Het kopje in het Nederlands Dagblad van 18.1.2006 luidde: “Geen transcendente meditatie op school”, dwz. niet op de middelbare school De Rietlanden in Lelystad. Paul Gelderbos, vertrouweling van goeroe Maharishi Mahesh Yogi en topman van het Telecombedrijf Scarlet, blijft echter bij zijn plan om jongeren op middelbare scholen en HBO opleidin-gen voor Transcendente Meditatie (TM) te benaderen.
Transcendente meditatie – een neutrale ontspanningstechniek?
Het kopje in het Nederlands Dagblad van 18.1.2006 luidde: “Geen transcendente meditatie op school”, dwz. niet op de middelbare school De Rietlanden in Lelystad. Paul Gelderbos, vertrouweling van goeroe Maharishi Mahesh Yogi en topman van het Telecombedrijf Scarlet, blijft echter bij zijn plan om jongeren op middelbare scholen en HBO opleidin-gen voor Transcendente Meditatie (TM) te benaderen. De multimiljonair uit Blaricum, die bij de organisatie van de goeroe zakelijk betrokken is, wil 1000 jonge mensen tot volgelingen van de Maharishi maken, zo de Telegraaf van 7.1.2006. Het doel is om “leiders van de toekomst op te leiden” om via TM de wereld te beïnvloeden.
Transcendente meditatie – iets positiefs?
Tegenwoordig worden de zintuigen van de jeugd bovenmatig geprikkeld, o.a. door hun muziek – al of niet via koptelefoon – , door computer(spelletjes) en televisie. Is het dan niet positief, als ze op school eindelijk eens stilgezet worden en via TM tot rust komen? Of is die rust misschien een schijnrust, of nog erger?
Meditatie is een bekende term onder christenen: “Vanmorgen wordt de meditatie verzorgd door dominee …”. Daarop behandelt de predikant een perikoop uit Gods Woord, dat geïnspireerd is door de Heilige Geest. Heeft de TM van de bovengenoemde goeroe misschien een geheel andere inhoud, geïnspireerd door een andere geest?
De organisatie beweert dat TM ‘wetenschappelijk’ is. Om dat aannemelijk te maken komt ze met allerlei grafieken en statistieken. Dan kan er toch niets mis zijn, of toch? Betekent een wetenschappelijk onderzoek naar de resultaten van een bepaald fenomeen, door (vaak TM-)wetenschappers en in wetenschappelijk jargon gekleed, per definitie dat dan ook dat fenomeen zelf ‘wetenschappelijk’ is? Vgl. daartoe een onderzoek naar de resultaten van kindermishandeling.
Er wordt gepropageerd dat TM leidt “tot goede schoolprestaties, positieve sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling, betere gezondheid en vermindering van overtredingen van schoolregels”. Wat willen wij nog meer? Of komen de jongeren (én volwassenen) door TM juist verder van huis?
Het verzoek om TM als keuzevak op De Rietlanden te geven, kwam “van de basisschool de Fontein in Lelystad, waar al twintig jaar aan het begin en eind van de schooldag wordt gemediteerd” (ND 18.1.06). Het kwam tevens van enkele leerlingen van De Rietlanden en hun ouders. Dat is zorgelijk. Daarom is het belangrijk dat schoolbesturen, leerkrachten en ouders de hindoeïstisch religieuze achtergrond, waarmee TM onafscheidelijk verbonden is, beseffen.
De religieuze wortel van TM
TM is een van de ‘vruchten’ van de geestelijke wortel: het hindoeïsme in India. Zo wortel, zo vrucht! Daarom moeten wij iets van de hindoeïstisch religieuze denkwijze afweten.
Het brahmanisme, de eigenlijke kern van het hindoeïsme, kent geen persoonlijke God buiten en boven de mens. Het weet dus niets van de levende God, Schepper, Wetgever, Rechter en in Jezus Christus Verlosser en Vader, zoals de Bijbel Hem openbaart. Het hindoeïsme telt miljoenen goden (polytheïsme). Het (!) Brahma is het zgn. Oerprincipe, de Goddelijke Wereldziel (Goddelijk Zelf), die zich in alles en allen, in kosmos, natuur en mens aanwezig is. In alles en ieder is zodoende ‘iets goddelijks’ (pantheïsme).
Deze vergoddelijking van de schepping en het schepsel staat haaks op de bijbelse Openbaring, die leert dat alles wel het werk van Gods hand is, maar niet zelf goddelijk. God staat buiten en boven Zijn schepping en Zijn schepsel.
Reïncarnatie
Het hoge levensdoel zou moeten zijn om dat ‘Goddelijke in jezelf’, je Ware Zelf, te ontdekken en te ontwikkelen om tenslotte op te gaan in, te versmelten met het Goddelijke Zelf, het Brahma. Maar de meeste mensen verkeren daarover in onwetendheid. Zij houden zich meer met aardse zaken en de zichtbare werkelijkheid bezig. Daarom moeten ze na hun dood weer op aarde terugkomen, namelijk in een lichaam overeenkomstig de manier, waarop ze zich al dan niet met ‘het goddelijke’ hebben beziggehouden. Dat kan het lichaam van een dier, een plant of een mens zijn.
Reïncarnatie (zielsverhuizing) betekent letterlijk: weer vlees worden, weer een lichaam krijgen. Het heeft met weder-geboorte in bijbelse betekenis uiteraard niets te maken. Bovendien zegt Hebr. 9:27 duidelijk dat de mens bestemd is om eenmaal (dus niet talloze malen) te sterven en daarna het oordeel (van de levende God).
Yoga – de hindoeïstische heilsweg
Deze zgn. reïncarnatie is als een wiel dat altijd maar ronddraait: men wordt geboren, sterft, krijgt weer een lichaam, sterft enz. enz. Honderden jaren geleden formuleerde men een techniek, een heilsweg, om zichzelf uit deze kringloop te kunnen verlossen: yoga! Yoga is van meet af aan een hindoeïstisch-religieuze heilsweg tot zelfverlossing. De techniek, die in haar basisvorm, Hatha-yoga, uit specifieke en onbewegelijke (!) lichaamshoudingen en specifieke, tegennatuur-lijke ademhalingsoefeningen bestaat, heeft nooit iets met sport, gymnastiek of ontspanningsoefeningen te maken gehad. Yoga stamt uit een religie en heeft een religieus doel. Maar om yoga in het westen ingang te doen vinden, heeft men de basisvorm een beetje aangepast en als ‘ontspanningstechniek’ aan de man en aan de vrouw gebracht.
Andere wegen van zelfverlossing in hindoeïstische zin zijn o.a.: karma-yoga (goede werken),bhakti-yoga (dienende, mystieke overgave, vaak vermengd met erotische aanbidding) enmantra-yoga (een hindoeïstische ‘heilige spreuk’ steeds herhalen). Een nieuwere vorm is de meer dynamische power-yoga, die bv. op sportscholen wordt gegeven.
Een yogi is iemand, die denkt het hindoeïstisch religieuze doel: Zelfverwerkelijking, Verwerkelijking van het Hogere, Goddelijke Zelf bereikt te hebben – dus ook de Maharishi Mahesh Yogi.
Sri Maharishi Mahesh Yogi
Het hindoeïsme bracht diverse goeroebewegingen voort, met name na Wereld Oorlog II. De bekendste zijn de TM beweging van de MM Yogi (1958), de Hare Krishna beweging (1966) en de Bhagwan beweging (1974). Een goeroe is een spirituele leider of gids.
Sri betekent ‘geëerde’ en is een respectvolle aanspreektitel. Maharishi betekent de ‘grote ziener’ (profeet) of ‘wijze meester’ en Mahesh: een ‘groot mens’. Men spreekt van ‘zijne heiligheid’. MM Yogi geniet een bijna goddelijke verering. Hij is een van de meest succesvolle goeroes, die de hindoeïstisch religieuze denkwijze en een aangepaste yoga in Amerika en Europa heeft geïntroduceerd. Dat succes heeft hem veel geld in het laatje gebracht. Al jaren geleden werd hij ‘de man, die miljoenen incasseert’ genoemd.
In Europa opgegroeid, kende MM Yogi zodoende het ‘geloof in de wetenschap’ van de westerse mens. Zodoende heeft hij zijn uiterste best gedaan om zijn mantra-yoga in ‘wetenschappelijke’ en ‘neutrale’ verpakking te verkopen. Een van de namen is zelfs “Wetenschap van creatieve intelligentie”.
Niettemin denkt en argumenteert hij vanuit de hindoeïstische traditie. Het hindoeïstische syncretisme is bv. te zien in zijn nadruk op absolute tolerantie ten aanzien van elke wereldbeschouwing en religie. Het hindoeïstisch pantheïsme is terug te vinden in zijn motto: ‘Terug tot de bronnen in je zelf’. Door de TM-techniek kun je dat enorme innerlijke reservoir ontdekken, er mee in contact komen, het aanboren en activeren. Zo kun je tot “maximale ontplooiing van al je menselijke mogelijkheden” komen, zo wordt althans beweerd.
De organisatie kreeg telkens andere namen of uitbreiding onder andere namen. De pretenties zijn niet bepaald beschei-den. Men meent een oplossing, een soort panacee te hebben voor alle persoonlijke, nationale en internationale proble-men. Uiteraard volslagen buiten Jezus Christus om. Immers zelfverlossing door eigen werken enerzijds en verlossing door God in Jezus Christus uit genade anderzijds staan haaks op elkaar. Ze sluiten elkaar volledig uit.
In het midden van de jaren zestig werd de MM Yogi door de Beatles een tijdlang wereldberoemd. John Lennon: “Wij zullen alles doen wat in ons vermogen ligt om TM te verbreiden.” De Beatles lieten zien dat je ook zonder drugs mys-tieke ervaringen kunt produceren, namelijk door middel van TM.
Mantra-meditatie
Een mantra is een ‘heilig woord’ of spreuk uit de hindoeïstische geschriften (veda’s) in hetSanskriet, de taal van het oude India. De Veda (‘goddelijk inzicht’) is de oudste hindoeïstische literatuur. Een mantra is meestal de naam van een hindoegodheid, zoals Hare Krishna of OM (AUM), de ‘oerklank’, identiek aan ‘Het Goddelijke’. Op de juiste wijze uitgesproken is het een magisch woord, een ‘vibratie, geladen met kosmische kracht’.
Een mantra dient als contactmiddel om een bepaalde hindoegodheid op te roepen en aan te roepen, die in dat heilig woord of in die spreuk aanwezig wordt geacht. Een mantra-meditatie is niet zelf transcendent – het woord is dus mis-leidend – , maar vervult een brugfunctie naar een transcendente, onzichtbare wereld. Transcendent komt van het Latijnse woordtranscendere: iets overschrijden, iets overstijgen; hier: de zichtbare wereld overschrijden.
Het uiteindelijke doel van TM is om via Zelfbewustzijn en Kosmisch- of Eenheidsbewustzijn tot Goddelijk Bewust-zijn te komen. TM is één van de vele occulte bewustzijnsverruimende technieken. Niet ongevaarlijk dus, die TM!
De Bijbel laat zien dat die onzichtbare wereld de wereld van de duisternis is. Satan is met zijn demonen er op uit om mensen te verleiden, te bedriegen, kapot te maken en voor God aan te klagen. Dat is een realiteit. Daarom is de toegang tot en het contact met demonen voor ons mensen door God verboden. Geen onschuldige zaak dus, die TM!
De inwijdingsceremonie van TM
Om een mantra te krijgen moet men eerst een klassiek hindoeïstisch inwijdingsritueelondergaan met offerande aan en ‘gebed’ tot Indiase goden en goeroes. Dat geschiedt door een TM leraar, die door goeroe MM Yogi opgeleid en geauto-riseerd is. De offerande (puja)bestaat niet alleen uit geld voor de TM organisatie. Er moet ook een hindoeïstisch religieus offer van rijst, fruit, bloemen en zelfs een witte zakdoek worden gebracht voor het portret van de overleden goeroe DEV dat op een altaar staat. MM Yogi zegt een leerling van deze goeroe DEV (‘goddelijke leraar’, 1869-1953) te zijn, die hem de opdracht zou hebben gegeven om de hindoeïstische meditatie te verbreiden.
Ook wierook en kaarsen moeten geofferd worden, als uitdrukking van toewijding aan hindoegoden om hen goedgun-stig te stemmen.
Na dat religieuze ritueel spreekt TM leraar in het Sanskriet een hindoegebed tot hindoegodheden uit, waarbij de inwijdeling moet invallen: “Voor …. buig ik mij neer … ”. Er volgt een danklied voor de overleden goeroe DEV gepaard met de bede tot hem om ‘goddelijke kracht’ voor de inwijdeling. Dan buigen TM leraar en zijn leerling zich onder het ‘goddelijke juk’ (hier: de mantra). Door het inwijdingsritueel ontstaat er een blijvende band tussen TM leraar en ingewijde.
De onbekende, geheime mantra
Na dat ritueel wordt aan de ingewijde zijn mantra gegeven, dat zogenaamd persoonlijk op hem of haar is afgestemd. De TM-leraar is de noodzakelijke middelaar tot dat mantra en dus tot ‘vrede’ en ‘geluk’ enz. De ingewijde is tot absolute geheimhouding van zijn mantra verplicht (!). En de betekenis van de mantra in het Sanskriet wordt door de TM leraar geheim gehouden (!). De TM beoefenaar, die geen Sanskriet kent en niet thuis is in de godengalerie in India, weet dus niet wat of liever gezegd wiens naam hij dagelijks herhaalt! En hij mag het ook aan niemand vragen op straffe van dreigementen. Vanaf 0 jaar heeft iedere leeftijdsgroep zijn eigen soort mantra resp. godennaam.
De mantra moet in principe tweemaal twintig minuten per dag worden gereciteerd. Van meditatie in de eigenlijke betekenis van het woord is geen sprake. Meditatie is in de religies en leringen van het Verre Oosten een duizend jaar oude religieuze heilsweg tot zelfverlossing en bevrijding, in het boeddhisme in de zin van ‘verlichting’.
Mediteren in bijbelse betekenis is altijd het biddend overdenken van een Bijbeltekst, ook met inschakeling van het verstand. Het doel is om via de tekst (en parallelplaatsen) God de Vader en God de Zoon beter te leren kennen, te vertrouwen en te gehoorzamen. Er is dus een wereld van verschil tussen christelijke en Aziatische meditatie.
Publieke presentatie – de volle waarheid?
Het verschil tussen propaganda en praktijk zijn de inwijding, de mantra en het uiteindelijke doel van TM.
Pas na de hindoeïstische inwijding – dus niet tijdens voorlichtingsavonden – wordt het uiteindelijke doel van TM onthuld, en wel alléén aan de ingewijde: spirituele Bewustzijnsverruiming (transformatie) tot Goddelijk of Kosmisch Bewustzijn. Dat is wel even iets anders dan de beloften van ontspanning, innerlijke vrede en geluk, van ‘creatieve intelligentie’ of van therapie! Een bezoek aan een zgn. voorlichtingsavond heeft dus geen enkele zin.
Enkele kenmerken van Aziatisch religieuze meditatietechnieken
1. Rituele setting: het lokaal moet rustig, het licht zoveel mogelijk gedempt zijn. De mediterende moet gemakkelijk zitten, de ogen (half) gesloten.
2. Rituele lichaamshoudingen, hand- en vingerposities; vaak de handpalmen naar boven geopend. Meestal in de lotushouding. De lotus is een occult symbool voor creatieve kracht.
3. Leeg worden van je zelf. De vijf poorten van zintuiglijke waarneming sluiten: niets horen, niets zien, niets gevoelen, niets willen, niets begeren, niets denken, niets beoordelen, aan niets meer hangen, alles loslaten.
Zulke passiviteit is een bekende manier om zich te openen voor bovennatuurlijke ervaringen. Ze is het tegendeel van de bewuste, actieve houding, waartoe de Bijbel oproept: “Al wat waar, al wat waardig, al wat rein … is, bedenkt dat”, “Zoekt de dingen die Boven zijn”, “Legt de oude mens af, doet de nieuwe mens aan”, “Wandelt in de liefde” enz. enz..
4. Ontspanningstechnieken zoals al of niet aangepaste yoga, hypnose of autogene training (een combinatie uit beide).
5. Speciale ademtechnieken met een religieuze betekenis en een religieus doel.
6. Concentratietechnieken om zich op één zaak of punt te richten (bv. een mantra) met uitsluiting van al het andere.
7. Reciteertechnieken bv. om ‘OM’ of een ander mantra langzaam, zachtjes en voortdurend te herhalen om de (hindoe) godheden of geesten op te roepen en aan te roepen.
TM – wetenschappelijk?
De wortel, methoden en doelstelling van TM hebben niets met wetenschap, maar alles met religie te maken, evenals het initiatieritueel. Op voorlichtingsavonden zijn presentatie en argumentatie schijnwetenschappelijk, aangepast aan de mentaliteit en het denken van het westen. Die pseudo-wetenschappelijkheid versluiert het ware wezen en doel van TM. Aangezien TM een occult-religieuze techniek is, kan TM zelf nooit (natuur)wetenschappelijk worden onderzocht en beoordeeld. Gods Woord is de enige echte maatstaf voor beoordeling van TM. Beoordeling van TM betekent natuurlijk niet een veroordeling van TM beoefenaars.
TM – neutraal, waardevrij?
Uit het bovenstaande moge duidelijk zijn geworden dat we als christen nooit TM mogen bagatelliseren of adviseren. De geestelijke wortel van het hindoeïsme met zijn valse leringen en zelfverlossing is nu eenmaal niet te neutraliseren. Het is een vorm van struisvogelpolitiek om te zeggen: Ik wil met het hindoeïsme niets te maken hebben, ik doe ‘alleen’ aan TM. Echter, bestond er geen hindoeïsme, bestond er ook geen mantra-yoga resp. geen TM.
TM is een anti-bijbelse heilsweg met een anti-bijbels doel. Zelfverlossing – nota bene door middel van een occult religieuze techniek – is antichristelijk. ‘Terug tot de bronnen in je zelf’ is verleiding tot zonde. Het inwijdingsritueel en de mantra-meditatietechniek zijn een door God verboden middel om met de wereld van Zijn vijand in contact te komen en te blijven. De naam van de goeroe alleen al zou het licht op rood hebben moeten zetten!
TM – positieve gevolgen?
TM heeft negatieve gevolgen op psychisch en vaak ook op lichamelijk vlak. De teleurstelling dat TM niet geeft wat ze propageert, kan tot een zware depressie of zelf tot een zelfmoordpoging leiden. Daar de TM-mediterende helemaal op zichzelf is geconcentreerd, bevordert het een egocentrische levenshouding, waarin voor naastenliefde, dienen en zelfverloochening geen plaats is.
Op geestelijk vlak zijn de gevolgen ernstig. Door de hindoeïstisch religieuze inwijding en mantra komt men in de
religie van de MMM Yogi terecht, die haaks op de bijbelse openbaring staat. TM vormt een blokkade voor bijbelse bekering tot en geloof in de drie-enige God, voor verlangen naar Woordverkondiging, bijbelstudie en gebed. De verplichte geheimhouding van de onbekende mantra is als een ban op de beoefenaar. Pas na het openlijk uitspreken van de geheime mantra in tegenwoordigheid van een rijp christen als getuige met de bede tot Jezus Christus, de ban en de herinnering aan die mantra weg te nemen, wordt de ban gebroken. Dat moet natuurlijk gepaard gaan zowel met de totale breuk met deze occulte meditatietechniek en met de organisatie als ook met volkomen overgave aan Jezus Christus (Hand. 26:18-20; Spr. 28:13; 1Joh. 1:9).
De zogenaamde bevrijding van bv. drugsverslaving door TM is een bedriegelijke schijnbevrijding. Men wordt immers door TM op een andere, een onzichtbare wijze gebonden en kan daardoor aan TM of ook aan iets anders verslaafd worden. Een gebondenheid aan drugs is zichtbaar en voelbaar; velen snakken er naar daarvan bevrijd te worden. Maar wie onderkent de onzichtbare gebondenheid door de geestenwereld achter TM?!
Jezus Christus alleen maakt echt vrij en geeft ware rust! (Joh.8:36; Mat. 11:28-30).
Literatuur o.a. van de Duitse professor der Pedagogiek: Prof. Dr. Reinhard Franzke: Meditation und Yoga – Entspannungs- und Heilmethode oder religiöser Heilsweg? (2003, met veel literatuur). Prof. Dr. R. Franzke: Meditation – Weg zum Frieden oder Tür zur anderen Welt? (Anti-Okkultismus-Info Nr. 2/1999). Ook: Meditation und Yoga Entspannungs- und Heilmethode oder religiöser Heilsweg? (2003). Zie www.Faith-Center-Hannover.de. Rabi Maharaj: De goeroe is dood (Telos, IBB)
Smart Reading en de vreemde religieuze indoctrinatie
Ouders krijgen soms onverwacht met zaken die op school spelen, te maken. Wat moet je, als je de achtergrond niet vertrouwt? Dankzij informatie van één van de ouders en van het centrum dat „Smart Reading“ promoot, was prof. Franzke in staat om onderstaand artikel samen te stellen.
Opmerking vooraf
Enkele jaren geleden hadden new age-apostelen de ‚aquarius samenzwering’ (Ferguson) ingezet en wereldwijd gepropageerd. Hun bedoeling was het wegdrukken van het christelijk geloof door een mengeling van religieuze praktijken uit de magie, de esoterie, de heksenbeweging en het sjamanisme en ook uit het Verre Oosten. De new ageliteratuur is grotendeels van de markt verdwenen, maar de „Okkulte invasie“ (boek van Dave Hunt) is volop bezig. Overal worden wij en onze kinderen geconfronteerd met vreemde religieuze en okkulte praktijken, vooral op school, in de gezondheidszorg en in de recreatiesector. Echter hoe erger de situatie is, des te minder schijnen zich zelfs bijbelgetrouwe christenen druk te maken om occulte en vreemde religieuze indoctrinatie.
Geen andere goden
Laten we even voor de geest halen, wat Gods Woord daarvan zegt. Toen de Heer Zijn volk naar het Beloofde Land leidde, had Hij hun tien geboden gegeven die ze nauwkeurig moesten naleven. Naleving van de geboden zou Gods zegen, maar afwijking Gods vloek over hen uitstorten. Het eerste gebod is een heenwijzing naar de liefde, trouw en dankbaarheid die God van Zijn volk verwacht. Het volk Israël moest GOD, de Heer en Schepper, liefhebben en Hem trouw zijn; ze moesten geen andere goden hebben, hen niet volgen, dienen of hun zelfs offers brengen en ze moesten weigeren de religieuze rituelen en praktijken van de heidense volkeren over te nemen (Deut. 13:8). De afvalligen of afgodendienaars, de tovenaars en verleiders moesten worden gedood resp. door het volk worden gestenigd. Zo serieus nam God het met de trouw en de naleving van de geboden!
Kortom, Gods Woord verbiedt de gelovigen de overname van spirituele praktijken uit niet-christelijke en pseudo-religies.
Vreemde religieuze en okkulte praktijken op school
Op Duitse scholen bestaan ondertussen veel meer dan honderd vreemde religieuze en occulte praktijken die verspreid worden in leerboeken voor didactiek en methodiek. Die praktijken kunnen worden samengevat in zes groepen.
1. Spirituele leringen en praktijken uit de religies van het Verre-Oosten
Hiertoe behoren vooral diverse vormen van meditatie en yoga, qi gong, tai chi, vechtsporten uit het Verre-Oosten (akaido, kung fu), wen do en feng shui, het mandalatekenen, concentratieoefeningen, diverse lichaams- en waarnemingsoefeningen, diverse yogapraktijken, zoals rituele lichaamshoudingen (asanas, moedras enz.), evenwichts- en balanceoefeningen, rek- en strekoefeningen, imitatie- en imaginatieoefeningen, oogoefeningen volgens yoga (in de kinesiologie / brain gym), stilteoefeningen, puntmassages (kinesiologie) en energieoefeningen (verg. Franzke ‘Meditation und Yoga’).
2. Spirituele leringen en praktijken van heksen, magiërs en sjamanen
Tot deze groep esoterische praktijken behoren o.a. de populaire kring- en kaarsrituelen, kringdansen, ontspannings- en ademtechnieken, visualiseringsoefeningen en fantasiereizen, waarnemingsoefeningen en training van de zintuigen, KIM-spelen en de „vrije associatie“, memotechnieken en het leren met de vijf zintuigen, trommels, ratelaars, regenstaven, toverspreuken en bezweringsformules (verg. Franzke ‘Magie’, ‘Was ist Schamanismus?’ ‘Der Lehrplan des New Age’).
3. Mediale praktijken, spiritisme en waarzeggerij
Mediale praktijken moeten contact tot stand brengen met bovennatuurlijke werelden en machten. Ze brengen kennis, ideeën uit bovennatuurlijke bronnen (transcendente werelden) over. Veelal zijn die technieken tegelijk ook een vorm van waarzeggerij, vragen van geesten en/of „dodenbezwering“. Tot de spiritistische en mediale praktijken die in het schoolonderwijs zijn te vinden, behoren vooral het pendelen en glaasje draaien, het creatieve schrijven, de technieken van mind mapping, flitslicht en brainstorming, de kinesiologische spiertest, de vele gevoelstrainingen, uitleg van dromen en het zogenaamde opzoeken van visioenen. De technieken van flitslicht, brainstorming en mind mapping zijn ondertussen in haast elk methodenleerboek van de moderne pedagogiek en didactiek te vinden.
4. Pseudo-religieuze praktijken
Pseudo-religieuze praktijken zijn gebaseerd op uitgangspunten die op zichzelf niet als religie worden aangemerkt, maar wel wezenlijke kenmerken van een religie hebben, zoals bijv. aanbidding en aanroeping van een onzichtbare, hogere macht, waarvan men raad en hulp verwacht. Tot de pseudo-religieuze leringen en praktijken behoren o.a. autogene training, progressieve spierontspanning, suggestopedie, superlearning, Lozanow-methode, neuro-linguïstische programmering (NLP) en het „positieve denken“ (verg. Franzke ‘Entspannungstechniken’, ‘NLP’).
5. Pseudo-onderwijsmethodes en pseudo-leerhulpen met een spirituele achtergrond: associatietechnieken, themagecentreerde interactie, pantomime, beeldhouwwerken opzetten, diverse rollenspelen, diverse massages, groepsmassages en puntmassages (verg. Franzke ‘New-Age-Pädagogik’).
6. Mentale technieken
Tot de mentale technieken behoren technieken die uit de religieuze conteksten worden geïsoleerd en in totaal nieuwe conteksten worden verpakt en verspreid. Daartoe behoren bijv. de vele concentratieoefeningen, de visualiseringstechnieken, de oogtechnieken uit de yoga, de ontspannings- en ademtechnieken enz. enz. enz.
Het esoterische grondpatroon
De meeste genoemde praktijken volgen een gemeenschappelijke basislogica. In een eerste fase moeten ze leiden naar een toestand van TRANCE, die de deur opent tot het rijk en de machten der duisternis. Bekende tranceoefeningen zijn:
rituele lichaamshoudingen,
ontspannings- en ademtechnieken,
imaginatie- en visualiseringstechnieken,
technieken van stilzetten van gedachten en technieken van puntconcentratie,
imitatietechnieken en rollenspelen,
oogtechnieken uit de yoga en confusietechnieken die de geest in verwarring brengen.
De genoemde grondtechnieken, die in (haast) alle spirituele tradities zijn te vinden, openen de deur tot de machten van de duisternis. Gelovige christenen worden zodoende opgeroepen om die praktijken te identificeren en te mijden. Is de deur naar de spirituele wereld eenmaal geopend, dan kan men blijkbaar met bovennatuurlijke machten contact opnemen, communiceren en coöpereren. Duistere machten dienen als bovennatuurlijke helpers en raadgevers en zijn ook een bovennatuurlijke kennisbron (akasha-kroniek, collectief onderbewustzijn bij C.G. Jung). In een toestand van TRANCE kan men voorts buitenlichamelijke zielenreizen ondernemen, bovennatuurlijke bekwaamheden en krachten winnen en ook bovennatuurlijke machten en krachten gebruiken voor magische beïnvloeding en manipulatie van de levensomstandigheden en gezondheid.
Smart Reading – een mediale praktijk
Dit esoterische basisprogramma wordt door new age-apostelen steeds weer in een andere verpakking gepresenteerd. Een actueel voorbeeld is „Smart Reading“, wat als snelleestechniek op scholen wordt ingevoerd. Beloofd wordt eenbovennatuurlijke bekwaamheid. Zogenaamd kun je na een driedaagse cursus 2000 tot 5000 woorden in maar één minuut lezen en begrijpen. Dikke boeken kunnen zogenaamd in luttele minuten worden doorgevlogen. Zogenaamd wordt hier van de linker en de rechter hersenhelft gebruik gemaakt, maar in werkelijkheid gaat het om een dubieuze occulte techniek.
De wetenschappelijk basis waarop men zich beroept, is totaal verkeerd: serieuze leerboeken van de klinische geneeskunde kennen de gepresenteerde functietoewijzingen tussen linker en rechter hersenhelft niet In werkelijkheid moet de genoemde leestechniek leiden naar een toestand van TRANCE die de deur openzet naar bovennatuurlijkekennisbronnen en kennisreservoirs. Je moet heel snel door de tekst heenvliegen en achterwaarts, ondersteboven en/of verticaal lezen. Kortom, je moet helemaal niet lezen, maar door snellezen en extra concentratie- en visualiseringspraktijken in een toestand van TRANCE geraken. „Eigenlijk mag je er niet goed naar kijken, zo snel moet je de bladzijden omslaan.“ In een toestand van TRANCE moet je de bladzijden „fotograferen“, net als bij mind mapping en „fotografisch opslaan“; in een toestand van TRANCE dringen de informaties door in een bovennatuurlijk reservoir – en niet, zoals wordt beweerd, in het geheugen en/of het onderbewustzijn. „Innerlijke beelden“ worden niet in het geheugen opgeslagen, „innerlijke beelden“ wenden zich tot bovennatuurlijke machten; ze zijn het centrale gereedschap van de heksen, magiërs, sjamanen en yogi’s (zie Franzke: Visualisierung). Naar behoefte kunnen de bovennatuurlijke kennisbronnen en kennisreservoirs worden afgetapt: Je wacht, „wat er in je boven komt borrelen“, of het nu in de vorm van „inwendige stemmen“, „inwendige beelden“ en/of door gedachteïnspiraties is. Kortom, „Smart Reading“ is niet smart, „Smart Reading“ is een mediale praktijk, die de leerlingen moet verbinden met de machten der duisternis en moet voorzien van kennis uit bovennatuurlijke bronnen. Heeft men de logica begrepen, dan wordt duidelijk, dat je het boek nog niet eens moet aanschaffen, bekijken en doorbladeren. In een toestand van TRANCE kun je blijkbaar iedere gewenste informatie krijgen. Inderdaad bestaan er reeds leer- en schoolconcepten, die het leren in een toestand van TRANCE propageren. Hier worden geen boeken meer gelezen, je gaat alleen nog maar zitten mediteren (www.Schuleohnestress.de).
Overbodig te vermelden, dat gelovige christenen coöperatie en communicatie met de machten der duisternis moeten weigeren, als ze hun Heer en hun geloof trouw willen zijn en het heil niet willen verliezen.
Prof. Dr. Reinhard Franzke
(Vertaling: Heinz Volkert)
stamt u van de apen af?
Dit is de vertaling van een recent artikel van Russell Grigg in Creation 25 (1), 16-19, 2003.
Al meer dan een eeuw hebben aapmensen tot de verbeelding van wetenschappers gesproken: met recht kan men stellen dat zij een belangrijke bijdrage tot de ‘science fiction’ zijn geweest. Zo beschreef Arthur Conan Doyle in 1912 in The Lost World hoe vier ontdekkingsreizigers op zoek naar dinosaurussen, in het dal van de Amazone een hele stam aapmensen als zgn. ‘missing links’ tegenkwamen.
In 2001-2002 heeft de BBC hierover een met de computer geanimeerde film uitgezonden die over de hele wereld werd bekeken. Met het oogmerk om het bijbels geloof belachelijk te maken, voegde de BBC een gekke priester aan het ontdekkingsteam toe, die zelfs een poging doet om de onderzoekers te doden om te verhinderen dat hun berichten tot de wereld zou doordringen en daarmee het geloof in het Genesisverslag van de schepping onderuit zou halen! Wat moeten we nu van deze zogenaamde aapmensen geloven?
Wetenschappelijke consequenties
Wetenschappelijk gezien houdt het concept van aapmensen het volgende in:
1. dat de evolutie waar is en dat dit proces een geslacht van half-menselijke wezens heeft voortgebracht die afstamden van niet-menselijke voorouders;
2. dat in het proces dat uiteindelijk de mens heeft voortgebracht inhield de misbaksels niet hebben overleefd;
3. dat voor dit proces miljoenen jaren nodig zijn geweest;
4. dat de fossielen die volgens hen de overschotten van deze schepsels zijn, een betrouwbaar bewijs zijn, d.w.z. terecht zijn geïnterpreteerd in hun anatomie, leeftijd en de hen toegeschreven evolutionaire relaties.
Wat zijn de feiten?
Er zijn veel verschillen tussen mensen en apen die uit de fossiele resten kunnen worden gezien. Een voorbeeld is het feit dat de mensen rechtop lopen en daarvoor geschikte knieën, heup gewrichten, ruggengraat, tenen enz. hebben. Daarbij hebben mensen ook nog een duim die tegenover de vingers is geplaatst. Mensen maken en gebruiken ingewikkelde gereedschappen en vuur, en houden zich ook bezig met allerlei vormen van creativiteit (zoals musiceren en schilderen) Zij hebben een grotere hersencapaciteit dan apen, kleinere tanden en kiezen, geplaatst in de vorm van een parabool of V. Dit in tegenstelling tot apen, die een U-vormige kaak hebben.
Andere cruciale verschillen zijn onder meer communicatie door middel van de taal, het vermogen om te rekenen, verstandelijk redeneren en een vrije wil in plaats van instinct. Het bestaan van deze vermogens is echter als regel uit de fossiele fragmenten af te leiden.
De geestelijke dimensie
Christenen zullen hieraan toevoegen dat de mens is geschapen naar Gods beeld?
God is geest (Joh 4:24), dus hebben mensen een geestelijke dimensie. Dit betekent dat zij met God kunnen communiceren en hun gebeden verhoord worden.
God is licht (1 Joh. 1:5), dus hebben mensen een moreel geweten, dat is een besef van goed en kwaad en het vermogen tot zowel heiligheid als tot zonde.
God is liefde (1 Joh. 4:8), dus kunnen wij de liefde van God ervaren in de vergeving van onze zonden, wat ons geweten rust geeft en ons in staat stelt God lief te hebben en met Hem om te gaan.
Vanuit de nieuwe relatie met God kunnen mensen ook vervuld worden met Zijn Heilige Geest. De vruchten hiervan zijn: liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Gal.5:22-23).
Dieren aanbidden God niet. Wij zien ook bij hen geen moreel bewustzijn of een behoefte aan geestelijk gedrag. In fossiele vondsten kunnen wij geen geestelijke kwaliteiten waarnemen. Maar de spirituele dimensie van de mens omvat ook het geloof in ‘leven’ na de dood, iets dat we dikwijls zien in de vorm van religieuze begrafenisceremonies.
Vruchtbare grond voor bedriegers
Evolutionisten die op zoek zijn naar bewijs voor ‘aapmensen’ zoeken vooral naar fossielen die anatomische uiterlijkheden vertonen die liggen tussen die van apen en die van mensen. Of zij zoeken naar fossielen die enkele van de bovenstaande lichamelijke kenmerken vertonen. Dit heeft geresulteerd in veel vervalsingen en fraude.
De meest opmerkelijke vervalsing was de Piltdown Mens, ‘ontdekt’ in Engeland tussen 1908 en 1912. Dit betrof een menselijk schedeldak en de onderkaak van een orang-oetan, waarvan de tanden waren gekleurd en met een vijl bewerkt om ze meer menselijk te laten lijken en ze te laten passen bij de afmetingen van de tanden in de menselijke bovenkaak. Hoewel de vervalsing slecht gedaan was, duurde het tot 1953 voor de fraude openbaar werd gemaakt. Veertig jaar lang was dit het meest aangehaalde ‘bewijs voor de evolutie’.
De dringende behoefte van evolutionisten om de ontbrekende schakel te vinden heeft ook bijgedragen tot onvergeeflijke, grove wetenschappelijke blunders.
De meest opmerkelijke daarvan was de Nebraska Mens. Een tand van een varken (gevonden in 1922), werd door de vooraanstaande evolutionist Dr. Henry Fairfield Osborne aangeprezen als afkomstig van de eerste antropoïde (mensachtige) aap van Amerika. Hij noemde deze Hesperopithecus (‘Westelijke aap’). De Illustrated London News van 24 juni 1922 drukte een artiestimpressie af van de eigenaar van de tand: een rechtopstaande aapmens, met de vorm van het lichaam, het hoofd, de neus, oren, haren enz., samen met zijn vrouw, huisdieren en gereedschap!
Bovenstaande voorbeelden laten duidelijk zien dat zogenaamde ‘hominiden’ (mensachtigen) vaak niet meer zijn dan enkele botfragmenten en die, gecombineerd met een grote dosis fantasie, veranderen in aapmensen.
Een andere factor is dat ‘homonide’ fossielen zo zeldzaam zijn dat veel onderzoekers nog nooit werkelijk een fragment in handen hebben gehad, met als gevolg dat veel wetenschappelijke publicaties over de menselijke evolutie zijn gebaseerd op modellen, foto’s en beschrijvingen.
Vraag: Maar hoe staat het nu eigenlijk met de bewijzen voor aapmensen?
Australopithecinus
Australopithecinus (‘Zuidelijke aap’) is de naam die aan enkele in Afrika gevonden fossielen is toegekend. Volgens evolutionisten staan deze het dichtst bij de zogenaamde gemeenschappelijke voorouder van mens en aap.
Dr. Fred Spoor (anatoom en evolutionist) heeft met behulp van CAT-scans het binnenoorgebied van deze schedels onderzocht. Daaruit blijkt dat de halfcirkelvormige kanalen die het evenwicht en de mogelijkheid tot rechtop lopen bepalen, het meest lijken op die van de (huidige) grote apen.
De bekendste Australopithecine is ‘Lucy’. Dit is een voor 40 % compleet skelet. Modellen van Lucy’s botten zijn wereldwijd door musea op fantasierijke wijze gereconstrueerd om ze zoveel mogelijk op een aapvrouw te laten lijken. Dat wil zeggen met een aapachtig gezicht en hoofd, maar een menselijk lichaam, handen en voeten.
Het oorspronkelijk Lucy-fossiel miste echter de bovenkaak, het meeste van de schedel, hand- en voetbeenderen! Verschillende andere exemplaren hebben lange gekromde vingers en tenen van boombewoners. Ook hebben veel van deze voorbeelden de beperkte polsanatomie van op knokkels lopende chimpansees en gorilla’s.
Hierdoor zijn ook evolutionisten zelf steeds gaan meer twijfelen aan ‘Lucy’ als aapvrouw.
Homo habilis
De volgende in het rijtje is Homo habilis oftewel ‘handy man’, omdat hij handig met gereedschap zou omgaan. Het bekendste fossiel hiervan bestaat uit een schedel en onderbenen, die in 1972 door de fameuze dr. Richard Leaky in Kenya gevonden zijn.
De CAT-scans die dr. Spoor maakte van het binnenoor van een Homo Habilis schedel, laten zien dat deze soort meer liep als een baviaan dan als een mens.
De meeste onderzoekers van vandaag de dag, inclusief dr. Spoor, beschouwen Homo Habilis als ‘een vergaarbak van verschillende soorten’, inclusief stukjes en beetjes van Australopithecinus en Homo Erectus. Men beschouwt deze soort niet als een valide categorie, met andere woorden, die heeft nooit echt in die hoedanigheid bestaan en kan dus ook zeker niet worden beschouwd als de veronderstelde link tussen Australopithecinus apen en de mens.
Homo Erectus
De volgende is Homo Erectus oftewel ‘rechtopgaande mens’.
Opgravingen van fossielen tonen het gebruik van gereedschap, gecontroleerd gebruik van vuur, dat ze hun doden begroeven en dat sommigen rode oker gebruikten voor decoratie.
De grootte van hun hersenen, hoewel kleiner dan de gemiddelde moderne mens, ligt binnen de menselijke variaties. Recent onderzoek toont bewijs van zeevaart. De CAT-scans van dr. Spoor laten zien dat zijn houding gelijk was aan de onze. Er zijn zelfs evolutionisten die toegeven dat ze eigenlijk tot de zelfde soort behoren als de moderne mens (Homo Sapiens). Men kan dus terecht aannemen dat ze slechts een variatie zijn op de werkelijke mens (zoals we dat nog steeds overal om ons hen kunnen zien, vergelijk een eskimo eens met een Tutsi of een Chinees eens met een West Europeaan).
Neandertalers
Deze groep woonde in Europa en het gebied rondom de Middellandse zee.
De onderzoekers die voor het eerst van fossielen een reconstructie maakten, gaven hem een voorovergebogen (dat is aapachtig) uiterlijk. De vroege reconstructies leden echter sterk aan een grote mate van evolutionistische vooringenomenheid. Daarbij komt nog het feit dat veel exemplaren leden aan botziektes zoals rachitis (Engelse ziekte), tengevolge van vitamine D gebrek gedurende de kindertijd, wat kan resulteren in het buigen van het skelet. Een oorzaak van het gebrek aan vitamine D is te weinig zonlicht, wat in overeenstemming is met het leven in de ijstijd na de zondvloed.
Moderne reconstructies van Neanderthalers geven een heel ander beeld en zijn consistent met de opvatting van creationisten dat ze volledig mens zijn. De kleine afwijkingen in hun skelet ten opzicht van de gemiddelde moderne mens, inclusief het gemiddeld grotere volume van de schedel zijn in principe niet afwijkend van andere fysieke verschillen tussen verschillende groepen mensen heden ten dage. Deze variaties zijn aangetoond als consistent met de genetische eenheid van het mensdom.
Ondanks pogingen om met behulp van DNA fragmenten uit een Neanderthaler bot het tegendeel te bewijzen, claimen zelfs evolutionisten dat ze toch echt tot de Homo Sapiens (de mens-van-nu, wij dus) moeten worden gerekend.
Conclusies
Hoe fossiele botten worden geïnterpreteerd hangt volledig af van het wereldbeeld van de onderzoekers. De theorie van de menselijke evolutie heeft een aantal ontbrekende schakels nodig, met als gevolg dat er in de periode sinds Darwin veel kandidaten naar voren zijn geschoven.
Echter niet één daarvan heeft de test van eerlijk en grondig onderzoek doorstaan, want ze blijken alle afkomstig te zijn van hetzij een uitgestorven aap hetzij een uitgestorven mens. De fossiele bewijzen leiden geenszins tot geloof in het bestaan van aapmensen, noch dat de mens het product is van evolutie. Integendeel, de mens is direct geschapen door God en naar het beeld van God, niet naar het beeld van een aap.
Christenen die meegaan met het evolutionistische idee dat aapmensen eens de aarde bevolkten en dat God één van hen uitkoos om ‘Adam’ te zijn, gaan daarmee in tegen de ware wetenschap evenals tegen het Woord van God.
Tolkien en Rowling
WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN TOLKIEN EN ROWLING (HARRY POTTER)?
Voorstanders van de Harry Potterboeken proberen, die wel eens te vergelijken met de Narnia-boeken van C.S. Lewis en vragen ons: “Als jullie Harry Potter dan zo gevaarlijk vinden, wat zeggen jullie dan van Lewis (Narnia)en Tolkien?”
Ja, het is waar dat beide auteurs gebruik maken van sprookjes en magische figuren. In beide series komen bewonderenswaardige karakters en schurken voor en komen kinderen in de betoverde werelden van Narnia en Midden-aarde terecht. Maar daar houdt de vergelijking dan ook op. Je kunt natuurlijk van mening verschillen over het gebruik van magie in kinderboeken, maar in wezen gaat het om twee belangrijke zaken die resp. levensbeschouwelijk en pedagogisch van aard zijn. Bij Harry Potter spelen vooral twee zaken die bij Narnia heel anders liggen:
Het gevolg is dat Rowling haar lezers zowel geestelijk als moreel in grote verwarring achterlaat. Daarentegen brengt Lewis hen een wereld binnen waar Gods gezag wordt erkend en beleefd – een wereld die – ondanks de realiteit van het kwaad – mensen mogen deelhebben aan zijn goedheid en genade.
De boeken van Tolkien staan hier tussenin. Daarin gaat het vooral om sagen en legenden, om mythologie, zoals Koning Arthur en de Graal. In zijn laatste interview in 1971 heeft Tolkien duidelijk afstand genomen van mensen die in De Ban van de Ring christelijke symboliek meenden te herkennen. Woordelijk zei hij: “Ik keer mij af van allegorie waar ik dat ook maar ruik,” maar eventueel mag men zijn boeken zien als een allegorie van de hele mensheid.
Vergeleken met Harry Potter biedt Tolkien – ondanks al het geweld – toch een zekere ‘afstand’. Bij Potter gaat het vooral om allerlei magische handelingen, waaronder het raadplegen van de doden, waaromheen een kostschoolverhaal met drie kernpersonages is geweven. Bij Tolkien gaat het om een mythologisch verhaal waarbij magie – uiteraard – een functie heeft.
Maar beide auteurs maken kinderen van jongsaf aan vertrouwd met het occulte. Zo is er een rechtstreeks verband verband te leggen tussen deze boeken en een van de bekendste en gevaarlijkste rollenspelen Dungeons and Dragons (Het Oog des Meesters), waar het verschil tussen fantasie en werkelijkheid wordt uitgewist. Op die manier worden de jonge lezers en spelers tot leergierige tovenaarsleerlingen, die iedere keer – zo jong als ze zijn – weer vanaf perron 9¾ de Zweinstein Express nemen naar hun ‘Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus’.
Kabouters en elfen
In de verhalen van Tolkien komen allerlei aard- en luchtgeesten voor. Bestaan die werkelijk of alleen maar in de fantasie van sprookjes en mythen? Heeft de Bijbel er wat over te zeggen?
Zie de deelsite Occult en Licht bij het woord ‘Kabouters’.
Wat kunnen opvoeders doen?
1. Leg aan de hand van de Bijbel uit hoe de geestelijke wereld in elkaar zit. Die is niet neutraal, maar is goed en kwaad, waarheid en leugen. De geestelijke wereld kent een goede God, als Schepper van alles wat er is, met zijn heilige engelen, maar ook een tegenstander, de duivel en zijn demonen, die erop uit zijn alles wat goed is te vernietigen en de mensen als rentmeester van de schepping te bedriegen.
2. In 2 Corinthe 2:10-11 legt Paulus uit dat wij ons op de hoogte moeten stellen van de manier, waarop de satan denkt, zoals de leringen van boze geesten waarvoor Timotheus wordt gewaarschuwd. (1 Tim. 4:1) Neem deze met uw kinderen door en zoek in de Bijbel op, hoe wij ze allemaal kunnen weerleggen. Ga daarna met na welke leringen in het boek/de film voorkomen en wat de Bijbel daarvan zegt.
3. Let vervolgens op de manier waarop het boek/de film met deze leringen omgaan, met andere woorden of zij hierbij een zekere ‘afstand’ jegens de lezers/kijkers in acht nemen. Ons inziens gebeurt dit bij de Tolkiens mythologie beter dan in de boeken van Rowling Potter en Paul van Loon, waar de kinderen veel meer in de wereld van de magie worden betrokken.
Wijs hen dan op alles wat tot die ‘afstand’ bijdraagt zoals de humor, de hobbits, vriendschap en heldendom, maar ook op alles wat verleidend en bedreigend overkomt, zoals de listen van de luchtwezens en het geweld van de orks. Wijs hen dan ook op welke wijze de Bijbel ‘afstand’ schept, als er wordt gesproken over tovenaars als Bileam en waarzeggers, zoals de heks van Endor of Simon de tovenaar.
4. Ouders, zorg dat u iets afweet van datgene wat er allemaal nog meer op de kinderen en jongeren afkomt, zoals momenteel de wicca.
De tijd waarin we nu leven lijkt meer op de Bijbelse tijden van Richteren en Koningen en Handelingen dan de tijd waarin de ouderen onder ons zijn opgegroeid.
Neem met hen door wie Jezus Christus werkelijk is en laat hun zien, dat Hij
– van tevoren waarschuwt – door zijn Woord en Geest – om het geweten niet te belasten (dus in geval van twijfel: niet overhalen!)
– als u merkt, dat uw kind wel belast is, bid om vrijmaking (Joh. 8:36), ook al is het in onwetendheid gebeurd (1 Tim. 1:13); vraag om volkomen reiniging (1 Joh. 1:7) van het geweten.
Bovenal: BID VOOR ONZE KINDEREN!
toveracademie
Minister steunt gewetensbezwaren magie
Amersfoort – Met instemming heeft de Vereniging Bijbel & Onderwijs kennis genomen van de antwoorden die minister Van der Hoeven heeft gegeven op de door de ChristenUnie gestelde vragen. In samenspraak met het schoolbestuur moet een gepaste oplossing gevonden worden!
Op 9 september 2005 stelde de ChristenUnie vragen aan de minister van OC&W over het thema van de kinderboekenweek: toveracademie. Er blijken veel ouders in gewetensconflict te komen, omdat zij hun kind niet naar een school willen sturen waar toverij en magie op het lesprogramma staan. Op hetzelfde moment willen zij hun kinderen ook niet – tegen de wet in – thuishouden van school.
Minister Van der Hoeven begrijpt blijkbaar heel goed dat ouders in gewetensconflict kunnen komen. Zij wijst op alternatieven en geeft in haar antwoord twee mogelijkheden aan.Ouders kunnen aan het bestuur van de school vrijstelling vragen voor de gewraakte lessen.
De Leerplichtwet geeft daar mogelijkheden voor. Dan kunnen de kinderen dus legaal thuis blijven tijdens bepaalde lessen. Daarnaast is het mogelijk – op grond van artikel 41, 2e lid in de Wet op het Primair Onderwijs – dat ouders aan het schoolbestuur vragen vrijstelling te verlenen voor bepaalde activiteiten. Het bestuur bepaalt dan welke andere activiteiten gevolgd moeten worden.
Met nadruk wijst de minister op de identiteit van de school. Zij stimuleert dan ook het gesprek over de identiteit van het christelijk onderwijs. Ouders en leraren worden opgeroepen deze kans aan te grijpen om toch over kinderboeken in de klas te spreken.
Anders gezegd: Niemand kan gedwongen worden om te doen wat tegen zijn geweten ingaat. Dat geldt voor ouders, maar ook voor leerkrachten. Niemand kan en mag gedwongen worden tot toveren of magie. Wel is gesprek hierover van groot belang. Ouders (maar ook leerkrachten) zullen met het schoolbestuur goede afspraken moeten maken en zullen zo ‘tot een gepaste oplossing kunnen komen’.
Anne Nijburg, 30-9-05
De gestelde vragen van het kamerlid Slob en de antwoorden van de minister:
Vragen van het lid Slob aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mevrouw Van der Hoeven, over alternatief onderwijs tijdens de Kinderboekenweek met het thema ‘De toveracademie – Boeken vol magie’. (Ingezonden 9 september 2005)
1. Bent u bekend met de thematiek «De toveracademie – Boeken vol magie» en de uitwerking daarvan de Kinderboekenweek van 5 t/m 15 oktober 2005?
2. Erkent u dat de ouders van scholen die meedoen aan deze Kinderweek in een gewetensconflict kunnen komen, omdat zij enerzijds wél willen voldoen aan de Leerplichtwet, maar tegelijk levensbeschouwelijke bezwaren hebben tegen deze thematiek en de beoogde uitwerking daarvan?
3. Hoe beoordeelt u het feit dat deze ouders, nadat zij tevergeefs gebruik hebben gemaakt van het instrument van medezeggenschap en de gang naar de klachtencommissie, nog steeds te maken hebben met een gewetensconflict?
4. Vindt u het terecht dat ouders om bovengenoemde redenen overwegen hun kinderen in de Kinderboekenweek thuis te houden?
5. Zo neen, kunt u mededelen of u alternatieven ziet voor deze ouders? Erkent u daarbij dat het zoeken van een andere school voor hun kinderen, in een soms wijde omgeving, een heel rigide oplossing is voor ruim één week onderwijs?
6. Kunt u, in verband met de korte termijn tot de Kinderboekenweek, deze vragen beantwoorden vóór 30 september 2005?
Antwoord:
1. Ja, de keuze van het CPNB voor het thema “De toveracademie – Boeken vol magie” is mij bekend. Wat betreft de uitwerking daarvan: Scholen bepalen zelf óf en hoe zij meedoen met de Kinderboekenweek. De Werkgroep Christelijke Kinderboeken kiest elk jaar een alternatief thema voor de christelijke kinderboekenweek. In lijn met de gewone kinderboekenweek is dit jaar als thema ‘Wonderlijk’ gekozen.
Daarnaast zijn er nog scholen die zelf een thema kiezen en hiermee zelf een invulling geven aan de Kinderboekenweek.
Er zijn dus meerdere opties waar een school uit kan kiezen met betrekking tot de participatie aan de Kinderboekenweek.
2. Ik houd het voor mogelijk dat ouders in gewetensconflict kunnen komen doordat zij enerzijds willen voldoen aan de leerplicht, maar tegelijk levensbeschouwelijke bezwaren hebben tegen een onderdeel of thema binnen het onderwijsaanbod van de school.
Ik sta echter niet voor dat zij, indien de keuze van de school anders is dan hun persoonlijke keuze, hun kinderen tijdens deze week van school houden. Hiermee handelen zij in strijd met de Leerplichtwet. Overigens staat in de Leerplichtwet duidelijk omschreven op welke gronden vrijstelling verleend kan worden van (geregeld) bezoek aan een onderwijsinstelling. Het is aan het schoolbestuur om op grond van het verzoek van de ouders en de bepalingen in de Leerplichtwet een beslissing te nemen.
Daarnaast biedt de Wet op het primair Onderwijs (art. 41, 2e lid) het bevoegd gezag de mogelijkheid om op verzoek van de ouders een leerling vrij te stellen van het deelnemen aan bepaalde onderwijsactiviteiten. Het bevoegd gezag bepaalt bij de vrijstelling welke onderwijsactiviteiten voor de leerling in de plaats komen van die waarvan vrijstelling is verleend. Ik ga er dan ook van uit dat in samenspraak met het schoolbestuur een gepaste oplossing gevonden kan worden, waardoor een gewetensconflict bij deze groep ouders voorkomen kan worden.
3. De manier waarop de school invulling geeft aan het christelijke karakter zal voor een belangrijk deel de discussie tussen ouders en schoolbestuur in deze kwestie bepalen. Te allen tijde, maar zeker ook in dit geval, is het van belang dat de school helder is over het schoolprofiel, zodat ouders weten wat ze aan de school hebben. In het schoolplan en de schoolgids dient dit duidelijk verwoord te zijn. Op die manier is voor beide partijen vooraf duidelijk hoe met bepaalde kwestie omgegaan zal worden.
Daarnaast is er voor ouders en leraren inderdaad de mogelijkheid om via de medezeggenschapsraad mede te bepalen of advies te geven over bepaalde kwesties en bestaat de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de klachtencommissie. Zie verder mijn antwoord op vraag 2.
4. Nee. Hoewel ik begrip heb voor de bezwaren die deze groep heeft tegen het thema “Magie”, betreur ik het dat de betreffende ouders en leraren deze kans niet aangrijpen om over jeugdliteratuur in de klas te spreken vanuit de eigen levensbeschouwelijke en pedagogische achtergrond van de school. Op school worden kinderen voorbereid om te kunnen functioneren in de maatschappij. Ik vind het belangrijk dat kinderen weerbaar zijn, dat ze zelf kunnen oordelen; over situaties waarmee ze geconfronteerd worden maar ook over de boeken die zij lezen. Boeken kunnen in die zin helpen bij de bevordering van mondigheid of andere deugden van de democratie.
5. Zoals ik in mijn antwoord op vraag 2 al heb aangegeven, zijn er zeker alternatieven voor de groep ouders die bezwaren heeft tegen het behandelen van het huidige Kinderboekenweekthema binnen de school. De oplossing om voor één week een andere school te zoeken voor deze leerlingen, verdient zeker niet mijn voorkeur. Ik ga er van uit dat de betreffende ouders in samenspraak met het schoolbestuur tot een gepaste oplossing kunnen komen.
6. Ja. Zie hierboven.
Transcendente meditatie
Het kopje in het Nederlands Dagblad van 18.1.2006 luidde: “Geen transcendente meditatie op school”, dwz. niet op de middelbare school De Rietlanden in Lelystad. Paul Gelderbos, vertrouweling van goeroe Maharishi Mahesh Yogi en topman van het Telecombedrijf Scarlet, blijft echter bij zijn plan om jongeren op middelbare scholen en HBO opleidin-gen voor Transcendente Meditatie (TM) te benaderen.
Transcendente meditatie – een neutrale ontspanningstechniek?
Het kopje in het Nederlands Dagblad van 18.1.2006 luidde: “Geen transcendente meditatie op school”, dwz. niet op de middelbare school De Rietlanden in Lelystad. Paul Gelderbos, vertrouweling van goeroe Maharishi Mahesh Yogi en topman van het Telecombedrijf Scarlet, blijft echter bij zijn plan om jongeren op middelbare scholen en HBO opleidin-gen voor Transcendente Meditatie (TM) te benaderen. De multimiljonair uit Blaricum, die bij de organisatie van de goeroe zakelijk betrokken is, wil 1000 jonge mensen tot volgelingen van de Maharishi maken, zo de Telegraaf van 7.1.2006. Het doel is om “leiders van de toekomst op te leiden” om via TM de wereld te beïnvloeden.
Transcendente meditatie – iets positiefs?
Tegenwoordig worden de zintuigen van de jeugd bovenmatig geprikkeld, o.a. door hun muziek – al of niet via koptelefoon – , door computer(spelletjes) en televisie. Is het dan niet positief, als ze op school eindelijk eens stilgezet worden en via TM tot rust komen? Of is die rust misschien een schijnrust, of nog erger?
Meditatie is een bekende term onder christenen: “Vanmorgen wordt de meditatie verzorgd door dominee …”. Daarop behandelt de predikant een perikoop uit Gods Woord, dat geïnspireerd is door de Heilige Geest. Heeft de TM van de bovengenoemde goeroe misschien een geheel andere inhoud, geïnspireerd door een andere geest?
De organisatie beweert dat TM ‘wetenschappelijk’ is. Om dat aannemelijk te maken komt ze met allerlei grafieken en statistieken. Dan kan er toch niets mis zijn, of toch? Betekent een wetenschappelijk onderzoek naar de resultaten van een bepaald fenomeen, door (vaak TM-)wetenschappers en in wetenschappelijk jargon gekleed, per definitie dat dan ook dat fenomeen zelf ‘wetenschappelijk’ is? Vgl. daartoe een onderzoek naar de resultaten van kindermishandeling.
Er wordt gepropageerd dat TM leidt “tot goede schoolprestaties, positieve sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling, betere gezondheid en vermindering van overtredingen van schoolregels”. Wat willen wij nog meer? Of komen de jongeren (én volwassenen) door TM juist verder van huis?
Het verzoek om TM als keuzevak op De Rietlanden te geven, kwam “van de basisschool de Fontein in Lelystad, waar al twintig jaar aan het begin en eind van de schooldag wordt gemediteerd” (ND 18.1.06). Het kwam tevens van enkele leerlingen van De Rietlanden en hun ouders. Dat is zorgelijk. Daarom is het belangrijk dat schoolbesturen, leerkrachten en ouders de hindoeïstisch religieuze achtergrond, waarmee TM onafscheidelijk verbonden is, beseffen.
De religieuze wortel van TM
TM is een van de ‘vruchten’ van de geestelijke wortel: het hindoeïsme in India. Zo wortel, zo vrucht! Daarom moeten wij iets van de hindoeïstisch religieuze denkwijze afweten.
Het brahmanisme, de eigenlijke kern van het hindoeïsme, kent geen persoonlijke God buiten en boven de mens. Het weet dus niets van de levende God, Schepper, Wetgever, Rechter en in Jezus Christus Verlosser en Vader, zoals de Bijbel Hem openbaart. Het hindoeïsme telt miljoenen goden (polytheïsme). Het (!) Brahma is het zgn. Oerprincipe, de Goddelijke Wereldziel (Goddelijk Zelf), die zich in alles en allen, in kosmos, natuur en mens aanwezig is. In alles en ieder is zodoende ‘iets goddelijks’ (pantheïsme).
Deze vergoddelijking van de schepping en het schepsel staat haaks op de bijbelse Openbaring, die leert dat alles wel het werk van Gods hand is, maar niet zelf goddelijk. God staat buiten en boven Zijn schepping en Zijn schepsel.
Reïncarnatie
Het hoge levensdoel zou moeten zijn om dat ‘Goddelijke in jezelf’, je Ware Zelf, te ontdekken en te ontwikkelen om tenslotte op te gaan in, te versmelten met het Goddelijke Zelf, het Brahma. Maar de meeste mensen verkeren daarover in onwetendheid. Zij houden zich meer met aardse zaken en de zichtbare werkelijkheid bezig. Daarom moeten ze na hun dood weer op aarde terugkomen, namelijk in een lichaam overeenkomstig de manier, waarop ze zich al dan niet met ‘het goddelijke’ hebben beziggehouden. Dat kan het lichaam van een dier, een plant of een mens zijn.
Reïncarnatie (zielsverhuizing) betekent letterlijk: weer vlees worden, weer een lichaam krijgen. Het heeft met weder-geboorte in bijbelse betekenis uiteraard niets te maken. Bovendien zegt Hebr. 9:27 duidelijk dat de mens bestemd is om eenmaal (dus niet talloze malen) te sterven en daarna het oordeel (van de levende God).
Yoga – de hindoeïstische heilsweg
Deze zgn. reïncarnatie is als een wiel dat altijd maar ronddraait: men wordt geboren, sterft, krijgt weer een lichaam, sterft enz. enz. Honderden jaren geleden formuleerde men een techniek, een heilsweg, om zichzelf uit deze kringloop te kunnen verlossen: yoga! Yoga is van meet af aan een hindoeïstisch-religieuze heilsweg tot zelfverlossing. De techniek, die in haar basisvorm, Hatha-yoga, uit specifieke en onbewegelijke (!) lichaamshoudingen en specifieke, tegennatuur-lijke ademhalingsoefeningen bestaat, heeft nooit iets met sport, gymnastiek of ontspanningsoefeningen te maken gehad. Yoga stamt uit een religie en heeft een religieus doel. Maar om yoga in het westen ingang te doen vinden, heeft men de basisvorm een beetje aangepast en als ‘ontspanningstechniek’ aan de man en aan de vrouw gebracht.
Andere wegen van zelfverlossing in hindoeïstische zin zijn o.a.: karma-yoga (goede werken),bhakti-yoga (dienende, mystieke overgave, vaak vermengd met erotische aanbidding) enmantra-yoga (een hindoeïstische ‘heilige spreuk’ steeds herhalen). Een nieuwere vorm is de meer dynamische power-yoga, die bv. op sportscholen wordt gegeven.
Een yogi is iemand, die denkt het hindoeïstisch religieuze doel: Zelfverwerkelijking, Verwerkelijking van het Hogere, Goddelijke Zelf bereikt te hebben – dus ook de Maharishi Mahesh Yogi.
Sri Maharishi Mahesh Yogi
Het hindoeïsme bracht diverse goeroebewegingen voort, met name na Wereld Oorlog II. De bekendste zijn de TM beweging van de MM Yogi (1958), de Hare Krishna beweging (1966) en de Bhagwan beweging (1974). Een goeroe is een spirituele leider of gids.
Sri betekent ‘geëerde’ en is een respectvolle aanspreektitel. Maharishi betekent de ‘grote ziener’ (profeet) of ‘wijze meester’ en Mahesh: een ‘groot mens’. Men spreekt van ‘zijne heiligheid’. MM Yogi geniet een bijna goddelijke verering. Hij is een van de meest succesvolle goeroes, die de hindoeïstisch religieuze denkwijze en een aangepaste yoga in Amerika en Europa heeft geïntroduceerd. Dat succes heeft hem veel geld in het laatje gebracht. Al jaren geleden werd hij ‘de man, die miljoenen incasseert’ genoemd.
In Europa opgegroeid, kende MM Yogi zodoende het ‘geloof in de wetenschap’ van de westerse mens. Zodoende heeft hij zijn uiterste best gedaan om zijn mantra-yoga in ‘wetenschappelijke’ en ‘neutrale’ verpakking te verkopen. Een van de namen is zelfs “Wetenschap van creatieve intelligentie”.
Niettemin denkt en argumenteert hij vanuit de hindoeïstische traditie. Het hindoeïstische syncretisme is bv. te zien in zijn nadruk op absolute tolerantie ten aanzien van elke wereldbeschouwing en religie. Het hindoeïstisch pantheïsme is terug te vinden in zijn motto: ‘Terug tot de bronnen in je zelf’. Door de TM-techniek kun je dat enorme innerlijke reservoir ontdekken, er mee in contact komen, het aanboren en activeren. Zo kun je tot “maximale ontplooiing van al je menselijke mogelijkheden” komen, zo wordt althans beweerd.
De organisatie kreeg telkens andere namen of uitbreiding onder andere namen. De pretenties zijn niet bepaald beschei-den. Men meent een oplossing, een soort panacee te hebben voor alle persoonlijke, nationale en internationale proble-men. Uiteraard volslagen buiten Jezus Christus om. Immers zelfverlossing door eigen werken enerzijds en verlossing door God in Jezus Christus uit genade anderzijds staan haaks op elkaar. Ze sluiten elkaar volledig uit.
In het midden van de jaren zestig werd de MM Yogi door de Beatles een tijdlang wereldberoemd. John Lennon: “Wij zullen alles doen wat in ons vermogen ligt om TM te verbreiden.” De Beatles lieten zien dat je ook zonder drugs mys-tieke ervaringen kunt produceren, namelijk door middel van TM.
Mantra-meditatie
Een mantra is een ‘heilig woord’ of spreuk uit de hindoeïstische geschriften (veda’s) in hetSanskriet, de taal van het oude India. De Veda (‘goddelijk inzicht’) is de oudste hindoeïstische literatuur. Een mantra is meestal de naam van een hindoegodheid, zoals Hare Krishna of OM (AUM), de ‘oerklank’, identiek aan ‘Het Goddelijke’. Op de juiste wijze uitgesproken is het een magisch woord, een ‘vibratie, geladen met kosmische kracht’.
Een mantra dient als contactmiddel om een bepaalde hindoegodheid op te roepen en aan te roepen, die in dat heilig woord of in die spreuk aanwezig wordt geacht. Een mantra-meditatie is niet zelf transcendent – het woord is dus mis-leidend – , maar vervult een brugfunctie naar een transcendente, onzichtbare wereld. Transcendent komt van het Latijnse woordtranscendere: iets overschrijden, iets overstijgen; hier: de zichtbare wereld overschrijden.
Het uiteindelijke doel van TM is om via Zelfbewustzijn en Kosmisch- of Eenheidsbewustzijn tot Goddelijk Bewust-zijn te komen. TM is één van de vele occulte bewustzijnsverruimende technieken. Niet ongevaarlijk dus, die TM!
De Bijbel laat zien dat die onzichtbare wereld de wereld van de duisternis is. Satan is met zijn demonen er op uit om mensen te verleiden, te bedriegen, kapot te maken en voor God aan te klagen. Dat is een realiteit. Daarom is de toegang tot en het contact met demonen voor ons mensen door God verboden. Geen onschuldige zaak dus, die TM!
De inwijdingsceremonie van TM
Om een mantra te krijgen moet men eerst een klassiek hindoeïstisch inwijdingsritueelondergaan met offerande aan en ‘gebed’ tot Indiase goden en goeroes. Dat geschiedt door een TM leraar, die door goeroe MM Yogi opgeleid en geauto-riseerd is. De offerande (puja)bestaat niet alleen uit geld voor de TM organisatie. Er moet ook een hindoeïstisch religieus offer van rijst, fruit, bloemen en zelfs een witte zakdoek worden gebracht voor het portret van de overleden goeroe DEV dat op een altaar staat. MM Yogi zegt een leerling van deze goeroe DEV (‘goddelijke leraar’, 1869-1953) te zijn, die hem de opdracht zou hebben gegeven om de hindoeïstische meditatie te verbreiden.
Ook wierook en kaarsen moeten geofferd worden, als uitdrukking van toewijding aan hindoegoden om hen goedgun-stig te stemmen.
Na dat religieuze ritueel spreekt TM leraar in het Sanskriet een hindoegebed tot hindoegodheden uit, waarbij de inwijdeling moet invallen: “Voor …. buig ik mij neer … ”. Er volgt een danklied voor de overleden goeroe DEV gepaard met de bede tot hem om ‘goddelijke kracht’ voor de inwijdeling. Dan buigen TM leraar en zijn leerling zich onder het ‘goddelijke juk’ (hier: de mantra). Door het inwijdingsritueel ontstaat er een blijvende band tussen TM leraar en ingewijde.
De onbekende, geheime mantra
Na dat ritueel wordt aan de ingewijde zijn mantra gegeven, dat zogenaamd persoonlijk op hem of haar is afgestemd. De TM-leraar is de noodzakelijke middelaar tot dat mantra en dus tot ‘vrede’ en ‘geluk’ enz. De ingewijde is tot absolute geheimhouding van zijn mantra verplicht (!). En de betekenis van de mantra in het Sanskriet wordt door de TM leraar geheim gehouden (!). De TM beoefenaar, die geen Sanskriet kent en niet thuis is in de godengalerie in India, weet dus niet wat of liever gezegd wiens naam hij dagelijks herhaalt! En hij mag het ook aan niemand vragen op straffe van dreigementen. Vanaf 0 jaar heeft iedere leeftijdsgroep zijn eigen soort mantra resp. godennaam.
De mantra moet in principe tweemaal twintig minuten per dag worden gereciteerd. Van meditatie in de eigenlijke betekenis van het woord is geen sprake. Meditatie is in de religies en leringen van het Verre Oosten een duizend jaar oude religieuze heilsweg tot zelfverlossing en bevrijding, in het boeddhisme in de zin van ‘verlichting’.
Mediteren in bijbelse betekenis is altijd het biddend overdenken van een Bijbeltekst, ook met inschakeling van het verstand. Het doel is om via de tekst (en parallelplaatsen) God de Vader en God de Zoon beter te leren kennen, te vertrouwen en te gehoorzamen. Er is dus een wereld van verschil tussen christelijke en Aziatische meditatie.
Publieke presentatie – de volle waarheid?
Het verschil tussen propaganda en praktijk zijn de inwijding, de mantra en het uiteindelijke doel van TM.
Pas na de hindoeïstische inwijding – dus niet tijdens voorlichtingsavonden – wordt het uiteindelijke doel van TM onthuld, en wel alléén aan de ingewijde: spirituele Bewustzijnsverruiming (transformatie) tot Goddelijk of Kosmisch Bewustzijn. Dat is wel even iets anders dan de beloften van ontspanning, innerlijke vrede en geluk, van ‘creatieve intelligentie’ of van therapie! Een bezoek aan een zgn. voorlichtingsavond heeft dus geen enkele zin.
Enkele kenmerken van Aziatisch religieuze meditatietechnieken
1. Rituele setting: het lokaal moet rustig, het licht zoveel mogelijk gedempt zijn. De mediterende moet gemakkelijk zitten, de ogen (half) gesloten.
2. Rituele lichaamshoudingen, hand- en vingerposities; vaak de handpalmen naar boven geopend. Meestal in de lotushouding. De lotus is een occult symbool voor creatieve kracht.
3. Leeg worden van je zelf. De vijf poorten van zintuiglijke waarneming sluiten: niets horen, niets zien, niets gevoelen, niets willen, niets begeren, niets denken, niets beoordelen, aan niets meer hangen, alles loslaten.
Zulke passiviteit is een bekende manier om zich te openen voor bovennatuurlijke ervaringen. Ze is het tegendeel van de bewuste, actieve houding, waartoe de Bijbel oproept: “Al wat waar, al wat waardig, al wat rein … is, bedenkt dat”, “Zoekt de dingen die Boven zijn”, “Legt de oude mens af, doet de nieuwe mens aan”, “Wandelt in de liefde” enz. enz..
4. Ontspanningstechnieken zoals al of niet aangepaste yoga, hypnose of autogene training (een combinatie uit beide).
5. Speciale ademtechnieken met een religieuze betekenis en een religieus doel.
6. Concentratietechnieken om zich op één zaak of punt te richten (bv. een mantra) met uitsluiting van al het andere.
7. Reciteertechnieken bv. om ‘OM’ of een ander mantra langzaam, zachtjes en voortdurend te herhalen om de (hindoe) godheden of geesten op te roepen en aan te roepen.
TM – wetenschappelijk?
De wortel, methoden en doelstelling van TM hebben niets met wetenschap, maar alles met religie te maken, evenals het initiatieritueel. Op voorlichtingsavonden zijn presentatie en argumentatie schijnwetenschappelijk, aangepast aan de mentaliteit en het denken van het westen. Die pseudo-wetenschappelijkheid versluiert het ware wezen en doel van TM. Aangezien TM een occult-religieuze techniek is, kan TM zelf nooit (natuur)wetenschappelijk worden onderzocht en beoordeeld. Gods Woord is de enige echte maatstaf voor beoordeling van TM. Beoordeling van TM betekent natuurlijk niet een veroordeling van TM beoefenaars.
TM – neutraal, waardevrij?
Uit het bovenstaande moge duidelijk zijn geworden dat we als christen nooit TM mogen bagatelliseren of adviseren. De geestelijke wortel van het hindoeïsme met zijn valse leringen en zelfverlossing is nu eenmaal niet te neutraliseren. Het is een vorm van struisvogelpolitiek om te zeggen: Ik wil met het hindoeïsme niets te maken hebben, ik doe ‘alleen’ aan TM. Echter, bestond er geen hindoeïsme, bestond er ook geen mantra-yoga resp. geen TM.
TM is een anti-bijbelse heilsweg met een anti-bijbels doel. Zelfverlossing – nota bene door middel van een occult religieuze techniek – is antichristelijk. ‘Terug tot de bronnen in je zelf’ is verleiding tot zonde. Het inwijdingsritueel en de mantra-meditatietechniek zijn een door God verboden middel om met de wereld van Zijn vijand in contact te komen en te blijven. De naam van de goeroe alleen al zou het licht op rood hebben moeten zetten!
TM – positieve gevolgen?
TM heeft negatieve gevolgen op psychisch en vaak ook op lichamelijk vlak. De teleurstelling dat TM niet geeft wat ze propageert, kan tot een zware depressie of zelf tot een zelfmoordpoging leiden. Daar de TM-mediterende helemaal op zichzelf is geconcentreerd, bevordert het een egocentrische levenshouding, waarin voor naastenliefde, dienen en zelfverloochening geen plaats is.
Op geestelijk vlak zijn de gevolgen ernstig. Door de hindoeïstisch religieuze inwijding en mantra komt men in de
religie van de MMM Yogi terecht, die haaks op de bijbelse openbaring staat. TM vormt een blokkade voor bijbelse bekering tot en geloof in de drie-enige God, voor verlangen naar Woordverkondiging, bijbelstudie en gebed. De verplichte geheimhouding van de onbekende mantra is als een ban op de beoefenaar. Pas na het openlijk uitspreken van de geheime mantra in tegenwoordigheid van een rijp christen als getuige met de bede tot Jezus Christus, de ban en de herinnering aan die mantra weg te nemen, wordt de ban gebroken. Dat moet natuurlijk gepaard gaan zowel met de totale breuk met deze occulte meditatietechniek en met de organisatie als ook met volkomen overgave aan Jezus Christus (Hand. 26:18-20; Spr. 28:13; 1Joh. 1:9).
De zogenaamde bevrijding van bv. drugsverslaving door TM is een bedriegelijke schijnbevrijding. Men wordt immers door TM op een andere, een onzichtbare wijze gebonden en kan daardoor aan TM of ook aan iets anders verslaafd worden. Een gebondenheid aan drugs is zichtbaar en voelbaar; velen snakken er naar daarvan bevrijd te worden. Maar wie onderkent de onzichtbare gebondenheid door de geestenwereld achter TM?!
Jezus Christus alleen maakt echt vrij en geeft ware rust! (Joh.8:36; Mat. 11:28-30).
Literatuur o.a. van de Duitse professor der Pedagogiek: Prof. Dr. Reinhard Franzke: Meditation und Yoga – Entspannungs- und Heilmethode oder religiöser Heilsweg? (2003, met veel literatuur). Prof. Dr. R. Franzke: Meditation – Weg zum Frieden oder Tür zur anderen Welt? (Anti-Okkultismus-Info Nr. 2/1999). Ook: Meditation und Yoga Entspannungs- und Heilmethode oder religiöser Heilsweg? (2003). Zie www.Faith-Center-Hannover.de. Rabi Maharaj: De goeroe is dood (Telos, IBB)
VAN DE HERE JEZUS LEREN
Wat kan een christelijke basisschool leren van de pedagogiek van Jezus
(die vanuit de bijbel te concluderen valt) om meer vorm te geven aan de identiteit van de school, hoe draag je dat uit in de klas en welke eisen stelt dat aan de leerkracht?
In de Here Jezus ontmoeten wij in de praktijk en in theorie volstrekte uniciteit van de mens gecombineerd met echt medemens zijn. Dit komt het beste tot uitdrukking in de tekst: Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden. (Luk.9:24)
De volgende aspecten zijn karakteristiek van Jezus’ contact met de mensen:
· Hij gaat niet mee in de gangbare vooroordelen en omgangsvormen van Zijn tijd; Hij praat vrijmoedig met een vrouw, één die publiek in zonde leeft.
· Afwezigheid van valse bescheidenheid: Hij vraagt gewoon om water.
· Kennis van de persoonlijke wereld van de vrouw.
· Hij is op de hoogte van de Schriften en noemt feiten die ter zake doen.
· Hij heeft oog voor de omstandigheden van de mensen en gaat van daaruit verder.
· Hij profeteert: Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen. (Mat. 24:14) Hij heeft en geeft toekomstperspectief.
· En Hij openbaart Zichzelf: Dat ben ik, die met u spreekt. (Joh. 4:26)
· Hij past zich aan zijn publiek aan; Hij spreekt met alle lagen uit de bevolking.
· Hij spreekt de mensen direct en persoonlijk aan. Hij stelt mensen voor de keuze!
· Hij doet wat Hij zegt, Hij doet wat Hij de mensen leert te doen.
· Je kan niet rustig alles over je heen laten komen bij Jezus. Hij daagt uit om zelf na te denken, Hij activeert Zijn publiek.
Vragen stellen
Als je de evangeliën gaat lezen op de vragen die Jezus stelt, dan zijn dat er bij elkaar meer dan honderd. Hij vult niet in, maar vraagt: “Wat wil je?”. Wij zijn geneigd dat een onzinnige vraag te vinden, als iemand ziek bij de dokter komt. De Heer vraagt het toch te verwoorden, ook al weet Hij het al. Jezus had verschillende doelen met zijn vragen (blijkt uit de verhalen):
Het antwoord op de probleemstelling is een samenvatting van de antwoorden op de vraagstellingen. Deze vraagstellingen zijn namelijk de vier vragen die in de probleemstelling naar voren komen. De probleemstelling:
Wat kan een christelijke basisschool leren van de pedagogiek van de Here Jezus
(die vanuit de Bijbel te concluderen valt) om meer vorm te geven aan de identiteit van de school, hoe draag je dat uit in de klas en welke eisen stelt dat aan de leerkracht?
Vraagstelling 1
Hier volgt een antwoord op de volgende vraag:
Welke voorbeeldfunctie had Jezus voor christenleerkrachten
in Zijn contact met mensen c.q. kinderen?
De Heer was een voorbeeld voor ons in hoe Hij was, aanwezig was. Hij was een voorbeeld in alles, wat Hij deed. Hieronder worden de kenmerken genoemd:
Ø Het ging bij Jezus om liefde. Hij houdt van de mensen.
Ø De innige verbondenheid met Zijn Vader liet Jezus zien. Hij gehoorzaamde Zijn Vader, Hij was afhankelijk van Hem.
Ø Jezus toonde voorkeur voor de omgang met mensen die in wanhoop waren: de mensen die vaak sociaal laag stonden. Juist de zwakken die zwakte erkenden, kon Hij helpen!
Ø De Zoon van de mensen die ook God was, kwam in de belevingswereld van Zijn schepselen. Vanuit onze menselijke beleving trok hij de mensen mee naar een hoger niveau.
Ø Jezus sprak direct in concrete opdrachten: ‘Luister!’, ‘Kom!’, ‘Doe dit zo!’ en ‘Sta op!’.
Ø Jezus liet nederigheid, kinderlijkheid (blind vertrouwen, openheid), barmhartigheid en vergeving zien! Hij was een voorbeeld voor Zijn discipelen; observatie en experimenteren zijn al oude onderwijs principes.
Ø Jezus hield toespraken voor menigten, maar had ook persoonlijke gesprekken.
Ø Jezus maakte regelmatig gebruik van gelijkenissen, spreuken, hyperbolen en paradoxen.
Ø Jezus gebruikte scherpe woorden om moeilijke leerstof te verduidelijken. Hij schiep een geraamte, waarin de leerstof een groter contrast kreeg. Er is in alles een scherpe tegenstelling. Bijvoorbeeld die van licht <-> duisternis.
Ø Jezus gebruikte Zijn ogen, Hij observeerde. Hij begon een gesprek. Hij stelde vragen, was geïnteresseerd.
Ø Hij ging niet mee in de gangbare vooroordelen en omgangsvormen van Zijn tijd.
Ø Hij was op de hoogte van de Schriften en noemde feiten die ter zake deden.
Ø Hij manifesteerde zich als een Man met gezag, een Leider die wist waarover Hij sprak.
Ø Jezus hield van de kinderen. En Hij vroeg van ons hen met respect te behandelen, niet te kwetsen of te verachten.
Ø Het gaat niet om allemaal wetten en regeltjes bij het opvoeden: niet in onze eigen relatie met Jezus en niet in het doorgeven daarvan. De liefde, zoals die omschreven is in 1 Cor. 13, is de kern van opvoeden.
Ø Het is belangrijk te weten hoe God de mens ziet: uniek, kroon op Zijn schepping, waardevol, kostbaar, mooie spiegel van Zijn glorie etc.
Als ik zo de Here Jezus beschreven heb in Zijn spreken en optreden, kunnen we Hem gemakkelijk te beperkt gaan zien. Hij is God en onze Verlosser. Daarmee is Hij oneindig groot in macht en liefde. Zelfs de joodse leiders moesten toegeven dat ze nog nooit iemand zo hadden horen spreken. Daarin is de HereJezus onnavolgbaar.
Vraagstelling 3
Hier volgt een antwoord op de volgende vraag:
Wat merken kinderen en ouders ervan dat een leerkracht in het basisonderwijs een christenleerkracht is?
In dit hoofdstuk heb ik een onderzoek beschreven. Een onderzoek naar de identiteit van een christenleerkracht. De kinderen, ouders en collega’s rondom deze leerkracht hebben aangegeven hoe ze haar ervaren in haar identiteit. In totaal hebben 83 mensen hieraan meegewerkt.
Samengevat merkt de omgeving het volgende aan een christenleerkracht:
Al deze zes gebieden zijn enorm breed in te vullen. Het komt neer op de persoonlijkheid van iemand. Leerkrachten geven dan ook door wie ze zijn! Een christenleerkracht werkt aan de persoonlijkheid van zichzelf, telkens weer met hulp van God. Dat maakt een christenleerkracht open en persoonlijk, kwetsbaar, nederig, vol respect en liefde. Dit geeft gezag aan de boodschap.
De Bron
Jezus zegt in Johannes 16:14 dat de Geest Hem zal verheerlijken. Een christenleerkracht stelt dan ook deze Heer centraal. Het kan ook niet anders, want als je tot geloof bent gekomen, heb je Zijn Geest ontvangen (Hand. 19:2). Door een levende relatie met de Heer kan een leerkracht leerlingen iets van Hem laten zien. Het vraagt geloof, doorzettingsvermogen, dagelijkse toewijding om Hem te gehoorzamen. Gelukkig droogt deze Bron nooit op. Je kunt de vrucht van de Geest uit Galaten 5 als een soort “toetssteen” gebruiken voor een christenleerkracht.
Gerrieke Bloed
Gerrieke Bloed was studente aan de Christelijke Hogeschool Ede. Haar eindscriptie ging over “Van de Here Jezus leren”. Enkele gedeelten uit haar werk zijn overgenomen.
Verantwoorde lectuur over moderne muziek
Deze lijst is samengesteld door W.J.A. Pijnacker Hordijk, wiens artikel onlangs is gepubliceerd onder de titel: Moderne muziek, strijd om de aanbidding.
Verantwoorde lectuur over moderne muziek 1)
hardrock: data, feiten, achtergronden.
St. Adullam, 1987
Een christelijke visie op populaire muziek
1) Deze lijst is samengesteld door W.J.A. Pijnacker Hordijk, wiens artikel onlangs is gepubliceerd onder de titel: Moderne muziek, strijd om de aanbidding.
Schrijven op maat – beoordeling en reactie
De nieuwe schrijfmethode methode voor speciaal onderwijs ‘Schrijven op maat’heeft didactische voordelen, maar is levensbeschouwelijk niet neutraal en voorts strijdig met elementaire pedagogische uitgangspunten. Op onze beoordeling kwam een kritische reactie.
B&O magazine, feb. en april 2003, door drs. R.H. Matzken
Ouders van een kind dat een ZMLK-school bezoekt, benaderden ons over ‘Schrijven op maat’, een nieuwe schrijfmethode voor het speciaal onderwijs. Zij hadden deze methode uitvoerig bekeken en sloten hun eigen analyse ervan bij met het verzoek of wij hierover meer weten en eventueel zelf deze methode willen onderzoeken. Met name vroegen zij ons om verdere informatie t.o.v. de grens tussen wetenschappelijk onderbouwde oefeningen voor de hersenen en het overschrijden van deze grens in de vorm van pendelen/wichelarij.
Onder de indruk van de analyse die deze ouders als lid van de identiteitscommissie hadden gemaakt en de gevaren zij daarbij signaleerden, gingen wij zelf op onderzoek uit. In december 2002 bezochten wij de school die overweegt deze methode in te voeren. Na kennismaking met de directeur verdiepten wij ons in ‘Schrijven op maat’, geschreven en uitgegeven door mevr. M.A.J. Ruytenberg-Wegbrands te Usquert, Wadwerderweg 3, 9988 ST, tel. 0595-424471. Daarvan namen wij achtereenvolgens door:
* Handleiding theorie, met audio cd
* Basisprogramma cijfers + schrijfpatronen
* Verbonden letters, incl. cd rom en Blokletters, incl. cd rom.
Dit eerste onderzoek leidde tot de volgende voorlopige conclusies:
1. De methode ‘Schrijven op maat’ staat weliswaar op zichzelf, maar toont een duidelijke gelijkenis met de methode ‘Schrijfdans’
2. De methode ‘Schrijven op maat’ voldoet in didactisch opzicht aan de hoge eisen van het speciaal onderwijs voor lichamelijk en psychisch gehandicapte kinderen
3. De methode ‘Schrijven op maat’ is levensbeschouwelijk niet neutraal en is daarmee strijdig met elementaire pedagogische uitgangspunten.
Evenals de ouders al hadden gesteld, hebben wij onderscheid gemaakt tussen diverse occulte voorbeelden, zoals het aanleren van de begrippen ‘recht’ en ‘krom’ aan de hand van de bezems van ‘Hekselien Lodewien’, astrale reizen met de ‘sterrenfee’, griezelen en uitbarsten met de vulkaan, en tot rust komen in ‘de zee van inspiratie’. Daarbij was de directeur nog in eerste instantie geneigd zich af te vragen:
“Is het mogelijk op bepaalde punten de methode aan te passen voor gebruik op een christelijke school, om daarmee de negatieve punten te vermijden en voluit profijt te trekken uit de didactische voordelen?” We zou hem daarin niet graag willen volgen?
Nader onderzoek wees echter uit dat het beantwoorden van deze vraag overbodig is. Hiermee raken wij aan een veel wezenlijker aspect, dat deze methode in de ogen van velen zowel aantrekkelijk als verdacht maakt. Dat is het conditioneren van lichaam en geest door middel van de ‘sensomotorische integratie’, wat slaat op de koppeling tussen
Deze ‘samenwerking’ zal veel remedial teachers aanspreken, wie er veel aan gelegen is om deze kinderen, elk met een eigen handicap, alles aan te reiken wat tot hun ontwikkeling kan bijdragen. De grote vraag hierbij is of dit ‘alles’ wel een wetenschappelijke onderbouwing heeft of dat hier sprake is van verhullende termen voor allerlei vormen van ‘spirituele’ (lees religieuze) handelingen.
Onze conclusie komt overeen met die van de ouders en wordt ook bevestigd door het theorieboek. Daarin wordt deze samenwerking (synergie tussen kind en kosmos?) vergeleken met telefoonverkeer. “Beide hersenhelften zijn nodig voor de samenwerking van beide handen om één hand optimaal te laten functioneren. Voor dit laatste is de duimfunctie van groot belang.”. Er is hierover met prof. Dr. R. Franzke, hoogleraar Pedagogiek te Hannover (www.faithcenter.de), overleg geweest. Zie op de deelsite ‘Occult en Licht’ het korte artikel over ‘Kinesiologie’.
Op grond van deze tweede overweging is onze conclusie om dat de hele remediërende methode als zijnde onwetenschappelijk, en zelfs als gevaarlijk-conditionerend, dient te worden afgewezen. Omdat ook andere scholen voor speciaal onderwijs overwegen om deze methode aan te schaffen, hebben voor verder onderzoek contact opgenomen met de Christelijke Hogeschool Ede.
Schrijven op maat – een reactie
Naar aanleiding van onze beoordeling van de methode ‘Schrijven op maat’ in het vorige nummer ontvingen een kritische reactie op met name het tweede deel ervan, nl. het conditioneren van lichaam en geest:
“Ik ben als ergotherapeut werkzaam in het onderwijs. Met de schrijfmethode van mevr. Ruytenberg ben ik erg blij, er zitten veel goede kanten aan waar een kind met een bepaalde ontwikkelingsachterstand of schrijfproblemen mee geholpen kan worden. Mijns inziens is het wél mogelijk de methode aan te passen voor gebruik vanuit een christelijke visie en wordt de methode door u ten onrechte afgewezen.”
Zij stelt dat de beoordeling ten onrechte de ‘kinesthesie’ (het voelen van de eigen bewegingen) wordt gekoppeld aan de ‘kinesiologie’ (wat mogelijk een occulte betekenis heeft) en verwijst hierbij naar het boek ‘Neurologische aspecten van ontwikkelingsproblemen bij kinderen’ van prof. Dr. Aldenkamp, prof. Dr. Reinier en prof. Dr. Smit en besluit met: “Een kwestie van de klok horen luiden, maar . . . Een rectificatie lijkt mij op zijn plaats.”
Wij hebben hierover uiteraard nader bij terzake deskundigen ons licht opgestoken. Een van hen stelt dat inderdaad de hersenfysiologie steeds meer voortgang boekt die ons inzicht kan geven in ontwikkelingsstoornissen, op grond waarvan een therapie kan worden ontwikkeld. Maar hij stelt ook dat . . .”van de toenemende kennis hiervan maken occultisten gemakkelijk gebruik om hun esoterie in een pseudo-wetenschappelijk jasje te steken. Dit moet ontmaskerd worden, zoals bijv. de edukinesiologie, maar ik denk dat in de toekomst steeds meer zal blijken dat veel van het holistische gedachtegoed, maar dan in de bijbelse betekenis van de relatie geest-ziel-lichaam, waar zal blijken te zijn.”
Het lijkt erop dat we onderscheid moeten maken tussen ‘kinesthesie’ (bewegingsgevoel) en ‘kinesiologie’ (occulte bewegingsleer). In de praktijk wordt dit onderscheid dikwijls niet gemaakt en zo bespreekt dr. Franzke in zijn boek ‘New Age Pädagogik’ zowel het ‘creatieve schrijven’ als de begrippen Kinesiologie, Brain Gym en Edu-kinesthese allen onder het hoofdstuk ‘Spiritistische praktijken’.
Reden genoeg dus om voorzichtig te zijn en uw kinderen niet bloot te stellen aan het soort oefeningen waarbij zij bijv. via ‘liggende achten’ hun ‘linker- en rechterhersenhelften met elkaar verbinden’ of via ‘spiertests hun lichaam openstellen voor zgn. ‘kosmische energieën’.
Maar ook reden genoeg om als christenpedagogen samen met christentherapeuten deze materie nader te onderzoeken. Opdat wij niet zo dwaas zijn om op zich goede en heilzame ontwikkelingen af te wijzen. Maar ook niet om met alle goede bedoelingen in de zoveelste strik van de boze te trappen. Nader onderzoek is dus geboden en wie van onze lezers hiertoe een bijdrage wil geven, nodigen wij hierbij van harte uit.
Schrijfdans-een beoordeling
Beoordeling van de schriftpsychologische methode Schrijfdans op de basisschool volgens levensbeschouwelijke, pedagogische en didactische maatstaven.
1. Schrijfdans in vogelvlucht
2. Criteria beoordeling schrijfmethoden
3. Beschrijving van de weekthema’s
4. Punt voor punt beoordeling
Conclusie en open vraag
Ten geleide
De afgelopen jaren bellen steeds meer ouders (en soms scholen) Bijbel & Onderwijs op over de methode Schrijfdans. Volgens een recent schrijven van de auteur aan de scholen voor primair onderwijs, is de methode momenteel op bijna 20% van alle scholen in Nederland in gebruik.
Een moeder meldt ons: “Ik kan de methode niet beoordelen, maar constateer dat mijn kind zich heel anders gaat gedragen. Zou het soms komen door…?”
Een jongen werd tijdens het tekenen van mandala’s onder begeleiding van (house) muziek door een stem overmeesterd die zei: “Gooi die stoel kapot.” Dat deed hij dan ook, waarop de leraar contact met de ouders opnam over hun ‘moeilijke kind’. Andere kinderen zijn thuis hyperactief en ’s nachts angstig (bijvoorbeeld over de schreeuwende mensen bij een vulkaan die uitbarst), tot aan nachtmerries toe.
Jonge kinderen gaan weer bedplassen en zijn moeilijk ‘schoon’ te krijgen.
Gaat het hier nu slechts om enkele incidenten of hebben wij hier te maken met het topje van de ijsberg? Bijbel & Onderwijs ging op nader onderzoek uit en liet zich daarbij ook adviseren door de pedagoog prof. dr. Reinhard Franzke uit Hannover, die veel onderzoek heeft verricht naar het verschijnsel van de zgn. spirituele pedagogiek en daarover tal van publicaties op zijn naam heeft staan.
Eind 1999 hebben wij met de auteur van de methode, mevr. Ragnhild Oussoren-Voors en haar man, een openhartig gesprek gevoerd, waarbij ook prof. dr. Reinhard Franzke aanwezig was. De beide standpunten werden uiteengezet met begrip voor elkaars overwegingen en waarschuwingen.
Bij de ‘Praktische verklaringen, tips en ideeën’ gaat de auteur in op de vraag: ‘Schrijfdansen in het christelijk onderwijs?’ “Een enkele keer komt het voor dat christelijke scholen en christelijke stromingen afgeschrikt worden door de bevrijdende gedachte achter de schrijfdansmethodiek. Gesloten ogen en zachte muziek zouden je in een ‘andere wereld’ kunnen brengen. Waar blijft de grens tussen deze en gene wereld, dat wil zeggen: de werkelijke en de fantasiewereld? Aangezien de methode zich richt op schrijven, het aardse materiele vlak, is er geen reden tot ongerustheid. De thema’s spelen in op de grote fantasie van elk kind en lenen zich goed voor creatieve uitingen en muziektekeningen; zij dienen om blokkades in het onbewuste naar de oppervlakte te brengen en er wat mee te doen; schriftelijke bevestiging en oefeningen bijvoorbeeld! Hierdoor leert het kind zich juist op een goede manier te uiten en zich te kunnen geven aan de ander.”
Deze woorden geven blijk van een spirituele denkwereld, die verborgen ligt achter het ‘aardse materiële vlak’. Is dat nu de onschuldige fantasiewereld van de kinderen of wordt voor hen een ‘andere wereld’ ontsloten van geestelijke machten?
Ons onderzoek omvat een kritische beschrijving van de methode zelf en een evaluatie op grond van een aantal opvoedkundige en onderwijskundige criteria. Omdat deze beoordeling vooral gericht is op het christelijk onderwijs, zijn hieraan levensbeschouwelijke criteria toegevoegd.
Daarbij gaan wij ook in op het gebruik op de scholen en de invloed ervan op de kinderen. Wij beginnen dus met een kennismaking met de methode.
1. SCHRIJFDANS IN VOGELVLUCHT
De methode Schrijfdans bestaat uit een handleiding voor de leerkracht met daarbij een aantal geluids- en videocassettes. De auteur van de methode, mevr. Ragnhild Oussoren-Voors, is zich als schriftpsychologe (een ander woord voor grafologe) steeds meer gaan specialiseren in de (onderstelde) schrijfproblematiek bij kinderen. Wat haar hierbij beweegt, vat zij samen met de sympathiek-klinkende woorden:
Schrijfdans biedt dit aan als een vorm van kindgerichte therapie. Daaruit blijkt ook de afkomst van deze methode, namelijk de Duitse ‘Schreibbewegungstherapie’ van Magdalena Heermann. Evenals bij sommige andere moderne onderwijsmethoden is het denkgoed afkomstig uit de zgn. remedial teaching. Wat bij kinderen met leer- en gedragsstoornissen werkt, wordt nu toegepast op normale kinderen. Hiermee verschuift de pedagogiek naar therapie, zonder vast te stellen waarom deze kinderen eigenlijk therapie nodig zouden hebben.
In de praktijk van het onderwijs krijgen leraren, kinderen en ouders te maken met de zogenaamde weekthema’s zoals Vulkaan, Landschapswandeling en Mandala’s. Hierbij zijn allerlei kritische kanttekeningen te plaatsen, maar om recht te doen aan de methode, en voor een goed begrip, gaan wij eerst in op datgene wat in het (uitgebreide) voorgedeelte is vermeld. Daarbij gaat het allereerst om de vraag of schrijven een puur technische vaardigheid is dan wel de neerslag van een spiritueel proces (dat dan nader gedefinieerd moet worden). Met andere woorden, gaat het hierbij om het aanleren van technische vaardigheden, door het toepassen van psychologisch inzichten? Of krijgen wij hierbij te maken met krachten en machten van een verborgen (occulte) werkelijkheid die wel bestaat, maar voor ons mensen verboden is? Een gedachtewereld die wij moeten ontmaskeren en waarvan wij zo nodig afstand moeten nemen?
Het vermelde doel van Schrijfdans is hetzelfde als bij iedere schrijfmethode:
Het bevorderen van een vloeiend handschrift en van het plezier in het schrijven.
Maar bij de weekthema’s wordt een heel ander doel vermeld:
Door het verband tussen lichamelijke en schriftelijke uitdrukkingsbewegingen hebben de weekthema’s invloed op de totale persoonlijkheid
Dit noodzaakt ons om het onderliggende doel nader te onderzoeken. Maar eerst een kennismaking met de negen weekthema’s:
Vulkaan: losmaken van de ledematen, een bevrijdend gevoel, ‘warming up’, stimulans van schrijfbewegingen. Het geeft gelegenheid om te praten over je lichaam, gevoelen en angsten.
Landschapswandeling/Krongelidong: ontspannen van je lichaam en geest, een stimulans tot fantaseren. Het bevordert de rust maar kan daardoor het clownkind juist onrustig maken. Het schept de gelegenheid om te praten over de ideeën en dagdromen van de kinderen.
Rond en Achten: rustgevende, schommelende beweging; geeft een veilig gevoel. Stimuleert de kruisbewegingen tussen de ogen en de hersenen, logisch denken. Probleem en conflict oplossend. Stimuleert een vloeiende beweging.
Rechte lijn, Hoek en Robot: Bevestigt ‘ik-’gevoelens, ‘swinging’, lichaamscoördinatie, zelfstandigheid, structuur en uithoudingsvermogen
Trein: Stimuleert tegengestelde signalen (arcades en guirlandes). Het verhoogt de schrijfsnelheid en traint de letterverbindingen. Stimulans tot ademhalings-bewustzijn
Boom: Beklemtoning van het ‘ik’. Lichamelijke en schriftelijke bewegingscoördinatie, in een snel tempo. Discipline en spontaniteit, organisatie en improvisatie.
Zilveren vleugels: stimuleert de vloeiende schrijfbewegingen. Bewustzijn van het verschil tussen spanning (van de andere thema’s) en ontspanning. Schept gelegenheid om te praten over vrijheid, belevenissen en gevoelens.
Katten: heen-stop-en-weer schommelbeweging, stimuleert het lichaamsbesef; handen-ogen, oren-stemcoördinatie. Belangrijke bewegingen voor de letterverbindingen: oceaangolven.
Mandala: recht en rond: gerichte oog- en organisatie oefening. Stimuleert het ‘ik’-bewustzijn en gevoel voor verdeling en organisatie. Het verhoogt de zekerheid omtrent de basisbewegingen door een verkorte combinatie van alle weekthema’s.
Hiermee wordt de bewering als zou het bij Schrijfdans puur en alleen gaan om het materiële, gelogenstraft. Uit al deze uitspraken en oefeningen spreekt een mensbeeld dat heel anders is dan bij alle bestaande schrijfmethoden. Het is een mensbeeld waarvan ook de antroposofische ‘vrije’ scholen uitgaan en dat spiritueel-holistisch van aard is. Hieruit kunnen wij nu reeds het volgende concluderen:
1. Het is uiteraard toegestaan om bij een methode uit te gaan van een geheel andere levensbeschouwing dan de meeste bestaande ‘neutrale’ methode, maar wij achten het niet correct dat dit niet expliciet wordt vermeld.
2. Het is eveneens niet correct om eventuele bezwaren van het christelijk onderwijs terzijde te schuiven door te suggereren dat christenen worden afgeschrikt door “de bevrijdende (lees: ondogmatische?) gedachte achter de schrijfdansmethodiek”.
3. Christelijke scholen hebben, als scholen-met-de-Bijbel, juist tot taak om alle aangeboden methoden en materialen te onderzoeken en de toetsen aan Gods Woord, en daaruit het goede te behouden.
Bij deze taak en opdracht wil dit EDUkatern van Bijbel & Onderwijs behulpzaam zijn.
Bij onze beoordeling gaan wij uit van de christelijke identiteit van de school. Deze hebben wij toegelicht in enkele brochures, zoals
Positief Christelijk Onderwijs
Identiteit van de Schoolgids
en de recente folder
Identiteit in drie Dimensies.
Deze identiteit heeft verschillende aspecten: een bestuurlijke, een pedagogische en een bijbelse. Wij gaan hier voorbij aan de bestuurlijke identiteit (de christelijke school is een school van de ouders) en behandelen achtereenvolgens de levensbeschouwelijke, de pedagogische en de didactische identiteit, welke laatste bij Schrijfdans zo’n grote rol blijkt te spelen.
3. BESCHRIJVING VAN DE THEMALESSEN
Uit bovenstaande negen thema’s nemen wij hier twee voorbeelden. De overige zijn vermeld in het EDUkatern, dat u bij ons kantoor kunt aanvragen.
De cursief afgedrukte zinnen zijn uit de methode overgenomen.
Landschapswandeling of Krongelidong
Aan de kleuters wordt uitgelegd dat bij vulkaanwerk we alles wat we niet in ons lichaam wilden, eruit hebben gegooid, ver weg! Vandaag ga je op een andere manier ontspannen, zodat je een rustig gevoel krijgt in je lijf. Om goed te luisteren moet je heel stil kunnen zijn. Daarom mag je niet praten, fluisteren of lachen.
Doe je ogen dicht. Terwijl je de muziek hoort stel je je een landschap voor. Misschien daar waar je graag op vakantie gaat. In je fantasie kan je een berg beklimmen, zwemmen in een meertje of ruiken aan een bloem. Kijk maar om je heen, misschien kom je wel dieren tegen… (In de experimentele uitgave stond: … of ontmoet je iemand die je wat te vertellen heeft? Misschien wil je een uitstapje in de ruimte maken en andere planeet-bewoners ontmoeten.)
Dit is niet anders dan visualiseren via meditatie, een techniek die zowel bij yoga als TM wordt beoefend. Door middel van de zachte muziek en de begeleidende woorden worden kinderen gebracht in een lichte hypnotische trance. Meestal blijft het bij de eerste oefening bij een statisch landschap en komt de dynamiek van de zgn. ‘verschijningen’ pas in een volgende oefening.
Als de muziek klaar is, doe je je ogen weer open en kun je je ‘wandeling’ zien (die je met je krijtje op het papier hebt getekend); teken erbij wat je wilt of wat je hebt beleefd. Misschien ziet het er niet uit als een dier dat vanzelf is ontstaan door het wandelen met het krijtje op de muziek. Teken ogen, oren, staart, poten en daar is je kringelidong-beest!
Hierbij moeten de kinderen kronkelende bewegingen maken met het hele lijf.
Het ‘krachtdier’ dat de kinderen zo ‘leuk’ nadansen is de aloude slang of draak. Bovendien kan dit leiden tot zgn. automatisch handschrift, waarbij geesten de kinderen leren tekenen en schrijven.
De slang of draak is geen ander dan de satan of duivel, zie Op. 12:9 en 20:2
Mandala’s zijn op het eerste gezicht gewoon concentrische tekeningen. De mandala is een oertaal in geconcentreerde vorm, een kunstuiting die zowel in beeld als in klank wordt uitgebeeld. Carl Gustav Jung heeft de mandala’s in Europa ingevoerd en gebruikte ze (in zijn psychoanalyse en -therapie) als middel tot contact met de ‘andere wereld’. Hij noemde hun taal de ‘archetypische taal’, waardoor een mensen-kind zijn ‘authentieke’ Zelf leert kennen.
Moderne spirituele pedagogen spreken van de “helende werking van mandala’s die mensen helpt bij de integratie van hun eigen persoonlijkheid.” Bij mandala-tekenen leren kinderen “hun eigen krachtbron te ontsluiten” en ontdekken zij “hun parallellen in de hogere, kosmische werkelijkheid als hun eigen centrum of kosmogram”.
Vandaag gaan we een zon of een ster ‘schrijftekenen’, die in een cirkel begint en steeds groter en verder straalt. Mandala is een ander woord voor cirkel in een Aziatische taal. Daarom kun je zo’n stralencirkel ook mandala noemen. In het oosten tekenen kinderen en volwassenen mandala vormen met een stokje in het zand, ook versieren ze er hun huis mee. Het staat mooi, maar heeft ook een diepere betekenis Als je een steen in het water gooit, komen er kringen in het water, groter en groter. De steen is het begin, het centrum, de start van de beweging. Als je een mandala tekent of je armen rond om je heen laat draaien ben jij zelf in het midden van alles. Jij bent die steen in het midden geworden, en wordt groter en groter, je groeit!
Mandala’s zijn bedoeld als hulpmiddel om het bewustzijn op één punt te richten en zo te voeren tot een toestand van trance. Het helpt de kinderen ook om te visualiseren en ze te brengen tot buiten-het-lichaam reizen. Voor deze beide doelen werden ze eeuwenlang door sjamanen en yogi’s gebruikt.
Conclusie
Nog afgezien van alle bijbelse overwegingen, achten wij de opzet van de methode Schrijfdans ook pedagogisch en (kleuter)didactisch onverantwoord. Jammer dat de professionele pedagogen en didactici tot nu toe niet hebben opgemerkt wat kinderen en hun opvoeders allang weten.
Bijbel in postmoderne tijd
Omgaan met de Bijbel in een postmoderne tijd (lezing)
Samenvatting van de lezing gehouden door drs. R.H. Matzken voor de ledenvergadering van de Vereniging Bijbel & Onderwijs op 13 juni 2002 te Amersfoort
A. Het postmodernisme als paradox
1. Niet lang geleden schreef de Franse filosoof Jean-Francois Lyotard een boek met de titel:Hoe ik het postmodernisme aan mijn kinderen uitleg. Nu is het al moeilijk om het postmodernisme te begrijpen, laat staan om de gevolgen uit te leggen. Heb geduld, ik ga het proberen.
2. De term postmodern betekent: wat komt na het moderne. Taalkundig is dat een paradox, want het Latijnse woord ‘modern’ staat voor recent. Wat komt er dan na recent? Hieruit blijkt al de paradox van het woord!
3. Het postmodernisme is precies het tegendeel van het modernisme. Dat is het erfdeel van de Verlichting uit de 18e eeuw, met als voornaamste kenmerken:
4. Het postmodernisme constateert, dat dit allemaal radicaal is verdwenen (Derrida gebruikt hiervoor de term ‘deconstructie’). Wie daar nog aan vasthoudt, leeft in een illusie. Die stelt zichzelf buitenspel en communiceert niet meer in de 21e eeuw. Anderen zien het ineenstorten van alle systemen als een bevrijding van elke onderdrukking van een vrije persoonlijkheid.
5. Eigenlijk staat de term ‘postmodernisme’ gewoon voor ‘new age’. In het esoterische denken volgt het tijdperk van Waterman (Aquarius) op het tijdperk van Vissen (Pisces). In de postmoderne filosofie is de rede van de verlichting nu vervangen door het irrationele en spirituele denken.
6. Wie het postmoderne denken goed tot zich laat doordringen, kan zich er alleen maar over verbazen dat er nog steeds zoveel goeds, zoveel moois in deze wereld is! Misschien komt het wel vanwege de paradox: de postmodernist verwerpt de wortels, maar wil de vruchten liever niet kwijt! (rejecting the roots whilst retaining the fruits)
7. Wortel A. In plaats van de rede treedt het gevoel; in plaats van het argument komt de ervaring. Men wordt niet meer overtuigd, maar heeft er “(g)een goed gevoel over.” Dit is van grote invloed op het gebied van de kennisleer (epistemologie) en de hermeneutiek (interpretatie van taal en symbolen), en daarmee op ons omgaan met de Bijbel.
8. Wortel B. Dit gaat over de relatie tussen de tekst en de lezer. Men leest de tekst niet meer in de context (van de auteur), maar alleen in zijn eigen context (van de lezer). Op die manier wordt kennis niet meer ontdekt en overgedragen, maar wordt kennis ‘gemaakt’, en wel door het individu ten dienste van zijn eigen ‘authentieke’ ontwikkeling. Een bekend voorbeeld hiervan is het boek ‘Ontketende liefde’ van Clark Pinnock, die in plaats van het bijbelse godsbeeld zijn eigen ‘god van creatieve liefde’ ontketent.
9. Wortel C. In de jaren ’90 zijn alle grote ideologische stelsels ingestort, en daarmee hun belofte van een menselijk utopia op aarde:
10. Het wegvallen van de absolute maatstaven van wetenschap, religie en menselijke relaties (bijv. in opvoeding en onderwijs; relaties tussen jongens en meisjes) heeft geleid tot een groot vacuüm. Dit is vruchtbare grond voor nieuwe vormen van spiritualiteit (New Age) en het herleven van het aloude Keltische, Nordische en Saksische heidendom. Daarbij komen nog de overzeese natuurreligies van Indianen, Afrikanen, Japanners, Chinezen en Tibetanen (Pokémon, Harry Potter, Halloween, Kippenvel, Griezelbus, Stonehenge).
11. Het grootste gevaar is niet dat het kwaad oprukt, maar dat het wordt ontkend. Of zelfs dat het wordt verwelkomd om toch maar te kunnen (massa)communiceren. Iemand schreef ons: Het B&O-magazine is een van de weinige bladen die niet buigen voor de tijdgeest; houwen zo!
B. De Bijbel is juist nu voluit actueel!
12. Er is niets nieuws onder de zon!
Typisch postmoderne uitspraken uit de Bijbel zijn:
“Iedereen deed wat goed is in zijn eigen ogen, want er was geen koning in Israël”
De opmerking van Pilatus: “Wat is waarheid?”
De filosofen op de Areopagus, die “wel eens wilden horen wat die zaadpikker (Paulus) te vertellen heeft.”
Uit de Bijbel kunnen wij dus leren hoe aan postmodernen effectief te communiceren.
13. Nu zijn er een heleboel manieren hoe het niet moet en velen proberen dat:
Zie hiervoor de brochure ‘De zwevende Bijbel’ (zie webshop)
14. Hoe dan wel? De Bijbel leert dat duidelijk, bijv. in Handelingen 17: Sla een brug en breng Gods boodschap: onversneden maar eigentijds. Een oproep tot berouw en bekering. Metanoia (anders denken) betekent: wisseling van paradigma, “tot de wet en de getuigenis”. Epistrephoo (omkeren) betekent: gemotiveerd zijn om de richting van je leven, je levensstijl te veranderen.
15. Wij verwijzen graag naar de Verklaringen van Chicago, een document over
De moderne theologen moesten hier niets van hebben;
Maar in onze postmoderne tijd zijn al die stellingen weer voluit actueel.
Wie eraan voorbijgaan laten alleen maar zien hoeveel zij achter de tijd aanlopen!
C. Hoe bereiken we onze postmoderne jeugd?
16. Het dilemma van deze tijd is dat de jeugd zich afkeert van de ouderen. Waarom?
Beide hebben zowel gelijk als ongelijk.
De ouderen: omdat zij blijven staan in de 20e eeuw; zij houden vast aan traditionele bewoordingen en “hebben niet gehuiverd voor de goden van de nieuwe eeuw” (Deut. 32:17).
De jongeren: omdat zij volledig breken met het verleden, de Bijbelse leer; geschiedenis zien als onnodige ballast en daarmee openstaan voor alle fouten waartegen profeten en apostelen, kerkvaders en reformatoren hebben gestreden.
17. Onze boodschap is een boodschap van hoop, zeker zo relevant als de voortgang van het Evangelie in ‘de antieke wereld’. Daarvoor gaan wij terug naar Stelling 3.
18. Nu komt laatste paradox:
19. Wie geeft hen hun wortels terug? Wie vertelt hen het Grote Verhaal, His Story? Hoe maken wij Col 2:2-9 aan hen reëel? Om te beginnen aan hun ouders, hun leraren, hun voorgangers en leiders!