Kinderboeken:  Niks moet, maar alles mag (1)

“Bescherm kind tegen bizarre fantasie”, zo luidde de kop in het Reformatorisch Dagblad waarin Sietse Werkman, bestuurslid van Bijbel & Onderwijs, werd geïnterviewd vanwege alle commotie die ontstaan is  n.a.v. het artikel: “Het kwaad in de huidige jeugdliteratuur.” In het interview schetst Werkman ook zijn verbazing ten aanzien van alle negatieve reacties: “Dit zou toch breder gedragen moeten worden?”
Het is inderdaad een feit dat er jeugdboeken op de markt verschijnen waarin het lugubere, het krankzinnige, de wraak, het geweld en het grove taalgebruik niet (meer) wordt afgekeurd. Wat voorheen nog paranormaal of abnormaal was, lijkt steeds meer normaal te worden. Bewust choqueren zou men het kunnen noemen. Steeds een stukje verder gaan. Zoals Werkman in het interview al aangeeft, schermt men met  het woord “fantasie”.  Onder het mom hiervan moet alles kunnen. En, oh wee, wie de grens durft aan te geven. Bijbel & Onderwijs die de grens trok, heeft het moeten bekopen met een stroom van hatelijke en antichristelijke reacties. Maar de vraag is of het werkelijk verstandig is om  kinderen te laten lezen hoe andere kinderen op een lugubere en krankzinnige wijze wraak willen nemen, zoals  bijv. in het boek “Nachtvuur” van Stefan Boonen of hoe enkele kinderen elkaar uitdagen om gruwelijke offers te brengen, zoals de kop afhakken van je hond in het boek “Niets” van Janne Teller. En wat te denken van een opmerking van een leraar, zoals “Ik ga kokende olie over je heen gooien” in het boek “Meester Jaap” van Jacques Vriens, waar ook veel in wordt gevloekt, gescholden en geschreeuwd. “Er staat soms wel wat grof taalgebruik in, maar vaak wordt het daardoor heel grappig.” “Dit boek gaat tot op het bot van het voorstelbare, hoe gruwelijk het ook is, het is een schitterend boek”, zo reageren o.a. recensenten en ouders op dergelijke boeken.  Werkman stelt: “Ook een gewone, fatsoenlijke Nederlander heeft toch zijn grenzen?” Maar deze gewone en fatsoenlijke Nederlanders reageren over het algemeen positief op dergelijke boeken en dat is afgezien van de inhoud misschien nog wel het meest choquerend.


Heeft lezen invloed?
Wie eerlijk in de bibliotheek rondkijkt, weet dat, evenals bij films, het kaf van het koren moet worden gescheiden. Ernest Claes (1920), een bekende Vlaamse schrijver, overwoog tenminste nog bij het schrijven van zijn boek “De Witte”, of leesbeleving (= wat je leest en  meebeleeft) iemand ook kan aanzetten tot dergelijk gedrag in de realiteit . Dat deze schrijver zichzelf dit afvroeg in plaats van klakkeloos aan te nemen dat fantasie niet gevaarlijk kan zijn, is positief. In het verband met Ernest Claes gaat het om geweld in boeken, maar hoe zit het met thema’s als wraaknemen (al dan niet op lugubere wijze) of het bedrijven van seks of magie. Overigens blijkt uit onderzoek dat de helft of meer van de ondervraagde kinderen aangeeft te willen zijn of zo worden als een personage in het boek . Wat als deze personage magie bedrijft, krankzinnige ideeën uitwerkt of ….vul maar in.  In verband met geweld is er geconstateerd dat niet kan worden uitgesloten dat vechtbeleving tot vechtgedrag kan leiden . Hoe zit het met lugubere ondernemingen en magie in kinderboeken. Vragen schrijvers zichzelf wel eens af, of het zo zou kunnen zijn, dat dit de lezer kan aanzetten of aanmoedigen om iets soortgelijks te doen of dat het op zijn minst de interesse ervoor kan opwekken? Zeker als de hoofdpersoon met wie de lezer zich kan identificeren en voor wie hij respect of bewondering op kan brengen, dingen doet die verre van onschuldig zijn. Wat als hier, door de schrijver, eerder sympathie voor wordt opgewekt i.p.v. afkeuring?

Onderzoek
Saskia Tellegen van Delft, die onderzoek heeft gedaan naar de redenen die kinderen hebben om te lezen en de manier waarop ze lezen, geeft aan dat het moeilijk is om exact vast te stellen wat voor invloed leesgedrag heeft op kinderen. Dat de invloed van één boek groot kan zijn op het leven van een mens ondersteunt zij door enkele voorbeelden te geven. Eén voorbeeld daarvan is Harry Mullisch die als 11-jarige naar aanleiding van het boek “De ongelofelijke avonturen van Bram Fingerling” een laboratorium op zijn kamer inrichtte .
Verder zegt zij over de invloed van boeken het volgende:
“Boeken lezen heeft invloed op kinderen, in hoeverre en op welke wijze één bepaald boek invloed zal hebben, zullen we nooit kunnen voorspellen. Daarvoor lopen de reacties van verschillende kinderen op één en hetzelfde boek te veel uiteen.” (S. Tellegen van Delft,1997)
Het ene boek zal ongetwijfeld meer indruk achterlaten dan het andere, maar zowel thuis als in het onderwijs kan men niet van tevoren vaststellen in hoeverre en op welke wijze deze invloed plaatsvindt. Dit is in die zin dus niet meetbaar. Dat kinderen na het lezen van bijv. Harry Potter ook heks willen worden of zich met magie bezig gaan houden, kan als zodanig niet worden vastgesteld, maar het is wel een mogelijkheid waarvan ouders en leerkrachten zich bewust moeten zijn. Dit geldt uiteraard ook voor andere boeken met bepaalde thema’s of boeken uit een bepaald genre.

Leesbeleving
Waar wel onderzoek naar is gedaan, is leesbeleving. Er wordt wel eens aangenomen dat bij televisie de impact veel groter is dan bij lezen, maar ook lezen kan als “echt” worden ervaren, doordat lezers hetgeen zij lezen zelf meebeleven. Er wordt aangenomen dat de lezer verschillende verbindingen aangaat met een personage. Bij deze verbindingen gaat het o.a. om de mate waarin de lezer meeleeft met een personage. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat identificatie een groot effect op lezers kan hebben. Lezers kunnen zo meeleven, meedenken en meevoelen met een personage dat ze als ’t ware worden getransporteerd in het verhaal (Green & Borck, 2000; Green, 2004). De consequentie van deze transportatie is dat de scheidingslijn verdwijnt tussen feiten uit de werkelijkheid en de gebeurtenissen uit het verhaal . Daarnaast is het zo, dat ook al zien lezers de beelden niet, zoals dit bij televisie wel het geval is, kinderen en volwassenen wel een visueel voorstellingsvermogen hebben. Dit is het vermogen om beelden op te roepen die niet daadwerkelijk aanwezig zijn. Die beelden zien we met het geestesoog. Ook kunnen geluiden en stemmen gehoord worden. Deze vorm van verbeelding wordt daarnaast ook vaak ervaren. Bij lezen wordt er dus een beroep gedaan op het voorstellingsvermogen, ‘voor het geestesoog zien’ en ‘zelf meemaken’. Sterker nog, uit onderzoek blijkt dat als kinderen leren zich onderdelen van het verhaal visueel voor te stellen, zij vervolgens ook emotioneel bij dat verhaal betrokken raakten.  Belevend lezen zoals dit wordt genoemd, speelt ook een rol bij het onthouden van de inhoud van het gelezene. Als er bele-vend wordt gelezen, betekent dit dat een tekst  goed onthouden wordt. Het blijft in hun geheugen hangen . Als in een kinderboek dan uitgebreid aandacht wordt besteed aan hoe magische en gruwelijke handelingen worden uitgevoerd of de rituelen van wicca worden uitgelegd en een kind dit belevend heeft gelezen dan is het zeer waarschijnlijk dat dit is opgeslagen in het geheugen.

Grenzen stellen
Boeken lezen heeft invloed op een kind. Deze invloed kan zowel positief als negatief zijn. Als schrijvers, leerkrachten en ouders eraan voorbij gaan dat die invloed ook negatief kan zijn,  dan steek je je kop in het zand. Een kind dient om deze reden begeleid te worden bij het kiezen van een geschikt boek. Dit heeft te maken met verantwoordelijkheid van de ouders/verzorger en leerkracht. Sommigen zijn van mening dat als men ouders of leerkrachten op deze verantwoordelijkheid wijst, zij kinderen zouden beschouwen als domme en onmondige wezens. Immers, zo redeneert men, kinderen zouden zelf wel een boek wegleggen als het niet geschikt is of eng wordt gevonden. Dat is een gevaarlijke redenering. Er moet niet automatisch vanuit worden gegaan dat kinderen vanzelf wel bij de leerkracht of ouder(s) komen, als zij moeite hebben met bepaalde genres/thema’s/taalgebruik. Er worden dan hoge verwachtingen aan het kind gesteld, zeker als de rest van de klas – denk ook aan vriendjes en vriendinnetjes – die boeken wel graag leest. Daarnaast leg je de verantwoordelijkheid van de leerkracht en ouders bij de kinderen zelf neer. Niet ieder kind kan met deze vrijheid omgaan en durft er voor uit te komen dat hij/zij die boeken niet wil of durft te lezen, omdat hij/zij er bijv. angstig van wordt, niet ieder kind kan ook van tevoren voor zichzelf bedenken wat het boek met hem of haar doet. Verder is het  logisch dat als je thuis niet wilt dat je kinderen vloeken en schelden  je hen ook geen boeken wilt laten lezen waarin dit wel gebeurt. Niet elk boek is geschikt voor een kind, om die conclusie te trekken hoef je niet per sé christelijk te zijn. Opmerkelijk is dan ook dat er bij computerspellen, films strikte leeftijdgrenzen in acht worden genomen en d.m.v. een pictogram wordt er aangegeven of het geweld of grof taalgebruik bevat. Zo heb je van tevoren de keuze om de film niet te zien. Bij (kinder)boeken vindt men deze pictogrammen niet. Daar moet je al lezenderwijs er achter komen, dit terwijl als je had geweten dat er bijv. in het boek wordt gevloekt, je het nooit zou hebben gepakt. Inmiddels is het zelfs bij games en films zo geregeld dat kinderen onder de 16 jaar geen films of games meekrijgen die bedoeld zijn voor 16 jaar en ouder. In Nederland zijn bibliotheken waar een kind van 10 wel een jeugdboek mee naar huis kan krijgen, ook al is dit boek geschikt (en bedoeld) voor 16 jaar en ouder. Er wordt onterecht van uitgegaan dat jeugdliteratuur alleen maar kwalitatief goede en gezonde boeken op de markt brengt. Als we de kinderboeken schrijver Darren Shan als voorbeeld zouden nemen die occulte en satan georiënteerde kinderboekenseries ( o.a. de kinderboekenserie Demonata) schrijft voor 12 jaar en ouder, behoeft men niet per sé  christen te zijn om te concluderen dat het ronduit absurd is dat kinderen van alle leeftijden deze boeken kunnen inkijken (lezen) en meenemen. De gevaren worden wel erkend bij sommige films en games en daar mogen grenzen worden getrokken. Het is op zijn minst vreemd en zeker zeer kwalijk te noemen dat deze grenzen bij kinderboeken niet mogen worden getrokken.

Tot slot
Een bewonderaar van de kinderboekenschrijver Paul van Loon zei ooit eens het volgende over hem:
“De altijd met zonnebril getooide veertiger is zelfs uitgegroeid tot een cult-auteur, die zich hult in een waas van geheimzinnigheid en samen met het door hem voorgezeten Griezelge-nootschap een nieuwe generatie opvoedt in het occultisme – of zoals hij het zelf noemt de “Andere Werkelijkheid’’.(P.Steinz, 1997) Dit is een trieste, maar juiste constatering en voor wie geen grenzen durft en wil trekken draagt er aan bij dat deze generatie wordt opgevoed in de “Andere Werkelijkheid”, waarin ook de krankzinnige, lugubere en bizarre fantasie en het grof taalgebruik een steeds grotere plaats gaan krijgen.

Mevr. A. Poelstra-Koster

 


[1] Saskia Tellegen en Jolanda Frankhuisen, Waarom is lezen plezierig, Eburon, Delft, 2002, 110

[1] Saskia Tellegen en Jolanda Frankhuisen, Waarom is lezen plezierig, Eburon, Delft, 2002, 85

[1] Saskia Tellegen en Jolanda Frankhuisen, Waarom is lezen plezierig, Eburon, Delft, 2002, 110

[1] onder redactie van: H.Spelbrink & W. de Graafde wereld van het kinderboek, Wolters – Noordhoff 1997, 310, 311

[1] Jentine Land, Zwakke lezers, sterke teksten?, Eburon Delft, 2009, 97

[1] Saskia Tellegen en Jolanda Frankhuisen, Waarom is lezen plezierig, Eburon, Delft, 2002,  21

[1] Saskia Tellegen en Jolanda Frankhuisen, Waarom is lezen plezierig, Eburon, Delft, 2002, 120

[1] P.Steinz, Schok je kind, kijk televisie, artikel geplaatst onder rubriek: recensies, www.nrcboeken.nl

3 – 10 – 1997

 

Literatuur:

onder redactie van: H.Spelbrink & W. de Graaf De wereld van het kinderboek, Wolters – Noordhoff  1997

Saskia Tellegen en Jolanda Frankhuisen, Waarom is lezen plezierig, Eburon, Delft  2002

Jentine Land, Zwakke lezers, sterke teksten?, Eburon Delft 2009

Kinderen leren om dagelijks uit de Bijbel te lezen

Het onderstaande is een fragment uit het boek “Keeping the Kids” (Bewaar de kinderen).
… en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent” (2 Timotheüs 3:15).

Een van de belangrijkste dingen die ouders voor hun kinderen kunnen doen, is hen helpen om er een gewoonte van te maken dagelijks in de Bijbel te lezen. Hoewel ik in de kerk ben opgegroeid, kan ik me niet herinneren hier ooit enige instructie of aanmoediging voor te hebben gekregen.
Waarmede zal de jongeling zijn pad rein bewaren? Als hij dat houdt naar uw woord (Psalm 119:9). Het Woord moet bezinken in hart en ziel en zo iemands leven doordringen. Dat zal niet gebeuren, tenzij lezen, studeren, memoriseren en overpeinzing een dagelijkse gewoonte worden.
We weten, dat alleen het lezen van de Bijbel geen redding en heiliging zal voortbrengen: we moeten het Woord ontvangen en gehoorzamen. Maar we weten ook, dat redding en heiliging niet zullen plaatsvinden buiten het Woord van God om, want “zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus” (Romeinen 10:17).
Het is nooit voor niets, als we het Woord van God plaatsen in het hart van een kind. Zelfs al was ik niet gered, toen ik jong was en de Bijbel niet serieus nam, beïnvloedden de lessen en prediking me toch diep, nadat ik op mijn drieëntwintigste tot bekering kwam. Veel ervan herinnerde ik me weer en ik had daardoor een voorsprong in mijn christenleven.


We halen pastor David Sorensen aan. “Het fundament voor goddelijk leven ontbreekt vaak in de levens van de kinderen  en de jongeren van Gods volk. Dat fundament is een dagelijkse opname van het Woord van God. Een jongere uit een christelijk gezin kan naar een christelijke school gaan of thuisonderwijs krijgen vanuit een goddelijk curriculum, getrouw naar de zondagsschool en programma’s van de kerk gaan, op kamp gaan met de jeugd van de kerk en toch vleselijk, rebels en werelds zijn. Of , nog vaker, ze zijn alleen maar lauw en drijven mee op de stroom, maar er is geen echte geestelijke overtuiging in hun hart. De reden is eenvoudig. Ze zijn niet dagelijks met het Woord van God bezig. Hier volgen wat suggesties om dit te verbeteren:

1. Begin vroeg. Toen onze kinderen nog klein waren, lieten we hen uit de Bijbel lezen, toen  ze nog maar amper konden lezen. Ze lazen kleine stukjes, maar ze begonnen al in hun kleuterjaren.

2. Plan wat ze lezen. De Bijbel is een complex boek, zelfs voor volwassenen. Toen onze kinderen klein waren, lieten we hen in 1 Johannes lezen  vanwege de eenvoudige vocabulaire en syntaxis (leer van de zinsbouw). In eerste instantie lieten we hen ongeveer twee verzen per dag lezen. Terwijl ze vorderingen maakten op de basisschool, groeide de dagelijkse leesopdracht uit tot een hoofdstuk per dag en tegen de tijd dat ze naar de middelbare school gingen, lieten we onze dochters vier hoofdstukken per dag lezen. Dat is de basishoeveelheid om in een jaar tijd door de Bijbel te komen, maar het punt is dat wij voor hen planden wat ze lazen.

3. Zorg voor een positieve stimulans. Toen onze dochters klein waren, hingen we een kaart voor hen op de koelkast. Als ze hun dagelijkse gedeelte uit de Bijbel hadden gelezen, kregen ze een ster op hun kaart. Als ze een aantal weken of maanden getrouw hun kaart hadden gevuld, zorgden we voor een speciale beloning voor hen.

4. Zie toe op de naleving. Wij verzekerden ons ervan, dat onze dochters dagelijks het opgegeven deel uit de Bijbel lazen. Een vaak gehoorde uitspraak aan de ontbijttafel was: “Heb je vanmorgen wel in je Bijbel gelezen?” Hoewel ze uiteindelijk te groot werden voor de kaart met sterren op de koelkast, controleerden we hen nog steeds tijdens hun puberteitsjaren.

5. Doe het gewoon, omdat het goed is. Toen onze dochters het stadium dat ze kleine beloningen nodig hadden, achter zich hadden, verlegden we de insteek naar: lees je Bijbel gewoon, omdat dat goed is om te doen. Omdat we inmiddels ook het principe van gerechtigheid hadden ontwikkeld, was het gemakkelijk om de gewoonte van dagelijks Bijbellezen te verbinden aan het principe van gerechtigheid. Het is inderdaad goed om elke dag met Gods Woord bezig te zijn (Je kinderen trainen om goed terecht te komen).”

Pastor Mario Schiavone zei, dat hij en zijn vrouw begonnen om aan de kinderen, voordat ze konden lezen, voor een bepaalde tijd een Bijbels prentenboek te geven. Ze hebben hun kinderen geleerd om hun stille tijd te houden, zodra ze wakker werden. Hij zegt: “Het is stil vroeg in de ochtend in  huis, omdat iedereen zijn stille tijd houdt.”

Bron: David Cloud in het boek ‘Keeping the kids’.

GEEN GOD EN GEEN MORAAL

Verschrikkelijke mensen
‘Christenen!
Verschrikkelijke mensen zijn het.
Ze lijken soms wel op van die extremisten.
Fundamentalistische  groepen waar wordt voorgeschreven hoe je leven moet.
Het ergste is nog dat de religieuze wetten die ze aanhangen ook nog eens voor de samenleving zouden moeten gelden. Je mag niets in die kringen en kinderen krijgen geen enkele ruimte. Het is eigenlijk een vorm van kindermishandeling. Kinderen kunnen zich niet in vrijheid ontwikkelen en ontplooien. Het hele leven wordt aan banden gelegd, alles moet binnen vast omlijnde kaders gebeuren en voor alles bestaat wel een regel. Overal wordt tegen gewaarschuwd: Pas op, pas op!


In christelijke kringen is vrijuit fantaseren uit den boze. Sprookjes mogen niet worden verteld of voorgelezen. Heksen, kabouters, feeën, elfen, draken en ga zo maar door, worden uit het kinderleven gebannen. Het zou hun arme zieltjes kwetsen en kinderen zouden er verkeerde gedachten door kunnen krijgen. Veilig leren lezen op school is er niet bij, zelfs niet in groep drie. Onschuldige mandala’s mogen niet getekend worden bij taal, rekenen en schrijven. Je verkleden als heks die witte magie – hoe onschuldig – gebruikt,  kan niet door de beugel. De boeken van Harry Potter mogen geen Bijbel voor de kids worden, dus die worden ook in de ban gedaan, evenals Narnia…. Er circuleren hele lijsten kinderboeken die de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Die levensgevaarlijke kinderboeken kunnen tot occulte spelletjes leiden. Ouders, opvoeders en andere pedagogen moeten waken voor alles wat ook maar riekt naar het occulte. Alsof de duivel  en zijn trawanten op de loer liggen om de kinderzieltjes voor zich te winnen. En wat te denken van het boze oog. Als de tv al in huis is, mag er alleen maar naar Het Kleine Huis worden gekeken en zeker niet naar  alles wat de ontwikkeling van de vrije fantasie zou kunnen aanwakkeren. Veel tekenfilms zijn gevaarlijk occult en paranormale programma’s zouden ver van kinderen afstaan. Nee, van het paranormale moet je vooral afstand nemen, omdat het abnormaal is. Muziekclips zouden erotische fantasieën opwekken en de teksten aanzetten tot gewelddadigheden en een losbandig leven. Computerspelletjes kunnen niet gespeeld worden, want je weet maar nooit wat zich achter de schermen afspeelt.
Alles lijkt aan banden te worden gelegd in die kringen. Christelijke leraren doen kinderboeken in de ban. Christelijke opvoeders doen bijna alles in de ban. Overal wordt de meetlat bij gelegd… De fundamentalisten van de Bible Belt en wijde omgeving willen de prikkelingen van de fantasie  verbieden. Ze halen God en moraal uit de kast  om de natuurlijke ontwikkeling van kinderen af te remmen. Alsof God in de hemel met een vingertje aanwijst wat verkeerd is.
Met datzelfde vingertje staan die extreme christenen klaar om te waarschuwen bij alles wat het kind en de moraal zou schaden. Verschrikkelijke mensen zijn het.
En een verschrikkelijke moraal houden ze erop na over een God die waarschijnlijk niet eens bestaat.’

Tijd voor fantasie.
‘God en moraal horen niet thuis in het centrum van een moderne samenleving. De tijd is aangebroken om afstand te nemen van die beperkende en blokkerende mensen met hun bekrompen ideeën. Zij vormen een struikelblok op weg naar een grote toekomst. Het wordt tijd de fantasie ongebreideld haar gang te laten gaan. Het wordt tijd dat godsdienst en geloof thuis worden gepraktiseerd, maar dat de samenleving vrij wordt gemaakt van al die beknellende christelijke ideeën…

Kinderen moeten ruimte krijgen om grenzeloos te fantaseren, dat maakt hen creatief en laat hen open staan voor een spannende toekomst. Volwassenen moeten hen daarbij niet blokkeren. Kinderen moeten vrij hun gang kunnen gaan, want ze weten echt wel het verschil tussen fantasie en werkelijkheid. Sprookjes  verruimen de fantasiewereld van het kind en hebben echt niet met duistere machten te maken of het occulte. Het goede overwint toch het kwade? De oerbegrippen als goed en kwaad, dood en leven… de liefde overwint alles, zijn toch van alle tijden en alle culturen? Kinderen staan dichter bij het begin dan volwassenen en worden nu eenmaal met paranormale gaven geboren. Waarom zouden opvoeders dat ontkennen of tegenwerken? Paranormale gevoelens kun je beter bevestigen dan afremmen of onderdrukken. In het onderwijs moet ruimte geboden worden voor fantasieoefeningen, yoga en meditatie. Kinderen doen er juist goed aan mandala’s te tekenen, het biedt immers rust in de klas. Hoeveel boeken worden er niet geschreven over esoterie? Het wordt tijd dat het paranormale normaal wordt gevonden. Kinderen doorbreken grenzen en tijden. Maria Montessori zei het al: Door het kind gaat de mensheid de nieuwe tijd in. Fantasie is de sleutel!’

Wat is er aan de hand?
De media hebben er bol van gestaan.
Bol van gruwelijke praktijken die ieders verbeelding tarten.
In een dorp is een jongen met heel veel messteken om het leven gebracht. Een leeftijdsgenoot bracht hem om vanwege een ‘onschuldig’ conflict. Er zou sprake zijn van het occulte spelletje glaasje draaien. Er lijken boodschappen te zijn doorgegeven en geïnterpreteerd.  Hoe kan het dat een onschuldig spelletje als glaasje draaien tot de dood van deze jongen heeft geleid? Het begon gewoon met fantasie.
Op straat wordt een oudere Marokkaanse man door een groep opgeschoten jongens in elkaar geslagen. Omstanders lopen snel door om te voorkomen dat ze medeslachtoffer worden. Wat bezielt deze jongens? Zij kijken met regelmaat naar geweldsfilms en spelen barbaarse en racistische computerspelletjes. Maar kan dat de oorzaak zijn? Kun je zo makkelijk de grens passeren tussen fantasie en werkelijkheid?
In één van de grote steden heeft een groep jongens een meisje meermalen verkracht. Hoe is het mogelijk dat zo’n groep jonge gasten – de jongste was 12 – zo ver is gekomen? Heeft het meisje aanleiding gegeven? Of hebben zij hun fantasie de vrije loop gelaten, inclusief hun gevoelens?
Op een school wordt een meisje door een groep jongens aangerand. De ouders van het meisje zijn in alle staten. Navraag maakt wel wat duidelijk. Deze jongens hadden samen met de meisjes een les seksuele voorlichting gehad van een ervaren docent. Hij beschreef in de ‘fantastische’ les in geuren en kleuren hoe alles in z’n werk gaat, hoe het voelt en wat lekker is…Eén van de meisjes- het bewuste meisje – lag op de tafel als voorbeeld en werd betast.
Groep 8 van de basisschool gaat op schoolkamp. Natuurlijk is het lastig de jongens en meisjes ’s nachts goed gescheiden te houden.  Tijdens de nachtelijke inspectieronde van de leraren blijken er verschillende jongens bij meisjes in bed te liggen. Ongekleed zijn ze elkaar aan het strelen. Eén van de meisjes reageert: ‘Dat hebben we op school in groep 3 al geleerd! Als je een ja-gevoel hebt ,mag je doorgaan en als het niet goed voelt, moet je stoppen….’ Was dat de bedoeling van die les? De fantasie werd in ieder geval geprikkeld en grenzen gekoppeld aan gevoel.
Twee Wicca-girls zitten vooraan in de les. Uit alles wordt duidelijk dat ze met deze onschuldig ogende vorm van hekserij met witte magie bezig zijn. Het begon op de basisschool met een klein lief heksje en heeft inmiddels geleid tot eerste inwijdingen. Op een dag wordt duidelijk dat een Wicca-meisje met haar eigen bloed haar naam heeft gezet onder een ‘wurgcontract’. Ze heeft haar ziel verkocht aan de moedergodin. ’s Nachts slaapt ze niet meer, angsten overheersen haar gevoel en ze denkt steeds vaker aan het einde van het leven. 1600 zelfmoorden per jaar.  Zegt dat misschien iets over de zinloosheid van het bestaan en de geestelijke armoede in ons land?
Een jong meisje wordt door een pedofiel misbruikt, gewurgd en in de tuin begraven. Iedereen spreekt er schande van… Sommigen menen dat pedofielen nog verkeren in een kinderlijke fantasiefase.

Verschrikkelijke tijden
Onze wereld!
Verschrikkelijke tijden zijn het.
Het gedrag van sommigen in onze wereld lijkt extremer te worden.
Steeds meer mensen laten zich niet meer voorschrijven hoe je leven moet.
Regels en wetten worden gemakkelijk aan de laars gelapt en je moet iedereen vooral in z’n waarde laten. Ruim 16 miljoen mensen, op dat kleine stukje aarde, die schrijf je niet hun wetten voor, die laat je in hun waarde. Onbegrensd lijken steeds meer mensen hun leven te leiden zonder God en zonder moraal.

Maar als het fout gaat, wat dan?
Steeds vaker wordt er dan gekeken naar de invloed van tv, dvd en pc.
Soms menen pedagogen toch een verband te zien tussen ongebreidelde fantasie en de werkelijkheid.
Erotische muziekclips geven jongeren misschien toch niet zo’n goed beeld van de vrouw. Te veel geweld op tv zet misschien toch aan tot geweld in de praktijk. Te veel soaps kijken geeft niet echt zicht op de werkelijkheid van relaties. Jongeren leven steeds meer in een virtual reality, een schijnwerkelijkheid van beeldschermen waarin de fantasie de vrije loop kan hebben. Dat gaat goed tot het fout gaat. Dan moet er plots gesproken worden over grenzen; dan komt er een kijkwijzer, een leeswijzer en een leefwijzer. Maar wie bepaalt wat kan en wat goed of fout is? Waar ligt de grens?

Fantastisch!
Fantasie heeft een fantastische kant en kan kinderen helpen in een gezonde ontwikkeling. Maar dan moet er wel een goede basis zijn. Dan gaat het over dat wat de Schepper in de mens heeft gelegd aan creativiteit. Het is mogelijk ideeën te ontwikkelen, je er iets bij voor te stellen en uiteindelijk uit te voeren. De mens heeft een fantastische creatieve geest en kan zo veel tot stand brengen. Deze kant van de fantasie heeft alles te maken met de door God gegeven creativiteit en is goed hanteerbaar binnen gezonde kaders. Wie rekening houdt met God weet dat er grenzen zijn. Niet alles wat in de mens omhoog komt, is mogelijk of zondermeer goed.
Van God en moraal los krijgt diezelfde fantasie steeds vaker een ongezonde wending.  Als God als Schepper niet wordt erkend, stijgt het grenzeloos fantaseren tot grote hoogte. ‘Niets van wat zij menen te kunnen, is voor hen onmogelijk’(Gen 11:6b). Zonder  helder kader en gezonde grenzen slaat de fantasie op hol en worden ongekende krachten losgemaakt. Door magische manipulatie lijkt het verborgen fantasieleven soms tot ver gaand kwaad te leiden.  Wat vaak zo onschuldig begint met het vertellen van sprookjes kan in de wereld van het kind leiden fantastische ideeën die soms de dood tot gevolg hebben.

In christelijke kringen is fantaseren zeker goed mogelijk, maar wel binnen veilige kaders.  Kinderen kunnen het best eerst het eigene leren kennen, voordat zij sprookjes horen. Dan weten zij wat de goede basis is om ‘onschuldige verhaaltjes’ te toetsen.  Daarom is het goed om kinderen op te voeden met een helder kader van waarden en normen, hen van jongs af aan te leren dat er een God is. Hij is de Schepper van het leven en heeft Zich op bijzondere wijze geopenbaard in Zijn Woord en in Zijn Zoon. Diezelfde God laat zien wie Hij is in de schepping, door de geschiedenis en in het geweten!

Christenen willen God en moraal niet overboord zetten. Het is voor de opvoeding van onschatbare waarde wanneer  kinderen een helder waarden- en normenkader meekrijgen dat gebaseerd is op principes die God heeft aangereikt. Voordat er wordt gesproken over wat er allemaal niet mag, wordt gesproken over de liefde tot God en de liefde tot de naaste – gelijk de liefde tot zichzelf. Leven vanuit die liefde vormt het denken, scherpt het denken en verandert het denken. Niet wat ‘ik’ allemaal wil en denk moet worden uitgevoerd, maar wat Hij wil, is de leidraad in het leven. Vanuit de liefde waarmee God in Christus de wereld liefheeft, mogen kinderen worden opgevoed. Dan wil je niet genieten van moord en doodslag, het oproepen van geesten, geweld, ontucht, racisme, discriminatie, seksuele uitspattingen, bedreigingen – ook al is het fantasie.
Wat vaak begint als onschuldige fantasie in een boekje, film of pc-spel, schuift ongemerkt over een grens die leidt tot verandering van denken en gedrag. Als God en moraal worden losgelaten is het hek van de dam.

Het gaat er niet om dat in christelijke kringen niks mag, maar dat niet alles gewild wordt!
Christenen willen niet mee in een wereld waar alles mag tot het fout gaat. Nog los van de discussie wat werkelijk fout is. Het draait immers om Christus!
Het gaat er niet om dat het hele leven aan banden wordt gelegd, maar dat er een band met de Schepper en Onderhouder van alle dingen wordt opgebouwd. ‘Gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen ’ (Gal 4:20). Wie van Hem heeft gehoord en Hem heeft leren kennen weet wat waar is, goed is en heilzaam is.

Leg daarom de leugen af en spreek waarheid.
Wees navolgers van God, als geliefde kinderen en wandel in de liefde.

Leef als veranderde kinderen van God.

Leef als christen!

A. Nijburg MA

Islamitisch extremisme heeft in 2010 wereldwijd gezorgd voor een verdere toename van christenvervolging.

Dat stelt Open Doors, een organisatie die zich inzet voor vervolgde christenen, bij de presentatie van haar jaarlijkse Ranglijst christenvervolging.In acht van de top 10-landen is de islam de belangrijkste godsdienst. Vierentwintig van eerste dertig landen op de lijst hebben moslimextremisme als primaire bron van christenvervolging.Sterkste stijger is Irak, waar christenen sinds de val van dictator Saddam Hussein in 2003 mikpunt van geweld zijn. Het land ging van de zeventiende naar de achtste plaats. In mei vorig jaar vond een bomaanslag plaats in een bus met christelijke studenten waarbij drie doden vielen. Eind oktober vonden 58 christenen de dood bij een gijzelingsdrama in de hoofdstad, Bagdad.

Christenen vierden geen Kerst, een aan al-Qaeda gelieerde terreurgroep had gedreigd met aanslagen. Vlak voor de jaarwisseling kwamen twee christenen om toen aan hun huizen bevestigde bommen dood en verderf zaaiden.

Al jaren is er een trek van christenen naar het veiliger geachte noorden en vooral naar het buitenland. Meer dan de helft van de 1,5 miljoen Iraakse christenen is vertrokken. De blijvers zeggen geen toekomst meer te hebben in hun land, zegt Open Doors-woordvoerder Klaas Muurling. ‘Ze voelen zich nergens meer veilig, zijn op de vlucht waardoor de kerk in Irak steeds kleiner wordt.’

Afghanistan stond op plaats zes, maar drong door tot de top 3 van de ranglijst. Televisiebeelden van ex-moslims die zich lieten dopen, luidden een toenemende vervolging van de ‘kleine en kwetsbare groep gelovigen in’, aldus Open Doors. Een van de opgepakte christenen is Said Musa, hem hangt de doodstraf boven het hoofd. Anderen ontvluchtten het land of doken onder. Pakistan en Nigeria zijn voorbeelden van landen waar christenen verder in het nauw worden gedreven dankzij moslimextremisten. In Pakistan kwamen veel christenen voor de rechter, omdat zij een wet op godsdienstlastering zouden hebben overtreden. Het ging dan vooral om belediging van de profeet Mohammed. Als een rechtbank ten gunste van een christen oordeelde, namen radicale moslims in veel gevallen het recht in eigen hand. ‘Ontvoering en mishandeling komen veelvuldig voor, evenals het vernielen van eigendommen van christenen.’ Een sprekend voorbeeld is de ter dood veroordeelde christin Asia Bibi. Zij moet als resultaat van internationale druk worden vrijgelaten, maar extremisten vechten haar vrijlating juridisch aan. Bovendien is er een prijs op haar hoofd gezet.

Bij de watersnoodramp van afgelopen zomer werden christenen volgens Open Doors gediscrimineerd.

Bij geweld tussen het islamistische noorden en het christelijke zuiden van Nigeria lieten naar schatting van Open Doors zeker 2000 christenen het leven. Met Kerst werden nog 80 christenen gedood.

Onbetwist op plaats 1 staat, voor het negende jaar, het op stalinistische leest geschoeide Noord-Korea.

Alleen de ‘Grote Leider’ wijlen Kim Il-sung en zijn zoon, de ‘Geliefde Leider’ Kim Jong-il mogen als goden worden aanbeden. De Bijbel is een verboden boek. Het bezit ervan is voor het regime reden genoeg een christen en zijn familie naar een strafkamp te sturen. ‘Christenen hebben geen enkel bestaansrecht en Kim Jong-il en consorten doen er alles aan om het christendom uit te roeien.’ In mei 2010 werden 23 leden van een ondergrondse kerk opgepakt. Drie van hen werden publiekelijk geëxecuteerd. De anderen verdwenen naar een concentratiekamp waarvan er vele zijn.Open Doors schat dat er wereldwijd 100 miljoen christenen worden vervolgd. Ron Boyd-MacMillan, hoofd onderzoek van de internationale organisatie, ziet vier hoofdbronnen van vervolging: moslimextremisme, communistische onderdrukking, religieus nationalisme en seculiere intolerantie.

‘De belangrijkste verandering van de afgelopen dertig jaar is de verschuiving van communistische onderdrukking naar moslimextremisme als belangrijkste vorm van christenvervolging. Maar de andere krachten worden niet minder door deze verschuiving.’
Gerald Bruins
Bron: ND, 05-01-2011

Onderwijs zonder scholen. Misschien is dat wel de toekomst. Iedere leerling logt thuis in op de digitale school of krijgt les van zijn of haar ouders. Dat laatste is al de praktijk bij enkele honderden kinderen in Nederland. Zij volgen thuisonderwijs. Opmerkelijk, want in Nederland is ieder kind schoolplichtig.
‘Mag ik met lego spelen?’ De ondeugende ogen van de vijfjarige Tije kijken zijn moeder ietwat brutaal aan. Het is half twee op een donderdag. Tije is op school. En toch is hij ook thuis. In dit huis, in de Rotterdamse wijk Feijenoord aan de oevers van de Maas, volgt hij samen met zijn broer Ot (9) en zijn zusje Noortje (3) thuisonderwijs.
Even eerder zaten de drie kinderen nog samen te werken aan de tafel. Ze waren een kistje aan het versieren. ‘Ik vind het erg leuk om thuis onderwijs te krijgen’, zegt Ot als hij een van zijn tekeningen toont. ‘Ik zit niet zo graag op school. Daar is het zo druk.’
Dat is echter niet de reden dat hij thuis onderwijs krijgt vertelt zijn moeder, Mariska van Bruggen. Samen met haar man Jeroen koos ze bewust voor deze vorm van onderwijs. ‘Toen Ot twee was, gingen we op zoek naar een goede school. Dat jaar was het thema van de Kinderboekenweek ‘magie’. Toen we zagen wat de scholen daar allemaal mee deden, was voor ons duidelijk dat we een christelijke school wilden voor onze kinderen. We zijn daar gaan kijken, maar hadden bezwaren tegen de richting van deze scholen.’
Dus ging het gezin langzaam over thuisonderwijs nadenken. ‘Toen Ot vier was, en dus nog niet leerplichtig, zijn we dat gaan proberen. Zo zijn we er steeds meer ingegroeid’

Thuisonderwijs, volledig ingeburgerd in een land als de Verenigde Staten, is redelijk nieuw in Nederland. Volgens onderzoek dat in opdracht van het ministerie van Onderwijs werd gedaan, kwam thuisonderwijs voor het jaar 2000 praktisch niet voor in Nederland. Inmiddels volgen enkele honderden kinderen in Nederland thuis lessen. Soms kiezen ouders daarvoor vanuit een christelijke overtuiging, maar er kunnen ook allerlei andere redenen of overtuigingen aan ten grondslag liggen.
Waar alle ouders het over eens zijn, is dat ze op deze manier onderwijs kunnen bieden dat bij hun kind past. ‘Voor ons was de belangrijkste reden dat we bezwaren hadden tegen de onderwijsrichting van de scholen in de buurt’, vertelt Klaartje Caron. Caron is voorzitter van de Nederlandse vereniging van Thuisonderwijs. Haar kinderen volgden drie jaar lang thuisonderwijs, maar gaan inmiddels weer naar een basisschool. Exacte cijfers over kinderen die thuisonderwijs volgen kan ze niet geven, maar ze bemerkt wel een toenemend enthousiasme. ‘Eerder kregen we gemiddeld een telefoontje per maand. Nu bellen wekelijks verschillende ouders die interesse hebben in thuisonderwijs.’

Thema’s
Door thuisonderwijs creëer je de mogelijkheid op maat onderwijs te geven in een veilige omgeving. ‘Voor kinderen die bijvoorbeeld extra aandacht nodig hebben of hoogbegaafd zijn, kan het heel goed zijn’, meent Caron. Dat betekent niet dat het de oplossing is voor alles, waarschuwt ze. ‘Je moet goed kijken naar wat past bij het kind.’ Kinderen die thuis les krijgen, krijgen vaak les op een andere manier dan op school. Er wordt praktijkgericht gewerkt, of met thema’s. Dat is ook zo bij het gezin Van Bruggen. ‘We trekken er veel op uit, we bezoeken allerlei musea en werken daar thuis mee verder. We maken bijvoorbeeld themamappen en we snuffelen het internet af naar informatie. Maar voor bijvoorbeeld rekenen en taal, wat we elke dag oefenen, gebruiken we methoden die ook op scholen wel gebruikt worden.’
Pas als kinderen ouder worden en ze op het niveau van de middelbare school aan de slag gaan, wordt de methode in veel gezinnen wat schoolser. Jongeren die willen doorstuderen doen vaak staatsexamen om daarmee een plek op een hogeschool of universiteit te bemachtigen. Digitale mogelijkheden maken het voor ouders steeds makkelijker om thuisonderwijs te verzorgen, meent Caron. ‘Dit is absoluut een enorme pre voor het thuisonderwijs. Jammer genoeg zie je dat het aanbod aan Nederlandse leerboeken voor thuisonderwijs op internet nog wel heel klein is.’ Dat merkt Van Bruggen ook. ‘Voor ideeën en de contacten met andere thuisonderwijzers is internet echt een uitkomst. We hebben ook veel contact met Amerika. We halen daar regelmatig lesmateriaal vandaan.’ Caron vertelt dat er in de VS en in Groot-Brittannië al complete ‘virtual schools’ bestaan. ‘Leerlingen volgen digitale lessen of over-leggen met leraren die speciaal voor hen online komen.’

Jeugdjournaal
De vastberadenheid waarmee Van Bruggen vasthoudt aan het thuisonderwijs, lijkt een statement in een jachtige samenleving waarin het bijna niet meer geaccepteerd is dat een vrouw of man zeven dagen in de week thuis is. ‘Wij zijn van mening dat we kinderen van God hebben gekregen en dat we verantwoordelijk voor hen zijn. Ik geef misschien mijn eigen carrière op, maar ik krijg er ook veel voor terug. Het gezin komt vaak terug in de Bijbel. Ik denk dat het een goede plek is om je identiteit te ontwikkelen.’ Een van de grote bezwaren die vaak wordt aangevoerd, is dat kinderen die thuisonderwijs krijgen, sociaal niet goed zouden groeien. ‘Ik denk dat juist vanuit het thuisonderwijs kinderen socialer worden’, meent van Bruggen. ‘Wij sluiten de kinderen ook niet af voor de buitenwereld, we kijken samen naar de tv en het jeugdjournaal, de kinderen gaan naar sportclubs en ze spelen met de buurkinderen. We geven wel duiding aan wat er gebeurt. We beschermen ze vanuit de gedachte dat wij verantwoordelijk voor ze zijn. Niet als bezit, maar om ze te dienen tot ze er klaar voor zijn zelf hun plek in te nemen.’

De taak van huisonderwijzer is zeker niet makkelijk. ‘Je moet het heel leuk vinden’, zegt Caron. ‘Je stopt er immers heel veel tijd in.’ Een extra verantwoordelijkheid vindt ze het niet.

‘Kinderen zijn altijd een grote verantwoordelijkheid. Ook als je je kinderen naar een school stuurt, ben je verantwoordelijk voor ze. Jij kiest een school uit en houdt een vinger aan de pols of het goed gaat. Voor mij persoonlijk voelde het thuisonderwijs als net zo’n grote verantwoordelijkheid als het sturen van je kind naar een school.’
Bron: ND, januari 2011

De ouders van het islamitisch college in Amsterdam willen collectief thuisonderwijs op grond van hun levensbeschouwing. Dat recht hebben ze, maar het zou goed zijn als thuisonderwijs ook om andere redenen wordt toegestaan. En dat het geïnspecteerd wordt.

De gemeente Amsterdam wil desnoods via de rechter verhinderen dat islamitische ouders hun kinderen thuisonderwijs geven. De ouders hebben, wettelijk gezien, gelijk. In Nederland kunnen ouders op grond van levensovertuiging vrijstelling krijgen van de leerplichtwet. Ik geef mijn zoon van vijftien inmiddels zes jaar thuisonderwijs. Hij is hoogbegaafd en de school waarop hij zat, kon hem geen aangepast programma bieden. Ze wilden hem als vierjarige wel meteen in groep drie plaatsen, maar dat werkte niet. Emotioneel was hij nog maar een kleuter. Toen we vroegen of hij op een andere school terecht kon, lukte dat niet, omdat ze daar geen behoefte hadden aan een ‘probleemkind’. Met onze dochter van tien, ook hoogbegaafd, liepen we tegen soortgelijke problemen op.Sinds twee jaar geef ik ook haar thuisonderwijs. Wij doen het niet op basis van levensovertuiging. Katholieken en hervormden mogen namelijk geen thuisonderwijs geven, tenzij ze holist worden of een van de andere levensovertuigingen waarvoor vrijstelling geldt. Maar is het rechtvaardig dat bepaalde geloofsgroepen een beroep mogen doen op vrijstelling en andere niet? En zijn er geen andere, belangrijke redenen voor thuisonderwijs? Voor de meeste kinderen is school goed, maar niet voor iedereen.

Controle
Gezinnen die eenmaal vrijstelling hebben gekregen, krijgen geen enkele controle van een inspectie. Ze mogen hun kinderen de hele dag Koranles geven of wat dan ook. De wet legt vrijgestelde ouders geen enkele verplichting op. Ouders hoeven er dus, strikt juridisch gezien, niet voor te zorgen dat hun kind onderwijs krijgt. Dit is in strijd met de gedachte van de Leerplichtwet. Het is een goede zaak dat er een vorm van controle komt op kinderen die thuisonderwijs ontvangen. In België bijvoorbeeld, controleert de inspectie of het thuisonderwijs aan de norm voldoet. Ouders die er voor kiezen om hun kind thuisonderwijs te geven, moeten dit jaarlijks meedelen in een verklaring. Zij hoeven niet te motiveren waarom zij thuisonderwijs geven. De ouders moeten verklaren controle te accepteren en daaraan mee te werken. Controle van thuisonderwijs in België gebeurt door de onderwijsinspectie en is in het bestaande systeem van schoolinspecties ingebouwd en kost op die manier nauwelijks extra geld. Nederland neemt binnen Europa een uitzonderingspositie in als het gaat over thuisonderwijs, want in vrijwel alle andere Europese landen is dat een legale manier om aan de leerplicht te voldoen.

De leerplicht in Nederland is, in tegenstelling tot veel andere landen, een schoolplicht. Vaak wordt de schoolplicht gekoppeld aan de kinderarbeid in de negentiende eeuw. ‘De werkplaats uit, de school in’. De leerplichtwet van 1901 maakte een definitief einde aan de kinderarbeid. De wet van 1901 was echter een leerplichtwet, geen schoolplichtwet. Toch bezocht rond 1900 negentig procent van de kinderen een school. Tot 1969 konden ouders ook aan de leerplichtwet voldoen als ze hun kinderen thuis les gaven. In 1968 kwam er een wijziging in de Leerplichtwet. Eind jaren zestig vond een aantal socialistische Kamerleden dat thuisonderwijs uit de tijd was. Bovendien werd er weinig gebruik van gemaakt. Het amendement om thuisonderwijs af te schaffen werd aangenomen.
In Nederland moeten de kinderen dus naar school. Ouders die toch thuisonderwijs willen geven, krijgen alleen toestemming op grond van levensbeschouwing: als zij ‘overwegende bezwaren hebben tegen de richting van het onderwijs van de scholen op redelijke afstand van hun woning’. Met richting wordt in de praktijk bedoeld: godsdienst of levensovertuiging. Maar de motivatie voor thuisonderwijs gaat verder dan alleen levensbeschouwing. Een aantal ouders maakt zich zorgen over de kwaliteit van het onderwijs. Anderen vinden dat hun kind niet tot zijn recht komt in een groep van dertig kinderen. Sommige ouders vinden het moeilijk om passend onderwijs voor hun kind te vinden, omdat het kind zich moeilijk voegt in het huidige onderwijssysteem. Al deze ouders kunnen geen vrijstelling krijgen, tenzij ze overgaan naar het holisme, de Zevendedagsadventisten, de wicca of andere groeperingen voor wie de vrijstelling op grond van levensbeschouwing geldt.

Positieve invloed
Niet in Nederland, maar in de Verenigde Staten en in Engeland, is een aantal grootschalige onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van thuisonderwijs. In het kort komt het hier op neer dat kinderen die thuisonderwijs hebben gekregen zich in schoolvorderingen én in hun sociale en emotionele ontwikkeling in positieve zin van hun op school onderwezen leeftijdsgenoten onderscheiden. Volgens sommige onderzoeken bedraagt de gemiddelde voorsprong in academisch opzicht zelfs meerdere jaren. Uit onderzoek blijkt ook dat het in resultaten niet uitmaakt of de ouders wel of geen onderwijsbevoegdheid hebben. Kinderen die thuisonderwijs krijgen, zijn bovendien gemiddeld genomen sociaal vaardiger en rijper. Ze hebben een positiever zelfconcept en vertonen minder gedragsproblemen. Doorslaggevend voor deze positieve resultaten is de veel efficiëntere een op een instructie en begeleiding van gemotiveerde ouders.

Het leren omgaan met elkaar (het sociale deel) en het leren hanteren van gevoelens (het emotionele deel) maakt binnen de periode dat een kind de basisschool bezoekt een grote ontwikkeling door. Omdat deze ontwikkeling tijdens de schoolperiode gebeurt, denken velen dat de school hierbij een onmisbare rol speelt. Er wordt vaak gedacht dat kinderen die niet naar school gaan, bedreigd worden in hun ontwikkeling op sociaal en emotioneel gebied. Maar waar in de maatschappij ben je de hele dag samen met leeftijdsgenoten (vaak ook nog met ongeveer dezelfde sociale achtergrond)?In 1992 publiceerde een Amerikaanse onderzoeker zijn onderzoek naar de sociale vaardigheden van twee groepen kinderen: schoolkinderen en kinderen die thuisonderwijs kregen. De uitkomst was dat schoolkinderen veel vaker storend gedrag vertoonden dan thuisgeschoolde kinderen. Schoolkinderen zien nogal wat agressief en ander negatief gedrag bij hun klasgenoten. Thuisgeschoolde kinderen hebben daar minder last van en oriënteren zich meer op voorbeelden die ze thuis om zich heen zien. Doordat er in Nederland al jaren een schoolplicht is, is de school in de ogen van veel mensen onmisbaar voor de sociale en emotionele ontwikkeling van een kind. De wetenschappelijke onderbouwing hiervoor ontbreekt.

Geef dus vrijstelling aan alle ouders die hun kind thuis goed en gestructureerd onderwijs willen geven. En zorg dat er controle komt op de navolging van de leerplicht, waardoor goed onderwijs gewaarborgd wordt.
A. Elsinga, ouder van kinderen die thuis les krijgen.

Bron: ND, 16-02-2011

Vragen van het lid Bouwmeester (PvdA) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over ADHD in Nederland (ingezonden 17 februari 2011). 

Vraag 1 
Heeft u kennisgenomen van het rapport «ADHD in Nederland; Kinderen verdienen beter; een oproep voor een gezonde aanpak van de ADHD-epidemie» van de Stichting Nederlands Comité voor de Rechten van de Mens?1 Bent u bereid uw reactie op dit rapport vóór 1 april 2011 aan de Kamer te zenden?

Vraag 2 
Wat is uw mening ten aanzien van het feit dat het geneesmiddelengebruik bij ADHD in Nederland sterk is toegenomen de laatste jaren?

Vraag 3 
Wat is uw mening over de uitspraak van dr. Allen Frances, voorzitter van de taskforce die de huidige versie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV) tot stand bracht, dat de definitie die opgesteld werd voor ADHD heeft geleid tot een onbedoelde groep patiënten met dit etiket, die wellicht beter af zouden zijn buiten het gezondheidszorgsysteem? Welke gevolgen zou dit kunnen hebben voor de behandeling van kinderen met ADHD?

Vraag 4 
Deelt u de mening dat richtlijnen en protocollen beïnvloed kunnen worden door verschillende belangen en dat de overheid alert moet zijn op de belangen die spelen, zoals die van de farmaceutische industrie? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5 
Wanneer wordt de aangenomen motie Arib (inzake een wettelijke regeling voor een register waarin de banden tussen farmaceutische bedrijven en artsen/onderzoekers) uitgevoerd?

Vraag 6 
Bent u op de hoogte van de ernst van de bijwerkingen van geneesmiddelen die nu als standaardtherapie worden gegeven aan kinderen met ADHD? Bent u er van overtuigd dat de huidige behandelrichtlijnen, waarin medicatie op de eerste plaats staat, verantwoord zijn in het licht van de ernst van de bijwerkingen?

Vraag 7 
In hoeverre worden in Nederland gebruikers van methylfenidaat bevattende medicijnen gecontroleerd op de door de European Medicines Agency, de Europese Commissie, de Food and Drug Administration van de VS, de International Narcotics Control Board en door het Kinderrechten Comité van de VN aangegeven waarschuwingen?

Vraag 8 
Bent u op de hoogte van het feit dat het Bundesinstitut für Arzneimittel und Medizinprodukte (BfArM) op 16 september 2010 de goedkeuring voor methylfenidaatbevattende middelen in Rheinland Pfalz heeft beperkt en de Gemeinsame Bundesausschuss op 1 december 2010 nieuwe regels uitgaf om de mogelijkheid om psychostimulantia voor te schrijven verder te beperken? Wat is hierover uw mening?

Vraag 9
Welke andere dan medicamenteuze behandelingen voor ADHD zijn mogelijk in Nederland? In hoeverre wordt van deze behandelingen gebruik gemaakt? In hoeverre wordt van deze behandelingen gebruik gemaakt voordat overgegaan wordt tot medicamenteuze therapie?

Vraag 10 
Bent u op de hoogte van het onderzoek van mevrouw Pelsser dat bewijst dat met behulp van een dieet en een goede begeleiding van ouders ADHD bij 78% van de kinderen kan verdwijnen? Welke gevolgen dient dit onderzoek naar uw mening te hebben voor de behandeling van ADHD?

Vraag 11 
Bent u van mening dat in Nederland voldoende wordt gekeken naar alternatieven voor medicamenteuze behandeling van ADHD? Zo nee, wat kunt u doen om dit te veranderen?

Vraag 12 
Deelt u de mening dat critici van de huidige behandeling van ADHD met geneesmiddelen onvoldoende serieus genomen worden en onvoldoende invloed hebben op de behandeling? Zo ja, vindt u dit terecht? Zo nee, hoe wilt u dit veranderen?

Vraag 13 
Kunt u van elk van de in het rapport genoemde aanbevelingen aangeven in hoeverre u deze aanbeveling zinnig vindt, in hoeverre de aanbeveling nu al in de praktijk wordt gebracht en of, hoe en wanneer u de aanbeveling gaat overnemen en implementeren?

Gevolgen gamen

‘Veel gamen verhoogt kans psychologische problemen’
Brits onderzoek: fysieke activiteit compenseert scherminvloed niet

Volgens Britse wetenschappers kan twee uur per dag besteden aan gamen of televisie-kijken psychologische problemen bij kinderen veroorzaken, ook al besteden ze de rest van de dag aan fysieke activiteiten.
Volgens een nieuwe Britse studie hebben kinderen die twee uur per dag besteden aan televisie of games zestig procent meer kans op psychologische problemen. Volgens het onderzoek wordt de kans op problemen alleen maar groter als er langer dan twee uur wordt besteed aan het kijken van televisie of het spelen van games. Zaken als geslacht, opleiding of economische achtergrond zouden geen invloed hebben op deze gegevens.
“We weten dat fysieke activiteiten goed zijn voor de fysieke en mentale gezondheid van kin-deren en er is bewijs dat het kijken naar een televisie geassocieerd wordt met negatief gedrag”, aldus hoofdonderzoeker dr. Angie Page tegen Reuters. “Maar het was niet eerder duidelijk dat hoge fysieke activiteiten niet kunnen compenseren voor veel televisiekijken bij kinderen.”

Duizend kinderen
Het onderzoek werd gehouden over meer dan duizend kinderen van 10 en 11 jaar. Deze kinderen werden zeven dagen lang vragen gesteld om er achter te komen hoe lang ze per dag voor een televisie of een computer zaten en hoe ze zich er onder voelden. Hieronder vallen onder andere hun emotie en gedragsproblemen.
Bron: Gamer.nl, 11 oktober 2010

Sleutelfactor toename ADHD ontzenuwd?

Jongste leerlingen 60 procent vaker diagnose ADHD dan oudste in dezelfde klas

Bijna 1 miljoen kinderen in de Verenigde Staten hebben mogelijk de verkeerde diagnose attention deficit hyperactivity disorder (ADHD) gekregen – alleen omdat ze de jongst en daardoor minst rijpe waren, in hun kleutergroep.
Deze kinderen krijgen beduidend vaker gedragsveranderende medicijnen, zoals Ritalin, voorgeschreven. Een dergelijke ongeschikte behandeling is vooral zorgwekkend, omdat het niet bekend is welke invloed het gebruik van stimulerende middelen op de lange termijn op de gezondheid van kinderen heeft.
Science Daily:
“Het verkwist naar schatting $320 miljoen-$500 miljoen per jaar aan onnodige medicatie – waarvan ongeveer $80 miljoen-$90 miljoen betaald wordt door Medicaid.” 
Attention Deficit Disorder (ADD) en Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD) lijken min of meer de verzamelbak te zijn geworden voor kinderen die zich niet “goed gedragen” en zoals dit onderzoek laat zien, zou deze persoonlijke observatie wel eens een kern van waarheid kunnen hebben.
Sinds 2006 hebben ten minste 4,5 miljoen Amerikaanse kinderen onder de 18 de diagnose ADHD gekregen, volgens statistieken van de CDC.
Het bovenstaande onderzoek, gepubliceerd in het Journal of Health Economics in juni, stelde vast dat ongeveer 20 procent van deze kinderen waarschijnlijk een verkeerde diagnose heeft gekregen. Dat is bijna een miljoen kinderen alleen al in de VS.
Het onderzoek kwam tot de conclusie, dat veel van de jongste kinderen in een klas duidelijke “symptomen” van ADHD vertonen, zoals niet stil kunnen zitten en een onvermogen om zich te concentreren, alleen omdat ze vergeleken worden met rijpere klasgenootjes.

Hoe wordt ADHD gediagnosticeerd?
ADHD impliceert een groep symptomen waaronder onoplettendheid, hyperactiviteit en impulsief gedrag. Er bestaat geen doorslaggevend instrument, zoals een hersenscan, om te bepalen of iemand ADHD heeft. Er is alleen subjectieve beoordeling en leerkrachten kunnen een belangrijke rol spelen bij deze beoordeling.
De term ADD is voor het grootste deel vervangen door ADHD, omdat die term twee van de meest voorkomende symptomen van de aandoening beschrijft, namelijk onoplettendheid en hyperactief impulsief gedrag.
De meeste kinderen laten een combinatie van deze twee eigenschappen zien en kunnen ook de volgende symptomen vertonen:

  1. veelvuldig wiebelen en wriemelen,
  2. zich rusteloos voelen, of buitensporig rennen en klimmen of de plaats in de klas verlaten, wanneer dat niet gepast is,
  3. moeite hebben met rustig spelen,
  4. buitensporig veel praten, vaak onderbreken en antwoorden op vragen er uitflappen op ongepaste momenten,
  5. lijkt altijd in beweging te zijn,
  6. heeft er moeite mee op zijn of haar beurt te wachten.

Zoals u ziet, zijn veel van deze “symptomen” van tijd tot tijd van toepassing op de meeste kinderen! Daarom komen alleen degenen die de klok rond worstelen met onoplettendheid en hyperactiviteit of impulsief gedrag in aanmerking voor het etiket ADHD.
Kinderen die deze symptomen op school vertonen, maar niet thuis of met vriendjes hebben waarschijnlijk geen ADHD. Hetzelfde geldt voor kinderen die thuis symptomen vertonen, maar niet op school.

Gaat het om ADHD of gewoon om onrijpheid?
Omdat deze gedragsstoornis zo gemakkelijk foutief gediagnosticeerd wordt en de doorwerking van een diagnose zo ernstig is, is het essentieel dat u actief betrokken bent bij en goed let op het ontwikkelingsproces van uw kind.
De medicijnen die bij deze aandoening worden voorgeschreven, zijn behoorlijk gevaarlijk en kunnen leiden tot verslaving en op de lange termijn tot gezondheidsproblemen en zelfs de dood. Medicijnen zouden een laatste redmiddel moeten zijn en niet een logische consequentie van onrijp of “slecht” gedrag.
Het onderzoek stelde vast, dat jongste leerlingen 60 procent vaker een diagnose ADHD kregen dan de oudste in dezelfde klas. En wanneer men rekening houdt met rijpingsniveau en normaal gedrag van een 6- ten opzichte van een 7-jarige, kan men eenvoudig zien waarom.
Science Daily schrijft:
“Het is uiterst belangrijk om te weten dat de diagnose ADHD afhangt van de leeftijd van een kind in verhouding tot klasgenootjes en de waarnemingen van de leerkracht of het kind symptomen vertoont.”
Assistent professor Elder:  “Als een kind zich slecht gedraagt, als hij onoplettend is, als hij niet stil kan zitten, kan dat simpelweg komen, omdat hij 5 is en de andere kinderen 6. Er is een groot verschil tussen een 5-jarige en een 6-jarige en leerkrachten en artsen moeten daar rekening mee houden als ze beoordelen of kinderen ADHD hebben.”

Bovendien is het belangrijk dat ouders zelf de touwtjes in handen houden en hun eigen beoordeling bekend maken, omdat het onderzoek ook concludeerde dat “De geboortedatum van een kind ten opzichte van de vermogens de beoordeling van de leerkracht sterk beïnvloedt  of het kind symptomen van ADHD laat zien, maar  slechts zwak in verband gebracht wordt met gelijkwaardig gemeten waarnemingen van de ouders, waarmee gesuggereerd wordt,  dat veel diagnoses gestuurd worden door de waarneming door de leerkracht van slecht gedrag van de jongste kinderen in een klas.
Deze waarnemingen hebben langdurige gevolgen: de jongste kinderen in groep 5 en 8 krijgen bijna twee keer zo vaak als hun oudere klasgenoten regelmatig gebruik van stimulerende middelen voorgeschreven om ADHD te behandelen.

Wat veroorzaakt ADHD?
Er zijn een aantal theorieën die de toename van het aantal ADHD-diagnoses verklaren, waaronder:

  1. Toegenomen aantal vaccinaties in de kindertijd
    Een onderzoek uit 2007 vond een sterke relatie tussen het aantal neurologische stoornissen als ADHD en vaccinaties in de kindertijd. Hulpstoffen als kwik in vaccins zijn ook in verband gebracht met neurologische problemen.
  2. Suikers en granen
    Kinderen die voedsel eten dat stijf staat van glucosestroop en vruchtensappen lijken een hogere graad en ernst van deze symptomen te hebben. Hoewel organische granen beter zijn dan bewerkte granen, reageren veel kinderen met ADHD niet goed  op de meeste granen, in het bijzonder tarwe.
  3. Toxines in de omgeving
    Een onderzoek uit 2006 concludeerde, dat als de moeder alcohol of andere drugs gebruikte tijdens de zwangerschap dit het risico op ADHD kon vergroten. Blootstelling aan lood en kwik kan ook symptomen van ADHD veroorzaken en bestrijdingsmiddelen en de chemische stoffen polychloorbifenyl (PCB’s) worden ook genoemd als mogelijke boosdoener.
  4. Allergische reacties
    Mensen die gevoelig zijn voor chemicaliën kunnen symptomen van ADHD vertonen, als ze worden blootgesteld aan iets simpels als kleding gewassen met geparfumeerde zeep die vol zit met chemicaliën. Pemanente (linnen)pressing en vlekverwijderaars bevatten ook chemicaliën die ADHD-achtige reacties kunnen uitlokken bij mensen die er gevoelig voor zijn.
  5. Genetische factoren
    Sommige wetenschappers richten hun onderzoek nu op het vinden van genen die mensen meer vatbaar maken voor deze stoornis.
  6. Toevoegingen aan bewerkt voedsel
    Bepaalde voedselkleurstoffen en andere toevoegingen kunnen ADHD-achtige symptomen veroorzaken. Deze chemicaliën versterken elkaar als ze worden gecombineerd met suikers als fructose.
  7. Fluoride in het water en in tandpasta
  8. Emotioneel instabiele thuissituaties
    Stress is de meest ondergewaardeerde en over het hoofd geziene variabele die ADHD gemakkelijk kan verergeren. Als de ouders relatieproblemen hebben, heeft dat al snel een invloed op het gedrag van het kind.
  9. Toegenomen aantal medische ingrepen tijdens de geboorte
    Dit kan resulteren in geboortetrauma en gebrek aan zuurstof voor de pasgeborene, wat  het risico op ontwikkelingsachterstand beduidend kan vergroten.

Maar de bepalende factor is, denk ik, voeding, of liever het gebrek daaraan.
We weten, dat de voedselkeuzes van de meeste kinderen – en volwassenen – vandaag de dag belabberd zijn. Hoe kun je redelijkerwijs verwachten, dat een kind zich normaal gedraagt als hij volgestopt wordt met gemodificeerde granen, suikers, bewerkt voedsel vol chemicaliën en genetisch gemodificeerde ingrediënten en sappen en frisdranken in plaats van zuiver water?
Voeg daar de veel te lage hoeveelheid groenten aan toe die de meeste mensen eten – tot 90 procent minder dan nodig is voor de gezondheid – en een overdaad van bewerkte beschadigde omega-6 vetten en een gebrek aan omega-3 vetten en gedragsproblemen liggen voor de hand.
Je kunt geen gezond functionerend brein hebben, als de juiste ingrediënten om een gezond brein te ontwikkelen of te onderhouden niet gegeven worden!

De ADHD-“epidemie” creëert een generatie van drugsverslaafden
Als de diagnose eenmaal is gesteld, behelst de gebruikelijke aanpak meestal medicatie. Vaak voorgeschreven medicijnen zijn:

  • Ritalin,
  • Concerta,
  • Adderall,
  • Strattera.

Ritalin en Concerta bevatten methylphenidaat, een krachtige psychositmulerende drug, die in dezelfde klasse valt als cocaïne. Adderall bevat amphetamine (ook wel “speed”) en dextroam-fetamine.
Begrijp alstublieft goed dat het feit dat deze drugs alleen verkrijgbaar zijn op recept ze NIET veiliger maakt dan hun illegale “straatdrug” equivalent.
Methylfenidaat heeft hetzelfde effect als zeer verslavende drugs. Ritalin heeft bijvoorbeeld hetzelfde farmacologische profiel als cocaïne, toch zijn de effecten ervan zelfs nog sterker. Door gebruik te maken van brain imaging (MRI) hebben wetenschappers ontdekt, dat in de vorm van tabletten, Ritalin meer neurotransporters bezet die verantwoordelijk zijn voor het gevoel van “high” zijn, zoals verslaafden dat ervaren na het spuiten of roken van cocaïne.
In essentie hebben we een grote groep van nieuwe drugsverslaafden gecreëerd, door hen klaar te stomen voor verslaving op zeer jonge leeftijd.
Dit is een bijzonder schrijnende gedachten wanneer je bedenkt dat, naar alle waarschijnlijkheid, bijna een miljoen kinderen gedrogeerd wordt alleen maar, omdat ze zich gedragen naar hun leeftijd en waarschijnlijk zelfs nog meer kinderen krijgen verslavende medicijnen, terwijl gezond voedsel is wat ze echt nodig hebben.
Het is het vermelden waard dat sommige ADHD-medicijnen, net als antidepressiva, in verband worden gebracht met een toename van suïcidale gedachten en/of gedrag.
Strattera, dat atomoxetine hydrochloride bevat, draagt deze waarschuwing dan ook op de bijsluiter: hallucinaties, toegenomen agressief gedrag, hartaanvallen en beroertes zijn ook mogelijk bijwerkingen van ADHD-medicijnen.

Ritalin gebruik in Amerika is uit de hand gelopen
Volgens de Cancer Prevention Coalition (CPC) van dr. Samuel Epstein verstrekken  apothekers in de VS vijf keer zo veel Ritalin als de rest van de wereld bij elkaar. In totaal krijgt 60 tot 90 procent van de kinderen in de VS met aandachtstekortstoornissen dit krachtige medicijn voorgeschreven, wat er op neerkomt dat 3 tot 5 procent van de Amerikaanse kinderen en tieners Ritalin slikken.
Volgens de officiële beschrijving stimuleert Ritalin het centrale zenuwstelsel wat leidt tot bijwerkingen als

  1. verhoogde bloeddruk,
  2. verhoogde hartslag,
  3. verhoogde lichaamstemperatuur,
  4. verhoogde waakzaamheid,
  5. verminderde eetlust.

Onderzoek heeft Ritalin ook in verband gebracht met veel ernstiger problemen als kanker.

Natuurlijke manieren om symptomen van ADHD te verlichten
Als het aankomt op gedragsproblemen als ADHD hoop ik oprecht dat mensen zullen gaan inzien dat medicatie, als het al noodzakelijk is, echt een uiterst middel zou moeten zijn, als er echt geen andere optie meer is, Voordat u medicatie overweegt, denk dan eerst eens aan het toepassen van de volgende strategieën, in combinatie met de verzekering dat uw kind wordt beoordeeld naar zijn leeftijd:

  1. Haal de meeste granen en suikers uit het dieet van uw kind. Granen en suikers kunnen beide allergieën veroorzaken bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Zelfs organische granen kunnen bij veel kinderen voor problemen zorgen, dus is het verstandig om hen even geen granen te geven en te kijken of hun gedrag verbetert.
  2. Vervang frisdranken (ongeacht of ze regulier of light zijn), vruchtensappen en gepasteuriseerde melk door zuiver water zonder fluoride.
  3. Verhoog het gebruik van omega-3 vetzuren door het nemen van een goede kwaliteit omega-3 olie op dierlijke basis. Onderzoek heeft aangetoond dat iets simpels als op dierlijk vet gebaseerde omega-3 vetzuren de symptomen van ADHD effectiever kunnen verbeteren dan medicijnen zoals Ritalin en Concerta. Naar mijn mening is walvisolie het meest geschikt. Het bevat essentieel EPA en DHA in een dubbele keten fosfolipidestructuur die maakt dat het beter opgenomen wordt dat de omega-3 in visolie. .
  4. Minimaliseer het gebruik van alle verwerkte vetten, vooral transvetten omdat die de communicatie tussen zenuwen en cellen verstoren.
  5. Vermijd alle bewerkte voedingsmiddelen, vooral degenen die kleurstoffen, smaakstoffen en conserveermiddelen bevatten, die symptomen uitlokken en/of verergeren.
  6. Reinig uw huis van alle gevaarlijke bestrijdingsmiddelen en andere chemicaliën die in de handel zijn. Blootstelling aan bestrijdingsmiddelen is in verband gebracht met ADHD.
  7. Vermijd alle ongezuiverde wasmiddelen en schoonmaakproducten die gebruikt worden voor kleding en vervang ze door natuurlijk verkregen reinigingsmiddelen zonder toegevoegde parfums, wasverzachters enz.
  8. Breng meer tijd door in de natuur. Onderzoekers hebben ontdekt dat het blootstellen van kinderen met ADHD aan de natuur een betaalbare en gezonde manier is om symptomen te beheersen.

Dr. Mercola, september 2010

We moeten voorkomen, dat kinderen onder de drie televisie kijken, anders lopen we het risico dat we onomkeerbare schade aan hun gezondheid toebrengen. Het klinkt misschien schokkend, maar wees gerust, ik ben allesbehalve een tegenstander van technologische vooruitgang. Ik maak met plezier gebruik van mijn gloednieuwe iMac en we hebben ook een televisie. Ik heb mijn drie jongste kinderen echter geen televisie laten kijken, voordat ze drie jaar oud waren. Laat me uitleggen waarom….

De afgelopen tien jaar heb ik gegevens verzameld en wat ik ontdekte, baarde me als bioloog en als ouder grote zorgen.
Afgelopen maand heb ik mijn bevindingen gepresenteerd aan Euro-parlementariërs in Brussel. Mijn boodschap was ondubbelzinnig.
Pas op: de tijd die de kinderen voor het scherm doorbrengen, ongeacht wat de kleintjes kijken, kan hun welzijn op latere leeftijd ernstig beïnvloeden.
Er moet een aanbeveling komen voor de dagelijkse hoeveelheid tijd die voor het scherm wordt doorgebracht, zoals we dat ook hebben voor zout en vet. Anders lopen we het risico onze kinderen schade te berokkenen op het moment dat ze het meest kwetsbaar zijn. In 2008 verbood de Franse regering daadwerkelijk programmering die gericht was op kinderen onder de drie.
Onderzoek heeft erop gewezen dat niet wat je kijkt, maar op welke leeftijd je ermee begint en hoe lang je kijkt een schadelijk effect heeft.  In veel opzichten kan de ‘Teletubbies’ of welk educatief programma voor kinderen ook, psychologisch even schadelijk zijn als een gewelddadig computerspel.

Hoe heeft het kijken naar iets op een scherm of het nu een tv, een dvd, computerspelletjes of surfen op het internet is meer negatieve invloed dan ander tijdverdrijf als lezen of handwerken? Dat komt, omdat we onbewust aan de televisie gekluisterd worden. Het prikkelt de oriëntatie-reactie: onze gevoeligheid voor beweging en plotselinge veranderingen in beeld of geluid. Onderzoeken hebben aangetoond dat zuigelingen, terwijl ze op hun rug op de vloer liggen, hun nek ongeveer 180 graden draaien om te kijken. Dat we worden aangetrokken om te kijken naar heldere en snelbewegende dingen is een evolutionair mechanisme, een overlevingsinstinct. Deze beelden op het scherm prikkelen wat psychologen aandacht-inertia noemen: we worden aan de buis gekluisterd en we kunnen onze ogen niet meer losmaken van het scherm. Hetzelfde gedrag komt bij sommige dieren voor. Maar het lijkt erop dat wij de prijs betalen voor het toegeven aan deze primitieve behoeftes. Wetenschappers hebben de effecten geobserveerd die varieerden van de onmiddellijke afgifte van hormonen in het bloed, die bij kunnen dragen aan gezondheidsproblemen op de lange termijn, tot daadwerkelijke lichamelijke veranderingen in de hersenen en leerstoornissen.
Uit een onderzoek van de universiteit van Florence uit 2006 van kinderen tussen zes en der-tien jaar die een gemiddeld aantal uren tv keken, bleek dat hun melatonine-niveau – een hormoon dat maakt dat we slapen, maar dat ook belangrijk is voor een gezond immuunsysteem en dat het begin van de puberteit regelt – steeg met 30 procent na één week zonder scherm.

Als tv de afgifte van melatonine onderdrukt, is dat dan een verklaring voor het feit dat de puberteit bij meisjes tegenwoordig op een gemiddelde leeftijd van negen jaar en tien maanden begint – een jaar eerder dan twintig jaar geleden?
Hormonen die gerelateerd zijn aan de stofwisseling worden ook beïnvloed. Een onderzoek van de universiteit van Sydney dat deze zomer werd gepubliceerd, toonde aan, dat een groep van 290 jongens van 15 jaar die elke dag meer dan twee uur tv of dvd’s  keken of computerspelletjes speelden, verhoogde niveaus van bepaalde chemische stoffen hadden die gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van hart- en vaatziekten op latere leeftijd.
En dit jaar toonde de universiteit van Kopenhagen aan, dat personen die 45 minuten voor een computerbeeldscherm hadden gezeten aansluitend 230 calorieën meer consumeerden van een buffet dan zij die geen stimulus hadden gekregen.
Deze bevindingen worden gesteund door een onderzoek van de universiteit van Birmingham dat aantoonde, dat vrouwen die tv keken tijdens een maaltijd eerder geneigd waren om in de uren daarna te gaan snacken. Eén theorie is dat de tijd voor het scherm de afgifte van stoffen die geschakeld zijn aan honger en verzadiging in het bloed onderbreekt. Of misschien wordt het geheugen aangetast, zodat we vergeten dat we gegeten hebben.
Misschien het meest fascinerende onderzoek van de ‘Dunedin School of Medicine’ in Nieuw Zeeland werd in 2004 gepubliceerd. Onderzoekers volgden 1000 personen vanaf hun vroege jeugd, 26 jaar lang. Ze ontdekten, dat degenen die meer dan twee uur per dag keken tussen de leeftijd van vijf en vijftien, 15 %  meer kans hadden op een verhoogd bloedcholesterol. Deze factor bleef, ongeacht andere factoren als sociale achtergrond, body-mass-index (BMI) op vijfjarige leeftijd, BMI van de ouders of de ouders roken en hoe fysiek actief de kinderen waren op 15-jarige leeftijd. Zij die geen tv keken, hadden geen verhoogde gezondheidsrisico’s.

De tijd voor het scherm stimuleert ook de afgifte van dopamine, een stof in de hersenen die betrokken is bij het leren en concentreren. Als we iets nieuws zien of meemaken, wordt do-pamine afgegeven in de hersenen. Het doel is onze aandacht te richten.
De stortvloed aan beelden tijdens de gewone tijd voor het scherm kan ervoor zorgen, dat de hersenen ongevoelig worden, zodat het kind later, als hij zich moet concentreren op iets dat geen hyper-stimulerend effect heeft – een boek of een leerkracht – ontdekt, dat hij dat niet kan. Het is vergelijkbaar met mensen die zout toevoegen aan hun eten en dan vinden dat eten zonder zout flauw smaakt.
Ongeveer 80 % van de ontwikkeling van onze hersenen vindt plaats voor ons derde jaar en de tijd die voor het scherm wordt doorgebracht op deze leeftijd lijkt bijzonder schadelijk te zijn.
Aan de andere kant van het spectrum toonde een onderzoek van het ‘Hart en Diabetes Instituut’ in Melbourne aan dat elk uur tv-kijken op volwassen leeftijd geassocieerd werd met een daling van 18 % sterfgevallen aan hartkwalen. Zij die vier of meer uur per dag keken, hadden 80 % meer kans op een dodelijke hartkwaal.

Op de leeftijd van 75 jaar heeft de gemiddelde Brit meer dan 12 jaar tv gekeken. Zij die  tussen de 11 en 15 jaar oud zijn, spenderen nu 50 % van de tijd dat ze wakker zijn – 42 uur per week, zes uur per dag – voor een scherm.
Het goede nieuws? Als u de tv uitzet, kunt u deze nadelige effecten voorkomen of omkeren. Tenslotte zijn er geen gezondheidsrisico’s verbonden aan het lezen van een goed boek.

Dr. Aric Sigman 
Sept. 2010