In het boek Koningen lezen we dat koning Achab met de goddeloze vrouw Izebel trouwde.

Geloofsvervolging (dl 3)

In het boek Koningen lezen we dat koning Achab met de goddeloze vrouw Izebel trouwde. Haar vader Eth-baal was koning-priester van Tyrus en Izebel volgde in zijn spoor. Niet alleen diende zij en haar huis de vreemde goden (die geen goden zijn maar afgoden), maar ook maakte zij de baalsdienst tot staatsgodsdienst van Israël. De profeten die protesteerden werden door haar vervolgd en gedood. Alleen Elia waagde het om haar en haar priesters openlijk te weerstaan.

Er is nooit meer zo’n geloofsvervolging geweest in Israël zoals die door Achab en Izebel was begonnen. Ahazia, Achabs zoon, ging er nog twee jaar mee door. Maar toen overleed hij plotseling en daarmee was een eind gekomen aan de felle vervolging waardoor niemand zijn leven zeker was in het land.

Christenen uit de evangelische beweging komen deels uit de gevestigde kerken, maar voor de rest direct `uit de wereld’ als gevolg van de prediking en persoonlijke contacten.


Evangelisch (dl 4)

Christenen uit de evangelische beweging komen deels uit de gevestigde kerken, maar voor de rest direct `uit de wereld’ als gevolg van de prediking en persoonlijke contacten. Die `evangelicals’ komen uit allerlei lagen van de samenleving, zijn internationaal georiënteerd en hebben in ’t algemeen een grote zendingsvisie.

Hieronder volgt de oorspronkelijke definitie van ‘evangelisch’ (evangelical) volgens Webster’s Dictionary: “de nadruk leggen op behoud door het geloof in het verzoenend sterven van Jezus Christus door persoonlijke bekering en op het gezag van de Heilige Schrift in tegenstelling tot rituelen”, dus christocentrisch en bijbelcentrisch.

 

In het boek Daniël wordt veel geschiedenis gemaakt en geschreven. Het onderwerp is Gods hand in de geschiedenis.

Geschiedenis (dl 3)

In het boek Daniël wordt veel geschiedenis gemaakt en geschreven. Het onderwerp is Gods hand in de geschiedenis. Een van de hoofdpersonen is Nebukadnezar. Machtige volken had hij onder de voet gelopen. Hij denkt van zichzelf dat hij de centrale figuur van de geschiedenis is. Nogal hoogmoedig, maar hiermee wordt wel de plot van het hele boek aangegeven. Zie ook bij Daniël over Gods hand in de geschiedenis.

Het getal 666 is het getal van het Beest. Eenmaal zal de Antichrist voor korte tijd alle macht op aarde hebben.

Getal 666 (dl. 4)

Het getal 666 is het getal van het Beest. Eenmaal zal de Antichrist voor korte tijd alle macht op aarde hebben. Dan moet iedereen het getal 666 op het voorhoofd dragen, als merkteken dat hij het Beest is toegewijd. Zonder dat getal kan dan niemand meer kopen of verkopen.

Maar aan het beest uit de aarde en zijn werk komt een einde. Het getal 666 is een getal van een mens en geeft aan dat zijn macht beperkt is. Het is niet 777, want dat is het getal van Gods volheid dat eeuwig is.

Nadat Jezus met zijn discipelen de Paasmaaltijd heeft gevierd, gaan twaalf mannen langs de buitentrap naar beneden.

Getsemane (dl 2)

Nadat Jezus met zijn discipelen de Paasmaaltijd heeft gevierd, gaan twaalf mannen langs de buitentrap naar beneden. Eerder die avond was Judas vertrokken, zogenaamd om geld te brengen aan de armen. Zij gaan naar de oostelijke poort, steken het Kidrondal over en gaan naar een olijvenhof die aan de voet van de Olijfberg is en `Gethsemané’ heet.

Daar wil Jezus bidden. Hij kiest drie leerlingen en gaat met hen verder de tuin in. Zij merken dat Hij bedroefd en angstig is. Nog nooit hebben zij Hem zo gezien. Wat gaat er gebeuren? Drie keer zondert Hij zich van hen af en bidt: “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”
De discipelen zijn moe. Zij vallen telkens in slaap…

In Mattheus 8 geeft een Romeinse centurion (eigenlijk: honderdman, officier over honderd man) een eenvoudige uitleg van het begrip autoriteit of gezag: “Ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij.

Gezag als volmacht (dl 2)

In Mattheus 8 geeft een Romeinse centurion (eigenlijk: honderdman, officier over honderd man) een eenvoudige uitleg van het begrip autoriteit of gezag: “Ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij.” Letterlijk staat er: Ik sta zelf onder gezag en daarom heb ik gezag over anderen. In plaats van ‘gezag’ kun je ook lezen ‘volmacht’.

De hoofdman vergelijkt zijn positie in het leger met Jezus’ positie in de schepping:
Zoals de hoofdman staat in de militaire hiërarchie, zo ziet hij Jezus in de geestelijke hiërarchie en daaruit blijkt zijn geloof: “Als U het bevel geeft, wordt mijn knecht beter.”

 

Handelingen 17 bericht over de manier waarop Paulus aan de Griekse filosofen het juiste godsbeeld uitlegt.

Godsbeeld (dl 4)

Handelingen 17 bericht over de manier waarop Paulus aan de Griekse filosofen het juiste godsbeeld uitlegt. De mensen zijn van Gods geslacht, zoals Griekse dichters zelf ook gezegd hebben, dus gaat het in godsdienst om een relatie met de enige ware God:
– Hij is de Schepper van hemel en aarde: er zijn dus niet vele goden, maar er is slechts één God
– Hij is hoog verheven en woont niet in tempels die mensen maken
– God is soeverein en heeft niets van anderen nodig.

God is geen projectie van menselijke fantasie. Het contact met Hem gaat niet via beelden van steen, goud of zilver, maar via een relatie met Hem, want Hij is heel nabij.
Daarom moet ieder mens zich keren tot de levende God. Paulus brengt hen geen nieuwe filosofie maar een dringende boodschap: “Keer je af van het verkeerde denken en richt je op God, daarvoor is het nú de tijd!” De kern van zijn boodschap is de opstanding van Jezus Christus. Eens zal Hij terugkeren om over ieder mens oordeel te vellen.

 

De Romeinen vonden zichzelf heel tolerant jegens andere godsdiensten: “iedereen mag geloven wat hij wil, als ze de Keizer maar als Heer (kurios) en Heiland (sootèr) erkennen.”


Godsdienstvrijheid voor de christenen (dl 4)

De Romeinen vonden zichzelf heel tolerant jegens andere godsdiensten: “Iedereen mag geloven wat hij wil, als ze de Keizer maar als Heer (kurios) en Heiland (sootèr) erkennen.” Er is niets nieuws onder de zon, want ook volgens het Parlement der Wereldreligies mag iedereen zijn eigen religie blijven aanhangen, maar alleen als onderdeel van de Nieuwe Wereldreligie!

Maar dat deden de christenen nu juist niet: zij kenden maar één Heer en Heiland en zijn troon stond niet in Rome, maar in de hemel. Zo mocht je nooit meer zeggen: Jezus is Here. Je mocht Hem niet belijden, maar moest Hem verloochenen door hardop Jezus te vervloeken, zodat iedereen het kon horen.

Echte vrijheid van religie kan er alleen zijn bij een scheiding tussen Kerk en Staat.

 

Het was voor de Israëlieten verboden om andere goden na te lopen. Was er dan nog wel godsdienstvrijheid in het land? Dat hangt ervan af wat je eronder verstaat.

Godsdienstvrijheid voor de joden (dl 3)

Het was voor de Israëlieten verboden om andere goden na te lopen. Was er dan nog wel godsdienstvrijheid in het land? Dat hangt ervan af wat je eronder verstaat. Vreemdelingen die in het land kwamen wonen, hoefden niet van geloof te veranderen, maar de Torah stond hen niet toe om een openbaar heiligdom voor hun god te bouwen.

In elk land vond men het logisch dat er een god van het land was die openbare verering genoot. Niemand vond het dan ook verkeerd dat in Israël Jahwè vereerd werd. Het probleem lag meer bij de Israëlieten zelf. Zij begonnen vaak hun eigen godsdienst te vermengen met andere religies. Ze noemden de baäls gewoon `HERE’. Dat deed Jerobeam ook met de gouden kalveren. Dat was in de Torah uitdrukkelijk verboden en daar protesteerden de profeten dan ook krachtig tegen. De vrouwen van Salomo hielden vast aan hun eigen religie en daardoor brachten ze vreemde goden het land in. Tegen die vermenging had God gewaarschuwd in de Tien Geboden: “U mag geen andere goden aanbidden dan Mij.”

 

Kort voor het Loofhuttenfeest wordt Yom Kippoer. gevierd. Op deze dag werd het hele volk, samen met de priesters, gereinigd van hun zonden.

Grote Verzoendag of Yom Kippoer (dl 1)

Kort voor het Loofhuttenfeest wordt Yom Kippoer. gevierd. Op deze dag werd het hele volk, samen met de priesters, gereinigd van hun zonden. Dit gebeurde door de hogepriester die bloed van een offerdier sprenkelde op het verzoendeksel van de ark. Eén keer per jaar mocht hij daarvoor het heilige der heiligen binnengaan. Nog steeds is het een dag van bezinning voor de Joden.

Je leest daar over twee bokken:
– een bok die geofferd wordt als een offer voor de zonden,
– een bok die de woestijn wordt ingestuurd: de zondebok.