Abram – door God geroepen (dl 1)

In Genesis 12 gebeurt er iets nieuws in de geschiedenis. Het gaat om een heel nieuw volk, Israël, dat zal voortkomen uit één man: Abraham, die toen nog Abram heette.Met Abram wilde God een volk op aarde brengen dat Hem kende. Zo zou iedereen op aarde herinnerd kunnen worden aan Gods bedoeling met de mensen. Maar dan moest hij wel weggaan uit zijn familie en uit zijn omgeving.

Eerst trok Abram met zijn vee vanuit Oer in het zuidoosten naar Haran in het noordwesten van Mesopotamie of Tweestromenland. Na het overlijden van zijn vader braken zij weer op voor de tweede etappe, totdat zij kwamen in het `Land van Belofte’, in Kanaän. Via Bethel reisde hij naar Hebron, om te gaan wonen bij de terebinten van Mamré. Het Nieuwe Testament vermeldt hierover: En zelfs toen hij in het land kwam dat God hem beloofd had, woonde hij in tenten als een vreemdeling, evenals Isaäk en Jakob, aan wie God dezelfde belofte deed.

 

Abrahams zonen: Ismaël en Isaäk (dl 1)

Abraham en Sara tot eindelijk hun zoon werd geboren. Zo kwam Abraham ertoe, op advies van Sara, om een kind te verwekken bij haar slavin Hagar: Ismaël, dat betekent`God hoort’. God zag naar Hagar om en vijftien jaar later hoorde Hij naar Ismaël toen zijn moeder met hem naar de woestijn werd gestuurd.

Tenslotte kreeg Sara toch een zoon. Zij had het bijna niet kunnen geloven en moest er om lachen: “Wie hiervan hoort, zal ook wel lachen!” Daarom noemden zij hun zoon Isaäk, dat betekent: hij lacht.
Als Isaäk een tiener is geworden, wordt Abraham door God beproefd. God draagt hem op om zijn enige zoon als brandoffer offeren op een berg in de verte, de berg Moria. Als ze de berg beklommen hebben, stelt Isaäk ineens de vraag: “Vader, waar is het offer?” Abraham antwoordt: “God zal zelf voor een lam zorgen, mijn zoon.” Dan verschijnt een engel die Abraham tegenhoudt. Ze vinden een ram en die wordt het offerdier in de plaats van Isaäk. Daarom noemt Abraham die plaats Moria, wat betekent: “De HERE zal voorzien.”

 

Griezelen met Kippenvel 

Steeds meer uitgevers werpen zich op het thema griezelen, dat veel kinderen aantrekt. ‘Griezelen op afstand’ kan leuk zijn, maar waar ligt de grens?

B&O magazine, door drs. R.H. Matzken
Griezelen blijft in. Steeds meer uitgevers werpen zich op dit thema dat veel kinderen erg aantrekt. Zo ook de bekende uitgever Kluitman (van Pietje Bell, Dik Trom en de Kameleon), met hun Speerpunt-serie ‘Griezels’ en vooral de Kippenvel-serie van R.L. Stine. Een aantal titels zijn:

Monsterbloed Eet smakelijk De getikte klok
Ga niet naar de kelder Het masker De vloek van de farao
De toekomst in beeld Kamp Nachtmerrie Koppensnellers!
We zijn niet alleen Horrorland Het Horrorhuis
Het spookt bij de buren Monsterbloed De rol van je leven

 

Daaraan worden kinderen vanaf 10 jaar blootgesteld. Pedagogisch wordt niet gediscrimineerd (commercieel ook niet), want de kinderen vanaf 8 jaar mogen mee-griezelen met hun Kippenvel-junior boeken:

Kijk niet in de spiegel Een griezel met zes poten Blijf maar slapen
Help, hij leeft! Vogelverschrikkers! Een vampier wordt wakker
Vertrouw nooit een heks De gootsteengriezel Het Kloddermonster

 

Behalve als Kippenvel-serie zijn boeken van Stine ook opgenomen in de serie de Zwarte Beertjes van uitgeverij Bruna, en dan is er nog de serie ‘Fear Street’ van Deltas. Genoeg dus om een kleine boekenkast te vullen.

Wij bezochten een gezin, waar de vader zijn verontrusting met ons deelde. Niet alleen vanwege deze Kippenvel-boeken, maar vooral vanwege de reactie van de openbare bibliotheek en van de christelijke school. Beide waren niet erg enthousiast over dit soort boeken, maar zouden de kinderen niets in de weg leggen wanneer ze ernaar vragen: “Wees blij dat ze boeken lezen, dat is beter dan de buis”. Welnu, soms komt dat op hetzelfde neer, want ook de Nederlandse zender Fox zendt iedere werkdag om 17.10 uur de serie Kippenvel uit: wij vragen ons af of de ouders wel eens meekijken!

Wij gingen naar de bibliotheek om de Kippenvel-boeken in te zien. Geen makkelijke opgave, want vaak is er geen enkel boek voorradig en zijn er zelfs wachtlijsten! Toch lukte het ons er één te pakken te krijgen: ‘Ga niet naar de kelder’, dat we achter elkaar uitlazen. Als volwassene heb je een flinke dosis ‘afstand’ ingebouwd, net als bij detectives die toch ook niet zonder moorden kunnen bestaan. Vandaar dus ook de–vrij algemene–houding van: “Laat ze maar begaan. Griezelen en vampiers zijn nu eenmaal ‘in’. Wanneer je er wat van zegt, lezen ze er nog meer!”

Ouders verwachten van ons een beoordeling, vooral wanneer ze betrokken zijn bij leesmiddagen en documentatiecentra. Wij geven die graag, maar maken u eerst attent op een typisch postmodernistisch verschijnsel. Hebt u ook opgemerkt dat het begrip pedagogie vrijwel geruisloos is verdwenen? Mensen die kinderen leiden en begeleiden in een wereld van kosmische energieën en entiteiten: waar zijn ze gebleven in een tijd die ‘het kind centraal’ stelt?

Daar is nu wat anders voor in de plaats gekomen, wat wij willen aanduiden als pedonomie: kinderen die zichzelf tot wet zijn (te vergelijken met autonomie). Natuurlijk hebben kinderen altijd geprobeerd om zelf uit te maken wat er moet gebeuren, maar daar stond altijd het remmende, corrigerende optreden van de opvoeders tegenover. Maar in onze tijd van ‘zelfrealisatie’ is iedere opzet om kinderen te belemmeren in hun ‘authentieke zelfontplooiing’ taboe verklaard! Christen-ouders en -leraren moeten dus ook hier, meer dan ooit, tegen de tijdstroom in roeien. Kinderen hebben recht op leiding, dus ouders-van-nu moeten ermee rekenen dat ‘opvoeden naar Gods Woord’ impopulair is en zelfs conflict betekent!

Onze beoordeling van de serie Kippenvel is uitermate negatief. Wij illustreren dit aan de hand van een voorbeeld uit de TV-serie Kippenvel. Schoolkinderen maken een excursie naar de Tower of London, waar hen onder andere allerlei martelwerktuigen worden getoond. Nog voor naar binnen gaan ziet een jongetje een verschijning van een angstaanjagende zwarte man op de trans van een toren. Zijn zusje ziet echter niets, want de man is plotseling verdwenen.
Het jongetje is doodsbang, maar zijn zusje stelt hem gerust. Afgedaald in de gewelven van de Tower en gewaarschuwd door de gids om vooral bij elkaar te blijven, worden ze opgeschrikt doordat de man van de toren plotseling tot leven komt in een beeld en als een mephisto (duivelsfiguur bij Faust) hen achtervolgt: nu behoren zij ook tot de verdoemden! Als de kinderen eindelijk, via een rioolput, uit de door hen beleefde hel ontsnappen, worden ze in de normale wereld ter verantwoording geroepen omdat hun belevenissen niet geloofd worden.

In plaats van het pedagogische begrip ‘afstand’ komt hier het postmoderne begrip ‘authentiek beleven’. Wanneer nu al bij een film voor volwassenen als ‘The Exorcist’ wordt vermeld: “deze film heeft in de VS veel psychische schade veroorzaakt”, hoeveel te meer zou dan zo’n waarschuwing op zijn plaats zijn wanneer kinderen vanaf 8 jaar, heel vaak zonder begeleiding van volwassenen, worden blootgesteld aan de verlokkingen van het bovennatuurlijke en van de onderwereld! Hier is wel heel bijzonder het tweede gebod van de grote Pedagoog van Israël van toepassing: “U mag geen beeld of afbeelding maken van wat boven in de hemel of op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is,” Exodus 20:4.

Wanneer wordt gesteld (zoals de uitgever dat doet) dat veel kinderen deze boeken met plezier lezen, kan dat voor ons geen maatstaf zijn. Wij willen zelfs aannemen dat niet alle kinderen (in het NRC-Handelsblad ‘tere zieltjes’ genoemd) van het blootstellen aan deze gruwelen nachtmerries krijgen. Maar zijn de andere kinderen (zullen wij hen ‘eeltzieltjes’ noemen?) er niet veel erger aan toe? Zij worden door het huidige griezel- en gruwel-ethos van jongs af aan vertrouwd gemaakt met de wereld van geesten en demonen. Zou hier niet een belangrijke aanwijzing liggen voor het raadsel dat door de politici als ‘zinloos geweld’ wordt betiteld?

Deze kinderen worden (figuurlijk en letterlijk) geboeid door de afschrikwekkende werkelijkheid van Gods tegenstander en tegelijk immuun gemaakt voor “alles wat waar, eervol, rechtvaardig, zuiver en mooi is en wat (als) goed bekend staat, kortom alles wat deugdzaam en loffelijk is.” (Filippenzen 4:8) Opvoeden: een strijd tussen twee bronnen van ‘waarden en normen’: uit welke bron laten wij onze kinderen drinken?

 

Een verkenning van de ideologie achter bepaalde verschijnselen op school, zoals heksenweken en griezelprojecten. Dergelijke oefeningen en projecten blijken deel uit te maken van een heel netwerk van bewuste heksen-, griezel- en gruweltraining. Door dr. R. Franzke; vertaald en bewerkt door drs. R.H. Matzken.

Voorwoord
Onderstaand verslag tekent de situatie op Duitse basisscholen midden-2001, mede bezien vanuit de voornemens van de bondsstaten voor de komende jaren.
Wie dit leest, zal zijn ogen nauwelijks kunnen geloven, zeker niet wanneer de auteur, prof. Dr. Reinhardt Franzke stelt dat het hier niet gaat om uitzonderingen, maar om het hele schoolsysteem. In Nederland ligt dat anders: hier zijn scholen immers vrij om zelf hun leermethoden te kiezen waarmee de doelstellingen (lezen – schrijven – taal) worden bereikt. In Duitsland zijn de leermethoden door de deelstaten voorgeschreven.

Dus valt het in Nederland allemaal nogal mee? Helaas constateren wij dat onze ‘vrijheid van inrichting’ geen bescherming biedt tegen dergelijke praktijken, alleen is de omvang in ons land niet zo groot als bij onze oosterburen en zijn scholen vrij zich hieraan te onttrekken. Maar dat moeten zij dan ook wel bewust doen!! en daarom hebben wij de vertaling van deze Anti-Okkultismus-Info als EDUkatern opgenomen. Het EDUkatern kan bij ons, voorzien van een uitvoerig notenregister, worden aangevraagd.

Ten geleide
De (basis)school wordt geacht kinderen op de kennis- en informatiemaatschappij voor te bereiden. Inzage in schoolboeken en leermaterialen, en vooral kennisname van de overheidsvoorschriften voor de komende jaren, laat ons echter iets geheel anders zien. De basisschool leidt de kinderen klaarblijkelijk vooral de geheimen van de magie en hekserij binnen.

Veel ouders en kinderen zijn verontrust over een bepaald verschijnsel, zoals een heksenweek op school of een bezoek aan de Griezelbus. Uit wat nu volgt, blijkt zoiets nog maar een van de toppen van een ijsberg te zijn, die wij nu gaan verkennen. Graag willen wij benadrukken dat wij ons niet richten tegen de scholen die zulke praktijken beoefenen. Bij nader inzien blijkt hier namelijk een heel systeem of ideologie achter te zitten waarvan de scholen zich niet of nauwelijks bewust zijn. Niettemin vormt de reeds genoemde heksen-, griezel- en gruweltraining in zekere zin de ideologische basis voor de vele magische praktijken die in het onderwijs op de basisscholen systematisch beoefend worden.

Basistechnieken van de Magie
Hier worden een aantal technieken behandeld, die ouders dikwijls herkennen. Door hiervan kennis te nemen, wordt hun innerlijke afkeer onderbouwd.

Magie en hekserij op de basisschool
Tot het opvoedingsprogramma in de magie op de basisscholen behoren:
– De verplichte magische lectuur (‘De kleine Heks’, ‘Krabat’ (Meester van de zwarte molen), Harry Potter enz.)
– Magische rituelen
– Heksenfeesten, heksenprojecten, griezelweken en tenslotte ook
– Heksen-, griezel-, angst- en gruweltraining.

De heksentraining op de basisschool heeft meerdere doelen. Het doel ervan is:

– Kinderen bekend maken met zgn. fantasiewerelden en fantasiewezens
– Magie, hekserij en toverij bagatelliseren en tegelijk verheerlijken.

Dit gebeurt door de kinderen met griezel, angst en gruwel, met horrorwerelden en horrorwezens te confronteren.

Fabelwezens en Fabelwerelden
In al deze boeken en materialen moeten de kinderen in vreemde, onzichtbare fabel- of toverwerelden duiken en zich voortdurend in gedachten met fabelwezens bezighouden: met monsters, draken, vampiers, geesten, spoken, kobolds, feeën, elfen, klopgeesten, trollen, reuzen, dwergen……
Het EDUkatern gaat hier verder op in en geeft voorbeelden uit de (Duitse) praktijk.
Een ervan leert de kinderen dat waarheid niet bestaat en dat men niet naar het ware geloven moet zoeken.

Griezel- angst en gruweltraining
Tot de heksentraining behoort ook de gruwel-, griezel- en angsttraining.

Op veel (Duitse) basisscholen worden kinderen op een gruwel ABC getrakteerd:
A van Angst, B van bloedzuiger, D van Dracula, F van Frankenstein, G van Geesten, H van Heksen, Hel, M van Monster, V van Vampier, W van Weerwolf, Z van Zombie.

Op de vampierparty op school, door onze lieve lagere schoolleraressen georganiseerd, moeten kinderen er als vampiers uitzien: in de spiegel staart je dan een kalkwitte tronie aan. Lichten de ogen op in de donkere oogholten, toont de bloedrode mond de scherpe hoektanden. (tekstvoorbeeld uit de basisschool).
Voor een zgn. vakoverstijgend leerproject als ‘spokenparty’ moeten de kinderen zich in een ‘lievelings-griezelgestalte’ veranderen (persbericht).
In de praktijkoefening wordt hen de dood op de meest afschuwelijke manier met gruwelscènes en skeletten dichterbij gebracht.

Terug naar de Middeleeuwen?
De heksen-, gruwel- en griezeltraining is onderdeel van een omvangrijk opvoedingsprogramma. Deze pedagogiek moet de magie, hekserij en toverij bagatelliseren en tegelijk verheerlijken. Ze moet de kinderen magische denkwijzen, het magische wereld- en mensbeeld en tenslotte ook magische (dwaal)leer- en praktijken verschaffen.
Hier wordt in deze studie uitvoerig op ingegaan.

“Volgens mijn (dr. Franzke’s) observaties zijn alle studenten die naar eigen zeggen magie en hekserij praktiseren, zowel lichamelijk als geestelijk zeer ziek en geestelijk verward. Zij zijn niet in staat om referaten te schrijven die voldoen aan normale wetenschappelijk standaards, of hun studie te beëindigen. Veelal zijn ze maandenlang in psychiatrische behandeling of moeten ze worden opgenomen.

Bijzonder gevaarlijk is ook de voorgeschreven gruwel-, angst- en griezeltraining. Dit is een binnenvoeren in de psychologie van het kwaad. De psychologie van de verschrikking, van de huiver, van de walging en de angst is de psychologie van de duivel en duivelsaanbidders. De griezeltraining evenals verschrikking en gruwel zijn vaste bestanddelen van diverse magische en occulte systemen, zoals bijv. het satanisme, het Tibetaanse tantrisme en veel andere magische en geheime culten.

De confrontatie met griezeldieren, griezelscènes en griezelgerechten (heksenkeuken), met horrorwezens en horrorscènes is een brutale mishandeling van de kinderziel. Gruwelweken en griezelscenario’s beschadigen en verkrachten de ziel van onze kinderen.

NB. Terwijl de politiek haat en geweld tegen buitenlanders en mensen met een donkere huidskleur verbiedt en hiertegen demonstratieve massamarsen worden gehouden, bewerkt de heksen-, gruwel-, angst- en griezeltraining het tegenovergestelde: Het is tegenwoordig toegestaan de kinderziel aan het boze, gruwelijke en afschuwelijke te laten wennen en de bereidheid tot geweld en haat te bevorderen.

Een bijbelse visie op heksen
Uit bijbels oogpunt werken heksen en tovenaars samen met de machten van de duisternis, met boze leugengeesten die slechts komen om te verstoren, te stelen en te doden (Joh. 10:10). Magie, hekserij en tovenarij is afgoderij en is God een gruwel (Deuteronomium18:19 e.v.). Wie hekserij en tovenarij uitoefent gaat in tegen het eerste gebod (“Gij zult geen andere goden hebben”); hij is ongehoorzaam tegen God en maakt Hem tot zijn vijand. In het Oude Testament heeft God bevolen de tovenaars te doden (Exodus 22:17). In het Nieuwe Testament heeft God het gebod tot het doden van heksen en tovenaars opgeheven. Het gebod tot doden gold slechts voor de joden, het uitverkoren volk van God, van het Oude Verbond. Toch maakt ook het Nieuwe Testament duidelijk dat tovenaars en afgodendienaars niet het eeuwige leven bij God, maar eeuwige verdoemenis in de vuurzee te wachten staat (Openb. 21:8, 22:15).

Er is dus geen bijbelse rechtvaardiging voor magie, hekserij en tovenarij. Voor alle duidelijkheid: er is (en was in de Middeleeuwen) geen rechtvaardiging voor het verbranden en verdrinken van heksen. Magie, hekserij en toverij gaan in tegen het Woord van God, net zozeer als de heksenvervolging in de middeleeuwen (gij zult niet haten, niet doden en niemand schade toebrengen). Daarom moeten christenen dubbel waakzaam zijn. Het Woord van God beveelt: gelovige christenen moeten de werken van de duisternis ontmaskeren en er geen gemeenschap mee hebben (Ef. 5:11). Tegelijkertijd moeten ze heksen niet haten of vervolgen. Gelovige christenen hebben immers geen reden bang voor heksen te zijn: ze staan onder de bescherming van de Heer zolang ze Hem gehoorzaam zijn. Toch is hekserij niet slechts een fantasiebeeld, zoals vele wetenschappers en/of heksen doen willen geloven. Hekserij werkt beslist wel.

Heksen kunnen niet genezen. Ogenschijnlijke genezingen door heksen zijn een mythe en missen elke wetenschappelijke grond. Er zijn geen wetenschappelijke bewijzen voor hun genezingskrachten. (Witte) heksen gebruiken of banale alledaagsheden of bovennatuurlijk weten uit het rijk der duisternis. Ze gebruiken of natuurlijke of bovennatuurlijke middelen.
Hun zogenaamde vertrouwen op de genezingskrachten van de natuur is een menging van alledaagsheden, bijgeloof en magie. Wanneer ze genezen en helpen gebeurt dat met natuurlijke en/of bovennatuurlijke middelen en wie zich door mensen laat helpen die met de machten der duisternis (samen)werken moet vroeg of laat een hoge prijs betalen en/of zelfs een offer brengen. Ook in de geesteswereld krijg je niets gratis. De machten van de duisternis zijn boos, ze willen uiteindelijk niet helen of helpen, maar slechts schade toebrengen. Deze schade kan uit een zware tegenslag of in een andere, veel ergere ziekte bestaan. Het geloof dat je bovennatuurlijke wonderen voor niets krijgt, is volstrekt naïef. Wanneer heksen überhaupt zouden kunnen genezen, dan vervangen ze hoogstens het ene probleem door een ander.

Heksen zijn geen ‘wijze vrouwen’. Echte heksen gebruiken de ‘wijsheid van de machten van de duisternis.’ Heksen en magiërs zijn ook geen goede en lieve mensen, ook al doen zij – en degenen die hen aanprijzen – zich zo voor. Uit bijbels oogpunt zijn heksen en magiërs met de boze verbonden. Hun liefdevolle optreden is een uiterst dunne façade waarachter haat en vijandigheid schuilgaan, die bij de kleinste aanleidingen als een vulkaan tot uitbarsting komen. Daarvan kunnen alle ouders zich overtuigen als ze de magische praktijken van de leraar bekritiseren en voor hun kinderen afwijzen. Dan is plotseling alle hooggeprezen tolerantie verdwenen. Zo gebeurt het wel dat de kinderen en/of de ouders psychisch ziek worden verklaard en therapie nodig hebben. Dan zou men de bezorgde en zorgzame ouders het liefst uit de ouderlijke macht ontzetten en het kind in een tehuis laten opnemen, waarin het zeker wordt verwaarloosd.

Verboden om zich hieraan te onttrekken!
De plicht om deel te nemen aan dit quasi-religieus onderwijsprogramma dat tegen de wet ingaat, wordt regelmatig met de plicht tot tolerantie en het verwijzen naar de schoolplicht onderbouwd. Ouders en kinderen die dit afbrekende onderwijs uit geloofs- of gewetensgronden afwijzen, worden dan belasterd en gediscrimineerd, als sektelid beschimpt, met slechte cijfers vanwege deelnameweigering bestraft, geestelijk ziek en therapiebehoeftig verklaard. En dat terwijl juist de school de prestatie in de zin van normale kennisoverdracht en vorming niet nakomt!

Critici van magische praktijken worden door de aangesproken kringen
– hetzij genegeerd
– of persoonlijk aangepakt met valse beschuldigingen en gerechtelijke aanklachten, onder beschuldiging van discriminatie en laster (vooral op Internet van kapitaalkrachtige en anonieme organisaties!!!)

 

Graven in de aarde: resultaten van de tweede studiedag over creationisme op Urk in oktober 2002

B&O magazine dec. 2002, door R.H. Matzken/W. Hoek

Voor de tweede maal werd op Urk een symposium over het creationisme gehouden over de voortgang van de creationistische wetenschap. Zaterdag 26 oktober vulden een zestigtal deelnemers de zaal van het Oude Raadhuis, waaronder ondergetekenden namens Bijbel & Onderwijs. Evenals drie jaar geleden – toen het ging over het thema ‘De ijstijd’ – werd deze zaterdag gevuld met vier boeiende voordrachten. In de middag volgde een levendige discussie, want. evenmin als de evolutionisten zijn de creationisten het over alle dingen eens. Gelukkig zijn creationisten dat over de essentiële zaken wel, waarover wij in een volgend nummer nader zullen berichten.

Algemeen werd besloten om concreet de handen ineen te slaan oom een alternatief te bieden tegen het nog steeds populaire evolutionisme dat voor veel jongeren een barrière vormt om tot een persoonlijk geloof te komen.

Creationisten zijn wetenschappers die bij hun theorieën over het ontstaan van de aarde en haar biodiversiteit (de vele soorten van leven) rekening willen houden met datgene wat de Bijbel hierover zegt. Voor hen “spreekt de Bijbel met absoluut gezag voor het hele leven, dus ook waar het gaat over de kosmos, de geschiedenis en de natuur.” Daarmee nemen zij stelling tegen de leer van Darwin (het evolutionisme) die tegen de Bijbel ingaat en alle levensvormen verklaart uit de processen van tijd en toeval sinds de Big Bang, vele miljoenen jaren geleden.

De sprekers op dit symposium zijn ervan overtuigd dat deze twee theorieën of hypothesen niet met elkaar te verenigen zijn, maar namen ook stelling tegen zogenaamd christelijke pogingen dat wel te doen:

– Het theïstisch evolutionisme gaat ervan uit dat God het levensproces startte en vervolgens leidde door alle periodes van de geschiedenis.
– Het gespleten wereldmodel maakt scheiding tussen ‘geloof’ en ‘wetenschap’ en leidt tot een tweeslachtig denken: “Op zondag mag je geloven, op maandag moet je zeker weten.”

Er werden een viertal creationistische modellen gepresenteerd, die met elkaar gemeen hadden dat er in het verleden een catastrofale gebeurtenis heeft plaatsgevonden, die in de Bijbel beschreven wordt als de zondvloed.

De afgelopen tientallen jaren vindt het creationistische catastrofemodel steeds meer aanhangers onder wetenschappers die helemaal geen christen zijn, eenvoudig omdat dit model een betere verklaring geeft van datgene wat wetenschappers tegenkomen wanneer zij ‘graven in de aarde’. Met name de catastrofetheorie, die uitgaat van de zondvloed, geeft een betere verklaring van de relatie tussen fossielen en de lagen in de geologische kolom. Hiermee verdwijnt ook de noodzaak van de ‘miljoenen jaren’ en gaan creationisten bij hun onderzoek uit van een jonge aarde van 6000 tot 10000 jaar oud.

Het symposium in Urk ging vooral over de vraag of alle lagen van de geologische kolom tijdens en direct na de zondvloed zijn afgezet of alleen de middelste lagen
De discussie liep erop uit dat het symposium meer wil zijn dan alleen een platform voor deze verschillende meningen. Natuurlijk is het boeiend te onderzoeken in welke aardlagen de dinosauriërs, hun eieren, hun nesten, hun voetstappen en hun uitwerpselen kunnen worden geplaatst. Hoe zij in de ark de zondvloed hebben overleefd en welke rol meteorieten en vloedgolven hebben gespeeld, zodat wij ze alleen nog maar ‘virtueel’ tegenkomen in Jurassic Parc!.

Algemeen werd besloten om concreet de handen ineen te slaan om een alternatief te bieden tegen het nog steeds populaire evolutionisme dat voor veel jongeren een barrière vormt om tot een persoonlijk geloof te komen.

Van de vele goede materialen vermelden wij:
‘Genesismodel en Oorsprong en Ontwikkeling van de mensheid’, een bundeling van een aantal publicaties van drs. H. Murris (E 1,80 en verkrijgbaar bij murrishr@cd-online.nl.
Verdere nuttige informatie vindt u onder meer op de volgende websites:

www.creaton.nl

www.creabel.org

www.anw-antwoord.nlwww.evolutionismisdegeneration.com

www.wort-und-wissen.de

www.answersingenesis.org

 

Haat

Al mijn hele leven heb ik een hekel aan het woord “haat”. Ik heb ook nooit begrepen waarom mensen dit woord in hun mond namen. Ik nam mensen niet al te serieus, als ze uiting gaven aan hun haatgevoel. Ik had altijd het gevoel dat haten niet thuishoort in een christenleven. Ik vond het al helemaal raar, als ik hoorde dat God bepaalde dingen haat en deed wat veel mensen doen: verdringen wat er gezegd werd. Ik kon ook al niet meer luisteren, als het woord viel. Het maakte dat ik afhaakte. Ik was bang voor de emotie haat. Als ik het al eens voelde, dan drukte ik dat snel weg, want ik wilde immers op Jezus lijken en Jezus had zijn vijanden lief tot in de dood. Pas de laatste jaren ga ik iets begrijpen van de emotie haat. Helemaal nu ik tieners opvoed! Niet dat ik tieners haat, maar ik begrijp vaak niets van de heftige emotie achter de woorden: “Ik haat dat.”

Reuma

Als iemand ziek wordt door een bacterie of een virus, gaat zijn of haar lichaam direct aan het werk om deze bacterie of virus te elimineren. Diegene kan gaan overgeven, koorts krijgen, uitslag of diarrhee hebben. Dat zijn allemaal reacties die op het moment zeer onprettig zijn, maar er voor zorgen dat het lichaam daarna weer gezond is. Op deze zelfde manier werkt goede of objectieve haat in het leven van mensen. Het beschermt je geestelijk tegen verleidingen, verkeerde beslissingen, verkeerde keuzes, nare of kwetsende situaties.

Er is ook een slechte vorm van haat of zogezegd subjectieve haat. Die werkt als een auto-immuun ziekte. Bijvoorbeeld reuma. Hierbij gaat het lichaam reageren tegen lichaamseigen stoffen en ontstaan er ontstekingen, die niet gewenst zijn. Zo is het ook met subjectieve haat. Deze vorm van haat werkt vernietigend, zowel voor hemzelf als voor de relaties die iemand heeft. Aan reuma gaat niemand dood, maar ernstige vormen bemoeilijken het leven zeer. Het zit in het bloed en het woekert voort. Destructieve haatgevoelens worden nooit geuit naar aanleiding van de huidige situatie, maar komt voort uit de opgebouwde en niet-opgeloste gevoelens van vroeger.

Luister of kijk eens goed naar de mensen om u heen. Is er iemand die zomaar woedend kan uitvallen om een klein iets? Spreekt iemand met minachting over een ander, zelfs waar diegene bij is? Steekt iemand zijn middelvinger naar u op, omdat u een verkeerde inschatting maakte op de weg? Is er iemand die steeds terugkomt op een bepaalde manier van werken bij u of een ander? Dit hoort allemaal bij de laatste, de slechte vorm van haten. Het beschermt de persoon niet, het vernietigt hem en zijn relaties. Vaak laten veel mensen het gebeuren dat zij deze manier van haten hanteren, maar God heeft een andere manier en wil ook dat u Hem daarin navolgt.

Goed haten

In Spreuken 6:16-19 staat: Dit zijn zes dingen die de Heer haat; zeven die voor Hem een gruwel zijn:

– Hoogmoedige ogen,
– Een leugenachtige tong,
– En handen die onschuldig bloed vergieten,
– Een hart dat misdadige plannen smeedt,
– En voeten die haastig naar het kwade snellen,
– Een valse getuige die leugens vertelt,
– En degene die ruzie teweegbrengt onder broers.

God neemt stelling tegen de bedreigingen voor zijn mensen en zijn Koninkrijk. Wat zou het geweldig zijn, als wij Hem daarin zouden volgen! Door te haten zorgt Hij voor bescherming en een goede richting van zijn liefde. God veroordeelt niet de mens, maar wel zijn verkeerde daden. Met de sterke emotie-haat zegt Hij die daden niet te verdragen. Zo deed ook de Here Jezus. Hij bleef ervoor kiezen de mensen lief te hebben en duidelijk te maken waar het werkelijk om gaat. Zijn advies was vaak: ga heen en zondig niet meer.

David is een van de mensen die God daarin volgde. Lees psalm 101 maar. Overgezet naar onze tijd zouden we een eigen psalm kunnen schrijven:

  • ik wil er werk van maken om als God te leven, op mijn werk en thuis,
  • ik wil uit de buurt blijven van mensen die goede dingen, zoals liefde en seks verdraaien en ze op een onzuivere manier gebruiken,
  • ik wil niet omgaan met mensen die roddelen of andere mensen vernederen arrogante mensen, die denken dat ze superieur zijn en mij proberen te vernederen ga ik uit de weg,
  • ik wil in de buurt zijn van mensen met een goed hart en goede bedoelingen, ik wil ontvangen wat zij te bieden hebben en van ze leren,
  • ik wil geen gezelschap zijn van mensen die anderen bedriegen en mensen die niet van de waarheid houden.

Als wij zelf al vroeg leren er werk van te maken te haten op de goede manier en de dingen te haten die God haat, kunnen wij ook onze kinderen leren aan deze emotie een positieve invulling te geven. Dat vergt radicaliteit en als we onszelf herkennen in een situatie waarin we gekwetst worden of verleid, een duidelijk stappenplan om opnieuw de keuzes te maken die door het lezen hiervan weer duidelijk voor je worden.

  1. Maak een lijstje van dingen waar je stelling tegen wilt nemen.
  2. Maak een lijstje van de waarden die voor jou het belangrijkst zijn.
  3. Ga bidden om stappen te ondernemen om nieuwe grenzen op te richten.
  4. Ga bedenken, hoe je in een volgende situatie kunt aangeven dat je dit gedrag haat en dat je een bespreking wilt om een oplossing te zoeken.
  5. Bid, voordat je de bespreking in gaat voor een positieve houding. Veroordeel niet mensen, maar maak duidelijk dat gedrag of omstandigheden voor jou onwenselijk, onwerkbaar of onleefbaar zijn.
  6. Breng het goede haten op die manier in praktijk. Zoals in het begin al duidelijk was: op het moment zelf zal het onprettig aanvoelen, zoals koorts, overgeven of diarrhee. Daarna ga je met een grotere geestelijke gezondheid verder met het leven met God.

Opvoeden tot de goede haat en de beste liefde

Het zal niet makkelijk zijn jezelf te confronteren met wat je tolereert, alhoewel je zo kunt aanwijzen in je eigen leven wat je haat, wat je onwenselijk vindt. Je krijgt namelijk wat je toelaat. Als jouw toelatingsniveau voor slechte woorden erg laag is, zullen veel mensen in je omgeving vloeken en slechte dingen zeggen. Als jouw toelatingsniveau voor roddel erg laag is, zul je veel roddelaars ontmoeten. Als jouw toelatingsniveau voor misbruik erg laag is, zul je te maken krijgen met mensen die misbruik van je maken. Dit is dus een lastige. Je moet eerst zelf echt leren haten, wat met recht gehaat moet worden. Vervolgens leren daar tegen op te komen om jezelf te beschermen. Bidden, nee zeggen, duidelijke grenzen aangeven zonder beschadigende reacties en gevolgen verbinden aan overschrijding van de grenzen. Dat kan zijn afzondering, zodra het gedrag plaatsvindt.

Nog moeilijker is het om je kinderen te begeleiden om stelling te nemen tegen de dingen in de wereld die hen schade toebrengt. Hoe breng je: “Ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen” in praktijk. Zelf doen is het beste voorbeeld. De basisingrediënten moeten bovenaan je haatlijst staan: oneerlijkheid, misbruik, onbeleefdheid, macht en onderdrukking en verder alles dat schade toebrengt aan de beste manier van liefhebben.

Van jongs af aan en spelenderwijs kun je je kinderen duidelijk maken dat grenzen echt belangrijk zijn. Met betrekking tot de zedelijke grenzen zijn er voor de basisschoolleeftijd goede boekjes, die je samen kunt lezen en bespreken (wat vind jij goed en wat vind je absoluut niet goed, hoe voelt het als….). Onder roddel versta ik alle vormen van kwaadsprekerij. Ook het op denigrerende manier spreken over leraren en medeleerlingen hoort daarbij. Maak onmiddellijk duidelijk dat je de manier van spreken niet wenselijk acht en vraag wat er werkelijk aan de hand is. Dan hoor je misschien: “Ik haat het dat die leraar niet naar mij wil luisteren” of “Ik haat het dat ze iedere keer mijn tas naar beneden gooien”. Wat gebeurt er dat er niet naar je kind geluisterd wordt? Wat zou hij of zij er zelf aan kunnen doen om de aandacht van de leraar te krijgen? Wat zou het kind kunnen doen om het pestgedrag te stoppen?

Maak je kind duidelijk dat kiezen wat je haat een heel serieuze aangelegenheid is. Waar werk je aan mee en wat wil je niet? Wat is het leven van je kind binnengedrongen dat er niet behoort te zijn? Zo wordt het immuunsysteem van jou en je kind steeds groter en sterker. We kunnen leren met onze haat ook onze liefde mee te brengen. Ondanks dat er van alles gebeurt in ons leven dat ons kan belemmeren of beschadigen, mogen we het respect voor andere mensen behouden en in het oprichten van grenzen meebrengen.

Angst, boosheid en verlies van zelfbeheersing laten het immuunsysteem niet groeien, maar breken het af. Respect, geduld, bereidheid tot praten, weten wat je wilt, vriendelijkheid en mildheid en toch niet toegeven, kunnen meegaan in de positie van het stelling nemen tegen de dingen die je niet wilt.

Doelgericht haten mondt uit in herstel en genezing.

Mensen die het goede haten in praktijk brengen, weten vaak wat hun doelen zijn. Ze werken hier door heen aan vaardigheden om anderen te kunnen helpen. Mensen die te maken hebben met verslaafde familieleden of vrienden, weten wat ik bedoel. Je houdt van de ander, maar je handelt keihard tegen de verslaving. Hierdoor ontdekt de andere mens wat jouw waarden zijn. Hij of zij kan gaan verlangen naar de grote vrijheid waar van uit je handelt en spreekt. Je biedt een authenticiteit die ze bij anderen niet tegenkomen. Dit biedt perspectieven voor herstel van de relatie en eliminatie van de verslaving. Je bent de spiegel voor de verslaafde om ook op een goede manier te gaan haten wat haar of zijn leven zo kapot maakt. Of het nu pesten, eten, geld, internet, drank, roken, drugs of wat dan ook is. Dat maakt niet uit.

No Apologies en een verbond met God.

Een van de verschijnselen in onze cultuur als gevolg van onze worsteling met onze eigen grenzen en die van onze kinderen is bijvoorbeeld internetverslaving en daaraan gekoppeld risicogedrag. In Nederland heeft de Christelijke Hulptelefoon voor kinderen een programma ontwikkeld. Dit programma is overgenomen en herschreven vanuit Amerika en wordt ook in verschillende andere landen gebruikt. Het wordt aan jongeren van 12 tot ongeveer 18 jaar aangeboden om hun een kans te bieden na te denken over hun leefstijl en gedrag. De naam van het programma: No Apologies (in het Nederlands vertaald: geen verontschuldigingen) geeft weer dat de kinderen tijdens het verwerken van de lessen nadenken over meer opties met betrekking tot hun eigen gedrag. Wat heb ik lief en wat haat ik en waarom? Opties die tot gevolg hebben dat zij geen verontschuldigingen hoeven te maken aan hun ouders, (toekomstige) partner en toekomstige kinderen. De tieners krijgen de gelegenheid een sterk karakter te ontwikkelen waarin zij de principes van God volgen. Zij zullen op een goede manier keuzes kunnen maken, overwegingen kunnen hebben, conflicten kunnen oplossen en relaties kunnen bouwen.

Wij, als ouders en onze kinderen, hebben het nodig om een verbond met God aan te gaan om Hem werkelijk te volgen. In het leven in dat verbond ervaar je de bevrijdende werking van echte liefde die grenzen en het goede haten omvat.

 

Frea Kroese

 

 

Vanuit de vergelijking met India worden als kernpunten van het christen-zijn nader belicht: Gebed; cultuur; besef van geestelijke strijd; de Bijbel als absolute waarheid; geestelijke eenheid en radicaal discipelschap.
India is in feite geen land, maar een werelddeel, met circa één miljard inwoners en 1652 verschillende talen. De voertaal bij het lesgeven is op veel scholen daarom Engels; zo worden op de hierboven genoemde opleiding in een klas gemiddeld 7 verschillende talen gesproken en de studenten verstaan elkaars talen niet. De bevolking is overwegend hindoeïstisch (80%); 12 % is moslim en circa 3 % christen. Het wegtrekken van de Engelsen in 1948 betekende de instorting van veel kerkelijk christendom, vanwege interne strijd om de gebouwen. De onafhankelijke groepen vertonen grote vitaliteit en sterke groei door evangelisatie. Dat is de reden dat er een antizendingswet in Tamil Nadu, de deelstaat, waarvan Madras de hoofdstad is, uitgevaardigd is: als een hindoe zich wil laten dopen, moet toestemming gevraagd worden aan de regering. Men kan in Tamil Nadu en ook andere deelstaten vanwege het geven van godsdienstonderwijs beschuldigd worden van zending bedrijven en loopt men het risico van maximaal 20 jaar gevangenisstraf.

Het kastensysteem, hoewel officieel afgeschaft, ligt als een vloek op India. Vooral van de kant van de hogere kasten (bijv. de brahmanen ) bestaat veel weerstand tegen het christendom, omdat men bang is de macht te verliezen over de lagere kasten en kastelozen, wanneer deze christen worden.
Het christelijk onderwijs in Madras wordt hoger aangeslagen dan het overige onderwijs, met als gevolg dat op veel christelijke scholen de christenen een minderheid vormen. Zelfs komt het voor dat men een hindoe school een christelijke naam geeft om zo meer leerlingen te trekken.

De kennis van de Bijbel en het christendom onder Hindoes is minimaal. Men vereenzelvigt het christendom met het westen en de VS. Het hindoeïsme staat open voor alle godsdiensten, (‘in alles zit wat van God’.), en is wat dat betreft te vergelijken met de zogenoemde ‘New Age’. Daarmee en met het kastensysteem staat het hindoeïsme lijnrecht tegenover het Evangelie.

Men zou verwachten dat het geven van godsdienstlessen extra moeilijk zou zijn. In de praktijk blijken de godsdienstlessen juist zeer vruchtbaar te zijn, aldus een afgestudeerde docent die op een groot aantal scholen godsdienstonderwijs verzorgt.
Voor dit positieve resultaat werden zes factoren gegeven:
1.Gebed. Er wordt door de christenen veel tijd besteed aan gebed. Daar begint men de dag mee van 5.00-5.45 uur en een vergadering kan bijv. bestaan uit 3 uur bidden en ½ uur vergaderen.
2. Cultuur. De bijbelse cultuur van het O.T. staat veel dichter bij de Indiase cultuur. De ouders kiezen bijvoorbeeld een huwelijkspartner voor hun kind. Ook onder christenen is het gearrangeerde huwelijk algemeen. Ze bidden daarvoor en overleggen met de voorganger. De kinderen zien elkaar maar kort en als ze elkaar niet tegenstaan, gaan ze enkele maanden later trouwen. De kinderen vinden onze wijze van partner kiezen vreemd, want zij vinden dat hun ouders wat dat betreft toch beter inzicht hebben.
3. Besef van geestelijke strijd. Men heeft veel kennis wat betreft de geestelijke strijd.
4. De Bijbel wordt als absolute waarheid aangenomen. In ons land staat de Bijbelkritiek lijnrecht tegenover het Evangelie.
5. Geestelijke eenheid. Ook al bestaan er heel veel verschillende denominaties, toch is er openheid voor elkaar. Bijv. een Lutherse student stichtte bijvoorbeeld diverse evangelische gemeentes en werd daarbij gesteund en geholpen door Lutherse geloofsgenoten.
6. Radicaliteit
. De gelovigen zijn radicaal in hun afscheiding van de wereld.

Tijdens het ‘interactieve deel’ van de lezing kwam onder meer het naar voren:
• Overeenkomsten tussen het Nederlandse New Age denken en het hindoeïsme zijn:
reïncarnatie gedachte; aandacht voor het bovennatuurlijke; occultisme; de vele alternatieve geneeswijzen; yoga. Het postmodernisme is in feite het zeer oude hellenisme, waar Paulus tegen getuigde (Hand.17). Het hindoeïsme met zijn veelgodendom lijkt op dat hellenisme.
• De hindoe wordt het meest geraakt door de kracht van God. Als hindoe is hij toegewijd aan zijn persoonlijke god. Als hij dan een christen ziet met die toewijding, treft hem de persoonlijke relatie die zich uit in liefde. Ook gebedsverhoring bij ziekte heeft grote overtuigingskracht.
• De spreker is bedroefd over de houding van het kerkelijk christendom in Nederland. Hij mist daar de persoonlijke geloofsbeleving. Men zou beter tijd kunnen besteden aan evangelisatie dan zich druk maken om onbelangrijke dingen, want Nederland wordt steeds onchristelijker en de wereld staat in brand. Het gaat om geestelijke eenheid van de gelovigen. In India besteedt men tijd aan gebedsdiensten en betrekt men de leden erbij. Die leden zorgen voor de aanwas.

 dr. Pieter A. Siebesma

Voor de meeste aanwezigen was dit een eerste kennismaking met Evangelisch Bijbelgetrouw Voortgezet Onderwijs (EBVO), dat is voortgekomen uit de wens van honderden ouders en nu inspeelt op de wens van straks duizenden ouders. Om als nieuwe ‘richting’ in aanmerking te komen, moest een geheel eigen onderwijsaanpak worden beschreven, die zich thans vooral richt op drie strategische stukken: de ‘educatieve basisvisie op het kind’, ‘hoe ga je met elkaar om in schoolverband’ en de ‘uitwerking van Gods waarheid in schoolvakken’. Samen vormen deze stukken een belangrijke basis voor de uitwerking van een school- en leerklimaat dat kenmerkend is voor ‘de evangelische richting’, en wij mogen hopen dat elementen hiervan ook andere scholen voor Prot. Chr. onderwijs zullen aanspreken. Wellicht ten overvloede moge dienen dat Bijbel & Onderwijs zich richt op het hele onderwijsveld, want in toenemende mate richten wij ons ook op gereformeerd (vrijgemaakte) en reformatorische scholen.

Onderwijstechnische kenmerken

Deze eerste EBVO school is in 1999 gestart in Utrecht en breidt elk jaar met een nieuw leerjaar uit. Met ingang van september 2001 zijn er dus drie leerjaren met een aantal parallelklassen (gelet op de grote belangstelling heeft het bestuur besloten om het nieuwe schooljaar tot maximum zes nieuwe klassen te beperken, om zodoende een evenwichtige groei mogelijk te maken). De komende jaren hoopt men ook in andere plaatsen ‘EBVO’-scholen op te richten, zoals in Twente, Rotterdam en Amsterdam, en mogelijk ook in Vlaanderen. Zoals al blijkt uit de gecombineerde naam: bijbelgetrouw én evangelisch, is deze school – evenals Bijbel & Onderwijs – nadrukkelijk bijbelcentrisch èn christocentrisch. Het eerste komt vooral tot uitdrukking in de inhoud van de schoolvakken, het tweede blijkt met name bij de vorming van de leerlingen, die het karakter draagt van discipelschapstraining.

Om dit te kunnen realiseren maakt men gebruik van tal van elementen van modern onderwijsmanagement, zoals een integraal beleidsplan, clusters van vakken, een leerplanner en zogenaamde ‘parallelle methoden’. Directe bedoeling is ook het vormen van een hecht docententeam, want men kan niet iets doorgeven dat men zelf niet eerst heeft omarmd.

Dit kost uiteraard het nodige aan vergadertijd, een tijd die door de docenten als heel productief wordt ervaren als hij bijdraagt aan de eigen vorming en geestelijk leven. Het resultaat ervan leidt uiteindelijk tot vele bouwstenen of elementen, waarin telkens een bepaald onderwerp of thema bijbels en vakinhoudelijk wordt behandeld. Deze elementen worden aan de onderscheiden vakken toegedeeld, met als resultaat dat er een bijbels/didactische integratie wordt bereikt samen met de kerndoelen die de regering aan het onderwijs stelt. Zelfs afstandsonderwijs wordt met deze aanpak op termijn mogelijk, bijvoorbeeld aan kinderen van zendelingen.

Keuze van methoden en materialen

Nu is het één ding om een ideaal schoolplan uit te werken, iets anders is het om hierbij de juiste methoden en materialen te kiezen. Centraal in de definitie van de bijbelse basisbegrippen zelf staat hierbij het godsdienstonderwijs en het is verheugend te vernemen dat daarbij De Bijbel in de Basis als het meest geschikt voor de basisvorming werd beoordeeld.
Maar voor de meeste andere vakken bestaat zo’n ideale methode niet, daarom is hier voor een andere aanpak gekozen. Om te beginnen wordt per cluster en vervolgens per vakgebied vastgesteld wat voor filosofie (bolwerken) achter de methode steekt, zoals deze uit de leerboeken en andere materialen naar voren komt. Gelet op de achtergrond van prof. Van Beckevoort – vóór zijn EBVO-periode professor management in Brussel – neemt hij de achtergronden van het vak economie eerst als voorbeeld. Bijvoorbeeld, wat ‘de markt’ wil is voor velen de ‘norm’. Nee dus! Hier zou heel goed de titel van toepassing zijn van een andere methode waartoe Bijbel & Onderwijs destijds de aanzet gaf, namelijk ‘Genoeg is meer dan veel’. ‘De wil van de markt’ is een typisch voorbeeld van deterministisch denken bij het vak economie.

Bij andere vakken komt dit deterministisch denken weer op andere wijze tot uiting. Dikwijls wordt dit niet als zodanig herkend, maar juist dan dreigt de mens onbewust door deterministisch denken te worden aangestuurd. In zijn rede leidde Van Beckevoort de aanwezigen vervolgens langs de consequenties van dit denken, dat zowel natuurkunde als biologie (evolutionisme!), maar ook bijv. literatuur, mens en maatschappij heeft geïnfiltreerd. Op deze wijze bepalen een aantal kenmerken van de humanistische mensvisie op veel scholen de zich vormende levensstijl van onze jonge tieners in bijbels-negatieve zin. Ook wanneer deze komen van christelijke huize, want welke ouder kan hier nu tegenin gaan? Daarom is het van wezenlijk belang dat de docenten zich hiervan bewust zijn en hun leerlingen samenhangende concepten bijbrengen, zodat deze zelf kunnen ontleden wat zij tegenkomen en dat relateren aan Gods Woord. Dit leidt dus tot een tweezijdige integratie van schoolvakken en Gods waarheid, maar ook van de Bijbel op alle terreinen van het leven.

Een wezenlijke vraag luidt: hoe gaat uw school nu om met Nederlandse literatuur? In zijn antwoord stelde Vanbeckevoort dat in de onderbouw kan worden volstaan met het beter leren kennen van de moedertaal en, in eerste aanzet, van een aantal stromingen; met name in de bovenbouw zullen van een aantal stromingen bepaalde boeken als voorbeeld worden aangevoerd, waar nodig met begeleiding. In geen geval worden boeken met occulte en/of pornografische passages aanbevolen cq. aangeboden.

Belangrijk is ook dat de leerlingen drie jaar lang hun eigen mentor houden, zodat deze desgewenst ook in algemene zin voor begeleiding kan zorgen .
Natuurlijk zou het ideaal zijn als voor ieder vak goede christelijke boeken werden geschreven. Nu dit niet het geval is, zal men volgens vooraf afgesproken criteria moeten kiezen uit ‘de minst verwerpelijke’ methodes. Bij deze methodes zal de docent in voorkomend geval de nodige weerleggende en aanvullende – begeleiding geven. Dat komt dan in de ‘parallelle methode’ van het betrokken vak terecht.

Deze aanpak heeft ook een voordeel, en dat is dat leerlingen hun kritisch vermogen ontwikkelen en weerbaar worden gemaakt vanuit een sterke bijbelse overtuiging. Centraal hierbij staat 2 Corinthiërs 10:4-5: “de wapenen van onze veldtocht (onderwijs als veldtocht!) zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten en elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid van Christus.”

Vorming tot discipelschap

Bij het evangelisch voortgezet onderwijs gaat het niet alleen om kennis, maar ook om karaktervorming. Eigenlijk is dat helemaal niets nieuws: gold dat vroeger niet voor alle ‘Scholen met de Bijbel? Nieuw is wel dat dit wordt gedaan vanuit de modernste onderwijsvisies en tegen de achtergrond van de 21e eeuw.

Deze vorming gebeurt in overleg met de ouders, waarmee in voorkomend geval duidelijke afspraken worden gemaakt. Hierbij worden principiële keuzes gemaakt, die tevoren worden doorgesproken, zoals: het verschil tussen bijbelse en ‘andere’ meditatie (bijv. gevuld door de Here of ‘leeggemaakt’ worden), stijl en optreden, soberheid, de minste willen zijn, schuld belijden enz. De activiteiten zijn vrijwillig, zoals vrijwillig ‘vasten’: (tijdelijk) afzien van overigens normale zaken in onze welvaartscultuur. Hierbij wordt zorgvuldig gewaakt tegen uitersten zoals wetticisme of groepsdruk. Het is veeleer zo dat leerlingen de gelegenheid krijgen om hun christen-zijn in daden om te zetten met als uitgangspunt 1 Tim. 4:7, “Oefen u in de godsvrucht” en Gal. 6:8. Het gaat hier om iets van binnenuit, waarbij Christus het centrum is. Zo mag ook een begrip als ‘heilig voor God’ niet beklemmend zijn, want niet het pad zelf maakt heilig, maar wie daarop wandelt, wordt geheiligd.
Op allerlei terreinen wordt gezocht naar bijbels evenwicht, bijvoorbeeld bij discipline en straf, waar nodig in overleg met de ouders.

Iemand uit de zaal vindt het ontroerend om weer door te mogen geven wat vroeger vrij algemeen als regel gold. Maar hoe functioneren kinderen in een maatschappij waarbij het bijvoorbeeld verplicht is voor een ambtenaar om een homostel te trouwen, of in de gezondheidszorg waar reiki-massage bijna verplichte kost is? De inleider vindt dat er nog terreinen genoeg over zijn waar christenen dienstbaar kunnen zijn (al lijken dat er snel minder te worden). Bovendien worden vooral in de bovenbouw dit soort problemen besproken, bijvoorbeeld wanneer we God meer gehoorzaam moeten zijn dan richtlijnen van mensen.

 

dr. Emile van Beckevoort


Ontstaan

Gnostiek ontstond in de eerste eeuw. In Col. 2 en 3, 1 Tim., Titus en 1 Joh. wordt er tegen gewaarschuwd.

De gnostiek is een poging om antwoord te geven op vragen als: waarom zijn we hier, wat is het doel van het leven, waar komt het kwaad vandaan? Vooral op dat laatste zocht men een antwoord. Er kwam een variatie aan antwoorden. Maar, er is toch wel wat gemeenschappelijks aan te geven. Dat luidt ongeveer als volgt. De gedachte is dat in god zelf een splitsing tussen goed en kwaad ontstond. Er ontstond een dwaze scheppergod (demiurg). Je zou kunnen zeggen dat god in het kwade viel. Het kwade groeide als het ware uit en er ontstond een wereld door de klungelige demiurg. Het was dus niet de bedoeling dat er een wereld ontstond. De demiurg is een bedrieger die zich voordoet als de ware, onkenbare god. En toen de wereld er eenmaal was, was deze een ramp. Bovendien werden door het geklungel per ongeluk goddelijke vonkjes opgesloten in de mens.

De oorzaak van het kwaad ligt dus bij God. Daarom is er geen sprake van zonde bij de mens, want hij kan het niet helpen. Hij is zo ontstaan: een goddelijke vonk in een kwade, materiële gevangenis. De gnosticus spreekt dan ook niet van zonde en schuld, maar van onwetendheid.

Gewoonlijk weet de mens niet dat hij een goddelijke kern heeft. Een uitgelezen groepje kan door gnosis, hogere kennis, daarvan weet krijgen. Door een speciale openbaring kan de mens die esoterische (alleen voor ingewijden bedoelde) kennis verkrijgen. Dan weet hij dat hij in zijn kern goddelijk is en kan gaan zoeken naar nog meer kennis, aan de hand van leraren, Verheven Meesters, om zichzelf als god te kunnen gaan ervaren. Een van die leraren is Jezus, maar ook bijv. Seth (de slang).

In dit artikel hebben we het over gnostiek zoals zich dat op christelijk erf voordoet.

Gnosis is op allerlei wijzen te verkrijgen. In ieder geval is het een tweede openbaringsbron, naast de bijbel. Ja, zelfs blijft de gnosticus niet langer aan de letterlijke betekenis van Bijbelwoorden hangen, maar leert er de verborgen bedoeling van kennen. Zo verlost hij zichzelf. De gnostiek is dus een leer van Zelfverlossing, want de mens kan door steeds hogere kennis contact krijgen met zijn goddelijke kern tot hij tenslotte zich kan verenigen met het goddelijke Al. Jezus is het die hem door gnosis bewust maakt van zijn gevallen toestand en hem terugbrengt tot de volheid en de volmaaktheid.

Christus en Jezus zijn van elkaar gescheiden: Christus is een geestelijk, hemels wezen, Jezus is zijn aardse verschijningsvorm. Vóór de kruisiging maakte Christus zich daarvan los en leeft als geest verder. Alleen de drie jaar tussen zijn doop in de Jordaan en de kruisiging was Jezus óók de Christus. Een andere opvatting is dat Christus een menselijk schijnlichaam had. In het Tho­masevangelie is het Jezus die de discipelen zich bewust maakt Christussen te zijn. Jezus is de identieke tweelingbroer van de gnosticus. Wie dus de echte gnosis bereikt, wordt niet een christen maar een Christus.

We noemen dit pakket gedachten ‘gnostiek’. Maar lang niet iedereen, waarschijnlijk zelfs de meesten, die vandaag de dag gnostische ideeën hebben, weten dat ze met gnostische gedachten bezig zijn. Het zijn gedachten die uit ons natuurlijke, gevallen, denken opkomen en sterk beïnvloed zijn door de cultuur waarin we leven. Van nature willen we niet weten van een God, die hemel en aarde geschapen heeft, willen we er niet van weten dat de mens, door eigen schuld, in zonde is gevallen en daarom ten diepste slecht is. We aanvaarden niet dat we van een Ander afhankelijk zijn voor onze verlossing. Verlossen doen we graag zelf. Het woord ‘gnostiek’ wordt hier voor het gemak gebruikt, om aan te duiden waar we het over hebben. En niet om iedereen, die daar iets van heeft opgepikt, gelijk in de hoek van ketters te zetten.

In de eerste drie eeuwen van onze jaartelling bloeide de gnostiek. Erna was het meer ondergronds, nu en dan opduikend. Bijvoorbeeld de Bogomielen in de 10e eeuw, de Katharen sinds ong. 1150, in de Renaissance Pico della Mirandola en rond 1600 de mysticus Jakob Böhme. Sinds eind 18e eeuw is het algemener aanwezig, eerst in de Romantiek (bijv. bij de jonge Goethe), rond 1900 bij Carl Gustav Jung en sinds ongeveer 1985, de newagebeweging, die nu deel uitmaakt van het postmodernisme.

 

Geschiedenis is één van de centrale vakken van het christelijk onderwijs. Hiermee verwerven leerlingen kennis en waarde-oordelen die hun functioneren als mens in de samenleving wezenlijk bepalen.


Kerndoelen Geschiedenis en Staatsinrichting

Evenals bij de vakken Bijbel/Godsdienst, Nederlands/Moderne talen en Natuurkunde hoort het vak Geschiedenis tot de centrale vakken van het christelijk onderwijs. Hiermee wordt immers de persoonlijkheid gevormd, waarmee de leerlingen kennis en waarde-oordelen kunnen verwerven die voor hun gehele functioneren als mens en als christen van wezenlijk belang zijn. Zonder dit wordt immers het reductionisme sterk bevorderd, waardoor leerlingen alles puur pragmatisch en uitsluitend beoordelen vanuit het nut in het hier-en-nu

Geschiedenisonderwijs helpt bij de vorming van eenmens die veelzijdig is en genuanceerd kan denken, die sceptisch staat tegenover opeenvolgende heils-ideologieën. Geschiedenis is bij uitstek een vak dat mensen ‘integratie’ leert van bijbelse waarden en normen met de praktijk van hetleven.
Geschiedenis valt onder de wereldoriënterende vakken. Daarbij kan een eenzijdig wereldbeeld worden gevormd, hetzij vanuit het modernisme/pragmatisme, hetzij vanuit het postmodernisme/relativisme. Daarom verwijzen wij ook wij naar de Vakoverstijgende kerndoelen, speciaal het gedeeltevan de gamma-vakken.

Als tegenwicht tegende invloed van hetpostmodernisme is kennisvan de geschiedenismeer dan ooit noodzakelijk voorde ontwikkeling van eenallround persoonlijkheid die weerbaar is tegen ideologische manipulatie.

Verder verwijzen wij naar de Vereniging voor Christen-historici, die zich als doel heeft gesteld:
– zich te bezinnen op de geschiedenis en haar beoefening en overdracht in Nederland te bevorderen en aan te moedigen,
-de belangen van haar leden, voorzover deze samenhangen met de beoefeningvan de geschiedenis, waar mogelijk te behartigen.