De scholen zijn inmiddels weer geopend en dingen zijn anders geworden. Er is een tijd vóór en een tijd ná corona. Sommige kinderen zijn angstig geworden. Gelukkig stellen de meeste scholen het welzijn van de kinderen voorop in plaats van een eventuele opgelopen achterstand. Op sommige scholen worden yoga en mindfulness gebruikt om daarmee het welzijn van kinderen te verbeteren.

Ontspanningsoefeningen in de klas
Een goed voorbeeld hiervan zijn de ontspanningsoefeningen van rustmoment in de klas.nl. “Rustmoment in de klas” bestaat uit talloze korte (ongeveer 5 minuten) ontspannende filmpjes die voor rust zouden moeten zorgen. Deze oefeningen kunnen ieder moment in de klas door de leerkracht zonder voorbereiding worden ingezet. Dit gebeurt dan bijvoorbeeld tussen rekenen en taal door. Op zo’n wisselmoment wordt wel vaker een spelletje gedaan, zodat kinderen even kunnen bewegen en daar is niks mis mee. Als er sluipenderwijs  ”rustmomentjes” tussen de lessen door worden gedaan die niets anders zijn dan geleide fantasie of yoga, dan is het goed om aan de bel te trekken. Soms is het lastig om de bron van zo’n oefening te achterhalen, omdat leerkrachten deze ergens hebben gevonden op internet. Dat vraagt dus om een stukje onderscheidingsvermogen en oplettendheid van ouders.

Ontspanningsoefeningen als antwoord op stress
In deze crisisperiode is het goed mogelijk dat de behoefte om kinderen te helpen ontspannen groeit. De stichting ”Glimlach in je hoofd” is actief bezig om een bijdrage te leveren aan de mentale weerbaarheid van kinderen en jongeren. Hun doel is dat zij in 2025 alle Nederlandse scholieren kennis hebben laten maken met de kracht van het ‘rustendoortje’. Deze ‘rustendoortjes’ bestaan uit begeleide meditatie-oefeningen, waarmee kinderen en jongeren iedere dag een ‘shotje mindfulness’ binnen krijgen[1]. Vanuit dit concept van losse meditatie-oefeningen willen ze een volwaardig meditatie-programma voor kinderen van 6 – 18 jaar ontwikkelen. Dit programma zal actief worden gepromoot onder docenten op basis – en middelbare scholen. Stichting ”Glimlach in je hoofd” wordt gesteund en gepromoot door o.a. de stichting Kinderpostzegels. Zou het mogelijk kunnen zijn dat scholen net als een anti-pest beleid straks ook verplicht worden om een anti-stress beleid uit te voeren? Als het aan de stichting “Glimlach in je hoofd” ligt, is het klaslokaal van de toekomst: de plek van leren EN ontspannen. Als die wens uitkomt, dan is de gedachte aan een verplicht meditatieprogramma voor scholen niet zo ver gezocht.

Zie webshop.

Wie geeft rust?
Daarom is het belangrijk om ook in deze tijd, waarin ons hoofd misschien naar hele andere dingen staat toch nuchter en waakzaam te blijven. Als christenen hoeven we niet onze toevlucht te nemen tot yoga, mindfulness of andere vormen van Oosterse meditatie. Stichtingen zoals “Glimlach in je hoofd” hebben het goede met kinderen en jongeren voor en willen voorzien in de behoefte naar innerlijke ”rust”, maar helaas putten ze uit de verkeerde bron. Meditatie-oefeningen uit Oosterse religies zijn niet neutraal en hinderen kinderen om tot de Heere Jezus te komen. Hij heeft gezegd: ”Laat de kinderen tot Mij komen, niemand mag ze hinderen” (Luc 18:16) en ”Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven” (Mat 11:28). Christelijke scholen die meditatie-oefeningen uit Oosterse religies gebruiken, onder wat voor noemer dan ook, gaan voorbij aan deze opdracht uit de Bijbel. Ze zoeken daarmee een alternatief dat niet past bij hunchristelijke identiteit.

A. Poelstra

 

 

[1] Het projectplan van de stichting is te downloaden op hun website

 “Stort uw hart uit als water voor het aangezicht van de Heere! Hef tot Hem uw handen op, vanwege het leven van uw kleine kinderen” (Kl 2:19).

De duivel verhoogt zijn snelheid, hij is aan zijn eindsprint begonnen. Hij ziet dat zijn einde nadert. Binnenkort wordt hij voor 1000 (duizend!) jaar op non-actief gezet en direct daarna, na een korte, allerlaatste activiteit, voor eeuwig (!) uitgeschakeld (Op 20:1-3,7-10). Met het oog op dit onontkoombare lot zet hij in de korte tijd die hem rest alles op alles om nog zoveel mogelijk van Gods origineel van de schepping en het gezin te verwoesten. Zijn propagandamachine draait op volle toeren. De stroom publicaties met een inhoud die lijnrecht ingaat tegen wat God tot zegen aan de mens heeft gegeven en daarover in Zijn Woord heeft meegedeeld, zwelt aan. Daarbij richt hij zijn pijlen met name op kinderen.

Binnen een tijdsbestek van enkele dagen verschenen op NOS.nl twee artikelen waarin de strategie van de aanval op onze kinderen onverbloemd wordt aangekondigd. Dat raakte me. Het eerste artikel[1] gaat over een non-binair personage: “Het nieuwe non-binaire personage Lesley in de NPO-jeugdserie Spangas: De Campus, die zich niet identificeert als een jongen of meisje maar als een andere genderidentiteit, krijgt veel aandacht op social media.” Aan het slot van het artikel merkt een betrokkene op: “Ik denk dat het belangrijk is dat kinderen zien dat Lesley een super cool persoon is, en niet ‘ondanks’ het feit dat die non-binair is, maar misschien wel ‘omdat’.”

Het tweede artikel[2] betreft de seksuele voorlichting op basisscholen. Een woordvoerder van het kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers stelt dat “een derde van die scholen niet specifiek aandacht besteedt aan seksuele diversiteit zoals bijvoorbeeld homoseksualiteit, terwijl dat wel moet.” Volgens een expert van genoemd centrum is het belangrijk dat kinderen niet alleen onderwijs krijgen over hun eigen lichaam en relaties, maar is het minstens zo van belang dat zij jong leren over seksuele diversiteit. “Jonge kinderen kunnen zelf al homoseksuele gevoelens hebben. Hun moet je meegeven dat die gevoelens oké zijn, zodat ze zich geaccepteerd voelen.” En: “In een les over relaties kun je bijvoorbeeld uitleggen dat sommige kinderen twee mama’s hebben en dat dat ook normaal is.”

En dan het boek “Oer”. In diezelfde dagen las ik daarover enkele lovende recensies. Dat boek wil christelijke opvoeders helpen om kinderen en jongeren op een begrijpelijke manier te vertellen dat God de wereld door evolutie heeft gemaakt. De oude slang valt daarin niet met open vizier aan, maar kiest voor een ‘vriendelijke’ benadering. Het boek is een mengsel van waarheid en leugen, vol dodelijk venijn. Het mengsel is bereid volgens het oeroude recept van de oervader van de leugen. En dat recept werkt. Een van onze kleinkinderen, 5 jaar oud, die op een christelijke school zit, kwam kort geleden thuis met het verhaal dat de Here God de wereld had geschapen en dat het een beetje door een knal was. Dat had hij opgepikt uit een filmpje dat de juf had laten zien. Bij navraag door zijn moeder bij de juf bleek dat ze per ongeluk het verkeerde filmpje had laten zien. Het gif was echter wel binnengekomen. De moeder heeft het enig werkzame bestrijdingsmiddel, het Woord van God, gebruikt om dit gif onschadelijk te maken.

Het is duidelijk: de geestelijke strijd om de zielen van onze kinderen is in volle hevigheid ontbrand. Daarbij wordt geen wapen geschuwd. Wie naïef is en denkt dat het allemaal goed bedoeld is en dat het wel zal loslopen met ‘onze’ kinderen, mag verder slapen. Voor wie wakker is, klinkt de oproep: “Het einde van alles nu is nabij, weest dus bezonnen en nuchter tot gebeden” (1Pt 4:7). Wij moeten – inderdaad moeten! – onze kinderen en jongeren bevestigen in hun jongen- of meisje-zijn en hen onderwijzen over wat God in Zijn Woord over de schepping zegt. Tegelijk moeten we voor hen tot God roepen om als een muur om hen heen te zijn. Daarom nog een keer:

“Stort uw hart uit als water voor het aangezicht van de Heere! Hef tot Hem uw handen op, vanwege het leven van uw kleine kinderen” (Kl 2:19)!

Ger de Koning

 

 

[1] https://nos.nl/artikel/2346167-na-kritiek-op-non-binair-personage-spangas-er-is-nog-een-lange-weg-te-gaan.html (website bezocht op 01-09-2020)
[2] https://nos.nl/artikel/2346731-rutgers-1-op-3-basisscholen-geeft-geen-les-over-homoseksualiteit.html (website bezocht op 04-09-2020)

De auteur van het onderstaande artikel, dr. Werner Gitt, gebruikt op diverse plaatsen voorbeelden uit Duitsland. Op zichzelf is dat geen bezwaar, omdat de situatie in ons land niet zo veel verschilt.

Nooit eerder dwong een ziekte de hele wereld op de knieën zoals in het voorjaar van 2020, waarin het coronavirus het openbare leven tot stilstand bracht. Lockdown werd voorgeschreven, evenementen werden geannuleerd, universiteiten, scholen en kinderdagverblijven werden gesloten. Voetbalwedstrijden vonden plaats voor lege stadions. Kerkdiensten werden verboden – dat gebeurde zelfs niet in oorlogstijd. Een zeer mobiele samenleving, waarin 130.000 vliegtuigen met 12 miljoen passagiers dagelijks de continenten over de hele wereld verbinden, bevond  zich plotseling in de standby-modus. Dit was zo’n ernstige ingreep dat iedereen over de hele wereld erbij betrokken werd. De kracht waarmee de mensheid plotseling door alles getroffen werd, overschaduwde zelfs het klimaatdebat.

We werden verrast in ons normale patroon: in ons zorgeloze dagelijkse leven, geboekte reizen en geplande familiefeesten, alles moest plotseling worden geannuleerd. Dit omvat ook grote evenementen, zoals de Olympische Spelen in Tokio, het Passiespel in Oberammergau, de Boekenbeurs van Leipzig of het Oktoberfeest in München. Wat ons tot nu toe vanzelfsprekend  leek, werd opeens buiten spel gezet. Plotseling was er niet meer het normale  leven: geen voetbal, geen concerten, geen theater, geen lezingen, geen kerkdiensten. Kort gezegd waren er alleen nog de woorden “geannuleerd” of “gesloten”. De voorgeschreven maatregelen om mensen te beschermen tegen het coronavirus hebben de straten en de overvolle toeristenplaatsen leeg geveegd. Het bloeiende economische en sociale leven was lamgelegd, opgeslagen achter gesloten deuren of op internet. Nooit tevoren in onze geschiedenis werden grondwettelijk vastgelegde vrijheidsrechten, die we als elementair beschouwden, stapsgewijze ingeperkt – zij het met tegenzin – vanwege gezondheidsvoorzorgsmaatregelen.

De microbioloog en voorzitter van het Robert Koch-instituut in Berlijn, Lothar H. Wieler, zei het op 14 april 2020 in een ZDF-uitzending over de coronacrisis als volgt: “Deze pandemie was er nog niet eerder. We hebben geen blauwdruk hoe we zullen handelen. De ziekte is nieuw.“ Dit onthult alle hulpeloosheid. De coronacrisis veroorzaakte in alle landen een onverwachte economische en financiële crisis, waarvan de omvang nog niet kan worden ingeschat. Voor het grootste hulppakket in de geschiedenis van de Bondsrepubliek ter bestrijding van corona wordt momenteel (stand: 23 april 2020) de landelijke begroting belast met 453 miljard euro. Daarnaast geven federale regering en deelstaatregeringen garanties van bijna 820 miljard euro. Samen is dat ongeveer 1,2 biljoen euro. Dat is driemaal zoveel geld als de federale overheid anders in een heel jaar zou uitgeven. Vanaf 2023 is de federale overheid verplicht jaarlijks vijf miljard euro aan coronaverplichtingen terug te betalen. De coronabelastingen kunnen pas in 2043 worden afgelost zijn.

We zoeken naar een verklaring van deze pandemie. Wie heeft die voor ons?

De kerken gaven ons geen antwoord
De historicus prof. Michael Wolffsohn klaagt in de “Frankfurter Allgemeine Zeitung” van 20 april 2020 over het zwijgen van de kerk: “In ieder geval heb ik geen diepgaande theologische interpretatie van deze pandemie door leidende geestelijken gezien.”

Het blad “Welt am Sonntag” kopte: “Wordt de Corona-crisis een faillietverklaring voor de kerken?” In het artikel staat: “De zelfbeheersing van de kerken doet vreemd aan in een tijd waarin oriëntatie meer dan ooit gevraagd is. In de vredesbeweging, in het aanpassingsdebat, in het verzet tegen kernenergie, in de strijd voor solidariteit met de Derde Wereld en tegen Hartz IV in Duitsland stonden de christelijke kerken ……altijd voorop. Jarenlang kon van de voormalige bisschop en voorzitter van de raad van de Evangelische Kerk in Duitsland, Margot Käßmann, worden verwacht dat ze commentaar of zelfs instructies gaf over bijna elk onderwerp. Vaak ook ongevraagd. Nu zwijgt ze. ‘[Citaat ideaSpektrum 16.2020, p. 11]

Dus richten we ons op de Bijbel of met andere woorden, wat vertelt God ons hierover in zijn Woord?

1. We leven in een gevallen wereld
We leven in een wereld waarin ons leven een sterftecijfer van 100 procent heeft. Alles hier is onderhevig aan vergankelijkheid. In deze schepping zijn ongeveer 20 miljoen verschillende gifstoffen bekend. Als je deze wereld met alle slechte dingen wilt interpreteren en de zondeval aan het begin van de menselijke geschiedenis wilt negeren, krijg je altijd verkeerde verklaringen. Alle menselijke pogingen om hier een aards paradijs te bouwen, zijn altijd mislukt. De reden hiervoor is de zonde met haar wet: “Het loon van de zonde is de dood” (Romeinen 6:23). Daarom zijn er zoveel oorlogen, zoveel haat, zoveel ziekten en dood in deze wereld. In deze coronatijden worden we ons hiervan opnieuw bewust.

2. Volgens de mening van de meerderheid heeft God niets met corona te maken
In onze tijd is het gebruikelijk geworden om slechts eenzijdig te prediken over de liefde van God; de oordelen van God worden algemeen buitengesloten. De Bijbel daarentegen toont ons, dat bijvoorbeeld de zondvloed met miljoenen doden door God werd veroorzaakt, evenals de val van Sodom en Gomorra of de verstrooiing van het volk van Israël over de hele wereld.

Kan men God zo gemakkelijk terzijde schuiven in de coronacrisis als politici en kerkleiders het in het hele land doen? De Maagdenburgse rooms-katholieke bisschop Gerhard Feige, met zijn bijdrage in “Christ und Welt”, nr. 17 van 16 april 2020, is representatief voor een dergelijke manier van denken. Hij citeert: “Het meest recente gemeenschappelijke woord van de katholieke, evangelische en orthodoxe kerk in Duitsland, waarin werd gezegd: “Ziekte is niet Gods straf – noch voor individuen, noch voor hele samenlevingen, naties en continenten of zelfs voor de hele mensheid. Ziekten maken deel uit van onze menselijke natuur als zwakke en kwetsbare wezens.”’
We negeren in een wereldwijde gebeurtenis als deze coronapandemie, de God die zelfs de haren op ons hoofd telt (Mattheüs 10:30) en die elk van de 1025  sterren zijn eigen naam geeft (Psalm 147: 4). Of denken we aanmatigend dat we God dood kunnen verklaren zoals Nietzsche?
Niets is belangrijker dan te letten op het Bijbelse Woord, want alleen van daaruit kunnen we de situatie op de juiste manier beoordelen. Hebben we wel eens, in verband met droogte en overstromingen, overwogen wat er in Job 12:15 staat? ‘Zie, Hij houdt de wateren tegen, en zij vallen droog; Hij laat ze gaan, en zij keren de aarde om.’

3. De vergeten God
Laten we in verband met ons thema eens kijken naar de huidige stand van zaken in Duitsland. In 2019 waren er 100.000 abortussen in Duitsland – volgens de
Bijbel is dit moord. We hebben de Bijbelse waarheid van het scheppingsverslag eenzijdig en volledig vervangen door een wetenschappelijk niet-bewijsbare evolutie. Zijn we ons bewust wat we ermee aangericht hebben? Door Zijn Woord, de Bijbel, te verwerpen of niet ter zake te vinden, beschuldigen we God van liegen. De klimaatdiscussie krijgt kenmerken van een alternatieve religie. Met het door de staat goedgekeurde “Huwelijk voor iedereen” hebben we Gods bevel genegeerd. De voormalige federale president Christian Wulf zei op de twintigste verjaardag van de hereniging in Bremen: “De islam behoort bij Duitsland.” Met zulke betreurenswaardige verklaringen openen we opzettelijk de deur naar de islam. De strikte afwijzing van het kruis laat zien hoe antichristelijk deze religie is. In de Koran worden ongelovigen – vanuit een islamitisch perspectief verwijzend naar christenen, joden en atheïsten – beschreven als de slechtste  dieren (soera 8.57; soera 98.6). Wie ondersteunt, dat de islam tot Duitsland behoort, ondersteunt dat Duitsland tot de islam behoort.

De lijst met wangedrag kan nog langer gemaakt worden. We doen alsof God niet bestaat. Of hebben we er een lieve-god-verhalenboek op maat van gemaakt – zoals de naoorlogse dichter Wolfgang Borchert Hem noemde – die nergens meer verantwoordelijk voor is? We zijn een goddeloos land geworden. Als we een opiniepeiling zouden starten op een druk plein in een grote stad en voorbijgangers vragen: ‘Geloof je in Jezus Christus als de gekruisigde en opgestane Heer en heb je je bewust tot Hem gewend in een persoonlijke beslissing?’ Hoeveel zouden er met een duidelijk “JA” antwoorden? We zouden beslist duidelijk onder de “5 procent-clausule” blijven.

Zou God over dit alles zwijgen? In Galaten 6:7 staat: „Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten.”

4. Corona heeft veel met God te maken!
Met het oog op de uitspraken onder punt 3, lezen we nu wat God aan koning Salomo heeft geopenbaard: 13Wanneer Ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of wanneer Ik de sprinkhaan gebied om het land te verslinden, of wanneer Ik pest onder Mijn volk zend, 14 en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen.”(2 Kronieken 7:13-14).

Hier laat God ons weten dat Hij in alles de Bewerker is en blijft. Hij is het die de regen tegenhoudt, die een sprinkhanenplaag over het hele land laat komen, wijdverbreide bosbranden en tsunami’s toestaat en de besmettelijke ziekten (bijv. pest, corona).
Corona heeft dus iets met God te maken!

We kunnen proberen al deze waarnemingen wetenschappelijk of vanwege menselijk tekortschieten verklaren, of zelfs aan toeval toe te schrijven. We zitten er dan net zo naaast als iemand die de drie en een half jaar droogte in de tijd van Elia meteorologisch zou willen verklaren (Jakobus 5: 17-18). De profeet Amos 3:6 zegt nogal drastisch: ‘Of komt er kwaad in de stad voor zonder dat de HEERE dat doet?’ Zo ook in Jesaja 45:5 en 7:  ‘Ik ben de HEERE, en niemand anders, buiten Mij is er geen God. … Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, de HEERE, doe al deze dingen.‘ We zijn zeer verrast dat God Zich als veroorzaker van ongelukken, rampen, epidemieën, enz. voorstelt. Op het eerste gezicht wekt deze verklaring onze afschuw op. God staat niet alleen ongeluk toe: Hij is soeverein over alle dingen. Dat past niet echt in ons triviale idee van ‘lieve God’.

5.Hoe spreekt God heden tot ons?
God doet niets willekeurig. Alles vindt in Hem zijn basis, en dikwijls kondigt hij zijn oordelen lang genoeg van tevoren aan om ons de gelegenheid te geven ons te bekeren: ‘Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten.’ (Amos 3:7). Dat deed God bijv. vóór de zondvloed (Genesis 6:7) of vóór de ondergang van Sodom en Gomorra (Genesis 18).

Spreekt God vandaag de dag nog steeds via profeten, zoals in de oudtestamentische periode? Antwoord: NEE. Maar dat betekent niet, dat God ons vandaag niet persoonlijk aanspreekt en ons leidt. Voor ons geldt wat in Hebreeën 1:1-2 staat: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon  (Jezus Christus).” Als we de coronacrisis willen begrijpen, worden we naar de Heere Jezus verwezen, omdat Hij in Lukas 24:45 zegt: “Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.” We worden dus verwezen naar de Schrift, die de Heere Jezus ontsluit door de Heilige Geest. Deze Bijbelse oriëntatie kan ons behoeden voor misleiding door vele zelfbenoemde maar valse profeten.

Na alle bovenstaande overwegingen kunnen we dus de gerechtvaardigde vraag stellen: kwam deze coronapandemie per ongeluk op deze wereld of werd hij door God beschikt? God uitsluiten zou het verkeerde antwoord zijn. We worden hier geconfronteerd met Zijn handelen in deze wereld, maar we kunnen het niet duidelijk ontcijferen. Drie antwoorden lijken mij mogelijk:

  • De pandemie is een oordeel over een grotendeels goddeloze wereld.
  • Het is Gods oproep tot bekering, opdat we redding in de Heere Jezus vinden.
  • Het is een teken van de spoedige wederkomst van de Heere Jezus. Hij voorspelde dat de ‘weeën’ zijn komst zouden voorafgaan (Mattheüs 24:8).

6. Welke boodschap geeft God ons?
Wat leren we van deze coronacrisis? Ten eerste dat we onze hulpeloosheid beseffen. We moeten, ondanks alle technische maakbaarheid, onze grenzen beseffen. We stellen vast, dat dit gebeuren de hele wereld raakt. Geen enkel land en geen enkele groep mensen is uitgesloten: het treft christenen en atheïsten, moslims en hindoes, het treft jong en oud, armen en rijken, het treft de gezonde en mensen met een aandoening, kortom: iedereen! Als God zo universeel tegen ieder van ons spreekt, dan rijst de vraag: is er een boodschap die ook voor iedereen op aarde geldt? De Bijbel geeft ons een heel duidelijk en ondubbelzinnig antwoord, zoals:

  • God wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen’ (1Timotheüs 2:4).
  • “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden” (Handelingen 3:19).

In zijn artikel „Angst vor dem Virus?“ vergelijkt Manfred Röseler het covid 19-virus met een veel verraderlijker virus: dat is de zonde. Dat virus brengt ons niet alleen de lichamelijke dood, maar de eeuwige dood (hel). We worden in de Bijbel ook van tevoren gewaarschuwd voor deze catastrofe (Openbaring 21:8), zodat het niemand zal verbazen.

Omdat God de Liefde is in persoon (1Johannes 4:16), wil Hij ons veranderen, wie we ook zijn. Door Jezus’ dood en opstanding is er het medicijn tegen het zonde-virus beschikbaar. Nu is de korte, reddende boodschap: “Wie in de Zoon (van God) gelooft, heeft eeuwig leven” (Johannes 3:36). Belijd Jezus de Zoon van God de tekortkomingen van je leven, vooral de manier van leven zonder HEM en vraag HEM om in je leven te komen. Dan ben je gered en kom  je bij de Heere Jezus.

dr. ing. Werner Gitt

 

 

“Kerf geen tekens in je lichaam en breng geen tatoeages aan.

Ik ben de HEER”  (Leviticus 19:28  NBV).

Wat is een christelijke houding? (= een Christus-gelijke houding)

1. Inleiding; Hoe bepaalt een christen zijn standpunt?
Het standpunt van een christen wordt bepaald door de Bijbel. Sommige richtlijnen staan daarin heel direct als geboden of verboden, voor andere aspecten van het leven is meer kennis van Gods Woord nodig.
De Bijbel geeft verschil aan tussen

  • Gods geboden houden (ze opvolgen) en
  • Zijn Woord bewaren (acht slaan op Gods Woord).

De gevolgen voor het kind van God zijn ook verschillend:

  • Wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. (Joh 14:2 1)
  • Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn Woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen. (Joh 14:23)

Als we Gods Woord bewaren, komt er een heel nauwe relatie met de Vader en de Zoon: Ze komen bij ons wonen!

Dit onderscheid kan geïllustreerd worden aan de hand van een voorbeeld van een kind ten opzichte van aardse ouders. Het maakt verschil uit of een kind een opdracht (gebod) van de ouders opvolgt, of dat het kind goed let op wat de ouders zeggen en hen dan op hun verjaardag iets geeft wat ze op prijs stellen. Zo zal ook een gelovige bij het bepalen van zijn standpunt niet alleen letten op duidelijke geboden of verboden in Gods woord, maar vooral ook trachten na te speuren waar Gods verlangen naar uit gaat.

 2. Bij twijfel niet inhalen.
Als er in de Bijbel geen rechtstreekse verboden staan, moeten we trachten de Geest van het Woord te verstaan, het Woord alleen of samen met anderen onderzoeken en bidden. Dé plaats daarvoor is de gemeente.
Als er ruimte is voor twijfel of iets God wel of niet zal behagen, kan men het beter niet doen.
“Alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig” (Rom 14:23).

3. Aanwijzingen
De Wet van het Oude Testament gebood de Israëlieten: “Kerf geen tekens in je lichaam en breng geen tatoeages aan. Ik ben de HEER” (Leviticus 19:28  NBV).
Verminking van het lichaam was een rouwgebruik onder de heidenen, dat nadrukkelijk verboden werd door de Here God. Ook tegenwoordig brengen mensen soms tatoeages vanwege een bijzondere gebeurtenis of als standpunt. Blijkbaar heeft deze opzettelijke tatoeage een dieperliggende achtergrond in de onzichtbare wereld.
Wat zegt de letterlijke tekst?
In de meeste vertalingen staat in vers 28 ‘dode’ en daarmee wordt het tatoeëren beperkt tot een onderdeel van het dodenritueel. Maar wat staat er letterlijk in het Hebreeuws (lezen van rechts naar links):

Figuur: copy samengesteld uit Studiebijbel Oude Testament; M.J.Paul, G.van den Brink, J.C.Bette; Bijbelcommentaar Leviticus/Nummeri/Deuteronomium. Uitg. Centrum voor Bijbelstudieonderzoek ISBN 9789077651004

In de Naardense Bijbel (een zo letterlijk mogelijke vertaling) staat:
Vs 26 Nooit zult ge iets eten samen met bloed; doet niet aan slangenkijkerij en wolkenwichelarij!
Vs 27 Ge zult de hoekrand van uw hoofdhaar niet afronden; en de hoekrand van je baard zul je niet vernietigen.
Vs 28 Ge zult uzelf geen inkerving ‘voor de ziel’ geven in uw vlees, – inscripties en tatoeëringen zult ge op u geen plek geven: ik, de ENE….

Er staat dus niets over een dode.

Een logische interpretatie is dus:
Leviticus 19:26-29 gaat over praktijken die te maken hebben met het occulte (verborgene).
Het gaat om zaken die schadelijk zijn ‘voor  de ziel’. Toegepast voor mijzelf: praktijken die schadelijk zijn voor mijn ziel.

Een geheiligd (afgezonderd) leven
Speciaal ook de priesters werd er op gewezen hun lichaam niet te beschadigen.
“Priesters mogen geen tekens in hun huid kerven” (Lev 21:5).
Priesters moesten geheiligd (afgezonderd) leven. Aan hun levens moesten de mensen zien wie de heilige God is. In het Nieuwe Testament heeft de gemeente die taak: “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters… “ (1Petr 2:9).
Discipelen van Jezus Christus zijn priesters. We moeten ons bewust zijn dat ons lichaam aan God toebehoort. Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? (1Kor 6:19).
Als onze lichamen aan God toebehoren, dan moeten we onszelf ervan verzekeren, dat we Zijn duidelijke “toestemming” hebben alvorens we die “bewerken” met tatoeages.

 4.Een sieraad?
De Bijbel draagt ons op om ons ingetogen te kleden:
…..zich waardig, sober en ingetogen kleden (1 Timoteüs 2:9). Mensen die zich ingetogen kleden, kleden zich op een zodanige manier dat zij hiermee geen aandacht op hun lichaam vestigen. Tatoeages trekken de aandacht van anderen. In dat opzicht zijn tatoeages beslist niet ingetogen.

5.Raadgevers
►Je verstand
Door onkunde zijn er soms gewoonten en gebruiken die zeer schadelijk zijn voor de gezondheid. Zie volgende citaat:
“Van menige tatoeage-inkt is de samenstelling duister. Sommige bevatten azopigmenten en polycyclische aromaten” een citaat uit C2W, het vakblad voor chemici (13-9-2008). Deze stoffen zijn kankerverwekkend. Het artikel vermeldt ook dat bij de verwijdering door laserstralen zeer gevaarlijke stoffen ontstaan.
►Adviezen van geestelijk gegroeide gelovigen
Mijn zoon, als je in acht neemt wat ik zeg, mijn richtlijnen altijd onthoudt, een open oor hebt voor mijn wijsheid, een geest die neigt naar inzicht, als je erom vraagt de dingen te begrijpen, roept om scherpzinnigheid, ernaar zoekt als was het zilver, ernaar speurt als naar een verborgen schat – dan zul je ontdekken wat ontzag voor de HEER is, dan zul je kennis van God verwerven. (Spr 2:1-5). Gelovigen zullen waarde hechten aan de raadgevingen van geestelijk meer gegroeide gelovigen.

6.Tatoeages aanbrengen als evangelisatiemiddel?
Kan men zich Jezus Christus voorstellen als een mens met tatoeages? Paulus schrijft: “Volg mij na, zoals ik Christus navolg” (1Kor 11:1). Is ons hele gedrag in overeenstemming met de uiterlijke tatoeage? Ook ons hele verdere leven? Stel dat er een minder christelijke periode in ons leven komt, waarin ons gedrag beter niet nagevolgd kan worden, welk getuigenis zal dan uitgaan van het merkteken in onze huid? Het omgekeerde gebeurt juist als een getatoeëerde ongelovige tot geloof in Jezus Christus komt. Zijn of haar gedrag is dan zo in tegenspraak met de uiterlijke tekens dat het meteen opvalt.

7.Tenslotte
Bedenk dat een ieder rekenschap af moet leggen. Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden (Rom 14:12). Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus (1Thess 5:23).

 dr.Wim Hoek

 In het Duitse tijdschrift “Zeitruf”, nummer 3/2016, stond een kort bericht over tatoeages in Thailand.

Thailand: de magie van het tatoeëren

Huidtekeningen moeten beschermen tegen alle kwaad. Sommigen brullen als tijgers, anderen krijsen als apen bij het “Magisch tattoo-festival”. Tienduizenden mensen nemen in Thailand deel aan de traditionele feesten, waarbij volgens oud geloof hun als heilig geldende huidtekeningen nieuwe kracht krijgen.
Bij de ceremonie op het plein van de Bang-Phra-tempel in Nakhon Pathom, ca. 50 km ten westen van Bangkok, geven deelnemers een  overleden abt en beroemd tattoo-meester eerbetoon. De aanwezigen mediteren urenlang (…) en wachten op de zegen van de monniken.
Steeds weer komen de deelnemers daarbij in trance en imiteren ze de wezens, die ze in hun huid hebben laten prikken.  Deze traditionele Thailandse tattoos (….) zouden geluk, welstand en kracht brengen, maar bovenal tegen het kwaad beschermen.
(Bron: RGA, 6.9.16, Pag.24
Commentaar van de redactie van Zeitruf:

De Bijbel, Gods onfeilbare Woord, verbiedt elk soort tatoeages.  We lezen in Leviticus 19:28: “U mag vanwege een dode geen inkerving in uw lichaam maken en geen tatoeages bij uzelf aanbrengen. Ik ben de HEERE.” Dit heidens-occulte gebruik neemt in onze na-christelijke eindtijd steeds meer toe.  Tegenwoordig is het in onze westerse samenleving ‘cool’ om getatoeëerd te zijn en niet zelden worden ze op grote oppervlakten aangebracht. Bij diverse film- en popsterren, maar ook bij voetballers en sporters zijn tatoeages intussen heel normaal aan de orde van de dag en dienen ze helaas als voorbeeld voor velen, ook jonge mensen. Het bovenstaande jaarlijkse feest in Thailand toont duidelijk het verband tussen de tatoeages en het occulte. Bij deze boeddhistische rituelen raken de deelnemers in extase, komen in trance, worden door demonen bezet en gedragen ze zich als wilde dieren.

 

 

 

 

Rationeel Emotieve Therapie (RET) Bijbelse duiding en weerlegging
RET-therapie is een cognitieve methode die erop gericht is om mensen beter te leren omgaan met stressvolle situaties De relatie tussen denken en emotie staat binnen deze therapie centraal. Het uitgangspunt is dat niet de gebeurtenis zelf,, maar de interpretatie van de gebeurtenis oorzaak is van psychische problemen. Gevoel en emoties hebben een grote rol binnen het geheel.

De gedachten bepalen hoe men in moeilijke situaties handelt. Negatieve en irrationele gedachten worden opgespoord en vervangen door rationele gedachten om zo een betere kijk op zichzelf en de omgeving te krijgen.

RET-therapie gaat uit van het menselijk potentieel om een gedragsverandering te bewerkstelligen.

 

De Bijbelse visie op het mens-zijn is gebaseerd op feiten en niet op gevoelens. Oorzaak en gevolg staan los van emotie of gevoel. In Rom 3:10 staat dat niemand rechtvaardig is.  De mens zoekt zijn eigen oplossing voor problemen. Ps 10: 4: De goddeloze, met zijn neus trots omhoog, onderzoekt niet. Al zijn gedachten zijn: Er is geen God. Bijbelse gedragsverandering komt door de vernieuwing van het denken door het werk van de Heilige Geest (Rom 12:2).

Door als christenen op te zien naar de Heere Jezus krijgen we een betere kijk op de omstandigheden.

17 Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg. 18 Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn van het ogenblik, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig. (2Kor 4: 17-18).

 

 

 

De tijdgeest
Er waait de laatste jaren een andere geest door de maatschappij. Dat is vaak een figuurlijke manier van spreken, maar ik bedoel het nu letterlijk. Een geest die iets of iemand aandrijft en doet handelen. We spreken bijvoorbeeld wel over een geest van jaloezie. Dat is dan een (boze) geest die iemand aandrijft jaloers te zijn. Een geest van bitterheid maakt dan dat iemand beheerst wordt door bittere gedachten. Da Costa schreef ooit zijn Bezwaren tegen de geest der eeuw. Dat was toen gericht tegen de heersende denkbeelden, beginselen en opvattingen van personen. Maar ook weer iets dat we niet alleen slechts als figuurlijke spreekwijze moeten opvatten. Er is namelijk een onzichtbare wereld met boze en goede geesten, die inwerkt op de zichtbare wereld om ons heen, en op mensen zelf. In de Bijbel wordt veel over geesten gesproken. Goede geesten, de engelen, en boze geesten, de demonen en de duivels onder leiding van de vorst der duisternis, de satan. We lezen in de Bijbel ook over de strijd tussen de geesten, zoals bijv. in Daniël 10 en Openbaringen 12 (vers 7). God regeert deze wereld als het ware door de engelen die zorgen, dat dingen gebeuren en die engelen werken in op mensen. We moeten wel nadrukkelijk zeggen, dat dit op geen enkele wijze in mindering komt op de verantwoordelijkheid van mensen! Niemand kan zich erachter verschuilen. Geestelijke mensen (1Kor 2:15) onderscheiden welke machten er aan het werk zijn. De een kan dat wel beter onderscheiden dan de ander, omdat de Heere sommige mensen meer begiftigt met de gave van het onderscheiden van geesten (1Kor 12:10) dan anderen, die weer andere gaven gekregen hebben. Het Woord van God geeft ons wijsheid om door de uiterlijke zaken en gebeurtenissen heen te zien. Dat Woord is ons richtsnoer. ‘Ook achter de wereldmacht staat een onzichtbare macht, niet van vlees en bloed, maar heerschappijen, machten, wereldheersers dezer duisternis, de geesten der boosheid onder de hemel, de machten van de chaos. Deze onzichtbare macht heeft de beschikking over een zichtbaar leger, over de macht dezer wereld. De schare strijders van Jezus Christus strijdt echter onder bevel van Hem, Die slechts met onzichtbare wapenen strijdt. Zelfs de wapenen van Zijn jongeren, voor zover zij natuurlijke wapenen zijn, hun gaven, hun moed, heeft Hij niet nodig, maar slechts het onzichtbare Woord waarmee Hij de wereld overwint. Alle zichtbare machten kunnen uitwendig doden, dit Woord kan inwendig overwinnen.’¹

Actualiteit
Als we zo eens om ons heen kijken, dan vallen ons een aantal zaken op. We zeggen het thuis ook weleens tegen elkaar: ‘Wat is dat nu voor een vreemde geest die er rondwaart.’ Dingen die men nu doet of zaken die gebeuren, waren vroeger ondenkbaar. We bedoelen natuurlijk niet dat het vroeger allemaal beter was, maar wel dat er dingen zijn die eeuwenlang ‘normaal’ gevonden werden en die nu ineens ter discussie gesteld worden. Zaken die vroeger ‘goed’ genoemd werden, worden nu als ‘kwaad’ gezien. Gods algemene genade lijkt zich terug te trekken. Jesaja waarschuwt er al tegen in Jes 5: 20: Wee degenen die het kwade goed heten en het goede kwaad…. En dat is iets dat we de laatste decennia zien gebeuren en dat nu steeds sneller lijkt te gaan. De bekende cultuurfilosoof dr. W. Aalders schrijft er in een van zijn boeken indringend over dat geesten de geschiedenis voortstuwen, waarbij alles min of meer in een stroomversnelling gaat komen en waarbij de chaos steeds groter wordt. Engelen geven stuwing aan de volken, stuwen de geschiedenis voort, drijven de mens met geweld uit het verleden en maken een achterwaartse beweging onmogelijk. De onrust neemt toe op sociaal, economisch en politiek gebied, maar ook in de natuur wordt het onrustig: aardbevingen, stormen, droogte, overstromingen. De stabiliteit verdwijnt en het leven krijgt een steeds grotere vaart. Vastigheden ontvallen, alles wordt direct, sensationeel, wereldomvattend. Er komt iets van razernij in. De mogelijkheden van goed én kwaad worden steeds verder ontsloten. Het masker van de schone uiterlijke schijn gaat afvallen! Al deze gebeurtenissen dwingen daarmee tot een keuze voor of tegen Christus!² Er is niets nieuws onder de zon. In de tijd van Jesaja werd het kwade al goed genoemd. Echter, er zit wel progressie in het kwaad. Matth 12:45: ‘Dan gaat hij heen en neemt met zich zeven andere geesten, bozer dan hij zelf, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van denzelven mens wordt erger dan het eerste. Alzo zal het ook met dit boos geslacht zijn.’ In het postchristelijke tijdperk waarin wij nu leven is de satan actiever, dan hij eerder was. Ook door de moderne media is de invloed groter en worden we de gehele dag bestookt met verkeerde denkbeelden. We weten bijna niet anders meer of sommige dingen zijn nu eenmaal zoals de meerderheid die gelooft. We hoeven alleen maar te denken aan homoseksualiteit om dit te zien. Vijftig jaar geleden werd, naast dat het als zonde beschouwd werd, ook nog gezien als een psychische stoornis, verboden en door praktisch alle politieke partijen in Nederland afgewezen. Nu is het omgekeerd: je mag nauwelijks meer zeggen dat de Bijbel deze praktijken afwijst. Denk maar aan de commotie rond de Nashville verklaring begin 2019. Het gaat inmiddels al zover, dat er Kamervragen gesteld zijn over de lesmethode Wonderlijk gemaakt, omdat die nog uitgaat van het huwelijk tussen alleen een man en een vrouw. ‘Past deze methode binnen de door de overheid gestelde leerdoelen over seksuele diversiteit?’³ Dergelijke christelijke opvattingen zijn inmiddels achterhaald en ‘niet meer van deze tijd’. Dit soort zaken gaat de scholen dus niet voorbij. Datzelfde zien we met de genderdiscussie. Dat de Heere mannen en vrouwen geschapen heeft, twee verschillende geslachten met verschillende kwaliteiten, die elkaar aanvullen, is ook achterhaald. We moeten nu ‘genderneutraal’ spreken en schrijven. Op de universiteit waar ik werk, is er inmiddels een ‘Richtlijn genderneutraal schrijven’, waarin staat hoe je dat moet doen. ‘Gebruik neutrale woorden’, ‘vermijd elke verwijzing naar sekse of gender’, ‘we vermijden gendergerelateerde uitdrukkingen: je mannetje staan, (…)’, etc. Ook in het aanspreken van mensen mag je niet meer gewoon wijzen op het geslacht. Kinderen moeten inmiddels ‘ontdekken’ wat voor gender zij hebben, want ze zijn niet zomaar een jongen of een meisje meer… Dit werkt door in de hele maatschappij en ook in het onderwijs. Op alle schooltypen en van laag tot hoog.

We kunnen ook denken aan Halloween. Het gaat om griezeleffecten: geraamtes, bloed, heksen. Het is overduidelijk spotten met de dood en het oproepen van de machten der duisternis. De dood heeft z’n huiveringwekkende betekenis verloren. Men weet niet meer van het oordeel dat daarna komt. Het is ‘vermaak’ geworden. 

Een heel andere geest zien we inmiddels ook in orthodoxe kerken gaan heersen, als het gaat over de schepping en de evolutietheorie. ‘Gereformeerde gezindte moet zich bezinnen op evolutieleer’4, want ‘de evolutietheorie staat wetenschappelijk veel sterker dan de gezindte denkt’. Verbijsterend, dat een tijd nadat ‘Gereformeerde Bonder’ prof. dr. G. van de Brink zijn omstreden boek ‘En de aarde bracht voort’ nu ook hoogleraren uit Kampen (TUK) en Apeldoorn (TUA), voorheen bolwerken van orthodoxie, in het boek dat door Rouwendal uitgegeven is, vinden dat de evolutietheorie geloofwaardiger is, dan hetgeen God in Zijn Woord geopenbaard heeft. Welk een andere geest heeft hen bezet.  Dingen ‘die onder ons volkomen zekerheid’ hadden (Luk 1:1), waarover de Schrift geen onduidelijkheid laat bestaan, worden nu ter discussie gesteld. Wee degenen die deze kleinen, de eenvoudige gemeenteleden, en letterlijk, de kleine kinderen, ergeren, in verwarring brengen! “Altijd weer opnieuw blijkt dat de eigenlijke macht van de leugen de zwakte van het geloof is. Waar binnen de kerk de klare en besliste belijdenis van Christus en Zijn Woord ontbreekt, ontstaat een kwade leegte waar de valse profetie binnendringt (Matth. 12:44 v).” Een citaat van dr.W. Aalders.

Onze houding
Als we dit nu om ons heen zien gebeuren, hoe moet dan onze houding zijn?
Allereerst moeten we niet verrast zijn. De duivel heeft grote toorn en weet, dat hij nog maar weinig tijd heeft (Openb 12:12). Hij zal er alles aan doen om zoveel mogelijk mensen te verleiden en in het verderf te storten. De Heere geeft mensen ook over aan hun eigen onreine gedachten. Ze denken dat ze vrij zijn, maar beseffen niet hoe gebonden ze eigenlijk zijn! Ze verwachten geluk, maar worden ongelukkig. Ze gaan de leugen volgen.
Ten tweede moeten we ons niet laten ontmoedigen. De Heere regeert! (Bijv. Ps 93, 97, 99). Hij staat boven alles. Zijn Koninkrijk komt! En Hij laat alles meewerken ten goede voor Zijn kinderen.
Ten derde moeten we waakzaam zijn. (Matth 24:42). De Heere Jezus roept ons er Zelf toe op. Laten we acht geven op de zaken die om ons heen gebeuren. Die bij onze kinderen op de scholen gebeuren en die op ons werk gebeuren. En laten we deze zaken toetsen aan het onfeilbare Woord van God.
Ten vierde moeten we met de geestelijke wapenrusting bekleed zijn om staande te blijven in deze geestelijke strijd en om weerstand te bieden (Ef 6). We kunnen niet in eigen kracht staande blijven. Deze machten zijn zeer sterk. Maar de Heere heeft ons een wapenrusting gegeven om niet overwonnen te worden in deze strijd en om de boze te weerstaan.
Ten vijfde moeten we die geesten wel ontmaskeren en elkaar ervoor waarschuwen om daarin niet meegezogen te worden. Laten we elkaar scherp houden in het signaleren van de goddeloze werken van de boze. Zelfs als die in de kerken invloed krijgen of gepredikt gaan worden. We hebben een verantwoordelijkheid. Beproeft de geesten of zij uit God zijn (1Joh 4:1).
Vervolgens moeten wevoorzichtig zijn gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven’ (Matth 10:16). De geest van leugen en verdachtmaking is tegenwoordig via de social media heel machtig om snel een enorme strijd te ontketenen en halve waarheden en hele leugens te verspreiden of ook zaken net iets anders voor te stellen (zoals we ook zagen in de commotie rondom de Nashville verklaring). We moeten daarom met wijsheid en in een geest van zachtmoedigheid zaken aan de orde stellen en daarbij de koninklijke weg bewandelen van Matth 18:15vv (dus eerst onder vier ogen, dan met iemand anders erbij, enz.).

Ten slotte luisteren we naar wat Paulus schrijft aan de gemeente van Thessalonica (1Thess 5:16vv): beproeft alle dingen (ook de geest van de tijd). Weest niet ontmoedigd, maar verblijdt u te allen tijde. In deze geestelijke strijd moeten we als onderdeel van de geestelijke wapenrusting bidden zonder ophouden en God in alles danken. We moeten de Geest niet uitblussen en de profetieën niet verachten, maar dicht bij het Woord blijven en daarmee een leesbare brief van Christus zijn en een licht in deze duistere tijd.

Rob Plattèl

 

1)Helmut Frey, Gods wereldpolitiek.Wever, Franeker, z.j.
2)W. Aalders, In verzet tegen de tijd, J.N. Voorhoeve, Den Haag, z.j. (1964)
3)Vragen van SP-kamerlid Kwint. RD 2 oktober 2019.
4)Uitgever dr. Pieter Rouwendal van uitgeverij Brevier in het RD van 5 oktober 2019.

Het maakt nogal een verschil voor de uitleg hoe je tegen de Bijbel aankijkt. Gaat het om Gods boek of om een mensenboek? Dat is geen kwestie van smaak. Hiermee staat of valt het christendom. U bent dus gewaarschuwd.

Definitie
In dit artikel wil ik met u nadenken over het Schriftgezag. Onder Schriftgezag verstaan we “Gezag dat christenen toekennen aan de Schrift, ofwel de bijbel.”[1]  Ergens anders lees ik: “Schriftgezag is een in de protestantse theologie zeer controversieel begrip en slaat op de aard van het gezag van de bijbel.” En verder: “Is de Bijbel het Woord van God en heeft die dus goddelijk gezag, of bevat de Bijbel menselijke woorden over God en heeft die dus alleen menselijk gezag?”[2] Daarmee is de kern van ons artikel blootgelegd.

Beklaagdenbank
In 1980 werd door de generale synode van de toenmalige gereformeerde kerken in Nederland[3] een rapport aanvaard waarmee zij een verkeerde weg koos. De weg van trouw aan de Schrift werd verruild voor de weg van ontrouw aan diezelfde Schrift. De Bijbel belandde vanaf dat moment in de “beklaagdenbank”.[4] Overigens sprak de synodevoorzitter destijds van “een historische dag voor de Gereformeerde Kerken en de oecumene”. Volgens De Boer – en de zijnen – was de synode daarmee de weg van “de Baarda’s[5] en de Kuiterts[6]” ingeslagen. De vraag is hier op z’n plek: Hoe heeft het allemaal zover kunnen komen? Het rapport geeft hierop zelf antwoord. Sinds de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw begon zich een steeds duidelijker koers af te tekenen. Een koers waarbij de historisch-kritische methode[7] van bijbelonderzoek steeds meer invloed kreeg.[8] Waarover gaat dat? Ds. C. den Boer schrijft: “Er zijn theologen die hun leven besteden aan het in twijfel trekken van wat er in de Bijbel staat, ook inzake de ethische gedragsregels.”[9] Dat is kort door de bocht geformuleerd, maar zeker niet onwaar. Of zoals ergens wordt geformuleerd: “We raken hier inderdaad een gevoelige materie. De gereformeerde theologie heeft zich vanouds krachtig verweerd tegen allerlei vormen van Schriftkritiek die naar hun diepste wezen uitingen van ongeloof moesten worden genoemd.”[10]

de beklaagdenbank

Vooral in de tijd na de Reformatie meenden steeds meer onderzoekers dat de Bijbel in veel opzichten evenzeer als een boek van mensen moest worden beschouwd als andere oude boeken. Er ontstond met andere woorden twijfel aan de historiciteit van Bijbelse verhalen. Ook de evangeliën werden sterk aangevochten op hun historiciteit. Er zou hier nog heel veel over te zeggen zijn, maar dat valt voor nu buiten het bestek van dit artikel. Wat van belang is, is te constateren dat de Schriftkritiek de aanjager is geweest voor de vrijzinnige theologie en van de ondermijning van het Schriftgezag. De mens met zijn rede heerst over de Schrift en de Bijbel zit in de beklaagdenbank.

Chicago
In de vorige eeuw wilde in Amerika een groep van ongeveer 250 theologen een dam opwerpen tegen de historisch-kritische benadering van de Schrift. In Chicago vond om die reden in 1978 een internationale conferentie plaats, waar een verklaring werd opgesteld over de onfeilbaarheid[11] van de Schrift. Die verklaring luidde: “De Heilige Schrift is Gods eigen Woord, geschreven door mensen die toebereid waren en begeleid werden door Zijn Geest, het is van onfeilbaar goddelijk gezag in alle zaken die het behandelt. Het moet geloofd worden, als Gods instructie, in alles wat het bevestigt; gehoorzaamd, als Gods bevel, in alles wat het vraagt; omhelsd, als Gods toezegging, in alles wat het belooft. De Heilige Geest, de goddelijke Auteur van de Schrift, doet ons door Zijn inwendig getuigenis het gezag van de Schrift aanvaarden en tegelijk opent Hij ons verstand om de betekenis ervan te verstaan.”
[12]

Calvijn
De Reformator van Genève, Johannes Calvijn (1509-1564), heeft in zijn beroemd geworden boek Institutie, uitgebreid gesproken over de Schrift en haar gezag. In boek I schrijft hij het volgende: “Ik weet wel dat sommige windbuilen in hun schuilhoeken uitkramen om te laten zien hoe scherpzinnig zij zijn in het bestrijden van Gods waarheid. Ze vragen namelijk: ‘Wie kan ons het bewijs leveren dat de boeken die we onder de naam van Mozes en de profeten lezen, werkelijk door hen geschreven zijn?’ Ze durven zelfs de vraag op te werpen of er ooit wel een Mozes geweest is. Maar als iemand zou betwijfelen of er ooit wel een Plato, een Aristoteles of een Cicero bestaan heeft, zou iedereen toch zeggen dat zulke onzin met een pak slaag of met de zweep afgestraft moet worden.” En wat hij aansluitend schrijft, is voor ons artikel van evident belang: “De Wet van Mozes is meer door hemelse voorzienigheid dan door menselijke inspanning bewaard gebleven.”[13] God Zelf heeft met andere woorden gezorgd voor de instandhouding van Zijn Woord.

Nederlandse Geloofsbelijdenis
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis is uitvoerig aandacht gegeven aan de heilige Schrift. In vijf van de zevenendertig artikelen wordt er expliciet aandacht aan besteed. In artikel 5 gaat het over ‘Het gezag van de Bijbel’ en belijdt de gelovige christen: “Al deze bijbelboeken ontvangen wij als bron en norm voor ons geloof. Zonder enige twijfel geloven we dat zij betrouwbaar zijn. Niet zozeer omdat de kerk [14] dat leert, maar omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt, dat ze van God zijn. Zij brengen zelf hun goddelijk gezag mee. Iedereen kan zien dat de voorzeggingen van de Bijbel uitkomen.”[15] Wij hoeven de Schrift om die reden niet te verdedigen. De Schrift verdedigt zichzelf. De Schrift gaat echter pas echt tot ons spreken als de Heilige Geest haar in onze harten verzegeld heeft (Calvijn).

Gods boek
Het is een zeer bedenkelijke ontwikkeling dat de heilige Schrift tot zoveel onderlinge verdeeldheid leidt en dat zij door grote delen van de Nederlandse kerken en gelovigen niet meer serieus genomen wordt. Ieder neemt eruit wat hem of haar welgevallig lijkt. Helaas begint de afval bij het huis van God. En helaas is het ook waar dat de theologen vaak vooropgingen en dat de kerk en haar leden volgden. Voor veel mensen is de Bijbel niet anders dan de Koran, een legende of een mythe. De schuld van die ontwikkeling ligt enkel bij ons mensen. Aan de ene kant is de kerk niet opgetreden tegen de anti-Bijbelse wetenschap van de historisch-kritische methode; zij heeft haar omarmd. Aan de andere kant worden vandaag ook andere wetenschappen boven de Bijbelwetenschappen verheven, zoals de biologie en de natuurwetenschappen. Dat dit gevolgen heeft voor de uitleg van de Bijbel, moge duidelijk zijn. Want hoe lezen we bijvoorbeeld Genesis 1-3?[16] Is Adam een historisch persoon? Heeft God gebruik gemaakt van de evolutie? Hoe zit het met de (historische?) zondeval? Enzovoort. Het ondermijnen van het Schriftgezag brengt alles wat onder ons volkomen zekerheid had aan het wankelen en leidt tot een groot verval van kerk en wereld. Want als de Schrift niet waar of slechts ten dele waar is, wie zegt dan dat Christus wel waar is? Is de Bijbel dan slechts een mensenboek; een verhaaltje met een moraaltje? Het lijkt vandaag een tendens te worden, meer regel dan uitzondering, om een vraagteken achter de historische betrouwbaarheid van de Schrift te zetten. Steeds vaker lees je van (gepromoveerde) theologen die aan het auteurschap van deze en gene Bijbelschrijver twijfelen of aan een Bijbelboek als bijvoorbeeld Jesaja meerdere schrijvers(groepen) toewijzen. En waarom is iemand een fundamentalist[17] als hij hierin niet meegaat? In artikel 24 van de tweede verklaring van Chicago staat: “Wij bevestigen… dat iemand voor het verstaan van de Schrift niet afhankelijk is van de deskundigheid van bijbelwetenschappers.[18] Denk aan het woord van Maarten Luther: “Das Wort sollen Sie lassen stahn!” De Zoon van God, Jezus Christus, heeft niet anders gedaan. Hij zei: Er staat geschreven (SV). De heilige Schrift is ten diepste ook niet onze zaak, maar Gods zaak. Het is Zijn Woord. En van dit Woord geldt wat de apostel Paulus schrijft aan zijn geestelijke zoon Timotheüs: Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is. (SV). En juist dat maakt voorzichtig, want Al de Schrift is van God ingegeven.[19] Het gezag van de Schrift rust met andere woorden in de Schrift zelf en kan dus alleen aan de Schrift zelf worden ontleend. Gods Woord is Gods eigen heilig boek en voor het Woord nemen we met Luther onze “hoge hoed” af. En dan geldt ook wat in Klare wijn smalend bedoeld is: “Alles wat in de Schrift staat is Gods Woord en moet men dus als waarheid aanvaarden.” “Ik neem de gehele Bijbel van kaft tot kaft!” Waarvan akte!

 

drs. E. Gouda

 

[1] George Harinck (hoofdred.), e.a., Christelijke Encyclopedie. Kampen 2005, deel III, p. 1616.
[2] Eginhard Meijering, Kleine encyclopedie van het christendom. Amsterdam 2009, p. 240.
[3] Sinds 1 mei 2004 opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland.
[4] A.P. de Boer, redactiecommissie, e.a., De Bijbel in de beklaagdenbank. Antwoord op het rapport “God met ons” van de Gereformeerde Kerken in Nederland over de aard van het Schriftgezag. Hilversum 1981, zie p. 5. Dezelfde A.P. (Ad) de Boer nam 25 jaar later “afstand van zijn felle kritiek op het rapport God met ons”.
[5] Professor Baarda zat vanwege zijn schokkende uitspraken over de historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament een aantal jaren daarvoor in de beklaagdenbank van de synode en is nu één van de medeopstellers van het rappoort!
[6] Professor Kuitert is bekend geworden van zijn klassieke uitspraak ‘Alle spreken over boven komt van beneden’, waarmee hij afrekende met het orthodox protestantse geloof.
[7] Dat is het kritisch onderzoek naar het historische gehalte van de Bijbel. Zie voor een uitgebreide bespreking De Bijbel in de beklaagdenbank, pp. 19vv.
[8] Zie de Christelijke Encyclopedie en de Kleine encyclopedie van het christendom aldaar.
[9] C. den Boer, Efeze. Kampen 1997, p. 163.
[10] J.W. Maris, Geloof en Schriftgezag. Apeldoorn 1998, Apeldoornse Studies no. 36, p. 8.
[11] Nadruk lag op de ‘foutloosheid’ van de Schrift, omdat het begrip ‘onfeilbaar’ te rekbaar was geworden.
[12] Geciteerd in: H. van den Belt, Betrouwbaar getuigenis. Het geestelijk gezag van de Bijbel. Heerenveen 2010, Artios-reeks, p. 90. Zie ook R.H. Matzken, ‘Zwevende Bijbel’. Schriftgezag in een postmoderne tijd. Doorn 2002, pp. 23-26 (‘Onfeilbaarheid en gezag van de heilige Schrift’). En verder http://www.bible-researcher.com/chicago1.html.
[13] Johannes Calvijn, Institutie. Vertaald door C.A. de Niet. Houten 2009, deel 1, p. 99 (I.8.9). Vgl. I.7.5 (‘De Schrift legt getuigenis af van haar eigen betrouwbaarheid’); autopistie van de Schrift.
[14] Rome leert dat het gezag van de heilige Schrift door de kerk wordt verleend.
[15] W. Verboom, De Nederlandse Geloofsbelijdenis. Een eigentijdse weergave. Met uitleg voor gesprek. Zoetermeer 2011, p. 20.
[16] Zie de tweede verklaring van Chicago, Artikel 22 (“Wij bevestigen…” en “Wij ontkennen…”).
[17] Zie Klare wijn. Rekenschap over geschiedenis, geheim en gezag van de Bijbel. Aangeboden door de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk. ‘s-Gravenhage 1967. Zie aldaar p. 177.
[18] Markering vet in genoemde verklaring, zie Matzken, A.w., p. 31.
[19] Zie Kleine encyclopedie van het christendom, p. 149 (‘Inspiratie’).

Een moslima moet altijd voor haar man ter beschikking staan – ook op seksueel gebied. Vrouwen zijn “het akkerveld van de man. Zo kom dan tot uw akker, wanneer u maar wilt” (soera 2:223) – de vrouw, quasi seksobject, wordt niet gevraagd. Zij is het bezit van de man. Voortplanting wordt als het voornaamste doel van haar bestaan beschouwd. Maar ook: “Allah maakt onvruchtbaar wie hij wil” (42:50). Allah schenkt aan wie hij wil mannelijk en aan wie hij wil vrouwelijk nakroost (42:49 -50). Een moslima mag niet trouwen met een aanbidder van afgoden, een ongelovige of een vijand van de islam (o.a. 2:221). Dit verbod geldt dus ook voor een huwelijk met een man die Jood of christen is.

Zie webshop site B&O

De Joden worden immers als de ergste vijanden van de islam beschouwd (5:82). Ze worden ervan beschuldigd te zeggen: ‘Uzair’ (Ezra?) is Allah’s zoon (9:30). En christenen worden als vervloekte polytheïsten afgewezen, omdat zij in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest geloven (9:30). Bekeert zich echter een Jood of een christen of een andere ‘ongelovige’ tot de islam, dan mag zij met hem trouwen. “Dit verbod blijkt een effectieve zendingsstrategie van de islam te zijn. Want om een moslimmeisje te kunnen trouwen, zijn er niet-moslims die ter wille van haar tot de islam over gaan”. Buitenechtelijk verkeer of echtbreuk van een gehuwde moslima die door vier ooggetuigen eenstemmig (4:15) wordt bevestigd, is op straffe van 100 zweepslagen verboden (24:2).

Lichaamsbedekking van de moslima in koran en sharia
Niet alleen de moslimmannen moeten hun schaamte bedekken. Soera 24:31 schrijft moslimvrouwen voor, dat ook zij hun schaamte moeten bedekken, hun lichaam niet ten toon mogen spreiden en hun omslagdoek over hun boezem moeten doen. Onder ‘schaamte van de vrouw’ wordt haar hele lichaam beschouwd, dat mannen gemakkelijk in verzoeking brengt, met uitzondering van handen en gezicht. Wat niet verborgen is, is in de islam vrij voor (seksuele) begeerte. In soera 33:59 wordt tegen de echtgenoten en de dochters van de vrouwen van de profeet alsook tegen de vrouwen van de ‘gelovigen’ (moslims) gezegd, dat ze iets van hun gewaad (Arab. gelbab, omhangsel; alleen hier) naar beneden moeten trekken, opdat ze (als eerbare vrouwen? of als moslima’s i.t.t. slavinnen?) worden herkend en niet lastig gevallen. Wat ‘gelbad’ in de tijd van Mohammed betekende, is niet bekend. Het woord ‘hoofddoekje’ staat er echter niet. Overigens is ten opzichte van de lichaamsbedekking van de moslima de sharia allesbeslissend en niet de Koran. In principe is niet het andere lichaam van de vrouw het punt. Het voornaamste probleem is dat de islam Jezus Christus als Heiland en Heere (ook van het lichaam) uitdrukkelijk afwijst. Zodoende is de moslim onwetend ten aanzien van het feit dat in Jezus Christus een nieuwe natuur mogelijk is, evenals vergeving en reiniging van onreine gedachten, gevoelens en daden alsook een gééstelijke bedekking van ogen en blik.

 Lichaamsbedekking van de moslima in de sharia
In de sharia wordt benadrukt dat een vrouw die zich niet bedekt, de hoofdschuldige is, als ze door een man wordt begeerd of verkracht. De vrouw wordt als de oorzaak van de verleiding van de man gezien en als een smaad voor hem. Omdat de Koran niets ondubbelzinnigs over een lichaamsbedekking van de vrouw zegt, werd dit een eindeloos discussiethema voor islamgeleerden. Vanuit de overlevering (Hadith) en de persoonlijke omstandigheden van Mohammed ontwikkelden islamgeleerden uit de soera’s 24:31 en 33:59 in de sharia voor de moslima het wettelijke gebod van lichaamsbedekking van hoofd tot de voeten, zodra ze buitenshuis is. De interpretatie berust op twee verschillende uitgangspunten.
a. De historische achtergrond
De oorlogen tussen de stammen in de tijd van Mohammed boden geen bescherming voor het individu en dus ook niet voor de vrouwen. Anderzijds waren er veel krijgsgevangenen en slavinnen, die volgens een andere wet werden behandeld dan de vrouwen en dochters van de moslims. Mohammed voerde soera 33:59 in om deze laatste te onderscheiden van de slavinnen en hen tegen overvallen te beschermen. Niet-moslimvrouwen en slavinnen genoten deze bescherming niet, want op grond van het islamitische buitrecht mochten deze misbruikt
b. Moreel uitgangspunt
Het morele uitgangspunt hangt samen met Mohammeds visie op de vrouw: zij is ‘een verleidelijk wezen’ voor de man. Zo zegt de Koran dat tot “de liefde tot de begeerlijkheden vrouwen, zoons, opgehoopte stapels goud en zilver, raspaarden, vee en akkerland” behoren (3:14). Ook zou de vrouw ‘moreel zwak’ zijn, met ‘neiging tot echtbreuk’. Bedekking zou het bewijs van kuisheid en terughoudendheid van de moslima zijn. Mohammed had niet veel op met vrouwen, zoals de overleveringen (Hadith) bewijzen. Een islamgeleerde (Hindi) citeert: “Voor de neergang van een volk zijn de vrouwen verantwoordelijk”. “Het kleinste deel van de bewoners van het paradijs bestaat uit vrouwen”. “De hel is voor domoren geschapen; de vrouwen zijn het domst onder de domme wezens”.
De uitleg van de shariaplicht tot lichaamsbedekking van het hoofd tot de voeten is in de praktijk verschillend. In de pro-Westerse islamlanden heeft het feit van de gelijkwaardigheid van de vrouw het gewonnen van haar verplichte gehele bedekking als teken van haar ‘minderwaardigheid’, zonder dat daarbij het islamitische geloof verloochend wordt. Ondersteund door liberale islamgeleerden nemen diverse moslima’s het recht om deze bedekking af te leggen.
Fundamentalistische moslims echter, die de hele lichaamsbedekking van de moslima in het openbaar als een centraal thema van de sharia beschouwen, reageren daarop, dat iedere moslima die niet aan deze plicht gehoorzaamt, als potentiële hoer geldt, die dienovereenkomstig gestraft moet worden. Een Parijse imam moest zijn moskee onder politiebegeleiding verlaten, omdat hij zich vóór een boerkaverbod had uitgesproken en daarop doodsdreigingen had ontvangen. En in streng islamitische landen zoals Iran en Pakistan worden liberale moslims door orthodoxe moslims vervolgd.

 Lichaamsbedekking van de moslima: samenvatting

  • De lichaamsbedekking van hoofd tot voeten is geen vrijwillige, persoonlijke keuze van moslima’s, zoals zij onwetende westerlingen willen doen geloven, maar een sharia, dus wettelijke verplichting van de religieus-politieke islam, die immers geen keuzevrijheid toelaat. Het is dan ook overduidelijk dat een vergelijking met de hoofdbedekking van medewerkers van het Leger des Heils of met die van nonnen of diaconessen e.d. volkomen onterecht en misleidend is. Hun hoofdbedekking is een uitdrukking van vrijwillige toewijding aan een bepaalde taak, maar nooit een plicht tegenover een religieus-politieke staatswet. Hun geloof en inzet in christelijke zin staan onafhankelijk van hun hoofdbedekking. De eis van de sharia, dat de moslima buitenshuis totaal bedekt moet zijn (behalve gezicht en handen), is vanzelfsprekend niet te vergelijken, laat staan acceptabel te maken met de aanwijzing van de apostel Paulus aan de Korintiërs, dat hun christenvrouwen bij het bidden of profeteren (in de gemeente?) hun hoofd moeten bedekken (1Kor 11).
  • De door de sharia verplichte gehele lichaamsbedekking is ook geen getuigenis van persoonlijk innerlijk geloof aan Allah, maar uitlevering aan Allah, daar alleen de sharia dit eist. Een vergelijking met bijv. het dragen van een kruisje is dan ook weer misleidend. Een kind van God draagt een kruis of heeft een kruis aan de muur in zijn huis niet als uiting van een plicht tegenover een religieus-politieke staatswet. Het wordt als een dankbaar getuigenis gedragen ten opzichte van een Persoon, namelijk van Jezus Christus die plaatsvervangend het zoenoffer tegenover God aan het kruis van Golgotha volbracht heeft. Deze geschonken genade staat haaks op de poging van de moslima om door de voorgeschreven gehele lichaamsbedekking als een goede daad de sharia te volbrengen, die in het hiernamaals hopelijk tegen slechte daden zal worden vereffend.
  • Sommigen zijn de discussie over ‘hoofddoek’ en kruisje spuugzat en pleiten voor verbod op iedere religieuze uiting, om zo van alle problemen (of misschien ook van de ergernis van het kruis als christelijk symbool?) af te zijn. In verband met de wettelijke vrijheid van godsdienst is een degelijk verbod echter niet mogelijk en ook niet wenselijk.
  • Anderen pleiten voor tolerantie en absolute godsdienstvrijheid. De door de sharia verplichte lichaamsbedekking van de moslima is echter niet zo maar een of andere neutrale ‘hoofdbedekking’ zoals een hoofddoekje tegen de zon of een muts bij vrieskou. Het gaat om een principiële zaak! Kiest men voor absolute godsdienstvrijheid, dan wendt men zich af ván de Joods-christelijke wortels, waarden en tradities van het Westen en kiest men vóór een multireligieuze en multiculturele samenleving, waarin juist Bijbelse normen en waarden zoveel mogelijk uit het publieke leven verbannen moeten worden, ja verboden zouden moeten worden. Iedere absolute tolerantie betekent immers intolerantie, iedere absolute vrijheid discriminatie. Wat heeft een Westerse samenleving die hoe langer hoe meer zélf de christelijke waarden en normen en het getuigenis loslaat, tegen de eis van ‘absolute tolerantie’ – ook ten aanzien van de claims van de religieus-politieke islam – eigenlijk nog te bieden? “In de kern van de zaak gaat het bij de kwestie van de door de sharia verplichte lichaamsbedekking ook om het zelfbeeld van onze eigen samenleving”.
  • De islamitische lichaamsbedekking is niet alleen maar een zaak van een andere cultuur, maar onderdeel van een religieus politiek systeem dat islamitisch wettelijke vereniging van godsdienst en staat eist en iedere democratie met haar grondwet van scheiding van kerk en staat verwerpt. Het is in een concreet land een eerste stapje naar het uiteindelijke doel: verovering van de wereld tot één islamitische godsdienststaat van Allah onder de sharia. Hoe kan men dan pleiten voor ‘absolute tolerantie’ tegenover de islamitische lichaamsbedekking van de moslima in publieke dienst in het eigen democratisch geregeerde land, waar de wettelijke scheiding van kerk en staat geldt? De islamitisch wettelijke plicht van moslima’s tot het dragen van lichaamsbedekking is een religieus politiek symbool van de óngelijkheid van man en vrouw, respectievelijk van onderdrukking van de vrouw. Hoe kan men voor ‘absolute tolerantie’ voor een door de sharia verplichte lichaamsbedekking van de moslimvrouw in het publieke leven pleiten in landen die in de grondwet de gelijkberechtiging van man en vrouw verankerd hebben?
  • De door de sharia verplichte lichaamsbedekking in een niet-islamitisch land is dus ook een politiek symbool van een zich afgrenzen van de betrokken landswet en van een handhaven van de eigen wet (sharia) temidden van de wetten van het (gast)land.

Wij weten, dat lichaamsbedekking van de moslima, de bouw van moskeeën en minaretten, de oproep van de muezzin vanaf de minaret in het bijzonder eisen zijn van de schriftislam (vooral in Iran en Saoedi-Arabië), dus van sjiieten – een minderheidsgroep onder de moslims. “Tolerantie en godsdienstvrijheid kunnen in een extreem liberale, individualistische interpretatie tot een dictatuur van de minderheid, ja zelfs van een enkeling ontaarden” – ook in een concreet Europees land.

 

E.Nannen

 

Achtergrond
De maatschappij met de daarbij horende normen en waarden is constant bezig te veranderen. Het nieuwe “normaal” is de mening van de meerderheid en ook die is aan verandering onderhevig. Christenen hebben een vaststaand “normaal” namelijk Gods Woord, de waarheid die niet verandert of beïnvloed wordt door de mening van de meerderheid. Hoe belangrijk dat is om in ons dagelijkse leven, op het werk en in onze gezinnen hieraan vast te houden, blijkt wel uit de grote on-Bijbelse invloed van de huidige maatschappij. Neem nou het fenomeen occultisme dat vaak wordt gezien als iets van vroegere tijden. De middeleeuwen met zijn ridders, tovenaars en magiërs, maar in onze moderne maatschappij is dit niet meer van toepassing. De Bijbel is ook in deze echter heel duidelijk. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten (Ef 6:12).
Occultisme is niet iets wat enkel nog voorkomt in landen als Haïti waar voodoo een onderdeel van de cultuur is. Gebruiken vanuit heidense religies, zoals voodoo of natuurreligies zijn in het huidige christendom volledig geïntegreerd. Bijeenkomsten, onder andere georganiseerd door de Wereldraad van Kerken, zijn een oecumenische gebeurtenis geworden waarin dominees, priesters, imams sjamanen en voodoopriesters een spreekgestoelte hebben om zo de “schatten” uit hun religie te delen met de anderen. Vaker nog is er sprake van een invloed verstopt onder een dun laagje vernis van wetenschappelijke rapporten.

RET-therapie
De allereerste leugen die de duivel aan Eva verkondigde, is op de dag van vandaag nog steeds de achterliggende gedachte en vormt de basis van Oosterse meditatie, yoga en dergelijke praktijken, maar het is ook de basis van de psychologie en alle daaruit voortkomende therapieën en trainingen. 4 Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. 5 Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend (Gen 3:4-5). Satan maakte Eva wijs, dat ze door te eten van de boom die in het midden van de Hof stond net zo wijs zou worden als God, kennende goed en kwaad. Ze zou dus net als God worden. Het is in eerste instantie moeilijk voor te stellen, dat psychologische trainingen of meditatieoefeningen terug te voeren zijn op Gen 3:4 -5. Het uiteindelijke doel dat de duivel hoopt te bereiken door meditatie, door psychologie en dergelijke is om de mensheid te misleiden en haar te overtuigen van het zogenoemde humanistische potentieel, simpel gezegd, de innerlijke kracht en wijsheid die mensen hebben waardoor ze in staat zijn om zelf keuzes te maken en hun eigen weg te gaan zonder verantwoording af te hoeven leggen aan een almachtig God. Het enige wat dit in de weg staat,   is het Bijbelse christendom. Als je je kinderen opvoedt vanuit Gods Woord, als je op je werk of in je dagelijkse omgang met mensen vasthoudt aan Bijbelse normen en waarden, dan zul je steeds meer gezien worden als iemand die niet met de tijd is meegegaan. Als wij als volwassenen hierin al moeite hebben om tegen de stroom in te zwemmen, hoe zit het dan met onze (klein)kinderen?

School, invloed op de jeugd.
Denk niet dat je kinderen, omdat ze op een christelijke school zitten hiervan gevrijwaard blijven. Denk alleen maar aan de kanjertraining. Het is één van de vele anti-pestmethoden die op scholen wordt gegeven. Deze methode is net als de andere gebaseerd op psychologische kenmerken en niet op de Bijbel. In het boek Soep van keistenen, een evaluatie van de kanjertraining, besteedt drs. Hoekstra enkele bladzijden aan de RET-therapie. Onderdelen van deze therapie worden gebruikt in allerlei anti-pestprogramma’s om zo de kinderen weerbaarder te maken.

Zie webshop B&O

RET (Rationeel Emotieve Therapie) gaat uit van het ABC-principe:

A: aanleiding

B: overtuiging

C: consequentie

(Engels: Activating event; Belief; Consequence).

 

 

Vanuit deze therapie leert men, dat niet A de oorzaak is van C (oorzaak en gevolg), maar dat het B is. Hoe de persoon aankijkt tegen de situatie, of zichzelf overtuigt van het belang van de situatie dat veroorzaakt het gevolg (C). Het komt erop neer, dat je door middel van positief spreken en denken, een verandering zult bewerkstelligen. Hiermee beïnvloed je de situatie en kun je deze veranderen. Je creëert je eigen werkelijkheid. Er is geen oorzaak en gevolg (A en C), maar er is B, en die is afhankelijk van je cognitieve capaciteiten. Het is niet God die alles in handen heeft en bestuurt, maar je hebt zelf de touwtjes in handen. De grondlegger van RET-therapie, Albert Ellis, heeft de naam veranderd in Rationeel Emotieve Gedrags Therapie, dit om meer nadruk op het gedrag te leggen en niet enkel op kennis. Hij ontwikkelde zijn methode in een reactie op de psychoanalyse waarbij het onderbewustzijn en verleden centraal stonden. Er is veel kritiek op RE(G)T wegens het ontbreken van wetenschappelijk onderbouwde feiten. Dit heeft ertoe geleid, dat er andere aandachts (cognitieve) trainingen zijn ontwikkeld. Een bekende methode is mindfulness: een methode die voortkomt uit het boeddhisme en op veel manieren toegepast wordt in (psycho)therapieën, maar ook veelvuldig gebruikt wordt binnen trainingen en opleidingen in bedrijven.

Media
De invloed van de media is enorm groot. Reclameboodschappen hebben grote zeggingskracht, daarom zie je dat bepaalde reclames niet meer mogen worden uitgezonden op tijdstippen dat jonge kinderen kijken. Dit is om hen te beschermen tegen de invloed van de reclameboodschap. Diezelfde jonge kinderen kijken wel naar tekenfilms of kinderseries waarin geesten, ufo’s, tovenaars en andere occulte praktijken worden vertoond. Dan gaat het “alleen maar” om onschuldig vermaak, toch? Nee, er is niets onschuldigs aan occulte praktijken en daarnaast moeten we niet vergeten dat hier een boodschap verkondigd wordt.

Het heeft gevolgen
Hoeveel ufo-waarnemingen zijn er al niet gedaan, niet alleen door mensen die aandacht zoeken, maar ook door intelligente mensen, professoren, onderzoekers, piloten enz. Sommige verschijnselen zijn gemakkelijk te verklaren, maar dat zijn er niet veel. Betekent dit dat er buitenaards leven is of zijn we getuigen van demonische misleiding? Wat te denken van de “Maria-verschijningen” of het verschijnen van engelen. De tv-serie Touched by an angel heeft enorme aantallen mensen regelrecht in de handen van de newage-beweging gedreven.

De Bijbel is duidelijk, er is enkel leven op aarde, er is geen methode om engelen aan te roepen of opdrachten te geven, maar zijn we als christenen in staat om onze (klein)kinderen dit uit te leggen en hen hier tegen te wapenen of zien we het als een onschuldige serie en zien we hier geen gevaar in? We moeten niet vergeten, dat de media een belangrijk platform zijn om mensen te beïnvloeden. Dat er een toenemende aandacht is voor ufo’s, buitenaards leven maar ook occulte manifestaties in documentaires is geen toeval. Het voorziet in een behoefte en het heeft daarnaast het effect dat mensen gewend raken aan dit soort zaken. Vanuit de Bijbel weten we, dat hier sprake is van demonische activiteiten. Is het gevolg niet dat steeds meer mensen de leugen geloven en zich afkeren van DE waarheid?

Opleidingen voor agent
Andere zaken waarin we op subtielere wijze worden geconfronteerd met occulte zaken zijn bijvoorbeeld trainingen en cursussen. Neem het reclamespotje om bij de politie te komen werken. Je ziet een complicatie uit het werk van politieagenten: aanhoudingen, administratie en een cursus mediteren. Ja, in het spotje zie je de agenten (al dan niet in opleiding) in een meditatieve houding zitten. Te ver gezocht? Helaas niet, meditatie en ademhalingsoefeningen zijn een standaard onderdeel geworden bij heel erg veel bedrijfscursussen. Het idee is dat men hierdoor de spanning verlaagt, druk laat afnemen en beter presterende werknemers krijgt. De oefeningen en meditaties komen echter uit de Oosterse religies en zijn niets anders dan occulte methoden om “leeg” te worden. Voor uitgebreide informatie hierover kun je vinden op de site van B&O. Yoga, wat een religieuze praktijk is met het uiteindelijke doel eeuwig leven, wordt tegenwoordig gezien als sport. Het gevolg is dat miljoenen mensen zijn gaan “sporten”, maar ondertussen demonen aanbidden. De houdingen, bewegingen en alle technieken die erbij horen zijn bedoeld om in contact te komen met je innerlijke god, zodat de chi (de opgerolde levensenergie) in je tot leven komt. Ondanks de beweringen dat het religieuze aspect uit yoga gehaald is, als men het als sport beoefent, zeggen boeddhisten en yogi’s (yogaleraren) dat het één nooit van het ander gescheiden kan worden. De gevolgen van het beoefenen van yoga zijn soms zeer extreem, tot zelfmoordneigingen aan toe. Dit omdat men speelt met demonische machten. Helaas zijn er steeds meer verhalen van scholen die hun leerlingen yoga-oefeningen laten doen en kerken die “christelijke” yoga aanbieden.

Wees waakzaam
Het gaat te ver om alle zaken voor het licht te brengen, maar de website van B&O heeft een deelsite Occult en Licht waarin heel veel extra informatie is te vinden over diverse onderwerpen. Het is niet de bedoeling om overal de duivel in te zien, er is ook normaal menselijk handelen, laten we dat niet vergeten. Het is echter zaak te beseffen dat we in een wereld leven die door de zonde beheerst wordt en dat de duivel zich voordoet als een engel van het licht. Moeten we dan alles weten wat vanuit het occulte komt, omdat we anders niet zullen blijven staan? Nee, het kennen van Gods Woord zorgt ervoor, dat we gewapend zijn tegen de listen van de duivel (Efeze 6:11).
Dit betekent niet dat we immuun zijn voor de ver- en misleidingen die op ons pad kunnen komen, maar wel dat als we alles toetsen en in gebed brengen, we wijsheid en inzicht zullen ontvangen om dit te doorzien. Ook hiervoor geldt, dat het de leiding van de Heilige Geest in ons leven is waardoor we wijsheid ontvangen, maar het is een opdracht om actief waakzaam te zijn. Laten we dan in gehoorzaamheid aan de Heere Jezus ons inspannen om door Hem trouw bevonden te worden, als Hij ons roept en nu te wandelen tot eer van Zijn naam.

13 Wees waakzaam, sta vast in het geloof, wees manmoedig, wees sterk. 14 Laat alles bij u in liefde gebeuren (1Kor 16:13-14).

 

Jos Hobé

Geraadpleegde bronnen:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Rationeel-emotieve_therapie
https://www.rationeletherapie.nl/rationeel-emotieve-therapie/
https://www.lighthousetrailsresearch.com/blog/?p=30180
https://web.archive.org/web/20180904052357/
https://www.care2.com/greenliving/a-brief-history-of-earth-day.html
https://www.earthday.org/campaign/faith-outreach/
Occult invasion , Dave Hunt


Een zeer lezenswaardig boek voor de achterban van B&O verscheen in 2018 bij uitgeverij van Wijnen . Het beschrijft aan de hand van het levensverhaal van Betsy (1807-1879), de vrouw van Guillaume/Willem Groen van Prinsterer, de barensweeën waaruit het bijzondere onderwijs is voortgekomen en dat tegen de historische en maatschappelijke ontwikkelingen. Hoewel hun eigen kinderwens nooit vervuld werd en zij ook de wetswijziging die leidde tot het bijzonder onderwijs niet meer meemaakten, laat het boek zien hoe een godvruchtig echtpaar aan de hand van de Bijbel en hun persoonlijk geweten de grondslag hebben gelegd voor het bijzonder onderwijs waarop Abraham Kuyper verder bouwde.

Zelf kwam ze uit een familie die tot de notabelen gerekend mocht worden. Haar vader was burgemeester van Groningen en ook andere familieleden bekleedden prominente functies. Dit weerhield haar moeder niet om wekelijks vanuit hun woning aan het Schuitendiep met een mand vol levensmiddelen de sloppenwijk te bezoeken waar ‘stank van ongewassen lijfgoed, schimmel en smeulend sprokkelhout hing’. En Betsy wilde mee en ging mee als klein meisje. Dit alles tegen het licht van de overheersende Franse bezetting die goederen en jonge mannen ronselde voor de strijd van Napoleon in Rusland. Schilderachtig worden vakanties uit haar jeugd op de Fraeylemaborg beschreven die toen in familiebezit was. Op haar vijftiende ging ze naar de kostschool in Den Haag waar ze Mimi, de zus van Willem (Guillaume) Groen van Prinsterer ontmoette. Willem, een studeerkamergeleerde, was op 22-jarige leeftijd al dubbel gepromoveerd in Leiden en van rijke komaf. Na het laatste schooljaar beschrijft de auteur de wijze waarop Betsy en Willem elkaar vinden op basis van persoonlijke eigenschappen (‘een scherpe geest’) op de Voorburgse buitenplaats Vreugd en Rust.

De benoeming vlak voor hun huwelijk (1828) van Willem als referendaris bij het Kabinet van koning Willem I, bracht haar in Brussel waar ze met de internationale geestelijke opwekkingsbeweging het Reveil in aanraking kwam. De afscheiding van België, na intense strijd die de staatskas plunderde, bracht hen terug in Den Haag waardoor ze in staat waren om nieuwe relaties aan te gaan en uit te bouwen ook binnen het Reveil. Willem werkte in het Koninklijk Huisarchief waardoor in het boek leuke inkijkjes naar voren komen van het hof en hetgeen daar speelde. Alles met discretie gebracht.

Ondanks, of misschien juist door, het uitblijven van eigen kinderen werden nieuwe activiteiten opgezet zoals de 4-jarige naaischool (1831) voor kansarme meisjes waar Betsy in het dagelijks bestuur zat en die uit privégiften werd gefinancierd. Een paar jaar later zette ze een bewaarschool op voor wezen. Het geestelijke klimaat in de Kloosterkerk, waar de koning kerkte, wordt boeiend besproken en was soms meer een verhindering voor haar werk. De opkomst van het Reveil met huiskamerbijeenkosten gaf haar geestelijk voedsel, maar werd zeer argwanend zelfs vijandig bekeken door familie en de kerk. Ook thuis hielden ze deze bijeenkomsten ook voor het eigen personeel. De invloed van het Reveil werd steeds groter en zou een splijtzwam in de kerk kunnen worden en dat tegen het licht van de Afscheiding (1834), die ze vanuit Den Haag meemaakte. Betsy en haar man waren koningsgezind. Gehoorzaamheid aan God en trouw aan de koning – het koningshuis was door God aangesteld -, laten een grote loyaliteit zien. Het onderdrukken door Willem I van orthodoxe gelovigen tijdens de Afscheiding brengt het thema van gewetensvrijheid naar voren als het hoogste goed. Trouw aan God staat boven loyaliteit aan de koning, de regering.

Vele grote en kleine mensen van die tijd komen langs, zoals de regerende koningen Willem I, II en III met hun vrouwen maar ook ds. O.G. Heldring en Jan de Liefde. Het reizen per koets, diligence, binnenvaartschip over de Zuiderzee en later met de stoomtrein beschrijven de ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit. Beschrijvingen van het stedelijk badhuis in Scheveningen (zwemmen is gezond), kasteel Oud Wassenaar (zomerverblijf), hun woonhuis aan de Korte Vijferberg 3 (nu kabinet van de koning) met uitzicht op het binnenhof geven een mooie indruk hoe zij als welgestelden leefden.

Ziekten vaak met de dood tot gevolg gingen door alle rangen en standen van de maatschappij waardoor Betsy zich in ging zetten voor zieken, wezen en weduwen vanwege het ontbreken van sociale zorg. Ook haar Willem had een zwakke gezondheid en stond vaak aan de rand van de dood. De vraag of sociale zorg alleen door de kerken of via andere kanalen georganiseerd kon worden, komt naar voren. Haar inzet voor “gepensioneerde dienstboden” en weduwen door aanschaf, verbouwing en beheer van “Hofje Rusthof” (1841) en dat alles vanuit eigen vermogen legde de grondslag voor christelijke ouderenzorg. Het was bedoeld voor vrouwen boven de 55 jaar, die de protestants christelijke geloofsovertuiging hebben en die met onderlinge hulpvaardigheid, geroepen zijn ‘elkander te dienen in liefde’, vermijdende alles wat anderen tot moeite of last zou kunnen zijn”. Verder wordt kort genoemd dat Betsy medeoprichter was van de ’s Gravenhaagsche Diaconessen-Inrichting (1865), het latere Bronovo ziekenhuis.

Vrijheid van onderwijs (1848) middels een grondwetswijziging (Thorbecke, liberaal) betekende door de ouders betaalde, vrijwillige en voor iedereen toegankelijk onderwijs op vrijzinnig christelijke basis. De strijd van Willem als schrijver en in de politiek, met trouwe ondersteuning van Betsy, om orthodox christelijk onderwijs in de grondwet op te laten nemen, wordt van binnenuit beschreven. Vrienden uit het Reveil ondersteunen hen, maar er is nog geen partijpolitiek en mede christenpolitici tonen vaak slappe knieën. Deze individuele strijd tast de gezondheid van Willem aan en trekt een zware wissel op hun privéleven.

De onderwijswet (1857) en de rol van Willem in het parlement, met Betsy op de tribune, wordt prachtig beschreven. ‘Lieverd, ik vecht voor een Staat der Nederlanden die bezig is zich van een christelijke staat te ontwikkelen tot een onchristelijke staat en uiteindelijk tot een antichristelijke staat’, laat zijn profetische visie zien. ‘Deze mannen (Willem van Oranje, Bilderdijk, da Costa) hebben beseft, dat belijden, strijden en lijden een onafscheidelijk trio vormen en niet los verkrijgbaar zijn’, laat de christelijke liefde zien die hem dreef. De liberale wet met enige concessies wordt echter aangenomen en Willem dient zijn ontslag in.

De laatste 22 jaar wordt beschreven vanuit een dagboek en geeft de reflectie van Betsy op het overlijden van Willem en haar rol aan zijn zijde weer. Veel innerlijke strijd maar uiteindelijk wordt het bij haar ‘windstil van binnen’. Het boek sluit af met ‘Ik besef nu heel diep vergeven te zijn. Ik ga zonder angst de toekomst in. Ik weet dat Hij mij leidt’. Het boek is een aanrader voor christelijke (groot)ouders.

Swawek van der Meer

 

http://www.uitgeverijvanwijnen.nl/zoveel-liefde-edith-schouten-9789051944372.html 394 blz.