Wat hebben veel kinderen en daarmee hun ouders last van leer- en gedragsproblemen. Het lijkt alsof het jaarlijks erger wordt. Wat doe je dan? Gebruik de matriXmethode.
Het klinkt dan zo geweldig, zowel voor kind, ouders als leerkrachten. Eén methode die helpt om alle voorkomende problemen en beperkingen bij kinderen te laten verdwijnen. Sterker nog: al deze leer- en gedragsproblemen zijn volgens deze methode te voorkomen!
Is dat zo? Laten we eens kijken of de methode Bijbels verantwoord is.
Hoe de MatriXmethode (afgekort MM) zichzelf presenteert
De MatriXmethode – ontwikkeld door Ingrid Stoop – zegt een manier van coaching te zijn, waarbij gebruik wordt gemaakt van technieken uit het NLP (neurolinguïstisch programmeren).
MM-coaching zou kunnen helpen bij het ‘opruimen van je hoofd’, een soort ordenen, waarbij ‘de dingen’ een vaste plaats krijgen in het hoofd van het kind. Iets wat al goed is, mag blijven, wat niet bevalt, verander je met de hulp van de coach. Ondersteuning voor deze gedachte/techniek is het NLP, dat ervan uitgaat dat ieder mens zelf in staat is om zijn eigen oplossing te zoeken en te vinden. Dit zoeken en vinden wordt door de MM-coach begeleidt.
De manier waarop deze coaching (lees herprogrammeren) van de hersenen van het kind plaatsvindt, is speels. Hierdoor kan het al op zeer jonge leeftijd worden toegepast (6 jaar en ouder). Dit herprogrammeren of zoals het wordt genoemd ‘make-over’ van het hoofd, vindt plaats in twee tot vier consulten. Niet alleen voor leerproblemen, dyslexie of dyscalculie, maar ook toepasbaar bij faalangst, bedplassen, emotionele problemen, angsten, gebrek aan zelfvertrouwen, verdriet, zorgen etc. wordt de methode gebruikt.
Op het consult laat de MM-coach het kind eerst een tekening maken, waarbij het kind onder begeleiding (!) zijn/haar hoofd in kaart moet brengen, daarin zgn. ‘informatiestromen’ moet tekenen en ze concreet benoemen (zoals angst, chaos, verdriet enz.).
Daarop volgt een tweede tekening, waarbij het kind (volgens hem/haar) het ideaalbeeld moet tekenen, zoals het kind dit zelf zou willen dat ‘die kaart’ van zijn/haar hoofd eruit zou moeten zien. Om toe te werken naar de tweede kaart/tekening wordt in trance de NLP-methode ingezet: succes verzekerd . . . . .
Spiegelen aan Gods Woord
Menig ouder heeft genoeg aan bovenstaande opsomming en bij velen zullen de haren recht overeind gaan staan. Ook als je niet weet wat NLP is, treffen we hierboven dingen aan die Bijbels onverantwoord zijn. De ouders en opvoeder(s) van het kind zijn verantwoordelijk voor het innerlijk van het onvolwassen kind. Weet een kind trouwens wat goed voor hem/haar is? Is alle ethische en Bijbelse kennis hierover al aanwezig? Nee! Bovendien zijn wij door God aan elkaar gegeven. Je kunt niet altijd alleen en vooral een kind niet, zelf beslissen.
Achtergrond
Voor het (passend)onderwijs klinkt dit hoopvol: zijn er problemen met kinderen, stuur hen 3 tot 4 keer naar een Matrixcoach en de problemen zijn opgelost. Nee, geen verwijzingen meer naar het SBO (Studie- en beroepsoriëntering), geen rugzakjes meer en van medicatie verlost. Onder ‘opleiding en beroep’ zie je dat mevr. Stoop een ‘certified NLP trainer’ én ‘NLP coach’ is. Wat opvalt, is de verbinding met (andere) paranormale/occulte hulpverlening (pendelen, fotoreading en Egyptian healing). Het lijkt dan ook geen wonder, dat op de “Astrologie- startpagina” weer naar de MatriXmethode terugverwezen wordt.
Vaak zeggen alleen de afbeeldingen op de sites al genoeg.
NLP[i]
We hebben gezien, dat het fundament voor de MatriXmethode en coaching NLP is. Het woord ‘neuro’ wil ons laten denken, dat het om een medische en wetenschappelijk verantwoorde methode gaat. Is dat zo?
Zo maakt NLP gebruik van trance- en regressietechnieken om in die toestand ‘reparaties’ uit te voeren (in het verleden) of om juist ‘bronnen’ aan te boren, zelfs vanuit vorige levens! Dit is on-Bijbels denken en handelen. Het verleden sluit je af met bekering en schuldbelijdenis, waarop vergeving en heling plaatsvindt.
NLP is volgens hen het instrument om aan het onderbewustzijn van de mens te werken en om daar waar het niet goed gaat, dat te veranderen. Hierbij treedt een blijvende verandering in perceptie en denken op.
Niet NLP, maar de Bijbel is maatstaf voor wat wel en niet goed is! Trance? De Bijbel leert ons juist bij zinnen te zijn! Wie sta je toe in je ziel te werken en daar veranderingen aan te brengen?
Het probleem bij NLP is dat men werkt aan het onbewuste. Bij de MatriXmethode gebeurt dit ook. Het kind brengt dus door een tekening zijn hoofd in kaart. Eén van de NLP-vooronderstellingen is : ‘De kaart is niet het gebied’. Het betekent dat hetgeen je ziet, hoort of voelt, de dingen die je ervaart, niet alles is wat er bestaat. Je filtert namelijk een heleboel informatie weg, omdat het anders te veel wordt of omdat je het niet nodig hebt. Je bent je niet bewust van al die informatie. Je brein filtert de informatie. Zo blijft er maar een stukje van over. De rest gaat het onderbewuste in.
Naast taalbeheersing is ook het onderscheiden van bepaalde typen mensen bij NLP belangrijk. Daartoe worden in het onderbewuste ankers[ii] bij de cliënt geplaatst. Op de site www.bijbelenonderwijs.nl wordt op de deelsite Occult en Licht het ankeren uitgelegd. Een gedeelte uit de omschrijving: “Zo kan men tijdens een lichthypnotische trance een prettige herinnering vastleggen door een ‘anker’ te slaan op bijv. de pols of het sleutelbeen. Later kan men dan op elk gewenst moment dit anker activeren en daarmee dit euforische gevoel oproepen om zich daarmee door een nare situatie ‘heen te slaan’.” In hetzelfde artikel wordt ook de Bijbelse duiding vermeld: In plaats van ‘ankeren’ wordt ons geleerd om vast te houden aan de hoop die voor ons ligt en die is “als een anker der ziel, dat veilig en vast is en dat reikt tot binnen het voorhangsel,” (Hebr 6:19).
Bij NLP word je dus in trance gebracht. Ook bij de MatriXmethode probeert men via trance buiten het lichaam te treden en de verkeerde dingen uit het verleden aan te passen of weg te halen of de geschiedenis weer over te doen. Men werkt in het onderbewuste van degene die behandeld wordt.
Bijbels denken
De Bijbel geeft een Gods-, mens- en wereldbeeld. Door deze methode dwaalt men steeds verder van deze beelden af, ja van de ware God af.
Je staat versteld, dat op de website http://www.pnl-nlp.org/download/hindou2 NLP met het hindoeïsme linkt. In welk gedachtegoed kom je terecht, als je je overgeeft aan zo’n training.
Oosterse godsdiensten bieden geen oplossing voor je problemen. Als in de MatriXmethode zelfs boeddhistische invloeden aanwezig zijn, is het overduidelijk uit welke bron de methode put.
Het belangrijkste bezwaar tegen NLP is niet dat deze therapie geen optimale resultaten oplevert. De toepassing van NLP moet vooral afgeraden worden, omdat deze conditioneringsmethode de deur opent voor praktijken die uiteindelijk kunnen leiden tot niets minder dan geestelijke slavernij (Filoscoop).
NLP en MatriXmethode
Uit het voorgaande blijkt dat de werkwijze van NLP en de Matrixmethode hetzelfde zijn. Er worden reparaties in het verleden uitgevoerd, waardoor de problemen verdwijnen. En…het werkt.
De methode vindt toepassing in het brede spectrum van het onderwijs: van openbaar tot reformatorisch. Uit welke bron je ook put, de methode is niet onschuldig. De deur naar de “verborgen wereld” wordt geopend.
Voorstanders van de MatriXmethode zullen naar voren brengen dat het er uitsluitend om gaat kinderen van hun angsten en andere psychische moeilijkheden af te helpen. Het leven kan door deze coaching een stuk gemakkelijker worden, beweert men. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om met deze techniek kinderen handelbaarder te maken. “Als u uw kinderen ankert, terwijl ze rustig, tevreden en evenwichtig zijn, kunt u hen later veel gemakkelijker tot rust brengen, als ze agressief of angstig zijn.” (Krusche) De voorstanders van NLP vergeten dat ieder nieuw geïmplanteerd anker iemand minder bewust en méér geestelijk onvrij maakt (Filoscoop).
Het geconditioneerde kind krijgt heeft een gestoord en chaotisch realiteitsbesef. Hij kan in vergelijking met de informatiebewuste mens heel gemakkelijk veranderen, want in zijn denk- en gevoelswereld bestaat geen heelheid die in stand gehouden moet worden. Deze mens kan zonder moeite met alle winden meewaaien.
Daarom moeten we ons net als bij andere occulte zaken de vraag stellen, in hoeverre we ons daar dan in mee willen laten. De vraag is niet of een therapie werkt, maar door welke kracht ze werkt!
[i] Zie voor informatie over NLP op de site www.bijbelenonderwijs.nl: https://bijbelenonderwijs.nl/bijbel-en-onderwijs/nlp-een-nieuwe-godsdienst/
Bij Bijbel & Onderwijs is eveneens verkrijgbaar het boekje NLP. Magie in een wetenschappelijk jasje? door prof. dr. R. Franzke, 48 blz.
[ii] Zie voor ankeren de site www.bijbelenonderwijs.nl: https://bijbelenonderwijs.nl/?s=ankeren
Leerling met het syndroom van down
Een morgen op een basisschool
Sinds augustus zit Gijs bij ons op de basisschool in groep 1/2. Hij heeft het syndroom van Down. In juli 2012 is hij 4 geworden en hij komt vijf ochtenden in de week. Gijs praat nog weinig tot niets. Een kort verslag hoe een deel van een ochtend eruit ziet.
Begroeting
Het is 5 voor half 9 en Gijs komt vrolijk binnen met in zijn hand de heen–en-weer map. Hij geeft de map aan de juf. De juf zegt:”Goedemorgen Gijs”, en wil hem een hand geven. Gijs kijkt de klas rond. Nadat de juf hem naar haar toe gedraaid heeft, geeft hij een hand. Hij zegt ‘da ‘ (dag) tegen zijn moeder en gaat naar zijn plaats. Hij heeft een vaste plaats in de kring, op een plek waar hij zo weinig mogelijk prikkels heeft. Er staan zo weinig mogelijk materialen en spullen bij hem in de buurt, waar hij aan kan zitten. Gijs is nog echt aan het ontdekken door materialen e.d. aan te raken en vast te pakken.
Als alle kinderen er zijn, begroet de juf hen door “Goedemorgen allemaal” te zeggen. De kinderen zeggen ook: ”Goedemorgen.” Gijs doet op zijn manier mee door geluiden te maken. Hierna gaan we bidden. Gijs vouwt ook zijn handen en tijdens het bidden, ´bidt´ hij mee door geluiden te maken.
Aan het werk
Hierna wordt de dag van de week benoemd en de dagritmekaarten worden besproken. Het hulpje van die dag loopt naar de kaartjes toe en vertelt aan de klas wat ze die dag gaan doen. Ondertussen wijst ze de kaartjes aan. Gijs loopt soms mee en kijkt en luistert.
Tijdens het zingen van allerlei liedjes doet hij leuk mee. Hij ´zingt´(dan maakt hij geluiden) en doet de bewegingen na. Soms ‘zingt’ hij zo enthousiast en hard, dat de andere kinderen de juf vragend aankijken. Ze horen namelijk zichzelf niet meer zingen. De juf wijst Gijs erop, dat hij zachtjes moet ‘zingen’.
Gijs heeft nog heel veel moeite om te blijven zitten op zijn stoel. Hiervoor heeft hij een wiebelkussen, maar deze haalt hij er vaak zelf af. Als hij van zijn stoel loopt (wat geregeld gebeurt), mogen alleen de hulpjes van die dag hem weer op zijn stoel zetten. Dit gebeurt wanneer de juf daar even niet de mogelijkheid toe ziet. Alleen zijn naam noemen en hem zeggen dat hij op zijn stoel moet gaan zitten, helpt niet. Gijs moet oogcontact met je hebben, omdat dan de boodschap beter overkomt. Hij heeft bij alles heel veel herhaling nodig.
Soms als de juf een verhaal wil vertellen of uit een prentenboek wil voorlezen, wordt Gijs door een andere leerkracht of stagiaire even uit de klas gehaald. Samen gaan ze dan koffie halen, kopiëren of een rondje lopen door de school. Soms gaat hij even mee naar een andere klas. Tijdens de vertelling en het voorlezen van verhalen, kan hij heel moeilijk blijven zitten en stil is hij dan ook niet. Voor de rust in de klas, voor de kinderen en de leerkracht is Gijs dan niet aanwezig. Op die momenten dat hij tijdens deze activiteit wel in de klas is, krijgt hij een plaatsje waar hij zo weinig mogelijk prikkels krijgt en waar hij nergens aan kan komen. De leerkracht maakt dan duidelijk aan hem, dat hij stil moet zijn en daarbij wordt een gebaar gemaakt (vinger tegen de mond). Gebaren worden vaak gebruikt ter ondersteuning van de gesproken woorden. Bij alles wat wij als leerkrachten zeggen tegen Gijs, moet dit kort en duidelijk zijn.
Naar buiten
Na ongeveer een kwartier is hij terug. De jassen mogen gehaald worden, omdat we buiten gaan spelen. Groepje voor groepje gaan de kinderen naar de gang. Als de “groene” groep aan de beurt is, zegt de juf: “Toe maar Gijs, jij hoort ook bij de groene groep, je mag je jas gaan halen.” Een andere leerling loopt mee om hem te helpen met de vermelding daarbij dat Gijs het zelf moet doen en dat er dus alleen geholpen mag worden. Alle kinderen vinden het leuk om hem te helpen. Ze zijn erg sociaal.
Terug in de klas komt hij zelf naar de juf toe en geeft zijn jas. De juf zegt tegen hem: “Zal ik je jas aandoen, Gijs?” Gijs reageert hier niet op, omdat hij naar de andere kinderen kijkt. De juf doet zijn jas aan en geeft de rits in zijn hand en zelf trekt hij zijn rits dicht.
Twee aan twee gaan de kinderen naar buiten. Een leerling uit groep 2 neemt hem bij de hand. Gijs weet dat hij buiten bij de muur moet wachten, totdat al het speelgoed bij de zandbak staat. Als de kinderwagen naar buiten wordt gereden, loopt hij ernaar toe. De juf stuurt hem terug naar de muur en zegt dat hij net als de andere kinderen moet wachten.
Als de groene groep aan de beurt is, zegt de juf dat Gijs nu mag kiezen. Hij gaat naar de kinderwagen toe. Samen met de juf gaat hij even naar binnen om de pop te halen.Vrolijk loopt hij daarna rond achter de wagen. Soms komt hij de juf halen en pakt haar hand en neemt haar dan mee naar bv. de schommel. Ze helpt hem erop en even schommelt hij. Een andere keer zit hij bij een kind achter op de driewieler. Hij maakt al redelijk contact met de andere kinderen en ze betrekken hem af en toe bij hun spel.
Als het bijna 10 uur is, is het tijd om op te ruimen. Gijs zet met hulp de kinderwagen bij de zandbak en neemt de pop mee naar de muur, waar hij moet wachten. Twee aan twee gaan de kinderen naar binnen. Als hij binnen is, brengt hij met hulp de pop terug naar de huishoek. Gijs wordt door andere kinderen geholpen met het uitdoen van zijn jas om die daarna in de luizencape te doen en dan de handen te wassen. Hierna pakt hij zelfstandig zijn tas. In de klas gekomen zet hij zijn eten en drinken op tafel en legt zijn tas onder de stoel. Samen met de andere kinderen wacht hij, totdat ze mogen eten en drinken. Ook dit gebeurt weer groepje voor groepje en het zingen van het liedje: “Smakelijk eten…..” Als Gijs hulp nodig heeft, komt hij naar de juf toe. Ze helpt hem, maar leert hem ook dat hij bepaalde dingen zelf moet doen. Hij heeft zich al veel dingen eigen gemaakt.
Als Gijs klaar is, doet hij zelf zijn spullen in zijn tas en legt deze onder zijn stoel. Daarna gaat hij een boekje van de boekenplank pakken. Hier kijkt hij even in en wil dan al de andere boekjes bij de kinderen ophalen. “Nee, Gijs, dit doen de hulpjes, jij bent geen hulpje”, zegt de juf. Half 11, juf Ans stapt binnen en gaat naast Gijs zitten. (Juf Ans is de individuele begeleidster van Gijs). Ze neemt hem meteen mee naar de wc. Na het eten en drinken moet hij meestal naar het toilet. Gijs is nog niet zindelijk, maar thuis en op school wordt er hard aan gewerkt.
Dit was een deel van een ochtend.
Begeleiding
Gijs wordt elke dag begeleid. Twee ochtenden is er de gehele ochtend begeleiding en de andere drie ochtenden vanaf half 11 tot 12 uur.
Naast deze begeleiding in de klas is er drie keer per jaar een groot overleg met ouders, leerkrachten, intern begeleidster, ambulant begeleider, logopediste en de IB-er. Om de zes weken is er een intern overleg en er wordt regelmatig geobserveerd in de klas door de ambulant-begeleider. Zij kan dan ons ook tips geven om bepaalde ‘problemen’, waar wij tegenaan lopen, op te lossen. Soms komt ook de fysiotherapeute observeren bij bv. een gymles. Dit alles om Gijs zo goed mogelijk te begeleiden op school. Tevens is er veel overleg tussendoor met de leerkrachten, de individuele begeleidster en de IB-er. We overleggen hoe we Gijs kunnen helpen beter te blijven zitten op zijn stoel tijdens kringactiviteiten en hoe we kunnen zorgen dat hij minder hard ‘meezingt’. Wat de ene keer werkt, kan de volgende dag niet werken. Elke dag is weer anders. Gijs is op dit moment aan het wennen op school. We werken eraan, dat hij alle regels en routines leert. Het is mooi om te zien dat hij veel kijkt naar de andere kinderen en zo veel dingen leert door na te doen.
In de heen-en-weer-map schrijven ouders, leerkrachten, intern begeleidster, fysiotherapeute en logopediste. Ouders schrijven in de map wat er thuis gedaan is of waar ze heen zijn geweest. Dit wordt ondersteund door foto’s. Zo kunnen we erop school nog op terugkomen. De logopediste en de fysiotherapeute schrijven wat ze met hem geoefend hebben. Als leerkrachten en intern-begeleidster schrijven we de bijzonderheden op
De basisschool is voor Gijs een rijke leeromgeving, waar hij veel leert van andere kinderen. Als kanttekening moet erbij vermeld worden, dat we moeten oppassen dat we hem niet overvragen en dus niet teveel dingen aanbieden boven zijn niveau. Of dit alles meerwaarde voor hem heeft, kan op dit moment niet gezegd worden. De tijd zal het leren. Wel is het voor de ouders fijn dat hij op dit moment in het reguliere basisonderwijs kan meedraaien.
Het is een hele uitdaging, maar ook een rijke ervaring om een jongen met het syndroom van Down in de klas te hebben. Dat geldt niet alleen voor leerkrachten, maar ook voor kinderen. Dit alles gaat niet zonder extra hulp in de klas. De individuele begeleidster van Gijs is echt nodig om hem te helpen en de leerkrachten te ondersteunen.
Groepsleerkracht basisschool
Om privacyredenen is de naam veranderd.
Postmodernisme
Leven in een postmoderne cultuur
Sinds ongeveer de zeventiger jaren van de vorige eeuw vindt er een kentering plaats in het denken: van het moderne naar het postmoderne denken. Vooruitgang en ontwikkeling zorgen er continue voor dat wij ons moeten aanpassen aan veranderde omstandigheden. Echter, in de laatste veertig jaar is het niet alleen de technologische ontwikkeling geweest, maar tevens de totale verandering in het denken die aanpassing vereist. In de tachtiger jaren was er vanuit de christelijke hoek nog wel kritiek op dit denken, toen vaak aangeduid als newage-denken, maar deze kritiek is langzamerhand weggeëbd. Het postmodernisme heeft nu grote invloed gekregen, maar een evaluatie ervan horen we niet vaak. Dit is ook wel logisch, want dit heidense denken schakelt juist de kritiek uit door haar nadruk op tolerantie! Maar willen we en kunnen we als christenen ons eigenlijk wel volledig overgeven aan dit denken? En wat is nou eigenlijk de ideologie van dit denken die we worden geacht over te nemen? Daarom is het goed om stil te staan bij wat het postmodernisme precies is om het te kunnen beoordelen en te toetsen aan wat de Bijbel leert.
Van modern naar postmodern
In het moderne denken lag de nadruk op het rationele, de logica en de wetenschappelijke bewijzen. In het postmoderne denken is deze nadruk verplaatst naar vooral aandacht voor de spirituele ervaring en de emoties. In het modernisme kon je iets zeker weten: iets was waar of niet waar. De kern van het postmodernisme is echter dat waarheid subjectief is en dat absolute waarheid niet meer bestaat. Dit heeft verschillende gevolgen. In dit artikel kijken we naar drie punten van het postmodernisme die alle drie consequenties zijn van het feit dat de absolute waarheid niet meer bestaat: tolerantie, nadruk op de emoties en gelijkwaardigheid van ieders mening. Maar eerst onderzoeken we de kern van het postmodernisme: het ontkennen van een absolute waarheid.
Subjectieve waarheid vervangt de absolute waarheid
Absolute waarheid is waarheid die altijd geldt en dus onafhankelijk is van de omstandigheden. Een subjectieve waarheid daarentegen is afhankelijk van de persoon en zijn of haar emoties en kan daardoor ook veranderlijk zijn. Zo kunnen er over precies dezelfde situatie verschillende interpretaties of meningen zijn, omdat iedere persoon er anders tegenaan kijkt, maar deze worden dan alle als “waarheden” gezien. De basis hiervan ligt bij het denken van o.a. Jacques Derrida en Hans-Georg Gadamer, met name hun gedachten over de betekenis van teksten. In het moderne tijdperk was de intentie van de auteur de belangrijkste maatstaf van wat een tekst betekent. Men zocht dus vooral naar de boodschap die de auteur wilde overbrengen om een tekst te begrijpen waarna deze eventueel kon worden toegepast. Derrida’s deconstructionisme leerde dat woorden geen objectieve inhoud meer hebben. Gadamer stelde, dat een interpretatie van een tekst vooral afhankelijk is van hoe de tekst door de lezer wordt ervaren. Er is dan geen absolute waarheid over de tekst, alleen maar een subjectieve waarheid. Verschillende lezers hebben verschillende interpretaties en al deze interpretaties worden gezien als een mogelijke, subjectieve waarheid. Waarheid wordt afhankelijk van de omstandigheden, dus wat vandaag geldt, is morgen misschien weer anders. Deze afwijzing van absolute waarheid is de kern van het postmoderne denken. Meteen rijst dan de vraag of we de Bijbel dan nog wel eenduidig kunnen begrijpen? In het moderne denken werd de boodschap die de auteur voor de oorspronkelijke lezer had, beschouwd als de absolute waarheid. Het was dus eerst zaak de context te begrijpen om de oorspronkelijke boodschap te reconstrueren en pas daarna kon gekeken worden hoe deze boodschap nu relevant kan zijn. Maar in het postmoderne denken kunnen we meteen beschouwen hoe een tekst wordt ervaren. Toen ik naar een christelijke studentenvereniging ging, was ik verbaasd om te ervaren dat Bijbelstudies vooral een uitwisseling van gedachten waren geworden over een tekstgedeelte. Ik had, met mijn moderne mindset, een grondige studie verwacht en een antwoord op wat de betekenis, de waarheid, zou kunnen zijn.
Kernpunt 1: tolerantie
In het postmodernisme is tolerantie zeer belangrijk. Wat echter niet getolereerd wordt, is intolerantie! Tolerantie betekent respect hebben voor de ander, ongeacht diens mening. Intolerantie is er in de collectieve afkeer van geweld en onrecht, maar ook in het afwijzen van elke vorm van discriminatie, zelfs die discriminatie die op basis van geloof wordt gemaakt. Deze intolerantie heeft bijv. de SGP onlangs ervaren, toen zij van hogerhand geboden werd haar standpunt over het passief kiesrecht van vrouwen te herzien, omdat deze als discriminerend werd ervaren.
Deze nadruk op tolerantie is een logisch gevolg van het ontbreken van absolute waarheid. Als die niet langer bestaat, dan mag je een ander jouw waarheid dus ook niet opleggen. Discussies vinden dan ook niet plaats om iemand te overtuigen van elkaars waarheid, maar puur en alleen om elkaar te informeren over de eigen, subjectieve waarheid.
Deze tolerantie werd in het begin door christenen wellicht nog als zeer bevrijdend ervaren. De tolerantie en het daarbij behorende respect wat in het postmodernisme wordt getoond voor een andere mening zorgde ervoor, dat christenen minder werden aangevallen over hun levensovertuiging. Het postmodernisme bracht niet alleen meer ruimte voor spiritualiteit, maar ook voor allerlei verschillende soorten van spiritualiteit. Hier zien we dan ook meteen het nadeel, want tolerantie en respect voor andere meningen brengt tevens met zich mee dat ook kritiek op valse leringen niet wordt getolereerd. Uiteindelijk leidt deze tolerantie dus tot een uitschakeling van kritiek en een geloof waar er vele wegen zijn die tot God leiden en waar een ieder het recht heeft zijn geloof op zijn eigen manier te beleven.
Kernpunt 2: Nadruk op emotie
Een tweede kernpunt van het postmodernisme is de nadruk op beleving van emoties. Rationele overtuigingen en redeneringen zijn onderhevig geworden aan het gevoel. Deze nadruk zien we in allerlei situaties terug. Denk bijvoorbeeld eens aan de nieuwsberichten. In het journaal vertelt de journalist niet alleen maar de kale feiten, maar benadert soms ook een aantal mensen om een eerste reactie op hoe dit nieuws wordt ervaren. Blijkbaar is het erg belangrijk geworden om te weten hoe de ander, zowel de deskundige als de leek, zich voelt. Ook de populariteit van programma’s op het gebied van reality-tv laat zien, dat we graag willen weten hoe anderen zich voelen en gedragen in bepaalde omstandigheden.
Ook in de kerken zien we een grote verschuiving naar het gevoel. Een Bijbelstudiegroep is veel vaker een gespreksgroep om met elkaar te delen hoe een bepaalde tekst wordt geïnterpreteerd en veel minder een uitleg door iemand die de materie grondig heeft bestudeerd. Dit komt ook, omdat rationeel weten wat de Bijbel ons leert eigenlijk niet meer voldoende is. Mensen zoeken de ervaring van God en het gevoel dat God bestaat en tot hen spreekt. In de liederen zien we ook steeds meer nadruk op het gevoel. Het veelvuldig herhalen van liederen werkt op het gevoel; voor het verstand zou die herhaling namelijk niet nodig zijn; dan zou één keer voldoende zijn om de boodschap over te brengen. De nadruk op gevoel gaat zelfs nog verder. Beslissingen worden veel vaker genomen op basis van hoe iets voelt. Men denkt dat als het niet goed voelt, dan kán het toch niet goed zijn? En dit werkt dus ook door in hoe instructies van de Bijbel worden opgevat. In het modernisme werden Gods geboden uiteengezet om deze te gehoorzamen. In het postmodernisme is ons eigen gevoel voorop komen te staan. Dit betekent dat we sommige geboden naast ons neerleggen, vooral die niet goed voelen of als we vinden dat deze niet meer passen in de postmoderne tijd. Het gevoel bepaalt dus of we willen luisteren naar God en zijn Woord.
Kernpunt 3: Gelijkwaardigheid van meningen
Het feit dat waarheid subjectief is geworden, betekent ook dat alle verschillende waarheden dezelfde waarde hebben. Ieder heeft wat dat betreft recht op zijn eigen waarheid. Dit betekent dan ook dat zelfs een deskundige van een leek te horen kan krijgen: “Ja, dat is jouw mening, maar ik vind…” Eigenlijk betekent dit dan ook dat we helemaal niet persé de mening van de deskundige autoriteit hoeven over te nemen. Die persoon is immers ook feilbaar en het hoeft dus niet jouw waarheid te zijn. In het onderwijs wordt daarom veel meer nadruk gelegd op het leren vormen van een mening, helaas vaak zonder dat daar noodzakelijk een goed geïnformeerde basis voor is gelegd. Aangezien zelfs de mening van onze leraren als feilbaar wordt gezien, moeten de leerlingen zelf een mening leren vormen. Deze zelfde situatie zien we in de kerk. Er is veel minder nadruk op grondige kennis opbouwen en meer op het vormen van een mening. Dit betekent dat de autoriteit die in het moderne denken werd toegekend, nu zeker minder aanwezig is, want elke mening is gelijkwaardig.
Postmodernisme en de Bijbel
Het christelijk leven zal altijd een hele kentering in ons denken teweegbrengen. Dit wordt groter of anders naarmate de cultuur verandert. De kern van het postmodernisme, het afwijzen van absolute waarheid staat tegenover de leer dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is (Joh 14:6). Is dit dan iets dat veranderlijk en subjectief kan zijn? De waarheid zal ons vrijmaken (Joh 8:32): een absolute waarheid over een onveranderlijke God. Jezus zei ook dat “niemand komt tot de Vader dan door Mij.” Er is dus maar één weg tot God en dus ook maar één waarheid. Dit past niet in het plaatje van het postmodernisme en haar tolerantie. De Bijbel leert juist dat we alle dingen moeten testen (1 Thess 5:21) en moeten oppassen voor valse profeten (1 Joh 4:1). Dit houdt in dat we onze kritiek helemaal niet moeten uitschakelen! Uiteindelijk is Christus het hoofd van het lichaam, de gemeente (Col 1:18). Hij is onze autoriteit.
Conclusie
Het hele persoonlijke en maatschappelijke leven wordt beïnvloed door deze totaal veranderde ideologie van het postmodernisme, zonder dat men zich daar voldoende van bewust is. De effecten zijn merkbaar in opvoeding, scholen, gemeentes en relaties. Alleen door het onderkennen van het Bijbelse gedachtegoed kunnen deze invloeden erkend worden. Het is meer dan nodig om na te denken over de postmoderne invloed in het christelijke leven. We leven in een postmoderne cultuur, dus uiteindelijk zal ieder moet voor zichzelf de balans moeten opmaken wat voor consequenties deze ideologie heeft.
Mevr. drs. S.F. I. Matzken MA, ing
Bezwaren tegen theïstisch evolutionisme
Theistische evolutionisten geloven dat God het heelal, de aarde en al het leven over een tijdsperiode van miljarden jaren geschapen heeft en al het leven door het proces van evolutie. Ook veel theologen zijn theïstische evolutionisten, omdat ze denken dat de evolutietheorie wetenschappelijk vast staat.
Er zijn echter ernstige bezwaren tegen deze visie en het is goed als ouders hun kinderen daarop wijzen.
Leer- en gedragsproblemen! is de MatriXmethode de oplossing?
Wat hebben veel kinderen en daarmee hun ouders last van leer- en gedragsproblemen. Het lijkt alsof het jaarlijks erger wordt. Wat doe je dan? Gebruik de matriXmethode.
Het klinkt dan zo geweldig, zowel voor kind, ouders als leerkrachten. Eén methode die helpt om alle voorkomende problemen en beperkingen bij kinderen te laten verdwijnen. Sterker nog: al deze leer- en gedragsproblemen zijn volgens deze methode te voorkomen!
Is dat zo? Laten we eens kijken of de methode Bijbels verantwoord is.
Hoe de MatriXmethode (afgekort MM) zichzelf presenteert
De MatriXmethode – ontwikkeld door Ingrid Stoop – zegt een manier van coaching te zijn, waarbij gebruik wordt gemaakt van technieken uit het NLP (neurolinguïstisch programmeren).
MM-coaching zou kunnen helpen bij het ‘opruimen van je hoofd’, een soort ordenen, waarbij ‘de dingen’ een vaste plaats krijgen in het hoofd van het kind. Iets wat al goed is, mag blijven, wat niet bevalt, verander je met de hulp van de coach. Ondersteuning voor deze gedachte/techniek is het NLP, dat ervan uitgaat dat ieder mens zelf in staat is om zijn eigen oplossing te zoeken en te vinden. Dit zoeken en vinden wordt door de MM-coach begeleidt.
De manier waarop deze coaching (lees herprogrammeren) van de hersenen van het kind plaatsvindt, is speels. Hierdoor kan het al op zeer jonge leeftijd worden toegepast (6 jaar en ouder). Dit herprogrammeren of zoals het wordt genoemd ‘make-over’ van het hoofd, vindt plaats in twee tot vier consulten. Niet alleen voor leerproblemen, dyslexie of dyscalculie, maar ook toepasbaar bij faalangst, bedplassen, emotionele problemen, angsten, gebrek aan zelfvertrouwen, verdriet, zorgen etc. wordt de methode gebruikt.
Op het consult laat de MM-coach het kind eerst een tekening maken, waarbij het kind onder begeleiding (!) zijn/haar hoofd in kaart moet brengen, daarin zgn. ‘informatiestromen’ moet tekenen en ze concreet benoemen (zoals angst, chaos, verdriet enz.).
Daarop volgt een tweede tekening, waarbij het kind (volgens hem/haar) het ideaalbeeld moet tekenen, zoals het kind dit zelf zou willen dat ‘die kaart’ van zijn/haar hoofd eruit zou moeten zien. Om toe te werken naar de tweede kaart/tekening wordt in trance de NLP-methode ingezet: succes verzekerd . . . . .
Spiegelen aan Gods Woord
Menig ouder heeft genoeg aan bovenstaande opsomming en bij velen zullen de haren recht overeind gaan staan. Ook als je niet weet wat NLP is, treffen we hierboven dingen aan die Bijbels onverantwoord zijn. De ouders en opvoeder(s) van het kind zijn verantwoordelijk voor het innerlijk van het onvolwassen kind. Weet een kind trouwens wat goed voor hem/haar is? Is alle ethische en Bijbelse kennis hierover al aanwezig? Nee! Bovendien zijn wij door God aan elkaar gegeven. Je kunt niet altijd alleen en vooral een kind niet, zelf beslissen.
Achtergrond
Voor het (passend)onderwijs klinkt dit hoopvol: zijn er problemen met kinderen, stuur hen 3 tot 4 keer naar een Matrixcoach en de problemen zijn opgelost. Nee, geen verwijzingen meer naar het SBO (Studie- en beroepsoriëntering), geen rugzakjes meer en van medicatie verlost. Onder ‘opleiding en beroep’ zie je dat mevr. Stoop een ‘certified NLP trainer’ én ‘NLP coach’ is. Wat opvalt, is de verbinding met (andere) paranormale/occulte hulpverlening (pendelen, fotoreading en Egyptian healing). Het lijkt dan ook geen wonder, dat op de “Astrologie- startpagina” weer naar de MatriXmethode terugverwezen wordt.
Vaak zeggen alleen de afbeeldingen op de sites al genoeg.
NLP[i]
We hebben gezien, dat het fundament voor de MatriXmethode en coaching NLP is. Het woord ‘neuro’ wil ons laten denken, dat het om een medische en wetenschappelijk verantwoorde methode gaat. Is dat zo?
Zo maakt NLP gebruik van trance- en regressietechnieken om in die toestand ‘reparaties’ uit te voeren (in het verleden) of om juist ‘bronnen’ aan te boren, zelfs vanuit vorige levens! Dit is on-Bijbels denken en handelen. Het verleden sluit je af met bekering en schuldbelijdenis, waarop vergeving en heling plaatsvindt.
NLP is volgens hen het instrument om aan het onderbewustzijn van de mens te werken en om daar waar het niet goed gaat, dat te veranderen. Hierbij treedt een blijvende verandering in perceptie en denken op.
Niet NLP, maar de Bijbel is maatstaf voor wat wel en niet goed is! Trance? De Bijbel leert ons juist bij zinnen te zijn! Wie sta je toe in je ziel te werken en daar veranderingen aan te brengen?
Naast taalbeheersing is ook het onderscheiden van bepaalde typen mensen bij NLP belangrijk. Daartoe worden in het onderbewuste ankers[ii] bij de cliënt geplaatst. Op de site www.bijbelenonderwijs.nl wordt op de deelsite Occult en Licht het ankeren uitgelegd. Een gedeelte uit de omschrijving: “Zo kan men tijdens een lichthypnotische trance een prettige herinnering vastleggen door een ‘anker’ te slaan op bijv. de pols of het sleutelbeen. Later kan men dan op elk gewenst moment dit anker activeren en daarmee dit euforische gevoel oproepen om zich daarmee door een nare situatie ‘heen te slaan’.” In hetzelfde artikel wordt ook de Bijbelse duiding vermeld: In plaats van ‘ankeren’ wordt ons geleerd om vast te houden aan de hoop die voor ons ligt en die is “als een anker der ziel, dat veilig en vast is en dat reikt tot binnen het voorhangsel,” (Hebr 6:19).
Bij NLP word je dus in trance gebracht. Ook bij de MatriXmethode probeert men via trance buiten het lichaam te treden en de verkeerde dingen uit het verleden aan te passen of weg te halen of de geschiedenis weer over te doen. Men werkt in het onderbewuste van degene die behandeld wordt.
Bijbels denken
De Bijbel geeft een Gods-, mens- en wereldbeeld. Door deze methode dwaalt men steeds verder van deze beelden af, ja van de ware God af.
Je staat versteld, dat op de website http://www.pnl-nlp.org/download/hindou2 NLP met het hindoeïsme linkt. In welk gedachtegoed kom je terecht, als je je overgeeft aan zo’n training.
Oosterse godsdiensten bieden geen oplossing voor je problemen. Als in de MatriXmethode zelfs boeddhistische invloeden aanwezig zijn, is het overduidelijk uit welke bron de methode put.
Het belangrijkste bezwaar tegen NLP is niet dat deze therapie geen optimale resultaten oplevert. De toepassing van NLP moet vooral afgeraden worden, omdat deze conditioneringsmethode de deur opent voor praktijken die uiteindelijk kunnen leiden tot niets minder dan geestelijke slavernij (Filoscoop).
NLP en MatriXmethode
Uit het voorgaande blijkt dat de werkwijze van NLP en de Matrixmethode hetzelfde zijn. Er worden reparaties in het verleden uitgevoerd, waardoor de problemen verdwijnen. En…het werkt.
De methode vindt toepassing in het brede spectrum van het onderwijs: van openbaar tot reformatorisch. Uit welke bron je ook put, de methode is niet onschuldig. De deur naar de “verborgen wereld” wordt geopend.
Voorstanders van de MatriXmethode zullen naar voren brengen dat het er uitsluitend om gaat kinderen van hun angsten en andere psychische moeilijkheden af te helpen. Het leven kan door deze coaching een stuk gemakkelijker worden, beweert men. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om met deze techniek kinderen handelbaarder te maken. “Als u uw kinderen ankert, terwijl ze rustig, tevreden en evenwichtig zijn, kunt u hen later veel gemakkelijker tot rust brengen, als ze agressief of angstig zijn.” (Krusche) De voorstanders van NLP vergeten dat ieder nieuw geïmplanteerd anker iemand minder bewust en méér geestelijk onvrij maakt (Filoscoop).
Het geconditioneerde kind krijgt heeft een gestoord en chaotisch realiteitsbesef. Hij kan in vergelijking met de informatiebewuste mens heel gemakkelijk veranderen, want in zijn denk- en gevoelswereld bestaat geen heelheid die in stand gehouden moet worden. Deze mens kan zonder moeite met alle winden meewaaien.
Daarom moeten we ons net als bij andere occulte zaken de vraag stellen, in hoeverre we ons daar dan in mee willen laten. De vraag is niet of een therapie werkt, maar door welke kracht ze werkt!
[i] Zie voor informatie over NLP op de site www.bijbelenonderwijs.nl: https://bijbelenonderwijs.nl/bijbel-en-onderwijs/nlp-een-nieuwe-godsdienst/
Bij Bijbel & Onderwijs is eveneens verkrijgbaar het boekje NLP. Magie in een wetenschappelijk jasje? door prof. dr. R. Franzke, 48 blz.
[ii] Zie voor ankeren de site www.bijbelenonderwijs.nl: https://bijbelenonderwijs.nl/?s=ankeren
Christelijke opvoeding in een pluralistische samenleving
Christelijke opvoeding in een pluralistische samenleving betekent voor velen: relativisme en verlies aan identiteit. Enkele pedagogische overwegingen waarom pluralisme gepaard moet gaan met een sterke identiteitsbeleving voor kinderen.
Rede van Dieter Velten, uitgesproken ter gelegenheid van de oprichting van het Centrum voor Bijbel en Pedagogiek, maart 1992 te Amersfoort. Deze lezing is nog even actueel.
Indeling van het referaat:
1. Een pluralistische samenleving–wat is dat?
2. Pedagogische uitdagingen in een pluralistische samenleving
3. Het antwoord van de christelijke opvoeding
4. De betekenis van christelijke opvoeding voor de pluralistische maatschappij
Stellingen over het onderwerp:
Christelijke opvoeding in een pluralistische samenleving
1. De pluralistische samenleving is de enige samenlevingsvorm die recht doet aan de menselijke vrijheid en die de mens alle wegen opent om verantwoord te handelen. De prijs hiervoor is de veelvuldigheid of verscheidenheid.
2. Deze veelheid van levenskansen en –normen in de pluralistische samenleving houdt ook gevaren in voor de persoonsontwikkeling van het kind.
3. Tot de belangrijkste pedagogische uitdagingen van de pluralistische samenleving behoren:
– het verlies aan geborgenheid voor de jonge mens,
– de onzekerheid van oriëntatie,
– het emancipatiedenkend,
– de zin- en identiteitscrisis en
– de vloed van informatie, ook op het terrein van de opvoeding.
4. Deze schaduwzijden van onze samenleving zijn geen noodlot waarin wij ons maar zouden moeten schikken. De pluraliteit roept ons op tot voortdurende heroriëntatie, in het bijzonder ook op het terrein van de opvoeding.
5. In de pluralistische samenleving hebben kinderen dringend behoefte aan een leefsfeer waarin vertrouwen en waardenzekerheid hun omringen. Hierin ligt een belangrijke opdracht voor het christelijk onderwijs.
6. De christelijke opvoeding oriënteert zich op het levensdoel van mensen. Het kind moet staan in een persoonlijke levensbetrekking tot God en van daaruit leren hoe het als Christen moet leven in een pluralistische samenleving.
7. Het methodische grondprincipe van christelijke opvoeding is de liefde, zoals die ons in Jezus Christus als de liefde van God tegemoet komt.
8. Voor de pluralistische samenleving levert het christelijk onderwijs een belangrijke bijdrage tot de waardenoriëntatie.
9. Christelijke opvoeding is ook gericht op emancipatie. Zij ziet echter de werkelijke onvrijheid van de mens in zijn gebondenheid aan het egoïsme, in een levenswandel die los staat van God. Echte vrijheid is een nieuw leven in betrekking tot God.
10. Christelijke opvoeding helpt jonge mensen om antwoorden te vinden op de vraag naar de zin van het leven en de identiteit van hun persoon.
Hieronder wordt het vierde deel van de lezing weergegeven. Het hele EDUkatern is op ons kantoor verkrijgbaar.
4. De betekenis van christelijke opvoeding voor de pluralistische maatschappij
Als Christenen weten wij dat in een pluraal-geseculariseerde samenleving christelijke waarden niet meer vanzelfsprekend zijn. Toch mag van ons verwacht worden dat wij de door de overheid gegeven mogelijkheid gebruiken om in de verschillende levensterreinen ons geloof te betuigen.
4.1. Christelijke opvoeding biedt in de pluralistische samenleving een belangrijke bijdrage tot de waardeoriëntering, die daar juist zo problematisch is. Zij geeft namelijk een realistisch mens- en wereldbeeld door, richt zich op het doel en is consequent in het gebruik van de opvoedingsmiddelen. Daarmee biedt de christelijke opvoeding de voor jonge mensen noodzakelijke oriëntatiehulp in de onzekerheid van oriëntering die het gevolg is van het wereldbeschouwelijke pluralisme.
4.2. Christelijke opvoeding is ook bekend met het doel van de emancipatie, de bevrijding en het mondig-worden van de mens. De Bijbel ziet echter de eigenlijke onvrijheid van de mens in zijn afhankelijkheid van het egoïsme, in een levenswandel die los staat van God. Waar de Bijbel dan ook spreekt van ‘emancipatie’ (Gal. 4:1-7; Joh. 8:36) heeft zij het oog op de bevrijding van de mens uit de macht der zonde. De schijnbaar geëmancipeerde mens van de moderne maatschappij, die zonder God leeft, is niet werkelijk vrij. Hij wordt geleefd, omdat hij zich laat drijven door zijn driften en lusten en door de maatschappelijke ideologieën. Christelijke opvoeding wil de mens leiden naar de vrijheid in de relatie met God. Vrijheid is er alleen maar in de binding met het levensdoel waarvoor wij geschapen werden. Dat is voor de mens de gemeenschap met God. Alles wat hem van deze bestemming vervreemdt, is in strijd met het wezen van de mens en maakt onvrij. Werkelijk vrij kan de mens slechts zijn, wanneer hij zich terugvindt in zijn bestemming als schepsel Gods. In de gemeenschap met God vindt hij zijn grootst mogelijke ‘vrije ruimte’. In dit milieu komt hij ten volle tot zijn recht. In deze zin biedt christelijke opvoeding een effectieve bijdrage tot de emancipatie van de mens.
4.3. Door hun antwoorden op de existentiële vragen van het menszijn naar het ‘waarvandaan’ en het ‘waar naartoe’ van het leven biedt de christelijke opvoeding een beslissende bijdrage tot beantwoording van de vraag naar de zin van het leven. In de pluralistische samenleving wordt deze vraag des te klemmender gesteld en evenzo moeilijker te beantwoorden. De relatie met God bepaalt de mensen bij hun verantwoordelijkheid jegens God en de mensen (als rentmeester). Daardoor ontvangt het leven zijn oriëntatie op zin en doel.
4.4. Waar christelijke opvoeding uit liefde voor het kind ook grenzen moet stellen, draagt zij door de confrontatie met zulke grenzen, waarden, normen en autoriteiten ook bij tot het stabiliseren van de persoonlijkheid en het vinden van identiteit van de jonge mens. Juist in de puberteit heeft de jonge mens dringend behoefte aan vaste oriëntactiepunten en het zich laten gezeggen door autoriteiten, om daarin zijn eigen standpunt te kunnen bepalen en daarmee ook zijn eigen identiteit te bestemmen. Een verdere bijdrage om die identiteit te vinden ligt in de bijbelse boodschap, die de christelijke opvoeding aan het kind doorgeeft: “Je bent gewild.–Je hoort erbij.–Je bent nodig.”
4.5. In tegenstelling tot een eenzijdig op het rationele afstemde milieu, overvol van informatie en gericht op de materialistische levensstijl van de moderne mens, ziet de christelijke opvoeding de mens in een ander perspectief. Het kind ervaart liefde en geborgenheid en doet emotionele ervaringen op. Daardoor worden ook veel psychische manco’s opgevangen, waaronder kinderen in de pluralistische samenleving lijden.
4.6. Christelijke opvoeding biedt ook een constructieve bijdrage voor het samenleven in de pluralistische maatschappij:
Liefde, verzoening, wederzijds respect, dienst aan de naaste, schuldvergeving en de mogelijkheid van een nieuw begin door het geloof in Jezus Christus: dit zijn allemaal ordenende en helende factoren in het menselijk samenleven.
Christelijke opvoeding is een opvoeding tot vrede, omdat mensen die met God verzoend zijn ook bekwaam zijn in deze wereld vrede te stichten.
Als schepsel Gods weet de mens zich ook verantwoordelijk voor de schepping die God aan hem heeft toevertrouwd. Daarom is christelijke opvoeding ook een opvoeding tot een verantwoord omgaan met alles wat ons in natuur en milieu gegeven is.
4.7. Samenvattend kunnen wij vaststellen dat christelijke opvoeding in de pluralistische samenleving een belangrijke pedagogische bijdrage levert. Ook in het openbare schoolstelsel kunnen door het nastreven van christelijke waarden, tekenen worden opgericht. Op bijzondere wijze geschiedt dit echter door het oprichten van christelijke scholen (en in Nederland door die scholen opnieuw te bepalen bij de identiteit van christelijke opvoeding en onderwijs).
Verantwoord opvoeden ……
Bevestiging en bemoediging
Wees attent op de relatie tussen gehoorzaamheid, opvoedbaarheid en hechting
Bevestiging en aanmoediging zijn belangrijke middelen om te stimuleren en bij te sturen in de opvoeding. De werking ervan hangt in sommige gevallen af van de band die er is tussen de eerste en vroegste opvoeder van het kind. Er is een schat aan literatuur die schrijft over vroege hechtingsproblematiek. Bevestiging en aanmoediging werken hier niet zoals we verwachten.
De boeken van Geertje van Egmond over hechtingsproblematiek beschrijven hoe dat is.
Wie niet bevoegd is te diagnosticeren, moet zeer terughoudend zijn. Toch is het goed om te rekenen met deze mogelijkheid, als kinderen helemaal niet gehoorzamen en met anderen rekenen. Er zijn kinderen van veel gebed die ouders een leven lang voor raadsels stellen. We willen dan hopen op de mogelijkheid dat een kind door een levend geloof – een hechting aan de Here Jezus Christus – tot veranderingen komt die je menselijkerwijs niet meer zou verwachten.
Gehoorzaamheid en vrucht
In een discussie in het RD is er opnieuw nagedacht over bevestiging en gehoorzaamheid in de christelijke opvoeding (Dr. S. Post, RD 13-02-2012) Opvoedingsdoelen werden in de 19e eeuw eigenlijk nog niet zo onderscheiden. Het ging vooral om gehoorzaamheid aan ouders en gezagsdragers, luisteren naar het eigen geweten en naar de stem van God. Dit zou eigenlijk nog prioriteit moeten hebben, vindt Post. Gezagsuitoefening wordt al gauw gelijkgesteld met onvrijheid. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Hij citeert de Amerikaanse theoloog L.V. Austin met instemming, als die betoogt dat de instrumentalist in het orkest de hoogste vrijheid ervaart, als hij zich afstemt op de dirigent en zijn medemusici. Ieder die ervaring heeft in samenspel, zal erkennen dat je als ‘t ware vleugels krijgt, als samenspel werkelijk lukt. Aan het slot citeert hij ook het adagium van dr. J. Waterink uit 2 Timotheus 3 vers 17: “Dat de mens Gods volmaakt zij tot alle goed werk volkomen toegerust.” Gehoorzaamheid en dienst zijn nauw op elkaar betrokken. Graag gebruiken we hier het begrip vrucht, zoals we dat vinden bij de Here Jezus en in de Psalmen. De samenhang wijnstok, ingeënte rank en vrucht komt overeen met de samenhang tussen opvoeder, gehecht kind en de dubbele liefdedienst. De sapstroom is karakteristiek voor zowel de wijnstok, de rank als de vrucht. De sapstroom is gericht op de dubbele liefdesdienst: de liefde tot God en de naaste. In deze beweging is gehoorzaamheid dus een middel om te komen tot dienst. “Eet de bananenboom haar eigen vruchten?” vragen christenen retorisch in Afrika. Nee, de vruchten zijn voor anderen. Ouders vragen dus een luisterhouding – gehoorzaamheid – met het oog op de dubbele liefdesdienst. Ouders van elke denominatie moeten zich ervan bewust zijn, dat kinderen in de eerste plaats tot vrucht of dienst komen door de Heilige Geest van het nieuwe verbond, waarin ze geboren worden. Geestelijk luisteren maakt dat een kind zich op de een of andere manier uitstrekt naar de dubbele liefdesdienst. In de spanning die dit oproept, mag het kind de Here Jezus leren kennen als Redder die vrijmaakt tot de dienst. Dan pas gaat het kind meedoen in het orkest.
Dr. Post betoogt, dat door de christenopvoeder de wil van het kind tot deze vrijheid ‘gebroken’ moet worden. Ik hoop, dat Post denkt aan noties uit de confessie over gebonden wil en vrije wil. Alleen een verbroken wil komt tot bekering of gehoorzaamheid.
Laat echter niet de gedachte postvatten dat de ouder de wil mag breken. De ouder mag grenzen stellen aan het kind met het oog op God en de naaste. Aanmoediging en bevestiging moeten dus beide bron- en doelgericht zijn.
Meer humanisme dan we willen weten
Op de achtergrond leeft bij dr. Post de zorg dat binnen de christelijke opvoeding onder invloed van de humanistische psychologie het accent is komen te liggen op de ontplooiing van de potentie die er in het kind ligt. De opvoeder is daarin begeleider van de innerlijke vermogens. De docent op het conservatorium speelt vooral niet voor. Hij wil geen model zijn. Hij bevestigt en bemoedigt de eigen aanleg van de student. Post wil als ‘t ware dat de docent tijdelijk wel het model is om met discipline na te volgen. Later zal hij de discipline die hij geleerd heeft, vruchtbaar kunnen maken voor zijn eigen innerlijke voorstelling van de muziek.
Dr. Post ziet de neergang van onderwijsresultaten en de toename van hyperactiviteit en concentratiestoornissen niet los van het algemene pedagogische klimaat waarin wij onze kinderen groot brengen. Hij kritiseert het ongestructureerde aanmoedigen waarin de wil niet getraind wordt. Hij vraagt aandacht voor de ouder als model en opdracht voor de gehoorzaamheid. Hij constateert een gemis aan theologische en pedagogische bezinning over dit onderwerp ook in het confessionele en Bijbelgetrouwe onderwijs. Bevestiging en aanmoediging staan in verbinding met een model en met een doel. Hij denkt hier aan gezagdragers die in harmonie leven met God en de naaste. Zij mogen hun kinderen verplichten daarin mee te doen.
Je kunt hier het beeld van het ‘kristalliseren’ gebruiken. Het leven van het kind kristalliseert zich om dat van de gelovige volwassene heen, om het model van de dienst aan God en de naaste alvast te leren ook als het de innerlijke of geestelijke motivatie nog lijkt te missen.
De orthopedagoge drs. Aline Hoogenboom –Versluis reageert in dezelfde krant dat de wil van het kind toegerust moet worden tot het verstaan van God en het maken van mondige keuzes. Ze zoekt dus een verbinding tussen het christelijk geloof en de identiteitspsychologie. Dat komt haar op een verwijt te staan dat het leven van het kind zich ‘uitkristalliseert’ om de eigen persoonlijkheid van het kind. Bevestiging en aanmoediging zijn dus minder op de norm en meer op de ontplooiing en keuzevaardigheid van het kind gericht (RD 12-10-1012). Misschien veronderstelt drs. Hoogenboom iets wat hierboven onder gehoorzaamheid en vrucht is beschreven. We zouden daar nog meer over willen horen.
Jamaars in de algemene pedagogiek
Ik kwam het recent tegen in tijdschriften en op de radio dat er vraagtekens werden gesteld bij het ongestructureerd bevestigen en bemoedigen van kinderen. Kinderen leren maar dat ze geweldig zijn en dat ze het eveneens geweldig doen zonder dat er heldere uitdagingen en evaluaties zijn. Gezonde kinderen zijn daarop uit. Kinderen voelen wel aandacht in al die bevestiging, maar ze kunnen er ook verlegen mee raken. Ongestructureerde bemoediging en vormloos enthousiasme kunnen ook leiden tot een verlies van zelfvertrouwen, een vermindering van prestaties en tot hyperactiviteit. Denk daarbij maar aan het format van sommige kinderprogramma’s. De cultuur van buis en opvoeding zijn behoorlijk verwant geraakt.
Pastoraat
In veel kerken en gemeenten ligt de tijd al ver ons, dat er aarzeling was bij het lied: “Weet je dat je een parel bent..een parel in Gods hand.” In christelijk pastoraat van evangelische of confessionele snit bevestigen en bemoedigen we elkaar onbekommerd. We zijn toch ‘een parel in Gods hand’. De parel functioneert hier als pendant van het hoge mensbeeld in de humanistische hupverlening. Het beeld van het zoeken van de parel van grote waarde is door de Here Jezus gebruikt als beeld voor het zoeken van het Koninkrijk der hemelen. Niet het zichtbare koninkrijk dat de leiders voorstonden, maar het onzichtbare wat bestaat in geschonken gerechtigheid. (Matt 6:33) Er zijn veel beelden in de Bijbel om de geschonken gerechtigheid tot uitdrukking te brengen. De parel is er één van. Is het Bijbels om een kind zonder meer een parel te noemen ? Kinderen vatten het vast redengevend op: omdat ik een parel ben, houdt God van me en ben ik bijzonder. De Bijbel gebruikt dit beeld niet voor gelovige kinderen, omdat het geen goede vergelijking in zich draagt. In de humanistische psychologie werkt het beeld wel goed. God wil dat onze kinderen – die geen parels zijn – weer terugkrijgen wat ze in Adam kwijt zijn. God zoekt hen met liefde, met volharding en met persoonlijke interventies. We bemoedigen en bevestigen onze kinderen, om hen bij de bron Christus te brengen en bij het doel vruchtdragen: God liefhebben en de naaste als onszelf.
Zelfgenoegzame opvoeders kunnen bevestiging en enthousiasme (met als tegenhangers onthouding en negeren) gebruiken om een kind te laten functioneren tot eer van henzelf. Het mag ons niet verbazen dat dit uiteindelijk leidt tot crises in de verhouding van het kind tot de ouders en tot God. Onze cultuur wordt steeds meer narcistisch waardoor er ongekende lasten voor onze kinderen ontstaan.
Triniteit en Koninkrijk
Ik troost me met de gedachte dat veel gelovige opvoeders door Woord en Geest geleid worden om verantwoord aan te moedigen en te bevestigen.
In de nieuwe christelijke dogmatiek van de hoogleraren Van den Brink en Van der Kooij wordt het uitgangspunt genomen in de triniteit. Alle werk van de drie-enige God wordt gezien binnen de ‘accolades’ van het Koninkrijk. Er is een beweging vanuit de Vader, door middel van de Zoon en via de Heilige Geest naar onze kinderen. Gebrokenheid en zonde maken deel uit van hun identiteit, maar van meet af aan worden kinderen van gelovige ouders gezocht via de Geest. Die brengt ouders tot handelen en kinderen tot horen en vruchtdragen. Het woord ‘vrucht’ is een kernwoord in het Koninkrijk der hemelen en staat vanuit zijn oorsprong en in zijn uitwerking in een missionaire beweging.
Ik hoop en verwacht dat deze uitgangspunten kunnen helpen om de plaats van de opvoeder en het kind voor Gods aangezicht opnieuw te belichten.
Ds. Guus Vos
De zorg van God(3)
Wat heb gij daar in uw hand? (3)
We hebben al iets van Mozes en David gezien. Bij Mozes zagen we i.v.m. de staf die in zijn hand was, gehoorzaamheid. Bij David zagen we i.v.m. de stenen die hij gezocht had, vertrouwen. In deze volgende geschiedenis uit Markus 6 zien we weer iets anders i.v.m. wat de discipelen in hun handen hadden.
Wat vooraf ging: de uitzending van de 12 discipelen in Markus 6: 7-9, 12+13
7 En Hij riep de twaalven tot Zich en begon hen uit te zenden, twee aan twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
8 En Hij gebood hun niets mede te nemen voor onderweg, dan alleen een staf; geen brood, geen reiszak, geen geld in de gordel,
9 maar wèl sandalen aan de voeten te dragen en: trekt niet twee hemden aan.
12 En zij vertrokken en predikten, dat zij zich zouden bekeren.
13 En zij dreven vele boze geesten uit en zalfden vele zieken met olie en genazen hen.
Alleen een staf
Ik zou hier graag het accent willen leggen op het woordje “niets”. De Heer geeft hier Zelf de opdracht, dus zal Hij zorgen voor de juiste woorden, voor de macht over de onreine geesten, voor voedsel enz. Alleen een staf mochten ze meenemen.
We zouden kunnen vragen: “Discipelen, wat hebben jullie in je hand?” Hun antwoord:”Een staf, dat is genoeg voor de opdracht die de Heere Jezus ons gegeven heeft. Voor al het andere zal Hij op zijn tijd zorgen.”
Zo gingen ze heen, afhankelijk van hun Heer. Konden ze dat doen wat de Heer hen opgedragen had? Ja, heel eenvoudig. Waarom? Omdat Hij er hun toe bekwaam maakte.
In het kort:
De discipelen mochten deze ervaring met de Heere Jezus opdoen, maar het was direct ook een voorbereiding op wat er volgde.
Johannes 6:1-13
1 Daarna vertrok Jezus naar de overzijde van de zee van Tiberias in Galilea. 2 En Hem volgde een grote schare, omdat zij de tekenen zagen, die Hij aan zieken verrichtte. 3 En Jezus ging de berg op en zat daar neder met zijn discipelen. 4 En het Pascha, het feest der Joden, was nabij. 5 Toen Jezus dan de ogen opsloeg en zag, dat een grote schare tot Hem kwam, zeide Hij tot Filippus: Waar zullen wij broden kopen, dat dezen kunnen eten? 6 Maar dit zeide Hij om hem op de proef te stellen, want Hij wist zelf, wat Hij doen zou. 7 Filippus antwoordde Hem: Tweehonderd schellingen brood is voor dezen niet genoeg, als ieder een kleine hoeveelheid zal krijgen. 8 Een van zijn discipelen, Andreas, de broeder van Simon Petrus, zeide tot Hem: 9 Hier is een jongen, die vijf gerstebroden en twee vissen heeft; maar wat betekent dit voor zovelen? 10 Jezus zeide: Laat de mensen gaan zitten. Nu was er veel gras op die plaats. De mannen gingen dus zitten, ten getale van omstreeks vijfduizend. 11 Jezus dan nam de broden, dankte en verdeelde ze onder hen, die daar zaten, evenzo van de vissen, zoveel zij wensten.
De mensen zagen de tekenen die de Heere Jezus aan zieken deed. Daarom waren ze bij Hem. Markus 6:34 zegt, dat Hij met ontferming over hen bewogen was, omdat zij waren als schapen, die geen herder hadden, en dat Hij hun vele dingen begon te leren. Maar dat is niet alles! Vs. 5 zegt : Toen Jezus ……………….zag, dat een grote schare tot Hem kwam……..
Andreas komt met deze jongen op de proppen, maar zegt tegelijk dat wat deze jongen heeft, veel te weinig is. Ik stel me het zo voor, dat die jongen z’n 5 broden en 2 vissen van huis uit voor zichzelf heeft meegenomen. We lezen niets van een tweegesprek tussen Andreas en de jongen. Maar een ding staat wel vast: hij had die 5 broden en 2 vissen niet voor de massa meegenomen, maar wel voor zichzelf. “Jongen”, zouden we kunnen vragen, “wat heb je in je hand ? “ “5 broden en 2 vissen,” zou hij geantwoord hebben. Hij had het allemaal voor zichzelf kunnen houden, maar hij geeft het in de handen van de Heere Jezus. Hij ziet af van zijn eigen wens om het op te eten en geeft het aan de Heer. De Heer maakt datgene wat Hij van deze jongen krijgt, voldoende voor 5000 mannen. Iedereen kreeg genoeg.
Wat zag Hij ? Lichamelijke nood, geestelijke nood…. Maar wat ziet Hij nog meer ? Hij ziet daar ook een Filippus en stelt hem op de proef: “Waar zullen wij broden kopen , dat dezen kunnen eten.” Filippus had geen oplossing. Hij kan alleen maar aangeven dat 200 schellingen niet genoeg zijn om brood voor te kopen. In Johannes 6 lezen we, dat de discipelen zeggen dat het beter is om de menigte naar de omliggende dorpen te sturen om daar eten te kopen. Hier zijn discipelen aan het woord, die zulke mooie ervaringen met de Heere Jezus opgedaan hadden. Maar wat doen ze ? Ze kijken naar de omstandigheden. Niet naar de Heer. (Laten we hen niet veroordelen. Ook ik en misschien u ook, wij zijn niet beter en reageren vaak niet anders.)
“Hier is een jongen”.
Is deze jongen niet een voorbeeld voor mij en u? Wat in de ogen van de discipelen (lees: medebroeders en zusters) te gering is, is voldoende, als we het Hem in handen geven. Ik hoop dat jongeren die dit stukje lezen, zullen zien dat de Heere Jezus dat wat zij Hem in handen willen geven, dat Hij dat gebruiken gaat. Misschien kost het je moeite om iets aan de Heere te geven, maar denk dan aan wat Hij ermee gaat doen. Heb je je leven al aan Hem gegeven? Hij kan er veel meer mee doen in een enkel ogenblik, dan jij in je hele leven.
Ik kan er niet onderuit beste lezer. Ik moet mezelf en u een aantal vragen stellen. En gelooft u mij, voordat ik deze vragen nu aan het papier toevertrouw, kwamen ze op mij af!
1. Hoe staat het met mijn/uw gehoorzaamheid aan God en aan Zijn onfeilbaar Woord?
2. Hoe staat het met mijn/uw vertrouwen op God?
3. Hoe staat het met mijn/uw afhankelijkheid van God?
4. Hoe staat het met mijn/uw zelfverloochening?
Het zijn geen gemakkelijke vragen om te beantwoorden. Ik kom in ieder geval in alle vier domeinen erg tekort. Misschien zegt u hetzelfde. Maar de Heere Jezus vraagt ons naar Hem te kijken. Hij is ons Voorbeeld van gehoorzaamheid, vertrouwen, afhankelijkheid en zelfverloochening. En Hij wil ons helpen!
Vijf broden en twee vissen
Als we nadenken over brood, dan weten we dat de Heere Jezus zegt dat Hij het brood des levens is (Joh 6:48). Er moet veel werk gedaan worden, voordat een brood klaar is. De graankorrel moeten gezaaid worden (verg. Joh 12:24), het koren moet geoogst worden, het graan moet tot meel gemalen worden, verder bewerkt en tenslotte gebakken worden. Het moet in de oven. Vuur (de oven) is in de Bijbel een beeld van het oordeel. Spreekt het brood dan niet van de Heere Jezus? We mogen ons bezighouden met dat Brood uit de hemel, met Hem die moest sterven (Joh 12:24), het fijne meel, met de Heere Jezus en Zijn volmaakte toewijding aan Zijn God in Zijn leven hier op aarde (Lev 2), met Hem die het vuur van Gods oordeel moest ondergaan.
Het was een jongen die vijf broden had. Ook als jongere kun je met de Heere Jezus bezig zijn en van Hem leren over Zijn leven, Zijn sterven, over het feit dat Hij Gods oordeel moest ondergaan over jouw zonden.
Maak de volgende rekensom eens. Vermenigvuldig je leeftijd eens met 365. Dan heb je de dagen die je geleefd hebt. Stel dat je gemiddeld tien zonden per dag gedaan hebt. (Bij mij zijn het er meer dan tien.) Je komt dan op het aantal zonden, die je gedaan hebt. Als de Heere Jezus voor al die zonden geboet heeft en ook voor de zonden die ik nog zal doen, hoe verschrikkelijk is dan Gods oordeel over mijn zonden geweest, mijn zonden! “…….De straf die mij de vrede aanbrengt, lag op Hem” Jes 53:5b. Wat een genade!
Als we bezig zijn met “het brood”, dan komen we ook bij de twee vissen. Wie zorgde ervoor dat de vissen in de netten van de discipelen kwamen? (Joh 21:6) Was het niet de Heere Jezus? De toepassing is eenvoudig. Als wij zelf gedachten hebben over de Heere Jezus, dan geeft Hij Zijn gedachten daarbij. Vijf en twee, zeven. Een volmaakte zegen.
Wat hebt u in uw hand? Een volmaakte zegen! Om uit te delen aan anderen!?
A.Eysink
Overantwoord speelgoed
Spelen met levende doden en duistere griezels wordt mede mogelijk gemaakt door speelgoedfabrikanten MGA, Lego en Mattel.
Laat kinderen al jong niet alleen kijken en lezen over dood, verderf en duisternis, maar laat ze er vooral ook mee en over spelen. Grote kans dat het zijn uitwerking niet zal missen. Wie tegenwoordig de speelgoedwinkel binnenstapt, kan erop rekenen geconfronteerd te worden met figuren die je voorheen alleen nog in griezelboeken of griezelfilms tegenkwam.
Speciaal voor jonge meiden: ”Monster High”
Ben je in de speelgoedwinkel op zoek naar een Barbiepop? Dan kun je nu ook kiezen uit magere bleekhoofdige gothic Barbiepoppen met afneembare ledematen die namen dragen als Draculaura of Frankie Stein. Deze serie voor meisjes heet Monster High en is in 2010 uitgebracht door de speelgoedfabrikant Mattel die vooral bekend is geworden door het fabriceren van Barbiepoppen. Bij Monster High gaat het om een high school (middelbare school) waarop leerlingen zitten die kinderen zijn van monsters. Met hun Dracula-tanden, veel zwart, make-up, tatoeages en doodshoofden dagen ze jonge meiden uit om met hen hun eigen verhaal te creëren. Wat dacht je bijv. van de Barbiepop Operetta? Ze is de dochter van het “Spook van de Opera” en staat klaar om de hele school te laten rocken met haar doodskistvormige gitaar i. Natuurlijk ontbreken talloze accessoires, spelletjes, filmpjes, een boekenserie en website niet. Denk aan Make-up verpakt in een doodskist of de grafgeest die je op je Nintendo DS de school laat verkennen .
Kritiek op speelgoedfabrikant Mattel
De speelgoedfabrikant Mattel kreeg met name uit Amerika kritiek op deze nieuwe poppenserie vanwege het uiterlijk van de poppen ii. De figuurtjes zouden te mager zijn, te veel make-up dragen en epilatie aanmoedigen. Zo spendeert het popje Clawdeen Wolf, dochter van een weerwolf, hele dagen aan het ‘waxen, scheren en epileren’ van haar lichaam. Het popje draagt een minirok, zware make-up en omschrijft haar hobby als ‘flirten met jongens’. Volgens psycholoog Dale Atkins promoten de popjes op die manier een ongezond lichaamsbeeld bij hun doelpubliek, meisjes tussen de tien en de twaalf jaar iii. Het is jammer en opmerkelijk dat er geen kritiek is geweest op de doodskoppen, doodskisten, geesten en zombies. Het zijn zaken die met de dood en de duisternis te maken hebben. Hiermee spelen wordt door dit soort speelgoed als cool neergezet en aangemoedigd. Dat is op zijn minst zorgwekkend.
Concurrent Bratz lanceert Brazillaz.
Bratz-poppen geproduceerd door MGA, de concurrent van Barbie die de ‘’stoutere’’versie van Barbie lanceerde in 2001, is in 2012 ook een nieuwe serie gestart met de naam Bratzillaz ” iv. Hoewel MGA niet aan de kritiek wist te ontsnappen vanwege het ordinaire en geseksualiseerde uiterlijk van de reguliere Bratz-poppen v, zijn deze in korte tijd toch populair geworden. Hun nieuwe serie Bratzillaz presenteert vijf goede heksen met elk hun eigen superkracht. Een voorbeeld is de pop ‘Yasmina Clairvoya‘, haar magische kracht is dat zij de toekomst kan zien. De Bratzillaz misleiden jonge meiden met zinnen als: ”Zij zal je helpen met alles wat er op je pad gaat komen,’’ en ”Ik kan je veranderen in alles wat je wilt” of ’’Bratzillaz zijn de enige fashionpoppen die je helpen jouw dromen te verwezenlijken met de speciale magische krachten” vi. In een muziekvideo van Bratzillaz wordt hekserij door vijf jonge, schaars geklede heksen gepromoot vii.
Ook speelgoedfabrikant Lego doet mee
Als het gaat om het thema horrorfictie in de speelgoedbranche blijft speelgoedfabrikant Lego niet achter. Ook zij zijn dit jaar met een nieuwe serie begonnen. Alle gruwelijkheden die je eerst alleen in griezelboeken kon lezen, kunnen nu worden nagebouwd en nagespeeld met het nieuwe Lego-thema “Monster Fighters’’. Kwam in 2011 het Lego-thema Ninjago uit viii en kon ook alles uit de Harry Potterserie van Lego al bij elkaar worden verzameld, nu worden de kinderen klaargestoomd voor het echte griezelwerk: weerwolven, Dracula, geesten, zombies, een lijkkoets of spooktrein besturen, doodskisten om een aanval uit te voeren en gruwelijke monsters die de gestoorde wetenschapper met een stroomstoot tot leven kan wekken ix. Je kunt het zo gek niet bedenken of het kind kan met behulp van het nieuwe Lego-thema nu zelf zijn eigen griezelwereld creëren.
Kritiek belachelijk maken of serieus nemen?
Lego, Mattel en MGA proberen op een vreemde manier aansluiting te vinden bij het kind of misschien is die aansluiting reeds gemaakt door diverse kinderboekenschrijvers en filmmakers en hoefden de speelgoedfabrikanten alleen nog de producten te fabriceren. Tenslotte lieten de bedenkers van Monster Fighters en Monster High zich inspireren door monsterfilms en horror fictie x. Bijbel & Onderwijs ontving in 2005 veel kritiek, toen de vereniging waarschuwde voor magie of bizarre fantasie in kinderboeken xi, nu kunnen kinderen spelen met wat ze toen alleen nog konden lezen of kijken. Hoewel men wel open lijkt te staan voor de discussie dat geseksualiseerde Barbiepoppen een negatieve invloed kunnen hebben op het lichaamsbeeld van meisjes, wordt de reële mogelijkheid dat het idealiseren van dood en duisternis een negatieve invloed kan hebben op een kind vaak aan de kant geschoven of zelfs belachelijk gemaakt.
Conclusie
Lego, Mattel en MGA brengen met hun serie Monster Fighters, Monster High en Bratzillaz aan jonge kinderen de boodschap over dat dood, duisternis en hekserij positief en cool is. Hierdoor wordt duisternis als licht voorgesteld. Vergeet niet dat dit ook in de reclamespotjes voor bovengenoemde producten gebeurt die tussen de kinderprogramma’s door worden getoond. Door het te plaatsen tussen het reguliere speelgoed en andere reclamespotjes geven zij de indruk dat het normaal is. Het is belangrijk dat ouders het niet normaal gaan vinden dat ze in een speelgoedwinkel tegen geesten, zombies en heksen aan staan te kijken in de vorm van speelgoed en dit niet alleen vanwege hun oversekste en magere uiterlijk. Boekenschrijvers, tekenfilmmakers, bedenkers van speelgoed maken geen onderscheid tussen licht en duisternis. Sterker nog zij lijken, door het ontwikkelen van dergelijk speelgoed het belangrijk te vinden dat het kind met de werken van de duisternis bezig is. Duisternis en licht hebben niets met elkaar gemeen: het is licht of duisternis. Psycholoog Dale Atkins zei over de serie Monster High: ”Met dit soort belachelijke rolmodellen creëer je een ideaal van schoonheid een lichaamsbeeld waar kinderen wel mee bezig moeten zijn’ xii. Misschien had ook gezegd kunnen worden wat men tegenwoordig liever niet wil horen of geloven: met dit soort belachelijke rolmodellen creëer je een ideaal van dood, verderf en duisternis, een boodschap waar kinderen wel mee bezig moeten zijn.
Mevr. A.Poelstra-Koster
i Monster High Operetta, productbeschrijving http://www.bol.com/nl/p/monster-high-operetta/1004004012189777/
ii In Amerika heerst al langer de discussie over het oversekste en magere uiterlijk van (Barbie) poppen. Zo zei een moeder over dit onderwerp:” Het lijkt erop dat speelgoedmakers onze kinderen opzetten” Hot-to-trot ponies? Dolls that wax? http://today.msnbc.msn.com/id/41895570/ns/today-parenting/#.UJuIYcXQcr5
iii Nieuwe Mattelpoppen promoten ontharing, vrijdag 11 maart 2011 http://www.nieuwsblad.be
iv http://www.bratzillaz.com/
v o.a. Dr. Phil en Dale Atkins in hun t.v shows
vi bol.com, productbeschrijving http://www.bol.com/nl/p/bratz-bratzillaz-pop/1004004013031990/#product_specifications
vii Bratzillazmusic-video http://www.youtube.com
ix De website van de Legoserie Monster Fighters http://monsterfighters.lego.com speelgoed Lego Monster Fighters intertoys http://www.intertoys.nl
x wikipedia the free encyclopedia, Monster High http://en.wikipedia.org/wiki/Monster_High#References Monster Fighters http://www.squidoo.com/lego-monster-fight en http://lego.wikia.com/wiki/Monster_Fighters
xi De vereniging Bijbel & Onderwijs kreeg in 2005 via de media kritiek te verduren, toen ze waarschuwden tegen “Harry Potter, magie in de Kinderboekenweek” en waarschuwde voor het kwaad in de huidige jeugdliteratuur.
xii Nieuwe Mattelpoppen promoten ontharing, vrijdag 11 maart 2011 http://www.nieuwsblad.be
Geraadpleegde bronnen:
Linda Dahlstrom en Kavita Varma-White, 3-07-2011, Hot-to-trot ponies? Dolls that wax? Toys get tarted up http://today.msnbc.msn.com/id/41895570/ns/today-parenting/#.UJuIYcXQcr5
Amy Jussel 12-07-2012 shaping youth betablog, forum over de media en marketing invloed op kinderen
http://www.shapingyouth.org/bratzillaz-novi-stars-monster-high-same-sexualized-snorefest/
Tamara Abraham, 10-03-2011, mail online http://www.dailymail.co.uk/femail/article-1364648/Are-newest-tween-role-models-From-makers-Barbie-dolls-need-wax.html#ixzz1Gc6p6oAY
wikipedia the free encyclopedia
De officiële website van Bratzillaz http://www.bratzillaz.com/
De officiële website van Monster High http://www.monsterhigh.com/
De officiële website van Monster Fighters http://monsterfighters.lego.com/en-us/default.aspx
Dr. Phil, Provocative or Playful? http://www.drphil.com/shows/show/949
productbeschrijvingen via www.bol.com, www.intertoys.nl
http://www.brickshop.nl/lego/monster-fighters.html
Een joods kind op transport
ROOSJE VAN DER HAL
De boer uit Stadskanaal, die worstelde met een tekst uit Psalm 8, is niet meer. Op 27 augustus 2012 is hij begraven. In de boerderij hing een portret, gebaseerd op een bekend geworden foto. Het betrof een afbeelding van een Joods meisje van 10 maanden oud: Roosje van der Hal.
Roosje werd op 17 maart 1942 geboren. Zij kwam met haar ouders Riko en Engelina en oma Roosje in Westerbork terecht. De baby moest worden verpleegd en de zogenaamd kindvriendelijke commandant gaf persoonlijk zijn medewerking, zodat verzorging in het ziekenhuis in Groningen kon plaatsvinden. Toen het meisje was aangesterkt, moest ze terug naar Westerbork en dezelfde commandant zette haar op de lijst van transport naar Polen. Op 21 mei 1943 werd ze met vader Riko en moeder Engelina in Sobibor vergast. Oma Roosje werd op 28 mei 1943, eveneens in Sobibor, vermoord.
De man uit Stadskanaal hoorde de geschiedenis van Roosje. Het verhaal trof hem diep. Stond er in Psalm 8 immers niet dat God in de mond van kleine kinderen en zuigelingen een sterk fundament gelegd heeft om de vijand te laten ophouden? En nu was, zo ervoer hij dat, het tegenovergestelde gebeurd. Gedurende zijn hele leven kon hij er niet van loskomen. Hij werd ziek. Een professor-predikant bezocht hem ongeveer twee weken vóór zijn heengaan. De boer vroeg hem in de afscheidsdienst te preken over de bewuste tekst uit Psalm 8. Dit is gebeurd. De predikant verwees naar de woorden van Jezus, die de tekst uit Psalm 8 noemt als kinderen in de tempel Hem toeroepen met ‘Hosanna, de Zoon Davids’. Dat roepen werd hen kwalijk genomen. Nee, een antwoord op de worsteling van de boer uit Stadskanaal is er niet, maar de God van Israël heeft het stemmetje van Roosje gehoord, toen ze in het ziekenhuis lag en later in die donkere, tochtige en schuddende wagon. Haar stemmetje is als een getuigenis opgeklommen naar Gods Tempel.
Zomer 2012: in Duitsland, waar de architectuur van de Holocaust tot stand kwam, worden Joodse kinderen bedreigd (Ik maak jou dood.). Het dragen van een kipa (keppeltje) wordt gevaarlijk. Het thuisland Israël is omheind en heeft de contouren van een getto. Maar nog steeds worden er Joodse kinderen geboren, dichtbij een schuilkelder. Israëls God heeft hen geroepen om in hun mond een sterk fundament te leggen, de tegenstanders ten spijt. God wil dat het Joodse volk Zijn Licht zal verspreiden.
En wij dan? Wel, als we van dit volk houden, zullen we elke dag vurig bidden en vragen of God Zijn Geest als een onstuitbare stroom wil uitstorten over Israël, zodat het ‘Hosanna’ van erkenning en herkenning van de Messias als een vloedgolf over de aarde zal gaan. Door de mond van kinderen en zuigelingen, zoals Roosje, zal Zijn lof worden bezongen.
En niemand zal hen dat beletten.
Marius Schouten
Wordt vernieuwd in de geest van uw denken. (Ef 4:23)
Ons denken bepaalt ons leven.
Het is de moeite waard eens na te gaan wat de bron, het doel en het resultaat van ons denken is. Een bekend gezegde is: je bent wat je denkt of je wordt wat je blijft denken. Als je denkt ‘Ik ben een mislukkeling”, dan word je het ook. Minder bekend is, dat het verschil zal uitmaken of je denkt af te stammen van een dier of bewust geschapen bent naar Gods beeld.
Bijbelse waarschuwingen
In de Bijbel staan meerdere waarschuwingen voor ons denken:
Ons denken bepaalt wat we zien en horen.
Onze gedachten zijn een soort bril. Je ziet pas iets wat je herkent. Een boswachter ziet (interpreteert) heel wat meer in een bos dan een stadsbewoner die er toevallig eens wandelt.
Onderwijs is in feite gericht op het leren kijken en interpreteren.
Wat is de bron van onze gedachten?
Hoe worden we vernieuwd in de geest van ons denken?
Hier blijkt een groot verschil in inzicht:
In de Bijbel wordt geopenbaard dat de mens van nature denkt en handelt ‘overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid’ (Ef 2:2).
De Here Jezus noemt die geest, ‘de vorst van deze wereld’ (Joh 14:30). Deze kan via de mens over de hele wereld beschikken, zoals blijkt uit het aanbod dat hij doet aan Jezus en dat door Jezus Christus afgewezen wordt (Mat 4:8).
Johannes wijst er ook op dat de duivel de hele wereld beheerst: ‘Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt’ (1Joh 5:19).
Een geest stuurt de gedachten en aan de uitwerking kunnen we de geest herkennen, zoals
begeerten van het vlees (hedonisme), de wil van het vlees (goed voelen = goed zijn), de wil van de gedachten (Ef 2:3). De Bijbel openbaart ook dat de duivel Eva verleidde: zij zag, begeerde, nam, overtrad. (Gen 3)
Kies de bron!
Als we inzien, dat we van nature onze eigen wil doen en door zonde gescheiden zijn van onze Schepper, kunnen we onze zonden belijden en het aanbod van Jezus’ offer aannemen. We worden opnieuw geboren, ‘van boven af geboren’. (Joh 3) We worden dan een geestelijk kind van God de Schepper. (Joh1:12)
In Jezus Christus hebben wij de verlossing door Zijn bloed. (Ef 1:7)
Aanval vanuit de onzichtbare wereld
Let op !
Als kind van God onze Vader leven we op geestelijk bezet gebied. (Ef 2:2)
Laat niet elke gedachte toe!
Hoe kunnen we aanvallen vanuit de onzichtbare wereld weerstaan?
Bijvoorbeeld depressieve gedachten
De geest die aanzet tot depressieve gedachten is te weerstaan via vernieuwing van het denken door:
Door ons denken zo te vernieuwen weerstaan we op krachtige wijze de geest die in de wereld heerst.
Bijvoorbeeld verleidende woorden, verleidende beelden (porno).
Wees gewaarschuwd, verslaving tast de hersenen aan! De geest die via ons lichaam of onze ziel ons denken in beslag neemt, kan weerstand geboden door het denken te vernieuwen door Gods Woord toe te passen:
Waarschuwing voor ouders en opvoeders voor werelds denken in het onderwijs
De waarschuwingen in de Bijbel tegen zinloos, vleselijk en bedorven denken zijn ook in onze tijd nog actueel. Het verdient aanbeveling dat ouders met hun kinderen in gesprek gaan over wat op school onderwezen wordt en onderzoeken welke geest daaruit blijkt. Seksuele voorlichting is bijvoorbeeld een onderwerp waar groot verschil blijkt tussen het denken van de wereld en het vernieuwde denken waarover Efeze 4 spreekt. Wordt vernieuwd in de geest van uw denken over seks, genegenheid en liefde
Bijbelse geboden zijn te zien als de gebruiksaanwijzing van de Maker voor de mens. Niet opvolgen van die gebruiksaanwijzing geeft problemen. Dat blijkt bijvoorbeeld voor de richtlijnen voor de omgang met de seksuele aanleg.
Modern wetenschappelijk onderzoek toont aan, dat seksuele prikkeling verandering veroorzaakt in de hersenen. De vrije seksuele moraal die in de wereld heerst en zelfs op scholen onderwezen wordt, heeft tot gevolg dat veel jongeren zichzelf in de puberteit al voorbeschikken tot mislukte huwelijken.
Seks is heel natuurlijk bij zowel mensen als dieren, maar niet zo nodig als eten en drinken. Zonder eten en drinken kan men niet leven, zonder seks wel.
Deze liefde is een geestesgesteldheid, die alleen de mens kent, als hij wederomgeboren is. (Joh 3:5; 1Kor13:1-7) en waardoor de mens ten volle beelddrager van God wordt. Een wederomgeboren christen verlangt naar de wil van zijn geestelijke Vader te leven en weet vanuit Zijn Woord dat seks geheiligd (= afgezonderd) is in het huwelijk.
Wat de Bijbel zegt over seksualiteit, vind je in Efeze 5:22-27.
De wapenrusting van God Ef 6:13-18
Praktische aanwijzingen uit Ef 4:25-32
vergeef elkaar
Gij geheel anders.

De nieuwe mens aandoen (Ef 4:24) betekent eenvoudig: ons denken laten leiden door de Geest van Jezus.