BEKNOPT OVERZICHT OVER DE VERSCHILLEN TUSSEN SECULIERE- EN BIJBELSE PSYCHOLOGIE
Universitaire, seculiere psychologie (1 Cor 1:20-31; 2:6-14; Matt 22:29)
Omschrijving
Een menselijke leer van het zieleleven resp. het gedrag van de mens t.o.v. zichzelf en de medemens.
Deze spruit voort uit de een of andere menselijke filosofie (hypothese, speculatie) en vanuit menselijke waarnemingen, ervaringen, experimenten, tests, inzichten en conclusies.
De diverse menselijke visies leiden tot diverse menselijke oplossingen (advies, behandeling, therapie) van psychosociale problemen. De menselijke oplossing ligt in de mens en/of de groep en in menselijke methoden en technieken.
Kortom: seculiere psychologie
– omvat een horizontale mens/zelfkennis.
– is een menselijke visie op oorzaak/oplossing.
– is subjectief (begint en eindigt bij de mens).
– veranderlijk, omdat de mens veranderlijk is.
– verschillend en tegenstrijdig, omdat menselijke visies verschillen en tegenstrijdig zijn.
Thema
– De mens in zijn relatie tot zichzelf en tot de medemens;
– de mens als een ‘naturalistisch-psychosociaal wezen.
Kenbron en norm
Menselijke waarnemingen, ervaringen, experimenten, tests, inzichten en conclusies.
Bijbelse psychologie
(Spr 9:10; Col 2:3; Jer 17:9-10; Ps 139)
Omschrijving
De Bijbelse leer van de ziel en het zieleleven resp. de relatie van de mens tot God, zichzelf en de medemens. Deze komt voort uit Gods openbaring in Zijn Woord.
De Bijbel openbaart niet alleen Gods diagnose, maar ook Gods oplossing van de primair geestelijke nood alsook van de psychosociale problemen: Jezus Christus de gekruisigde en opgestane Heer.
De Bijbelse oplossing ligt buiten de mens, uitsluitend in de Persoon en het offer van Jezus Christus.
Bijbelse psychologie is
– in Gods Woord geopenbaarde mens/zelfkennis.
– in Gods Woord geopenbaarde diagnose/therapie.
– objectief (buiten de mens; begint en eindigt in Gods Woord).
– onveranderlijk, omdat Gods Woord eeuwig is.
– gelijkblijvend; eenzelfde Bijbelse openbaring is de grondslag.
Thema
– God en de mens – de mens, allereerst in zijn geschapen, verbroken, herstelde relatie tot Zijn Schepper en Verlosser;
– de mens als geestelijk-psycho-sociale persoonlijkheid.
Kenbron en norm
Gods openbaring in Zijn Woord – als enige autoriteit en maatstaf. Alle menselijke waarnemingen, ervaringen, inzichten en conclusies moeten daaraan getoetst.
Uitgangspunten seculiere psychologie (de ‘voorvragen’)
Diverse atheïstische, menselijke, subjectieve, veranderlijke, tegenstrijdige filosofieën en hypothesen; menselijke normen, maatstaven en waarden:
1. Filosofisch, atheïstisch wereld- en mensbeeld (humanistisch, idealistisch, ideologisch, evolutionistisch, behavioristisch enz.)
2. Menselijke diagnose: de primaire oorzaak van psychosociale problemen ligt buiten de mens. De mens is slechts ‘slachtoffer’ van zijn omgeving en omstandigheden. De mens is in zijn kern goed; hij bezit slechts een verworven verdorvenheid. De mens is in wezen autonoom, vrij en mondig.
3. Menselijke zelfverlossingshypothese: de mens heeft alle mogelijkheden in zichzelf om zich (en de medemens) te bevrijden, te veranderen en zijn problemen op te lossen, zich creatief te ontplooien. Zelfverlossing en zelfverwerkelijking liggen volkomen binnen de menselijke mogelijkheden
Doel
Mentaliteits- en gedragsverandering; zelfverlossing, zelfhulp, zelfverwerkelijking. Zelfervaring (ervaring van je gevoelens, lichaam, mogelijkheden en motieven).
Gedrag psych. verklaren; zondebok zoeken. Schuld-‘gevoelens’ uit de weg ruimen, verdoven of afreageren; cliënt ‘bevrijden’ van gezag, normen en te streng geweten.
Methoden en technieken o.a.
Psychoanalyse; hypnose; shocktherapie; gedragstherapie; groepstherapieën; relatietraining; psychodrama; rollenspel; bio-energitsche oefeningen; gesprekstherapie (Carl Rogers); ontspanningstherapieën (autogene training; yoga); muziek en arbeidstherapieën etc.
Uitgangspunt van de Bijbelse psychologie
Gods objectieve, onveranderlijke Woordopenbaring; Gods absolute normen, maatstaven en waarden alsook Gods verlossing in Jezus Christus volbracht:
1. Bijbelse theologie en antropologie (oorsprong, wezen, bestemming van de mens door God Zijn Schepper, Wetgever en Rechter).
2. Bijbelse hamartologie: de primaire oorzaak ligt in de mens zelf, in zijn verbroken relatie met God. De mens is ten volle verantwoordelijk en persoonlijk schuldig voor God. De mens is in zijn kern zondig; hij bezit een aangeboren verdorven natuur (erfzonde). De mens is als schepsel afhankelijk van God en door de zondeval slaaf van de zonde (Joh 8:34).
3. Bijbelse soteriologie: de mens is nooit in staat zichzelf (of een ander) te verlossen en te vernieuwen. Jezus Christus is de Enige, die werkelijk kan verlossen en vernieuwen op grond van Zijn Kruisoffer. Verlossing, vernieuwing, heiliging enz. liggen volkomen buiten menselijk bereik.
Doel
Wezensvernieuwing door Bijbelse bekering, wedergeboorte en heiliging door Gods Woord en Geest. Nieuw, Bijbels gedrag, Bijbelse zelfkennis.
Bijbels zondebesef (Rom 7:18, Ps 51).
Belijdenis van persoonlijke en concrete schuld tegenover God en de naaste; ordening van verleden en heden (zgn. Zacheüswegen. Zie Luc 19:8).
Middelen: Gods Woord en de bede om de werking van Gods Geest; pastoraal gesprek; voorbede; voorbeeld; getuigenis; op de Bijbel georiënteerde literatuur.
Samengevat
De universitaire psychologie negeert of ontkent de realiteit van God, de Schepper, Wetgever en Rechter van de mens; de realiteit van satan, Gods tegenspeler; de realiteit van de zondeval (erfzonde), persoonlijke verantwoordelijkheid en schuld tegenover de heilige God; de realiteit van de eeuwigheid (eeuwig leven of 2e dood); de realiteit van het Kruisoffer op Golgotha.
In de seculiere psychologie staan kenbron, uitgangspunten, diagnose, therapieën, methoden en doelstellingen lijnrecht tegenover Gods Woord. Ze zijn menselijk, subjectief, relatief, veranderlijk, verschillend en vaak tegenstrijdig. Buitenbijbelse therapieën, methoden en doelstellingen zijn in wezen antichristelijk.
Het kruis van Jezus Christus is het einde van en oordeel over iedere vorm van zelfverlossing en zelfverwerkelijking. Er bestaan geen objectieve, neutrale, waardevrije menselijke antropologie en psychologie. Zowel de theoretische als de therapeutische psychologie wordt bepaald door het daarachter liggende mens- en wereldbeeld.
Grenzen van de seculaire psychologie
1. Wat betreft de theoretische psychologie:
a. Deze kan niets weten, niets zeggen over oorsprong, wezen en bestemming van de mens.
b. evenmin over de primaire oorzaak van psychosociale problemen: de relatiebreuk met God.
c. In concrete situatie kan ze hoogstens en slechts ten dele een diagnose geven van de menselijk waarneembare oorzaak. Ze mist echter het zwaard, de verlichting van Gods Geest.
Ze is enerzijds aangewezen op datgene wat de cliënt (door zijn bril) ziet en zegt – anderzijds op de subjectieve instelling, waarneming, inzichten en beoordeling van de psychologie.
Ze kan hoogstens een secundaire samenhang aantonen tussen gedragsstoornis en opvoeding, ontwikkeling, milieu, of onbewuste drijfveren bewust maken.
2. Wat betreft de therapeutische psychologie:
Deze is niet bij machte te leiden tot Bijbels zondebesef en Bijbelse zelfkennis, tot Bijbelse bekering en wedergeboorte, tot Bijbelse vergeving, verlossing, vernieuwing en overwinning, noch tot een leven uit genade en geloof tot Gods eer, tot zegen van de naaste.
Ze kan slechts symptoombehandeling aanreiken, sleutelen aan de oude mens, een tijdelijke of eigenlijk een schijnoplossing geven.
Grenzen van de Bijbelse psychologie
1. Gods Woordopenbaring over de geschapen en gevallen mens, over de primaire oorzaak en over Gods oplossing van de psychosociale problemen is volmaakt en voldoende.
Een Bijbelgetrouw christen kan deze grenzen van Gods Woordopenbaring en van Gods heilsdaad in Christus nooit zonder schade en nooit straffeloos overschrijden.
In de concrete situatie is ze primair aangewezen op het werk van de Heilige Geest via Gods Woord om licht te geven op de verborgen, diepste achtergrond van de psychosociale nood.
Daarnaast is ze enerzijds afhankelijk van de oprechtheid en gehoorzaamheid van de ander t.o.v. God en Zijn Woord – anderzijds van de geestelijke rijpheid en concrete relatie met God van de zielzorger. Ze kan van de primaire samenhang tussen de realiteit met de Here Jezus Christus enerzijds en de problemen anderzijds bewust maken.
2 Wat betreft de praktische, persoonlijke toepassing van de objectieve heilsfeiten: er zijn geen grenzen aan Gods Woord, Gods Geest en Gods liefde in Christus! De zielzorger staat alleen voor de grenzen van de oprechtheid en bereidheid van de ander. Hij mag geestelijk nooit verkrachten.
Bijbels pastoraat vermag door Gods Woord en Geest met Jezus Christus te confronteren, die wortelbehandeling geeft.
Er dreigen gevaren, als
1.de seculaire psychologie ten aanzien van de diagnose en therapie van de psychosociale problemen zich opstelt als enige autoriteit en maatstaf, meent alleen kennis van zaken en recht van spreken te hebben, denkt uitsluitend competent te zijn.
2. ze uit juiste of uit subjectieve, relatieve, verkeerde waarnemingen verkeerde conclusies trekt.
3. ze afwijkend gedrag en relatiestoornissen psychologisch ‘verklaart’,
a.een getroffen geweten ‘onechte schuldgevoelens’ noemt en tracht te sussen,
b. de persoonlijke verantwoordelijkheid relativeert of zelfs ontkent,
c. de schuld buiten de cliënt zoekt en op de omgeving afschuift,
d. christelijke normen verandert, verlaagt, relativeert om de cliënt van de ‘druk’ van zijn normen en geweten te ‘bevrijden’ en indoctrineert,
e. een anti-Bijbelse, antichristelijke ‘therapie’ aanreikt bijv. door agressie en andere zondige neigingen ‘uit te beelden’ (psychodrama) of ‘af te reageren’ op de psychotherapeut of op ‘de groep’ of op een kussen enz. of door de gevallen natuur te stimuleren om volkomen op zichzelf of op de medemens (de groep) te vertrouwen, naar eigen inzicht en in eigen kracht de problemen op te lossen, zich ‘spontaan’ en ‘creatief’ te ontplooien en zichzelf te ‘verwerkelijken’.
4. ze de mens in een bepaald hokje en schema onderbrengt (schematisme).
5. de cliënt zich achter psychologische ‘verklaringen’ verschuilt en zichzelf verontschuldigt, zichzelf, zijn ‘gevoelens’ en problemen ‘in de greep’ krijgt zonder Bijbelse bekering, wedergeboorte en schuldbelijdenis.
Gevaren van de universitaire psychologie
BEKNOPT OVERZICHT OVER DE VERSCHILLEN TUSSEN SECULIERE- EN BIJBELSE PSYCHOLOGIE
Universitaire, seculiere psychologie (1 Cor 1:20-31; 2:6-14; Matt 22:29)
Omschrijving
Een menselijke leer van het zieleleven resp. het gedrag van de mens t.o.v. zichzelf en de medemens.
Deze spruit voort uit de een of andere menselijke filosofie (hypothese, speculatie) en vanuit menselijke waarnemingen, ervaringen, experimenten, tests, inzichten en conclusies.
De diverse menselijke visies leiden tot diverse menselijke oplossingen (advies, behandeling, therapie) van psychosociale problemen. De menselijke oplossing ligt in de mens en/of de groep en in menselijke methoden en technieken.
Kortom: seculiere psychologie
– omvat een horizontale mens/zelfkennis.
– is een menselijke visie op oorzaak/oplossing.
– is subjectief (begint en eindigt bij de mens).
– veranderlijk, omdat de mens veranderlijk is.
– verschillend en tegenstrijdig, omdat menselijke visies verschillen en tegenstrijdig zijn.
Thema
– De mens in zijn relatie tot zichzelf en tot de medemens;
– de mens als een ‘naturalistisch-psychosociaal wezen.
Kenbron en norm
Menselijke waarnemingen, ervaringen, experimenten, tests, inzichten en conclusies.
Bijbelse psychologie
(Spr 9:10; Col 2:3; Jer 17:9-10; Ps 139)
Omschrijving
De Bijbelse leer van de ziel en het zieleleven resp. de relatie van de mens tot God, zichzelf en de medemens. Deze komt voort uit Gods openbaring in Zijn Woord.
De Bijbel openbaart niet alleen Gods diagnose, maar ook Gods oplossing van de primair geestelijke nood alsook van de psychosociale problemen: Jezus Christus de gekruisigde en opgestane Heer.
De Bijbelse oplossing ligt buiten de mens, uitsluitend in de Persoon en het offer van Jezus Christus.
Bijbelse psychologie is
– in Gods Woord geopenbaarde mens/zelfkennis.
– in Gods Woord geopenbaarde diagnose/therapie.
– objectief (buiten de mens; begint en eindigt in Gods Woord).
– onveranderlijk, omdat Gods Woord eeuwig is.
– gelijkblijvend; eenzelfde Bijbelse openbaring is de grondslag.
Thema
– God en de mens – de mens, allereerst in zijn geschapen, verbroken, herstelde relatie tot Zijn Schepper en Verlosser;
– de mens als geestelijk-psycho-sociale persoonlijkheid.
Kenbron en norm
Gods openbaring in Zijn Woord – als enige autoriteit en maatstaf. Alle menselijke waarnemingen, ervaringen, inzichten en conclusies moeten daaraan getoetst.
Uitgangspunten seculiere psychologie (de ‘voorvragen’)
Diverse atheïstische, menselijke, subjectieve, veranderlijke, tegenstrijdige filosofieën en hypothesen; menselijke normen, maatstaven en waarden:
1. Filosofisch, atheïstisch wereld- en mensbeeld (humanistisch, idealistisch, ideologisch, evolutionistisch, behavioristisch enz.)
2. Menselijke diagnose: de primaire oorzaak van psychosociale problemen ligt buiten de mens. De mens is slechts ‘slachtoffer’ van zijn omgeving en omstandigheden. De mens is in zijn kern goed; hij bezit slechts een verworven verdorvenheid. De mens is in wezen autonoom, vrij en mondig.
3. Menselijke zelfverlossingshypothese: de mens heeft alle mogelijkheden in zichzelf om zich (en de medemens) te bevrijden, te veranderen en zijn problemen op te lossen, zich creatief te ontplooien. Zelfverlossing en zelfverwerkelijking liggen volkomen binnen de menselijke mogelijkheden
Doel
Mentaliteits- en gedragsverandering; zelfverlossing, zelfhulp, zelfverwerkelijking. Zelfervaring (ervaring van je gevoelens, lichaam, mogelijkheden en motieven).
Gedrag psych. verklaren; zondebok zoeken. Schuld-‘gevoelens’ uit de weg ruimen, verdoven of afreageren; cliënt ‘bevrijden’ van gezag, normen en te streng geweten.
Methoden en technieken o.a.
Psychoanalyse; hypnose; shocktherapie; gedragstherapie; groepstherapieën; relatietraining; psychodrama; rollenspel; bio-energitsche oefeningen; gesprekstherapie (Carl Rogers); ontspanningstherapieën (autogene training; yoga); muziek en arbeidstherapieën etc.
Uitgangspunt van de Bijbelse psychologie
Gods objectieve, onveranderlijke Woordopenbaring; Gods absolute normen, maatstaven en waarden alsook Gods verlossing in Jezus Christus volbracht:
1. Bijbelse theologie en antropologie (oorsprong, wezen, bestemming van de mens door God Zijn Schepper, Wetgever en Rechter).
2. Bijbelse hamartologie: de primaire oorzaak ligt in de mens zelf, in zijn verbroken relatie met God. De mens is ten volle verantwoordelijk en persoonlijk schuldig voor God. De mens is in zijn kern zondig; hij bezit een aangeboren verdorven natuur (erfzonde). De mens is als schepsel afhankelijk van God en door de zondeval slaaf van de zonde (Joh 8:34).
3. Bijbelse soteriologie: de mens is nooit in staat zichzelf (of een ander) te verlossen en te vernieuwen. Jezus Christus is de Enige, die werkelijk kan verlossen en vernieuwen op grond van Zijn Kruisoffer. Verlossing, vernieuwing, heiliging enz. liggen volkomen buiten menselijk bereik.
Doel
Wezensvernieuwing door Bijbelse bekering, wedergeboorte en heiliging door Gods Woord en Geest. Nieuw, Bijbels gedrag, Bijbelse zelfkennis.
Bijbels zondebesef (Rom 7:18, Ps 51).
Belijdenis van persoonlijke en concrete schuld tegenover God en de naaste; ordening van verleden en heden (zgn. Zacheüswegen. Zie Luc 19:8).
Middelen: Gods Woord en de bede om de werking van Gods Geest; pastoraal gesprek; voorbede; voorbeeld; getuigenis; op de Bijbel georiënteerde literatuur.
Samengevat
De universitaire psychologie negeert of ontkent de realiteit van God, de Schepper, Wetgever en Rechter van de mens; de realiteit van satan, Gods tegenspeler; de realiteit van de zondeval (erfzonde), persoonlijke verantwoordelijkheid en schuld tegenover de heilige God; de realiteit van de eeuwigheid (eeuwig leven of 2e dood); de realiteit van het Kruisoffer op Golgotha.
In de seculiere psychologie staan kenbron, uitgangspunten, diagnose, therapieën, methoden en doelstellingen lijnrecht tegenover Gods Woord. Ze zijn menselijk, subjectief, relatief, veranderlijk, verschillend en vaak tegenstrijdig. Buitenbijbelse therapieën, methoden en doelstellingen zijn in wezen antichristelijk.
Het kruis van Jezus Christus is het einde van en oordeel over iedere vorm van zelfverlossing en zelfverwerkelijking. Er bestaan geen objectieve, neutrale, waardevrije menselijke antropologie en psychologie. Zowel de theoretische als de therapeutische psychologie wordt bepaald door het daarachter liggende mens- en wereldbeeld.
Grenzen van de seculaire psychologie
1. Wat betreft de theoretische psychologie:
a. Deze kan niets weten, niets zeggen over oorsprong, wezen en bestemming van de mens.
b. evenmin over de primaire oorzaak van psychosociale problemen: de relatiebreuk met God.
c. In concrete situatie kan ze hoogstens en slechts ten dele een diagnose geven van de menselijk waarneembare oorzaak. Ze mist echter het zwaard, de verlichting van Gods Geest.
Ze is enerzijds aangewezen op datgene wat de cliënt (door zijn bril) ziet en zegt – anderzijds op de subjectieve instelling, waarneming, inzichten en beoordeling van de psychologie.
Ze kan hoogstens een secundaire samenhang aantonen tussen gedragsstoornis en opvoeding, ontwikkeling, milieu, of onbewuste drijfveren bewust maken.
2. Wat betreft de therapeutische psychologie:
Deze is niet bij machte te leiden tot Bijbels zondebesef en Bijbelse zelfkennis, tot Bijbelse bekering en wedergeboorte, tot Bijbelse vergeving, verlossing, vernieuwing en overwinning, noch tot een leven uit genade en geloof tot Gods eer, tot zegen van de naaste.
Ze kan slechts symptoombehandeling aanreiken, sleutelen aan de oude mens, een tijdelijke of eigenlijk een schijnoplossing geven.
Grenzen van de Bijbelse psychologie
1. Gods Woordopenbaring over de geschapen en gevallen mens, over de primaire oorzaak en over Gods oplossing van de psychosociale problemen is volmaakt en voldoende.
Een Bijbelgetrouw christen kan deze grenzen van Gods Woordopenbaring en van Gods heilsdaad in Christus nooit zonder schade en nooit straffeloos overschrijden.
In de concrete situatie is ze primair aangewezen op het werk van de Heilige Geest via Gods Woord om licht te geven op de verborgen, diepste achtergrond van de psychosociale nood.
Daarnaast is ze enerzijds afhankelijk van de oprechtheid en gehoorzaamheid van de ander t.o.v. God en Zijn Woord – anderzijds van de geestelijke rijpheid en concrete relatie met God van de zielzorger. Ze kan van de primaire samenhang tussen de realiteit met de Here Jezus Christus enerzijds en de problemen anderzijds bewust maken.
2 Wat betreft de praktische, persoonlijke toepassing van de objectieve heilsfeiten: er zijn geen grenzen aan Gods Woord, Gods Geest en Gods liefde in Christus! De zielzorger staat alleen voor de grenzen van de oprechtheid en bereidheid van de ander. Hij mag geestelijk nooit verkrachten.
Bijbels pastoraat vermag door Gods Woord en Geest met Jezus Christus te confronteren, die wortelbehandeling geeft.
Er dreigen gevaren, als
1.de seculaire psychologie ten aanzien van de diagnose en therapie van de psychosociale problemen zich opstelt als enige autoriteit en maatstaf, meent alleen kennis van zaken en recht van spreken te hebben, denkt uitsluitend competent te zijn.
2. ze uit juiste of uit subjectieve, relatieve, verkeerde waarnemingen verkeerde conclusies trekt.
3. ze afwijkend gedrag en relatiestoornissen psychologisch ‘verklaart’,
a.een getroffen geweten ‘onechte schuldgevoelens’ noemt en tracht te sussen,
b. de persoonlijke verantwoordelijkheid relativeert of zelfs ontkent,
c. de schuld buiten de cliënt zoekt en op de omgeving afschuift,
d. christelijke normen verandert, verlaagt, relativeert om de cliënt van de ‘druk’ van zijn normen en geweten te ‘bevrijden’ en indoctrineert,
e. een anti-Bijbelse, antichristelijke ‘therapie’ aanreikt bijv. door agressie en andere zondige neigingen ‘uit te beelden’ (psychodrama) of ‘af te reageren’ op de psychotherapeut of op ‘de groep’ of op een kussen enz. of door de gevallen natuur te stimuleren om volkomen op zichzelf of op de medemens (de groep) te vertrouwen, naar eigen inzicht en in eigen kracht de problemen op te lossen, zich ‘spontaan’ en ‘creatief’ te ontplooien en zichzelf te ‘verwerkelijken’.
4. ze de mens in een bepaald hokje en schema onderbrengt (schematisme).
5. de cliënt zich achter psychologische ‘verklaringen’ verschuilt en zichzelf verontschuldigt, zichzelf, zijn ‘gevoelens’ en problemen ‘in de greep’ krijgt zonder Bijbelse bekering, wedergeboorte en schuldbelijdenis.
Primair onderwijs moet uit het slop!
Situatieschets
Het primair onderwijs (PO) – basisschool, basisonderwijs – pikt het niet meer. De koek is op. Ze zijn het zat. Ze zijn uitgeput. Er moet wat gebeuren en wel nu. Stakingen, gesprekken met minister Arie Slob, miljoenen extra’s die niet genoeg zijn. Onrust, onvrede. Het kan ons niet ontgaan dat er iets aan de hand is met het PO. Dat verbaast me niks. De afgelopen jaren ben ik als lid van een GMR wat nauwer betrokken geweest bij het onderwijs. Ik hoorde een terugkerend refrein van opgebrande leerkrachten, matige directies, afstand tussen werkvloer en stichtingsmanagement, administratieve druk, werken in vrije tijd, toenemende druk vanuit ouders, meer probleemkinderen, etc. Ook voelde ik de passie, de liefde voor het vak, de liefde voor kinderen, de wanhoop, de boosheid, het gevoel niet gehoord te worden. Eén ding was me heel duidelijk: De sector zit klem. Niet alleen de leerkrachten, maar ook alle lagen daarboven. De altijd opgeruimde minister Sander Dekker knalde met zijn PO/VO dubbeldekker hard op de landingsbaan. Minister Arie Slob kan nu proberen de brokken op te ruimen. Wat is dat nou met de sector?
Liefde
Er zijn weinig sectoren die zo op liefde gebaseerd zijn als het primair onderwijs. Ik ken een heel scala aan leerkrachten. Ze hebben stuk voor stuk een warm hart, passie voor kinderen. En dat willen we ook met elkaar: Leerkrachten die kinderen veiligheid bieden en warm met hen omgaan. Luisteren, kinderen identiteit, waarden en eigenwaarde meegeven. Kinderen sociaal maken. Niet verwonderlijk dat het stuk voor stuk leerkrachten zijn met een hoge mate van mensgerichtheid. Sommigen wat introverter en vooral lief en veilig. Anderen wat uitbundiger en enthousiast met kleurtjes en vol ideeën. Gepassioneerde mensen die het beste voor hebben met de wereld. Deze gepassioneerde mensen, die een belangrijke basis onder de wereld van onze kinderen leggen, staan van nature veraf van staken en boosheid. Veraf van onvriendelijke maatregelen en verstoorde verhoudingen. Incasseren en doorgaan, totdat je in huilen en/of woede uitbarst. Ook voor ons christenen geldt dat staken ons niet in ons bloed zit. We hebben geleerd verantwoordelijkheid te dragen en onze plicht te vervullen.
Cumulatie.
Als het nou bij één facet was gebleven, dan had je het primair onderwijs niet gehoord. Een lager salaris dan het vo hadden ze niet fijn gevonden, maar bevlogen leerkrachten halen zoveel voldoening uit het onderwijs dat ze niet voor meer salaris de barricades op gaan. Maar er is meer, veel meer, aan de hand. Een totale cumulatie in een veel te korte tijd. Dat geldt niet alleen voor scholen in de stad, maar net zo goed voor de dorpsscholen. Passend onderwijs laat de druk op klassen toenemen. Wegbezuinigen van klasse assistenten, conciërges, administratie en IB-uren personeel betekent sluipenderwijs meer taken voor de leerkrachten. Werkende moeders en toenemend beroep op mantelzorgers betekent minder hulp bij praktische klussen. Nadruk op verantwoording en resultaten betekent meer toetsen en meer verslagen en grafiekjes per kind. Toename van scheidingen en opvoedingsproblemen betekent meer emotie en behoefte aan begeleiding en zorg. De problematiek veroorzaakt door gescheiden ouders is voor leerkrachten een extra grote zorg. De Wet Werk en Zekerheid beperkt de vrijheid rond de inzet van personeel, wat hopeloos gedoe oplevert bij (ziekte)vervanging. En last but not least: De instroom van pabo studenten is de laatste jaren dramatisch.
Lobby.
Het is niet eerlijk verdeeld in Den Haag en Brussel. Exacte cijfers kan ik niet vinden, maar er lopen heel wat lobbyisten rond voor allerlei sectoren. En dan met name de sectoren waar veel geld in omgaat. En welke sectoren blijven daarbij achter? Uiteraard de sectoren die leven op overheidsgeld of goedgeefsheid van mensen. Milieuorganisaties, onderwijs etc. zijn een stuk minder vertegenwoordigd dan de business-sector. Een lobby zorgt er o.a. voor dat er zaken NIET op de agenda komen. Af en toe ontstaat er een rel, doordat onderzoeksjournalisten een vinger leggen bij sjoemelsoftware in auto’s of belastingafspraken met grote bedrijven. Dacht je dat de overheid dat niet wist? Natuurlijk wel, maar daar wordt geen ruchtbaarheid aan gegeven. Een voorbeeld hoe verschillen sectoren worden behandeld? Shell en Unilever zaten recent prominent in de Tweede Kamer te overleggen over beperking van de dividendbelasting. Minister Slob zit in een achterzaaltje zonder brede afvaardiging van die Kamer te praten met vertegenwoordigers vanuit het PO. Het is dat het PO-overleg het Journaal haalde, anders was er totaal geen aandacht voor geweest. Macht en geld bepalen veel meer de aandacht van media en politiek dan de zorgen rond PO. En een krachtiger lobby moet door iemand betaald worden. Ziedaar de achterstandspositie van dat onderwijs in politiek Den Haag. En dat terwijl art. 23.1. van de Grondwet bepaalt: ‘Het onderwijs is een voorwerp van aanhoudende zorg der regering.’
Mannen
Eén van de hardnekkige problemen waar het PO mee kampt is dat er een haast geen man meer te vinden is. Zo’n 86% is vrouw. Het PO is gebaat bij een gezonde mix tussen mannelijke en vrouwelijke leerkrachten. Voor identificatie, voor accenten die de beide seksen geven, mannen hebben minder last van stress etc. Vroeger was dat wel anders. Ik had op de lagere school ook les van mannen. Vaak zaten er in de onderbouw vooral vrouwen en in de bovenbouw mannen. Ik had niet zo veel met vrouwelijke leerkrachten, met eentje leefde ik min of meer op voet van oorlog. Mannelijke leerkrachten dat ging een stuk beter. Ik herinner me die mooie geschiedenisverhalen van meester Doedens, compleet met platen. En dan meester Noordhof, die een keer het bord kapot sloeg met zijn stok, omdat hij woedend was op een leerling. Ik weet nog hoe trots ik was, toen ik van hem mijn felbegeerde sticker voor de tafel van 8 kreeg. Waar is het fout gegaan met de mannen? Ik heb een voorzichtige gedachte. Zou het gekomen zijn op het moment dat KLOS (Kleuter Leidster Opleiding School; kleuters, groep 1 en 2) en Kweekschool (klas 1-6, groep 3-8) samengingen? De KLOS was duidelijk voor vrouwen. En nog steeds ken ik geen mannelijke leerkracht van groep 1 of 2. Voorzover ik weet specialiseert een pabo-er zich vanaf het tweede studiejaar, maar het feit dat deze opleiding in de basis opleidt voor het PO, kan mannen wel eens afschrikken. Dus ik zou zeggen: terug naar KLOS en Kweek.
Directie.
De directeuren van het PO die ik ken, komen allemaal uit het basisonderwijs. Vaak zijn het leerkrachten van de bovenbouw die doorstromen naar de functie van (adjunct) directeur. In het meest gunstige geval zijn het leerkrachten die naast het mensgerichte ook een flink portie zakelijke doelgerichtheid bezitten. De kans is vrij klein, dat je dat type in het onderwijs tegenkomt. En dus moet het PO het vaak doen met directeuren die er eigenlijk niet voor geschoold zijn. Ze zijn in een aantal gevallen omhoog geduwd door collega’s. Ze krijgen dan vervolgens te maken met een overkill aan wet- en regelgeving. Verder komen komen ze klem te zitten tussen stichtingsbestuur/Raad van Toezicht en de werknemers. Dan is het niet gek dat er regelmatig directeuren overspannen raken, slecht functioneren etc. Ik denk dat het PO gebaat is bij meer zijinstromers. Het zijn mensen die nieuw licht op de sector kunnen werpen: bedrijfsskunde o.i.d. hebben gestudeerd en taakgericht zijn met ook een menselijke component.
Ouders.
De oude gedachte dat de school van de ouders is, die hun kinderen naar vrijheid van geweten onderwijs mogen geven, is al even op zijn retour. De overheid heeft een steeds grotere vinger in de pap. Een onderwijskoepel enkel gebaseerd op levensbeschouwelijke grondslag maakt tegenwoordig geen indruk meer en moet vechten om bestaansrecht. De school van tegenwoordig is nogal anders dan de school van een halve eeuw geleden. Maar ook de ouders zelf zijn veranderd: .minder betrokken bij de school en drukker met zichzelf. Het gaat doorgaans om hun ontplooiing, carrière en zorgtaken. Het natuurlijke gezag van het hoofd der school of de onderwijzer is totaal verdwenen, net zoals elk gezag in kerk, staat en maatschappij het moet ontgelden, in ruil voor mondiger kinderen en mondiger ouders. De maatschappij stelt hoge eisen aan de ouders en eveneens aan zichzelf en hun kinderen. Zowel maatschappij als ouders stellen ook hoge eisen aan het PO. Ouders willen dat leerkrachten zich verantwoorden. Op zich goed, zolang die gedrevenheid hand in hand gaat met ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie. Terwijl juist die twee factoren onder spanning staan. Uit onderzoek blijkt dat ouderbetrokkenheid een positief effect heeft op het kind. Terwijl ouders door toename van taken – en wellicht meegaand in de individualistische ‘ieder voor zich’ gedachte – steeds minder tijd hebben voor hun kind. Dat heeft effect op de school. Ook de participatie in de zin van de praktische inzetbaarheid van ouders is steeds moeilijker rond te krijgen. Sowieso is het maatschappij-breed moeilijk vrijwilligers te vinden. In de PO-sector die vanouds als een mooie samenwerkingstandem met de ouders werkt, is dat extra voelbaar. Ook de kwaliteit van de ouderparticipatie verandert. Liever een afgeronde klus dan jarenlange participatie in een ouderraad of een MR of als klasse-assistent.
Het wordt tijd dat de PO-sector zichzelf opnieuw uitvindt. Laten we hopen en bidden dat het minister Arie Slob lukt om de sector deze jaren uit het slop te trekken.
Dick Tillema
Grave sucking
Bron: rejoicenow.nl
Dromen en visioenen bij moslims
Dromen en visioenen bij moslims
Het bovenstaande onderwerp is een onderwerp waar verschillend over gedacht wordt. Het onderstaande artikel komt uit het evangelisch getinte Duitse blad “Zeitruf”, nummer 4/2016.
‘Dromen en visioenen’ van Tom Doyle en Greg Webster
Advies in de vorm van een brief
Geliefde broeder in het geloof,
Het grote onderwerp waarop ik in deze brief gedetailleerd in wil gaan, is de vraag of Christus zichtbaar aan moslims verschijnt om hen tot navolging te roepen. Dat is immers de gronduitspraak in het boek ‘Dromen en visioenen’, geschreven door Tom Doyle en Greg Webster. De verhalen zijn indrukwekkend en gevoelsmatig overtuigend geschreven. De vraag is nu of God vandaag de dag op deze manier handelt, hoewel dit niet door de brieven van de apostelen in het Nieuwe Testament ondersteund wordt. De alles beslissende vraag is: Handelt God vandaag de dag in uitzonderlijke gevallen in tegenspraak met Zijn Woord? De auteurs doen moeite om aan te tonen, dat daar Bijbelse argumenten voor zijn. Juist daar openbaart zich de totale onwetendheid van beiden, als het gaat om een zuivere Bijbeluitleg. Vrolijk vermengen ze oud- en nieuwtestamentische verschijningen van engelen voor, met dromen van Paulus en Petrus na Pinksteren. De verschillende heilstijden worden volledig weggewerkt. Dat is tamelijk chaotisch. Het doet jammer genoeg sterk denken aan de typische handelswijze, die men anders alleen van sektariërs kent. Na Pinksteren waren er zonder twijfel slechts drie personen die de verheerlijkte Christus zagen: 1. Stefanus voor de steniging (Hand 7:55-56), 2. Saulus van Tarsen (Hand 9:3-9; 1Kor 9:1) en 3. Johannes op het eiland Patmos (Openb 1:12-18). Hij was de laatste van de drie en zag Hem, precies zoals Stefanus en Saulus verheerlijkt, zoals Hij sinds de hemelvaart werkelijk is. Saulus viel bij deze verschijning op de grond. Johannes viel krachteloos als dood aan Zijn voeten. Wanneer de HERE dus vandaag aan iemand zou verschijnen, dan in deze verheerlijkte gestalte. Ook is Christus aan de drie slechts één keer verschenen. Dat is in het boek ‘Dromen en visioenen’ heel anders. Niemand valt als dood neer. Alles is geheimzinnig romantisch. Er verschijnt een mystieke Jezus die slechts kijkt en met zijn ogen ‘spreekt’ of eigenaardige dingen zegt, zoals wanneer hij een moslima in Duitsland naar de dominee van de Evangelische Kirche stuurt, die vanuit zijn theologie verplicht is om haar de dwaalleer van de doop door wedergeboorte bij te brengen, waardoor zij niet gered kan worden (een christen dus die een zoekende vrouw op een dwaalspoor brengt?). Deze verschijnt aan moslims vier tot zelfs twintig keer achter elkaar. Al bij deze eerste Bijbelse punten vallen de getuigenissen door de mand.
Dan nemen we het volgende punt:
Wij leven in het tijdperk van de gemeente/de genade. Ook hier hebben de uitspraken in de brieven van de apostelen?) prioriteit. Wat staat daar over “Jezus zien”? 1 Johannes 3:2: “Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten, dat als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien, zoals hij is.”Hier staat duidelijk, dat wij Hem pas zien kunnen, als wij Hem gelijk zullen zijn. Dat is in de toekomst, bij de opname zoals in 1 Kor 15:51 staat: “Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.” Op het moment van de opname, worden wij ‘veranderd’ en dus ‘aan Hem gelijk’. Ook Petrus schrijft hier duidelijk over in 1 Petrus 1:8: “Hoewel u hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u hem nu niet ziet, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.” Dat is de geldige en door de Heilige Geest geïnspireerde leer. Daaraan moeten we in deze verleidende eindtijd vasthouden. De auteurs van het boek komen met nog een argument om ons van de echtheid van de visioenen te overtuigen: ze hebben de genoemde personen persoonlijk aangehoord en ook gevraagd of ze bereid zouden zijn om voor hun geloof te sterven. Daarop hebben alle “ja” gezegd. Deze uitspraak betwijfel ik niet. De kern ligt in de vraag: Is de bereidheid tot de martelaarsdood een bewijs, dat er wedergeboorte heeft plaatsgevonden? Laten we vooraf bedenken, dat ook veel moslims bereid zijn voor Allah te sterven. Waaraan herkent men een wedergeboren mens? Wel, als eerste aan de vrucht. Als de Heilige Geest in het leven binnenkomt, brengt Hij vrucht voort, die volgens Gal 5:22 uit de volgende onderdelen bestaat: “De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.” De bereidheid tot de martelaarsdood is daar niet bij. Laten we bedenken dat de bevraagde personen dat uit overtuiging gezegd hebben. Zoals ik ook zeg: Ja, ik ben bereid om voor Christus te sterven. Dat geloof ik serieus. Maar, pas als deze situatie komt, zal het duidelijk worden of ik er werkelijk toe bereid ben. Er is de spanning tussen theorie en praktijk Daarom is dit geen bewijsvoering voor wedergeboorte. Hoeveel wedergeborenen zouden op deze vraag antwoorden: “Voor Christus te sterven? Nee, ik geloof dat ik voor deze stap vandaag nog te zwak ben.” Toch woont de Geest in hen en zij zijn gewoon eerlijk en geven er de voorkeur aan zich niet groter voor te doen. Ik wil graag duidelijk maken, dat ik de getuigenissen van de in het boek geciteerde personen zeker niet betwijfel. Zij hadden zeker ‘Jezusvisioenen’. Maar het was niet de in de Heilige Schrift geopenbaarde Jezus, maar een spiritische verschijning. Het valt me persoonlijk erg zwaar, u dit te schrijven. Want al te graag zou ik geloven, dat de HERE in bepaalde landen persoonlijk de zendingsopdracht van de gemeente uitvoert. Maar als we dat als feit accepteren, verwerpen wij het geïnspireerde Woord van God. En dat weiger ik tot mijn laatste ademtocht. Het boek is voor mij een duidelijk bewijs, hoe de antichristelijke geest op deze schijnvrome manier probeert ons van de Bijbel weg te lokken, zodat wij het Woord van God niet meer helemaal voor vol aannemen.De boze wil het er bij ons inhameren: “God maakt ook weleens uitzonderingen! De uitspraken in het Nieuwe Testament zijn niet in steen gemetseld!” Dat is de grote verzoeking! Daarom wil ik u, beste geloofsbroeder, van harte aanmoedigen, om u aan Gods Woord vast te houden, ook in deze kwestie. De HERE zal u daarin sterken, bevestigen en zegenen!
Met een hartelijke groet,
uw Ronald Graf
vertaling: Laura Vos
Het apenproces (2)
In het tweede artikel over het zogenaamde apenproces gaan we in op de rede van Bryan, die een beknopte maar gefundeerde kritiek op de evolutietheorie bevat, juist ook op de gevolgen ervan voor ethiek en moraal en die na bijna
100 jaar nog steeds actueel is. De rede van Bryan telt ruim 12.500 woorden, ca. 18 A4 pagina’s. We moeten deze voor dit artikel samenvatten in een paar honderd woorden. We volgen daarom (soms sterk) samenvattend wat Bryan opgeschreven had voor zijn slotpleidooi:
Inleiding
Elke leraar en docent mag als persoon God vereren zoals hij wil of juist niet, mag de Bijbel geloven of niet of Christus Bijbels belijden of verwerpen. Het gaat er hier echter niet over wat iemand als persoon denkt maar als werknemer, ambtenaar, iemand die door de staat betaald wordt en daarom de instructies van zijn werkgever moet opvolgen.
Het recht van de staat om de scholen op te leggen wat wel en niet geleerd wordt, werd bevestigd door een uitspraak in Oregon waarin gezegd werd, dat de staat mag verbieden wat schadelijk is voor het publieke welzijn en dat ook ouders het recht en de plicht hebben te waken over het godsdienstige welzijn van hun kinderen.
Geen dweperij
Deze wet (van Tennessee) vindt zijn oorsprong niet in dweperij en wil niemand enige vorm van godsdienst opleggen. De wet wil juist het onderwijs beschermen tegen de pogingen van een arrogante minderheid, die juist ongodsdienstigheid wil opleggen aan kinderen onder het mom van wetenschap. Welk recht heeft een kleine, onverantwoordelijke oligarchie van zelfbenoemde ‘intellectuelen’ om de zeggen-schap over scholen van de Verenigde Staten over te nemen waarin 25 miljoen kinderen worden onder-wezen? Als atheïsten, agnostici en ongelovigen hun eigen religieuze denkbeelden willen leren of juist religieuze denkbeelden van anderen willen bestrijden, dan moeten ze maar hun eigen scholen oprichten. De wet verbiedt het leren op openbare scholen van “elke theorie die het verhaal van de goddelijke schepping zoals in de Bijbel geleerd wordt, ontkent” en dat onderwezen wordt, dat de mens afstamt van een lager soort dieren.
Bewijs voor de schuld
Het bewijs is overduidelijk, dat de beschuldigde (Scopes) deze theorie geleerd heeft. Het getuigenis van een 14-jarige leerling van Scopes wordt uitvoerig aangehaald waaruit blijkt dat Scopes leerde, dat een kleine cel in zee gevormd is en dat die zich bleef evolueren, totdat het een nogal groot dier geworden was dat aan land kwam, en dat het zich daarna verder bleef evolueren tot de mens.
Geen conflict tussen godsdienst en wetenschap
Godsdienst staat niet vijandig tegenover geleerdheid, integendeel, het is de grootste voorstander ervan. Maar christenen weten dat “de vreze des Heeren het beginsel der wijsheid is” en daarom bestrijdt het het leren van gissingen die goddeloosheid onder studenten bevorderen. Wetenschap bewijst de mensen onschatbare diensten. Wie kan de waarde van wetenschap voor de maatschappij naar waarde schatten, zoals de uitvindingen van stoom, elektriciteit, telefoon en radio? Het christendom verwelkomt elke waarheid en is niet bang dat de waarheid in strijd is met de goddelijke Waarheid die komt van God zelf.
Evolutie is niet bewezen
Evolutie is geen waarheid. Het is een hypothese. Het is een ineengedraaide kluwen van miljoenen gissingen. Het was niet bewezen in de tijd van Darwin – hij uitte zijn verbazing dat met twee of drie miljoen soorten het onmogelijk is, die terug te voeren van de ene op de andere soort. Het was niet bewezen in de tijd van Huxley en het is niet bewezen in onze tijd. Het is nog maar vier jaar geleden, dat prof. Bateson van Londen naar Canada kwam om Amerikaanse wetenschappers te vertellen, dat elke poging om de ene soort tot de andere te herleiden mislukt was. Wat is dan de waarde van de evolutietheorie als die de oorsprong van soorten niet kan bewijzen? Terwijl veel wetenschappers de evolutietheorie aanhangen alsof het feiten zijn, moeten ze toegeven, dat er geen verklaring gevonden is hoe de ene soort in de andere verandert.
Chemie weerspreekt evolutie
Als er in de natuur progressieve, opwaarts strevende krachten zouden zijn, zou de chemie die ontdekt hebben. Maar die zijn er niet. Het element water is vanaf het begin onveranderlijk. Zo is het met alle elementen. Onveranderlijk! Er is nooit bewezen, dat deze overgaan van het een naar het ander. Iets wat ergens op lijkt, is geen bewijs.
Gebruikelijk misbruik van het woord
De meesten die ‘evolutie’ gebruiken, weten niet wat het woord betekent. Soms wordt over “evolutie van machines” gesproken, van de telefoon, auto’s, enz. Maar dit zijn alleen maar voorbeelden van wat men-selijke intelligentie kan doen met levenloze materie. Er is geen groei van binnenuit. Ook moet de groei van een plant uit een zaad geen evolutie genoemd worden. Dit is geen verandering van de ene soort in de andere. De evolutie leert het ontstaan van zoogdieren uit levenloze materie. Het plaatst de mens met een onsterfelijke ziel op gelijk niveau als hyena’s. Wat moet de indruk daarvan op kinderen zijn?
‘Bewijzen’ van evolutie zijn gissingen
De evolutietheorie heeft nog nooit bewezen welke krachten er zouden werken om van de ene soort naar de andere te gaan en dat door het recht van de sterkste. En toch wordt kinderen gevraagd om deze gissingen te aanvaarden en er hun levensfilosofie op te bouwen! Het zou ‘fijne rekenarij’ zijn om te bepalen, wanneer het doden van verwanten ophoudt moord te zijn… We moeten meer bewijs hebben dan “het zou kunnen dat…” om het boven “zo zegt de Heere” te plaatsen.
Darwins stamboom
Bryan citeert hier twee pagina’s uit Darwins ‘Descent of Man’ van 1874 en vraag aandacht voor de woorden die in deze korte paragrafen onzekerheid aangeven: ‘duistere blik’, ‘klaarblijkelijk’, ‘waarschijnlijk’, ‘gelijkend’, ‘zou moeten zijn’, ‘kleine graad’ en ‘voorstelbaar’. Als Darwin op pag. 171 de oorsprong van eerste mens probeert te achterhalen zegt hij: “Maar het is nutteloos hierover te speculeren.”
1e aanklacht tegen de evolutietheorie
Deze aanklachten bewijzen we door de nooit bewezen overgangen van de ene soort naar de andere van de evolutietheorie te vergelijken met die zoals beschreven wordt in Genesis, nl. de voortplanting “naar zijn aard”, waarvan iedereen elke dag de waarheid kan zien.
2e aanklacht
De evolutietheorie is in strijd met de waarheid van de Bijbel en leidt tot agnosticisme en atheïsme. Evo-lutionisten bestrijden de Bijbel, vaak niet openlijk maar door het gebruik van ontkrachtende woorden als ‘poëtisch’, ‘symbolisch’, ‘allegorisch’ om de woorden over de schepping te ontkrachten. Darwin zèlf wordt als bewijs aangehaald: begonnen als christen, “Ik was nogal orthodox”, eindigt hij als atheïst, die aan het eind van zijn leven gezegd heeft: “Ik geloof niet, dat er ooit enige openbaring geweest is.”
Evolutionisten zouden hun misdaad moeten bedenken om het geloof uit de harten van mannen en vrouwen te halen en hen in duisternis te laten eindigen. Christus Zelf spreekt Zijn wee uit over degenen die de kleinen ergeren.
Het gevolg van “kwade samensprekingen”
Bederven slechte leerstellingen de moraal van studenten? Bryan haalt uitvoerig het pleidooi aan van Darrow, toen hij een jaar geleden de verdediging op zich genomen had van twee rijkeluiszoons die een verschrikkelijke moord begaan hadden. Darrow wijst erop, dat één van hen Nietzsche gelezen had en dat dit zo’n indruk op die jonge dromerige geest van hem gehad heeft, dat dus eigenlijk niet die jongen ver-antwoordelijk was, maar Nietzsche en de universiteit waar hem zijn filosofie geleerd was. En vergeet niet de docenten… Darrow eindigt ermee, dat we geen universiteiten verantwoordelijk moeten houden, maar dat studenten keuzes maken, en dat die de dood van velen kunnen veroorzaken en dat we dat niet kunnen helpen.
De andere jongen had veel misdaadboeken gelezen. In de staat Illinois was er voor minderjarigen een verbod om dit soort boeken te lezen en Darrow juichte dit toe, “Als de staat Illinois haar jongens kan beschermen, waarom beschermt de staat Tennessee niet haar jongens? Zijn de jongens van Illinois beter dan die van Tennessee?” Bryan haalt nog vele andere dingen aan die Darrow daar gezegd heeft en alles eindigt er steeds mee, dat het niet de jongens waren die verantwoordelijk zijn, maar ergens een verre voorvader of iemand anders.
3e aanklacht
Het leidt onze aandacht af van de huidige problemen naar beuzelachtige speculaties. De ene evolutionist probeert zich voor te stellen wat er in een ver verleden is voorgevallen, de ander probeert in de verre toekomst te spieden. Het is echter nodig te weten “Hoe te leven”. Dat is de belangrijkste wetenschap. Christenen willen dat hun kinderen in alle wetenschappen onderwezen worden, maar ze mogen niet het zicht op de Rots der eeuwen verliezen. Hun harten moeten door hun opleiding in vlam worden gezet voor God en de liefde voor hun naasten.
4e aanklacht
De evolutietheorie betwist het wonder, gaat aan het geestelijke leven voorbij, erkent geen roep tot bekering en spot met de leerstelling dat men wedergeboren moet worden. Het is daarom de intolerante en meedogenloze vijand van de verlossing.
5e aanklacht
Als de evolutietheorie serieus genomen wordt en de basis wordt voor onze levensfilosofie, zou het de liefde doven en de mens terugbrengen tot het recht van de sterkste. Bryan citeert Darwin (pag. 149, 150) waarin hij schrijft dat vroeger de zwakken geëlimineerd werden, maar dat wij modernen nu instellingen hebben voor zwakken en zieken. Zo kunnen zwakken in deze maatschappij zich nog voortplanten. En we moeten daarom maar de ongetwijfeld slechte gevolgen van het helpen van de zwakken dragen, aldus Darwin.
“Evolutie is een bloederige zaak”
Laten we niet denken, dat het aanvaarden van barbarisme als levensprincipe uitgestorven is met de dood van Darwin. Nog maar een paar jaar na dit boek van Darwin verschenen er boeken die nog veel verder gingen. Bryan noemt titels en paginanummers waarin bijv. wordt toegegeven dat evolutie een bloederige zaak is. Als we de mens uit de bloederige, brutale maar weldadige hand van natuurlijke selectie halen, plaats je hem in een nog veel gevaarlijker hand. Beschaving is het enige proces waardoor de mens gede-genereerd wordt. Nietzsche noemde het christendom al de “leer van degeneratie”…
Wetenschap heeft geen moraal
Kunnen christenen onverschillig blijven? Wetenschap heeft godsdienst nodig om z’n energie in goede banen te leiden. Evolutie staat op voet van oorlog met godsdienst. Wetenschap is prachtig, maar geen leraar van moraal. Het voegt geen morele beperkingen toe om de maatschappij te beschermen tegen het misbruik ervan. Het kan prachtige wetenschappelijke schepen bouwen, maar niet het morele roer maken om het door storm slingerende schip te beheersen. De maatschappij moet gered worden door het morele voorschrift van de zachtmoedige en nederige Nazarener. De wereld heeft meer dan ooit een Verlosser nodig. De jury moet kiezen tussen God of Baäl.
Tot zover de, sterk samengevatte, rede van Bryan.
De geschiedenis na 1925 heeft laten zien waar het recht van de sterkste na 20 jaar al op uitliep, en dat het daarmee nog niet afgelopen is, blijkt uit de stemmen die in onze tijd opgaan om ‘doelloos’, ‘nutteloos’ leven te beëindigen. Ook dit jaar verschijnen er weer boeken van theologen en profes-soren die beweren dat evolutie en christendom samen kunnen gaan. Zij zouden er goed aan doen de gehele rede van Bryan, en de boeken die hij citeert, eens te lezen.
Laten wíj het woord van de Heere Jezus ter harte nemen: “Waakt!”
R.P. Plattèl
Het apenproces (1)
In twee artikelen wordt stilgestaan bij een van de beroemdste processen in de Verenigde Staten, het zogenaamde ‘Apenproces’ of ‘Scopesproces’, gehouden in het plaatsje Dayton in Tennessee in 1925.
Het ging in dit proces over het al dan niet mogen onderwijzen van de evolutietheorie op scholen en is een markeringspunt geweest in het imago van Bijbelgetrouwe christenen als ‘fundamentalisten’ en heeft voor ons leerzame lessen. Het proces laat helder de macht van de media zien en de kracht van de lobby die tegen Bijbelgetrouw christelijk onderwijs is.
Hoewel het proces zich afspeelde in 1925 is vooral de verdedigingsrede – die echter nooit uitgesproken werd! –hedentendage voor christenen die de betrouwbaarheid van de Bijbel, ook als het gaat over de schepping in zes dagen, nog de moeite waard om kennis van te nemen.
De voorgeschiedenis
Het boek bevat een deel over evolutie. In de staat Tennessee wordt dit boek gebruikt o.a. door de docent John Scopes (1900-1970) op de Rhea County High School.
Bryan (1860-1925) was een Amerikaans advocaat en politicus en van 1913-1915 minister van Buiten-landse Zaken. Voor de Democratische Partij was hij driemaal presidentskandidaat. Na zijn verlies van de campagne van 1900 spreekt hij regelmatig tegen de evolutietheorie en voor een striktere interpretatie van de Bijbel. Hij vond o.a. dat Darwins theorieën de moraliteit aantastten. In zijn strijd tegen het darwinisme richtte hij zich vooral op het onderwijs in deze theorie op scholen en steunde hij het verbod op dergelijk onderwijs in enkele zuidelijke staten. Zijn inspanningen worden beloond, want…
1919 – Een biologieboek van G.W. Hunter voor highschoolstudenten verschijnt.
1922 – William Jennings Bryan en anderen beginnen een campagne om het doceren van de evolutietheorie op scholen te verbieden.
21 maart 1925 – In het Huis van Afgevaardigden van Tennessee wordt een wet aangenomen (de zgn. ‘Butler Act’) die het doceren van de evolutietheorie op publieke scholen verbiedt.
21 april 1925 – Scopes bespreekt met zijn studenten het deel van Hunters biologieboek over evolutie zoals hij al jaren doet.
3 mei 1925 – Het bestuur van de American Civil Liberties Union (ACLU) in New York bespreekt de wet uit Tennessee en komt met een persbericht, dat het elke docent zal bijstaan die deze wet wil overtreden.
Om een lang verhaal kort te maken: dit bericht wordt overgenomen in kranten en er wordt iemand ge-vonden die een proefproces wil uitlokken om de (on)grondwettelijkheid van deze wet te laten beoorde-len. Scopes wil er wel aan meewerken, hij ontvangt een dagvaarding, wordt gearresteerd en hangende het proces weer vrijgelaten. Scopes moet voor een jury verschijnen. De ACLU verklaart zich bereid om hem bij te staan met financiële hulp, juridisch advies en publiciteit. Hoogleraar in de rechten John Neal is bereid Scopes te verdedigen en ook journalisten worden aan het verdedigingsteam toegevoegd.
De World Christian Fundamentals Association vraagt Bryan de aanklagers van Scopes in het proces bij te staan, hetgeen Bryan bereid is te doen.
Het proces
overtreden. Het wordt echter een nationale mediagebeurtenis en een strijd tussen evolutionisten en creationisten!
25 mei 1925 – Zeven studenten verklaren aan de jury dat Scopes de evolutieleer gedoceerd heeft en hij wordt formeel in staat van beschuldiging gesteld en de procesdatum wordt vastgesteld op 10 juli.
Scopes reist naar New York, spreekt met het bestuur van de ACLU en wil graag een andere advocaat nl. Clarence Darrow, één van de beroemdste Amerikaanse strafpleiters, wat wordt toegestaan.
Darrow (1857-1938) was een Amerikaans strafpleiter en lid van ACLU. Hij was een vurig pleitbezorger van agnosticisme, persoonlijke vrijheid en de afschaffing van de doodstraf.
Begin juli komt Bryan naar Dayton en loopt het stadje vol met advocaten, deskundigen, journalisten en evangelisten, kortom met allen die het belang van dit proces inzien en het willen volgen.
Op 10 juli 1925 begint het proces, dat in de kern om niets anders gaat, dan de vraag of Scopes de Butler Wet heeft
Darrow en de ACLU, wilden de (on)grondwettelijkheid van de wet laten beoordelen, maar dat kon niet in dit proces. Dat zou pas – alleen na veroordeling van de aangeklaagde – in hoger beroep kunnen worden beoordeeld door een gerechtshof. Daarom vroeg Darrow om de aangeklaagde schuldig te verklaren aan het overtreden van deze wet en af te zien van beide slotpleidooien, omdat die niet meer nodig waren, want de verdediging van de aangeklaagde vroeg juist zijn veroordeling! Darrow zei, dat Scopes zijn studenten inderdaad geleerd heeft dat de mens afstamt van een lagere klasse van dieren, dat dat niet tegengesproken wordt en dat het iedereen tijd en geld zou besparen als de jury de beschuldigde schuldig zou verklaren!
William Jenning Bryan had weken gewerkt aan zijn pleidooi ter schuldigverklaring, maar die was door deze zet van Darrows geheel overbodig geworden en hij kon hem niet meer houden.
Scopes wordt inderdaad schuldig verklaard en door de rechter veroordeeld tot $100 boete.
En daarna…
William Bryan overlijdt vijf dagen na deze uitspraak. Na zijn overlijden geeft mevrouw Bryan de tekst van het niet-gehouden pleidooi aan Bryans vriend George Milton, president en redacteur van The Chat-tanooga News, die de rede alsnog publiek gemaakt heeft.
In hoger beroep wordt de uitspraak van de rechter vernietigd, omdat volgens de constitutie van Tennes-see de jury het recht heeft de hoogte van de boete te bepalen, als die hoger is dan $ 50 en niet de rechter. John Scopes wordt door deze vormfout vrijgesproken en is daarna niet meer berecht.
Scopes verklaart later in 1927, nadat alles voorbij is, dat hij de wet niet overtreden had, omdat hij de lessen over evolutie overgeslagen had, maar dat zijn advocaten de studenten ten behoeve van de voortgang van het proces anders had laten verklaren.
Dit proces had een mijlpaal moeten worden in de Amerikaanse geschiedenis, maar was geëindigd in een soort circus. Er waren eigenlijk alleen maar verliezers. Bryan, omdat hij zijn pleidooi niet mocht houden. Darrow, omdat het hof de zaak in hoger beroep niet verder wilde behandelen op een vormfout. De journalisten, die in grote getalen opgekomen waren. Er waren meer dan 200 journalisten om het proces te verslaan en dagenlang had het proces de voorpagina’s van talloze Amerikaanse kranten gehaald. Er waren getrainde chimpansees die kunstjes voor het gerechtsgebouw vertoonde. Er werden smaad- en spotredenen over Bryan en de inwoners van Tennessee gepubliceerd en creationisten werden weggezet als lieden die achterlopen en onwetenschappelijk zijn.
Maar vooral waren de creationisten verliezers. De publiciteit die er hierover geweest was, had een enorme toename in de verkoop van boeken over de evolutie teweeggebracht. Daarnaast is door die publiciteit het imago van Bijbelgetrouwe christenen door dit proces sindsdien blijvend beschadigd. Er zijn over het proces veel boeken geschreven, cartoons getekend, films gemaakt en er is zelfs muziek op gecomponeerd. In de film Inherit the Wind komt Darrow als een vrijheidsheld naar voren en de integere Bryan als een onverbeterlijke creationist en fundamentalist.
De rechtbank is in 1979 gerestaureerd is, waarbij de oorspronkelijke rechtszaal in ere hersteld is en elk jaar worden daar nog delen van het proces nagespeeld…
Beeldvorming
De beeldvorming over dit apenproces werkt tot op heden nog door in de verkeerde indruk die gewekt wordt, alsof het proces aangespannen was door fundamentalisten die wilden voorkomen dat de evolutie op scholen geleerd wordt en dat de rechtbank gevonnist heeft, dat dat geleerd mocht worden, omdat die fundamentalisten geen argumenten tegen het evolutionisme hadden.
Er is wat dat betreft dus weinig nieuws onder de zon. Ook nu maken zich lobbygroepen sterk om het ‘fundamentalistische Bijbelonderwijs’ op scholen te bestrijden en belachelijk te maken en hebben de media, die hieraan graag meewerken, een onvoorstelbare invloed op de publieke opinie.
De rede van Bryan (‘Bryan’s Last Speech’) is tot op heden nog zeer de moeite waard om kennis van te nemen. In een volgend artikel willen we die reden samenvatten. Hij bevat een beknopte maar gefundeerde kritiek op de evolutietheorie, ook op de gevolgen ervan voor ethiek en moraal. Na bijna 100 jaar is daarvan nog niets achterhaald.
R.P. Plattèl
Facetten van de islam in Bijbels perspectief
Deze handreiking voor ouders biedt op een korte, overzichtelijke wijze de wezenlijke verschillen tussen het Bijbels denken en het denken volgens de Koran.
Gratis te downloaden door op onderstaande link te klikken.
Epub
Mobi
Flyer brochure over griezelen
Deze brochure over griezelen is gratis te downloaden, als PDF bestand, door op de afbeelding van de flyer te klikken.
Waar zijn de wachters
Waar zijn de wachters?
Intro
Er doet zich in onze tijd een geestelijk ontwikkeling voor die haar weerga niet kent, maar er één is, die bij zorgvuldige bestudering van Gods Woord duidelijk binnen datzelfde Woord als teken van de tijd is voorzegd, de laatste fase van de menselijke geschiedenis aankondigend. De grote vraag is, in hoeverre wordt dit door wie zich christen noemt onderkent en… maakt dit diegene tot een wachter.
Wachter(s)
van ‘wachter zijn’ ook voor de gemeente van Christus geldt. Beide keren mag de betekenis van het begrip ‘wachter’ als bekend worden verondersteld. Sowieso mag het juist dan als opvallend worden beschouwd, dat zowel Israël als ook de gemeente het niet zo nauw schijnt genomen te hebben en te nemen met de verantwoordelijkheid die God hun daarin toevertrouwde en (nog steeds) toevertrouwt. Immers, de (religieus historische) feiten rond allereerst Israël spreken voor zich, ook al mag haar falen hier de gemeente tot genade heten. Maar wandelt niet ook juist de gemeente, en dat zeker in onze tijd, in het spoor van Israël? Zijn er vandaag nog werkelijk wachters in de zin zoals door God bedoeld?
Hoewel ik de eerste zal zijn om toe te geven dat als er door God in Jesaja en Ezechiël e.d. gesproken wordt over ‘wachters’ dit allereerst Israël geldt, meen ik toch – zonder de vervangingstheologie aan te hangen! – dat dit aspect
Erosie
Wie eerlijk en realistisch durft zijn, zal moeten toegeven dat het bijvoeglijk naamwoord ‘christelijk’ door de erosie van de tijd haar werkelijke betekenis meer en meer heeft verloren en zelfs nog steeds verder lijkt te verliezen. Het denken van het grootste percentage van wie zich christen noemt, is namelijk al lang niet meer Bijbelcentrisch te noemen. Het is te gemak-kelijk om de verandering in denken te verklaren door te verwijzen naar de invloed hier van de Verlichting tot en met het zogeheten modernisme. De Bijbel laat heel duidelijk weten dat een en ander haar wortels heeft in de zondeval van de mens, een gebeuren beschreven in het eerste boek van de Bijbel (Genesis 3:1 e.v.) en dat zich kenmerkt door het, op instigatie van de duivel, onafhankelijk van God willen zijn van de mens (Genesis 3:4,5) – het loslaten van God en diens gebod.
De erosie van het begrip ‘christelijk’ valt niet slechts waar te nemen binnen wat nu gemak-halve te benoemen is als de PKN-kring en alleen op haar kerkelijk erf. Vooral in de laatste jaren zien we de devaluatie van ‘christelijk’ ook binnen, wat onderscheidend genoemd werd, orthodoxe en evangelische kring. In naar het lijkt versneld tempo valt in deze met name daar een inhaalslag waar te nemen ten opzichte van de regulier protestants kerkelijke kring. De impact van deze verschuiving in denken zien we op alle terreinen: binnen het gezin, de samenleving als geheel en dan met name in de omgang met elkaar, op ethisch terrein, de politiek, de media, de wetenschap en het onderwijs enz. Daarnaast blijkt deze erosie dwars door alle lagen van de samenleving waar te nemen, van laag tot hoog opgeleid. In het Nieuwe Testament wordt in relatie hiertoe – voor met name onze tijd, de eindtijd – gesproken over leringen van demonen (1 Timotheüs 4:1), terwijl daarmee wat hiervoor gezegd is, over de wortels van de verandering in denken, bevestigend wordt onderstreept.
Emancipatie en vooruitgang?
Het meer en meer loslaten van God en zijn gebod en het zelf bepalen van normen en waarden, alsook het op basis daarvan zelfstandig handelen, wordt – zeker in onze tijd – gepresenteerd als een bevrijding en emancipatie van de mens, terwijl het resultaat van het daaruit handelen als vooruitgang wordt betiteld. Maar is dit ook werkelijk zo? Leidt een en ander in feite niet tot het volstrekt tegenovergestelde, namelijk gebondenheid en chaos? Kijken we daarvoor alleen maar eens om ons heen en evalueren we de feiten en resultaten aan de hand van Gods Woord. Wat dan opvalt is, dat de erosie het teken van de tijd, de afval, bevestigt. We zien daarnaast de liefde verkillen en de wetteloosheid domineren, terwijl het individualisme en het egoïsme hoogtij vieren – de mens is god in het diepst van zijn gedachten. Op ethisch terrein is eveneens het hek van de dam en zinkt de moraal naar een angstaanjagend dieptepunt.
Van Bijbelcentrisch naar religieus
gehoorzamen en navolgen – van Zijn Woord en geboden inhoudt. Helaas moet dan op grond van onder meer de geschetste situatie geconstateerd worden, dat ‘christelijk’ van een Bijbelcentrisch tot religieus begrip verworden is. Parallel hieraan zien we eenzelfde devaluatie van ‘geloof’, ook dat heeft veelal niet meer dan een religieuze inhoud en dan bepaald door het eigen ik. Ieder is vrij om haar inhoud te bepalen – alternatieven te over blijkens de praktijk, van pantheïsme tot atheïsme (want ook dit laatste fenomeen heeft een religieuze geladenheid). Maar al die alternatieven bewegen zich al verder af van Gods Woord en zo van de oorspronkelijke betekenis. De uitspraak van Karl Barth: ‘Religion ist Unglaube’, heeft een profetische strekking die hemzelf is ontgaan – ze blijkt juist in deze tijd maar al te waar! Het is Jezus zelf die richting het slot van de eindtijd publiekelijk de retorische vraag stelde: ‘Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?’ (Lucas 18:8.) Geloof zal Hij zeker vinden, te over! Zelfs de duivel heeft een zodanig geloof, dat hij zelfs siddert (Jacobus 2:19). Maar zal Hij het geloof vinden? Niet religieus geladen, maar Bijbelcentrisch. Hoe voor zich sprekend en confronterend zijn hier de woorden van de apostel Paulus als hij in 2 Corinthiërs 15:5 zegt: ‘Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk.’ Kortom, Bijbelcentrisch of religieus?
Moet een herijking van het begrip ‘christelijk’, gelet op het voorgaande, niet als een dringende noodzaak worden gezien? Bijbels gaat het bijvoeglijk naamwoord ‘christelijk’ terug op de persoon van Jezus Christus. Het duidt de absolute verwantschap met Hem aan in identische zin. Wie en wat zich dus siert met dit bijvoeglijk naamwoord, zegt Hem te vertegenwoordi-gen. Het bijvoeglijk naamwoord ‘christelijk’ is derhalve niet alleen niet vrijblijvend, ze is ook nooit los van het Woord van God verkrijgbaar. Immers, Jezus Christus zelf vereenzelvigde zich volledig met het Woord. Daarnaast gaf Hij aan, dat het liefhebben van Hem het bewaren – in de zin van onvoorwaardelijk
Waar zijn de wachters
De erosie van het bijvoeglijk naamwoord ‘christelijk’ (en daarmee tegelijk de devaluatie van ‘het geloof’) leidt, breed maatschappelijk, onherroepelijk en overduidelijk tot ontkrachting van Bijbelse normen en waarden. Om één terrein te noemen: het ‘christelijk’ onderwijs, van lager tot middelbaar en hoger onderwijs. Wat houdt ‘christelijk’ daar nog wezenlijk in? Waarin kenmerkt dit onderwijs zich als concreet onderscheidend aan het niet-christelijk onderwijs? Wordt daar wezenlijk gestalte gegeven aan het ‘gij geheel anders’ (Efeze 4:20)? Is bijvoorbeeld een kop als in het Reformatorisch Dagblad naar aanleiding van de onderwijsdag van Colon, gehouden op 28 september 2016, terecht: ‘Christelijke leraar biedt hoop’? Wordt die geboden hoop bepaald door en ingevuld vanuit het behoren tot de gewenste kerkelijke ge-meenschap (en mogelijke ondertekening van de drie formulieren van enigheid), of door het werkelijk wedergeboren zijn van een docent? Vragen ouders zich überhaupt wel eens af of de docent voor de klas (en directieleden) wel wedergeboren is (zijn)? Immers, dat zou toch verwacht mogen worden, als er gesproken wordt over een ‘christelijke leraar’ en een ‘christelijke school’.
Vanuit ervaring en praktijk (als ouder, predikant en docent) moet ik vaststellen dat, evenals vandaag menig predikant op de preekstoel zich niet zeker weet van behoud, ook het overgrote deel van de docenten deze zekerheid ontbreekt. Hooguit tref je enige religieuze affiniteit aan, maar wat vaak ook een uitgesproken vijandigheid tegenover God en diens Woord. Is het dan een wonder dat de dagopening kant nog wal raakt en de lessen allerminst spiegelen met Gods Woord? Dat te bevragen zaken als mandala’s en occulte literatuur, evolutie, dubieuze sociale vaardigheidstrainingen enz. enz. gepresenteerd worden aan onbevangen kinderzielen? De docent die zich wel het eigendom van Jezus Christus weet, loopt, als hij/zij hier verantwoordelijkheid neemt, maar al te vaak een groot risico. Soms betekent dit, dat hij/zij op dubieuze wijze het veld moet ruimen, terwijl de redenen van een vertrek naar buiten toe ingenieus verhuld worden. Waar is de ouder hier als wachter? Maar allereerst, zijn ouders nog wachter binnen het gezin?
Ten aanzien van alle eerder genoemde maatschappelijke terreinen valt de vraag te stellen waar is, als het gaat om christelijke normen en waarden, de wachter?
Wie heeft het laatste Woord
voorzegde tekenen van de tijd, zijn om die reden allerminst een alibi voor apathie, maar allereerst een aansporing om als wedergeboren kind van God je verantwoordelijkheid te nemen en ver-volgens in geloof te verwachten dat Hij in en met de wederkomst van Jezus Christus het gelijk van zijn Woord zal bevestigen. Dat laatste geeft de moed om tegen de stroom in te gaan, het Woord van Exodus 23:2 indachtig, dat zegt: ‘Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen.’ Daarnaast bepaalt het ons erbij om de eerder aangehaalde woorden van Paulus uit 2 Corinthiërs 15:5 serieus te nemen en dat, vanuit het besef dat een ieder van ons persoonlijk rekenschap voor God heeft af te leggen. Ook in deze heeft Hij het laatste Woord.
Is het geschetste beeld te somber? Voor wie de werkelijkheid onder ogen durft te zien, zal eerder gelden dat het beeld zelfs nog onvolledig is. De enige grond voor optimisme is het Bijbelse gegeven, dat God die het eerste Woord heeft in deze ook het laatste Woord zal hebben. De geschetste ontwikkeling die past bij de door Hem in zijn Woord
Blijft voor nu actueel: waar zijn de wachters?
Jesaja 62:6 en 7
Op uw muren, o Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld, die de ganse dag en de ganse nacht nimmer zullen zwijgen. Gij, die de Here indachtig maakt, gunt u geen rust. En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde.
Drs. J.G.Hoekstra
Het huwelijk in ere, het bed onbezoedeld – Bijbelse visie op relatievorming
Het huwelijk in ere, het bed onbezoedeld – Bijbelse visie op relatievorming
Inleiding
De Bijbel begint met een huwelijk (tussen Adam en Eva) en eindigt met een huwelijk (de bruiloft van het Lam). God heeft dus een bedoeling met het huwelijk. Deze bedoeling te kennen en te leren is noodzakelijk, opdat wij tot een huwelijk naar Gods wil komen. Geloven wij vandaag nog dat God het is die samenvoegt (Mat 19:6) en dat Hij getuige is bij het huwelijk (Maleachi 2:14)? De huidige opinie in veel christelijke gemeenten en de staat waarin veel christelijke (huwelijks)relaties verkeren, vragen om een grondige Bijbelse bezinning. Er ligt een bijzondere pedagogische rol in het gezin en in de gemeente. Ik noem bewust het gezin als eerste, omdat voor de vader een sleutelrol is weggelegd zoals we zullen zien. Laat ik eerst een definitie van seksualiteit geven: Een geschenk van God aan de mens (Gen 3) dat niet alleen dient tot voortplanting, maar tot eenwording van man en vrouw, een afbeelding van Christus en de Gemeente (Ef 5:32). (R.H. Matzken, Dialectisch woordenboek, pag.34).
Gelijkvormigheid aan de wereld?
In december 2012 werd Bert den Hertog, destijds directeur van de landelijke studenten organisatie IFES, bevraagd welke veranderingen hij onder christelijke studenten waarnam. Hij zei: “Dat verschillen verdwijnen zie ik bijvoorbeeld in een onderzoek naar seksualiteit dat is uit-gevoerd onder verschillende studentenverenigingen. De verschillen tussen christelijke en niet-christelijke studenten op dit gebied zijn miniem .“ Het blijkt dat seksuele gemeenschap in christelijke kringen al lang niet meer het exclusieve domein van het huwelijk is. Zelf heb ik sinds 2006 in het bestuur van een christelijke boekhandel gezeten en durf te beweren dat de meeste christelijke boeken die de laatste tien jaar zijn uitgekomen op het gebied van relatie-vorming, ronduit on-Bijbels zijn. Sterker nog, door te suggereren dat het christelijke boeken zijn, worden onze jongeren ingewijd in een wereldse visie op relatievorming en seksualiteit waardoor de betekenis van het huwelijk wordt uitgehold en samenwonen en echtscheiding als normaal gezien worden. De ervaring van anderen is daarbij de norm geworden. De relatie betekent ook niet meer onder hetzelfde dak te leven en de ander hoeft ook geen christen te zijn, zoals bleek vlak voor de kerst in het interview bij de NOS: “Zij gelooft, hij niet”.
Annemijn (19) heeft geen probleem een relatie met een ongelovige aan te gaan. “In de eerste maand stelde Annemijn haar kersverse vriend al meteen op de proef: of hij aanwezig wilde zijn bij haar doopdienst….Ik vroeg hem erbij, omdat dat toch wel een heel belangrijk moment is voor mij.” Daarmee stemde hij in. En seks voor het huwelijk dan? Annemijn: “We hebben daar best veel over gesproken, maar denken er allebei hetzelfde over: het hoort bij een gezon-de relatie, dus het is geen bezwaar voor ons.” Het geloof is voor Annemijn naar eigen zeggen vooral een manier van leven. “Ik hou er niet van om over mensen te oordelen. Dat staat zo in de Bijbel en daar leef ik naar.” Wel of niet naar de kerk? “Ik ben in de weekenden veel bij hem. Daar is geen evangelische gemeente, dus ik kan niet vaak gaan.”
De mens centraal?
Een verschuiving heeft plaats gevonden van trouw aan de ander naar trouw aan jezelf in de relatie. Als het niet meer goed voelt, dan neem je een relatiepauze. Dat werkt bevrijdend. De, wat mij betreft diabolische, vraag wordt dan gesteld: Kan ik leren om mezelf trouw te blijven, of moet ik de relatie beëindigen? Meestal wordt de relatie beëindigd. Het gaat niet meer om trouw aan God en trouw aan de ander, maar het gaat om trouw aan jezelf. De bevrijding is niet van de zonde, maar van het juk van de Bijbel en van God, zodat jezelf de norm bent geworden. De mens op de troon die zichzelf tot god heeft gekroond en zelf bepaalt wat goed en kwaad is en zich niet meer laat beoordelen. Dit sluit aan bij de verandering in veel christelijke gemeenten waar ook de geloofsbeleving centraal staat. Hiermee wordt bedoeld het gevoelsmatig zelf vaststellen dat God aanwezig is. Vaak in muziekmomenten. Het moet goed voelen voor mij. Christus, het Woord, staat niet meer centraal maar de hoorder, de mens en zijn ervaring. De Bijbel wordt selectief gelezen en de zonde wordt niet meer benoemd. Het kruis van Christus is een holle klank geworden, het vlees tiert welig en het is een kwestie van tijd dat de zonde uitbreekt. Dezelfde man-made theologie komen we tegen bij relaties. Het voelt goed, ik ben gelukkig, God heeft mij zo gemaakt.
Seriële monogamie als nieuwe norm?
Ik sprak een christenstudent die mij introduceerde tot wat nu gangbaar is onder christelijke studenten: “seriële monogamie”. Je bent trouw in een seksuele relatie dat vraagt de Bijbel, maar hoe lang de relatie duurt, dat weet je niet. Je kunt dus een relatie aangaan en beëindigen en daarna gewoon weer op zoek gaan naar een nieuwe relatie. De relatie kan voor de studie-duur zijn, maar ook voor een vakantie. Tijdens mijn studententijd gingen (niet-christelijke) studenten uit en ruzieden bij thuiskomst welke jongen bij welk meisje ging slapen. Een “one night stand”. Het kan nog bonter. Er zijn tegenwoordig muziekfeesten waar hotelkamers voor ‘het moment’ kunnen worden gehuurd. De drogredenering van seriële monogamie zal nu wel duidelijk zijn.
In het Engels heb je de uitdrukking “to fall in love”. Wij zeggen verliefd worden of raken. Dat is passief. Daarmee wordt een onrealistisch en on-Bijbels beeld geschetst, alsof het iets is dat je overkomt, waar je niets aan kunt doen en dat dus onweerstaanbaar is. Het wordt voorgesteld als een dierlijk magnetisme. Daarnaast kan dit gevoel ook weer gaan, zoals we lezen bij Amnon (2 Sam 13:15). Deze leugen die vooral via films en muziek tot ons komt, maakt niet gelukkig. Jezus, zegt in Joh 4:18 tegen de vrouw bij de bron te Samaria: “Gij hebt wel gezegd: Ik heb geen man. Want gij hebt vijf mannen gehad, en die gij nu hebt, is uw man niet; dat hebt gij met waarheid gezegd.” Ze was kennelijk niet gelukkig in de liefde.
Kiezen wij of voegt God nog samen?
Ik noem hier kort een Bijbels voorbeeld in het huwelijk tussen Izaäk en Rebecca (Gen 24). We zien hier dat God Rebecca als vrouw voor Izaäk kiest en haar bij hem brengt. Zij is zeer schoon, een maagd, behulpzaam en gastvrij. Er wordt instemming, ja zegen, van haar ouders gevraagd en ook zij zelf wordt gevraagd of ze wil. Als Rebecca Izaäk voor de eerste keer ontmoet, bedekt zij zich met haar sluier. Wat een verschil met de ontdekkende kleding die we heden ten dage in veel christelijke gemeenten tegenkomen! Pas aan het eind van het verhaal wordt zij hem tot vrouw en hij kreeg haar lief. Ik geloof, dat we in dit verhaal een diepere zin zien van hoe de gemeente als bruid bij Christus wordt gebracht door de Heilige Geest (de knecht Eliëzer), maar ook een praktisch voorbeeld hoe God een jongen en een meisje samen kan brengen tot voortgang van zijn heilsplan in volmaakt geluk. Het huwelijk is een uitdruk-king van Gods geheimenis en grote heilsplan voor de mens.
In Gen 5 lezen we, dat de zonen Gods zagen dat de dochters der mensen schoon waren en zij namen wie zij maar verkozen en dan komt in het volgende hoofdstuk Gods oordeel over de wereld. Dit vleselijke principe van zien en kiezen wie je maar wilt, ligt ten grondslag aan veel huwelijksongeluk ook in onze dagen. De vorsten van farao zagen Sarai’s schoonheid en brachten haar bij farao, Sichem zag Dina en lag bij haar en verkrachtte haar, Simson zag een vrouw en wilde haar hebben. Daarna zag hij een hoer en lag bij haar. Uiteindelijk verloor hij zijn ogen! David zag Bathseba…. Wij moeten dus leren te zien op God en af te zien van onze eigen begeerten. God leerde Samuël dat de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan. Gods leiding is nodig in het maken van de juiste keuze.
Wij zijn geschapen naar Gods beeld met een goddelijke bestemming. Door de Heere Jezus mogen christelijke jongens en meisjes biddend op zoek gaan naar degene die Hij bestemd heeft. Hij wil hen samenvoegen tot hun geluk, maar ook tot Zijn eer en bruikbaarheid. Veel voorbeelden uit de Bijbel tonen dat aan. Dit betekent wel: zonder bekering geen verkering.
In Deut 22 zien we de huwelijkswetten waarbij de centrale boodschap is dat seksuele gemeen-schap hoort bij een levenslange huwelijksrelatie. Seks is voor ín het huwelijk en niet vóór het huwelijk. Seks vóór het huwelijk is dus een vorm van ontucht. Ontucht volgens de Nederland-se wet zijn alle handelingen die gedachten opwekken met een seksuele strekking die in gaan tegen de geldende sociaal-ethische norm. De Bijbelse norm is anders dan de huidige maat-schappelijke norm. Het is niet alleen de Bijbelse norm, maar ook de Bijbelse ervaring, zoals we zien bij Izaäk, Boaz (Ruth 4:13) en Jozef (Matt 1:25). De ongetrouwden die geslachtsge-meenschap begeren … laten zij trouwen! Want geslachtsverkeer hoort binnen het huwelijk van man en vrouw.(1 Cor 7:9.)
De rol van de vader in de opvoeding
Het Bijbelse beeld is opvoeding tot Christus, zoals we lezen in Gal 3: 23 en 24. Opvoeding gaat in eerste instantie uit van het Bijbelse denken. Het is de taak van de ouders om kinderen dit denken te onderwijzen en de noodzaak om hieraan ondergeschikt te leven. Dit, totdat ze in Christus zijn ingelijfd, Hem hebben leren kennen en de werkelijkheid van de inwoning van zijn Geest weten. In de christelijke opvoeding gaat het dus niet om opvoeding tot onafhanke-lijkheid en (wereldse) vrijheid.
De vader waakt ook over de eer van zijn huis en van zijn dochter, zodat zij als maagd het huwelijk in kan gaan. (Deut 22). Ook mocht het heilig zaad niet vermengd worden met de volkeren rondom (Ezra 9). Dus geen ongelijk juk (2 Cor 6:14) met een ongelovige, maar trouwen mits in de Heere.
De vader is ook hoofd in zijn gezin. (1 Cor 11:3 en 1 Cor 15:28). Hij voedt zijn zonen op, zodat ze zelf als hoofd kunnen functioneren. De dochters gaan van het hoofdschap van de vader door het huwelijk naar het nieuwe hoofdschap van hun man. (Ef 5) Daarom moet een zoon ook zijn ouderlijk huis verlaten en zijn vrouw aanhangen. Goede boeken over dit thema zijn “Hartstocht en reinheid” en “The mark of a man” van Elisabeth Elliot
Slot en waarschuwing
Als wij God en Zijn woord eren, dan zal Hij ook ons tot ere brengen. Ik spreek regelmatig toekomstige zendelingen en mag dan getuigenissen horen hoe God man en vrouw bij elkaar heeft gebracht. Sommigen komen uit door zonde gebroken situaties. Als de Bijbel tot levensnorm wordt verheven, dan komt Zijn genade tot een volledig herstel. Dat zien we ook bij Rachab. Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen lezen we in Hebr 13:4. Dit zijn ernstige woorden voor onze tijd.
Ing. W. van der Meer
https://www.ifes.nl/actueel/nieuwsarchief/interview-bert-den-hertog/#.WIcHkk4iyM9
http://nos.nl/op3/artikel/2149970-zij-gelooft-hij-niet-we-staan-best-verschillend-in-het-leven.html
https://www.psychologiemagazine.nl/advies/trouw-aan-mezelf-in-mijn-relatie/
Hartstocht en reinheid – Elisabeth Elliot