnen we hun dan wél aanbieden? En dan komen in onze digitale tijd inderdaad meteen de vragen op: wel of geen internet? Wel of niet een dvd? Welke programma’s en sites wel, en welke niet? Of we het nu willen of niet, onze kinderen móeten leren omgaan met de pc. De leerplannen van de scholen en opleidingen, en dus ook de leraren gaan er automatisch van uit dat de leerlingen
thuis toegang tot het internet hebben en er allerlei informatie vanaf kunnen halen. Bij verschillende vakken is het gewenst of zelfs vereist dat ze presentatie- en lay-out-programma’s (bijv. powerpoint) e.d. beheersen.
Een vriend van me schreef vorig jaar over dit thema: ‘We hebben tegen deze achtergrond geprobeerd onze kinderen een zorgvuldige omgang met de pc en met internet bij te brengen.
Daar hoorde ook bij dat we hun pas na hun 18e jaar een eigen computer gaven, wat toen trouwens ook dringend nodig was voor hun opleiding. Vóór die tijd mochten ze mijn eigen pc gebruiken, maar wél met de duidelijke afspraak dat ik alles – ook de sites die ze hadden bezocht – zou mogen natrekken. Ook moesten ze de deur van mijn kantoor open laten staan, zodat ze wisten dat we eventueel konden zien waar ze mee bezig waren’.
Misschien denk je, dat is toch puur wantrouwen naar je kinderen toe?! Nee, het is juist blind en dom als we hen niet begeleiden. Dat is toch de taak die we van de Heer hebben gekregen?! Helaas blijkt uit allerlei onderzoek wel dat ook christelijke ouders heel naïef met computerspelletjes, internet en sociale media omgaan, onder het motto: ‘Mijn kind doet er toch niets slechts mee…’. Onze tieners moeten nog leren met zulke dingen om te gaan. Wij als ouders zijn hun door God tot hulp gegeven. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit liefdevolle bezorgdheid om hun welzijn. Uiteraard zijn kinderen slim en weten ze uitstekend hoe ze hun ouders voor de gek kunnen houden, snel een minder fraaie website kunnen wegklikken, enz. Dat is soms een pijnlijke ontdekking, maar het geeft wél weer een opening om in alle openheid opnieuw over de gevaren van internet e.d. te praten.
Mijn vriend schreef verder: ‘Het bleef natuurlijk niet bij het leren van allerlei tekstbewerkingsprogramma’s. Onze jongste heeft regelmatig allerlei spelletjes gedaan en doet het nu nóg. Er zijn ook spelletjes bij die wij met z’n tweeën hebben gedaan. We moeten natuurlijk alle gewelddadige spelletjes principieel afwijzen. Maar gelukkig is er meer, bijvoorbeeld een variatie
aan behendigheidsspelletjes en digitale denkspellen. Je kunt bijvoorbeeld ook dammen en schaken op je computer. Echt dammen en schaken is natuurlijk sociaal gezien beter, maar
als je geen tegenspeler hebt, waarom dan niet op de pc? Dergelijke spelletjes zijn niet meteen zinloos en ook geen pure tijdverspilling, maar ze bevorderen het logische denkvermogen
van onze kinderen.Onze jongste heeft heel veel tijd doorgebracht met een digitaal constructieprogramma. Daarmee heeft hij huizen, kamers, meubels e.d. in elkaar leren zetten. De oefening met dit programma is een geweldige hulp nu hij aan zijn opleiding is begonnen’.
Ik vergelijk het internet vaak met een blad papier. Op papier kun je een bladzij uit de Bijbel afdrukken, maar ook een immorele foto. Papier is alleen maar een medium. Dat geldt strikt genomen ook voor het internet. Op internet bestaan uitstekende mogelijkheden van communicatie. Denk maar aan evangeliserende sites. Maar tegelijk staan er verdorven, duivelse en door en door zondige dingen op. Zoals overal in deze wereld. De bijzondere moeilijkheid van onze tijd is dat je niet meer een winkel hoeft binnen te gaan om een verdorven tijdschrift of boek te kopen, maar dat die verkeerde foto met één enkele muisklik op je beeldscherm staat. Soms zelfs ongewild. Vanuit die optiek is natuurlijk het risico van een verkeerd gebruik van internet vele malen groter dan bij een blad papier. Maar we kunnen niet weggaan uit deze wereld en zullen als ouders allereerst zélf moeten leren afgezonderd van deze wereld te leven, in dagelijkse gemeenschap met onze Heer, terwijl we wél gebruik maken van technisch neutrale communicatie- of leermiddelen.
En ook onze kinderen kunnen niet zonder internet, al zouden we het maar al te graag willen. Wij als ouders zullen hun dus te hulp moeten komen en hun heel nauwlettend moeten bijbrengen er op een goede manier mee om te gaan. Daar hoort ook bij dat we als ouders een kritische selectie van muziek en andere programma’s maken. Hoe ouder ze zijn, hoe meer we hen daarin zelf moeten betrekken, zodat ze doorkrijgen welke criteria vanuit Gods Woord een rol spelen. Dat lijkt me beter
dan elke omgang met de computer te verbieden.
Enkele tips:
‘Overigens, broeders, al wat waar, al wat eerbaar, al wat rechtvaardig, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, als er enige deugd en als er enige lof is, bedenkt dat … en de
God van de vrede zal met u zijn’ (Fil 4:8-9).
Ik ben me ervan bewust dat dit maar enkele korte overwegingen en tips zijn, maar hoop van harte dat het jou en je vrouw samen zal helpen om met de Heer een goede manier te vinden om je kinderen hierin te begeleiden.
E.H.W. Luimes
Bron: Uit het Woord der Waarheid, april 2012
DNA overeenkomst tussen mens en aap.
Opmerking van een evolutionist: Zo zijn 98,7 procent van de genen van de mens gelijk aan die van de chimpansee, 97,7 procent aan die van de gorilla en 96,4 procent aan die van de orang-oetan. Een opmerkelijk gevolg hiervan is dat we een bloedtransfusie van een chimpansee zouden kunnen krijgen als de bloedgroepen gelijk zijn (wat ook het geval is bij bloedtransfusies bij mensen onderling). Dit kunt u nalezen in “Want mens en dier hebben hetzelfde lot…” van Jane Goodall en Marc Bekoff en in “De aangeklede aap; het dier in de mens” van Desmond Morris. Zelf vindt ik dit een sterk argument vóór de evolutietheorie.
Antwoord van een gelovige wetenschapper: Juist die grote overeenkomst in het genetisch materiaal overtuigt mij dat een mens iets bezit wat een dier mist: een “niet-stoffelijk iets”, een geest die bewustzijn geeft. Ik kan niet geloven dat moleculen eiwit, DNA enz. kunnen denken. Wanneer u de biochemie van mensen en apen vergelijkt, zult u nog veel grotere verwantschap zien dan tussen het genetisch materiaal. (zie de biochemical pathways op www.expasy.org/cgi-bin/show_thumbnails.pl ). Dan zijn we zelfs verwant aan ratten, muizen en dergelijke. Wanneer we de vergelijking naar nog kleinere bouwstenen verleggen: de moleculen, zijn we zelfs verwant met planten. En gaan we nog iets kleiner kijken: naar de atomen, dan verschillen we zelfs niet van de aarde waarop we lopen en waarin ons lichaam na de dood terugkeert.
Omgekeerd kunnen we opmerken, dat wanneer we naar iets kijken dat verder gaat dan de lichamen van apen en mensen, we grote verschillen opmerken. Verschillen in intellect, in het relationele aspect en in het morele bewustzijn. Vooral het morele bewustzijn wijst er op, dat mensen iets bezitten dat boven hen uitstijgt: een geest. Het bezit van die geest wijst op de Geest van God.