Staat het protestantisme voor zijn bankroet?
Volgens kerken was de verwerping van Jezus als Messias en Zijn kruisiging betekenden voor het Jodendom het geestelijke bankroet. Als gevolg daarvan verkondigden verschillende kerken met een bepaalde aanmatiging: De christenheid is nu, in plaats van de Joden, het nieuwe volk van God. Aan het nieuw-testamentische begrip gemeente, het lichaam van de Heere Jezus, ging men voorbij. De apostel Paulus vermeldt in 1Cor 10:32: „Geeft noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan de gemeente Gods aanstoot.“ Bij een groot evenement in Berlijn droomde men er zelfs van dat de christenheid nu op het punt stond om zich van een langdurig, minderwaardig ‘kikker-bestaan‘ tot ‘een koninkrijk‘ op te werken, natuurlijk in de gedaante van een oecumenische wereldlijke eenheidskerk na de overwinning van de zogenaamde kerkscheuring. Dat zou toch een heerlijk doel zijn, als de hele wereld ertoe zou komen om naar de stem van Christus te luisteren en eindelijk naar Gods wil geregeerd zou worden, maar het geheel zou toch op de grondslag van de waarheid en de realiteit moeten staan! Maar in plaats daarvan dreigt voor de christenheid ook het geestelijke bankroet: aan de ene kant door het aannemen van een on-Bijbelse, zogenaamde ‘oecumenische eenheid‘, dus de vrijwillige terugkeer van de protestantse kerken onder de paraplu van Rome en aan de andere kant door het prijsgeven van de, eens met het bloed van de martelaren duur bevochten, reformatorische waarheden en reformatorische vrijheid.
Eigenlijk is aan de christen de goddelijke belofte gegeven, om tot ‘kennis van de waarheid‘ (1 Tim 2:4) te kunnen komen. Maar nu dreigt er een totale verwarring, zoals de profeet het tot uitdrukking brengt: ‘Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis‘ (Hosea 4:6).
Al enkele jaren geleden schreef bijv. een evangelisch theoloog, Dr. Werner Neuer van het seminar St. Chrischona, na een ontmoeting met de paus heel enthousiast van een ‘oecumenisch geweldig moment‘, en tegelijkertijd deelde hij ons de wensen van de paus mee voor het herdenkingsjaar van de reformatie in 2017: Het zou toch tot een ‘gemeenschappelijke belijdenis van schuld‘ en tot een ‘belijdenis van het gemeenschappelijke christelijke geloof‘ mogen komen.
De vreemde herder
Hier schijnt nu echter alles op zijn kop te staan. Protestanten die sinds eeuwen door de paus, dus door de vermeende ‘overste herder van de christenheid‘, als slachtschapen opgejaagd, vervolgd, gefolterd, gewurgd, verbrand en vermoord werden, moeten nu boete doen, omdat ze van hem weggelopen zijn en eigen, van Rome onafhankelijke, kerken en gemeenten gesticht hebben.
Maar de ‘schapen van Christus‘ waren voor deze ‘roomse herders‘ weggelopen, omdat ze hun stem niet als de stem van de ‘Goede Herder‘ herkend hadden, want de Heere Jezus leert toch uitdrukkelijk: ‘Ik ben de goede Herder en Mijn schapen kennen Mijn stem. Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen maar zij zullen van hem vluchten, omdat zij de stem van de vreemden niet kennen‘ (Johannes 10:1-14).
Blijkbaar terecht zegt men, dat de mens niets van de geschiedenis leert. Eens maakte ik zelfs mee dat in het bijzijn van meerdere broeders een Bijbelschoolleraar luid verkondigde: ‘Kerkgeschiedenis is drek.‘ Deze medewerker was, wat later bleek, een aanhanger van dweepzieke kringen en wilde met zijn krasse uitspraak zeggen: ‘We staan in het heden en moeten de tegenwoordige uitdagingen aangaan, want wat er gisteren was, interesseert ons niet meer.‘
Beschaamd gaat men na zo’n ‘onderwijzing‘ naar huis en begint na te denken. Men vraagt zich af: Bestaat de Bijbel zelf niet voor een groot deel uit geschiedenisboeken? En dan ontdekken wij, dat de Bijbel zelf heel veel waarde hecht aan geschiedkundige overlevering, want in 1 Korinthe 10:1-11 lezen we: ‘Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden en zijn beschreven tot waarschuwing voor ons.‘ En heeft niet onze HEERE JEZUS Zelf verwezen naar lang geleden gebeurtenissen, doordat Hij ons herinnerde aan ‘al het rechtvaardige bloed dat op de aarde vergoten werd, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel‘ (Matth 23:35).
En uitgerekend in onze tijd, te midden van de ontwikkelingen van de eindtijd, moeten wij geschiedenissen als iets waardeloos verachten? Aha, langzaam beginnen we te begrijpen: Christenen die destijds gedurende 50 jaar aan een enorme oecumenische propaganda waren blootgesteld, hoeven er niets meer van te weten, hoe en waarom het eigenlijk tot een reformatie kwam. We moeten veel meer open staan voor dat wat tegenwoordig de trend is, dus open staan voor de tijdgeest. We moeten ons niet meer herinneren hoeveel martelaarsbloed het heeft gekost, totdat het met Gods hulp eindelijk tot een bevrijding van Rome kwam en tot de stichting van onafhankelijke, evangelische kerken.
We moeten ons er ook niet langer van bewust zijn, dat de reformatoren, speciaal Maarten Luther, helemaal niet van een scheuring van de christenheid spraken, maar veelmeer van de ‘bevrijding van de christenheid uit de Babylonische gevangenschap‘ (zie Luthers brochure ‘De Babylonische gevangenschap van de kerk van Christus‘). Ook de 288 Engelse martelaren moeten wij maar vergeten, die gedurende de vijfjarige regeringstijd van de ‘bloedige‘ Maria levend verbrand werden, omdat ze aan het protestantse geloof vasthielden en liever de vuurdood ondergingen dan zich aan de rooms-katholieke, on-Bijbelse dogma’s te onderwerpen.
Onder al deze slachtoffers waren 1 aartsbisschop, 4 bisschoppen, 21 geestelijken, 55 vrouwen en 4 kinderen. We hoeven er ook geen duidelijke voorstellingen van te hebben wat een grote zegen de christenheid ten deel viel door de vier grote hoofdpilaren van de protestantse belijdenissen:
Alleen Jezus, want HIJ is de enige Middelaar tussen God en de mensen.
Alleen het geloof en alleen de genade leiden tot ware geloofszekerheid.
Alleen de Heilige Schrift heeft gezag voor het christelijke geloof.
Een fatale vergissing
Ook moeten we ons niet meer herinneren hoe toendertijd in Europa de rooms-katholieke anti-reformatie woedde. Twee van die roomse overvallen waren bijzonder wreed en gemeen, die van 1572 in Frankrijk en van 1641 in Ierland. Beide bloedbaden verliepen volgens hetzelfde plan. Aan elke aanval ging een tijd van schijnbare verzoening vooraf. Rooms-katholieken en protestanten schenen in vrede naast elkaar te kunnen leven, want de katholieken gedroegen zich vriendschappelijk en aardig tegenover de protestanten. In Frankrijk regelde de koning zelfs de bruiloft van zijn rooms-katholieke zuster met een protestantse leider, om op deze manier een teken van het oecumenische met elkaar voor te wenden.
De protestanten, die eeuwenlang brutale vervolging en onderdrukking gewend waren, ondervonden zo’n grote opluchting dat ze dit vreedzame samenleven vertrouwden en hun waakzaamheid lieten varen. Ze zagen het als een bevestiging dat het Vaticaan nu daadwerkelijk veranderd was. Maar dat was een fatale vergissing, die hen het leven kostte. Hadden ze maar beter gelet op de waarschuwing van de Heere Jezus om voor ‘de roofzuchtige wolven die in schapevachten gekleed waren‘ (Matth 7:15) op te passen, dus voor de waarschuwing voor moordenaars die zich uitgeven als dienstknechten van God! Hadden ze maar het onderwijs van de Heere Jezus ernstiger opgevat, dat van de ‘bedorven bomen die nooit goede vrucht kunnen voortbrengen‘ (Matth 7:17-18), dat dus ook de boom ‘pausdom van Rome‘ nooit verandert, waarvan geschiedkundig duidelijk gedocumenteerd is dat deze ‘vruchten‘ de verschrikkelijkste christenvervolgingen waren.
Maar zo brak te midden van de ‘oecumenische vrede‘ van het ene moment op het andere het moorden uit, dat in Frankrijk minstens 30.000 slachtoffers eiste (andere geschiedenisonderzoekers komen op hogere getallen uit) en in Ierland 40.000.
Natuurlijk moet men daarbij letten op het feit dat het bij de rooms-katholieke vervolgers eerder om religieus gemotiveerde, fanatieke aanhangers van de roomse machtsbelangen ging, – in die tijd ‘roomsen‘ genoemd – , terwijl ernstige, vrome katholieken zelf ook vervolging en brandstapels te verdragen hadden, zoals bijv. aartsbisschop Thomas Cranmer, Dr. Rowland Taylor en anderen!
Paus Gregorius XIII, als zogenaamde ‘overste herder van de christenheid‘, zou ontsteld moeten zijn geweest over het wrede afslachten van de ‘schapen van Christus‘, maar in plaats daarvan was het voor hem een aanleiding om feest te vieren. Om zijn triomf nog beter en duurzamer tot uitdrukking te brengen, liet hij in herinnering aan de Parijse nacht van moorden, ook ‘bloedbruiloft‘ genoemd, een gedenkmunt slaan.
Ook de tegenwoordige christenheid heeft nu sinds het 2e Vaticaans Concilie een 50 jaar durende tijd van schijnbare toenadering en verzoening met de roomse kerk achter zich. Voor het concilie waren protestanten voor Rome slechts ‘ketters‘, maar plotseling werden ze ‘gescheiden broeders‘ genoemd. Deze strategie was zo succesvol, dat tegenwoordig veel christenen uit de evangelische gemeentes tot de slotsom gekomen zijn: Het Vaticaan van vandaag is niet meer te vergelijken met vroegere tijden, er is daar veel in positieve zin veranderd. Nu ging het er om voor de wereld eenheid te laten zien om de christelijke boodschap geloofwaardig te betuigen.
Hoe mooi zou het zijn, als men zich zou kunnen aansluiten, maar de feiten spreken helaas een heel andere taal. Bekijken we enkele citaten die aan het ‘katholieke kerkrecht‘, genaamd “Codex Juris Canonici”, ontleend zijn (opnieuw bewerkt en uitgegeven in het jaar 1983): Can. 331 en 333, bladzijde 100 zegt: ‘De paus … de plaatsvervanger van Christus … heeft de hoogste macht van het goddelijk recht. Ze wordt hem dus niet door menselijke comités, bijvoorbeeld van de totaliteit van de gelovigen of van de bisschoppen, overgedragen … zijn besluiten hebben geen bevestiging nodig … en er is geen roeping door een andere instantie‘ (can. 1404).
De paus is de hoogste wetgever en hoogste rechter. Hijzelf is niet onderworpen aan een oordeel. In de dienst van het onderwijzen heeft de paus de hoogste autoriteit (niet de Bijbel, het geschreven WOORD VAN GOD). Besluiten ‘ex – cathedra‘ zijn onfeilbaar.
Bladzijde 357, § 124, strafbare feiten tegen de religie en de eenheid van de kerk: Can. 1364: Afval van het geloof, ketterij en afvalligheid zijn de ergste overtredingen tegen aanbidding van God en eenheid van de kerk.
Volgens can. 751 is ‘ketterij‘ de hardnekkige ontkenning van de katholieke leer en ‘kerkscheuring‘ is weigering van de onderwerping aan de paus.
Bladzijde 71, can. 205 over de doop: ‘De doop kan slechts eenmaal en onherroepelijk ontvangen worden; dit … lidmaatschap van de kerk is niet ongedaan te maken‘.
Volgens deze enkele bewijzen van het rooms-katholieke kerkrecht zal men zich zeker niet ten onrechte afvragen: En waar blijft het zogenaamde ‘mensenrecht‘ van geloofsvrijheid? Komen we hier zo mogelijk de, al in de Bijbel geprofeteerde, dictatuur van de eindtijd tegen, temeer omdat wij in onze omgeving duidelijk waarnemen hoe bepaalde krachten steeds meer de ‘anti-christelijke structuren‘ willen bewerken:
- met zo mogelijk snelle afschaffing van contant geld,
- met het populair maken van het getal 666,
- met het installeren van de ‘valse profeten‘ op elke plaats (dus de in de Bijbel beschreven, bloeddorstige helpers van de antichrist),
- met onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting,
- met doelbewuste bevordering van morele ontwrichting onder het volk ….
Rome heeft zich dus, duidelijker dan ooit tevoren, ‘kerkelijk juridisch‘ verankerd: De paus heeft de hoogste macht van het goddelijk recht en is de hoogste wetgever en hoogste rechter en heeft de hoogste leerautoriteit, waarmee gedefinieerd moet worden, wat ‘geloofsafval‘ en wat ‘ketterij‘ is. Dus moet elke protestant en natuurlijk ook elke ernstige rooms-katholiek zich vandaag afvragen: Zit daar niet een mens op de plaats van Christus en wordt hij dus een antichrist? Het woord ‘anti‘ betekent niet alleen ‘tegen Christus‘, maar kan ook betekenen dat er iemand ‘op de plaats van Christus‘ zit. Maar de Heere Jezus Zelf heeft ons uitdrukkelijk voor diegenen gewaarschuwd, die (Matth 24:5). ‘onder Mijn naam zullen komen en zullen zeggen: ik ben de Christus‘
Christenen worden uitgedaagd.
De tegenwoordige christenheid wordt dus uitgedaagd om positie in te nemen en men vraagt zich af: Zullen de protestanten in het gedenkjaar van de reformatie in 2017 daadwerkelijk een ‘medeschuld‘ belijden en ‘berouw hebben‘ over hun zogenaamde ‘zware overtreding tegen de eenheid van de kerk‘ (zie can. 1364)? Zullen protestanten boete doen over hun vermeende ‘ketterij‘ waarmee ze bijv. de roomse transformatie van de elementen ‘brood en wijn‘ in het avondmaal tegenspreken? De paus, met zijn ‘hoogste leerautoriteit‘, noemt zo’n gedrag ‘hardnekkige ontkenning van een katholieke leer‘ (zie can. 751). Daarom staat er ook in de pauselijke encyclieken ‘Ut unum sint‘ (Latijn: Opdat zij één zijn): ‘Het feest van een gemeenschappelijk avondmaal van alle christenen is pas na herstel van de volle kerkelijke eenheid mogelijk‘, dus pas dan, als ook de protestanten weer voor een ouwel neerknielen en in haar Christus aanbidden, hoewel toch het reformatorische geloof de Bijbelse waarheid heeft erkend, dat brood en wijn symbolen zijn, zoals bij andere vergelijkingen: ‘De Heere Jezus als de deur‘ of ‘de Heere Jezus, als de ware wijnstok‘.
Ook blijft de vraag: Zullen de ‘protest – tanten‘ al het ‘tanten wezen‘ wegdoen en weer terugkeren tot ‘protest‘ tegen alle roomse ketterijen, die het WOORD VAN GOD weerspreken? Zullen ze met dr. Maarten Luther belijden en daaraan vasthouden: ‘Mijn geweten is gebonden aan het Woord van God. Hier sta ik, ik kan niet anders?‘ Moge het de protestanten met Gods hulp gelukken niet op te gaan in de grote kudde van de oecumenische eenheid. De Heere Jezus Zelf spreekt van ‘Zijn kleine kudde‘ (Lukas 12:32). Aan de andere kant is het voor alle oprechte, vrome en ernstige katholieken te wensen dat zij de goddelijke roep uit Openbaring 18:4 vernemen: ‘Gaat uit van haar!‘
Manfred Kämpf, zendeling CH-Wetzikon / Peru
De tekst is bewerkt .
Bron: Der schmale Weg, 3/2016
Waar blijft het normerend en wetenschappelijk denken bij de kanjertraining?
Helpers weg, tweede ronde
Intro
‘Effecten van de Kanjertraining op Emotionele Problemen, Gedragsproblemen en Klassenklimaat’ – zo luidt, veelbelovend, de Nederlandse vertaling van de titel van het proefschrift van mevrouw Lilian Vliek, medewerkster van de Stichting Kanjertraining in Almere. Het betreffende proefschrift is op de site van deze stichting te vinden en voor ieder gratis te downloaden. Wie na downloaden de moeite doet het proefschrift te lezen, zal al snel tot de ontdekking komen dat de in het boekje ‘Soep van Keistenen’, met name vanuit Bijbels perspectief geuite kritiek op deze training als zodanig en op het gebrek aan wetenschappelijk gehalte in het bijzonder nog steeds volledig rechtop staat! Op de training is, zou je daarom kunnen stellen, dan ook (nog steeds) de uitdrukking van toepassing: veel beloven weinig geven doet een gek in vreugde leven. Immers, naast de terecht en (vanuit juridisch oogpunt) rechtmatig te noemen
Helpers weg…
Het tot nu toe gestelde vormt de reden voor dit artikel met, bewust gekozen, als titel: Helpers weg, tweede ronde. Onder die noemer wil ik (met in achtneming van anonimiteit) kort ingaan op enkele van de tot nu toe binnengekomen, soms schrijnende, praktijkervaringen met deze door de stichting zelf via het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) voluit aangeprezen training (vergelijk de mededeling hieromtrent in de Nieuwsbrief van B&O van juni 2016) in relatie tot de titel van het proefschrift en ‘de claims’ van de stichting in deze. Het meest vers in het geheugen ligt me een toegezonden mailwisseling (met een hulpverleningsinstantie op het terrein van pesten) die melding maakte van een jongetje dat gemeend had zichzelf van het leven te moeten beroven onder achterlating van het bericht niet langer ‘konijn’ te willen zijn. Dan was daar de mededeling van een ouder over de ervaring van haar kind met de training. Onder de noemer ‘vertrouwen’ was het bont en blauw thuisgekomen, omdat medeleerlingen over de billen hadden moeten lopen. Wie denkt, dat na melding van dit voorval in ‘Soep van Keistenen’ deze ‘vertrouwensoefening’ uit de training zal zijn gehaald, vergist zich. Onlangs ontving ik van een docente van een lagere school een alarmerende mail waarin ze haar ongemak en… ongenoegen met betrekking tot de training uitte onder andere met vermelding van de genoemde oefening die zij dan bij kleuters zou moeten toepassen. Als een van de velen heeft ze haar moeite met de training bij de directie kenbaar gemaakt, maar werd er geluisterd? Op verzoek heeft zij haar bevindingen (anoniem) in kort verslag weergegeven (zie artikel Ervaringen met de kanjertraining op deze site) het verslag spreekt boekdelen en roept herkenning op als het gaat om in ‘Soep van Keistenen’ genoemde bezwaren e.d.
Een docente vertelde, dat op haar school de training schoolbreed wordt toegepast en op de vraag naar de effecten antwoordde ze, dat er niet alleen niets was veranderd in het gedrag, maar het er alle schijn van had dat leerlingen een nog beroerder gedrag gingen vertonen (vergelijk hier de constatering van één van de aangehaalde onderzoeksbronnen in ‘Soep van Keistenen’). Een schooldirecteur beaamde de genoemde constatering en op de vraag waarom men dan toch met de training doorging, antwoordde hij dat er inmiddels een bedrag van tenminste een gemiddelde middenklasse auto voor de training was betaald, ‘dan stop je niet zo maar’.
Kijken we nog naar een paar effecten vanuit de praktijk. Een (eerder genoemde) docent vertelt over een ervaring in de kleuterklas. Aan de hand van het verhaal worden de training kenmerkende karakters toegelicht. Een van de kleuters uit een probleemgezin merkt ongevraagd op dat hij dan wel de vlerk (pestvogel) moet zijn. Toen ik aangaf dat de training dus stigmatiserend werkte, kon zij dit slechts beamen. Het kind werd al snel de vlerk genoemd door de andere kinderen. Waar ligt hier de grens tussen stigmatiseren en… discrimineren? Een ouder vertelde dat haar kind bij het op school komen achter zich naar hem toe kinderen luid hoorde fluisteren ‘konijntje, konijntje’… één medeleerling had voor hem een wortel meegenomen…! Mogelijk dat de Stichting ook hier als antwoord zal geven, dat de training dan niet goed wordt gegeven…
En ouders?
Er zijn ouders die hun ongenoegen uiten bij de schooldirectie, sommigen vragen onder andere bij Bijbel & Onderwijs om advies. Drie voorbeelden. Een ouderpaar gaf aan dat zij, samen met nog enkele ouders, gefundeerde kritiek aan het adres van de directie hadden geleverd en niet wilden dat hun kinderen nog langer aan deze trainingspraktijk zouden worden blootgesteld. Uiteindelijk is dit ouderpaar gedwongen geweest hun kinderen naar een andere school te sturen. Een middenklasse auto schrijf je nu eenmaal niet binnen een jaar af en ‘gewoon terugbrengen’ was/is onmogelijk, toch?
Minstens zo schrijnend was het voorbeeld van het ouderpaar dat uit principiële overwegingen pas voor het reformatorisch lager onderwijs hadden gekozen en juist op die reformatorische school geconfronteerd werd met de Kanjertraining. Dit ouderpaar gaf bij de directeur aan, dat zij niet wilden dat hun kinderen de training zouden volgen. Een onverkwikkelijk touwtrekken begon, waarbij uiteindelijk ook op advies de ROV (Reformatorische Ouder Vereniging) werd aangeschreven. De laatste blijft tot op vandaag het antwoord schuldig, de directeur echter moest het beroep op artikel 23 van de grondwet en het beroep op de door de Stichting Kanjertraining bij het Nederlands Jeugdinstituut gedeponeerde contra-indicaties erkennen en de kinderen behoeven de training niet langer te volgen. Minder fortuinlijk was het ouderpaar van een vrijgemaakt-gereformeerde school in het Noorden van ons land dat te horen kreeg, dat als het kind niet meedeed de school niet het predicaat van ‘kanjerschool’ zou krijgen…
Een greep
Het is maar een greep uit de vele praktische loocheningen van een positief effect van de training op emotionele problemen, gedragsproblemen en klassenklimaat. Triest is zondermeer, dat – om even bij het begrip ‘greep’ te blijven – christelijke scholen (van alle denominaties), directies, onderwijzend personeel en ouders in deze de stelling lijken te hanteren zoals verwoord in de uitdrukking ‘God zegene de greep’. Maar daar zit hem nu juist de crux! Kan God zegenen wat in strijd is met Hem en zijn Woord? Een directeur merkte (vrij weergegeven) op: ‘Ik laat zaken liggen en gooi er een christelijk sausje over.’ Hoe naïef is zo’n stellingname! Minstens zo naïef blijkt men op reformatorisch terrein, waar men als tegenhanger al vaker gaat voor de uitgesproken occult gebaseerde Rots en Watertraining. Daarom een dringende oproep aan het ROV om dit soort trainingen aan haar leden ten stelligste te ontraden!
Het zal je kind maar zijn, dat zichzelf van het leven beroofde, zich “vlerk” noemt, met bont en blauwe billen thuiskomt, voor “konijn” wordt uitgemaakt en een wortel krijgt aangeboden… Het topje van de ijsberg? Vast en zeker! Is er een student Psychologie die de greep durft te wagen om een thesis of proefschrift te schrijven over de negatieve effecten van deze en dergelijke trainingen op basis van een grondig en wetenschappelijk verantwoord onderzoek?
De Ring
Durf de ring in te stappen! Nemen we de handschoen op! Het gaat hier wel om het welzijn van het kind! Realiseren we ons hoe God het kind koestert?
Geachte heer Riet bij deze nogmaals de uitnodiging voor een open publieke wetenschappelijke discussie en neemt u vooral – in plaats van een jurist – dr. Vliek mee!
Ouders realiseer u dat u het volste recht hebt om uw kind bij deze training weg te houden. De school zal een voor u een acceptabel alternatief hebben te bieden. Leerkracht realiseer u dat de Stichting Kanjerinstituut contra-indicaties noemt op basis waarvan de training niet gegeven moet worden: ouders, leerkrachten en kinderen moeten namelijk achter de training staan.
Bijbel & Onderwijs roept een ieder op om ervaringen in deze te delen – samen staan we sterk(er). Helpers weg, tweede ronde…
drs. J.G.Hoekstra
Ervaringen met de kanjertraining
In het afgelopen schooljaar werd er bij ons op school begonnen met de Kanjertraining. Na een aantal bijeenkomsten met het team begon ik in mijn kleuterklas met de eerste lessen. Hoewel ik de teamscholing over het algemeen als interessant en positief had ervaren, bekroop mij bij het bestuderen van het lesmateriaal een heel onprettig gevoel. Omdat de keuze voor de Kanjertraining nu eenmaal was gemaakt, besloot ik de lessen maar “gewoon” te gaan geven. Het duurde niet lang voor ik met de te geven lessen ernstig vastliep. Het begon al bij de eerste kanjerafspraak, die ik volgens de methode elke week dien te herhalen: Ik ben te vertrouwen/ we vertrouwen elkaar. Hoe kan ik dat als christen week aan week aan mijn kleuters leren, terwijl de Bijbel leert dat alleen God zelf te vertrouwen is?
Verder bevat de kleuterversie een vervolgverhaal over het jongetje Max dat kennis maakt met de tijger (witte pet → is zichzelf), het konijn (gele pet → doet zielig, trekt zich terug en doet bang), de aap (rode pet → lacht uit en loopt mee, uitslover) en de vlerk (zwarte pet → daagt uit, pest, zoekt ruzie, speelt de baas). De tijger is in dit verhaal de kanjer, hij is zichzelf en “dus” te vertrouwen. De andere dieren zijn pas in orde als ze behalve hun eigen pet ook een witte pet opzetten. Dan zijn ze namelijk ook zichzelf en te vertrouwen. De link tussen jezelf zijn, betrouwbaar zijn en gedragsverandering ontgaat me. Ook met de positie van het konijn heb ik moeite. In zijn positie als gepest konijn lijkt zijn angstige gedrag mij begrijpelijk. Een kanjerafspraak is echter dat niemand zielig blijft. In het verhaal krijgt het konijn een witte pet, hij is nu niet langer (te) bang of zielig, maar is zichzelf en te vertrouwen. Welke les geef ik nu precies aan de kinderen mee? Ook bij de vlerk en de aap mis ik nuancering, de kanjertraining geeft aan hen consequent aan te duiden met woorden als gek, idioot, rare…
En wie is nu eigenlijk de kanjer en op grond waarvan is hij te vertrouwen? Op grond van het feit dat hij zichzelf is? Dat lijkt me een heel wankel fundament om een kind te leren met zijn naaste en zichzelf om te gaan. Is het als christelijke school niet onze verantwoordelijkheid om naar een steviger fundament te zoeken?
Ik blader verder in de methode. Per les kom ik diverse oefeningen tegen (waarbij lesdoelen overigens ontbreken) waarvan ik met een beperkt aantal goed uit de voeten kan. Bij andere struikel ik over de woordkeus: trots staan en een lied waarbij kinderen over zichzelf zingen dat ze betrouwbaar zijn. En dan zijn er nog fysieke oefeningen die volgens de training “het vertrouwen in jezelf en de ander verankeren”. Deze oefeningen variëren van onschuldige tikspelletjes tot diverse oefeningen waarbij kinderen over elkaar heen kruipen, rollen en (over elkaars billen) lopen. Ook kent de methode diverse massage-oefeningen en worden bijv. fictieve stofjes bij elkaar van armen, benen en billen geveegd. Maken we ons als leerkrachten nu niet schuldig aan grensoverschrijdend gedrag? Je moet er toch niet aan denken om aan dergelijke oefeningen mee te doen? Kleuters laten we echter al op jonge leeftijd hieraan wennen. Met welk doel?
Als de kinderen wat ouder worden, leren zij als groep elkaar feedback geven. Een kind wordt door de groep beoordeeld waarbij de kleuren van de petjes leidend zijn en de kanjer de norm is. Er wordt gesproken over het “zelfreinigend vermogen van de groep”. Daar kan je als christelijke school toch op geen enkele manier mee uit de voeten?
Ik vind het schrikbarend, dat dit soort praktijken kritiekloos worden toegepast, terwijl we als christelijke school zoveel waardevollers kunnen bieden: wie mag je zijn/ worden in Christus?
Naam van de auteur is bij de redactie bekend
Occultisme op de basisschool
Dyane Bresser heeft in haar afstudeeronderzoek zich zo’n twee jaar beziggehouden met het occultisme bij het basisonderwijs. Treffend is de titel “De verborgen wereld en het basisonderwijs”. Het onderzoek is uitvoerig (90 pagina’s) en allerlei facetten van deze duistere richting worden behandeld. Er zijn onderwerpen die bij B&O bekend zijn en waarover ook boeken of brochures verschenen zijn. De deelsite “Occult en Licht” van www.bijbelenonderwijs.nl toont dat. Minder bekend is hoe leerkrachten staan t.o.v. van occulte zaken. Dat deel is uitgekozen. Terecht stelt Dyane in het Voorwoord: Ik hoop dat dit onderzoek handvatten geeft om op een juiste wijze met dit onderwerp om te gaan. Daarnaast hoop ik, dat scholen meer gaan denken over dit onderwerp en een duidelijke grens trekken omtrent occulte zaken.
Praktijkonderzoek
cover onderzoek
Het onderzoek is een kwantitatief-exploratief[i] onderzoek met behulp van een enquête onder leerkrachten als respondenten. Ik heb een praktijkonderzoek opgezet, omdat ik wil aantonen hoe het gesteld is met de kennis over het occultisme op basisscholen en of er vraag is naar een beleidsplan of protocol over dit onderwerp. Door middel van een enquête ben ik erachter gekomen hoe het gesteld is met de kennis betreffende dit onderwerp op christelijke scholen en wat leerkrachten met dit onderwerp doen. De enquête is op drie scholen afgenomen om zodoende een betrouwbaar onderzoek neer te kunnen zetten.
Ook had ik de enquête aan meer personen voorgelegd, zodat ik hem nog iets kon aanscherpen om zo een betere betrouwbaarheid en validiteit te krijgen.
De enquêtevragen:
Afname van de enquête
Het bleek in eerste instantie lastiger dan gedacht om enquêtes af te nemen. Veel scholen willen zich niet met dit onderwerp inlaten. Zodra ze hoorden waar het over ging, wilden zij niet meer meewerken. Het heeft daarom redelijk veel tijd gekost om scholen te vinden die wel mee wilden werken en een voldoende aantal enquêtes terug te krijgen. Uiteindelijk bleek er één protestants-christelijke school, met drie locaties, te zijn die mee wilde werken, daarnaast heb ik van twee andere scholen (een protestants-christelijke school en een evangelische school) in totaal vijf leraren bereid gevonden de enquête in te vullen. Dit betekent dat ik in totaal 32 ingevulde enquêtes heb weten te krijgen, dit is ongeveer 50% van het aantal enquêtes dat ik uitgegeven heb, wat ik als een goed resultaat mag beschouwen.
Als ik kijk naar de verdeling van mannen en vrouwen die mijn enquête invulden, is te zien dat ongeveer 10% van de enquêtes is ingevuld door een man. Op de website van de Nationale onderwijsgids staat dat één op de zeven leerkrachten man is (Nationale onderwijsgids, 30 september 2015). Dit komt aardig in de buurt van de verdeling mannen en vrouwen die mijn enquête hebben ingevuld. Daarbij durf ik te zeggen dat ook dit gedeelte een betrouwbaar beeld zal geven.
Het feit dat veel scholen niet mee wilden werken aan dit onderzoek zegt ook al genoeg over dit onderwerp. Occultisme is een taboe, men doet alsof het er niet is. De meesten vinden het eng en weten niet goed wat ze er mee moeten. Dit was één van mijn doelen met dit onderzoek: het taboe proberen te doorbreken. Op de scholen die mee wilden werken, is dit gelukt. Ik ben van mening dat men de ogen moet openen voor de wereld die harde realiteit is. Met elkaar zou er gekeken moeten worden naar een manier hoe we de kinderen kunnen beschermen, in plaats van onze ogen te sluiten en te doen alsof het niet bestaat.
Het eindresultaat heb ik voorgelegd aan een collega van een openbare school. Door dit te doen wilde ik bekijken of het ook voor niet-christelijke leerkrachten een goed te begrijpen onderzoek was. Van haar kreeg ik te horen dat ze het zeer interessant vond om te lezen en nu ook de kinderen van christelijke ouders in haar klas kon begrijpen. Ze wist niet dat er door christenen op zo’n manier naar bepaalde onderwerpen gekeken werd en vond het goed om dit te lezen.
Wat is occultisme?
Aan leerkrachten heb ik gevraagd waar men aan denkt bij occultisme. Wat opviel was dat “glaasje draaien” vaak genoemd werd. Blijkbaar is dit iets wat bekend is en vaak voorkomt of is voorgekomen. Daarnaast werden ook geesten en onverklaarbare zaken of bovennatuurlijke verschijnselen genoemd. Het woord duister werd regelmatig gebruikt. Duidelijk is dus dat men wel weet dat occultisme iets is wat niet goed is en niet bij God vandaan komt. Er waren er slechts twee die de definitie van occultisme ook daadwerkelijk aangaven. Dit is namelijk ‘verborgen’ . Andere dingen die genoemd werden waren: geesten (oproepen), heksen, griezelig of eng, andere (onzichtbare) machten en satan. Al deze begrippen werden door meerdere leerkrachten genoemd. De begrippen die zojuist genoemd zijn, zijn inderdaad allemaal onder te brengen bij occultisme. Met elkaar komen de leerkrachten dus een heel eind, ook al noemde er één dat zij nog nooit van het begrip occultisme gehoord had en een ander alleen dat zij hier ver vandaan wilde blijven. Dit kan zorgen baren, als je op een christelijke school werkt, hieruit blijkt dan ook dat er onderling heel weinig of nooit over dit onderwerp op school gesproken wordt.
Er zijn nog meer begrippen genoemd, nl. alles wat niet bij God hoort, demonische krachten, voodoo, onderwereld, sprookjes, tarotkaarten, wicca, magie, astrologie, tovenarij, goden, duivel aanbidden, newage, verleiding door het kwaad en het heeft een slechte invloed op de geest. Wat hierin opvalt, is dat er veel dingen, in verschillende gradaties worden genoemd. Waar de één sprookjes noemt bij occult, noemt de ander het aanbidden van de satan en alles wat daar tussen zit. Wat duidelijk blijkt, is dat leerkrachten vaak andere gedachten hebben bij het onderwerp occultisme en er binnen de school niet gemakkelijk een lijn te trekken valt.
Mogen boeken met occulte lading gelezen worden in de klas?
Maar liefst 54,8% gaf aan dat boeken met een occulte lading gewoon gelezen mogen worden in de klas. Redenen die hiervoor genoemd werden, waren:
Er waren ook leerkrachten die duidelijk “nee” zeiden op deze vraag, nl.32,3%. Redenen die zij hiervoor aandroegen, waren:
Dan hadden we nog 12,9% die zei de boeken liever niet te laten lezen in de klas. Het hing af van hoe onschuldig het was en op welke wijze het geschreven was.
Deze resultaten lieten mij enigszins schrikken, in veel klassen kunnen er gewoon boeken gelezen worden waarin de deur naar het occulte opengezet wordt. Kinderen komen vandaag de dag gemakkelijk in aanraking met het occulte en het blijkt dat dit op christelijke scholen ook niet geprobeerd wordt om tegen te houden.
Als laatste in het thema boeken stelde ik de vraag of er meegedaan werd aan de Kinderboekenweek als het ging over een thema met een occulte lading. Hier viel op dat 45,2% van de leerkrachten aangaf hier niet aan mee te doen, maar te kiezen voor de christelijke kinderboekenmaand of een ander project te kiezen. Slechts 6,6% gaf aan wel mee te doen.
Boeken met een duistere inhoud
Wat me opviel was dat 22,6% aan gaf niet te weten wat er op een dergelijk moment gebeurde. Blijkbaar is hier door veel leerkrachten nog nooit over nagedacht. Een andere 22,6% van de leerkrachten gaf te kennen dat zij gedeeltelijk mee deden met de Kinderboekenweek en wat aanpassingen zouden doen. Eén van de leerkrachten gaf te kennen dat er binnen de school geen eenduidige lijn over dit onderwerp was, wat ook zeker terug te zien is in de antwoorden van de enquête. Zij zou hier graag een beleid voor willen hebben, zodat iedereen wisteet waar hij of zij aan toe was.
Grenzen
Uit het bovenstaande kan geconcludeerd worden, dat leerkrachten veelal heel verschillend over occultisme denken. Er is geen rechte lijn te trekken waar iedereen het mee eens is. Om die reden heb ik de vraag gesteld waar voor de leerkrachten de grens ligt, om te kunnen zien of er op die manier ergens toch een overeenkomst te vinden is. Op deze vraag heb ik veel verschillende antwoorden gekregen en ik zal het meest voorkomende beschrijven.
Waar de grens ligt voor de meeste leerkrachten is als iets onwerkelijk of eng wordt. Daarnaast wordt ook het werkelijk contact zoeken met geesten of demonen gezien als een grens waar men niet overheen moet gaan. Het is opvallend dat veel gezegd wordt erover te moeten praten en het niet weg te houden voor kinderen, maar aan de andere kant wordt juist ook gesteld het occulte helemaal te moeten mijden. Er is een zgn.tweestrijd, waarbij er een groep is die zegt erover te moeten praten en een groep die dat juist wil vermijden. Andere antwoorden die genoemd werden op deze vraag zijn:
Het mag de geest niet beïnvloeden; men mag er niet bewust mee bezig zijn; boeken over heksen en weerwolven; geesten; als het maar binnen de visie van de school is; je inlaten met occultisme in plaats van informeren; het mag het christelijke geloof niet in de weg zitten; kan Jezus erbij zijn?; zwarte magie; hekserij; toverij; satanisme en het hangt af van wat de ouders goed vinden. Een lijst met antwoorden die allemaal wel veel van elkaar weg hebben of op hetzelfde doelen. Daarnaast werd er nog gesproken over de leeftijd van het kind, bij een ouder kind zou meer moeten kunnen.
De grenzen zijn voor veel leerkrachten moeilijk aan te geven. Men weet vaak niet goed wat je met dit onderwerp aan moet en denkt hier niet zo veel over na. Dit was ook wat ik vaak teruggekoppeld kreeg. Het zou voor een school goed zijn om na te denken over dit onderwerp en samen een grens te trekken binnen de school, waar alle leerkrachten zich aan houden, om zo de kinderen ook tegen de gevaren te beschermen.
Conclusie
Uit dit onderzoek is gebleken dat de meeste leerkrachten wel een aantal aspecten van occultisme weten te noemen, maar vaak niet concreet weten wat het precies inhoudt. Bij vrijwel alle leerkrachten is het wel duidelijk dat het occulte iets is wat niet goed is en dat het zeker niet bij God vandaan komt. Met elkaar beschrijven de leerkrachten perfect in het kort wat occultisme is, echter blijkt ook dat er onderling nooit of nauwelijks over dit onderwerp wordt gesproken. Daarnaast zijn de grenzen ook lastig aan te geven. Waar de één alles wil verbieden, ziet de ander helemaal geen gevaren. Duidelijk werd wel dat leerkrachten niet willen dat het eng of onwerkelijk wordt en dat ze het op die momenten vermijden.
Dyane Bresser
[i] Kwantitatief onderzoek, omdat er is uitgegaan van een enquête met veelvoudig vaste antwoorden, bij exploratief gaat het om het zoeken naar nieuwe feiten en verbanden.
Salafisme
Salafisme wordt vaak gelijkgesteld met de orthodoxe islam, maar zij verwerpen deze juist.
Vanuit het salafisme richt men zich op heropvoeding en zuivering van de geloofsgemeenschap en de maatschappij.
De salafistische stromingen kennen op hoofdpunten wel overeenkomsten, maar er zijn duidelijke verschillen. De a-politieke stroming legt, door middel van prediking, de nadruk op het persoonlijke religieuze leven. De politieke stroming wil door middel van prediking een grotere politieke en maatschappelijke invloed. De derde stroming is de jihad-salafistische stroming. Deze onderscheiden zich door het goedkeuren van geweld en het verketteren van andersgelovigen.
Salafisten krijgen vanuit de moslimgemeenschap vaak het verwijt dat ze zich met uiterlijk vertoon bezighouden, ze zijn veelal te herkennen aan hun baarden, lange witte gewaden en hoofddoeken.
Salafisme wordt gezien als de meest intolerante stroming binnen de islam. Salafisten houden zich aan de grondbeginselen van de islam.
De zogenoemde gematigde islam, (ook wel volksislam genoemd) leert dat alle mensen in Nederland gelijk zijn. Zowel moslims als Joden en christenen. Vanuit het salafisme wordt deze bewering ten stelligste tegengesproken, omdat de koran het tegenovergestelde leert.
De bewering van salafisten dat zij de zuivere islam onderwijzen en volgen, mag men aannemen als waarheid. Zij houden vast aan de grondbeginselen van de islamitische leer die in de beginperiode van de islam werd onderwezen. Deze beweging is geïnspireerd op de eerste generaties moslims uit de begintijd van de islam. Salafisten beschouwen de eerste drie generaties als Mohammeds metgezellen, en de volgende twee generaties als leidraad voor hoe de islam moet worden geleefd.
Geraadpleegde bronnen:
https://www.aivd.nl/onderwerpen/salafisme
http://www.sjiieten-ontmaskerd.nl/wat-houdt-het-salafisme-in/
http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/151323-wat-is-salafisme.html
https://www.nctv.nl/binaries/definitieve-publicatie-salafisme_tcm31-32715.pdf
https://nl.wikipedia.org/wiki/Salafisme
De Bijbel laat zien dat de Heere Jezus Zijn Koninkrijk zal vestigen. Dit Koninkrijk komt niet door geweld of politieke instrumenten. Hijzelf zal Zijn Koninkrijk vestigen. Door het geloof in de Heere Jezus hebben we de zekerheid dat wij bij Hem zullen wezen.
Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechter hand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. (Math.25:34)
Openbaringen 19:19-20:19: En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger. 20 En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt.
De Waarheid is in het geding.
Staat het protestantisme voor zijn bankroet?
Volgens kerken was de verwerping van Jezus als Messias en Zijn kruisiging betekenden voor het Jodendom het geestelijke bankroet. Als gevolg daarvan verkondigden verschillende kerken met een bepaalde aanmatiging: De christenheid is nu, in plaats van de Joden, het nieuwe volk van God. Aan het nieuw-testamentische begrip gemeente, het lichaam van de Heere Jezus, ging men voorbij. De apostel Paulus vermeldt in 1Cor 10:32: „Geeft noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan de gemeente Gods aanstoot.“ Bij een groot evenement in Berlijn droomde men er zelfs van dat de christenheid nu op het punt stond om zich van een langdurig, minderwaardig ‘kikker-bestaan‘ tot ‘een koninkrijk‘ op te werken, natuurlijk in de gedaante van een oecumenische wereldlijke eenheidskerk na de overwinning van de zogenaamde kerkscheuring. Dat zou toch een heerlijk doel zijn, als de hele wereld ertoe zou komen om naar de stem van Christus te luisteren en eindelijk naar Gods wil geregeerd zou worden, maar het geheel zou toch op de grondslag van de waarheid en de realiteit moeten staan! Maar in plaats daarvan dreigt voor de christenheid ook het geestelijke bankroet: aan de ene kant door het aannemen van een on-Bijbelse, zogenaamde ‘oecumenische eenheid‘, dus de vrijwillige terugkeer van de protestantse kerken onder de paraplu van Rome en aan de andere kant door het prijsgeven van de, eens met het bloed van de martelaren duur bevochten, reformatorische waarheden en reformatorische vrijheid.
Eigenlijk is aan de christen de goddelijke belofte gegeven, om tot ‘kennis van de waarheid‘ (1 Tim 2:4) te kunnen komen. Maar nu dreigt er een totale verwarring, zoals de profeet het tot uitdrukking brengt: ‘Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis‘ (Hosea 4:6).
Al enkele jaren geleden schreef bijv. een evangelisch theoloog, Dr. Werner Neuer van het seminar St. Chrischona, na een ontmoeting met de paus heel enthousiast van een ‘oecumenisch geweldig moment‘, en tegelijkertijd deelde hij ons de wensen van de paus mee voor het herdenkingsjaar van de reformatie in 2017: Het zou toch tot een ‘gemeenschappelijke belijdenis van schuld‘ en tot een ‘belijdenis van het gemeenschappelijke christelijke geloof‘ mogen komen.
De vreemde herder
Hier schijnt nu echter alles op zijn kop te staan. Protestanten die sinds eeuwen door de paus, dus door de vermeende ‘overste herder van de christenheid‘, als slachtschapen opgejaagd, vervolgd, gefolterd, gewurgd, verbrand en vermoord werden, moeten nu boete doen, omdat ze van hem weggelopen zijn en eigen, van Rome onafhankelijke, kerken en gemeenten gesticht hebben.
Maar de ‘schapen van Christus‘ waren voor deze ‘roomse herders‘ weggelopen, omdat ze hun stem niet als de stem van de ‘Goede Herder‘ herkend hadden, want de Heere Jezus leert toch uitdrukkelijk: ‘Ik ben de goede Herder en Mijn schapen kennen Mijn stem. Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen maar zij zullen van hem vluchten, omdat zij de stem van de vreemden niet kennen‘ (Johannes 10:1-14).
Blijkbaar terecht zegt men, dat de mens niets van de geschiedenis leert. Eens maakte ik zelfs mee dat in het bijzijn van meerdere broeders een Bijbelschoolleraar luid verkondigde: ‘Kerkgeschiedenis is drek.‘ Deze medewerker was, wat later bleek, een aanhanger van dweepzieke kringen en wilde met zijn krasse uitspraak zeggen: ‘We staan in het heden en moeten de tegenwoordige uitdagingen aangaan, want wat er gisteren was, interesseert ons niet meer.‘
Beschaamd gaat men na zo’n ‘onderwijzing‘ naar huis en begint na te denken. Men vraagt zich af: Bestaat de Bijbel zelf niet voor een groot deel uit geschiedenisboeken? En dan ontdekken wij, dat de Bijbel zelf heel veel waarde hecht aan geschiedkundige overlevering, want in 1 Korinthe 10:1-11 lezen we: ‘Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden en zijn beschreven tot waarschuwing voor ons.‘ En heeft niet onze HEERE JEZUS Zelf verwezen naar lang geleden gebeurtenissen, doordat Hij ons herinnerde aan ‘al het rechtvaardige bloed dat op de aarde vergoten werd, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel‘ (Matth 23:35).
En uitgerekend in onze tijd, te midden van de ontwikkelingen van de eindtijd, moeten wij geschiedenissen als iets waardeloos verachten? Aha, langzaam beginnen we te begrijpen: Christenen die destijds gedurende 50 jaar aan een enorme oecumenische propaganda waren blootgesteld, hoeven er niets meer van te weten, hoe en waarom het eigenlijk tot een reformatie kwam. We moeten veel meer open staan voor dat wat tegenwoordig de trend is, dus open staan voor de tijdgeest. We moeten ons niet meer herinneren hoeveel martelaarsbloed het heeft gekost, totdat het met Gods hulp eindelijk tot een bevrijding van Rome kwam en tot de stichting van onafhankelijke, evangelische kerken.
We moeten ons er ook niet langer van bewust zijn, dat de reformatoren, speciaal Maarten Luther, helemaal niet van een scheuring van de christenheid spraken, maar veelmeer van de ‘bevrijding van de christenheid uit de Babylonische gevangenschap‘ (zie Luthers brochure ‘De Babylonische gevangenschap van de kerk van Christus‘). Ook de 288 Engelse martelaren moeten wij maar vergeten, die gedurende de vijfjarige regeringstijd van de ‘bloedige‘ Maria levend verbrand werden, omdat ze aan het protestantse geloof vasthielden en liever de vuurdood ondergingen dan zich aan de rooms-katholieke, on-Bijbelse dogma’s te onderwerpen.
Onder al deze slachtoffers waren 1 aartsbisschop, 4 bisschoppen, 21 geestelijken, 55 vrouwen en 4 kinderen. We hoeven er ook geen duidelijke voorstellingen van te hebben wat een grote zegen de christenheid ten deel viel door de vier grote hoofdpilaren van de protestantse belijdenissen:
Alleen Jezus, want HIJ is de enige Middelaar tussen God en de mensen.
Alleen het geloof en alleen de genade leiden tot ware geloofszekerheid.
Alleen de Heilige Schrift heeft gezag voor het christelijke geloof.
Een fatale vergissing
Ook moeten we ons niet meer herinneren hoe toendertijd in Europa de rooms-katholieke anti-reformatie woedde. Twee van die roomse overvallen waren bijzonder wreed en gemeen, die van 1572 in Frankrijk en van 1641 in Ierland. Beide bloedbaden verliepen volgens hetzelfde plan. Aan elke aanval ging een tijd van schijnbare verzoening vooraf. Rooms-katholieken en protestanten schenen in vrede naast elkaar te kunnen leven, want de katholieken gedroegen zich vriendschappelijk en aardig tegenover de protestanten. In Frankrijk regelde de koning zelfs de bruiloft van zijn rooms-katholieke zuster met een protestantse leider, om op deze manier een teken van het oecumenische met elkaar voor te wenden.
De protestanten, die eeuwenlang brutale vervolging en onderdrukking gewend waren, ondervonden zo’n grote opluchting dat ze dit vreedzame samenleven vertrouwden en hun waakzaamheid lieten varen. Ze zagen het als een bevestiging dat het Vaticaan nu daadwerkelijk veranderd was. Maar dat was een fatale vergissing, die hen het leven kostte. Hadden ze maar beter gelet op de waarschuwing van de Heere Jezus om voor ‘de roofzuchtige wolven die in schapevachten gekleed waren‘ (Matth 7:15) op te passen, dus voor de waarschuwing voor moordenaars die zich uitgeven als dienstknechten van God! Hadden ze maar het onderwijs van de Heere Jezus ernstiger opgevat, dat van de ‘bedorven bomen die nooit goede vrucht kunnen voortbrengen‘ (Matth 7:17-18), dat dus ook de boom ‘pausdom van Rome‘ nooit verandert, waarvan geschiedkundig duidelijk gedocumenteerd is dat deze ‘vruchten‘ de verschrikkelijkste christenvervolgingen waren.
Maar zo brak te midden van de ‘oecumenische vrede‘ van het ene moment op het andere het moorden uit, dat in Frankrijk minstens 30.000 slachtoffers eiste (andere geschiedenisonderzoekers komen op hogere getallen uit) en in Ierland 40.000.
Natuurlijk moet men daarbij letten op het feit dat het bij de rooms-katholieke vervolgers eerder om religieus gemotiveerde, fanatieke aanhangers van de roomse machtsbelangen ging, – in die tijd ‘roomsen‘ genoemd – , terwijl ernstige, vrome katholieken zelf ook vervolging en brandstapels te verdragen hadden, zoals bijv. aartsbisschop Thomas Cranmer, Dr. Rowland Taylor en anderen!
Paus Gregorius XIII, als zogenaamde ‘overste herder van de christenheid‘, zou ontsteld moeten zijn geweest over het wrede afslachten van de ‘schapen van Christus‘, maar in plaats daarvan was het voor hem een aanleiding om feest te vieren. Om zijn triomf nog beter en duurzamer tot uitdrukking te brengen, liet hij in herinnering aan de Parijse nacht van moorden, ook ‘bloedbruiloft‘ genoemd, een gedenkmunt slaan.
Ook de tegenwoordige christenheid heeft nu sinds het 2e Vaticaans Concilie een 50 jaar durende tijd van schijnbare toenadering en verzoening met de roomse kerk achter zich. Voor het concilie waren protestanten voor Rome slechts ‘ketters‘, maar plotseling werden ze ‘gescheiden broeders‘ genoemd. Deze strategie was zo succesvol, dat tegenwoordig veel christenen uit de evangelische gemeentes tot de slotsom gekomen zijn: Het Vaticaan van vandaag is niet meer te vergelijken met vroegere tijden, er is daar veel in positieve zin veranderd. Nu ging het er om voor de wereld eenheid te laten zien om de christelijke boodschap geloofwaardig te betuigen.
Hoe mooi zou het zijn, als men zich zou kunnen aansluiten, maar de feiten spreken helaas een heel andere taal. Bekijken we enkele citaten die aan het ‘katholieke kerkrecht‘, genaamd “Codex Juris Canonici”, ontleend zijn (opnieuw bewerkt en uitgegeven in het jaar 1983): Can. 331 en 333, bladzijde 100 zegt: ‘De paus … de plaatsvervanger van Christus … heeft de hoogste macht van het goddelijk recht. Ze wordt hem dus niet door menselijke comités, bijvoorbeeld van de totaliteit van de gelovigen of van de bisschoppen, overgedragen … zijn besluiten hebben geen bevestiging nodig … en er is geen roeping door een andere instantie‘ (can. 1404).
De paus is de hoogste wetgever en hoogste rechter. Hijzelf is niet onderworpen aan een oordeel. In de dienst van het onderwijzen heeft de paus de hoogste autoriteit (niet de Bijbel, het geschreven WOORD VAN GOD). Besluiten ‘ex – cathedra‘ zijn onfeilbaar.
Bladzijde 357, § 124, strafbare feiten tegen de religie en de eenheid van de kerk: Can. 1364: Afval van het geloof, ketterij en afvalligheid zijn de ergste overtredingen tegen aanbidding van God en eenheid van de kerk.
Volgens can. 751 is ‘ketterij‘ de hardnekkige ontkenning van de katholieke leer en ‘kerkscheuring‘ is weigering van de onderwerping aan de paus.
Bladzijde 71, can. 205 over de doop: ‘De doop kan slechts eenmaal en onherroepelijk ontvangen worden; dit … lidmaatschap van de kerk is niet ongedaan te maken‘.
Volgens deze enkele bewijzen van het rooms-katholieke kerkrecht zal men zich zeker niet ten onrechte afvragen: En waar blijft het zogenaamde ‘mensenrecht‘ van geloofsvrijheid? Komen we hier zo mogelijk de, al in de Bijbel geprofeteerde, dictatuur van de eindtijd tegen, temeer omdat wij in onze omgeving duidelijk waarnemen hoe bepaalde krachten steeds meer de ‘anti-christelijke structuren‘ willen bewerken:
Rome heeft zich dus, duidelijker dan ooit tevoren, ‘kerkelijk juridisch‘ verankerd: De paus heeft de hoogste macht van het goddelijk recht en is de hoogste wetgever en hoogste rechter en heeft de hoogste leerautoriteit, waarmee gedefinieerd moet worden, wat ‘geloofsafval‘ en wat ‘ketterij‘ is. Dus moet elke protestant en natuurlijk ook elke ernstige rooms-katholiek zich vandaag afvragen: Zit daar niet een mens op de plaats van Christus en wordt hij dus een antichrist? Het woord ‘anti‘ betekent niet alleen ‘tegen Christus‘, maar kan ook betekenen dat er iemand ‘op de plaats van Christus‘ zit. Maar de Heere Jezus Zelf heeft ons uitdrukkelijk voor diegenen gewaarschuwd, die (Matth 24:5). ‘onder Mijn naam zullen komen en zullen zeggen: ik ben de Christus‘
Christenen worden uitgedaagd.
De tegenwoordige christenheid wordt dus uitgedaagd om positie in te nemen en men vraagt zich af: Zullen de protestanten in het gedenkjaar van de reformatie in 2017 daadwerkelijk een ‘medeschuld‘ belijden en ‘berouw hebben‘ over hun zogenaamde ‘zware overtreding tegen de eenheid van de kerk‘ (zie can. 1364)? Zullen protestanten boete doen over hun vermeende ‘ketterij‘ waarmee ze bijv. de roomse transformatie van de elementen ‘brood en wijn‘ in het avondmaal tegenspreken? De paus, met zijn ‘hoogste leerautoriteit‘, noemt zo’n gedrag ‘hardnekkige ontkenning van een katholieke leer‘ (zie can. 751). Daarom staat er ook in de pauselijke encyclieken ‘Ut unum sint‘ (Latijn: Opdat zij één zijn): ‘Het feest van een gemeenschappelijk avondmaal van alle christenen is pas na herstel van de volle kerkelijke eenheid mogelijk‘, dus pas dan, als ook de protestanten weer voor een ouwel neerknielen en in haar Christus aanbidden, hoewel toch het reformatorische geloof de Bijbelse waarheid heeft erkend, dat brood en wijn symbolen zijn, zoals bij andere vergelijkingen: ‘De Heere Jezus als de deur‘ of ‘de Heere Jezus, als de ware wijnstok‘.
Ook blijft de vraag: Zullen de ‘protest – tanten‘ al het ‘tanten wezen‘ wegdoen en weer terugkeren tot ‘protest‘ tegen alle roomse ketterijen, die het WOORD VAN GOD weerspreken? Zullen ze met dr. Maarten Luther belijden en daaraan vasthouden: ‘Mijn geweten is gebonden aan het Woord van God. Hier sta ik, ik kan niet anders?‘ Moge het de protestanten met Gods hulp gelukken niet op te gaan in de grote kudde van de oecumenische eenheid. De Heere Jezus Zelf spreekt van ‘Zijn kleine kudde‘ (Lukas 12:32). Aan de andere kant is het voor alle oprechte, vrome en ernstige katholieken te wensen dat zij de goddelijke roep uit Openbaring 18:4 vernemen: ‘Gaat uit van haar!‘
Manfred Kämpf, zendeling CH-Wetzikon / Peru
De tekst is bewerkt .
Bron: Der schmale Weg, 3/2016
Seks, genegenheid, liefde; wat is het onderscheid?
Natuurlijke mensen – redeloze dieren
Hoe helpen wij onze jeugd in het jaar 2016 waarin veel mensen leven zoals de Bijbel hen beschrijft (HSV):
1. Seks, genegenheid, liefde; wat is het onderscheid?
Als een mens zich daar gewetenloos aan over geeft, handelt hij naar de wil van het vlees (Ef 2:3), en kan het lichaam onteerd worden (Rom 1:24-27).
2. Waarom geen seks voordat het huwelijksverbond gesloten is?
a. Wat zegt de Bijbel over seksualiteit
In moderne taal gezegd: Een vrouw mag alleen genegenheid zoeken bij haar eigen man. De man mag zijn hormoonstelsel uitsluitend laten activeren door zijn eigen vrouw.
b. Zich ontwikkelende hersenen en seks
In de leeftijdsperiode van ca. 12-25 jaar maakt ons brein een enorme ontwikkeling door. Er wordt een enorm aantal
verbindingen (synapsen) tussen de hersencellen aangelegd. Synapsen die niet benut worden, verdwijnen weer en ongebruikte synapsen worden weer afgebroken. Bij het bedrijven van seks geven de hersencellen chemicaliën (hormonen en wekstoffen) af die een prettig gevoel geven. Door dit lustgevoel zijn mens en dier geneigd seksuele gemeenschap te hebben en op deze wijze voor nageslacht te zorgen.
3. Waarom staan er geboden in de Bijbel?
De wereld bestaat niet alleen uit het zichtbare, maar er is ook een onzichtbare geestelijke werkelijkheid. Vanuit die geestelijke wereld worden de gedachten van de mens beïnvloed. De mens denkt van nature dat zijn “ik” zelfstandig is, maar hij/zij staat onbewust onder invloed van een geest die anti de Schepper is gericht. Van nature is de mens in feite slaaf van die antigeest, die in de Bijbel satan (tegenstander), duivel (door-elkaar-gooier) of “overste van deze wereld” genoemd wordt. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament staan geboden. Rom 15: 4 en 1 Cor 10: 6 vatten het Oude Testament samen: Deze gebeurtenissen zijn ons tot voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden. (1 Cor 10:6) Het Nieuwe Testament stelt verder op diverse plaatsen de reinheid en zuiverheid als kind van God aan de orde. Denk maar eens aan 1 Cor 6: 19 en 20: Of weet gij niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijk dan God met uw lichaam. Uit onszelf kunnen we deze geboden niet volbrengen, maar door in geloof op Jezus Christus te zien, kunnen wij mede door de geestelijke wapenrusting (Ef 6: 10-17) in deze wereld standhouden.
4. Wat te doen als men niet gehandeld heeft volgens de Bijbel?
De richtlijnen in de Bijbel zijn te vergelijken met de handleiding die een maker geeft bij zijn apparaat. Als men de handleiding niet opvolgt, handelt men verkeerd met het apparaat en kan men problemen verwachten. Als men de Bijbelse richtlijnen van onze Maker niet opvolgt, mist men het doel van zijn/haar leven (dat heet zonde) en kan men problemen verwachten. Maar voor zonde heeft de Schepper een oplossing gegeven: Jezus Christus heeft voor ons de schuld betaald. Wij mogen onze zonde(n), het verkeerde handelen, belijden aan God en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonden. (1Joh 1:9) Dat betekent niet altijd dat de problemen (conflicten, miscommunicatie enz.) meteen verdwenen zijn, maar men mag telkens de hulp van zijn/haar Meester inroepen en zorgen voor een verantwoorde liefdevolle relatie in het huwelijksverbond. En niet aarzelen tijdig hulp te zoeken bij gelovige broeders en zusters.
Bron:
“Verstrikt”, geschreven door Dr. McIlhaney & Dr. McKissic Bush, zie webshop https://bijbelenonderwijs.nl/webshop/
dr. W. Hoek
Let op de bron!
GODDELIJK EN SPEELS?
Met grote regelmaat worden in kerken en gemeentes nieuwe methodes aangereikt. Zo werd er onlangs via een evangelische kinderwerkersdag in Vlaanderen de Godly Play-vertelmethode aangeboden. Als zondagsschoolmedewerkers vinden we het belangrijk dat onze kinderen Bijbelgetrouw onderwijs krijgen. We waren dan ook nieuwsgierig of deze methode ons hierbij kon helpen.
Methode
Godly Play is een rooms-katholieke vertelmethode, die werd aangepast voor de protestants/evangelische kerk. Volgens ‘Thomas’, de godsdienstdidactische website voor en door leerkrachten van de Katholieke Universiteit Leuven, is Godly Play een speelse vertelmethode voor geloofsinitiatie en – communicatie. De methode heeft als uitgangspunt dat iedereen, en in het bijzonder het kind, God kan ervaren in zijn of haar leven. Er wordt een combinatie aangeboden van spel, rituelen, creativiteit en verhalen. Hierdoor worden jong en oud geholpen om in dialoog met de christelijke traditie, antwoorden te geven op vragen over zingeving. Het gaat hierbij niet om kennisoverdracht. De methode is oecumenisch. ’Godly Play gaat niet over ‘weetjes’ en evenmin over de moraal van een verhaal… Godly Play nodigt uit om in een verhaal binnen te komen en het mee te beleven.
Godly Play:
Achtergrond
Jerome W. Berryman,2 anglicaan, is de geestelijke vader van deze methode. De ideeën van alle verhalen en materialen die gebruikt worden, komen van hem. Berryman werd beïnvloed door de pedagogie van Maria Montessori3 en de godsdienstmethodes (Catechesis of the Good Shepherd) van Sophia Cavaletti.4 Cavaletti was op haar beurt ook beïnvloed door Montessori. Verder is hij in aanraking gekomen met het werk van Karl Rahner.5 Godly Play ontstond reeds in de jaren ’70 in Amerika, pas in 2012 kwam ze in België en Nederland. Berryman ontwikkelde de methode, nadat hij tijdens pastorale bezoeken op de kinderafdeling van een ziekenhuis geconfronteerd werd met ‘grote eenzaamheidgevoelens’ bij kinderen. ‘Hij wilde de kinderen een godsbeeld geven van een God die steeds bij hen blijft, ook wanneer het einde nabij is. Dit is het godsbeeld van de dragende en aanwezige God.’ 6 Dit bracht hij door het vertellen van verhalen, hij maakte hierbij gebruik van poppetjes. Zo ontstond het ‘goddelijk spel’.
Werking
Bij Godly Play wordt uitgegaan van twee fundamentele principes:
Veel aandacht wordt er besteed aan de ruimte waarin de kindersamenkomst plaatsvindt. Dit zien we ook terugkomen in het montessorionderwijs. De volgende vereisten komen naar voren: open, licht, schoon, degelijk materiaal, speciaal ingerichte boekenplanken, stilte. Er wordt gesproken over een ruimte die ‘heilig’ is. Men wijst zelfs op de gewenste aanwezigheid van ramen, want ‘ dan kan de Heer in de ruimte binnenkomen.’ 7 Ieder kind wordt bij het binnenkomen van de ruimte persoonlijk begroet door een ‘deurwachter’. Nadien neemt het plaats in de kring bij de ‘verteller’.
Nadat iedereen stil is, begint men met het vertellen van een van de verhalen. Dit wordt in alle rust en stilte gedaan. Alle woorden en gebaren zijn ingestudeerd. Hierdoor ontstaat een bepaalde ‘sfeer’. Er wordt gebruik gemaakt van speciaal Godly Play-materiaal (poppetjes, doeken, tafereeltjes,…), het is mooi, duurzaam (en duur) materiaal. De verteller houdt zijn ogen voortdurend gericht op het ‘goddelijk speelveld’; er mag geen oogcontact gemaakt worden met de kring. Er zijn verschillende soorten verhalen: heilige basisverhalen, liturgische basisverhalen en basisparabels. Nadat de kinderen ouder worden, komen er dan verdiepings- en vervolgens syntheseverhalen. Ook spreekt men van vier taalsoorten: taal van de heilige verhalen, van de parabels, van de liturgische verhalen en van de stilte.
De vertelling wordt gevolgd door een vraaggesprek. De vragen worden volgens een bepaald stramien gesteld. Iedere vraag wordt ingeleid door de formule: ‘Ik vraag me af’. Nu mag er wel oogcontact gemaakt worden. De vraagstelling vindt op vier niveaus plaats: rationeel, emotioneel, exegetisch en persoonlijk.
Nu volgt het ‘antwoord’ van de kinderen op het verhaal: de verwerking. Ze mogen zelf aan de slag gaan en zijn volledig vrij in hun keuze (lezen, knutselen, mijmeren, spelen…).
Vervolgens komen de kinderen terug in de kring voor een dankmoment. Deze afsluitende fase wordt “feestvieren” genoemd. Hierna krijgen ze iets te eten (proeven). ‘Met deze fase wil de Godly Play-methode de link leggen naar het sacrale van een kerkdienst, de eucharistie’.8
Toetsing
Bewonderenswaardig is het als er aan kinderen in de kerk speciale aandacht wordt gegeven. Het evangelie is voor ieder. Jezus Zelf is hierbij ons voorbeeld (Mk 10:13-16). De vraag is, kan de Godly Play-methode ons hierbij helpen? En kunnen we methodes los zien van hun achtergrond? Kunnen we ze ‘neutraliseren’? Bij het verschijnen van een nieuwe methode moeten we ons altijd de vraag stellen: Wat is de bron? Waar liggen de wortels? We zullen er enkele bekijken.
Zoals we reeds gezien hebben, werd Berryman beïnvloed door Maria Montessori. Ze was een zeer ontwikkelde vrouw, arts en pedagoge. Ze is bekend door het naar haar genoemde montessorionderwijs.
Hierbij is de centrale gedachte: ‘help/leer mij het zelf doen’. Het kind mag zichzelf ontwikkelen (keuzevrijheid, tempovrijheid, niveauvrijheid, bewegingsvrijheid). Die vrijheid heeft wel grenzen: er is oog voor het algemeen belang en de daaruit voortvloeiende goede manieren. Als christenen kunnen we onze kinderen niet ‘vrijlaten’. We worden opgeroepen om hen te onderwijzen en te leiden (Deut 6:4-9; Mt 28:18vv; Spreuken 3:1-6.
Montessori daarentegen wil het kind geen druk opleggen, hij/zij zal het zelf wel aangeven. Ze hanteert een harmonisch model waarin ‘normaliteit’ en ‘gezondheid’ centraal staan. Als de ‘opvoeding’ (buiten het gezin) in haar opvoedingsmodel goed verloopt, kunnen we een ‘betere wereld’, ze spreekt zelfs van een nieuwe wereldorde, verwachten. Ze had een kosmisch, holistisch, evolutionistisch ideaal. Alles dient het grote doel van het leven. Het is duidelijk dat wij niet streven naar een nieuwe wereldorde. Ons verlangen gaat uit naar de komst van de Heere Jezus en naar de vestiging van Zijn Koninkrijk. Ze was ook lid van de Theosofische Vereniging en heeft nauw samengewerkt met theosofen.9 Theosofie, ‘goddelijke wijsheid’, ‘verwijst naar de grote waarheden…die verborgen in mythen, legenden en religieuze verhalen, zijn doorgegeven.’ Hierbij geldt: ‘Als mens ben je vrij om,…., te kiezen hoe je je leven wilt leiden.’10 Wij, als christenen, kennen maar één geloof in het bestaan van de ene ware God en in Zijn Zoon Jezus Christus.
Door het contact met de leerstellingen van Montessori en Cavaletti kwam Berryman natuurlijk ook in aanraking met het rooms-katholicisme. In het kader van dit onderwerp beperken we ons tot het bekijken van een deel van de r.-k. doopvisie. De r.-k. kerk doopt kleine kinderen om hen te bevrijden uit de macht van de duisternis en over te brengen naar de vrijheid. Het doopsel neemt alle zonden weg; men wordt erdoor wedergeboren.11 Een rooms-katholiek zal dus geen hindernis ondervinden bij het gebruik van deze methode. De gedoopte kinderen zijn ‘christen’ en kunnen dus Gods aanwezigheid ervaren. De Bijbel leert ons echter dat we alleen christen worden door het geloof in Jezus Christus en Zijn verlossingswerk.
Binnen deze Godly Play-methode spelen ‘Bijbelse’ verhalen een grote rol. Hoewel de r.-k. kerk officieel ook gelooft in de Bijbel als Gods Woord, wordt er in de praktijk heel anders mee omgegaan. Op de website van de afdeling ‘pastorale zorg’ in België lezen we het volgende ‘De bijbel is geen geschiedenisboek en evenmin een correct verslag…. Om hun verhalen te kunnen begrijpen, is het nodig de overstap te maken van de vraag ‘Is dat werkelijk zo gebeurd?’ naar de vraag ‘Wat wil dit Bijbelverhaal eigenlijk vertellen?…’12 Ook is er binnen de r.-k. kerk ruimte voor en gezag door de traditie, buiten-Bijbelse overlevering en openbaring.13 Stel hier tegenover het ‘sola Scriptura’. Bij deze methode is de verhalenkeuze ook beperkt. Maar heel de Schrift is belangrijk (2Tim 3:16), Gods hele raadsplan moet verkondigd worden (Hand 20:27), ‘tota Scriptura’.
Als we dit alles bekijken, komt de vraag in ons op: hoe kan dit alles zo gemakkelijk bij ons binnendringen? Enkele invloeden willen we hier naar voren brengen:
Ook hier is er grote openheid voor buiten-Bijbelse openbaringen en het is dan ook niet verwonderlijk dat de methode ook via deze weg bij ons komt.14
Ook binnen de protestantse én evangelische kerken wordt er vaak niet meer geloofd dat de Schrift het objectieve Woord van God is. Men beweert, dat God individueel tot ons spreekt in openbaringen, als wij Hem ontmoeten.15
Deze beweging, die vooral onder de jongere generatie in onze kerken grote invloed heeft, heeft ervoor gezorgd dat een groot deel van alle geloofsleer aan de kant werd geschoven. Ze leert dat we ons moeten aanpassen aan de huidige cultuur. Enkele kenmerken (ervaring boven ratio, spiritualiteit boven doctrine, beelden boven woorden, gevoelens boven waarheid). Leg hier de Godly Play-methode naast en direct wordt duidelijk waarom deze methode zo kritiekloos en met open armen ontvangen wordt.
Vele religieuze stromingen streven naar eenheid. Er wordt slechts gekeken naar wat ons samenbindt, geloofsdoctrines worden aan de kant gezet. Godly Play past hier perfect bij.
Ieder zijn eigen waarheid. Godly Play wil geen waarheid overdragen, elk kind mag eruit halen wat hij wil. Gezagsverhoudingen vallen weg. Waar is de gave van onderwijs?
Deze is ontstaan in de moederschoot van de r.-k. kerk. Binnen deze beweging werden er vele technieken ontwikkeld om God beter te ‘ervaren’. Denk hierbij aan ‘lectio divina’, ‘luisterend bidden’, centrerend gebed’, ‘soaking prayer’. Al deze technieken komen niet uit de Bijbel, maar vinden hun oorsprong in de newage-beweging en Oosterse religies. Door de hang naar mystieke ervaringen, naar ‘meer’, zijn deze technieken inmiddels doorgedrongen in alle geledingen van de kerk. Bij Godly Play wordt ook gesproken over ‘binnengaan’, ‘ontmoeting’, ‘meditatie’. Lees het volgende citaat ‘…eigenlijk biedt Godly Play een eigentijdse, kindvriendelijke en toegankelijke versie van een oude spirituele praktijk. …lectio divina uit de monastieke traditie.16
Conclusie
Godly Play werd door Berryman ontwikkeld met goede bedoelingen. Hij wou het kinderleed verzachten van de vaak heel zieke kinderen met wie hij in aanraking kwam. Maar in zijn ijver bleef hij zich niet houden aan Gods Woord, waarin we onze ‘enige troost in leven en sterven’ kunnen vinden. Hij verloor uit het oog dat wij alleen door het geloof in Jezus Christus en Zijn verlossingswerk behouden kunnen en moeten worden willen wij niet voor eeuwig verloren gaan. Hij liet zich leiden door menselijke redeneringen en werd daarbij beïnvloed door de anti-Bijbelse leer van Montessori en Cavaletti. Hierbij kwam hij ook in aanraking met het rooms-katholicisme, dat in haar leer op vele punten van de Bijbel afwijkt en bovendien gezag ontleent aan overleveringen en tradities naast de Bijbel. Via Montessori kwam hij zelfs in contact met de leer van de theosofie! De kerken van tegenwoordig zijn ook niet ontsnapt aan de tijdgeest, hierdoor zijn er allerlei dwaalleren binnengeslopen. De deur voor de dwaling is opengezet en daardoor kan ook deze methode kritiekloos binnendringen. Laat ons blijven bij hetgeen ons overgeleverd is, doorgaan met toetsen en het evangelie blijven verkondigen (2Tim 3-14vv; Hand 17:10-11; Rom 1:16). Hierbij moeten we niet uit het oog verliezen dat de satan zich voordoet als een ‘engel des lichts’. Dus hoewel de methode werd aangepast aan de protestants/evangelische leer, kunnen we de genoemde, volstrekt on- en zelfs anti-Bijbelse invloeden niet neutraliseren. We moeten de Godly Play-methode dus met grote stelligheid afwijzen!
Diny Kuzmenko-Kwakkel
Voetnoten
Aanbevolen literatuur
Boeken
Websites
www.internetbijbelschool.nl
www.das-wort-der-wahrheit.de
www.lighthousetrailsresearch.com
www.rejoicenow.nl
Een ander evangelie (2Cor 11:4)
Omdat jij het waard bent?
Het l’oreal evangelie
De moderne maatschappij gaat uit van de intrinsieke waarde en het goede van de mens. Zowel in wetgeving, opvoeding als in schoolvisies is terug te vinden dat we minder restrictiever zijn en meer belonend in vergelijking met vroeger. Alles is gericht op een positieve benadering. Opvoeding en onderwijs gaan vaker uit van dat het kind zich moet ontwikkelen en het recht heeft van zelfbeschikking en autonomie. “Alle ingrediënten en competenties bevinden zich in het kind en met de juiste stimulans komt hij tot zijn recht en doel”. De mens leert recht te hebben op aanvaarding en acceptatie.
Modern evangelie
De evangelieverkondiging in kerken en gemeentes lijkt steeds meer hierin mee te gaan, door de waardeloosheid en zondigheid van de mens weg te laten en zich aan te sluiten bij een positieve, behoeftige zienswijze op de mens. Hierdoor is de nadruk komen liggen op “God vindt jou bijzonder en waardevol.” Of: “Jij bent geliefd en je mag komen zoals je bent.-+” Het moderne evangelie klinkt met de woorden: “Zonder Jezus is je leven niet compleet, dan mis je iets, Hij wil jouw leegte vullen.” Ik hoor het een predikant als conclusie van zijn preek nog zeggen, waarbij hij een reclame van een gezichtscrème citeert: “Omdat jij het waard bent!” Dat was volgens hem de reden waarom Jezus stierf aan het kruis.
Hiermee is het on-Bijbelse mensbeeld overgenomen, namelijk dat de mens intrinsieke waarde bezit. De mens komt onder de juiste voorwaarden (liefde en aanvaarding) tot zijn recht en tot ontwikkeling. Geloven in Jezus heeft niet meer met zonde en vergeving te maken, maar alleen met Zijn liefde en acceptatie. Niet meer met verzoening, maar met zich geliefd voelen. Niet meer met je eigen ik afleggen en het volgen van Jezus Christus, maar met jouw bestemming en Gods plan met jouw leven. Wereldse psychologische ideeën van positief denken worden vermengd met Bijbelse waarheden. Er zijn christelijke boeken vol geschreven, gebaseerd op de probleemstelling van gevoelens van afwijzing en minderwaardigheid die ontstaan zijn door opvoeding, pesten of zelfs door demonen. De oplossing van veel schrijvers ligt in de aanvaarding en liefde van de Here God en in je nieuwe identiteit in Christus. “Ontmasker de leugens door woorden van waarheid over je heen te roepen.” De vernieuwing van je denken vindt plaats door gericht te zijn op positieve woorden van liefde en aanvaarding. Richt je op jouw positie in Christus en niet meer op je negatieve zonden. Ik noem dit het l’oreal evangelie. L’Oreal verkoopt voor de uiterlijke verzorging allerlei produkten en als slogan heeft: “Omdat jij het waard bent.”
L’oreal evangelie
Uit onderzoek blijkt dat mensen door zo’n evangelieboodschap vreemd genoeg ongelukkiger en depressiever worden. De onderzoekers hadden deze uitkomst niet verwacht. Want de boodschap van liefde en aanvaarding zou iemand toch positief moeten bevestigen? In het hart van de toehoorders gebeurde er iets heel anders: door de nadruk op liefde en acceptatie, ervoeren zij een steeds groter wordende druk die uit twee elementen bestond:
De prediking van Christus
De Here Jezus predikte niet dat de mensen waardevol waren, maar riep hen op tot bekering te komen en Hem te volgen. Hij kwam niet om waardevolle mensen te redden, maar zocht de verlorene op. De hemelse Vader zond Zijn Zoon niet naar een wereld die Hem vriendelijk gezind was, maar naar vijanden, goddelozen, zondaars en verloren mensen (Romeinen 5:6-11, Johannes 3:16).
Hiervoor moet je je wel verloren weten. Je verlorenheid ervaren is niet hetzelfde als het ervaren van al je falen om van je zonde af te komen. Jouw gevoel van falen is juist je trots. “Het is mij weer niet gelukt”. In de grondtekst betekent het woord verlorene: ‘iemand die vernietigd of verwoest is, geheel onbruikbaar.’ Niet echt waardevol, zou je zeggen. Zelfs de tekst die doorgaans gebruikt wordt als bewijs van Gods liefde voor de mens spreekt hier over, Johannes 3:16. Om welke mensen gaat het in dit vers? Degene die verloren gaan! Niet over de waardevolle. Een sprekend voorbeeld is de ontmoeting van de Here Jezus met de hoofdman over honderd uit Kapernaüm (Lukas 7:1-10). Een gedeelte daaruit: Toen de Joden bij Jezus gekomen waren, smeekten zij Hem indringend en zeiden: de hoofdman is het waard dat U dat voor hem doet, want hij heeft ons volk lief en heeft zelf de synagoge voor ons gebouwd. En Jezus ging met hen mee, maar toen Hij niet ver meer van het huis was, stuurde de hoofdman enkele vrienden naar Hem toe om tegen Hem te zeggen: Heere, doe geen moeite, want ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Daarom heb ik ook mijzelf niet waard geacht naar U toe te komen, maar spreek een woord en mijn knecht zal genezen zijn. Want ik ben ook iemand die onder gezag van anderen gesteld is, en heb zelf soldaten onder mij; ik zeg tegen de een: Ga! en hij gaat; en tegen de ander: Kom! en hij komt; en tegen mijn slaaf: Doe dat! en hij doet het. Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich over hem, en Hij keerde Zich om en zei tegen de menigte die Hem volgde: Ik zeg u: Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden. En toen zij die gestuurd waren, in het huis teruggekeerd waren, vonden zij de zieke slaaf gezond.
Volgens het l’oreal evangelie had de Here Jezus tegen deze man moeten zeggen: “Maar beste hoofdman, hoe kom je aan deze minderwaardigheidsgevoelens? Dat is helemaal nergens voor nodig, je bent het zeker waard dat Ik onder je dak kom! Ook de mensen in de omgeving vinden dat, je bent het waard dat Ik je slaaf genees. Dat verdien je, omdat je zoveel goede dingen hebt gedaan voor Mijn volk.” Hoe kan het dat de Here dit niet doet, maar zelfs het volgende over deze man zegt: “Zelfs in Israël heb Ik zo’n groot geloof niet gevonden.” Hoe kan het dat deze nederigheid niet door de Here Jezus bestraft wordt maar geprezen? Doordat de hoofdman het zichzelf niet waard vindt, is zijn geloof en vertrouwen op de Here zo groot. Hij onderwerpt zich aan Christus zoals zijn soldaten onderworpen zijn aan hem. Daarmee erkent hij de waardigheid van de Zoon van God in het licht van zijn eigen ‘waarde’.
Paulus
Paulus achtte alles wat hij bereikt heeft en alles wat hem menselijk gesproken waardevol maakte, tot schade! Tot vuilnis! Waarom? Omdat hij inziet dat Hij niet een eigenwaarde nodig heeft, maar alleen Jezus Christus. Het ging hem niet meer om zijn eigen ik, maar Christus in hem (Filippenzen 3:4-11, Galaten 2:20).
De boodschap dat de zondige mens in Gods ogen van waarde is, is misleidend en duivels. Juist dat ‘evangelie’ maakt ons blijvend onafhankelijk van God.
Christus is niet gekomen, omdat wij een slecht gevoel van eigenwaarde hadden en om dat te herstellen. Hij is gekomen, omdat we zondig zijn, waardeloos voor Hem en dat er alleen verzoening is door Zijn dood en echt leven door Zijn opstanding. Als we erkennen waardeloos te zijn in Zijn ogen, dat we gezondigd hebben tegen de Here God, dan is ons gevoel van waardeloos zijn in overeenstemming met onze ware situatie. Dan krijgt het lijden en sterven van de Here Jezus pas echt betekenis.
In volle overgave aan Jezus Christus en in navolging van Hem, worden we door Hem weer bruikbaar gemaakt. “Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken” (Titus 2:14).
Het is de Here God die ons bekwaam maakt en Hij wil ons gebruiken en inzetten voor Zijn koninkrijk. “Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God” (2 Korintiërs 3:5).
…en dán zijn we kostbaar in Zijn ogen: “U bent duur gekocht; word dus geen slaven van mensen” (1 Korintiërs 7:23).
We zijn kostbaar voor de Here God, omdat wij met kostbaar bloed zijn betaald, niet omdat wij zelf kostbaar zouden zijn. We zijn geliefd door de Vader, niet omdat wij waardevol zijn, maar omdat Zijn Zoon de Geliefde is! Niets is uit ons zelf. Johannes begreep dit, toen hij zei: “Ik ben het niet waard om Zijn schoenriem los te maken.”
Tot slot Dit artikel roept niet op om terug te gaan naar de prediking van hel en verdoemenis, maar roept wel op om terug te keren naar een Bijbelse kijk op verlorenheid, zonde, vergeving, redding en leven door Jezus Christus. Zal iemand, die zijn zonde en verlorenheid kent en beseft waarvan hij gered is, niet zeggen: “Ik ben het niet waard dat ik nog leef. Het is alleen genade!” En vanuit dat besef volledig afhankelijk te zijn van de Here, leef je niet meer voor jezelf maar voor Hem. In de wetenschap en overtuiging gekocht en betaald te zijn door het kostbare bloed van Christus, vrijgekocht om voor de Here te mogen leven. Het besef geliefd te zijn voor de Here God, omdat de Zoon de Geliefde is, verliest al het aardse zijn waarde en kunnen we ons leven verliezen voor Hem.
Het l’oreal evangelie zet de mens centraal. Het evangelie van het Koninkrijk zet Jezus Christus centraal. Het besef dat we in de Zoon geliefd en van waarde zijn, zal ons brengen tot volkomen navolging van Hem.
Siegfried Woudstra
Gezondheid en ziekte
Wegen naar genezing
Door het boek van dr.R.Seldenrijk, “Duurzame en integrale geneeskunst”, is er in het RD een discussie ontstaan over het gebruik van alternatieve geneeswijzen zoals homeopathie en acupunctuur. Gelukkig waren er reacties die op de achtergrond van voornoemde geneeswijzen wezen. Op de site van B&O staan eveneens twee artikelen over homeopathie. Onderstaand artikel is een lezing die mevr. Nannen voor de organisatie van christenartsen in Kirovograd/Oekraïne op 03.05.1996 gehouden heeft. Het gaat nu niet sec over alternatieve geneeswijzen. Ziekten kunnen totaal verschillende oorzaken hebben: organische en niet-organische. Ook kan God met een speciaal doel een ziekte gebruiken.
1. Ziekte en Gods oproep tot bekering
Het grootste probleem in het leven van een mens is niet een ziekte, maar zijn zondige aard, waaruit de individuele zonden tegenover God en de medemensen voortkomen. Een ziekte brengt geen scheiding met God, maar de zonde, de eigengerechtigheid, het zelfbeschikkingsrecht, het egoïsme enz.
De mens is door God voor God geschapen. Maar er is niemand die God, zijn Schepper, zoekt. Ieder natuurlijk mens zoekt zichzelf, niet Gods wil en Gods eer, maar zijn eigen wil, zijn eigen eer (Rom 3:10-19). Kenmerken van de mens in de eindtijd zijn onder andere een toename van de eigenliefde, geld en zonde, in plaats van liefde tot God, Zijn Woord en wil en de medemensen (2Tim 3:1-7). Zo gaat de mens op de brede weg die leidt naar het verderf, dat betekent het eindgericht van God en daarna het eeuwige verderf (Mat 7:13).
God wil echter niet de eeuwige scheiding van Hem, maar dat ieder mens zich afkeert van zijn eigen zondige weg en zich tot Jezus Christus bekeert (Hand 17:30,31; Hand 20:21; Luc 24:47; Rom 2:4; 2Petr 3:9). Daarom staat de Heere Jezus aan de levensdeur en klopt Hij aan. Zijn doel is dat de mens de deur opent, zodat Hij binnen kan komen om het leven te reinigen, te vernieuwen en bruikbaar voor God te maken.
De Heere Jezus klopt op verschillende manieren aan bij een mens:
Het goddelijke doel is dat de mens niet alleen hulp, maar God zelf zoekt, de deur opent voor de Heere Jezus en aan Hem de leiding en het doel van het leven overgeeft.
Het Bijbelse geneesmiddel is in dit geval een radicale bekering van de zonde en zelfgerechtigheid tot God in Jezus Christus (Hand 26:18; 1Thess 1:9-10), onverschillig of nu wel of niet een genezing van het (vergankelijke) lichaam optreedt. Het grootste wonder, de hoofdzaak in het leven, is niet de (tijdelijke) gezondheid, maar redding voor het eindoordeel van God, bevrijding van de macht der zonde en de ik-gerichtheid, tot een gezegend leven uit God, met God en voor God in Jezus Christus.
Helaas luisteren veel zieken niet naar Gods roep tot bekering. Zij willen alleen lichamelijke genezing, zoals koning Asa (2 Kron 16) of gaan zelfs de door God verboden weg van het bijgeloof, zoals koning Ahazia (2 Kon 1:1-1), dat wil zeggen een occulte methode van diagnostiek of genezing.
2. Ziekte en niet vergeven schuld
Dood en ziekte zijn in de grond van de zaak gevolgen van de zondeval, dat wil zeggen Gods oordeel over de ongehoorzaamheid van de eerste mens (Rom 5:12,19; 6:23). Daarom zal ieder mens eenmaal sterven en daarna komt het oordeel van God (Hebr 9:27).
Daarnaast kan er een verband zijn tussen een ziekte en persoonlijke schuld voor God en mensen. Voorbeelden in de Bijbel zijn onder andere Mirjam, de zus van Mozes (Num 12:1-16) en koning David (Ps 32:1-5; “Zolang ik zweeg….”).
In principe kan elk volharden in een zonde tot een gezondheidsprobleem leiden, zoals bitterheid, gram, haat, onverzoenlijkheid, nijd, zelfmedelijden, leugen en bedrog, geldzucht en alcoholisme (1Tim 6:9,10). Hoeveel ziekten zouden niet vermeden kunnen worden, als men dagelijks er voor zou willen zorgen voor God en mensen een goed geweten te hebben (Hand 24:16; Hand 23: 1; 2Tim 1:3). Ook een vlucht in ziekte, bijvoorbeeld uit angst voor een test of een grote verantwoordelijkheid, is een zonde. Er zijn bovendien ook zieken die niet gezond willen worden, omdat ze dan niet meer in het middelpunt staan, geen hulp of woonruimte meer zullen krijgen. Er zijn zieken die een ziekte misbruiken om anderen daarmee te manipuleren of te tiranniseren. De Heere Jezus wist wat hij zei, toen Hij een man die 38 jaar ziek was, vroeg: “Wilt u gezond worden? “ (Joh 5:6).
Gezondheid is echter geen verdienste, geen bewijs, dat men zo goed of vroom is. Gezondheid is een onverdiende genade – ziekte is niet altijd eigen schuld.
In het geval dat er sprake is van een persoonlijke zonde, is het Bijbelse geneesmiddel:
3. Ziekte en verkeerde leefwijze
De Heere Jezus kocht met Zijn dierbaar bloed niet alleen onze ziel, maar de hele mens. Daarom hoort Hem de hele mens toe, ook het lichaam (1Kor 6:19-20). Anders gezegd, ons lichaam is niet ons eigendom. Ieder mens zal dan ook voor God rekenschap moeten afleggen wat hij in en met dat lichaam gedaan heeft (2Kor 5:10) – natuurlijk ook wat hij met het lichaam van een medemens gedaan heeft, bijvoorbeeld als arts, specialist en chirurg.
Naast deze vele zonden met de mond zijn er vele zonden met de ogen, die tot een ziekte kunnen leiden, bijvoorbeeld het zien van pornografische beelden, het lezen van een horoscoop of occulte lectuur, kijken naar tv-programma’s met horror, geweld en spiritistisch geïnspireerde sciencefiction. Zulke tv-programma’s geven een nieuwe stressbelasting, waardoor de mens niet tot rust komt na een gewone dag, die al genoeg opwinding, lawaai en informatie kent. Niet alleen de zenuwen, maar ook de ogen worden overbelast.
Daarbij komt het misbruik van de oren, die graag luisteren naar perverse muziek of muziek die geïnspireerd is door Afrikaans heidendom of Indisch hindoeïsme. Te grote geluidssterkte leidt tot oorbeschadigingen.
Veel wordt er gezondigd op seksueel gebied, wat dan geslachtsziekten en psychische problemen met zich meebrengt. Dat er prostituees zijn die geen geslachtsziekte krijgen, doet aan dit feit niets af.
Een hoge politieambtenaar zei eens dat veel seksuele geweldplegingen voorkomen zouden worden als meisjes en vrouwen niet zulke korte rokken zouden dragen. Datzelfde geldt natuurlijk voor te strakke kleding. Zelfs sommige moeders en meisjes, die zich gelovige christenen noemen, laten zich door de mode leiden, in plaats van door Gods Woord en brengen zichzelf en anderen, waaronder medechristenen, in verzoeking. (Rom 14:13; 1Kor 10: 32; 2Kor 6:3)
Hoeveel ziekten zouden voorkomen kunnen worden als men Gods Woord in Rom 6:12-16; 12:1-2; 1Kor 6:13-20) gehoorzaamde?
In dit verband is het Bijbelse geneesmiddel:
De vraag is echter: wil je vrij worden, vrij van alle hedonisme, verslavingen en egoïstische begeerten?
4. Ziekte en levensproblemen
In principe zouden alle levensproblemen tot slaapstoringen en ziekten leiden, als God niet zijn Zoon Jezus Christus en Zijn Woord gegeven had. God zelf moedigt ons aan, Hem aan te roepen in de nood (Ps 50:15). De Bijbel staat vol adviezen en getuigenissen over geneesmiddelen, bijvoorbeeld bij angst voor het leven of sterven (Ps 31:16a) of voor mensen (Ps 27:1-5; Hebr 13:5, 6); bij zorgen (Fil 4:6-7; 1Petr 5:7); bij verdriet na de dood van een geliefd persoon (1Thess 4:13-14; Jac 4:7 let op de volgorde in dit vers); bij gevoel van eenzaamheid (Mat 28:20).
Iemand noemde de Psalmen het “vakboek voor angst, zorgen, eenzaamheid en droefheid”, en de Heere Jezus is de “Vakman” ook op dit gebied! Bovendien mogen en zullen wij gebedsgemeenschap zoeken met een Bijbelgetrouwe broeder of zuster, als we er zelf niet uitkomen (Gal 6:2).
5. Ziekte en occultisme in ruimere zin
Hoeveel ziekten kunnen ontstaan door:
Het Bijbelse geneesmiddel is dan:
6. Ziekte en genezing
Gods gedachten zijn niet onze gedachten, Zijn wegen niet de onze. God heeft een hoger doel dan genezing van het vergankelijke lichaam, namelijk dat Jezus Christus in Gods kinderen gestalte krijgt (Gal 4:19; Rom 8:29). Daarom weten we, dat alle dingen meewerken ten goede, voor hen die God liefhebben (Rom 8:28). Alle dingen: ook zwakheid, handicap, ouderdomsklachten, een ziekte.
Zo zijn er lijden ter opvoeding van God de Vader (Hebr 12: 6-11), lijden ter beproeving (1Thess 2:1-9) en lijden ter bewaring (2Kor 12:7-10). Hoofdzaak voor een kind van God is niet de gezondheid – laat staan tot elke prijs – maar dat God tot Zijn góddelijk doel komt en verheerlijkt wordt (Hebr 12:4-11).
Het Bijbelse geneesmiddel in deze situaties van Gods vaderlijke tucht en toetsing:
7. Ziekte en demonische aanvallen bij kinderen van God
Er zijn kinderen van God die bij verkondiging of pastoraat, bij lezingen of literatuur, geroepen zijn de werken van de duisternis bloot te leggen, bijvoorbeeld op filosofisch, politiek, psychologisch, theologisch terrein of met het oog op niet wetenschappelijk diagnostisch/therapeutisch handelen.
Dan kan de wereld der duisternis overgaan tot de tegenaanval, bijvoorbeeld in de vorm van een ziekte bij dit kind van God of in zijn familie. Het is geen wet; het hoort eigenlijk niet te gebeuren!
De Bijbelse hulp voor kinderen van God in een dergelijke situatie is:
E.Nannen
Literatuur van Bijbelgetrouwe christenen
Mensbeeld en opvoeding (3)
Tenslotte is hoofdstuk 4 uit de brochure Mensbeeld en opvoeding van de pedagoog Winkelhake aan de orde.
Inhoud
1. Voed het hart van uw kind op
2. Het goede kinderhart: een sprookje met belangrijke gevolgen
3. De Bijbelse diagnose: de aangeboren hartafwijking
4. Het Bijbelse antwoord: Wat het kinderhart nodig heeft.
5. Aanbevolen literatuur
Vragen vanuit het hart (3)
Hoe ons mensbeeld de opvoeding beïnvloedt.
4 Het Bijbelse antwoord: Wat het kinderhart nodig heeft.
De eerder gestelde diagnose is onaangenaam en pijnlijk voor iedereen die van zijn kind houdt. U en ik, we willen ons kind positief bekijken. We wensen dat ze geen aangeboren hartafwijking zouden hebben. Als het echter zo zou zijn dat de beste hartspecialist van het land u zou vertellen dat uw kind een hartprobleem heeft, dan zou u hem geloven. U zou hem vragen welke therapie uw kind zou kunnen helpen. En u zou, als het nodig zou zijn, huis en haard verkopen om deze therapie te betalen.
De diagnose die we eerder stelden, kreeg u echter niet van een dokter (die als mens ook fouten maakt), maar van de levende God Zelf: de Schepper en Onderhouder van alle dingen (Kolossenzen 1:16-17), de Architect en Vader van alle mensen. Geen enkele diagnose in deze wereld zou zo’n autoriteit moeten hebben als die van Hem!
Hij laat u met deze diagnose echter niet alleen; Hij geeft er een omvangrijke en heilzame therapie bij. Ze kost geen geld, alleen maar tijd, moeite en veel gebed. Ook als u zelf het kinderhart niet genezen kunt (en dat is de realiteit), kunt u het toch voorbereiden voor de noodzakelijke behandeling (Johannes 3:1-7).
Als u van uw kind houdt (en daar twijfelen we niet aan), dan zult u bij een hartkwaal alles doen om uw kind te helpen. U zult ongetwijfeld de aanbevelingen van de bekwaamste en meest wijze artsen aannemen en alles doen wat nodig is. Voor een therapie zult u bereid zijn eventuele gewoontes te veranderen en oude zienswijzen te herzien om uw mogelijkheden zo goed mogelijk in te zetten.
De Bijbelse behandeling
God zelf vat in een vers de diagnose en de heilzame tegenmaatregel samen:
‘Zit er dwaasheid in het hart van een jongeman gebonden, de stok van de vermaning zal die ver daarvan houden’ (Spreuken 22:15). De dwaasheid waar hierover gesproken wordt, is de goddeloosheid, de zonde in het koppige hart. De ‘stok van de vermaning’ is geen abstract beeld maar staat voor een concrete en praktische correctie. Wat betekent dat? Het corrigeren van een kind is geen wraak of vergelding, geen uitlaatklep voor ouderlijke toorn! Integendeel, correctie betekent dat u, uit liefde voor uw kind, niet uw eigen gevoelens op de voorgrond stelt. Uit liefde voor het kind is het beter te doen wat op de lange termijn goed is dan te doen wat op de korte termijn beter lijkt. Dat vraagt veel zelfbeheersing (Efeze 6:4).
Het kind beleeft, zoals elk mens, plezier aan het zondigen. Hij houdt van de zonde, omdat die zonde precies dat is wat hij van nature graag doet. Het kwaad bevalt hem wel, als een schadelijke maar smakelijke suikerspin.
Het is onze opgave om het zondige handelen met onaangename gevolgen te verbinden. Het zondige snoepen moet een bittere nasmaak op gaan leveren. Het kind moet eraan wennen, dat de aantrekkelijke zonde zeer onaangename consequenties met zich meebrengt. De verbinding tussen zonde en onbehagen moet zich in het kind verankeren.
De Bijbel schrijft een korte en praktische correctie voor. Zij is het tegendeel van lange tirades, wekenlange huisarrest of andere sociale beperkingen. Ze is in omvang duidelijk begrensd en mag nooit verwonden. Het kind hoeft geen angst voor correctie te hebben, omdat hij er zeker van kan zijn dat een correctie niet gevaarlijk is. Hij moet echter wel beducht zijn voor de correctie, omdat ze weliswaar pijnloos is, maar wel tot een gevoel van onbehagen leidt. Hij zal de correctie zelfs op waarde weten te schatten, omdat het duidelijk maakt dat er iets fout was. Het kind zal correctie als rechtvaardig ervaren en begrijpen, omdat het grenzen en duidelijk maakt wie de baas is.
Ouders moeten als ze corrigeren nuchter en zakelijk zijn. Zowel woede als ook overdreven mildheid zijn niet goed: denk aan de toestand van het kinderhart! Een correctie heeft alleen zin als de motivatie achter de correctie echte liefde en de zorg om de verandering van het hart is.
Medicijn
Correctie is als een bitter medicijn: ze smaakt niet en het kind wil het niet. We geven dit medicijn toch, omdat het noodzakelijk is en helpt! Het oudere kind moet zelfs leren een correctie als belangrijk, juist en waardevol te zien. Als het kind dat doet, zal hij de correctie ook aannemen, hoewel hij misschien bitter smaakt. Werk eraan dat uw kind correctie accepteert! Een kind dat leert dit medicijn zonder dwang te accepteren, maakt grote stappen in het rijpingsproces richting de wijsheid (Spreuken 15:5).
Leiding en strijd
Kinderen hebben juiste leiding nodig, maar waarderen dat ook. Kinderen hebben behoefte aan de zekerheid dat volwassenen de leiding nemen. Ze willen van ons, volwassenen, leren wat goed en wat kwaad is. Ze letten erg goed op of wij consequent zijn en of we de maatstaven van goed en kwaad zelf ook serieus nemen. Kinderen hebben de meeste waardering voor volwassenen die consequent zijn, omdat ze die als betrouwbaar en daarmee als bron van ethische en sociale zekerheid zien. Ouders die regelmatig hun kinderen corrigeren en prijzen, staan garant voor stabiliteit en oriëntering. Geen aanhoudend schelden, geen onopgeloste conflicten meer. Dat zorgt ervoor, dat de kinderen minder stress ervaren, omdat ze zowel de verwachtingen als ook de consequenties kennen. Dat geeft zekerheid en schept vertrouwen.
Opvoeding is altijd een strijd: een strijd voor het kind en tegen zijn eigen wil en trots.
We laten het kind niet aan zichzelf over, dat zou liefdeloos zijn. We strijden om de verandering van zijn hart. Daarbij is elke machtsstrijd een gevecht. Als het kinderhart vraagt wie de baas is, moet u er voor zorgen dat het antwoord duidelijk wordt!
Koppigheid en trots gijzelen het kind en wij laten dat niet gebeuren! Wij onderhandelen namelijk niet met gijzelnemers! Het is belangrijk dat we de vraag wie de macht heeft duidelijk beantwoorden. Als we namelijk oppervlakkig blijven, scheppen we een koude oorlog. En zulke oorlogen zijn lang en pijnlijk, voor ons en in het bijzonder voor het kind.
Als het kind koppig is en zijn zin koste wat het kost wil doordrukken – met schreeuwen, discussies, manipulatie en een ‘psychologische oorlogsvoering – laat je dan niet meesleuren, maar reageer wel serieus. Ook als het om iets kleins gaat, heeft het kind dezelfde consequente houding en ernst van uw kant nodig als bij een meer dramatisch voorval.
Rebellie serieus nemen
Bewuste ongehoorzaamheid is een goede reden voor correctie. Ongehoorzaamheid is een fundamenteel probleem van de mensheid, omdat ongehoorzaamheid de scheiding met God heeft veroorzaakt (Genesis 3). Alle zonden zijn gebaseerd op ongehoorzaamheid en als eerste ongehoorzaamheid tegenover God. De Heere neemt dit thema zeer serieus: ‘Want opstandigheid is een zonde van waarzeggerij, en tegenstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat u het woord verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat u geen koning meer zult zijn’ (1 Samuel 15:23).
God stelt gehoorzaamheid daar radicaal tegenover: ‘Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerkzaam zijn beter dan het vet van rammen’ (1 Samuel 15:22).
Ook de ongehoorzaamheid van uw kind richt zich allereerst tegen God, omdat hij zich richt tegen mensen die God als autoriteit ingezet heeft: de ouders. Deze ongehoorzaamheid is de rebellie van het kinderhart tegen God en Zijn wetten. Daarom moet uw kind elke keer als het ongehoorzaam is, gecorrigeerd worden.
Als een kind iets nog niet kan, heeft het hulp en instructies nodig, geen straf.
Als een kind echter tot iets in staat is, maar het niet wil doen, dan moet het gecorrigeerd worden. Dat zegt Spreuken 22:15 ook, waar gesproken wordt van de “stok van de vermaning” die ver van het kind weggedaan wordt.
Als u niet zeker weet of de reactie van uw kind werkelijk ongehoorzaamheid is, vraag uzelf dan af of uw instructies gelijk, goedschiks en zonder weerstand uitgevoerd kunnen worden. Want dat is gehoorzaamheid. Al het andere – tegenstand, trots, discussies – vraagt om correctie van uw kant.
Het Griekse woord voor ‘gehoorzamen’ is ὑπακούω (hypakuo) en betekent zowel ‘luisteren naar’ als ook ‘antwoorden’. Als een kind luistert, dan luistert hij naar uw woorden. U zegt hem kort en duidelijk wat te doen valt en hij antwoordt met zijn directe reactie: hij rangschikt zich naar uw woorden. Dat moet jullie doel zijn.
Een kind dat er aan went (Spreuken 22:6) zich te rangschikken onder de belangrijkste menselijke autoriteit, zijn ouders, en hun woord meer macht geeft als zijn eigen wil, is goed opgevoed. Hij is erop voorbereid om zich ook voor de hoogste Autoriteit in het universum, de levende God en Zijn Woord, te buigen, evenals als tegen de oude Adam in zijn hart.
Gewenning heeft training nodig. Telkens weer moet geoefend, herinnerd, bevestigd, vermaand en gecorrigeerd worden. Dat kost veel tijd en consequentheid van u.
Om de ingestelde autoriteit – u – ook echt als autoriteit te erkennen, moet het kind u elke dag weer als zodanig kunnen zien. Als autoriteit moet u een voorbeeld zijn en de juiste richting wijzen. In plaats van discussies te voeren, geeft u leiding. Toon uzelf als een goede waarnemer die veel toewijding en interesse aan het kind heeft. Uw beoordelingen en keuzes zijn objectief en eerlijk (in plaats van gebaseerd op emoties), streng zelfs. Maar altijd goed bedoeld.
Autoriteit betekent hiërarchie, praktisch gezien heeft u dus een machtsfunctie. Uw handelen is echter te verklaren (voelbaar en ook met woorden uitgelegd) en liefdevol.
De dagelijkse vragen en problemen beziet u vanuit een grotere context. De lange termijn ontwikkelingen zijn uw hoogste prioriteit. En voor deze ontwikkelingen zet u zich in, doet u uw best en daarbij neemt u het onbehagen dat dat u en uw kind kan opleveren voor lief. Het kleine mens is voor u veel belangrijker dan gemakken en oppervlakkige harmonie. En dat vertelt u ook uw kind.
Ondanks alle fouten die u zult maken en ondanks alle weerstand, moet u het juiste doel voor ogen houden. Een autoriteit worden zoals God het bedoeld heeft. Elke dag een beetje meer.
Daar is bestendig gebed voor nodig en een groeiend vertrouwen op God; Hij zal u zegenen en leiden (Jozua 1:9) en ook corrigeren.
Echte liefde heeft gevolgen.
De hele therapie voor het kinderhart kan met één woord samengevat worden: liefde. Straf is niet het tegenovergestelde van liefde en ook niet een noodzakelijk kwaad. Ze is een vast bestanddeel van eerlijke liefde die God ons uitlegt.
De Bijbel leert ons dat kinderen kunnen zien dat ze door hun ouders onvoorwaardelijk aangenomen zijn, als ze gecorrigeerd worden en straf krijgen (Hebreeën 12:5-8). Kinderen die nooit straf krijgen, worden zelfs als ‘bastaards’ en als ongeliefd beschreven. Alleen diegene die bereid is om zijn kind alle leiding, correctie, vermaning en bemoediging te geven die het nodig heeft, toont hem de ware, Bijbelse ouderliefde. Liefde tot het kind betekent dat u het kind niet aan zijn eigen wil overlaat. U laat zijn natuurlijke hart niet de leiding overnemen.
U prijst uw kind als het naar u luistert. Jezus Zelf schikte zich onder de wil van Zijn ouders en was hun onderdanig, terwijl Hij zonder zonde was en zij zondaren.
Vertel uw kind over dit krachtige getuigenis van de Heiland en bemoedig uw kind als hij het voorbeeld van Jezus volgt.
Oefen met uw kind dat hij naar u luistert en dat hij er vrolijk van wordt om u een plezier te doen. De ervaring van positieve aandacht (geprezen worden) en het feit dat u uw verwachtingen uitspreekt, spelen daarin een grote rol. Dienen en ondergeschikt leven moeten de hoogste waarden van het kind worden.
Ook de taal beinvloedt dit proces. Probeer woorden als ‘gehoorzaam’ en ‘braaf’ met plezierige herinneringen en gedachtes te verbinden en begrippen als ‘ongehoorzaam’ en ‘eigenwijsheid’ met negativiteit.
Onvoorwaardelijke liefde
Het belangrijkste bij dit alles is dat u uw kind onvoorwaardelijke liefde laat zien.
Het kind moet doorhebben en weten dat uw liefde niet afhangt van zijn prestaties. ‘Christus is voor ons gestorven, toen we nog zondaars waren’ (Romeinen 5:8). En u zult uw kind liefhebben, al voor het u kan gehoorzamen. God heeft u de verantwoordelijkheid voor uw kind gegeven. Naar Zijn voorbeeld moet u handelen; de kleine zondaar liefhebben, in goede en in slechte tijden. Vooral in momenten dat hij fouten maakt, moet het kind uw liefde en toewijding ervaren.
U moet de verandering van zijn hart tot belangrijkste doel van uw hart maken, en daarbij liefhebben, geduldig zijn (1 Korinthe 13:4) en niet opgeven. U moet hem het goede en kwade leren onderscheiden, naar Gods maatstaven, elke dag. En zelf moet u, naar deze maatstaven, in theorie en praktijk en met woorden en daden, consequent handelen. Een kind moet geen oppervlakkige houding aangeleerd krijgen. De akker van het hart moet voorbereid worden op Gods zaad. De ouderlijke liefde, zoals de Bijbel het duidelijk beschrijft, is de enige ploeg die de bodem van het hart betrouwbaar kan bewerken.
Toch kunt ook u wat doen. Probeer het hart van uw kind goed te leren kennen. Daarvoor zult u vaak diep moeten graven, vaak ook onkruid met de wortel en al uit het hart moeten trekken en harde aarde altijd weer om moeten woelen. U haalt de stenen weg en draagt zorg voor eventuele vruchten. U kunt het hart van uw kind vredig en tevreden aan de Zaaier, de Bezitter van de akker, overgeven. Hij weet het best wat Hij kan doen met het hart.
Samengevat is dit het werkplan:
1. Controleer de akker hij is hard en onvruchtbaar.
2. Ploeg de akker, voed hem in liefde op en bereid hem voor.
3. Geef hem over aan de Zaaier vertrouw Hem al het andere toe.
5 Aanbevolen literatuur
Bestudeer Gods woord:
David Wilhelm Winkelhake