In Athene sprak Paulus de filosofen toe. Die vielen uiteen in verschillende denkscholen.
Filosofen van Athene (dl 4)
In Athene sprak Paulus de filosofen toe. Die vielen uiteen in verschillende denkscholen.
De Stoïcijnen leerden dat de mens moet leren leven in harmonie met de natuur (de kosmos). Daarin bestond de hoogste gelukzaligheid. Om tot het echte leven door te dringen moesten de mensen leren zich daarvan te `onthechten’ en eraan te `versterven’. Al het zinnelijke leven beschouwden zij als een illusie of schijnwerkelijkheid. Paulus haalde zelfs de stoïcijnse dichter Kleanthes aan, die zegt:
“Want de onsterf’lijken moeten, o vader (Zeus), U toebehoren,
U noemen, daar wij toch van godd’lijk geslacht zijn.”
De Epicureeërs leerden precies het tegengestelde. Voor hen was het enige ware datgene wat je kon waarnemen en beredeneren. Alles in het leven wordt bepaald door de logica en de rede en daarmee verdwijnt ook de angst voor `hogere machten’.
Als enige waarde van het leven blijft dan vaak over: genieten van het goede der aarde:“Laten wij eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij.”
De Sceptici waren degenen die aan alle dingen twijfelden. Hun hoogste wijsheid was dat de menselijke geest niet in staat is om echt te kennen. Een bekend voorbeeld is het antwoord dat Pilatus aan Jezus gaf: “Wat is waarheid?”
De Eclectici hielden er geen echte filosofie op na maar kozen overal het beste uit. De Atheners vonden de Joden zulke eclectici: zij die overal een graantje van meepikken. Dat zeiden ze (ten onrechte) van Paulus.
Geloofsbelijdenis deel 4
Een geloofsbelijdenis is een korte samenvatting van de christelijke leer, wat christenen geloven. Deze diende als belijdenis wanneer mensen als christen gedoopt wilden worden.
Geloofsbelijdenis (dl 4)
Een geloofsbelijdenis is een korte samenvatting van de christelijke leer, wat christenen geloven. Deze diende als belijdenis wanneer mensen als christen gedoopt wilden worden.
In 381 werden tijdens een Concilie in Constantinopel (`stad van Constantijn’, nu Istanbul) de oude geloofsbelijdenissen van de christelijke kerk vastgesteld:
* de geloofsbelijdenis van Nicea,
* de apostolische geloofsbelijdenis
* de belijdenis van Athanasius.
In Nederland gaan de kerken der reformatie, naast de apostolische geloofsbelijdenis, uit van de volgende geschriften:
* De Nederlandse Geloofsbelijdenis (of Confessio Belgica) is een verdediging van de leer van de reformatie (1561). Hij is opgesteld door Guido de Brès en was bedoeld om aan koning Philips II duidelijk te maken, dat de calvinisten geen revolutionairen waren.
* De Heidelbergse Catechismus was bedoeld voor de inwendige opbouw van de gemeente en diende als onderwijs voor de kerkleden. Hij is verdeeld in 52 zondagen; iedere zondag behandelt hij enkele vragen met de antwoorden opgesteld vanuit de Bijbel (1563).
* De Dordtse Leerregels of Vijf Artikelen tegen de Remonstranten zijn opgesteld naar aanleiding van de twist met de remonstranten over de leer der predestinatie of uitverkiezing (1618-19).
Gelijkenissen van Jezus
Onderwijzen door gelijkenissen was niet iets nieuws van Jezus. Ook de rabbijnen deden dat.
Gelijkenissen van Jezus (dl 2)
Onderwijzen door gelijkenissen was niet iets nieuws van Jezus. Ook de rabbijnen deden dat. In het Hebreeuws heet zo’n gelijkenis masjaal, letterlijk: naast elkaar zetten. Het Griekse woord ervoor is parabolè (parabool, parabel).
Altijd en in alle culturen zijn verhalen het middel geweest om te onderwijzen en wijsheid over te dragen en daarbij gaat het meestal om drie dingen:
1. Wat is de situatie van de toehoorders? Aan wie is de gelijkenis gericht?
2. Wat is het schokeffect? Meestal is het begin vertrouwd. Iedereen herkent zich erin. Pas aan het eind komt de verrassende wending die een schok oproept bij de hoorders.
3. Tot welke keuze roept het verhaal op? Gelijkenissen zoals `de verloren zoon’ of `de barmhartige Samaritaan’ kent (bijna) iedereen. Toch is het Jezus niet te doen om de verhalen.
Jezus’ bedoeling is dat de mensen een keuze maken. Hoe om te gaan met God. Hoe te leven met andere mensen. Anders loop je het gevaar, dat je het belangrijkste in het leven mist.
Gelijkenissen van het Koninkrijk deel 2
Jezus’ boodschap was ‘Het Koninkrijk van God’. Daarom beginnen veel gelijkenissen als volgt: “Het Koninkrijk van God is als . . .” In Mattheüs 13 staan er zeven:
Gelijkenissen van het Koninkrijk (dl 2)
Jezus’ boodschap was ‘Het Koninkrijk van God’. Daarom beginnen veel gelijkenissen als volgt: “Het Koninkrijk van God is als . . .” In Mattheüs 13 staan er zeven:
2. de gelijkenis van het goede en slechte zaad
3. de gelijkenis van het mosterdzaad
4. de gelijkenis van het zuurdeeg
6. de gelijkenis van de kostbare parel
7. de gelijkenis van het sleepnet.
Alle gelijkenissen gaan over de verborgenheid van het Koninkrijk in deze wereld. Nergens worden de christenen opgeroepen om het Koninkrijk zelf te vestigen, zeker niet met geweld! Wel spreken ze van de keuzes die de mensen maken en de scheiding aan het eind der tijden
De meeste gelijkenissen komen in paren van twee. Hier volgt de toelichting van zo’n paar.
De schat in de akker en de kostbare parel
Omdat het Koninkrijk van God verborgen is, moet het ontdekt worden. Wie het vindt, wordt geweldig blij en heeft er alles voor over. Dat wordt uitgelegd in twee gelijkenissen:
– over iemand die na het ontdekken van een schat al zijn bezit verkoopt om de akker (waarin de schat ligt) te kunnen kopen;
– over een parelhandelaar die de parel van zijn leven ziet en alle andere parels verkoopt om die ene te kopen.
Evangelische gemeenten deel 4
Evenals bij de traditionele kerken, zijn er ook bij de evangelische gemeenten diverse stromingen, waarvan wij de belangrijkste noemen:
Evangelische gemeenten (dl 4)
Evenals bij de traditionele kerken, zijn er ook bij de evangelische gemeenten diverse stromingen, waarvan wij de belangrijkste noemen:
De Vrije evangelische gemeenten ontstonden als gevolg van evangelisatie vanuit Zweden. Nieuwe gelovigen werden onderwezen om discipelen van Jezus Christus te zijn en mensen die dat allang waren, kregen allemaal actief aandeel in de gemeente.
De Baptistengemeenten lezen in de Bijbel dat alleen mensen werden gedoopt die tot geloof gekomen zijn; deze `doop van gelovigen’ gebeurt door onderdompeling.
De Vergadering van gelovigen komt uit Engeland. Als reactie op het onderscheid tussen `geestelijken’ en `leken’ zagen zij af van de zgn. ambten. Zij komen in alle eenvoud samen, zonder liturgie, net als de Joden in de synagoge. Niet alleen onder het Woord, maar vooral ook rond `de Tafel des Heren’ of het Avondmaal.
Aan het begin van de twintigste eeuw ontstonden de Pinkstergemeenten, die de nadruk leggen op de gaven van de Geest (charisma’s). Het zgn. spreken in tongen geldt bij hen als teken van de doop in de Heilige Geest.
Evangelisten deel 4
Evangelisten hebben de gave ontvangen om het hart van zondaren te raken met het evangelie, om het geloof met buitenstaanders te delen.
Evangelisten (dl 4)
Evangelisten hebben de gave ontvangen om het hart van zondaren te raken met het evangelie, om het geloof met buitenstaanders te delen.
Evolutieleer deel 1
De evolutietheorie gaat uit van drie veronderstellingen:
Evolutieleer (dl 1)
De evolutietheorie gaat uit van drie veronderstellingen:
1. Alle dingen zijn ‘vanzelf’ ontstaan, een product van tijd en toeval, zonder toedoen van God.
2. Het heelal zou vele miljoenen jaren oud zijn, en uiteindelijk afkomstig zijn uit een grote oerknal, de Big Bang.
3. Alle soorten levende wezens zouden uit elkaar ontstaan zijn en uiteindelijk afkomstig zijn uit een mengsel van enkele stoffen (de oersoep).
De evolutieleer (beter: hypothese = onderstelling) staat haaks op het scheppingsbericht uit de Bijbel. Voor de duidelijkheid zetten we hier de belangrijkste verschillen naast elkaar.
Het is vrij snel gegaan.
Soorten zijn apart geschapen.
Een geestelijk begin: God sprak.
De mens draagt Gods beeld (kroon van de schepping), met het vermogen om lief te hebben.
Het is uiterst langzaam gegaan.
Soorten kwamen uit elkaar voort.
Een stoffelijk begin: de oerknal.
De mens is een veredeld dier, met oerdrift tot voortplanting.
Exodus of uittocht
Dit vervolg op het boek Genesis beschrijft de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis van het volk Israël. Onder leiding van Mozes trokken de Israëlieten uit Egypte, waar ze werden onderdrukt.
Exodus of uittocht (dl 1)
Dit vervolg op het boek Genesis beschrijft de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis van het volk Israël. Onder leiding van Mozes trokken de Israëlieten uit Egypte, waar ze werden onderdrukt.
Heel bekend zijn de tien plagen, de doortocht door de Rode Zee en vooral de Wetgeving (o.a. de Tien Geboden) bij de berg Sinaï.
Feesten (joodse) deel 1
Hieronder vind je een overzicht van de joodse feesten.
Feesten (joodse) (dl 1)
Hieronder vind je een overzicht van de joodse feesten.
In de eerste rij staan de feesten die in de Torah werden voorgeschreven. In de tweede rij staan de latere feesten vermeld. De joodse maanden lopen niet gelijk op met onze maanden, maar beginnen ongeveer halverwege onze maand.
Gewone Joodse
Vroege Latere
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
Sjewat
Adar
Nisan
Iejar
Siewan
Tammoez
Aw
Eloel
Tisjri
Cheswan
Kislew
Tewet
15-22 Pesach (Uittocht)
25 Yom Hasjoa
5 Joodse Staat
6/7 Sjewoeot (Pinksteren)
17 Val van Jeruzalem
9 Tempel verwoest
1 Sabbat (Rosj Hasjana)
10 Yom Kippoer (Grote verzoendag)
15-21 Soekot (Loofhutten)
23 Simchat Torah
(vreugde der wet)
25 Chanoeka (Lichtfeest)
De belangrijkste joodse feesten zijn: Paasfeest (Pesach), Wekenfeest (Sjawoeot of Pinksteren) en Loofhuttenfeest (Soekkot). Die feesten duurden niet één of twee dagen, maar soms een week lang.
Filistijnen deel 3
De Filistijnen waren een zeevarend volk dat afkomstig was uit Kaftor, het eiland Kreta. Dit volk vestigde zich aan de zeekust van het land Kanaän, de huidige Gaza-strook.
Filistijnen (dl 3)
De Filistijnen waren een zeevarend volk dat afkomstig was uit Kaftor, het eiland Kreta. Dit volk vestigde zich aan de zeekust van het land Kanaän, de huidige Gaza-strook. Dat was gebeurd in de vijftiende eeuw voor Christus, nog voordat de Israëlieten het land ingingen.
De Filistijnen verstonden de kunst om ijzererts te smelten en te smeden tot landbouwwerktuigen en oorlogstuig. Typerend zijn hun strijdwagens met ijzeren banden en messen aan de wielen: die `tanks’ vormden de schrik voor de Israëlieten. Ze zorgden ervoor dat de Israëlieten altijd naar hen toekwamen om hun ploegen, zeisen en dorsvlegels bij hen te kopen en te laten repareren.
De naam ‘Palestina’ is afgeleid van de Filistijnen, maar de Palestijnen van onze tijd zijn Arabieren, afstammelingen van Sem, de vader van de Hebreeen (Gen. 10:21).
Filosofen van Athene
In Athene sprak Paulus de filosofen toe. Die vielen uiteen in verschillende denkscholen.
Filosofen van Athene (dl 4)
In Athene sprak Paulus de filosofen toe. Die vielen uiteen in verschillende denkscholen.
De Stoïcijnen leerden dat de mens moet leren leven in harmonie met de natuur (de kosmos). Daarin bestond de hoogste gelukzaligheid. Om tot het echte leven door te dringen moesten de mensen leren zich daarvan te `onthechten’ en eraan te `versterven’. Al het zinnelijke leven beschouwden zij als een illusie of schijnwerkelijkheid. Paulus haalde zelfs de stoïcijnse dichter Kleanthes aan, die zegt:
“Want de onsterf’lijken moeten, o vader (Zeus), U toebehoren,
U noemen, daar wij toch van godd’lijk geslacht zijn.”
De Epicureeërs leerden precies het tegengestelde. Voor hen was het enige ware datgene wat je kon waarnemen en beredeneren. Alles in het leven wordt bepaald door de logica en de rede en daarmee verdwijnt ook de angst voor `hogere machten’.
Als enige waarde van het leven blijft dan vaak over: genieten van het goede der aarde:“Laten wij eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij.”
De Sceptici waren degenen die aan alle dingen twijfelden. Hun hoogste wijsheid was dat de menselijke geest niet in staat is om echt te kennen. Een bekend voorbeeld is het antwoord dat Pilatus aan Jezus gaf: “Wat is waarheid?”
De Eclectici hielden er geen echte filosofie op na maar kozen overal het beste uit. De Atheners vonden de Joden zulke eclectici: zij die overal een graantje van meepikken. Dat zeiden ze (ten onrechte) van Paulus.