Door pastoraat kom ik in contact met jongelui die met occultisme te maken hebben. De vraag is, hoe confronteer ik hen met de Bijbelse boodschap, als ze geen relatie met de Heer hebben. De Here Jezus geeft in de gelijkenissen een didactisch en pedagogisch model om kennis over te dragen. Daarom heb ik het op de manier aangepakt die hieronder beschreven staat.

Benadering

Twee jongens hebben connecties met Wicca en luisteren frequent naar occulte muziek. Ze zijn ‘behangen’ met pentagrammen en allerlei andere occulte symbolen. Ik maak opmerkingen over occulte zaken en geef tekst en uitleg. De vraag is of het occulte nu wel zo gevaarlijk is? Zij denken dat het wel meevalt. Ze kennen de naam Jezus Christus, maar belijden Hem niet. Slechts af en toe gaan zij naar de kerk, maar het spreekt hen niet aan. Ze hebben wel eens een gebed uitgesproken. De Bijbel lezen zij eigenlijk nooit. Het is een uitdaging, omdat juist zulke jongeren met vragen komen. Het heeft vaak een tegenovergesteld effect, als je in dergelijke gevallen de vragenstellers met Bijbelteksten confronteert. Er moet aansluiting plaatsvinden. Aansluiting zoeken met de belevingswereld is wat de Here Jezus heeft gedaan. Zal ik Hem daarin niet volgen? Het betekent niet dat je ‘als’ hen wordt en deelneemt aan hun zondige wereld. Gesterkt voel ik me door de apostel Paulus: ‘En ik ben de Joden geworden als een Jood, opdat ik de Joden winnen zou. 22. Ik ben de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden.’ 1Cor. 9: 20-23 Let op de woorden ‘winnen’ en ‘redden’.

Confrontatie

Het gesprek begint daarom met een vraag. “Wat denk jezelf van het occulte en waar baseer jij je mening op?” Na een paar opmerkingen komt de vaak gehoorde opmerking: “Ik ben er toch zelf bij, het gaat niet verder dan ikzelf toesta of wil.” “Dat is maar de vraag,” stel ik! “Tja, als er iets is dat ons vaak in de luren legt, dan is dat wel ons gevoel en vaak ook onze waarnemingen.” Zij vragen om nadere uitleg en ik geef eerst een voorbeeld. “Vroeger op school hoorde ik de meester vertellen over een “fata morgana”, een luchtspiegeling. Als zoiets zich voordoet, zie je dingen die er niet zijn, althans niet op die plek waar de fata morgana zich lijkt af te spelen. Je neemt dus dingen waar die er niet zijn – tenminste niet daar! Onze zintuigen kunnen klaarblijkelijk dingen waarnemen die er dus niet zijn. Kunnen wij altijd blindelings vertrouwen op wat wij waarnemen? Het lijkt vreemd: beïnvloeding, waar jezelf bij bent, maar het kan wel degelijk.” Ze kijken mij vragend aan en fronsen hun voorhoofd. “Dat willen we wel eens zien,” zeggen ze. “Let eens heel goed op wat ik vertel.”
Vader staat al een tijdje voor het raam te wachten. Hij wacht gespannen af of hij zijn zoon op de fiets aan ziet komen. Zodra hij zijn zoon ziet, loopt hij snel hem tegemoet. De zoon ziet zijn vader en zegt: “Ha, die pa,, wat is er aan de hand?” Vader kijkt zo blij als een kind en hij wijst naar de garage. “Kijk er maar eens in,” zegt-ie. De zoon doet de deur open en ziet een prachtige glimmende sportwagen staan. “Wow, wat een gave…!” Hij maakt zijn zin niet af en vraagt: “Pa, wat doet dat ding in onze garage?” Vader lacht hem toe en zegt: “Ja dat is een verrassing, hè? Hij is van mij! Zullen we een stukje rijden.” De zoon knikt en staat al bij de passagiersdeur. Samen rijden ze weg.Op een afgelegen weggetje zegt vader: “Hier is geen politiecontrole, het is een rechte weg en ik zie geen verkeer. Zal ik hem eens op zijn staart trappen?” Zo gezegd, zo gedaan en al snel zien zij de kilometerteller hoog oplopen.Plotseling – zo uit het niets – komt er iets van achter een klein bosje de weg op. Vader schrikt en trekt aan het stuur, waarna hij de macht over het stuur verliest. De sportauto raakt een boom, ketst af, slaat een paar keer over de kop en knalt tegen de volgende boom. Vader is op slag dood, de zoon is zwaar gewond. Een boer had het hele ongeval van verre gezien en hij belt onmiddellijk 112. Kort daarna arriveert een ambulance. De ambulance-verpleegkundige constateert dat de vader het zware ongeval niet heeft overleefd. De zoon zit bekneld in het wrak. Hij richt zich daarom op de zoon die levensgevaarlijk gewond is. De brandweer is nodig om hem uit het verwrongen wrak te verlossen. Enige tijd later ligt-ie in de ambulance die met grote spoed naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis rijdt. Bij het ziekenhuis aangekomen, wacht het gewaarschuwde team. Zo snel het maar kan, gaat het richting ok. De jongen ligt nog maar net op de operatietafel of de chirurg komt binnen. De chirurg loopt naar de patiënt en wil hem onderzoeken, maar op het moment dat de chirurg de zwaargewonde jongen ziet, zegt-ie: “Nee, deze patiënt kan ik niet opereren, dat is mijn zoon….” De chirurg draait zich om, loopt onthutst de ok uit en verzoekt een collega-chirurg de zorg voor de jongen op zich te nemen.
“Huh, dat verhaal klopt niet,” zeggen ze. “Het is zeker zijn stiefvader…”
“Slechts weinigen doorzien het verhaal en die weten al direct te vertellen wié die chirurg is en waarom deze chirurg de operatie niet kon uitvoeren. Weten jullie het al?” “Nee, er klopt iets niet…!” “Het is jullie eigen vooronderstelling die jullie in de maling neemt. In het verhaal worden bij herhaling mannelijke woorden genoemd: hij, vader, zoon, ambulanceverpleegkundige, brandweer …. De chirurg is ….. zijn moeder!” “Oh, ja natuurlijk,” is de reactie. “Tja, jullie horen goed, maar jullie oren laten jullie in de steek,” zeg ik lachend. Afgelopen jaren heb ik heel wat mensen mogen informeren over de gevaren van occulte zaken. Het occultisme is een breed terrein en heeft veel uitvalshoeken. En toegegeven: het ene is duidelijker zichtbaar dan het ander. Zo is het één wel occult, het ander niet.
Daarnaast staan personen met een min of meer naïef karakter doorgaans te boek als mensen die redelijk snel te beïnvloeden zijn. Wie wil zichzelf nu zo typeren? “Hebt u nog meer van zulke leuke dingen?” “Ja, gewone dingen die je misschien al vaker hebt gezien. Maar wat denken jullie, kan iets dat vast staat op papier bewegen? Stel je voor dat ik twee cirkels op papier afgedrukt laat zien. Staan deze onbewegelijk stil?” “Ja, dat moét wel, logisch toch,” zeggen ze. Via een internetsite over “optical illusions” print ik een vel uit met die twee cirkels. “Kijk naar die cirkels en beweeg het papier voor en achteruit.” “Nee hé…, ze bewegen..!”
Zo liet ik hun nog een paar ‘zaken’ zien. Ze vinden het leuk: hun ogen houden hen voor de gek! Ze hebben dit wel eens eerder gezien, maar hebben het nog nooit bekeken vanuit deze context. “Trouwens hoe zit het dan met muziek?” Ik denk aan een video op internet en vraag: “Een simpele toon die van hoogte verandert, is feitelijk muziek. Niet mooi, maar toch! Kun je dode materie laten bewegen, groeperen en hergroeperen met muziek?” Dat lijkt hen helemaal onmogelijk, maar ik vraag het hun en ze zien de bui al hangen. “Laat maar zien,” zeggen ze. Ik typ op Google ‘resonantie’, rijst’ en ‘video’ in. De jongelui zien hoe rijst beweegt en steeds nieuwe vormen gaat aannemen, naarmate de toon hoger wordt. Ze staan versteld. Zo hebben we het over de sterke invloed van kleuren en zelf weten ze te vertellen hoe in de reclame, in het verkeer en op de werkvloer met kleuren gewerkt wordt. Over hun zwarte kleren beweren ze, dat het een depressieve invloed heeft!

Bezinning

“Jullie hebben nu ‘alledaagse’ en onschuldige dingen gezien. Maar wat nu als iemand of ‘iets’ niet onschuldig is en als er verborgen boodschappen in verstopt zitten en iemand kwaad wil?” De twee intelligente boys kijken ernstig en denken na! “Dan gaat het zeker niet goed,” zeggen beiden instemmend. “Maar waarom doen die mensen dat? Wat hébben ze eraan? Het is toch niet normaal.” De jongeren worden zich ineens bewust van het feit, dat hun vooronderstelling geen stand houdt: “Ik ben er toch zelf bij, het gaat niet verder dan ikzelf toesta of wil.” Hierna zegt een van de jongens: “Ja, eerlijk gezegd zijn de liedteksten wel heel erg negatief, maar wij denken dat ze ‘fun’ zijn….” Nu breekt de tijd aan om met een Bijbelse boodschap te komen en ik lees voor uit Ef. 6: 12 en vertel hun dat de Bijbel ca. 500 keer waarschuwt tegen occultisme, valse leringen en dergelijke. “Dat doet God niet om de mens te plagen of te jennen, integendeel! Hij wil niet dat ook maar één mens verloren gaat.” “Is occultisme echt voor iedereen gevaarlijk,” vragen ze nog. Ik leg hun uit, dat als iemand een handgranaat op tafel zet in een kamer vol mensen en de pen eruit trekt, de granaat na een paar seconden ontploft en zijn vernietigende werk doet. Het maakt niet uit wat die persoon erbij denkt. Al denkt hij ‘die wil ik raken en die niet’, het maakt niets uit. De granaat doet waarvoor-ie gemaakt is, zodra het mechanisme in werking wordt gesteld! Zo is het ook met het occulte. Occultisme bindt aan satan die mensen kapot maakt – zonder enige uitzondering! Het gesprek krijgt nu een andere wending. De jongens zijn zichtbaar onder de indruk van wat zij hebben gehoord. Ze vragen naar hun pentagrammen en hun afbeeldingen op hun kleding (demonische afbeeldingen van de occulte band “Slipknot”). In alle rust vertel ik en leer ik hun wat deze dingen inhouden en welke destructieve invloed die op de mens uitoefenen. Ik vertel ook, dat als zij hun zonden belijden en radicaal afstand van hun occulte zaken doen en de Heer aannemen, Hij hen zal vergeven en wil bevrijden van alle occulte banden. Nu blijkt dat de jongeren herhaaldelijk worden geplaagd door negatieve bovennatuurlijke manifestaties. Ook hier wil de Here Jezus hen van bevrijden.
“Bid en vraag God in de naam van de Here Jezus maar of Hij jou wil helpen en Hij zal het doen!” Er is ondertussen al veel tijd verstreken en ik stel voor dat er een vervolggesprek komt. “Denk er maar eens goed over na,” zeg ik bij het afscheid nemen.

Uitwerking

Nog geen dag later belt een van de jongens mij op en zegt: “Ik heb al mijn pentagrammen weggedaan. Die occulte muziek wil ik niet meer horen en ik wil meer van de Here Jezus weten.” Hij heeft trouwens op dat moment last van ‘plagerijen’. Ik heb met hem gebeden. Hij deelt mij later mee dat het rustig is geworden. Inmiddels heeft hij de Here Jezus Christus aangenomen (Joh. 1:12), zijn zonden beleden (Hand. 26:18) en zich laten reinigen met Zijn kostbaar bloed (1 Joh.1:9).

Erick Ligtenberg

 

Wat is waarheid?

– De Bijbel vertelt ons dat er een man met de naam Jona geweest is, die naar de Ninevé ging om te prediken. En dat er als gevolg van zijn boodschap daar een grote opwekking begon. De mensen en de koning keerden zich tot God en veranderden hun goddeloze leefwijze. Daar kun je blij van worden, maar daardoor verander je zelf nog niet.

– Er staat in de Bijbel ook een verslag over het bouwen van een ark door een mens, Noach genaamd. In dat verslag wordt vermeld waar de ark kwam te rusten na een geweldige vloed. Er is veel geld uitgegeven door archeologen om resten van de ark te vinden. Maar het wel of niet vinden van stukjes ark hebben we niet nodig als bewijs dat God ons liefheeft en ons wil redden.

– De Bijbel geeft ons ook de geschiedenis van de hemel en aarde toen zij geschapen werden en vermeldt dat de Here God de mens van stof uit de aardbodem formeerde en deze mens een levend wezen werd toen Gods adem in hem geblazen werd. We kunnen proberen ons daar een voorstelling van te maken, maar als we niet zelf de Heilige Geest in ons toelaten, zullen we deze waarheid niet verstaan.

– De Bijbelse beschrijving van de geschiedenis heeft als doel ons te leiden tot een persoonlijke ontmoeting met God, zodat we Hem leren kennen als een liefhebbende Vader.

Jezus Christus getuigde van de betrouwbaarheid van de Bijbel:

– Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten. De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, meer dan Jona is hier. (Mat.12:39-41)

– Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen voor de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. (Mat.24:37-39)

– Hij antwoordde en zeide: Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt? En Hij zeide: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot een vlees zijn. (Mat.19:4,5)

-Door Zijn opstanding uit de doden is krachtig bewezen dat Jezus Gods Zoon was. (Rom.1:4)

Jezus zeide: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (Joh.14:6)

Deze Waarheid maakt ons vrij.

Computergames, onschuldig of niet?  

Inleiding: uit de praktijk gegrepen
Het is half vier! Gerard komt terug uit school en rent snel de trap op naar boven. Hij gaat achter de computer zitten wachten, terwijl die opstart. Buiten ziet hij wat kinderen rennen. De computer is opgestart en Gerard pakt het ongelabelde cd-rommetje uit zijn tas. Dat heeft hij op school gekregen van de oudere jongens waar hij altijd mee staat te praten in de pauzes. Het spel start op en ’DOOM 3’ komt in beeld. Gerard weet niet wat het is of wat het betekent, maar hij vindt het wel erg spannend. Zijn vader heeft deze week net een nieuwe grafische kaart voor de computer gekocht en die doet het goed! Gerard voelt zich een beetje naar door de enge en dreigende geluiden op de achtergrond. Hij is ook bang dat zijn moeder elk moment thuis kan komen. Plotseling verschijnt er met angstaanjagende geluiden een vreselijk monster in beeld. Door de schrik vliegt Gerard met stoel en al een paar meter naar achteren. Terwijl zijn hart bonkt in zijn keel, ziet hij dat het nare monster niet verder dan het beeldscherm kan komen. Langzaam neemt Gerard weer positie in en schakelt zijn zwaarste kanon in. Hij ziet het monster bloeden, terwijl zijn kogels het doorzeven. Eindelijk zakt het nare gevaarte in elkaar. Gerard bekijkt het monster van dichtbij. “Hmm, het lijkt wel een misvormd mens of zo. Wat zou er aan de hand zijn?” vraagt hij zich af. Langzaam neemt het spel hem mee in een dramatische en angstaanjagende wereld waar het kwaad is uitgebroken… Computergames, onschuldig of niet?

Wat is gamen?
Gamen is tijdverdrijf nummer één voor veel jongens en ook meisjes. Gamen is een spelletje spelen: een computerspel. Al jaren groeit de populariteit. In ieder huis is wel een Playstation, X-box, GameCube of zeker een PC te vinden. Kinderen zijn er vroeg bij. Door middel van folders, tv of vrienden weten ze al snel wat ze moeten kopen. De ouders stoppen het gezeur door de wens in te willigen. Verbieden is moeilijk. Ze spelen anders bij vriendjes of toch stiekem, achter de rug van hun vader en moeder om, thuis. Makkelijker is het om toe te geven. De jongeren spelen dan in eigen huis en zijn rustig. De ouders hebben er geen omkijken naar. Het kind zit achter de computer.

Waarom gamen jongeren?
Voor de één is gamen vermaak, voor de ander is het een verslaving. Iedereen die wel eens een spel speelt, of het nu Tetris of Warcraft III is, weet hoe het ‘even spelen’ verandert in een half uur, een uur of nog langer. Spelen heeft altijd een doel. Meestal staat overleven, veroveren, uitroeien, kennis vergaren en vooral de hoogste score behalen centraal. Resultaatgericht spelen brengt spanning met zich mee. Bij de spelende kinderen giert de adrenaline door het bloed. Een goed gevoel. Dat geeft onbewust de verslavende kick. Jongeren gamen het meest thuis, alleen of samen. De interactie tussen speler en computer is groot. Sinds kort is het ook mogelijk via internet tegenspelers of teamgenoten te vinden. Het spel krijgt zo een extra dimensie. Het saaie verbeteren van eigen highscores is veranderd in een competitie met anderen uit de hele wereld. Sommige van deze competities zijn uitgegroeid tot megamanifestaties in grote hallen, zogenaamde LAN-party’s. Er komen vaak duizenden gamers op zo’n toernooi af. In de spelwereld waarin de speler in de huid kruipt van de huurmoordenaar, de sporter, de producer of de held, maakt hij de keuzes. De gamer stapt in een andere realiteit: een realiteit zonder God of zijn geboden. In de populaire game, GTA San Andreas wordt de speler een avontuurlijke wereld aangeboden. De held is een crimineel die gebruik maakt van de auto, het vliegtuig of de boot. Om sneller tot zijn doel te komen, slaat hij, schiet hij neer en overrijdt hij iedereen die hem in de weg komt in de drukbevolkte stad. Als deze twee realiteiten, de spelwereld en de echte wereld, gemixt worden, kan het goed mis gaan.

 

 

Steeds meer ouders komen een keer per week bij elkaar om voor de school te bidden (bij het voortgezet onderwijs ook leerlingen). Een verslag van zo’n gebedsgroep: waarvoor zoal wordt gebeden en hoe dat bij de school leeft.

B&O magazine

Op de vraag waarom moeten er gebedsgroepen zijn voor onze scholen, wil ik graag het volgende aan u vertellen. Ik spreek hier over twee christelijke basisscholen. Een aantal moeders die iedere veertien dagen bij elkaar kwamen voor bijbelstudie, bespraken ook eens de situaties op school. Ze kwamen tot de conclusie dat er overal gebedsgroepen voor zijn, maar waarom eigenlijk niet voor de school. Als ouders zijn wij ook verantwoordelijk voor het beleid dat op scholen gevoerd wordt en waarmee onze kinderen (dus wij als ouders) te maken hebben.

Uitgangspunt was dat de bijbel het ons zegt. Bidt voor de hooggeplaatsten en de verantwoordelijken. De Here Jezus leert het ons in Zijn woord. Hij zelf was ook vaak in gebed. Het is dus een soort opdracht.

Waar wordt zoal voor gebeden?
1a. In deze tijd b.v. voor vervanging van (langdurige) zieke leerkrachten,
b.   klassen waar onderling problemen zijn met leerlingen.

2a. Leerkrachten en hun gezinnen e.v. bijzondere omstandigheden.
b.  Gezinnen van leerlingen die in bijzondere omstandigheden verkeren.

3. Voor goede leermethoden die vanuit christelijk fundament ontwikkeld zijn, waarbij occulte zaken  worden gemeden.

4. Voor degene die naar een leerkracht toe zal gaan om te vertellen dat er getwijfeld wordt aan de christelijk inslag van bv. een bepaald boek dat voorgelezen wordt of het gebruik van mandala’s. (Dit wordt als een van de moeilijkste dingen ervaren en is de enige verantwoordelijkheid die de gebedsgroep op zich neemt.

5. Inzicht voor bestuur, directie, leerkrachten en remedial teachers, om in deze tijd ook een duidelijke christelijke visie, geënt op Gods woord, uit te dragen aan de leerlingen en het te volgen beleid.

6. Dat een ieder die direct betrokken is bij de school en bij de leerlingen, een persoonlijke relatie mag hebben met Jezus Christus.


Leeft het bij de school en overige ouders?
Bij de school is het afhankelijk hoe de leerkracht zelf in het geloof staat.
Dit geldt natuurlijk ook voor de ouders. De gebedsgroepjes zijn niet groot, ongeveer vijf personen.
Deze komen echter wel trouw bij elkaar in een huiskamer op een vaste tijd, vaste plaats één keer per vier weken. Van tevoren laat één van de bidders zich door de school op de hoogte brengen van eventuele gebedspunten die vanuit de school komen. In de loop van de tijd is er een open en eerlijk contact ontstaan. Zelfs heeft een van de schoolteams het voorbeeld van de gebedsgroep gevolgd door de handen te vouwen toen zij geen uitkomst in een bepaalde zaak meer zagen. Dit verdient eigenlijk een vervolg.

Voor nieuwe komende bidders wordt uitgelegd hoe de bidstond verloopt, zodat men zich snel thuis kan voelen. Per slot van rekening is er één christelijk geloof, maar er zijn wel verschillende kerken en gemeentes met ieder zijn eigen visie en inbreng waaruit de kinderen op deze scholen zitten. De gebedsgroepjes hebben nu ongeveer acht jaar ‘ervaring’ en zien graag dat iedereen zich erin kan vinden. Wel moet duidelijk zijn dat ze beslist niet verantwoordelijk zijn voor situaties, veranderingen e.d. en daardoor ook geen doorgeefluik zijn.


Zijn er gebedsverhoringen?
Ja, ik kan hierover natuurlijk niet inhoudelijk op ingaan, maar men ervoer wel in bepaalde situaties, zowel de school als de gebedsgroepen, een bijzondere soms snelle verandering. Deze wordt toegedacht aan de kracht van het gebed! Want dat is waarvoor wij op de bres moeten gaan.

Gebed voor kracht = kracht door gebed.

 

 

 

Godsdienstmethode voor het studiehuis in het voortgezet onderwijs.
Godsdienst voor het studiehuis
Voor de tweede fase was de methode De Bijbel in de Basis—Godsdienst voor het Studiehuis ontwikkeld. Deze sloot aan bij de drie delen voor de basisvorming en was speciaal ontwikkeld voor gebruik in het studiehuis.
Karakteristiek voor deze methode was de indeling naar thema’s, die elk weer uit hoofdstukken en korte paragrafen bestonden. In elk hoofdstuk kwamen opdrachten voor (er is geen apart werkboek). Literatuurverwijzingen stimuleerden de leerling tot verder onderzoek. Achterin elk deel stond een register van termen.

Vooral met deel 4B werden minder bekende delen van het Nieuwe Testament behandeld. Daarbij werd ook de kerkgeschiedenis in vogelvlucht behandeld, die de meeste leerlingen anders niet zouden tegenkomen.

Deel 4A. Ontstaan van het christendom Deel 4B. Voortgang van het christendom
I De eerste christenen
Erbij horen
II Over de hele wereld
Communiceren: je blik verruimen
III Bouwstenen van het christendom
Leven in relaties
IV Tegenstand en verleiding
Kosmische machten en krachten
V Geschiedenis van de kerk
Waarheid en tolerantie
VI Perspectief op de toekomst
Op weg naar de nieuwe aarde

Ook bij de delen 4A/B was een uitgebreide docentenhandleiding beschikbaar.

Na enkele jaren ervaring met het studiehuis is overwogen om de meest actuele thema’s als losse katernen beschikbaar te stellen.
Uit de jaarlijkse gebruikersdagen bleek echter een grotere behoefte aan katernen over andere thema’s. Daarom wordt hieraan voorrang gegeven.
Het eerste katern is Waarden en normen en het tweede heet Islam en christendom.Beide katernen kunnen bij Bijbel & Onderwijs besteld worden (info@bijbelenonderwijs.nl).

Tien geformuleerde kerndoelen voor het vak Godsdienstonderwijs, die ten grondslag liggen aan de godsdienstmethode De Bijbel in de Basis.


De Bijbel in de Basis
 gaat uit van de volgende kerndoelen:

Algemene doelstellingen:
1. De leerlingen krijgen kennis van de inhoud van de Bijbel en de grote lijn ervan; zij worden bekend met de hoofdinhoud van de belangrijkste bijbelboeken uit het Oude en Nieuwe Testament.
2. De leerlingen bouwen een bijbels begrippenkader op dat zij kunnen hanteren met betrekking tot vragen die verband houden met een christelijke levensstijl en wereldbeschouwing.

Vakoverstijgende doelen:
3. De leerlingen kunnen hun eigen levensstijl toetsen aan het begrippenkader dat zij hebben opgebouwd en op grond hiervan een standpunt bepalen inzake vraagstukken die henzelf rechtstreeks aangaan.
4. De leerlingen kunnen bijbelse criteria hanteren bij het beoordelen van een religieuze of levensbeschouwelijke tekst.
5. De leerlingen leren vanuit de Bijbel waarden en normen verwoorden en herkennen.

Eigen vakdoelen:
6. De leerlingen leren de twaalf bijbelse kernbegrippen refereren aan gedeelten uit Gods Woord, en leren deze in hun eigen taal uitleggen en toepassen op hun eigen leefwereld.
7. De leerlingen leren hoe de Joodse godsdienst en het Christendom zijn ontstaan. Zij kunnen de functie aangeven van de belangrijkste Joodse en Christelijke feesten in het Oude resp. Nieuwe Testament.
8. De leerlingen moeten het volgende praktisch kunnen hanteren:
– respect voor alle mensen, veraf en dichtbij, ongeacht hun ras, geslacht, godsdienst of etnische groep;
– het unieke van de Bijbelse openbaring en de Persoon van Jezus Christus.

Sociale en creatieve vakdoelen:
9. De leerlingen leren met elkaar overleggen, samenwerken en het samen uitvoeren van een opdracht op basis van argumenten, standpunten en mogelijkheden.
10. De leerlingen leren op creatieve wijze vorm te geven aan levensvragen vanuit een Bijbels referentiekader.

Kader van waarden en normen
De godsdienstmethode De Bijbel in de Basis maakt de leerling vertrouwd met de waarden en normen die aan de Bijbel zijn ontleend. Tegenwoordig spreekt men dikwijls zijn verlegenheid uit over de overdracht van waarden en normen. Dat komt omdat voor velen de Bijbel geen gezaghebbende plaats meer inneemt. Of ook wel omdat men niet inziet dat de boodschap van de Bijbel voor alle tijden en culturen grote waarde heeft. Dat gold voor de mensen uit de eerste eeuw, maar ook voor onze generatie die leeft in een andere tijd en cultuur. Volgens de apostel Paulus is de Bijbel bij uitstek geschikt:
– om mensen de weg te wijzen tot het heil in Christus,
– maar ook om mensen toe te rusten om volwaardig mens te zijn.

Voor het overdragen van waarden en normen in een multiculturele omgeving is de Bijbel bij uitstek geschikt. Een kwart van dit Boek, (namelijk het tweede gedeelte van het Nieuwe Testament, dat in onze methode behandeld wordt als deel 4 APOSTELEN), is immers zelf een voorbeeld van interculturele communicatie!
Bijbelse wereldbeschouwing
Vanuit deze bijbelse waarden en normen zijn de leerlingen in staat om een bijbels wereldbeeld op te bouwen. Op de lagere school hebben zij bij Wereldoriëntatie hierover vaak dingen geleerd waarbij de Bijbel nauwelijks een rol heeft gespeeld. Dat gebeurt ook op veel middelbare scholen, bijvoorbeeld bij Biologie, Nederlands, Geschiedenis, Natuurkunde, Economie en bij het nieuwe vak Verzorging.
Deze bijbellessen leggen de basis voor een wereldbeschouwing die uitgaat van de Bijbel. Dit omvat ook kennis van machten en geesten, perspectief op de toekomst, schepping of evolutie, nieuwe wereldorde (New Age).
Christelijke levensstijl
Dit alles hangt nauw samen met een bijbels wereldbeeld. Uiteraard is de Bijbel in de Basis als zodanig geen ethiek (veel scholen geven dat in de bovenbouw). Toch wordt in de lessen een grondslag gelegd voor een ethiek die uitgaat van de Bijbel. Soms gaan wij hier wat dieper op in, bijvoorbeeld via de spiegelverhalen of via bepaalde opdrachten.
Op die manier worden jonge tieners, juist in zo’n gevoelige periode, in staat gesteld om een christelijke levensstijl te ontwikkelen.

Bijbellessen over het occulte

De Bijbel spreekt duidelijke taal over het occulte, maar daarover wordt weinig gepreekt. Het gevolg is dat veel mensen hun informatie trekken uit occulte bron zelf, inclusief de leugens van de vader der leugen! De Bijbel is hierover de enige betrouwbare bron. Bovendien scheppen de bijbelverhalen over het occulte, zoals toverij, hekserij, waarzeggerij, astrologie, vruchtbaarheidscultus, fabels en mythen vanzelf de nodige ‘afstand’, waardoor de lezer niet besmet raakt.

 

De godsdienstmethode De Bijbel in de Basis volgt de Bijbel in haar vier componenten: WET/TORAH; EVANGELIE; PROFETEN; APOSTELEN. In elk deel komen één of twee secties (tussen 5% en 10% van de lessen) over het occulte voor, zoals:

Deel 1. Toverij door Bileam

Deel 2. Verzoeking door de duivel

Deel 3. Natuurreligie en hoe Gideon en Elia hiertegen optraden

Deel 4. Krachtmetingen op de zendingsreizen, en geestelijke wapenrusting.

Met toestemming van de uitgever verwijzen wij naar enkele lessen uit deze delen:

In het begin van zijn brief aan de Romeinen legt Paulus een direct verband tussen het evangelie en Gods gerechtigheid.

Gerechtigheid (dl 4)

In het begin van zijn brief aan de Romeinen legt Paulus een direct verband tussen het evangelie en Gods gerechtigheid. Dat ligt niet zo voor de hand, want wij zouden zeggen: het evangelie is de boodschap van Gods vergevende liefde en de gerechtigheid van God betekent juist het oordeel. Als Hij de zonden niet door de vingers ziet, dan zou Hij alle mensen moeten veroordelen. Laten we er maar het beste van hopen, misschien tilt God wel niet zo zwaar aan onze ongerechtigheid.

Maar de boodschap van Paulus aan de Romeinen is precies andersom. Gerechtigheid betekent nu juist dat God blijft wie Hij is en zich houdt aan wat Hij wil. Er is namelijk een nieuwe manier gekomen waarop God recht spreekt. Niet door de wet, want die zou ons veroordelen. Maar door zijn genade, die Hij voor alle mensen laat gelden die het grote geschenk van Hem aannemen: de verlossing in Jezus Christus. Hoe rechtvaardig God is, wordt duidelijk als Hij om Christus’ wil de zonden vergeeft en de zondaar rechtvaardigt.

In dit boek wordt het ontstaan van de wereld beschreven, het begin van de mensheid, de oorsprong van het kwaad en de zondvloed.

Genesis of Wording (dl 1)

In dit boek wordt het ontstaan van de wereld beschreven, het begin van de mensheid, de oorsprong van het kwaad en de zondvloed. Heel belangrijk is de roeping van Abraham en de oorsprong van het volk Israël (vanaf hoofdstuk 12).
Belangrijke namen zijn Adam en Eva, Noach, Abraham, Isaäk, Jakob en Jozef.

In het Hebreeuws worden de eerste vijf bijbelboeken genoemd naar de eerste woorden. Daarom heet het eerste bijbelboek ‘In het begin’, Beréshiet.

Letterlijk: onverdiende gunst. In het Nieuwe Testament valt hierop de nadruk. Mensen worden niet behouden door eigen inspanning of goede werken of het houden van de goddelijke wet.


Genade (dl 4)

Letterlijk: onverdiende gunst. In het Nieuwe Testament valt hierop de nadruk. Mensen worden niet behouden door eigen inspanning of goede werken of het houden van de goddelijke wet. Zij worden behouden door Gods genade, letterlijk: zij worden erdoor gerechtvaardigd, door het geloof in Jezus Christus (zie Romeinen 3:24).

De uitdrukking `genade voor recht’ betekent niet dat het recht opzij wordt gezet, maar dat er een andere rechtsgrond is gekomen door het volbrachte werk van Jezus Christus (zie Romeinen 3:26 en ook in 1 Johannes 1:9).