‘Oase’ (dagopeningsmethode)
(recensie)

Laten we eerlijk zijn, als het gaat om materiaal voor dagopeningen, bezinning en viering voor het middelbaar onderwijs is er niet veel. Zeg maar gewoon niets. Veel middelbare scholen hebben (noodgedwongen?) gekozen voor de Zoutkorrel. Van de als docent actief betrokken jaren in het middelbaar onderwijs herinner ik me maar al te goed de worsteling met de in de Zoutkorrel aangeboden bezinningsstukjes: één stukje met een Bijbeltekst (en wat voor stukje – de Bijbeltekst had hier amper iets, ja meestal helemaal niets mee te maken) en daarnaast enkele ander stukjes op, laten we maar eerlijk zijn, puur humanistische tot soms zelfs nihilistische leest geschoeid. Nog levendig herinner ik mij het moment dat ik bij weer een dagopening aan de leerlingen in de klas vroeg of ze de tekst kenden uit de Bergrede waarin Jezus zegt: Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door mensen vertreden te worden (Matt 5:13). De tekst was de meesten van hen bekend (nu had ik het geluk veel leerlingen van Urk in de klas te hebben die de Bijbel nog wel kennen). Op hun bevestigend antwoord vroeg ik hun vervolgens goed op te letten. Met de Zoutkorrel tussen duim en wijsvinger ben ik naar de prullenbak gelopen en heb met de slotwoorden van de tekst het blad daarin laten vallen. De reacties? Instemmend! Tegelijk brak er een levendig gesprek los over de dagopening, de viering en zelfs de identiteit van de school. Volgens de klas die ochtend stelde het allemaal niets voor… Als docent Godsdienst leek het mij goed gedurende die dag ook in volgende lessen op een en ander door te borduren. Het bleek dat er veel collega’s waren die geen enkele affiniteit met het blad hadden. Ze lazen lukraak één van de stukjes voor, of deden alleen een gebed, of begonnen zelfs zonder dagopening gewoon direct met de les. Zelf heb ik naar aanleiding van het weekthema vanuit een passend Bijbelgedeelte per week enkele dagopeningen op papier gezet. Dan word je onlangs verrast met het bericht dat er (eindelijk) nieuw materiaal op de markt is gekomen onder een veelbelovende naam: OASE. Stel u eens voor. Je hebt een lange tocht door de woestijn gemaakt. Lang, heet en droog geeft dorst. Ineens klinkt het: ‘Oase!’  Wat verwacht je dan? Water dat de dorst lest, beschuttende schaduw tegen de brandende zon.  Met een plof viel het blad op de mat. Fleurig en kleurig. Uitdagend om te lezen. Je slaat dit eerste nummer open en leest rechts van de inhoudsopgave dat het komt van de makers van… de Zoutkorrel. Niet direct richting prullenbak, maar lezen! Eerlijk lezen! Allereerst springt in het oog, dat er voor abonnees via internet toegang is tot aanvullingen op edities, materiaal voor vieringen en zijn er uitwisselingsdagen en themadagen rond dagopeningen en vieringen en… identiteit. Dat laatste klinkt toch geweldig, zeker nu blijkt dat zoveel zich christelijk noemende scholen in een diepe identiteitscrisis verkeren. Op pagina twee en drie springen enkele kopjes verwachtingwekkend in het oog: Diepgang. Twee Bijbelrubrieken. Verbreding en verdieping. Nog enkele zaken vallen op. Er wordt gewerkt met niveaus – stukjes toegesneden op brugklassers t/m V6, vmbo en mbo. De sterretjes wijzen de weg. Ik volg de sterretjes… Een oase blijkt helaas wat vaak een fata morgana. Zo ook in dit geval. Er zijn veranderingen, maar die zijn niet direct verbeteringen. Twee Bijbelstukjes  in plaats van één betekent niet dat de Bijbelgedeelten aansluiten bij de bezinning en allerminst dat de bezinning dus Bijbels verantwoord is. Het niveauverschil blijkt allerminst. Schokkend is, dat de samenstellers niet met God uit de voeten kunnen. Is het God, El, Allah, Jehova, Jaweh, Ohm, Energie, Bron, Eeuwige, Universum (p.14 en dat ook nog onder één *) of is het Gaia (p.85 met drie ***)? Wat maakt dat eigenlijk ook uit als duidelijk wordt  dat er ruimte is voor islam, boeddhisme, hindoeïsme en humanisme, al ging het om iets gelijkwaardigs. (Jodendom laat ik bewust buiten beschouwing, daar zijn we op geënt.) Het Licht Jezus Christus ontbreekt volkomen. Had de Zoutkorrel alles met religie te maken, Oase eveneens. Maar zoals Karl Barth zei: Religion ist Unglaube. Het water is bitter  (Ex 15:23) en heeft het hout (kruis) nodig!

Drs. J. G. Hoekstra

Hoewel gelovig opgevoed werd ik op de middelbare school bij het vak aardrijkskunde met het idee van de oude aarde geconfronteerd. Nooit heb ik op de christelijke scholen letterlijk de evolutietheorie gehoord. Achteraf vind ik dat jammer.

Probleem
Ik weet niet precies hoe, maar op een gegeven moment ben ik gaan geloven, dat het waar is wat veel mensen zeggen, dat de aarde veel ouder is dan de Bijbel beweert. Mijn geloof in de schepping was nooit aangetast, maar ik dacht wel dat we iets niet goed begrepen; daardoor leek het alsof de Bijbel en de wetenschap elkaar tegenspraken. Er zou waarschijnlijk iets niet goed vertaald zijn, of iets moet anders uitgelegd worden. Dat hele ‘aap-mensverhaal’ heeft me nooit op het verkeerde been gezet. Toen mijn zoontje er eenmaal was, wilde ik eigenlijk beter kunnen uitleggen hoe het zat.

Oplossing
Zelf had ik bedacht, dat er mogelijk miljoenen jaren zitten in de periode tussen ‘in den beginne’ en  het ‘de aarde nu was woest en ledig’(Gen 1:1en 2). Och, dacht ik, na het begin is er blijkbaar een heleboel gebeurd waardoor de aarde woest en ledig was geworden, misschien was dat wel die periode dat satan op aarde werd geworpen?  Zo leek het of ik een los eindje vast kon knopen. Mijn idee mailde ik aan iemand bij B & O. Ik weet niet meer wie mij heeft geantwoord, maar hij heeft gemaild  (even los uit mijn geheugen weergegeven), dat mijn theorie bekend staat als de  ‘klooftheorie’ en dat deze theorie niet overeenkomt met het fossiele materiaal wat de aarde heeft prijsgegeven. Hij verwees me naar een artikel hierover. Ik weet niet meer of dat direct een artikel van Answers in Genesis (the gaptheory) is geweest  of dat ik via zijn tip doorgelinkt ben naar deze site, maar in ieder geval ben ik geëindigd bij www.answeringenesis.org. Een wereld ging voor me open.

Informatie
De AIG-site is inmiddels één van mijn vaste uitstapjes op het web. Vol verbazing kwam ik terecht in de wereld van de christelijke wetenschappers. Wetenschappers die aantonen, dat alle feiten die de aarde heeft prijsgegeven, geheel passen bij een aarde die ongeveer 6000 jaar oud is en ook naadloos aansluit bij gebeurtenissen die de Bijbel beschrijft. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de zondvloed. Verder bevat de site een overvloed aan artikelen over onder anderen dinosaurussen, ‘missing links’, de C14 methode en andere dateermethodes en ga zo maar door. Mij hoeven ze niks meer wijs te maken met hun  zogenaamde bewijzen!

Recent kreeg ik de brochure ‘Evolutie’ onder ogen. Het was de reden dat ik weer eens een mailtje naar B&O stuurde; gewoon om duidelijk te maken, dat ik blij ben dat de jeugd op deze wijze eerder in aanraking kan komen met de Bijbelse zijde van het verhaal. Ik ga er zeker meerdere exemplaren van verspreiden! Ik vertelde in diezelfde mail ook over Answer in Genesis en dat ik het zo jammer vond dat deze Engelstalige site soms zo moeilijk voor me was. Het zou mooi zijn, als B & O ruimte op haar site ruimte zou maken om deze artikelen in het Nederlands te plaatsen. Helaas ging dit hun domein ver te buiten. Ik kreeg wel een aantal links door, die zeker aan mijn behoefte tegemoetkwamen en waarin ik me de komende maanden kan verdiepen.

Ik kan nu niet alleen aan tieners, maar ook aan volwassenen de bovengenoemde brochure weggeven. Op de achterkant schrijf ik naast de gegevens van Answer in Genesis ook andere Nederlandstalige sites op die hetzelfde nastreven. Ook de kleine brochure voor groep 8 “Evolutie of schepping. Wat geloof jij?” heeft inmiddels mijn aandacht.

Conclusie
Langzamerhand beginnen ook christenen te begrijpen dat het de moeite waard is, om niet alleen je eigen geloof aan te hangen, maar dit ook met hand en tand te verdedigen en niet met een mond vol tanden te staan, als anderen je met hun zogenaamde wetenschap om de oren slaan.

mevr. L.

 

Na een lange werkdag kom je thuis en je ploft neer op de bank… Waar zijn de kinderen? Je loopt naar boven en hoort het vermaak al uit de slaapkamers komen: de oudste is druk achter de pc met chatten bezig; de jongste speelt een online spelletje tegen andere spelers op internet. Je partner roept: “Ben even mijn e-mail aan het checken, hoor!” Herkenbaar?!

Internet: het grootste medium zonder grenzen, zonder regels en zonder beperkingen. Overal toegankelijk: 24 uur per dag! Verweven met onze maatschappij. Ook met ons leven? Waar leef jij: op internet of in de realiteit?

Wat doet internet met onze maatschappij? Zijn er naast de vele voordelen ook nadelen? Of zelfs gevaren? Inmiddels is internet binnen gedrongen in bedrijven, scholen, maar ook thuis in het gezinsleven. Kortom, het is verweven met de hele maatschappij! Het vergt steeds meer tijd van ons. Sommigen spreken over internetverslaving: een fenomeen dat vooral bij jongeren ernstig toeneemt. De vraag is in toenemende mate: hoe moeten we met dit verschijnsel omgaan ?In veel gevallen is internetgebruik niet meer te beheersen: het biedt alles… Het controleert ons en onze kinderen. Een schok? Ja, misschien wel. Omdat het zo gemakkelijk toegankelijk is en alles biedt wat onze nieuwsgierigheid prikkelt, wordt het ongemerkt tot een afgod. Een afgod, die zelfs de tv aan de kant weet te schuiven. Diverse onderzoeken wijzen uit, dat jongeren meer tijd besteden aan internet dan aan tv-kijken. Niet alleen via de pc, maar inmiddels ook via allerlei mobiele apparaten is het overal en altijd beschikbaar!

Kunnen we het fenomeen beheersbaar en gestructureerd aanbieden binnen bedrijven, scholen en in onze gezinnen? Wanneer mogen bezoekers gebruik maken van het internet, hoe lang en wat mogen ze dan wel of niet opzoeken? Vragen die erg gevoelig kunnen liggen. Als directie van een bedrijf of school, maar ook als gezinshoofd is het belangrijk een duidelijk standpunt en positie in te nemen over beheersbaar en gestructureerd internet. Met behulp van content filtering en software programma’s kan eenvoudig en doeltreffend het gebruik verantwoord worden aangeboden. Dat geldt zowel voor bedrijven en scholen,  als voor gezinnen! Misschien is de laatste wel de belangrijkste plaats waar dit nodig is; niet om extreme content te voorkomen, maar vooral om kinderen te leren omgaan met de vrijheid van internet en duidelijk te stellen op grond van de Bijbel wat wel en niet aan content mag worden opgezocht. Geef als ouder altijd een betrouwbaar voorbeeld, onderbouw en onderwijs op grond van Gods Woord, de Bijbel.

Gefilterd internet. Kan dat?
Kan de inhoud van internet beheersbaar aangeboden worden? Ja, dat kan op verschillende manieren, waarvan we later de belangrijkste zullen noemen. Maar wie bepaalt wat men wel en niet mag benaderen, wat de content betreft? En hoe bepaal je dat? We komen hier indirect met normen en waarden in aanraking. Waar zijn die echter op gebaseerd? Normen en waarden kunnen namelijk op verschillende manieren opgevat en beïnvloed worden door meningen. De enige basis om de content van internet te filteren is het gezaghebbende Woord van God, de Bijbel. Zelfs onze eigen mening, gevoel of overtuiging (uit het hart) kunnen misleidend zijn.

Praktische methoden van filteren
Er bestaan twee mogelijkheden  om de content van internet te filteren:

  • filteren aan de kant van de bezoeker (op bedrijf, school of in gezin),
  • filteren aan de kant van de Internet Service Provider (ISP)

 Filteren aan de kant van de bezoeker houdt in, dat er op elke pc of in het lokale netwerk iets wordt toegevoegd: bijvoorbeeld filtersoftware. Dat is een router met een filter of icra-opties in de webbrowser. Grote nadelen van deze categorie zijn dat elke pc moet worden voorzien van filtersoftware of icra-opties en dat de filtermethodes vrij eenvoudig zijn te omzeilen.

Filteren aan de kant van de Internet Service Provider (ISP) is het meest effectief. Hierbij is het niet nodig, dat aan de kant van de bezoeker iets geïnstalleerd moet worden. Elke pc zal gefilterde content ontvangen. Hiermee hebt u de zekerheid, dat ongeoorloofde content niet uw bedrijf, school of huis binnenkomt! Een goed en bekend voorbeeld hiervan is Filternet in combinatie met ISP Solcon. (Let wel, er is ook een versie van Filternet die in de vorige categorie valt)Deze categorie van filteren is ook te omzeilen, maar dat is vrij moeilijk.

Met de huidige filtermethodes binnen de tweede categorie wordt ruim 90 procent van ongeoorloofde content geweerd. Het vastleggen van bezochte websites kan bij beide categorieën goed helpen inzicht te krijgen of ongeoorloofde content is bezocht. Er zijn diverse softwarepakketten beschikbaar die bezochte websites vast kunnen vastleggen in een logbestand.

 Gestructureerd internet. Helpt dat?

Wanneer mogen bezoekers internet op? Altijd, 2 uur per dag of 4 uur per week? Het gestructureerd aanbieden van internet kan de neiging tot internetverslaving beperken.  Een tijdslimiet helpt een bezoeker om internet efficiënter te gebruiken en alleen dat te doen, wat men wil doen. Hierdoor wordt het eindeloos en doelloos rondsurfen voorkomen en leert men om bewuster met tijd en het medium om te gaan.

Het principe is eenvoudig: de toegang tot internet wordt op bepaalde tijden opengesteld. Dit kan op meerdere manieren. De meest eenvoudige manier is om de toegang open te stellen vanuit de router (bij een breedbandaansluiting) aan de kant van de bezoeker. Er zijn routers die dit volgens een tijdstabel kunnen regelen, maar bij de meeste is dit een handmatig gebeuren.
Er bestaan ook diverse softwareprogramma’s om – met behulp van een tijdstabel –  de netwerktoegang tussen pc en router met internet te regelen. Een voorbeeld is iProtectYou Pro (zie afbeelding). Deze methode is echter gemakkelijker te omzeilen dan de eerstgenoemde, maar is doorgaans een prima oplossing, omdat de software ‘onzichtbaar’ op de pc aanwezig kan zijn.

Praktische tips

Hoe goed een internetfilter of toegangbeheerder ook is, er is altijd wel een mogelijkheid ongeoorloofde content te bekijken, hetzij door het omzeilen van het bovengenoemde, hetzij via andere media, zoals cd, dvd, usb-stick, e-mail, nieuwsgroepen of chatboxen. Het blijft belangrijk goed toezicht te houden op het gebruik van pc en internet. Laat uw standpunt altijd duidelijk zijn. Leg dit uit aan medewerkers, collega’s of aan leerlingen op school of thuis aan uw kinderen. Laat daarbij het eeuwige, onveranderlijke Woord van God, uw fundament zijn! Bedenk dat Jezus Christus Heer is!

Ik wil het artikel afsluiten met een aantal praktische tips voor veiliger internetgebruik door kinderen. Dit kunt u gebruiken op uw school of in uw gezin:

  • Zorg dat internetgebruik in het gezin zicht baar is, bijvoorbeeld in de huiskamer, zodat u gemakkelijk met uw kinderen kunt praten, als ze aan het surfen zijn. Ga regelmatig samen met uw kinderen online en geef aan welke content wel of niet geoorloofd is.
  • Laat uw kind nooit persoonlijke informatie geven, zoals naam, adres, leeftijd, telefoon- of mobiele nummer,  wachtwoorden, bank- of creditcardnummer,  etc. binnen chatrooms, e-mail of bulletinboards. Gebruik als naam altijd een nickname, dus een zelfbedachte naam, bijv. GreenFlower of PinkPanter.
  • Sta niet toe, dat uw kind een ontmoeting heeft met iemand die het online heeft leren kennen.
  • Installeer een softwareprogramma dat bezochte websites registreert. Controleer deze logs regelmatig en praat met uw kind, als een ongeoorloofde website is bezocht.
  • Gebruik een ISP-internetfilter om ongeoorloofde content buiten uw huis te houden. Onthoud, dat deze filters kinderen niet 100 procent beschermen  tegen ongeoorloofde content, maar ze houden wel ruim 90 procent buiten uw huis!
  • Leer kinderen omgaan met internet: praat er open met uw kinderen over.
  • Zorg dat u als leerkracht of ouder weet wat er met internet mogelijk is: chatten (bijvoorbeeld msn), filesharing (bijvoorbeeld Bittorrent),  nieuwsgroepen, gamen, enzovoort. Weet u dit niet, dan ziet u ook niet waar kinderen aan blootgesteld kunnen worden.
  • Installeer een programma dat pop-ups met reclamebanners onderdrukt. Sites waar kinderen veel komen, bevatten namelijk dikwijls ook pop-ups met advertenties of links naar ongeoorloofde content. Voor bijvoorbeeld Internet Explorer 7 is IE7pro een aanbevolen gratis programma.
  • Leer uw kind, dat het niet zomaar klikt op banners, attachments of links om uzelf ongevraagd van een maillijst te verwijderen. Vertel ook, dat het niet moet reageren op commerciële e-mails. Leer uw kind met mail om te gaan.
  • Bied internet gelimiteerd aan door zelf de toegang in de router te regelen of een programma daarvoor te installeren op de betreffende pc(‘s): bijv.  iProtectYou Pro.

“Richt daarom uw gedachten op alles wat waar, eervol, rechtvaardig, zuiver en mooi is en wat goed bekend staat, kortom alles wat deugdzaam en loffelijk is.”  Filippenzen 4:8 (HB)


Gerrit Veldman

Sms, chatten, msn (omgaan met)

HELP! MIJN KIND SPREEKT EEN ANDERE TAAL! WAAR HEBBEN ZE HET OVER??

 Het is VPVJ dat je mattie de doekoes voor je mobi niet had. Sg@tje tkmt goe!

(Of: Het is vette pech voor je, dat je kameraad het geld voor je mobiele telefoon niet had. Schatje, het komt goed!) Het kan zomaar uit de PC te voorschijn rollen of van het scherm van de mobiele telefoon. Vroeger (nou ja wat heet) noemden we dat turbotaal. Nu is het gewoon straattaal en de eigentijdse manier waarop jongeren met elkaar communiceren.

Hoe begrijpen we elkaar vandaag de dag? Welke uitdaging hebben ouders, docenten en opvoeders? Hoe staan we ten opzichte van elkaar en hoe komen we tot overeenstemming wat we van belang vinden?

De volgende weergave zal een ‘momentopname’ in de snelle film van vandaag de dag zijn. Communiceren en elkaar begrijpen zijn inmiddels dynamische processen geworden met een enorm beroep op vaardigheden om prikkels en signalen en inhoud van elkaar te scheiden en écht te begrijpen wat de ander bedoelt. Hoe zaken als authenticiteit, eer, afkomst en religie daarmee te maken hebben, zal gaandeweg duidelijk worden.

 Spreken en doen
Voor christenen is communicatie onlosmakelijk verbonden met het spreken van de Schepper, het verstaan van Zijn stem. Vanaf bladzijde 1 in de Bijbel, Genesis 1:3, is te lezen dat taal en gesprekken een vast gegeven zijn in het handelen van God. God sprak en het was er. God spreekt met Zichzelf: Laat Ons mensen maken en Hij deed het. De Here God gaf de mens een uniek instrument om gevoelens, gedachten en overwegingen voor een moment te pakken en door te geven: taal. Hij heeft uiteindelijk Zijn Zoon gegeven, van wie de Bijbel leert: Hij is het vleesgeworden Woord (Johannes 1). Hij heeft Zijn Geest uitgestort, door wie we Zijn Woord, hét Woord, de Bijbel, kunnen lezen, begrijpen, ervaren en doen. Met opzet: ervaren en doen. Het lezen en begrijpen is pas ‘werkelijkheid’, als het wordt toegepast, in praktijk gebracht. Voor rationele westerlingen is dat een rare vermenging. Immers: informatie verwerking is toch tot je nemen en verwerken?

De Hebreeuwse taal, de taal van de Bijbel, kent het woord ‘Dabar’, wat vertaald moet worden met woorddaad. Onlosmakelijk zijn woorden en daden voor de Joodse interpretatie aan elkaar verbonden,. Onder invloed van het Griekse denken, is dat verloren gegaan voor de westerse Europeaan. Het komt echter vandaag de dag terug in de samenleving. Je moet doen wat je zegt en staan voor wat je doet. Dat vraagt de hedendaagse jeugd.

 Netwerk
Meer dan ooit is het van belang in welk netwerk je functioneert. Leerlingen op het schoolplein leren elkaar kennen door afkomst: “Ken je die jongen?” “Hé, ken jij Bart? Die woont op Zuid!” “Ja die ken ik, hij is okay.” Het is van belang bij wie je hoort en wie je kent. Hoe belangrijker het netwerk is geworden: het is er zeker niet eenvoudiger op geworden. Hoe maken jongeren vandaag de dag contact? Via sms, chatten, msn, online games en dergelijke. Jongeren maken bovendien contact met jong en oud. Bijvoorbeeld online gamers hebben door verschillende leeftijdslagen heen relaties op inhoud van het spel. Relaties verworden als het ware tot gedeelde interesses. Daar waar wij mogelijk nog gevaren zien in digitale netwerken en virtuele gespreksruimtes, of de computer een lastig hulpmiddel vinden in communicatie en informatieuitwisseling, is het voor de jongeren een ‘social machine’ geworden: niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. Je maakt er je planning mee, vertelt wie je zelf bent (broadcast yourself: zie de successen van sites als youtube.nl en hyves.nl). Onderzoek wijst zelfs uit dat de huidige generatie jongeren de computer een waardevolle aanwinst vindt om relaties en vriendschappen uit te diepen en elkaar beter te leren kennen. Dat alle hulpmiddelen daarin meewerken, wordt op wrange wijze duidelijk uit recente publicaties dat 1 op de 3 jongeren tot 30 jaar de ervaring heeft om in een relatie ‘gedumpt te zijn’ door middel van een sms. De maatschappij, de media, de commercie: alles is gericht op netwerken en mobiliteit. Hoe moeilijk wij dat als bovenliggende generatie ook kunnen bevatten: jonge mensen groeien er in op en lijken een eigen omgang te hebben met de veelheid van informatie. Keuzes die zij maken worden ingegeven door de grote mate van informatie die voorhanden is. Ze lijken zo heel gemakkelijk hun keuzes te maken en hun eigen koers te bepalen. Misschien kijken wij daar met enige afgunst naar: hoe doen ze dat toch? De bediening van nieuwe wanna haves(hebbedingetjes), het vinden van informatie op internet, het kiezen van programma’s en het uitsluiten van oninteressante producten, reclames, beelden en geluiden.

Jongeren hebben een geheel eigen manier van omgang met informatie en het leven in een ‘consumptiemaatschappij’. Ze maken inmiddels afwegingen, die wij als volwassenen maar moeilijk kunnen geloven: het gaat niet meer (alleen) om wat je hebt, maar om wie je bent en wat je met elkaar gemeenschappelijk hebt.

 Kansen
Hoe gaan we daar als professionals mee om: jongerenwerkers, leerkrachten en dominees? Wat voor een uitdaging hebben ouders? (Of is uitdaging een moderne managementterm om een grote opgave, een zware last positief te benaderen?) We zijn in Nederland met zijn allen heel erg kind- en leeftijdgericht. Misschien niet altijd met de juiste focus, maar de ontwikkeling van een programmaministerie ‘Jeugd en Gezin’, ruime budgetten voor jeugdzorg, zorgnetwerken en al dergelijke meer maken duidelijk dat we ons erg druk maken met de jeugd.

Dat is een logisch gevolg van de samenhang tussen volwassenen (die graag jong blijven, niet te snel kinderen willen, wel geliefde grootouders willen worden) die vriendschappelijker met jongeren omgaan, de moeite die volwassenen hebben met de snelheid van ontwikkelingen en het schijnbare gemak, waarmee jongeren nieuwe ontwikkelingen ontdekken, verkennen en inlijven in het dagelijks leven.

Hoe geven we daar een antwoord op vanuit het christelijk onderwijs, vanuit de geloofsgemeenschappen en als ouders? Jongeren willen ergens bij horen: ze moeten afkomst hebben, trots zijn op ‘het nestje’ waaruit ze komen. Dat maakt, dat we te investeren hebben in jongerenwerk, werken aan contacten en relaties en het bieden van ontmoetingsruimtes. Jongeren hebben een eigen mening en willen meedenken over hoe je dat vorm geeft. Vergeet dus niet hen te betrekken bij het opzetten van activiteiten in een geloofsgemeenschap of bij de invoering van nieuwe afspraken op school. Jongeren accepteren de verschillen tussen elkaar, dus je mag geloven en daarvoor uitkomen. Je hoeft niet verlegen te zijn, als je vertelt, dat je naar de kerk gaat of een praisedienst bezoekt. Dat is geaccepteerd, zolang je de ander maar in zijn waarde laat.

Dat geeft meteen de grens aan van de omgang: wat voor jou geldt, hoeft niet voor mij te gelden. Nog een opbrengst van het Griekse denken: wie zegt dat er niets meer dan dé Waarheid is? Wij willen wel eens achter de waarheid kijken of er echt niets anders is. Fijn dat dit jouw waarheid is, ik heb de mijne. Het Joodse denken gaat uit van een absolute vorm: er is God, er is Waarheid, er is Hemel, dát moeten we onze jongeren meegeven. Het valt niet te betwijfelen!

Wat mooi dat de Bijbel, dat prachtige boek voor jong en oud, ook voorbeelden geeft van jonge mensen die in een vergelijkbare tijd groot zijn geworden. Vergelijkbare tijd? Daar moeten we wel moeite voor doen. Vertaal de moeite van Jeremia maar eens naar het heden: je zou maar in zijn schoenen staan als jong mens en een moeilijke boodschap te brengen hebben aan je eigen volk. En toch doet hij dat: een eigen stijl, een authentiek persoon. Of Timotheüs of David of Daniël of Ester of Ruth. In hun eigen situatie zijn dat aansprekende voorbeelden die vandaag heel actueel zijn. Aan ons de opdracht om die vertaling dan ook te maken in eigentijdse vormen, met eigentijdse onderwerpen, in gesprek, in wisselwerking. Geen gepreek of eenrichtingverkeer. Geef de achtergronden er maar bij, gebruik internet, surf naar het Midden- Oosten van nu en laat hen kijken, ervaren hoe actueel de boodschap van de Here Jezus vandaag is: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven en voor Mijn kinderen heb Ik werken voorbereid waarin je kunt wandelen.

Meer weten? Een actueel boek vanuit een ‘wereldse’ benadering geschreven, maar zo duidelijk en concreet om vertaling te maken naar het werken, praten en luisteren met jongeren is “Generatie Einstein”, geschreven door Jeroen Boschma en Inez Groen. Een aanrader voor professionals en werkelijk geïnteresseerden in hedendaagse jeugd.

 Pieter van Dijk

Op verzoek heb ik mijn confrontatie met Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) op papier gezet.(1) Het is een verhaal geworden, dat aantoont hoe dergelijke zaken het leven in kunnen sluipen. Ik werk bij een internationaal IT-bedrijf, dat wereldwijd 120.000 werknemers heeft. Mijn dagelijks werk is het vastleggen van de automatiseringsbehoefte bij een grote Nederlandse bank en het testen van programmatuur wat op basis van mijn vastlegging is geprogrammeerd. 

De eerste kennismaking met NLP
Tijdens een gesprek met mijn leidinggevende kwam het cursusaanbod ter sprake. Daar ik al enige jaren in het vak zit, bleven er voor mij weinig vakgerichte opleidingen over. Daarom kreeg ik de suggestie eens te kijken naar mijn “soft skills” (dit zijn bijvoorbeeld sociale en studievaardigheden). Een populaire cursus in dit soft skill gedeelte is een vierdaagse training met de naam “Workshop Excellent Communication”. Hierin zouden allerlei communicatietechnieken worden behandeld en aan rollenspelen (2) worden gedaan. Dit alles om het omgaan met communicatie te verbeteren.  

De eerste cursusdagen waren ingevuld, zoals je bij een dergelijke cursus mag verwachten. Allerlei technieken werden doorgenomen en in groepjes wat oefeningen gedaan, waarbij de nadruk werd gelegd op het observeren van de bewegingen van anderen. Ook werd gaandeweg steeds meer op onze woordkeus gelet. Op dag drie werden we uitgenodigd tot het houden van concentratieoefeningen. Gedurende één van deze oefeningen werd ons gevraagd terug te denken aan een situatie die voor jezelf niet prettig was geweest. Door middel van concentratie zou je dan deze situatie uit een ander gezichtspunt kunnen bekijken, waardoor de situatie anders in je herinnering zou worden vastgelegd.
De eerste concentratieoefeningen had ik al overgeslagen door op dat moment in gebed te gaan. Nu ging het echter veel verder. Onbewust moest ik toch terugdenken aan zo’n minder prettige situatie. Op dat moment kwam ineens helder het gebed terug, dat ik daarover toen had uitgesproken. De boodschap op dat moment was voor mij duidelijk. Deze oefening hebben wij als christenen absoluut niet nodig! We kunnen onze problemen bij God neerleggen en ze daar ook laten.

Reactie
In de plenaire bespreking van de laatst genoemde oefening, legde ik mijn zienswijze voor aan de cursusleider. Deze zat hier duidelijk even mee in zijn maag en opperde uiteindelijk dat ik de “spiritualiteit” had gebruikt om dit voor mezelf op te lossen. Op mijn vraag of hij al eens eerder met een dergelijke zienswijze in aanraking was gekomen, antwoordde hij ontkennend. Na afloop van de cursus ben ik direct op zoek gegaan naar wat NLP nu eigenlijk inhoudt. De aanduiding NLP kwam in elk geval niet voor in de informatie vooraf. Dit werd pas tijdens de cursus verteld. Veel twijfels die tijdens de cursusdagen bij mij waren opgekomen, werden via het internet snel beantwoord. Via datzelfde internet ben ik ook in contact gekomen met de vereniging Bijbel & Onderwijs, waarvan een bestuurslid mij attent maakte op het boek van drs. R.H. Matzken: “Neurolinguïstisch programmeren in bijbels perspectief”. Dit boek geeft uitstekend weer wat NLP inhoudt en hoe gevaarlijk het is.

Naast het bijbels perspectief is er ook nog een wetenschappelijke invalshoek. Daarover kan ik heel kort zijn. NLP komt voor op http://www.skepsis.nl/nlp.html en prof. Willem Levelt laat er weinig anders van heel dan dat het een serie technieken betreft die misschien werken, maar niets met neurolinguïstiek te maken heeft. (Willem J.M. Levelt is directeur van het Max-Planck-Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen.)  Het zijn ook niet de verschillende afzonderlijke technieken die gevaarlijk zijn, maar het geheel van deze technieken. Met name, omdat de technieken worden toegepast met als achterliggend doel mensen open te stellen voor allerlei boze machten.

 Verdere acties
Binnen het bedrijf waar ik werk, heb ik diverse mensen aangesproken over deze wijze van cursussen aanbieden. Zoals te verwachten was, waren de reacties nogal onverschillig. Alleen binnen de ondernemingsraad vond ik mensen bereid hier wat kritischer tegenover te staan en de werkgever aan te spreken over deze wijze van persoonlijke beïnvloeding. Daarnaast heb ik nog gesproken met onze bestuurder van de vakbond CNV. Deze was ronduit tegen het toepassen van NLP en heeft zijn medewerking toegezegd bij alle acties, die tegen deze cursus worden opgezet. Verder kon ik weinig anders doen dan collega’s waarschuwen, wat in enkele gevallen al heeft geleid tot het schrappen  van namen van de inschrijflijst voor deze cursus.

 Hoe verder?
Ik denk dat deze ervaring een boodschap in zich heeft. We moeten letten op de tekenen der tijd. Hoewel we absoluut niet geïnteresseerd zijn in andere godsdiensten, newagerituelen en wat dies meer zij, moeten we toch kennis hiervan nemen om zaken vroegtijdig te herkennen. Het antwoord op deze zaken, wat we door Gods Geest al hebben, kan dan in een veel eerder stadium gegeven worden.
Als voorbeeld noem ik een tweede situatie. Mijn oudste dochter volgde op haar middelbare school een faalangsttraining. Op een gegeven moment kwam zij thuis met de mededeling dat er een “anker” bij haar was geplaatst. Dit is een techniek die ook wordt toegepast bij NLP. Uiteraard heb ik haar direct van deze cursus afgehaald en de school geconfronteerd met wat ze in huis hebben gehaald. In geval ik niet zelf kennis had genomen van NLP via de cursus op mijn werk, zou ik het plaatsen van een “anker” niet herkend hebben. Het liefst zou ik dit in een eerder stadium hebben onderkend, maar dat is dan weer een les om in het vervolg nog meer attent te zijn op dit soort zaken.

 
G. van Charante

 Opmerkingen

1. Het is te waarderen, dat een bestuurder van het CNV afwijzend tegenover NLP staat.

2.Als op een school een cursus Smart Reading (snellezen) wordt gegeven, hebben de trainers doorgaans ook NLP ondergaan. 

3. NLP is een samentrekking van technieken uit verschillende wetenschappen: de gedragswetenschap (Gestalttherapie) met de linguïstiek of taalwetenschap en de cybernetica of stuurkunde met de neurologie. NLP maakt gebruik van trance en rapport (synchroon gedrag) om innerlijke krachten en bronnen te activeren en wordt gepropageerd als een krachtig wapen tot verandering, lees: wisseling in paradigma. NLP maakt daarnaast gebruik van diverse occulte technieken onder pseudowetenschappelijke namen, zoals regressietechniek (in trance reparaties uitvoeren in het verleden en zelfs in vorige levens). De grondregels van NLP staan in diverse opzichten haaks op de Bijbelse grondregels, zoals het maakbare mensbeeld en grenzen soms aan het occulte, zoals de zielsverhuizing en de ‘positieve bezetenheid’. Zie bijbelenonderwijs.nl, deelsites ‘B en O’ en ‘Occult en Licht’.

4. Zie voor rollenspelen bijbelenonderwijs.nl, deelsite ‘B & O’, onderwerp ‘Rollenspelen’.

1. Inleiding
Mijn bijdrage wil ik met enkele verzen uit Genesis 1 beginnen: 27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 28 En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels … 31 En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Wij zullen zien, hoe belangrijk het is dat wij ons deze woorden van God voor ogen houden, als wij op de concrete politieke en de maatschappelijke situatie letten. God heeft op de avond van de zesde scheppingsdag alles bekeken, wat Hij gemaakt had en toen Zijn beoordeling uitgesproken: “Zie, het was zeer goed.” Juist dit wordt echter tegenwoordig principieel bestreden.
De opstand tegen Gods orde gaat zover dat zelfs het biologische verschil tussen man en vrouw gedeeltelijk ontkend wordt. Bij dit onderwerp stoten wij op formuleringen die elk nuchter denkend mens en in het bijzonder elke Bijbellezer volkomen waanzinnig en irreëel schijnen, maar die serieus gemeend zijn en concrete gevolgen op ons leven hebben en in toenemende mate zullen hebben.
Twee voorbeelden:

  • Simone de Beauvoir: “Men komt niet als vrouw ter wereld, maar wordt het.” (ze bedoelt: je wordt door de maatschappelijke omstandigheden zo gemaakt).
  • Alice Schwarzer beweert, dat de aantekening “mannelijk” of “vrouwelijk” op de geboorteakte willekeurig is; je zou net zo goed klein of groot kind in kunnen vullen.

 2. Definitie
Het begrip bestaat uit twee delen: “gender” en “mainstreaming”. Gender (uitgesproken als dsjender) is in het Engels in de eerste plaats het woord voor het geslacht van een woord. Het wordt bij GM op de mens overgedragen en in plaats van, of in tegenstelling tot, het biologische geslacht (Eng.: sex) gebruikt. Volgens een definitie van Barbara Stiegler (de Fr. Ebert Stichting) kenmerkt gender “de maatschappelijk en cultureel gevormde rollen, rechten, plichten en belangen van mannen en vrouwen.”
Het man- of vrouwzijn wordt dus vooral als geaardheid, die historisch gegroeid is, opgevat, maar is niet absoluut en behoort niet tot het wezen van een mens. D.w.z.: met het begrip “gender” neemt men afscheid van de bepaling die men met het begrip “geslacht” verbonden ziet.
Het gender is niet vastgelegd, het is te veranderen. Daarom heeft de journalist Volker Zastrow voorgesteld om het begrip gender mainstreaming met “politieke geslachtsverandering” te vertalen.
Het begrip “mainstreaming” (lett. in de hoofdstroom brengen) betekent volgens de definitie van een Weense hulporganisatie “een bepaalde denkwijze in de ‘mainstream’ d.w.z. in alle programma’s en maatregelen overnemen en een vanzelfsprekende manier van handelen laten worden” (Stiegler).
GM is dus een strategie die alle beslissingen van een organisatie betreft. Vaak wordt in deze samenhang gesproken over “grondprincipe” en “een taak op elk gebied.” De toepassing van GM op organisaties is volgens dr. Barbara Stiegler zo omvattend dat er in een organisatie geen persoon [kan zijn], die zich niet tot dit principe verplicht voelt. Het gaat er in z’n totaal om het genderperspectief als algemeen principe in staatkundige en niet-staatkundige organisaties in te voeren. Doel van GM is volgens V. Zastrow “niets minder dan het voortbrengen van de nieuwe mens op de weg naar de vernietiging van de traditionele rollen voor man en vrouw.”
Hier zien wij al, dat de handelwijze uiterlijk zacht lijkt, maar radicaal is in zijn consequenties. De enkeling wordt niet de vrijheid gelaten om aan “traditionele”, of voor christenen aan Bijbelse, rollen vast te houden. Veeleer wordt hier werkelijk een ideologische zienswijze doorgezet door heropvoeding en gedwongen manier van handelen. David Lee Mundy schrijft in een artikel voor een vaktijdschrift over deze werkwijze: “Het genderperspectief als levensbeschouwing bekeert andersdenkenden en vervolgt ongelovigen. Het doel is om de naïevelingen te onderwijzen door de onderdrukkende gezagsstructuren bloot te leggen en iedereen in te schakelen in de strijd tegen de heersende opvatting. Men heeft de oorlog verklaard aan de heerschappij van de heteroseksuele (mannelijke) onderdrukker. Het gaat erom, controle te krijgen over de maatschappelijke instituten. Het gaat om de macht om te kunnen bepalen, wat waarheid is. Het genderperspectief is vooral in de academische wereld succesvol. Daardoor heeft ze de macht gekregen om een ieder, die tegen haar ideologie is, homofoob of irrationeel te noemen. Dit taboe, dat je in de academische wereld genderperspectief niet mag bekritiseren, wordt “progressieve hegemonie” genoemd. Het is niet verwonderlijk, dat de installatie van het genderperspectief en de regelingen ter bestrijding van “Discriminatie op grond van geslacht, ras … of seksuele geaardheid” (artikel 13 van EG-Verdrag, 29-12-2006) hand in hand gaan.
We kunnen hier al vaststellen, dat het bij gender mainstreaming om een agressieve en totalitaire ideologie gaat, die geen vrijheid laat. Daarmee is echter al het oordeel uit Bijbels standpunt uitgesproken, want God is een God van vrijheid: “De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid” (2 Kor 3:17)! De duivel daarentegen is uit op tirannie, of het nu met een politiek of met een vroom sausje overgoten is.

3. Historische ontwikkeling
a) Inhoudelijk
Inhoudelijk is GM uit het feminisme voortgekomen. Het is zo te zeggen een verdere ontwikkeling van het klassieke feminisme, dat met gelijkheidsbeleid en vrouwelijke vertegenwoordigers optreedt. Volgens Judith Butler, een van de aanhangsters van de radicale gendergedachte, moet gevraagd worden naar het waarom van het begrip “vrouw”. Ze wil alle geslachtskenmerken ter discussie stellen, omdat ze het met achterdocht bekijkt. Het resultaat is (ook voor haar) open. Het is de poging om alle vormen van heerschappij en onderdrukking, die zogenaamd ontstaan uit de maatschappelijk gevormde indeling van de geslachten man en vrouw,  af te schaffen en de nieuwe mens te creëren, die in volkomen vrij zelfbeschikkingsrecht zijn eigen identiteit kan kiezen – vrij van vastgestelde geslachtsrollen, geslachtskenmerken en tenslotte ook vrijgemaakt van de biologische omstandigheden.
Tot deze conclusie komt ook de biologe Donna Haraway: “De biologie is een tak van de politieke discussie en geen naslagwerk van de objectieve waarheid.” Hoe het concreet wordt, laat een lezing van haar in Bielefeld zien .Zij presenteert daarin een tegenover elkaar plaatsing van traditionele en denkbare alternatieve geslachtsconstructies. Daarbij gebruikt ze drie categorieën: gender (geslachtsrol); desire (begeerte tussen mensen) en seks (biologisch geslacht). Dan verdeelt ze de traditionele geslachtsconstructies weer in drie aspecten, waarbij ik me hier tot de eerste beperk, nl. het duale aspect, wat dan alternatief door “veelvoudig” i.p.v. duaal (tweevoudig) wordt gekenmerkt. Daarbij schrijft mevr. Stiegler onder de categorie “gender”als traditioneel geslachtskenmerk: “Er zijn alleen mannelijke en vrouwelijke rollen.”
Als alternatieve constructie beweert zij: “Er zijn aan de andere kant maatschappelijke rollen die de mannelijke en vrouwelijke rollen accepteren.. Onder de categorie “desire”: 1. Traditioneel: er is slechts de begeerte van de man naar de vrouw en van de vrouw naar de man.” 2. Alternatief: “De begeerte tussen personen is mogelijk onafhankelijk van het geslacht.” En onder de categorie “seks”: 1. Traditioneel: “Er zijn alleen mannelijke en vrouwelijke geslachtskenmerken. 2. Alternatief: “Iedere persoon heeft  zowel mannelijke als ook vrouwelijke geslachtelijke kenmerken. Tweeslachtigheid en transseksualiteit gelden als normaal.”
Dit voorbeeld geeft al het doel van deze denkwijze aan: De totale opheffing van Gods scheppingsorde aan. Het moet de kinderen er al van kleins af aan ingepompt worden, dat alle vormen van seksualiteit en geslachtsidentiteit normaal zijn. Dit mag niet beoordeeld en daarmee afgekeurd worden.
Als christenen staan wij hier heel snel aan de grens waar uitspraken van ons of onze kinderen als discriminatie en dan eventueel als strafbare houding beschouwd worden.

b) Politiek
Als je ernaar vraagt hoe dit programma, het genderperspectief, tot normale fundamentele denkwijze van alle openbare en privéorganisaties te vormen is, ingang tot de politiek vond, moet je teruggaan naar twee wereldvrouwenconferenties van de Verenigde Naties: in 1985 werd in Nairobi het idee van de genderpolitiek ontwikkeld. Op de conferentie in Peking in 1995 werd er een zogenaamd “actieplatform” aangenomen dat de GM behelst: “Een actief en zichtbaar beleid om het genderperspectief op alle niveaus van de politiek en in alle programma’s tot de belangrijkste stroming te maken.” Op 8 december 1995 werd het actieplatform in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen (resolutie 50/52) met de nadrukkelijke verklaring dat ze alleen een adviserend karakter, d.w.z. volkenrechtelijk geen bindende werking heeft.
Direct daarna werd GM met bindend karakter in het beleid van de Europese Unie ingevoerd (Besluit van de EU-Ministerraad van 22 december 1995), tot het tenslotte in 1997 bij het Verdrag van Amsterdam geaccepteerd werd en sindsdien in artikel 3, sub 2 van het verdrag van de Europese Gemeenschap staat. Daar staat vermeld, nadat in sub 1 de activiteiten van de gemeenschap opgesomd zijn: “Bij alle in dit artikel genoemde taken streeft de gemeenschap ernaar, ongelijkheden af te schaffen en gelijkstelling van mannen en vrouwen te bevorderen.”
Ook op nationaal niveau wordt GM langzamerhand als algemeen principe voor regeringen en overheidsinstanties vastgelegd; en verder in vakbonden en federaties, in de grote evangelische kerken en in christelijke organisaties en bonden voor jeugdwerk. Het doel is, dat er geen maatschappelijk terrein overblijft waarin niet de principes van GM het handelen bepalen.

4. Geestelijke beoordeling

  • Als de zoekende mens de Bijbelse openbaring serieus zou nemen, zou hij inzien dat Gods scheppingsorde goed was – ja, zeer goed – en dat de structuren van onderdrukking en geweld niet op de schepping teruggaan en ook niet op de schepping van de mens als man en vrouw, maar op de zondeval, waardoor de zonde, de verwoesting en het leed in de wereld gekomen zijn.
    Maar de mens die zonder God leeft, die de openbaring van de Schrift afwijst, komt in een heleboel dwaasheden terecht: als er bijv. gezegd wordt: “Het verschil tussen jongens en meisjes is alleen maar door de opvoeding aangeleerd  en er in werkelijkheid alleen maar een minimaal genetisch verschil bestaat dat te verwaarlozen is”, dan leidt deze ideologie gewoon schipbreuk op de realiteit. Je hoeft het alleen maar aan moeders te vragen die jongens en meisjes hebben, of dat zo is. Alle moeders, die ik dit tot nu toe gevraagd heb, zeggen: “Wat een onzin! Jongens zijn heel anders dan meisjes” – en dan komen de voorbeelden.
    Dat hebben sommige ouders ook al moeten inzien, die hun kinderen bewust geslachtsneutraal wilden opvoeden. Het Duitse tijdschrift ‘Die Zeit’ berichtte al in haar editie van 28 juni 2007 over een gezin dat eerst een jongen kreeg, waarbij de neutrale opvoeding scheen te lukken en toen kregen ze een twee-eiige tweeling: een jongen en een meisje en hoewel ze hun dezelfde opvoeding gaven en bewust probeerden om rollenclichés te vermijden, was het resultaat verpletterend: de jongen wilde absoluut niet met poppen spelen, maar met brandweerauto’s en het meisje koos altijd roze kleren uit, hoewel de moeder alleen broeken droeg.
    Als deze ouders de Bijbel serieus hadden genomen, dan hadden ze zich dit experiment kunnen besparen, want dan hadden ze geleerd: God schiep hen in den beginne als man en vrouw! Wat wij nodig hebben, is dat wij ons door de Bijbel laten zeggen, hoe God man en vrouw bedoeld heeft. Zo kunnen wij onze identiteit vanuit God vinden.
  • Achter GM staat het totale verzet tegen God en Zijn scheppingsorde. De mens heeft het vergif van de oude slang in zich: “Gij zult als God zijn!” In de tijd voor Jezus’ wederkomst wordt God radicaal losgelaten. De mens wil zijn eigen heer zijn. Hij wil autonoom d.w.z. zijn eigen rechter zijn. Absolute waarden worden niet geaccepteerd, maar men zegt o.a.: “Goed is wat voor mij goed is.” Deze mens van de eindtijd, die God losgelaten heeft, wil zichzelf ontplooien, zichzelf ontwikkelen en gaat tot het uiterste in zijn zelfbeschikkingsrecht. De laatste belemmering, die hem hindert, is de vanaf de schepping gegeven biologische bepaling van de geslachten. Alleen dit herinnert de mens nog aan zijn Schepper en daarmee aan zijn verantwoordelijkheid tegenover God. Ook dit gegeven moet weg en daarom probeert de mens zich te ontdoen van dit laatste scheppingsfeit. Het is de beweging ‘Los van God’ en tegelijkertijd de uiterste rebellie tegen deze God. Het is de ideologie van de anomia, de wetteloosheid, die volgens 2 Thess 2:4 en 7 het wezen van de antichrist is.
  • Het genderperspectief is een demonische verleidings- en dwangideologie. De onwetende mens wordt ertoe verleid, zijn identiteit niet vanuit God, d.w.z. vanuit de orde van God die hij in de Bijbel vindt, te laten bepalen. In plaats daarvan moet hij in een valse waan zelf naar de geslachtsidentiteit die hij voelt, handelen en een eigen rolgedrag ontwikkelen. Die weg moet in een catastrofe eindigen, als God niet met Zijn bewarende hand ingrijpt. Wij horen steeds meer van mensen die hun geslacht veranderen, zodat de collega op het werk die bijv. gisteren nog Daan heette, dan plotseling Daniëlle heet. Dat zal toenemen! Ik heb al over mensen gelezen die hun geslacht operatief hebben laten veranderen, omdat ze door de genderideologie waren verleid en toen tot geloof kwamen, de dwaalweg erkenden en dit toen, voorzover het nog mogelijk was, terug hebben laten draaien.Wat voor een verschrikkelijke psychische gevolgen dat heeft, kunnen wij ons helemaal niet voorstellen!
    Hetzelfde geldt voor de seksuele oriëntering: kinderen en jongeren, die opschool volgens de genderpropaganda gevormd worden, worden verleid tot homoseksualiteit, biseksualiteit en tot algemene seksuele vrijheid. Als men dit bekritiseert, moeten we er rekening mee houden, dat wij van discriminatie beschuldigd worden. Gender is een demonische dwangideologie, die direct uit de hel komt. Ze wil mensen heropvoeden, tegen de scheppingsorde van God in en daarmee is ze een verleidingsmacht en opstand tegen de goede en heilzame orden van God.

Onze troost is, dat onze Heer en de apostelen deze verleidingen van tevoren hebben aangekondigd (bijv. 2 Tim 3:1-4 en 9). Ze zijn in Zijn plan opgenomen en Hij blijft de Heer! Hij heeft ons beloofd: “En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleindig der wereld!” (Matt 28:20) En Hij bemoedigt ons: ‘Niemand kan jullie uit Mijn hand rukken!’ En de verhoogde Heer spreekt aan het eind van de Openbaring van Johannes (hoofdstuk 22:20): ”Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig.” En de gelovige gemeente antwoordt: “Amen, kom, Heere Jezus!”

 

Hermann Geller

Het artikel stond in Wort und Leben december 2007

Geraadpleegde bronnen:

  • Butler, Judith, Das Unbehagen der Geschlechter, 1e oplage 1991, pag. 15 (Eng. Origineel: Gender Trouble)
  • Mundy, David Lee, Die Auflösung von Geschlecht und die Dekonstruktion von Frausein und Mannsein in; bulletin – Nachrichten aus dem Deutschen Institut für Jugend und Gesellschaft (DIJG) 01/2007 (7e jaargang), pag. 36.
  • Stiegler, Barbara, voordracht “Gender macht Politik” op 20 november 2003 bij de Beruflichen Weiterbildungsverbund Bielefeld (BWB) en verder op http://www.bwb-bielefeld.de/Veranstaltungen/gender_mainstreaming-Dateien/frame.htm, Slide0007
  • Zastrow, V. Gender – Politische Geschlechtsumwandlung, Waltrop und Leipzig 2006, pag. 25.
  • Zastrow, V., s.o., pag. 21

 

 

 

INHOUDSOPGAVE: H. 1 Kennismaking met de islamH. 2 De KoranH. 3 VerlossingH. 4 Vrijheid van godsdienstH. 5 Ontmoeting en samenleven

Hoofdstuk 1. kennismaking met de islam

Doelen:

1. Je kunt in grote lijnen de levensloop van Mohammed beschrijven.2. Je kunt de 6 geloofspunten van de leer van de islam noemen en toelichten. 3.Je kunt de vijf zuilen van de islam noemen en toelichten.4. Je kunt de grootste stromingen in de islam, sjiieten en soennieten, kort typeren.5. Je kunt in grote lijnen beschrijven wat de verplichtingen zijn zowel van de man als van de vrouw in de Islam. 6. Je kunt de volgende islamitische begrippen uitleggen: islam, koran, moslim, ramadan, zakkaat, hadj, shahada.

INTRODUCTIEOPDRACHTEN:
Maak een keuze uit één van onderstaande opdrachten. Deze opdrachten kunnen als introductie dienen op de lessen of als verwerking. 1. Onderzoek de feesten van de islam.
Werk minimaal twee feesten nader uit. Wanneer wordt het gevierd, waarom en hoe, enz
Vergelijk deze feesten met de christelijke feesten.

2. Er zijn diverse internetsites waarop je allerlei informatie kunt vinden over de islam.
Surf naar deze sites en geef aan wat je er zoal in kunt vinden.
Daarna geef je in minimaal 150 woorden een reactie, je geeft dus een persoonlijke beoordeling.

3. De islam kent allerlei richtingen. De twee meest bekende zijn de Soennieten en de Sjiieten. Zoek uit wat de belangrijkste verschillen zijn. (Noem minimaal 3 verschillen)

Hoofdstuk 2. de koran

Wat is de koran?

Oorsprong
Voor de moslims is de koran het woord van Allah. Het is een werk van bovenaardse oorsprong. De door Moham­med (in een periode van 23 jaar) ontvangen openbaringen worden beschouwd als uittreksels uit ‘een zich bij Allah bevindend, op een goed bewaarde lei geschre­ven boek.’ Het is de laatste van Gods heilige boeken.

Mohammed zelf, zo wordt geloofd, kon niet lezen of schrijven, maar schrijvers werden door hem aangesteld, om elk geopenbaard vers op te schrijven. De koran werd in het Arabisch geopenbaard. OPDRACHT 1. Maak voor deze opdracht gebruik van internet of andere bronnen in de bibliotheek.a. Noem een aantal strafbepalingen uit de shari’ah.……………………………………………………………………..……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..…………………………………………………………………………………………………………………….b. In welke landen wordt de shari’ah nog uitgevoerd?
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………c. Waarom wordt de shari’ah in sommige landen wel uitgevoerd en in andere niet?
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Opdracht 3.GROEPSOPDRACHT We gaan op zoek naar verschillen en overeenkomsten tussen de Bijbel en de Koran.

Koran Bijbel
1. Ontstaan:
2. chronologie:
3. vertaling(en)
4. doel:

Hoofdstuk 3. Verlossing

Opdracht 1:
A. Zoek op een internetsite welke spijzen halal zijn. Zie bijlage met internetsites achterin.……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… B. Zoek eveneens een aantal spijzen op, die haram zijn.…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….

Hoofdstuk 4 VRIJHEID VAN GODSDIENST
Is de islam een religie van vrede en vrijheid? Je kunt niet spreken over HET christendom, net zo min als je kunt spreken over DE islam. Binnen de islam zijn verschillende stromingen, net zoals er ook binnen het christendom verschillende opvattingen zijn.Vanuit de media lijkt het beeld op ons af te komen dat de islam een wrede en gewelddadige godsdienst is. Maar voor we aan dit hoofdstuk beginnen is het goed om ons te realiseren, dat een deel van de moslims niet radicaal of extremistisch is. Veel moslims in Nederland zijn geseculariseerd en voelen zich wel met de islamitische cultuur verbonden, maar minder met de godsdienst.Aan de hand van een aantal opdrachten en krantenberichten gaan we kijken naar de vraag of de islam een religie van vrede en vrijheid is. Het is goed om ons hierbij te realiseren dat de islam in Saoedi-Arabië een ander gezicht heeft dan de islam, zoals wij die in ons land tegen komen. Beide gezichten komen voor, maar ze moeten op zichzelf geen karikatuur van héél de islam worden.

Opdracht 1
a. Omschrijf wat je verstaat onder vrijheid van godsdienst.…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………b. Noem minimaal 3 punten, waarin deze vrijheid tot uiting komt.………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Hoofdstuk 5. ONTMOETING EN SAMEN-LEVEN Dialoog?! Wil er sprake zijn van wederzijds begrip tussen christenen en moslims, is het noodzakelijk elkaar persoonlijk te ontmoeten en met elkaar in gesprek te gaan, de zogenaamde dialoog. Alleen op deze manier zullen overeenkomsten en verschillen het best aan het licht komen. Deze dialoog kan op verschillende manieren ingezet en geïnterpreteerd worden. Vooraf is het goed om eerst na te denken over welke voorwaarden voor ontmoeting nodig zijn. Opdracht 1 Ontmoeting

  1. Noem 5 punten, die nodig zijn om elkaar (christenen en moslims) te ontmoeten en met elkaar in gesprek te komen over elkaars geloof.
    a.………………………………………………………………………………………………………………………………………………..………………………………………………………………………..

b. ……………………………………………….………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………………….
c. ………………………………………………………………………………….……………………..
…………………………………………………………………………………………………………….
d. ………………………………………………………………………………………………………….
…………………………………………………………………………………………………………….
e. ………………………………………………………………………………………………………….
…………………………………………………………………………………………………………….

  1. Lees het verhaal van de barmhartige Samaritaan in Lukas 10:25-37.
    Wat is de boodschap van deze gelijkenis?
    …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Opdracht 2 Mensenrechten a. Lees de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (zie bijlage achterin).Noem punten die volgens jou in overeenstemming zijn met de Bijbel en welke gaan volgens jou daar tegenin?…………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………

Waarom wordt de Joodse staat Israël in het overwegend Arabische Midden-Oosten ook na meer dan 55 jaar maar zo moeizaam geaccepteerd? Dit soort vragen krijg ik regelmatig bij lezingen over de politieke achtergronden van het Arabisch-Israëlisch conflict. Al naar gelang het publiek komt men met antwoorden als: Israël maakt het er zelf naar (links publiek), of: de Arabische staten zijn allemaal schurken (rechts publiek). De interessante discussie die dan op gang komt, heeft meestal te maken met allerhande historische politieke gebeurtenissen – waarbij de historische werkelijkheid altijd complexer is dan onze stereotypen en vooroordelen. In dit artikel wil ik aandacht vragen voor een veelal vergeten oorzaak van de verstoorde relatie tussen Joden en Arabieren.

Het Midden-Oosten wordt islamitisch
In de tijd van Mohammed beginnen er spanningen te ontstaan tussen Arabieren en Joden. De Joden weigeren hem als nieuwe profeet te erkennen. Zijn aanvankelijke sympathie verandert in haat. Heel streng klinkt zijn oordeel over de Joden die niet in hem willen geloven: ‘Nu gij een boek van Allah ter bevestiging van uw vroegere openbaring aangereikt hebt gekregen, hebt gij het geweigerd (…) moge dan de vloek van Allah over de ongelovigen komen.’De Joden krijgen ook als eerste te maken met de vijandschap van de nieuwe godsdienst. De historicus Edward Gibbon beschrijft hoe het eraan toeging na Mohammeds overwinning op de Joodse Benu-Kainuka: ‘Zevenhonderd Joden werden in ketenen naar de marktplaats gesleept in het midden van de stad; ze werden levend in hun inmiddels gegraven graf gegooid. De profeet keek onbewogen naar de slachting van de hulpeloze slachtoffers. Hun schapen en kamelen werden ingepikt door de moslims.’ In het jaar 628 worden de laatste Joodse gemeenschappen op het Arabische Schiereiland door de legers van Mohammed op gewelddadige wijze onderworpen. In honderd jaar tijd weten moslims het hele Midden-Oosten te veroveren.

De dhimmi-status
De opvolger van Mohammed, kalief Omar, stelde een twaalftal wetten in onder welke een Jood of een christen mocht blijven wonen onder de heerschappij van de islam. Hieronder volgt er een aantal:• Hun huis moet twee ingangen hebben: een normale ingang en een heel lage ingang, waarje alleen kruipend op je knieën doorheen kunt. Als er een moslim op bezoek komt, gaat hij   door de normale ingang naar binnen, maar de Jood of christen moet op zijn knieën door de lage ingang.• Joden of christenen mogen geen moslimslaven of -knechten in dienst hebben.• Joden en christenen mogen geen paard rijden. Want als je op een paard zit, verheft men zich boven de moslim. Bovendien is een paard een edel dier.• Men mag geen wapens dragen.• Joden en christenen mogen qua kleding niet op moslims lijken. Joden moeten gele kleding,  gordels en hoeden dragen. Ook de kleur van de schoenen moet anders zijn dan die van de  moslims.• Joden en christenen mogen tijdens hun samenkomsten hun stem niet verheffen.• Joden en christenen moeten per hoofd van de bevolking een speciaal soort belasting betalen  (de jizya geheten).Al deze maatregelen waren bedoeld om aan te geven hoe de verhoudingen lagen. Joden en christenen mochten als ‘mensen van het boek’ (ze hadden tenslotte een eerdere openbaring van Allah ontvangen) blijven wonen in de door de islam gedomineerde wereld, maar wel als een soort tweederangsburgers. Hun officiële titel luidt: dhimmi.

Effecten van de dhimmi-status
Eeuwenlang worden Joden en christenen binnen het islamitische Midden-Oosten behandeld als minderwaardige wezens. De toepassing van de dhimmi-wetten ging gepaard met wisselende gradaties van wreedheid, afhankelijk van het karakter van de betreffende moslimheerser. Wanneer de regering fanatiek was, was het leven voor de Joden niet meer dan slavernij. Deze situatie begon in de zevende eeuw en duurde voort tot ver in de twintigste eeuw. Het creëerde een situatie waarin het ‘normaal’ is dat een Jood of christen onderdanig is aan de moslim. Een paar getuigenissen illustreren dit. Het getuigenis van een buitenlandse docent in het Jemen van 1920 over de daar woonachtige Joden luidt: ‘De Joden hier hebben het erg slecht. Als ze worden misbruikt, luisteren ze zwijgend, net alsof ze het niet begrijpen. Als ze worden aangevallen door Arabische kinderen met stenen, vluchten ze.’ Het getuigenis van Sir Tom Hickinbotham uit het Aden van 1947: ‘De Joden zijn over het algemeen erg op zichzelf, hun contacten met de Arabieren waren meestal redelijk goed. De Arabieren beschouwen hen als inferieure schepsels; zolang ze hun minderwaardige plaats maar kennen, zijn er geen problemen. Maar zo gauw de Joden vergeten dat ze Joden zijn en zich gedragen alsof ze mensen zijn, komen er serieuze problemen.’ Een laatste getuigenis, uit het Irak van 1909: ‘De houding van moslims tegenover christenen en Joden is die van een meester tegenover slaven, die hij behandelt met meesterlijke tolerantie, zolang ze hun plek maar kennen. Elk teken dat gelijkheid pretendeert, wordt direct de kop ingedrukt.’ Deze voorbeelden zijn het resultaat van een eeuwenlang proces van discriminatie waar de Jood werd gedegradeerd tot minder dan een mens. Alhoewel de politieke realiteit sinds 1948 ingrijpend is veranderd, wil dat niet zeggen dat het oerbeeld van de Jood als dhimmi daarmee ook is veranderd. 

Dar-al islam en dar-al garb
De permanente dhimmi-status van Joden en christenen wordt verankerd in de islamitische theologie.Binnen de islam wordt de wereld verdeeld in twee gebieden: de ‘dar al islam’ en de ‘dar al garb’. Dar al islam betekent: ‘huis van de islam’ – dat deel van de wereld waar de islam al meerdere decennia de dienst uitmaakt. Daartegenover staat de dar al garb, wat ‘huis van de strijd’ betekent – dat deel van de wereld waar de islam nog niet de baas is. Tussen deze twee gebieden bestaat altijd een zekere spanning. Het uiteindelijke doel van de wereldgeschiedenis is dat de dar al islam de hele wereld zal omvatten. De dar al islam zal langzaam kleiner worden en uiteindelijk helemaal verdwijnen. Een gebied dat eenmaal tot de dar al islam behoort, kan niet meer ‘terugvallen’ tot dar al garb, dat is theologisch onmogelijk. Hier tekent zich in de recente geschiedenis van het Midden-Oosten een heel groot probleem af. In 1948 werd de Joodse staat Israël gesticht, precies in het midden van het historische hartland van de dar al islam. Dit is vanuit de islamitische theologie onmogelijk. Israël is op ideologisch niveau een staat die niet kan en niet mag bestaan. Het is islamitische grond, onderdeel van het huis van de islam. In islamitische ogen is de staat Israël een opstand van de Joodse dhimmi’s. Deze opstand moet met alle middelen (jihad) worden neergeslagen en de situatie van voor 1948 moet worden hersteld. 

Conclusies
Het hele dhimmi-denken, gekoppeld aan de plek die het grondgebied van de staat Israël  inneemt in het islamitische denken, is mijns inziens ten onrechte zeer onderbelicht in het huidige spreken over het conflict tussen Israël en de Arabieren. Wil er ooit kans zijn op een algehele vrede tussen Israël en de Arabische wereld, dan zal er een diepgaande bezinning op gang moeten komen in de Arabische wereld op bovengenoemde punten. Pas als er sprake is van gelijkwaardigheid, is er echte communicatie mogelijk.

 

W. Hoogendijk/De Oogst november 2007Voor meer informatie over de dhimmi-status, met veel historische en actuele voorbeelden, zie www.dhimmi.com of het excellente boek van Bat Ye’or, The Dhimmi, Jews and Christians under Islam.

LESKATERN voor godsdienst in de Tweede Fase v.o.

 

LESKATERN voor godsdienst in de Tweede Fase v.o.

INHOUDSOPGAVE:

H. 1 Kennismaking met de islam

H. 2 De Koran

H. 3 Verlossing

H. 4 Vrijheid van godsdienst

H. 5 Ontmoeting en samen-leven

 

Een kleine selectie uit de leskatern:

Hoofdstuk 1. kennismaking met de islam

Doelen:

1. Je kunt in grote lijnen de levensloop van Mohammed beschrijven.

2. Je kunt de 6 geloofspunten van de leer van de islam noemen en toelichten.

3. Je kunt de vijf zuilen van de islam noemen en toelichten.

4. Je kunt de grootste stromingen in de islam, sjiieten en soennieten, kort typeren.

5. Je kunt in grote lijnen beschrijven wat de verplichtingen zijn zowel van de man als van de vrouw in de Islam.

6. Je kunt de volgende islamitische begrippen uitleggen: islam, koran, moslim, ramadan, zakkaathadj,shahada.

INTRODUCTIEOPDRACHTEN:

Maak een keuze uit één van onderstaande opdrachten.

Deze opdrachten kunnen als introductie dienen op de lessen of als verwerking.

1. Onderzoek de feesten van de islam.
Werk minimaal twee feesten nader uit. Wanneer wordt het gevierd, waarom en hoe, enz
Vergelijk deze feesten met de christelijke feesten.

2. Er zijn diverse internetsites waarop je allerlei informatie kunt vinden over de islam.
Surf naar deze sites en geef aan wat je er zoal in kunt vinden.
Daarna geef je in minimaal 150 woorden een reactie, je geeft dus een persoonlijke beoordeling.

3. De islam kent allerlei richtingen. De twee meest bekende zijn de Soennieten en de Sjiieten. Zoek uit wat de belangrijkste verschillen zijn. (Noem minimaal 3 verschillen)

Hoofdstuk 2. de koran

Wat is de koran?

Oorsprong

Voor de moslims is de koran het woord van Allah. Het is een werk van bovenaardse oorsprong. De doorMoham­med (in een periode van 23 jaar) ontvangen openbaringen worden beschouwd als uittreksels uit ‘een zich bij Allah bevindend, op een goed bewaarde lei geschre­ven boek.’ Het is de laatste van Gods heilige boeken.

Mohammed zelf, zo wordt geloofd, kon niet lezen of schrijven, maar schrijvers werden door hem aangesteld, om elk geopenbaard vers op te schrijven. De koran werd in het Arabisch geopenbaard.

 

OPDRACHT 1.

Maak voor deze opdracht gebruik van internet of andere bronnen in de bibliotheek.

a. Noem een aantal strafbepalingen uit de shari’ah.

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………….

b. In welke landen wordt de shari’ah nog uitgevoerd?

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………….

c. Waarom wordt de shari’ah in sommige landen wel uitgevoerd en in andere niet?

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………….

Opdracht 3.

GROEPSOPDRACHT

We gaan op zoek naar verschillen en overeenkomsten tussen de Bijbel en de Koran.

Koran Bijbel
1. Ontstaan:
2. chronologie: 
3. vertaling(en) 
4. doel: 

 

Hoofdstuk 3. Verlossing

Opdracht 1:

A. Zoek op een internetsite welke spijzen halal zijn. Zie bijlage met internetsites achterin.

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………….

 

B. Zoek eveneens een aantal spijzen op, die haram zijn.

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………….

Hoofdstuk 4 VRIJHEID VAN GODSDIENST

Is de islam een religie van vrede en vrijheid?

Je kunt niet spreken over HET christendom, net zo min als je kunt spreken over DE islam. Binnen de islam zijn verschillende stromingen, net zoals er ook binnen het christendom verschillende opvattingen zijn.

Vanuit de media lijkt het beeld op ons af te komen dat de islam een wrede en gewelddadige godsdienst is. Maar voor we aan dit hoofdstuk beginnen is het goed om ons te realiseren, dat een deel van de moslims niet radicaal of extremistisch is. Veel moslims in Nederland zijn geseculariseerd en voelen zich wel met de islamitische cultuur verbonden, maar minder met de godsdienst.

Aan de hand van een aantal opdrachten en krantenberichten gaan we kijken naar de vraag of de islam een religie van vrede en vrijheid is. Het is goed om ons hierbij te realiseren dat de islam in Saoedi-Arabië een ander gezicht heeft dan de islam, zoals wij die in ons land tegen komen. Beide gezichten komen voor, maar ze moeten op zichzelf geen karikatuur van héél de islam worden.

Opdracht 1

a. Omschrijf wat je verstaat onder vrijheid van godsdienst.

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………….

 

b. Noem minimaal 3 punten, waarin deze vrijheid tot uiting komt.

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………….

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………….

Hoofdstuk 5. ONTMOETING EN SAMEN-LEVEN

Dialoog?!

Wil er sprake zijn van wederzijds begrip tussen christenen en moslims, is het noodzakelijk elkaar persoonlijk te ontmoeten en met elkaar in gesprek te gaan, de zogenaamde dialoog. Alleen op deze manier zullen overeenkomsten en verschillen het best aan het licht komen. Deze dialoog kan op verschillende manieren ingezet en geïnterpreteerd worden.

Vooraf is het goed om eerst na te denken over welke voorwaarden voor ontmoeting nodig zijn.

 

Opdracht 1 Ontmoeting

 

1. Noem 5 punten, die nodig zijn om elkaar (christenen en moslims) te ontmoeten en met elkaar in gesprek te komen over elkaars geloof.

a…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

b.……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

c. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
d. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
e. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

 

2. Lees het verhaal van de barmhartige Samaritaan in Lukas 10:25-37

Wat is de boodschap van deze gelijkenis?

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….
Opdracht 2 Mensenrechten

a. Lees de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (zie bijlage achterin).

Noem punten die volgens jou in overeenstemming zijn met de Bijbel en welke gaan volgens jou daar tegenin?

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….

Een essentieel onderdeel van de pedagogiek van prof. dr. Alfred Stückelberger is het leren omgaan met polariteiten: opvoeding tot zelfstandigheid in verantwoordelijkheid.

Tot één van de grote pedagogen uit de twintigste eeuw behoorde ongetwijfeld dr. Alfred Stückelberger uit Bazel (1899-1993). Er zijn maar weinig anderen die zestig jaar voor de klas hebben mogen staan, van onderwijzer op de lagere school tot professor in de pedagogiek. Samen met dr. Jan Waterink richtte hij een Europees samenwerkingsverband op.

In 1992 maakten wij persoonlijk kennis met de heer Stückelberger. Mede op zijn advies zijn wij begonnen met het schrijven van een eigentijdse, op de Bijbel gefundeerde, pedagogiek. Een samenvatting hiervan vindt u in de gelijknamige brochure (28 pag.), met als hoofdindeling:

I. Fundamenten van een Bijbels-gefundeerde pedagogiek

II. Bouwen aan een Bijbels-gefundeerde pedagogiek

III. Werken vanuit een Bijbels-gefundeerde pedagogiek.

Uit deze studie nemen we één (aangepaste) sectie over.

In de geschriften van dr. A. Stückelberger wordt pedagogiek gekenschetst als een terrein vol polaire begrippen en krachten (tegenstellingen die elkaar aantrekken en afstoten). Als voorbeeld noemt hij de gang van een kat in een weide. Sluipend gaat de kat zijn gang en alles blijft zoals het is totdat . . . de kat in de buurt komt van een muizenhol: dan beginnen al zijn zinnen te sidderen, zijn haren gaan overeind staan, hij heft zijn voorpoot en spant alle spieren tot de muis is gegrepen en in de bek van de kat wordt weggevoerd. In de polariteit tussen kat en muis staan beide op gespannen voet met elkaar, maar in de ontmoeting wordt deze functie opgelost.

Het menselijk leven is te vergelijken met een ‘weide’ vol polariteiten (tegenpolen) en de ontmoeting waarin deze polariteiten worden ‘opgelost’. De polariteiten roepen gedachten op en leiden tot handelingen om daarmee de polaire spanning te ontladen. Voorbeeld. Een vader komt thuis en ziet dat zijn kleine jongen stiekem een sigaret rookt. In deze ontmoeting kan de jongen deze sigaret verbergen, of hij kan zijn vader ermee uitdagen. De vader kan doen alsof hij niets ziet, of hij kan zijn zoon hierover onderhouden. Er zijn dus verschillende mogelijkheden (aan beide kanten), maar altijd wordt de spanning der polariteiten in de ‘ontmoeting’ gebroken.

Pedagogiek is niet los te denken van het menselijk leven. Daarbij gaat het niet alleen om polariteiten tussen personen, maar ook en vooral tussen zaken. Voorbeelden.

  • Wij gunnen ieder mens graag zijn vrijheid, maar daarbij mag hij mij niet hinderen.
  • Wij streven samen naar eenheid, maar die mag niet ten koste gaan van de waarheid.
  • Wij wensen niet te discrimineren, maar: “slechte omgang bederft goede zeden,” 1 Cor. 15:33.

Het hele leven, ook het christen-leven, bestaat uit ‘polaire waarden’ die ons uitdagen ermee om te gaan, bijvoorbeeld zoals akkoorden in de muziek worden ‘opgelost’.
Zonder polariteit, aldus Stückelberger, is geen pedagogiek mogelijk, want deze vormt nu juist de grondslag en doel van de opvoeding. Wanneer men ‘het leven’ beschouwt als de kunst om aan polariteiten gestalte te geven, kan men de pedagogiek kenmerken als “de kunst om op verantwoorde wijze aan polariteiten gestalte te geven.” Hiermee wordt dus altijd een waarde-oordeel gegeven, ook al wordt dit door onze (post)moderne pedagogen ontkend. Polariteit roept dus om ontlading en daar waar deze zinvol geschiedt, ervaren wij dit als zinvolle opvoeding. Leven in een spanningsvolle ontmoeting is slechts mogelijk in het zicht van de mogelijke ont-spanning, die altijd een functie van de polariteit dient te zijn.

Goede pedagogiek verstaat de kunst om de polariteit vruchtbaar te maken. Hier ligt een duidelijk verschilpunt tussen pedagogiek die zich normeert aan de Schrift en de vele vormen van ideologische pedagogiek die zich allen richten naar de ‘wereld-elementen’ van de tijdgeest. Zo’n tijdgebonden pedagogiek stelt zich op als de ‘uitvoerende macht van een levensbeschouwing en deze tijdgeest-pedagogiek is altijd eenzijdig en legt de nadruk op bepaalde waarden, zonder deze in polair verband te brengen met andere waarden. Dit euvel kleeft zowel aan extreem-rechts (t.a.v. het vreemdelingenbeleid) als aan groen-links (t.a.v. het milieubeleid).

Christelijke opvoeding kent één uitgangspunt en twee grondwaarden.
Het uitgangspunt is: de vreze des Heren, dat wil zeggen: rekening houden met datgene wat God aangaande Zichzelf heeft geopenbaard. Dit is dus: ‘opvoeden naar Gods Woord’, pedagogiek genormeerd aan de Heilige Schrift.
De twee grondwaarden zijn: kennis en wijsheid.

‘Kennis’ vinden wij uiteraard in de natuurlijke en cultuurlijke omgeving, waarin mensen opvoeden en opgevoed worden. Maar in de eerste plaats is deze ‘kennis’ te vinden in de Bijbel, met name in de Torah-boeken (Genesis tot Deuteronomium) en de leergeschriften (brieven der apostelen).
Het grootste goed en het hoogste doel is om God te kennen, en daarmee ook de mens zoals God hem heeft bedoeld. Daaruit volgen alle wezenlijke ‘polen’ van menselijk handelen, zoals wij hierboven zagen. Deze worden hiermee volledig en evenwichtig in kaart gebracht.

‘Wijsheid’ is het vermogen om in iedere situatie te komen tot een verantwoorde afweging en keuze van polariteiten. Deze wijsheid is (ten dele) te leren uit ervaring, en daaronder is stellig ook te rekenen met ‘de les der geschiedenis’ (daarom is geschiedenis-arm onderwijs ook wijsheid-arm onderwijs). Maar in de eerste plaats is zij te vinden in de Bijbelboeken, met name de ‘wijsheids-literatuur’ zoals de Psalmen en Spreuken, Jakobus, voorts de Profeten en vooral ook de Evangeliën. Wijsheid in bijbelse zin is hét kenmerk van christelijke opvoeding: het is het vermogen om juiste keuzes te maken en zijn leven voor God te verantwoorden. Wijsheid is geen menselijke kwaliteit die men kan verwerven, maar een genade-gave die God schenkt aan wie daarom vragen (Jakobus 1:8).

Stückelberger somt een aantal van deze polariteiten op, die telkens weer roepen om een juiste, d.w.z. verantwoorde keuze, in een ‘ontspannende ontlading’. Wij nemen er een aantal van over en voegen enkele andere toe die nu erg actueel zijn.

  • ieders eigenwaarde versus Gods waarden, 2 Tim. 4:2
  •  liefde en begrip versus kastijden en tucht, 2 Tim. 1:7
  •  in stilte zwijgen versus zeggen waar het op staat, Amos 5:13
  •  mondige vrijheid versus preventieve regels, Gal. 5:1
  •  straf en sanctie versus vergeving en kwijtschelding, Luc. 1:77
  •  meedoen met anderen (solidair) versus alleen durven staan (solitair), 2 Tim. 2:22
  •  je volledig ontplooien versus het eeuwige leven grijpen, 1 Tim. 6:11
  • de begeerten der wereld volgen versus rein van hart zijn om ‘God te zien’.

Het is de levenstaak van iedere opvoeder om op verantwoorde wijze om te gaan met de polariteiten van het leven. Blijkens de Schrift kan dat alleen vanuit het rekenen met “alles wat uit de mond des HEREN uitgaat”, Deut. 8:3. Doen wij dat niet, dan vliegt de wijsheid het raam uit en moeten de opvoeders zich behelpen met hun eigen-wijsheid (die botst met de inzichten van hun kinderen/leerlingen).

Als waarschuwing tegen eenzijdig omgaan met polariteiten citeren wij Dietrich Bonhoeffer: “Gehoorzaamheid zonder vrijheid is slavernij; vrijheid zonder gehoorzaamheid is willekeur. De gehoorzaamheid bindt de vrijheid, de vrijheid adelt de gehoorzaamheid.”
Dat was heel belangrijk in een tijd van ‘Befehl ist Befehl’. Maar ook nu,in een tijd van spirituele wijsheid, zijn deze woorden van Bonhoeffer actueel!

 

drs. R.H. Matzken