Hypnose op velerlei gebied
Steeds vaker worden ook christenen op allerlei gebieden met hypnosepraktijken geconfronteerd:bij psychologen en bij de psycho- of hypnosetherapie, in volkshogescholen, in allerlei zelfhulpgroepen, bij computer- en videospelletjes, bij cursussen rondom zwangerschap en geboorte, bij medische zorg op school, in de medische voor- en nazorg, bij management en verkoop, op tv en bij de tandarts, bij benoemings- en bekwaamheidstesten, in het basis- en hoger onderwijs en zelfs in christelijke gemeenten. Daarom moeten we indringende vragen stellen: Wat is hypnose? Is hypnose een onschuldige psychotechniek of een quasireligieuze of misschien een occulte bezigheid, die het lichamelijke en geestelijke welzijn beïnvloeden kan?

Een boek over hypnose van dr. Franzke: 140 blz., € 12,80
1. Wat is hypnose?
Onder hypnose moet verstaan worden: alle technieken en situaties die tot een toestand van “trance” (kunnen) leiden. Trance is een bijzondere bewustzijnstoestand, waarbij de wil en het verstand verregaand uitgeschakeld zijn, de waarneming beperkt is, “innerlijke beelden” voor het geestelijk oog ontstaan en bovennatuurlijke fenomenen mogelijk zijn.
2. En hoe gaat dat?
In de regel dienen de deelnemers een rustige, iets donkergemaakte ruimte op te zoeken en een bepaalde lichaamshouding aan te nemen. Er wordt soms zachte trance bevorderende achtergrondmuziek gespeeld. Tenslotte moeten de deelnemers een serie aanwijzingen beluisteren en opvolgen om de trance op gang te brengen. (zgn. suggesties). Maar voor alles moeten ze:
-het zich aangenaam maken,
-de ogen dicht doen,
-zich ontspannen (ontspanningsoefeningen),
-de spieren ontspannen,
-alles loslaten, de gedachten laten komen en laten gaan (yoga),
-op de ademhaling letten,
-bijzondere ademoefeningen doen,
-hun aandacht op een enkel “punt” richten (beperken, fixeren, concentreren, centreren, verzamelen, focussen), bijvoorbeeld op een pendel, een vinger, een pen, een munt enz.,
– iets naar boven kijken, eventueel naar een bepaald voorwerp,
-denken aan iets moois en deze situatie opnieuw beleven met alle vijf zintuigen,
-zich voorstellen naar een andere plaats, in een andere wereld of tijd te reizen,
-“innerlijke beelden” voor het geestelijke oog waarnemen of eenvoudigweg “laten komen”.
Bovendien zijn er een massa andere hypnosetechnieken, bijvoorbeeld bij NLP (= Neuro Linguistisch Programmeren): de inbeddingstechnieken, woorden , die ten doel hebben iemand in trance te brengen, in teksten , in het bijzonder door sprookjes in te bouwen. De confusietechnieken door bijvoorbeeld onlogische zinsconstructies, die de geest moeten verwarren. De spiegeltechnieken, waarmee we gespiegeld of geïmiteerd moeten worden.
Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook de volgende praktijken een hypnotisch karakter hebben:
-acupunctuur
-voortdurend zwijgen
-associatietechnieken
-automatisch schrijven
-ayurveda, div. technieken
-bidden met de rozenkrans, van de mala of subha
-bidden en zingen “in tongen”(charismatisch)
-biofeedback-handelingen
-brainstormen
-bungeejumpen en aanverwante activiteiten
-clustering
-voortdurende stress
-“Trust Fall”
-drugs, shocks, horror, angsten
-extreem vasten (voorzichtig bij het “therapeutisch vasten”)
-extreem gedrag
-extreme sporten
-buitengewoon schreeuwen en ruziemaken, excessieve woedeuitingen
– familieopstellingen volgens Hellinger
-innerlijke teams (F.Schulz von Thun )
-isolatietank (samadhi tank)
-joggen, walken ( over een kritieke drempel gaan)
-koudeprikkels (Kneipp)
-lichamelijke en geestelijke uitputtingstoestanden
-creatief schrijven
-korte filmfragmenten in muziekvideo’s
-laserprojecties in de disco
-marathonloop
-massagetechnieken
-meditatie, yoga, tai chi, tchi gong en aanverwante praktijken
-mind-mappingtechnieken
-muziekstijlen (meditatie- en ontspanningsmuziek, diverse klassieke, hip-hop en technomu ziek, natuurklanken en sfeermuziek, enz.
-power-aerobic en aanverwante praktijken
-psychotherapieën, div. technieken
-prikkels door overmatige informatie
-sensory deprivation
-rollenspelen (div) en aanverwante identificatietechnieken (familieopstellingen)
-sauna en zweethut (inipi)
-slaap- en voedselonthouding
-sociale isolatie
-speltherapieën voor kinderen div.
-dagdroomtechnieken
-geheugentrainingstechnieken
-overlevingstrainingtechnieken, div.
-wierook, rookstaafjes, geuren en aromastoffen in lampen, in badwater
-wellness- en fitnesstraining, div. praktijken
Alle activiteiten kunnen uiteindelijk tot een toestand van trance leiden, waarbij men zich volledig op een enkel “punt” of gedachte moet concentreren. Daartoe behoren schaken en aanverwante spellen. Spelletjes met de Game Boy, met Playstation en met de computer, waarbij zonder onderbreking op een punt gestaard moet worden (autoracen, Moorhuhn, e.v.a). Daarbij horen diverse tests die onder grote tijdsdruk gedaan moeten worden. (bekwaamheidstesten en tests bij arbeidsbureaus ), het tekenen van “liggende achten” of het klimmen op klimwanden en het kisten stapelen, het balanceren op koorden, (door volle concentratie op het touw, op de vinger, op het evenwichtspunt). Activiteiten die iemand duizelig kunnen maken en ook in trance brengen en/of je geest in verwarring brengen (achtbaan of carrousel), maar ook het beluisteren /lezen van confuse teksten. Maar bovendien drugs en andere hallucinerende middelen en op een bepaalde wijze bereide theesoorten.
3. Wat moet je daar nu allemaal mee ?
Volgens de heersende opvatting is hypnose een universeel wonderprogramma. Met hypnose is, naar men beweert, bijna alles mogelijk. Hypnose wordt als wetenschappelijk erkende ontspannings- , therapie- en genezingsmethode beschouwd.
Naar het schijnt kan hypnose ontspanning bewerken, lichamelijke en geestelijke ziekten genezen of zelfs voorkomen. Naar het schijnt kan hypnose de persoonlijkheid in bepaalde levensomstandigheden positief beïnvloeden , de persoonlijkheid versterken, prestatieverhogend werken en helpen bij het leren. In werkelijkheid is hypnose echter geheel iets anders.
a. Bij hypnose wordt de aanpak bepaald door technieken die trance in gang moeten zetten. Strikt genomen is hypnose een “ trance- en doorway-” techniek. Ze leiden naar een toestand van trance, die de deur naar andere, onzichtbare werelden en machten opent. De psychologie en de hypnoseliteratuur noemen ze de wereld van het onbewuste of onderbewustzijn. Veelvuldig wordt van het “hogere zelf”, of van zogenaamde “delen” of “deelpersoonlijkheden” gesproken die, zo wordt verondersteld, diep in onze ziel huizen.
Het is interessant dat het onbewuste of het onderbewuste dezelfde eigenschappen heeft, die de Bijbel aan God toeschrijft. Het onbewuste of het onderbewustzijn lijkt almachtig, alwetend, wijs en edel, hulpvaardig en goed te zijn. Je kunt op het onbewuste of het onderbewustzijn vertrouwen. Het is (een) je vriend, helper en raadgever.
b. In werkelijkheid bestaat hypnose uit technieken van astralprojectie. Zoals de hypnoseliteratuur duidelijk maakt , kan hypnose de inleiding tot buitenlichamelijke zielenreizen zijn. In een toestand van trance kan de gehypnotiseerde zijn lichaam verlaten en naar een andere, onzichtbare wereld reizen.
c. In werkelijkheid is hypnose een techniek van (spirituele) transcommunicatie. In een trancetoestand zou de gehypnotiseerde met onzichtbare werelden en machten communiceren. Klaarblijkelijk kunnen toestanden van trance een soort “innerlijk beeldscherm” activeren waarop “innerlijke beelden”, zoals op een projectiewand in een bioscoop, geprojecteerd kunnen worden. Daarbij kan de gehypnotiseerde als zender en ontvanger functioneren. Naar behoefte kan hij dan in zijn trancetoestand “innerlijke beelden” zenden of ontvangen. Voor het innerlijke of geestelijke oog speelt zich dan een soort film af. Meestal onthult deze film een schijnbaar ”verborgen weten”: over het nu, over het verleden of zelfs over de toekomst. In sommige gevallen geeft hij zogenaamde inzichten in traumatische belevenissen uit de vroege kindertijd. (geliefd motief: sexueel misbruik, mishandeling) , in veronderstelde geboortetrauma’s of zelfs in traumatische belevenissen in “vroegere levens” (geliefd motief: heksenverbranding op de brandstapel). In andere gevallen wordt zelfs “een blik in de hemel” toegestaan (zgn. bijna- doodervaring). In deze samenhang moeten we de alles beslissende vraag stellen: Wie maakt en start nu eigenlijk de film? Uit wetenschappelijk oogpunt is het het onbewuste of het onderbewustzijn. Maar uit Bijbels standpunt zijn het de machten van de duisternis. Vanuit Bijbels standpunt is hypnose een techniek van communicatie met verschillende machten van de duisternis. Volgens de Bijbel kan de gehypnotiseerde in een toestand van trance zich richten op de machten van de duisternis met hulp van suggesties en visualiseren ( innerlijke beelden).
Aan de andere kant kunnen de machten van de duisternis aan de gehypnotiseerde en/of hypnosetherapeut mededelingen doen met behulp van
“innerlijke stemmen”,
“innerlijke beelden”,
vinger- of handbewegingen,
inspiratie door bepaalde gedachten, dit met behulp van pendel of “automatisch schrijven”. In dit geval heeft de gehypnotiseerde de functie van een medium (pendelen/ spiritisme) .
In een toestand van trance spreekt een transcendente macht uit de mond van een gehypnotiseerde, maar nooit het onbewuste of het onderbewustzijn , zoals psychologen en psychotherapeuten ons willen doen geloven.
e. In werkelijkheid bestaat hypnose uit magisch-therapeutische praktijken. Zij moeten persoonlijkheid, gewoonten en gedrag geheel veranderen en weliswaar alleen met behulp van suggesties en visualisering.
f. Hypnose maakt gebruik van magisch-medische praktijken. Ogenschijnlijk kan hypnose een groot aantal ziekten genezen, verlichten of helpen vermijden met behulp van ontspanning en met behulp van suggesties en visualisering.
g. In werkelijkheid bestaat hypnose uit paranormale praktijken. Hypnose kan bovennatuurlijke verschijnselen en krachten oproepen. In een toestand van trance is de gehypnotiseerde veelal onaantastbaar en pijnongevoelig. (op vurige kolen lopen, operaties bijv.), ze kunnen niet geleerde talen spreken en/of verstaan, ze kunnen lichaamsdelen of ook het hele lichaam laten verstijven en ze hebben een buitengewoon goed geheugen.
4. Wat moet ik ervan denken ?
a. Hypnose is niet ongevaarlijk. Ze kan het lichamelijke en geestelijke welzijn beïnvloeden. Ze kan de geest verwarren en tot geestesziekten leiden. Dat bewijst ons de meestal warrig gestructureerde hypnoseliteratuur, op indrukwekkende wijze.
b. Hypnose bestaat uit pseudoreligieuze en magische praktijken. Hypnose werkt meestal met dezelfde technieken , zoals heksen, magiërs, yogi’s en sjamanen: met rituelen, lichaamshoudingen, ontspannings- en ademhalingstechnieken, concentratie- en oogtechnieken en bovendien met suggesties (bezweringsformules) en visualisering. Hypnose richt zich tot een bovennatuurlijke supermacht of superkracht, (misleidend het onbewuste of het onderbewustzijn genoemd), waaraan persoonlijke en pseudoreligeuze eigenschappen toegeschreven worden.
c. Hypnose is in directe tegenspraak met het Woord van God en met het christelijk geloof. Uit Bijbels standpunt opent hypnose de deur naar het rijk en naar de machten van de duisternis en opent ze niet de deur “naar binnen” of naar het onbewuste of het onderbewustzijn. Hypnose verandert de gehypnotiseerde in een medium, respectievelijk in een mediale persoonlijkheid, die door onzichtbare machten geïnspireerd en geleid wordt. Vanuit Bijbels standpunt mobiliseert en gebruikt hypnose de bovennatuurlijke krachten van demonische machten en niet “de innerlijke krachten” of “innerlijke bronnen”, zoals de literatuur beweert. Daarbij wordt een onbekende supermacht of superkracht opgeroepen (meestal het onbewuste of het onderbewustzijn genoemd.), met persoonlijke en pseudoreligieuze eigenschappen. Dat is afgodendienst!
d. Hypnose gaat tegen recht en wet in, als de betrokkene zonder uitvoerige uitleg en zonder uitdrukkelijke toestemming, waarbij gebruik gemaakt wordt van de afhankelijke relatie waarin iemand is, gedwongen wordt zoiets te moeten ondergaan, zoals in scholen.
Hypnose gaat lijnrecht in tegen het hypnoseverbod, hypnose gaat lijnrecht in tegen het therapieverbod en het staat lijnrecht tegenover het grondrecht van vrijheid van geloofs-, gewetensvrijheid en vrijheid van religie.
e. Vanuit deze achtergrond is hypnose in het onderwijs een moreel verwerpelijke en niet rechtsgeldige vorm van religieuze indoctrinatie en een antichristelijke zendingsdrang.
5. Hoe kan ik mij beschermen?
Laat je nooit hypnotiseren! Dat is het beste! Het probleem is echter , dat ons steeds minder meegedeeld wordt dat we gehypnotiseerd moeten worden. Daarom is het nodig dat u en uw kinderen de bovengenoemde hypnosepraktijken kennen en ze in voorkomende gevallen strikt weigeren. In veel beroepen waarin veel concentratie gevraagd wordt, is voorzichtigheid geboden. Onder omstandigheden zou je een beroep moeten opgeven of oppassen, dat de gedachten voortdurend heen en weer gaan, voor zover dat mogelijk is.
In tegenstelling tot de voortdurend herhaalde opmerkingen in de hypnoseliteratuur, behoort het rijden in een auto daar in de regel niet toe. Je moet je weliswaar op het verkeer concentreren, maar toch kun je tijdens een rit aan vele andere dingen denken. Je oplettendheid is er, maar niet alleen voor het autorijden. Bij het interactieve autoracespel is de concentratie wel volledig.
Zoals uitgelegd zou hypnose aan de deelnemer op vele en verschillende manieren een onzichtbare vriend en helper geven. Bekeerde christenen hebben geen andere onzichtbare vriend en helper nodig . Ze hebben al een onzichtbare Helper: JEZUS CHRISTUS! HIJ alleen is almachtig, alwetend, wijs en hulpvaardig en goed. We kunnen tot Hem spreken door het gebed en HIJ spreekt alleen tot ons door de Bijbel, het Woord van God en niet door het zogenaamde onderbewustzijn met zijn ”innerlijke stemmen”, “innerlijke beelden” of door vinger- of hand- of pendelbewegingen.
Ook wanneer de hypnoseliteratuur uit verstandelijke motieven steeds het tegendeel beweert: Hypnose is een vorm van magie! Hypnose is gevaarlijk! Hypnose gebruikt bovennatuurlijke krachten. Hypnose kan tegen iemands wil en zelfs zonder dat iemand er zich van bewust is, gebruikt worden!
Daarom juist dient u de aan het begin genoemde technieken te kennen en te vermijden.
Prof. dr. R.Franzke
Halloween, mij niet gezien
Halloween, mij niet gezien
Halloween: onschuldige folklore of herleving van Keltisch heidendom? Oude symbolen en rituelen kunnen een sfeer oproepen van angst en geweld, tenzij deze wordt geneutraliseerd. Met adviezen aan ouders en leraren en verwijzing naar andere websites.
Inhoud folder:
* “Wat kan een pompoen ons nu doen?”
* Symbolen die iets ‘betekenen’
* De Keltische kalender en andere gebruiken
* Adviezen
* Rodiek de Frank
Inleiding
Het wordt in ons land een bekend beeld: kinderen lopen op de 1e november met een pompoen met daarin een brandende kaars en dragen daarbij een masker. Halloween! In landen als de Verenigde Staten is dit een jaarlijks terugkerend feest. Is dit een onschuldige folklore? Moet je er iets achter zoeken? Of is het een ‘ritueel’ en hoe is dat ontstaan?
“Zij verwekten Hem tot naijver door vreemde goden, met gruwelen krenkten zij Hem;
zij offerden aan boze geesten, die geen goden zijn, aan goden die zij niet hebben gekend,
nieuwe goden, die kort tevoren opgekomen waren, voor welke uw vaderen niet gehuiverd hadden.”(Deut 32:16-17)
“Wat kan een pompoen ons nu doen?”
Nee, een pompoen zal u niets doen! Het is een gewone vrucht, ook als die helemaal is uitgehold en er lichtjes in branden. Maar lach niet te vroeg, want de pompoenen van Halloween staan voor iets heel anders. De verlichte, doorschijnende pompoen (de Engelsen spreken van ‘Jack-O-Lantern’, Jaap-met-de-Lamp) is het symbool van een dolende ziel. Vroeger holden bijgelovige mensen pompoenen of knolrapen uit en plaatsten er kaarsen in. Zij deden dat om de boze geesten van hun huizen weg te jagen. Een andere bron vermeldt: de verlichte pompoen of doodskop diende als een signaal om aan te geven dat de bewoners van deze boerderij of dit huis sympathiek stonden tegenover de satanisten, zodat de terreur van de nacht (Halloween) eraan voorbij ging. Opvallend is wat de newage-vorser John Ankerberg schrijft. Hij wijst op de Ierse legende van ‘Ierse Jack’, die gaat als volgt:
Er was eens een gierige dronkaard, genaamd Jack, die de duivel uitdaagde om in een appelboom te klimmen. Toen deze in de boom zat, kerfde Jack snel het teken van het kruis in de stam, zodat de duivel nooit meer naar beneden kon komen. Daarop liet Jack de duivel zweren dat deze nooit zijn ziel zou opeisen, wat hij met tegenzin deed. Uiteindelijk stierf Jack, maar bij de hemelpoort werd hij weggestuurd vanwege zijn dronkenschap en egoïsme. Daarna kwam hij bij de duivel terecht, die zich aan zijn belofte hield. Nu Jack nergens meer heen kon, was hij veroordeeld om alsmaar op aarde te dolen. Toen hij de hel achter zich liet, at hij toevallig een knolraap en de duivel wierp hem een brandende kool achterna. Jack deed de kool in de knolraap om voortaan als ‘Jaap-met-de-lamp’ voor altijd rusteloos over de aarde te zwerven.
“Dat is nieuw voor mij,” zullen velen nu zeggen, “maar is dit nu een reden om niet meer met Halloween mee te doen? Het is toch maar een symbool, en een pompoen is maar een gewone vrucht!” Hiermee komen we tot de kern van de zaak, namelijk dat symbolen iets anders duiden of ‘betekenen’ en daarmee dan ook die betekenis oproepen. Natuurlijk doen wij niet doen aan symboolbestrijding, maar wel aan symboolontmaskering. Wij zijn geen Don Guichottes die tegen windmolens vechten! Dat deden ook Gods profeten niet, wanneer zij profeteerden tegen de altaren van de Asjera’s en deAbaäls op hoogten van Israël.
Symbolen die iets ‘betekenen’
Tijdens de Golfoorlog was het Amerikaanse vliegtuigen verboden over Mekka te vliegen, omdat anders de ‘schaduw van het kruis’ op de heilige stad zou vallen. Enkele jaren geleden werd op verzoek van één ouder besloten om het kruisbeeld te verwijderen van de openbare scholen in Beieren. Aanhangers van new age hebben het kruis omgebouwd tot het gebroken of vertrapte kruis. Hitler gebruikte de swastika (hakenkruis) als Arisch teken in zijn campagne voor ‘etnische zuivering van alle minderwaardige rassen’ Zouden al deze niet-christenen begrijpen, dat het kruis het symbool is van het offer dat Jezus Christus bracht om de zonde en schuld van de mensen weg te doen? Aan dat kruis heeft Hij de overheden en machten ontwapend en Zijn victorie over hen uitgeroepen (Col 2:14-15). Daarom kan Paulus ook roemen in het kruis van de Here Jezus Christus, “door wie de wereld mij gekruisigd is en ik aan de wereld” (Gal 6:14).
Nu is de vraag: “Roepen symbolen de werkelijkheid op?”Met andere woorden, kunnen alle symbolen van Halloween, zoals dodenmaskers, doodskoppen, vampiers, weerwolven, gnomen, dwergen, heksen met punthoeden, zwarte katten op de schouder, spookbeelden, duivelsgestalten, enz. kinderen in aanraking brengen met de wereld van de boze?
Het antwoord is: “Ja, tenzij deze worden geneutraliseerd”. Wij zullen dit op drie manieren toelichten: vanuit de Bijbel, vanuit het denken van Carl G. Jung en vanuit de praktijk die wij allen kennen.
In Exodus 23:13 houdt Mozes de Israëlieten voor om “de naam van andere goden niet te noemen; hij zal uit uw mond niet gehoord worden.” Halloween doet de Keltische goden voor een nieuwe generatie herleven, zoals Samhain (de vorst van het dodenrijk) en Brigid (moeder der natuur, naar wie zowel de Britten als de Bretons zijn genoemd). Alle optochten, vuren op de heuvels, verkleedpartijen en dodenherdenking zijn symbolische handelingen gericht op het oproepen van de doden, het vertroosten van de dolenden en het bezweren van het dodenrijk, zaken die de Bijbel nadrukkelijk verbiedt.
Volgens Jung stelt het symbool het resultaat voor van de samenwerking tussen het menselijk bewustzijn en het (collectieve) onbewuste, het terrein van de archetypen (Herinneringen, Dromen, Gedachten, pag. 288). Jungs voornaamste symbool is de mandala, “die zich spontaan aan de verbeelding aanbiedt om de tegenstellingen, hun strijd en hun verzoening in ons uit te beelden.” In de Bijbel betekent ‘verzoening’ echter het wegnemen van de schuld door middel van een offer; in het heidendom staat het voor het ontkennen van tegenstellingen en biedt het de toegang tot de geestenwereld.
Tenslotte blijkt de kracht van het symbool uit onze afkeer wanneer (Joodse) graven besmeurd worden met hakenkruisen. Toen in de bekende film ‘The Sound of Music’ in Salzburg de hakenkruisvlag werd gehesen, was dat voor de familie Von Trapp het signaal: wegwezen, want hiermee werd de periode van nazi-dictatuur ingeluid. Zouden wij dan onze kinderen blootstellen aan al die symbolen van het rijk der duisternis en zo zijn macht over deze generatie helpen versterken? De vraag stellen is haar beantwoorden.
De Keltische kalender en andere gebruiken
Halloween brengt het oude Keltische wereldbeeld weer terug in onze kalender en onze agenda’s. De naam ‘halloween’ is een verbastering van All Hallow’s Eve of Allerheiligen, een mislukte poging (volgens de r.-k. Encyclopedie) om de Keltische voorouderverering op 1 november te kerstenen. De oude naam is ‘Oidhche Shamna’, de Wake van Samhain (spreek uit: So-wein), Dit brengt ons op de oude Keltische (maar ook Nordische en Saksische) jaarcyclus, die bepaald wordt door het achtvoudige zonnerad:
31 okt. Samhain
21 sept. Mabon 21 dec. winterzonnewende
1 aug. Lammas 1 febr. Imbolic
21 juni zomer- 21 maart Ostara-zonnewende
30 april Beltane
In een recente nieuwsbrief schrijft dr. John MacArthur over kinderen die zich verkleden als heksen, geesten of kabouters. Hij vindt het ondenkbaar, als christen-ouders toestaan of zelfs aanmoedigen dat hun kinderen zich met zulke duivelse machten bekleden, al is het maar ‘voor de grap’ of ‘als uiting van folklore’. Volgens hem geven zij daarmee aan dat zij de geestelijke strijd, waarover Paulus spreekt in Efeziërs 6:10, helemaal niet serieus nemen, want:
Op de avond van 31 oktober droegen de druïden (Keltische priesters) alle mensen op hun haardvuur te doven. Dan legden zij nieuwjaarsvuren aan van (heilige) eikentakken en daarin verbrandden zij (delen van) de oogst, maar ook dieren en mensen, als offer voor hun goden en godinnen (vandaar de Engelse naam bonfire of bonefire, vuur van beenderen).
Tijdens dit duivelse ritueel waren de mensen bekleed met koppen en huiden van dieren en deden aan waarzeggerij en wichelarij. Zij sprongen over de vlammen, dansten en zongen, allemaal om de boze geesten weg te jagen. Samhain zou dan die geesten in dezelfde nacht naar iedereen sturen die niet, zoals zijzelf, als boze geesten waren verkleed.
Ook het gebruik om met Halloween vrijgevig te zijn (Engels:Trick or Treat) heeft een heidense oorsprong. Stel dat je was vergeten om je te verkleden, dan kon je alsnog de geesten ontlopen door een schaal met vruchten klaar te zetten om de ronddolende geesten voedsel en onderdak te geven. Je mocht dan hopen dat de demon daar genoegen mee nam(trick), anders zou zijn vloek je treffen om onheil over je huis te brengen (treat). Een voormalige heks die Christus leerde kennen, legt dit gebruik zó uit:
Met Trick or Treat wordt een oud gebruik der Druïden in ere hersteld. Hoewel het snoepgoed in plaats is gekomen van de vroegere mensenoffers, is het nog steeds een gebaar naar de boze geesten. Volgens de traditie mag je degenen die niets geven, beetnemen. Maar pas op: wie met Halloween snoepjes uitdeelt, brengt in feite een offer aan de afgoden en komt in contact met boze geesten! (zie ook 1 Cor 10:20)
Adviezen
Christen-ouders en – leraren zijn in de eerste plaats geroepen om hun kinderen ‘goede gaven te geven’. Een folder als deze biedt geen ruimte voor een pedagogische verhandeling en daarom geven wij hieronder enkele praktische trefwoorden voor onderwijs en opvoeding naar Gods Woord:
De vreze des Heren is het begin van kennis en wijsheid.
Elk kind is een unieke schepping: dat wekt creativiteit en verwondering.
In het gezin leert het kind waarachtigheid en ervaart het geborgenheid.
In de relaties met ouderen krijgt het kind begrip voor gezag en leert het discipline.
Op school ontvangt de leerling ethische én esthetische vorming.
Van jongsaf wordt onderscheiding, waakzaamheid en weerbaarheid bijgebracht.
Een christenkind heeft begrip voor de zin en het doel van het leven.
Er is vergeving voor ieders feilen en falen, geplaatst in het perspectief van de hoop.
Het behoeft geen betoog dat bijna al deze begrippen door Halloween met de voeten worden getreden. Maar om dit aan kinderen te kunnen leggen, is het noodzakelijk dat opvoeders eerst op de hoogte zijn van de belangrijkste Bijbelse begrippen, vandaar dat wij u de volgende adviezen geven:
Leg kinderen de achtergronden uit van Halloween en creëer een ‘afstand’ met de zaken die zo sterk op hen afkomen, zoals dat vroeger gebeurde met sprookjes en folklore en vooral door na te gaan wat de Bijbel over deze praktijken zegt.
Maak de achtergronden van Halloween duidelijk aan elke instantie waardoor het gedachtegoed van Halloween naar ons toekomt, zoals de school en de supermarkt.
Als kinderen met maskers aan de deur komen, geef ze dan geen snoepgoed, maar deze folder om die aan hun ouders te geven en met hen te bespreken.
Tenslotte, als u merkt dat uw kinderen alleen komen te staan, omdat iedereen met Halloween meedoet, biedt hun dan een verantwoord alternatief, zoals enkele goede kinderboeken of bespreek met hen het verhaal over Rodiek de Frank en laat ze het als toneelstuk opvoeren!
Rodiek de Frank
Niet iedereen weet dat de vroegste evangelisten niet uit het Zuiden kwamen, maar uit het Westen. Lang voordat Willibrord en Bonifacius de leer der kerk naar de Lage Landen brachten, hadden de Kelten hier al het zaad van het Evangelie geplant.
Daarom is het goed om ook deze kant van het Keltendom te belichten: volgelingen van Jezus Christus die het zendingsbevel serieus namen waardoor heidendom en bijgeloof verdwenen als schaduwen voor de zon!
Rodiek woonde in een gebied dat nu Vlaanderen heet. Als jonge Frank had hij al belangrijke vergaderingen bijgewoond, zoals die keer toen de legers van de koning der Franken waren gekomen met het bevel dat de heidense gebruiken moesten worden veranderd. Veel veranderde er echter niet en de meeste gebruiken kregen alleen een andere naam.
Nu waren er geruchten dat er mensen van over de zee naar de Lage Landen waren gekomen. Hadden die wapens bij zich, en zouden zij zich moeten verdedigen? Besloten werd om Rodiek er als verkenner op af te sturen.
De ontmoeting met de Kelten verliep anders dan hij had gedacht. Toen hij op een morgen wakker werd, stonden twee jonge mannen naar hem te kijken. Rodiek greep meteen naar zijn wapen, maar dat was niet nodig. “Hallo, wij zijn Angus en Marco. Wie ben je en waar kom je vandaan? Kom mee, dan kun je ons dorp bekijken!”
In het kamp van de Kelten keek Rodiek zijn ogen uit. Overal heerste grote bedrijvigheid. Ieder had zijn taak en scheen dat ook heel gewoon te vinden. De huizen waren heel anders dan die van de Franken en ze hadden voorwerpen die Rodiek niet kende. In het midden van het dorp was een kapel gebouwd en daarom heen lagen de lokalen voor de school. “Een school, wat is dat?” vroeg Rodiek. “Bewaren jullie daar je wapens?”
Marco en Angus begonnen te lachen: “Onze wapens zijn heel anders dan die van jullie. Het zijn de wapens van de geest. Wij leren de mensen Gods woord te lezen. Dan leren ze God kennen en begrijpen hoe wij Hem kunnen dienen, want in dat Boek heeft Hij zich aan de mensen bekend gemaakt. Wij hebben Bijbels in onze eigen taal en willen graag dat de Franken ook het Woord van God kunnen lezen. Het zal je hele leven veranderen. Niet van buitenaf omdat de koning beveelt dat iedereen een gedoopte christen moet zijn. Jezus Christus wil Heiland en Heer zijn: van de Kelten en ook van de Franken. Wanneer je Hem echt leert kennen, verandert je leven van binnenuit.”
Vlak voor volle maan was Rodiek terug in zijn eigen dorp. De Kelten hadden geschenken meegegeven. Nuttige voorwerpen, die voor de Franken nieuw waren, maar ook dingen van kunst die alleen gemaakt waren om mooi te zijn. En… een paar kolommen tekst uit het Boek van God, die hij op de school uit het hoofd had geleerd. Het had hem een vreemd blij gevoel gegeven en hij kon haast niet wachten tot het donker werd.
Toen het vuur eenmaal brandde en de maan vol aan de hemel stond, gaf de leider een teken dat Rodiek met zijn verhaal kon beginnen. Ze konden maar moeilijk geloven dat de vreemde mannen niet kwamen om hen te veroveren, maar om hen te vertellen van de God van hemel en aarde. Een oude man, Magieck de Wiccan, wilde er niets van weten. “Geloof ze maar niet, mannen, allemaal leugens,” riep hij. “Die Kelten zijn net als alle andere vreemdelingen die ons tot hun slaven willen maken. Alleen doen zij het veel slimmer.”
Met die woorden bracht hij sommigen aan het twijfelen, maar toen begon Rodiek de woorden op te zeggen die op de bladen van het boek stonden. Doodstil werd het rond het vuur en de woorden van Jezus drongen diep door in hun hart.
Uit:De Bijbel in de Basis, deel 4B APOSTELEN, uitg. NijghVersluys, Baarn
Enkele aanbevolen websites:
Zeer informatief (Engels) is www.logosresourcepages.org/idx_halloween
Op deze pages kunt u veel meer informatie lezen, zoals over de relatie tussen Druïden met Nimrod en met de Baäl-goden, die de Israëlieten deden struikelen.
Zie ook de website van Christian Research Institute www.equip.org. Zoek bij ‘Search’ en vul in ‘Halloween’ voor twee belangwekkende artikelen.
Voor een Engelse folder zie www.christian-teachers.org. Klik ‘ACT Briefings’ en u vindt de tekst van de Hallowe’en folder.
Hypnose
Hypnose op velerlei gebied
Steeds vaker worden ook christenen op allerlei gebieden met hypnosepraktijken geconfronteerd:bij psychologen en bij de psycho- of hypnosetherapie, in volkshogescholen, in allerlei zelfhulpgroepen, bij computer- en videospelletjes, bij cursussen rondom zwangerschap en geboorte, bij medische zorg op school, in de medische voor- en nazorg, bij management en verkoop, op tv en bij de tandarts, bij benoemings- en bekwaamheidstesten, in het basis- en hoger onderwijs en zelfs in christelijke gemeenten. Daarom moeten we indringende vragen stellen: Wat is hypnose? Is hypnose een onschuldige psychotechniek of een quasireligieuze of misschien een occulte bezigheid, die het lichamelijke en geestelijke welzijn beïnvloeden kan?
Een boek over hypnose van dr. Franzke: 140 blz., € 12,80
1. Wat is hypnose?
Onder hypnose moet verstaan worden: alle technieken en situaties die tot een toestand van “trance” (kunnen) leiden. Trance is een bijzondere bewustzijnstoestand, waarbij de wil en het verstand verregaand uitgeschakeld zijn, de waarneming beperkt is, “innerlijke beelden” voor het geestelijk oog ontstaan en bovennatuurlijke fenomenen mogelijk zijn.
2. En hoe gaat dat?
In de regel dienen de deelnemers een rustige, iets donkergemaakte ruimte op te zoeken en een bepaalde lichaamshouding aan te nemen. Er wordt soms zachte trance bevorderende achtergrondmuziek gespeeld. Tenslotte moeten de deelnemers een serie aanwijzingen beluisteren en opvolgen om de trance op gang te brengen. (zgn. suggesties). Maar voor alles moeten ze:
-het zich aangenaam maken,
-de ogen dicht doen,
-zich ontspannen (ontspanningsoefeningen),
-de spieren ontspannen,
-alles loslaten, de gedachten laten komen en laten gaan (yoga),
-op de ademhaling letten,
-bijzondere ademoefeningen doen,
-hun aandacht op een enkel “punt” richten (beperken, fixeren, concentreren, centreren, verzamelen, focussen), bijvoorbeeld op een pendel, een vinger, een pen, een munt enz.,
– iets naar boven kijken, eventueel naar een bepaald voorwerp,
-denken aan iets moois en deze situatie opnieuw beleven met alle vijf zintuigen,
-zich voorstellen naar een andere plaats, in een andere wereld of tijd te reizen,
-“innerlijke beelden” voor het geestelijke oog waarnemen of eenvoudigweg “laten komen”.
Bovendien zijn er een massa andere hypnosetechnieken, bijvoorbeeld bij NLP (= Neuro Linguistisch Programmeren): de inbeddingstechnieken, woorden , die ten doel hebben iemand in trance te brengen, in teksten , in het bijzonder door sprookjes in te bouwen. De confusietechnieken door bijvoorbeeld onlogische zinsconstructies, die de geest moeten verwarren. De spiegeltechnieken, waarmee we gespiegeld of geïmiteerd moeten worden.
Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook de volgende praktijken een hypnotisch karakter hebben:
-acupunctuur
-voortdurend zwijgen
-associatietechnieken
-automatisch schrijven
-ayurveda, div. technieken
-bidden met de rozenkrans, van de mala of subha
-bidden en zingen “in tongen”(charismatisch)
-biofeedback-handelingen
-brainstormen
-bungeejumpen en aanverwante activiteiten
-clustering
-voortdurende stress
-“Trust Fall”
-drugs, shocks, horror, angsten
-extreem vasten (voorzichtig bij het “therapeutisch vasten”)
-extreem gedrag
-extreme sporten
-buitengewoon schreeuwen en ruziemaken, excessieve woedeuitingen
– familieopstellingen volgens Hellinger
-innerlijke teams (F.Schulz von Thun )
-isolatietank (samadhi tank)
-joggen, walken ( over een kritieke drempel gaan)
-koudeprikkels (Kneipp)
-lichamelijke en geestelijke uitputtingstoestanden
-creatief schrijven
-korte filmfragmenten in muziekvideo’s
-laserprojecties in de disco
-marathonloop
-massagetechnieken
-meditatie, yoga, tai chi, tchi gong en aanverwante praktijken
-mind-mappingtechnieken
-muziekstijlen (meditatie- en ontspanningsmuziek, diverse klassieke, hip-hop en technomu ziek, natuurklanken en sfeermuziek, enz.
-power-aerobic en aanverwante praktijken
-psychotherapieën, div. technieken
-prikkels door overmatige informatie
-sensory deprivation
-rollenspelen (div) en aanverwante identificatietechnieken (familieopstellingen)
-sauna en zweethut (inipi)
-slaap- en voedselonthouding
-sociale isolatie
-speltherapieën voor kinderen div.
-dagdroomtechnieken
-geheugentrainingstechnieken
-overlevingstrainingtechnieken, div.
-wierook, rookstaafjes, geuren en aromastoffen in lampen, in badwater
-wellness- en fitnesstraining, div. praktijken
Alle activiteiten kunnen uiteindelijk tot een toestand van trance leiden, waarbij men zich volledig op een enkel “punt” of gedachte moet concentreren. Daartoe behoren schaken en aanverwante spellen. Spelletjes met de Game Boy, met Playstation en met de computer, waarbij zonder onderbreking op een punt gestaard moet worden (autoracen, Moorhuhn, e.v.a). Daarbij horen diverse tests die onder grote tijdsdruk gedaan moeten worden. (bekwaamheidstesten en tests bij arbeidsbureaus ), het tekenen van “liggende achten” of het klimmen op klimwanden en het kisten stapelen, het balanceren op koorden, (door volle concentratie op het touw, op de vinger, op het evenwichtspunt). Activiteiten die iemand duizelig kunnen maken en ook in trance brengen en/of je geest in verwarring brengen (achtbaan of carrousel), maar ook het beluisteren /lezen van confuse teksten. Maar bovendien drugs en andere hallucinerende middelen en op een bepaalde wijze bereide theesoorten.
3. Wat moet je daar nu allemaal mee ?
Volgens de heersende opvatting is hypnose een universeel wonderprogramma. Met hypnose is, naar men beweert, bijna alles mogelijk. Hypnose wordt als wetenschappelijk erkende ontspannings- , therapie- en genezingsmethode beschouwd.
Naar het schijnt kan hypnose ontspanning bewerken, lichamelijke en geestelijke ziekten genezen of zelfs voorkomen. Naar het schijnt kan hypnose de persoonlijkheid in bepaalde levensomstandigheden positief beïnvloeden , de persoonlijkheid versterken, prestatieverhogend werken en helpen bij het leren. In werkelijkheid is hypnose echter geheel iets anders.
a. Bij hypnose wordt de aanpak bepaald door technieken die trance in gang moeten zetten. Strikt genomen is hypnose een “ trance- en doorway-” techniek. Ze leiden naar een toestand van trance, die de deur naar andere, onzichtbare werelden en machten opent. De psychologie en de hypnoseliteratuur noemen ze de wereld van het onbewuste of onderbewustzijn. Veelvuldig wordt van het “hogere zelf”, of van zogenaamde “delen” of “deelpersoonlijkheden” gesproken die, zo wordt verondersteld, diep in onze ziel huizen.
Het is interessant dat het onbewuste of het onderbewuste dezelfde eigenschappen heeft, die de Bijbel aan God toeschrijft. Het onbewuste of het onderbewustzijn lijkt almachtig, alwetend, wijs en edel, hulpvaardig en goed te zijn. Je kunt op het onbewuste of het onderbewustzijn vertrouwen. Het is (een) je vriend, helper en raadgever.
b. In werkelijkheid bestaat hypnose uit technieken van astralprojectie. Zoals de hypnoseliteratuur duidelijk maakt , kan hypnose de inleiding tot buitenlichamelijke zielenreizen zijn. In een toestand van trance kan de gehypnotiseerde zijn lichaam verlaten en naar een andere, onzichtbare wereld reizen.
c. In werkelijkheid is hypnose een techniek van (spirituele) transcommunicatie. In een trancetoestand zou de gehypnotiseerde met onzichtbare werelden en machten communiceren. Klaarblijkelijk kunnen toestanden van trance een soort “innerlijk beeldscherm” activeren waarop “innerlijke beelden”, zoals op een projectiewand in een bioscoop, geprojecteerd kunnen worden. Daarbij kan de gehypnotiseerde als zender en ontvanger functioneren. Naar behoefte kan hij dan in zijn trancetoestand “innerlijke beelden” zenden of ontvangen. Voor het innerlijke of geestelijke oog speelt zich dan een soort film af. Meestal onthult deze film een schijnbaar ”verborgen weten”: over het nu, over het verleden of zelfs over de toekomst. In sommige gevallen geeft hij zogenaamde inzichten in traumatische belevenissen uit de vroege kindertijd. (geliefd motief: sexueel misbruik, mishandeling) , in veronderstelde geboortetrauma’s of zelfs in traumatische belevenissen in “vroegere levens” (geliefd motief: heksenverbranding op de brandstapel). In andere gevallen wordt zelfs “een blik in de hemel” toegestaan (zgn. bijna- doodervaring). In deze samenhang moeten we de alles beslissende vraag stellen: Wie maakt en start nu eigenlijk de film? Uit wetenschappelijk oogpunt is het het onbewuste of het onderbewustzijn. Maar uit Bijbels standpunt zijn het de machten van de duisternis. Vanuit Bijbels standpunt is hypnose een techniek van communicatie met verschillende machten van de duisternis. Volgens de Bijbel kan de gehypnotiseerde in een toestand van trance zich richten op de machten van de duisternis met hulp van suggesties en visualiseren ( innerlijke beelden).
Aan de andere kant kunnen de machten van de duisternis aan de gehypnotiseerde en/of hypnosetherapeut mededelingen doen met behulp van
“innerlijke stemmen”,
“innerlijke beelden”,
vinger- of handbewegingen,
inspiratie door bepaalde gedachten, dit met behulp van pendel of “automatisch schrijven”. In dit geval heeft de gehypnotiseerde de functie van een medium (pendelen/ spiritisme) .
In een toestand van trance spreekt een transcendente macht uit de mond van een gehypnotiseerde, maar nooit het onbewuste of het onderbewustzijn , zoals psychologen en psychotherapeuten ons willen doen geloven.
e. In werkelijkheid bestaat hypnose uit magisch-therapeutische praktijken. Zij moeten persoonlijkheid, gewoonten en gedrag geheel veranderen en weliswaar alleen met behulp van suggesties en visualisering.
f. Hypnose maakt gebruik van magisch-medische praktijken. Ogenschijnlijk kan hypnose een groot aantal ziekten genezen, verlichten of helpen vermijden met behulp van ontspanning en met behulp van suggesties en visualisering.
g. In werkelijkheid bestaat hypnose uit paranormale praktijken. Hypnose kan bovennatuurlijke verschijnselen en krachten oproepen. In een toestand van trance is de gehypnotiseerde veelal onaantastbaar en pijnongevoelig. (op vurige kolen lopen, operaties bijv.), ze kunnen niet geleerde talen spreken en/of verstaan, ze kunnen lichaamsdelen of ook het hele lichaam laten verstijven en ze hebben een buitengewoon goed geheugen.
4. Wat moet ik ervan denken ?
a. Hypnose is niet ongevaarlijk. Ze kan het lichamelijke en geestelijke welzijn beïnvloeden. Ze kan de geest verwarren en tot geestesziekten leiden. Dat bewijst ons de meestal warrig gestructureerde hypnoseliteratuur, op indrukwekkende wijze.
b. Hypnose bestaat uit pseudoreligieuze en magische praktijken. Hypnose werkt meestal met dezelfde technieken , zoals heksen, magiërs, yogi’s en sjamanen: met rituelen, lichaamshoudingen, ontspannings- en ademhalingstechnieken, concentratie- en oogtechnieken en bovendien met suggesties (bezweringsformules) en visualisering. Hypnose richt zich tot een bovennatuurlijke supermacht of superkracht, (misleidend het onbewuste of het onderbewustzijn genoemd), waaraan persoonlijke en pseudoreligeuze eigenschappen toegeschreven worden.
c. Hypnose is in directe tegenspraak met het Woord van God en met het christelijk geloof. Uit Bijbels standpunt opent hypnose de deur naar het rijk en naar de machten van de duisternis en opent ze niet de deur “naar binnen” of naar het onbewuste of het onderbewustzijn. Hypnose verandert de gehypnotiseerde in een medium, respectievelijk in een mediale persoonlijkheid, die door onzichtbare machten geïnspireerd en geleid wordt. Vanuit Bijbels standpunt mobiliseert en gebruikt hypnose de bovennatuurlijke krachten van demonische machten en niet “de innerlijke krachten” of “innerlijke bronnen”, zoals de literatuur beweert. Daarbij wordt een onbekende supermacht of superkracht opgeroepen (meestal het onbewuste of het onderbewustzijn genoemd.), met persoonlijke en pseudoreligieuze eigenschappen. Dat is afgodendienst!
d. Hypnose gaat tegen recht en wet in, als de betrokkene zonder uitvoerige uitleg en zonder uitdrukkelijke toestemming, waarbij gebruik gemaakt wordt van de afhankelijke relatie waarin iemand is, gedwongen wordt zoiets te moeten ondergaan, zoals in scholen.
Hypnose gaat lijnrecht in tegen het hypnoseverbod, hypnose gaat lijnrecht in tegen het therapieverbod en het staat lijnrecht tegenover het grondrecht van vrijheid van geloofs-, gewetensvrijheid en vrijheid van religie.
e. Vanuit deze achtergrond is hypnose in het onderwijs een moreel verwerpelijke en niet rechtsgeldige vorm van religieuze indoctrinatie en een antichristelijke zendingsdrang.
5. Hoe kan ik mij beschermen?
Laat je nooit hypnotiseren! Dat is het beste! Het probleem is echter , dat ons steeds minder meegedeeld wordt dat we gehypnotiseerd moeten worden. Daarom is het nodig dat u en uw kinderen de bovengenoemde hypnosepraktijken kennen en ze in voorkomende gevallen strikt weigeren. In veel beroepen waarin veel concentratie gevraagd wordt, is voorzichtigheid geboden. Onder omstandigheden zou je een beroep moeten opgeven of oppassen, dat de gedachten voortdurend heen en weer gaan, voor zover dat mogelijk is.
In tegenstelling tot de voortdurend herhaalde opmerkingen in de hypnoseliteratuur, behoort het rijden in een auto daar in de regel niet toe. Je moet je weliswaar op het verkeer concentreren, maar toch kun je tijdens een rit aan vele andere dingen denken. Je oplettendheid is er, maar niet alleen voor het autorijden. Bij het interactieve autoracespel is de concentratie wel volledig.
Zoals uitgelegd zou hypnose aan de deelnemer op vele en verschillende manieren een onzichtbare vriend en helper geven. Bekeerde christenen hebben geen andere onzichtbare vriend en helper nodig . Ze hebben al een onzichtbare Helper: JEZUS CHRISTUS! HIJ alleen is almachtig, alwetend, wijs en hulpvaardig en goed. We kunnen tot Hem spreken door het gebed en HIJ spreekt alleen tot ons door de Bijbel, het Woord van God en niet door het zogenaamde onderbewustzijn met zijn ”innerlijke stemmen”, “innerlijke beelden” of door vinger- of hand- of pendelbewegingen.
Ook wanneer de hypnoseliteratuur uit verstandelijke motieven steeds het tegendeel beweert: Hypnose is een vorm van magie! Hypnose is gevaarlijk! Hypnose gebruikt bovennatuurlijke krachten. Hypnose kan tegen iemands wil en zelfs zonder dat iemand er zich van bewust is, gebruikt worden!
Daarom juist dient u de aan het begin genoemde technieken te kennen en te vermijden.
Prof. dr. R.Franzke
De Kanjertraining – een geschenk ‘van boven’ of een product ‘van beneden’?
De Kanjertraining – een geschenk ‘van boven’ of een product ‘van beneden’?
Er steekt meer achter.
In de Handleiding Kanjertraining Basisonderwijs, gevat in een uiterst dikke multomap, schrijft Weide (ontwikkelaar van de – kostbare1 – Kanjertraining) in het eerste onderdeel, dat als titel heeft Uitgangspunten van de Kanjertraining, in paragraaf 10 onder de kop Theoretische achtergronden dat de training niet is ‘gebaseerd op een specifiek theoretisch model uit de literatuur’. Hij vervolgt met: ‘Toch doen we een poging de kanjertraining in kaart te brengen en doen dat aan de hand van … vijf modellen’. De dan door hem genoemde modellen wil ik zo dadelijk allereerst kort onder de loep nemen.2 Vooraf wil ik u echter deelgenoot maken van enkele door Weide geuite saillante opmerkingen in een telefonische reactie van hem naar aanleiding van de publicatie op de site van Bijbels perspectief3 met een uitgebreidere versie van de door mij voor Bijbel & Onderwijs gehouden lezing over de Kanjertraining.4 Zo gaf Weide namelijk iets voor mij opmerkelijks en vermeldenswaardigs aan: de Kanjertraining was te beschouwen als ‘van boven’, want Weide had zich door ‘het hogere’ geleid gevoeld. Om onder meer deze reden was hij dan ook ‘diep teleurgesteld’ over de inhoud van de publicatie. Hij gebruikte zelfs het begrip ‘pijn’, sprak over ‘afbranden’ en bezigde het begrip ‘oordelen’.
De gehouden lezing en de uitgebreidere gepubliceerde versie daarvan, en al evenmin dit artikel, hebben ‘oordelen’, ‘afbranden’ of een niet serieus nemen van intenties op het oog. Hoewel ik heb aangegeven als christen niet uit de voeten te kunnen met dergelijke abstracte beschrijvingen als ‘van boven’ en ‘het hogere’, maar graag concreet spreek over de drie-enige God, raakt(e) een en ander mij wel. Het mogelijk christenzijn van Weide is en wordt door mij niet betwijfeld en het spreken van Weide over ‘van boven’ en ‘het hogere’ vraagt dan ook absoluut aandacht. Het ging en gaat mij om een objectief beoordelen van de training op basis van het verzoek van B&O.
Waar blijft de noodzakelijke onderbouwing?
Het eerste wat mij in mijn onderzoek opviel (en opvalt5), is het gebrek aan wetenschappelijke verantwoording6. Een bewijs daarvan is bijvoorbeeld de aangehaalde’ intro’ in paragraaf 10. Een verantwoording wordt bij een en ander niet gegeven en is evenmin elders te vinden. Bovendien krijgt men bij onderzoek van bijvoorbeeld de vijf genoemde modellen de idee dat het verwijt van de schoolpsycholoog Bob van der Meer, dat Weide7 ten aanzien van onder meer de kanjerregels plagiaat pleegt, ook hier – tenminste deels – geldt. Wat zijn de ideeën van Weide zelf en, wat is door hem, in iets andere bewoordingen, waarom overgenomen?8 En ten aanzien van de vijf genoemde modellen: waarom deze keuzes?9 Doet Weide recht aan het inhoudelijke ervan?10 Een dergelijke aanpak onderstreept het flodderige van de methode, terwijl het taalgebruik in diverse onderdelen/publicaties horend bij de training populistisch genoemd moet worden en dat soms op het banale en onethische af – iets wat haaks staat op het doel: training in sociale vaardigheden. In een op verzoek van B&O te verschijnen brochure zal op onder andere deze en nog ander zaken nader worden ingegaan11. Kijken we nu naar (vanwege ruimtegebrek) enkele van de genoemde modellen en we betrekken daarbij de saillant genoemde uitspraken van Weide en doen dat vanuit de titel boven het artikel.
De achtergrond is humanistisch.
Toen ik Weide aansprak op zijn gebruik van ‘van boven’ en ‘het hogere’ en concreet vroeg waar dit zichtbaar werd binnen de training qua uitgangspunt en/of inhoud, was zijn reactie: ‘We zijn geen instituut voor evangelisatie’. In hoeverre is de Kanjertraining dan (nog) als een soort geschenk ‘van boven’ te beschouwen? Immers, de drie-enige God werkt nooit los van zijn Woord wat in dit geval concreet als logisch gevolg zou moeten hebben dat, zelfs al is de laatste reactie van Weide rechtmatig, het uitgangspunt of de referentiekaders bij en van de Kanjertraining tenminste niet in strijd zullen mogen zijn met het Woord van God.Of toch wel? Onderstreept het ongefundeerde aanhaken van Weide bij de door hem genoemde modellen niet de vaststelling zoals gedaan in de lezing: de training staat in principe haaks op het Woord van God? Wel, het ‘van boven’ en de geclaimde invloed van ‘het hogere’ zal inderdaad in het geheel niet blijken uit de gekozen modellen, echter wel het tegendeel.
Geen van de genoemde modellen geven namelijk ruimte aan of getuigen van ‘van boven’ en ‘het hogere’. Het humanistische model met het centrale thema van zelfverwerkelijking staat daar zelfs volkomen haaks op12 en voor God is geen enkele ruimte en al evenmin voor het gezag van zijn Woord. Als het bijvoorbeeld gaat om ‘schuld’, dan moet die altijd buiten de mens worden gezocht13, wat betekent dat de mens niet op ‘het zondaar zijn’ kan worden aangesproken. Het door Weide genoemde ecologisch model beschouwt probleemgedrag als ‘het gevolg van een verstoord ecosysteem’14. Van der Ploeg geeft aan dat men daarmee namelijk bedoelt ‘aan te geven dat het vooral om de interacties tussen het individu en omgeving gaat binnen een bepaald systeem’. Er is een soort psychologische acupunctuur nodig om het ecologisch evenwicht te herstellen15. Ook in dit model geen ruimte voor God en opnieuw ligt de oorzaak van de problemen elders.
Als één na laatste model noemt Weide het stressmodel. Zijn omschrijven lijkt een ‘verschuilen’ achter Van der Ploeg zonder uit- of toelichten. Ook binnen dit model geen plaats voor God en weer moet de oorzaak van problemen buiten het individu worden gezocht – bijv. de omgeving stelt te hoge eisen. Tot slot noemt Weide het psychosynthetisch model16 en hij schrijft: ‘Psychosynthese is te beschouwen als een transpersoonlijke psychotherapie.’ Hier dienen voor de christen de alarmbellen sowieso te gaan rinkelen! Dit model wordt gezien als horend tot de transpersoonlijke psychologie17 die zich zondermeer kenmerkt door een oosterse, esoterische ondertoon, holistisch van karakter is en past onder de noemer new age. ‘De psychosynthese van Assagioli is een transformatieproces, waarbij in de mens de macht van het ego naar het hogere Zelf verschuift’18. Het hogere zelf is ‘de bron van alle scheppende inspiratie’, vgl. de boeddha-natuur, goddelijke kern en de goddelijke vonk etc. Ofwel, het venijn zit wat de modellen aangaat bij Weide in de staart. Dit alles heeft niets van doen met ‘van boven’ maar juist wel met de tegenpool daarvan. Dat maakt dat met betrekking tot de Kanjertraining gesproken moet worden over een product afkomstig ‘van beneden’ (lees: van de duisternis). Een product waarvan een zich christelijk noemende school (en zeker ook de christelijke gemeente) zich beter kan distantiëren. En dan nog, is wat de Kanjertraining betreft, u de helft niet aangezegd.
drs. J.G. Hoekstra
1. De training en de daarbij behorende materialen zijn uiterst prijzig te noemen.
2. Op het eerste door Weide genoemde model, het psychodynamische model, wordt in dit artikel niet ingegaan omdat onduidelijk is welke keuze(s) Weide hier maakt/waar hij in deze voor staat. Het betreffende model kent namelijk meerdere stromingen. Bepaalde onderdelen van dit model zou je, ondanks de diversiteit in stromingen, concreet strijdig kunnen noemen met de Kanjerideologie. De grondgedachten van het model als zodanig gaan terug op Freud en dat betekent sowieso een clash met het christelijk geloof. Het model wordt wel in noot 10 in een daar voor zich sprekende context genoemd.
3. http://www.bijbels-perspectief.nl
4 Opgemerkt mag hierbij worden dat alle in deze publicatie/lezing genoemde personen en instanties uit fatsoensoverwegingen van de vermelding van hun naam/instantie op de hoogte zijn gebracht.
5 Het onderzoek van de training is namelijk nog niet volledig afgerond.
6 Er wordt, aantoonbaar, druk ‘gewerkt’ om het geheel achteraf wetenschappelijk te valideren en dat op een allerminst objectieve en professionele wijze – de uitdrukking ‘de slager keurt het eigen vlees’ is hier zeker toepasbaar. Zelfs de publicaties van drs. Vliek, die nota bene werkt aan een promotie op dit onderwerp, zijn niet sterk en overtuigend te noemen. Daarenboven/derhalve mag de vraag gesteld worden of een op dit onderwerp promoveren wetenschappelijk te verantwoorden is.
7 Onder meer Bob van der Meer, die als expert mag worden gerekend als het gaat om de aanpak van de pestproblematiek, uit vanuit zijn vakgebied niet mis te verstane kritiek op de Kanjermethode. Wat betreft het verwijt van plagiaat geeft hij op de site Pesten.net een uitgebreide verantwoording – http://www.bobvandermeer.info/. Tegelijk attendeert hij ook nog eens op een foutief interpreteren van geplagieerde regels door Weide.
8 Weide noemt tussen haakjes bij het eerste door hem genoemde model verwijzend Van der Ploeg (met als jaartal 1996). Wie kennis neemt van deze bron (J. v.d. Ploeg, Gedragsproblemen, Lemniscaat b.v., Rotterdam 1997 – hoofdstuk 4.2) zal bij lezing veel ‘overeenkomsten’ vinden.
9 Van der Ploeg behandelt in het genoemde hoofdstuk 4.2 vier van de vijf door Weide genoemde modellen + het gedragsmodel en het cognitieve model. De keuze van Weide in plaats daarvan voor (alleen) het psychosynthetische model krijgt geen toelichting. Zoals aangegeven, zondermeer ontbreekt elke toelichting.
10 Om in deze één model te noemen, het psychodynamische model. In Liesbeth Eurelings-Boentekoe, Jurrijn en Wim Snellen (red.), Handboek persoonlijkheidspathologie, Bohn, Stafleu, Van Loghum, Houten 2009 (hfdst. 11 (11.1.1 (p.201) pp 201-218)) wordt aangegeven: ‘Het psychodynamische gedachtegoed bestaat uit een rijk palet aan diverse stromingen’. Daarbij wordt onder andere gewezen op het gegeven dat ‘De Jonghe (Kort en krachtig, de Jonghe, F. Benecke NI, Amsterdam 2005) zelfs zes ‘deeltheorieën’ [noemt] binnen de psychoanalytische traditie: de drifttheorie, de ego-psychologie, de objectrelatietheorie, de zelfpsychologie, de hechtingstheorie en de primaireliefdetheorie’. Waar staat Weide voor, naar welke stroming/theorie neigt hij?
11 Zo zal in de brochure bijvoorbeeld aandacht geschonken worden aan een aantal door Van der Meer genoemde onethische zaken in voorbeelden, oefeningen etc., alsook aan het stigmatiseren door de training en het daarbij wel degelijk oordelen door Weide als het gaat om het pestslachtoffer.
12 Van der Ploeg stelt: ‘…zelfverwerkelijking vormt een belangrijk centraal thema in het humanistische model.’ (J. v.d. Ploeg 1997, p. 65). Vgl. als het gaat om Maslow en Rogers e.a. ook J.G. Hoekstra, De Focustherapie, Ik of… Christus, Johannes Multimedia, 2012 – hoofdstuk 2.1 p. 26 e.v. Het boek is als ebook gratis te downloaden via de site van de uitgever via: http://www.johannes-multimedia.nl/product_info.php/products_id/7446.
13 Het binnen de Kanjertraining niet willen spreken over dader en slachtoffer past bij dit model, echter, binnen de Kanjertraining blijkt het slachtoffer (konijn, gele pet) wel degelijk de klos – wat heet! Op dit punt wordt in de brochure nader ingegaan.
14 Vgl. J. v.d. Ploeg 1997, p.67 e.v.
15 Met deze beschrijving wil ik zeker geen positieve waardering geven aan de occulte geneeswijze acupunctuur. Het gaat slechts om een schertsend duiden.
16 Ontwikkeld door Roberto Assagioli, een Italiaans psychiater die dit model zelf omschreef als eerder een leermodel dan een therapiemodel.
17 In dit bestek gaat het te ver om deze stroming binnen de psychologie uit te werken. In de brochure zal daaraan alle nodige aandacht geschonken worden. Voor een inhoudelijke beschrijving wijs ik graag naar het in noot 11 genoemde boek De Focustherapie, Ik of… Christus, hoofdstuk 2.2 pagina 31 e.v.
18 Vgl. o.a. http://theorderoftime.org/ned/leden/harry/index.php/Site/RobertoAssagioli. Weide zegt: ‘Het systeem… probeert een verband te leggen tussen enerzijds de ziel en de theologie, anderzijds de persoonlijkheid en de psychologie. Uitgangspunten: Ken uzelf, wees meester over uzelf, vorm uzelf tot een nieuwe persoonlijkheid’ en ‘De ziel is de context, de “onbewogen beweger”, de persoonlijkheid is dynamisch…’.
Bijbel of Koran/De vraag naar de waarheid
door Els Nannen
Een boek dat in juni 2010 is uitgekomen. Op de achterzijde staat:
In Duitsland wordt al jaren tegen nieuwbouw van moskeeën geprotesteerd. In het referendum van november 2009 in Zwitserland werd nieuwbouw van minaretten door de bevolking afgewezen. Erdogan, nu premier van Turkije, noemde enkele jaren geleden in Keulen minaretten ‘bajonetten van de islam’. Velen maken zich zorgen, ook over de lichaamsbedekking (zgn. hoofddoekje) van de moslima’s. Zijn de zorgen overbodig of reëel? Zou een ‘Abrahamitische oecumene’ een optie zijn of een evangelieverkondiging, aangepast aan de islam?
In dit boek worden vooral diverse leringen van deze antitrinitarische, antichristelijke, antisemitische en tevens politieke religie puntsgewijs en gedocumenteerd besproken. Zendelingen die in islamitische landen werken en de Arabische taal beheersen, hebben deskundige informatie verstrekt. De bronnen van de islam, zoals Koran, sharia, Hadith en soenna, komen aan de orde. Bovenal worden de namen van de islamitische Allah en ‘Isa taalkundig geanalyseerd en inhoudelijk met de Bijbelse God en Jezus Christus vergeleken.
Inhoudsopgave
Woord vooraf
Inleiding
Het Arabische woord islam
Het Arabische woord Allah en zijn geestelijke betekenis
I De islam – de enige postchristelijke wereldreligie
II De islam – een antitrinitarische wereldreligie
Het Godsbeeld van de Koran
2.1 De Allah van de Koran – een andere god
2.2. De Heilige Geest volgens de Koran – een geschapen geest van deze Allah
III De islam – een antichristelijke wereldreligie
3.1. Mohammed en christenen in zijn omgeving
3.2. Jezus Christus, de Here – ‘geen andere Naam gegeven’ (Hnd 4:12)
3.3. De ‘Isa in de Islam – de Koraanse Jezus (2 Kor 1:4)
3.4. ‘Isa in Koranvertalingen
IV De islam – een uitgesproken antisemitische wereldreligie
Islamitisch rechtsgevoel
V De islam – een wetsreligie
De vijf verplichtingen – pijlers van de islam
VI De islam – een politieke wereldreligie
6.1. Moskee en moskeebezoek
6.2. De minaret – slechts een decoratieve toren?
6.3. Djihad en quital
6.4. ‘Uitverkoren’ tot de gewapende strijd voor Allah en de Islam
6.5. Religieuze basis van gewapende strijd tegen ‘ongelovigen’
6.6. Hindernissen voor integratie in een Westerse, democratische cultuur
VII De islam – een vrouwonvriendelijke wereldreligie
7.1. Het huwelijk in de islam
7.2. Polygamie, concubinaat en genothuwelijk
7.3. Lichaamsbedekking van de moslima in Koran en sharia
VIII Informatiebronnen van moslims
8.1. Koran en sharia
8.2. Hadith en soenna
8.3. De volksislam
8.4. Schriftislam contra volksislam
8.5. Wahhabieten
8.6. Sjiieten en soennieten
8.7. Takyia: verhullen en verheimelijken
8.8. ‘Rechtbanken’ in kerken?
IX Arabieren en de islam
9.1. Ismaël en de islam
9.2. Abraham – vader van de moslims?
9.3. Interreligieuze gebedsbijeenkomsten voor de vrede?
X Openbaring van Jahweh óf openbaring van Allah
Nawoord
Contextualisering – aanpassing van het evangelie aan de islam
Achtergronden van de evangelicale aanpassingsmethode
Doel van deze aanpassingsmethode
Gevolgen van deze aanpassingsmethode
Database van enkele artikelen
Data Base van gedocumenteerde publicaties over de islam
Moslimbroederschap: de spil van het moslimfundamentalisme.
Hans-Peter Raddatz
Hamburger Abendblatt, 2002 Verklaar moslims de vrede
Christine Mallouhi
Omstreden boek dat geen onderscheid maakt tussen moslims en islam en voorts een vijandbeeld oproept jegens de joden en Israel.
Literarische Fiktionen und politische Wunschbilder erschweren einen ehrlichen Dialog – Debatte
Hans-Peter Raddatz
Christen und Muslime im ‘Dialog’, Jochem Boelsche
Der Spiegel, Dez. 2001
Een Srilankees Christen wijst christenen de weg tot getuigen – geen pluralisme en multireligie
Acht getuigenissen van moslims uit diverse landen die tot Christus gekomen zijn
Islamitische en westerse waarden
Islamitische en Westerse waarden:
Vullen ze elkaar aan . . . of sluiten ze elkaar uit?
1. Eind januari 2004 is het rapport verschenen van de commissie-Blok ‘Bruggen bouwen’ – over 30 jaar integratiebeleid in Nederland. In dit rapport, maar nog meer in de reacties hierop door de Kamerfracties en de pers, wordt onderscheid gemaakt tussen geslaagde integratie en niet-geslaagde integratie. De Nederlandse samenleving kent veel voorbeelden van geslaagde integratie: Portugese joden, Franse Hugenoten, Chinezen, Molukkers, Surinamers enz. Maar met mensen afkomstig uit moslimlanden die de wetten van de islam blijven volgen, blijkt de integratie zeer moeizaam te verlopen, aldus het rapport.
2. Het rapport noemt een aantal factoren op die echte integratie moeilijk of onmogelijk maken, zoals het handhaven van de eigen – op moslimwaarden en sjaria-ethiek – gebaseerde cultuur. Voorbeelden hiervan zijn de sterke controle van naties als Turkije en Marokko, de dubbele nationaliteit (met zelfs de mogelijkheid om in vreemde krijgsdienst te moeten treden), het zoeken van een partner in het land van herkomst, de positie van de vrouw, de eerwraak en andere daden die in de Westerse cultuur als ‘crimineel gedrag’ worden beschouwd.
3. Direct na het verschijnen werden door de politiek twee belangrijke bezwaren tegen het rapport worden ingebracht:
Uiteraard mag het tweede punt niet aan de commissie worden verweten, omdat dit de taak is van de politiek en van het openbaar bestuur. Voor iedere eventuele maatregel dient voorts een breed maatschappelijk draagvlak te bestaan, waarbij ook de moslimminderheid tegen zichzelf (d.w.z. haar eigen denksysteem) beschermd moet worden. Het is de bedoeling van deze folder om aan de gewenste duidelijkheid bij te dragen. Hierbij zullen de begrippen ‘waarden’ en ‘ethiek’ door elkaar worden gebruikt.
4. De islamitische ethiek is gefocust op de volgende passage uit de Koran: “Het is geen deugd, dat gij uw gezicht naar het Oosten of naar het Westen wendt, maar waarlijke deugd is in hem, die in Allah, de Laatste Dag, de engelen, het Boek en de profeten gelooft en die van zijn vermogen geeft uit liefde voor Hem aan de verwanten, de wezen, de armen, de reiziger, de bedelaars en voor het vrijkopen van slaven en die het gebed onderhoudt en de zakaat betaalt. Verder in degenen die hun belofte nakomen, wanneer zij een belofte doen en de geduldigen in armoede, in kwellingen en in oorlogstijd. Dezen zijn het die bewezen hebben, waarachtig te zijn en dezen zijn de vromen.” (Soera 2:177). Hierbij vallen al direct twee zaken op:
5. Onze Europese (Westerse) culturen dragen het stempel van een joods-christelijk en humanistisch erfgoed, waar beide elkaar aanvullen en zonodig een eenzijdige interpretatie ervan (door de Kerk of de politiek) corrigeren. Tegenwoordig is men in onze Westerse landen geneigd te zwijgen over het joods-christelijke erfgoed (bijvoorbeeld in het ontwerp voor een Europese Grondwet of het recente rapport van de WRR over ‘waarden en normen’) en zich te beperken tot humanistische waarden die voortkomen uit de Renaissance en Verlichting. Daarmee doen wij echter onszelf tekort en zijn wij onvoldoende opgewassen tegen de uitdagingen waarmee de islam ons confronteert.
6. Het onderstaande is een poging om de waarden die voortkomen uit de Renaissance en de Verlichting in schema te brengen:
D. Waarden van de Westerse democratieën:
7. deze zgn. Verlichtingswaarden worden ook genoemd door het rapport dat de Wetenschap-pelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in dec. 2003 heeft uitgebracht. Hiermee hebben wij reeds een uitgangspunt verkregen waaraan de islamitische waarden kunnen worden getoetst. Terecht is door Kamerleden en redacties opgemerkt dat dit niet voldoende is, en wel om de volgende redenen:
8. Een wezenlijk onderzoek en debat over islamitische waarden in een Westerse samenleving is niet mogelijk wanneer men hier niet de religieuze factoren bij betrekt. Al is het christendom voor velen een gepasseerd station, de islam dwingt ons tot bezinning op religieuze factoren, zoals het bestaan van God, het begrip ‘openbaring’ en een leven na dit leven. Of men het nu wil erkennen of niet, het is een feit dat de bronnen van onze gemeenschappelijke Europese cultuur (mede) zijn verankerd in de joods-christelijke ethiek. Zonder deze bronnen is het niet eens mogelijk om de grote producten uit onze cultuur, zoals de schilderkunst, de muziek en de literatuur, op hun waarde te schatten.
9. De joods-christelijke ethiek is onder meer afgeleid uit de Tien geboden uit het Oude Testament en de Bergrede uit het Nieuwe Testament. Deze ethiek geldt deze niet alleen binnen het jodendom en het christendom, want de joods-christelijke ethiek is van universele waarde en zijn de grondslag voor elke beschaving. In het Nieuwe Testament wordt deze ethiek samengevat met de woorden: “Alles nu wat gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo; want dit is de wet en de profeten,” Aldus luidt de zogenaamde Gulden regel, die in ons spraakgebruik echter in negatieve termen is verwoord.
10. Nu zullen de moslims dat ook zeggen van de islamitische ethiek, die is gebaseerd op uitspraken in de hadieth en gecodeerde wetten in de sjaria. Het grote verschil met de judeo-christelijke ethiek is echter dat islamitische ethiek onlosmakelijk verbonden is met de islam als religie; in hun ogen zijn seculaire moslimstaten als Algerije, Turkije en Egypte afvallig, met alle dynamiek die dit met zich meebrengt. Judeo-christelijke ethiek geldt juist wèl universeel, ook voor seculier-democratische staten. )
11. De joods-christelijke ethiek gaat uit van de volgende trits:
Gerechtigheid; Barmhartigheid; Waarheid
Op grond hiervan kunnen wij onderscheid maken tussen drie groepen van kernwaarden:
A. Alle mensen behoren tot de familie der mensheid:
Wijsheid
Naastenliefde
Betrouwbaarheid
B. Alle mensen zijn rentmeester van Gods schepping:
Gehoorzaamheid
Verantwoordelijkheid
Waakzaamhei
C. Sociale verbanden tussen mensen onderling:
Ontplooiing
Herkansing
Onderscheidingsvermogen
12. Op zoek naar een islamitische ethiek troffen we op de moslimwebsite www.harunyahya.com onder meer ‘The True Islamic Morals’ en ‘Righteous Deeds.’ Hierop komen begrippen voor als ‘barmhartigheid, tolerantie en vrede’. Die klinken goed in Westerse oren en wekken de verwachting dat het mogelijk is te komen tot ‘gemeenschappelijke ethische waarden en normen’. Dit kan echter niet worden afgeleid uit de hierin vermelde soera, en al evenmin uit de “gezegende geschiedenis van het eeuwenlang durende Ottomaanse rijk”. Wij moeten namelijk bedenken dat zulke woorden alleen gelden voor moslims en niet voor ‘ongelovigen’ (kafirs). De islam maakt namelijk nadrukkelijk onderscheid tussen de moslims en alle andere mensen, die blijkens Soera 5:60 gelden als (de afstammelingen van) ‘apen’ (de joden); ‘zwijnen’ (de christenen) of ‘demonen’ (de overigen of ‘heidenen’) )
13. Een praktische consequentie ervan is de volgende. Hoewel ook de moslimlanden in 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hebben getekend (maar niet geratificeerd) hebben zij deze naderhand vervangen door hun eigen Universele Islamitische Verklaring van Mensenrechten uit Cairo (1981). Daarin worden alle nationale wetten der volken (en alle internationale afspraken) ondergeschikt gesteld aan de sjaria, die zich primair richt op de Oemma Islamia, de wereldwijde moslimgemeenschap. Zoals de hadieth (= mededeling) het leven van de individuele moslim richt op de profeet, zo geeft de sjaria (de weg) gedetailleerde instructies voor de moslimsamenleving als Dar al-Islam (Huis of Staat van de islam). Daarin is geen ruimte voor enige scheiding van staat en moskee; landen zoals Turkije waar dit wel zo is, worden beschouwd als onorthodox en afvallig!
14. Op grond van een nauwkeurig bestuderen van zowel de moslimgeschriften als hun geschiedenis kunnen wij nu de bovengenoemde schema’s van Westerse ethiek gaan invullen voor de islamitische ethiek. Volgens Westerse maatstaven gaat de islamitische ethiek uit van een dubbele moraal:
15. Dit leidt tot de volgende schema’s voor moslimethiek, zoals die voor buitenstaanders worden toegepast en/of begrepen worden:
A’ Alle mensen die behoren tot Oemma Islam
Eerwraak als rechtspleging
Vrouwen gelden als bezit
B’ Zolang nog niet de hele wereld Dar al-Islam is
Drievoudige jihad: inspanning; strijd met woorden en daden
Alles doen om sjirk (heiligschennis) te voorkomen
C’ Sociale verbanden tussen mensen onderling:
De universele Dar al-Islam
Hudna: bedrieglijk verbond
D’ Moslim interpretatie van democratie:
16. In de geschiedenis van Europa is telkens weer gebleken wat een verschillende inhoud aan belangrijke basisbegrippen wordt gegeven. Wij noemen hiervan drie voorbeelden
a. Recht en gerechtigheid.
De oorspronkelijke betekenis hiervan is ‘evenwicht bepalen resp. herstellen.’ Het hangt er nu maar van af wat men onder ‘evenwicht’ verstaat en hetzelfde kan men zeggen over wat men moet doen wanneer het evenwicht is verbroken.
Joden en christenen verstaan daaronder de heilzame wetten van God die een samenleving leefbaar maken. Na het breken ervan volgt vergelding (in 1972 geschrapt uit het Wetboek van Strafrecht) en rehabilitatie.
Humanisten leggen de nadruk op gelijke kansen voor iedereen, maar verschillen van mening over de functie van de overheid. Na het breken van wetten geld vooral tolerantie en eventueel maatschappijvernieuwing.
Moslims zien ‘gerechtigheid’ vooral als de ‘eerbalans’ van individuen, families/clans tot aan de Oemma Islam toe: de wereldwijze gemeenschap van moslims . Na het breken ervan volgen acties als eerwraak, vanaf het doden van een te Westers meisje tot aan ‘nine-eleven’ toe.
b. Vrijheid, met name vrijheid van godsdienst en gewetensvrijheid. Ook dat wordt verschillend geïnterpreteerd:
Joden en christenen hanteren het begrip ‘vrijheid in gebondenheid’, d.w.z. er is vrijheid van godsdienst en ideologie en vrijheid van meningsuiting, maar die vrijheid wordt beperkt wanneer die andere burgers zou aantasten door (oproepen tot) haat en tot moord.
Humanisten zien vrijheid als (bijna) het hoogste goed met zo min mogelijk beperkingen.. Zij zien het belang niet in van godsdienst en voor hen zijn dan ook alle godsdiensten gelijk. Momenteel wordt het Westen zelfs door moslimgeleerden gewaarschuwd tegen het misbruik maken van de vrijheid van godsdienst!
Overeenkomstig de Koran, zien moslims de godsdienstvrijheid uitsluitend vanuit het standpunt van de islam. Volgens hen heeft Saoedi-Arabië dan ook een hoge mate van godsdienstvrijheid en is die in het Westen maar matig. Het bekende vers uit Soera 2 “Er is geen dwang in de godsdienst” geldt dan ook alleen jegens hen die moslim willen worden, maar beslist niet jegens degenen die de islam willen verlaten.
c. Democratie
In Westerse landen worden de moslimminderheden steeds sterker bepaald bij hun eigen sjaria-wetgeving. Dat begint meestal met hun interne (familie-)zaken die raken aan het publieke domein. De vraag is op welke wijze deze geheel verschillende stelsels op elkaar zijn af te stemmen, indien dat al mogelijk zou zijn.
Voor de moslims is het kalifaat het uitgangspunt voor democratie, dat is de vertegenwoordiging van Allah’s regering op aarde. Elke gemeenschap die voldoet aan de eisen van towhid (zich buigen voor Allah) en risala (aanvaarden van de Koran en hadieth) valt hieronder. Dit komt erop neer heel het leven wordt gesteld onder de sjaria. Zie www.jamaat.org/islam/HumanRightsPolitical.html
De conclusie is dat in de Westerse democratie de overheid zich richt naar de wil van het volk, terwijl bij de moslim-democratie zowel de overheid als het volk zich richt op de wil van Allah. Maar dan wordt het slechts een woordenspel: waarom niet eenvoudig stellen dat de islam geen democratie erkent en spreken van Allahcratie?
17. Soms spreken moslims Westerse mensen aan op schoonklinkende ethische waarden zoals gerechtigheid, barmhartigheid, zuiverheid. Wat moeten wij daar, in het licht van het voorgaande nu van denken?
18. Nu kan ook de vraag beantwoord worden: zijn islamitische waarden en Westerse waarden met elkaar verenigbaar? Bij het formuleren van het antwoord dienen wij te letten op de twee belangrijkste moslimdeugden:
Onze conclusie biedt de duidelijkheid die het voornoemde rapport ontbeerde: onder ogen zien dat islamitische waarden onverenigbaar zijn met Westerse waarden. De geschiedenis leert dat dit op den duur tot onomkeerbare conflicten zal leiden.
19. Tenslotte de vraag welke maatregelen worden aanbevolen. Evenals de Commissie-Blok, kunnen wij daar niet op vooruit lopen. Wel willen we de ernst benadrukken van de situaties die ontstaan wanneer moslims – in een land, in een provincie, in een stad – de macht in handen krijgen of zelfs wanneer zij ergens een ‘kritische minderheid’ gaan vormen. In dat geval hebben de niet moslims de keus tussen drie, mogelijk vier, mogelijkheden (tenminste, als hen die keus wordt gelaten):
a. worden geliquideerd;
b. zich bekeren tot de islam, resp. als nieuwe vrouw toegevoegd worden aan een moslim;
c. het land/gebied verlaten (meestal alleen in een vroeg stadium, met achterlating van alle bezit);
d. als dhimmie in het land/de stad verblijven, en op allerlei wijzen als tweederangsburger vernederd worden en een speciale beschermbelasting opbrengen, die kan oplopen tot 80%.
Zo werd de islam door de eeuwen heen verbreid en zal daar zeker niet mee stoppen, gebruik makend van de zwakheden en besluiteloosheid van de Westerse democratieën en met alle middelen die hen ten dienste staan.
20. Westerse christenen en democraten zullen er terecht voor terugdeinzen om dezelfde methoden te gebruiken, maar het kan geen uitstel velen dat de samenleving zich tijdig gaat bezinnen op de te nemen maatregelen. Demografisch gezien zullen onze grote steden al binnen 10 jaar, en onze landen als geheel hoogstens 10 jaar later, met deze radicale islamisering te maken krijgen.
Register van islamitische stromingen en Arabische woorden
Register van islamitische stromingen en Arabische woorden
Bron: “Bijbel of Koran. De vraag naar de Waarheid”. Zie webshop.
boekbespreking over de islam
Bespreking van enkele toonaangevende boeken over de islam, die bij het onderwijs aan de orde kunnen komen.
Wij maken hierbij onderscheid tussen boeken die uitgaan van dezelfde uitgangspunten als wijzelf, en boeken die volgens ons een vertekend (meestal te rooskleurig en verhullend) beeld van de islam geven.
Wie is deze Allah, de god van de moslims?
Door de Nigeriaanse islamoloog G.J.O. Moshay. Door een vergelijking van Gods openbaring in de Bijbel en Allah’s ‘openbaring’ in de Koran stelt hij zijn lezers in staat hun eigen conclusies te trekken.
Kinderen van Ismael, Acht getuigenissen van moslims uit diverse landen die tot Christus gekomen zijn; uitgave Arabische Wereldzending.
De waarheid delen in liefde
De Srilankaanse intellectueel en leider van Youth for Christ Arjith Fernando, wijst christenen de weg om te midden van religieus pluralisme en een multireligieus aanbod trouw te zijn aan Jezus’ opdracht: “Verkondig het Evangelie en maak al de volken tot mijn discipelen.” Uitg. Medema, €19,95
Sultana
De Amerikaanse Jean P. Sasson geeft een beeld van het leven aan het koninklijk hof van Saudi-Arabië. Het leven in een land waar de sharia geldt, wordt met informatie uit de eerste hand weergegeven. Uitg. Bruna, 246 blz.
Het gesloten koninkrijk
door Carmen Bin Ladin, uitg. Mouria, 2003, 224 blz. Carmen Bin Ladin beschrijft haar leven en dan met name de periode, dat ze in Saudi-Arabië woont. Aanleiding tot het schrijven van dit boek is de bekende aanslag op het World Trade Centre op 11 september 2001, waardoor haar naam haar leven en dat van haar drie dochters volledig op zijn kop zet.
Dezelfde God? Jezus, heilige Geest, God in het christendom en in de islam
De Australiër, dr. Marc Durie, vergelijkt in dit boek de Here (JHWH) van de Bijbel met de Allah van de Koran en toont vanuit studie van de geschriften van de islam en het christendom aan, dat de Here God en Allah in veel opzichten verschillen. Zij hebben zulke verschillende persoonlijkheden en capaciteiten, dat van hen niet gezegd kan worden, dat ze dezelfde God zijn. Uitg. Victory Publications, 158 blz., € 14,75
Bijbel of Koran/ De vraag naar de Waarheid
door Els Nannen Uitg.: Bijbel & Onderwijs en Johannes Multimedia, 80 blz., € 5,95 (zie webshop).
Ibrahiem en Abraham, koran en bijbel verteld voor kinderen
Een opmerkelijk boek: een Kinderbijbelkoran! Een boek dat ervan uitgaat dat je elkaar moet leren kennen om met elkaar te kunnen samenleven. En dat daaraan een (onmogelijke) bijdrage geeft voor het onderwijs op christelijke, moslim- en samenwerkingsscholen.
Islam verhalenderwijs, door dr. Anton Wessels
Dit boek is te beschouwen als een verrijking voor iedereen die over de grenzen van de eigen cultuur wil heenzien naar de uitgebreide verhaaltraditie uit de moslimculturen.
Bezwaren: sterk relativeren van de eigen christelijke godsdienst en geen kritische toets van de islam aan zowel de Bijbel als aan Westerse waarden en normen.
Waarden en normen
Waarden en normen hebben een bron.
WAARDEN EN NORMEN (wat wij onze kinderen (willen) leren.)
Normen worden gedefinieerd als maatstaven, regels, richtsnoeren, modellen. Allereerst voor het denken en van daaruit voor het handelen in het dagelijkse leven. In de opvoeding en het onderwijs zijn normen onderdeel van de persoonsvorming.
In het maatschappelijke verkeer worden allerlei verschillende normen gehanteerd: christelijke, humanistische, postmoderne, islamitische normen, enz. Normen gelden voor het handhaven van een bepaalde toestand, bijvoorbeeld de veiligheid.
In een complexe samenleving kunnen met eenzelfde woord verschillende begrippen aangeduid worden, die soms haaks op elkaar staan. Daardoor verstaan groepen mensen iets geheel verschillends onder termen als eer, tolerantie, gerechtigheid, enz.
Daardoor gelden in de verschillende groepen mensen ook verschillende normen. De vraag is dus: “Welke toestand wil men beschermen door het afspreken van normen? Wat wil men door normen veilig stellen?” Anders geformuleerd: “Welke waarden wil men beschermen?”
Wat bepaalt de waarde van de mens?
Is de waarde van een mens in geld uit te drukken?
Bij de politieke discussie over de verdeling van de kosten ontkomt men niet aan de (al dan niet bewuste) bepaling van de waarde van het menselijke leven in geld. Men moet dan lastige overwegingen maken: “Wat zijn de kosten van een geneeskundige behandeling in relatie met de te verwachten levensduur.” “Mag een gezond levensjaar maximaal € 80.000 kosten of meer?”
Als men bij dergelijke overwegingen ook nog over de eigen grenzen zou kijken, zouden de beslissingen nog lastiger worden. Kan men met een goed geweten in een welvarend land stoffelijk welzijn beleven ten koste van erbarmelijke leefomstandigheden waarin men werkt in de ontwikkelingslanden? Daarbij komt dan nog de vraag: “Wat is kwaliteit van leven?”
Bij kwaliteit van leven gaat het blijkbaar niet alleen om het functioneren, maar ook om wat iemand van zijn of haar functioneren vindt. Waarop is dit bevinden gebaseerd?
Er ontstaat een kringloop: meningen – normen – waarden – meningen.
Als men nadenkt over deze vragen stuit men op de vraag: “Is er een referentiepunt voor de waarde van een mens?”
De mens: een complex wezen.
Over de waarde van een mens wordt totaal verschillend gedacht in verschillende culturen.
In de joods-christelijke traditie wordt de mens gezien als schepsel van God, dat naar Zijn beeld als drie-eenheid geschapen is: geest-ziel-lichaam. Er wordt vanuit dit geloof groot belang gehecht aan de waardigheid van het menselijke leven. De mens heeft zelfs oneindige waarde. De normen dienen afgeleid te zijn van het Woord van de Schepper dat geopenbaard is in de Thora/ Bijbel, die gezien kan worden als een “gebruiksaanwijzing” voor het “maaksel mens”.
Vanuit atheïstisch en materialistisch oogpunt loochent men een geestelijke Schepper, aan wie men verantwoording schuldig is. Volgens die visie heeft de mens geen eeuwige onstoffelijke persoonlijkheid en is met de dood alles afgelopen. De evolutietheorie van Darwin paste uitstekend bij deze autoritaire neiging van de mens.
Hier rijst de vraag: “Wat blijft er over van de waarde van een mens als geëvolueerd dier?” Als wij een product zijn van ’toeval’, in de zin dat er geen rationele Schepper achter ons bestaan zit, heeft de mens in zichzelf geen waarde. De waarde van een mens zal dan afhangen van de visie die de meerderheid van de betreffende gemeenschap heeft. De normen zullen dan variëren al naar gelang de wil van de regerende macht. Extreme voorbeelden leveren de dictaturen met gelegaliseerde eugenetica (rasverbetering) en euthanasie (actieve levensbeëindiging).
Wat leren wij onze kinderen en wat willen wij onze kinderen leren ?
Als we willen dat kinderen normen leren, is het belangrijk dat we weten op welke basis ze gegrond zijn.
Opvoeding gebeurt voor een belangrijk deel zonder woorden. Kinderen nemen bewust of onbewust het gedrag van de voor hen belangrijke ouderen over. Voor ouders en leerkrachten begint het opvoeden dan ook met zelfopvoeding.
Voor het christelijk geloof ligt de waarde van de mens in “schepsel zijn van God”, dat naar Zijn beeld geschapen is.
God is Geest en de mens heeft ook een geest.
Van nature is de menselijke geest niet gericht op zijn Schepper, maar staat onder invloed van de geest die in de wereld heerst. Die geest maakt dat de normen en waarden in de wereld gericht zijn op het lichaam en niet op de onsterfelijke ziel van de mens.
Jezus Christus is als eniggeboren Zoon van God de Vader (dus van hetzelfde wezen), in een menselijk lichaam naar de aarde gekomen om de weg te wijzen hoe we weer geestelijk in contact kunnen komen met onze Schepper. Door dit contact wordt de mens wederomgeboren ( “van boven af geboren”). Dan ziet men dat allerlei discussies en controversen tussen groepen mensen veroorzaakt worden door een verschil in geestelijke bron.
Enkele voorbeelden
Hoe te
oordelen over:
Uitgaande van bijv.
het geloof in evolutie:
?
?
?
Onveranderlijke normen
dr. W. Hoek
Theïstishe Evolutie
Moet men kiezen: intelligent ontworpen schepping (ID), toevallige evolutie of is een compromis mogelijk: theïstische evolutie?
Definitie van de begrippen
Schepping
Het scheppingsmodel is gebaseerd op de gedachte dat er een onzichtbare Schepper is die men, door het verstand te gebruiken, ook kan kennen uit Zijn creatie, de schepping.
Evolutie
Volgens de evolutietheorie denkt men dat het leven op aarde ontstaan is via een geleidelijk proces waarbij een steeds hogere chemische en biologische ordening en zelfs intelligentie toevallig ontstaan is.
ID
Intelligent design, (intelligent ontwerp) is een beweging die de opvatting verbreidt dat bepaalde karakteristieken van het heelal en organismen het best worden verklaard als het werk van een intelligente “ontwerper”.
Theïstische evolutie
Theïstisch evolutionisten denken dat het geen verschil maakt of God de mens rechtstreeks naar Zijn beeld schiep of gedurende een miljoenen jaren durend proces via een aapachtige voorvader. Het theïstisch evolutionisme is een poging de Bijbel in overeenstemming te brengen met de historische wetenschap van de evolutie.
Conclusie:
Er zijn groepen mensen die totaal verschillend denken over de oorsprong van de ons omringende wereld. Dat roept de vraag op: wat zijn gedachten eigenlijk?
Wat zijn gedachten?
Albert (A) praat over een kanarie. Als Bernhard (B) niet weet wat een kanarie is, hebben de woorden van Albert geen betekenis voor hem. Als Bernhard wel weet wat een kanarie is, krijgt hij gelijke gedachten als Albert. De woorden hebben dan betekenis voor hem, ze dragen informatie over. Dat roept de vraag op naar de herkomst van informatie.
Informatie en informatiedrager
De informatiedragers, bord en krijt, hebben gewicht (massa) en zijn materie (stoffelijk). De informatie over de kanarie en de haan is niet-materieel. Die informatie is onzichtbaar door de lucht gegaan en zit vervolgens in de hoofden van de kinderen.
Stel dat een leraar een kanarie op een bord tekent. Alle kinderen begrijpen nu wat een kanarie is. De tekening is informatie en de inhoud van de informatie is begrijpelijk. Het bord en het krijt zijn materie en de tekening brengt informatie over.
Dan veegt de leraar het bord schoon en tekent een haan op het bord.
Hij gebruikt hetzelfde bord en krijt om informatie over een haan te geven. Door het schoonvegen en opnieuw beschrijven, zijn het bord en het krijt niet veranderd (het enige verschil is dat een stukje van het krijt fijn verdeeld krijt is geworden). Er is wel twee keer verschillende informatie doorgegeven.
Dit voorbeeld is ook toe te passen op het werken met een computer. De computer, de harde schijf en de toetsen van het keyboard zijn stoffelijke informatiedragers, de informatie en de gedachten in het hoofd van de mens zijn niet stoffelijk.
Nog een informatiedrager: het DNA
Nu een sprong naar de informatiedrager in onze hoofden, in ons brein. Hoe is dat brein ontstaan? Welke eiwitten in ons lichaam gevormd worden, hangt af van de erfelijke informatie die opgeslagen ligt in het DNA van onze genen. Het DNA is te vergelijken met een bouwtekening die op het bord geschreven wordt.
Hoe ontstaan gedachten?
Terug naar ons denken, onze gedachten, hoe ontstaan die? Gedachten ontstaan door informatie. Informatie ontstaat uit gedachten. Waar ligt het begin; wat is de oorsprong?
Waar is de bron?
Als men doordenkt, dan is de logische conclusie dat de allereerste gedachte (of informatie) een onstoffelijke (geestelijke bron) gehad moet hebben. De meest eenvoudige verklaring lezen we in de Bijbel:
In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is. (Johannes 1: 1-3)
Dat is dan ook het uitgangspunt van het scheppingsmodel. Vertrouwen op dit Woord opent de ogen voor de hogere dimensie van het waarneembare. En vanuit dat vertrouwen (geloof) krijgt men een helder zicht op het scheppingsmodel.
In de evolutietheorie wil men niet vanuit dat geloof denken. Men denkt dat er langs wetenschappelijke weg een materialistisch bewijs voor de herkomst van de informatie gevonden zal worden. Dat roept de vraag op: sluiten geloof en wetenschap elkaar uit?
Is er tegenstelling tussen geloof en wetenschap?
Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de verschillende wetenschappelijke disciplines.
Natuurwetenschappen
Door experimenten, die in het heden herhaald kunnen worden, ontdekt men wetmatigheden die in de stoffelijke natuur gelden. Op grond van die ‘natuurwetten’ kan men vliegtuigen fabriceren, chemische stoffen maken enz.
De natuurwetten geven een vaste basis waarop men kan bouwen en vertrouwen. De stoffelijke wereld die de mens om zich heen gemodelleerd heeft, is gebaseerd op natuurwetmatigheden.
Uit ervaring vertrouwt elk mens erop, dat ook morgen onder invloed van de zwaartekracht voorwerpen naar beneden zullen vallen.
Menswetenschappen (filosofie, psychologie, economie, enz.)
Hierbij onderzoekt men het ‘waarom’ mensen een bepaald gedrag vertonen en stelt men modellen op om dat gedrag te verklaren of te voorspellen. Het gaat dus om het veranderlijke wezen: mens. [Bij economische voorspellingen geeft men dan ook terecht als waarschuwing mee: resultaten in het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.]
Historische wetenschappen
Geschiedenis wordt standplaatsgebonden en doelgericht geschreven. ‘Kijken’ in het verleden is afhankelijk van de ‘bril’ waardoor men kijkt.
Mengvormen
Evolutiebiologie, evolutie-astronomie, evolutie-geologie enz. zijn een mengvorm van twee wetenschappen. Bv. onderzoek aan levende wezens om de genetische code te ontrafelen is natuurwetenschap, maar modellen voor de oorsprong van het leven liggen op het terrein historische wetenschap of filosofie.
Bezwaren tegen theïstisch evolutionisme
Theistische evolutionisten geloven dat God het heelal, de aarde en al het leven over een tijdsperiode van miljarden jaren geschapen heeft en al het leven door het proces van evolutie.
Ook veel theologen zijn theïstische evolutionisten, omdat ze denken dat de evolutietheorie wetenschappelijk vast staat. Er zijn echter ernstige bezwaren tegen deze visie en het is goed als ouders hun kinderen daarop wijzen.
De evolutiehypothese is een bepaalde zienswijze op de oorsprong van de mens. Men interpreteert wat men ziet in het kader van waaruit men kijkt. Als men bijvoorbeeld denkt dat de mens een geëvolueerde aap is, zal men opgegraven skeletdelen anders interpreteren dan als men denkt dat die mens aan een ziekte geleden heeft. De evolutiehypothese is niet door experimenten in het heden te herhalen, zoals bij de technische wetenschap, dat is een natuurwetenschap waarvan de resultaten berusten op natuurwetten.
De veronderstelling dat God door middel van miljoenen jaren van strijd op leven en dood uiteindelijk een geëvolueerd wezen Adam noemde, is in tegenspraak met het Bijbels getuigenis dat de dood pas intrad door de mens en teniet gedaan wordt door Jezus Christus.
Conclusie
Theïstische evolutionisten onderscheiden niet het verschil in natuurwetenschappelijke bewijsvoering en de interpretatie van de historische wetenschappen, die standplaatsgebonden en doelgericht zijn. Zij accepteren niet onvoorwaardelijk de goddelijke inspiratie van de Bijbel (2Petr 1:21) en de uitspraken van de Here Jezus (Joh 5:46,47; Mat 19:4-6). De hypothese van de biologische evolutie van de mens vanuit een oercel via een proces van strijd en dood, geeft logische problemen wat betreft de zondeval door één mens (Rom 5:12), waardoor de dood zijn intrede deed. Daardoor wordt het voor logisch denkende kinderen moeilijk de noodzaak van een laatste Adam te zien (Rom 5:14; 1Kor.15:45). Theïstische evolutionisten zien niet, dat er meer wonderen staan in de Bijbel die geloof vereisen: met als climax het geloof in de opstanding van Jezus Christus.
dr.W.Hoek