RAGNAROCK
De ondergang van Gods volk:
‘Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis’ (Hosea 4:6)
Inleiding
We lezen in Gods Woord over een toename van oorlogen en natuurrampen in de eindtijd (Matt 24:6,7). Menigeen zal opmerken dat oorlogen en natuurrampen tot het ‘normale’ patroon behoren van de nieuwsberichten van alledag. Tot dit ‘normale’ patroon opgeschrikt werd door de tsunami van december 2004. Met in één klap meer dan 200.000 doden. Soms slaat deze klap als een bom in ons persoonlijke leven in, als in onze directe familie slachtoffers te betreuren vallen. Toch lijkt een megaramp van dit kaliber ons allen, al is het maar een moment, stil te zetten.
Wat is er aan de hand?
De Toveracademie
De TOVERACADEMIE (de kinderboekenweek van 5-15 oktober 2005). We horen over magische boeken die voorgelezen gaan worden; natuurlijk wordt er ook ‘op speelse wijze wat geoefend’ (toverstafjes maken, toverspreuken opschrijven en uitproberen e.d.) Misschien raken we wel in een lacherige stemming, als we horen dat enkele scholen, om het een ‘echt tintje te geven’ voor de grap ook echte heksen willen uitnodigen. Geinig. Spannend. Dat wil je je kinderen toch niet onthouden?
Wat is er aan de hand, dat er christenen zijn die een christelijk tegenoffensief niet kunnen waarderen en zich er wellicht zelfs aan storen? Wat is er aan de hand als Gods Woord, dat zo duidelijk alles wat op het gebied van het occulte ligt verbiedt (Deut 18:10-12, Lev 19:31,20:27), niet meer voldoende is om elke christen te overtuigen?
Ja, dat er om ‘hardere bewijzen’ gevraagd wordt.
Terwijl een tsunami op geestelijk terrein zich vóór onze (open?) ogen aankondigt.
Ragnarok
RAGNAROK, een megaspektakelfestival met (40.000 vierkante meter) MUZIEK-SPIRITUALITEIT-MYSTIEK, in de Zeelandhallen (Goes, 17-19 juni 2005).
[i]
Hier wordt het onmogelijke plotseling mogelijk, want er zal sprake zijn van een blij samenzijn van alle soorten mensen en geloofsovertuigingen, respect, tolerantie, genot, vrijheid, ruimdenkendheid (weg vooroordelen), een geweldig gevoel van eenheid.
Als je dat zo leest, wat kun je daar als christen dan tegen hebben? Organisator Walter Siepman merkt tegenover ongeruste christenen zelfs op, dat hij hun (strikte) waarden en normen respecteert, dat zij van harte welkom zijn (‘zondag is zelfs een soort gezinsdag, vaderdag’), dat er ook christelijke elementen in het festival zijn (in de vorm van christelijke boeken) en ‘Wat ik met Ragnarok wil, is, dat allerlei mensen met een mening gebroederlijk naast elkaar staan.’
[ii]
Wat is er aan de hand dat niet bij iedere christen direct de alarmbellen afgaan, als we een korte toets loslaten op deze tsunami?
Want dat is wat Gods Woord aan ons vraagt om te doen: ‘En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht’ (Ef 5:11,12).
Door deze toets zouden we er wel eens achter kunnen komen, dat als we niets doen, we straks nog veel meer dan 200.000 slachtoffers te betreuren hebben. Als wij willen blijven afwachten op nog meer bewijzen, zou het straks wel eens te laat kunnen zijn. Te laat voor veel kostbare kinderzielen die ongehinderd ter slachting worden geleid. Wie staat er voor hen op de bres?
Bijbelse toetssteen
Als we onze Bijbelse opdracht willen vervullen (’toetst alles, en behoudt alleen het goede’, 1 Thess 5:21), ons de ogen willen laten openen, zal vrij snel de dubbele bodem van al deze ‘onschuldige’ manifestaties in beeld komen. Dan ontdekken we plots dat er één is, die er alles aan gelegen is, dat diens plannen niet ontmaskerd worden. Dan zien we ineens het ware gezicht van dé initiator, die gespecialiseerd is in leugen, misleiding en moord (Joh 8:44, Op 12:9). Zijn plan is het zoveel mogelijk slachtoffers vast te laten lopen in een (occulte) fuik, waar je nooit meer uitkomt (tenzij en dan ook uitsluitend door ‘niemand anders dan Jezus alleen’). Onder het mom van ‘goddelijke verlichting’ laat hij je vier fases doorlopen:
1. INSTAPPEN,
2. VERKENNEN,
3. VERINNERLIJKEN,
4. VERWEZENLIJKEN.
In vier fasen naar “goddelijke verlichting”
In de eerste fase maakt iemand ‘vrijblijvend’ kennis met de occulte wereld (je staat nog aan de buitenrand van de TOVERACADEMIE of RAGNAROK).
In de tweede fase ga je je meer verdiepen in deze wereld, je spreekt er met mensen over ‘die verder zijn’, je leest er boeken over, het intrigeert en ‘boeit’ je. Je denken verandert geleidelijk aan (een ander paradigma, zie evenwel Rom 12:2).
In de derde fase laat je je inwijden (handoplegging, rituelen), ga je experimenteren (glaasje draaien, paranormale gaven en toverformules uitproberen: het blijkt nog te werken ook), je gaat ‘vrijblijvend’ naar een groep heel vriendelijke mensen (die zich heksen noemen). In deze fase ben je getransformeerd (occult ingewijd) en heeft een demonische macht vaste voet aan wal gekregen.
In de laatste fase (verwezenlijken) wil je anderen deelgenoot maken van je geweldige gedachtegoed (‘evangeliseren’: de hele wereld moet het weten). Je merkt ‘geleid’ te worden (door een ‘goede geest’, die zich soms zelfs ‘heilige geest’ laat noemen) tot ‘grotere opdrachten’: je hebt een speciale roeping namens de goede geestelijke wereld te werken aan een betere wereld, aan reiniging van ‘moeder aarde’ e.d. Stemmen kunnen soms oproepen tot ‘grotere offers’ (aan wie?): moord (op de Columbine High School, door jongeren die het spelletje DOOM hadden gespeeld)
Bij kinderen, die nog ‘een onbeschreven blad’ zijn, kan dit proces nog veel sneller verlopen. Bij kinderen van christenen wordt dit proces ook nog eens in de kaart gespeeld, daar waar kinderen niet meer echt in de vreze des Heren opgevoed worden (geen grenzen geleerd worden, Deut 6:4-9, Psalm 78:5-8, Spr 3:1-8,4:1-4,13:1,22:6)) en daar waar ouders geen zicht meer hebben op datgene waar hun kinderen zoal mee bezig zijn.
Soms begrijpen ouders er niets van, als hun kinderen plotseling last krijgen van depressies, onverklaarbare driftaanvallen, kinderstress, een proces van deformatie tot schepsels ‘die leven bij impulsen’ (zombies).
Wat is er aan de hand, als wij onze ogen sluiten voor de werkelijke vijand: de tsunami die ons huis overspoelde. Hoeveel bewijzen hebben we nog nodig? En hoever moet het nog komen voordat we ontwaken?
Eén wereldreligie
Want het gaat hard met de ‘onschuldige’ TOVERACADEMIE en RAGNAROK.
De duivel heeft haast (gaat rond als een brullende leeuw, 1 Petr. 5:8) veel argeloze kinderen (in een sneltreinvaart) in fase 3 en 4 te voeren. Hij krijgt de volle kans als we zijn bestaan en plannen ontkennen, als we niet meer bijbels willen toetsen en als we nog meer bewijzen willen. Van de duivel mogen ze in de TOVERACADEMIE graag en veel experimenteren met toverformules en paranormale krachten (witte magie om anderen te genezen of te zegenen, zwarte magie om lastige ouders of leerkrachten te vervloeken [natuurlijk noemt de duivel dit alles ‘goede krachten’ en wordt het woord ‘vervloeken’ veranderd in ‘positief beïnvloeden’) en in contact komen met echte heksen (‘zijn dat echt zo’n aardige mensen?’). Want hoe meer ze dat doen, hoe verder ze vast komen te zitten in zijn fuik.
Gods vijand vindt het prima: laat de kinderen (en volwassenen) maar hun hart ophalen in het ‘rijke aanbod’ van de RAGNAROK (voor ieder wat wils; Siepman merkt op: ‘Tevens hebben we een uitgebreid aanbod voor de allerkleinsten die op een speelse manier in aanraking komen met ruimdenkendheid’). Laat ze, liefst allen, een demonische inwijding ondergaan (door die zo aardige, vredelievende mensen, in werkelijkheid gezanten van de grote hoer van Babylon, Openbaring 16-18). Met iedereen die het terrein opkomt, weet de duivel wel raad.
Een occulte douche van meganiveau over elk hoofd door de fantastische samenwerking (in volledige eenheid) van heksen, sjamanen, waarzeggers, astrologen, reikimasters, spiritisten, paragnosten, chakrahealers, handlezers; een pandemonium overgoten met een rockfestival, beginnend met klankschalen, maar eindigend met opgezweepte ritmes en het optreden van deathmetal en heavy metal bands van de groepen ‘Demon’, ‘Death SS’, Goddess of desire, Desperation, Carpe Diem, een ‘Bal der duisternis’. Volop workshops, één ervan: ‘Ben jij een heks? Interesse? Hier kun je praten met jongeren met dezelfde interesses’. ‘Een grasveld met rituelen, meditaties, tipi’s, een heus heksencafé’ enzovoort. Siepman: ‘Na een of meer dagen zul je niet als hetzelfde mens het terrein afgaan…’
Gruwelijk, dat kostbare kinderzielen (maar ook van volwassenen) tijdens deze happenings voor onze ogen letterlijk kapot gemaakt worden. Rijpgemaakt voor satans eindtijdplan: een één-wereld-religie onder de bezielende leiding van de antichrist (wiens komst voor de deur staat). En we willen nog meer bewijzen.
Tot slot
Hoe kon en kan het zover komen? Hoe komt het dat de ene occulte vloedgolf zonder enige weerstand op zijn weg te ondervinden lijkt te volgen op de andere? De apostel Paulus merkt op, dat vóór de komst van de antichrist eerst ‘de afval’ moet komen (onder de christenen, 2 Thess 2:3). En het is heel triest, maar waar, dat we midden in de afvalrace van de christenheid beland zijn (in de postchristelijke landen in Europa en Noord-Amerika). De duivel vindt in toenemende mate geen strobreed meer in de weg voor zijn verderfelijke werk: toenemende wereldgelijkvormigheid, zich niet meer onder het gezag van Gods Woord willen plaatsen (wetteloosheid, normloosheid), schrikbarende afname van Schriftkennis (“Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis”, Hosea 4:6), er gaat nog nauwelijks wervende kracht uit van het christendom…”Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet…Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen. Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte…’ (Openb. 3:15-17).
Er is geen enkele reden tot roem en optimisme, maar voor iedere christen (ook voor mijzelf) tot diepe verootmoediging…(het is geenszins de bedoeling van deze overdenking te willen stellen, dat er helemaal niets gebeurt; er zijn Gode zij dank nog wakkere christenen; ik vrees –en ik hoop van harte dat ik er naast zit- voor de grootte van die groep).
We moeten als christenen dringend terug naar de Bijbel. Uitsluitend en alleen Gods Woord maakt ons weerbaar, waakzaam en nuchter en opent onze ogen in deze geestelijke oorlog, waarin we verwikkeld zijn, en waar meedogenloos slachtoffer op slachtoffer –kind op kind- valt (Heb 4:12-13,5:14, Ef 6:17, Rom 1:16-17, 1 Kor 1:18, 1 Petr 1:25, Psalm 119:105,130,160, Jes 55:11, Jer 23:29).
Met zijn Woord in de hand hebben we niet ‘nog meer bewijzen nodig’, maar staan we ‘ijzersterk’. Laat het niet zo zijn als eens Jeremia’s woorden aan een hardnekkig volk: ‘Zo zegt de HERE: Gaat staan aan de wegen, en ziet en vraagt naar de oude paden, opdat gij die gaat en rust vindt voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij willen niet luisteren’ (Jer 6:16).
Ter bemoediging moge tenslotte de volgende tekst dienen: ‘En toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods, met dit merk: de Here kent de zijnen, en: Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid’ (2 Tim 2:19).
Er circuleert op dit moment (2005) bij C & A zelfs kinderkleding met satanistische opdrukken (‘Devil’, ‘I love satan’, een heus satanistenpentagram)!
GERAADPLEEGDE BRONNEN:
ND 11-6-2005: ‘SGP en CU bezorgd om occult festival in Goes.’
New Age Handboek, R. Matzken, Buijten & Schipperheijn, 1990, pag.19-21.
Het occulte is dichtbij, R. Matzken, A. Nijburg, V. Kerkhof, J. Groen en Zoon, 1990, pag.48-51,78,96-97,100.
Kind en occultisme, R. Matzken, A. Nijburg, Stichting Moria, 1990, o.a. pag.25-29.
Rijp en gifgroen, R. Matzken, A. Nijburg, J. Groen en Zoon, 1992, pag.18-19.
Het occulte is dichtbij, pag.51.
R. van der Ven (ex-natuurarts, kent uit ervaring de gruwelijkheden van de occulte wereld. Hij heeft hierover geschreven in het boek ‘Niemand anders dan Jezus alleen’, Buijten en Schipperheijn)
Naschrift van de auteur
Door Gods geweldige genade is het gebed van vele christenen in verband met het rockfestival Ragnarock verhoord. Er zijn slechts enkele honderden bezoekers gekomen en de organisator is failliet gegaan. Dit mag ons niet verleiden tot overmoed en de gedachte ‘dat het allemaal nog wel meevalt’. God heeft deze tsunami nog willen tegenhouden. Het feit blijft dat Toveracademie en Ragnarock voorboden zijn van DE GROTE TOVERACADEMIE EN RAGNAROCK, het Babylon van de antichrist, dat voor de deur staat.
Pedagogiek, terug van weggeweest
Bijbel & Onderwijs constateert een tendens om ‘normatieve pedagogiek’ weer in het vakkenpakket op te nemen. Zij speelt hierop in met het aanbieden van een aantal pedagogische doelstellingen.
Aanleiding tot bezinning
Bij de beoordeling van leermethoden voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs bleek ons telkens weer hoever onze generatie is vervreemd van de pedagogische uitgangspunten die vroeger onder christenen – en deels onder alle opvoeders – gemeengoed waren. Voor veel deskundigen lijkt professioneel opvoeden vooral een zaak te zijn van het kiezen van de juiste instrumenten, met name de juiste methoden, die niet gebonden zijn aan een levensbeschouwing. Het eigenlijke opvoeden wordt dan overgelaten aan de man/vrouw voor de klas. De leerkrachten zijn echter onvoldoende toegerust om in te kunnen spelen op gecompliceerde of plotseling wisselende situaties, zoals die zich bij kinderen kunnen voordoen. Kinderen reageren immers onvoorspelbaar (en onvoorstelbaar) reageren op bepaalde gebeurtenissen.
Het interesseert ons uiteraard bijzonder hoe dit zover heeft kunnen komen. Daar gaan wij hier niet op in, al hopen wij hierop in het nieuwe jaar terug te komen.
Tegelijkertijd constateren wij bij sommige christelijke opleidingen een kentering, waardoor ‘normatieve pedagogiek’ weer in het vakkenpakket wordt opgenomen. De vereniging Bijbel & Onderwijs speelt hier graag op in en biedt bij deze als aanzet een aantal ‘pedagogische doelstellingen’ aan. Hierin zijn ook de pedagogische uitgangspunten van anderen (zoals het GPC te Zwolle) verwerkt.
Dikwijls worden als doelen van de opvoeding genoemd:
Hierover zal niemand het oneens zijn, maar ze zijn moeilijk te vertalen naar concrete opvoedingsdoelstellingen. Bovendien zijn het geen specifiek-christelijke doelstellingen, wat ertoe leidt dat de opvoedingsdoelstellingen niet alleen vaag zijn, maar ook nauwelijks kunnen worden gegrond op bijvoorbeeld een bijbelse mens- en kindvisie.
Dit is geheel anders wanneer wij de wezenlijke opvoedingsdoelen als volgt formuleren:
Deze uitgangspunten zijn als volgt te vertaken in concrete opvoedingsdoelstellingen:
Tegenstelling (en helaas dikwijls de praktijk)
B.
De vreze des Heren is het begin van alle kennis en wijsheid (Job 28:28, Ps. 110:10, Spr. 1:7 en 9:10). Ergo: opvoeding moet bijbelcentrisch en christocentrisch zijn.
Ieder kind is een unieke schepping met eigen talenten.
Opvoeding en onderwijs gericht op de ontplooiing van het individuele kind (individualisering)
Een-dimensionele opvoeding als (vorm van) conditioneren
2.
3.
De mens als . . . beelddrager van God
Leren maken van verantwoorde keuzes op alle levensterreinen: micro, meso en macro en hierop aanspreekbaar zijn
Creativiteit en verwondering als inzicht in de schepping en ontzag voor de Schepper
Geborgenheid in het zich aanvaard-weten zoals hij is
Waarachtigheid en gewetensvorming: leren accepteren en verinnerlijken van normen en waarden
Product van de evolutie
Op zichzelf gericht, stelt zichzelf als maatstaf.
Afstomping en verbijstering
Vereenzaming
Normloos en gewetenloos
5.
6.
De mens als . . . rentmeester van God
Begrip voor gezag en gehoorzaamheid. Straf en sanctie is rechtvaardig en gericht op herstel (Fennema)
Ethische en esthetische vorming, waarbij het eerste gaat boven het tweede.
Het vermogen tot ‘distantie’ en kunnen onderscheiden tussen fantasie en werkelijkheid
Aanreiken van (maatschappelijke en relationele) structuren en leren omgaan met polariteiten (zoals vrijheid en grenzen), gericht op zelfstandigheid.
Autonome zelfbeschikker
Anarchie, ontucht en bandeloosheid
Misvormde karakters en leven in droomwereld
Chaotisch, barbaars
Slachtoffers in afhankelijkheid
8.
9.
De mens . . . onderweg naar zijn bestemming
Begrip voor de zin en het doel van het leven.
Evenwicht tussen zelfontplooiing en dienst aan God en medemens, maatschappij en natuur.
Kunnen omgaan met feilen en falen van zichzelf en anderen, vanuit begrippen als vergeving, correctie en hoop.
Onderscheid tussen goed/kwaad; zoet/bitter en licht/ duisternis (Jes. 5:20).
Ergo: opvoeden tot waakzaamheid en weerbaarheid
Onderweg naar nergens
Zin- en doelloosheid
Somberheid maakt ‘kickzuchtig’
Verbitterd, stuurloos en wanhopig
Erop losleven volgens dictaat van de peergroup en de straat
Zoals zo vaak gebeurt, komt de kritiek op christelijke pedagogiek van twee kanten:
Ons antwoord is: Christenen zijn (net als joden) mensen van het Boek. Daarin heeft God ons Zijn wetten gegeven en verklaard, en die wetten zijn universeel, d.w.z. zij gelden voor alle mensen. Mensen die hiermee niet rekenen, zijn in die zin ‘gehandicapt’ dat hun opvoeding als ‘persoonsvorming’ op wezenlijke punten tekort schiet. Dit wordt ook steeds vaker erkend, bijvoorbeeld in de huidige roep om ‘herstel van waarden en normen in onze samenleving’.
Ons antwoord vindt u in de laatste kolom met de uitgangspunten van humanistische pedagogiek en/of voorbeelden uit de ontspoorde praktijk.
drs. R.H. Matzken
Als dieren konden spreken
ALS DIEREN KONDEN SPREKEN (zie webshop)
Een prachtig boekje dat voor volwassenen én kinderen geschikt is. Laat u meevoeren met de monologen van de huismuis, het vogelbekdier en de regenworm en verbaas u over de grootsheid van de schepping en de Schepper! Dit boekje kan vanaf de leeftijd van ongeveer 12 jaar door iedereen gelezen worden.
Als dieren konden spreken, 128 blz., € 4,25
Een prachtig boekje dat voor volwassenen én kinderen geschikt is. Laat u meevoeren met de monologen van de huismuis, het vogelbekdier en de regenworm en verbaas u over de grootsheid van de schepping en de Schepper! Dit boekje kan vanaf de leeftijd van ongeveer 12 jaar door iedereen gelezen worden.
Het is absoluut niet alleen een kinderboek. Velen hebben de waarde van het boekje al ontdekt. Éen donateur bestelde bijvoorbeeld 40 exemplaren om ze in zijn gemeente jongelui en ouders aan te bieden.
Ter inzage hoofdstuk 1
RAGNAROCK
GERAADPLEEGDE BRONNEN:
Naar Narnia
Op een donkere middag vlak na kerst bezoek ik de bioscoop. Daar heb ik zelden tijd voor, maar deze keer heeft het een goede reden: de film Narnia draait! De hal van de bioscoop staat vol met ouderen en jongeren die, naar ik later begrijp, naar verschillende films gaan. Er draait ook een kinderfilm, dus daar zullen de meeste kinderen wel een bezoekje brengen. Dan gaan de deuren open en tot mijn verbazing gaan er veel kinderen de zaal in waar de Narnia-flim draait. Maar het is niet de kinderversie waar ik naar ga kijken…
alleen voor jou
suske en wiske
MET ‘DE SINISTERE SITE’ TEGEN HET GEVAAR VAN INTERNET???
Het verhaal.
Het verhaal begint met een tafereel uit ‘De orde der boze tovenaars’, waarbij een krachtmeting zal plaatsvinden. Dankzij een voorstel van zijn glazen bol komt tovenaar Zwanzerik op het idee, misbruik te maken van internet, wat het hele verhaal door speelt. Hij vangt kinderen via internet. Hij heeft deze kinderen nodig in zijn krachtmeting.
Vervolgens zien we tante Sidonia Suske waarschuwen tegen de gevaren van internet. Zwanzerik toont juist een clown op het scherm en vraagt de nietsvermoedende Suske (die het advies van zoëven in de wind slaat) of zij haar hand op het scherm wil leggen. Nadat zij dit doet, verdwijnt zij in de virtuele toverwereld die Zwanzerik gemaakt heeft, waaruit zij zelf niet ontsnappen kan.
Wiske en Lambik worden vervolgens via de ‘teletijdmachine’ in de website geflitst om Suske te bevrijden. Uiteindelijk wordt ook de zieke en snipverkouden Jerommeke in de site geflitst, want hij heeft een virus en dat zal de virtuele magie verbreken.Zij gaan naar professor Barabas die zegt: “Helahola, ik kan niet toveren, hoor! Hoewel… er is misschien een mogelijkheid. Het gedigitaliseerde veld kan dan wel magisch zijn, maar het werkt op de computer. Dat betekent, dat het met een computerprogramma is gemaakt.”
Uiteindelijk maken Suske, Wiske, Lambik en Jerommeke allemaal gebruik van de occulte glazen bol om weer uít het programma te komen. Suske – die in een konijn was omgetoverd – blijft betoverd. Doordat Zwanzerik vast is blijven zitten in zijn eigen virtuele val, wordt hem zijn toverkracht ontnomen. Op dat moment wordt de betovering verbroken en is alles weer ‘gewoon’.
Beoordeling
Voor de kinderen is dit een leuk en pakkend verhaal. Het ziet er goed uit en sluit aan bij de belevingswereld van de kinderen. Vroeger was ik helemaal weg van Suske en Wiske en had de hele serie bijna compleet. Toen ik kennis kreeg van het occulte en de gevaren daarvan, heb ik alle delen weggegooid, want zij staan vol van toverij en bovennatuurlijke dingen. De hele manier van denken in de Suske en Wiske-serie staat eigenlijk haaks op het Bijbels denken. Zo wordt bijvoorbeeld de geestenwereld in voorgaande albums doorgaans als leuk en onschuldig gebracht (denk bijvoorbeeld aan Sus-anti-goon).
Normaliter heeft de strip van Suske en Wiske nu niet direct een doelbewuste en zichtbare pedagogische lading. Dat is nu wel het geval. Dit nummer, dat door veel organisaties ‘van harte wordt gesteund’ heeft namelijk het doel om de kinderen te waarschuwen voor de ‘gevaren’ van internet.
Op treffende wijze wordt inderdaad verteld, hoe de ongehoorzame en naïeve Suske door het sinistere gezelschap van de boze tovenaars die een boos plan gesmeed hebben, regelrecht in de val loopt. Jammer is wel dat elementen uit de occulte wereld worden gebruikt
Het had zo’n goede en bruikbare strip kunnen zijn, omdat juist de boodschap, het gevaar van internet, duidelijk en eenvoudig wordt gebracht.
In deze strip zien we dat op het eind – tot twee maal toe – als oplossing het occulte (de glazen bol) moet dienen om het occulte op te heffen. Hoe de auteurs dit pedagogisch gezien willen verantwoorden, is mij een raadsel!
Erick Ligtenberg
Ontmoeting met de voorouders
Stel u eens voor dat Lamech, de vader van Noach, tegen Adam zegt: “Adam, vertel me nog eens hoe het was om met God te praten in de Hof van Eden, voordat jullie van de verboden vruchten aten?”
Ontmoeting met de voorouders
Dr. Russell Grig heeft in het Amerikaanse blad ‘Creation’ twee artikelen geschreven: ‘Ontmoetingen met voorouders’ en ‘Stamt u van de apen af?’
Beide artikelen van dr. Grigg hebben ten doel de argumenten te weerleggen die aangevoerd worden tegen de Bijbel gaan ervan uit dat de wezenlijke antwoorden in het boek Genesis te vinden zijn. (website www.answersingenesis.org)
Stel je eens voor . . !
Stel u eens voor dat Lamech, de vader van Noach, tegen Adam zegt: “Adam, vertel me nog eens hoe het was om met God te praten in de Hof van Eden, voordat jullie van de verboden vruchten aten?”
Of Abraham die tegen Sem zegt: “Vertel me nog eens hoe je samen met je vader Noach en je broers de ark hebt gebouwd. Hoe was het om een jaar lang inde ark te leven met alle dieren die God had gestuurd?”
Verzonnen? Ja misschien, maar misschien ook niet. Als we de Bijbel lezen, zien we dat het best zo had kunnen zijn. In de geslachtsregisters van Genesis staat namelijk beschreven dat Adam pas stierf nadat Lamech al 56 jaar oud was. En dat Sem stierf toen Abraham 150 jaar oud was. (Abraham werd 175 jaar oud)
De Bijbel is uiterst nauwgezet in het weergeven van de leeftijden van de aartsvaders. Er wordt verteld hoe oud ze waren toen hun eerste kind (of het kind in de Messiaanse verbondslijn) werd geboren, hoe lang ze daarna nog leefden en hoe oud ze waren toen ze stierven. Met behulp van wat eenvoudige rekenkunde kan vanuit de Bijbel dus eenvoudig en nauwkeurig het geboortejaar (uitgedrukt in het jaar van de wereld *), leven en dood van de aartsvaders worden uitgerekend.
Dus Adam, die is geschapen op de zesde dag van het eerste jaar en stierf in 930 AM, kan met al zijn nakomelingen gesproken hebben tot en met Noachs vader Lamech, die werd geboren in 874 AM. Noachs zoon Sem, geboren in 1556 AM, kan met al zijn nakomelingen gesproken hebben tot en met Abraham die werd geboren in 1946 AM (een andere berekening komt uit op 2008 AM).
Zo kan ook de datum van de zondvloed nauwkeurig worden bepaald. Genesis 7: 6 zegt: “En Noach was 600 oud toen de vloed op de aarde was.” Als we even op de tijdsbalk kijken, zien we dus dat de zondvloed plaats had in 1656 AM, drie eeuwen voordat Abraham geboren werd.
Opvallend is dat Sem († 2156 AM) en Heber († 2185 AM) alle andere aartsvaders tot Abraham overleefden. Geen wonder dat in de patriarchale samenleving van toen de Israëlieten ook wel Semieten of Hebreeërs genoemd werden.
Is het verslag van de Bijbel nauwkeurig?Zijn er hiaten?
Sommige goedbedoelende christenen hebben gezegd dat er hiaten in deze bijbelse geslachtsregisters zitten. Zij beogen hiermee het bijbelse tijdpad uit te rekken om zo enigszins tegemoet te komen aan de seculiere geologie en archeologie. Maar zoals uit het voorgaande blijkt, zitten er geen hiaten in de geslachtsregisters van Genesis: die zijn geschreven om waterdicht te zijn!
Er staan elf verzen in Genesis, die zeggen: “Dit zijn de geslachten van . . .” [het Hebreeuwse toledoth = ‘ontstaan’, ‘historie’ of ‘ familie historie’] Deze stellingen staan allemaal vermeld na de gebeurtenis die ze beschrijven. Bovendien vonden al die gebeurtenissen allemaal plaats voor de dood van de betrokken personen, en niet erna. Met andere woorden, het zouden heel goed hun onderschriften of handtekeningen kunnen zijn, en dus niet het opschrift of de aanhef van elk gedeelte.
Als dat zo is zou de volgende verklaring heel waarschijnlijk zijn. Adam, Noach, Sem en de anderen legden de gebeurtenissen die plaatsvonden gedurende hun leven vast op kleitabletten, en gaven ze door van vader op zoon doorgaven via de lijn, Adam, Seth, . . . Noach, Sem, . . . Abraham, Isaak, Jacob. Mozes heeft dan, onder de leiding van de Heilige Geest, deze verslagen gekozen en bewerkt en daaruit vervolgens – samen met zijn commentaar – het boek samen te stellen dat wij nu kennen als Genesis.
Dergelijke geschreven verslagen zouden er hebben toe bijgedragen de mondelinge overleveringen van de gebeurtenissen accuraat te houden. Daar komt nog bij dat de meeste voorouders qua leeftijd met elkaar samenvielen: tussen Adam en Abraham waren eigenlijk maar twee tussenpersonen nodig: Methusalem (of Lamech) en Sem.
De stamboom van de aartsvaders wordt in de bijbel drie keer tot in details weergegeven: in Genesis 5 en 11, I Kronieken 1 en Lucas 3. Laten we dus niet zeggen dat God geen belang hecht aan deze details. Bovendien verwijst Judas 14 nog specifiek naar Henoch (‘de zevende van Adam’). Dit benadrukt nogmaals dat deze stambomen een nauwkeurig verslag zijn van de historie en dat we ze, net als de schrijvers uit het Nieuwe Testament, letterlijk moeten nemen.
Opvoeden tot verwondering
Lezing over verwondering: vanuit verwondering (de leraar), in verwondering (de leerstof) en tot verwondering (het leerproces).
Enkele jaren geleden werden zgn. bezinnings-bijeenkomsten gehouden voor mensen die werkzaam zijn (of willen zijn) bij het onderwijs.
De diaconessen in Amerongen stelden hiertoe graag hun prachtige accommodatie beschikbaar, waarmee zij hebben ingespeeld op een behoefte die bij velen leeft: om eens met elkaar te praten over de praktijk van het staan voor de klas. De stof voor zo’n gesprek wordt meestal in een inleiding aan de orde gesteld, en hieronder vindt u enkele punten van zo’n inleiding.
‘Verwondering’ van de mens in zijn omgang met God
Uit het Schriftgedeelte uit Deut. 4:1-14 blijkt dat verwondering het deel is van het volk Israël dat lééft uit het verbond dat de HERE God met hen sloot.
Uit de verzen 6 en 7 blijken twee dingen, die waarlijk ‘wonderlijk’ zijn:
* De volken rondom merken op hoe groot hun wijsheid en inzicht is en houden Israël voor een wijze en verstandige natie. Dit houdt in dat Israël niet alleen kennis had van allerlei zaken, maar ook van hun oorzakelijk verband. Daardoor hoefden zij in paniek te raken wanneer hen iets tegenzat: zij hadden immers wonderbare wetten waarin God hen inzicht had gegeven, zoals een rechtvaardige rechtspraak.
* Het volk Israël merkte dat hun God nabij was, telkens als zij tot Hem riepen. Deze God is een God die spreekt en roept: Sjema, hoor, Israël (vs 1); Hij is een God van onderwijzing, maar Hij hoort ook naar hun geroep (Ps. 130:1-4). Zo hoeven zij zich niet op te werken tot allerlei vormen van extase, zoals de baälspriesters deden, en hoeven ook geen gruwelijke offers te brengen, zoals de volken om hen heen, zie Micha 6:6-8.
Wanneer wij deze God dienen, mogen ook wij ons er dagelijks over verwonderen dat de Heilige Geest, ook voor ons wil zijn: de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN, Jes. 11:2. Nog wonderlijker is het dat God ook ons toeroept: hoort Hem! (Matt. 17:5) en dat ook wij mogen zeggen: de Here hoort als ik tot Hem roep. Dat is het voorrecht van ieder gelovige, en wij merken dat wanneer deze onze Heer ons in contact brengt met mede-christenen waarmee het soms ineens ‘klikt’: “Mijn schapen horen naar Mijn stem”.
Wat is de voorwaarde voor ‘een leven vol verwondering’ ?
“Zich verwonderen’ is niet een bevel, het is een gevolg van het gehoorzamen aan een ander bevel, namelijk het onderhouden van de geboden des Heren. In het Oude Testament, bijv. in Deut. 4, zijn dit de inzettingen en verordeningen, met daarnaast de getuigenissen.’
Inzettingen staat voor ‘Statuten’, geboden naar God toe gericht, dus verticaal.
Het hebreeuwse woord ‘hukka’ betekent letterlijk ‘uithakken’, dus eigenlijk graveren, ingegrift in het geweten. Dit is vooral in onze tijd waarin al Gods statuten worden uitgewist wel bijzonder actueel! Zulke inzettingen omvat de Eerste Tafel der Wet, maar ook Deut. 10:17-20 is een prachtige ‘hukka’.
Verordeningen staat voor ‘Huisregels’ of ‘oordelen’, deze geboden zijn naar de medemens gericht, dus horizontaal. Het Hebreeuwse woord (mishpaht) betekent letterlijk rechtop, overeind zetten. De tweede Tafel der Wet (in het N.T. samengevat als het Tweede gebod) bevat zes van zulke verordeningen.
Deze twee begrippen behoren bij elkaar. Maar het seculair humanisme (en de moderne theologie) vinden dat de ‘inzettingen’ een belemmering vormen voor de ‘verordeningen’, en stellen ‘horizontaal’ tegenover en in plaats van ‘verticaal’ Zo tracht men bijvoorbeeld een verantwoord rentmeester te zijn t.o.v. de natuur, maar dit gebeurt dan wel ten koste van het eerste en het tweede gebod, wanneer wordt geleerd dat de natuur ‘ bezield’ is en wij allemaal deel uitmaken van een goddelijke ‘moeder Gaia’.
Behalve de inzettingen en verordeningen kent de Bijbel ook de les der geschiedenis ofwel de getuigenissen. Het Hebreeuwse woord ‘eduth’ betekent: terugkeren, iets overdoen, herhalen. Vandaar de grote plaats die de geschiedenis inneemt voor het volk van God, want hun geschiedenis spreekt van Gods handelen; een-derde van de Bijbel is verhalende ‘geschiedenis’, de ‘handelingen des HEREN’. Een van de grootste gevaren is dat de mensen die les vergeten; zelfs de wereld stelt reeds dat “een volk dat de les der geschiedenis vergeet, genoodzaakt zal worden deze les over te doen.” Hoeveel te meer geldt dat dan niet voor Gods kinderen, de christenen (die in dat opzicht best een voorbeeld kunnen nemen aan de joden!). Daarom is de christelijke school niet alleen een School met de Bijbel, maar ook een school met Geschiedenis: zowel de Bijbelse geschiedenis en de Kerkgeschiedenis als de vaderlandse en wereldgeschiedenis. Alweer een claim op de ‘vrije ruimte’ die scholen zelf mogen invullen!
Want zonder besef van geschiedenis is het moeilijk om zich nog te verwonderen . . .
Tegenover de verwondering staat: de ont-zetting!
Verwondering komt voort uit de ‘vreze des HEREN’, maar die heeft ook een tegenhanger: de ontzetting, ofwel de ‘schrik des HEREN’. Verwondering is er voor het volk dat zijn God kent en dat ziet hoe Hij optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht, en dat zijn erfdeel in bezit neemt en ervan geniet. Maar ontzetting, onsteltenis is het deel van de vijanden van God, zoals die bijv. wordt bezongen in het lied van Mozes, Ex. 15:15-16.
Het Griekse woord voor ont-zetting is veelzeggend: ek-stasis, dat betekent letterlijk: uit zijn stand gebracht, buiten zichzelf gekomen (Hand. 2:7,12). Ook dit is een werk van Gods Geest: hierbij worden a.h.w. de oude kaders van denken geschud, gekanteld en wankelen de mensen, zodat zij open komen staan voor iets beters: bijv. de Pinkster-prediking van Petrus. Extase is dus niet bestemd voor Gods kinderen: zij mogen staan in de juiste stand en hoeven daarvan niet te wijken.
Het verwonderlijke, beter, het ontzettende, is nu dat de moderne pedagogiek nauwelijks meer een ‘vaste stasis’ erkent. Hoe vaak gebeurt het niet dat jonge mensen, in opleiding bij een pedagogische academie, ‘uit hun stand’ worden gebracht wanneer hen wordt geleerd dat ‘God vele namen heeft’ en dat ‘de Bijbel slechts één van de heilige boeken is.’ In naam van de zgn. wetenschap, de pedagogiek, wordt het kind en zijn belevingswereld centraal gesteld en verwaast het fundament, de stasis: de vreze des HEREN, die immers het begin(sel) van de wijsheid en kennis is, waartoe wij de kinderen zo graag opvoeden!
Wij hoeven de ekstase dus niet te zoeken, maar moeten juist in onze ‘stand’ blijven om stand te houden tegen de tijdgeest. Wie dat doen, maken de verwondering tot een ont-zetting, zoals regelmatig blijkt uit de telefoontjes en mailtjes die ons bereiken over kinderen die op school uit hun stand worden gebracht, met alle gevolgen van dien.
Hoe voeden wij nu op tot verwondering?
Dat is de hamvraag: kunnen wij de verwondering aan anderen overdragen? Het antwoord moet luiden: niet rechtstreeks, maar alleen indirect. Verwondering is namelijk geen leerdoel an sich, het is een geschenk van God, iets dat ons ‘bovendien geschonken wordt’. Wij mogen opvoeden tot de vreze des HEREN, en dat heeft, concreet in de klas, drie elementen:
* opvoeden vanuit verwondering, hierbij staat de persoon van de leraar centraal: verstaat hij ook hetgeen hij (voor)leest en onderwijst?
* opvoeden in verwondering, hierbij staat de inhoud van leerstof centraal: voldoet deze aan de normen die de Schrift ons stelt, of is deze puur-pragmatisch, gericht op ‘ons deel in dit leven’?
* opvoeden tot verwondering, hierbij staat het leerproces zelf centraal: hoe gaan wij om met onverwachte situaties, is ons bidden in de klas waarachtig, hoe brengen wijzelf ons belijden in praktijk of vragen wij om vergeving wanneer wij faalden?
Graag willen wij bij uw school, kerk of vereniging een inleiding houden. Hopelijk zullen we ons dan samen verwonderen over de God die wij vereren en Die zich ook aan onze kinderen/leerlingen bekend wil maken!
drs. R.H. Matzken
Ontoelaatbare zaken op scholen
Soms maken kinderen op school dingen mee waar hun ouders het niet mee eens zijn. Wat is het onderscheid tussen ontoelaatbaar (en moeten kinderen de klas verlaten), en wanneer is iets ongewenst (wat thuis kan worden rechtgezet)?
Hieronder volgen een aantal ons inziens ontoelaatbare zaken, waaraan kinderen soms op school worden blootgesteld. Daarnaast komen er natuurlijk ook wel ongewenste zaken voor. Beide zaken moeten duidelijk worden onderscheiden.
Wanneer ongewenste zaken op onze kinderen afkomen, kunnen christenouders die thuis aan hun kinderen duidelijk maken en weerleggen. Bijbel & Onderwijs is er voor om hen daarbij te helpen. Maar dit geldt niet voor onaanvaardbare zaken, waaraan christenouders hun kinderen op school zouden moeten onttrekken.
Onderstaande lijst is samengesteld uit voorvallen in Nederland en Zuid-Afrika.
Godsdienstig-religieus onderricht
2.
3.
Leerlingen blootstellen of hen dwingen deel te nemen aan oefeningen en rituelen die hen in contact brengen met bovennatuurlijke machten en krachten, zgn. geesten van voorouders, (herleefde) goden van onze eigen culturen of die van anderen, alsmede aan religieuze dansen en rituelen, ook al gebeurt dit zogenaamd als ‘respect’ of ‘begrip’ voor elkaars cultuur of religie.
Bij interreligieus onderwijs doen voorkomen alsof alle religies, onder verschillende namen, vanuit verschillende ‘heilige boeken’ en via diverse rituelen, dezelfde godheid aanbidden en daarbij leerlingen een eenzijdig karikatuurbeeld geven van de Almachtige God onder de nadrukkelijke ontkenning dat Jezus Christus Gods Zoon is en de enige Weg tot God.
Leerlingen meenemen naar offerplaatsen en tempels (echt, nagemaakt of tentoongesteld) om hen te laten zien en ruiken aan niet-christelijke en heidense rituelen en voorwerpen (zoals godenmaskers).
Leerlingen informatie geven over niet-christelijke religies in het kader van een ‘multiculturele samenleving’ en het voorkomen van religieus onbegrip en xenofobie.
Occulte en nihilistische beïnvloeding
2.
3.
Het doen lezen van literatuur met een aantoonbare occulte of nihilistische strekking, zonder de leerlingen hierbij, vanuit een christelijk denkkader, op verantwoorde wijze te begeleiden, resp. zonder dat hier voldoende andere positieve literatuur tegenover staat.
Leerlingen op zodanige wijze confronteren met ‘andere samenlevingsvormen’ en andere ‘seksuele geaardheid’, dat deze feitelijk worden gepropageerd ten koste van de huwelijkse trouw tussen een man en een vrouw, en vanouds geldende gezinswaarden als geborgenheid en gehoorzaamheid.
Voorbeelden: Bijbelkritiek, narratieve methode (niet echt gebeurd maar wel waar) en een evolutionistisch wereldbeeld. Het beschouwen van literatuur op uitsluitend esthetische motieven, met uitsluiting van enige ethische beoordeling.
Leerlingen op zogenaamd ‘waardevrije wijze’ vertrouwd maken met ‘waarden en normen’ uit andere culturen, inclusief onze eigen snel veranderende Westerse cultuur.
(Mis)vorming van de persoonlijkheid en levensstijl
2.
3.
4.
Niet beschikbaar stellen dan wel toestaan van alternatieve middelen en boeken, die de identiteit van de leerling respecteren en die evengoed of zelfs beter kunnen bijdragen tot de gewenste eindtermen of kerndoelen.
Het uitdelen en (bijna live) demonstreren van seksuele voorbehoedsmiddelen en het positief voorstellen van abortus, met voorbijgaan van verantwoorde middelen om ongewenste zwangerschap te voorkomen.
Leerlingen aanmoedigen en soms dwingen om disco’s en house parties te bezoeken, resp. hen – met voorbijgaan van andere vormen van muziek – vrijwel uitsluitend blootstellen aan hard rock- en housemuziek.
Een passief-tolerante houding van “Wil je wat anders lezen of doen, dan zorg je daar zelf maar voor.”
Het informeren over de programma’s van de VN tegen overbevolking en milieubelasting, zonder te wijzen op ideologische achtergronden (zoals Gaiacentrisme).
Toestaan dat leerlingen niet aan extreme muziek- en kunstuitingen meedoen, zonder het bieden van een alternatief.
drs. R. H. Matzken
Occult zakwoordenboek
OCCULT ZAKWOORDENBOEK
112 blz., € 5,75 (zie webshop)
Deze uitgave geeft een korte beschrijving van ruim 200 occulte begrippen, met daarnaast een Bijbelse verklaring en weerlegging. Het bijzondere van dit boekje is echter niet de bekoring van het occulte, maar de verwijzing naar het Licht van God, Jezus Christus, waarvan de Bijbel spreekt.
Het is nog maar kort geleden dat het occulte tot het terrein behoorde van de primitieve culturen. Of het gebeurde in het verborgene, zoals een spiritistische seance. Er hing een sluier van geheimzinnigheid en taboe omheen. Momenteel is het occulte voor velen niet meer afschrikwekkend maar juist boeiend. De media presenteren het als de gewoonste zaak van de wereld; onderwijs en gezondheidzorg integreren het in hun programma’s, (kinder)boeken en jeugdmuziek staan er bol van en tillen de jeugd in een eeuw waarin de ouderen hen niet kunnen volgen of die ze proberen te ontkennen.
In dit zakwoordenboek vindt u ruim 200 actuele begrippen in alfabetische volgorde vermeld. De eerste kolom bevat een beknopte beschrijving van het verschijnsel. Daartegenover geven wij aan wat de Bijbel hierover heeft te zeggen. Veel christenen blijken hiermee onbekend te zijn, met het gevolg dat voor veel mensen de occulte werkelijkheid reëler is geworden dan de Bijbel. Het is onze bede dat zowel voor die christenen als voor iedereen die met het occulte in aanraking is gekomen, de Bijbel als Gods Woord opnieuw relevant en geloofwaardig mag zijn.
“Soms lijkt een weg iemand recht, maar het “IK BEN de Weg, de Waarheid en Leven,” Joh.14:6
einde het ervan voert tot de dood”, Spr.14:12 “Dit is de weg, wandel daarop”, Jes. 30:21
In het ontkennen van zonde en ziekte als realiteit en de herinterpretatie van bijna alle bijbelse uitspraken heeft deze cursus veel gemeen met ‘Christian Science’.
1. gedicteerd door een ‘innerlijke stem’, d.w.z. door ‘channelen’;
2. ontkenning van realiteiten zoals de dood, van een ‘goede schepping’ en de zondeval;
3. verdraaiing van Jezus’ woorden, waardoor ‘zonde’ een illusie is en de mens zonder schuld.
Het occulte opent een deur naar de duisternis
Aan het eind van het Bijbelboek Deuteronomium, in hoofdstuk 29 vers 29, staat de tekst:
“De verborgen dingen zijn voor de HERE, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden van deze wet volbrengen.”
Hier staat dat alle dingen zijn te verdelen in de verborgen dingen en de geopenbaarde dingen:
met natuurlijke krachten
met bovennatuurlijke krachten
De wereld is er om ontdekt te worden en de krachten zijn er om gebruikt te worden, als rentmeester van Gods schepping.
Toch bestaat die wereld wel degelijk!
Wij mogen alleen weten/gebruiken wat God ons hierover onderwijst.
tot eer van God
en tot nut van
je naaste/ jezelf
tot oneer van God
en tot schade van
je naaste/ jezelf
* deze leren wij kennen uit de Bijbel
* hiervan moeten wij afblijven
Leringen van de vader der leugen
Omdat de wetenschap ons op dit gebied in de steek laat, komt iedereen die zich met het occulte bezighoudt en niet de Bijbel raadpleegt, altijd ‘vanzelf’ verkeerd terecht. De apostel Paulus spreekt in dit verband van ‘leringen van boze geesten’ (1 Tim. 4:1).
Hieronder geven wij enkele veelvoorkomende dwalingen die demonen ons als dienaren van ‘de vader der leugen’ willen wijsmaken.