Focustherapie,

focussen

Bijbelse duiding en weerlegging

 

Eén van de talloze psychotherapieën; onder invloed van Carl Rogers ontwikkeld door de psycholoog en filosoof Eugene Gendlin. De oorsprong van de therapie ligt in de humanistische en transpersoonlijke psychologie en is sterk beïnvloed door het boeddhisme en occultisme. Centraal staat de zelfverwerkelijking. De therapie, die inmiddels vele varianten onder verschillende namen kent, wordt in gechristianiseerde versie aangeboden. Vertegenwoordigers van de therapie proberen op alle terreinen hun invloed te doen gelden, tot binnen het pastoraat. Met betrekking tot dit laatste kan in het bijzonder gewezen worden op Refocussing Theory/Therapy en Insight Focused Therapy.

 

Het humanisme is in essentie een anti christelijke levensvisie, terwijl de transpersoonlijke psychologie geen ruimte biedt aan de God van de Bijbel en aan Jezus Christus. Wel staat zij open voor andersoortige religieuze transcendentale ervaringen. Om die reden is de invloed van boeddhisme en occultisme begrijpelijk. De gedachte van zelfverwerkelijking is volstrekt strijdig met de boodschap van het kruis, terwijl God en het goddelijke nooit zonder de weg van bekering en wedergeboorte in het innerlijk van de mens zelf te vinden zijn.

 

De Spinners zijn getraind in de Oosterse vechtkunst Spinjitzu, een eeuwenoude en krachtige techniek die alleen de Ninjago beheersen. Maar… verborgen in de schaduw en herrezen uit de onderwereld heeft Lord Garmadon kwade bedoelingen. Met zijn skeletleger wil hij de Ninjago’s verslaan. De Ninja’s denken, dat ze het tegen hem op kunnen nemen, maar is dat wel zo? Ze zijn nog niet Meesters van de Ninjitzu zoals Garmadon dat is. Ze beheersen nog niet de natuurlijke krachten: aarde, bliksem, vuur en ijs[i].

Wat is Lego Ninjago?

Zomaar een tekst waarmee ‘’Ninjago’’ een nieuw jongensthema van LEGO wordt gepromoot. Het thema, uitgebracht in januari 2011 omvat een nieuw speelconcept en richt zich op kinderen in de leeftijd van 6 t/m 14 jaar.  Het is een combinatie van bouwen en een universum vol mysterieuze krachten uit de Oosterse Ninja. Ninjago bevat zowel een speel-, spaar- als een bouwelement. Je kunt diverse bouwsets kopen en deze vervolgens opbouwen n.a.v. een bouwbeschrijving. Als het gaat om het spaar- en speelelement  heeft het iets weg van Pokémon. Alleen zijn er nu niet alleen speelkaarten met afgebeelde wezens die je kunt sparen en waarmee je kunt spelen, maar er zijn ook spinners. Hiermee kun je de Ninja en hun tegenstanders tegen elkaar laten strijden. Een spinner is vergelijkbaar met een soort tol.

Wat is de bedoeling van het spaar- en speelelement?

Iedere Ninja kan deelnemen aan het gevecht, genaamd Spinjitzu. Elke speler plaatst zijn minifiguur op een spinner en geeft hem één van zijn drie wapens. De spelers roepen: “NINJA…GO!”  en starten het spinnen en proberen zo de tegenstander(s) van de spinners te stoten. De minifiguur die als laatste nog staat, heeft gewonnen en krijgt het wapen van de verliezer(s). De spelers kunnen ook één van de duelkaarten inzetten, dit zijn unieke kaarten met daarop de wapenkeuze, kleur en specifieke krachten van het Legofiguur. Met deze kaarten kun je de wedstrijd beïnvloeden, je kunt de kaarten ook sparen. Verder heeft Ninjago onder andere zijn eigen website, Lego-producten, filmpjes, boeken, eigen verhaallijn met specifieke termen, games en trainingsvideo’s om echte meesters in deze vechtkunst te worden.

Hoe ziet Lego Ninjago eruit?

In een paar woorden: agressief, duister, afschrikwekkende en duivelse creaties bij de tegenstanders. Ieder karakter heeft zijn eigen afzonderlijke beschrijving. Om een indruk te geven, zal ik hieronder een voorbeeld  geven van een karakterbeschrijving:

  • Heer Garmadon, de tegenstander van de Ninjago’s:
  • wapenkeuze: bedrog (en staf,)
  • elementaire kleur: alle (niet in balans),
  • kracht: kracht van het vernietigen.
  • Heer Garmadon is geen skelet, maar hij is wel dood. Maar dat houdt hem niet tegen…. Eigenlijk maakt het hem alleen maar sterker! De koning van de onderwereld en zijn skeletten-leger helpen om Ninjago te vernietigen[ii].

Over Krazi (skelet van het licht) staat  het volgende geschreven: …super geladen met negatieve energie. Hij gebruikt een bot om levens te nemen en gebruikt het om iedereen een kopje kleiner te maken. Hij is vernietiging. Hij is explosief en gestoord[iii].

Wie of wat is een Ninja?

Een Ninja is van oorsprong een Japanse krijger die met alle middelen en ware doodsverachting zijn taak probeert te volbrengen[iv]. De vaardigheid (gevechtskunst) van de Ninja wordt ninjutsu genoemd en werd in het geheim beoefend. Naast vele wapens maakte de Ninja ook gebruik van psychologische oorlogsvoering.

Maakt de Ninja gebruik van mystieke  krachten?

Ninjutsu is evenals veel andere Oosterse vechtsporten niet los te koppelen van de Oosterse religies en filosofieën die in het land gewoon zijn en nauw met de cultuur en het denken van de mensen is verweven.  Als men spreekt over psychologische oorlogsvoering wordt deze dan ook vanuit de Oosterse denkwijzen geïnterpreteerd en toegepast.

 Elementen

De Ninja deelde de wereld in aan de hand van de godai, een term die afkomstig is uit het mikkyo-boeddhisme. Volgens dit concept zijn alle dingen opgebouwd uit de 5 volgende elementen: aarde, water, vuur, wind, leegte.

Deze symbolen werden gebruikt om de gemoedstoestanden van mensen te karakteriseren. Het was de kunst om het element in het karakter van de tegenstander te ontdekken. Bijvoorbeeld  ’medelijden’ komt overeen met de manifestatie ’wind’, als de Ninja dat had ontdekt in zijn tegenstander, kon hij de gedaante van een bedelaar aannemen, zodat de tegenstander geen aandacht aan hem zou besteden

Door dit systeem kon de Ninja de gedachten van de vijand manipuleren. Deze vijf elementen, die als classificatie voor alle natuurlijke fenomenen gezien kan worden[v] ziet men terug in hekserij, new age, de Chinese en Japanse filosofie. Dit systeem wordt op veel terreinen toegepast, denk hierbij aan de astrologie, traditionele Chinese geneeskunde of muziek. Om deze reden ziet men vaak in games en televisieseries (bijv. Pokémon) met een Oosterse achtergrond de toepassing en uitwerking van deze elementen.

Concentratie en meditatie

Een ander wezenlijk onderdeel van Oosterse religies is meditatie. Bij Ninjutsu gaat het om naar binnen gerichte en naar buiten gerichte meditatie (Zenstijl-meditatie en Tantra-stijl-meditatie). Beide maken deel uit van de training in de krachten van concentratie en de spirituele ontwikkeling van de Ninja. Dit naar binnen en naar buiten gerichte bewustzijn, wordt gesymboliseerd door twee grote mandala-ontwerpen. De ene mandala symboliseert de wereld van de geesten en de andere mandala ons dagelijks leven in dit universum. Men kan uit deze informatie afleiden dat de Ninja en de vechtsport Ninjutsu, evenals veel andere Oosterse vechtsporten niet op zichzelf staan en daarmee niet neutraal zijn. Hier is nog niet eens ingegaan op het gebruik van talismannen, het opzeggen van speciale gebeden (mantra’s), het visualiseren van godheden, zelfhypnose,  het verwerven van goddelijke, geheime (occulte/esoterische) kennis waardoor zij zelf het universum willen controleren enzovoort. Zij maken allemaal deel uit van wereld van de Ninja en Ninjutsu. Men zou deze zaken de vruchten kunnen noemen van de Oosterse religies en denkwijzen. Het gaat hier niet om occulte elementen die aan de vechtsport zijn toegevoegd, zodat men ze eventueel weg zou kunnen laten, maar om de bron, de wortel zelf die occult is.

De wereld van de  Ninja en de wereld van Lego Ninjago: een vergelijking. Het voert te ver door om alle zaken te benoemen uit de wereld van Lego Ninjago, daarom is steeds voor één voorbeeld gekozen.

De wereld van de Ninja De wereld van Lego-Ninjago
De gevechtskunst bij de Ninja heet: ‘’Ninjutsu. ‘’

De Ninja interpreteert alles vanuit de godai (de vijf elementen). Deze denkwijze uit de Oosterse religie, bepaalt hoe de Ninja vecht en wat hij inzet als wapen (welke kracht) tegen de vijand.

 

In de wereld van Lego Ninjago moet de oude Spinjitzu-leermeester, genaamd Sensei Wu en zijn leerling Ninja, het opnemen tegen Lord Garmadon en zijn Skeletten-maatjes.  Dit doen zij d.m.v.  van Spinjitzu,  een oeroude machtige vechtsport waarbij de Ninja’s hun krachten van vuur, ijs, aarde en bliksem gebruiken om zo snel te bewegen dat ze in levende wervelstormen veranderen. Ook hier spelen de elementen in het gevecht een belangrijke rol. Het bepaalt welke karakter (en kaart) je inzet tegen je tegenstander.
De vruchten van Oosterse religies en denkwijzen maken deel uit van de wereld van de Ninja. Deze vruchten ziet men bij Lego-Ninjago. Zo is de leerling Ninja Nya (Lego-figuur) paranormaal begaafd, dit wordt haar sterkste eigenschap genoemd. Bij de tegenstanders van Ninjago vindt je slangen die kunnen hypnotiseren.
De Ninja maakt gebruik van veel wapens Lego-Ninjago heeft  veel wapens in haar assortiment die de Ninja’s kunnen gebruiken. Dit assortiment wordt ook steeds uitgebreid.
De Ninja traint zijn lichaam en geest (door concentratie en meditatie), zodat samensmelting (van bijv. de tegenstander en de Ninja zelf) kan plaats vinden naar eigen wil. Zo kunnen de gedachten van de vijand worden gemanipuleerd. Lego-Ninjago kent het wapen ‘’de Staf der Controle’’ dat  is  een wapen die alle krachten van jezelf en van je tegenstander samensmelt tot een enorm monster dat je gedachten kan beheersen[vi].

 

 

 

Schepper-zijn, het universum willen beheersen, de dingen naar je hand willen zetten, elke situatie door meditatie willen beheersen, samengevat: ‘’zelf god willen zijn’’. Is dit niet het uiteindelijke doel van de spirituele ontwikkeling en leerschool die de Ninja doorloopt? In het karakterpersonage van de leermeester Sensei Wu, ook een Lego-figuur,  wordt als eigenschap ‘’de kracht der schepping’’ vermeld. Hij zou als wapen wijsheid hebben.

Conclusie

Vond men Pokémon problematisch, dan kan men bij Ninjago constateren dat er nog een stap verder is gegaan.  In Pokémon kan men elementen uit het Shintoïsme (Japanse godsdienst) vinden. Hoewel hier elementen van aanwezig zijn, heeft de bedenker nooit erkend Pokémon hierop te hebben gebaseerd. Dit in tegenstelling tot Lego Ninjago waar openlijk voor wordt uitgekomen dat dit geïnspireerd is door en gebaseerd is op de Oosterse Ninja.  Anno 2012 wordt deze Lego-serie  nog steeds uitgebreid met nieuwe films, games, verhalen waar weer nieuwe producten voor worden geproduceerd enz..

In het Lego-clubkrantje en in speelgoedfolders  wordt hier volop reclame voor gemaakt en in iedere speelgoedwinkel is er een aparte stelling ingeruimd om deze nieuwe serie van Lego te promoten. Denkt men dat het hier gaat om wat onschuldige Ninja-poppetjes van Lego die wat karate-moves demonstreren, dan zit men er volledig naast. Kinderen leren bij Ninjago veel meer als alleen hun bouwinzicht vergroten. De achtergrond, de verhaallijn en producten van Lego-Ninjago liegen er niet om, kinderen worden vertrouwd gemaakt met duistere machten en krachten, afschrikwekkende creaties en vernietigen. Openlijk worden kinderen hiertoe uitgedaagd en aangemoedigd in de vorm van een spel en dit al vanaf zesjarige leeftijd. Kinderen leren al spelenderwijs, deze conclusie is al lang geleden getrokken. En het blijkt steeds weer opnieuw, zo ook bij Lego Ninjago dat niet alleen het onderwijs gebruik maakt van dit principe. Wat een kind leert en verinnerlijkt, zal uiteindelijk altijd zijn vruchten afwerpen. Lego Ninjago is een nieuwe rage dat zich op een listige wijze een weg weet te spinnen naar de harten van kinderen. Een nieuw virus dat eenmaal in het hart gekomen de deur opent naar de occulte leringen en praktijken uit Oosterse religies.

Mevr. A.Poelstra

 

 

 

 


[i] Ninjago de karakters, http://www.miniland.nl/Productlijnen/ninjago%20strijders.htm

[ii] Ninjago  de karakters, Heer Garmadon Spinjitzu Vernietiger http://www.miniland.nl/Productlijnen/ninjago%20strijders.htm

[iii] Ninjago de karakters, Krazi skelet van het licht

http://www.miniland.nl/Productlijnen/ninjago%20strijders.htm

[iv] Ninja, http://nl.wikipedia.org/wiki/Ninja

[v] Wu Xing, http://nl.wikipedia.org/wiki/Wu_Xing

[vi]Staf der controle, http://ninjago.lego.com/nl-nl/spinjitzuzone/weapons/default.aspx#STAF+DER+CONTROLE

 

Geraadpleegde bronnen:

–          LEGO® Ninjago Spinjitzu Battle Tour in de Helftheuvelpassage, http://www.helftheuvel.com/nieuws/lego%C2%AE-ninjago-spinjitzu-battle-tour-de-helftheuvelpassage–          LEGO Ninjago, een nieuwe rage, http://hobby-en-overige.infonu.nl/speelgoed/67556-lego-ninjago-een-nieuwe-rage.html

–          Lego Ninjago is de nieuwe rage onder de jeugd!, http://sumobrickshop.nl/lego/lego-ninjago.html

–          LEGO® Ninjago, Nieuw speelconcept met bouwsets en spinners http://www.peuterplace.nl/games/lego-ninjago-speelsets.htm–          Ninjitsu Meditation, The Art of Ninjitsu http://stress.lovetoknow.com/Ninjitsu_Meditation–          Ninpo: art of the ninja, http://users.telenet.be/chiryaku/images/pages/media_magazines_pdf/playstation2.pdf–          Kuji-no-in, http://www.ogamidojo.nl/Pages/Kuji-no-in.htm-          SEISHIN TEKKI KYOYOSEISHIN KYOYO http://www.hikokuryukan.be/documents/Seishin%20Tekki%20Kyoyo.pdf–          Ninja, http://nl.wikipedia.org/wiki/Ninja–          Wu Xing, http://nl.wikipedia.org/wiki/Wu_Xing

“Vroeger was het allemaal veel gezelliger. Toen praatten de mensen nog met elkaar. Toen zei de buurman nog gedag.” Opgetekend maart 2012. Zomaar op straat. Als je mensen vraagt naar hun visie op taal en taalgebruik, dan kunnen ze wél praten. “Met taal kun je jezelf uitdrukken en je verbinden aan andere mensen.” Taal triggert. Taal zegt meer over ons dan we denken. In dit artikel wordt stilgestaan bij de vraag wat taal over ons zegt. Vanuit mijn werk als persvoorlichter van de Bond tegen vloeken ben ik veel met dit onderwerp bezig. Ik laat een aantal definities en oefeningen vanuit workshops en trainingen die wij geven, de revue passeren om vervolgens naar ‘soorten’ taal te kijken. Beroepsgroepen, politieke stromingen, persoonlijkheden, zo zullen we zien, ze hebben hun ‘eigenaardigheden’ als het gaat om taal. Ik trek lijnen vanuit het Woord van God en stel vragen in de hoop te prikkelen. Mag ik u meenemen in het fascinerende land van de taal?

 ‘Je moeder maakt ons kapot’

Taal is niet ‘zomaar’ iets. Taal weerspiegelt de ziel, zo stelde de filosoof Seneca (4 v. Chr. – 65 n. Chr.). De Belgische dichter Prudens van Duyse (1804-1859) had ooit de befaamde woorden op papier gezet: “De tael is gansch het Volk”. Taal als spiegel van de samenleving. Van Dale verstaat onder taal ‘spraakklanken waarmee men zijn gedachten en gevoelens aan anderen kenbaar maakt’. Taal is een systeem dat betekenissen weergeeft door middel van klanken, gebaren en schriftelijke tekens. Taal is de belangrijkste communicatievorm. Communicatie is iets dat bij ons wezen behoort, bij onze identiteit, bij ons zijn. Taal dat zijn wij. Het draagt een samenleving de tijd door, het helpt het verleden te vertalen en de toekomst woorden te geven. God gaf het om Hem te kennen en om Hem te loven. Hij maakte Zijn Naam bekend en communiceerde met ons. Wij communiceerden met Hem, maar ook met het kwaad. Sinds de zondeval zit onze communicatie vol taal- en stijlfouten.

Taal is niet iets om luchtig over te doen: het zijn niet ‘maar’ woorden. Cats dichtte: “Het puntje van een gaeuwe pen is ’t felste wapen dat ick ken.” Eveline Crone stelde dat bij fysiek en verbaal geweld in hetzelfde hersengebied activiteit waarneembaar is dat aangeeft dat wij pijn ervaren. We onderschatten snel hoeveel impact woorden kunnen hebben. De Sire-campagne ‘Kinderen in een scheiding’ wil mensen ervan bewust maken dat woorden een kind voor altijd kunnen tekenen. In beeld een meisje van 10 jaar met een tattoo, in gotische letters: “Je moeder maakt ons kapot.” Of: “Waardeloos. Net als je moeder.” Er hoeft niet eens grove taal aan te pas te komen. Ook ‘gewone’ woorden kunnen dichterbij brengen of afstoten. “Uw spraak verraadt u,” kreeg discipel Petrus te horen.

Klein of groot?

Door goed naar woorden te luisteren, kun je zoveel meer horen. Ik zal u daarvan een aantal voorbeelden geven. Als een spreker veel gebruikt maakt van woorden zoals ‘misschien’, ‘mogelijk’, ‘vaak’, ‘regelmatig’ wil hij zich niet al te duidelijk uitdrukken. Het tegenovergestelde kan ook: een spreker die zich bediend met de woorden ‘altijd’, ‘overal’, ‘niemand’, ‘nooit’ drukt zich op een stellige manier uit. Hij gaat zonder meer van bepaalde theses uit, waarbij weinig ruimte wordt gelaten bij ontvangers om het anders te interpreteren. Dan heb je ook nog kleine ‘taligheden’ die meer verraden dan je lief is. “Ik zal het bekijken”; ik doe er niets mee. “Ik wil me er niet mee bemoeien, maar…”: er moet nog iets van mijn hart. “Het feit is dat…”: welk feit? “Het is best mooi geworden”: ‘best’? “Ik meen het eerlijk”: ben je wel eens niet eerlijk dan? “Zo kan ik nog eindeloos doorgaan”: doe maar, eindeloos lukt je toch niet.

Keuze

Taal hoort bij ons. Het helpt ons te overleven. Hoe gebruiken we het? Met welke woorden beschrijven we de wereld om ons heen? Steven Covey onderscheidt in De zeven eigenschappen van effectief leiderschap proactief en reactief taalgebruik. Proactief wil zeggen: keuzes maken en ook bewust van deze keuzes zijn. Je laat je leiden door waarden. Reactief is als je je laat beïnvloeden door de omstandigheden. Reactieve mensen laten zich, volgens Covey, leiden door gevoelens. Hij haalt twee prachtige, hierop van toepassing zijnde, aforismen aan: “Niemand kan je kwetsen zonder jouw instemming” (Eleonor Roosevelt) en “Iemand kan alleen je zelfrespect afnemen, als jij het hem geeft” (Mahatma Ghandi). Volgens Covey gebruiken reactieve mensen de volgende zinnen: “Ik kan er niets aan doen”, “Zo ben ik nu eenmaal”, “Hij maakt me zo kwaad”, “Ik kan het niet”, “Ik moet”. Proactieve mensen gebruiken deze zinnen: “Laat ik eens kijken of er alternatieven zijn”, “Ik kan het ook anders aanpakken”, “Ik bepaal zelf mijn gevoelens”, “Ik geef daaraan de voorkeur”, “Dat ga ik doen” (Covey: 56-63). Je kunt, zoals Jérôme Louis Heldring deed, onderscheid maken tussen het taalgebruik van een conservatief en het taalgebruik van een progressief. “De conservatief gaat uit van wat bestaat (…): hij gebruikt het als norm. De progressief daarentegen meet de wereld naar iets wat nog niet is: een betere toekomst, de wereld zoals zij, volgens hem, zou moeten zijn. (…) Vandaar dat de progressief zich noodzakelijkerwijs vaak vager moet uitdrukken dan de conservatief, die dikwijls kan volstaan met een verwijzing naar het bestaande, zichtbare, tastbare.” (Heldring: 223) Het taalgebruik dat we hanteren kan onze levenshouding verraden.

Ambtelijk

Ook ambtenaren hebben een reputatie als het gaat om taal. In het leuke boekje Zullen we zwaluwstaarten? Staaltjes van ambtelijke vaktaal stelt Gert Riphagen dat ambtelijke taal bol staat van eufemismen: “Ambtenaren passen hun woordkeus aan en omzwachtelen pijnlijke maatregelen vaak. Dan is minder geld uitgeven (‘bezuinigen’) ineens ‘ombuigen’ of een ‘taakstelling’. ‘Onbedoeld gebruik van geld’ is een prachtig eufemisme voor ‘misbruik’ of ‘fraude’. (…) Een eufemisme is (…) hinderlijk wanneer het de lezer op het verkeerde been zet oftewel als het iets anders suggereert dan er werkelijk aan de hand is. Een ander nadeel – een voordeel, zeggen sommigen – is dat iedereen er de eigen mening in kan lezen. Dat lijkt handig wanneer je er onder elkaar niet bent uitgekomen. De burger heeft echter door die dubbelzinnigheid of vaagheid vaak weinig vertrouwen in de schrijfsels van de overheid.” Het kan mensen uitsluiten, schrijft Brenninkmeijer: “Ambtelijk taalgebruik geeft uitdrukking aan de arrogantie van de macht. Ambtelijk taalgebruik is daarmee niet behoorlijk en bovendien riskeert de gebruiker van Haags taal en jargon dat hij mensen die belangrijk werken doen in de samenleving afstoot en uitsluit.”

In het boekje staan woorden en zinnen die in het Haags jargon een andere betekenis hebben. Voorbeelden? ‘Visie’ (= als iets niet deugt, komt het vaak, denkt men, doordat het ontbreekt aan visie. Wat daarmee precies wordt bedoeld, weet niemand), ‘houtskoolschets’ (= ruwe opzet) ‘budgettaire neutraliteit’ (= het mag geen extra geld kosten). Riphagen geeft ook de transformatie van het woord ‘gekken’ aan: “Mensen met beperkte verstandelijke vermogens heetten eerst ‘gekken’, daarna ‘geesteszieken’, vervolgens ‘geestelijk gehandicapten’, dan ‘verstandelijk gehandicapten’ en nu ‘mensen met een verstandelijke beperking’.” Woorden kunnen uithollen en hun betekenis verliezen, zoveel is duidelijk. Een PR-specialist deed onderzoek naar modewoorden die veel in naar de media verstuurde persberichten worden gebruikt. Hij kwam tot een lijst van ‘versleten’ woorden waarin o.a. de volgende woorden voorkwamen: ‘toonaangevende’, ‘oplossing’, ‘innoveren’, ‘leider’, ‘top’, ‘unieke’, ‘grote’, ‘uitgebreide’.

‘Van elkaar af blijven’

Met taal geven we uitdrukking aan onze gevoelens. Met taal maken we ‘dingen’ duidelijk – soms gebruiken we woorden om niet duidelijk te zijn. Ambtenaren, zo zagen we, hebben daar een handje van. We kunnen te soft in onze taal zijn. We zeggen liever tegen kinderen dat we in de gang wandelen in plaats van dat we zeggen dat ze niet mogen rennen. Houden we er hiermee niet een (te) proactief taalgebruik op na? Beschrijven we hiermee niet te vaak een gewenste in plaats van reële situatie? Ouders kunnen bang zijn om te concreet te zijn. Zeggen tegen je kind dat hij ‘op tijd thuis moet zijn’ is niet concreet genoeg. ‘Elf uur’ wel. ‘Van elkaar afblijven’, wat bedoel je daar als opvoeder mee? De ‘dingen’ bij naam noemen, daar is niets mis mee. Scheld- en vloekwoorden richten zich vaak op taboe. Het is niet verwonderlijk dat veel scheldwoorden aan seksualiteit ontleend zijn. Maar spreken over ‘onderkantje’ als kraamverzorgster gaat te ver: hiermee kijk je iemand weg en doe je de realiteit geen recht. Hoe concreet zijn we als het gaat om het beschrijven van onze relatie met onze partner, onze kinderen of met God? Ook God laat zich bij Naam noemen. Hij wil dat wij onze afhankelijkheid van Hem uitspreken. Niet in vage termen, maar in belijdenissen in de eerste persoon enkelvoud. God gaf de taal om Hem te loven en te prijzen. Hij openbaarde Zijn Naam met taal: “HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw,” (Ex 34, 6). God is niet een anonymus, maar Hij heeft een Naam hoog te houden. Hij is een jaloerse God die geen andere goden naast Zich duldt, maar ook toeziet op het eerbiedig gebruik van Zijn Naam. Hij kan het niet hebben dat mensen zich op hun eigen naam zouden beroemen. De naam die de mensen voor zichzelf wilden maken (cf Gn 4, 11) kwam hen duur te staan: God strafte met de spraakverwarring. Vanuit deze spraakverwarring loopt een lijn naar Pinksteren, het omgekeerde talenwonder. De taal van Gods Geest bracht mensen samen.

Laten we streng zijn voor onszelf en mild voor een ander. Als je Jacobus 3 naast de ‘taal’ van Covey legt, dan valt er een accentverschil te bespeuren. Daar waar Covey kansen ziet voor ‘goede taal’, is de apostel Jacobus negatief. Ik vind Jacobus 3 een lastig, maar eerlijk gedeelte uit het Woord. De apostel schildert eerlijk voor ogen dat het niet goed gesteld is met ons: “De tong kan geen mens temmen. Ze is een niet te bedwingen kwaad, vol dodelijk vergif.” Jacobus vergelijkt de tong met een teugel, waarmee het hele paard wordt bestuurd, een roer, waarmee een groot schip wordt bestuurd en een (klein) vuur dat een grote brand kan veroorzaken. Als Jacobus zegt dat wij allen daarin struikelen, is dat een les. Taal dat zijn wij, zo heb ik betoogd. Wat zegt uw taal over u? Hoe staat u bekend? Met welke woorden spreekt u tot uw kinderen? De taal is iets om zuinig op te zijn. Om over na te denken. Een geweldig instrument dat regelmatig gestemd moet worden. Laat de deur van onze lippen (cf Ps 141, 3) niet onnodig openstaan, maar ook niet onnodig dichtzitten.

Hans Alderliesten

 

Bronnen:
Covey, S.R. (2006) De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij  Business Contact
Crone, E. Storm in het puberbrein. Nationale Hersenlezing 2011.
Heldring, J.L. (2002) In: C. van Nispen tot Sevenaer, De dans om het gouden kalf. Amsterdam.
Riphagen, G. e.a. (red.) (2007) Zullen we zwaluwstaarten? Staaltjes van ambtelijke (war)taal. ‘s-Gravenhage: De Politieke Pers


[i] Ik ga uit van taal als normatief systeem

[ii] Zie www.kinderenineenscheiding.nl

[iii] Mt 27, 63 (HSV)

[iv] d.i. verzachtende uitdrukkingen

[v] ik dank dr.ir. Jan van der Stoep voor dit inzicht

Het tijdschrift Scientific American doet een oproep voor een mondiale regering als de enige oplossing voor een klimatologische ramp. De termen “opwarming” en “afkoeling van de aarde” komen in dit artikel niet voor, maar “social engineering” wel! Het gaat om een artikel van Gary Stix in het blad Scientific American van 17 maart 2012 met als titel: “Doeltreffend wereldbestuur is noodzakelijk om een klimatologische ramp af te wenden”.

Het is eenbeleidsartikel dat door een groot aantal wetenschappers is geschreven en verscheen in maart 2012 online in Science waarin o.a staat: “Onze samenlevingen moeten nu hun koers veranderen om een acute noodsituatie van deze aarde te omzeilen om daardoor tot  snelle en onomkeerbare veranderingen te komen. Dit vereist een fundamentele heroriëntering en herstructurering van nationale en internationale instellingen om te komen tot een effectiever bestuur van de tegenwoordige regeringen op deze aarde voor mondiaal rentmeesterschap.”

Deze terminologie is rechtstreeks afkomstig uit de newage-literatuur van de late jaren ’80 van de vorige eeuw! Termen als “acute noodsituaties van deze aarde”,  “snelle en onomkeerbare veranderingen”,  “de tegenwoordige regeringen op deze aarde” en “mondiaal rentmeesterschap” zijn typisch termen en begrippen uit de denkrichting van de new age. In die jaren ’80 dacht ik vaak bij mezelf, dat ik zo blij was dat geen van deze radicale voorstellen voor beleidsverandering ondersteund werden door enige politieke achterban of heersende media. Toen de massamedia net zo radicaal begonnen te praten als de newage-literatuur die ik las, zou het niet lang meer duren, voordat een even radicale regering het zou overnemen. Zeer kort daarna, zou een geplande crisis losbarsten om de regering de kans te geven naar dictatoriale macht te grijpen. Dit is precies wat er is gebeurd.

De huidige regering van Obama is op milieugebied de meest radicale regering in de Amerikaanse geschiedenis. Verschillende leden van het kabinet van Obama hebben radicale wortels en achtergronden. We mogen verwachten dat deze  regering zeer sympathiek zal staan ten opzichte van de voorstellen in dit artikel in Scientific American.

 

De aap uit de mouw
Als we terugkeren naar het artikel, zien we – de aap komt uit de mouw – dat de schrijver noch opwarming noch afkoeling van de aarde noemt, maar alleen “klimatologisch ramp”! Waarom zou deze schrijver een verandering in terminologie introduceren bij het verdedigen van een mondiale regering die het milieu moet beschermen. Het antwoord lijkt me nogal duidelijk:  sceptische wetenschappers hebben waarschuwingen van de gevestigde orde tegen opwarming en/of afkoeling van de aarde begraven onder bergen bewijs, dat de aarde niet aan het opwarmen noch aan het afkoelen is.

De grafiek hierboven laat deze werkelijkheid perfect zien. Deze grafiek laat de klimaatveranderingen in Europa tussen 900 en 2000 na Chr. zien. Merk op dat de “Huidige tijd” de minste afkoeling en/of opwarming laat zien van deze hele periode van 1100 jaar! Aangezien geen wetenschapper de opwarming dan wel afkoeling van de aarde kan bewijzen, schakelen de propagandisten van de Nieuwe Wereldorde nu over op de meer algemene waarschuwing voor een “klimatologische ramp”. Herinnert u zich het argument van Al Gore nog, dat we niet kunnen wachten tot we de opwarming van de aarde zien beginnen, voordat we actie ondernemen om het proces te stoppen? Gore stelde, dat als de mensheid zou wachten met ingrijpen tot ze enig bewijs zag, het dan te laat zou zijn om nog te handelen. Daarom moeten we allemaal in geloof een enorme sprong met Al Gore in de afgrond maken! De schrijver van dit Scientific American-artikel redeneert in dezelfde trant.

Maar, er staan nog meer verschrikkingen in de column van Gary Stix. Hij begint plotseling te redeneren dat, als de mensheid nog hoopt een “mondiale ramp” af te wenden, de overheid betrokken moet raken bij “social engineering”! Het haar van conservatieve partijen zal plotseling te berge rijzen bij deze suggestie, omdat we nu al tientallen jaren hebben getracht te bewijzen dat de werkelijke agenda van openbare scholen en massamedia het bereiken van een “social engineering” verandering is. Met andere woorden,  het gedrag en denken van de burgers moeten op omvangrijk landelijke en wereldwijde schaal  ingrijpend veranderd worden.

Luister naar Gary Stix:
“Als ik het over zou moeten doen, dan zou ik de invulling anders benaderen, als mijn mederedacteurs dat zouden toelaten. Ik zou minder artikelen over kernfusie en schone kolen plaatsen en in plaats daarvan minstens de helft van de beschikbare ruimte gebruiken voor hoofdartikelen over psychologie, sociologie, economie en politicologie. Sinds ik me bezighoud met dat onderwerp, ben ik tot de conclusie gekomen dat de technische details het gemakkelijkste zijn. De “social engineering” is de echte moeilijkheid. Foto’s van de maan en het Manhattanproject zijn kinderspel in vergelijking met de noodzakelijke veranderingen in ons gedrag.”

Het probleem met een omvangrijke poging om “social engineering” tot stand te brengen, is dat een dwingende overheid meestal de enige manier is om deze waarden en houdingen te laten veranderen. Aangezien we weten dat de Nieuwe Wereld Orde (Novus Ordo Seclorum, kennen we uit de vrijmetselarij, met als hoogste orgaan de Illuminati) vraagt om het meest wrede dictatorschap dat de wereld ooit heeft gekend, kunnen we er vrijwel zeker van zijn dat  zo’n dictatorschap inderdaad in de planning ligt om te komen tot de “social engineering” waar dit artikel om vraagt.

Tenslotte, daar de “Globale elite” het weer kan controleren door HAARP[ii] en Scalar, kunnen stormen in elkaar gezet worden op het moment van een geplande crisis om ons te laten denken, dat we afstevenen op een “klimatologische ramp”. Luister naar de ontnuchterende woorden van de minister van Defensie, William Cohen, als u twijfelt of wetenschappers het weer kunnen controleren.

“Alvin Toeffler heeft hierover geschreven in termen van sommige wetenschappers die in hun laboratoria proberen bepaalde typen ziekteverwekkers geënt op raskenmerken uit te vinden, zodat ze eenvoudigweg bepaalde etnische groepen en rassen kunnen elimineren. Anderen ontwerpen een soort techniek, een soort insecten die gewassen kunnen vernietigen. Anderen zijn zelfs betrokken bij eco-terrorisme waarbij ze het klimaat kunnen veranderen, of aardbevingen en vulkanen op afstand in werking kunnen zetten door het gebruik van elektromagnetische golven.” (Toespraak op 28/4 van Cohen op conferentie over terrorisme/Terrorisme, massavernietigingswapens en V.S. strategie Sam Nunn Policy Forum, 28 april 1997, Universiteit van Georgia, Athens, Georgia)

U zou erg ontnuchterd moeten zijn door dit artikel, omdat het een kenmerkende verandering vertegenwoordigt in de discussie over het mondiale weer dat de hele mensheid bedreigt.
Bron: cuttingedge. org
vertaling: Silvia van Dijk

 

 

 


[i] “Social engineering” is een heel breed begrip; het is de verzamelnaam voor een methode die enkel op basis van communicatie tussen aanvaller en slachtoffer, mensen kneedt en manipuleert, zodat ze hun onbedoelde steentje bijdragen in een grotere aanval: het stelen van waardevolle informatie. Het maakt gebruik van psychologie, identiteitsfraude, computer- telefoon- en faxtechniek en van de onwetendheid van de slachtoffers. Maar boven alles maakt social engineering gebruik van de zwakste schakel in de beveiliging: de menselijke factor.

Als er dan toch een definitie van social engineering moet zijn, zou die (ongeveer) zó moeten luiden:

“Social engineering” is de verzameling van technieken waarmee een kwaadwillende aanvalt op informatiesystemen door de zwakste schakel in de beveiliging te kraken: de mens. De aanval is erop gericht om vertrouwelijke of geheime informatie los te krijgen, waarmee de kwaadwillende dichter bij het aan te vallen informatiesysteem komt. De kwaadwillende kan uiteindelijk succesvol indringen in de organisatie inzetten om iets ongemerkt te stelen; dit kan zowel goederen als gegevens betreffen. Een andere omschrijving die aangetroffen wordt (in de Master Thesis van Dick Janssen uit 2005) luidt: de kunst en wetenschap om mensen te laten doen wat jij wilt.

De (poging tot) definitie is in enige mate ontleend aan de gekozen bewoordingen in de Wikipedia (de Nederlands tak van de grote online Open Encyclopedie www.wikipedia.org). Een groot verschil tussen de hier gebezigde definitie en die van de Wiki, zit hem in het feit dat deze definitie “social engineering” uit de hackers en de computers tilt. “Social engineering” is een techniek die welliswaar dáár zijn vorm en naamsbekendheid heeft gekregen, maar die zogezegd ook in een willekeurige andere (niet-ICT) omgeving ingezet kan en zal worden.

[ii] Het High Frequency Active Auroral Research Program (HAARP) is een Amerikaans militair en civiel onderzoeksinstituut in Alaska, dat onderzoek doet naar de ionosfeer. Dit onderzoek richt zich onder andere op hoogfrequente elektromagnetische (be)straling van de ionosfeer, wat het klimaat kan veranderen.  Andere onderzoeksgebieden zijn inzicht verkrijgen op het gebied van radiogolven, communicatie en navigatie. In verschillende andere landen staan soortgelijke installaties, waaronder Noorwegen en Rusland. Door deze accurate manier van bodemonderzoek,  zijn inmiddels vele en grote olievoorraden gevonden. Boze stemmen beweren dat HAARP zelfs aardbevingen kan veroorzaken.

Het project is gestart in 1993 en zal 20 jaar duren. Het project wordt gezamenlijk gefinancierd door de United States Air Force, de United States Navy, de Universiteit van Alaska en Defense Advanced Research Projects Agency  (DARPA).

HAARP wordt in één adem genoemd met Scalar.

 

 Over omgaan met levensvragen in het gezin.

‘Twaalf jaar is hij, het oudste kleinkind van de trotse grootouders. Regelmatig logeert hij bij hen. Oma kookt een eitje bij het ontbijt en samen met opa gaat hij de tuin in op zoek naar aardbeien, bessen en peultjes. Na het werk van de dag rust opa uit in zijn rookstoel en blaast blauwe bundels sigarenrook in de richting van de boekenkast. Alsof er geen einde aan komt, zo vertrouwd, zo vaak en zo graag: logeren…

Het is nog donker, als moeder gehaast zijn slaapkamer inschuift en een trui over haar hoofd trekt. Opa is ernstig ziek, ze moet er snel naar toe, rent naar beneden en komt even later weer de slaapkamer van haar oudste zoon in. Tranen verraden dat het erg is. Opa is niet ziek, opa is dood!

De vertrouwde kamer van opa en oma zit vol met mensen. Meest onbekende mensen en iedereen vindt het erg dat opa er niet meer is. Vandaag wordt zijn opa begraven. De kist staat ergens in het huis, maar hij weet niet waar. Dan komt de begrafenisondernemer om te vragen wie nog afscheid wil nemen. Hij staat op om mee te lopen, maar zijn moeder zegt dat hij beter in de kamer kan blijven. Zij komt met een behuild gezicht weer binnen. Niemand is er vrolijker op geworden na die tocht die ze “afscheid nemen” noemen. Wat er te zien is of waarom ieder verdrietig is, weet hij niet echt. Wat is daar elders in het huis gebeurd…?’

Levenslang

Tussen geboren worden en sterven neemt het leven een levensgrote plaats in. De grootste vragen in het leven zijn die, die te maken hebben met ‘waar kom ik vandaan?’, ‘waar ga ik naar toe?’ en ‘ waarom ben ik hier?’. Oorsprong, doel en zin van het leven houdt mensen levenslang bezig. De vraag is hoe je daarmee omgaat binnen het gezin.

Een gezin zou kunnen worden beschouwd als de kleinste eenheid binnen de samenleving. Er wordt ook wel gesproken over het gezin als de hoeksteen van de samenleving, maar dat wil niet ieder zomaar in de mond nemen. Tegenwoordig moeten alle vormen van samenleven immers ‘kunnen’. Toch dient de vraag zich aan of veel misstanden in onze Nederlandse samenleving niet (ook) samenhangen met het gebrek aan stabiliteit van de gezinnen. Er is een grote verschuiving te zien in het omgaan met waarden en normen. Maar het is te simpel om het onderwijs de vele levensgrote problemen te laten oplossen.

Kinderen worden – normaal gesproken-  in een gezin geboren. Vader en moeder zijn beiden verantwoordelijk voor het nieuwe leven en de groei daarvan. Gezonde groei heeft echter niet alleen met goede voeding en een prettig onderkomen te maken, maar ook met groei van kennis, omgaan met gevoelens, beheersing van de wil en geestelijke zaken, levensvragen.

Dat doet denken aan de manier waarop de Joden omgingen met hun kinderen. ‘Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat…’ Van geslacht op geslacht werden zo de woorden en daden van God doorgegeven. Deuteronomium 6 spreekt over Gods geboden en inzettingen, maar ook over de manier waarop Hij het volk Israël het beloofde land in bezit geeft. De beloften van God voor zijn volk is van geslacht tot geslacht hetzelfde. Wanneer zij zich aan die geboden houden, zal het hen wel gaan in het land. Hun leven lang worden zij bepaald bij God die aan het begin en het eind van het leven staat, maar ook daar midden in! Zo zouden ouders in onze tijd er goed aan doen alle zaken in het leven tenminste te beschouwen vanuit dat – christelijke – perspectief.

Levensgroot

Vroeg of laat komt voor ieder mens, menselijk gesproken, de confrontatie met het levenseinde, de dood. Maar veel mensen verdringen dat het liefst en stoppen het weg. Nog steeds menen veel ouders dat hun kinderen niet te sterk betrokken moeten worden bij ziekte- en sterfgevallen in familie- of vriendenkring. Ziekte en dood en wat daarbij komt kijken, worden bij kinderen weggehouden. Echter, kinderen denken er wel degelijk over en kunnen er heel intensief mee bezig zijn. Grote vragen komen naar boven en worden ook daadwerkelijk uitgesproken. Nieuwsgierig als kinderen kunnen zijn, willen zij weten of de zieke dood kan gaan, wat er dan aan de hand is met die gestorvene, wat er gebeurt als een kist de grond in zakt, waar opa of oma nu is… Waarom mocht de kleinzoon uit het voorbeeld niet kijken bij de kist van opa? De ouders hadden er angst voor en droegen die angst voor de dood zo over op hun kind. Zou het niet beter geweest zijn met het kind samen te gaan kijken?

Wanneer ouders hier niet open met hun kinderen over spreken, blijven er grote vragen bestaan en gaan kinderen er in hun eigen denken verder mee. Zij kijken tv en zien ziekte, dood en verderf van over de hele wereld, maar ook de geweldsfilms. Hoe je het ook wendt of keert, op de een of andere manier maken zij kennis met de dood. Waarom dan niet ook met de dood van opa of oma, familie of vrienden, oud of jong?

Waarom zou een kind niet mogen kijken bij de kist waar de overledene in ligt? Waarom zou het kind niet even mogen voelen?

Het zijn levensgrote vragen waar kinderen mee kunnen zitten, maar de vragen worden nog groter als er geen antwoorden worden gegeven, als kinderen overal weggehouden worden. De angst neemt toe voor het onbekende en de effecten kunnen levenslang doorwerken.

Levensfase

Iedere levensfase kent haar eigen vragen, vragen die voor kinderen op dat moment levensgroot kunnen zijn. Het zou goed zijn wanneer ouders, rekening houden met de leeftijd en het karakter van het kind. Zij kunnen proberen tegemoet te komen aan hun vragen en nieuwsgierigheid, zonder hen met geweld te confronteren met ellende, ziekte en dood. In de verschillende leeftijdsfasen hebben kinderen een andere woordenschat, een ander bevattingsvermogen en andere vragen. Zij zijn ook niet allemaal gelijk als het gaat om omgaan met gevoelens; jongens reageren meestal anders dan meisjes en groten denken anders dan kleinen.

In het algemeen is het zo dat kinderen betrekkelijk goed hun eigen grenzen daarin kennen en kunnen aangeven. Op verreweg de meeste vragen kan dan ook het best een eenvoudig, doch duidelijk antwoord gegeven worden zonder. Hierbij kunnen ouders beter niet vervallen tot gedetailleerde uitleg van zaken waar het kind niet om vraagt. Dat begint met goed luisteren: wat vraagt het kind nu eigenlijk? Wat is er recentelijk gebeurd, waar hangt deze vraag mee samen? Verder is het van grote waarde om het kind, ongeacht de leeftijd, altijd serieus te nemen in de vragen die het stelt. Domme vragen bestaan niet!

Kleine kinderen kunnen hun knuffel vaak zo heerlijk koesteren. Die moet overal mee naar toe en zonder knuffel kan er niet geslapen worden. Onafscheidelijk kunnen ze zijn. Onlangs nog werd zelfs via de tv een oproep gedaan naar een vermiste knuffel – dit betrof wel een bijzonder geval. Maar wat zeg je dan als je kind vraagt: Komt beertje ook in de hemel? Je zou kunnen zeggen dat knuffels niet in de hemel komen, maar welk beeld van de hemel heb je dan zelf? Wat draag je over aan je kind als je ‘nee’ zegt? Het is toch zo dat een kind zich met zijn knuffel samen veilig voelt! Die veiligheid wil God ook bieden, in de hemel, maar ook hier op aarde. Gelovigen mogen wandelen aan Vaders hand, dan mogen de kinderen toch ook veilig wandelen aan onze hand en kunnen we toch rustig zeggen dat beertje meegaat: het is goed bij God.

Veel kinderen komen ook in de leeftijd waarop zij kunnen gaan denken dat hun ouders niet de echte ouders zijn. Soms kunnen zij tijden lang alles wat in een gezin gebeurt interpreteren vanuit die gedachte: ik ben een geadopteerd kind. Als vader en moeder weer eens naar een van de vele tv-programma’s over spoorloze ouders en verdwenen of geadopteerde kinderen kijken, kan zo’n gedachte nog weer worden versterkt. Hoe ga je daarmee om? De meeste kinderen, maar ook volwassenen, willen graag weten waar zij vandaan komen. Foto’s in familiealbums kunnen dan prima functioneren om te laten zien hoe het met het gezin of de familie is gegaan. Vertel aan elkaar hoe het ‘vroeger’ was. Moeders kunnen soms heerlijk vertellen over ’toen je klein was’…’ik weet nog….’. Het biedt kinderen houvast, als er foto’s zijn van rond hun geboorte, geboortekaartjes tonen naam en familie en er waren mensen bij die nu nog leven.

Kinderen kunnen boordevol zitten met vragen:

  • Ik ben ziek, kan ik doodgaan?
  • De buren zijn gescheiden, doen jullie dat nu ook?
  • Ik heb alleen een moeder, hoe moet dat nu?
  • Mijn vader slaat altijd, is dat normaal?
  • Mama krijgt een baby en ik ga kijken als die komt!

Levensvisie

Jonge kinderen zijn meestal vol levenslust, maar naarmate zij zich ontwikkelen dienen ook de vragen zich aan over hun leven en hun toekomst. Grote en kleine vragen dienen zich aan en dagelijks moeten keuzes gemaakt worden.

  • Wat zal ik op brood doen?
  • Welke jurk doe ik aan?
  • Met wie zal ik gaan spelen?
  • Welke school moet ik kiezen?
  • Haal ik mijn diploma wel?
  • Met wie krijg ik verkering?
  • Zal ik die brommer nu wel kopen?
  • Hoe ver kan ik gaan in mijn relatie?
  • Zal ik trouwen?
  • Kan ik straks wel werk vinden?
  • Is het wel zinvol wat ik allemaal doe?

Deze lijst is slechts een selectie uit de vele vragen die voor kinderen en jonge mensen van levensbelang zijn. De vragen moeten dus ook serieus worden genomen, er mag over gesproken worden, maar de belangrijkste vraag hangt samen met die van de zin van het leven. Het is misschien nog wel te doen om simpele en eenduidige antwoorden te geven op verschillende vragen. Maar als het gaat om de zin van het leven, is er meer aan de hand, dat is complex. Je zou zelfs kunnen zeggen dat wanneer die vraag beantwoord is, de andere vragen in een heel ander perspectief komen te staan. Wanneer God aan het begin en aan het eind van het leven staat, kan het niet anders zijn dan dat Hij ook de Zingever is. Zoals Israël van geslacht op geslacht doorgeeft wat God heeft gezegd en gedaan, zo mogen ouders nog steeds vertellen van diezelfde God die nooit verandert. Hij heeft in Jezus getoond dat Hij bij ons wil zijn. Jezus is de mensen in alles gelijk geworden zonder te zondigen. Hij weet dus waar wij en onze kinderen mee worstelen. De Bijbel biedt zicht op Jezus en op het totale leven. Dat is de meest zinvolle manier om met levensvragen om te gaan. Niet geforceerd de Bijbel erbij slepen, maar echt, midden in het leven staan en leven vanuit geloof. Als ouders hun kinderen dat voorbeeld geven bieden zij een beste basis voor de beantwoording van grote levensvragen.

A. Nijburg MA

 

 

 

EMDR(Eye Movement Desensitization and Reprocessing = door oogbewegingen ongevoelig maken en opnieuw programmeren) Bijbelse duiding en weerlegging
Een door steeds meer psychologen en andere therapeuten toegepaste vorm van therapie, die gericht is op het concreet laten uitdoven van angst, ontstaan ten gevolge van traumatische ervaringen. Door het snel heen en weer bewegen van de ogen zouden traumatische herinneringen beter verwerkt worden. EMDR is een vorm van hypnotherapie. Net als bij hypnotherapie is bij EMDR sprake van een verlaagd bewustzijnsniveau, herbeleven en suggestie. Door hypnose wordt het Bijbelse gebod ‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand’ (Mattheüs 22:37) geweld aangedaan. Zo kan er zelfs sprake zijn van een opdoen van spirituele ervaringen (verlichting, helderziendheid) aan het eind van een EMDR-sessie.

 

INHOUD

INTRODUCTIE                                                                                                                           

FEIT 1: De Bijbel laat een evolutionistische interpretatie niet toe.
De Bijbel bevat geen enkele tekst die op evolutionistische ontwikkeling wijst.
De Bijbelse taal is nauwkeurig over de duur van de schepping.
Het eerste vers is Gods eerste test van geloof.
Het scheppingsverhaal komt niet overeen met de evolutionaire voortgang.
De rol van de dood                           

FEIT 2: De wetenschap neemt tegenwoordig geen evolutie meer waar.
Experimentele wetenschap
Adaptieve of gestuurde verandering is geen evolutie
Natuurlijke selectie is een conservatief proces

FEIT 3:
Er is geen bewijs dat evolutie ooit plaatsgevonden heeft.
Historische of forensische wetenschap
Het bewijs van de fossielen
Evolutionistisch geloof

FEIT 4: Gods karakter verbiedt evolutionistische methoden.
Een universum van ruimte, materie en tijd
De handtekening van God in de hemelen
De heiligheid van God
De alwetendheid van God
Het universum is een oneindig reservoir van informatie.
De Bijbel benadrukt de alwetendheid van God.
De geheimen die God voor zich houdt.
God is nooit incidenteel of verward.

FEIT 5: Gods doel voor de schepping sluit evolutie uit.
De schepping elimineerde elk excuus om Gods bestaan te ontkennen.
De schepping gaf een fundering voor het eeuwigdurende evangelie.
De schepping geeft autoriteit aan de boodschap van Jezus Christus.
De schepping liet de kracht van Jezus Christus zien.
De schepping is de manier van God om nieuw leven te geven.
APPENDIX A Het belang van het Bijbelse creationisme
APPENDIX B Het gehele evangelie verkondigen
De centrale boodschap van het evangelie
De hoop van het evangelie
De autoriteit van de boodschap van het evangelie
Het volledige evangelie

INTRODUCTIE
Een van de grootste dilemma’s onder evangelicalen vandaag de dag is de poging van een groeiend aantal technisch en theologisch geschoolde christenen om de  evolutieleer te matchen met het Bijbelse creatieverhaal, zoals het is opgeschreven in Genesis. In de afgelopen 150 jaar zijn veel hybridische theorieën bedacht, maar helaas zijn ze allemaal afkomstig van christenen en niet van evolutionisten. Natuurwetenschappers en atheïstische evolutionisten negeren elke religieuze tekst, zeker de Bijbel!

Hoewel sommige christenen geloven, dat het mogelijk is de Bijbel selectief te gebruiken, door alleen die gedeeltes te nemen die voor hun doel bruikbaar zijn en de rest te negeren of weg te laten, is deze “eigenwillige-censuur” niet overeenkomstig de boodschap van de Bijbel. “Alle woord Gods is gelouterd,” zegt de Schrift.  Doe niets aan zijn woorden toe, opdat Hij u niet terechtwijze en gij een leugenaar bevonden wordt” (Spreuken 30:5-6).

Waarom is er dan eigenlijk twijfel over het scheppingsverhaal van Genesis 1 en 2? Is er enig bewijs voor de zogenaamde wetenschappelijke feiten, die miljoenen en biljoenen jaren van biologische ontwikkeling claimen? Of is de Schrift dubbelzinnig over het begin van het leven, de oorzaak van de dood, of over de verschrikkelijke watervloed in de dagen van Noach? Was het Genesisverhaal slechts geschreven als een symbolisch framewerk voor latere generaties, naar believen aan te passen in het licht van wetenschappelijke ontdekkingen?

Het bewijsmateriaal – Bijbels en wetenschappelijk – suggereert anders.

Dit boekje zal de 5 meest evidente redenen geven, dat een evolutionistisch wereldbeeld zowel on-Bijbels als niet wetenschappelijk is. Een juiste interpretatie van de Bijbelse scheppingsleer is vooral belangrijk voor degenen die in Christus geloven, de Enige, die verkondigd heeft, dat Hij de Schepper is van alles dat bestaat. Gezond verstand laat zien, dat Gods geopenbaarde Woord waar is – of de God van de Bijbel is een bedrieger en een leugenaar!

 # Feit 1

De Bijbel laat een evolutionistische interpretatie niet toe.
Het scheppingsverhaal staat niet alleen in Genesis. Door de hele Bijbel heen staan verwijzingen naar de schepping, behalve in de persoonlijke, korte brieven van Paulus, Johannes en Judas (Filemon, 2 en 3 Johannes en Judas). Veel van Gods grote beloftes zijn gebaseerd op het bewijs van Zijn creatieve werk en kracht. De schepping is niet alleen een allegorisch verhaal (metafoor), bedoeld voor morele aanwijzingen, maar het wordt in de hele Bijbel gebruikt als historische gebeurtenis en als zodanig gedocumenteerd.

De evangeliën laten zien, dat Jezus toch zeker 25 keer verwijst naar de eerste hoofdstukken van Genesis, met daarnaast zo’n 175 verwijzingen die geciteerd zijn door andere schrijvers van het Nieuwe Testament. In alle gevallen wordt het gebeuren opgevat als historisch, niet als allegorie of metafoor waarvan we een gemakkelijk een “spirituele” betekenis kunnen afleiden. Òf Jezus sprak de waarheid ( als “de weg, de waarheid en het leven”, Johannes 14:6), òf Hij misleidde Zichzelf of nog erger, Hij loog om het toegankelijk te maken voor de veronderstelde “wetenschappelijke onkunde”, van die tijd.

De Bijbel bevat geen enkele tekst die op evolutionistische ontwikkeling wijst.
Omdat geen mens bij het begin van het universum was, moeten we allemaal uitgaan van een vooronderstelling. Òf Gods Woord, over de schepping, is waar òf de moderne wetenschappelijke “theorie” heeft gelijk over de eeuwenlange evolutionaire ontwikkelingen door toevallige processen. Ze kunnen niet allebei waar zijn, ze sluiten elkaar uit!

Even voor de duidelijkheid. De Bijbel bevat geen verwijzing, geen conclusie, geen metaforische allegorie, geen toespeling op enig evolutionaire ontwikkeling van eenvoudige tot meer complexe levensvormen op grond van kansen en toevalligheden . De natuur, Psalm 19 zegt het duidelijk, heeft “spraak” en “kennis” dat elke dag en elke nacht de glorie van God betuigt. De schepping, zegt Paulus in Romeinen 1:20, manifesteert zelfs de onzichtbare eigenschappen van God, zodat ze duidelijk zichtbaar zijn in  het fysieke en zichtbare universum dat Hij geschapen heeft. Ontwerp, orde, doelen, beloftes en profetieën zijn allemaal “geschreven” in de wereld die God gemaakt heeft. Nergens zegt de Schrift iets over een evolutionistische theorie.

Genesis 1:1 tot 2:4 behandelt in detail de schepping, zeer nauwkeurig en precies, van dag tot dag. Het wordt zo nauwkeurig beschreven, dat het ‘lijkt’ of God heel zorgvuldig Zijn woorden en grammatica koos, zodat we ons niet konden vergissen in de bedoeling van de tekst. God maakt zelfs onderscheid tussen creëren (iets tot bestaan brengen, wat nog niet eerder bestond) en het maken en scheppen, van dat wat al gecreëerd was. God “sprak” en het gebeurde (Psalm 33:9). God beval en de grote hemelse legerscharen waren geschapen (Psalm 148).

Elke poging om te onderzoeken hoe God de aarde schiep, is gedoemd tot falen. De Bijbel verklaart, dat “God de wereld tot stand bracht ”, “zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare” (Hebreeën 11:3). De kennis van een mens is zowel begrensd door dat wat hij kan waarnemen, als door een beperkte intelligentie  waarmee hij redeneert, probeert te theoretiseren, verschillende testen uitvoert en alomtegenwoordigheid probeert te omschrijven.

Evolutie is een verhaal, verzonnen door de mens, die God uit zijn leven wil bannen. Anderen hebben dit aangenomen en geprobeerd een uitleg op te dringen van Genesis, waarin God gebruik maakt van mechanismen en natuurlijke processen om te scheppen. De “moderne mens” kan heel goed het verhaal van evolutie vertellen! Maar dat is niet wat de Bijbel zegt of leert. Verre van dat. Het evangelie van Johannes begint met het specifiek benoemen van Jezus Christus, als de Schepper van alle dingen (Johannes 1:1-3). Paulus beaamt dit gedetailleerd in Colossenzen 1:15-16:

Hij is het beeld van de onzichtbare God,  de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten: alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.”

Christus alleen – niet  natuurwetten of het evolutionaire proces – is waardig “om lof te ontvangen en eer en macht”, want alleen Christus heeft alle dingen geschapen (Openbaringen 4:11). Zijn zorgvuldige, alwetende en almachtige werken kunnen nooit worden toegeschreven  aan evolutionaire processen en tegelijkertijd overeenkomstig de waarheid worden verteld in de Bijbel.

Het is simpel, God had geen “evolutionaire eeuwen” nodig voor Zijn schepping. De alwetende en almachtige kracht van de Schepper is de basis voor ons vertrouwen in God. Voor iedereen die in de Bijbel leest over de onweerlegbare  eigenschappen van God, is het onbetwistbaar dat God de mogelijkheid heeft om het universum in 6 dagen te scheppen. Er is geen reden om het werk van God te verkleinen door Zijn werk toe te schrijven aan tijd en toeval. Er is nog minder reden om te twijfelen aan Zijn geschreven woorden. De schepping kwam niet tot stand  door een natuurlijk proces van biljoenen jaren, er was slechts een woord nodig en alles was voltooid, om tot in de eeuwigheid zo te blijven (Psalm 148: 3-6).

Geloof, wat elk denkend mens moet hebben om te kunnen bestaan in ons universum, kan dom zijn (bijvoorbeeld: de maan is gemaakt van kaas) of, zoals de Bijbel het definieert,  “Het geloof nu is  de zekerheid der dingen die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet” (Hebreeën 11:1). De wetenschap hecht enorm veel waarde aan de belofte die God zichzelf deed in Genesis 8:22: “Voortaan zullen zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden.”

Wetenschap, zelfs evolutionaire wetenschap, baseert zijn theorieën, prognoses en conclusies op de bestendigheid van de natuurkundewetten. De evolutionaire wetenschap maakt de fout om de belofte van God, voor stabiliteit in deze wereld, terug te voeren tot het scheppingsproces van de oorsprong van de wereld.

Een vast geloof in God begint met geloof in Zijn werk als Schepper (Hebreeën 11:3). Wat vandaag de dag bestaat in deze wereld is niet ontwikkeld of gemaakt van reeds bestaand materiaal. Het is specifiek, in één keer gemaakt, uit niets door de almachtige en alwetende God.

De Bijbelse taal is nauwkeurig over de duur van de schepping.
De definitie van  onze “dag” (24 uur) wordt expliciet in het eerste hoofdstuk van Genesis gedefinieerd. “En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond en geweest en het was morgen geweest: de eerste dag” (Genesis 1:5).

Net zoals de tijd nu wordt gemeten door dagen die gedefinieerd worden door het op- en ondergaan van de zon, zo werd de tijd door God gemeten toen de duisternis (nacht = avond) overging in het licht (dag = morgen). Deze eerste cyclus, de dag-en-nacht-cyclus, werd “de eerste dag” genoemd. Deze zelfde volgorde zie je in elk van de 6 werkdagen waarin God Zijn werk deed. Nog een keer lijkt God uit te gaan van Zijn manier om er zeker van te zijn, dat we Zijn bedoeling niet verkeerd zouden begrijpen. Er is geen betere mogelijkheid om duidelijk te maken hoeveel tijd de scheppingsdagen in beslag namen.

Later schreef God met Zijn eigen vinger op de stenen tafelen van de 10 geboden: “Zes dagen zult gij arbeiden en al  uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen,Gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd,noch  uw vee, noch de  vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt,  de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag , daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die” (Exodus 20:9-11). Deze vergelijking tussen de 6 werkdagen van de mens en de 7 scheppingsdagen van God kan niet opgevat worden als een allegorische toespeling op onmeetbare tijdperken.

De enige gegronde reden in de Bijbel waarom God het universum niet in 1 dag geschapen heeft, is dat Hij de scheppingsweek een patroon wilde laten zijn, zodat de mens zou weten hoe hij het beste om kon gaan met het leven wat God gemaakt had. God, die zelf geen rust nodig heeft, voorzag en plande in zijn mededogen rust voor de mens. Jezus gaf als reden: “De sabbat is gemaakt  om de mens, en niet de mens om de sabbat” (Markus 2:27).

Deze  “steeds terugkerende dag” die God vaststelde in de scheppingsweek, wordt in het Hebreeuws aangeduid met het woord yowm (meervoud yamim). Dit woord wordt in het Oude Testament 3000 keer gebruikt. In Genesis 1:5 wordt het afgebakend met de overgang van de duisternis naar het licht, oftewel één zonnedag. Het is 38 keer gekoppeld aan de uitdrukking “avond en morgen”. 359 Keer gaat het vergezeld van een numeriek naamwoord ( bv. “de achtste dag”). Het meervoud kom 845 keer voor. In geen van de 1.242 hierboven genoemde verwijzingen, kan het woord niet anders dan letterlijk genomen worden, 24 uur, zonnedag. De context is hier heel duidelijk over.

De overige 1.758 keren dat het woord yowm in het Oude Testament voorkomt, wordt het nooit gebruikt voor een eeuwenlange periode. Heel soms mag “dag” worden gebruikt om een ongespecificeerde tijdsperiode aan te duiden. Zoals “de dag der benauwdheid” (Psalm 20:1) of  “de dag van de HERE” (wordt 24 keer in het Oude Testament genoemd) of , zoals in Genesis 2:4: “De dag dat de Here God de aarde en de hemelen schiep.”  De enige reden waarom je hier “dag” als “tijdperk” zou vertalen, is om het aan te passen aan de voor de evolutie vereiste tijdperken.  Evolutionair denken vereist lange, onverklaarbare, ondenkbare eeuwen van werk en kan de letterlijke schepping van 6 dagen, zoals opgetekend in Genesis, niet accepteren.

Het eerste vers is Gods eerste test van geloof.
In den beginne schiep God de hemel en de aarde (Genesis 1:1).

Sommigen hebben gesuggereerd, dat Gods eerste scheppingswoorden bedoeld zijn als een “geloofstest”. Overduidelijk is dat Genesis 1:1, vergeleken met alle andere heilige boeken, van de vele religieuze stromingen over de hele wereld, uniek is. Met deze woorden worden we geconfronteerd met de simpele impliciete vraag: geloven wij wat God zegt?

Dit eerste vers van de Bijbel weerlegt alle valse filosofieën van de mens over de oorsprong en zin van de wereld:

  •   Het weerlegt atheïsme, omdat het universum geschapen is door God.
  •   Het weerlegt pantheïsme, omdat God boven alles staat wat Hij geschapen heeft.
  • Het weerlegt polytheïsme, omdat slechts één God de aarde schiep, met alles erop.
  •   Het weerlegt materialisme, omdat materie een begin had.
  •   Het weerlegt dualisme, omdat God alleen was, toen Hij de aarde schiep.
  •   Het weerlegt humanisme, omdat God, niet de mens, de ultieme realiteit is.
  •   Het weerlegt evolutionisme, omdat God alles creëerde!

Het scheppingsverhaal komt niet overeen met de evolutionaire voortgang.
Het Bijbelse verslag is niet verenigbaar met het evolutionistisch model. Verschillende fundamentele vooronderstellingen zijn met elkaar in conflict. Sommige hybride-theorieën, ook “crevolutie” genoemd – die zijn ontwikkeld door christenen- beweren met nadruk, dat het scheppingsverhaal in de Bijbel een ontwikkelingsvolgorde beschrijft die in wezen dezelfde is als de evolutionaire ontwikkeling. Dit is simpelweg niet zo. Diegenen, die zulke onzin verzinnen, zijn òf onwetend van het scheppingsverhaal, òf zij zetten doelbewust een valse theorie op, om hun eigen verhaal geloofwaardig te maken! Als je zelfs maar kort de scheppingsdagen bekijkt, zie je dat het niet klopt.

Bijbelse volgorde Evolutionaire volgorde
God schiep de materie. Materie was er altijd al.
De aarde was geschapen voor de zon en sterren. De zon en de sterren waren er voor de aarde.
De oceaan was geformeerd voor het land. Land bestond al voor de oceaan.
Er was al licht voor de zon werd gemaakt. De zon was het eerste licht.
Planten waren het eerste leven op aarde. Zee-organismen waren er eerst.
Planten waren er al voor de zon. De zon bestond al lang.
Fruitbomen werden geschapen voor de vissen. Vissen bestonden voor de fruitbomen.
Vogels waren er eerder dan de insecten. Insecten waren er voor de vogels.
Vogels waren er voor de reptielen. Reptielen waren er voor de vogels.
De man was er voor de vrouw. De vrouwelijke homo sapiens was er als eerste.
De mens was uniek en perfect gemaakt. De mens is voorgekomen uit een aap.
De schepping is afgesloten Evolutie gaat nu nog door.

Misschien zou iemand kunnen zeggen, dat het verhaal in Genesis een van “eenvoudige naar complexe” progressie laat zien, maar de Bijbelse progressie is absoluut niet in overeenstemming met de evolutietheorie. De specifieke informatie in Genesis, in volledige overeenstemming met andere passages in andere Bijbelgedeelten die over de scheppingsweek spreken, is zo duidelijk anders dan de volgorde van evolutionistische ontwikkeling  dat men zich afvraagt waarom zelfs geprobeerd wordt deze twee te vergelijken.  Daarom zal een evolutionist ook nooit deze hybride-theorieën steunen.

De rol van de dood.
Nog een laatste gedachte. Evolutie is afhankelijk van de dood. De dood kan voor evolutionisten alleen maar een “goed” proces zijn, bedoeld om de zwakkeren te elimineren en zo de “survival of the fittest” mogelijk te maken . Zonder de dood van ontelbaar biljoenen levensvormen in tijdperken van niet-geregistreerde tijd,  kan evolutie niet optreden. Voor de evolutionisten zijn dood en tijd dan ook absolute voorwaarden – de sleutelelementen om dit proces mogelijk te maken.

Aan de andere kant spreekt de Bijbel over de dood als een oordeel, een  “vervloeking”, van de Schepper over de gevallen schepping (Genesis 3:17-19). De dood is een inbraak in datgene waarvan God had gezegd dat het zeer goed was, toen Hij op de zesde dag terugkeek op de scheppingsweek.  De dood wordt de “vijand” (1 Korinthiërs 15:26) genoemd en zal vernietigd worden door de Schepper, want in de nieuwe hemel en aarde zal de dood niet zijn (Openbaringen 21:1,4)! Volgens de Bijbel kwam de dood pas in de wereld, toen Adam, rentmeester en medeheerser over de schepping, opstond  tegen zijn Schepper en was veroordeeld en verbannen uit de hof van Eden (Romeinen 5:12).

Deze duidelijke tegenstrijdigheden tussen het scheppingsverhaal in de Bijbel en het evolutieverhaal over de oorsprong zouden een bevestiging moeten zijn voor christenen, in ieder geval voor hen die echt geloven dat de Bijbel het Heilige Woord van God is! De Bijbel is duidelijk, precies en overtuigd in de presentatie van het bewijs voor de schepping. Alleen dit zou eigenlijk al genoeg moeten zijn, zelfs als “wetenschap” beweert, dat de Bijbel het hier bij het verkeerde eind heeft.

 # Feit 2
Wetenschap neemt tegenwoordig geen evolutie waar. 
Iedereen die enige educatie heeft gehad (of  tv kijkt),  weet dat wetenschap gebaseerd is op observatie en proefnemingen. Wetenschappers, in welke wetenschap dan ook, volgen de regels van deze befaamde “wetenschappelijke methode” als ze verschijnselen onderzoeken en nieuwe kennis verwerven.

Simpel gezegd, een hypothese (d.i. een onderlegde vooronderstelling) wordt gevormd,  gebaseerd op observatie of een voorspelling, dan wordt het getest en de resultaten worden geanalyseerd. Als de resultaten herhaaldelijk de hypothese bevestigen wordt gezegd dat de “wetenschapsmethode” de theorie “bewezen” heeft.

Experimentele wetenschap.
In de exacte wetenschappen (scheikunde, wiskunde, biologie enz.) moet het bewijs te observeren en meetbaar zijn. Het experiment moet voor herhaling vatbaar zijn. In de toegepaste wetenschappen (bouwkunde, farmacologie, geneeskunde enz.) zijn de testen strenger, omdat onbekende informatie kan ontaarden in fouten die veel kwaad veroorzaken! Veel wetenschappers willen dat voor een bevredigend bewijs, de hypothese ook gefalsificeerd moet kunnen worden. Deze norm– die overigens ook in de rechtszaal  gebruikt wordt als wetenschappelijk bewijs in een zaak noodzakelijk is – betekent dat iemand de processen en procedures, die gebruikt worden in de tests zo goed begrijpt dat het “foute” antwoord ook bekend moet zijn. De wetenschapper moet de theorie zo goed begrijpen, dat hij weet wat de theorie weerlegt. Deze maatstaf wordt vandaag de dag, door de meeste experimentele wetenschappers, toegepast.

Adaptieve of gestuurde verandering is geen evolutie!
Hoewel bij experimenten geprobeerd is om iets te laten evolueren (bijv. van een lagere vorm naar hogere vorm, of om van een mix van chemicaliën iets van een levensvorm te reproduceren) kwam niemand ook maar in de buurt van het evolueren van wat dan ook in een laboratorium. Sommige vormen van “ verandering” kunnen worden gekopieerd, zoals mutaties, welke vaak schrikbarende resultaten gaven. Maar de meest briljante wetenschappers met de duurste, de beste spullen kunnen geen evolutie maken in de verschillende schepselen. Maar de meest briljante wetenschappers die de duurste en meest geavanceerde apparatuur gebruiken, kunnen geen lagere levensvorm evolueren naar een hoge levensvorm. Toch blijven wetenschappers en filosofen geloven, dat het mogelijk is. Ze beweren, dat, sinds wij adaptieve (horizontale) veranderingen onder levende wezens (zoals grote en kleine honden) zien, dat er dan ook evolutionaire (verticale) verandering over langere tijdsperioden moet zijn (zoiets als een gezamenlijke voorouder waar de honden en katten uit kwamen).

Zoiets is tegenwoordig nog nooit geobserveerd.

Wetenschappers hebben , door selectief fokken,  behoorlijke veranderingen bij dieren in vorm en maten gemaakt. Er zijn bijvoorbeeld 450 hondenrassen­ -van een kleine Chihuahua tot de enorm grote Deense en Afghaanse wolfshonden, maar het blijven honden! Nog nooit is een hond veranderd in een paard of big. Dit geldt voor katten trouwens ook. Hoewel het “Cat Fanciers’Association” slechts 39 kattenrassen kent, blijven het allemaal katten, ondanks hun verschil in grootte, vacht en/of kleur.

Verandering  van soorten schepsels kan “plaats vinden” of gestimuleerd worden, maar dit soort veranderingen worden altijd, altijd waargenomen binnen specifieke en vastgestelde limieten. Sinds de mens deze dingen kan bestuderen, is er nog nooit een verandering geweest  van het ene diersoort in het andere.

De evolutietheorie beweert dat er lang geleden, voordat de mens onderzoek deed, een gezamenlijke voorouder voor honden en katten (waarschijnlijk een klein vleesetend dier, creodont genaamd) in de tijd begon te ‘evolueren’ in de verschillende soorten dieren die we nu kennen als katten en honden. Er is echter geen bewijs voor dit soort veranderingen – zeker niet in het heden en ook niet in het fossiele tijdperk. Er is nooit een mix-vorm van gevonden. Vinken bijvoorbeeld laten in geïsoleerde groepen (zoals Darwins Galapagos Eilanden) zeer veel variatie zien in de maten van hun snavels. Maar toch worden vinken nooit spechten. Nooit worden vissen amfibieën. Er zijn geen mix-vormen of tussenvormen! De moderne wetenschap neemt geen opwaartse evolutie waar vandaag, nergens.

Natuurlijke selectie is een conservatief proces.
Natuurlijke selectie is het proces waarbij de natuurlijke omgeving de zwakste uitroeit. Natuurlijke selectie zoals het is waargenomen, houdt in stand. Het behoedt en beschermt een soort, het vernieuwt niet. Natuurlijke selectie “kiest” uit wat al bestaat. Het voegt geen genetische informatie toe. Natuurlijke selectie roeit inderdaad de zwakkere en gedeformeerde schepsels uit, maar het heeft nog nooit een nieuw soort gecreëerd. Nog nooit!

Aan de andere kant veranderen mutaties in het DNA wel de genetische informatie. Mutaties verstoren de “code” en veroorzaken veranderdingen het proces van levensopbouw. De meeste mutaties zijn “ongelukken” in de complexe en de uitgebreide informatie-instructie van het genoom. Daarbij zijn de meeste mutaties zo klein dat hun effect niet zichtbaar is. Deze mutaties, die invloed hebben op de genetische informatie, zodat er verandering waarneembaar is, zijn overmatig negatief en niet heilzaam. De wezens die met deze waarneembare verandering levend geboren worden, sterven bij de geboorte of worden door de rest van de populatie genegeerd en planten zich niet voort. Zodoende zie je dat de natuurlijke selectie de generiek karakteristieken van de soort  bewaart of behoudt door het elimineren van foutjes. Niemand heeft vandaag de dag ooit een evolutionair proces van opwaartse verandering waargenomen. Het gebeurt gewoon niet. De valse redenering van evolutionisten is dat  “omdat er bewijs is van kleine veranderingen (horizontaal) er in de tijd ook grote veranderingen (verticaal) moeten zijn geweest”. Dit mag dan een logische veronderstelling zijn, maar het wordt niet waargenomen. Het is dan ook geen feit!

# Feit 3

Er is geen bewijs dat evolutie ooit plaatsgevonden heeft. 
Zoals we gezien hebben, is het onmogelijk om tegenwoordig evolutie waar te nemen. Hierom moeten we kijken naar de historische en forensische (sporen) wetenschap om een antwoord te vinden.

Historische of forensische wetenschap.
Historische wetenschap kan ons misschien nu wat aanwijzingen geven voor iets wat in het verleden plaatsvond. Denk bijvoorbeeld aan archeologen en paleontologen die ergens de oorsprong van proberen te ontdekken, net als een detective die een moordzaak onderzoekt. Beiden praktiseren ze forensische (of historische) wetenschap, die de huidige technische informatie en gereedschappen gebruikt om overblijfselen van een gebeurtenis of van een reeks van gebeurtenissen uit het verleden te onderzoeken.

De archeologen proberen zich in te beelden hoe een bepaalde cultuur, stad of persoon eruit gezien zou hebben. Dit doen ze aan de hand van de restanten van beschaving die uit die tijdsperiode zijn gevonden. Paleontologen doen eigenlijk hetzelfde, maar zij kijken naar gefossiliseerde botten en proberen daaraan te zien hoe het wezen eruit zag, wanneer en hoe het leefde, dit doen ze op de basis van de informatie die bewaard is gebleven in de aardkorst.

Om forensische theorieën te ontwikkelen, over levensvormen uit een ver verleden, gaan paleontologen uit van fossiele vondsten. Bijna al het prehistorische bewijs is bewaard in fossielen. En bijna alle fossielen zijn bewaard gebleven in verschillende soorten steen, die door water zijn afgezet, (zeldzame uitzonderingen zijn in amber, turf enz. gevonden). Dit sedimentaire gesteente (afzettingsgesteente) is meegevoerd het water. Het gesteente dat door water is afgezet, kun je overal vinden, zelfs op de toppen van de bergen.

Als evolutionistische wetenschappers willen bewijzen dat eenvoudige levensvormen langzaamaan geformeerd zijn tot ingewikkelde levensvormen, moeten ze het historisch laten zien, door voorbeelden van zulke veranderingen te produceren, de zogenaamde “overgangsvormen”. Als zulke veranderingen inderdaad in een periode van “miljarden” jaren, langzaam hebben plaatsgevonden, dan zouden er veel, heel veel gefossiliseerde overgangsvormen beschikbaar moeten zijn voor wetenschappers om te onderzoeken en te ontdekken.

En er zou een gemakkelijk waarneembare progressieve orde in de fossielen gevonden moeten worden. Dat betekent: op het diepste niveau van het sedimentaire gesteente (de oudste vondsten) zouden er “simpele” levensvormen, zoals algen en andere eencellige organismen, te vinden moeten zijn. Als men hoger gaat kijken in de lagen (en waarschijnlijk dichter bij onze tijd) zouden er meer complexe ongewervelde wezens, met genoeg bewijs van de overgangsvormen die veranderden van eencellige tot zeer complexe zeedieren, moeten zijn. Die eencellige wezens zijn “geëvolueerd” tot vissen (en ze zouden hoger in de lagen van de sedimentaire gesteentes verwacht worden ), en de vissen weer tot amfibieën en amfibieën weer tot reptielen enzovoort.

Het bewijs van de fossielen.
De evolutietheorie zegt dat dit  wordt gevonden in de fossielen uit het verre verleden. De werkelijkheid is echter heel anders dan verwacht. Vijfennegentig procent van alle fossielen zijn ongewervelde zeedieren. Deze zeer complexe dieren (trilobieten, zeesterren, koraal, sponsen, kwallen, strandgapers, ammonieten, e.d.) zijn gevonden op bergtoppen, in het midden van de woestijn, op elk stukje land van de aarde, in elke aardlaag, van verschillende “era’s” van de veronderstelde evolutionistische tijd. De zogenaamde geologische steunpilaar zit vol met zulke ongewervelde zeedieren. Er zijn zo enorm veel van deze fossielen gevonden dat de evolutionisten deze era zelfs de “Cambrian Explosion” (Cambrische Explosie) hebben genoemd. Deze organismen zijn helemaal gevormd, zonder ook maar een klein detail dat naar evolutie neigt. Deze laag van “eerste levensvormen” lijkt te “exploderen” in het fossielenverhaal, met geen onbetwistbaar waarneembare geschiedenis voorafgaand aan hun bestaan. Dit is een ernstig probleem voor een evolutionistische wetenschapper, maar het is precies wat wij zouden verwachten, als we de informatie van de Bijbel zouden geloven!

Van de overige vijf procent  van de fossielen is vijfennegentig procent plantfossielen, typische steenkoolbedden en zaden zijn overal op de aarde te vinden, zelfs op de wel bekende bergketens. Deze steenkoolbedden zijn zelfs op Antarctica gevonden! Vijfennegentig procent van de rest bestaat voor het grootste deel uit fossielen van insecten (ongeveer 0,02%van het totaal). Ongeveer 0,01% van alle fossielen zijn de zogenaamde “hogere levensvormen”. Dit levert dus weinig bewijs op om mee te kunnen werken en veel van deze overblijfselen zijn slechts stukken van gefossiliseerde botten, of ze zijn zo in elkaar gedrukt dat het bijna niet meer te zeggen is welk bot bij welk schepsel hoort. Wetenschappers hebben heel weinig historisch bewijs om  mee te werken als ze de “latere” levensvormen willen reconstrueren.

Alle dieren die als compleet fossiel gevonden worden (bijna allemaal zeedieren), zijn al volledig geformeerd. De zeldzame grotere dieren zoals dinosauriërs en uitgestorven zoogdieren zijn meestal zodanig gebroken, vermorzeld of maar fragmentarisch aanwezig, dat het moeilijk is te zeggen hoe ze er echt uitgezien hebben. Maar in geen enkel geval is er enig bewijs van “overgangsvormen”, anders dan de fantasierijke verhalen, die bedacht zijn door theoretici en artiesten voor musea en “National Geographic specials”.

Sommige gefossiliseerde dieren waarvan men dacht, dat ze al “miljoenen” jaren uitgestorven waren,  blijken vandaag de dag nog te leven, hiervan is de Coalacantvis het meest bekende voorbeeld. Er is zelfs een overvloed van zulke “levende” fossielen gevonden die vandaag nog in dezelfde vorm voortleven.[1]  Daarnaast zijn er nog vele levensvormen die leven en gedijen, wiens voorouders  in het fossielenverhaal in precies dezelfde vorm en grootte voorkwamen als we ze nu kennen  (bijvoorbeeld: krokodillen, schildpadden, vleermuizen, vissen en insecten). Geen van deze dieren zijn “overgegaan” in iets anders in de ‘zogenaamde’ miljoenen jaren van hun bestaan. Er is nog steeds geen fossiel bewijsmateriaal gevonden (levend, uitgestorven of uniek), dat ook maar de geringste verwijzing geeft, dat ze uit een ander schepsel zijn voortgekomen.

Natuurlijk is er veel speculatie over hoe ze dit of dat “hebben kunnen doen”, of hoe een bijzonder kenmerk van sommige fossielen “zou zijn” ontwikkeld in een been of vleugel of in een andere enorme structurele verandering van iets wat is waargenomen in het fossiel. Maar er is gewoon geen bewijs voor zo’n verandering. Er is geen geobserveerde overgangsvorm. Wat wel bestaat, in enorme hoeveelheden zelfs, is geloof – geloof in een wereldvisie van niet-waarneembare evolutionaire veranderingen, die elke bovennatuurlijke tussenkomst of natuurlijke processen uitsluiten.

Evolutionistisch geloof.
Het geloof in een evolutionistische wereldvisie steunt echter niet op bewijs. Evolutionistische theorieën is een middel tot een doel. Het enige en verklaarde doel van een naturalistische of mechanische ontstaansgeschiedenis is een atheïstische uitleg proberen te geven voor het bestaan van alle dingen. Herhaaldelijk zien we in de wetenschappelijke literatuur voorstanders van evolutie die beweren dat God – of enig ander bovennatuurlijke kracht – niet kan bestaan. Materialisme is het enige wat de noden van de ziel oplost.

Richard Lewontin, professor aan Harvard, een geneticus, bioloog en sociaal commentator schreef een artikel dat een paar jaar geleden in The New York Review gepubliceerd werd. Hierin verklaarde hij waarom hij en zijn vrienden zo toegewijd waren aan een atheïstische en materialistische wereldvisie:

Onze bereidheid om wetenschappelijke feiten te accepteren die tegen het logisch denken ingaan is de sleutel tot het begrijpen van echte strijd tussen wetenschap en het bovennatuurlijke. Wij kiezen de kant van wetenschap, ondanks het niet nakomen van de buitensporige beloftes van gezondheid en leven, ondanks de tolerantie in wetenschappelijke kringen van de het-is-zo verhaaltjes, omdat wij een eerste verplichting hebben aan het materialisme.

Het is niet zo dat de wetenschappelijke methodes en instituten ons dwingen om een materiële uitleg van de waarneembare wereld te accepteren, maar, integendeel, dat we gedwongen   worden  vast te houden aan de materiële oorzaken om zo een onderzoeksapparaat en een stel concepten te creëren die materialistische verklaringen   geven, het maakt niet uit hoe contra-intuïtief het is, of hoe ondoorzichtig het is voor de leek. Daarenboven is materialisme onvoorwaardelijk, want we kunnen ons geen goddelijke voet tussen de deur permitteren.[2]

Het verhaal van evolutie heeft geen wetenschappelijke feiten die haar beweringen ondersteunt. Het probeert alleen Gods autoriteit over de schepping onderuit te halen.

# Feit 4

Gods karakter verbiedt absoluut evolutionistische methoden. 
Alles wat God geschapen heeft, openbaart Zijn eeuwige kracht en Zijn drie-eenheid op een zodanige manier dat de mens geen excuus heeft om Hem niet te erkennen als de Schepper.

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken, met het verstand doorzien. Zodat zij geen verontschuldiging hebben” (Romeinen 1:20).

Ons universum is zo groot dat men nog niet eens de grenzen van de ruimte kan zien. De grote hoeveelheden kracht die geobserveerd kan worden, is zo enorm, dat men niet eens kan begrijpen “hoe” of “waarom” deze kracht ontstond. Geleerde gissingen zijn er genoeg (sommige zijn best complex en fantasierijk – zoals de Big Bang), maar het enige wat we echt kunnen weten, is dat de kracht “eeuwig” en “oneindig” lijkt te zijn.

De tijd zelf is een groot mysterie. Haar bestaan wordt niet betwijfeld, er wordt ook veel aandacht gegeven aan het voorbijgaan. Men gebruikt de tijd en functioneert erin, maar niemand snapt echt wat tijd is, hoe hij begon of hoe je hem moet controleren. Wat wel te begrijpen valt, is het volgende:  alles wat bestaat, bestaat in de ruimte en door de tijd. Zelfs de massa-energie (materie) die elke dag gezien en gevoeld wordt, bestaat uit verschillende vormen van energie in beweging door de tijd dat specifieke fenomenen (bijvoorbeeld: moleculen, bomen, planeten en mensen) produceert en hierin “leven wij, bewegen wij en zijn wij” (Handelingen 17:28).

Een universum van ruimte, materie en tijd.
Het universum is uni (enkel) en versum (verschillend) tegelijk.  Hoewel iets van de drie verschillende uitingen van de werkelijkheid (ruimte, materie en tijd) begrepen kan worden, kunnen ze van de “eenheid” niet gescheiden worden.
Ruimte is onzichtbaar en “leeg”, maar het is zeker niet “niks”. Niemand weet echt wat het is. Materie is eveneens ondefinieerbaar. Atomen kunnen gespleten worden in kleine stukjes, maar zelfs de meest geleerde wetenschapper kan geen atoom “maken”. In feite is één van de meest universele wetten van de werkelijkheid dat “materie noch gemaakt, noch vernietigd kan worden”. Het universum kan zichzelf niet gemaakt hebben.

Het denken van de mens over hoe het universum functioneert, is zowel simpel als diepgaand. Ruimte is de altijd aanwezige achtergrond en bron van alle realiteit. Alles dat bestaat, berust in ruimte en beslaat ruimte. Alleen wanneer massa-energie (materie), dat beweegt in en door de tijd, een fenomeen (een gebeurtenis) produceert, wordt ruimte evident, waardoor men de verschillende dingen in de ruimte (zoals sterren, planeten, bomen, mensen) kan observeren. Ruimte kan alleen “gezien” worden als er materie is.

Maar om iets te ervaren is tijd van groot belang. Materie op zichzelf is een doorgaande manifestatie van complexe energieën die op een specifieke manier functioneren in en door  tijd. Een “levenstijd” is slechts het leven dat functioneert in en door de tijd. Als ik bijvoorbeeld mijn vrouw wil “ervaren” (haar een knuffel of een goede-morgen-kus geven), moet ik tijd gebruiken om de ruimte te doorkruisen naar  waar haar bijzondere vorm van massa-energie bestaat en de ruimte die ons scheidt verkleinen, zodat we echt contact met elkaar kunnen maken.

De handtekening van God in de Hemelen.
Waarom moeten we ons door deze moeilijke uitleg over ruimte, materie en tijd heen worstelen? Wat heeft dit te maken met het karakter van God en de onmogelijkheid van evolutionaire methoden? Alleen dit: de Bijbel legt heel duidelijk uit dat de gecreëerde dingen een “duidelijk zichtbare” illustratie laten zien van de krachtige en goddelijke natuur van de Schepper. Het universum wordt de “taal” en de “spraak” van God, die Hem bekend maakt bij de hele mensheid (Psalm 19:1-4).

Gods schepping is een “afbeelding” van hoe Hij is. God de Vader is de onzichtbare, alomtegenwoordige achtergrond en bron van alle dingen. Hij staat boven de gehele schepping, toch is Hij altijd en overal aanwezig, zoals we zien in Psalm 139.

“Waarheen zou ik gaan voor uw Geest, waarheen vlieden voor uw aangezicht? Steeg ik ten hemel – Gij zijt daar, of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde – Gij zijt er” (Psalm 139:7,8).

Toch is Hij ook heel zichtbaar in de persoon van de eniggeboren Zoon van God, de Here Jezus Christus. Vele Bijbelverzen leren deze geweldige waarheid. Hier zijn de drie bekendste.

“In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond,  en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en  waarheid” (Johannes 1:1,14).

“Jezus zeide tot hem: Ben Ik  zo lang bij u Filippus, en kent gij Mij niet,? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?” (Johannes 14:9).

“Want in Hem [Jezus] woont al de volheid der godheid lichamelijk” (Colossenzen 2:9).

Zoals de ruimte zichtbaar en begrijpbaar door materie is gemaakt, zo maakt God de Zoon, de Messias, Jezus van Nazareth, door Zijn aanwezigheid op aarde, God de Vader zichtbaar en begrijpbaar. En zoals ruimte en materie “één” zijn, in de zin dat ze onscheidbaar en gelijktijdig in tijd zijn,  zijn God de Vader en God de Zoon “één” (Johannes 10:30).

Zoals tijd inderdaad ook een vitaal element is waardoor de mensheid alles kan “ervaren” om zich heen, in dit kleine gedeelte van het universum. Zo is er ook de Heilige Geest, in de drie-eenheid, waardoor het mogelijk is om zowel God de Vader als God de Zoon te “ervaren”. Er zijn vele passages in de Bijbel die vertellen over de rol van de Heilige Geest in redding, spirituele leiding en  een groeiend bewustzijn van de Persoon en het werk van Christus. De volgende teksten zijn hier duidelijk over:

“Doch ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u dat ik [Jezus] heenga. Want indien Ik niet heenga,  kan de Trooster niet tot u  komen, maar indien Ik heenga, zal ik Hem tot u zenden. En als Hij komt zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel” (Johannes 16:7,8).

“Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid” (2 Thessalonicenzen 2:13).

“Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.  Verwonder u niet,  dat Ik [Jezus] gezegd heb: gijlieden moet wederom geboren worden.  De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt of waar hij heen gaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is” (Johannes 3:6-8).

“Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid,  zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal hij jullie verkondigen” (Johannes 16:13).

De goddelijke volheid (Romeinen 1:20; Colossenzen 2:9) is de drie-enige godheid die het universum geschapen heeft. Dit universum is het enige “nauwkeurige beeld” van Zijn goddelijke natuur (2 Petrus 1:4), geschapen door God om te voorzien in een volledig toegankelijke openbaring waaruit iemand kan weten dat de Schepper bestaat (Romeinen 1:19-21). Deze algemeen beschikbare kennis maakt het de mens mogelijk te kunnen “geloven dat Hij bestaat en een Beloner is van wie hem ijverig zoeken.” (Hebreeën 11:6).

De enige doorgaande scheppingshandeling van God is de wedergeboorte van degenen “die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid” (Efeze 4:24). Mannen en vrouwen worden in deze wereld spiritueel dood in overtredingen en zonden geboren (Efeze 2:1), ze moeten overgaan van de dood naar het leven (Johannes 5:24). Deze verandering brengt een nieuwe mens voort (Colossenzen 3:10) die vrijgemaakt is van de zonde (Romeinen 6:18), zodat iedereen deel kan hebben aan de goddelijke natuur (2 Petrus 1:4). “Het oude is voorbij, alle dingen zijn nieuw geworden” (2 Korinthiërs 5:17).

De heiligheid van God.
Een duidelijke eigenschap van God is Zijn heiligheid. “Er is niemand heilig gelijk de HERE, want niemand is buiten U, en er is geen rots gelijk onze God” (1 Samuel 2:2; Zie ook Exodus 15:11 en Jesaja 6:3).

Bij heiligheid behoort waarheid. God kan niet liegen (Titus 1:2) en als God iets openbaart, openbaart Hij de waarheid over Zichzelf.

“Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van zijn raad wilde doen blijken, Zich onder ede verbonden, opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is dat God zou liegen, wij, die tot Hem de toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt” (Hebreeën 6:17-18; zie ook Psalm 89:33 en Amos 4:2).

Dit Bijbelse axioma (grondstelling) is waar of het nu wordt toegepast in wetenschappelijk onderzoek, in filosofie, bij theologische speculaties of bij ketterse doctrines.

“Wat toch is het geval ? Als  sommigen ontrouw geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw van God tenietdoen? Volstrekt niet. Maar het blijve: God waarachtig en ieder mens leugenachtig,gelijk geschreven staat: ‘Opdat gij gerechtvaardigd wordt in uw woorden, en overwint uw rechtsgedingen” (Romeinen 3:3-4; zie ook Johannes 14:6, Titus 1:1-3 en 1 Johannes 5:20).

De vleesgeworden Schepper-God moet wel de waarheid openbaren en die waarheid kan geen leugen zijn. Wanneer God spreekt, moet Hij de waarheid spreken. Wanneer God handelt, moet dit waarheid zijn.

“Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel Davids heeft, die opent en niemand zal sluiten, en Hij sluit en niemand opent….Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods” (Openbaringen 3:7,14).

Gods heiligheid eist, dat de schepping niet over Hem liegt. God kan geen leugen scheppen. Hij zou niet iets scheppen dat onverbiddelijk tot een verkeerde conclusie leidt. God zou geen processen creëren die Zijn eigen natuur tegenspreken of die iemand ertoe zouden brengen iets onwaars over Hem te zeggen.

Door deze waarheden zijn de eeuwenlange processen die het evolutionaire naturalisme vereist,  absoluut onverenigbaar met de eisen van een heilige Schepper. De Bijbelse tekst gebruikt niet dezelfde rangorde, dezelfde taal of impliceert dezelfde begrippen. Omdat God heilig is, zou een moeilijke en complexe deconstructie en interpretatie van de tekst noodzakelijk zijn om een combinatie of hybridisatie van deze twee heel verschillende ideeën te combineren. God heiligheid eist van Hem, dat hij een perfecte tuin schept bijvoorbeeld, volledig geformeerd en mooi op het eerste moment van Zijn schepping. Het is vanwege de mens- ooit goed en als laatste gecreëerd- dat de wereld veranderde in een ruïne.

De alwetendheid van God.
Vandaag de dag is de best waarneembare eigenschap van God Zijn alwetendheid. De onbeperkte kracht van God (almacht) laat Hij zien in het schijnbaar oneindige universum, wat onmeetbare energiebronnen bevat in het ontelbare melkwegstelsel. Deze spreken stellig van Gods oneindige kracht. Maar in de laatste eeuwen is de mensheid meer bewust geworden van deze oneindige complexiteit van het universum. Van de overgrote majesteit van het sterrenleger tot de minutieuze schoonheid van microscopisch kleine levende organismen, wordt het ongelofelijke ontwerp en bestel van de wereld  steeds duidelijker.

Het universum is een oneindig reservoir van informatie.
In de afgelopen decennia stonden wetenschappers verbaast over de enorme informatie van de genomen. Er zijn niet alleen “instructies” geschreven voor biologische ontwikkeling van de specifieke levensvorm, maar er zijn complete talen, reparatie-codes, tijdsignalen, duplicatie- mechanismen – een gehele bibliotheek van informatie die uniek is voor elk van de miljoenen reproducerende levensvormen op aarde. Het oude academische cliché “Hoe meer ik weet, hoe minder ik weet” heeft nooit meer waarheid bevat dan nu.

Er bestaat niet iets als een “simpele” cel. Als het levend is, is het niet simpel. Waar kwam de informatie dan vandaan? Van een dood voorwerp zeker niet. Chemicaliën, aminozuren en proteïnen zijn geen informatiegenererende systemen. Ze kunnen misschien deel zijn van de “letters” in de “woorden” van de instructies, maar ze kunnen geen informatie produceren. Er is regelmaat en functionele nauwgezetheid op elk niveau van het universum. Hoe ontstond dat? Beslist niet door een explosie en een willekeurige drift van op elkaar inwerkende moleculen. Willekeur (chaos) brengt nooit orde en nauwgezetheid voort. De informatie, die zo duidelijk en gemakkelijk te zien is in het hele universum, schreeuwt om een Ontwerper. De enige reden waarom mensen niet in een almachtige Schepper geloven is dat ze het niet willen!

De Bijbel benadrukt de alwetendheid van God.
Door de hele Bijbel heen zien we teksten die vertellen over de oneindige geest van de Schepper. Zijn doelen en middelen zijn perfect en geleid door Zijn wijsheid en Zijn plan. Ze kunnen niet willekeurig gebeuren in een “evolutionair” proces, God laat dit niet toe. Gods besluiten veranderen of falen niet, ze zijn de verzekerde volmaaktheid van heilige goedheid en absolute kennis. Alles is van het begin der tijden vastgesteld “naar Zijn wil en verlangen” (Efeze 1:5). Enkele teksten die spreken over Gods alwetendheid zijn:

“Ik immers ben God, er is geen ander God en niemand is Mij gelijk; Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is;  die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen” (Jesaja 46:9-10).

“….. spreekt de Here die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn” (Handelingen 15:18).

“Opdat hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden  tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus, in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn” (Colossenzen 2:2-3).

De menselijke taal mag dan niet toereikend zijn om alwetendheid te omschrijven, toch zijn er enkele sleutelelementen  te noemen:

  •  God is niet onwetend over iets.
  •   God kan niet geleidelijk aanwezig zijn.
  •   Gods kennis is er altijd.
  •   God is vrij van imperfectie.
  •   God weet alles wat te weten valt.

De geheimen die God voor zich houdt.
Sommige plannen van God voor de mensheid of voor het universum zijn nog geheim gehouden, totdat de geplande gebeurtenissen werkelijkheid worden. Sommige redenen en processen zijn voor de gevallen mens te complex om te begrijpen. Denken over de toekomst zou angstaanjagend zijn als details al bekend waren. Het is beter voor de mens te vertrouwen op de alwetende, liefhebbende en geduldige Schepper die openbaart wat hij moet weten.

“De verborgen dingen zijn voor de Here, onze God,maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden dezer wet volbrengen”(Deuteronomium 29:29; zie ook 1 Korinthiërs 13:12 en 2 Petrus 1:3).

God, de Alwetende, moet  complete informatie openbaren of Hij moet informatie achterhouden (de “geheime dingen”). Elke gedeeltelijke openbaring als geheel nemen zou een leugen zijn. God kan niet liegen en daarom kan Hij ook niet iets zeggen of doen dat gedeeltelijk waar is of gebrekkig  functioneert. God doet soms uitspraken die grote waarheden openbaren, maar de kleine details worden achterwege gelaten. Denk aan “‘Mijn koningschap is niet van deze wereld” (Johannes 18:36). God zou nooit iets zeggen of doen dat de mens zou misleiden.

God is nooit incidenteel of verward.
Er is zelfs geen zweem van willekeur bij God. God is nooit verrast, zodat Hij moet reageren op  onvoorziene omstandigheden. God wordt ook niet gedwongen om Zijn redenen of Zijn plannen te veranderen. Hij wijzigt Zijn plannen voor de eeuwigheid niet,  Hij raakt ook niet verward over Zijn ontwerp. Zijn plezier of Zijn doel: “De Here doet al wat Hem behaagt, in de hemel en op de aarde, in de zeeën en alle waterdiepten” (Psalm 135:6).

Gods doelen zijn geordend en komen voort uit Zijn alwetendheid. Zijn besluiten zijn onveranderbaar, zonder verwarring. Zijn specifieke wil en welbehagen zijn altijd uitgevoerd.

“Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen’, die uit het oosten een roofvogel roep, uit een ver land de man van mijn raadsbesluit; Ik heb gesproken, Ik doe het ook komen; Ik heb het ontworpen” (Jesaja 46:10-11; zie ook Psalm 33:11, ! Korintiërs 14:33, Efeze 1:9-11 en Hebreeën 6:17-19).

Gods alwetendheid eist van Hem, dat Hij alleen het beste schept, of dit nou het universum of een molecuul is. Hij kan en zal niet experimenteren. Omdat God weet wat het beste is, moet Hij ook het beste doen. Een alwetende God wil en kan geen inferieur product scheppen. Hij kan alleen goede dingen maken. Het is geen foutje of een verbale overdrijving, dat de tekst in Genesis 1 de uitspraak herhaalt: “God zag dat het goed was.” Ook is het niet alleen een poëtische overeenkomst in het verhaal dat de tekst aan het einde van de zesde en laatste dag van Gods schepping zegt: “En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed”  (Genesis 1:31).

De zogenaamde theïstische evolutie – evenals de andere “christelijke” pogingen het Woord van de Bijbel en de theorieën van naturalistische evolutie te verenigen – vereist zowel experimenteren met de “schepping” als met de creatie van inferieure vormen. In de evolutie is  geen voortdurend heil. Evolutionair naturalisme vereist het gebruik van processen en van de bevestiging door activiteiten, die in strijd met Gods aard zijn.

In de jaren 90 van de vorige eeuw was er een “opwekking” van de theïstische evolutie, die in de aandacht kwam door de Evangelical Theological Society en de American Scientific Affiliation- organisaties die beweren dat ze Bijbelse inspiratie ondersteunen, maar er geen probleem mee hebben om evolutionaire processen te zien als Gods methode van scheppen”. Professor David Hull schreef een artikel in het veelgelezen blad “Nature”,  waarin duidelijk staat dat zelfs seculiere wetenschappers erkennen dat het Bijbels scheppingsverhaal onverenigbaar is met evolutie.

“Het evolutionair proces is vol van toevalligheden, eventualiteiten, ongelooflijke verkwisting, dood, pijn en horror…. [de God van de theïstische evolutie] is niet een liefhebbende God, die zorgt voor Zijn schepping. [Hij] is onzorgvuldig, verkwistend, onverschillig en haast duivels. Hij is zeker niet het soort God tot wie iemand geneigd zou zijn te bidden.”[3]

Blijkbaar zijn goddeloze geleerden beter op de hoogte van de onverenigbaarheid van deze twee geloofssystemen, dan de christenen die zeggen dat er geen probleem is. Hoewel er een lange tijd voorbij is gegaan sinds dr. Hull deze kritiek over theïstische evolutie schreef, is de toename in de acceptatie van  deze vermengingtheorieën, alleen maar verduisterd door de onverschilligheid van  christenen die geen belang hechten aan de doctrine van de schepping.

 # Feit 5

Gods doel voor de Schepping sluit evolutie uit.
De wil van God wordt uitgedrukt in Zijn scheppinghandelingen:
“Gij, onze Here en God  zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen en om Uw wil was het en werd het geschapen”(Openbaringen 4:11).

“Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten, alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen, en alle dingen hebben hun bestaan in Hem” (Kolossenzen 1:16-17).

“Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen” (Romeinen 11:36).

Opnieuw zegt de Schrift dat het doel van de schepping, van de aarde, het welbehagen van God en het eren van Hem is. Het schakelt meteen  elke mogelijkheid uit dat de God van de Bijbel ook maar een vorm van naturalistische evolutie gebruikte om datgene te “scheppen”, wat voor eeuwig over Hem en Zijn werk zou vertellen. Als de Schriftwoorden waarheid zijn, als ze Gods woorden zijn, dan kan er geen evolutie zijn in Gods werk.

De Schepping elimineerde elk excuus om Gods bestaan te ontkennen.
“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken  met het verstand doorzien, zodat zij geen  verontschuldiging hebben” (Romeinen 1:20).

“De hemelen vertellen Gods eer: en  het uitspansel verkondigt het werk zijner handen, de dag doet sprake toekomen aan de dag, en de nacht predikt kennis aan de nacht” (Psalm 19:2-3).

Om de een of andere reden lijken veel christenen te denken dat God eigenlijk oneerlijk is ten opzichte van die volkeren en mensen die het evangelie niet hebben gehoord. Op de een of andere manier is die subtiele twijfel over Gods “voorkeur” of “willekeurige” reddingsmethode ingeslopen in de persoonlijke theologie van veel christenen, die wanhopig proberen wegen te bedenken waarin God een tweede kans geeft, of “toleranter” is, voor degenen die niet de kans hebben Jezus als hun persoonlijke Redder aan te nemen.

De Bijbel is er duidelijk over. God heeft alles gedaan wat nodig was om duidelijk te maken, dat Hij bestaat. Hij zal alle mensen naar Christus trekken (Johannes 12:32). God zal zich openbaren aan iedereen die Hem “zoekt met hun hele hart” (Jeremia 29:13). Daarentegen zal  Hij verwerpen al degenen die de majesteit van de onvergankelijke God ingewisseld hebben voor beelden van vergankelijke mensen, vogels, lopende en kruipende dieren” (Romeinen 1:23). Ook zal Hij de mens uitleveren aan een slechte geest die “de waarheid over God verandert in een leugen en het geschapene meer eert en dient dan de Schepper” (Romeinen 1:25).

De schepping gaf een fundering voor het eeuwigdurende evangelie.
“En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de  aarde gezeten zijn,en aan  alle volken en stam en taal en natie; en hij zeide met luider stem: ‘Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft” (Openbaringen 14:6-7).

Het Evangelie van Jezus Christus onthult het volledige drievoudige werk van Christus als de Schepper, Degene die alles in stand houdt en Degene die uiteindelijk alles zal vervullen (Kolossenzen 1:16-17). Als de boodschap van de schepping word genegeerd, dan is er geen grond voor of bewijs van Gods almachtige mogelijkheid om te redden. Als het werk van Christus aan het kruis, op Golgotha, genegeerd wordt, dan is er geen verzoening van Gods heiligheid naar zondaars toe. Als de belofte van een toekomst, zonder zonde, compleet rechtvaardig, zonder dood in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde wordt genegeerd, dan is er geen hoop meer. Het “eeuwigdurende evangelie” staat stevig vast op het fundament van de schepping!

De schepping geeft autoriteit aan de boodschap van Jezus Christus.
“Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten, alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen, en alle dingen hebben hun bestaan in Hem en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is” (Kolossenzen 1:16-18).

Jezus zei eens tegen zijn worstelende discipelen: “Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die ik tot u  spreek, zeg ik uit Mijzelf niet; maar de Vader,  die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft  Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders gelooft om de werken zelf” (Johannes 14:10-11).

Hij zei precies hetzelfde tegen de ongelovige religieuze leiders: “De Joden dan omringden Hem en zeiden tot Hem: “’Hoe lang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit. Jezus antwoordde hun:  Ik heb het u gezegd en gij gelooft het niet; de werken, die Ik doe in de naam mijns Vaders, die getuigen van Mij.” (Johannes 10:24-25).

Het Johannes-evangelie is opgebouwd rond zeven grote scheppingswonderen. Deze wonderen vereisten de creatie van nieuwe materie (van water in wijn); organen die weer gingen functioneren (de blindgeboren man); nieuw botweefsel, spieren e.d. (de man met de verwelkte arm). Steeds weer liet Jezus Zijn scheppingskracht zien voor massa’s mensen. Het is goed op te merken dat de gewone mensen graag naar Hem luisterden (Markus 12:37),  maar dat de religieuze leiders plannen maakten om Hem te doden.

De schepping liet de kracht van Jezus Christus zien.
“In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden.  In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen……Doch allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden…. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid” (Johannes 1:1-4, 12, 14).

Hoewel dit overeenkomt met de vraag over Zijn autoriteit, is de nadruk in Johannes’ openingszin op “het Woord” dat Hij [Jezus] God was van eeuwigheid, als Zoon van God in elk opzicht gelijkwaardig in de drie-eenheid, toch was Hij in het vlees gekomen om degenen die Hij geschapen had vrij te kopen. De Bijbel geeft het plaatsvervangend werk van Jezus Christus voor de mensheid en Zijn oneindige kracht als God en Schepper om te voldoen aan het oordeel van de heilige God over de “zonden van de hele wereld” (1 Johannes 2:2) weer.

De schepping is de manier van God om nieuw leven te geven.
“Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God,niet uit werken, opdat niemand roeme. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezu,s geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen” (Efeze 2:8-10).

Hoewel God rustte op de zevende dag van de schepping van het’ ruimte-materie-tijd’-universum, gaat Hij door met het scheppen van de “nieuwe mens” wanneer mannen, vrouwen en kinderen van elke leeftijd Hem als Verlosser en Redder aannemen.

Zowel voor dit als voor alle andere grote dingen die de Here Jezus gedaan heeft,  moet de mensheid eeuwig dankbaar zijn. Jij en ik zullen allebei dankbaar moeten zijn. Jezus zit nu in de hemelse troonzaal om voor ons te bemiddelen en ons te dienen als Hoge Priester en Advocaat. Daarom moeten wij Hem voortdurend prijzen. Omdat Hij Degene is die op een dag zal (misschien al gauw) regeren als Koning der koningen en Heer der heren, moeten we indringend bidden voor de komst van Zijn koninkrijk en dat Zijn wil gedaan mag worden, op aarde zoals  in de hemel (Mattheüs 6:10).

Heer Jezus Christus, kom haastig. Maranatha!

 Appendix A

Het fundamentele belang van de Bijbelse schepping.

Bijbels schepping is het fundament van elke christelijke doctrine.
Christus was  Schepper, voordat Hij Verlosser werd (Kolossenzen 1:16, Johannes 1:3, Hebreeën 1,3). De presentatie van de Persoon en het werk van Christus is gebaseerd op Zijn rol als Schepper, zo niet, dan wordt een “andere” Jezus geleerd. Paulus waarschuwt tegen zulk soort dwalingen en perversiteiten van het evangelie van Christus in 2 Korintiërs 11:4 en Galaten 1:7-8.

De eerste voorwaarde voor een levend en een reddend geloof (Hebreeën 10:38-39) is een sterk geloof in de schepping: “Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat  het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare” (Hebreeën 11:3). Dit doet de theïstische evolutie teniet, die gaat ervan uit dat alles wat nu bestaat, ontstaan is uit dingen in het verleden. Een betekenisvol geloof, gebouwd op de schepping, is daarom noodzakelijk.

Bijbels creationisme is het fundament van het ware evangelie.
Johannes’ evangelie is gebouwd op de eerste drie verzen van zijn eerste hoofdstuk: “In het begin was het Woord”. Het eerste boek van de Bijbel begint met dezelfde zin en verbindt het belang van de kennis van het scheppingswerk van Christus. Als christenen God als Heer belijden, zodat ze ‘leven hebben door Zijn Naam’, belijden ze Christus’ aard en rol, ook die van Schepper (Johannes 20:31).

Ware zending begint ook met Bijbels creationisme.
Toen de polytheïstische evolutionisten van Lystra het evangelie kregen, werden ze berispt met de volgende woorden:  “Mannen, wat doet gij daar? Ook wij zijn maar zwakke mensen zoals gij en verkondigen u, dat gij van dit ijdel bedrijf moet bekeren tot de levende God, die de hemel,  de aarde, de zee en al wat daarin is gemaakt heeft” (Handelingen 14:15).

En tegen de atheïstische Epicureeërs en de pantheïstische evolutionist Stoicijnen in Athene werd geschreven: “De God die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt” (Handelingen 17:24). Toen Paulus het evangelie verkondigde aan mensen die de Schrift geloofden, inclusief de schepping, begon hij altijd bij Jezus en het evangelie van het kruis en de opstanding. Maar bij hen die niet geloofden, begon hij over de schepping.

Bijbels creationisme is het fundament van ware Bijbelexegese.
Toen Christus sprak op de weg naar Emmaüs “verklaarde Hij hun wat er in  de Schriften over Hemzelf geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de profeten” (Lukas 24:27). Christus openbaarde Zichzelf aan de Emmaüsgangers vanaf het begin van alle dingen: Zijn scheppend werk zoals beschreven in de boeken van Mozes.

Paulus’ doel van zijn preken aan de kerken was hun te laten zien “de ware bediening van het geheimenis,  dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden” (Efeze 3:9-10).

Gods schepping geeft de kerk een gemeenschappelijk thema voor aanbidding  en een eenheid als kinderen van de Schepper. God allereerst, vooral als Schepper erkennen, is de start van een hiërarchie die Hem behaagt. Christus werkt deze hiërarchie verder uit met betrekking tot gezins- en familierelaties in Mattheüs: “Hij antwoordde en  zeide: ‘Hebt gij niet gelezen,  dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt?’ En Hij zeide: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn. Zo zijn ze niet meer twee, maar één vlees. Hetgeen dan God  samengevoegd heeft , scheide de mens niet” (Mattheüs 10:4-6). Christus is het hoofd van de gemeente, de Eerstgeborene van de schepping, zoals een man het hoofd is van zijn vrouw, omdat hij vóór haar geschapen is.

Bijbels creationisme biedt een model voor elke menselijke roeping.
In Genesis 1:28 gaf God de opdracht: “‘Weest vruchtbaar en wordt talrijk, vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee, over het gevogelte des hemels en over al het gedierte dat op de aarde kruip.” Dit oorspronkelijke bevel sluit alle eerbare menselijke bezigheden in:

  • wetenschap om de aarde te begrijpen,
  •  technologie om de aarde te ontwikkelen,
  •  handel om de aarde te gebruiken,
  •  educatie om kennis over te brengen,
  •  geesteswetenschappen om je te verwonderen.

Elke bezigheid mag gebruikt worden om God groot te maken en heeft de verantwoordelijkheid van de mens Gods schepping te erkennen en daardoor de eerste opdracht, het heersen over de aarde, te gehoorzamen. Naast de dagelijkse dienst aan Gods schepping, heeft ieder mens zijn eigen specifieke doel. Hoewel het beeld van God in de mens besmeurd is door de zonde, kan hij, wanneer hij wedergeboren is,  beginnen het soort leven te leven waarvoor God de mens geschapen heeft. De nieuwe schepping kan dagelijks vernieuwd worden om meer op zijn Heer te lijken en om dichter bij Zijn heiligheid te komen (2 Korintiërs 5:17; Kolossenzen 3:20; Efeze 4:24).

Als de Bijbelse wereldvisie wordt overgenomen, met inbegrip van een juist begrip van schepping en verlossing, zal de gelovige christen dit overbrengen aan andere christenen en de wereld om hem heen. Om het ware evangelie over te brengen moet de totale omvang van Gods werk verteld worden, want alleen het ware evangelie is de kracht van God tot behoud (Romeinen 1:16). Dit evangelie omvat het drievoudige werk van Christus: schepping, bewaring en volbrenging. Als het evangelie de schepping negeert, heeft het geen fundament, geen norm of bevoegdheid. Als het het kruis negeert, heeft het geen autoriteit, rechtvaardigheid of kracht. Als het het komende koninkrijk negeert, dan is er geen hoop, vreugde of overwinning. De gemeente heeft ijverig en effectief gewerkt  aan het centrale aspect van het evangelie, maar het wordt tijd dat we ons opnieuw toewijden aan het hele Woord van God.[4]

Appendix B

Het herwinnen van de volledige boodschap van het evangelie.
Christenen bezitten een goddelijk voorrecht dat de rest van de wereld niet heeft. Ze hebben de geest van Christus ontvangen (1 Korintiërs 2:16) en worden geleid door de Heilige Geest om de waarheid te kennen. Maar de gemeente heeft veel van deze gaven overgedragen aan populair wetenschappelijke ideeën, waardoor het zijn goddelijke recht op de waarheid loslaat.

Steeds meer wordt geloofd, dat het winnen van zieltjes belangrijker is dan het vasthouden aan de duidelijke Bijbelse waarheid. Als duidelijke Bijbelse uitspraken met seculiere wetenschap conflicteren, dan kunnen die worden genegeerd of opzijgeschoven met de reden  “je heb in ieder geval nog één gered”. Daarom zijn veel gemeentes op het gebied van doctrine en moreel nu zo zwak. Veel mensen zijn dorstig naar iets wat sterker is dan dubbelzinnige verhalen of onbeantwoorde vragen over de oorsprong van het leven en ze zoeken bevestiging naar de bijzondere  aard van God, die vaak als een  wrede en onbetrouwbare God afgeschilderd is.

Hoe kan de gemeente de wereld voor Christus winnen als zoveel belijdende christenen hun God en de openbaring die Hij gaf, wantrouwen? Waarom de wereldse en vaak schaamteloos atheïstische denkbeelden omhelzen, terwijl het Bijbelse wereldbeeld de vele vragen die de wereld heeft, beantwoordt? De Bijbel heeft de kracht van het ware evangelie en ondanks de protesten van een relativistische cultuur, blijven mensen hongeren naar de Waarheid.

De centrale boodschap van het Evangelie.
Bijna iedereen die naar een christelijke kerk gaat, weet  dat Jezus Zijn discipelen erop uit stuurde om aan de hele wereld het evangelie te verkondigen. Het nieuwtestamentische Griekse woord wat gebruikt wordt voor “evangelie” is “euaggellion”. Het werkwoord is euaggelizo wat evangeliseren betekent. De oorspronkelijke betekenis van deze woorden is “Goede Boodschap”.

Het woord evangelie komt 101 keer voor in het Nieuwe Testament. Centraal geplaatst in het midden van deze verwijzingen – 50 ervoor, 50 erna – is 1 Korintiërs 15:1-4: “Ik maak u bekend broeders, het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook behouden wordt, indien gij het zó vasthoudt, als  ik het  u verkondigd heb, tenzij gij  tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn. Want voor alle dingen heb ik u overgeleverd, hetgeen ikzelf ontvangen heb:  Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten  derden dage opgewekt, naar de Schriften.”

Deze tekst staat centraal in het evangelie. De focus is op de dood, begraven van het lichaam en de lichamelijke opstanding van Christus. Deze boodschap moet eens en vooral in geloof worden ontvangen en aangenomen. Het is het middel waardoor mensen voor eeuwig worden gered. Dit zijn de feiten, de onverzettelijke waarheid waarop de mens stevig kan staan.

Ze zijn nadrukkelijk gedefinieerd,  begrepen door middel van en verklaard overeenkomstig de Schriften. Het evangelie hoeft niet aangepast te worden aan iemands omgeving of persoonlijke voorkeur: Het moet nauwkeurig en volhardend verkondigd worden als een absolute waarheid die God heeft geopenbaard. Naast het werk van Christus Jezus aan het kruis is er geen redding.

De hoop van het Evangelie.
Het klinkt logisch dat de vergeving van onze zonden “goed nieuws” is. Onze zonden zijn achter Gods rug geworpen (Jesaja 38:15). Ze zijn van ons weggedaan “zo ver het oosten is van het westen (Psalm 103:12). Ze zijn verbannen naar het diepst van de zee (Micha 7:19). Maar hoe geweldig wonderlijk deze kennis mag zijn, er is nog meer.

De eerste verwijzing naar het evangelie is geregistreerd in Mattheüs 4:23, waar Jezus zegt dat Hij kwam om het Koninkrijk van God te verkondigen. Al in het begin van zijn evangeliebediening verkondigde (predikte) Hij het goede nieuws dat Hij de beloften, aan de patriarchen gedaan, zou volbrengen (vervolmaken) voor hen die zijn of nog zullen komen. Op een dag zal Jezus Christus door alle schepselen erkend worden als de “Koningen der koningen en de Heer der heren” (Openbaringen 17:14). Voor degenen die Zijn genadegave van redding hebben ontvangen, zal de herkenning voor de grote troon die in de hemel staat een onbeschrijfelijke en glorievolle vreugde zijn (1 Petrus 1:8). Echter, voor hen die Zijn liefde verworpen en het getuigenis van de Heilige Geest versmaad hebben, zal een verschrikkelijk besef van eeuwige verdoemenis in een wervelwind van angst en verwoesting komen.

Het “Goede Nieuws” van de boodschap van het evangelie is samengevat  in de laatste twee hoofdstukken van het boek Openbaringen. Het nieuwe Jeruzalem, de stad van Jezus Christus, wordt in deze heerlijke passages beschreven, evenals een nadrukkelijke waarschuwing voor de verdoemden.

“En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: ‘Zie de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaringen 21:3-4).

Een belangrijk deel van het evangelie is het verbazingwekkende nieuws dat onze redding  is vervuld in een eeuwige “nieuwe hemel en nieuwe aarde”, waar gerechtigheid zal heersen (2 Petrus 3:13). Deze toekomstige hoop op een voor eeuwig gerechtvaardigd leven met de Schepper-God  steunde de Here Jezus, toen Hij werd geconfronteerd met de verschrikkelijke en smadelijke dood aan het kruis. “Die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op zich heeft genomen, de schande niet achtende” (Hebreeën 12:2). De apostel Paulus maakte de opmerking“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen” (1 Korintiërs 15:19). Naast de belofte van God op een toekomstig, eeuwig, rechtvaardig leven, is er geen echte hoop.

De autoriteit van de boodschap van het evangelie.
Er is nog meer. Er móét inderdaad nog meer zijn. Waar komt de autoriteit vandaan, om ons vergeving te verlenen? Waar komt de kracht vandaan om een perfect universum te herbouwen? Hoe kan een zondaar zondeloos gemaakt worden? Waar? Hoe? Wat kunnen we “zien”  dat ons ervan verzekert dat de beloften van vergeving en eeuwige rechtvaardigheid waar zijn?

Jezus Christus stond op uit het graf, heeft de dood overwonnen en gaf de mens deze verzekering, Dit is ook een deel van het evangelie (Romeinen 10:9). Maar waar kwam deze kracht nou vandaan? Hoe kunnen wij vertrouwen op iets dat zo bovennatuurlijks is, dat wij met onze menselijke geest slecht “dwaasheid” zien? (1 Korintiërs 2:14) God liet de antwoorden van dit probleem  niet buiten Zijn “Goede Nieuws”.  Het onwankelbare fundament en de bijzondere schepping van het universum maken deel uit van het Evangelie. Het laatste vers in de Bijbel dat het woord evangelie aanhaalt, trekt het bereik van de goede boodschap door naar het eeuwigdurende evangelie. Dit deel van Openbaringen 14 vertelt van een machtige engel die de opdracht kreeg door de hele atmosfeer van de aarde te vliegen.

“En hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die  op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en natie; en hij zeide met luider stem : ‘Vreest God en geeft hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem,  die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft” (Openbaringen 14:6-7)

Hier ligt de nadruk op de schepping: de oorsprong van het ‘Goede Nieuws’. Dezelfde Jezus die hing aan het kruis op Golgotha als plaatsvervanger voor de zonden van de gehele wereld is Dezelfde die de hele wereld schiep. Dezelfde die in de meest onbegrijpelijk staat van genade en barmhartigheid uitriep: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen” (Lukas 23:34) is Dezelfde die eenvoudigweg gebood: “Er zij licht zijn, en er was licht” (Genesis 1:3).

“Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten, alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen, en alle dingen hebben hun bestaan in Hem en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is. Want het heeft de ganse volheid behaagt in hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende met het bloed Zijns  kruises,  alle dingen weder met Zich te verzoenen, door hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is” (Kolossenzen 1:16-20).

Het gehele evangelie.
De boodschap van het evangelie geeft de volledige reikwijdte van het werk van Jezus Christus, inclusief  de totale omvang van zijn verlossend werk in de geschiedenis, weer. Alles, vanaf het begin van de schepping tot aan dag van de triomf, wanneer elk levend wezen de waarheid van Christus’ heerschappij zal erkennen, is deel van Gods verlossende plan. Het evangelie eindigt  niet louter bij verlossing van de dood, zoals het ook niet begint bij Christus’ dood aan het kruis. Het begint met Zijn scheppingswerk. Christus heeft allereerst de hemelen en de aarde geschapen, en nadat Hij alles geschapen heeft, heeft Hij zijn scheppende werk beëindigd. Alles zal nu verder bestaan en in stand gehouden worden als massa en energie (v. 17),  maar het is alleen door Zijn wil, voor Zijn doel dat de schepping blijft bestaan. Deze verzen spreken tenslotte over de geweldige verzoening door Christus’ dood, niet alleen voor de mens maar voor de hele schepping. Door Christus’ bloed kunnen de aarde en hemel tot harmonie teruggebracht worden. Deze eens vervreemde wereld, zal niet langer een vijand van God, maar in universele harmonie zijn, zich voegend naar de overheersing van de Schepper.

Hebreeën 1:2-3 zegt, dat God door Christus de wereld heeft geschapen. En Christus is de erfgenaam van alle dingen, de volkeren en de aarde, als heersende Koning (Psalm 2:8). “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen” (Romeinen 11:36).

Het evangelie van de Here Jezus  Christus omvat 3 elementen: schepping, bewaring en vervulling. Christus was er voor het begin van de tijden, Hij zet Zijn werk van het onderhouden van Zijn schepping voort en zal eens worden erkend als Koning en Heer over alles.

In het verleden, in het heden en in de toekomst is de liefde en de glorie van God te zien in Zijn geweldige scheppingswerk en elk deel van zijn plan moet worden verkondigd met vertrouwen in zijn eeuwigdurende waarheid. Als de Schepping genegeerd wordt bij de bediening van het evangelie, dan is de fundering van Gods plan verdwenen en de autoriteit die Hij heeft over het leven en alle dingen wordt dan vergeten. Als het kruis genegeerd wordt, dan heeft Christus geen autoriteit over de dood en geen kracht van redding en verzoening voor God.

Het koninkrijk negeren is het opgeven van elke hoop en vreugde.
ICR= Institute for Creation Research

Dr. Henry M. Morris III heeft vier graden verworven én een bul aan het Luther Rice Seminary én graden aan de Pepperdine University. Als professor, bestuurder, leidinggevend zakenman en oud-pastor is dr. Morris een helder en gepassioneerd spreker die geregeld uitgenodigd wordt om kerkelijke vergaderingen, college-bijeeenkomsten en nationale conferenties toe te spreken. Als oudste zoon van de grondlegger van ICR heeft hij vele jaren conferenties geleid en ambtelijk werk gedaan.

Zijn liefde voor het Woord van God en zijn passie voor de vorming van christenen, gekoppeld aan Gods gave om te onderwijzen, heeft dr. Morris jarenlang brede en effectieve dienst bezorgd. Hij heeft een groot aantal artikelen en boeken geschreven o.a. Major Events that Changed History Forever, Exploring the Evidence for Creation en 5 Reasons to believe in Recent Creation.


[1]    Morris, H. M. 2000. The profusion of Living Fossils. Acts & facts. 29 (11).

[2]    Lewontin, R. C 1997. Billions and Billions of Demons: Review of the Demon-Haunted World: Science as a Candle in the Dark door Carl Sagan. The New York Review of Books. 44 (1):31.

[3]    Hull, D.L. 1991 The God of the Galapos. Nature. 352 (6335): 486

[4]          Overgenomen van Morris, H.M. 2000. Biblical Creationism. Green Forest, AR:Master Books, 228-232.

 

Henry M. Morris III

Vertaling: Mischa van de Giessen

Institute for Creation Research. Dallas, Texas

www.icr.org.
Bijbelteksten geciteerd uit de NBG. 

Dr. John J.L. Jacobs

De evolutietheorie kent vele varianten. De bekendste is de theorie dat alles spontaan en toevallig is ontstaan uit één grote oerknal. Vanuit de wetenschap bestaan hiertegen vier bezwaren.

Ten eerste, de oerknal.
De formule van Einstein (Energie = massa maal het kwadraat van de lichtsnelheid) laat geen ruimte voor toename in totale hoeveelheid massa en energie. Want op het nivo van het heelal gezien zijn alle drie factoren van deze formule constant. Alle materie die er nu is , was er dus altijd al. Het ontstaan van heelal-materie is dus strijdig met de theorie van Einstein.
Ook de evolutietheorie sluit uit dat iets kan voortkomen uit niets. Want volgens de evolutietheorie komt er iets nieuws voort uit iets dat er al was. Anders is het geen evolutie meer.
Noch Einstein, noch de evolutietheorie kunnen het bestaan van materie en energie verklaren.

Ten tweede, het leven.
Geen enkele hedendaagse theorie geeft een mogelijke verklaring over het ontstaan van leven. De theorieën die bestaan geven mogelijke verklaringen hoe ketens van aminozuren en nucleïnezuren kunnen ontstaan uit anorganische moleculen. De stap naar een levensvorm vanuit deze biomoleculen is echter levensgroot. Zelfs de meest eenvoudige vorm van leven die wij kennen heeft minimaal drie verschillende soorten nucleïnezuren en eiwitten die met elkaar moeten samenwerken. Deze drie nucleïnezuren zijn boodschapper (messenger) RNA, ribosomaal RNA en 20 verschillende overbreng (transfer) RNA’s die tezamen noodzakelijk zijn voor het maken van een eiwit. Geen enkele serieuze wetenschapper heeft zelfs maar geprobeerd om in een toetsbare theorie te omschrijven hoe de meest eenvoudige vorm van leven kan ontstaan.
Wim den Otter gaat op rekenkundige wijze nader in op dit punt in een bijgaand artikel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Darwin uitging van een Schepper die één of enkele levensvormen had geschapen.

Ten derde, de mechanismen van evolutie.
Variatie, selectie en ontwerp versus blind toeval. Darwins evolutietheorie gaat uit van variatie en selectie. Variatie ontstaan door het overerven van eigenschappen met mutatie (verandering) en/of recombinatie. Recombinatie (het uitwisselen van erfelijk materiaal) vindt alleen plaats bij seksuele voortplanting. Recombinatie is echter veel effectiever in het vastleggen van positieve veranderingen dan willekeurige mutaties.
De overgeërfde variatie kan op verschillende manieren worden geselecteerd. Darwin beschreef natuurlijke selectie voor het ontstaan van biologische functionaliteit; selectie door seksuele partners voor het ontstaan van schoonheid en zorg voor het nageslacht; en selectie door de groep voor het ontstaan van (naasten)liefde.
Het mechanisme van evolutie volgens Darwin, variatie en selectie, is ook belangrijk binnen het lichaam van een individu. Een voorbeeld hiervan is het ontstaan van een immunologische afweerreactie. Een immunologische reactie kan geen een blind toevalsproces zijn, want het resultaat moet effectief zijn voor de bestrijding van een bepaalde infectie. Bijvoorbeeld een specifieke afweerreactie tegen een nieuw (griep)virus. In het afweersysteem ontstaat een gerichte verandering in de gewenste richting: een effectieve bestrijding van de infectie. Het mechanisme dat deze verandering veroorzaakt is hetzelfde als het mechanisme van evolutie, namelijk variatie en selectie.
Ook onderzoekers die nieuwe geneesmiddelen ontwikkelen zijn tot deze conclusie gekomen. Variatie en selectie worden dan ook gebruikt voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Een artikel hierover verschijnt binnenkort op kennislink.nl.
Ook Charles Darwin deelt de mening dat evolutie dichter bij ontwerp zit dan bij blind toeval ( “Over het ontstaan van de mens” (1871).

Ten vierde, de mens.
Biologisch gezien komt de mens sterk overeen met mensapen. De mens is echter veel meer dan de menselijke biologie. Cultuur, bewustzijn, intelligentie en vrije wil zijn bij de mens veel verder ontwikkeld dan bij dieren. Sommige dieren hebben dit fragmentarisch, maar dit is miniem vergeleken bij de mens. In het laatste hoofdstuk van “Degeneratie”, schrijft Peter Scheele: “De mens is geest.” Amen.

 

 

– De Bijbel vertelt ons dat er een man met de naam Jona geweest is, die naar de Ninevé ging om te prediken. En dat er als gevolg van zijn boodschap daar een grote opwekking begon. De mensen en de koning keerden zich tot God en veranderden hun goddeloze leefwijze. Daar kun je blij van worden, maar daardoor verander je zelf nog niet.

– Er staat in de Bijbel ook een verslag over het bouwen van een ark door een mens, Noach genaamd. In dat verslag wordt vermeld waar de ark kwam te rusten na een geweldige vloed. Er is veel geld uitgegeven door archeologen om resten van de ark te vinden. Maar het wel of niet vinden van stukjes ark hebben we niet nodig als bewijs dat God ons liefheeft en ons wil redden.

– De Bijbel geeft ons ook de geschiedenis van de hemel en aarde toen zij geschapen werden en vermeldt dat de Here God de mens van stof uit de aardbodem formeerde en deze mens een levend wezen werd toen Gods adem in hem geblazen werd. We kunnen proberen ons daar een voorstelling van te maken, maar als we niet zelf de Heilige Geest in ons toelaten, zullen we deze waarheid niet verstaan.

– De Bijbelse beschrijving van de geschiedenis heeft als doel ons te leiden tot een persoonlijke ontmoeting met God, zodat we Hem leren kennen als een liefhebbende Vader.

Jezus Christus getuigde van de betrouwbaarheid van de Bijbel:

Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten. De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, meer dan Jona is hier. (Mat.12:39-41)

– Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen voor de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. (Mat.24:37-39)

– Hij antwoordde en zeide: Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt? En Hij zeide: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot een vlees zijn. (Mat.19:4,5)

-Door Zijn opstanding uit de doden is krachtig bewezen dat Jezus Gods Zoon was. (Rom.1:4)

Jezus zeide: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (Joh.14:6)

Deze Waarheid maakt ons vrij.