Het lijkt stil met de hype wat betreft de Harry Potterboeken, maar is dat terecht. Op Amerikaanse sites wordt nog steeds gewaarschuwd voor de achtergrond en de invloed van deze boeken. Op de site Lighthousetrails.com staat:

“Als je bedenkt, dat van de Harry Potterboeken meer dan 400 miljoen exemplaren zijn verkocht (de films zijn even succesvol), is het duidelijk dat “Harry Potter” een  grote impact op onze Westerse maatschappij heeft gehad. De volgende twee commentaren van Harry Potterfans die het oneens zijn met mijn observaties, zijn ontdekkend.

  • Ik verlang er intens naar om naar Zweinstein (= hogeschool voor hekserij en hocus-pocus) te gaan, omdat ik ervan houd wat ze daar leren en ik wil heks zijn. Gioia B.
  • Ik vind het derde boek geweldig, omdat daarin Harry zijn peetvader ontmoet en professor Lupin, een werkelijk goede kerel. Harry L.

Deze “werkelijk goede kerel” is een weerwolf en eveneens een tovenaar en Harry’s peetvader is een onbetrouwbaar persoon. Omdat kinderen overal naar bovennatuurlijke sensaties verlangen, is Groot-Brittannië, het land waar alles over Harry Potter begon, een wonderland voor keuzes van onderzoek naar praktische toverij geworden. En heel veel jongelui zijn door Harry’s visie gegrepen. Twee Britse verslagen van  dit verschijnsel tonen ons dit duidelijk. Populaire vormen van occult entertainment heeft een snel groeiende interesse voor toverij bij kinderen aangewakkerd. De Pagan Federation (= vereniging van heidenen/paganisten) is voldaan. Hoewel ze weigert nieuwe leden onder de 18 jaar toe te laten – het gaat om een gemiddelde van honderd inlichtingen per maand van jongeren die heks willen worden – zegt ze af en toe overstroomd te worden met telefoontjes. Die vereniging meldt: “Elke keer als er een artikel over toverij of heidendom verschijnt, krijgen we een enorme golf telefoontjes meestal van jonge meisjes.”

Bron:Lighthousetrails.com

 

Siriz is een stichting die preventie, ondersteuning en zorg bij ongewenste zwangerschap geeft. Van 1971 tot oktober 2010 was het een vereniging, genaamd Vereniging tot bescherming van het ongeboren kind (VBOK). Die VBOK werd in 1971 in Amsterdam o.a.door een aantal artsen opgericht. 1971 is tevens het jaar waarin artsen in de eerste abortuskliniek van Nederland illegaal abortus provocatus begonnen uit te voeren.

In gesprek met jongeren over seksualiteit

Seksualiteit is misschien wel een van de lastigste onderwerpen voor ouders om te bespreken met hun kinderen. Ouders willen graag op een bewuste, eerbiedvolle en natuurlijke manier seksualiteit inpassen in de totale ontwikkeling van een kind. Eerlijke informatie, goede voorbereiding en weerbaarheid geven een kind meer zelfvertrouwen rondom dit thema.

Jentine Kuipers is preventiemedewerker bij Siriz en geeft al 6 jaar voorlichtingslessen op verschillende scholen in heel sirizNederland. In haar werk op diverse scholen (40% christelijke en  60% niet-christelijke scholen) ontmoet ze jongeren en docenten. Tijdens de lessen gaat het gesprek over weerbaarheid, de ontwikkeling van leven en wensen en grenzen rondom seksualiteit. Daarnaast zijn er ouderavonden waarbij ervaringen en informatie vanuit het werkveld worden gedeeld met ouders. Jentine vertelt over haar ervaringen in de klas, de gesprekken met jongeren en hoe ouders op een goede manier het gesprek aan kunnen gaan met jongeren.

 Wanneer je in gesprek bent met jongeren over seksualiteit, welke onderwerpen hoor je dan vaak terugkomen?
“De mate van veiligheid in een klas is essentieel om een goed en leuk gesprek te hebben. Ook de sfeer van een school of van de docent zijn bepalend voor het rendement van onze lessen. Het valt me wel op dat jongeren vaak heel open over seksualiteit praten. Als preventiemedewerker wil je enerzijds alle spanning wegnemen door heel concreet te zijn en anderzijds op een respectvolle manier een gesprek over seksualiteit voeren. Het is dan erg leuk om te ontdekken dat er daardoor automatisch begrip bij de leerling ontstaat en eveneens een open gesprek. Veel gesprekken gaan over angst voor een eventuele zwangerschap, maar vooral ook voor de reactie van ouders. Daarnaast zijn gebruik van voorbehoedsmiddelen, (naakt)selfies en relatievorming ook onderwerpen van gesprek. Soms kan het gebeuren dat de verwachtingen over de les van een leerling wel erg hoog zijn. Seksfilmpjes en –standjes laten we bijvoorbeeld niet zien tijdens de les. Wel biedt dit dan direct een opening voor een gesprek over porno en de beleving van seksualiteit.”

 Waarom zijn dit belangrijke onderwerpen op dit moment?
“Social media zijn niet meer weg te denken uit de wereld van jongeren én volwassenen. In deze omgeving waarin een hoge mate van interactie plaatsvindt, zijn de prikkels en de keuzes talrijk. De groepsgesprekken onder jongeren via bijvoorbeeld WhatsApp zijn besloten en onzichtbaar. Uit een EenVandaag-onderzoek (oktober 2014) blijkt dat ruim 1 op de 6 jongeren al wel eens een naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf heeft gemaakt. Jongeren geven toe dat groepsdruk of dwang negatief kan werken. Wij willen daarom tijdens een preventieles een open gesprek aangaan over eigenwaarde en zelfbeeld waardoor een leerling zijn-haar wensen en grenzen beter kan aangeven. De gedachte leeft vaak dat jongeren veel losse seksuele contacten hebben, maar dit aantal ligt veel lager dan jongeren vaak denken. Zo blijkt dat 32% van de jongens en 19% van de meisjes regelmatig losse contacten heeft. Tijdens de lessen laten jongeren ook vaak horen waarde te hechten aan een goede relatie.”

 Hoe kunnen ouders in gesprek komen over deze onderwerpen?
“Als ouder speel je een belangrijke rol bij de seksuele ontwikkeling van het kind. Ook de eigen opvoeding speelt hierbij een rol. Praat de ouder zelf makkelijk over dit onderwerp? Hoe is de relatie van de ouders op het gebied van seksualiteit? Ontwijk je als ouders het onderwerp of schiet je in de lach als het onderwerp seks op tafel ligt, dan gaat het een lastige klus worden. Veiligheid en een warm gezinsklimaat hebben een positief effect op het seksuele gedrag van een puber. Als de band met ouders goed is, kan een kind terugvallen op ouders. Tijd en aandacht voor een kind en het geven van complimenten zorgen voor de groei van eigenwaarde bij een kind. Daarnaast kunnen ouders regels stellen. Maak duidelijk welk seksueel gedrag in bepaalde situaties wel of niet acceptabel is. Stel open vragen of ‘stel dat-vragen’ aan het kind om een gesprek op gang te brengen. Ook kunnen ouders de ‘Wat zou jij doen?–techniek´ gebruiken om met je kind een gesprek op gang te brengen. Deze techniek wordt ook gebruikt in het Stellingenspel tijdens de preventielessen.”

 

“Als ouder wil je een respectvol en eerlijk beeld van seksualiteit geven aan je kind. Siriz wil op deze manier werken tijdens de preventielessen op de scholen. Door de lichaamskenmerken wel concreet te noemen, voorkom je een mysterieuze en wazige sfeer. Een kind heeft meer aan duidelijke woorden. Als je daar vroeg mee begint, kun je daar tijdens de puberteit wellicht makkelijker over praten. Het is een serieus onderwerp, maar er wordt zeker ook gelachen in de lessen.”

 Wanneer je het met jongeren hebt over ongeboren leven, hoe wordt hierop dan gereageerd?
“Jongeren reageren positief op de filmbeelden van de ontwikkeling van baby Siem. Soms vinden ze de beelden ook wel eng of griezelig. Een embryo van 6 weken lijkt dan op een zeepaardje, een smurfje of een alien. Toch blijkt uit de leerlingenquêtes, welke achteraf worden ingevuld, dat meer dan 78% van de leerlingen de informatie interessant en leerzaam vindt.”

“Er heerst veel onwetendheid bij jongeren over het begin van leven. Aan het begin van de les zijn er vaak verschillende meningen geventileerd. Sommige jongeren vinden het pas leven als het hartje begint te kloppen. Anderen menen vanaf de bevruchting of als er een heel mensje is te zien. Het zijn leuke gesprekken en door het laten zien van filmbeelden van de ontwikkeling van Siem, krijgt de leerling de gelegenheid een eigen beeld te vormen. Wat mij opvalt, is dat op veel reguliere scholen jongeren erg verbaasd zijn over de abortusgrens (tot 24 weken) in Nederland. Ook veel docenten zijn niet op de hoogte. Abortus is in Nederland door een wetgeving een verworven recht, maar het blijft ook een verworven taboe.”

Waarin moet jongeren weerbaar zijn?
“Je spreekt van weerbaarheid, als een jongere op een goede manier voor zichzelf durft op te komen. Hij of zij is in staat grenzen aan te geven en kan zelfstandig om hulp durven vragen. Op het gebied van seksualiteit zou je willen dat een jongere op tijd deze weerbaarheid heeft eigen gemaakt, zodat hij of zij op het juiste moment goede beslissingen kan nemen. Het meest belangrijk is zelfvertrouwen, je gevoel van eigenwaarde is aanwezig Dat zal helpen bij het maken van keuzes en bij het omgaan met groepsdruk, cyberseks en social media.”

“Het ene kind is vanuit zijn aard weerbaarder dan het andere kind. Het is belangrijk een kind te helpen zelfvertrouwen te ontwikkelen. Dit kan door complimenten te geven, positieve aandacht en ruimte te geven, een eigen mening te hebben of te ontwikkelen. Ouders kunnen een essentiële bijdrage leveren aan het ontwikkelen van een belangrijke vaardigheid, namelijk je kind probleemoplossend gedrag aanleren. Dit klinkt veel makkelijker dan het daadwerkelijk is. Als ouder heb je de mogelijkheid om regelmatig met je kind in gesprek te gaan, want door niet over seksualiteit te spreken, communiceer je ook iets. Het mooie aan de lessen is dat we zo, in samenwerking met de ouders, een positieve bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van een kind.” 

 

Jentine Kuipers

Jentine Kuipers is preventiemedewerker Siriz

 

 

 

De volksislam

 

Inleiding

In dit boek (78 blz.) waarvan de auteur Moussa Afschar is, gaat het niet om de verschillen tussen christendom en islam, maar om een denkwereld binnen de islam en dan met name van de volksislam.

Inhoudelijk

scannen0003De auteur brengt een scheiding aan tussen de schrift – en de volksislam. De schriftislam wil het leven van iedere moslim volkomen beheersen. Daartoe gebruikt men de sharia, de wet van Allah. Deze schrijft de moslim niet alleen voor hoe hij moet bidden, maar bevat ook een lijst met geboden en verboden die zich uitstrekken van de hoofddoek tot de heilige oorlog. In het Westen horen we meestal over deze islam.

Als een niet-eigen wetsreligie bleef de schriftislam bij alle moslimvolken van niet-Arabische afkomst een vreemd element. Hoewel men de schriftislam vereerde en leerde, was het gewone volk er nooit echt gelukkig mee; een ideale voedingsbodem dus voor het ontstaan van een simpele, gemakkelijk te begrijpen en persoonlijke islam die “volksislam” wordt genoemd. Deze islam biedt de moslims iets wat bij de schriftislam ontbreekt. De volksislam is de moslims vooral tot steun bij de dagelijkse beslommeringen van het leven. Deze denkwijze heeft een rijke fantasie. Men stelde al snel vast dat er allerlei soorten demonen met heel verschillende gewoonten waren. De demon Ghul deed niets liever dan reizigers in de woestijn overvallen. Volgens moslims kunnen demonen alle mogelijk gedaanten aannemen. Een zwarte slang zou zomaar een demon kunnen zijn.Moslims wanen zich niet alleen overal omringd door demonen; ze geloven ook een persoonlijke duivel te hebben.Eenvoudige moslims vinden overal in de islamitische wereld een moellah, leraar of sjeik die bedreven zijn in de toverkunsten en hun hulp toezeggen.De volksislam heeft zich niet alleen een persoonlijke Allah geschapen, maar stelt ook zijn hoop op “heilige” personages die de ene keer als tussenpersonen tussen moslims en Allah, de andere keer als almachtige wezens worden opgevat, die zelf de verlangens van de mensen kunnen  vervullen. Dit verklaart de populariteit van bepaalde graven in de moslimwereld.

Conclusie

De volksislam is zo populair en heeft zo’n grote vlucht kunnen nemen, omdat hij moslims geeft wat ze in de schriftislam niet vinden, namelijk het gevoel dat ze met wat vroomheid dichter bij Allah kunnen komen en zelfs door hem bemind kunnen worden.

Tekst achterkant boek

In zijn strijd om de wereldheerschappij koestert de islam ook hoge verwachtingen van een leger van demonen. De geesten maken deel uit van het dagelijks leven van moslims. Mohammed sprak zelfs over zijn persoonlijke demon. Moslims zijn bijzonder trots op een rede van de demonen in de Koran.

Die geesten zijn een macht waarmee rekening gehouden moet worden. Moslims hebben groot respect voor deze macht en verwachten daar veel van, ook in de strijd tegen het Wes-ten. Juist in de islam wordt duidelijk: “Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.” (Ef 6: 12)

 

Hoofdstukken

  1. De wortel van de volksislam in Arabië
  2. Eén islam of meer vormen van de islam?
  3. De wereld van de duivel en zijn demonen
  4. Het dagelijks leven in de geestenwereld van de islam
  5. Islam tegen islam

 

RADICALISERING VAN EUROPESE MOSLIMS BEREIKT BESLISSEND STADIUM

 

Het volgende is een citaat uit “Radicalisering van Europese moslims”, Breitbart.com, 23 maart 2015:

“In 2013, publiceerde Ruud Koopmans de uitkomst van een pan-Europese studie, gebaseerd op vraaggesprekken met 9000 Europese moslims. De resultaten laten zien dat een groot aantal Europese moslims gelooft in veel van het gedachtegoed waar de Islamitische Staat (IS) voor staat: een terugkeer naar de wortels van de islam, de overtuiging dat religieuze (volgens de Koran) wetten boven alle seculiere wetten staan; een haat jegens Joden en homoseksuelen; en de visie dat het Westen de vijand van de islam is. …

Meer recent, in de nasleep van het bloedbad bij Charlie Hebdo, deed de BBC onderzoek onder 1000 Britse moslims en ontdekte dat 24 procent van hen ‘geweld tegen personen die cartoons van de profeet publiceren’ als gerechtvaardigd beschouwt. Met de stelling dat ‘moslimgeestelijken die preken dat geweld tegen het Westen gerechtvaardigd kan worden, niet in overeenstemming zijn met de algemeen geldende mening van de moslims’, was 45 procent het oneens. Anders gezegd, bijna de helft van de Britse moslims kan zich identificeren met die geestelijken die geweld tegen het Westen rechtvaardigen. … En dat is dan alleen nog maar het Verenigd Koninkrijk.

 

Helaas kunnen we dit niet meer naast ons neerleggen als de opvattingen van een ‘kleine minderheid’ van de Europese moslims. Koopmans’ studie laat zien dat door heel West-Europa tweederde van de ondervraagde moslims zegt dat religieuze regels belangrijker voor hen zijn dan de wetten van het land waarin ze wonen. Driekwart van de ondervraagden is van mening dat er maar één legitieme interpretatie van de Koran bestaat.’ …

Bovendien is 56 procent van de Belgische en 64 procent van de Oostenrijkse moslims die meededen aan het onderzoek van Koopmans in 2008 het ermee eens dat ‘men Joden niet kan vertrouwen’, en er zijn sterke aanwijzingen dat de houding van moslims jegens Joden alleen maar verslechterd is. Het lijkt er inderdaad op dat met het doelgericht doden van moslims in Brussel, Parijs en Kopenhagen in de afgelopen jaren, de haat van de moslims jegens de Joden in Europa een beslissend stadium heeft bereikt. We zien een duidelijke trend die zich uitbreidt over heel Europa. Het gaat hier om een tendens waarbij honderdduizenden radicale, fundamentalistische moslims zijn betrokken. Die kwestie schetst een zeer verontrustend beeld.”

Bron: http://www.wayoflife.org, 5 juni 2015

Hoe kunnen we onze kinderen beschermen tegen verleiding? 

Onze kinderen staan in het brandpunt van een nieuw soort ideologen. In werkelijkheid bestaat dit probleem al decennia lang. Reeds aan het eind van de jaren ‘70 waarschuwde de pedagoog Immanuel Lück in zijn boek “Alarm um die Schule” (Alarm om de school) voor een marxistische infiltratie in de cultuur van ons verkeerde denkrichtingenonderwijssysteem. De aanhangers van de leer van het Instituut voor Sociaal Onderzoek in Frankfurt (Frankfurter Institut für Sozialforschung – Frankfurter Schule) waren in het jaar 1968 begonnen met hun “Mars door de Instituties” en konden na slechts tien jaar belangrijke successen aantonen.

Vandaag, ongeveer 40 jaar later, hebben wij met een verder ontwikkelde, goed gestructureerde en offensieve vorm van ideologische beïnvloeding te maken. De zelfbenoemde revolutionairen hebben veel bijgeleerd. Dit zal menigeen tot angst of juist tot berusting drijven. De subsidiepotjes met miljoenen van de EU, de sterke invloed op leraren- en onderwijsopleidingen, op politiek en media, dat alles maakt dat de Gender Mainstreaming & Co[i] machtig of zelfs onoverwinnelijk lijkt te zijn. Het feit, dat wij op grond van de algemene leerplicht onze kinderen niet aan de daaruit voortvloeinde opvoedingsprogramma’s kunnen onttrekken, veroorzaakt op veel plaatsen een gevoel van machteloosheid.

Maar bij een nuchtere beschouwing van het probleem mogen we toch vol vertrouwen zijn.

Zelfs het machtigste ideologische imperium uit het jongste verleden, de Sovjetunie, lag na slechts 70 jaar (een historische oogwenk) in puin. Noch het ijzeren gordijn, noch de geheime politie of haar arsenaal van atoomraketten, kon daar iets aan veranderen. De waarheid heeft de leugenachtige wereldbeschouwing verslagen. Christus zegt ons: De waarheid zal ons vrijmaken. (Joh 8:32)
Een ander voorbeeld uit het jongste verleden: De Noorse socioloog Harald Eia ontmaskerde met zijn serie uitzendingen Hjernevask (Hersenspoeling) verscheidene mythen van ‘political correctness’ heel eenvoudig door feiten. Het resultaat van “De Gender-Paradox” leidde zelfs tot sluiting van het Noorse Gender-Instituut en tot het schrapppen van miljoenenbudgetten. Bijna niemand had verwacht dat zoiets in een van de landen waar deze feministische leer ontstaan was, mogelijk kon zijn.

Ook bij ons groeit de kritiek op totalitaire stromingen in toenemende mate ook over politieke en wereldbeschouwelijke grenzen heen. Als voorbeeld hiervan willen we personen als Bernhard Lassahn, Henryk M. Broder of Bettina Röhl (die o.a. tegen de Gender Mainstreaming en het feminisme schreef, red.) noemen. Enkele jaren geleden was dat nog onvoorstelbaar.

Natuurlijk kunnen wij kinderen uiteindelijk niet bewaren voor de confrontatie met deze foute leerstellingen. Inplaats daarvan moeten wij hen zo goed mogelijk op de discussie voorbereiden. Het is precies als met hygiëne: jongens en meisjes die in een steriele omgeving opgroeien, worden sneller ziek. De té grote bescherming heeft tot gevolg, dat het noodzakelijke afweersysteem zich niet goed kan ontwikkelen.

 

Om dit afweersysteem tegen de ideologieën van vandaag te kunnen ontwikkelen, hebben wij veel gebed, een gezond bewustzijn van de problemen en een gefundeerd preventiewerk nodig!

koor

Preventie (voorkomen) is altijd een langdurig en veelomvattend werk. In het gezin, in de gemeente en in het jeugdwerk is het belangrijk om voortdurend voorlichtingswerk onder de kinderen en jongeren te verzorgen. A|s wij beginnen, deze uitdaging werkelijk serieus te nemen, kan God het schenken, dat ook deze dienst veel vrucht voortbrengt.

Een plan van aanpak in zeven stappen:

1e stap: Onderhoud goede relaties met de kinderen!

Kinderen en jongeren vertrouwen de mensen die zich voor hen interesseren en in hen investeren. Daarbij moeten wij origineel blijven en niet proberen als “makker” op gelijk niveau op te treden. Als wij aandacht aan hen schenken, of als ouders of in de gemeente, laten wij dit alstublieft als volwassenen doen. Onze (hopelijk aanwezige) rijpheid en levenservaring zijn iets waarvan de kinderen kunnen en mogen profiteren.

We moeten in woord en daad tonen dat deze contacten met hen voor ons waardevol en belangrijk zijn. Alleen als dat het geval is, zullen jonge mensen onze voorstellen en waarschuwingen de moeite waard vinden om naar te luisteren. Daarvoor is het nodig om een gezonde vertrouwensrelatie op te bouwen, zodat we in belangrijke vragen over “Wat is juist?” serieuze aanspreekpersonen zijn en blijven. Ook de kleinste kinderen moeten merken dat onze kennis over bepaalde kwesties op de Bijbel gegrond is.

2e stap: Leer het probleem kennen!

Laten wij in de eerste plaats bedenken dat wij geen vleselijke, maar een geestelijke strijd te voeren hebben (Ef 6:12). Niet mensen zijn onze vijanden, maar foute redeneringen (2Kor 10:3-5). Wij moeten de ideologische theorieën zelf kennen om de volgende generatie sterk te kunnen maken. We hoeven niet allemaal expert op dit terrein te worden. Maar er is in ieder geval een solide basiskennis nodig. We proberen hier een eerste overzicht te geven.

Gender Mainstreaming

Er is een strategisch concept dat gefundeerd is op de geschriften van de radicale feministe Judith Butler. Terwijl de invloed van het biologische geslacht verregaand ontkend wordt, worden alle andere verschillen tussen de geslachten als verkeerde door de cultuur ingegeven ontwikkelingen voorgesteld. Alles wat de specifieke identiteit als man of vrouw ondersteunt (taal, taakverdeling, gedrag, typisch speelgoed voor jongens en meisjes, enz.) wordt als “seksistisch” en “discriminerend” verguisd. Kinderen moeten volgens dit concept geslachtsneutraal worden opgevoed en bestaand zogenaamd “stereotiep gedrag” (jongens spelen met auto’s, meisjes met poppen) moet worden afgeleerd. Wetenschappelijke kennis uit de neurologie en gedragsonderzoek, die deze leer weerspreken, worden als “bio-logistiek” afgewezen.[ii]

Seksualisering/emancipatie van de seksuele opvoeding

De socialist Wilhelm Reich ontwikkelde in de jaren ’30 van de vorige eeuw de leer van de seksuele revolutie. Hij beweerde, dat geweld, dictatuur en het lijden van de mensen elementair samenhing met onderdrukking van de seksualiteit. Om de mensheid te bevrijden en tenslotte een aards paradijs te scheppen, moesten alle seksuele taboes verdwijnen. Daarbij vestigde hij zijn hoop op de opvoeding van een nieuwe generatie, voor wie bevrediging van driften en een grenzeloos najagen van lusten van kindsbeen af normaal is. Daarbij moeten kinderen worden ingewijd in seksuele voorstellingen en handelingen. Seksuele onthouding wordt als gevaarlijk en ziekelijk beschouwd.

De ethische ontwikkelingen van de laatste 45 jaar (bijv. de legalisering van pornografie, homoseksualiteit, scheiding, abortus enz.) zijn door dit denken gevormd. De huidige schoolboeken vertegenwoordigen op het terrein van “seksuele voorlichting” eveneens deze leidraad.[iii]

Homo- en Queer-ideologie (betreft seksuele diversiteit)

Het belangrijkste doel van deze constructie is het bevorderen van homoseksualiteit en travestie als a) normaal en b) onveranderlijk. Deze seksuele neigingen worden als aangeboren voorgesteld, waardoor elke kritiek als racisme wordt afgedaan. Wie dit toch weerspreekt, wordt als homofoob weggezet, dus ziekelijk genoemd en gepathologiseerd als iemand met een angstneurose, die behandeld moet worden. Dikwijls wordt het aantal homoseksuelen drie tot tien keer hoger ingeschat dan het werkelijke aantal, om te suggereren dat het geen minderheid is.

De opvatting, dat het huwelijk van man en vrouw iets unieks is en waard om te beschermen, wordt als “discriminatie” bestreden. Onze maatschappij wordt gezien als een “gedwongen patroon van hetero-normen”, dus als een dictatuur van heteroseksuelen (van verschillend geslacht). Om de mensen uit deze “onderdrukking” te bevrijden, moeten de kinderen van de basisschool al door publicaties en ander onderwijsmateriaal worden aangespoord, zichzelf te onderzoeken of ze homoseksueel geaard zijn en zich met dergelijke praktijken in te laten. [iv]

Hoe onaangenaam het ook is, maar wij moeten ons steeds weer met de inhoud daarvan bezighouden. Slechts dan zijn wij in staat, ze te ontmaskeren en te weerleggen.

3e stap: Wees de ideologen voor!

Dikwijls neigen wij ertoe, onze kinderen niet te vroeg met deze onverkwikkelijke thema’s te confronteren. Deze eigenlijk goede houding wordt tot een ernstig probleem, als wij te lang wachten. Als drugshandelaars in onze wijk nieuwe klanten proberen te winnen, dan zouden wij zeker niet afwachten, totdat zij onze zoons en dochters aanspreken. Inplaats daarvan zouden wij proberen hen van te voren goed voor te lichten.

Zo moeten wij ook met betrekking tot de ideologieën proberen de eerste gesprekspartner te zijn. In de tijd van het eerste tot het derde schooljaar (van Duitse scholen. Vergelijkbaren klassen in Nederland: van groep 3 t/m 5, red.) worden deze thema’s voor het eerst automatisch actueel; uitzonderingen daargelaten. Om hun een goede eerste indruk te geven, moeten wij dus vroeger actief worden. Wij moeten ervoor zorgen dat ons basissschoolleerlingen tenminste enige kenmerkende begrippen gehoord moeten hebben en in staat zijn om de grote lijnen te onderscheiden.

4e stap: Laat de afkeuring en de leugens van de ideologieën zien!

Allereerst moeten wij duidelijk maken wat ideologieën zijn: een door mensen bedacht geloof. Bovendien zijn deze leersystemen niet stabiel en uiteindelijk ook niet rationeel. Dat kunnen kinderen al wel onderscheiden, als wij hun dat duidelijk maken.

Twee voorbeelden ter verduidelijking:

Bewering: “Er bestaat geen natuurlijk onderscheid tussen mannen en vrouwen!”
Feit is: Reeds in de 26e week van de zwangerschap zijn er onveranderlijke verschillen in de opbouw van de hersenen. In alle culturen uit de geschiedenis van de mensheid waren er typisch mannelijke en typisch vrouwelijke taken en gedragingen. Zelfs (cultureel onbelaste) dieren vertonen steeds verschillen met betrekking tot uiterlijk en gedrag. Deze lessen zijn goed duidelijk te maken door een bezoek aan een museum of dierentuin.

Bewering: “Wie toegeeft aan zijn seksuele verlangens, verkrijgt daardoor vrijheid!”
Feit is dat seksualiteit een geweldig geschenk is, als zij binnen het goede kader van een bindend huwelijk beleefd wordt. Potentieel goede dingen leiden echter tot problemen, als zij uit hun gezonde kader gerukt worden.

Zo beschermt de macht van de overheid ons (hopelijk) tegen misdaden. Als de macht echter door bendes of milities wordt uitgeoefend, dan zijn terreur en chaos het gevolg. Pijnstillers in handen van een arts verminderen het lijden. In de handen van een drugsverslaafde wordt het leed echter nog erger. Kinderen onthouden zulke logische,  overtuigende verbanden en zij houden van duidelijke antwoorden op moeilijke vragen. Onze taak is dus, schijnbaar goede argumenten van de tegenpartij als onlogisch te ontmaskeren en voorbeelden te gebruiken, die blijven hangen in hun geheugen. Laten wij daarbij creativiteit ontwikkelen en er soms een spel bij bedenken, want een kleine wedstrijd verhoogt het leereffect.

Laten we daarbij denken aan de oude wijsheid: Repetitio est mater studiorum (Herhaling is de moeder van alle wijsheid). Herhaling maakt van neurale wandelpaadjes brede gedachtesnelwegen, zoals Klaus Grawe het noemde.

5e stap: Wees met blijdschap een voorbeeld!

Al de beweringen van ideologen worden zeer succesvol ontkracht, als kinderen tastbare voorbeelden van Bijbelse waarheden zien en ervaren. De meest rampzalige propaganda van feministen en genderisten gaat in rook op als kinderen in het jeugdwerk overtuigde en authentieke mannen en vrouwen voor ogen hebben. De hatelijke tirades tegen het Bijbelse huwelijk vinden geen weerklank, waar kinderen de zegen van deze verbintenis ervaren in hun gezin en gemeente.

Het is een uitdaging om steeds weer bij onszelf na te gaan, welk soort voorbeeld wij zijn. Is ons leven – ook vandaag – een zichtbaar getuigenis van Gods goede instellingen? Spannen wij ons werkelijk in om voorbeelden te zijn die voor de levensplanning van de volwassenen van morgen aantrekkelijk zijn om na te volgen?

6e stap: Maak de kinderen met Gods Woord bekend zó dat ze het lief krijgen!

De Bijbel moet dagelijks voedsel voor onze kinderen zijn. Niet als een liefdeloze plichtsvervulling, maar wij moeten de spijze zoveel mogelijk als waardevolle lekkernij serveren. We mogen daarbij ook de jongsten gerust wat meer toevertrouwen, want ook als zij niet alles meteen begrijpen, dit voedsel werkt lang door. Niet zelden begrijpen zij pas jaren later een vers dat zij gehoord hebben en dat zij dan misschien heel dringend nodig hebben. Hetzij in de familie, in de gemeente of in de jeugdgroep: het is van belang om de Heilige Schrift uit te leggen en eenvoudig begrijpelijk te maken. Het Woord werkt krachtiger dan wij ooit kunnen geloven. Ook bij kinderen en jongeren.

Als wij hun de Bijbelse openbaring met volle overtuiging als tijdloze en onfeilbare waarheid bijbrengen, beschermen wij hen beter dan met welke inenting dan ook. Deze vorm van preventie is één van de machtigste middelen die ons gegeven zijn. De dagelijkse omgang met deze unieke waarheid brengt sterke, in de beste betekenis weerbare, jonge mensen voort. Dat is precies wat we nodig hebben in deze tijd.

7e stap: Bid voor de jonge generatie!

Maak regelmatig werk van gebed voor de kinderen en jongeren. Laten wij onze zorgen en vrees steeds weer bij Jezus leggen: in de binnenkamer en ook in de gebedsgemeenschap. De bewaring en ontwikkeling van de jonge generatie moet voor ons persoonlijk, maar ook voor de hele gemeente een ernstig gebedsonderwerp zijn.

Onze menselijke mogelijkheden blijven beperkt, net als onze wijsheid, onze kracht en alle geestelijke en strategische concepten. Alle succes, ook in deze zaak, ligt in de hand van de Here. Tot Hem moeten wij ons steeds weer wenden, als wij onze kinderen door deze provocerende tijden willen loodsen. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. (Fil 4:6)

Ik hoop, beste lezer, dat deze regels een eerste aanzet geven om van jammeren tot handelen te komen. Het is onze verantwoordelijkheid, de ons gegeven gaven in deze strijd in te zetten. Wij hebben goed materiaal nodig voor ouders en medewerkers in de kinderclubs. Verder zijn waardevolle geïllustreerde boeken wenselijk, die we kunnen gebruiken om de leerstellingen van ideologen te ontmaskeren en die de scheppingsorde van God groot maken. Ook zijn er verhelderende Bijbelse boeken voor jonge mensen nodig, die de leugen ontmaskeren. Er zijn ouders en medewerkers nodig, die in vertrouwen op God de agressieve aanvallen op onze kinderen moedig met de gezonde leer bestrijden.

De huidige offensieven van de ideologen moeten ons heel in het bijzonder aansporen. Wij kunnen het ons niet veroorloven passief te blijven bij de oorlog om de hoofden en harten van onze kinderen. Daar God ons in deze tijd in dit conflict geplaatst heeft, moeten wij ook in deze zaak leren om Zijn trouwe knechten te zijn. Tenslotte was het volgen van de Here Jezus in alle fases van de geschiedenis een dienst onder extreme uitersten. Het is dringend noodzakelijk deze geestelijke strijd om de jonge generatie als een belangrijke en bevoorrechte dienst te herkennen en te voeren.

David Wilhelm Winkelhake

 

Bron: De schmale Weg, 4/2014, ook met toestemming van de auteur

[i] Achter de rug van het publieke bewustzijn vindt een Culturele Revolutie plaats die bezig is de binnenste kern van onze sociale structuur in de maatschappij te veranderen. Het gaat om de stapsgewijze ontbinding van de identiteit van man en vrouw; om de seksuele normen en sociale vormen gebaseerd op huwelijk, familie, moeder –en vaderschap. (Gabriele Kuby)

[ii] Zie ook: Alexander Strauch: Die Revolution der Geschlechter (CLV) // Wolfgang Nestvogel: Der Angriff auf Ehe und Familie (Audio CD).

[iii] Zie ook:  Gabriele Kuby: Die globale sexuelle Revolution (fe – Medienverlag)  // Birgit Kelle: Müssen Kinder alles wissen? (verschenen op 27.01.2014 in Focus).

[iv] Zie ook: Mike Haley: Homosexualität. Fragen und Antworten (CLV) // Matthias Matussek: Ich bin wohl homophob. Und das ist auch gut so. (verschenen op 12.02.14 in Der Welt).

De islam na 7/01

7/01

Met de aanslag van 7 januari 2015 op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs lijkt Europa nu zijn eigen ‘9/11’ te hebben. De aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 (daar wordt eerst de maand genoemd en daarna de dag) schudde dat land wakker: er is een strijd gaande tussen de islam en het Westen. In Europa werd dit besef nog lange tijd verdrongen. Met opluchting en (valse) hoop werd gewezen op de ‘Arabische lente’. ‘Zie je, ook in de Arabische wereld dringen westerse waarden als democratie, vrijheid, gelijkheid en broederschap door.’ Door de aanslag en de gijzeling van 7 januari dringt nu ook in Europa en in Nederland het besef door dat er vanuit de islam strijd wordt gevoerd tegen het  Westen. Toch lijken nog steeds veel mensen, vooral politici en journalisten, in een ontkenningsfase te verkeren. In dit artikel wil ik enkele achtergronden schetsen van de islamitische strijd tegen het Westen en daarbij ook stil staan bij de vraag: waarom is deze strijd zo lang niet gezien (en wordt zij door sommigen nog steeds niet gezien)? 

De islam en het Westen

Als we kijken naar de verhouding van de islam tot het Westen is het van belang om onderscheid te maken tussen de leer van de islam en haar aanhangers, de moslims. De leer van de islam staat vijandig tegenover het Westen, maar gelukkig geldt dat niet voor alle moslims. Veel moslims in ons land, met burgemeester Aboutaleb van Rotterdam als belangrijkste woordvoerder, willen hier vreedzaam wonen en veroordelen het gebruik van geweld. Daar kunnen we blij om zijn. Met elkaar moeten we samenleven en gezamenlijk trachten om moslims die tegen het Westen strijden, daarvan af te houden.Een zorg blijft echter wel waarom veel moslims wel strijd voeren, door in Syrië of Irak te strijden voor de Islamitische Staat, of door aanslagen te plegen in Europa. Hiervoor moeten we kijken naar de aard van de islam.

Jihad

In de wereldbeschouwing van de islam bestaat de wereld uit twee delen: Dar al-Islam en Dar al-Harb. De Dar al-Islam, het ‘huis van de islam’ is het deel van de wereld waar het gezag van de islam geldt, de Dar al-Harb, het ‘huis van de oorlog’ is het deel van de wereld wat nog aan de islam onderworpen moet worden. De Koran roept alle moslims op om mee te strijden voor de uitbreiding van de Dar al-Islam. Voor deze strijd, de jihad, is het gebruik van geweld geoorloofd. In de Koran staat een groot aantal oproepen om gewelddadig op te treden tegen niet-moslims. In diverse teksten wordt expliciet oproepen om alle niet-moslims te doden (bijvoorbeeld soera 2:191, 4:89 en 4:91).
Vaak wordt gezegd: in de Bijbel staan ook gewelddadige teksten. Er is echter een groot verschil. De Bijbel bevat inderdaad verhalen van gewelddadigheden, maar nooit een oproep om evenzo te handelen. Een algemene oproep om tegen niet-gelovigen te strijden komt in de Bijbel niet voor. Integendeel, de Bijbelboeken roepen juist voortdurend  op tot inperking van geweld, vergevingsgzindheid en het in vrede leven met de naaste. In de Koran wordt wel opgeroepen om met geweld tegen niet-gelovigen te strijden en zo de Dar al-Islam uit te breiden. Het gebruik van geweld hoort wezenlijk bij de islam. De islam is vanaf het begin met het zwaard verspreid. Het christendom is verspreid door de prediking van het evangelie. Helaas is daarvoor ook in het christendom het zwaard gebruikt (denk aan Karel de Grote), maar dat was uitzonderlijk. De verspreiding van het christelijk geloof is bijna altijd gebeurd door prediking, in combinatie met ontwikkelingswerk en ziekenzorg. Dat is een groot verschil met hoe de islam wordt verspreid.

Historisch overzicht

Mohammed, de grondlegger van de islam, streed als eerste voor uitbreiding van de Dar al-Islam. Daarbij schrok hij niet terug voor grof geweld. Hij vocht in veldslagen, liet talloze vijanden vermoorden (soms door sluipmoord) en liet ook krijgsgevangenen die zich hadden overgegeven executeren. Dit gewelddadige optreden van Mohammed staat in al zijn levensbeschrijvingen vermeld en wordt in heel de islamitische wereld trots doorverteld. Zijn opvolgers gingen door met het gewelddadig verbreiden van de islam, met veel succes. De Omajjaden wisten in een eeuw tijd heel het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Spanje tot aan Frankrijk toe te veroveren. Karel Martel stuitte deze opmars in 732 bij Poitiers. De eeuwen daarna vond er voortdurend strijd plaats om de Dar al-Islam verder naar Europa te verspreiden. Meer dan 500 veldslagen vonden plaats. Aan het westelijke front werden de moslimlegers teruggedrongen en werd Spanje geleidelijk aan weer terugveroverd. Aan het oostelijke front kwam in de late middeleeuwen het Ottomaanse kalifaat op. Dit islamitische rijk veroverde een deel van Europa: Griekenland, Hongarije, de Balkan, en stond in 1529 voor de poorten van Wenen. Het lot van christelijk Europa hing aan een zijden draad, maar deze belegering werd afgeslagen. Een geallieerde Europese vloot wist in de slag bij Lepanto in 1572 ook een dreigende invasie over zee af te slaan. De dreiging vanuit het Ottomaanse rijk bleef echter aanhouden. In1683 werd Wenen opnieuw door islamitische legers belegerd, maar ook deze keer hield de stad stand.
Het ontzet van Wenen in 1683 was een keerpunt. Vanaf die tijd was de islamitische militaire superioriteit voorbij en begon de westerse militaire superioriteit. Europa begon zich nu steeds meer met de islamitische wereld te bemoeien. In de loop van de 19e eeuw werd bijna heel de islamitische wereld onder gezag van westerse koloniale mogendheden gebracht. In de loop van de twintigste eeuw trokken de westerse landen zich weer terug uit dit gebied. Die westerse koloniale periode wordt veelal gezien als een tijd van onderdrukking, maar het is nog maar de vraag welke regeringen meer onderdrukkend waren: de westerse koloniale regeringen of de huidige islamitische regeringen.

Huidige situatie

Vandaag de dag wordt de jihad niet meer gevoerd door staten met legers. Dat zou ook niet kunnen. Zodra een islamitische overheid openlijk een oorlog tegen het Westen zou beginnen, zou zij door westerse legers worden vernietigd. De tactiek van de jihad is dan ook gewijzigd. Islamitische staten beperken zich nu tot het (openlijk of verborgen) faciliteren van individuele jihadstrijders die met terreuracties de strijd in Europa en Amerika voortzetten. Daarnaast financieren islamitische staten de bouw van moskeeën in Europa en leiden zij imams op om daar de leer van de islam uit te dragen. Ook wordt de moslimbevolking in Europa vanuit islamitische staten gestimuleerd om op partijen te stemmen die de islam zoveel mogelijk ruimte geven.
De positie van de islam in Europa is hierdoor steeds sterker geworden. In grote steden als Marseille, Lyon, Parijs, Lille, Brussel, Antwerpen, Londen, Rotterdam, Amsterdam, Bremen en Hamburg zijn al wijken waar de sharia, het islamitische recht, wordt gehanteerd en waar de westerse overheid niet meer durft in te grijpen. Sommigen vrezen dat deze ontwikkeling zal uitlopen op ‘Eurabië’, een samentrekking van Europa en Arabië, omdat Europa nu sluipenderwijs tot de Dar al-Islam wordt getrokken.

 

De multiculturele blik

Hoe komt het dat in ons land zoveel mensen zo lang hun ogen hebben gesloten voor deze strijd? Dat hangt samen met ontwikkelingen in onze eigen cultuur. Lange tijd, van de middeleeuwen tot aan de 18e en 19e eeuw, was Europa overwegend christelijk. Voordat de naam ‘Europa’ in zwang kwam, werd dit werelddeel de ‘christenheid’ genoemd.
Met de verlichting in de 18e eeuw veranderde dat. Het christelijke geloof werd steeds verder losgelaten, verlichtingsideologieën kwamen daarvoor in de plaats. De afgelopen decennia was het multiculturalisme het heersende geloof: de christelijke traditie is slecht, alle andere culturen zijn goed. In deze sfeer werden vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw op grote schaal moslimimmigranten binnengehaald. Werd op de christelijke traditie bijna alleen nog maar afgegeven, de islam werd als een verrijking voor onze cultuur beschouwd.

Geschiedenisonderwijs

Een duidelijke illustratie hiervan zien we in de manier waarop de geschiedenisboeken voor scholen worden geschreven. De bovengeschetste geschiedenis van de islamitische strijd tegen Europa wordt doorgaans grotendeels weggelaten. Van alle gevechten die hebben plaatsgevonden worden alleen nog de allerbekendste genoemd (Poitiers, Lepanto en Wenen), de overige 500 veld- en zeeslagen worden stelselmatig niet genoemd. Op deze manier wordt een al 1300 jaar durende oorlog vrijwel genegeerd.
Bekijk je de hoofdstukken middeleeuwen in een doorsnee geschiedenisboek, dan is er nauwelijks aandacht voor al het goede dat het christelijk geloof in ons werelddeel heeft gebracht; de totstandkoming van armenzorg, ziekenzorg, ouderenzorg, het ontstaan van de universiteiten, de grote ontwikkeling die wetenschap en techniek in deze periode maakten, de bloei van literatuur, toneel, schilderkunst, bouwkunst, muziek, de enorme verspreiding van scholen en onderwijs, enz.
In plaats daarvan wordt er vaak veel aandacht besteed aan de misstanden en gruwelijkheden van de kruistochten. Het staat buiten kijf dat er bij de kruistochten vele misstanden hebben plaatsgevonden, vooral het gewelddadige optreden tegen Joden is een triest dieptepunt, maar waar blijft de context van de kruistochten? De kruistochten zijn een reactie op de islamitische expansie waarbij aan christenen de toegang tot het heilige land ontzegd werd. Bezien binnen die context zijn de kruistochten niet meer dan een (relatief beperkte) tegenbeweging tegen de immense expansie van de islam in de 7e – 13e eeuw.
Worden de gruweldaden van kruisridders doorgaans breed uitgemeten, aan de gruweldaden van de islamitische heersers wordt geen aandacht besteed. Waarom geen aandacht voor de achterstelling en vervolging van Joden en christenen in het Midden-Oosten? Voor de christenen die in die periode tot slaaf zijn gemaakt en verhandeld? Voor de massa-executie van christenen onder Saladin? De onthoofdingen, ophangingen en andere terechtstellingen die de afgelopen maanden in het Midden-Oosten hebben plaatsgevonden, die door

Youtube en Facebook bekend zijn geworden en velen hebben geschokt, staan in een traditie die al vele eeuwen gaande is.

Na 7/01

Als gevolg van het multiculturele geloof en dito onderwijs is er nu een generatie mensen opgegroeid die weinig besef meer heeft van de al eeuwenlang durende strijd van de islam tegen het Westen. De aanslag van 7/01 heeft bij velen echter de ogen geopend. De gewelddadige strijd tegen andersdenkenden is niet een randverschijnsel binnen de islam, maar behoort tot de kern ervan. Nogmaals, gelukkig zijn er veel moslims die hier niet achter staan, maar de Koran en de islamitische traditie roepen hier wel toe op.
Onze houding als christenen moet dan ook tweezijdig zijn. We moeten waakzaam zijn tegenover de islam. Dat is een gevaarlijke leer die oproept tot strijd en geweld. Tegelijk is iedere moslim die wij ontmoeten een schepsel van God die wij gastvrij moeten benaderen. Iedere moslim is een naaste en Jezus vraagt ons hen lief te hebben.

 

 

Ds. D.M. Heikoop

 

 

Kinderen en jongeren roepen geest Charlie op.

Zowel jongeren in het voorgezet onderwijs als kinderen op de basisschool zijn de afgelopen tijd geconfronteerd met de nieuwe uitdaging op het internet het occulte spel: Charlie Charlie Challenge. (CCC).
Om aan deze uitdaging mee te kunnen doen moet je een Mexicaanse geest om advies vragen.

Wat is het?
Het spel doet denken aan het ouija-bord: een bord dat door veel spiritisten gebruikt wordt om contact te leggen met geesten om zo informatie te krijgen. Voor “Charlie Charlie Challenge” heb je maar weinig nodig, waardoor het spel gemakkelijk op school of ergens anders gespeeld kan worden. Op een vel papier wordt  een vierkant getekend wat vervolgens in vier kwarten wordt verdeeld.  Daarin wordt  twee keer ‘ja’ en twee keer ‘nee’  geschreven in de vlakken die diagonaal tegenover elkaar staan. Vervolgens worden in het midden van het vierkant twee potloden dwars over elkaar gelegd, zodat het bovenste potlood los rond kan draaien. Dan moet geest Charlie worden opgeroepen met de woorden: “Charlie Charlie, can we play?” Als het lukt, begint het bovenste potlood te draaien naar ‘ja’ of ‘nee’.
Om het spel weer goed af te sluiten, moet ook de toestemming aan Charlie gevraagd worden: “Charlie, Charlie, can we stop?”
Kinderen en jongeren kunnen dit spel gebruiken om zo de geest hun (levens) vragen voor te leggen. Vervolgens delen zij hun ervaringen en filmpjes op internet en dagen anderen uit om dit ook te  gaan doen.

De gevolgen
Sommigen denken dat het een hype is die wel weer overwaait. Na verloop van tijd zal dat ook het geval zijn, want dit spel is een reclamestunt voor de horrorfilm ‘’The Gallows’’. Dat neemt echter niet weg dat kinderen en tieners met dit spel bewust contact leggen met de geestelijke wereld en een geest oproepen. Daarmee kun je de conclusie trekken dat dit spel niet alleen reclame heeft gemaakt voor een horrorfilm , maar ook voor het oproepen van geesten. Daarbij hebben de reclamemakers  tieners laten zien hoe zij dit op eenvoudige wijze kunnen doen en hen aangespoord om het in praktijk te brengen.

Reclamestunt of niet kinderen en jongeren die mee hebben gedaan, hebben hierdoor wel een deur opengezet. Na korte of lange tijd kan het gebeuren dat zij daarvan nadelige gevolgen ondervinden zoals paniekstoornissen, angsten, dwanggedachten, nachtmerries of ”vreemde” dingen zien of horen. Vaak worden deze klachten dan niet in verband gebracht met  het eerdere contact dat ze, voor de grap of bewust, met geesten hebben gezocht.
Het is een praktijk waarvoor God in de Bijbel duidelijk waarschuwt.

Wat nu?
Gelukkig is Jezus Christus meer dan overwinnaar en heeft Hij de boze overwonnen.  We mogen ons in Hem veilig weten.
Wie zich heeft ingelaten met dit of soortgelijke spelletjes is het goed om zijn of haar zonden concreet te belijden (1 Joh 1:9). God is getrouw en rechtvaardig om te vergeven en te reinigen van alle ongerechtigheid. Bid ook om reiniging van wat je via je oren of ogen tot je hebt genomen. Voor volwassen christenen geldt: bidt om bescherming voor kinderen en jongeren, maar ook dat ze geopende ogen mogen hebben om te onderscheiden en steeds de moed hebben om ‘nee’ te zeggen tegen datgene wat tegen Gods Woord ingaat en zich daar heel bewust van af zullen keren. Dat is niet alleen ter bescherming voor henzelf, maar ook tot getuigenis en eer van de Heere Jezus Christus.

In een gesprek met de zoon of dochter gaat het dus om de volgende punten:

  • Het gaat om het openen van de ogen (Hand 26:18) voor de zonde die gedaan is. God is bedroefd en die zonde moet beleden worden. Dat moet concreet gedaan worden. Door het bloed van de Here Jezus wordt die zonde gereinigd. (1 Joh 1: 7)
    Het gaat er niet om God om vergeving te vragen. Wie oprecht belijdt, weet dat de trouwe God vergeeft.
  • Het gaat er in het gebed ook om te vragen of de herinnering weggenomen wordt. Het kan zo verlammend werken,  als je in je gedachten iedere keer een potlood ziet verschuiven of vreemde dingen ziet of hoort.
  • Vraag ook of de Here Jezus de zoon of dochter de kracht geeft, als het spel weer gespeeld wordt, weg te lopen of desnoods de ogen te sluiten.
  • Ga met de betreffende leerkracht hierover in gesprek.

 

 

 

“Een wijze reactie van een herder op de uitspraken van een theïstische evolutionist”.

Een goed artikel voor alfadenkers in het voortgezet onderwijs.

Enkele citaten

  • Je hebt de Bijbels theologen en exegeten tegen als je Bijbelse grondwoorden van betekenis laat veranderen ten gunste van een harmoniemodel. Zuiver exegetisch kunnen we van woorden als dag, dood, voltooid en goed echt niet wat anders maken. Uitlegkundig maak je ook een vreemde stap als je de ‘stoffelijke mens’ in 1 Korinthe 15:47 uitlegt als ‘sterfelijk geschapen mens’.
  • De structuur van het hele boek Genesis is echter één literair geheel. De schepping van hemel en aarde en Gods weg met de aartsvaders zijn op eenzelfde literaire wijze, in eenzelfde kader, geschreven. De seinen gaan op rood, als we met hermeneutische constructies de Bijbel kunnen laten zeggen wat hij niet zegt. Dat is nog steeds mijn kernbezwaar tegen het harmoniemodel: de evolutietheorie is een hermeneutische sleutel geworden.
  • De ontdekking dat de aarde om de zon draait, is de ontdekking van een natuurwet. Deze is, naar de eis van de wetenschap, door meten, wegen en zintuiglijke waarneming vastgesteld. Toch zeggen wij in 2015 nog steeds dat de zon opkomt en ondergaat – zo vreemd is Jozua’s uitroep dus niet.
  • Allereerst is het voor mij als theoloog niet of slechts ten dele mogelijk om (natuur)wetenschappelijke theorieën te toetsen. Laten biologen de evolutiebiologie toetsen, en geologen de evolutiegeologie enzovoort. Dat is wetenschappelijk, zeker als men zich bewust is van de rol van eigen vooronderstellingen en interpretaties
  • De evolutietheorie kan wetenschappelijk gezien nooit onder gevestigde kennis vallen – tenzij je de definities van wetenschappelijke, gevestigde kennis, sterk oprekt. Een theorie is altijd voor discussie en alternatieven vatbaar. Zo heeft de evolutietheorie zelf een enorme omslag gemaakt, toen in de jaren ’60 de theorie van de oerknal werd gelanceerd. Tot die tijd ging men uit van eeuwige materie. Wanneer kun je dan echt spreken over gevestigde kennis? Kún je het wel echt kennis noemen als je theorie voor een groot deel bestaat uit aannames? Aannemelijkheid en waarheid zijn niet identiek.

 

Uit:  Reactie van Ds. A.J. Mensink  op het artikel ‘Overweeg geleide evolutie’ van dr. G. van den Brink in ‘De Waarheidsvriend’.

http://dewaarheidsvriend.nl/blog/evolutietheorie-is-wetenschappelijk-gezien-geen-gevestigde-kennis.

Hieronder volgt een korte samenvatting van een e-book van de site wayoflife.org THE GOD OF END-TIME MYSTICISM (= De God van het mysticisme van de eindtijd)

 

De auteur David Cloud geeft in dit boek een beschrijving van het begrip mysticisme of mystiek.Het is een po­ging om God te ervaren buiten de Bijbel om. Deze god wil ons laten geloven in een onvoorwaardelijke alles accepterende liefde. Alles mag, alles kan, alles is goed. Als het goed voelt, doe het dan. God ac­cepteert je, zoals je bent. Deze mystieke god is niet oordelend en verlangt niet naar een heilig leven.

De invloed van deze mystieke god is in alle aspecten van het leven en de samenleving doorgedrongen. Cloud wijst o.a. op de tegenwoordige ’christelijke’ aanbiddingsmuziek die van de seculiere muziek afgeleid is. Verder wijst hij op de invloed van de mystiekpsychologie. Deze denkrichting wordt in vele ge­meenten binnen het pastoraat gebruikt, maar heeft een humanistische anti-goddelijke basis. Je leest over o.a. Jung, Rogers, Dobson, Schuller (self-esteem) en Stanley.

Door het mysticisme is de invloed van het rooms-katholicisme binnen de gemeente steeds meer aanwezig. Dit is goed te zien aan het beoefenen van het contemplatieve gebed, lectio divina en andere (oosterse) technieken die geleerd worden. Denk daarbij ook aan de invloed van de praktijken van Taizé: een kloostergemeenschap in Frankrijk waar door stilte-sessies en veelvuldig herhalen van liederen het mysticisme wordt beoefend. In het boek passeren veel namen de revue, die allen het mysticisme voorstaan. Naast Foster, Bell, Young en Kidd worden vooral rooms-katholieken genoemd zoals broeder Lawrence, Franciscus van Assisi, Ignatius de Loyola (stichter jezuïetenorde), meester Eckhart, moeder Theresa, Talbot, Merton en Nouwen

De auteur wijst erop dat steeds de rode draad is: onvoorwaardelijke accepte­rende liefde. Veel mensen zijn daar gevoelig voor. Ervaren, voelen, beleven, emotie dat is waar men naar op zoek is. Cloud maakt duidelijk dat onvoorwaardelijke liefde en onvoorwaardelijke vergeving een onderdeel zijn van een valse god en niet geheel verrassend kom je deze god tegen in het mysti­cisme.

Heidense godsdiensten zijn ten diepste mystiek. Ze leren dat God een soort universele kracht is waar contact mee kan worden gemaakt door middel van bovenzintuigelijke praktijken. Het hindoeïsme heeft yoga, het boeddhisme kent meerdere praktijken zoals gedachteloos mantra’s bidden, vegetarisme (= vegetariër-zijn) en communicatie met doden. David Cloud maakt duidelijk hoe onder invloed van be­kende personen en musici meer en meer een eenheid wordt gesmeed die de weg vrij maakt voor de mystieke god van de eindtijd. Ieder pad wat beïnvloed is door mystiek leidt naar hetzelfde type niet veroordelende onvoorwaardelijk liefhebbende, geen verplichting scheppende “hou van jezelf god”.

De waarschuwing is terecht: Onthoudt u van alle soort van kwaad. (1Thess 5:22)

 

Islamisering en islamvijandigheid

Seculiere media waarschuwen onvermoeibaar voor islamvijandige demonstraties en gedachtegangen, ook na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs.en ze hebben niet in de gaten dat ze met twee maten meten.

Het is best merkwaardig. In de tijd van de studentenrevolutie verscheen er een boek met de titel Das Elend des Christentums, dat de jonge socialisten maar al te graag propageerden en de linkse jetset met applaus begroette. Je hoorde niets over een speciale groep christelijke fundamentalisten die zich daarna opmaakte om wraak te oefenen vanwege de belediging van het heilige Boek en de Messias. Geen enkele klerikale kring kwam met een bisschoppelijke oproep tot bestraffing. De schrijver Joachim Kahl had geen lijfwacht nodig en hoefde niet te verhuizen.

Stel je voor dat iemand een boek durfde te schrijven met de titel Das Elend des Islams. Uit rode en groene kelen zou moord en brand geschreeuwd worden en het gebruikelijke vocabulaire zou variëren van intolerant, vijandigheid jegens allochtonen, racistisch, islamofobie enzovoorts. De verontwaardiging bij de politiek correcte mensen en de apostelen van de tolerantie zou zijn voorgeprogrammeerd en men zou onbekommerd met de ‘naziknuppel’ zwaaien.

Vijandigheid jegens christenen en afwijzing van Messias Jezus geldt als progressief, het afwijzen van de islam is ouderwets en een stigma. Vanwaar dit meten met twee maten? Men eist tolerantie ten opzichte van een religie die niet eens weet wat tolerantie is.

“Historisch gezien en ook in onze tijd bestaat er geen land met een islamitische meerderheid en een pluralistische orde die niet-moslims gelijk behandelt. Dit vast te stellen is geen vorm van islamofobie, maar historische eerlijkheid”, schreef Klemens Ludwig op 9 april 2014 in Die Welt. Ook de islamitische islamkenner Bassan Tibi heeft dit heel openlijk uitgesproken. De overgang naar een andere religie is gewoonlijk levensgevaarlijk.

Van wat moslims hier eisen en mogen, kunnen christenen in islamitische landen slechts dromen. Maar onze politici zijn gemuteerd tot ideologische fietsers. Voor de islam kruipen ze, het christendom trappen ze weg.

Geen kwaad woord over hier levende en geïntegreerde moslims, maar wie de islam bagatelliseert, verwart wensdenken met werkelijkheid, zoals de terreuraanslag op de redactie van Charlie Hebdo wel heeft bewezen. Ik schreef de eerste versie van deze regels enkele dagen voor 7 januari, de datum van de verschrikkelijke aanslag in Parijs en mijn conclusie

was op dat moment: “…wie de islam bagatelliseert, verwart wensdenken met werkelijkheid. En hoe ver dat gaat, is te zien aan het feit dat tegenwoordig bijna geen kunstenaar, politicus of journalist het nog waagt om zich kritisch over de profeet Mohammed uit te laten.”

Het is in dit verband opvallend dat de politiek correcte media meestal het woord ‘zogenaamd’ of ‘zou’ inlassen als er sprake is van de islamisering van ons land. Alsof het allemaal paniekzaaierij of fantasie was. Maar al in 2007 verscheen er in de Spiegel een hoofdartikel met de titel: ‘Mekka Deutschland, die stille Islamisierung’ (nr. 13/2007). Liep de Spiegel destijds achter een fata morgana aan?

Hans-Christian Ströbele (een politicus van Bündnis 90/Die Grünen) stelde zelfs voor om een christelijke feestdag af te schaffen en een  islamitische feestdag in te voeren. En op precies die gedachte borduurde Stephan Weil, de premier van Nedersaksen, onlangs voort.

Burgemeester Heinz Buschkowsky (SPD) van Neukölln, bekend door zijn veelgelezen boek Neukölln ist überall en zeker niet overhellend naar rechts, waarschuwt voor een sluipende islamisering en spreekt al over een “andere maatschappij”.

De islamisering is niet iets zogenaamds, zij is in volle gang. In sommige grote steden heb je islamitische wijken die zich onttrekken aan het Duitse recht en waar de Duitse politie niet meer in durft. En op sommige kleuterscholen is  varkensvlees intussen taboe.

Bovendien is het bijvoorbeeld enigszins misplaatst om de Pegida-demonstranten in de nazihoek te willen duwen. Hitler verachtte het christendom en prees de islam. Amin el-Husseini, de moefti van Jeruzalem, de destijds hoogste religieuze en politieke autoriteit van de Palestijnen, was een goede vriend en intensieve adviseur van de ‘Führer’. Hitler is in de Arabische wereld nog altijd een held en zijn boek Mein Kampf is er een bestseller.

Overigens zijn de ethische maatstaven de laatste tijd dermate naar het linkse vaarwater verschoven dat iets wat een jaar of twintig geleden bijvoorbeeld voor de CDU nog een onaantastbare waarde was, inmiddels rechts-populistisch wordt genoemd.

Er in nauwelijks een generatie geweest die de woorden van Jezus: “…Mij haat de wereld, omdat Ik van haar getuig dat haar werken slecht zijn”, zo indrukwekkend bevestigt als deze generatie.

Alexander Seibel

Bron: Middernachtsroep, maart 2015