Als er één discussie is waaraan je tegenwoordig je vingers lelijk kunt branden, vooral als je de discussie met jongeren en jongerenorganisaties aangaat, is het wel die over christelijke rockmuziek. De argumenten vóór en tegen vliegen over tafel en al snel raken de gemoederen oververhit.
Is het meer dan een gewoon generatieconflict tussen ouders en kinderen of een discussie over goed en kwaad?
Ja, want muziek spreekt direct tot de ziel van de mens en de invloed ervan (zowel van goede als van slechte muziek) valt niet te onderschatten. De vraag rest of het echter zo zwart-wit is en of goede muziek zo makkelijk van slechte muziek te onderscheiden valt.
In het kader van deze discussie kijken we naar elf argumenten die vóór christelijke rockmuziek spreken.
1) NIEMAND MOET DE BEDIENING OF MUZIEK VAN DE ANDER VEROORDELEN.
‘Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zult gij wedergemeten worden’ (Mattheüs 7:1,2).
Voorstanders van christelijke rock zijn dol op deze verzen, want ze sluiten de deur voor elke vorm van kritiek op hun favoriete band of artiest. Maar christenen zijn wel degelijk geroepen om te oordelen. In Leviticus 19:15 staat: ‘in gerechtigheid zult gij uw naaste richten.’ Of Johannes 7:24: ‘Oordeelt een rechtvaardig oordeel’. Jesaja 61:8: ‘Want Ik, de Heere, heb het recht lief’.
Er zijn meer teksten in de bijbel over oordelen, dan die twee verzen uit Mattheüs. Wie daar bovendien verder leest, ziet dat het in de context gaat over het oordelen op een hypocriete manier, niet over een rechtvaardig oordeel.
2) DE BIJBEL ZEGT DAT WE ONZE MUZIEK LUID MOETEN SPELEN.
‘Looft hem met geklank der bazuin… looft Hem met de trommel… looft Hem met snarenspel… looft Hem met klinkende cimbalen.’ (Psalm 150)
Wat is lofzang? Luidkeels schreeuwen, boven het oorverdovende geluid van elektrische gitaren: ‘Jezus is de weg!’…? Een gitaarsolo van 110 decibel? Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest. Hoe moet hij deze herrie verdragen? Rockmuziek is al veertig jaar het terrein van de duivel. Het is naïef om te denken dat door het veranderen van teksten het kabaal plotseling geheiligd is. De bron blijft hetzelfde, en wie zich verdiept in de inspiratiebronnen van christelijke rockers, komt dezelfde namen tegen als bij die van de wereldse rockmuzikanten.
3) OM ONGELOVIGEN TE BEREIKEN MOET JE HUN MUZIEK SPELEN
‘Allen ben ik alles geworden, opdat ik immers enigen behouden zou.’ (I Korinthe 9:22)
Toen Paulus deze woorden schreef, hoe ver was hij toen bereid te gaan, in zijn ijver verloren zielen te redden? Werd hij een alcoholist om de dronkaards te redden? Wentelde hij zich in seksuele zonden, om de prostituees te redden? Natuurlijk bedoelde Paulus dat niet. Er zijn grenzen. Als een christen het evangelie wil brengen in een kroeg, dan is dat zijn goed recht, maar zodra hij een eerste biertje meedrinkt met de drinkers daar, is de kracht van zijn getuigenis weg en het uiteindelijk doel van zijn komst, naar de achtergrond verdwenen. We moeten zondaars uit de kuil van het verderf trekken, niet er zelf ook in springen. De Here Jezus is die weg nooit gegaan, wij moeten dat ook niet doen.
4) ROCKMUZIEK IS NEUTRAAL. HOE JE ERMEE OMGAAT BEPAALT OF HET GOED OF SLECHT WORDT. ALS EEN CHRISTEN DE MUZIKANT IS, KAN DE HEILIGE GEEST ERDOOR HEEN WERKEN.
Muziek en soorten muziek zijn niet neutraal. Volgens alle serieuze medische, fysiologische en psychiatrisch onderzoeken, heeft muziek invloed en is de stijl en het ritme bepalend. Ook het Woord van God maakt duidelijk dat muziek niet neutraal is.
Het idee dat er een neutraal gebied is, is een occulte gedachte, , geen christelijke. De occulte leer over ‘De Kracht’ leert dat er een neutrale kracht is in alles wat leeft, die ten goede of kwade gebruikt kan worden. Zo kan hekserij goed én kwaad zijn, afhankelijk of het witte of zwarte hekserij is. Maar beide krachten komen uit dezelfde bron: satan. Wat zegt de Bijbel? Toen God naar zijn schepping keek, sprak Hij: ‘En Zie, het was zeer goed’. Er was geen neutrale grond. De occulte leer stelt dat ‘goed of kwaad in the eye of the beholder ligt. De Bijbel trekt echter van kaft tot kaft scheidslijnen tussen goed en kwaad.
5) WE MOETEN ROCKMUZIEK GEBRUIKEN OM EEN VERLOREN GENERATIE TE BEREIKEN, WANT DAT IS DE TAAL DIE ZIJ SPREKEN
Christenen verdedigen rockmuziek, want ‘onze muziek’ moet van hetzelfde niveau zijn als dat van de wereld, om niet bij voorbaat afgewezen te worden. Maar, er zijn grenzen aan de vormen van evangelisatie. Jezus vertelde zijn discipelen het stof van de schoenen af te kloppen, als mensen het evangelie niet aannamen. Liever dat, dan net zolang water bij de wijn doen, totdat het wel aanvaardbaar is. Als gospelrock zo nodig is om jongeren te bereiken, hoe zijn zij de afgelopen eeuwen dan bereikt? En waarom gebruikten Paulus, Silas en de andere geen muziek tijdens hun bediening? Destijds waren de mensen precies zo gevoelig voor de invloed van muziek als nu.
6) IK VOEL ME LEKKER DOOR GOSPELROCK. HOE KAN HET DAN VERKEERD ZIJN?
Deze dwaalleer heeft de kerk doortrokken op veel meer gebieden, dan alleen maar muziek. Christenen zijn niet tot geloof gekomen, maar ‘tot gevoel’, denk je soms. Goed voelen is belangrijker geworden dan heilige vrees voor God. Tegenwoordig draait het zelden meer om gehoorzaamheid aan God, maar om ons gevoel. We prediken binnen de kerkmuren een evangelie van liefde en gaan daarbij voorbij aan de vreze Gods. Die twee aspecten van het Evangelie moeten hand in hand gaan. Niemand in de hele Bijbel preekte meer over de hel dan Jezus zelf. Natuurlijk, soms gooien gospelrockers wat met teksten over Armageddon of het Laatste Oordeel, maar dat gaat verloren in het lawaai van headbangende rockers en de hossende menigte.
7) MAAR JONGEREN WORDEN GERED DOOR GOSPELROCK. HOE KUNNEN WE HET DAN VEROORDELEN?
Het is niet moeilijk om jongeren, opgezweept door de muziek en de sfeer tijdens een concert, te overtuigen Christus aan te nemen. Maar is dat wat Christus wil? Hij wil dat we in gebrokenheid van hart en nederigheid van ziel met onze zonden tot hem komen. Hij wil geen half lamgeslagen, verdoofde christenen die Jezus tot een idool maken. Zonder heiligheid, zonder overtuiging van zonde, zonder bekering, zonder alles. Gospelrockers schermen ook met duizenden bekeerlingen door hun bediening. Ziet u de vruchten daarvan in uw gemeente? Jongeren die geestelijk de diepte in gaan en de groei vertonen, die de vrucht is van ware bekering? Heeft gospelrock uw kerk dichter tot de levende en heilige Christus getrokken?
8) VOLGENS PAULUS IS NIETS ONREIN VAN ZICHZELF. ROCK IS GEWOON EEN MODERNERE MUZIEKSTIJL.
‘Ik weet en ben verzekerd in de Heere Jezus, dat geen ding onrein is in zichzelve, dan die acht iets onrein te zijn, dien is het onrein.’ (Romeinen 14:14)
Christelijke rock kan dus ook niet onrein worden genoemd, want niets is uit zichzelf onrein. Is de zaak zo eenvoudig? De Bijbel noemt immers diverse zaken die onrein zijn: bestialiteit, toverij, contact met geesten. En er zijn nog veel meer voorbeelden. Volgens het bovenstaande argument zijn deze zaken dus niet onrein, behalve voor wie ze onrein acht. Dat is een verdraaiing van de Schriften. Volgens het Woord van God zijn bepaalde zaken wel degelijk onrein. Wie de context van Romeinen 14 leest, ziet dat Paulus sprak over voedsel en feestdagen. Futiliteiten – in het licht van het Evangelie – waaraan Paulus geen verdere tijd wilde verkwisten. Rockmuziek heeft de laatste decennia bewezen onrein te zijn. Het heeft muren van moraal neergebroken, het heeft pornografie, rebellie, haat, drugsgebruik, zelfmoord, vleselijkheid en occultisme gepredikt.
9) GOD KAN ALLES GEBRUIKEN OM MENSEN TE BEREIKEN, DUS OOK GOSPELROCK
Amen. God kan alles. Hij doet wat Hij wil. Hij is God. Maar de vraag is of het Zijn keuze zou zijn om rockmuziek te gebruiken. De Bijbel zegt: ‘Onthoudt u van alle schijn des kwaads’. (1 Thessalonicenzen 5:22). De Heere roept ons op heilig te leven, dat wil zeggen: afgezonderd (van de wereld). Als gospelrockers dezelfde haarstijl, outfit, kleding, concerten, lichteffecten, rookmachines en muzikaal geweld gebruiken als de wereldse rockers, dan presenteren ze op zijn minst de schijn van kwaad. Dat is vér weg van heiligheid. Het is misleiding. Rockmuziek is van de wereld. Wie van rockmuziek houdt, houdt van de wereld, en wie de wereld liefheeft, wordt daarmee een vijand van God (Jacobus 4:4).
Maar, zeggen de fans: ‘Ik hou van Jezus en van gospelrock.’ Wat ze in feite zeggen is: ‘Ik hou van Jezus en van de muziek van de duivel.’ Die twee gaan niet samen. Lees 1 Johannes 2:15-16 er maar eens op na. En als u wilt discussiëren, doet u dat dan met God. Hij liet deze teksten optekenen.
10) ALS JEZUS GEPREDIKT WORDT, DOET DE REST ER NIETS TOE
‘Wat dan? Nochtans wordt Christus op allerlei wijze, het zij onder een deksel, het zij in de waarheid, verkondigd; en daarin verblijd ik mij.’ (Filippenzen 1:18)
Zolang Jezus maar gepredikt wordt via de teksten van gospelrock, dan is het goed. Ja? Als een vrouw werkt als een topless danseres, om zo de aandacht van mannen te trekken en hen vervolgens het Evangelie te vertellen, is dat geoorloofd? Natuurlijk niet. Paulus bedoelde niet dat alles kan. Zonde blijft zonde. En het is nooit Gods keus om de zonde in te schakelen om zijn wonderlijke boodschap van redding te verkondigen.
God schreef deze brief vanuit gevangenschap en er waren velen die vanuit verschillende oogmerken Christus predikten. Paulus lag er niet van wakker, maar hij keurde geenszins de zonde goed.
11) WAAROM MAG ALLEEN DE DUIVEL GOEDE MUZIEK HEBBEN? VERDIENT GOD NIET HET BESTE?
Deze populaire leus (‘why should the devil have all the good music’) geeft ons een mooie uitdaging. We kan tien goede aspecten van rockmuziek noemen? Goed dan. Vijf? Eentje? Voor elk ‘goede’ vrucht (voel me er goed bij, stoom afblazen…) zijn er vijf slechte. Als dit ‘het beste voor God’ is, staan de zaken er slecht voor. Zelfs zonder woorden is deze muziek rauw, rebels, oorverdovend, opzwepend. Door daar christelijke teksten aan te plakken, vindt u dan ‘de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat’?
Jesaja 5:20 – ‘Wee degenen, die het kwade goed heten, en het goede kwaad; die duisternis tot licht stelle, en het licht tot duisternis, die het bittere tot zoet stellen en het zoete tot bitter.’
(ingekorte vertaling vanuit ‘Dancing with demons’, Jeff Godwin, Chick Publications)
Voor wie meer wil lezen, in de Engelse taal: http://www.av1611.org/ (en dan zoeken op ‘christian rock’)
Uit: Muziek, een studie waard …….. van Christenen voor de Waarheid in Waddinxveen
computergames
Computergames, onschuldig of niet?
Inleiding: uit de praktijk gegrepen
Het is half vier! Gerard komt terug uit school en rent snel de trap op naar boven. Hij gaat achter de computer zitten wachten, terwijl die opstart. Buiten ziet hij wat kinderen rennen. De computer is opgestart en Gerard pakt het ongelabelde cd-rommetje uit zijn tas. Dat heeft hij op school gekregen van de oudere jongens waar hij altijd mee staat te praten in de pauzes. Het spel start op en ’DOOM 3’ komt in beeld. Gerard weet niet wat het is of wat het betekent, maar hij vindt het wel erg spannend. Zijn vader heeft deze week net een nieuwe grafische kaart voor de computer gekocht en die doet het goed! Gerard voelt zich een beetje naar door de enge en dreigende geluiden op de achtergrond. Hij is ook bang dat zijn moeder elk moment thuis kan komen. Plotseling verschijnt er met angstaanjagende geluiden een vreselijk monster in beeld. Door de schrik vliegt Gerard met stoel en al een paar meter naar achteren. Terwijl zijn hart bonkt in zijn keel, ziet hij dat het nare monster niet verder dan het beeldscherm kan komen. Langzaam neemt Gerard weer positie in en schakelt zijn zwaarste kanon in. Hij ziet het monster bloeden, terwijl zijn kogels het doorzeven. Eindelijk zakt het nare gevaarte in elkaar. Gerard bekijkt het monster van dichtbij. “Hmm, het lijkt wel een misvormd mens of zo. Wat zou er aan de hand zijn?” vraagt hij zich af. Langzaam neemt het spel hem mee in een dramatische en angstaanjagende wereld waar het kwaad is uitgebroken… Computergames, onschuldig of niet?
Wat is gamen?
Gamen is tijdverdrijf nummer één voor veel jongens en ook meisjes. Gamen is een spelletje spelen: een computerspel. Al jaren groeit de populariteit. In ieder huis is wel een Playstation, X-box, GameCube of zeker een PC te vinden. Kinderen zijn er vroeg bij. Door middel van folders, tv of vrienden weten ze al snel wat ze moeten kopen. De ouders stoppen het gezeur door de wens in te willigen. Verbieden is moeilijk. Ze spelen anders bij vriendjes of toch stiekem, achter de rug van hun vader en moeder om, thuis. Makkelijker is het om toe te geven. De jongeren spelen dan in eigen huis en zijn rustig. De ouders hebben er geen omkijken naar. Het kind zit achter de computer.
Waarom gamen jongeren?
Voor de één is gamen vermaak, voor de ander is het een verslaving. Iedereen die wel eens een spel speelt, of het nu Tetris of Warcraft III is, weet hoe het ‘even spelen’ verandert in een half uur, een uur of nog langer. Spelen heeft altijd een doel. Meestal staat overleven, veroveren, uitroeien, kennis vergaren en vooral de hoogste score behalen centraal. Resultaatgericht spelen brengt spanning met zich mee. Bij de spelende kinderen giert de adrenaline door het bloed. Een goed gevoel. Dat geeft onbewust de verslavende kick. Jongeren gamen het meest thuis, alleen of samen. De interactie tussen speler en computer is groot. Sinds kort is het ook mogelijk via internet tegenspelers of teamgenoten te vinden. Het spel krijgt zo een extra dimensie. Het saaie verbeteren van eigen highscores is veranderd in een competitie met anderen uit de hele wereld. Sommige van deze competities zijn uitgegroeid tot megamanifestaties in grote hallen, zogenaamde LAN-party’s. Er komen vaak duizenden gamers op zo’n toernooi af. In de spelwereld waarin de speler in de huid kruipt van de huurmoordenaar, de sporter, de producer of de held, maakt hij de keuzes. De gamer stapt in een andere realiteit: een realiteit zonder God of zijn geboden. In de populaire game, GTA San Andreas wordt de speler een avontuurlijke wereld aangeboden. De held is een crimineel die gebruik maakt van de auto, het vliegtuig of de boot. Om sneller tot zijn doel te komen, slaat hij, schiet hij neer en overrijdt hij iedereen die hem in de weg komt in de drukbevolkte stad. Als deze twee realiteiten, de spelwereld en de echte wereld, gemixt worden, kan het goed mis gaan.
Christus is de enige weg tot het heil
Christelijk onderwijs in een multiculturele samenleving
Als christenen belijden wij Jezus Christus als Gods enige weg tot het heil. Het Evangelie is Gods enige heilsboodschap voor de van Hem gescheiden mensheid, die zich in onheil bevindt.
Bijbel & Onderwijs constateert dat christelijke scholen met deze belijdenis verschillend omgaan. Daarom zijn wij verheugd met de verklaring die hierover onlangs is verschenen. In deze verklaring doet het Theologisch Convent van Belijdende Gemeenschappen in Duitsland een klemmend appèl op christenen wereldwijd om alle religies te beoordelen in het licht van het Evangelie. Aangezien men zich hierbij ook richt tot het onderwijs, nemen wij–met toestemming van en dank aan het Reformatorisch Dagblad–enkele delen uit deze verklaring over.
In dit document worden wij herinnerd aan onze christelijke verantwoordelijkheid om de heilsopenbaring van God in Christus, die ons in de Heilige Schrift is toevertrouwd, te bewaren en aan anderen uit te dragen.
Dit betekent geen minachting van andere religies en hun culturele waarden. Ook willen wij niet onze eigen christelijk religie op een voetstuk plaatsen. Wat ons drijft, is wat in 1 Timotheüs 2:4 staat, namelijk dat God wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen. Onze cultuur raakt steeds meer vervreemd van haar wortels, te meer daar andere, zich uitbreidende, vreemde godsdiensten grote invloed op het openbare leven hebben. Zelfs onze nationale identiteit wordt bedreigd (waarbij ons het fundament aan eeuwenlang aanvaarde waarden en normen wordt ontnomen).
In het licht van de toenemende onzekerheid waarin christenen en gemeenten verkeren, richt het Theologisch Convent zich daarom tot kerk en zending, theologie en onderwijs met het verzoek deze aan de Bijbel te toetsen, haar met elkaar te bespreken en in de eigen omgeving bespreekbaar te maken/uit te dragen. (hetgeen wij dus bij deze doen.)
Universele zelfopenbaring
De levende, Drie-enige God, zoals Hij Zich aan de gehele mensheid in de Bijbel heeft geopenbaard, is tegenover alle goden van andere religies de alleen ware God. Wij geloven en belijden dat de Heilige Schrift ons in zowel het Oude als het Nieuwe Testament duidelijk zegt dat God van eeuwigheid de Ene is, Die Zich als levende en soevereine van alle valse goden principieel onderscheidt.
Deze Drie-Enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest, heeft de mens naar Zijn evenbeeld gemaakt. Hij is Schepper van iedereen en wil ook hun Verlosser en Vernieuwer zijn tot het doel van ieders leven. Aan Zijn bijbelse zelfopenbaring moeten alle godsvoorstellingen zichzelf op hun waarheidsgehalte toetsen. Godsdiensten waarin andere goden aangeroepen worden, laten dit na; zij handelen tegen het eerste gebod en beledigen Gods majesteit.
Wij wijzen de gedachte van de hand als zouden over het goddelijke en de levensgeheimen geen duidelijke leeruitspraken mogelijk zijn. Dat geldt ook voor het denken dat elke religie uit eenzelfde bron stamt en daarom gelijke zeggingskracht zou hebben. In Jesaja 44:6 staat duidelijk: “Ik ben de Eerste en de Laatste; buiten Mij is er geen God.”
Zondeval
Sinds de zondeval leven alle mensen vanaf hun geboorte zonder God. Zonder heil kunnen ze zichzelf niet bevrijden, ook niet via de weg van de godsdiensten. Al het menselijk onheil gaat terug op het menselijke verzet tegen de Schepper.
Alle buitenchristelijke religies en ideologieën met hun vermeende oplossingen voeren op een dwaalspoor. Zo bezien zijn alle religieuze systemen bedrieglijk, daar waar zij in hun denken de oorspronkelijke verhouding tot God en de breuk met Hem niet serieus nemen en vasthouden aan menselijke mogelijkheden tot herstel (van werken, rituelen en karma). Nog gevaarlijker zijn die religieuze systemen -te denken valt aan mystieke Aziatische godsdiensten- die de eenheid tussen het menselijke zelf met de godheid leren. Wij verwijzen naar Romeinen 3:23 en Galaten 2:16.
Wij geloven en belijden dat God in Christus tot ons gesproken heeft. Door Zijn menswording en Zijn zoendood heeft Christus een verloren mensheid met God verzoend en van de verderfelijke macht van zonde, dood en duivel verlost. Door Zijn lichamelijke opstanding en hemelvaart heeft God Hem als de enige Middelaar tussen Zichzelf en de mensen aangesteld en Hem tot universeel Heer gemaakt over alle machten, alsmede als rechter der wereld. In gelovige toewijding aan Hem of door afwijzing van Hem ligt de beslissing tussen eeuwig heil of eeuwige verdoemenis.
Algemene openbaring
God heeft de mens naar Zijn beeld en tot gemeenschap met Hem geschapen en roept daarom ieder mens tot bekering (terugkeer tot God), Hand. 17:30-31. Ondanks de zondeval is in de mensheid een hunkering naar de nabijheid van God overgebleven. Daarin zien we Gods wil om de mensen in Zijn gemeenschap terug te brengen en door een geestelijke wedergeboorte van binnenuit te vernieuwen.
God heeft het ook de in zonde gevallen mensen mogelijk gemaakt om Hem en Zijn wil tot op zekere hoogte te kennen, opdat zij Hem zullen zoeken, eren en danken. Wij geloven en erkennen dat God Zich aan het begin van de geschiedenis aan de stamouders van het menselijk geslacht heeft geopenbaard en Zijn wil heeft bekendgemaakt. Dit kennen en vereren van de ene God der schepping bleef, hoewel vertroebeld en verdraaid, in de daaropvolgende generaties behouden. Ook na de verdrijving uit het paradijs, de zondvloed en de verstrooiing van de volkeren, heeft God Zich aan de mensen bekendgemaakt via de werken van Zijn schepping in Zijn macht, wijsheid en goedheid.
Daarom hebben vele buitenchristelijke religies voorstellingen van een machtige scheppergod -die waakt over goed en kwaad- , die wezenlijke trekken gemeen hebben met de bijbelse zelfopenbaring. Daarin weerspiegelen de voorchristelijke religies, hoewel ze de goddelijke waarheid verdraaid hebben, toch een deel van Gods orde in de onderhouding van de wereld. Daardoor bewaart God de mensheid in Zijn geduld en goedheid voor zelfvernietiging, opdat ze na de komst van de Verlosser Christus, door de verkondiging van het Evangelie het heil kan ontvangen. Op grond van deze algemene openbaring (onder meer volgens Genesis 9 en Romeinen 2) kunnen mensen aangesproken worden (zoals de Romeinse hoofdman Cornelius in Handelingen 10 en 11).
Benaderen van niet-christelijke godsdiensten
We geloven en erkennen dat naar het getuigenis van de Heilige Schrift de nietchristelijke religies door drie factoren worden bepaald:
* Het lankmoedige werk van God in Zijn algemene openbaring ter voorbereiding van de heilsopenbaring.
* De religieuze praktijken van de mens.
* De verleidende werkzaamheid van satan en zijn demonen.
Voor een adequate beoordeling van de religies met het oog op onze confrontatie dienen wij deze factoren te onderscheiden. Zo mogen wij onze informatievoorziening over de andere religies niet beperken tot vermeende ‘neutrale’, algemene inlichtingen van de godsdienstwetenschappen. Alleen wanneer het totale getuigenis van de Schrift over buitenchristelijke religies tot zijn recht komt, kunnen de resultaten van godsdienstwetenschap in hun veelkleurigheid adequaat worden geduid. Dit proces van toetsend onderscheid zal zich ook op onszelf als christenen moeten richten. Immers, het conflict tussen ware en valse religie gaat ten diepste tussen
– het levende vertrouwen op de Drie-enige God, Die Zich in Christus openbaart, en
– alle vormen van eigenmachtige religiositeit die niet uitgaan van het geloof in Jezus Christus.
Wanneer wij erkennen dat ook ons eigen christelijke bestaan voortdurend door religieuze ontaarding wordt bedreigd, zal dit ons christenen bewaren voor een zelfverzekerde of arrogante houding in de confrontatie met buitenchristelijke religies.
Apologetisch getuigenis
Wij geloven en erkennen dat wij aan aanhangers van andere religies getuigenis dienen af te leggen aangaande Jezus Christus als Heere en Verlosser van de wereld. Deze dialoog kan echter nooit de bijbelse, onopgeefbare eis aan de kant schuiven, die luidt: de tot dan toe heersende religieuze machten af te zweren, zich in boete en geloof aan Jezus Christus als persoonlijke Heiland toe te vertrouwen en zich aan Hem als Heere te onderwerpen. Deze apostolische oproep geldt voor de aanhangers van alle religies, inclusief het jodendom en de islam.
Hiermee wijzen wij ook het vooroordeel van heden ten dage af dat dit standpunt fundamentalistisch en achterhaald is, omdat het zou voorbijgaan aan de spirituele werkelijkheid van de ‘andere manieren van geloven’. Wij citeren: “Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn” (Filippenzen 2:10).
Apocalyptisch perspectief
Met het voortschrijden van de geschiedenis van de mensheid naar het einde krijgt de wereld van de niet-christelijke religies een steeds duidelijker antichristelijk karakter. Wij geloven en erkennen dat Jezus Christus ons voorzegt dat in de eindtijd zich een toenemende activiteit van valse christussen zal voordoen, alsmede een antichristelijk wereldrijk op basis van ideële gelijkschakeling. Deze zal naar de overtuiging van vele exegeten de vorm krijgen van een eenheidsreligie die alle religies en ideologieën omvat.
Met het oog op de profetische voorzegging van een tot rijpheid komende wereldwijd en totalitair doorgevoerde vorm van syncretisme – de hoer Babylon uit Openbaring 17- moeten we de uitdrukkelijke wil van de Heer van de kerk serieus nemen, dat Zijn gemeente Hem bij Zijn wederkomst als een reine maagd wordt voorgesteld, van wie het geloof vrij is van heidense bevlekking (2 Corinthiërs 11:2, Openbaring 14).
Christen zijn op je school!
Hoe is het om op een ‘christelijke’ school te werken, als daar wordt gezegd dat alle religies hetzelfde zijn? Hoe ga je op school met identiteit om? Wat zeg je, als er gezegd wordt: je vertelt toch niet aan de kinderen dat die verhalen in de Bijbel waar zijn?
Hoe sta je als christen hierin? Etc etc.
Vragen die aan je worden gesteld en die heel wat
gespreksstof opleveren om over na te denken en over te schrijven.
In dit artikel kom ik tot één conclusie: God is trouw, Hij laat niet los waar Hij mee begonnen is. Hij is met ons.
Christelijk?
Laten we bij het begin beginnen. Mijn eerste jaren voor de klas heb ik in Barneveld gestaan. Met heel veel plezier heb ik daar op een christelijke basisschool gewerkt.
Als collega’s begonnen we de week met God. Daarnaast waren bijna alle kinderen bekend met de Bijbel. Ik ben blij dat ik daar mijn start in het onderwijs heb mogen maken.
Na een aantal jaren bij een zendingsorganisatie gewerkt te hebben, ben ik weer teruggegaan naar het onderwijs.
Dit keer niet Barneveld, maar Amsterdam. Een groot verschil, maar de overeenkomst was dat het ook nu een christelijke school was. Dit was wat ik graag wilde, omdat je de kinderen uit de Bijbel kon vertellen.
Mijn sollicitatiegesprek in Amsterdam verliep anders dan ik verwachtte. Nadat ze mijn achtergrond in mijn cv hadden gelezen, wilden ze wel precies weten wat ze in huis haalden, want deze juf was wel heel ‘christelijk’. Eén van de personen die bij dit gesprek zat, had het niet zo op ‘christelijke’ mensen, dus zij probeerde het mij lastig te maken.
Ondanks dat ben ik toch aangenomen, achteraf beseffend dat God Zijn hand hierin had en het de beste plek voor mij was.
Identiteit?
Nu kom ik terug op de vragen waarmee ik dit artikel begon.
Ja, het was een christelijke school, maar onder mijn collega’s werd over de bijbel zeer verschillend gedacht. Er zijn toch verschillende wegen naar God? Godsdienstonderwijs? Nee, dat staat niet echt op de planning, er is nl. geen methode. Magie, dat is toch niet zo’n probleem!
Hoe ga je hiermee om?
N.a.v. mijn sollicitatiegesprek was het voor mij zoeken wat mogelijk was op deze school. In het begin ben ik voorzichtig wat uit de bijbel gaan vertellen…….Naderhand ben ik de kinderen gaan uitleggen wat bidden is en ben ik liedjes met ze gaan zingen: we zijn tenslotte op een christelijke school.
Na een aantal maanden werd ik gevraagd om mee te gaan denken, hoe we de identiteit op school konden gaan vormgeven.
Dit heeft geresulteerd in dat er nu in elke groep een methode is en dat verhalen uit de bijbel aan bod komen.
Samen!
Nadat een aantal maanden was verstreken, ging ik mij realiseren dat ik vast niet de enige persoon was die tegen deze vragen aanliep. Ik ben met andere mensen hier over gaan spreken en we zijn een netwerk gestart voor christenen die in het onderwijs werken. We wilden een mogelijkheid bieden waar mensen met hun vragen konden komen. Daarnaast wilden we een stuk onderwijs geven over verschillende gebieden (magie, hoe vertel je over Pasen als kinderen geen bijbelse achtergrond hebben, rouwverwerking, identiteit etc.).
We zijn nu ruim 2 jaar bezig. Mensen reageren positief en enthousiast: hierbij 2 reacties van leerkrachten die op deze bijeenkomst aanwezig waren:
“….Als christen is het soms behoorlijk eenzaam om op school te werken. Dan is zo’n bijeenkomst echt goed om elkaar te bemoedigen om door te gaan en zo met Gods hulp echt een verschil uit te maken op de plekken waar we werken…”(Ruth)
“…Met een aankomend ontslag en alle onzekerheden die daarbij horen, ging ik naar de gebedsavond voor leerkrachten in Amsterdam. Ik ontmoette daar mensen die een vacature op hun school hadden. Na het bidden voor elkaar ging ik bemoedigd weer naar huis. Een paar weken later was ik benoemd op deze school! Hierdoor leerde ik opnieuw mijn vertrouwen alleen op God te stellen…...”(Christine)
Zoals u kunt lezen neemt het gebed een belangrijke plaats in.
We dienen een machtige God die ons wil helpen bij moeilijkheden waar we tegen aan lopen, ons inspiratie wil geven en door ons heen wil werken naar ouders, kinderen en collega’s.
Als u leerkracht bent en zich herkent in de hierboven geschetste situatie, beseft u dan dat u er niet alleen voor staat en dat er een God is die met u wil zijn.
Samen met twee andere collega’s bid ik wekelijks voor onze school. Wie weet, heeft u nog een andere collega die ook christen is, dan kunt u ook samen bidden.
Voor ouders die voor hun kinderen een school hebben, waar de bijbel niet meer centraal staat, geef ik de volgende raad: praat met uw kind over wat er op school wordt gezegd en verteld, uw kind zal er veel van leren.
Daarnaast kunt u samen met uw kind bidden voor de school, voor zijn vriendjes en vriendinnetjes.
Wie weet, zijn er nog andere ouders met wie u samen kunt gaan bidden.
God zal door ons heen werken, door u en door uw kind.
Tenslotte
Ik sluit af met een verhaal dat in mijn klas is gebeurd. Ik wilde i.v.m. Pasen het paasverhaal gaan vertellen. Ik vond het moeilijk om het goed uit te leggen, omdat de kinderen (bijna) geen bijbelse achtergrond hebben. Hoe moest ik dit verhaal goed vertellen, ik legde het in Gods handen. Ik probeerde het, vertelde dat Jezus was gestorven voor onze zonde en na drie dagen weer was opgestaan en dat Hij nu leefde.
Aangezien kinderen van 5 jaar dan meteen met de vraag komen, waar woont Jezus nu dan, als Hij weer is gaan leven, vertelde ik dat Jezus nog een poosje op aarde leefde en toen naar de hemel was gegaan.
Mijn laatste zin was nog niet af of een vinger ging omhoog.
Ik zie het nog voor me, een jongen van 5 jaar die in zijn jonge leventje al veel verdrietige dingen had meegemaakt, keek mij met grote ogen stralend aan en zei:
“Nee hoor, juf, Jezus is niet in de hemel gebleven. Hij was vorige week bij mij thuis en ik werd er helemaal blij van.” Het werd stil en …..ik werd stil. Hier werd mij een les geleerd. Ik had getwijfeld of ik het verhaal wel goed kon uitleggen, …..maar Jezus was allang aan het werk geweest in het hart van dit 5-jarige kind.
Bemoediging
Misschien hebben we veel vragen en lopen we tegen moeilijke situaties aan. We mogen weten, dat we een God hebben die ons wil bemoedigen en helpen op de plek waar we werken, maar ook in de opvoeding.
Door alles heen mogen we leren om te geloven…… als een kind. Volledig vertrouwend dat Hij met ons is.
Anneke Dijkstra
Elf argumenten voor christelijke rockmuziek nader beschouwd
Als er één discussie is waaraan je tegenwoordig je vingers lelijk kunt branden, vooral als je de discussie met jongeren en jongerenorganisaties aangaat, is het wel die over christelijke rockmuziek. De argumenten vóór en tegen vliegen over tafel en al snel raken de gemoederen oververhit.
Is het meer dan een gewoon generatieconflict tussen ouders en kinderen of een discussie over goed en kwaad?
Ja, want muziek spreekt direct tot de ziel van de mens en de invloed ervan (zowel van goede als van slechte muziek) valt niet te onderschatten. De vraag rest of het echter zo zwart-wit is en of goede muziek zo makkelijk van slechte muziek te onderscheiden valt.
In het kader van deze discussie kijken we naar elf argumenten die vóór christelijke rockmuziek spreken.
1) NIEMAND MOET DE BEDIENING OF MUZIEK VAN DE ANDER VEROORDELEN.
‘Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zult gij wedergemeten worden’ (Mattheüs 7:1,2).
Voorstanders van christelijke rock zijn dol op deze verzen, want ze sluiten de deur voor elke vorm van kritiek op hun favoriete band of artiest. Maar christenen zijn wel degelijk geroepen om te oordelen. In Leviticus 19:15 staat: ‘in gerechtigheid zult gij uw naaste richten.’ Of Johannes 7:24: ‘Oordeelt een rechtvaardig oordeel’. Jesaja 61:8: ‘Want Ik, de Heere, heb het recht lief’.
Er zijn meer teksten in de bijbel over oordelen, dan die twee verzen uit Mattheüs. Wie daar bovendien verder leest, ziet dat het in de context gaat over het oordelen op een hypocriete manier, niet over een rechtvaardig oordeel.
2) DE BIJBEL ZEGT DAT WE ONZE MUZIEK LUID MOETEN SPELEN.
‘Looft hem met geklank der bazuin… looft Hem met de trommel… looft Hem met snarenspel… looft Hem met klinkende cimbalen.’ (Psalm 150)
Wat is lofzang? Luidkeels schreeuwen, boven het oorverdovende geluid van elektrische gitaren: ‘Jezus is de weg!’…? Een gitaarsolo van 110 decibel? Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest. Hoe moet hij deze herrie verdragen? Rockmuziek is al veertig jaar het terrein van de duivel. Het is naïef om te denken dat door het veranderen van teksten het kabaal plotseling geheiligd is. De bron blijft hetzelfde, en wie zich verdiept in de inspiratiebronnen van christelijke rockers, komt dezelfde namen tegen als bij die van de wereldse rockmuzikanten.
3) OM ONGELOVIGEN TE BEREIKEN MOET JE HUN MUZIEK SPELEN
‘Allen ben ik alles geworden, opdat ik immers enigen behouden zou.’ (I Korinthe 9:22)
Toen Paulus deze woorden schreef, hoe ver was hij toen bereid te gaan, in zijn ijver verloren zielen te redden? Werd hij een alcoholist om de dronkaards te redden? Wentelde hij zich in seksuele zonden, om de prostituees te redden? Natuurlijk bedoelde Paulus dat niet. Er zijn grenzen. Als een christen het evangelie wil brengen in een kroeg, dan is dat zijn goed recht, maar zodra hij een eerste biertje meedrinkt met de drinkers daar, is de kracht van zijn getuigenis weg en het uiteindelijk doel van zijn komst, naar de achtergrond verdwenen. We moeten zondaars uit de kuil van het verderf trekken, niet er zelf ook in springen. De Here Jezus is die weg nooit gegaan, wij moeten dat ook niet doen.
4) ROCKMUZIEK IS NEUTRAAL. HOE JE ERMEE OMGAAT BEPAALT OF HET GOED OF SLECHT WORDT. ALS EEN CHRISTEN DE MUZIKANT IS, KAN DE HEILIGE GEEST ERDOOR HEEN WERKEN.
Muziek en soorten muziek zijn niet neutraal. Volgens alle serieuze medische, fysiologische en psychiatrisch onderzoeken, heeft muziek invloed en is de stijl en het ritme bepalend. Ook het Woord van God maakt duidelijk dat muziek niet neutraal is.
Het idee dat er een neutraal gebied is, is een occulte gedachte, , geen christelijke. De occulte leer over ‘De Kracht’ leert dat er een neutrale kracht is in alles wat leeft, die ten goede of kwade gebruikt kan worden. Zo kan hekserij goed én kwaad zijn, afhankelijk of het witte of zwarte hekserij is. Maar beide krachten komen uit dezelfde bron: satan. Wat zegt de Bijbel? Toen God naar zijn schepping keek, sprak Hij: ‘En Zie, het was zeer goed’. Er was geen neutrale grond. De occulte leer stelt dat ‘goed of kwaad in the eye of the beholder ligt. De Bijbel trekt echter van kaft tot kaft scheidslijnen tussen goed en kwaad.
5) WE MOETEN ROCKMUZIEK GEBRUIKEN OM EEN VERLOREN GENERATIE TE BEREIKEN, WANT DAT IS DE TAAL DIE ZIJ SPREKEN
Christenen verdedigen rockmuziek, want ‘onze muziek’ moet van hetzelfde niveau zijn als dat van de wereld, om niet bij voorbaat afgewezen te worden. Maar, er zijn grenzen aan de vormen van evangelisatie. Jezus vertelde zijn discipelen het stof van de schoenen af te kloppen, als mensen het evangelie niet aannamen. Liever dat, dan net zolang water bij de wijn doen, totdat het wel aanvaardbaar is. Als gospelrock zo nodig is om jongeren te bereiken, hoe zijn zij de afgelopen eeuwen dan bereikt? En waarom gebruikten Paulus, Silas en de andere geen muziek tijdens hun bediening? Destijds waren de mensen precies zo gevoelig voor de invloed van muziek als nu.
6) IK VOEL ME LEKKER DOOR GOSPELROCK. HOE KAN HET DAN VERKEERD ZIJN?
Deze dwaalleer heeft de kerk doortrokken op veel meer gebieden, dan alleen maar muziek. Christenen zijn niet tot geloof gekomen, maar ‘tot gevoel’, denk je soms. Goed voelen is belangrijker geworden dan heilige vrees voor God. Tegenwoordig draait het zelden meer om gehoorzaamheid aan God, maar om ons gevoel. We prediken binnen de kerkmuren een evangelie van liefde en gaan daarbij voorbij aan de vreze Gods. Die twee aspecten van het Evangelie moeten hand in hand gaan. Niemand in de hele Bijbel preekte meer over de hel dan Jezus zelf. Natuurlijk, soms gooien gospelrockers wat met teksten over Armageddon of het Laatste Oordeel, maar dat gaat verloren in het lawaai van headbangende rockers en de hossende menigte.
7) MAAR JONGEREN WORDEN GERED DOOR GOSPELROCK. HOE KUNNEN WE HET DAN VEROORDELEN?
Het is niet moeilijk om jongeren, opgezweept door de muziek en de sfeer tijdens een concert, te overtuigen Christus aan te nemen. Maar is dat wat Christus wil? Hij wil dat we in gebrokenheid van hart en nederigheid van ziel met onze zonden tot hem komen. Hij wil geen half lamgeslagen, verdoofde christenen die Jezus tot een idool maken. Zonder heiligheid, zonder overtuiging van zonde, zonder bekering, zonder alles. Gospelrockers schermen ook met duizenden bekeerlingen door hun bediening. Ziet u de vruchten daarvan in uw gemeente? Jongeren die geestelijk de diepte in gaan en de groei vertonen, die de vrucht is van ware bekering? Heeft gospelrock uw kerk dichter tot de levende en heilige Christus getrokken?
8) VOLGENS PAULUS IS NIETS ONREIN VAN ZICHZELF. ROCK IS GEWOON EEN MODERNERE MUZIEKSTIJL.
‘Ik weet en ben verzekerd in de Heere Jezus, dat geen ding onrein is in zichzelve, dan die acht iets onrein te zijn, dien is het onrein.’ (Romeinen 14:14)
Christelijke rock kan dus ook niet onrein worden genoemd, want niets is uit zichzelf onrein. Is de zaak zo eenvoudig? De Bijbel noemt immers diverse zaken die onrein zijn: bestialiteit, toverij, contact met geesten. En er zijn nog veel meer voorbeelden. Volgens het bovenstaande argument zijn deze zaken dus niet onrein, behalve voor wie ze onrein acht. Dat is een verdraaiing van de Schriften. Volgens het Woord van God zijn bepaalde zaken wel degelijk onrein. Wie de context van Romeinen 14 leest, ziet dat Paulus sprak over voedsel en feestdagen. Futiliteiten – in het licht van het Evangelie – waaraan Paulus geen verdere tijd wilde verkwisten. Rockmuziek heeft de laatste decennia bewezen onrein te zijn. Het heeft muren van moraal neergebroken, het heeft pornografie, rebellie, haat, drugsgebruik, zelfmoord, vleselijkheid en occultisme gepredikt.
9) GOD KAN ALLES GEBRUIKEN OM MENSEN TE BEREIKEN, DUS OOK GOSPELROCK
Amen. God kan alles. Hij doet wat Hij wil. Hij is God. Maar de vraag is of het Zijn keuze zou zijn om rockmuziek te gebruiken. De Bijbel zegt: ‘Onthoudt u van alle schijn des kwaads’. (1 Thessalonicenzen 5:22). De Heere roept ons op heilig te leven, dat wil zeggen: afgezonderd (van de wereld). Als gospelrockers dezelfde haarstijl, outfit, kleding, concerten, lichteffecten, rookmachines en muzikaal geweld gebruiken als de wereldse rockers, dan presenteren ze op zijn minst de schijn van kwaad. Dat is vér weg van heiligheid. Het is misleiding. Rockmuziek is van de wereld. Wie van rockmuziek houdt, houdt van de wereld, en wie de wereld liefheeft, wordt daarmee een vijand van God (Jacobus 4:4).
Maar, zeggen de fans: ‘Ik hou van Jezus en van gospelrock.’ Wat ze in feite zeggen is: ‘Ik hou van Jezus en van de muziek van de duivel.’ Die twee gaan niet samen. Lees 1 Johannes 2:15-16 er maar eens op na. En als u wilt discussiëren, doet u dat dan met God. Hij liet deze teksten optekenen.
10) ALS JEZUS GEPREDIKT WORDT, DOET DE REST ER NIETS TOE
‘Wat dan? Nochtans wordt Christus op allerlei wijze, het zij onder een deksel, het zij in de waarheid, verkondigd; en daarin verblijd ik mij.’ (Filippenzen 1:18)
Zolang Jezus maar gepredikt wordt via de teksten van gospelrock, dan is het goed. Ja? Als een vrouw werkt als een topless danseres, om zo de aandacht van mannen te trekken en hen vervolgens het Evangelie te vertellen, is dat geoorloofd? Natuurlijk niet. Paulus bedoelde niet dat alles kan. Zonde blijft zonde. En het is nooit Gods keus om de zonde in te schakelen om zijn wonderlijke boodschap van redding te verkondigen.
God schreef deze brief vanuit gevangenschap en er waren velen die vanuit verschillende oogmerken Christus predikten. Paulus lag er niet van wakker, maar hij keurde geenszins de zonde goed.
11) WAAROM MAG ALLEEN DE DUIVEL GOEDE MUZIEK HEBBEN? VERDIENT GOD NIET HET BESTE?
Deze populaire leus (‘why should the devil have all the good music’) geeft ons een mooie uitdaging. We kan tien goede aspecten van rockmuziek noemen? Goed dan. Vijf? Eentje? Voor elk ‘goede’ vrucht (voel me er goed bij, stoom afblazen…) zijn er vijf slechte. Als dit ‘het beste voor God’ is, staan de zaken er slecht voor. Zelfs zonder woorden is deze muziek rauw, rebels, oorverdovend, opzwepend. Door daar christelijke teksten aan te plakken, vindt u dan ‘de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat’?
Jesaja 5:20 – ‘Wee degenen, die het kwade goed heten, en het goede kwaad; die duisternis tot licht stelle, en het licht tot duisternis, die het bittere tot zoet stellen en het zoete tot bitter.’
(ingekorte vertaling vanuit ‘Dancing with demons’, Jeff Godwin, Chick Publications)
Voor wie meer wil lezen, in de Engelse taal: http://www.av1611.org/ (en dan zoeken op ‘christian rock’)
Uit: Muziek, een studie waard …….. van Christenen voor de Waarheid in Waddinxveen
Christelijke opvoeding in een pluralistische samenleving
Christelijke opvoeding in een pluralistische samenleving betekent voor velen: relativisme en verlies aan identiteit. Enkele pedagogische overwegingen waarom pluralisme gepaard moet gaan met een sterke identiteitsbeleving voor kinderen.
Stellingen over het onderwerp:
Christelijke opvoeding in een pluralistische samenleving
3. Tot de belangrijkste pedagogische uitdagingen van de pluralistische samenleving behoren:
– het verlies aan geborgenheid voor de jonge mens,
– de onzekerheid van oriëntatie,
– het emancipatiedenkend,
– de zin- en identiteitscrisis en
– de vloed van informatie, ook op het terrein van de opvoeding.
4. Deze schaduwzijden van onze samenleving zijn geen noodlot waarin wij ons maar zouden moeten schikken. De pluraliteit roept ons op tot voortdurende heroriëntatie, in het bijzonder ook op het terrein van de opvoeding.
5. Inde pluralistische samenleving hebben kinderen dringend behoefte aan een leefsfeer waarin vertrouwen en waardenzekerheid hun omringen. Hierin ligt een belangrijke opdracht voor het christelijk onderwijs.
6. De christelijke opvoeding oriënteert zich op het levensdoel van mensen. Het kind moet staan in een persoonlijke levensbetrekking tot God en van daaruit leren hoe het als Christen moet leven in een pluralistische samenleving.
7. Het methodische grondprincipe van christelijke opvoeding is de liefde, zoals die ons in Jezus Christus als de liefde van God tegemoet komt.
8. Voor de pluralistische samenleving levert het christelijk onderwijs een belangrijke bijdrage tot de waardenoriëntatie.
9. Christelijke opvoeding is ook gericht op emancipatie. Zij ziet echter de werkelijke onvrijheid van de mens in zijn gebondenheid aan het egoïsme, in een levenswandel die los staat van God. Echte vrijheid is een nieuw leven in betrekking tot God.
10. Christelijke opvoeding helpt jonge mensen om antwoorden te vinden op de vraag naar de zin van het leven en de identiteit van hun persoon.
Hieronder wordt het vierde deel van de lezing weergegeven. Het hele EDUkatern is op ons kantoor verkrijgbaar.
4. De betekenis van christelijke opvoeding voor de pluralistische maatschappij
Als Christenen weten wij dat in een pluraal-geseculariseerde samenleving christelijke waarden niet meer vanzelfsprekend zijn. Toch mag van ons verwacht worden dat wij de door de overheid gegeven mogelijkheid gebruiken om in de verschillende levensterreinen ons geloof te betuigen.
4.1. Christelijke opvoeding biedt in de pluralistische samenleving een belangrijke bijdrage tot de waardeoriëntering, die daar juist zo problematisch is. Zij geeft namelijk een realistisch mens- en wereldbeeld door, richt zich op het doel en is consequent in het gebruik van de opvoedingsmiddelen. Daarmee biedt de christelijke opvoeding de voor jonge mensen noodzakelijke oriëntatiehulp in de onzekerheid van oriëntering die het gevolg is van het wereldbeschouwelijke pluralisme.
4.2. Christelijke opvoeding is ook bekend met het doel van de emancipatie, de bevrijding en het mondig-worden van de mens. De Bijbel ziet echter de eigenlijke onvrijheid van de mens in zijn afhankelijkheid van het egoïsme, in een levenswandel die los staat van God. Waar de Bijbel dan ook spreekt van ‘emancipatie’ (Gal. 4:1-7; Joh. 8:36) heeft zij het oog op de bevrijding van de mens uit de macht der zonde. De schijnbaar geëmancipeerde mens van de moderne maatschappij, die zonder God leeft, is niet werkelijk vrij. Hij wordt geleefd, omdat hij zich laat drijven door zijn driften en lusten en door de maatschappelijke ideologieën. Christelijke opvoeding wil de mens leiden naar de vrijheid in de relatie met God. Vrijheid is er alleen maar in de binding met het levensdoel waarvoor wij geschapen werden. Dat is voor de mens de gemeenschap met God. Alles wat hem van deze bestemming vervreemdt, is in strijd met het wezen van de mens en maakt onvrij. Werkelijk vrij kan de mens slechts zijn, wanneer hij zich terugvindt in zijn bestemming als schepsel Gods. In de gemeenschap met God vindt hij zijn grootst mogelijke ‘vrije ruimte’. In dit milieu komt hij ten volle tot zijn recht. In deze zin biedt christelijke opvoeding een effectieve bijdrage tot de emancipatie van de mens.
4.3. Door hun antwoorden op de existentiële vragen van het menszijn naar het ‘waarvandaan’ en het ‘waar naartoe’ van het leven biedt de christelijke opvoeding een beslissende bijdrage tot beantwoording van de vraag naar de zin van het leven. In de pluralistische samenleving wordt deze vraag des te klemmender gesteld en evenzo moeilijker te beantwoorden. De relatie met God bepaalt de mensen bij hun verantwoordelijkheid jegens God en de mensen (als rentmeester). Daardoor ontvangt het leven zijn oriëntatie op zin en doel.
4.4. Waar christelijke opvoeding uit liefde voor het kind ook grenzen moet stellen, draagt zij door de confrontatie met zulke grenzen, waarden, normen en autoriteiten ook bij tot het stabiliseren van de persoonlijkheid en het vinden van identiteit van de jonge mens. Juist in de puberteit heeft de jonge mens dringend behoefte aan vaste oriëntactiepunten en het zich laten gezeggen door autoriteiten, om daarin zijn eigen standpunt te kunnen bepalen en daarmee ook zijn eigen identiteit te bestemmen. Een verdere bijdrage om die identiteit te vinden ligt in de bijbelse boodschap, die de christelijke opvoeding aan het kind doorgeeft: “Je bent gewild.–Je hoort erbij.–Je bent nodig.”
4.5. In tegenstelling tot een eenzijdig op het rationele afstemde milieu, overvol van informatie en gericht op de materialistische levensstijl van de moderne mens, ziet de christelijke opvoeding de mens in een ander perspectief. Het kind ervaart liefde en geborgenheid en doet emotionele ervaringen op. Daardoor worden ook veel psychische manco’s opgevangen, waaronder kinderen in de pluralistische samenleving lijden.
4.6. Christelijke opvoeding biedt ook een constructieve bijdrage voor het samenleven in de pluralistische maatschappij:
Liefde, verzoening, wederzijds respect, dienst aan de naaste, schuldvergeving en de mogelijkheid van een nieuw begin door het geloof in Jezus Christus: dit zijn allemaal ordenende en helende factoren in het menselijk samenleven.
Christelijke opvoeding is een opvoeding tot vrede, omdat mensen die met God verzoend zijn ook bekwaam zijn in deze wereld vrede te stichten.
Als schepsel Gods weet de mens zich ook verantwoordelijk voor de schepping die God aan hem heeft toevertrouwd. Daarom is christelijke opvoeding ook een opvoeding tot een verantwoord omgaan met alles wat ons in natuur en milieu gegeven is.
4.7. Samenvattend kunnen wij vaststellen dat christelijke opvoeding in de pluralistische samenleving een belangrijke pedagogische bijdrage levert. Ook in het openbare schoolstelsel kunnen door het nastreven van christelijke waarden, tekenen worden opgericht. Op bijzondere wijze geschiedt dit echter door het oprichten van christelijke scholen (en in Nederland door die scholen opnieuw te bepalen bij de identiteit van christelijke opvoeding en onderwijs).
Dieter Velten
Christelijke gemeente te St. Laodicea
Beste broeder Timoteüs,
Om te beginnen willen wij hiermee de uitnodiging voor een Bijbelweek opzeggen.
Er hebben vanuit onze visie in de tussentijd vooruitstrevende processen in de gemeente plaatsgevonden. De verantwoordelijke broeders, die u destijds geleden uitgenodigd hebben, zijn niet vertegenwoordigd in het pas kort geleden ingestelde bestuur. Zij werden niet ondersteund door de progressieve leden. Aan deze situatie zal nauwelijks iets veranderen, omdat al onze beslissingen nu democratisch worden genomen.
Wij zijn blij dat wij goede contacten hebben met alle lagen van de bevolking. Juist afgelopen zondag was broeder Ratio Syncretisme, een diepgaand gastspreker en redacteur van de ‘Laodiceaïsche Wereldpers’ in ons midden. Dhr. Syncretisme toont een zeer vurig interesse voor het christendom en ging ons voor in een prachtige dienst. Uit diepe liefde willen wij u, beste broeder Timoteüs, de redenen noemen die ons er voorlopig van afhouden om uw dienst aan te nemen:
U vertegenwoordigt nog altijd de opvatting dat uitsluitend de Heilige Schrift de basis is voor de vormgeving van de kerkdiensten. Kunt u zich werkelijk niet losmaken van de extreme standpunten van Paulus?
U vertegenwoordigt een wettische afzondering. Vindt u de tucht, zoals Paulus die in praktijk bracht werkelijk nog van deze tijd? Uw dienst bij ons zou enkele broeders en zusters, die naar vrije keuze ongehuwd in liefde samenleven, ongerust maken. U heeft een te bekrompen kijk op de zaak. Merkt u zelf niet dat u daardoor neuroses kweekt? Wij hebben vrijheid nodig! Geen dwang! (Hebben de meditatieoefeningen, die onze geliefde broeder dr. Arseen u had aangeraden, eigenlijk nog een rustgevend effect op uw maag gehad?)
U bent over de hele linie te sterk op uw pleegvader Paulus gefixeerd. Deze sterke binding aan de voormalige apostel ondermijnt uw persoonlijkheid! Maakt u toch net als wij plannen voor een aantrekkelijke christelijke toekomst : spiritueel behoefte-geörienteerd!
Kleine afwijkingen van de brieven van Paulus vindt u al heel erg. Wij beoefenen echter liefde en tolerantie en hebben zo op plaatselijk niveau een hartelijke gemeenschap met veel andere gemeenten, ook al hebben die ook, dat moet toegegeven worden, vooral onze jeugd met andere om niet te zeggen bijbels enigszins afwijkende leren beïnvloed. Maar het is toch de hoofdzaak dat onze gemeente groeit. Dan moeten er nu eenmaal concessies gedaan en compromissen gesloten worden. Hierdoor worden wij dan ook werkelijk door alle geloofsrichtingen en kerken erkend. Wie zou dat een poos geleden voor mogelijk gehouden hebben?
Op dat punt vinden wij eenheid belangrijker, wij hopen u ook. Dat moet genoeg zijn. Als u uw mening in deze voor ons wezenlijke punten herzien hebt, mag u ons graag bezoeken. Misschien kunt u dan samen met uw vrouw op een zondag bij ons een dienst overnemen.
Br. Zonde Br. Oecumene Zr. Emancipatie
Bron: ‘fest und treu’ 2/2007
Christelijk onderwijs in een veranderend Europa
Christelijk onderwijs in een postmoderne wereld, met aanwijzingen voor een eigen workshop. Tien strategieën van de Canadese pedagoog H. van Brummelen om een bijbelse visie op kennis door te geven.
B&O magazine september 1998, door dr. Herman van Brummelen, bewerkt door drs. R.H. Matzken.
De tweejaarlijkse algemene vergadering van EurECA in Kandern, Zwarte Woud, stond in het teken van de veranderingen in het onderwijs en hoe wij daarop als christen-leraren kunnen inspelen. Deze veranderingen doen zich momenteel in alle Westerse landen voor en daar kon prof. Dr. Harro Van Brummelen van Trinity Western University in Langley bij Vancouver, Canada, goed op inspelen. Als pedagoog van Nederlandse afkomst wees hij in zijn eerste lezing met grote waardering op de door Nederlanders gestichte Prot. Chr. Scholen als één van de twee pijlers van het christelijk onderwijs in Canada (de andere pijler zijn de christelijke scholen die in Amerika vanuit de evangelische gemeenten zijn gesticht). Wij Nederlanders kunnen ons in het christelijk onderwijs in Canada dan ook goed herkennen en zien met belangstelling naar het proces van integratie van reformatorisch en evangelisch onderwijs dat zich daar thans voltrekt.
Bij het christelijk onderwijs staan de leerlingen centraal. Daarbij gaat het niet om wat zij wensen of wat hen aanspreekt, maar op welke wijze de school leerlingen in staat stelt “hun behoudenis uit te werken met vreze en beving” en “te stralen als lichtende sterren in de wereld, het woord des levens vasthoudende,” uit Fil. 2:12-16.
Christelijk onderwijs in een postmoderne wereld
De tweede lezing legde de nadruk op de vraag hoe wij christelijk onderwijs geven in een postmoderne wereld. Het is verrassend te zien hoe dit alles aansluit bij de lezingen en seminars die vanuit Bijbel & Onderwijs worden gegeven. In grote lijnen komt het erop neer dat christen-leraren op de juiste wijze moeten inspelen op deze postmoderne tijd.
Het postmoderne denken heeft reeds vele jaren de opleidingen en methoden beïnvloed. Veel leraren zijn ongemerkt ook hierdoor zelf beïnvloed omdat zij niet kritisch genoeg staan tegenover het proces van veranderingen in onze maatschappij en het onderwijs, aldus prof. Van Brummelen. Daarom gaan wij in ‘t kort in op enkele van de belangrijkste ontwikkelingen en hoe christen-leraren daar tegenover moeten staan.
1. De eerste vraag betreft de vraag op welke wijze wij omgaan met kennis en waarden. Is het wel mogelijk om objectief te kennen? Zijn deze waarden absoluut of relatief? Het antwoord kan slechts gebaseerd zijn op de Bijbel. Gaan we hiermee in de praktijk aan de slag, dan blijkt het bijbels denken haaks te staan op de postmoderne tijdgeest, zoals het ook haaks stond op het modernisme.
2. Het moderne denken, en daarmee ook het moderne onderwijs, gaat uit van het denken van de Verlichting dat uiteindelijk vertrouwt op de triomf van de technologie over de natuur en in economische en sociale vooruitgang.
Modernisten vinden dat de school leerlingen in staat moet stellen om een zinvolle economische rol te spelen in een samenleving die zich steeds verder ontwikkelt en verbetert. Zij richten zich op het verwerven van bekwaamheden en kennis, het snel inspelen op nieuwe technologieën en testen voortdurend of de leerlingen inhoud en vaardigheden beheersen.
Bij dit alles gaan modernisten veelal voorbij aan de ecologische, sociale, ethische en geestelijke problemen van zowel de leerlingen en de samenleving. Volgens hen heeft ‘geloof’ niets met kennis te maken.
3. Het postmoderne denken staat bijna in alle opzichten radicaal tegenover het modernisme en dat geldt ook voor het onderwijs. Hun visie op kennis is dat mensen kennis niet ontdekken maar zelf construeren. Elke vorm van ordening berust op willekeur en is de wereld opgelegd door individueel of sociaal bedachte kennis. Er bestaat bij hen geen objectieve kennis, evenmin als een betekenis die voor iedereen zou gelden.
Postmoderne leraren zetten de leerlingen zelf aan ‘t werk om hun eigen kennis te vergaren. Zij worden beoordeeld op zinvolle activiteiten, maar niet op het vinden van de juiste antwoorden, want die bestaan niet. Postmodernisten staan voor alle opvattingen open, maar verwerpen impliciet de waarden van ons cultureel en christelijk erfgoed.
Postmodernisten kennen niet langer gemeenschappelijke menselijke verbanden en waarden. In plaats van gezag en wat mensen met elkaar delen, komt ieders persoonlijk inzicht. Het doet er niet toe wat je kiest, als het maar je eigen keuze is die niemand je heeft opgelegd. Het resultaat is een egocentrisch individualisme en relativisme.
4. Tegenover modernisme en postmodernisme stelt Van Brummelen vier kenmerken van een Bijbelse visie op kennis als grondslag voor elk schoolprogramma:
– Kennis is gegrond in Gods openbaring
– Kennis verwijst naar Gods voorzienigheid en Zijn wonderbare daden en onderwijst ons in Zijn wegen.
– Kennis betreft iemands totale persoonlijkheid en niet alleen maar het intellect.
– Kennis leidt tot respons/weerklank, betrokkenheid en dienstbaarheid.
Hoe gaan we nu hiermee op school om?
De stof van deze eerste lezing leidde tot een diepgaande discussie bij de deelnemers uit twintig landen. Om de theorie in de praktijk te kunnen toepassen, geven wij u nu de tien strategieën die Van Brummelen aan de conferentie in Kandern voorlegde.
TIEN STRATEGIEËN OM EEN BIJBELSE VISIE OP KENNIS DOOR TE GEVEN
* Kweek een begrip van ontzag en verwondering; benader het bekende eens van de andere kant zodat het ongewoon en verrassend wordt.
* Betrek leerlingen bij actuele zaken die henzelf en de samenleving rechtstreeks aangaan.
* Integreer waar dit zinvol is, zodat leerlingen gaan zien hoe alles in Gods scheppingsorde met elkaar samenhangt.
* Leg de nadruk op elementaire Bijbelse waarden en normen.
* Help leerlingen om het leerproces planmatig op te zetten.
* Maak gebruik van verschillende vormen van kennis-verwerving (‘multipele intelligenties’, zie hierna).
* Help leerlingen om tijdens het leerproces hun emotionele of affectieve aanleg te ontwikkelen en beheersen.
* Geef gelegenheid voor verschillende manieren van kennisoverdracht om hierop respons te geven en moedig dat aan.
* Stel leerlingen in de gelegenheid om datgene wat zij hebben gedaan of gemaakt tentoon te stellen.
Neem eens tijd voor uw eigen workshop!
Als hoogleraar in de pedagogiek past hij hierbij één van de beste leermethodes toe om christen-leraren toe te rusten voor hun taak in een zich (snel) veranderend Europa. Naar aanleiding van zijn lezing stellen wij elke leraar voor om het bovenstaande persoonlijk of samen met enkele collega’s toe te passen.
1. Kies een onderwerp uit uw lessen. De oefening werkt het best voor onderwerpen waar het niet alleen om techniek en vaardigheid gaat, maar waar ook sociale, economische, politieke, morele en/of religieuze aspecten belangrijk zijn. Het onderwerp moet leerlingen van de leeftijdsgroep die u onderwijst, aanspreken. Voorbeelden zijn: transport, de lokale gemeenschap, de geografie van een land of gebied, het bos als leefgemeenschap, energie, een historisch gegeven zoals de Tweede Wereldoorlog, de structuur van een regering, moderne kunst, een roman of toneelstuk, met geld omgaan, statistiek enz.
2. Ga nu eens na hoe een moderne en een postmoderne leraar het gekozen onderwerp elk op hun manier zou onderwijzen. Pas dit toe op uw eigen school en laat zien hoe de onderwijsvernieuwing hierop inspeelt. Maak dan een tabel waarin naast elkaar de moderne en de postmoderne aanpak tegenover elkaar staan.
3. Ga vervolgens na wat een christelijke aanpak hiervan zou zijn. In hoeverre zijn elementen uit de moderne resp. postmoderne aanpak te gebruiken, in hoeverre geldt het ‘gij geheel anders’?Daarbij kunt u onderstaande vragen als leidraad nemen (misschien moeten ze, afhankelijk van het onderwerp, wat worden aangepast).
a. Toegang tot de materie. Wat leert de Bijbel ons over Gods bedoeling met de aspecten van de werkelijkheid die bij dit onderwerp aan de orde zijn? In hoeverre komt Gods bedoeling vervormd over tengevolge van de zondeval? Hoe zou God willen dat christenen hierop reageren, zowel in het persoonlijk hiermee omgaan als in het voorstellen van veranderingen en alternatieven? Wat kunnen wij ertoe bijdragen waardoor de samenleving in dit opzicht meer aan Gods waarden en normen beantwoordt? Hoe kan datgene wat de leerlingen over dit onderwerp leren, van invloed zijn op hun persoonlijke levensstijl?
b. Structuur van het leerproces. Hoe kunt u het leren in het klaslokaal (of het studiehuis) zo structureren dat het een betrokken en verantwoord discipelschap bevordert? Hoe kan het lesgeven over dit onderwerp inwerken op zaken als liefde, begrip, respect, integriteit, rechtvaardigheid en dienstbaarheid? Hoe kunt u het onderwerp zo brengen dat het tegemoet komt aan pedagogische eisen van relevantie en geloofwaardigheid, zodat de aandacht van de leerlingen geboeid blijft?
c. Leerlingen in staat stellen. Hoe brengt u bij de leerlingen, als u dit onderwerp met hen behandelt, een proces van interactie teweeg? Krijgen zij de gelegenheid om begrippen en principes, op voor hen originele en creatieve wijze, toe te passen? Moedigt het hen aan om betrokken te raken bij bepaalde waarden en activiteiten? Krijgen zij de gelegenheid om uitdrukking te geven aan hetgeen zij hebben geleerd? Op welke manieren worden zij geleid om een rol te spelen als een betrokken en verantwoordelijk discipel van Jezus Christus?
d. Een voorbeeld en een gids. Op welke wijzen kunt u bij het behandelen van dit onderwerp een persoonlijke herder en gids voor de leerlingen zijn?
Christelijk onderwijs bedreigd!
Alle scholen openbaar, zegt de één. Alle scholen bijzonder, zegt de ander.
Vrijheid van onderwijs, dat is steeds waar het om gaat.
Artikel 23 uit de Grondwet is opnieuw onderwerp van discussie.
Geschiedenis
Aan het eind van de 19e en begin van de 20ste eeuw hebben onze voorouders zich actief ingezet voor de gelijkstelling van het bijzonder onderwijs en het openbaar onderwijs. Voor 1917 was men vrij om scholen te stichten, maar alleen de openbare scholen werden bekostigd door de overheid. Wilde je in die tijd een school voor je kinderen waar de Bijbel het fundament was, dan draaide je zelf voor de bekostiging op. Veelal ontstonden er kerkscholen, vanuit een kerkgenootschap opgericht voor de kinderen van de gemeente. Na invoering van de leerplichtwet (1904) moesten alle kinderen naar school. Onze voorouders hebben zich toen ingezet voor bekostiging door de overheid ook van het christelijk onderwijs. En die bekostiging is gekomen. Artikel 23 van de grondwet verwoordt deze gelijkstelling en bekostiging.
Discussie
De laatste tijd horen we steeds weer de discussie oplaaien. Moeten we onze belastingcenten wel in scholen steken die vanuit hun religieuze achtergrond het onderwijs verzorgen? Nederland seculariseert steeds verder. Hoeveel mensen zijn er nog ingeschreven bij een kerk? Dat zijn er niet veel meer. Dus is er ook geen behoefte meer aan scholen met de bijbel, is de conclusie. Een adviescommissie van de VVD pleit voor het staken van de bekostiging van het bijzonder onderwijs. Mevrouw Hirsi Ali (VVD) strijdt voor afschaffing van het bijzonder onderwijs. Hoeveel van de mensen die ingeschreven staan bij een kerkgenootschap, gaan daadwerkelijk op zondag nog naar de kerk? Nog veel minder. Dus waarom zouden we dan zoveel christelijke, reformatorische, evangelische en gereformeerd-vrijgemaakte scholen bekostigen? En islamitische scholen, die op grond van artikel 23 ook bekostigd moeten worden, wordt daar wel onderwijs gegeven dat wij willen? Dit alles maakt het voor velen duidelijk: géén bekostiging meer voor bijzonder onderwijs, eigenlijk liever nog: helemaal geen bijzonder onderwijs meer. Dan zijn we van alle problemen af. En bovendien, wat is het verschil tussen een christelijke en een openbare school? Ze gebruiken dezelfde methodes, zijn ze wel ècht zo anders?
De praktijk
Deze vraag komt natuurlijk recht op de christelijke scholen af. Christelijk onderwijs wordt vooral vormgegeven door de godsdienstige opvattingen van de individuele leerkracht voor de klas. De zuil waar de school formeel toe behoort, heeft daar maar weinig invloed op. Dat geldt niet alleen voor christelijke scholen, maar ook voor reformatorische, evangelische en gereformeerd-vrijgemaakte scholen. Ook op deze scholen is diversiteit aan de orde. Gelukkig vraagt een aantal scholen zich af: “Doen we nog wat er op onze gevel staat? En hoe geven we dat dan handen en voeten in de dagelijkse lespraktijk en omgang met iedereen in de school?” Er zijn ook christelijke scholen waar een kloof is tussen de formele identiteit, keurig vastgelegd in de statuten van de vereniging waartoe de school behoort en de dagelijkse beleving van de identiteit, zoals die vorm wordt gegeven door de leerkracht in de klas. Zou het niet veel meer vanzelfsprekend moeten zijn dat deze twee met elkaar in overeenstemming zijn?
Schoolgemeenschap
Een school is natuurlijk geen geloofsgemeenschap, maar een professionele organisatie die bekostigd wordt om onderwijs te verzorgen. Onderwijs dat goed is, dat doelen nastreeft, kerndoelen realiseert. Er werken professionals, mensen die verstand hebben van onderwijs, mensen die pedagogisch gevormd zijn. Leerkrachten die met hart en ziel werken met hun kinderen, ze onderwijzen en opvoeden. De totale persoonlijke ontwikkeling van het kind staat centraal. De totale persoonlijke ontwikkeling van uw kind staat centraal!
Zijn we klant van onze school?
De totale ontwikkeling van onze kinderen ligt in de handen van de leerkrachten van de school. Wat doet deze zin met ons? Zijn we klanten van de school en gedragen we ons net als in de supermarkt? We blijven klant, zolang de artikelen ons aanspreken en de prijs redelijk is. Echter wanneer de kwaliteit tegenvalt of de prijs te hoog wordt, dan stappen we even zo vrolijk een andere supermarkt binnen. Gaat het ook zo met de basisschool van onze kinderen? Spreekt de school ons niet meer zo aan, dan verkondigen we dat luidt bij het hek, wanneer we onze kinderen ophalen. Vinden we naar ons idee onvoldoende gehoor, dan pakken we onze kinderen op en brengen we ze naar een andere school.
Staat de school er alleen voor?
Kan de school alleen maar op klanten rekenen, die klagen bij tegenvallende kwaliteit, die weglopen bij onvoldoende gehoor? Of doet de school ons wat? Hebben we als christen niet de grote verantwoordelijkheid om om onze school heen te staan? Zijn de zorgen van het bijzonder onderwijs ook onze zorgen? Gaat de school van onze kinderen ons aan het hart? Dragen we de school van onze kinderen in ons hart? Dragen we de school van onze kinderen op in ons gebed? De school, de leerkrachten en de directie, hebben onze steun zo hard nodig. Ze moeten staande blijven in een wereld die roept om verdwijning van het bijzonder onderwijs.
Iedereen welkom
Veel christelijke scholen hebben een open toelatingsbeleid. Iedereen die de grondslag van de school respecteert, kan zijn of haar kind aanmelden. Uit recent onderzoek blijkt dat PC scholen het heel goed doen, kwalitatief en procentueel. Het inspectierapport ziet er goed uit. Er worden goede resultaten behaald en er heerst nog orde en gezag. Er zijn ouders die dààrom kiezen voor de PC school in de wijk. Maar met dat open toelatingsbeleid sluipt ook een gevaar mee naar binnen. Blijft onze christelijke school wel voluit een christelijke school? Staan we als directie, team, bestuur en ouders wel voor onze identiteit en nemen we onze verantwoordelijkheid? Dragen we onze identiteit uit, wanneer we deze ouders en kinderen verwelkomen? Het geeft de ruimte om kinderen en ouders te vertellen over de liefde van de Here Jezus Christus. Of is het open toelatingsbeleid een bedreiging en verwatert met de instroom van mensen die niet vanuit de identiteit voor een bijzondere school kiezen onze identiteit? En terecht komt dan de vraag op ons af, waarom heet u een christelijke school? Waarin onderscheidt u zich?
Eigen identiteit
De tijd dat het vanzelfsprekend is, dat bijzonder onderwijs bekostigd wordt, ligt achter ons. We zullen moeten laten zien dat we bekostiging waard zijn. We zullen moeten laten zien waar we voor staan en hoe dat in ons onderwijs te zien is. We moeten ons onderscheiden. Wat op onze gevel staat, moet in ons onderwijs worden waargemaakt. Wat we op papier belijden, moet uitgesproken en beleefd worden in de school. Dat geeft christelijke scholen de kans om de eigenheid te expliciteren, de eigenheid die vooral tot uitdrukking komt in keuzes met betrekking tot inhouden, pedagogische uitgangspunten en didactiek. Het geeft scholen de ruimte om de eigen identiteit te verwoorden en uit te dragen.
Steun gevraagd
Open PC scholen lopen gevaar van identiteit, van kleur te verschieten. We concludeerden al , dat sommige ouders helaas niet vanwege de identiteit voor de school kiezen. Dit legt vaak een grote druk op de school. Van deze ouders behoeft er niet zo veel aandacht besteed te worden aan de bijbellessen en aan christelijke vieringen. En zeker hoeft alles niet zo zwaarwichtig en serieus. “Het zijn maar kinderen,” wordt er dan gezegd. Op aanmeldingsavonden wordt het tegen je gezegd: “Dat de kinderen de bijbelverhalen horen, vinden we prima. Ze zullen er niets van krijgen.” Maar ondertussen wordt wel de boodschap afgegeven, ga wat ruimer met de identiteit om. PC scholen hebben ouders nodig die van harte achter het christelijk onderwijs staan, die de school steunen. Ouders die laten blijken dat de christelijke identiteit er wel degelijk toe doet.
De school aan de ouders
Onze voorouders hebben gestreden voor ‘de school aan de ouders’. En wij, wat doet onze generatie? Laten wij de school de school? Laat de school van onze kinderen ons koud? Nee, toch zeker! Laat de school, de directie en het team, niet alleen staan in deze tijd van secularisatie. Lid worden van de schoolvereniging is naast ons gebed wat we voor de school kunnen doen. En wanneer u gevraagd wordt om uw steentje bij te dragen aan de school, geef niet steeds als antwoord ‘nee’. Iedereen heeft het druk, maar realiseren we ons wel hoeveel uren onze kinderen op school zitten? Het gemiddelde kind zit 8000 uur op de basisschool! Dat zijn 8000 hele kostbare uren, kinderjaren waarin onze kinderen gevormd worden. Schoolbesturen en schoolteams hebben steun nodig. Ze hebben uw steun nodig!
Een appèl!
Wanneer we naar de geluiden om ons heen luisteren, moeten we haast wel denken dat het verreweg het beste is om alle scholen om te vormen tot openbare scholen. Waarden-vrij, wordt er achteraan gedacht en soms gezegd. Wanneer je je kinderen een christelijke opvoeding wil geven, doe je dat maar thuis. Daar besteden we zeker geen overheidsgeld aan. Maar is een openbare school wel waarden-vrij? Kan een school waarin altijd sprake is van opvoeden, omdat je in een pedagogische relatie staat, wel waarden-vrij zijn? En willen we dat?
We hebben als ouders een grote verantwoordelijkheid tegenover onze kinderen. We hebben toch immers beloofd hen op te voeden, te onderwijzen en te laten onderwijzen? Dat vraagt om onderwijs dat gefundeerd is op de Bijbel. Het vraagt om onderwijs vanuit de Bijbel èn om onderwijsgevenden die zich laten leiden door de Bijbel. Deze onderwijsgevenden hebben u nodig, uw gebed, uw steun, uw stem en uw kracht. De zorg om het christelijk onderwijs ligt niet alleen bij leerkrachten en directieleden. Het voortbestaan van het christelijke onderwijs in ons land ligt voor een groot deel in (de gevouwen) handen van ouders, van ouders die de christelijke school een warm hart toe dragen. Klopt uw hart al warm voor de school van uw kinderen?
A. Kraaiveld
Docent Pedagogiek
Hogeschool Driestar-Educatief
Charisma uit de diepte
Behandeling van de dieptepsychologie van Carl G. Jung en de invloed daarvan op de psychotherapie als onderdeel van de (post)moderne spirituele pedagogiek, door drs. R.H. Matzken
Dit boek is niet specifiek voor het onderwijs geschreven, maar primair voor de pastorale counselling. Via de zgn. remedial teaching komen echter allerlei vormen van psychotechniek ook het onderwijs binnen en als gevolg daarvan krijgt het onderwijs deels het karakter van psycho-therapie. Vandaar dat deze studie hierbij is opgenomen ter verduidelijking van de achtergronden van de zgn. spirituele pedagogiek.
Met name verwijzen wij naar
Hieronder volgt een stukje uit de inleiding, over De bronnen van de diepte
Met deze titel geven wij aan dat de mensheid, op zoek naar genezing en heil, een nieuwe weg meent gevonden te hebben, nl. via het neerdalen in de diepte van de menselijke ervaring. De vader van deze diepte-psychologie, die eerst de wereld, later ook de kerk deze weg gewezen heeft, is Carl Gustav Jung, wiens denken wij in dit hoofdstuk zullen analyseren. Dit is best een vermetel werk, want het gaat hier om het slechten van een krachtig bolwerk van denken dat niet alleen ‘de wereld’ maar in toenemende mate ook ‘de kerk’ is binnengedrongen en op tal van plaatsen heeft overmeesterd.
Ook over Jung zijn veel boeken geschreven, meestal door zijn volgelingen, met her gevolg dat thans, ruim dertig jaar na zijn dood, het denken van Jung steeds meer ingang vindt. Steeds meer mensen gaan zich hiervoor interesseren en dat is dan ook de reden dat kortgeleden Jung’s autobiografie opnieuw in het Nederlands is verschenen 1). Wij zullen trachten in kort bestek het denken van Jung weer te geven, door vanuit het leven van Jung de belangrijkste onderdelen van zijn leerstukken te belichten. Daarmee beogen wij de lezer te helpen om te komen tot een herkenning van dit denken in het New Age denken en de integratie van het occulte in het dagelijks leven.
Maar het gaat ons niet alleen om de leer van Jung, en ook niet primair om de invloed hiervan op het moderne denken als zodanig, hoe belangwekkend en onthullend dit ook moge zijn. Het gaat ons primair om de invloed van Jung’s denken op de christenheid, die in toenemende mate open komt te staan voor het jungiaanse denken, dat toch qua mensbeeld en godsbeeld haaks staat op datgene wat de Bijbel leert. Dit laatste komt speciaal aan de orde in het in 1991 verschenen boek van Els Nannen: Carl Gustav Jung, der getriebene Visionär 2), waarvan de achterzijde vermeldt:.
Niet alleen de dieptepsychologie en de psychoanalyse, ook de theologie, en zeer recent ook de New Age-beweging, werden diepgaand door C.G. Jung beïnvloed. Uit zijn puur subjectief beleven en ervaren heeft Jung algemeen geldende normen voor de verhoudingen tussen mensen afgeleid en daaruit zijn zgn. ’therapieën’ ontwikkeld.
Het zal duidelijk worden dat Jung’s psychologie een heilsleer is en zijn psycho-therapie een heilsweg. Wanneer wij deze analytische psychologie nader bezien blijkt dat wij hier te maken hebben met een religie in een psychologisch gewaad. In deze tijd zijn er in toenemende mate religieuze mensen, die door Jung’s theorieën gefascineerd zijn. Sommigen leggen het erop toe om daarmee Gods Woord te verklaren of aan te vullen, anderen is het voor alles te doen om ‘een reis naar binnen’ in de betekenis die Jung hieraan geeft.
Men zal geschokt zijn wanneer men leest door welke machten Jung zich liet leiden: “De geest der diepte nam mijn verstand en al mijn kennis en stelde deze in dienst van het onverklaarbare en het tegenstrijdige . . . Deze beroofde mij van mijn spraak en schrift voor alles dat niet in dienst van dit éne stond, namelijk het in elkaar opgaan, het versmelten van zin en tegenzin.”
Voor Jung lag het heil in de ‘collectieve ziel’, het ‘collectieve onbewuste’: dat hield voor hem zowel ‘demon’ als ‘god’ in, wat voor hem synoniemen waren.
Wij vinden hier de achtergronden van de seculaire psycho-therapie, waardoor veel mensen zullen herkennen wat zij wel als ‘unheimisch’ aanvoelen maar niet onder woorden kunnen brengen. Tot hun schrik ontdekken velen dat tegenwoordig dit heidense gedachtengoed ook in veel kerkelijke en charismatische counseling voorkomt, en wij merken daarbij op dat veel evangelische leiders, die pal hebben gestaan tegen de bijbelkritiek, nogal argeloos staan tegenover dit nieuwe psychologische evangelie! 3) Wij denken hierbij aan Klinische Pastorale Training, die veel kerken als eis stellen voor hun pastors, ook voor pastors in ziekenhuizen enz. Maar ook aan de zgn. innerlijke genezing, waarbij wordt gezocht naar de helende krachten ‘in de diepte van zichzelf’ en men toegang krijgt tot het ‘helende charisma’ dat in ieder mens verborgen zou zijn.
Wij nodigen de lezer uit om ons in deze ontdekkingstocht te volgen, omdat hier de theoretische basis wordt gelegd voor diep-ingrijpende conclusies, die na het toetsen aan de Heilige Schrift tot oordelen gaan worden. Het is aangrijpend dat het denken van Jung, met name vanaf zijn sterfjaar, zo’n grote invloed heeft gekregen in christelijke kringen, eerst in de charismatische en evangelische beweging en thans ook in de kerken der reformatie. Deze invloed kan vanuit de recente geschiedenis worden aangetoond en wij hopen dat dit velen tot inzicht en inkeer mag brengen, die dikwijls onbewust en onbedoeld deze weg zijn gegaan. Sommige christenen hebben hiervan hun levenswerk gemaakt en moeten thans erkennen dat zij op een verkeerde basis hebben gewerkt. Met de beste bedoelingen zijn zij niettemin voor velen tot een verleiding en een val geworden in een periode waarin hun ‘cliënten’, dikwijls vanwege een psychische nood, zeer kwetsbaar waren.
Aan de invloed van het denken van Jung in de christelijke gemeente is het tweede hoofdstuk gewijd: de bronnen van de nieuwe charisma’s. Het zal blijken dat hierdoor bij uitstek het pastoraat besmet is met een denken dat niet alleen ‘menselijk’ is of ‘seculair’: losgemaakt van de bijbelse grondslag, ofschoon wel omhangen met bijbelse woorden. Sterker nog, wij kunnen stellen dat hiermee een andere geest, die zichzelf noemt ‘de geest uit de diepte’, de christelijke counseling is binnengedrongen, waardoor mensen die gecounseld worden zelfs occult belast kunnen worden!
In hoofdstuk 3 geven wij dan een aantal voorbeelden van de wijze waarop dit ‘psychologische evangelie’ in de praktijk werkt. Het gaat ons daarbij niet zozeer om allerlei namen te noemen van mensen en groepen die deze methoden zijn gaan hanteren, maar bovenal om de lezer te helpen om de vele valse leringen te onderscheiden, vooral op het gebied van hulpverlening en counseling. Om deze reden geven wij eerst een theoretische uiteenzetting van het denkenen de leer van Jung dat aan nagenoeg al het moderne pastoraat ten grondslag ligt.
“Brief van God”
Godsdienstonderwijs op de Openbare Basisschool
Onderscheid
Er is een groot verschil tussen het Godsdienstonderwijs op de Openbare Basisschool (= GOOBS) en de bijbelles op de christelijke basisschool. Bij het christelijk onderwijs staat Bijbelse Geschiedenis op het rooster aangegeven (3 uur) en is over de dagen van de week verdeeld. Door de gelijkschakeling van het onderwijs kan/moet er ook op de openbare basisschool 3 uur uitgetrokken worden voor godsdienstonderwijs.
De leerkrachten
Dit godsdienstonderwijs wordt op de openbare basisschool gegeven, door wat wij noemen, de godsdienstonderwijzers (godsdienstjuf of –meester). Dit is vaak de predikant of zijn vrouw of iemand uit de gemeente, die min of meer ervaring heeft. De bevoegdheid van deze leerkrachten staat volop ter discussie en omdat daarover nog geen bindende uitspraak gedaan is, laten wij dat hier rusten. Wij zien als grootste bevoegdheid de bevlogenheid, liefde voor kinderen, die zonder God en Jezus door de wereld gaan. Godsdienstonderwijs wordt gegeven door mensen die gevraagd en daarna aangewezen worden door kerkelijke gemeenten of plaatselijke kerken.
Verwarring
Er is nogal eens verwarring rond de vakken ‘geestelijke stromingen’ en ‘godsdienst- onderwijs’. Het vak geestelijke stromingen wordt door de school zelf gegeven en is op iedere school – ook de christelijke – een verplicht vak. Het SLO (Stichting voor Leerplan Ontwikkeling) zegt: ‘Het onderwijs in geestelijke stromingen is erop gericht, dat de leerlingen kennis en inzicht ontwikkelen omtrent enige hoofdzaken van en kenmerkende verschillen tussen geestelijke stromingen (godsdiensten) in onze multiculturele samenleving.’ Dat dit vak geestelijke stromingen op de openbare basisschool nogal eens overgedragen wordt aan de ‘godsdienstleerkracht’ is begrijpelijk, maar genoemde leerkracht hoeft dat niet te doen. Gezien de positie van de godsdienstleerkracht zal dat niet botweg geweigerd worden. In goed overleg is veel mogelijk!
Positie
Overigens heeft de godsdienstleerkracht een volstrekt legitieme positie binnen de school. Het godsdienstonderwijs dient dan ook een structurele plaats te hebben in het leerprogramma. De school stelt tijd, licht, warmte en ruimte beschikbaar om dit onderwijs te geven. In de praktijk en natuurlijk afhankelijk van de mogelijkheden kan die ruimte variëren van een volledig lokaal tot een hoekje in de gang. De leerkracht behoort niet tot het schoolteam en is slechts een gedeelte van de week aanwezig. Daarom is het van belang dat er een goed contact wordt opgebouwd tussen het schoolteam en de godsdienstleerkracht. Hoe positiever de contacten, hoe beter en soepeler men kan werken.
Voor wie?
In principe is er de mogelijkheid voor iedere godsdienst of levensovertuiging onderwijs aan te bieden op de openbare basisschool. Dat is afhankelijk van de vraag aan de kant van de ouders. Het godsdienstonderwijs valt dus niet onder de verantwoordelijkheid van de school; wel hebben ouders het recht godsdienstonderwijs te vragen. Als zij dat niet doen, kan het de school niet verweten worden, als er geen godsdienstonderwijs plaatsvindt. In onze multiculturele samenleving is de vraag naar godsdienstonderwijs groter dan enkele tientallen jaren geleden.
Eén en ander betekent wel dat het kan gebeuren dat ook het Humanistisch Verbond (Raadsman) de islam (Imam) en zelfs de Rabbi namens het jodendom, op verzoek van ouders, toegang tot de openbare basisschool vraagt. Het behoort niet tot de taak van de school dit te organiseren, maar men moet de leerlingen wel in de gelegenheid stellen de lessen te volgen. Ook is het niet zo, dat alle leerlingen verplicht zijn de één of andere vorm van godsdienstonderwijs bij te wonen. Voor kinderen die niet meedoen wordt er door de school een redelijk alternatief aangeboden. Echter, dat mag geen vorm zijn die ‘concurreert’ met het godsdienstonderwijs.
En nu de praktijk
Wij noemden hierboven de godsdienstleerkracht ‘de brief van God’!
Met een brief kun je doen wat je wilt; je kunt hem zelfs ongelezen terzijde leggen. Maar hoe aantrekkelijker aan de buitenkant, hoe meer verlangen er is of komt om van de inhoud kennis te nemen. We zouden ook kunnen spreken over ‘het gezicht van God’, want zij bepalen door hun les, hun vertelling, verwerking, hun hele optreden hoe de leerling over God denkt. Hun bezieling (en zonder dat komt er niets van terecht) werkt aanstekelijk. De instelling: Ik doe het, omdat de kerkenraad het heeft gevraagd, werkt niet overtuigend.
Maar is de reactie: ‘Ik zag er tegenop, maar gaandeweg krijg ik er meer plezier in,’ dan sta je nog versteld wat je met de kinderen kunt bespreken/bereiken. Het zal ondertussen duidelijk zijn dat achtergrond en opleiding van de leerkrachten van het godsdienstonderwijs op de openbare school varieert van universitair tot ervaring op de zondagsschool, maar ze hebben één ding gemeen: de Bijbelse boodschap moet doorgegeven worden!
Ondertussen moet de leerkracht ook bedenken dat hij of zij zal gezien worden als een ‘vakleerkracht’ en sommige groepen nemen dan de kans waar om zo iemand ‘uit te proberen’. Opmerkingen als: “Gelooft u dat eigenlijk zelf wel?” of “Mijn vader zegt dat het allemaal sprookjes zijn.” zullen beslist wel eens gehoord worden. De eigen mening mag dan niet achterwege blijven. Het spreken uit overtuiging is meestal het beste bewijs van de kracht van Gods Woord. Ondertussen moet men wel om kunnen gaan met andere opvattingen en zich ontspannen kunnen opstellen ten opzichte van bepaalde opmerkingen of een van te voren kritische houding.
Godsdienst onderwijs op de openbare school is geen evangelisatiewerk, mag het ook niet zijn. Een uitnodiging om de kerk te gaan bezoeken zal door ouders beslist niet op prijs worden gesteld. Niettemin zijn er elke week weer enkele honderden leerkrachten die soms best wel eens met lood in de schoenen, maar toch ten volle overtuigd van de noodzaak van dit werk naar ‘hun’ kinderen, ‘hun’ klasje, gaan. Laten we ook dit werk in onze gebeden opdragen aan Gods Genadetroon!
Werkgroep GOOBS
De werkgroep GOOBS werkt in opdracht van de HGJB en in samenwerking met de catechesecommissie. Haar taak is:
– vervaardigen van lesmateriaal en het schrijven van Bijbelverhalen met achtergrond en lesmaterialen,
– het organiseren van een jaarlijkse landelijke studiedag, een dag met een inleiding, een praktisch onderwerp, maar vooral een dag van ontmoeting en bemoediging en het uitwisselen van ideeën en materiaal. Deze dag wordt als zeer positief ervaren!
De werkgroep GOOBS bestaat uit 2 predikanten, voor achtergrond en exegese, een oud-directeur van een openbare basisschool die niet alleen ervaring met het godsdienstonderwijs heeft, maar dat ook heeft gestimuleerd. Hij is de onderwijsdeskundige en treedt op als corrector. Tevens zijn er drie dames die de verhalen en de verwerkingen verzorgen.
Boeiend, dankbaar en vreugdevol werk!
Ds. N. Noorlander
voorzitter werkgroep GOOBS