In het boek ‘One year discipleship course’ (Eén jaar discipelschapscursus) van David Cloud is een les aan abortus besteed. Hij noemt 7 punten waaruit blijkt dat abortus Bijbels niet kan. Hieronder is alleen punt 1 uitgewerkt, omdat daarin weer Ernst Haeckel, de trouwe volgeling van Darwin, genoemd wordt. Het is nl. zo dat tekeningen van deze evolutionist nog steeds in biologieboeken staan.                                                       

De Bijbel verbiedt het aborteren van een ongeboren kind.

Let op de volgende feiten:

  1. De Bijbel zegt, dat de mens geschapen is naar Gods beeld (Gen 1:26). De mens is niet het product van de blinde naturalistische evolutie en hij is geen dier dat naar believen gedood mag worden. Het evolutie-dogma is een drijvende kracht geweest achter de abortus-industrie, omdat het leert dat de mens slechts een dier is. In feite claimt dat dogma van ‘recapitulatie’(= korte herhaling) dat het embryo pas laat in de groeifase volledig mens is. Deze theorie werd gepopulariseerd door Ernst Haeckel, de belangrijkste verdediger van Charles Darwin in Duitsland. Haeckel leerde, dat ‘ontogenese recapituleert (herhaalt) fylogenese’. Ontogenese is de groei in de baarmoeder en fylogenese is de evolutionaire ontwikkeling. Verondersteld wordt dat het ongeboren kind een serie evolutionaire fasen doorloopt van enkele cel naar vis en dan naar amfibie → reptiel → zoogdier → aap en tenslotte naar mens. Dus wordt de foetus pas mens in de laatste fasen.
  2. Haeckel maakte tekeningen die aantoonden, dat het menselijk embryo gelijk is aan dat van dieren zoals een vis, een varken, een aap, maar het waren valse tekeningen. Haeckel gaf de embryo’s verkeerde namen: hij veranderde de grootte van de embryo’s, liet delen weg, voegde delen toe en bracht wijzigingen aan. Hij nam bijvoorbeeld de tekening van een apenembryo en verwijderde de armen, benen, navel, hart en dooierzak om het op een visembryo te laten lijken. Daarna betitelde hij het als ‘Embryo van een Gibbon in het visstadium’. Haeckels theorie is volledig weerlegd,  maar zijn tekeningen worden in de huidige tekstboeken nog gebruikt. Haeckels mythe heeft de moderne abortus-industrie aangemoedigd. In 1957 schreef de kinderpsycholoog Benjamin Spock: ‘Ieder kind doorloopt bij zijn ontwikkeling stap voor stap de hele menselijke geschiedenis, fysiek en geestelijk. Een baby start in de baarmoeder als een enkele kleine cel, net zoals het eerste levende ding in de oceaan verscheen. Weken later, als het in het vruchtwater van de baarmoeder ligt, heeft het kieuwen als een vis….. (Uit: Baby and Child Care, p. 223). In 1990 beweerden Carl Sagan en zijn vrouw dat abortus ethisch verantwoord is om deze reden dat de foetus niet volledig mens is voor de zesde maand. Haeckels recapitulatie-theorie als feit aannemend stelden zij dat het embryo als ‘een soort parasiet’ begint en verandert in zoiets als een vis met ‘kieuwbogen’, daarna wordt het ’reptielachtig’ en tenslotte ‘mens’ . (Uit: The Question of Abortion: A Search for the Answers’, Parade,  22 april 1990).
  3. God verbiedt de mens onschuldig bloed te vergieten. In de Bijbel wordt dit 20 keer genoemd. Het verwijst naar het doden van iemand zonder juridische reden.
  4. De moderne wetenschap noemt de ongeborene een ‘foetus’, maar in de Bijbel wordt het een ‘kind’ genoemd.
  5. De wet van Mozes eiste straf als een ongeboren baby letsel werd toegebracht.
  6. De Bijbel zegt, dat God van de conceptie weet.
  7. De Bijbel zegt, dat God het kind in de baarmoeder vormt.
  8. Afgodendienaars doodden hun zoons en dochters en dit was iets wat God haatte.

 

 

Dit verhaal is een noodkreet, met een oproep om te reageren. Ik maak me zorgen over de afnemende herkenbaarheid van de identiteit van het protestants-christelijk onderwijs.

Het artikel in deze krant over de identiteit op katholieke scholen in Limburg (ND 7 mei) riep bij mij herkenning op. Ik moet dit helaas anoniem schrijven, om de school waar ik werk niet in opspraak te brengen. Dat kan ons leerlingen kosten – juist in een tijd dat we alle mogelijke moeite doen om voldoende leerlingen binnen te krijgen. De aanmeldingen lopen al terug. Dat kan dus ook collega’s hun baan kosten.

In de documentatie, de grondslag, van de school waar ik werk, staat te lezen dat de christelijke identiteit wordt vormgegeven door de viering van christelijke feesten, dagopeningen, het vak godsdienst en in onze omgangsvormen: normen en waarden. Welke mensen moeten dit waarmaken? Het personeel van de school in al zijn geledingen. Daarbij doen zich twee uitdagingen voor.

lastig om personeel te vinden
Ten eerste is het heel lastig de identiteit van een pc-school te definiëren, omdat het personeel zeer geschakeerd is in christelijke overtuigingen en belevingen. De school moet dus een grootste gemene deler zoeken, zodat zo veel mogelijk medewerkers zich erin herkennen en de identiteit kunnen dragen.
De tweede uitdaging is het werven van personeel dat bewust kiest voor christelijk onderwijs. In een samenleving die meer en meer seculier is geworden, zijn vacatures niet zo makkelijk op te vullen met christelijke collega’s. En vanwege de oppervlakkige omschrijving van de identiteit solliciteren veel niet-christenen en cultuurchristenen; zij omhelzen christelijke normen en waarden zonder iets met God, kerk of Bijbel te hebben.

te lang geen wiskunde
Wat nu, wanneer de directie personeel werft via internetsites als Meesterbaan en vervolgens docenten en ook leidinggevenden (!) benoemt die alleen enige affiniteit hebben met normen en waarden als respect, liefde en verantwoordelijkheid, maar verder niets met de christelijke identiteit hebben? Hierop aangesproken, reageert de directie met te zeggen dat niemand zich heeft aangemeld die kwalitatief geschikt is én drager kan zijn van de christelijke identiteit. En er moet wel les worden gegeven. Ouders pikken het niet als hun kinderen te lang geen wiskunde krijgen.Dit is inderdaad een groot dilemma. Waar vind je goede docenten die bij het profiel van je school passen?
De suggestie om voor geschikt personeel te lobbyen bij christelijke onderwijsopleidingen.vindt bij de directie geen gehoor. ‘Ook christenen kunnen op Meesterbaan kijken en zich melden als ze interesse hebben.’Dit leidt ertoe dat op een pc-school een steeds groter deel van het personeel bestaat uit niet-christenen. Daarom is het een uitkomst dat vieringen kunnen worden verzorgd door externe organisaties. In het vak godsdienst staan meer en meer allerlei levensbeschouwingen centraal. Dagopeningen, die elke docent bij zijn benoeming belooft te verzorgen als moment van bezinning, worden niet gehouden (zonde van de tijd) of worden niet met de Bijbel of met God verbonden.

Van bidden aan het begin van de dag is bij niet-christelijke docenten al helemaal geen sprake. Dat zou een toneelstukje zijn en dat mag je niet van hen verwachten.

waarheid in pacht
Wat dus overblijft, zijn de normen en waarden, zonder dat ergens in de school nog expliciet wordt gemaakt waar deze vandaan komen. Of toch nog wel? Achter de deur van het eigen klaslokaal is elke docent voor wie deze zaken nog wel relevant zijn, vrij om daar accenten te leggen. Deze groep wordt echter een minderheid. Als je hierover je zorgen uit, krijg je reacties die mijns inziens veelzeggend zijn. Collega’s verwijten hun bezorgde vakbroeders te menen dat ze de waarheid in pacht hebben en geen respect te hebben voor het geloof van andersdenkenden. ‘Bovendien bedrijven we op school geen zending. Dat is een taak van de kerk.’ Een directielid meent dat wie zich in deze tijd nog druk maakt over dit thema, een achterhoedegevecht voert. ‘Deze ontwikkelingen zijn onomkeerbaar in de tijd waarin wij leven.’

Is dit de opmaat naar het faillissement van het protestants-christelijk onderwijs? Moeten ouders voor wie christelijk onderwijs belangrijk is, hun heil zoeken in het – vaak verder afgelegen – evangelische, reformatorische of anderszins sterker geprofileerde christelijk onderwijs? Of betreft het hier een incidenteel geval van slecht beleid van schoolbestuur en directie?

auteur: docent op een protestants-christelijke scholengemeenschap in de Randstad

Bron: ND, 09-05-2014

 

De nieuwe antipestwet die op komst is, ondermijnt de vrijheid van onderwijs. Ook is de kans groot dat de gekozen aanpak het pesten eerder bevordert dan aanpakt.

Binnen enkele weken wil het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) bekend maken welke anti-pestmethoden volgens haar wetenschappelijk goed zijn onderbouwd en bewezen effectief. Vervolgens wil de staatssecretaris van onderwijs scholen via een nieuwe antipestwet verplichten om hieruit een methode te kiezen. Dit lijkt een stap vooruit in de strijd tegen pestgedrag. Maar er zijn kanttekeningen bij de nieuwe wet te plaatsen. Deze wet vormt een bedreiging voor de vrijheid van onderwijs. Daarnaast bestaat grote kans dat de wet contraproductief zal blijken en zelfs zal leiden tot een toename van pestgedrag.

De afgelopen dertig jaar is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van antipestmethoden. De conclusies zijn eenduidig: er bestaat geen methode die het probleem oplost. Een onderzoek door TNO heeft dit enige jaren geleden opnieuw aangetoond.

Dit onderzoek naar de antipestmethode Prima liet zien dat op scholen die met deze methode werkten, het aantal pestslachtoffers met 60 procent afnam. Frappant was echter dat ook de controlescholen (die dus niet meededen aan het project) een reductie haalden van ongeveer 60 procent. De verklaring van dit verschijnsel? Ook de controlescholen waren inmiddels stelling gaan nemen tegen pesten. Dit onderzoek bewijst nogmaals dat niet de methode pestgedrag stopt, maar de vraag in hoeverre ouders en leraren hier stelling tegen willen nemen. Het invoeren van een antipestmethode, maar zonder bewustzijn en betrokkenheid van ouders en leraren, kan er zelfs toe leiden dat pestgedrag erger wordt, zoals bleek uit onderzoek naar dezelfde Prima-methode in Noorwegen.

Antipestindustrie
Inmiddels gaan er vele miljoenen euro’s om in de antipestindustrie. Enige tijd geleden ontving professor René Veenstra nog een miljoen euro subsidie voor invoering van de KiVa-antipestmethode. Dit terwijl het ministerie eerder heeft gesteld dat het een einde wil maken aan de wildgroei van anti-pestprogramma’s? Volgens het Nederlands Jeugdinstituut is KiVa bewezen effectief. Maar het onderzoek naar Kiva is in Nederland uitgevoerd door dezelfde professor Veenstra. Een typisch geval van de slager die zijn eigen vlees keurt. Klaarblijkelijk heeft de antipestindustrie een zware lobby in Den Haag.

Het is een raadsel waarom het ministerie van onderwijs voorbijgaat aan onderwijspsycholoog Bob van der Meer. Deze reikt scholen onder andere via zijn website de middelen aan om zelf goed beleid te ontwikkelen, zonder dat dit ook maar een cent hoeft te kosten!

De Kinderombudsman heeft meegewerkt aan de nieuwe antipestwet. Daarmee heeft hij zich met handen en voeten gebonden aan deze wet en zijn onafhankelijke positie als belangenbehartiger van onze kinderen verloren.

Inmiddels heeft het Nederlands Jeugdinstituut bekendgemaakt dat Kanjertraining een wetenschappelijk goed onderbouwde en bewezen effectieve methode is. Deze maakt straks dus (bijna) zeker deel uit van de selectie van verplichte methoden. In werkelijkheid mist de Kanjertraining een deugdelijk wetenschappelijke onderbouwing. Zij blijkt onder meer gebaseerd op omstreden ideologische middelen, waaronder sensitivity training, zoals drs. J.G. Hoekstra aantoont in zijn zojuist verschenen boek Soep van keistenen – De Kanjertraining op de korrel.

zelf uitgelokt
Volgens het Instituut voor Kanjertrainingen lokken slachtoffers het pesten zelf uit. Gepeste kinderen worden daarom midden in de groep gezet en uitgescholden door hun klasgenoten. Zo moeten ze volgens de Kanjertraining weerbaar worden en zelf meewerken aan het stoppen van pesten. Het Nederlands Jeugdinstituut verzwijgt dat het onderzoek waarop het vermeende bewijs van effectiviteit is gebaseerd, is uitgevoerd door een medewerker van het Instituut voor Kanjertrainingen. Opnieuw een geval van de slager die zijn eigen vlees keurt.

Inmiddels hebben bijna alle basisscholen een SoVa-training (SoVa = sociale vaardigheden), zoals de Kanjertraining. Als die trainingen echt zo effectief zijn, dan zouden we een significante vermindering van pestgedrag mogen verwachten. Maar onderzoek laat zien dat pestgedrag de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen en om een radicaal andere aanpak vraagt.

Pestgedrag op school kun je alleen stoppen als de zwijgende middengroep daar stelling tegen neemt. Deze groep kun je pas mobiliseren als hun ouders stelling nemen tegen pestgedrag. Zodra pesters en leerlingen uit de middengroep merken dat zowel ouders als leraren daar stelling tegen nemen, komt er een positieve omslag in de groepsdynamiek. Dat zal leiden tot een sfeer in de klas waarin alle leerlingen zich prettig en veilig voelen.

vrijheid van onderwijs
De nieuwe antipestwet beperkt de vrijheid van onderwijs. Bob van der Meer heeft er herhaaldelijk op gewezen dat juist christelijke scholen dankzij de Bijbel een uitstekende basis hebben voor een goed antipestbeleid. Er zijn gelukkig ook scholen die hier werk van maken. De anti-pestwet betekent echter dat deze scholen worden gedwongen tot invoering van een goedgekeurde methode, waardoor hun eigen beleid op grond van de Bijbel verboden wordt.

Het pestprobleem vraagt om een aanpak waarbij ook de ouders verantwoordelijk worden gesteld voor het welbevinden van alle leerlingen op school. Samen met de ouders kunnen leraren ervoor zorgen dat geen enkele leerling slachtoffer wordt van pestgedrag. Alleen in zo’n omgeving kunnen kinderen hun sociale vaardigheden goed ontwikkelen en blijkt een SoVa-training overbodig.

 Zeger Wijnands 

 

De heer Wijnands is auteur van het boek ‘Als je wordt buitengesloten’.

Het artikel stond in het ND van 22 febr. 2014

 

Het boek Soep van Keistenen – De Kanjertraining op de korrel! is bij Bijbel & Onderwijs verkrijgbaar. Zie webshop.

 

EFT  (Emotional Freedom Techniques)

De sleutel tot zelfbevrijding?

EFT is een methode die, volgens coaches, therapeuten en beoefenaars positieve veranderingen in je leven bewerkstelligt. De medische wetenschap noemt deze therapie een controversiële gedragstherapie die onder de alternatieve geneeswijze valt. EFT is een zogenaamde energetische psychologie waarin westerse en oosterse ideeën over het menselijk functioneren samenkomen. Dit soort therapieën, zoals EFT, NLP en EMDR, staan ook bekend als emotietherapieën.

Wat is EFT?
EFT is een alternatieve geneeswijze die is ontwikkeld door Gary Craig, een NLP-master en makelaar met een achtergrond als civiel ingenieur. Hij benadrukt zelf, dat hij niet over een medische achtergrond beschikt. De methode die Craig ontwikkeld heeft, is een vereenvoudigde versie van Tough Field Therapie (TFT). De basis van deze techniek is te danken aan een emotioneel probleem, waarna er via meridiaanpunten, in een bepaalde volgorde, energie wordt binnengebracht. Volgens de Chinese ziekteleer zijn er twaalf meridiaanpunten, dit zijn energiebanen die in verbinding staan met onze organen. Op deze twaalf banen liggen weer allerlei punten die in verbinding met onze emoties staan. Door op het juiste meridiaanpunt te drukken kan de bijbehorende emotie worden aangepakt. Het herstel vindt plaats door levensenergie of  de term uit de Chinese ziekteleer “chi”. Deze energie is niets anders dan een geestelijke macht die via handoplegging doorgegeven wordt.

EFT is een energiepsychologie die wereldwijd bij allerlei klachten toegepast wordt. Het is ook een holistische therapie die geest, ziel en lichaam wil behandelen. Hierbij moet men denken aan lichamelijke of psychosomatische klachten als hoofdpijn en rugklachten. Daarnaast is EFT een veel gebruikte methode in de relatietherapie. Daarnaast wordt het gebruikt ter behandeling van trauma’s, fobieën en verslavingen. EFT pakt elk probleem afzonderlijk aan door het te scheiden in specifieke herinneringen en deze weer onder te verdelen in aspecten. Deze aspecten kunnen van alles zijn: symptomen, triggers, lichamelijke sensaties, emoties en gevoelens maar ook oordelen.

Hoe werkt EFT?EFT_1
EFT werkt met zogenoemde tappingpoints. Dit zijn drukpunten op hoofd, hand en lichaam. Deze drukpunten zijn zenuwuiteinden die in verbinding staan met de meridianen. In de Chinese ziekteleer worden deze zenuwuiteinden aangeduid als sluizen. Door de drukpunten te activeren kan men de levensenergie beïnvloeden. Een andere benaming hiervoor is de yin yangbalans. Met behulp van een drie keer zeggen van een zelf bedacht zinnetje over het probleem, het tikken op de tappunten van de hand, bepaalde bewegingen van de ogen en het neuriën van een liedje wordt getracht het probleem te verminderen. De oefening moet herhaald worden, totdat het probleem verholpen is.

Voor een EFT behandeling hoef je niet perse naar een professionele hulpverlener: je kunt het zelf doen. De therapie is samengesteld uit diverse alternatieve geneeswijzen. Door deze te combineren in EFT  wil men het vegetatieve zenuwstelsel d.m.v. de meridianen energetisch herstellen. Dit doet men dus door het activeren van de zogenaamde levenskracht (chi) die via kanalen door het hele lichaam gaat.

Gedrag
EFT werd in eerste instantie als relatietherapie gebruikt. Het doel was om een gedragsverandering teweeg te brengen. Het accent van de therapie ligt op het aanleren van positieve gedachten. Door middel van de therapie pakt men de complete mens aan, geest, ziel en lichaam en niet alleen het probleem. De therapeut of coach zal door EFT een gedragsverandering willen bewerkstelligen. Het is de bedoeling om stil te staan bij zijn of haar gevoelens en emoties. Het idee hierachter is dat de gevoelens een gids zijn die toegang verlenen tot de behoeften en wensen van de mens, zodat deze richtinggevend worden. Door deze op een on-Bijbelse visie  gegronde therapie probeert men een verandering teweeg te brengen wat kan leiden tot een ander gedrag.

EFT legt, volgens therapeuten, direct contact met het onderbewustzijn (over het onderbewustzijn heeft dr. R.Franzke in het magazine van december 2013 geschreven). Van daaruit werkt deze techniek en verankert meteen de positieve emoties. Hierdoor leert men om zichzelf te beïnvloeden. Gemaakte keuzes die een negatieve uitwerking hebben op onszelf, kunnen we nu terugdraaien door middel van deze techniek. Alles wat niet bevalt in het leven, is het gevolg van een bewuste of onbewuste keuze. Daardoor is er een bepaalde situatie ontstaan die moet worden omgekeerd.

Bijvoorbeeld:
Als je wordt gepest, dan kan dat het resultaat zijn van het niet stellen van grenzen. Deze negatieve emotie wordt door EFT opgelost en verholpen. De volgende keer dat dit weer gebeurt, wordt het geleerde in praktijk gebracht. De negatieve emotie heeft niet de overhand en het pesten stopt. Dit resulteert zoals een therapeut zegt: ‘Een bewuste keuze voor verandering kan leiden tot een happy life.’

EFT en kinderen
EFT werkt volgens beoefenaars fantastisch bij kinderen. Het is een techniek die naadloos aansluit en vermengd kan worden met allerlei andere soorten van hulp die op school wordt geboden. Het doel van deze therapie is om kinderen op een speelse manier een zelfhulptechniek te leren waarmee ze zichzelf voortdurend in balans kunnen brengen. Dit is handig bij kinderen die leerproblemen hebben zoals concentratiestoornis of dyslexie, maar ook voor kinderen die angstig zijn of geen eetlust hebben, is dit een goede therapie. EFT kan in principe voor ieder probleem worden toegepast. EFT wordt op verschillende manieren gebruikt. Er worden therapieën op school aan kinderen die moeilijk leren, gegeven. Bij pesten wordt deze geneeswijze gebruikt om te leren niet angstig te zijn of te huilen. Verder kan je bange uitstraling verdwijnen en leer je voor jezelf op te komen.

Ook binnen het bedrijfsleven wordt EFT gebruikt en in de sport om (professionele) sporters verder te brengen in hun prestaties.
Hieronder een korte uitleg van technieken waaruit EFT voortkomt.

NLP
Dit is een model voor doelgerichte verandering, waarin de innerlijke beleving en het overdraagbaar maken van bijzondere menselijke vermogens centraal staan.

 

Mindfullnes
Een boeddhistische meditatietechniek die u leert op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken.

Bodyscan
Door middel van bodyscan mediteer je op het lichaam. Deze oefening wordt onder andere bij yoga veel gebruikt.

Acupressuur
Dit is massage van de drukpunten. Het is te vergelijken met acupunctuur, maar dan zonder naalden. Deze methode wordt onder andere gebruikt bij voetreflextherapie.

EMDR
Met deze techniek wil men een traumatische herinnering opnieuw laten beleven en door middel van een afleidende handeling ervoor zorgen dat de verwerking hiervan wordt gestimuleerd. Hierdoor zal er een andere betekenis aan de gebeurtenis worden gegeven

Wetenschappelijke onderbouwing?
Er wordt veel onderzoek gedaan naar de acupunctuurpunten om EFT wetenschappelijk te bewijzen. Een wetenschappelijke conclusie met betrekking tot de zogenaamde powertherapie, waaronder EFT gerekend wordt, is dat ze geen specifieke effectiviteit aantoont. Volgens beoefenaars is deze therapie echter wel wetenschappelijk bewezen en niet esoterisch. Er wordt bijv. gesteld: er is een probleem, je bent bang voor spinnen. Door het activeren van de drukpunten komt het lichaam weer in balans en zal de angst verdwijnen. Positieve gedachten zullen ervoor zorgen dat er geen angst meer voor spinnen is. Het werkt, dus is het wetenschappelijk bewezen. Er is een probleem, er is een oplossing dus is er bewijs!

Volgens wetenschappelijke criteria is EFT een pseudowetenschap. Het wetenschappelijke bewijs van EFT is namelijk voor meerdere uitleg vatbaar. Er wordt teveel gebruikt gemaakt van aannames. Men neemt aan dat de drukpunttechniek aanzet tot een gedragsverandering. Dit blijkt op geen enkele manier te bewijzen. Ondanks dat er door beoefenaars wordt beweerd dat EFT een wetenschappelijk bewezen therapie is, blijkt deze claim niet te voldoen aan de criteria die de wetenschap hieraan stelt en moet dus worden gezien als een pseudowetenschap.

Een citaat uit het handboek voor EFT:

”De oorzaak van alle negatieve emoties is een ontregeling in het energiesysteem van het lichaam”. Negatieve emoties ontstaan, als u afgestemd bent op bepaalde gedachten of omstandigheden die op hun beurt uw energiesysteem tot een ontregeling voeren. (blz.42)

Zoals de juiste stroming van het bloed door het lichaam vitaal is voor de gezondheid, zo is het ook gesteld met de juiste stroming van energie door de meridianen. Als die energetische stroming met EFT gebalanceerd wordt, moet het wel een positief effect hebben op het lichaam. (blz. 83)” Hoe duidelijk blijkt weer de oosterse invloed.

De Bijbel en EFT
Er zijn steeds meer christenen die hun bewijs vergaren op basis van wat ze ervaren. Zo stelt men: genezing komt alleen van God. EFT is een hulpbron, die God tot genezing kan zegenen. Voor dit soort vooronderstelling worden we in de Bijbel meerdere malen gewaarschuwd. Een Amerikaanse therapeut schrijft: “Ik wilde niet misleid worden. Ik bad God om duidelijkheid. Hij sprak tot me en zei: ’Om accupunctuur te leren moet je jarenlang studeren om de geestelijke disciplines te leren. EFT kan door iedereen binnen een dag worden geleerd.’ “Toen”, zo schrijft ze, “wist ik dat het goed was om EFT te gebruiken als christen.” Hoe nodig is het toetsen en ontmaskeren van de geesten. (1Joh4:1; Ef 5:11)

Daarnaast zijn er therapeuten, coaches en beoefenaars van EFT die op basis van de Bijbel beweren, dat deze techniek door God gegeven is. Hieronder enkele voorbeelden. In Mattheüs 12:22-32 lezen we dat de Farizeeën de Here Jezus beschuldigen van het genezen van een doofstomme door de kracht van de duivel. Dit voorbeeld wordt door christenen gebruikt om aan te geven dat de beschuldigingen ten opzichte van EFT dezelfde zijn als die tegen de Here Jezus gesproken werden.

Hierbij gaat men eraan voorbij dat de Here Jezus de Farizeeën bestraft, omdat ze wisten dat Hij de beloofde Messias was. Dit heeft dus niets te maken met een oosterse energiegenezing die door handoplegging wordt geactiveerd. Door een EFT-therapie stelt men zich open voor de geestelijke machten die achter deze oosterse techniek staan. Christenen worden opgeroepen om waakzaam te zijn, nuchter en hun hoop te vestigen op de Here Jezus.  EFT is een therapie die de wortels heeft in oosterse religieuze technieken en new age. U kunt niet, zoals door velen wordt beweerd, de oosterse achtergrond losmaken van EFT. U kunt niet de vis eten en de graten laten liggen Een christen moet zijn heil niet zoeken in EFT, maar bij de Here Jezus.

Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.

(Matth11:28-30)

 

Jos Hobé

Geraadpleegde bronnen en citaten:

http://www.eftnederland.nl/eft1
http://nl.wikipedia.org/wiki/Emotional_Freedom_Techniques
http://www.menselijk-lichaam.com/hersenen/vegetatief-zenuwstelsel
http://www.skepsis.nl/meridianen.html
http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1209224/2008/08/21/Nieuwe-therapie-EFT-werkt-als-acupunctuur-zonder-naalden.dhtml
http://www.thoughtfieldtherapy.nl/tft/index.php/thoughtfieldtherapy.html
http://www.mingmeng.nl/eft.html
http://www.eftpraktijkactrom.nl/eft_voor_kinderen.html
http://www.anahata-assen.nl/spirituele-zienswijzen/meridianen.php
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pseudowetenschap</a
http://www.eftuniverse.com/index.php?option=com_content&view=article&id=2948:does-eft-compete-with-god&catid=47:refinements-to-eft&Itemid=2555
http://www.renewmind.net/ode.cgi/articles/eft_ok_christians
http://www.stichting-promise.nl/artikelen/eigentijds-occultisme/emotional-freedom-techniques-eft.htm

 

 

Op  de site www.svchapel.org stonden twee artikelen van pastor Dennis McBride over dromen en visioenen van ‘Isa uit de Koran. Aan mevr. E. Nannen, auteur van Bijbel of Koran/De vraag naar de Waarheid (zie webshop) is gevraagd daarop te reageren.

Een visioenen-en-dromen-beweging onder moslims

Wie is de ’Isa van de Koran?

Het woord  ‘Isa in de Koran is géén vertaling van de eigennaam Jezus (Jeshua). ’Isa is ook niet de zoon van Jahweh, de ’Isa van de Koran zegt met nadruk dat Allah (van de Koran) géén zoon heeft. Deze Allah is géén vader. ’Isa is alleen een ‘schepping’ van Allah, maar géén zoon. Daarover zegt de Bijbel duidelijk: ” En zoals u gehoord hebt dat er een antichrist komt, zijn er nu ook véél anti-christen, en daaraan erkennen wij dat het de laatste ure is. Dat is de antichrist die de Vader en de Zoon loochent” (1Joh 2:18-23). Een antichristelijk kenmerk is dus de loochening, dat God de Vader van Jezus Christus en Jezus de Zoon van God is.

Wat zegt de ’Isa van de dromen en visioenen – wat zegt hij niet?

McBride die talloze vermelde dromen en visioenen onderzocht, was natuurlijk benieuwd of de ’Isa van de dromen hetzelfde verkondigt als de Jezus van de Bijbel, toen Hij de hemelse Vader op aarde diende: “Bekeert u en gelooft het evangelie” (Mk 1:15).

  1. ’Isa claimt dat hij god is (..), dus met aanspraak op aanbidding. Hij moet dus een troon hebben (vgl. Js 14:14-15; 2Ts 2:4; Op 2:13; 13:4,8,12). De Bijbelse Jezus openbaarde dat Hij de Zoon van God en God zijn Vader is.
  2. ’Isa verschijnt ‘in de gestalte van Jezus’. Daardoor veronderstellen veel moslims uit onwetendheid dat ’Isa=Jezus.
  3. Dat christenen  beide gelijkstellen is schuldige onwetendheid. Het is vooral blasfemie en bovendien het toppunt van misleiding van moslims.
  4. ’Isa spreekt graag in de Ik-vorm,  bijvoorbeeld als hij een moslim uitnodigt tot hem te komen. ’Isa beweert van zichzelf: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Dat is toch Bijbels!? Dan moet de ’Isa van de Koran toch wel de Jezus van de Bijbel zijn!? Of niet soms? De listige ’Isa echter laat doelbewust Jezus’ woorden weg:  “Niemand komt tot de Vader (!) dan door Mij” (Joh 14:6).
  5. ’Isa beweert dat hij de betrokken moslim ‘liefheeft’. Omdat ook een moslim alleen vriendschappelijke of echtelijke liefde kent, kan hij niets met een dergelijke uitspraak, wanneer deze niet aangevuld werd en wordt met o.a. 1Johannes 3:16.
  6. ’Isa zegt dat de betrokken moslim in hem moet geloven. Daarmee stelt hij zich op de plaats van (=anti) Jezus.
  7. ’Isa claimt: ‘Jij, moslim, behoort mij toe’. Ook hieraan wordt duidelijk dat hij “een andere Jezus” is, die de  betrokken persoon niet met zijn zoenbloed aan het kruis van Golgotha gekocht en duur betaald heeft (1Kor 6:19).

 

De Romeinse hoofdman Cornelius – gered door een Jezusvisioen?

Een dergelijke ‘herhaalbare’ gebeurtenis vinden promotors van Jezusdromen en visioenen in Handelingen 10.

Wie onbevooroordeeld Handelingen 10 leest, ontdekt:

  1. Cornelius was een vereerder van de God van Israël, Jahweh en bad ook geregeld tot Hem. Jahweh komt echter in de hele Koran niet voor. Mensen die geen Jood of christen zijn, bidden van huis uit dus helaas tot ‘een andere god’.
  2. Cornelius zag in een visioen “een engel van God” (10:3). Jezus is echter de Zoon van God.
  3. Deze engel verscheen aan Cornelius niet om hem te redden of om hem ‘evangelistisch voor te bereiden op het evangelie’. Hij zei dat Cornelius een zekere Simon Petrus moest uitnodigen. “Deze zal woorden tot u spreken, waardoor u en uw hele huis gered zullen worden” (10:5-6; 11:13-14). En Petrus verkondigde de gekruisigde en opgestane Jezus (10:37-43)

 

Conclusie

  1. Geen enkel bericht van een visioen in het boek Handelingen rechtvaardigt de idee van een voortgaande openbaring door visioenen, dromen, profetieën e.d. tot op de huidige dag. “De Schrift Plus” is en blijft anti-Bijbels.
  2. Verdringt de Jezus-visioenen-en-dromen-beweging niet Gods uniek evangelisatiemiddel: de verkondiging van het Woord van Jezus’ kruis en opstanding? En evenzo het werk van de Heilige Geest via Gods Woord?
  3. Doet de ‘Jezus’ van de visioenen en dromen hetzelfde als hij Gods Zoon zou zijn? Zo niet, is er dan niet sprake van “een andere Jezus” die niet in Bijbels opzicht de ogen opent en niet tot berouw (!) en bekering leidt?
  4. Is het niet de oude leugen dat Jezus zien overtuigender zou zijn dan het horen en gelovig gehoorzamen van Gods Woord (Rom 1:16-17; 2Tim 3:15-16)?

 

Mevr. E. Nannen

 

Mevr. Nannen is zendelinge en publiciste. In Zwitserland verscheen het boek C.G.Jung – der getriebene Visionär. Voor Bijbel & Onderwijs schreef ze Als Genesis 1-3 geen geopenbaarde geschiedenis zou zijn … en Bijbel of Koran/De vraag naar de Waarheid.

 

 

 

Oosterse vechtsporten binnen het christelijk onderwijs

 

Om het zelfvertrouwen van leerlingen van het basis- en middelbaar christelijk onderwijs te vergroten, bestaat de mogelijkheid van enkele lessen judo of de verwijzing naar een door de burgerlijke gemeente aangeboden vechtsport, bijvoorbeeld kickboksen.Inderdaad wordt het zelfvertrouwen en ook de conditie verbeterd, een geweldige plus voor onzekere kinderen en kinderen die gepest worden.Als ook de betrokken leraar vechtsport een christen is, wordt ervan uitgegaan dat alles dan verder oké is. Maar is dat wel zo?In het geval van kickboksen werd mij (vader) door de coördinator van de cursus uitgelegd dat er geen vreemde, oosterse elementen waren: buigen, meditatie. Ontsteld was ik toen ik me samen met mijn kind meldde voor de eerste les.De leraar verbood mij tijdens de les aanwezig te zijn (?) en op mijn vraag of er gebogen moest worden, was zijn antwoord: er moet twee keer gebogen worden, een keer voor de sensei (leraar), de andere keer voor de tegenstander; tevens moesten de vuisten op de grond, ogen dicht, korte concentratie, ogen open.
Ik nam mijn kind weer mee.
In het bestek van een kort stukje is het niet mogelijk uitgebreid in te gaan op alle ins en outs van vechtsporten. Geweldig werd ik geholpen door voormalig kickboks- en karatekampioen Danny Soto, die nadat hij tot bekering was gekomen, radicaal gebroken heeft met vechtsporten.[1]

Enige zaken die hij noemde:

  1. Het gaat niet om vechtsporten maar om vechtkunst. Het boeddhisme is verweven in de vechtsport (Karate-do, Taekwondo, Jiu-jitsu, Aikido, Tai-Chi, Hap Ki Do, judo, kickboksen, Kung Fu). De vechtsport gaat een (geestelijke) weg.[2]
  2. Gaandeweg tijdens het oefenen is het de kosmisch occulte kracht chi (= ki) die steeds meer invloed in je leven krijgt.
  3. Leraren van deze vechtsporten blijken nogal eens ‘arrogant, hard, kil en liefdeloos’ te zijn. Dit komt, omdat de sport door een andere geest wordt gevoed (dan de Heilige Geest).
  4. Is het buigen fout? Binnen de culturele setting van bijvoorbeeld Japan is een spontane buiging bij de ontmoeting van anderen slechts een beleefdheidsvorm, maar anders wordt het bij een vechtkunst waar gebogen wordt voor de leraar en voor de grondleggers van die betreffende vechtkunst. Een christen hoort niet te knielen voor mensen of meesters en hun afgoden, maar voor de Here God alleen.
  5. Duidelijk occult is het buiggroeten tijdens het knielen (soort yogazit), de vuisten op de grond of op de dijen, ogen dicht, jezelf leegmaken (= meditatie), ogen open = zazen = boeddhisme. Deze (occulte) handeling (mokso jamae genoemd) wordt in het begin en aan het einde van de les verricht (‘zoals christenen aan het begin en het eind van een Bijbelkringstudie beginnen en eindigen met gebed’): het is een spirituele handeling. Tijdens dit knielen wordt tweemaal gebogen/gegroet (buiggroet): de 1e keer voor de leraar, de 2e keer gericht naar het Oosten (de richting van de overleden grondleggers). Het gaat hierbij om eerbetoon!
  6. Het weghalen van mogelijk occulte/oosterse kanten (knielen, buigen, zazen) haalt de kracht uit de vechtsport weg. De vechtsport is niet los verkrijgbaar.[3] Het is óf het hele pakket óf niets.
  7. Natuurlijk is het goed enige zelfverdedigingstechnieken te leren (een paar lessen om aanvallen te pareren of uit grepen los te komen).[4] Boksen is volgens Danny Soto de enige vechtmethode die geen oosterse/occulte achtergrond heeft. Natuurlijk is het niet gezond als iemand op zijn hoofd gemept wordt. Daarom is een goed alternatief voor een kind een bokszak thuis, waarbij het wel nodig is eerst enige lessen bij een boksleraar te volgen om op een veilige wijze te leren slaan.
  8. Een leraar die de vechtsporten leert, is niet in staat de verkeerde (geestelijke) kant daarvan te beoordelen. Dat kan hij pas als hij bijvoorbeeld een half jaar los is van deze ‘sport’ en de Here vraagt wat Hij ervan vindt.

 

Voor ons als christenouders blijft het belangrijk alles te toetsen en alleen het goede te behouden. (1 Thess 5:21)

Geweldig is het dat de betrokken christelijke school door deze berichten de gevaren zag en daar de consequenties uit wilde trekken.

drs. R.v.d.Ven

 Drs. Van der Ven heeft een medische en theologische opleiding gehad. Hij is werkzaam geweest als huisarts, bedrijfsarts en natuurarts. Daarnaast is hij auteur van diverse boeken. Eén ervan is in de webshop van Bijbel & Onderwijs: Genezing uit het Oosten?

 

 


[1] Veel informatie staat ook in “Zijn vechtsporten uit den boze?” Het eerste christelijke boekje over vechtsporten van Danny Soto. Dit boekje is te bestellen door 7 euro over te maken op rekeningnummer 159006686 o.v.v. boekje Danny Soto. E-mailadres is dannysotoministries@live.nl

[2] Die geestelijke weg heet in het Chinees Tao en in het Japans Do. Dojo (trainingszaal = plaats van de weg), Judo (Japans) = de zachte weg, Taekwondo (Koreaans) = de weg van het schoppen en het slaan, Karate-do (Japans) = de weg van de lege hand, Jiu-jitsu (Japans) = zachte kunst, Aikido (Japans) = de weg van het samenkomen met Ki (= Chi), Tai-Chi (Chinees) = de weg van de Chi, Kung fu (Chinees) = grote concentratie of toewijding, Hap Ki Do (Koreaans) = de weg van harmonie van lichaam en geest en innerlijke kracht. Het gaan van deze weg (do) is een weg van zelfverlossing en zelfvergoddelijking. Voor ons gelden de woorden van de Here Jezus: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh 14:6).

[3] Danny Soto: “Je kunt niet zeggen: ik kniel niet voor de grondleggers van deze vechtkunststijl, maar neem wel deel aan de vechtoefeningen, die door diezelfde boeddhistische monnik bedacht en benoemd zijn. Ook heb je het embleem van die vechtstijl meestal op je pak (kimono).” “Laat soms een bron uit dezelfde ader zoet en bitter water opwellen? Kan ook, mijn broeders, een vijgenboom olijven voortbrengen, of een wijnstok vijgen? Evenmin kan een bron zout én zoet water voortbrengen” (Jakobus 4:11,12).

[4] Zelfs mensen die 10 jaar vechtsport gedaan hebben, beginnen niets tegen enkele aanvallers tegelijk en sowieso al niet tegen wapens. Een christen mag ook vooral vertrouwen op Gods hulp, waarvan meerdere voorbeelden uit de praktijk te noemen zijn. (Psalm 50:15)

Giessen, januari 2013

‘Ontdek het Leven’ nieuwe godsdienstmethode voor vmbo

Onder deze veelzeggende titel brengt het samenwerkingsverband van vereniging Bijbel & Onderwijs, drukkerij en uitgeverij WoodyDesign en Het Onderwijsbedrijf een nieuwe vmbo godsdienstmethode uit. De lesboeken voor leerjaar 1 en 2 zijn in februari 2013 beschikbaar. De lesboeken voor leerjaar 3 en 4 komen later uit.

 

Godsdienst is een schitterend vak met interessante en boeiende lessen, uitdagende gesprekken en diepgaande stof tot nadenken voor iedere leerling. Vanuit die beleving is ‘Ontdek het Leven’ ontwikkeld en in de praktijk getest en bijgeschaafd. “We hebben steeds gezocht naar de combinatie van eenvoudig taalgebruik, stevige inhoudelijke lesstof en leuke afwisselende opdrachten” vertelt Siegfried Woudstra, schrijver en uitgever van de methode. De schrijvers van de methode gaan uit van de Bijbel als Gods Woord en Jezus Christus als het Leven. Deze methode geeft leerlingen de ruimte om hun eigen gedachten en mening te vormen, want het is immers hun ontdekkingstocht. “De leerlingen worden door de inhoud en opbouw van de methode uitgedaagd om na te denken over hun eigen leven, hun leven met de Here God en met de mensen om hen heen” vult medeschrijver Lars Doorduijn aan. “We zijn ervan overtuigd dat een vmbo-leerling behoefte heeft om diepgaand na te denken en met elkaar te praten over de dingen die ertoe doen in het leven”, aldus het bestuur van Bijbel & Onderwijs.

Complete methode
Voor ieder leerjaar verschijnt een les- en werkboek in één. Naast de opdrachten tijdens de les, zijn er geïntegreerde huiswerkopdrachten, samenvattingsopdrachten en afsluitende vragen na elke module. Bij ieder leerjaar is het mogelijk een aparte docentenhandleiding aan te schaffen. Hierin staan didactische tips, achtergrondinformatie, alle antwoorden van de opdrachten en extra stof voor differentiatie. Ook is de handleiding voorzien van een cd-rom met een powerpoint per hoofdstuk, extra materiaal, proefwerken en repetities.

“Het bestuur van vereniging Bijbel & Onderwijs is verheugd over het verschijnen van de methode,” volgens een bestuurlijk bericht, “een echte bijdrage aan het christelijk onderwijs!”

Op de websites www.ontdekhetleven.nl en bijbelenonderwijs.nl is meer informatie over de methode te vinden en een presentexemplaar te bestellen, met daarin een overzicht van de volledige methode, twee hoofdstukken uit de leerjaren 1 en 2 en voorbeelden uit de docentenhandleiding.


Terug naar het overzicht

 

godsdienstmethode Ontdek het Leven

 

Een interview met de auteurs van deze nieuwe methode voor het vmbo: Siegfried Woudstra en Lars Doorduijn. De methode wordt in samenwerking met B&O uitgegeven.

Hoe zijn jullie ertoe gekomen om in deze tijd een godsdienstmethode te schrijven voor het vmbo?

Siegfried begint te vertellen: “Er kwamen drie factoren bij elkaar. Ik ken B&O al een tijdje en ook de methode “Bijbel in de Basis”. Een mooie methode, alleen merkte ik wel dat deze voor de vmbo-school waar ik godsdienst gaf, minder geschikt was. Daarbij had ik zelf één en ander aan lesmateriaal ontwikkeld en uit het werkveld kwam steeds vaker de vraag naar een modernere, maar wel een duidelijk Bijbelse methode. Toen de vraag vanuit B&O kwam om een nieuwe vmbo-methode te ontwikkelen, zijn Lars en ik aan het (her)schrijven gegaan.”

 

Wat is de betrokkenheid van B&O hierbij?

Siegfried vervolgt: “Vanuit het veld hebben verschillende docenten, die tevens betrokken zijn bij B&O, kritisch gekeken naar deze methode. Als auteurs hebben we heldere verbeterpunten meegekregen en ook doorgevoerd. De expertise van B&O, mijn ervaring uit het veld en de heldere didactiek van het Het Onderwijsbedrijf gaf een bijzondere basis. De goede samenwerking met B&O heeft geresulteerd in deze nieuwe methode “Ontdek het Leven.”

 

Hoe verhoudt deze methode zich met de Bijbel en de leefwereld van de vmbo-leerling?

“De methode Ontdek het Leven bestaat uit een doorgaand lesplan voor vier leerjaren,” vertelt Lars, “door de hele methode heen, trekken we vanuit de Bijbel lijnen naar het heden. Vanuit de praktijk hebben we gezien, dat steeds meer leerlingen niet weten hoe bijvoorbeeld het jodendom, christendom en de Bijbel zijn ontstaan. Ook hebben leerlingen  het steeds vaker nodig te leren hoe zij de Bijbel moeten lezen. Daarom besteden we hier in het boek van leerjaar 1 aandacht aan.” Siegfried vult aan: “Leerjaar 2 gaat over het Oude Testament en het ontstaan van het volk Israël en hoe vanuit dit nageslacht de Verlosser van de wereld, Jezus Christus, geboren werd. Leerjaar 3 gaat over het Nieuwe Testament en in het bijzonder over God de Vader, de Here Jezus, het werk van de Heilige Geest en het ontstaan van de kerk met onder andere de zendingsreizen van Paulus. Leerjaar 4 is een praktisch jaar, waar de leerlingen vooral zelf aan de slag gaan rondom Bijbelse thema’s, ethiek en religieuze stromingen. Leerlingen hebben hier in hun vervolgopleiding en hun latere werkomgeving veel aan.”

 

Kunt u voorbeelden noemen hoe deze methode zich onderscheidt van andere vmbo-godsdienstmethodes?

Lars noemt enkele voorbeelden: “De methode is een leerboek en werkboek in één. Gaandeweg wordt het boek steeds meer het persoonlijke boek van de leerling. Er staan leuke en gevarieerde verwerkingsopdrachten in. Ook hebben we ervoor gekozen om de huiswerkopdrachten te integreren in het boek. Uit de praktijk merken we, dat leerlingen het leuk vinden om de boeken te bewaren. Alle boeken zijn in kleur uitgevoerd met schitterende foto’s en illustraties.”

 

Is er ondersteuning voor de godsdienstdocent van deze methode?

“Jazeker. We hebben een aparte docentenhandleiding erbij ontwikkeld,” aldus Lars. “Hierin staan de opdrachten met de bijbehorende antwoorden, achtergrondinformatie, didactische tips en extra differentiatieopdrachten voor leerlingen die een hoger niveau binnen de klas hebben. Daarnaast wordt er standaard een cd-rom meegeleverd. Hierop staat een powerpoint met antwoorden van het leerlingenboek en voorbeelden van proefwerken en repetities. De docent staat met deze methode goed voorbereid voor de klas.”

 

Hoe kan deze godsdienstmethode een bijdrage leveren aan de identiteit van de christelijke school?

Ontdek het Leven is een godsdienstmethode die uitgaat van de Bijbel als Gods Woord en Jezus Christus als Verlosser van de mensen die in Hem geloven,” antwoordt Siegfried. “Daarom is deze methode vanuit Bijbels en christelijk oogpunt geschreven en levert mede een bijdrage aan de christelijke identiteit van de school.”

 

Meer informatie op www.ontdekhetleven.nl en bijbelenonderwijs.nl.

 

Lars Doorduijn komt uit het onderwijs en heeft Het Onderwijsbedrijf opgericht waarbij hij trainingen geeft voor pabo, basis- en middelbare scholen over het thema ‘Orde en duidelijkheid in de klas’.

 

Siegfried Woudstra is 10 jaar docent godsdienst geweest bij het vmbo, is Bijbelleraar en auteur van diverse boeken.   

 

 

Giessen, 27 maart 2014

De Kanjertraining serieus onder vuur genomen

De Kanjertraining, ogenschijnlijk een van de meest succesvolle sociale vaardigheidstrainingen, die ook zegt pesten aan te pakken, is uiterst nauwgezet en kritisch onder vuur genomen door drs. J.G. Hoekstra in het door hem geschreven boek ‘Soep van Keistenen – De Kanjertraining op de korrel!’
De bekende onderwijspsycholoog 
drs. Bob van der Meer stelt in het voorwoord van het boek vast, dat de auteur zeer consciëntieus te werk is gegaan, zijn oordeel vernietigend is en van de methode nagenoeg niets heel blijft.

Het boek uit, aan de hand van feitenmateriaal, gerede twijfel over de wetenschappelijke waarde, effectiviteit en pedagogische en didactische kwaliteit van de training. In het bijzonder wordt de toepasbaarheid van de training binnen een christelijke setting ter discussie gesteld. In het verlengde van dit laatste is een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan de poging van het Instituut voor Kanjertrainingen om binnen de christelijke geloofsgemeenschap, via kinder- en jeugdwerk, voet aan de grond te krijgen onder de noemer ‘Kanjers in de kerk’.

Op basis van het gedane onderzoek vraagt de schrijver zich af of de ontwikkelaar van de training, Gerard Weide, de training niet zelf – in een in de Volkskrant opgenomen interview (Volkskrant 20-04-10) – juist typeerde: ‘En zo had ik per ongeluk, in no time, een scherpe training in elkaar gedraaid’.

De juistheid van het besluit van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap om de training aan te bevelen en scholen die de training willen invoeren zelfs door middel van subsidie financieel tegemoet te komen, wordt vanuit het genoemde onderzoek betwijfeld. De Kanjertraining voldoet bijvoorbeeld alles behalve aan de door de Wet Actief Burgerschap en Sociale Integratie gestelde en in duidelijke kerndoelen uitgewerkte, eisen.

Vervolgens wordt de beslissing van het Nederlands Jeugd Instituut om de training als effectief te erkennen en op te nemen in de databank Effectieve Jeugdinterventies niet alleen bevraagd, maar wordt ook de onafhankelijkheid van dit Instituut in deze zaak ter discussie gesteld.

Pijnlijk zijn de voorbeelden die de kwalijke pedagogisch didactische kwaliteit van de training onderstrepen. Hierbij valt met name de negatieve opstelling binnen de training op ten opzichte van een gepeste, in de training weergegeven als konijn met gele pet en onder meer omschreven als ‘nobo’, terwijl de pester in bescherming wordt genomen.

In het slothoofdstuk wordt de vraag geopperd of scholen en individuele leerkrachten, op basis van wat in het boek aan de orde is gekomen, krachtens artikel 23 van de grondwet, deze training mogen weigeren te geven.
Het boek ‘Soep van Keistenen – De Kanjertraining op de korrel!’ is verkrijgbaar voor € 7,95 via:

bijbelenonderwijs.nl.

 

Boek, 80 blz., € 7,95, zie webshop.

 Een boek over de achtergronden van de sociale vaardigheidstraining, de Kanjertraining. De auteur, drs. J.G.Hoekstra, is nauwgezet te werk gegaan en heeft onder meer de onderwijspsycholoog, drs. B. van der Meer,  directeur van het Europees Expertisiecentrum voor Veiligheid, mee laten lezen. De laatstgenoemde heeft ook het Voorwoord geschreven. Eveneens is de directeur van Stichting Veilig Onderwijs geraadpleegd. Het is een nauwgezette studie,  omdat het welzijn van het kind in ’t geding is. Naast het nagaan van doelstelling en achtergrond is er ook een hoofdstuk over de Kanjertraining in de kerk.

Achtereenvolgens ziet u een overzicht van de hoofdstukken, een gedeelte uit het Voorwoord, een deel uit de Inleiding en de tekst op de achterkant van de cover.

Hoofdstuk 1
Decor

1.1       De overheid in actie

1.2       Kerndoelen

1.3       Bomen en bos

Hoofdstuk 2
De Kanjertraining

2.1       Oorsprong, doel en achtergronden

2.2       De wetenschappelijke merites

2.3       Kanttekeningen

2.3.1    Het NJI/OCW

Hoofdstuk 3
Op de korrel

3.1       De training op de korrel

3.2       Versus het christen-zijn

Hoofdstuk 4
Kanjers in de kerk

4.1       Kanjers (of christenen) in de kerk

Hoofdstuk 5
Tot slot

5.1       Conclusies – Wie pakt de handschoen op?

Voorwoord 
In het voorliggende boek wordt de Kanjermethode door drs. Hoekstra onder de loep genomen, onder andere op haar oorsprong, wetenschappelijke waarde, effectiviteit, didactische kwaliteit, maar bovenal en in het bijzonder, ook op haar toepasbaarheid binnen een christelijke setting.

De auteur heeft dit zeer consciëntieus gedaan. Zijn oordeel is vernietigend. Van de methode blijft nagenoeg niets heel. En dan te bedenken, zoals reeds is gezegd, dat het ministerie van OCW deze methode zó goed beoordeelde dat het voor de invoering ervan geld fourneerde en dat een door het Nederlands Jeugd Instituut samengestelde commissie van wijzen de methode goedkeurde.
Als men dit leest en men hoort de staatssecretaris – en in zijn kielzog de Kinderombudsman – zeggen dat hij aan het Nederlands Jeugd Instituut de opdracht heeft gegeven om criteria voor een goede antipestmethode vast te stellen, dan heeft de auteur van dit boek niet alleen prachtig werk geleverd, maar er ook voor gezorgd dat protestants-christelijke scholen, op grond van artikel 23, in ieder geval de Kanjermethode, niet alleen mogen, maar ook moeten, weigeren.

Tot slot. Voor een goede aanpak van pesten is geen methode, maar zijn een duidelijke – al dan niet evangelische – opdracht, gezond verstand, een goed beleidsplan en concrete producten nodig. Als bij de aanpak ervan dan ook nog alle geledingen hetzelfde doel, de veiligheid van elke leerling, delen, kunnen we een veel belangrijker probleem gaan aanpakken, namelijk het verschijnsel dat in iedere groep van dertig leerlingen, gemiddeld genomen, vier tot vijf leerlingen verworpen worden. Deze leerlingen zijn significant eenzaam, significant depressief en hebben een significant lager zelfbeeld dan de andere leerlingen. Als we dat beseffen, worden veel antipestmethoden tamelijk zinloos. Aan de auteur van dit boek het compliment niet alleen de zinloosheid, maar ook de gevaren van de Kanjertraining aangetoond te hebben.

Inleiding
Hoewel op politiek terrein, helaas te vaak niet meer als middel voor campagne, aandacht is en wordt gevraagd voor normen en waarden, zijn het vooral de toenemende individualisering en de afnemende onderlinge betrokkenheid alsook de sterke groei van de allochtone bevolkingsgroep en een daarmee samenhangende problematiek geweest, die tot in de politiek om handelen en ingrijpen hebben gevraagd. Een en ander werd versterkt door de zojuist genoemde tragische voorvallen van wan- en pestgedrag. Dit leidde er toe dat sinds 1 februari 2006 in ons land alle scholen voor primair en voortgezet onderwijs verplicht zijn invulling te geven aan de Wet Actief Burgerschap en Sociale Integratie. Sinds 1 oktober 2006 houdt de inspectie toezicht op de naleving van deze wettelijke opdracht. In het licht van deze ontwikkelingen maken veel scholen inmiddels gebruik van een of andere sociale vaardigheidstraining (afgekort SoVatraining) die dient te voldoen aan de door de overheid in het kader van de genoemde wet gestelde eisen en waarbij tegelijk verondersteld dan wel gehoopt wordt, dat zij handvatten bieden in de aanpak van met name het veelvoorkomende probleem van pesten op school naast de beoogde sociale vaardigheid.

Een van deze SoVatrainingen is de zogeheten Kanjertraining. Het is deze training die in dit boek onder de loep wordt genomen qua oorsprong, wetenschappelijke waarde, effectiviteit, pedagogische en didactische kwaliteit ervan, maar bovenal en in het bijzonder ook op haar toepasbaarheid binnen een christelijke setting. Tegelijk wordt kritisch gekeken naar de vraag of de training de door de overheid gestelde kerndoelen raakt en wordt tevens de motivatie van aanbeveling door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) en het ministerie van Onderwijs cultuur en wetenschappen (OCW) gewogen.

Tekst achterkant cover
Soep van Keistenen

Onder deze titel wordt de, inmiddels tot op kerkelijk erf doorgedrongen, Kanjertraining als één van de zoveelste SoVatrainingen zorgvuldig kritisch tegen het licht gehouden. Is deze training de aanbeveling van het ministerie van OCW waard en is de goedkeuring door het NJI wel zuiver en terecht? Voldoet de training aan de Wet Actief Burgerschap en Sociale Integratie en de daarbij uitdrukkelijk aangegeven kerndoelen? Wanneer de
laatste vraag negatief beantwoord moet worden, voldoet de school die de keuze voor deze training heeft gemaakt dan nog wel aan de door en bij de genoemde wet gestelde eisen en kerndoelen? Is de controle hier van de zijde van de Onderwijsinspectie wel deugdelijk? Heeft de training een wetenschappelijk draagvlak of gaat het daarbij om stutwerk achteraf? Is de training serieus een proefschrift waard? Zijn de onder de noemer ‘wetenschappelijk’ aangevoerde achtergronden consistent en als zodanig in de door het Instituut van Kanjertrainingen zelf als wetenschappelijk betitelde publicaties terug te vinden? Zijn de bedoelde achtergronden vervolgens voor de christen acceptabel? Hoe te staan tegenover de kerkelijke gemeenschap die de training in haar kinderwerk implementeert? Is de training pedagogisch- didactisch verdedigbaar? Tal van vragen die de auteur geordend en afgewogen aan de orde stelt en de lezer onherroepelijk voor de vraag stelt: Hoe serieus is een training waarvan de ontwikkelaar zegt: ”En zo had ik per ongeluk, in no time, een scherpe training in elkaar gedraaid’.
Kortom, wordt er in de training een bord soep voorgeschoteld gemaakt van keistenen?

Drs. J.G. Hoekstra studeerde theologie en was achtereenvolgens werkzaam als predikant/voorganger van verschillende kerkelijke gemeentes en als docent Godsdienst. Van zijn hand zijn intussen een aantal boeken verschenen.

 

 

Het boek heeft een gedrukte en er komt een e-book versie. Zie verder de webshop.