Kinderyoga, christelijke yoga, heilige yoga. Een kleine opsomming die weergeeft hoe de heidense, hindoeïstische yoga zijn plaats verovert. Is “en neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis” (Ef 5: 11) onbekend geworden? Hoe fundamenteel laat prof. Reinhard Franzke de achtergronden van de yoga zien.
Wat is yoga? Wat is yoga echt?
Inleidende opmerking
Yoga, zo lijkt het, is een verschijnsel dat iedereen al kent. Christelijke media houden zich steeds minder bezig met yoga. Er zijn chronologisch afgebakende thema’s en verschijnselen en er zijn permanente thema’s die wij niet terzijde mogen leggen. Tot de laatste categorie behoren alle esoterische verschijnselen die zich wereldwijd uitbreiden. Het zijn in principe blijvende thema’s waarvan de betekenis groter wordt en die de christelijke media echter meer en meer negeren. Veel nieuwe spirituele praktijken worden veelal helemaal niet meer als thema aan de orde gesteld. Dat is onverantwoord. Steeds vaker worden christenen in alle mogelijke levenssferen buiten de eigen gemeenschap, met niet-christelijke leerstellingen en praktijken geconfronteerd, die de gelovigen van het Woord van God en van Jezus Christus wegleiden. Daarbij moeten ook christenen ‘andere goden’ en goddelijke wezens aanroepen en aanbidden resp. om raad en hulp vragen. Dat geldt ook en met name voor yoga. Juist een dezer dagen werd ik meermaals door orthopeden aangemoedigd om naar yoga te gaan. Op de Duitse televisie werd yoga als ‘nieuwe tak van sport’ gepresenteerd. En op scholen hoort yoga al bijna tot het verplichte repertoire. Bovendien behoort yoga intussen tot bijna alle fitnessprogramma’s en de gymnastiek voor ouderen en zieken. Tenslotte praktiseren veel christenen yoga, buiten en binnen de gemeente. Tegen deze achtergrond rijst in uiterst scherpe bewoordingen de vraag: Wat is yoga? Wat is yoga echt? Kunnen en moeten gelovige christenen en hun kinderen yoga beoefenen?
I. Doelen en beloften
In het verre Oosten, zo bijv. in India, is yoga een religieuze discipline! Daar moet yoga tot een relatie en vereniging met Brahman, ‘God’, het goddelijke, de goden of goddelijke wezens alsook tot zelf- en godskennis, tot verlichting, verlossing en bevrijding leiden; deze yoga kan zogenaamd volkomen, gelukzalig, almachtig en alwetend maken. Deze yoga kan bovennatuurlijke krachten (de ‘siddhis’) tot stand brengen. Tot de siddhis behoren onder andere de kunst van het vliegen, de kunst om zich onzichtbaar te maken en de kunst om in de lichamen van anderen (!) binnen te dringen. In het Westen wordt yoga als een ontspanningsmethode en/of therapie alsmede als nieuwe tak van sport ‘verkocht’; in het Westen is yoga blijkbaar een universeel wonderprogramma. Met yoga is naar het heet bijna alles mogelijk. Yoga kan en moet stress bestrijden en ontspannen, innerlijke rust en innerlijke vrede brengen, ‘innerlijke hulpbronnen’ mobiliseren, lichamelijke en geestelijke ziekten genezen, helpen verzachten of voorkomen, de conditie bevorderen, het welzijn en de persoonlijkheid, de zelfbewustwording en de zelfverwezenlijking, het kennen van de (hogere of ware) eigenpersoon en de waarheid bevorderen en nog veel meer. Enkele yogascholen en professoren durven te beweren dat yoga hartkwalen kan doen verminderen of verdwijnen en hartoperaties overbodig maken.
II. Leersysteem en basisconcept
Naar de mening van het verre Oosten moet yoga een onbekende levensenergie (prana, kundalini) opwekken en laten ‘stromen’. Naar men beweert stroomt zij door energiekanalen, de “nadis”; zogenaamd concentreert zich deze levensenergie in de energiecentra of chakra’s, die met goden (!?) verbonden zijn. In essentie is yoga een geestelijke of spirituele discipline: yoga-oefeningen moeten de geest bedwingen, controleren, beheersen, in een toestand van rust, stilte en leegte brengen, het ‘denkwerk ‘stil zetten, de activiteit om te denken uitschakelen en de beoefenaar ervan naar een trance-achtige (zogenaamd ‘hogere’, ‘verruimde’) bewustzijnstoestand leiden. Daarvoor dient een rij van basisoefeningen en basistechnieken.
III. Basistechnieken
1. Trance-inductie
Yoga is een techniek in het inleiden in trance, een trance- en ‘doorway’techniek. Na een enkele oefening leiden de praktijken van yoga naar een staat van TRANCE, die de deur naar de onzichtbare wereld opent.
Daarvoor dienen (zoals zo vaak) …
… een rituele setting, een speciale (rituele), rustige en eventueel geblindeerde kamer, een bijzonder (ritueel) tijdstip van de dag, kaarslicht, wierookstaafjes, meditatieve muziek, speciale (rituele) lichaamshoudingen (dodenhouding, lotuszit) en lichaamsoefeningen (de asana’s); speciale rug-, been-, voet-, hand-, vinger-, tonghouding en/of stand van de ogen; het uitschakelen van de zintuiglijke waarneming; speciale ontspannings- en ademhalingstechnieken; stilte-oefeningen (denkstilte), visualiseringsoefeningen en vooral oefeningen in waarneming en concentratie, de totale concentratie van aandacht op een enkel ‘punt’. Kortom: men moet niets zien, niets horen, niets zeggen (‘drie-apen-techniek’), niets willen en niets denken.
Men moet zich op een rustige plaats terugtrekken, gemakkelijk, rechtop/kaarsrecht zitten of staan; de ogen sluiten; (het ritme van) de ademhaling controleren; de handpalmen ten hemel openen, met de vingers een cirkel maken (mudra’s); de tong tegen het harde verhemelte leggen; mantra’s (zoals bijv. de lettergreep OM) reciteren; voorstellingen voor het innerlijke of geestelijke oog visualiseren. Men moet de spieren strekken of stretchen, in afwisseling aan- en ontspannen. Men moet verschillende ademhalingstechnieken oefenen: de neus-, de wissel-, de volle-, de diepte-, de buik-, de middenrif-, de klinker-, de zucht- of ha-ademhaling. Men moet diep en langzaam ademhalen, diep in de longen, diep in de buik, de adem inhouden, zo lang of langzaam mogelijk uitademen, het ademvolume en de longcapaciteit verhogen. Men moet zich volledig en compleet concentreren: op de oefeningen, op de bewegingsmechanismen, op een zintuigprikkel (toon, klank, reuk, geur), op de ademhaling, op spiergroepen, op lichaamsdelen, op een kaarsvlam, op een uiterlijke of innerlijke voorstelling (visualisering), op een symbool, op een godheid, op het beeld van een godheid, op een mantra (OM), op een chakra, op een yantra: men moet leren beelden voor het innerlijke of geestelijke oog te zien: dieren, ademtochten, energiestromen, energiekanalen, chakra’s, kleuren, vormen, symbolen visualiseren en men moet ‘energieën’, ‘energiestromen’, in het lichaam gewaarworden of zelfs sturen.
Tot yoga behoren verder imitatie- en identificatieoefeningen, draai-, rek- en strekoefeningen, evenwichts- en balansoefeningen, oefeningen die met de aarde verbinden en oefeningen om te reciteren. Men moet bijv. andere dingen nabootsen (cobra, boom, ploeg), zich met iets identificeren en daarbij één worden met het object van meditatie; men moet de spieren rekken en strekken, de wervelkolom draaien, buigen, krommen, het evenwicht houden en zich daarbij geheel op het evenwicht concentreren, zich met ‘moeder aarde’ verbinden (‘aarden’), goddelijke wezens aanbidden (zonnegod) en aanroepen (OM), toverformules of eindeloos onzin herhalen: ik ben Brahman: ik ben god.
In het bijzonder valt de oogtechniek bij yoga te vermelden. Daarbij moeten de ogen in een cirkel ronddraaien of de blik moet op het puntje van de neus of op de neuswortel of op het punt tussen de wenkbrauwen gericht worden. De oogtechnieken zijn een centrale religieuze techniek van het hindoeïsme en sikhisme; ze kan en moeten de deur naar het hiernamaals resp. naar ‘God’ openen.
Tot de yoga behoren tenslotte speciale manieren van voeding en (afkeurenswaardige) reinigingsrituelen.
2. Paranormale en magische praktijk
Yoga is een paranormale en magische praktijk. Yoga kan bovennatuurlijke gaven en verschijnselen te voorschijn halen zoals: ongevoeligheid voor pijn, onschendbaarheid en magische wonder- of toverkrachten. Volgens A. Crowley is yoga een magische discipline: ‘De werkwijzen van yoga zijn voor het succes in de magie juist van levensbelang’. (“Yoga”, blz. 155). Zelfs de argeloos lijkende mudra’s zijn in waarheid magische of occulte gebaren die telkens specifieke geesten aanroepen; de mantra’s zijn in waarheid toverformules en smeekbeden aan goden en goddelijke wezens; de tongtechniek (tong tegen het verhemelte) komt in vele magische en occulte tradities voor. Bepaalde mudra’s worden steeds vaker door bekende politici en nieuwslezers op de televisie gedemonstreerd.
3. Astralprojectie
Yoga-oefeningen kunnen buitenlichamelijke reizen van de ziel en buitenlichamelijke ervaringen inleiden.
VI. Kritiek
1. Yoga is in feite een hypnosetechniek. Vroeger of later leiden de oefeningen naar een staat van TRANCE.
2. Yoga is in werkelijkheid een spirituele en religieuze praktijk. In een staat van TRANCE opent zich de deur naar onzichtbare werelden en machten, die in sommige gevallen bovennatuurlijke gaven en krachten geven. Alle yogatechnieken hebben altijd dezelfde spirituele uitwerking los van het feit in welke context ze verpakt of verstopt zijn.
3. Yoga is in werkelijkheid een magische praktijk. Vroeger of later draagt yoga bovennatuurlijke gaven en krachten over.
4. Yoga is bij gelegenheid een medisch-therapeutische praktijk met een magisch en spiritueel karakter, die zowel in de alternatieve als ook (steeds vaker) in de medische wetenschap toepassing vindt.
5. Yoga is niet ongevaarlijk. Yoga kan het lichamelijke, het psychische en het geestelijk welzijn beïnvloeden; yoga kan de geest verwarren, zoals de meeste yogateksten en vooral de totaal verwarde yogasoetra’s van Pantajali bewijzen.
6. Yoga heeft een antichristelijk en occult karakter; yoga zondigt tegen het christelijk geloof en het Woord Gods. Yoga is een religieuze heilsleer met een antichristelijk karakter. Yogateksten leren dat de mens zichzelf kan verlossen door de passende yoga-oefeningen en de voordrachten (mantra’s), die Indische goden aanroepen. Vanuit de Bijbel gezien openen yoga-oefeningen de deur naar het rijk en de machten der duisternis, waarvan de overste de slang is. Niet toevallig noemen yogi’s de krachten die ze willen mobiliseren, slangenkracht (of kundalini)!
7. Onder dwang of groepsdruk, zo bijv. in het onderwijs op school, bij het kuren, bij het revalideren of in de gezondheidszorg zijn yoga-oefeningen een moreel verwerpelijke vorm van religieuze indoctrinatie en antichristelijke bekering (onder dwang).
8. Yoga is in strijd met het recht en ongrondwettig, als en in zoverre het aan de betrokkenen wordt opgelegd zonder uitvoerige informatie over de herkomst en het karakter ervan. Op school is yoga strijdig met het verbod op hypnose, het verbod op therapie en genezen en met het grondrecht op godsdienstvrijheid.
9. Yoga is een transpersonele en transformatieve praktijk. Yoga, meditatie en alle andere praktijken van new age beogen een spirituele transformatie (= verandering) van het individu en de maatschappij. Zoals alle newage-technieken wil yoga een ‘nieuwe mens’ creëren, die zich door onzichtbare geestelijke machten laat inspireren, leiden en verleiden. Yoga moet de spiritualiteit van het christendom vervangen door de religieuze onderwijzingen en praktijken van het verre Oosten en de beoefenaars ervan in een nauw contact brengen met de geestelijke wereld. De Bijbel verbiedt deze contacten, omdat ze van God weg en naar de goddelijke tegenstrever leiden.
ONTHOUD
Yoga is een spirituele en religieuze praktijk. Na enige oefening leidt yoga naar een staat van TRANCE die de deur opent naar spirituele werelden en machten.
VII. Advies
Vermijdt u de bovengenoemde oefeningen en praktijken van yoga, ook als ze nog zo onschuldig lijken, zoals bijv. de lichaamsoefeningen van de hathayoga, de moedra’s als ook de steeds geliefder wordende evenwichts- en balanceeroefeningen (op hoge koorden onder de naam ‘Tree Trecking’). Schakelt u bij de oefeningen nooit de zintuiglijke waarneming en/of het verstand uit; let u erop dat uw gedachten nog steeds kunnen ronddwalen en niet op één enkel ‘punt’ gefixeerd zijn; roept u nooit Indische goden aan, terwijl zij zogenaamd zinloze mantra’s herhalen (bijv. de lettergreep OM), tenzij u zich bewust aan een religie van het verre Oosten zou willen wijden. Laat u zich niet wijsmaken dat u verkeerd (‘ te oppervlakkig’) zou ademhalen, dat u onder andere uw geest leeg zou moeten maken.
Voorzichtigheid geboden bij de keuze van spirituele paden!
Als u een reis boekt, een auto koopt, een behandeling i.v.m. ziekte verwacht dan stelt u zich doorgaans van tevoren op de hoogte van het doel en de weg, van kosten en prestaties, van risico’s en bijwerkingen. Dat zou u ook bij spirituele beslissingen moeten doen. Er zijn verschillende doelen, wegen, waardebegrippen en risico’s. Leest u alles over de verschillende yogamethoden en –praktijken, voordat u een weg kiest en een cursus bezoekt. Vraagt u zich af, waarheen deze wegen tenslotte leiden, welke twijfelachtige, perverse en mensenverachtende methoden en praktijken er in geheime teksten en ritualen schuilgaan.
Laat u zich niet verblinden en verleiden. Volgt u geen pad dat u op een dwaalspoor brengt; gaat u nooit in een trein zitten die in de verkeerde richting rijdt!
VII. Literatuur om in te verdiepen
Franzke,R.; Meditation und Yoga. Hannover 2003
Prof. dr. R.Franzke
Vertaling drs. T.B. van der Zalm
Leringen van mensen
De gedragspsycholoog (behaviorist) B.F.Skinner
De filosofieën en bedenksels van slechts een paar mensen hebben Amerika (én Europa) gevormd tot wat het vandaag de dag is. In zijn boek Grave Influence (Duistere invloed (uit het graf)) onthult de Amerikaanse auteur Brannon Howse de invloed van on-Bijbels denken op de tegenwoordige (nieuwe) spiritualiteit, de afvallige kerk, het onderwijs en de overheid. Howse slaagt erin nauwkeurig aan te wijzen welke tegenwoordige zienswijzen hun oorsprong vinden in het demonisch geïnspireerde gedachtegoed van 21 wegbereiders van de nieuwe wereldorde – inmiddels overleden mannen en vrouwen onder wie Charles Darwin, Helen Schucman (Course in Miracles), Alice Bailey, Aldous Huxley (Brave new World) en B.F. Skinner.
Met dit artikel richten we ons op de invloed die de ideeën van B.F. Skinner – gedragspsycholoog, schrijver en professor aan de Harvard University – hadden en nog steeds hebben op het onderwijssysteem.
Als jongen wilde Skinner, een gezworen atheïst, een beroemd romanschrijver worden, maar na zijn studie Engels aan ‘t Hamilton College veranderde hij als bewonderaar van de psycholoog John B. Watsons van richting. In 1931 promoveerde Skinner aan de universiteit van Harvard. Hij deed veel onderzoek naar het gedrag van dieren en ontwikkelde de zgn. Skinner-box, een kastje waarin hij ratten aanleerde om een hendeltje over te halen om zo aan eten te komen. Skinner was ook een van de eerste voorstanders om apparaten/machines te gebruiken voor het corrigeren van menselijk gedrag. Hij geloofde in de Darwinistische evolutie en ging ervan uit dat mensen en dieren in wezen hetzelfde zijn. Volgens hem wordt het gedrag van de mens bepaald en gestuurd door negatieve, dan wel positieve stimulansen en daarom, geloofde Skinner, zal de mens nooit een besluit kunnen nemen uit “vrije wil”. Hij legde uit waarom dit uitgangspunt zo essentieel is voor zijn benadering van de psychologie:
“We mogen verwachten dat ontdekt wordt, dat gedrag het gevolg is van te specificeren condities of voorwaarden en als deze condities eenmaal bekend zijn, kunnen we op dit gedrag tot op zekere hoogte ook bepalen.”
Met andere woorden: als men eenmaal de juiste stimulansen en juiste condities ontdekt heeft, kan, wie deze condities in zijn macht heeft, ieder willekeurig persoon beïnvloeden en beheersen. Skinner maakt daarbij onderscheid tussen twee soorten mensen: beheersers en mensen die beheerst worden.
In de twee controversiële werken van Skinner, Walden Two en Beyond Freedom and dignity, beschrijft hij utopia’s zonder oorlog, competitie en sociale onrust, waarin vrije wil en sociale waardigheid – daarmee bedoelde Skinner geloof in individuele autonomie – achterhaalde zaken zijn die in de weg staan naar menselijk geluk en productiviteit. Skinner en Karl Marx worden begrijpelijk als geestverwanten gezien.
Onder invloed van het werk van B.F. Skinner is het beroep van leerkracht bezig achterhaald te worden en te verdwijnen. Scholen hebben geen leerkrachten, maar personen die leerhulpmiddelen verstrekken nodig die de kinderen kunnen indoctrineren met een gewenste wereldvisie. De rest wordt gedaan door op de persoon afgestemde computerprogramma’s. In Technology and Outcome Based Education in Minnesota, een publicatie van de staat Minnesota (VS) valt te lezen: “Apparaten/machines worden de informatieverschaffers van onze maatschappij. Aangezien de beroepsinformatieverschaffers van weleer spoedig vervangen zullen worden door deze apparaten/machines, dienen leerkrachten zichzelf te herdefiniëren en op te treden als waarnemers, voorschrijvers, creatieve klimaatmakers, onderwijsvormgevers, coaches, en leerhulpmiddel-verstrekkers.” Van leerkrachten wordt verwacht dat ze incorrect gedrag, waarden, overtuigingen en gevoelens van hun leerlingen bespeuren, vastleggen en corrigeren. De huidige gespecialiseerde computerprogramma’s kunnen incorrect gedrag en verkeerde overtuigingen opsporen en leerlingen die ongewenst gedrag tonen zonder hulp van een leraar corrigeren. Hoewel computers natuurlijk nuttig kunnen zijn, is deze technologie in potentie in staat om het “Big Brother”i- denken van bureaucraten die scholen en onderwijs zien als middel om de maatschappij te beheersen en te beïnvloeden, te faciliteren. ‘Outcome based Education’ (OBE) maakt het terzijde schuiven van leerkrachten makkelijker, omdat dit systeem leerlingen de ruimte geeft onder te presteren, onder meer doordat onderwijsoverheden hebben besloten dat sommige kinderen genetisch niet in staat zijn om bijvoorbeeld goed te leren lezen of schrijven.
Computers: de Skinner-boxen van onze tijd?
Bron: Grave influence door Brannon Howse
Vertaling: M.v.d. Vlis
Pastoraat
Ze zijn er: vaders, moeders, voorgangers, oudsten , bekenden en kennissen die tijd nemen om voor kinderen, gemeenteleden, vrienden en kennissen klaar te staan om hen geestelijk te helpen. Ze doen het, omdat ze hun Heer volgen die wat betreft herderlijke zorg zo’n Voorbeeld is. Blijven doen, want je kunt er zielen mee winnen!
Zorg voor kleinen en groten
Inleiding
Als jongen van een jaar of 8 à 9 had ik een vriend. Zijn vader was boer en had ook schapen. Soms bracht ik, tijdens mijn vakanties, enige tijd met mijn vriend op hun boerderij door. Op zekere dag ontdekte de vader van mijn vriend dat één van de lammeren er niet meer was en hij en zijn knecht gingen op zoek. Zij vonden het. Het was verdronken in een van de kleine kreken, vlak naast de wei. Hulp kwam te laat.
Ik herinner me nog het droevige gezicht van de vader van mijn vriend en dat hij zich afvroeg hoe het mogelijk was dat een lam door de afrastering heen brak.
Nu denk ik, dat er een heel belangrijke reden voor was: er was geen herder.
Waar zijn de herders?
Dit is een vraag die veel gehoord wordt. Het is een vraag die een grote nood bij de gelovigen, de schapen, laat zien. Wat zouden herders moeten doen? Volgens Ez 34:2 zouden zij de kudden moeten voeden en zorgen voor de zieken. Zij zouden moeten verbinden wat gebroken is en terugbrengen wat verloren is. (vs. 4) De schapen zijn verstrooid, omdat er geen herder is. (vs. 5) Er is gebrek aan gelovigen die hun gave als herder gebruiken. De taak van een herder is niet eenvoudig, maar wil je de Here de volgende vraag stellen: “Here, geeft U mij de gaven om herder te zijn?” En als de Here je laat zien dat jij die gave hebt, wil je dan die gave voor Hem gebruiken, voor Zijn glorie, ter wille van Zijn lammeren en schapen?
De Here weet de noden van Zijn schapen. Vóór Hij naar de Vader terugkeerde, gaf Hij Petrus een drievoudige taak: zie Joh 21: 15, 16 en 17.
a. Weid mijn lammeren.
b. Hoed mijn schapen.
c. Weid mijn schapen.
De apostel Petrus draagt zijn taak over, die hij van de Here ontving, aan de oudsten:
“Hoedt de kudde Gods die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging” (1 Petrus 5: 2).
Overweeg deze uitdrukking `de kudde van God` eens in je hart. Als iets van God is, hoe kostbaar moet dit dan voor God zijn. Hoe kostbaar is Gods kudde voor jouw hart en het mijne? Als iemand ernaar verlangt voor Gods kudde te zorgen, moet hij (zij) dat doen, zoals de goede Herder het deed. Waarom? Omdat Hij niet alleen “de goede Herder” is, maar ook “de grote Herder” en “de belangrijkste Herder”. (Lees maar Joh: 10:11; Hebr 13: 20, 21 en 1 Petrus 5:4)
Laten wij ons door de Here Jezus leren? Laten we het Marcus’evangelie lezen: “En toen Hij weer te Kapernaüm gekomen was, hoorde men na enige dagen, dat Hij thuis was ”(Marcus 2:1).
Les 1: Wees er! Neem de tijd!
Wees er!
Ik wil die uitdrukking benadrukken: Hij was in het huis. De Here wist van te voren, wat zou gaan gebeuren. Hij wist dat een verlamde man door zijn vrienden naar Hem toe gedragen werd. Hij zei niet: “Ik ben weg.” Herken je iets van wat wij vaak doen, als er problemen komen? Hij is ervoor deze man en zijn speciale nood. Wat was dan het probleem van deze man?
a. Hij was verlamd.
b. Hij was een zondaar.
c. Thuis zittend kon hij de Here Jezus niet zien.
Vandaag zijn er veel mensen, onder wie ook kinderen, die in deze situatie verkeren. Ze zijn verlamd, omdat ze aan hun redding twijfelen. Verlamd, omdat er zonde in hun leven is. Verlamd door hun “onmogelijk moeilijke” omstandigheden. Maar Hij is er en Hij ontvangt deze man en kijkt naar zijn noden.
In het evangelie van Lucas lezen we: “En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging” (24:15). De Here voegde zich bij twee verdrietige zielen die het zicht op Hem verloren hadden. Hij vergezelde hen. Het is vaak noodzakelijk iemand in moeilijkheden te bezoeken.
In onze eerste geschiedenis brachten mensen hun vriend naar de Here toe en in de tweede geschiedenis gaat Hij zelf naar deze verdrietige mensen toe. In beide gevallen is Hij er voor hen allen. Hij was er op het moment dat Hij Zijn leven aan ’t kruis van Golgotha gaf. Jes 50: 5 en 6 zegt profetisch van de Here Jezus: “De Here HERE heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel.” Ja, Hij was er in de moeilijkste momenten. “Toen zei Ik; Zie, Ik kom (in de schriften is van Mij geschreven) om Uw wil te doen, o God.” Hij was er om de wil van God te doen. (Hebr 10:7) “Ik ben de goede herder, de goede herder geeft zijn leven voor de schapen”(Joh 10: 11). Hij was er om Zijn kostbaar leven te geven.
Neem de tijd!
Het gevaar voor de herder is dat hij gehaast is. In onze maatschappij is alles geagendeerd en er wordt gezegd: “Tijd is geld.” Is dat waar in verband met herderlijke zorg? Nee! Met de tijd te nemen win je vaak een ziel. Door gehaast te zijn verlies je vaak een ziel. Hoe belangrijk is het de tijd te nemen. Daarom één advies: hij die de zorg van een herder wil uitoefenen, kan zijn horloge beter thuislaten! Ik herinner me een geschiedenis waarin een broeder een andere broeder in nood bezocht. De broeder die op bezoek kwam, zei: “Luister, ik moet de trein van 4 uur halen, dus mijn tijd is beperkt.” De broeder in nood zei: “Ga maar, ik wil niet de reden zijn, dat je je trein mist.” Die opmerking beïnvloedde de atmosfeer. Ze hadden een gesprek, maar niet alle onderwerpen, die de broeder in nood wilde bespreken, kwamen aan de orde en hij bleef ontmoedigd achter. Een droevig negatief voorbeeld! De Here had Zijn goddelijke agenda voor alles wat Hij deed, dus ook voor de herderlijke zorg. We lezen in het Johannesevangelie de uitdrukkingen: “Mijn ure is nog niet gekomen” en “Het uur komt en is er nu” ( 2:4; 5:25; 16;32). Hij was altijd beschikbaar. Kijk maar eens naar Joh 3, waar Nicodemus in de nacht kwam. De Here zei niet: “Luister, Nicodemus, Ik ben moe, Ik wil naar bed.” Nee, Hij nam de tijd. In de nacht! En zoals we later zien, de Here leidde de Schriftgeleerde op het pad van de gerechtigheid. (Ps 23:3) Laten we eens kijken naar Lucas 24: 19-25: “En zij zeiden tegen Hem: Omtrent Jezus van Nazareth, die een profeet was machtig in woord en daad voor God en mensen en hoe de overpriesters en onze leiders Hem overleverden om ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hadden. Maar wij vertrouwden dat Hij het was, die Israël zou verlossen: en bij dit alles is het vandaag de derde dag sinds deze dingen gebeurd zijn. Ja, enige vrouwen uit ons midden verbaasden ons, die vroeg naar het graf gegaan waren; En toen zij Zijn lichaam niet vonden, kwamen zij bij ons en vertelden dat zij ook een visioen van engelen gezien hadden die zeiden dat Hij leefde. En enigen van hen die bij ons waren, gingen naar het graf en vonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.”
We zagen al, dat de Here zelf naar hen toekwam en met hen meeging. Hij gaf hun de tijd om hun problemen duidelijk te maken. Hij gaf hun zes verzen (vs. 19-25) om weer te geven wat in hun harten was. Hoe belangrijk is het dat wij ook mensen de tijd geven om hun gedachten en gevoelens te uiten. Het is goed om je af te vragen: Is het minimum aan tijd dat ik hem/haar geef gelijk aan zes verzen?
Samenvattend
1. Voor Maria van Magdala was Hij er en nam de tijd vroeg in de morgen. “En op de eerste dag van de week ging Maria van Magdala vroeg, terwijl het nog donker was, naar het graf en ze zag de steen van het graf weggenomen. 14 Na deze woorden keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was”(Joh 20:1,14).
2. Voor die verlamde man was Hij er en nam tijd overdag. (Marcus 2)
3. Voor de discipelen op weg naar Emmaüs was Hij er en nam tijd in de middag/avond.
4. Voor Nicodemus was Hij er en nam tijd in de nacht.
Wat een voorbeeld voor herderlijke zorg heeft de Here Jezus gegeven!
A.Eysink
Positieve wederzijdse afhankelijkheid
Ouder(s) en school
Ouder worden is een enorme gebeurtenis in het leven van een echtpaar. Een kind ontvangen uit de hand van de Here God is een zegen op het huwelijk. Met de komst van een kindje komt er een grote verantwoordelijkheid op de schouders van ouders te liggen. Verantwoordelijkheid om het kindje te verzorgen, lief te hebben en op te voeden. En dat niet zo maar voor even, maar tot de volwassenheid van een kind rust deze verantwoordelijkheid bij de ouders. En als ik oudere mensen spreek, geven ze allemaal aan dat ze hun zorgen blijven houden ook als kinderen groot zijn geworden en zelfstandig hun weg gaan. Het is een verbintenis voor het leven.
Geloof en identiteit
Gelovige ouders staan korte tijd na de geboorte van hun kindje bij het doopvont om hun kindje het teken en zegel van de Here God te laten ontvangen. De Here God wil Zijn Naam verbinden aan de naam van onze kinderen. Een geweldige gebeurtenis. Te groot om te begrijpen wat het ten diepste betekent. Maar de Here wil niets liever dan dat dit kindje Hem zal zoeken en liefhebben. Daar wil de Here ‘Zich voor inzetten’. Ouders moeten zich er ook voor inzetten. “Belooft u en neemt u voor uw rekening deze kinderen van wie u de vader en moeder bent, bij het opgroeien in deze leer naar uw vermogen te onderwijzen en te laten onderwijzen?” (Hertaling Liturgische formulieren, 2004)
Als een kind vier jaar wordt, gaat het vaak naar een basisschool. Het ‘laten onderwijzen’ wordt dan volop realiteit. Kinderen gaan veel uren naar school. Gemiddeld zitten ze 1000 uren per schooljaar op school. In deze 1000 uur wordt uw kind opgevoed en onderwezen door leerkrachten. Een gedeelte van de verantwoordelijkheid die op de ouders gekomen is bij de doopbelofte, wordt overgedragen aan de school. Daarom is het essentieel om een school voor onze kinderen te kiezen die past bij de identiteit van het gezin. Vanaf de eerste schooldag wordt het kind opgevoed door ouders én school. De opvoeding wordt een gedeelde verantwoordelijkheid. Belangrijk is het om bij de keuze van de school voor uw kind de identiteit van de school goed in beeld te hebben.
Hoe krijgt u nu als ouders grip op de identiteit van de school? Ten eerste zijn er allerlei documenten en digitale gegevens beschikbaar waarin we de sfeer van de school, maar soms ook de uitgangspunten van de school kunnen lezen en proeven. Daarnaast is het heel belangrijk om in een kennismakingsgesprek de geloofsopvoeding ter sprake te brengen. Hoe ziet de school dit? Maar ook de vraag hoe het concreet gedaan wordt elke dag in de klas en de school.
Uw kind is er bij gebaat, als de opvoeding van thuis en school op elkaar aansluiten. Een kind komt in twee werelden, als het naar school gaat. Kinderen zijn kwetsbaar. Ze kunnen zelf niet vertellen wat ze ervaren en hoe ze de overgang van thuis naar school in zich opnemen. Een positieve relatie tussen ouders en school is voor een kind essentieel. Als u weet wat er op school gebeurt en de leerkracht kent u en weet uw wijze van (geloofs)opvoeding, komt dat de ontwikkeling van uw kind ten goede. Het kind ervaart de eenheid en voelt dezelfde grondhouding. Er ontstaan geen twee verschillende beelden in zijn hoofd. De werelden sluiten op elkaar aan.
Positie leerkracht
Er zijn wel verschillen in verantwoordelijkheid. Als ouder bent u de eerst verantwoordelijke voor de opvoeding van uw kind. Het is uw kind. U hebt de belofte voor een christelijke opvoeding gegeven. Een leerkracht kiest vanuit passie voor kinderen en onderwijs voor het prachtige beroep van leerkracht. Hij voelt ook die grote verantwoordelijkheid voor de opvoeding van uw kind. Hij is geen ouder, maar door de vele uren die de leerkracht met uw kind doorbrengt groeit er een relatie. Een relatie die essentieel is voor uw kind. Een warme betrokkenheid van de leerkracht op uw kind is voorwaardelijk om uw kind op te kunnen voeden en te onderwijzen.
Een leerkracht ziet slechts een deel van het kind. Hij ziet uw kind alleen op school. Hij maakt contact met het kind en probeert te weten hoe het kind is. Het ene kind is gemakkelijker te kennen dan het andere. Maar het beeld blijft het beeld van het kind op school. Leerkrachten willen uw kind begrijpen. Het is ook hun professionele taak. Hiervoor gaat de leerkracht met uw kind in gesprek, observeert het uw kind tijdens het werken en spelen. Maar het blijft het beeld dat het kind van zichzelf laat zien op school.
Om als leerkracht een compleet en een goed beeld van uw kind te krijgen heeft de leerkracht u nodig. U kent uw kind vanaf zijn geboorte. U hebt het nog veel meer meegemaakt dan de leerkracht. Thuis heb je nog meer tijd om te praten en te observeren. En eigenschappen van uw kind herkent u misschien in uzelf of in uw partner. U hebt een schat aan extra informatie over uw kind, die belangrijk is voor de leerkracht. In de zoektocht van de leerkracht in het leren kennen van uw kind kunt u de leerkracht bijstaan door het beeld van het kind te complementeren. U kunt de leerkracht helpen om uw kind nog beter te begrijpen en daardoor nog beter op uw kind te kunnen afstemmen.
Ouders en leerkrachten zijn afhankelijk van elkaar.
Het allerbeste voor uw kind is een positieve wederzijdse afhankelijkheid. Ouders en school hebben elkaar nodig om de beelden over een kind compleet te krijgen. U als ouder weet niet goed hoe uw kind op school functioneert, wat het er zegt en er laat zien. De leerkracht weet niet hoe uw kind zich thuis gedraagt, waar het vragen over heeft of bang voor is. Die gezamenlijke zorg voor een goede (geloofs)opvoeding van uw kind is de basis voor het contact tussen u als ouder en de school.
Het begrip positieve wederzijdse afhankelijkheid is niet voor niets gehanteerd. Een positief contact tussen u als ouder en de leerkracht van uw kind is belangrijk. Positief in het vertrouwen hebben in elkaar. Vertrouwen in het zoeken van het goede voor uw kind. U bent op zoek naar het goede. De leerkracht kan u daarbij behulpzaam zijn. Vragen over opvoeding en onderwijs kunt u vrijuit stellen. Maar ook het vertrouwen van u in de leerkracht is belangrijk. Uw kind merkt het, als u negatief spreekt over de leerkracht of de school. Dat is niet goed voor hem. Daar wordt uw kind negatief van en het ontwikkelt zich minder goed. Vertrouwen in de leerkracht en positief spreken over wat er op school gebeurt, laat het kind het belang van de school zien.
Als u als ouder positief spreekt over de school, ervaart het kind wat hij op school doet als belangrijk en goed. Dat stimuleert hem om nog beter zijn best te doen. Dan kan hij nog vaker aan u laten zien hoe goed het gaat en wat hij leert. Een kind ziet dat als iets teruggeven aan u. Dat wil uw kind graag. Uw kind ervaart de zorg en liefde van u. Het wil graag iets terug doen. Als u hem positief waardeert in wat hij doet en leert, zal uw kind zich nog meer gaan inspannen om u nog meer te laten zien wat hij al kan en leert. Dat geeft een enorme stimulans aan zijn ontwikkeling.
Positieve wederzijdse afhankelijkheid, vertrouwen in elkaar, een open contact en afstemming is dè grond waarin kinderen kunnen groeien, ontwikkelen en tot bloei kunnen komen. En dat is wat we willen als ouders en als leerkrachten. Daar krijgen we als ouders en als leerkrachten ook energie van om nog meer te geven aan de kinderen.
Drs. A.Kraaiveld
Yoga
Kinderyoga, christelijke yoga, heilige yoga. Een kleine opsomming die weergeeft hoe de heidense, hindoeïstische yoga zijn plaats verovert. Is “en neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis” (Ef 5: 11) onbekend geworden? Hoe fundamenteel laat prof. Reinhard Franzke de achtergronden van de yoga zien.
Wat is yoga? Wat is yoga echt?
Inleidende opmerking
Yoga, zo lijkt het, is een verschijnsel dat iedereen al kent. Christelijke media houden zich steeds minder bezig met yoga. Er zijn chronologisch afgebakende thema’s en verschijnselen en er zijn permanente thema’s die wij niet terzijde mogen leggen. Tot de laatste categorie behoren alle esoterische verschijnselen die zich wereldwijd uitbreiden. Het zijn in principe blijvende thema’s waarvan de betekenis groter wordt en die de christelijke media echter meer en meer negeren. Veel nieuwe spirituele praktijken worden veelal helemaal niet meer als thema aan de orde gesteld. Dat is onverantwoord. Steeds vaker worden christenen in alle mogelijke levenssferen buiten de eigen gemeenschap, met niet-christelijke leerstellingen en praktijken geconfronteerd, die de gelovigen van het Woord van God en van Jezus Christus wegleiden. Daarbij moeten ook christenen ‘andere goden’ en goddelijke wezens aanroepen en aanbidden resp. om raad en hulp vragen. Dat geldt ook en met name voor yoga. Juist een dezer dagen werd ik meermaals door orthopeden aangemoedigd om naar yoga te gaan. Op de Duitse televisie werd yoga als ‘nieuwe tak van sport’ gepresenteerd. En op scholen hoort yoga al bijna tot het verplichte repertoire. Bovendien behoort yoga intussen tot bijna alle fitnessprogramma’s en de gymnastiek voor ouderen en zieken. Tenslotte praktiseren veel christenen yoga, buiten en binnen de gemeente. Tegen deze achtergrond rijst in uiterst scherpe bewoordingen de vraag: Wat is yoga? Wat is yoga echt? Kunnen en moeten gelovige christenen en hun kinderen yoga beoefenen?
I. Doelen en beloften
In het verre Oosten, zo bijv. in India, is yoga een religieuze discipline! Daar moet yoga tot een relatie en vereniging met Brahman, ‘God’, het goddelijke, de goden of goddelijke wezens alsook tot zelf- en godskennis, tot verlichting, verlossing en bevrijding leiden; deze yoga kan zogenaamd volkomen, gelukzalig, almachtig en alwetend maken. Deze yoga kan bovennatuurlijke krachten (de ‘siddhis’) tot stand brengen. Tot de siddhis behoren onder andere de kunst van het vliegen, de kunst om zich onzichtbaar te maken en de kunst om in de lichamen van anderen (!) binnen te dringen. In het Westen wordt yoga als een ontspanningsmethode en/of therapie alsmede als nieuwe tak van sport ‘verkocht’; in het Westen is yoga blijkbaar een universeel wonderprogramma. Met yoga is naar het heet bijna alles mogelijk. Yoga kan en moet stress bestrijden en ontspannen, innerlijke rust en innerlijke vrede brengen, ‘innerlijke hulpbronnen’ mobiliseren, lichamelijke en geestelijke ziekten genezen, helpen verzachten of voorkomen, de conditie bevorderen, het welzijn en de persoonlijkheid, de zelfbewustwording en de zelfverwezenlijking, het kennen van de (hogere of ware) eigenpersoon en de waarheid bevorderen en nog veel meer. Enkele yogascholen en professoren durven te beweren dat yoga hartkwalen kan doen verminderen of verdwijnen en hartoperaties overbodig maken.
II. Leersysteem en basisconcept
Naar de mening van het verre Oosten moet yoga een onbekende levensenergie (prana, kundalini) opwekken en laten ‘stromen’. Naar men beweert stroomt zij door energiekanalen, de “nadis”; zogenaamd concentreert zich deze levensenergie in de energiecentra of chakra’s, die met goden (!?) verbonden zijn. In essentie is yoga een geestelijke of spirituele discipline: yoga-oefeningen moeten de geest bedwingen, controleren, beheersen, in een toestand van rust, stilte en leegte brengen, het ‘denkwerk ‘stil zetten, de activiteit om te denken uitschakelen en de beoefenaar ervan naar een trance-achtige (zogenaamd ‘hogere’, ‘verruimde’) bewustzijnstoestand leiden. Daarvoor dient een rij van basisoefeningen en basistechnieken.
III. Basistechnieken
1. Trance-inductie
Yoga is een techniek in het inleiden in trance, een trance- en ‘doorway’techniek. Na een enkele oefening leiden de praktijken van yoga naar een staat van TRANCE, die de deur naar de onzichtbare wereld opent.
Daarvoor dienen (zoals zo vaak) …
… een rituele setting, een speciale (rituele), rustige en eventueel geblindeerde kamer, een bijzonder (ritueel) tijdstip van de dag, kaarslicht, wierookstaafjes, meditatieve muziek, speciale (rituele) lichaamshoudingen (dodenhouding, lotuszit) en lichaamsoefeningen (de asana’s); speciale rug-, been-, voet-, hand-, vinger-, tonghouding en/of stand van de ogen; het uitschakelen van de zintuiglijke waarneming; speciale ontspannings- en ademhalingstechnieken; stilte-oefeningen (denkstilte), visualiseringsoefeningen en vooral oefeningen in waarneming en concentratie, de totale concentratie van aandacht op een enkel ‘punt’. Kortom: men moet niets zien, niets horen, niets zeggen (‘drie-apen-techniek’), niets willen en niets denken.
Men moet zich op een rustige plaats terugtrekken, gemakkelijk, rechtop/kaarsrecht zitten of staan; de ogen sluiten; (het ritme van) de ademhaling controleren; de handpalmen ten hemel openen, met de vingers een cirkel maken (mudra’s); de tong tegen het harde verhemelte leggen; mantra’s (zoals bijv. de lettergreep OM) reciteren; voorstellingen voor het innerlijke of geestelijke oog visualiseren. Men moet de spieren strekken of stretchen, in afwisseling aan- en ontspannen. Men moet verschillende ademhalingstechnieken oefenen: de neus-, de wissel-, de volle-, de diepte-, de buik-, de middenrif-, de klinker-, de zucht- of ha-ademhaling. Men moet diep en langzaam ademhalen, diep in de longen, diep in de buik, de adem inhouden, zo lang of langzaam mogelijk uitademen, het ademvolume en de longcapaciteit verhogen. Men moet zich volledig en compleet concentreren: op de oefeningen, op de bewegingsmechanismen, op een zintuigprikkel (toon, klank, reuk, geur), op de ademhaling, op spiergroepen, op lichaamsdelen, op een kaarsvlam, op een uiterlijke of innerlijke voorstelling (visualisering), op een symbool, op een godheid, op het beeld van een godheid, op een mantra (OM), op een chakra, op een yantra: men moet leren beelden voor het innerlijke of geestelijke oog te zien: dieren, ademtochten, energiestromen, energiekanalen, chakra’s, kleuren, vormen, symbolen visualiseren en men moet ‘energieën’, ‘energiestromen’, in het lichaam gewaarworden of zelfs sturen.
Tot yoga behoren verder imitatie- en identificatieoefeningen, draai-, rek- en strekoefeningen, evenwichts- en balansoefeningen, oefeningen die met de aarde verbinden en oefeningen om te reciteren. Men moet bijv. andere dingen nabootsen (cobra, boom, ploeg), zich met iets identificeren en daarbij één worden met het object van meditatie; men moet de spieren rekken en strekken, de wervelkolom draaien, buigen, krommen, het evenwicht houden en zich daarbij geheel op het evenwicht concentreren, zich met ‘moeder aarde’ verbinden (‘aarden’), goddelijke wezens aanbidden (zonnegod) en aanroepen (OM), toverformules of eindeloos onzin herhalen: ik ben Brahman: ik ben god.
In het bijzonder valt de oogtechniek bij yoga te vermelden. Daarbij moeten de ogen in een cirkel ronddraaien of de blik moet op het puntje van de neus of op de neuswortel of op het punt tussen de wenkbrauwen gericht worden. De oogtechnieken zijn een centrale religieuze techniek van het hindoeïsme en sikhisme; ze kan en moeten de deur naar het hiernamaals resp. naar ‘God’ openen.
Tot de yoga behoren tenslotte speciale manieren van voeding en (afkeurenswaardige) reinigingsrituelen.
2. Paranormale en magische praktijk
Yoga is een paranormale en magische praktijk. Yoga kan bovennatuurlijke gaven en verschijnselen te voorschijn halen zoals: ongevoeligheid voor pijn, onschendbaarheid en magische wonder- of toverkrachten. Volgens A. Crowley is yoga een magische discipline: ‘De werkwijzen van yoga zijn voor het succes in de magie juist van levensbelang’. (“Yoga”, blz. 155). Zelfs de argeloos lijkende mudra’s zijn in waarheid magische of occulte gebaren die telkens specifieke geesten aanroepen; de mantra’s zijn in waarheid toverformules en smeekbeden aan goden en goddelijke wezens; de tongtechniek (tong tegen het verhemelte) komt in vele magische en occulte tradities voor. Bepaalde mudra’s worden steeds vaker door bekende politici en nieuwslezers op de televisie gedemonstreerd.
3. Astralprojectie
Yoga-oefeningen kunnen buitenlichamelijke reizen van de ziel en buitenlichamelijke ervaringen inleiden.
VI. Kritiek
1. Yoga is in feite een hypnosetechniek. Vroeger of later leiden de oefeningen naar een staat van TRANCE.
2. Yoga is in werkelijkheid een spirituele en religieuze praktijk. In een staat van TRANCE opent zich de deur naar onzichtbare werelden en machten, die in sommige gevallen bovennatuurlijke gaven en krachten geven. Alle yogatechnieken hebben altijd dezelfde spirituele uitwerking los van het feit in welke context ze verpakt of verstopt zijn.
3. Yoga is in werkelijkheid een magische praktijk. Vroeger of later draagt yoga bovennatuurlijke gaven en krachten over.
4. Yoga is bij gelegenheid een medisch-therapeutische praktijk met een magisch en spiritueel karakter, die zowel in de alternatieve als ook (steeds vaker) in de medische wetenschap toepassing vindt.
5. Yoga is niet ongevaarlijk. Yoga kan het lichamelijke, het psychische en het geestelijk welzijn beïnvloeden; yoga kan de geest verwarren, zoals de meeste yogateksten en vooral de totaal verwarde yogasoetra’s van Pantajali bewijzen.
6. Yoga heeft een antichristelijk en occult karakter; yoga zondigt tegen het christelijk geloof en het Woord Gods. Yoga is een religieuze heilsleer met een antichristelijk karakter. Yogateksten leren dat de mens zichzelf kan verlossen door de passende yoga-oefeningen en de voordrachten (mantra’s), die Indische goden aanroepen. Vanuit de Bijbel gezien openen yoga-oefeningen de deur naar het rijk en de machten der duisternis, waarvan de overste de slang is. Niet toevallig noemen yogi’s de krachten die ze willen mobiliseren, slangenkracht (of kundalini)!
7. Onder dwang of groepsdruk, zo bijv. in het onderwijs op school, bij het kuren, bij het revalideren of in de gezondheidszorg zijn yoga-oefeningen een moreel verwerpelijke vorm van religieuze indoctrinatie en antichristelijke bekering (onder dwang).
8. Yoga is in strijd met het recht en ongrondwettig, als en in zoverre het aan de betrokkenen wordt opgelegd zonder uitvoerige informatie over de herkomst en het karakter ervan. Op school is yoga strijdig met het verbod op hypnose, het verbod op therapie en genezen en met het grondrecht op godsdienstvrijheid.
9. Yoga is een transpersonele en transformatieve praktijk. Yoga, meditatie en alle andere praktijken van new age beogen een spirituele transformatie (= verandering) van het individu en de maatschappij. Zoals alle newage-technieken wil yoga een ‘nieuwe mens’ creëren, die zich door onzichtbare geestelijke machten laat inspireren, leiden en verleiden. Yoga moet de spiritualiteit van het christendom vervangen door de religieuze onderwijzingen en praktijken van het verre Oosten en de beoefenaars ervan in een nauw contact brengen met de geestelijke wereld. De Bijbel verbiedt deze contacten, omdat ze van God weg en naar de goddelijke tegenstrever leiden.
ONTHOUD
Yoga is een spirituele en religieuze praktijk. Na enige oefening leidt yoga naar een staat van TRANCE die de deur opent naar spirituele werelden en machten.
VII. Advies
Vermijdt u de bovengenoemde oefeningen en praktijken van yoga, ook als ze nog zo onschuldig lijken, zoals bijv. de lichaamsoefeningen van de hathayoga, de moedra’s als ook de steeds geliefder wordende evenwichts- en balanceeroefeningen (op hoge koorden onder de naam ‘Tree Trecking’). Schakelt u bij de oefeningen nooit de zintuiglijke waarneming en/of het verstand uit; let u erop dat uw gedachten nog steeds kunnen ronddwalen en niet op één enkel ‘punt’ gefixeerd zijn; roept u nooit Indische goden aan, terwijl zij zogenaamd zinloze mantra’s herhalen (bijv. de lettergreep OM), tenzij u zich bewust aan een religie van het verre Oosten zou willen wijden. Laat u zich niet wijsmaken dat u verkeerd (‘ te oppervlakkig’) zou ademhalen, dat u onder andere uw geest leeg zou moeten maken.
Voorzichtigheid geboden bij de keuze van spirituele paden!
Als u een reis boekt, een auto koopt, een behandeling i.v.m. ziekte verwacht dan stelt u zich doorgaans van tevoren op de hoogte van het doel en de weg, van kosten en prestaties, van risico’s en bijwerkingen. Dat zou u ook bij spirituele beslissingen moeten doen. Er zijn verschillende doelen, wegen, waardebegrippen en risico’s. Leest u alles over de verschillende yogamethoden en –praktijken, voordat u een weg kiest en een cursus bezoekt. Vraagt u zich af, waarheen deze wegen tenslotte leiden, welke twijfelachtige, perverse en mensenverachtende methoden en praktijken er in geheime teksten en ritualen schuilgaan.
Laat u zich niet verblinden en verleiden. Volgt u geen pad dat u op een dwaalspoor brengt; gaat u nooit in een trein zitten die in de verkeerde richting rijdt!
VII. Literatuur om in te verdiepen
Franzke,R.; Meditation und Yoga. Hannover 2003
Prof. dr. R.Franzke
Vertaling drs. T.B. van der Zalm
League of Legends
Eerst dit als verduidelijking
In de Bijbel staat, dat een slechte boom geen goed vrucht kan voortbrengen. De Here vergelijkt Zichzelf niet voor niets vaak met Herder, want wij gedragen ons vaak als schapen. Het is bekend dat de nieuwsgierigheid van een schaap zo groot is, dat als het een reukspoor tegenkomt (zelfs al zou deze van een beer zijn) die tot in het hol zal volgen. Zo inspecteerde een schaapherder de heide naar holen van bijvoorbeeld adders. Dan sprenkelde hij wat olijf-oliedruppels rond het gat. De adder ruikt dit, vindt het glibberig, wellicht onaangenaam, maar onschuldig. Als een schaap aan het grazen is, let het niet op of er een hol van een adder is. Nee, hij denkt alleen maar aan eten, dat doet hem plezier. Een herder zalfde de schapen voortijdig de schapenkoppen in met (olijf)olie. Kwam een schaap dan dicht bij het hol van een adder, dan kan het geen kwaad. De adder weet inmiddels dat het onschuldig is en zal het schaap niet (dodelijk) in het gelaat bijten. Daarom staat er in Psalm 23: “Gij zalft mijn hoofd met olie.” God geeft ons de opdracht zaken te onderzoeken om ervoor te zorgen dat de boze ons niet ‘in het gelaat bijt’!
League of Legends (outtakes)
LoL is hier zeker niet de afkorting van Laughing Out Loud. Kon iedere tiener maar eens zien welke gruwelijke gedachten er achter het maken van deze games zitten!
De introductie ziet voor de gamer er ‘vet’ uit, met op het eerste gezicht mooie ‘graphics’ (grafische beelden en effecten). Aan het begin waarschuwt ESRB Content Rating al voor “Blood, Fantasy Violence” (bloed en fantasiegeweld). Er had eveneens “extreem occult” bij moeten staan, maar dat doet ‘de wereld’ niet.
Kijk ter beoordeling eens naar deze trailer: “Riot games”; what’s in the name. Het betekent immers ‘relgame’, en als (kinder-)lokker zit de game vol humor (alsof dingen ongevaarlijk zijn, zodat je er om kunt lachen?!
https://www.youtube.com/watch?v=W5wCueCxklU
De game is occult.
Het begint met een soort heksenkring waarbij occulte krachten op afstand in deze virtuele gamewereld worden toegepast. In de occulte wereld zijn dat bezweringen jegens een ander (inderdaad op afstand).
Door er een dosis humor in te gooien (onhandige personages) wordt de gamer a.h.w. misleid; zie je wel, het is niet echt, je kunt er om lachen . . . . ! Een snoepje van de kinderlokker is op zich niet slecht, wel zijn motief (achter het snoepje). Nee, humor is geen vrijbrief . . . De content van deze game is pure anti-christelijke slechtheid!
De game behoorde tot de top 5 online ‘fail games’ van 2012, met daarin een groot aantal mythologische fantasiewezens, met opvallende demonische eigenschappen waarmee de gamer (het kind) online kan gamen (spelen) samen of tegen andere online-gamers.
Mooie graphics vinden gamers belangrijk, maar die zie je overigens nu in veel (online-) games (die daarin nog mooier zijn geworden en die NIET occult zijn) , dus wat mooie graphics betreft, maakt deze game daarin geen uitzondering meer. De zgn. ‘gameplay’ is aanlokkelijk en boeien veel tieners.
Wel onderscheidt deze game zich door de grote hoeveelheid (virtuele) geesten, demonen, trollen en occulte figuren, krachten en machten . . . . Waar in een andere game een tegenstander als ‘vijand’ wordt neergezet, vullen de gamebouwers deze game ‘een’ vijand in met alles wat occult is.
Een (klein) voorbeeld is de Ice Witch (ijsheks), Lissandra, met diverse vormen van ‘corrupte magie’ (zoals de game zelf zegt), die de gamer tijdens het spelen kan inzetten tegen anderen (online-gamers).
Hoe verder je komt, hoe meer (virtuele) occulte krachten zij aan de gamer toont en beschikbaar stelt, die overigens weer inzetbaar zijn tegen de andere gamers . . . .
Het occulte is niet vrijblijvend. God waarschuwt ons er een paar honderd keer tegen in Zijn Woord! De game is bovendien erg agressief. De gamer bouwt gedurende het spel een eigen imperium op. Hij verwerft gedurende het spel steeds meer skills (game-kwaliteiten). Ook maak je online-vrienden, met wie je veel samenwerkt. Maar door deze twee aspecten móet je wel veel online komen, want anderen rekenen op je en als je niet uitkijkt, raak je alles wat je hebt opgebouwd weer kwijt. Dit werkt ook nog eens verslavend.
Een leuke game is deze absoluut niet.
Raak je direct ‘bezeten van die game’? Geen idee! Wel is bekend dat God het occulte niet wil hebben, Hij wil niet dat wij er ons mee bezighouden.
Een voorbeeld als illustratie
Als slot een klein voorbeeld. Als je een handgranaat op tafel zet en je zit gezellig met z’n allen er om heen en trekt dan de pin eruit en laat dan alles los, zul me wat meemaken. Je zou het kunnen hebben gedaan, omdat je nieuwsgierig was. Je zou het kunnen doen om uit te zoeken of t-ie inderdaad af zou gaan. Je zou zelfs kunnen denken dat-ie voor iedereen gevaarlik is, tenzij jij je daar niet voor openstelt (maar toch die pin eruit trekken en gewoon blijven zitten). Het maakt niet uit wat je denkt! Na een seconde of acht gaat-ie af, Daar is hij voor gemaakt, zodra je het mechanisme in werking hebt gesteld, gaat-ie af. Het doel van een handgranaat is om zodra het mechanisme is geactiveerd, om alles wat in de buurt is kapot te maken, wat je ook denkt, of gelooft. Daar heb jij GEEN invloed op.
Zo is het ook met het occulte. God zegt ons er van af te blijven en ver weg van ons te houden. Je kunt namelijk al heen snel een mechanisme in werking stellen .Dan doet het occulte waarvoor het gemaakt is: scheiding maken tussen God en mens! Satan is in het Grieks niet voor niets diabolos, wat “hij die scheiding brengt” betekent.
Het is mogelijk om een opsomming te geven van alles wat in de game occult is, maar als je er op een eerlijke naar kijkt, is het voldoende zichtbaar.
Erick Ligtenberg
Denkbeelden over God in het christendom en de islam
Introductie
De verschillen tussen verscheidene godsdiensten worden de laatste tijd steeds vaker afgevlakt. De nadruk wordt gelegd op de overeenkomsten en zo worden de verschillen minder belangrijk gevonden. Zo worden ook de verschillen tussen het christelijk geloof en de islam gebagatelliseerd. We horen steeds vaker dat Allah in de Koran eigenlijk dezelfde is als de God in de Bijbel. Er wordt beweerd, dat het gaat om dezelfde God en dat het verschil vooral ligt in de manier waarop mensen hun god dienen en aanbidden. Ook veel christenen zwakken de verschillen af in een poging tot toenadering tot de moslims. Maar kunnen we eigenlijk wel de Allah van de islam en de God van het christendom als één en dezelfde zien of zijn de verschillen zo wezenlijk dat we godslasterlijk bezig zijn, als we dit beweren?
Allereerst bespreken we kort vanwaar deze oproep om geen onderscheid te maken tussen God en Allah. Daarna wordt er een vergelijking gemaakt tussen de islam en het christendom aangaande de denkbeelden over Allah en God. Zowel in de Bijbel als in de Koran wordt gekeken naar een aantal teksten met beschrijvingen over God en Allah. Hierdoor worden de verschillen duidelijk zichtbaar. De focus ligt hier vooral op een aantal essentiële verschillen, zoals de inspiratie van de Bijbel en de Koran, de naam van God, vergeving, de heiligheid van God en de plaats van de Here Jezus. Dit artikel laat hierdoor zien dat Allah en God niet dezelfde kunnen zijn.
Zijn God en Allah dezelfde?
De bewering dat Allah in de Koran dezelfde is als de God in de Bijbel wordt ten eerste door moslims uitgedragen. De Koran dringt erop aan dat Mohammed en zijn volgelingen dezelfde God als de Joden aanbidden. Het tweede deel van Soera 29:46 spreekt tot de Joden en de christenen en zegt: “Wij geloven in hetgeen ons is geopenbaard en hetgeen u is geopenbaard; en onze God en uw God is Eén; en aan Hem onderwerpen wij ons.” De moslim vindt wel dat de Joden en de christenen een fout begrip hebben van god. Dit foute begrip komt door de fouten die het Oude en het Nieuwe Testament zouden bevatten op die punten waar deze afwijken van de Koran. Toch is voor de moslim de God van het Jodendom en het christendom in essentie dezelfde. Maar tegelijkertijd veroordeelt de Koran in latere verzen deze “mensen van het Boek”. Joden en christenen worden gelijkgesteld aan afgodendienaars en allen zullen volgens Soera 98:6 in het vuur van de hel geworpen worden, als ze Allah niet gaan aanbidden. Hoe is het mogelijk dat als dezelfde god aanbeden wordt, de Joden en de christenen in deze Soera “de slechtste der schepselen” genoemd worden? De bewering dat het toch om dezelfde god gaat staat dus vooral in de vroegste verzen van de Koran; in latere verzen staat wel degelijk iets anders. Eigenlijk herroept de Koran de bewering dat God en Allah gelijk zijn zelf dus ook.
Moslims die zich bekeren tot het christendom ervaren vaak niet dat ze dan een andere God zijn gaan dienen dan degene die ze eerder dienden. Toch merkt Els Nannen op dat in het begin deze bekeerde moslims inderdaad soms denken de God van de Bijbel dezelfde is als de Allah van de Koran, maar dat door zorgvuldige studie van het Nieuwe Testament hun godsbeeld overgaat in een Bijbels godsbeeld waarin het wezen van God in Jezus Christus meer en meer invloed krijgt.1
Ten tweede bestaat er onder vele christenen ook de veronderstelling dat christenen en moslims dezelfde God dienen en dat het enige verschil ligt in de manier van aanbidden en dienen van deze god. Zo schrijft Christiaan van Gorder dat het probleem niet is dat moslims een andere God aanbidden, maar dat deze God op een andere wijze wordt begrepen in de islam dan in het christendom.2 Ook Kenneth Cragg verkondigt dat christenen en moslims in dezelfde soevereine Schepper-God geloven, ook al wordt God op een andere manier beschreven.3 Cragg schrijft, “Degene die zeggen dat Allah niet ‘de God en Vader van onze Heer Jezus Christus’ is hebben gelijk, als ze bedoelen dat Hij niet zo wordt beschreven door de moslims. Ze hebben ongelijk, als ze bedoelen dat Hij anders is dan die Ene die de christenen kennen.”4
Ten derde is er een steeds kleiner wordende groep christenen die blijft volhouden dat Allah en God totaal verschillend zijn. In zijn boek Wie is deze Allah? schrijft G. Moshay dat de openbaringen van de Koran niet alleen maar een andere beschrijving of misopvatting bevatten over God, maar dat deze openbaringen van Mohammed valse profetieën zijn en dat deze een hele andere god beschrijven.5
Om tot een betere beoordeling te komen van de verschillen tussen God en Allah moeten we beter onderzoeken wat zowel de Bijbel als de Koran over de natuur van God vermelden. We zullen een aantal aspecten van de karakteristieken van God en Allah kort bestuderen.
De inspiratie van de Bijbel en de Koran
Kan dezelfde God zowel de Bijbel inspireren en tevens de Koran openbaren aan Mohammed? De Bijbel leert dat God tot de mensen heeft gesproken door zijn Zoon (Hebr 1:1) en dat de mens niet mag toevoegen of weghalen van Gods Woord (Openb 22:18-19). Maar de moslims geloven dat de Koran de laatste en perfecte openbaring van God is. Hiermee voegen zij dus iets toe aan Gods openbaring in de Bijbel. De Koran leert dat Allah reeds een Boek heeft gegeven vóór de openbaring in de Koran (Soera 4:94). Moslims geloven dus wel degelijk dat de Bijbel van God komt. Maar nadat de Joden Mohammed vertelden dat zijn komst niet profetisch voorspeld was in de Bijbel, heeft Mohammed hen beschuldigd van het vervalsen of fout interpreteren van de Bijbel. Mohammeds taak was om deze vervalsingen te weerleggen. “O, lieden van de Schrift, gekomen is tot U onze boodschapper om u veel duidelijk te maken van wat gij verborgen hield van de Schrift en om veel uit te wissen” (Soera 5:15). Moslims vandaag geloven nog steeds dat de Bijbel onbetrouwbaar is, omdat deze vele fouten bevat, terwijl de Koran de laatste en perfecte openbaring is.
Moeten wij dus als christenen geloven dat Gods openbaring compleet was of is God van gedachten veranderd en moeten christenen deze nieuwe openbaring van de Koran accepteren als openbaring van God? Het antwoord van de Bijbel is duidelijk: Gods openbaring van de Bijbel is afgerond en compleet en daarom kan de God die de Bijbel inspireerde niet ook nog eens de Koran aan Mohammed hebben gegeven. Deze Koran moet dus wel van een andere god afkomstig zijn.
Gods naam
Een naam geeft iemand zijn identiteit. De naam ‘Allah’ kan echter ook simpelweg gezien worden als het Arabische woord voor God. Allah is een samenvoeging van al-ilah, en dus betekent Allah niet alleen ‘een god’ maar ‘de god’. Dit impliceert dat er nooit een andere god is geweest en ook nooit kan komen, die gelijk is aan Allah. De Koran noemt 99 ‘namen’ voor Allah, maar eigenlijk zijn deze namen meer beschrijvingen van eigenschappen dan namen. Deze ‘namen’ geven zeker een idee over wie Allah is, maar geen enkele is een persoonlijke naam. Er is ook nog een honderdste naam van Allah, maar deze wordt niet gegeven en is onbekend. Deze honderdste naam representeert Allah, maar deze blijft ook onbekend, want Allah maakt niemand bekend met zijn geheimen. “Hij is de kenner van het onzienlijke en Hij geeft niemand overvloedige kennis van zijn geheimen” (Soera 72:26).
De God van Bijbel daarentegen maakt zich wel bekend met zijn naam. In Exodus spreekt God tot Mozes en maakt zichzelf bekend als de HERE. (Ex 6:1-2). De God van de Bijbel maakt zichzelf dus wel bekend door Zijn Naam, terwijl Allah niet gekend kan worden omdat hij zichzelf niet openbaart. In de islam ligt dan ook de nadruk op de openbaring als inspiratie en leiding en niet zo zeer op het ontdekken van de aard van Allah. De openbaring van Allah is beperkt tot de expressie van zijn wil in de Koran, terwijl de Bijbel niet alleen Gods wil bekend maakt, maar ook God zelf.
De Eenheid van God
Zowel de Koran als de Bijbel leren dat er één God is. De Koran schrijft: “O, mensen van het Boek, komt tot één woord, waarin wij met elkander overeenstemmen: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets met Hem vereenzelvigen en dat sommigen onzer geen anderen tot goden nemen, buiten Allah” (Soera 3:64). En Paulus schrijft aan de Korintiërs: “Wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.” (1 Kor 8:6). Er is dus overeenstemming dat er één God is, maar is er ook overeenstemming over Gods Zoon?
De Bijbel leert ook de leer van de drie-eenheid, God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hier gaat de islam echter sterk tegenin. De Koran verwerpt dat Allah een zoon zou hebben. “Alle lof komt Allah toe Die Zich geen zoon heeft genomen en Die geen mededinger heeft in Zijn Koninkrijk noch heeft Hij enige helper wegens zwakheid” (Soera 17:111). Ook keert de Koran zich tegen deze leer van de drie-eenheid. “Ongelovig waren zij, die zeiden: Allah is een van de drie” (Soera 5:72). De islam ziet Jezus als de laatste profeet voor Mohammed en noemt Jezus ook Messias, maar verder lijkt deze Jezus weinig op de Jezus van de Bijbel. De islam ziet Jezus namelijk echt niet als de Christus, de Zoon van God, zoals de Bijbel leert (Matt 16:16).
Allah maakt zijn geboden bekend door de Koran, maar zoals we al zagen, kan hijzelf niet worden gekend (Soera 72:26). Hoe anders is het christendom. Jezus zegt: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Joh 14:9b). Christenen kunnen God werkelijk leren kennen door zijn Zoon Jezus Christus. Dit is dan ook een heel belangrijk punt, want hier komen de verschillen tussen islam en het christendom wel heel duidelijk tot uiting.
Vergeving en de Heiligheid van God
De Bijbel leert dat alle mensen zondig zijn (Rom 5:12) terwijl de islam slechts leert dat mensen niet van nature zondig zijn, maar slechts zwak en onwetend. De islam heeft dus geen behoeft aan een redder. Allah vergeeft de zondaar door zijn wet te ontbinden en de zonde te passeren zonder te straffen. Als Allah wil vergeven, dan doet hij dat zonder enige boetedoening. “Hij vergeeft wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil en Allah is vergevingsgezind” (Soera 3:129). Allah kan dus zomaar iemands zonde vergeven zonder daarvoor een vervangend offer te verlangen. Dit betekent dan ook dat Allah niet een heilig god is? Allah’s vergevingsgezindheid gaat ten koste van zijn heiligheid, aangezien hij meer waarde hecht aan de goede daden van mensen dan dat hij boos is over de slechte daden. Ook hier is er dus weer een groot contrast met de God van de Bijbel die zegt, “Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig” (Lev 19:2). God kan de zonde niet tolereren en alleen goede werken kunnen de toorn van God niet afwenden. Daarbij komt ook dat Allah niet altijd vergeeft maar alleen als hij dat wil. Ook dit contrasteert met God die trouw is aan zijn beloftes. “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Joh 1:9).
De kracht en liefde van God
Volgens de islam is Allah almachtig en doet hij precies wat hij wil (Soera 14:4). De Koran heeft het echter nauwelijks over de liefde van Allah. De Bijbel laat juist zien dat God uit liefde voor zondaars een vervangend offer heeft gegeven, zodat de mensen niet verloren zouden gaan (Joh 3:16). Allah daarentegen houdt niet van overtreders (Soera 2:190). Allah is een onpersoonlijke en ontoegankelijke god. Allah heeft profeten gestuurd om de mensen te waarschuwen en wetboeken te geven om ze op de juiste richting te leiden. God heeft zichzelf bekend gemaakt door Jezus Christus, maar Allah is onkenbaar. Alleen de geboden van Allah zijn bekend gemaakt in de Koran. Allah is een verre ontoegankelijke god. Hij controleert alles, maar van een afstand. Dit is totaal anders dan God, die dicht bij zijn volk staat. God in de Bijbel is relationeel en een actieve deelnemer onder de mensheid door zijn liefde. De islam roept de mensen op om Allah te aanbidden en te gehoorzamen; in het christendom heeft God zijn Zoon gezonden waardoor de mensen een relatie kunnen hebben met God als hun Vader.
De positie van Jezus
De Koran ontkent dat er verlossing van zonden noodzakelijk is en gaat daarmee in tegen de essentie van de Bijbel. De Bijbel leert dat verlossing komt door het bloed van de Here Jezus, maar de islam ontkent de kruisiging van Isa en dus ook dat redding door het geloof in Christus is. De Jezus van de Koran, Isa, krijgt een hoge plaats onder de profeten en de Koran bevestigt dat hij zonder zonde is en wonderen kon doen, maar dat is dan ook alles. De Koran vervloekt zelfs degenen die zeggen dat de Messias de Zoon van God is. “En de Joden zeggen : ‘Ezra is de zoon van Allah’ en de Christenen zeggen :’De Messias is de zoon van Allah.’ Dit is, hetgeen zij met hun mond spreken. Zij spreken de woorden na van degenen die vóór hen ongelovig waren; Allah’s vloek zij over hen, hoe zijn zij afgekeerd! (Soera 9:30). Kan dit echt nog wel dezelfde God zijn die zich alleen maar op een andere manier openbaart en die vervloekt degenen die in Zijn Zoon geloven?
Verlossing in de islam
De islam is een wetsreligie. Voor een Moslim is verlossing iets wat ieder voor zichzelf moet bereiken. Een ieder moet zijn eigen zonde dragen en niemand kan de zonden van een ander dragen. (Soera 6:164, 17:15, 35:7). Deze denkwijze sluit dus een plaatsvervangend offer van Christus al uit. De moslim moet dus zijn redding verdienen en dat kan door goede daden. “Allah heeft hun die geloven en de deugdelijke daden doen, toegezegd dat er voor hen vergeving is en een geweldig loon” (Soera 5:9). Op de dag van het laatste oordeel worden de goede daden afgewogen tegen de slechte daden. “Dan zal hij, wiens schalen zwaar zijn, een aangenaam leven genieten. Doch hij, wiens schalen licht zijn, zijn toevlucht zal Hawi’jah zijn (Soera 101:6-9). Redding in de islam is dus door goede werken. Een moslim moet zich houden aan de vijf pijlers van de islam: shahada, de geloofsbelijdenis; al-salaat, het vijf maal daags bidden; verplicht vasten tijdens de Ramadan; al-zakat, het geven van aalmoezen; en al-haddj, de pelgrimstocht naar Mekka. Maar zelfs dan is de moslim niet verzekerd van toegang tot het paradijs. Alleen door de djihad, de heilige oorlog, kan een moslim zeker zijn dat hij is uitverkoren. Door te sterven in de djihad, zal Allah iemand zeker zijn zonden vergeven en toegang verlenen tot het paradijs (Soera 61:11). Ook hier zien we weer een grote tegenstelling met het christendom. Gods vergeving komt door genade, door het geloof en niet door werken (Eph. 2:8-9). Christus is de bron en de oorzaak van eeuwig heil voor degenen die Hem gehoorzamen (Hebr. 5:9).
Conclusie
Deze korte vergelijking van de islam en het christendom maakt al wel duidelijk dat Allah en God totaal verschillend zijn. Ook al presenteert de Koran Allah en God als dezelfde, de verschillen zijn veel groter dan alleen maar een andere manier van aanbidden. We hebben gezien dat de essentie van God en Allah zodanig verschillen dat we wel moeten spreken van verschillende goden. De God van de Bijbel is een heilige God die zondaars lief heeft en Allah is dit niet. De Koran presenteert een heel ander beeld over de redding van de mensen. De islam is een religie van werken, terwijl in het christendom verlossing komt door genade door het geloof. Er kan er maar één de ware God zijn.
Jozua stond ook voor een keuze welke god hij zou dienen. “Maar indien het kwaad is in uw ogen, de HERE te dienen, kiest dan heden wie gij dienen zult: of de goden die uw vaderen aan de overzijde der rivier gediend hebben, of de goden der Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen (Joz 24:15).
Evolutieleer, waarom tegen?
De evolutietheorie veronderstelt dat het leven op aarde als volgt is ontstaan: atomen voegden zich samen tot eenvoudige moleculen:
Deze mens zou in het stadium gekomen zijn de verdere evolutie zelf ter hand te nemen. De Nederlandse overheid gaat er van uit dat de evolutietheorie bewezen is en heeft deze daarom als leerstof verplicht gesteld.
Onze jeugd is gebaat met goed onderwijs. Daarover zal geen verschil van mening bestaan. Het huidige onderwijs in de evolutieleer is echter om een aantal redenen geen goed onderwijs:
1. De evolutietheorie lijkt een leer die niet ter discussie gesteld mag worden. Door dit dogmatische karakter, wordt het kritisch logische denkvermogen van de leerlingen uitgeschakeld.
2. De natuurwetenschappelijke werkwijze, die men de leerlingen bij tracht te brengen bij de scheikunde en natuurkunde, wordt op deze wijze in de vakken biologie, aardrijkskunde, geschiedenis enz, weer teniet gedaan. Dat is didactisch gezien een misser.
3. Bij het onderwijs in evolutieleer wordt verzuimd in te gaan op het waarom en het nut van deze kennis. Daardoor onthoudt men de leerling belangrijke informatie en voedt men hen op in een gesloten denkwijze.
4. De morele consequenties van de evolutieleer worden niet ter discussie gesteld.
Wat is het nut van (macro) evolutieleer (aap → → → → mens)?
Voor problemen als ziekenhuisinfecties, genetische modificatie, biodiversiteit etc. is kennis van macro-evolutie irrelevant. Waar het immers bij deze voorbeelden om gaat, is het ophelderen van de oorzaken van de problemen, ontwikkeling van technieken, ontrafelen van werkingsmechanismen en handhaven van de huidige biodiversiteit. Hierbij kan kennis van de mechanismen van micro-evolutie wel van nut zijn, maar speelt macro-evolutie geen rol. Begrip en kennis van macro-evolutie zijn dus niet nodig voor een goed begrip van biologie.
Morele consequenties van de evolutieleer
Evolutietheorie is een leer van “struggle for life”. Door toevallige mutaties ontstaan verschillen en het wezen dat, met de nieuwe eigenschappen, het best kan overleven in de dagelijkse strijd, heeft de beste kansen om te overleven en zich voort te planten. In principe is de evolutieleer dus een leer van het recht van de sterkste. Dat heeft consequenties voor het mensbeeld. Het zal verschil uitmaken of men denkt dat een mens doelbewust geschapen is of door toeval als beste overlevende geëvolueerd is. Het mensbeeld, de waarde van de mens, is weer bepalend voor de normen in de samenleving.
.
Normen zijn afhankelijk van de menselijke waarden.
Algemeen gesproken zullen de mensen moord, diefstal, geweld, verkrachting niet goedkeuren. Maar tegelijk valt te constateren dat er groepen mensen zijn die moord en geweld niet afkeuren. Ook zijn er samenlevingen waarin diefstal of verkrachting prijzenswaardig gevonden wordt, als het ten nadele van een andere stam is. Zelfs hele volksgroepen worden uitgeroeid. De normen zijn blijkbaar afhankelijk van de visie op de waarde van de mens.
In onderstaande tabel staan de consequenties voor de normen uitgaande van het geloof in evolutie en het geloof in schepping.
Hoe te
oordelen over:
Uitgaande van
het geloof in evolutie:
Uitgaande van
het geloof in de Bijbel:
– moord,
oorlog
?
Gij zult niet doodslaan. (Ex 20:13)
Zalig de vredestichters. (Mat 5:9)
Hebt uw vijanden lief. (Mat 5:44)
– diefstal
?
Gij zult niet stelen. (Ex 20:15)
Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne
zich liever in om met zijn handen goed werk te
verrichten. (Ef 4:28)
– liegen
?
Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste. (Ex 20:16)
Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid (Ef 4:25)
alle leugenaars – hun deel is in de poel die
brandt van vuur en zwavel (Openb 21:8)
– geweld op
straat
?
Weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. (Ef 4:32)
– verkrachting,
overspel
?
– abortus
?
Mat 5:7 ; Openb 21:8)
-homoseksueel gedrag
?
Mat 5:8; Rom 1:26,27)
– ouders
gehoorzamen
?
Eer uw vader en uw moeder (Ex 20:1)
Kinderen weest uw ouders gehoorzaam in de Here. (Ef 6:1)
– brutaal zijn
?
God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
(Jac 3:6; 2Tim 3:2-4; 1Petr 2:13)
Conclusie:
Normen
afhankelijk van mensen,
dus veranderlijk.
Mysteries
De levende cel: een mysterie
Een levende cel is een ongelooflijk mysterie, veel complexer dan een moderne miljoenenstad. Het is een levende eenheid met organen (organellen genoemd). Het heeft blauwdrukken, decoders, kwaliteitscontrolesystemen, elektriciteitscentrales (mitochondriën), batterijen voor energieopslag, chemische fabrieken, assemblagelijnen, afvalverwerkers, een complex communicatiesysteem, recycling centrales, ontgiftigingsfabrieken, snelwegen en tunnels, levende muren met enkelvoudige en tweebaanswegen naar de buitenwereld, een externe matrix om met andere cellen te verbinden en nog veel meer. De cel leeft en kan zich delen en maakt niet alleen de eigen machinerie, maar ook de ruwe materialen.
Nog een mysterie: mensen kijken totaal verschillend naar een levende cel
Er zijn mensen die denken dat de cel in kleine stapjes toevallig ontstaan is, gedurende een onvoorstelbare lange tijdsperiode. En er zijn mensen die denken dat de complexheid van een cel wijst op een niet-materiële herkomst.
Dat roept de vraag op: hoe komt het dat in de hersenen van mensen over dezelfde materie totaal verschillende gedachten ‘leven’?
Materie en gedachten over die materie: een mysterie
Materie beschikt over massa en die massa kan in een zwaartekrachtsveld gewogen worden. In tegenstelling daarmee kunnen haat, liefde, wil, bewustzijn, intelligentie, informatie, enz. op deze wijze niet gewogen worden. De werkelijkheid waarin wij leven, bestaat blijkbaar uit twee te onderscheiden gebieden, namelijk een materiële en een niet-materiële wereld.
Aan de vrucht kent men de boom.
Een appelboom geeft appels, een perenboom peren, een distel distelzaden en paarden baren veulens. Materie komt van materie. Een materieel iets produceert niet iets onstoffelijks als gedachten of informatie. Wel is het zo dat voor opslag en doorgifte van informatie, materie en energie nodig zijn. De materie is dan de stoffelijke informatiedrager. Het is zoals het schoolbord waarop een figuur staat, dat weggeveegd kan worden en door een andere figuur vervangen kan worden of een USB-stick met een computerprogramma: de USB-stick kan geformatteerd en opnieuw beschreven worden. De informatie verandert, maar de informatiedrager, het bord of de USB-stick, blijft onveranderd. Zo zijn onze stoffelijke hersenen de dragers van de onstoffelijke gedachten. Onze gedachten veranderen voortdurend, maar de hersenen die de gedachten dragen, blijven stoffelijk.
Wat is de oorsprong van informatie?
Als kinderen een figuurtje, dat op het bord getekend wordt, voor het eerst zien, kan de leerkracht zelf beslissen hoe hij het figuurtje dat hij getekend heeft, wil noemen. De leerkracht is dan de informatiebron voor de kinderen.
De informatie (de naam) over het figuur dat groepsleerkracht op bord tekent, heeft hij ooit gekregen van de meester bij wie hij in de klas zat en die weer van zijn meester, enz. Doordenkend kan men concluderen dat de oorspronkelijke bron van informatie niet materieel, dus geestelijk, moet zijn.
In tegenstelling tot een mechanische bron, beschikt een informatiebron over een eigen wil. Die bron denkt zelfstandig, is creatief en werkt doelgericht; het is een intelligente bron.
Kunnen wij in onze gedachten een voorstelling maken over deze intelligente bron die buiten onze waarneming valt?
Een hogere dimensie
Wij mensen leven in een drie-dimensionale wereld: lengte-breedte-hoogte. Wiskundigen kunnen rekenen met hogere dimensies. Om enigszins een indruk te krijgen van een hogere dimensie kan men zich voorstellen hoe een figuur uit een plat vlak het zou ervaren als een figuur uit de drie-dimensionale wereld in zijn platte wereld zou komen.
Als meneer bol door het platte vlak gaat, ziet meneer rechthoek in dat vlak alleen maar een stip, die geleidelijk groter wordt en daarna weer kleiner, om als een stip weer te verdwijnen. Meneer rechthoek kan zich geen voorstelling maken van meneer bol in de drie-dimensionale ruimte, hij moet afgaan op wat meneer bol daarover probeert uit te leggen.
Zo kunnen wij stoffelijke mensen ons ook geen voorstelling maken van de intelligente bron van de oorspronkelijke informatie. Wij moeten afgaan wat daarover, vanuit die hogere dimensie, ons verklaard wordt.
De intelligente Bron
De oorspronkelijke informatie heeft logischerwijze een intelligente Bron. Wij mensen van “het platte vlak”, kunnen alleen een idee krijgen van deze Bron, “uit een andere dimensie”, door wat ons daarvan getoond en verklaard wordt.
In de Bijbel lezen we over de intelligente Bron:
– Want de dingen van Hem die onzichtbaar zijn, worden sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken gekend en doorzien…. (Rom 1:20)
– In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. (Joh 1:1-4)
– God is Geest, (Joh 3:24)
– Niemand heeft ooit God gezien; Jezus Christus, die heeft Hem doen kennen.(Joh 1:18)
Nog een mysterie: van boven af geboren worden.
De verklaring van het verschillend kijken naar een cel moet gezocht worden in het al of niet willen erkennen dat we vanuit onze beperktheid niet de Bron van de informatie zullen kunnen bevatten.
– Jezus Christus heeft gezegd: Als iemand niet opnieuw (geestelijk) geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God (het geestelijke) niet zien. (Joh 3:3)
– Jezus Christus heeft ook gezegd: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. (Joh 3:36)
Als we die woorden vertrouwen en daarop ingaan, wordt onze blik verruimd en leren we de Bijbel verstaan en gaan we vanuit een andere dimensie ook de mysterieuze cel zien.
– Door het geloof zien wij in, dat de wereld tot stand gebracht is door het woord van God, en wel zo dat de dingen die men ziet, niet ontstaan zijn uit wat zichtbaar is. (Hebr 11:3)
dr.W.Hoek (chemicus)
Meer informatie over de hogere dimensie:
http://www.youtube.com/watch?v=EJVHjvxH26M
Betere studieresultaten
OUDERS, NIET LERAREN, SLEUTEL TOT ONDERWIJS
Uit een studie blijkt dat bij vermeerdering van kennis door toedoen van ouders meer bereikt wordt dan van onderwijzend personeel.
Een studie van de RES (= Royal Economic Society) laat zien dat het effect van ouders op testresultaten vijf maal hoger is dan die van beïnvloeding door leraren. Van dit inzicht word je doordrongen door de waarschuwingen van Sir Michael Wilshaw dat leraren niet in staat zijn hun eigen werk goed uit te voeren, omdat ouders van hen verwachten dat zij hun eigen tekortkomingen overlappen en eigenlijk een surrogaatgezin voor de leerlingen moeten vormen.
Sir Michael Wilshaw beweerde, dat scholen moesten beginnen morele leiding te geven, omdat veel kinderen “opgroeien zonder een juiste gezinsstructuur en zonder culturele en gemeenschappelijke waarden, die zij nodig hebben om zich te ontplooien”.
De bovenstaande bevindingen zullen het gesprek bepalen over de graad waarin scholen betere resultaten voor leerlingen kunnen boeken zonder ondersteuning van het gezin. De studie in kwestie was geleid door dr. Arnaud Chevalier en hij analyseerde data van scholen in Denemarken tussen 2002 en 2010. “De helft van het verschil in testscores is toe te schrijven aan gezinsfactoren, omdat scholen slechts voor 10 % meetellen,” wordt beweerd. Het overblijvende verschil was aan leerlingen zelf te danken. Onderzoekers zeiden, dat het effect van de gezinnen op testscores niet afhankelijk was van het gezinsinkomen. Het onderzoek liet ook zien dat de invloed van ouders het grootst was bij wiskunde- en natuurkunde-examens.
De herkende problematiek suggereert dat een gebrek aan stimulans vanuit het gezin te maken heeft met het door de ouders aanbieden van te lezen materiaal en het helpen met het huiswerk. Kinderen worden door alles om hen heen beïnvloed: de wijze waarop hun ouders handelen, wat hun ouders zeggen en doen en vooral als zij meer tijd besteden aan beroemde personen nl. hoe die rolmodellen handelen.
De heer Lightman zei: “Kinderen worden tegenwoordig geconfronteerd met een heleboel verschillende rolmodellen en niet altijd met de meest positieve. Zij zien voorbeelden op tv of elders in de huidige cultuur die niet op de juiste wijze spreken en niet handelen op de manier die van hen verwacht mag worden. De huiselijke omgeving is tegenwoordig vaak meer gefocust op maaltijden voor de tv en de ouders zijn vaak te moe om met hun kinderen te praten, behalve om hun op te dragen de karweitjes te doen en het huiswerk te maken.”
Het is niet moeilijk je voor te stellen het schadelijke effect dat dit heeft op de studie van kinderen in vergelijking met een gezinsleven dat op gezamenlijke maaltijden en discussies gericht is en waar de kinderen aangespoord worden intellectuele ideeën te lezen en te ontdekken.
Bron: www.educationnews.org
De zorg van God (4)
Maria, wat heb je in je hand? (Joh 12:1; Mark 14:1 en Matth 27:60)
De vorige keer hebben we een aantal begrippen verbonden met personen, die iets in hun hand hadden. Een korte terugblik:
Maria van Bethanië
In Lukas 10: 38-40 lezen we : 38 Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Marta geheten, ontving Hem in haar huis. 39 En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten, naar zijn woord luisterde.
Hier leerde ze van de Heere Jezus. Wat een voorrecht door Hem Zelf onderwezen te worden. In vers 41 zegt de Heer dat Maria het goede deel gekozen heeft. Dat is ook ons voorrecht. Als we onze Bijbel ter hand nemen en Hem vragen: “Heer leert u mij datgene wat u nodig vindt en wat ik nodig heb”, dan zal Hij dat doen. Psalm 32:8 zegt het zo treffend: “Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; mijn oog is op u.” Hij wil dat we van Hem leren. In Matth 11:29 lezen we: “Leert van Mij……” Er is geen beter onderwijs dan het onderwijs van de Heere Jezus. Hij is het volmaakte Voorbeeld. Maria leerde van Hem. En ik en u ?
In Johannes 11 lezen we van Lazarus’ dood. Als Martha, haar zus, zegt dat de Heere Jezus haar roept, dan gaat ze direct naar Hem toe. In vers 32 staat: “Toen Maria dan kwam, waar Jezus was en Hem zag, viel zij Hem te voet en zeide tot Hem: Here, indien Gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn.” Ook hier vinden we haar aan de voeten van de Heere Jezus, maar nu met het doel om haar verdriet voor Hem uit te storten. Zou ze dat niet bij en van Hem in Lukas 10 geleerd hebben? Ook wij hebben dat voorrecht dat we met alles wat ons bezighoudt, tot Hem mogen gaan. Laten we dat voorrecht ook gebruiken. Hij zegt het zelf in Matth 11:28: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven………”
De vraag was, hoe komt ze erbij om zoiets kostbaars voor de Heiland te kopen? Laten we eerst de geschiedenis in Johannes 12 lezen. Leest u ook de andere geschiedenissen in Markus en Mattheus (Zie titel):
1 Jezus dan kwam zes dagen vóór het Pascha te Bethanië, waar Lazarus was, die Jezus uit de doden had opgewekt.
2 Zij richtten daar dan een maaltijd voor Hem aan en Marta bediende, en Lazarus was één van hen, die met Hem aan tafel waren.
3 Maria dan nam een pond echte, kostbare nardusmirre, en zij zalfde de voeten van Jezus en droogde zijn voeten af met haar haren; en de geur der mirre verspreidde zich door het gehele huis. 4 Maar Judas Iskariot, één van zijn discipelen, die Hem verraden zou, zeide:
5 Waarom is deze mirre niet voor driehonderd schellingen verkocht en aan de armen gegeven? 6 Maar dit zeide hij niet, omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder der kas de inkomsten wegnam.
7 Jezus dan zeide: Laat haar begaan en het bewaren voor de dag van mijn begrafenis;
8 want de armen hebt gij altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd.
9 De grote menigte uit de Joden dan kwam te weten, dat Hij daar was, en zij kwamen niet alleen om Jezus, maar ook opdat zij Lazarus zouden zien, die Hij uit de doden had opgewekt. 10 En de overpriesters beraadslaagden om ook Lazarus te doden, 11 daar vele der Joden ter wille van hém kwamen en in Jezus geloofden.
“Maria, wat heb je in je hand?” Ze zou gezegd kunnen hebben: “Ik heb een pond echte, kostbare nardusmirre voor de Heere Jezus gekocht.“ Judas taxeert de waarde ervan op driehonderd schellingen. Om een indruk te geven van de waarde: In Markus 6 lezen we, dat er vijfduizend man gevoed moesten worden. Even daarvoor vragen de discipelen aan de Heer: “Zullen we voor tweehonderd schellingen brood gaan kopen?” Geeft dat niet een kleine indruk van datgene wat Maria voor de Heer over had. Ze had een alles overstijgende liefde voor Hem aan de voeten van Wie ze gezeten had, van wie ze meegemaakt had, dat Hij sterker was dan het graf en de dood, toen Hij haar broer Lazarus opwekte. (Joh 11) Maar ze heeft nog meer gezien en geleerd van Hem. Dat is, dat Hijzelf zou sterven en begraven worden. (vs. 8 ) En daarom zalfde zij Zijn voeten. Omdat Hij voor haar, boven alles en allen uitging. Ze dacht bij de aankoop niet aan zichzelf, maar aan Hem, Wie Hij was, wat Hij al gedaan had en wat Hij nog zou doen. Dat is aanbidding!
Nardusmirre wordt gewonnen uit de wortels en de onderste stengels van de plant. Onzichtbaar voor het oog, wordt er in de wortels die geurige olie aangemaakt. Aanbidding is het gevolg van mijn (verborgen en persoonlijke) omgang met de Heere Jezus en mijn alles overstijgende liefde voor Hem. De geur van de mirre verspreidde zich door het hele huis. Zal het dan niet merkbaar zijn ook voor anderen, als u en ik aanbidders zijn?
Het is een aangenaam iets geweest voor Hem te weten dat er iemand was, die begreep dat Hij zou lijden en sterven. (De geur van de wortel van de plant waaruit nardusmirre gewonnen wordt, is heerlijk, maar de smaak van de wortel is bitter. Een beeld van Hem die waard is om aanbeden te worden, vanwege zijn onnoemelijk lijden en Zijn dood aan het kruis.)
Wat is het voor het hart van de Heere Jezus geweest iemand te zien die door de omgang met Hem, inzicht kreeg wat Hij moest doormaken, die daardoor een boven alles uitgaande liefde tot Hem gekregen had en dat toonde in wat zij deed voor Hem.
Nog twee Maria’s
We zullen ons nog met twee andere Maria’s bezighouden. Markus 16:1: En toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala en Maria, (de moeder) van Jakobus, en Salome specerijen om Hem te gaan zalven. 5 En toen zij in het graf gegaan waren, zagen zij een jongeling zitten aan de rechterzijde, bekleed met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar. 6 Hij zeide tot haar: Weest niet ontsteld. Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde. Hij is opgewekt, Hij is hier niet; zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. 7 Maar gaat heen, zegt zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, gelijk Hij u gezegd heeft.
Maria van Magdala was een vrouw, bevrijd door de Heer van zeven demonen. De andere Maria was de moeder van Jakobus en Joses. Maria van Bethanië was niet bij het graf. Dat is heel begrijpelijk. Zij wist van Zijn opstanding. Hij had haar over Zijn dood verteld, Zijn begrafenis. Ik kan me niet voorstellen dat Hij dan niet over Zijn opstanding tegenover Maria gesproken heeft. Meerdere keren heeft de Heer over zijn opstanding gesproken. Vergelijk Matth 12:40; Mark 8:31; Joh 2:20; enz. Ze was er niet, omdat het graf leeg zou zijn.
Nog een gedachte, die ik graag met u delen wil. Maria van Bethanië kwam op tijd met het pond echte, kostbare nardusmirre voor de Heere Jezus. De andere twee Maria’s die we net besproken hebben, kwamen te laat met hun specerijen. Wat leert ons dit? Dat we te laat kunnen komen met onze aanbidding voor Hem. Ongetwijfeld bedoelden deze vrouwen het goed, maar ze kwamen te laat om Hem te zalven. Wanneer mogen we dan aanbidden Het antwoord is kort maar krachtig: “Nu!”
De Heere Jezus is opgewekt en is teruggegaan naar Zijn Vader. Wij zijn hier nog op aarde. Wat hebt u in uw hand? Is dat wat u hebt “een liefelijke reuk” voor de Heere Jezus? Dingen die u van Hem gezien hebt uit het Woord van God, die de Heere Jezus kostbaar voor u maken ? Wij mogen als antwoord op Zijn liefde Hem aanbidden.
Komt laat ons Hem aanbidden, want Hij alleen is waardig!
Een activiteit, die we hier op aarde mogen beginnen en die we in de hemel zullen voortzetten.
Zullen we ons dan niet (meer) bezig houden met Hem en Zijn lijden en sterven en opstanding?
Zullen we er een gebedszaak van maken, opdat we meer aanbidders zullen zijn?
A.Eysink