Klik op onderstaande link om het bestand als PDF te openen.

Online bijdrage Ontdek het Leven

Opvoeden is moeilijk. Dat hoor ik toch geregeld om mij heen. Vaak ook met de verzuchting over een of ander beeldscherm en de vraag hoe we onze kinderen weerbaar maken tegen allerlei invloeden om hen heen. Onze ouders en grootouders hadden het gemakkelijker, hoor ik dan. Het is waar, we leven in een heel andere tijd, maar of het vroeger echt gemakkelijker was, weet ik niet. Ook toen hadden ouders met arglistige harten te maken, met koppige kinderen en ook wel afdwalende kinderen. Het kan zijn dat de afdwaling destijds voor de buitenwereld meer verborgen leek, maar afgedwaalde harten zijn er al sinds Adam en Eva hun eigen weg wilden gaan.

De grootste nood
Hoe moeten we dan opvoeden? Hoe voed je op in een tijd van social media die 24/7 de wereld van ons en onze kinderen wil binnendringen. Nu, ik kan je zeggen, de grootste nood van onze kinderen is niet de beste filter op ons internet of nauwgezet ouderlijk toezicht op hun smartphone gebruik. De grootste nood is ook niet de juiste opvoedmethode of het beste christelijke onderwijs. Hun grootste nood is ook niet onze vriendschap of alle speelgoed – hoe educatief ook, spullen en (merk)kleding die ze van ons ontvangen. Het is ook niet onze inzet, of ons geld, zelfs niet hetgeen wij getuigen over ons geloof. Nee, het meest wat zij nodig hebben is dat ze in ons weerspiegeld zien Wie God is. Dat ze door ons heen de transformerende kracht van het Evangelie kunnen zien. Robert Murray McCheyne, een prediker uit de 19e eeuw, zei: ‘De grootste nood van mijn volk is mijn persoonlijke heiliging.’ En zo is het nog steeds en dat geldt ook voor ons als opvoeders. Ons leven kan een krachtig instrument in de hand van God zijn om de harten van de kinderen die aan ons zijn toevertrouwd tot Hem te brengen. Ik moest denken aan Deuteronomium 6 – het hoofdstuk waarin God ons uitlegt hoe we moeten leven in het land dat Hij ons geeft. Wat opvalt is, dat het geen stappenplan is. Wij zouden zo graag van alles willen afvinken. We hebben dit gedaan, en dan dat en dat en dan zal onze opvoeding of ons onderwijs vrucht dragen. Nee, er worden in dit hoofdstuk wel richtlijnen gegeven, maar het raakt me, wanneer ik lees waar het mee begint. De opvoeding van onze kinderen, het inprenten van Gods woorden begint niet met een methode of stappenplan, maar met óns hart! Opvoeden begint met onze persoonlijke relatie met de Ene ware God. Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één! Daarom zult ú de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht. Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in úw hart zijn (Deut 6:4-5). Opvoeden en onderwijzen starten niet wanneer wij voor de eerste keer onze pasgeborene in de armen houden, of wanneer je voor een nieuwe klas staat of een nieuw pleegkindje in je gezin ontvangt. Opvoeden start al lang daarvoor. Opvoeden start in ons hart, in het diepst van onze ziel. Opvoeden start in onze overgave aan de levende God, in onze wandel met de Heere. Het beste wat wij onze kinderen kunnen geven is onze omgang met God. Onze persoonlijke heiliging is de grootste nood in al ons opvoeden.

Voor hun bestwil
Jezus bidt in het hogepriesterlijk gebed: En Ik Heilig Mijzelf voor hen (Joh 17:19). Jezus heiligt Zichzelf voor ons. Zo heeft onze heiliging ook zijn invloed op de opvoeding. Zo kunnen wij bidden: ‘Heilig ons Heere, door Uw waarheid, voor het bestwil van onze kinderen’. Leggen wij voor hun bestwil onze telefoon neer? Zetten wij die film uit, als er immorele zaken naar voren komen? Letten wij voor hun bestwil op onze woorden? Of zijn onze woorden ondoordacht en als dolksteken? Laten we op onze woorden letten, want vriendelijke, lieflijke woorden zijn zoet voor de ziel. Onze opvoeders die vriendelijke woorden spraken, geven ons nog altijd een glimlach op ons gezicht. Terwijl we nog een steek in ons hart voelen van die ondoordachte opmerking van je leraar of misschien wel van je vader of moeder. Laten we er alert op zijn welke impact onze keuzes kunnen hebben op degenen die ons als voorbeeld nemen; die naar ons opkijken en ons elke dag zien. Onze persoonlijke relatie met onze Heere Jezus Christus heeft misschien wel een grotere invloed dan wij denken op het emotioneel en geestelijk welzijn van onze kinderen. Deut 12:28 zegt ons: Let erop dat u aan al deze woorden die ik u gebied, gehoor geeft, opdat het u en uw kinderen na u goed gaat tot in eeuwigheid!

Ons liefhebben van God
Ons voorbeeld als ouders kan beslissend zijn in het leven van onze kinderen. Zij proeven het, als ons geloof meer gebaseerd is op het afvinken van regeltjes dan op een persoonlijke relatie met Jezus Christus zelf. Zij voelen het of ons geloof echt is of dat wij afhankelijk zijn van de goden van deze eeuw. Zij ervaren het of onze manier van spreken hen tot toorn opwekt en afstoot of hen juist tot ons trekt. Zij weten het of ze ongedeelde aandacht krijgen of dat wij toch nog met een half hoofd met andere dingen bezig zijn. Zij ondervinden het wanneer wij vriendelijk zijn tegen vreemden, maar thuis kortaf en geïrriteerd reageren. Zij hebben door wanneer wij niet de waarheid spreken. Zij beseffen het of wij als moeders hun vader hoogachten en respecteren of hem kleineren. Zij zien het of hun vader hun moeder liefheeft zoals Christus de gemeente heeft liefgehad. Zij weten wat onze morele grenzen zijn – dat is niet wat wij hen zeggen wat de grens voor ons is, maar wat zij zien in ons leven. Want zij weten welke boeken en tijdschriften er onder ons bed liggen, zij kennen de spelletjes die jij op je telefoon speelt, zij onthouden waar wij om lachen, als we samen een film kijken, zij zien waar onze passies liggen. En… zij weten wanneer wij onze Bijbel openen en onze knieën buigen. Zijn wij als opvoeders bereid ons leven onder de loep te nemen om te zien of daar een schadelijke weg is? Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg (Ps 139:24). Laten wij ons reinigen van alle ongerechtigheid, zodat een nieuwe generatie ziet dat het goed is de Heere te volgen. Laten we ons bekleden met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid (Ef 4:24). Ons verlangen naar God vorm het hart en het karakter van de volgende generatie. Is het niet zo dat het de levens van de vorige generatie gelovigen waren die ons zijn bijgebleven? We ervoeren de liefde en je ziet nog steeds hun blik voor je waarin jij zag dat zij jou dat leven met de Heere Jezus ook zo gunden. En misschien was er wel iemand in jouw leven die de bekwaamheid had een gesprek op Jezus te doen uitlopen, zodat jij hoop ontving. Of kende je iemand die ondanks alles in vreugde en vrede leefde? Nu heeft een nieuwe generatie ons nodig. Onze jeugd heeft rolmodellen in het geloof nodig, zodat zij proeven en smaken dat de Heere goed is. Wees een voorbeeld in woord, in wandel, in liefde, in geest, in geloof en in reinheid (1Tim 4:12).

IJverig onderwijzen
God zegt niet: ‘Hier zijn de kinderen die je moet opvoeden, let op je eigen hart en zoek het nu verder zelf maar uit.’ Nee, in heel het boek Deuteronomium en in heel Zijn Woord geeft Hij aanwijzingen hoe wij aan een volgende generatie kunnen laten zien dat wij de Heere onze God liefhebben en dat Hij ons en onze kinderen liefheeft. Het begint met de opdracht de Woorden van God onze kinderen in te prenten. In het Hebreeuws staat hier tweemaal hetzelfde woord, ‘shanan shanan’. Inscherpen, en dan niet zo maar een beetje, maar dubbelop! In Engelse vertalingen lezen we vaak ‘teach them diligently’, onderwijs ze ijverig. God vraag van ons ijver in het overbrengen van Zijn Woorden aan onze kinderen. Dit kunnen we natuurlijk doen door het memoriseren van Bijbelteksten of liederen. Je kunt een lied of tekst van de week instellen, maar het gaat nog veel verder. We moeten die Woorden niet alleen inprenten, maar daar ook over spreken. Niet op een toon waarvan je kinderen denken: ‘Oh,  daar heb je die weer’ en je hoort je kind al zuchten of ziet hem al met zijn ogen draaien. Je kan misschien zelfs zeggen: geen preken, maar spreken. En dan niet alleen toespreken, maar een dialoog. Zo samen met je kinderen spreken komt niet zomaar tot stand. Daar is tijd voor nodig. Tijd die we met onze kinderen doorbrengen. We spreken daarover thuis en onderweg, bij het slapengaan en bij het opstaan (Deut 6:7). Heel ons leven is doordrongen van de Waarheid en die Waarheid bespreken we met onze kinderen, als de gelegenheid daar maar is. Misschien zien ze op tegen een nieuwe dag met onbekende dingen – als opvoeder kun je hen dan zoveel meegeven van Gods Woorden. Misschien gebeurden er vervelende dingen – kunnen we die als opvoeder in een groter geheel plaatsen en hen vanuit Gods Woord leiden naar een oplossing? Brengen we onze kinderen hoop in een tijd waarin ze horen van oorlogen en terrorisme? Spreken we met onze kinderen over hun roeping als man of vrouw in deze wereld? Door de dag heen, tijdens maaltijden, of als je onderweg bent, kunnen daar zomaar opeens aanknopingspunten zijn om Gods Woorden in te prenten en daarover te spreken. God zegt ons ook Zijn Woorden zichtbaar te maken. Zichtbaar in onszelf, maar ook zichtbaar in onze huizen (Deut 6:8-9). Zo ontstaat er een sfeer waarin onze kinderen proeven dat er een God is die leeft, dat er een God is die bij onze levens betrokken is.

Hoop
In dit alles kunnen we misschien wel eens moedeloos worden. Juist in het opvoeden van een nieuwe generatie kunnen we onszelf soms zo confronterend tegenkomen. Maar laten we dan niet kijken op onszelf of op wat er allemaal misgaat. Laten we onze hoop ook niet vestigen op onze heiliging, maar alleen op de Heere Jezus. Laten we dan als opvoeders leven vanuit de belofte dat God onze Vader is en wij Zijn zoons en dochters zijn (2Kor 6:18-7:1) en zo Zijn heiligheid hier in onze omgeving weerspiegelen. Hij is dé God, de getrouwe God, die het verbond en de goedertierenheid in acht neemt voor wie Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen tot in 1000 generaties (Deut 7:9)!

 

Wilma Samyn

 

 

B&O houdt zich al een aantal decennia bezig met de bezinning op Bijbel en onderwijs.  Achtergronden worden geanalyseerd, trends ontdekt, valse leringen ontmaskerd. Daartoe verschenen en verschijnen naast het magazine ook flyers, boekjes en brochures. Halloween is zo’n actueel onderwerp, waar inmiddels gelukkig ook andere (kerkelijke) organisaties tegen waarschuwen. B&O doet dit al jaren en was zelfs wellicht de eerste die hiertegen waarschuwde.

Naast de ontwikkelingen in de maatschappij en het onderwijs zelf, gaan er keer op keer ook in de politiek weer stemmen op, die proberen de vrijheid van onderwijs te beperken. Is het niet door het ter discussie stellen van art. 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs), dan wel door het streven dat de overheid meer grip krijgt op de inhoud van het onderwijs. De salafistische weekendscholen doen de roep ontstaan, dat de inspectie ook meer grip krijgt op andere vormen van onderwijs. Gaat de overheid zich straks ook bezighouden met wat er op christelijke zondagsscholen wordt verteld? De bestrijding van uitwassen van moslimonderwijs krijgt zo z’n weerslag op het christelijk onderwijs. De overheid is natuurlijk vuurbang te discrimineren of de godsdiensten als niet gelijkwaardig te beschouwen… Soms om moedeloos van te worden. Er zijn echter ook positieve zaken te noemen. Zo is er in Nederland een grotere mate van vrijheid van onderwijs dan bijv. in Duitsland (waar het thuisonderwijs verboden is en ouders zelfs uit de ouderlijke macht ontzet worden, evenals in Scandinavische landen gebeurt). Het algemeen christelijk en reformatorisch onderwijs wordt in ons land nog weinig in de weg gelegd, en hoe gunstig steekt dit onderwijs af als we het vergelijken met de landen om ons heen, om niet te spreken over de rest van de wereld! Naast dit positieve, dat we niet mogen vergeten, is er nog iets heel positiefs. Daarover wil ik in het onderstaande een paar gedachten naar voren brengen.

Spreken over de Heere
In Hebr 11:21 staat: ”Door het geloof heeft Jacob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend.” Wel bijzonder, dat in deze galerij van geloofshelden er juist dít van Jacob uitgekozen wordt. We lezen van Abel en zijn offer, van Henoch die God behaagde, van Noach en de ark, van Abraham, die door het geloof zijn zoon geofferd heeft. Maar wat is nu het bijzondere van het zegenen van Jacob? Dat is het enige wat van hem vermeld staat. Niet dat hij met die Man aan de Jabbok worstelde, niet dat hij zo graag de eerstgeboorte-zegen wilde hebben, niet zijn droom te Bethel, maar dat hij de zoons van Jozef gezegend heeft. Wat was daar nu zo bijzonder aan?

We gaan terug naar Gen 48 en 49 waar Jacob op z’n sterfbed zijn zoons profetisch zegent. In hoofdstuk 48 worden de twee zoons van Jozef apart genoemd, waarbij het bekendste uit dat deel is, dat Jacob zijn armen kruiste, zodat de jongste, Efraïm, vóór de oudste, Manasse, gezegend werd. De zegen luidde: “In u zal Israël zegenen zeggende God zette u als Efraïm en Manasse.” Dus: een grote menigte, veel vruchtbaarheid. Op zich nog steeds niet zoveel bijzonders zouden we denken. Maar Jacob spreekt tegen hen over de ware God! Hij vertelt hun a.h.w. het Evangelie. Hij vertelt hun over de belofte. Dat hij, Jacob, de stamvader van een groot volk, het volk Israël zou zijn. Beloften die al aan Abraham en Izak gedaan waren. Een les voor ons, om in een post-christelijke omgeving over de Heere God te (blijven) spreken met onze kinderen en kleinkinderen.
We denken ook aan de tijd van Jacob, toen Jozef door zijn broers verkocht was naar Egypte. Jacob was de reizende. Eerst van Kanaän naar Mesopotamië, toen na 21 jaar  – op bevel van God – weer terug naar Kanaän. En steeds zegt God tot hem: “Maak u op”, maak u reisvaardig. Ga naar een volgende plaats. En Jacob gehoorzaamt. Hij gaat geen eigen wegen meer, zoals in het verleden, toen hij zelf wel voor de eerstgeboortezegen wilde zorgen. Hij bouwt dan ook steeds een altaar in dat heidense gebied. Zo houdt hij zijn gezin bij de ware godsdienst, bij de God Die hem verschenen is te Bethel en bij de Jabbok. In afzondering van de afgoderij van de volken om hem heen: de Kanaänieten, de Ferezieten, de Jebusieten, etc.  Met hun gruwelijke afgoderij, onzedelijkheid, mensenoffers. Zoveel ongerechtigheid aldaar, waarvan de Heere later zegt dat hun ongerechtigheid nog niet vol was. Zelfs te midden van ontmoedigende afgoderij spreekt hij over de ware God en Zijn dienst en richt hij altaren op, die wijzen op de komst en het offer van de Heere Jezus.

In een heidense omgeving
Dan krijgen we de geschiedenissen van Jozef. Ook dan wacht Jacob tot hij van God de toestemming krijgt om naar Egypte te gaan. Gen 46:6: “En God sprak tot Israël in gezichten des nachts… en zeide: Ik ben die God, uws vaders God. Vrees niet van af te trekken naar Egypte.” Jacob had veel aarzelingen om daarnaar toe te gaan. Waarom? We komen al dichter in de buurt van het bijzondere van dit geloof.

Egypte was toentertijd een wereldmacht. Het had een heel hoogstaande cultuur. Dat was wat anders dan de nomadencultuur van Kanaän! Maar… ook Egypte was, evenals Kanaän, vergeven van afgoderij. De zon werd aanbeden, de Nijl, runderen, apen, vogels, dieren, de farao was een halve godheid, etc. De ware godsdienst werd daar niet gevonden. Aan welke verleidingen zouden zijn kinderen en kleinkinderen niet blootgesteld worden! Daarom had Jacob grote aarzelingen om naar Egypte te gaan. Zelfs nu hij hoorde dat Jozef daar was. En ook, omdat hij uit het land moest, dat de Heere beloofd had. Maar nu het van de Heere mocht, ging hij natuurlijk graag. Omdat Jozef daar was, van wie hij dacht dat hij dood was. Jozef, zijn lievelingszoon. Hoe zou Jozef het daar maken? Al 20 jaar weg uit het land Kanaän, al 20 jaar weg bij de altaren van de levende God, bij de huisgodsdienst van Jacob. Zou Jozef ook een Egyptenaar geworden zijn, een afgodendienaar? Hij was immers onderkoning geworden! Hij was getrouwd met een dochter van een priester… van een afgodendienaar. Hij verkeerde dagelijks met de farao, de heerser die als god aanbeden werd en bemiddelde tussen het volk en de goden. Maar de Heere heeft Jozef bewaard bij Zijn dienst. Hoe moeilijk dat ook was. Jozef mocht nl. zien en belijden hoe de Heere het geleid heeft, dat hij zo verhoogd is om een groot volk in het leven te behouden, zoals hij later tegen zijn broers zegt. Ook wilde hij niet in Egypte, maar in het land der belofte begraven worden.

Tegen kinderen en kleinkinderen
Jozef heeft twee kinderen gekregen in Egypte. Twee zoons, die als prinsen aan het hof opgevoed werden in de wijsheid van de Egyptenaren, zoals dat bij een goede opleiding behoorde. Thuis zal Jozef hun wel verteld hebben van welke afkomst hij was. Een herderszoon uit Kanaän. En over de God van zijn vader, die hem ook verschenen was in dromen. Dat die God de ware God is en dat hij zèlf in zijn leven ervaren had, dat de Heere een vervuller is van Zijn beloften.

Hoe zou het leven in Egypte eruitgezien hebben voor deze mensen die nu in zo’n hoge stand verheven zijn? We kunnen daarover wat licht krijgen door weer naar Hebr 11 te gaan. Een paar verzen verder gaat het over Mozes: vs. 24-26. We lezen daar dat Mozes, groot geworden zijnde, geweigerd heeft een zoon van farao’s dochter genaamd te worden. Liever kwalijk behandeld te worden dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben. En dat hij de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom achtte dan de schatten van Egypte. Een hoge positie, genieting der zonde, schatten van Egypte. Dat had het leven kunnen zijn van Jozef en zijn kinderen! Is dat ook niet de situatie waarin wij leven? Ongekende welvaart, ‘genieten’ van de zonden, die maar een muisklik van ons vandaan zijn. Een enorme groepsdruk om toch maar mee te doen en geen uitzondering te zijn… Als Jacob gaat sterven, 17 jaar nadat hij in Egypte gekomen was, roept hij Jozef en zijn twee zoons. Die zijn dan zo rond de 20 jaar oud. Egyptische prinsen! Zoons van de onderkoning van Egypte! Jacob neemt hen als het ware als eigen zoons aan en neemt hen in het volk van de ware God op. “Nu dan, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren waren eer ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn mijne. Efraïm en Manasse zullen mij zijn als Ruben en Simeon” (Gen 48:5). Welke keuze maken die jonge prinsen? Zij nemen gewillig de adoptie door Jacob aan. Zij zullen geen Egyptenaren blijven, maar zoons zijn van Jacob, zoons van de dienaar van de ware God. Was het maar voor de vorm? Om Jacob op z’n sterfbed een plezier te doen? De geschiedenis wijst anders uit!

En de vrucht ervan
Jozef sterft en bezweert zijn broeders, dat zijn beenderen meegenomen moeten worden naar het beloofde land en niet in Egypte moeten blijven. Hij was geen Egyptenaar geworden. En zijn zoons? We lezen, dat Jozef de zoons van Efraïm zag tot in het derde geslacht. Achterkleinkinderen van deze Egyptische prinsen. Ze zijn niet geassimileerd, maar ze trekken straks op uit Egypte onder leiding van Mozes naar het beloofde land! Ze dragen met zich de zegen van hun overgrootvader. Dàt was het geloof van Jacob! Zijn nageslacht zou in een volslagen heidense omgeving, vol verleiding en zonde, bewaard blijven bij de ware godsdienst en bij de levende God! Het grote geloof was, dat de Heere zijn nageslacht in moeilijke omstandigheden, in verleidingen en in druk zou bewaren.

Dat mag ook een bemoediging zijn voor ons in deze tijd vol verleidingen, afval, verloedering en terugkeer tot het heidendom. In een tijd en omstandigheden, waarin onze kinderen het wellicht moeilijk hebben op school. Waarin zij en hun ouders alleen staan, omdat zij willen gehoorzamen aan de stem van de Heere. Omdat ze niet mee willen doen met activiteiten die besmet zijn met de zonde of waarin wij ons in het gebied van de boze zouden gaan bevinden.  De opvoeding begint vooral thuis. Net zoals bij Jozef, die zijn zoons verteld zal hebben over de Heere. Als bij Efraïm die zìjn kinderen ook verteld zal hebben over de God van Israël. Zoals later Amram en Jochebed Mozes verteld hebben over de ware God. Hoe klein hij toen nog was. De Heere wil dat onderwijs zegenen en hen op het gebed bewaren te midden van alle verleidingen. De Heere bewaart Zijn volk, Zijn kinderen en hun kinderen te midden van dat machtige rijk van de vorst der duisternis, in moeilijke omstandigheden, onder vervolgingen. Maar het geloof mogen zij behouden van generatie op generatie. Ook in het Nederland van de 21e eeuw.  Die positieve boodschap mag ook in ons B&O-magazine doorklinken.

 

R.P. Plattèl

 

Een bemoediging om tegen de tijdgeest in te gaan

In elke levensfase moet ik mij opnieuw afvragen welke prioriteiten ik in mijn dagelijks leven moet stellen. Ik wilde graag trouw handelen naar Titus 2 (“huishoudelijk”), maar tegelijkertijd lokte de roep naar zelfverwerkelijking  mij. Sinds ik kinderen heb, moet ik mijzelf ook vaak rechtvaardigen, waarom ik niet ga werken, maar “alleen maar” huisvrouw ben. Sommige mensen hebben hier bewondering voor, anderen stoppen mij in het vakje “conservatief en naïef”. Daar kwam de maatschappelijke en politieke discussie nog bij, die de huisvrouw met het woord “aanrechtsubsidie” naar de maatschappelijke zijlijn schoof. Eigenlijk is het een luxe dat velen van ons toch nog de mogelijkheid hebben om erover na te denken, of ze buitenshuis willen gaan werken of niet. Eeuwenlang werd deze vraag helemaal niet gesteld, omdat werk en wonen voor de industrialisering geen gescheiden levenssferen waren. In de eenvoudige bevolking moesten de vrouwen vaak meewerken in het eigen bedrijf of in de landbouw, alleen al om het gezin te laten overleven. Bij velen is dat vandaag de dag ook nog het geval, maar velen van ons hebben toch een zekere keuzemogelijkheid.

Ik heb opgemerkt, dat er vrouwen zijn die helemaal opgaan in hun rol als moeder en huisvrouw. Ik heb grote bewondering voor hen, die veel moesten opgeven om dit te doen en die nu met vreugde en overgave er “alleen” voor hun gezinnen zijn. Dan zijn er ook nog andere vrouwen die graag met hun hoofd werken en bij wie de huishoudelijke taken niet zo liggen. Veel van deze vrouwen liggen misschien overhoop met Bijbelteksten die de nadruk leggen op de huishoudelijke actieradius van de vrouw, en vragen zich af of God ook niet ook nog andere taken voor hen heeft, die meer met hun talenten overeenkomen. Ik wilde er achter komen wat de Bijbel over dit thema zegt en of het überhaupt Gods denkbeeld is, dat wij vrouwen alleen maar “achter het aanrecht” thuishoren en helemaal niets anders mogen doen. Daartoe heb ik drie vrouwen bestudeerd, die in de Bijbel positief genoemd worden en die naast hun primaire takenpakket thuis nog iets anders bewerkstelligen:

De vrouw in Spreuken 31: een veelzijdige huisvrouw (Spr 31:10-31)
Als wij dit Bijbelgedeelte doorlezen, zijn wij misschien eerst gefrustreerd, omdat wij – ik  tenminste – niet aan dit voorbeeld voldoen. Vooral in onze eeuw gaan alle alarmbellen af: “Let op, burn-out, dat kun je toch allemaal niet klaarspelen!” Maar Spreuken 31 maakt duidelijk dat wij vrouwen beslist bijvoorbeeld commerciële, sociale en handvaardige vaardigheden kunnen en moeten ontplooien. Hoe mooi is het toch, dat God een ieder van ons met verschillende talenten heeft gezegend! Het is goed als wij weten, welke talenten wij hebben en hoe wij die voor onze gezinnen, maar ook voor Gods koninkrijk kunnen inzetten.
Bovendien valt mij op dat de man en de kinderen van deze degelijke vrouw zich blijkbaar niet door haar vele activiteiten veronachtzaamd voelen. Haar man houdt vergaderingen met de oudsten van het land, waarvoor zij hem beslist de hand boven het hoofd gehouden heeft. En aan het eind van het hoofdstuk prijzen haar man en kinderen haar. Zij schijnen blij te zijn, zo’n begaafde en vlijtige vrouw en moeder te hebben. Hoe kun je het klaarspelen om zo’n vrouw te zijn? Ik denk dat Titus 2 hier een rol speelt, waar de jonge vrouwen binnen een lijst van nastrevenswaardige eigenschappen het eerst gezegd wordt, dat zij hun man en kinderen lief moeten hebben. Man en kinderen moeten dus altijd op de eerste plaats staan. Maar als het met de behoeften van het gezin verenigd kan worden, is het een zegen, als wij onze verschillende talenten ter ere van God zodanig inzetten dat ook mensen buiten ons gezin daarvan profiteren.

Lydia, een gastvrije zakenvrouw (Hand 16:11-15 en 16:40)
Lydia was een purperverkoopster en daarmee een vrouw die in een beroep werkzaam was. Nadat ze tot geloof gekomen was, zette zij zich met volledige overgave voor het christelijke geloof in. Wij kunnen vermoeden, dat ze geen arme vrouw was, maar een vooraanstaande zakenvrouw, die zich in hogere kringen bewoog. Ze heeft waarschijnlijk een groter huis gehad, want ze nodigde Paulus en zijn begeleiders uit om bij haar te wonen. Haar gastvrijheid was zeker een grote zegen voor de jonge gemeente, die in Philippi ontstond. Ik concludeer steeds meer, dat het onderwerp “gastvrijheid” de meest verschillende gebieden dekt. Een gastvrije vrouw dient over veel talenten te beschikken, niet in het laatst op het gebied van de zielszorg. Als wij onze huizen met mensen vullen, dan beleven wij ook heel veel interessante gesprekken en ontmoetingen. Vervelen zullen wij ons zeker niet! De vraag is natuurlijk ook wat voor soort gastvrijheid wij nastreven. Moet ons huis altijd glimmen en moet alleen het beste eten op tafel staan? Een huis moet gezellig en schoon zijn, maar niet steriel als een ziekenhuis. Het zou mooi zijn, als wij vrouwen ons niet wederzijds onder druk zetten en ons van de eis tot perfectie zouden kunnen bevrijden, om daardoor meer ruimte voor gastvrijheid te creëren. Onze focus zou op de gemeenschap gericht moeten zijn, dat allen verzadigd worden.

Priscilla, een Bijbelvaste tentenmaakster (Hand 18:2-3 en 26)
Met Priscilla wordt een gelovige, ijverige vrouw aan ons voorgesteld: ze is tentenmaakster van beroep, gastvrij en Bijbelvast. Ondanks het vele werk dat haar man als tentenmaker had (en waarbij zij hem zeker ook geholpen heeft), moet ze altijd nog tijd overgehad hebben om zich met de Schriften bezig te houden. Want er wordt gezegd, dat haar man en zij de Jood Apollos tot zich namen en hem de “weg Gods nauwkeuriger uitlegden”. Priscilla was dus bekend met het geloof en had er gevoel voor, wie meer onderwijzing nodig had. Later had zij een gemeente aan huis (Rom 16:3-4). Wat een voorbeeld!
Hoe is het bij ons met de tijd gesteld, die wij met onze Heere en met de Bijbel doorbrengen? Als echtgenote en moeder komen wij vaak in de verzoeking om bij een overhoop gehaalde agenda als eerste onze stille tijd over te slaan of altijd verder naar achteren te schuiven. Maar het is belangrijk om deze tijd te nemen en haar ons ook in de drukte van alledag niet te laten ontnemen. Het is mijn ervaring dat de sfeer in mijn gezin sterk afhangt van mijn gemoedstoestand als moeder. Daarom wil ik mij bewust elke dag door God en Zijn Woord laten vormen.

Feit
Uit de voorbeelden van deze drie vrouwen zie ik hoe veelzijdig Gods wegen zijn en voor hoeveel mooie en vervullende taken Hij ons vrouwen wil gebruiken. Laten wij ons afvragen: is het ons hoogste doel om te gaan werken, om onafhankelijk te zijn of ons een tweede vakantie te kunnen veroorloven? Of gaan wij alleen werken, als dit in harmonie is met onze primaire taken in gezin en gemeente? En als onze man genoeg verdient, zijn wij dan ook bereid om bewust thuis te blijven en om ons heen te kijken, welke taken wij in Gods Koninkrijk zouden kunnen overnemen? Veel daarvan laat zich goed met huwelijk en gezin combineren. In de fasen waarin ik mijn comfortzone heb opgegeven, heb ik altijd bevrediging en werkelijke vreugde beleefd. Elke vrouw beschikt echter over verschillende krachtreserves. Wij moeten ons er daarom voor behoeden, anderen in vakjes te stoppen als ze niet aan onze maatstaven voldoen. Ik heb tijdens mijn observatie van gezinnen van schoolvrienden van mijn kinderen de laatste tijd een schokkende ontdekking gedaan. Veel vrouwen hebben na de baby- en kleuterfase een grote behoefte om zichzelf te ontplooien en zetten zich daar met al hun energie voor in. Veel taken worden onuitgesproken van de man verwacht. Door de nieuwe situatie worden dan hoge eisen aan de man gesteld. Meestal heeft men als echtpaar tijd te kort. In sommige gevallen waren gebroken huwelijken het resultaat.

Natuurlijk waren er vaak meerdere redenen als een huwelijk strandt en de hele situatie is vaak zeer complex. Maar de tijd met zijn tweeën om het openlijk bespreken van persoonlijke behoeftes is van groot belang. Hebben c.q. geven wij vrouwen deze noodzakelijke tijd voor onze huwelijken en de daarmee verbonden prioriteit? Zijn wij bereid om ook bij de vraag naar het uitoefenen van een beroep eerlijk naar Gods plan voor ons leven te vragen? Ik wens en bid, dat ik dit steeds meer in praktijk zal brengen en dat wij als gelovige echtgenotes door ons handelen een getuigenis in de wereld van gebroken huwelijken kunnen zijn!

Sabine Kunz

Bron: fest und treu, 02/2019

vertaling: mevr. A.van Laar

 

 

Inleiding
In mijn loopbaan heb ik verschillende managementcursussen gedaan. Als ik daarop terugkijk, dan valt het mij op dat deze cursussen vaak niet wetenschappelijk gefundeerd waren en altijd op basis van humanistisch gedachtegoed met een spirituele kwinkslag. ‘Er in stappen’ was altijd makkelijk waarna je in een groepsdynamisch proces met collegae terecht kwam. Het duurde meestal niet lang, voordat je aan oefeningen werd blootgesteld die je over een spirituele grens wilden trekken waaraan je als christen niet deel kon nemen. Geestelijk, intuïtief voelde je dat aan. Inmiddels stond je onder de groepsdruk. ‘Eruit stappen’ vroeg eerst onderzoek en daarna veel moed.  Keer op keer moest ik opstaan voor de waarheid en voor mij zelf vrijstelling van oefeningen bepleiten op basis van mijn christelijk geweten. Dat lukte gelukkig altijd. In 2010 werd een Covey-cursus door een ‘licensed teacher’ gegeven die ons de ‘zeven gewoonten van een effectief leider’ voorhield. Het bijbehorende boek kregen we mee naar huis. Dit artikel houdt deze leer van Stephen Covey tegen Bijbels licht. Als bestuurslid van Bijbel & Onderwijs raakt het mij diep, dat christelijke scholen zo makkelijk hun leerkrachten en leerlingen onderdompelen in praktijken en technieken die ingaan tegen God en Zijn Woord, de Bijbel.

Wat zijn de 7 gewoonten en hoe pas je die toe in het onderwijs?
Ik noem hier kort de ‘7 gewoonten’, omdat via internet[i] volop informatie is te vinden:

  1. Wees proactief: neem verantwoordelijkheid voor je eigen leven, wees trots op jezelf en neem initiatief.
  2. Begin met het einddoel voor ogen: weet wat jezelf in het leven wilt bereiken.
  3. Ik doe de belangrijke dingen eerst: ik maak mijn eigen plan en volg dit.
  4. Denk in win-win. Iedereen kan winnen, er is genoeg voor iedereen.
  5. Eerst luisteren dan begrepen worden. Luister met empathie en kijk door andermans bril dan word jezelf ook beter begrepen.
  6. Synergie: samen bereiken we meer 1+1= 3, 10 of meer. Probeer een hogere orde te vinden in wederzijdse afhankelijkheid.
  7. Houd de zaag scherp: zorg goed voor jezelf qua eten, sport, slapen, vrienden en spiritualiteit.

De eerste drie gewoonten vormen een overwinning op jezelf door de regie te nemen over je handelen in alle situaties waar je in belandt (private victory). Gewoonten 4-6 is een overwinning behalen op je omgeving en gewoonte 7 zorgt voor de balans.

Deze zeven gewoonten zijn ook toegepast voor leraren en lopen dan als rode draad door de schooldag heen. De kinderen wordt geleerd dat hun bijdrage in de klas ertoe doet. Ze kunnen klasgenootjes helpen. Eerst de belangrijke zaken doen (sommen en taal) en daarna de leuke zaken (sport en spel). Wat de kinderen op school leren, kan thuis doorwerken. Daarom zijn er ook zeven gewoonten voor ouders waarbij tegen het kind wordt gezegd: “Ik geloof in jou” (mantra). Ouders dienen zich af te vragen tot wat voor mens je je kind wilt laten ontwikkelen. Een duidelijke pedagogische visie waar veel ouders nooit zelf over hebben nagedacht.

Er wordt ook gesproken over een ‘een tweede schepping’ om tot jezelf en je authentieke persoonlijkheid te komen. Er wordt gestreefd naar een groeiend zelfbewustzijn waardoor je ook bewust wordt van je ineffectieve scenario’s. (Christenen zouden zeggen: zonden). Je herschrijft dan je eigen scenario. Er wordt aangeraden een gezinsmissie op te stellen, zodat het hele gezin mee doet. Het is dus niet verwonderlijk dat een deelnemer, toen ze hier voor het eerst over hoorde, sprak: “Het lijkt wel een evangelie”.

De leider in mij
Dit programma genaamd “De leider in mij (Een transformatieproces voor de gehele school)”[ii] [iii] wordt in Nederland aangeboden door het CPS (Christelijk Pedagogisch Studiecentrum) en er doen al meer dan 100 scholen aan mee. Het programma biedt activiteiten aan om in scholen, klassen, gezinnen en gemeenschappen vanuit een authentieke omgeving leiderschap te “vieren” en een cultuur van leiderschap op te zetten. Het heeft alles veel weg van de traditionele trits school-gezin-kerk van waaruit in Nederland het christelijk onderwijs ooit is opgezet. Het doel is een duurzaam leefbare maatschappij, waarin mensen als sociale wezens op elkaar betrokken zijn en vriendelijk en verdraagzaam met elkaar willen leven. Dit wordt bereikt door het aanleren van principes die altijd en overal gelden en elke keus die je maakt bepalen. Het is dus een geloofssysteem. Het is gebaseerd op de overtuiging dat je actief invloed kunt hebben op je eigen geluk en tevredenheid, samengevat in de term ‘zelfleiderschap’.

De inspiratie onder de loep
Stephen Richards Covey (1932-2012) was aanvankelijk docent aan de mormoonse universiteit in Utah. Na zijn succes als auteur heeft hij zijn eigen bedrijf opgericht, dat later is samengegaan tot FranklinCovey. Het bedrijf is beursgenoteerd en verkoopt het gedachtegoed dat door hem is ontwikkeld. Hij had een pragmatische insteek die makkelijk toegankelijk was, maar waarachter on-Bijbelse methoden tevoorschijn komen. Dit hangt ook samen met zijn belijdend lid zijn van de “mormoonse kerk”.

De mormonen presenteren zich in eerste instantie als “echte evangelische” christenen. Zij spreken over Jezus als hun Heiland en Verlosser, over verlossing en andere Bijbelse woorden. Maar wie een beetje doordringt in de mormoonse leer, ziet dat zij leren dat God eens mens was en dat mensen god(en) worden! Maar wie wilde er nu al heel lang geleden “als God” worden…? Wie is de god van de mormonen? Hoe zien zij Jezus? De mormoonse religie blijkt een heuse “wolf in schaapskleren” te zijn![iv]

In 1982 schreef hij een boek “The Divine Center“ waarin hij spirituele groei- en meditatietechnieken aanbeveelt om dichter bij “god/het goddelijke” te komen. Deze technieken heeft hij in 1989 eveneens opgenomen in zijn boek over de 7 eigenschappen van effectief leiderschap. Hij heeft de volgende door mij vertaalde Engelse uitspraken gedaan:

  • Het geloof in evangelische kerken is een verschrikking in het oog van God.” [Divine Center, pag. 15.]
  • De evangelische leer van redding door genade alleen is een vals concept en een afvallige doctrine [Divine Center, pag. 68].

Hoewel hij naar alle wereldgodsdiensten verwijst, incl. het christendom, moet een dergelijk expliciet ontkennen van het eeuwige evangelie ons grote zorgen baren als zijn leer en methodes in onze christelijke scholen worden ingevoerd. Om brede ingang te vinden heeft hij de pragmatiek vermengd met christelijke, joodse en oosterse elementen. Hij ontdekte hoe hij mormoonse waarheden aan niet-mormonen kon vertellen door zijn vocabulaire aan te passen. Hij schrijft: “Ik ondervond in gesprek met verschillende niet-mormonen in verschillende culturen dat we kunnen onderrichten en getuigen over veel ‘evangelie’- principes, als we zorgvuldig onze woorden kiezen die onze inhoud    dragen, maar aansluiten bij hun ervaring en gedachtegoed” [Divine Center, pag. 240]. Hij is dus een kameleon die woorden uit een christelijke achtergrond gebruikt om zijn denkbeelden geaccepteerd te krijgen. Hij schrijft bijvoorbeeld over het krijgen van vertrouwen in relaties door te doen wat we zeggen, integer te zijn en als we fout zijn dat ook eerlijk toe te geven. Dat zijn mooie Bijbelse gedachten, maar die gebruikt hij om christenen open te stellen voor zijn verkeerde leer. Er zijn praktische zaken zoals de belangrijkste zaken eerst doen, die elk weldenkend mens begrijpt en kan toepassen. Er zijn sympathieke zaken, zoals het niet willen winnen ten koste van de ander of eerst luisteren en dan pas zelf begrepen worden, maar er zijn ook andere zaken zoals blijkt uit hetgeen hij gezegd heeft: “Mensen kunnen niet veranderen, als er van binnen niet iets onveranderlijks aanwezig is.” Wat is dat dan of wie is dat dan of hoe kom je in een dergelijk staat? De leider in mij ben ik misschien niet zelf, maar is een hogere macht die toegang tot mij wil, een antichrist.

Zonder het Bijbelse evangelie, niet meer mijn ik maar Christus, is er geen “overwinning op jezelf te behalen”. Je komt dan snel terecht in on-Bijbelse methoden. De proactieve houding bij Covey gaat uit van de maakbaarheid (human potential). Hij spreekt over “positieve energie” die “jouw invloedssfeer vergroot”. Dit gaat uit van het positief humanistisch mensbeeld en positief denken. Je moet bij het begin een doel voor ogen hebben. De vraag daarbij is, hoe kom je aan een doel? Hij spreekt dan over twee scheppingen. De eerste is in je eigen verbeelding (imaginatie) en de tweede in je eigen omgeving (fysiek). De mens wordt zelf (her)schepper, de mens wordt god. Waar gaan we dan op zoek om onze eigen verbeelding te voeden, waar ligt onze bron van creativiteit? Covey beveelt visualisatie[v] aan. Hij zegt verder dat “mensen een onbegrensd potentieel hebben dat afgeleid is van de mormoonse leer dat mensen goden zijn in embryonale vorm” [Divine Center, pag. 164-66].  Dave Hunt heeft in zijn boek “ Christendom in verleiding” al deze technieken beschreven als on-Bijbels.

In het boek en de programma’s zijn deze elementen voor de oplettende christelijke lezer niet moeilijk te ontdekken. Het CPS haalt bijvoorbeeld Helen Keller aan: “Wat ik zoek, is niet daarbuiten maar is in mij”. Zij is sterk beïnvloed door de leer van Emanuel Swedenborg[vi]. Ook de Dalai Lama wordt aangehaald: “Als we het verstand van onze kinderen opvoeden dan mogen wij niet hun hart vergeten”. Het gaat God, en christelijke scholen, juist om het hart van onze kinderen! Covey’s leer is gebaseerd op het fundamentele principe “van binnen naar buiten”, maar dan zonder de inwonende Christus. De kern van je eigen identiteit is je vertrekpunt. Bijbels geduid hebben we het dan over de gevallen, oude mens, de Adams natuur die onder de zonde ligt.

De dwang van Covey
Covey geloofde en leerde, dat in ieder mens ‘licht’ aanwezig is en zag het als zijn missie om de mens dat ‘licht’ te laten ontdekken en steeds helderder te laten schijnen. Je hebt een vrije wil om voor het goede te kiezen. Hoe anders schrijft Paulus, dat als hij het goede wil doen, het kwade bij hem ligt. De oplossing van Covey is dan ook niet het bevrijdend evangelie van de Bijbel. Jezus Christus en zijn verlossingswerk aan het kruis zijn niet aanwezig bij Covey. Was zijn insteek in eerste instantie individueel gericht daarna werd het meer gericht op het geheel (corporate). Het is een krachtiger lichtbron als iedereen op hetzelfde moment dit ‘licht’ uitstraalt, dan dat ieder voor zich op zijn tijd en wijze dit doet. Hij richt zich meer op ‘corporate identity’ en ‘corporate testimony’. Het wordt daarmee ook steeds meer dwangmatig. Als je niet mee doet, lig je eruit. De school wordt een “Lighthouse School” door het Covey-instituut gecertificeerd. Dat geldt voor alle leerlingen en voor alle docenten. Dat de OBS Atlantis te Amersfoort hiervoor koos, is nog te begrijpen, maar hoe kan het zijn dat protestants-christelijke en reformatorische scholen hiervoor open staan? Via een remedial teacher die zelf op cursus is geweest of een masterstudent van een christelijke pabo wordt het programma binnengehaald waarbij zowel de directeur als het schoolbestuur impliciet het laat begaan of zelfs expliciet zijn instemming ermee geeft. Welke plaats heeft Christus nog in zo’n christelijke school? Zoals een directeur op een christelijke school toegaf: ‘De kinderen worden steeds drukker, we kunnen hun aandacht niet meer krijgen of langer vasthouden. We hebben steeds minder vat op hen. Ouders tonen weinig betrokkenheid en de meeste kerkbesturen hebben geen oog meer voor wat er op de christelijke scholen gebeurt.’

De Heere Jezus zegt in Johannes 10, dat Hij de goede herder is en Hij zijn schapen kent en de schapen kennen Hem en volgen Hem, omdat zij zijn stem kennen. Hij waarschuwt zijn schapen ook om de vreemde niet te volgen, maar er voor weg te lopen omdat de schapen de stem van de vreemde niet kennen. Laten wij onze kinderen in de steek, zodat ze gestolen, geslacht en verdelgd worden? Dat zijn sterke woorden die de Heere Jezus zelf gebruikt. Laten wij onze kinderen weiden!

[i] https://www.franklincovey.nl/de-7-eigenschappen-van-effectief-leiderschap/
[ii] www.theleaderinme.org
iii]https://obskompas.saamscholen.nl/Portals/791/docs/eBook%20The%20leader%20in%20me.
pdf?ver=2017-03-06-113521-873
[iv] https://www.bijbelengeloof.com/index.php?option=com_content&view=category&id=159&Itemid=105
[v] (Creatieve) visualisatie of imaginatie (geleide fantasie) is het vermogen om zich een aanschouwelijke voorstelling te maken van onze wensen of gedachten, met het doel om deze voorstelling tot werkelijkheid te maken.
[vi]https://nl.wikipedia.org/wiki/Emanuel_Swedenborg
Voor verdere info kunt u ook kijken op : http://www.apologeticsindex.org/c12.html

Swawek van der Meer

 

 

 

 

Het zal gebeuren, zodra de Heere heel Zijn werk op de berg ​Sion​ en in ​Jeruzalem​ voltooid heeft, dat Ik de vrucht van de trots van de ​koning​ van ​Assyrië​ en de glans van zijn hooghartige oogopslag zal vergelden. Want hij zegt: Door de kracht van mijn hand heb ik dit gedaan, en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig. Ik heb de grenzen tussen de volken weggenomen, hun voorraden uitgeplunderd, en als een machtige de hooggezetenen neergehaald. Mijn hand vond, als was het een vogelnest, het vermogen van de volken. En zoals men verlaten eieren bijeenraapt, raapte ík de hele wereld bijeen (Jesaja 10:12-14).
Deze profetie van Jesaja openbaart de geest in de koning van het wereldrijk Assyrië, en wijst ook op onze tijd, waarin we Jeruzalem weer hersteld zien als hoofdstad van Israël. Wij kunnen dezelfde geest onderscheiden in het wereldgebeuren; de geest van de overste van deze wereld (Joh 16:11), de aanvoerder van de macht in de lucht ( Ef 2:2)

Herken de geest
Hooghartigheid, trots, door de kracht van mijn hand, mijn wijsheid, ik ben verstandig. Dezelfde geest is te herkennen in de huidige prestatiemaatschappij. Een geest die tegengesteld is aan wat Jezus Christus zegt:  Leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van ​hart; en u zult rust vinden voor uw ziel (Matt 11:29), en dat Ik vanuit Mijzelf niets doe, maar dat Ik die dingen spreek zoals Mijn Vader Mij heeft onderwezen (Joh 8:28).

Onderscheid de werkwijze van die geest
Grenzen uitwissen:  abortus, euthanasie, prostitutie, homoseksualiteit, embryo-onderzoek, … We leven in het post-truth tijdperk (na-waarheid tijdperk). De normen en waarden worden aangepast, alles ‘moet kunnen’. Jezus Christus zegt: Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen (Matt 5:17). Hij legt in de bergrede uit, dat de wet bedoeld is om de geest te onderscheiden die ons probeert af te leiden van God onze Schepper.
Voorraden plunderen: uitputting grondstoffen, vernietiging natuurlijke bronnen, weggooi-maatschappij,… Jezus Christus zegt: Verzamel de overgebleven stukken, zodat er niets verloren gaat (Joh 6:12).
Hooggezetenen neerhalen
De kerken lopen leeg, gelovigen (Ef 2:6) accepteren de evolutietheorie zonder te beseffen dat ze zichzelf degraderen tot een, door toevallige mutaties, geëvolueerd aapachtig wezen. En door te geloven wat mensen beweren, worden ze verblind voor de Bijbelse Waarheid.

Herken de strategie van de antichrist
Mijn hand vond, als was het een vogelnest, het vermogen van de volken (Jes. 10:14).
De jeugd bepaalt de toekomst van een land. De basis van de jeugd is het ouderlijk gezin en de basisschool, die te vergelijken zijn met een vogelnest. Is die basis nog een veilig nest?
In 2020 komt op alle basisscholen het vak wetenschap & technologie in het onderwijs. Het is belangrijk te onderscheiden in welk kader (geest), de kennis overgebracht wordt aan de kinderen. In het leerplan voor de levende natuur staat bijvoorbeeld ook evolutie.
Zullen de kinderen daarbij alleen de visie leren dat ‘bewezen’ is dat de mens een ontwikkeld dier is, of ook de visie op de mens als bijzondere schepping? En leren ze ook het verschil nog tussen meetbare feiten en verklaringen?

 

 

 

 

 

 

 

 

Jezus Christus zegt: Laat de ​kinderen​ tot Mij komen en verhinder hen niet (Luc 18:16).

Kom in aktie
Hoe belangrijk is dan Bijbelgetrouw lesmateriaal. Op de site van B&O staat onder de categorie Godsdienstmethoden de methode Ontdek het Leven, een eigentijdse methode die uit vier delen bestaat. Lees het overzicht of bestel de folder.

dr.W.Hoek

“… en u van jongsaf de heilige Schriften kent” (2Timotheüs 3:15).

Een van de belangrijkste dingen die ouders voor hun kinderen kunnen doen is hen te helpen bij het ontwikkelen van een gewoonte van dagelijkse Bijbelstudie. Hoewel ik in de kerk opgroeide, herinner ik me geen enkele aanwijzing of aansporing of iets dergelijks. Het is door het Woord van God dat de jongere “zijn pad zuiver kan houden” (Psalm 119: 9) in deze slechte wereld. Het moet in het hart en de ziel komen en zo het individuele leven doordringen en dit zal niet gebeuren tenzij lezen, studeren, onthouden en overdenken een dagelijkse praktijk worden. We weten, dat het lezen van de Bijbel alleen niet zal leiden tot redding en heiliging; het moet worden ontvangen en gehoorzaamd. Maar we weten ook, dat  die redding en heiliging niet zal gebeuren zonder het Woord van God, omdat “het geloof komt uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God” (Romeinen 10:17). Het is nooit vergeefs  om het Woord van God in het hart van het kind te brengen. Hoewel ik, toen ik jong was, niet gered was en de Bijbel niet serieus nam, had het onderwijs en de prediking een grote invloed op mij en nadat ik op 23-jarige leeftijd bekeerd was, kwam er veel in mij boven en had ik een goede voorsprong in mijn christelijke leven.

Een citaat van pastor David Sorenson:
Het fundament van een godvruchtig leven ontbreekt vaak in het leven van kinderen en jongeren van Gods volk. Dat fundament is een dagelijks opnemen van het Woord van God. Een jongere uit een christelijk gezin kan naar een christelijke school gaan of thuis worden geschoold met een Bijbels leerplan, trouw naar  zondagsschool en kerkprogramma’s gaan en door de kerk georganiseerd kampen bezoeken en tegelijk vleselijk, opstandig en werelds zijn. Of vaker zijn ze gewoon lauw en gaan ze mee met de stroom, maar er is geen echte geestelijke overtuiging in hun hart. De reden is even simpel als opmerkelijk. Ze zijn niet dagelijks met het Woord van God bezig.

Hierna volgen enkele suggesties om dit te corrigeren:

  1. Begin vroeg. Toen onze kinderen klein waren, lieten we hen uit de Bijbel lezen, zodra ze net konden lezen. Het was kort, maar ze begonnen aan ’t einde van hun kleuterschooljaar.
  2. Plan hun lezen. De Bijbel is een complex boek, zelfs voor volwassenen. Toen onze kinderen klein waren, lieten we hen in 1Johannes lezen vanwege de eenvoudige woorden en zinsbouw. Eerst lieten we hen een of twee verzen per dag lezen. Naarmate ze op de basisschool vorderden, breidde de dagelijkse leesopdracht uit tot een hoofdstuk per dag en tegen de tijd dat ze op de middelbare school zaten, lieten we onze meisjes vier hoofdstukken per dag lezen. Dat is de basishoeveelheid om de Bijbel in een jaar door te lezen. Maar het belangrijkste is dat we het lezen voor hen gepland hebben.
  3. Geef positieve aansporingen. Toen onze meisjes klein waren, maakten we een kaart die op de koelkast lag en als ze hun dagelijks vereiste Bijbellezen gedaan hadden, kregen ze elke dag een ster op hun kaart. Als ze hun kaart enkele weken of een maand trouw hadden ingevuld, hadden we een speciale beloning voor hen bedacht.
  4. Dwing het lezen af. We hebben ervoor gezorgd, dat onze meisjes hun dagelijks Bijbellezen, dat hen opgedragen was, deden. Een refrein dat vaak aan de ontbijttafel te horen was, luidde:  ‘Heb je vanmorgen je Bijbellezen gedaan?’ Hoewel ze te groot werden voor de kaarten en sterren op de koelkast, controleerden we hen nog goed tijdens hun adolescente jaren.
  5. Doe het, omdat het goed is. Toen de meisjes de fase te boven kwamen dat ze kleine aansporingen nodig hadden, gingen we ervan uit dat Bijbellezen nu eenmaal goed was. Het is inderdaad goed om elke dag met Gods Woord bezig te zijn..

Ds.Mario Schiavone zegt, dat hij en zijn vrouw met hun kinderen met Bijbelse platenboeken begonnen, voordat ze konden lezen. Ze hebben hun kinderen geleerd met Bijbellezen te beginnen, nadat ze wakker waren geworden. Schiavone zegt: “Het is dan rustig in huis, omdat iedereen met de Bijbel bezig is.”

 

David Cloud

Bron: wayoflife.org. Het artikel komt uit het boek Keeping the Kids.
https://www.wayoflife.org/reports/teaching_children_to_have_bible_reading.html

 

Een progressieve socioloog, Nick Wolfinger, presenteerde onlangs de volgende samenvatting van zijn laatste onderzoek aan de Universiteit van Virginia.

“Een merkwaardig en ongelukkig kenmerk van gezinsdemografie is de hardnekkige armoede in gezinnen met alleen maar moeders. In de afgelopen veertig jaar is de inkomenskloof tussen alleenstaande en getrouwde moeders nauwelijks veranderd, een verrassend resultaat gezien de toename van werkende vrouwen in de beroepsbevolking.”

In deze samenvatting komen verschillende crises samen die kenmerkend zijn voor onze tijd: de crisis van het huwelijk en de echtscheiding, de crisis van de mannelijkheid en de afwezige vaders en de crisis van promiscuïteit en buitenechtelijke seks. Het ‘evangelie van bevrijding’ heeft in elk geval het probleem alleen maar verergerd.

Door te verkondigen dat een echtscheiding ‘zonder schuldigen’ geaccepteerd is en het huwelijk los te maken is van voortplanting, is het huwelijk als instelling sterk verzwakt. Het gevolg daarvan is dat de bijdrage van het huwelijk aan welvaart en welzijn is afgenomen. In de VS werden in 2014 ongeveer 29 procent van de blanke kinderen, 72 procent van de zwarte kinderen en meer dan de helft van de Spaanse kinderen geboren bij alleenstaande moeders. (In Nederland is dit bijna 10%. Op Urk 0,5% en in Rotterdam 20,8%, zie *)

Prediking van het evangelie van individuele vrijheid, autonomie en zelfverwezenlijking, heeft de vaders een blanco cheque gegeven om hun eigen seksuele en persoonlijke vervulling na te streven los van het werk, de verantwoordelijkheid en de beloning die hoort bij het leiden van een gezin. Prediking van het evangelie van vrouwenemancipatie in termen van functionele uitwisselbaarheid met mannen heeft niet geleid tot lagere armoedecijfers bij éénouder gezinnen. Door stigmatisering van het vaderlijk hoofdschap, zoals de Bijbel bedoelt, en het bagatelliseren van het belang van vaders thuis door middel van campagnes om genderverschillen uit te wissen, worden vaders niet langer aangemoedigd om het vaderschap te vervullen als rol zoals God het bedoeld heeft.

Het verontrustende is dat het probleem zichzelf vermenigvuldigt ​​en dus verder uit de hand loopt. In zijn rapport documenteert Wolfinger het feit, dat kinderen van nooit gehuwde moeders steeds vaker ook zelf ongehuwd moeder worden. Kinderen afkomstig uit een gezin met vader en moeder en zelfs uit een gescheiden gezin hebben meer kans om zelf gezinnen te vormen. Wat moet er gedaan worden?

De eerste echtscheidingswet ‘zonder schuldigen’ aan te wijzen in de moderne geschiedenis is geïntroduceerd na de revolutie van 1917 in Rusland. De reden van de bolsjewieken voor hun verzet tegen het huwelijk was, dat zij het beschouwden als een burgerlijke instelling, die samen met de gegoede burgerij moest worden uitgeroeid ten gunste van de arbeidersklasse. Als het huwelijk wordt afgedankt, krimpt inderdaad de middenklasse en neemt de armoede toe zoals te zien is in éénouder gezinnen. Ironisch!
Wil je geestelijk en materieel floreren? Preek dan niet het progressieve evangelie van bevrijding van huwelijk, seksualiteit en godsdienst. In plaats daarvan pleit voor huwelijken die vruchtbaar zijn. Strijd tegen echtscheiding. Wees een voorstander van een actief vaderschap, dat leidt en zorgt voor gezinnen. Wees een voorstander van een reine, eerbare relatie en verzet je tegen immoraliteit.
Het huwelijk is niet alleen een burgerlijke instelling, hoewel het onbetwistbaar correleert met welvaart. Het huwelijk is fundamenteel meer een goddelijke instelling. Man en vrouw schiep Hij hen om gezinnen te vormen, zodat een volgende generatie Hem ook verhoogt. Je hebt geen samenleving zonder het gezin en je hebt geen gezin zonder huwelijk. Onze radicaal vooruitstrevende samenleving draait op geleend sociaal kapitaal evenals op families die Bijbels standhouden, ondanks de heersende ideologieën van de dag. We moeten herinvesteren in gezinnen en in het huwelijk en daardoor investeren we in niets minder dan gerechtigheid voor onze samenleving.

*)https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/52/bijna-1-op-de-10-baby-s-wordt-geboren-in-eenoudergezin
Artikel is overgenomen uit de nieuwsbrief van The Council on Biblical Manhood and Womanhood , maart 2019, (cbmwoffice@cbmw.org) of   
https://sna.etapestry.com/prod/viewEmailAsPage.do?erRef=3231.0.156579348&databaseId=CouncilonBiblicalManhoodandWo&mailingId=37062330&jobRef=3231.0.196157568&key=56497e4ee7adaa68126174b985b781c&personaRef=3231.0.156581325&memberId=1445434863

 

vertaling: ing. W. van der Meer

 

Heeft een christen weerbaarheidstrainingen nodig?

De training Rots en Water (verder afgekort tot R&W) is ontwikkeld door de Nederlander Freerk Ykema. De training wordt ingezet als middel tegen pesten, ter verbetering van het groepsklimaat en als weerbaar­heids­training in het kader van geweld en seksuele intimidatie. Dus ook als er geen sprake is van pestgedrag maar het groepsklimaat in de klas te wensen overlaat, kunnen trainers worden ingehuurd om te komen tot een ‘positieve groep’. Het draait om sociale veiligheid en een positief pedagogisch klimaat. De trainingen richten zich onder meer op communicatie, waarden, normen, zelfvertrouwen, onderling vertrouwen en samenwerking.
R&W is een populaire training die op veel scholen en instellingen voor psychosociale hulpverlening ingang heeft gevonden. De bekendheid is inmiddels wereldwijd en de beoordelingen zijn vrijwel zonder uitzondering positief, zoals van de school die op zijn website vermeldt, dat pesten uit de school zal verdwijnen na implementatie van R&W[1].

Visie
Ykema zegt over R&W dat het een programma is ‘waarin je leert in alle situaties die je tegenkomt in je leven stevig te staan, goed te ademen en te centreren, waardoor je de rust behoudt om in alle omstandig­heden de juiste keuzes te maken en niet je evenwicht te verliezen’. Hij is voor een deel geïnspireerd door het geschrift Overpeinzingen[2] van Marcus Aurelius[3], die behoorde tot de filosofische stroming van de stoïcijnen.
In boek 4:49 van Overpeinzingen lezen we de woorden waaraan R&W zijn naam ontleent: ‘Wees als een rots in de branding, waarop de golven steeds te pletter slaan. Daar staat hij, rondom hem komen de woelige wateren tot bedaren. ‘Wat ben ik ongelukkig dat mij dit moest overkomen?’ Maar neen, veeleer ben ik gelukkig want, hoewel mij dit overkwam, ben ik ongedeerd, niet gebroken door het heden, noch bevreesd voor de toekomst.’ De volgende citaten uit datzelfde boekje laten zien uit welke hoek de wind waait. ‘… ik leerde op mijzelf te vertrouwen, niets aan het toeval over te laten en uitsluitend naar de stem van de rede te luisteren, zonder daar ook maar een moment van af te wijken; ook om altijd dezelfde te blijven onder de zwaarste beproevingen…’[4]Wees zelf de God die in u is, de heer van een levend wezen, krachtig en volwassen, …’[5] Het gaat me er in dit artikel niet om een gedetailleerde beschrijving van R&W te geven. Die informatie is elders ruimschoots beschikbaar. Ook de effectiviteit van R&W wil ik niet ter discussie stellen. Daarover is dit jaar een onderzoeksresultaat gepubliceerd in het Tijdschrift Klinische Psychologie.[6] Ik wil enkele aspecten van R&W bespreken die op zijn minst vragen oproepen in het licht van de Bijbel en daarbij wil ik beginnen met de openingszin van het verslag van het genoemde onderzoek: ‘Pesten is een serieus maatschappelijk probleem en vormt een groot risico voor de sociale en emotionele ontwikkeling en academische prestaties.’

Zonde
Vooropgesteld, die risico’s zijn levensgroot, levensbedreigend zelfs. Echter, de visie die we op pesten hebben, is bepalend voor de benadering ervan. Pesten is te definiëren als gedrag waarbij een of meer personen benadeeld, mishandeld of buitengesloten worden met emotionele, psychische en/of lichamelijk schade tot gevolg. Er is sprake van machtsmisbruik door de daders en machteloosheid aan de kant van de slachtoffers. R&W beschouwt dat als een sociaal probleem, evenals vrijwel alle andere antipest­methoden dat doen. In het licht van Gods Woord blijkt het echter veel ernstiger te zijn. God noemt het zonde en niet ‘een probleem’. Het is belangrijk om daarvan overtuigd te zijn. Dat impliceert dat er alleen een oplossing voor is als die er voor de zonde is. Gedrag kan natuurlijk wel omgebogen worden, bijvoorbeeld door een R&W-training te volgen. Maar daarmee is de zonde niet weggenomen, niet opgelost. Bekering tot God is het kernwoord. Belijdenis voor God en onze bena­deelde naaste zijn de eerste stappen naar herstel. Vergeving ontvangen door het verzoenend offer van de Heere Jezus is noodzakelijk. En wie vergeving ontvangt, zal als antwoord daarop God en zijn naaste liefhebben. Voor deze dingen is in R&W geen plaats.

Balans op occulte basis

De website van R&W omschrijft de training als volgt: ‘Rots en Water is een psychofysieke training voor po, vo, mbo, speciaal onderwijs, hulpverlening, jeugddetentie en ggz. Het richt zich op de ontwik­keling van sociale competenties, het voorkomen en aanpakken van pesten, weerbaarheid en seksueel geweld.’[7] Dat is een prachtig doel. Wie zou daar iets op tegen kunnen hebben? De vraag is echter hoe deze training ingevuld wordt. Kernbegrippen in de training zijn gronden en centreren. Gronden, aarden of earthing wil zeggen dat je leert bewust in stevig contact met de aarde te staan. Niet gewoon op je voeten staan, maar zodanig contact met de aarde maken dat negatieve energie kan wegvloeien. De theorie luidt dat de aarde waarop wij leven energie geeft. Maar dan wel als we werkelijk in contact staan met de aarde, die beschouwd wordt als een levend wezen met de naam Gaia. Door onze leefwijze zijn we dat contact kwijtgeraakt en dat is één van de oorzaken van stress en van vele ziekten. Ik las elders deze beschrijving: ‘Aarden of gronden is jezelf verbinden met de aarde. Aarden brengt je in het hier en nu. Iemand die goed gegrond is, voelt meer balans. Je komt letterlijk steviger op de grond te staan en je stabiliteit neemt toe. Daardoor voel je je veiliger, raak je minder snel van je stuk en ben je meer ontspannen. Daarnaast ontstaat ruimte voor persoonlijke groei.’[8] Yoga maakt eveneens gebruik van dit principe. Dit is overduidelijk een occulte praktijk. Dat geldt ook voor centreren. Centreren, een onderdeel van de Japanse verdedigingskunst aikido, heeft te maken met het vrijkomen van energie vanuit je onderbuik. Letterlijk vertaald betekent aikido: de weg om een te worden met de geest van het universum. Het wordt beschreven als een aandachts­oefening om je hoofd en je lijf op één lijn te brengen. Je concentreert je op de zogenoemde hara, het middel­punt van je lichaam, enkele centimeters onder je navel. Als je daar gecentreerd bent, ben je psychisch en fysiek in balans. Zo kun je vanuit intuïtie en in het moment reageren op inkomende energie en druk[9]. Dat klinkt goed natuurlijk. Wie zal beweren dat ‘in balans zijn’ verkeerd is? Daar zit hem het probleem dan ook niet. De vraag is waar ik mijn ‘balans’, mijn evenwicht, mijn steun vandaan heb. Bij R&W ga je die zoeken in jezelf. Een onbetrouw­baarder basis zou ik niet weten. Hoe kan ik steun vinden in een gevallen mens? En ook als ik een gelovige ben, ben ik in mezelf nog altijd onvolmaakt.
Salomo wijst een betere weg: Vertrouw op de HEERE met je hele hart, en steun niet op je eigen inzichten. Ken Hem in al je wegen en Hij zal je paden vlak maken. Wees niet wijs in je eigen ogen; vrees de HEERE en wijk af van het kwaad. Het zal genezing voor je lichaam zijn en verkwikking voor je gebeente. [10]

Op zand gebouwd

Onbewogen

In een van de video’s over R&W die ik heb bekeken, laat men kinderen oefenen met ‘onbewogen blijven’. Een meisje loopt tussen twee rijen kinderen door die haar op allerlei manieren proberen te intimideren. De bedoeling is dat zij er onbewogen onder blijft, met andere woorden, dat ze staat als een rots in de branding. Nuttige oefening? Misschien. Maar ik vraag me in alle ernst af hoe effectief dit is. In een spelsituatie zal dat ongetwijfeld werken. Maar ik geef het een kind dat gepest wordt te doen om een houding aan te nemen van ‘wie doet me wat’. En als dat al lukt, zal het gevolg waarschijnlijk zijn dat de daders met grover geschut te werk gaan. Ze willen onbewust toch effect scoren met hun pestgedrag. En waar zegt de Bijbel dat ik onbewogen moet blijven, dat dat mijn houvast zou moeten zijn? Nee, dan de openingszinnen van Psalm 27 die met de woorden van de Statenvertaling prachtig weergegeven zijn: De HEERE is mijn Licht en mijn Heil, voor wie zou ik vrezen? De HEERE is mijns levens kracht, voor wie zou ik vervaard zijn?
R&W gaat, evenals vele andere trainingen en therapieën, uit van de maakbaarheid van mensen. Daarmee zeg ik niet dat gedragsverandering niet mogelijk of noodzakelijk is. Dat is het zeker. Bepalend is echter hoe onze visie op de mens is. Wij zijn Gods schepsel, Zijn eigendom, en daarom heeft Hij het voor het zeggen. Niet wat ik prettig of onprettig vind, is leidend. Leven in een levende relatie met God door Jezus, Zijn Zoon, heeft ook een relatie in liefde tot onze medemens tot gevolg. Als je de kwestie pesten beziet in het licht van 1 Korinthe 13, wordt duidelijk wat de beste weg is. Daar gaat het over gedrag als gevolg van geloof en niet voortkomend uit mezelf.

Christelijke variant
Sinds enkele jaren zijn er ook weerbaarheidstrainingen die zich christelijk noemen. Eén ervan is Grol Weerbaarheid. ‘Heeft u al een positieve groep?’ luidt de tekst op de homepage. Ook deze training is gebaseerd op de principes van R&W, met dat verschil dat ook Bijbelse waarden aan de orde komen. Van de website citeer ik het volgende: ‘Grol Weerbaarheid gelooft in gezamenlijkheid: het creëren van een ‘wij-gevoel’ binnen de klas. Wij willen in deze primaire behoefte voorzien door elk individu verder te helpen ontwikkelen binnen zijn/haar interactie met de klas.’ Ook Van Grol maakt gebruik van de psychofysieke didactiek. ‘Vanuit een fysieke invalshoek worden mentale en sociale vaardigheden aangereikt en verworven’ en dat ‘onder een koepel van christelijke waarden en normen.’ Als ik dat lees, ben ik benieuwd naar de invulling daarvan. Een zoektocht op de site levert helaas niet de verwachte informatie. Er zijn interessante artikelen te lezen, bijvoorbeeld over ‘Gezamenlijkheid’, over ‘Grenzen aangeven’, over ‘Sociale vaardigheid’. Maar over geloof, over leven naar Gods wil, over het elkaar dienen door de liefde van Christus lees ik niets. En ook hier wordt pesten een groepsprobleem genoemd, terwijl je van een christelijke organisatie toch mag verwachten dat men het in de eerste plaats als zonde zou benoemen. En wat een ‘koepel van christelijke waarden en normen’ is? Ik zou het niet weten.
Van Grol werkt inmiddels samen met HUMUS[11]. Na wat zoeken op de site lees ik op de pagina ‘Kernwaarden’ onder ‘Christen zijn’ het volgende: ‘Het is ons voornemen om de vraag ‘wat zou Jezus doen’ onze werkwijze te laten bepalen. De Bijbel is hierbij ons ‘kompas’.’ Dat is dan ook de enige zin die iets zegt over het christen zijn. Wel een zin met wezenlijke inhoud, dat beaam ik. Maar op de website komt het verder nergens tot uiting en dat maakt dat ik ook deze variant van weerbaarheidstrainingen met scepsis bekijk.

Rots of zand?

Op de rots gefundeerd

Voor een christen is Gods Woord het begin en het einde. Dat is wat ik in de promotie van de diverse weerbaar­heids­trainingen mis. Ik denk aan David die in Psalm 18 zegt: De HEERE is mijn Rots en mijn Vesting en mijn Redder; mijn God, mijn Rots bij Wie ik schuil; mijn Schild en de Hoorn van mijn heil, mijn Hoog Vertrek. Dat is de enige plaats waar echte veiligheid is. Mattheüs 7:12 en Lukas 6:31 spreken ook duidelijke taal: Zoals u wilt dat de mensen u doen, zo moet u ook hen doen. En in Romeinen 13:8 zegt Paulus: Wees niemand iets schuldig, dan elkaar lief te hebben; want die de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld. Laat dat bij elk groepsgebeuren, elke klassensituatie, iedere sova-training enzovoort, uitgangspunt zijn. Waar liefde woont, is geen sociale onveiligheid. Daarom moeten we onze kinderen wijzen naar de Heere Jezus. Enerzijds omdat Hij weet wat het is om bespot, gesmaad, veracht en mishandeld te worden en dat nog wel door Zijn eigen mensen. Anderzijds, omdat de Bijbel ons oproept om navolgers van Hem te zijn. Hij heeft voor ons smaadheid gedragen. Waar anders heen? Naar Hem alleen!Wie op de hoge God vertrouwt, heeft zeker op geen zand gebouwd.Ik vraag ik me in alle ernst af of er dan nog behoefte is aan een weerbaarheids­training. Uiteraard is er meer over te zeggen, maar dat laat de afgebakende ruimte voor dit artikel niet toe. In de nieuwe brochure over dit onderwerp die in de maak is, wil ik er uitgebreider op ingaan.

 

H. van Buren

 

[1] https://www.deviermaster.nl/de-school/positief-pedagogisch-klimaat.html (7-5-2019).
[2] Nederlandse vertaling van Ta eis heauton.
[3] Marcus Aurelius Antoninus, Romeins keizer, 121 tot 161.
[4] Overpeinzingen, 1:8.
[5] id. 3:5
[6]Veranderingen in sociale veiligheid, competentiebeleving en depressieve gevoelens van basisschoolkinderen die aan het interventieprogramma Rots en Water deelnemen: een vergelijkingsstudie. Ellen Reitz, Esther Mertens, Monique van Londen, Maja Deković. Tijdschrift Klinische Psychologie, 2019, 49(1), 38-57. Het betreft een onderzoek onder 1203 leerlingen van zeven tot veertien jaar oud, afkomstig van zeventien scholen voor primair onderwijs.
[7] https://www.rotsenwater.nl.
[8] https://succesvolinbalans.nl/leer-aarden-en-centreren
[9] Bron: beocure ‘Jezelf in sync centreren’, Ki to Change
[10] Spreuken 3:5-8.
[11] www.humus-geeftruimte.nl

Wat een gedoe om een ‘hoofddoekje’ of zoals iemand via de radio zei: om een ‘halsdoekje’. Is dat in een democratisch land met godsdienstvrijheid niet te gek voor woorden? Enkele feiten.

1. De Arabische islam is niet een religie in Westerse zin, maar een politieke religie met het expliciete doel: de wereldwijde godsstaat van de islamitische Allah op basis van de islamitische staatswet (sharia). Godsdienst en staat zijn in de islam een onafscheidelijke eenheid. Dit gegeven vormt een niet te bagatelliseren probleem in Westerse landen met staatsrechterlijke scheiding van kerk en staat.
We worden dus in eerste instantie geconfronteerd met een politiek conflict tussen grondwetten: tussen de Arabisch-islamitische grondwet (sharia) van Allah’s theocratie en de Nederlandse grondwet. De botsing van religie en cultuur zijn daarvan alleen afgeleide conflicten.
2. De sharia staat wereldwijd principieel boven alle landswetten. De primaire plicht van iedere moslim waar ook ter wereld is om de sharia-grondwet te gehoorzamen.
3. De sluier is wettelijke (sharia)plicht voor elke vrouw, overal waar ze zich buitenshuis bevindt. De sluier is dus géén ‘vrijwillige keuze’ van de moslima als getuigenis van haar persoonlijk geloof in haar Allah, maar van haar gehoorzaamheid aan de sharia. Deze sluier is ook daarom nooit te vergelijken met het dragen van een keppeltje of van een kruisje.
Eventueel kan het dragen van een sluier in het openbaar in zoverre een ‘vrijwillige keuze’ zijn dat de moslima Allah’s wet (sharia) wil gehoorzamen – vooral met het oog op de eeuwigheid. Gehoorzaamheid aan Allah behoort tot de ‘goede daden’ die bij het oordeel van Allah met de ‘slechte daden’ worden verrekend (soera 11:114), terwijl ongehoorzaamheid streng wordt gestraft.

4. De koran en sharia benadrukken de ongelijkheid van man en vrouw. “De mannen staan (bij alles) een trap hoger dan de vrouwen” (soera 2:228 eind). De sluier is een politiek-religieus symbool van haar ‘minderwaardigheid’.
Op grond van de Nederlandse grondwet echter zijn man en vrouw gelijk. Draagt een moslima een sluier, dan demonstreert ze daarmee publiekelijk dat voor haar de sharia boven de Nederlandse grondwet staat.
5. De koran en sharia discrimineren de vrouw, die ‘half zoveel waard’ is als de man o.a. wat betreft huwelijk en echtscheiding, erfenis en getuigenis voor de rechtbank. De sharia-verplichte sluier van de vrouw is een politiek-religieus symbool daarvan.
De Nederlandse wet echter verbiedt discriminatie op grond van sekse. Een pleiten voor ‘tolerantie’ en ‘godsdienstvrijheid’ t.a.v de sluier van de (moslim)vrouw betekent in werkelijkheid een pleiten voor gelijkberechtiging van de Arabisch-islamitische grondwet (sharia) en de Nederlandse grondwet – feitelijk voor superioriteit van de sharia en dus tevens voor publieke discriminatie van de (moslim)vrouw.

6. Een beperkt verbod van de Nederlandse regering op het dragen van de sluier, namelijk bij openbare diensten en publieke gelegenheden, betekent erkenning en handhaving van het recht op eigen wetgeving en op prioriteit van de Nederlandse grondwet bóven de grondwet (sharia) van de Arabisch-islamitische rechtsstaat. Uiteraard heeft dat juist het tegendeel van discriminatie van de moslimvrouw.

7. “Het thema hoofddoek in openbare dienst wordt door de islam als een Trojaans paard in Europa gebruikt. Het doel is om delen van de sharia in onze wetgevende en wetuitvoerende organen binnen te loodsen en maatschappelijk aanvaard te krijgen om dan later ándere elementen van de sharia in onze grondwet te laten invoeren … Ieder doorstoten van de islam met zijn cultuur en maatschappij is altijd met een poging verbonden om delen van de sharia in onze wetgeving binnen te loodsen met het doel om deze terreinen voor Allah en de islam te verwerven” (Eusebia Missionsinfo: Das Kopftuch und die Rechte der Frau, Stuttgart, März 2004).

E.Nannen