Zoveel kinderen, zoveel problemen?
Is er ooit eerder een tijd geweest waarin zoveel gesproken werd van en over kinderen met problemen? Het onderhand in alle lagen van de samenleving ingeburgerde begrip ADHD is al lang niet meer voldoende om een ontwikkelingsstoornis te duiden. ‘Het probleemkind’ kan namelijk variatie vertonen in ontwikkelingsstoornissen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een enkelvoudige en een meervoudige ontwikkelingsstoornis. Als voorbeelden van een enkelvoudige ontwikkelingsstoornis worden ADHD en ADD gezien1 beschouwd als directe familie van de steeds vaker geconstateerde meervoudige ontwikkelingsstoornis PDD-NOS.2 beide worden Ook autisme valt onder deze noemer.3 Autisme en PDD-NOS worden gerekend tot de meest voorkomende psychologische stoornissen die bij kinderen worden aangetroffen. Een betrekkelijk nieuwe naam in het rijtje van gedragsstoornissen en voor veel mensen nog een vaag begrip, is ODD en daarnaast is ook CD4 te noemen. En zijn we er dan? Nee, er zijn meer stoornissen te noemen. Er wordt voor het categoriseren van de stoornissen wel gebruik gemaakt van het idee van een ‘glijdende schaal’ waarop vervolgens al of niet aanwezige symptomen worden afgezet, naast aard en zwaarte ervan en hun eventuele interactie onderling. Zo bevinden kinderen met meervoudige ontwikkelingsstoornissen, als bijvoorbeeld autisme, zich aan de ene kant van de genoemde schaal, terwijl aan de andere kant zich kinderen bevinden met enkelvoudige, bijzondere of meervoudige ontwikkelingsstoornissen van mildere aard. Tussen die beide uitersten vind je kinderen met ontwikkelingsstoornissen die worden benoemd met het begrip PDD-NOS.
Zoveel problemen, zoveel oorzaken?
Als het gaat om de oorza(a)k(en) van ontwikkelingsstoornissen, wordt wel verondersteld, dat deze waarschijnlijk het gevolg zijn van een klein genetisch of biochemisch probleem in de hersenen. Een probleem, dat mogelijk zou zijn ontstaan tijdens de ontwikkeling van de hersenen in de periode van de zwangerschap. Vooral ten aanzien ADHD wordt dit aangenomen. Overmatig alcoholgebruik door de vader voor, of de moeder voor of tijdens de zwangerschap wordt ook als mogelijke oorzaak aangemerkt. Er wordt onderzoek gedaan naar de rol van smaakversterkers, kleurstoffen en conserveringsmiddelen evenals naar de invloed van bepaalde vaccinaties. Ook de steeds gecompliceerder en veeleisender wordende maatschappij trekt hier, meer dan waarschijnlijk, haar sporen. Als dit laatste invloed op de ontwikkeling van een kind heeft, mag ook het effect van traumatische ervaring (van welke aard ook) binnen een gezin niet worden uitgesloten. Volledige zekerheid met betrekking tot de (mogelijke) oorza(a)k(en) van de ontwikkelingsstoornissen (zijn) er niet en al evenmin kan er zelfs in alle gevallen met absolute zekerheid een juiste diagnose worden gesteld en derhalve aan het probleem de juiste naam worden gegeven. Wat is er aan te doen? Er valt te denken aan medicatie (bijvoorbeeld Ritalin1), een adequaat inspelen op kind en problematiek door bijvoorbeeld het onderwijs middels o.a. een op het kind gerichte leeraanpak en begeleiding, gedragstherapie en mogelijke begeleiding van een kindertherapeut of kinderpsychotherapeut. Maar juist in dit alles geldt:
Pas op uw kind!
Niet enkel de onzekerheid over de oorza(a)k(en) van zogenaamde ontwikkelingsstoornissen en het soms niet juist kunnen diagnosticeren ervan, moet de ouder al tot waakzaamheid aansporen, maar helemaal de hoe goed ook bedoelde aanpak2 van ‘het probleemkind’ vraagt om een alert zijn én blijven ten behoeve van het welzijn van concreet jouw kind. Dit geldt in het bijzonder de christenouder! Maar juist ook het christelijk onderwijs zou hier meer doordrongen mogen én moeten zijn van de haar toevertrouwde verantwoordelijkheid in het – in breedste zin – begeleiden van het kind. Is het niet allereerst zaak om te herontdekken welke plaats een kind voor en bij God inneemt? Is vervolgens een herijken van normen en waarden in en bij de opvoeding en verzorging van het kind niet van uiterst belang? Vergeten we bij dit alles niet de noodzaak van een doordrongen zijn van wat christen-zijn volgens Gods Woord inhoudt. Dit alles zal een kritisch toetsen aan Gods Woord van welke oorzaak, diagnose en aanpak ook tot gevolg hebben.
Hoe God het kind ziet
Psalm 127 laat in het derde vers weten, dat kinderen een erfdeel van God zijn en in het Woord blijkt, dat zij voor Hem een bijzondere plaats innemen. Met name in het Nieuwe Testament staan prachtige voorbeelden die laten zien hoe Hij in Jezus zijn grote liefde voor het kind uit en dat specifiek in relatie tot Zijn Koninkrijk. In Mattheüs 18 wordt vanaf vers 1 door Jezus de plaats van het kind glashelder aangegeven. Er wordt daar niet alleen gezegd het kind te ontvangen in Zijn naam, maar ook gewaarschuwd het kind niet tot zonde te verleiden. Degene die dat weldoet, kan beter een molensteen om zijn hals gehangen krijgen en verzwolgen worden in de diepte van de zee! De engelen van kinderen, zegt vers 10, zien voortdurend het aangezicht van de Vader. Zegt dit niet voldoende van de positie die het kind voor God inneemt? Het hart van God voor het kind spreekt duidelijk in het verlangen van Jezus om het kind te zegenen: [l]aat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet; want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods (Matt19:13). Hij neemt hen daarbij zelfs in zijn armen (Marc10:16). In zijn oproep aan volwassenen om te worden als een kind (Matt 18:3), maakt Hij het kind tot toonbeeld! Tot slot nog een woord van Jezus: [u]it de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt Gij lof bereid (Matt 21:16). Plaats tegen de achtergrond van deze bemoedigende, troostrijke en beloftevolle woorden nu het kind met een probleem…
Een veilige plaats bij God en… op de school?
Als het kind voor God een dusdanige bijzondere plaats inneemt, mag en moet de ouder dan niet tenvolle rekenen op de hulp, steun en leiding van God in ondermeer probleemsituaties rond het kind? Belangrijk is hier je als ouder rekenschap te geven van de verhouding tot God. De Bijbel geeft immers aan, dat velen Heere Here zeggen, terwijl zij amper of geen relatie met Hem hebben. Wanneer de zekerheid van het geloof in Jezus Christus bevestigd kan worden, dan blijkt helaas vaak, dat Hij in de concrete noodsituatie nauwelijks, dan wel tenminste met ongeloof als de Almachtige wordt gezien. Oswald Chambers geeft terecht aan, dat daarom ‘de meesten van ons zulke treurige voorbeelden van het christendom zijn’ en koppelt dit aan onze overgave aan Jezus Christus.1 Is Hij waarachtig ons fundament en onze bron in en voor heel ons leven? Is Zijn Woord richtsnoer en maatstaf in ons handelen en omgaan met elkaar én met ons kind? Zeker is, dat God past op het kind dat Hem wordt toevertrouwd. Hij maakt zijn beloften waar. Bij Hem is er een voor het kind veilige plek. Dit ontslaat je als ouder echter niet van je door God gegeven verantwoordelijkheid voor het kind, niet als het gaat om de plaats van het kind binnen het eigen gezin en niet bij het noodzakelijk uit handen moeten geven van verantwoordelijkheid voor het kind aan de school. Is de school van uw kind voor dat kind een veilige plaats? In het bijzonder als het kind een ‘probleemkind’ is? Is de school niet alleen in naam een christelijke school, maar daadwerkelijk gefundeerd op Jezus Christus en Zijn Woord? Is dit merkbaar in niet alleen de lessen, maar ook in de benadering en begeleiding van het kind? Past u op uw kind en… wordt er op uw kind gepast? Hier laten helaas veel christenouders steken vallen, zij bekommeren zich niet of nauwelijks meer om de identiteit – en dus de concrete setting – van de school in de praktijk.
Inroepen van hulp
Als het gaat om het probleemkind, mag je als christenouder rekenen op God. Dit behoeft allerminst het inroepen van professionele hulp uit te sluiten. Zorgvuldigheid is daarbij echter niet alleen van belang ten aanzien van een te stellen diagnose, mogelijke therapie en medicatie, maar sowieso ten aanzien van de geboden hulp op zich. Veel van de aangeboden hulp – zelfs van christelijke zijde – is nadrukkelijk te bevragen. Er blijken meer dan 250 psychotherapieën te zijn waarvan een heel groot gedeelte duidelijk occulte wortels heeft. Veel therapeuten schuwen in combinatie met de door hen aangeboden therapie alternatieve (lees occulte) geneeswijzen niet. Wenselijk is, dat een en ander duidelijk vanuit christelijk perspectief wordt ingevuld en getoetst. Er moet namelijk helaas geconstateerd worden, dat veel vormen van therapie zich qua oorsprong of uiting niet laten verenigen met het christelijk geloof en het kind (én ouder) eerder dieper in de problemen brengen. De meeste vormen van therapie, ook als het gaat om de problematiek van ontwikkelingsstoornissen, laten niet alleen God buiten beschouwing, maar accentueren louter ‘het zelf’ van, in dit geval, het kind. Daarbij gaan veel therapieën – zelfs onder de noemer wetenschappelijk – ook nog eens terug op Oosterse, ronduit occulte bronnen.1 Te veel christenen investeren hun geloof liever in bijvoorbeeld de psycholoog, psychotherapeut en psychiater, dan in een pastorale benadering vanuit God en Zijn Woord. Constateert Selwyn Hughes niet terecht, dat genoemde hulpverleners de mens wel uit elkaar weten te halen, maar vaak niet weer in elkaar weten te zetten, in elk geval niet op een hoger plan weten te brengen.2
Een voorbeeld van een af te wijzen therapie
Een geleidelijk aan steeds meer terrein winnende therapie, is Focussen. Hoewel het binnen het bestek van dit artikel onmogelijk is naar behoren uit te leggen wat dat precies inhoudt, wordt op de oorsprong en op enkele voor zich sprekende aspecten van deze therapie gewezen – op zich voldoende om aan te tonen dat deze therapie als Bijbels onverantwoord door de christen is af te wijzen. De therapie is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog, filosoof en oprichter van ‘The Focusing Institute’, Eugene Gendlin. Onderzoek toont aan, dat de therapie in essentie terug gaat op ten laatste het gedachtegoed van Jung, terwijl (niet alleen1) een geschreven voorwoord door Marilyn Ferguson – onbetwist boegbeeld binnen de newage-beweging – in Gendlin’s boek Focusing (Bantam Books 1981) newage-invloeden aantoont. Daarnaast, of in samenhang daarmee, verraadt Focussen een mengeling van yoga en boeddhistische meditatietechniek en neigt het naar een vorm van hypnotherapie ((auto= zelf) hypnose). Verder maakt onderzoek ondubbelzinnig duidelijk, dat veel ‘ingewijde’ therapeuten (waaronder reguliere psychologen, psychotherapeuten etc.) in hun praktijk de therapie combineren en/of aanvullen met een variëteit van alternatieve, als occult te benoemen behandelmethoden zoals mindfulness, regressietherapie, Reiki etc. Sommige focustherapeuten ‘beschouwen’ Gendlin als een soort goeroe.2 In de focustherapie concentreert de cliënt zich, volgens een uitgewerkte methodiek (stappen), op een innerlijk opgeroepen gevoel: felt sence (felt meaning). Het gaat daarbij om een naar binnen richten van de aandacht voor wat er lijfelijk in je omgaat. Er wordt gesteld, dat Focussen zo toegang geeft tot ‘de wijsheid van je lichaam’.3 Die innerlijke wijsheid wordt ook wel ‘Het Ware Zelf’ genoemd. Gendlin spreekt hier ook over ‘the still, small voice’ en daarmee zijn we op het spoor van Gendlin terug4 bij Jung met the Self, het Zelf. In de focustherapie staat zelfverwerkelijking centraal.5 Er moet bij focussen ten aanzien van ‘felt sence’ de vraag gesteld worden waarmee degene die focust nu werkelijk in contact komt. Als we Gods Woord horen getuigen, dat in de mens zelf geen goed woont en Paulus spreekt van ‘ik ellendige mens’ en daarbij het lichaam benoemt als ‘lichaam dezes doods’ (Rom 7:24), is zondermeer voor de christen de focustherapie al geen begaanbare weg. De gezindheid van het vlees is… de dood (Rom 8:6). Is het niet mogelijk, meer dan zeer waarschijnlijk zelfs, dat – helemaal wanneer de ervaring van ‘felt sence’ binnen focussen een religieuze dimensie wordt toegekend1– de cliënt een ervaring meemaakt vanuit de duisternis? Er is nu eenmaal geen neutraal gebied, het is of van God, of van de duisternis.2 Laten we hier onbehandeld de plaats die erin deze therapie, in navolging van Jung, gegeven wordt aan de duiding van dromen. De occulte interesse van Jung is algemeen bekend.3
Onderzoek rond de focustherapie laat hier meer duidelijke verwantschap zien. De focustherapie raakt, evenals Jung, de weg van introspectie en dat kan een gevaarlijke weg zijn en is zeker voor de christen geen weg om tot gezondheid te komen. Inmiddels blijkt de therapie al meer haar plek binnen de school te vinden, of probeert die juist te winnen. Ten aanzien van de gedachte– en materiaalontwikkeling rond focussen en het kind levert de Nederlandse therapeute Marta Stapert een belangrijke bijdrage en dat niet enkel voor ons land, maar wereldwijd via ‘The Focusing Institute’ van Gendlin. Haar materiaal laat zien, dat de feitelijke aanpak en uitwerking van de therapie voor het kind en voor volwassenen slechts in zoverre verschilt, dat de therapie op de ervaringswereld van het kind is/wordt aangepast. Stappen en het doel – het komen tot ‘felt sence’ – blijven hetzelfde. Naast het kind probeert men vanuit de focus-ideologie tegelijk het betrokken onderwijzend personeel niet alleen voor de focustherapie te winnen, maar ook tot focustherapeuten te scholen. Het gaat zelfs zover, dat heel het schoolgebeuren in de focus-ideologie wordt ingebed. Het gaat zelfs nóg verder. Als echte ‘evangelisten’ probeert men ook het thuisfront voor de focustherapie te strikken.1 Als het bij de focustherapie, zoals aangegeven, om een Bijbels te verwerpen therapie gaat, die duidelijk anti–Bijbels en dus duistere achtergronden heeft, laat het gevolg zich raden. Vandaar nogmaals: pas op uw kind. Moet die oproep niet uitgebreid worden met: Pas op uzelf! Pas op de school! Focussen? Ja, maar dan alleen op de Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus Christus! Hij en Hij alleen geeft volkomen betekenis aan het leven. Hij roept daarbij niet op te proberen je leven – je ik – te behouden, maar juist te verliezen.
Tot slot
Het mag en moet voor de christenouder en opvoeder duidelijk zijn, dat bepaalde uitingen genoemd als horend bij bepaalde ontwikkelingsstoornissen, onder andere zelfmutilatie, anorexia, het horen van stemmen etc. een duidelijke geestelijke achtergrond kunnen hebben en als zodanig benaderd en behandeld moeten worden. Wanneer de gemeente van Jezus Christus aan de Bijbel gehoorzaam zou zijn, zou zij ook in de zaak van het probleemkind de vindplaats van heil zijn. Er is hier veel aan terrein terug te winnen! Laat het laatste woord inzake de problematiek van gedrags- ontwikkelingsstoornissen niet over aan de wereld (het wordt tijd dat de gemeente weer vindplaats van heil is!), maar zoek als christenouder, pedagoog en pastor etc. naar Gods leiding en wijsheid op basis van Zijn Woord voor en naar een juiste benoeming en aanpak, en dat vanuit het geloof en vertrouwen dat het kind Hem kostbaar en waardevol is! Pas op het kind!
drs. J. G. Hoekstra
1 ADHD is de afkorting voor Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder = aandachtstekort/hyperactiviteitstoornis, waarbij het ‘aandachtstekort’ doelt op concentratiegebrek en ADD is de afkorting voor Attention Deficit Disorder en wordt beschouwd als één van de subtypes van ADHD. Als onderscheid tussen de beide genoemde vormen wordt aangegeven, dat kinderen met ADHD in hun gedrag hyperactief zijn en kinderen met ADD eerder passief. Het heet dat de laatste groep niet snel herkend zal worden omdat ze minder opvallen door lastig gedrag.
2 PDD-NOS is de afkorting voor Pervasive Developmental Disorder-NotOtherwise Specified. Het woord ‘pervasive’ kent in de Nederlandse taal geen echt gelijkwaardig begrip en dient in deze context te worden vertaald met ‘in alles (d.w.z. alle delen van de hersenen) doordringend‘. PDD-NOS is een ontwikkelingsstoornis.
3 Dyslexie komt soms tegelijk voor bij kinderen met ADHD ofPDD-NOS.
4 ODD is de afkorting voor Oppositional Defiant Disorder = oppositioneel-opstandige gedragsstoornis. De ontwikkelingsstoornis ODD wordt gekenmerkt door twee problemen: agressiviteit en de neiging anderen opzettelijk lastig te vallen. CD staat voor Conduct Disorders en is een antisociale gedragsstoornis. Samen worden deze gedragsstoornissen ook wel disruptieve stoornissen genoemd (DBD wat staat voor Disruptive Behavior Disorder). Soms is een combinatie van ODD met ADHD mogelijk – ODD lijkt sowieso veel op ADHD. Ligt bij de ADHD de nadruk op impulsiviteit, bij ODD ligt de nadruk op agressiviteit.
1 In Engeland is Ritalin intussen verboden en wordt het geclassificeerd als verslavend middel. Er wordt zelfs gesuggereerd dat zelfmoord een gevaar is bij het afkicken. Ook zou het diverse negatieve lichamelijke bijwerkingen kunnen hebben. Het zou bijvoorbeeld anorexia kunnen veroorzaken, tot denkstoornissen kunnen leiden, hartritmestoringenkunnen veroorzaken en het kind in de groei belemmeren (vgl. pag. 8 van het rapport van de Citizens Commission on Human Rights ‘De Gevaren van Psychiatrische Drugs’ – vertaling en Nederlandse cijfers Nederlands Comité voor de Rechten van de Mens, 2005.)
2 Het door wie, hoe en van waaruit.
1 Oswald Chambers, Geheel voor Hem, Uitgeverij Ten Have, Baarn 1966, pag. 70.
1 Vgl. J.W. Becker e.a., Secularisatie en alternatieve zingeving in Nederland,Sociale en CultureleStudies – 24,Sociaal en
Cultureel Planbureau/ Vuga Uitg. Den Haag, 1997, pag. 24. Zie ook Els Nannen,Psychologie – Waardevrij?, Bijbel&Onderwijs 28 oktober 2008.
2 Selwyn Hughes,Every Day with Jesus,Daily devotional, Jan/Feb; CWR, WaverlyHouse, Farnham,Surrey UK.
1 De focustherapie haakt b.v. – vanuit met name de newage-visie – vaak en gretig in op de functie van de twee hersenhelften.
2 Prof. dr. Mia Leijssen, psychotherapeut en hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven noemt Gendlin in één van haar artikelen ‘meester’ – vgl. Mia Leijssen, Focussen als innerlijk luisteren, KERN v.z.w. centrum voor psychotherapie en relatievorming, maart 2008, pag. 9.
3 Vgl. o.a.Mia Leijssen, ibid.,pag. 6.
4 Dit spoor loopt terug via Rogers met theactualizing tendency, Maslow met the self-actualizing tendency en Emerson met the Over-Soul.
5 Zie E. T.Gendlin, Focusing-oriented psychotherapy: A manual of the experiential method,Guilford Press, New York 1996,
pag. 21,22. Gendlin zegt: ‘…when a person’s central core or inward self expands…it strengthens and develops, the “I” becomes stronger’. Dat staat haaks op de Bijbelse boodschap waar juist het sterven aan het ik benadrukt wordt.
1 De therapeut Egbert Monsuur van Integro Hardenberg stelde in een persoonlijk gesprek: ’Het is een stimulans voor een positievere en dieper gaande spiritualiteit. ’En vgl. Elfie Hinterkopf, Integrating Spirituality in Counseling: A Manual for Usingthe Experiential Focusing Method, the American Counseling Association,Baltimore, hoofdstuk 7.
2 Vgl. M. Dieperink, Jezus of de Goeroe? Kok, Kampen, pag. 81.
3 C.G. Jung, Herinneringen, dromen, gedachten, Van Loghum Slaterus, Arnhem 1963.
1 Een niet bij name te noemen praktijk probeert zelfs ook kerken voor de therapie te winnen onder de noemer ‘partners in pastoraat’. Dus: pas op de kerk!
Onze kinderen beschermen tegen demonische invloeden
Gelovigen leven in een God vijandige wereld. We leven ‘in de boze dag’. De duivel is de overste van deze wereld. Hij valt gelovigen en hun gezinnen aan met verleidingen en leugens. Het is geen sinecure zijn werken te ontmaskeren en onze kinderen hiertegen te beschermen.
Kinderen zijn een gave van onze God en Vader
Als gelovigen weten we, dat het ontvangen van kinderen geen vanzelfsprekende zaak is. Kinderen zijn een gave van de levende God. In 1Samuël 1:19 lezen we, dat de HERE denkt aan Hanna. In Genesis schenkt God in Zijn genade aan Abraham en Sarah een zoon, Isaäk geheten. Kinderen zijn een kostbare gave van God (Ps 127:3). Laten we Hem daarvoor voortdurend danken. Het ontvangen van kinderen van God betekent daarom een grote verantwoordelijkheid voor de ouders en voor de medegelovigen. Ouders wijden hun kinderen in geloof aan de HERE en willen vanuit het geloof en door het geloof, de kinderen beschermen voor ongeestelijke invloeden.
De vreze van de HERE
Door heel de Bijbel horen we Gods opdracht aan de ouders om ‘nauwlettend, nauwkeurig te wandelen’ (Efeze 5:15, HSV). Geloven in de HERE Jezus gaat gepaard met een nieuwe levenshouding, waarin de HERE en Zijn Woord een centrale plaats innemen. Door Mozes zegt God: Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat …, (Deuteronomium 6: 6, 7, HSV). Het moet een gewoonte zijn met onze kinderen te praten over het evangelie, over onze dierbare HERE Jezus. De gelovige ouders hebben hun kinderen lief en willen hun kinderen geestelijk opvoeden. In Kolossenzen 3:21, staat: Vaders, terg uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden. In Efeze 6:4 staat: En vaders, wek geen toorn bij uw kinderen op, maar voed hen op in de onderwijzing en terechtwijzing van de HERE. Ja, kinderen staan in hoog aanzien bij onze God, de Vader. God heeft daarom zowel de ouders als de medegelovigen een grote verantwoordelijkheid in de geestelijke opvoeding gegeven. De HERE Jezus zegt: Laat de kinderen begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen, want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen ( Mattheus 19:14). Kinderen horen erbij. Ze zijn een zeer kostbaar ontvangen bezit. Ouders en ook de medegelovigen hebben de opdracht van de HERE hier zorgvuldig mee om te gaan.
De vreze des HEREN geldt ook de kinderen
Efeze 6:1-3 komt volledig overeen met het Oude Testament. Er staat: Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in de HERE, want dat is juist. Eer je vader en moeder, dat is het eerste gebod met een belofte, opdat het je goed gaat en je lang leeft op de aarde. De apostel verwijst naar de gedeelten in Exodus 20:12 en Deuteronomium 5:16. Hoe bijzonder heeft God alles gemaakt. Zijn orde is goddelijk en zegenrijk. De ouders hebben van Hem een plaats gekregen van geestelijk gezag en geestelijke leiding en bescherming. Kinderen worden opgevoed door ouders die verbonden zijn met de levende God en HERE . Hun nieuwe leven is een leven vol van Christus Jezus. Als kinderen hun ouders gehoorzamen, zullen ze door de HERE worden gezegend. Dat betekent niet, dat de ouders volmaakt zijn. Neen, geestelijk opvoeden gaat met vallen en opstaan. Geestelijke ouders hebben geen moeite dit toe te geven. Juist deze open relatie zal zegenrijk zijn voor groei en stabiliteit van het gehele gezin. Zo zijn de ouders een voorbeeld voor de kinderen.
Opgroeien in een geestelijke, liefdevolle en genadige omgeving
Kinderen ontvangen, opvoeden en bewaren is een grote genade. Dit geldt zowel voor de ouders als de medegelovigen. De wereld is boos, de zonde is krachtig en de duivel listig. Paulus zegt: Geeft de duivel geen plaats (voet) (Efeze 4:27). Als kinderen in een geestelijk klimaat van liefde, genade en waarheid, leven en opgevoed worden, is dat een uitnemende zegen. We kunnen het vergelijken met een boom die pas is geplant. Door water, droogte, warmte en kou gaan de wortels groeien in de diepte en verstevigt zich de boom (Psalm 1). Het onmisbare tegenwicht in deze wereld zijn ouders en de medegelovgen die het evangelie van onze HERE Jezus centraal stellen en laten zien. Zijn heilig Woord geeft groei, stabiliteit en geestelijke weerbaarheid (1Korinthiërs 3:5-9 en 2Timotheûs 3:14-17).
De geestelijke tegenstand
Op veel gebieden hebben we te maken met geestelijke tegenstand. We noemen de zonde, onze eigen vlees, de wereld en de geestelijke machten. Gods Woord maakt ons duidelijk, dat er in de geestelijke en onzichtbare wereld machten en krachten zijn die het hebben voorzien op de gelovigen en hun kinderen. Paulus schrijft in de brief aan de Efeziërs het volgende: Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten (Efeze 6:12). Op indrukwekkende wijze krijgen we hier een omschrijving van machten en krachten die boven de menselijke, fysieke strijd uitgaan. Hier is sprake van een andere strijd. Paulus wijst op een geestelijke strijd die het heeft gemunt op de zielen van mensen. Het zijn overheden, machten en beheersers van de wereld. Het is de dag van het kwaad waarin wij leven, de boze dag. Van deze geestelijke en onzichtbare legers is de duivel de aanvoerder. Hij en zijn geestelijk leger richten zich op deze wereld en met name op de gelovigen en hun kinderen. Daarom heeft God Zijn wapenrusting ter beschikking gesteld. We kunnen beslist niet met minder toe. Het is immers een geestelijke strijd. We moeten ons bewapenen met Zijn wapens, anders gaan we ten onder.
De werkwijze van deze geestelijke machten en krachten
De duivel en zijn trawanten werken met list, bedrog en dood. In Efeze 6:11, lezen we: opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. En in 2Korinthiërs 11 lezen we twee keer over de duistere eigenschappen van de duivel: Maar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft, zo misschien ook uw gedachten bedorven worden, weg van de eenvoud die in Christus is. En verder: En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. De HERE Jezus zegt over de duivel: U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen (Johannes 8:44). List, sluwheid, incognito werken, liegen en moorden, dat komt van hem en de gevallen engelen.
Vele onwaarheden
Het is ondoenlijk om alle leugens de revue te laten passeren. Als we bijvoorbeeld naar het onderwijs kijken, dan willen we enkele zaken noemen die voortgekomen zijn uit de leugen van het evolutionisme. Het meeste onderwijs in Nederland en in de wereld, is gebaseerd op het geloof in het evolutionisme. Dit evolutie-geloof heeft ook op veel zgn. christelijke scholen haar intrede gedaan. De deur staat al tientallen jaren wijd open voor deze ‘geloofsovertuiging’. Ik noem het geloof, omdat het is gebaseerd op onwetenschappelijke argumenten. Met het evolutionisme kwam een nieuw paradigma, een nieuw denkkader. De introductie van dit leugenparadigma heeft tot grote verandering geleid in maatschappij, wetenschap en onderwijs. Het evolutionisme beheerst immers bijna alle wetenschappen. Vele disciplines, zoals pedagogiek, psychologie, onderwijskunde, geschiedenis, biologie, maatschappijleer, godsdienst, enz., zijn gerelateerd aan dit evolutionistische onderwijs. De kinderen, onze kinderen, worden dagelijks blootgesteld aan deze grove leugens, waarin de Schepper en Zijn Schepping worden weggezet als een fabel. Onze kinderen worden dagelijks met deze leugenachtige informatie gehersenspoeld en gemanipuleerd. Ja, op deze zeer geraffineerde wijze heeft de duivel en zijn geestelijke machten tienduizenden verslagen. En het gaat nog steeds door. Het evolutionistische geloof bepaalt voor een groot deel het huidige geestelijke klimaat in Nederland. Het is een klimaat van dood, wanhoop, geestelijke depressie en ongeloof. Ook christelijke ouders en kerken zijn hier vatbaar voor.
Hoe nu verder?
Paulus schrijft het volgende aan zijn geestelijk kind Timotheüs: Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid (lafhartigheid), maar van kracht en liefde en bezonnenheid (2Tim. 1:7). De gelovige heeft de Heilige Geest ontvangen, de Geest van de Vader en de Zoon. Die Geest geeft niet alleen geestelijk onderscheidingsvermogen, maar ook moed, kracht, liefde en bezonnenheid (nuchterheid). We hebben gelovige ouders en gelovige gemeenschappen nodig, die staan voor het evangelie en dit evangelie met kracht willen uitdragen.
De afgelopen twee jaren hebben ons een duidelijke les geleerd: niets op aarde blijkt vast te staan. Vele gelovigen capituleerden voor allerlei maatregelen van de overheid. Is dit een opmaat voor verdere beperking van ons onderwijs. We moeten niet schrikken, als de overheid het onderwijs gaandeweg verplicht om de lessen genderneutraal te geven. Of om uitgebreid aandacht te genereren voor homofilie en vrije seksualiteit. In de praktijk neemt deze overheidsdruk alleen maar toe. Timotheüs werd door Paulus nadrukkelijk op de goddelijke feiten gewezen. Hij moest zich noch schamen voor het evangelie, noch schamen voor Paulus en ook niet bang zijn voor verdrukking. Als het er werkelijk op aankomt, moeten we het geestelijk schip niet verlaten. Het zijn aanvallen uit de duisternis. De gelovigen en hun kinderen moeten aan het wankelen worden gebracht. Paulus noemt het leringen van demonen, misleidende geesten (1Tim 4:2). Wij als gelovigen krijgen de opdracht deze leugens, het bedrog, de verkeerde demonische leringen aan de kaak te stellen en te ontmaskeren (Ef 5:11). We willen en kunnen er niet aan deelnemen. Het zijn immers de onvruchtbare werken van de duisternis (Ef 5:10). Zonder Gods kracht, moed, liefde en bezonnenheid lukt dat niet. Maar voor de HERE en onze kinderen doen we het. Ons levensschip laten we niet varen op de golven van wat de overste van deze wereld allemaal bedenkt. Dat mogen we en kunnen we niet accepteren.
Een roepende in de woestijn
Misschien vindt u zichzelf een roepende in de woestijn. Dan weet u zich in goed gezelschap. Vele gelovigen hebben dezelfde ervaring. De woestijn is een beeld van de zondige en arme wereld. Een wereld gescheiden van God. Een wereld waar zondigen heel normaal is. Wij, onze kinderen en de gemeente van de HERE Jezus, leven in deze wereld. De HERE Jezus is echter naar deze verloren wereld gekomen (Jh 3:16). Hij kwam naar deze wereld, niet om haar te veroordelen, maar om haar te redden (Jh 3:17). Dat evangelie willen we, ja, moeten we uitdragen. We moeten pal staan voor Zijn waarheid en voor het geestelijke heil van onze kinderen. God zegt immers tegen Ezechiël: Elke ziel (elk mensenleven) is van Mij (Ez 18:4, NBG). Dus ook de ziel van onze kinderen. Mag Hij u steeds bekwamen in de goede geestelijke strijd.
Rennie Schoorstra
Weg met christelijke waarden!
‘Noem jij jezelf een christen?’ vroeg ik onlangs aan een tiener in de kerk. ‘Een beetje wel en een beetje niet’, was zijn antwoord, waarop ik hem de vraag stelde waar hij naar toe zou gaan, als hij vandaag zou sterven. ‘Ah, als ik vandaag zou sterven zou ik naar de hemel gaan,’ wist hij met enige zekerheid te zeggen. ‘Waarom dan? ’antwoordde ik, waarop hij aangaf dat hij de laatste tijd zijn leven had gebeterd. Voor hem was een christen iemand die zich houdt aan de verchristelijkte versie van de Tien Geboden. Zijn geloof was gebouwd op christelijke waarden en niet op Christus zelf!
Werken van de wet
God leert ons duidelijk in Zijn Woord dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door geloof in Jezus Christus.[i] Dit vormt de basis van het Evangelie en is haast door iedere gelovige gekend. In theorie althans, want in de praktijk van ons leven neigen we makkelijk op een of andere manier terug naar een Evangelie waarbij onze werken toch een bepaalde beslissende factor spelen in onze verlossing. Bij de een klinkt het als ‘ja, ik ben gered door geloof, maar moet mijn geloof vasthouden door werken van de wet’. Terwijl het bij de ander klinkt als ‘ja, ik ben gered door geloof, maar moet de echtheid van mijn geloof bewijzen door werken van de wet.’ Over beide posities valt wel iets te zeggen. Het punt dat ik hierbij wil maken is, dat we als christen de ‘werken van de wet’ niet altijd even juist weten te plaatsen in Gods verlossingsplan. Het resultaat is, dat we in sommige situaties onze verlossing door het bloed van Jezus wel omarmen, en toch daarbij bepaalde vereisten van de wet nog steeds krampachtig in onze handen vasthouden. Maar waar de wet op een of andere manier nog regeert, komt wetticisme onvermijdelijk gluren om de hoek. En dat geven we helaas door aan de kinderen en jongeren.
Merg van het Evangelie
Wat moet ik doen om in de hemel te komen? Dit lijkt een eenvoudige vraag, maar het zal je verbazen hoe veel kinderen en jongeren deze beantwoorden. De foute antwoorden kun je doorgaans in twee groepen verdelen. De ene groep wijst naar het doen van goede werken. Als ik bijvoorbeeld niet lieg en anderen help, dan kom ik in de hemel. Hoe je weet of je werken goed genoeg zijn en wat te doen met al die keren dat je niet goed hebt gehandeld, blijft dan open. De andere groep lijkt te beseffen, dat goede daden niet de oplossing zijn en wijzen naar geloof. ‘Je moet geloven en bidden om in de hemel te komen.’ Dit klinkt al heel vroom, maar de vervolgvraag ‘wat moet ik dan geloven?’ doorprikt hun gedachten. ‘Ik moet geloven dat God bestaat’, hoor ik geregeld. Bij het antwoord dat satan dat ook gelooft en toch niet in de hemel komt, fronsen dan de wenkbrauwen en wordt het stil. Beide groepen zetten bepaalde christelijke waarden voorop.
Op de een of andere manier is het merg van het Evangelie, dat wat leven voortbrengt, minder duidelijk geworden. Een christen kan nog wel omschreven worden als iemand die God wil behagen en zich van de zonde afwendt. Maar waarom hij dat doet en wat die levenswijze voedt, lijkt soms uit het oog te zijn verloren. Christelijke waarden worden vaak sterker benadrukt dan Christus zelf. En is dat niet de kar voor het paard spannen? Het is de liefde van Christus die ons drijft tot een goede levenswandel en niet omgekeerd! Paulus verwoordde het zo: Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven.[ii] De nadruk ligt hierbij op de genade van God, want het is die genade die iemands wandel reinigt en niet een reeks opgelegde waarden en normen. Laat Christus zèlf en Die gekruisigd dan ook onze getuigenis blijven![iii]
Verse appelen aan een dode boom
ook als iemand buiten zijn wil gedwongen wordt om goede werken te doen. Iemand die wel weet hoe God vraagt om te leven en goede waarden najaagt zonder wedergeboren te zijn, is uiteindelijk slechter af dan aan het begin. Vroeg of laat komt naar voren, dat het onmogelijk is om een volmaakt heilig leven te leiden. Alleen al omdat de wil om dit te doen niet eens altijd aanwezig is. Dan wordt schijnheiligheid de enige uitweg. Daarom dat geloof in Christus vóór goede werken of christelijke waarden komt. Het vertrouwen dat je door het offer van Christus volledig verzoend bent met God en niets Zijn liefde naar jou hindert.[iv] Dit geloof reinigt ons geweten en doet ons rechtvaardig staan voor Hem, zodat er geen schuld meer overblijft.[v] Het opent de weg naar een nieuw leven waarin in alle vrijheid de levende God oprecht kan worden gediend.
Hoeveel verse appels moet je aan een dode appelboom hangen om deze toch vrucht te laten dragen? Je kunt het eens proberen en de eerste dag zal het lijken alsof de boom helemaal tot leven is gekomen. Toch zal duidelijk worden dat deze appels niet van de boom zelf zijn. Zo is het
Toen de Israëlieten in de woestijn na het horen van de Tien Geboden volmondig aangaven deze te zullen doen, zei God tegen Mozes: Och, hadden zij maar zo’n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen.[vi] Alles begint dus bij het hart. God is evenmin op zoek naar mensen met christelijke waarden en goede werken, dan dat Hij op zoek is naar offers. Maar ga heen en leer wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars, zei Jezus.[vii] Niet dat God geen vreugde schept in een offer of dat Hij niet wil dat men goed doet. Het gaat hier om de volgorde. Eérst een hart dat zich in geloof bekeert tot God, vanwaaruit vervolgens goede werken kunnen voortkomen. Het doorgeven van dit kostbare geloof heeft prioriteit, nog voor we spreken over goede waarden en normen.
Leren staan in geloof
‘God heeft geen kleinkinderen’, wordt soms wel eens gezegd. Hiermee bedoelt men dan, dat iedereen persoonlijk het Evangelie in geloof moet aannemen. Je afkomst geeft je geen vrijgeleide. Maar dat wil ook zeggen, dat de kinderen en jongeren met wie we optrekken niet per se christenen zijn. Ook al hebben ze gelovige ouders. We kunnen van hen niet zomaar verwachten, dat ze groeien naar het beeld van Jezus. Leren wat het betekent om te geloven in Jezus Christus is voor hen het allerbelangrijkst. Het is dit geloof dat hun hele leven getoetst en aangevallen zal worden. Ook in Paulus’ leven lag de focus op geloof: Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.[viii]
Deze waarheid toepassen in de praktijk vraagt om enorm veel liefde, geduld en verdraagzaamheid. Het is makkelijker om iemand met regels en wetten in de pas te laten lopen, zeker als we het Gods wet kunnen noemen. Toch is het merg van het Evangelie niet dat God wil dat we heilig leven. Ook al is dat Zijn verlangen. Het is ook niet, dat we goede waarden en normen moeten uitleven. Ook al weerspiegelen die Gods karakter. Het is een boodschap van genade waarin Gods liefde voorop staat. [ix] Vrijspraak van schuld door geloof in Jezus, dàt is het goede nieuws![x]In diezelfde liefde en genade mogen wij nu de kinderen en jongeren leren staan in geloof. Daarin kunnen we niet anders dan zoveel mogelijk wijzen naar dat Evangelie dat ons zelf recht houdt.
Oprechte interesse
De zonden in het leven van kinderen en jongeren hoeven ons niet te belemmeren om met hen te kunnen optrekken. Kijk naar onze Heere zelf! Hij at en dronk met ‘tollenaars en zondaars’.[xi] De Farizeeën zagen daar een groot gevaar in, maar Hijzelf niet. Hij zag er mogelijkheden in. Uitzonderlijke kansen. Iedere zondag probeer ik in de kerk de jongeren op te zoeken die duidelijk met tegenzin hun warme bed hebben verlaten om ‘rond te dolen’ tijdens de samenkomst. Vaak begint het gesprek met een excuus waarom ze de samenkomst niet hebben bijgewoond. Voor mij een goed signaal, want dat geeft aan dat hun geweten aan het werk is. De flauwe excuses en flagrante leugens probeer ik onmiddellijk aan de kaak te stellen. Maar daarna toon ik ook een oprechte interesse in hun levens. ‘k Probeer ze bijvoorbeeld allen bij hun naam te kennen en te noemen, net zoals onze Heere dat ook heeft gedaan. Soms vraag ik naar wat hen bezighoudt en hoe het gaat. Op z’n minst laat ik iedere zondag zien, dat ik hen heb opgemerkt. In de week denk ik geregeld terug aan deze gesprekken en bid ik ook voor hen. Is dat omdat ze me zo’n leuke kerel vinden? Zeker niet altijd. Zoals de Heere mij heeft liefgehad, toen ik nog een zondaar was, wil ik hen ook liefhebben. Terwijl zij allesbehalve op zoek zijn naar een gelovige die met hen omgaat, probeer ik bewust en oprecht contact te leggen. Dit is niet altijd even makkelijk, maar ondertussen heb ik toch al goede gesprekken gehad en met sommigen spontaan het Evangelie kunnen delen.
Gods werk op Gods manier
Toen ikzelf als 18-jarige op zoek ging naar een jeugdgroep om meer van de Bijbel te weten te komen, keek ik op naar sommige jongeren. Ze waren vroom, kwamen uit een christelijk gezin en wisten veel van de Bijbel. Althans, zo kwam het bij mij over. Achteraf gezien besef ik, dat ze een leven leidden dat nogal sterk gericht was op de wet. Nu, vijfentwintig jaar later, heb ik de meeste van die jongeren volwassen zien worden met een afkeer van de kerk. Weinigen zullen zeggen dat ze niet meer geloven, maar dat ze een leven leiden dat getuigt van Christus zullen ze ook niet durven beamen. Hooguit krijg je een verdediging te horen waarom het gerechtvaardigd is om niet naar de kerk te gaan of met andere christenen op te trekken. Weer een wettisch denken dat je afdrijft van Christus.
Ieder werk voor de Heere heeft één basisvereiste: Gods werk hoort op Gods manier te worden gedaan. Hiermee bedoel ik niet, dat alles wat we voor de Heere doen zo perfect mogelijk moet zijn. Wat ik wel bedoel, is dat je met de kinderen en jongeren moet omgaan zoals Hij dat deed. Toen Jezus sprak in Nazareth, verwonderden de mensen zich over de woorden van genade die uit Zijn mond kwamen.[xii]Laten onze woorden naar de kinderen en jongeren van diezelfde genade getuigen. Geef hun hoop in deze verwarde tijden en leer hen Zijn gebod: En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus, en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft.[xiii]
Bart J. Aerts
[i] Galaten 2:16
[ii] Titus 2:11-12
[iii] 1Korinthe 2:2
[iv] Romeinen 8:31-34; 2Korinthe 5:21
[v] Hebreeën 9:14-15
[vi] Deuteronomium 5:29
[vii] Mattheüs 9:13
[viii] 2Timotheüs 4:7
[ix] Romeinen 5:8
[x] Romeinen 3:26; Hebreeën 11:6
[xi] Lukas 5:30
[xii] Lukas 4:22
[xiii] 1Johannes 3:23
Focussen in het onderwijs
Zoveel kinderen, zoveel problemen?
Is er ooit eerder een tijd geweest waarin zoveel gesproken werd van en over kinderen met problemen? Het onderhand in alle lagen van de samenleving ingeburgerde begrip ADHD is al lang niet meer voldoende om een ontwikkelingsstoornis te duiden. ‘Het probleemkind’ kan namelijk variatie vertonen in ontwikkelingsstoornissen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een enkelvoudige en een meervoudige ontwikkelingsstoornis. Als voorbeelden van een enkelvoudige ontwikkelingsstoornis worden ADHD en ADD gezien1 beschouwd als directe familie van de steeds vaker geconstateerde meervoudige ontwikkelingsstoornis PDD-NOS.2 beide worden Ook autisme valt onder deze noemer.3 Autisme en PDD-NOS worden gerekend tot de meest voorkomende psychologische stoornissen die bij kinderen worden aangetroffen. Een betrekkelijk nieuwe naam in het rijtje van gedragsstoornissen en voor veel mensen nog een vaag begrip, is ODD en daarnaast is ook CD4 te noemen. En zijn we er dan? Nee, er zijn meer stoornissen te noemen. Er wordt voor het categoriseren van de stoornissen wel gebruik gemaakt van het idee van een ‘glijdende schaal’ waarop vervolgens al of niet aanwezige symptomen worden afgezet, naast aard en zwaarte ervan en hun eventuele interactie onderling. Zo bevinden kinderen met meervoudige ontwikkelingsstoornissen, als bijvoorbeeld autisme, zich aan de ene kant van de genoemde schaal, terwijl aan de andere kant zich kinderen bevinden met enkelvoudige, bijzondere of meervoudige ontwikkelingsstoornissen van mildere aard. Tussen die beide uitersten vind je kinderen met ontwikkelingsstoornissen die worden benoemd met het begrip PDD-NOS.
Zoveel problemen, zoveel oorzaken?
Als het gaat om de oorza(a)k(en) van ontwikkelingsstoornissen, wordt wel verondersteld, dat deze waarschijnlijk het gevolg zijn van een klein genetisch of biochemisch probleem in de hersenen. Een probleem, dat mogelijk zou zijn ontstaan tijdens de ontwikkeling van de hersenen in de periode van de zwangerschap. Vooral ten aanzien ADHD wordt dit aangenomen. Overmatig alcoholgebruik door de vader voor, of de moeder voor of tijdens de zwangerschap wordt ook als mogelijke oorzaak aangemerkt. Er wordt onderzoek gedaan naar de rol van smaakversterkers, kleurstoffen en conserveringsmiddelen evenals naar de invloed van bepaalde vaccinaties. Ook de steeds gecompliceerder en veeleisender wordende maatschappij trekt hier, meer dan waarschijnlijk, haar sporen. Als dit laatste invloed op de ontwikkeling van een kind heeft, mag ook het effect van traumatische ervaring (van welke aard ook) binnen een gezin niet worden uitgesloten. Volledige zekerheid met betrekking tot de (mogelijke) oorza(a)k(en) van de ontwikkelingsstoornissen (zijn) er niet en al evenmin kan er zelfs in alle gevallen met absolute zekerheid een juiste diagnose worden gesteld en derhalve aan het probleem de juiste naam worden gegeven. Wat is er aan te doen? Er valt te denken aan medicatie (bijvoorbeeld Ritalin1), een adequaat inspelen op kind en problematiek door bijvoorbeeld het onderwijs middels o.a. een op het kind gerichte leeraanpak en begeleiding, gedragstherapie en mogelijke begeleiding van een kindertherapeut of kinderpsychotherapeut. Maar juist in dit alles geldt:
Pas op uw kind!
Niet enkel de onzekerheid over de oorza(a)k(en) van zogenaamde ontwikkelingsstoornissen en het soms niet juist kunnen diagnosticeren ervan, moet de ouder al tot waakzaamheid aansporen, maar helemaal de hoe goed ook bedoelde aanpak2 van ‘het probleemkind’ vraagt om een alert zijn én blijven ten behoeve van het welzijn van concreet jouw kind. Dit geldt in het bijzonder de christenouder! Maar juist ook het christelijk onderwijs zou hier meer doordrongen mogen én moeten zijn van de haar toevertrouwde verantwoordelijkheid in het – in breedste zin – begeleiden van het kind. Is het niet allereerst zaak om te herontdekken welke plaats een kind voor en bij God inneemt? Is vervolgens een herijken van normen en waarden in en bij de opvoeding en verzorging van het kind niet van uiterst belang? Vergeten we bij dit alles niet de noodzaak van een doordrongen zijn van wat christen-zijn volgens Gods Woord inhoudt. Dit alles zal een kritisch toetsen aan Gods Woord van welke oorzaak, diagnose en aanpak ook tot gevolg hebben.
Hoe God het kind ziet
Psalm 127 laat in het derde vers weten, dat kinderen een erfdeel van God zijn en in het Woord blijkt, dat zij voor Hem een bijzondere plaats innemen. Met name in het Nieuwe Testament staan prachtige voorbeelden die laten zien hoe Hij in Jezus zijn grote liefde voor het kind uit en dat specifiek in relatie tot Zijn Koninkrijk. In Mattheüs 18 wordt vanaf vers 1 door Jezus de plaats van het kind glashelder aangegeven. Er wordt daar niet alleen gezegd het kind te ontvangen in Zijn naam, maar ook gewaarschuwd het kind niet tot zonde te verleiden. Degene die dat weldoet, kan beter een molensteen om zijn hals gehangen krijgen en verzwolgen worden in de diepte van de zee! De engelen van kinderen, zegt vers 10, zien voortdurend het aangezicht van de Vader. Zegt dit niet voldoende van de positie die het kind voor God inneemt? Het hart van God voor het kind spreekt duidelijk in het verlangen van Jezus om het kind te zegenen: [l]aat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet; want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods (Matt19:13). Hij neemt hen daarbij zelfs in zijn armen (Marc10:16). In zijn oproep aan volwassenen om te worden als een kind (Matt 18:3), maakt Hij het kind tot toonbeeld! Tot slot nog een woord van Jezus: [u]it de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt Gij lof bereid (Matt 21:16). Plaats tegen de achtergrond van deze bemoedigende, troostrijke en beloftevolle woorden nu het kind met een probleem…
Een veilige plaats bij God en… op de school?
Als het kind voor God een dusdanige bijzondere plaats inneemt, mag en moet de ouder dan niet tenvolle rekenen op de hulp, steun en leiding van God in ondermeer probleemsituaties rond het kind? Belangrijk is hier je als ouder rekenschap te geven van de verhouding tot God. De Bijbel geeft immers aan, dat velen Heere Here zeggen, terwijl zij amper of geen relatie met Hem hebben. Wanneer de zekerheid van het geloof in Jezus Christus bevestigd kan worden, dan blijkt helaas vaak, dat Hij in de concrete noodsituatie nauwelijks, dan wel tenminste met ongeloof als de Almachtige wordt gezien. Oswald Chambers geeft terecht aan, dat daarom ‘de meesten van ons zulke treurige voorbeelden van het christendom zijn’ en koppelt dit aan onze overgave aan Jezus Christus.1 Is Hij waarachtig ons fundament en onze bron in en voor heel ons leven? Is Zijn Woord richtsnoer en maatstaf in ons handelen en omgaan met elkaar én met ons kind? Zeker is, dat God past op het kind dat Hem wordt toevertrouwd. Hij maakt zijn beloften waar. Bij Hem is er een voor het kind veilige plek. Dit ontslaat je als ouder echter niet van je door God gegeven verantwoordelijkheid voor het kind, niet als het gaat om de plaats van het kind binnen het eigen gezin en niet bij het noodzakelijk uit handen moeten geven van verantwoordelijkheid voor het kind aan de school. Is de school van uw kind voor dat kind een veilige plaats? In het bijzonder als het kind een ‘probleemkind’ is? Is de school niet alleen in naam een christelijke school, maar daadwerkelijk gefundeerd op Jezus Christus en Zijn Woord? Is dit merkbaar in niet alleen de lessen, maar ook in de benadering en begeleiding van het kind? Past u op uw kind en… wordt er op uw kind gepast? Hier laten helaas veel christenouders steken vallen, zij bekommeren zich niet of nauwelijks meer om de identiteit – en dus de concrete setting – van de school in de praktijk.
Inroepen van hulp
Als het gaat om het probleemkind, mag je als christenouder rekenen op God. Dit behoeft allerminst het inroepen van professionele hulp uit te sluiten. Zorgvuldigheid is daarbij echter niet alleen van belang ten aanzien van een te stellen diagnose, mogelijke therapie en medicatie, maar sowieso ten aanzien van de geboden hulp op zich. Veel van de aangeboden hulp – zelfs van christelijke zijde – is nadrukkelijk te bevragen. Er blijken meer dan 250 psychotherapieën te zijn waarvan een heel groot gedeelte duidelijk occulte wortels heeft. Veel therapeuten schuwen in combinatie met de door hen aangeboden therapie alternatieve (lees occulte) geneeswijzen niet. Wenselijk is, dat een en ander duidelijk vanuit christelijk perspectief wordt ingevuld en getoetst. Er moet namelijk helaas geconstateerd worden, dat veel vormen van therapie zich qua oorsprong of uiting niet laten verenigen met het christelijk geloof en het kind (én ouder) eerder dieper in de problemen brengen. De meeste vormen van therapie, ook als het gaat om de problematiek van ontwikkelingsstoornissen, laten niet alleen God buiten beschouwing, maar accentueren louter ‘het zelf’ van, in dit geval, het kind. Daarbij gaan veel therapieën – zelfs onder de noemer wetenschappelijk – ook nog eens terug op Oosterse, ronduit occulte bronnen.1 Te veel christenen investeren hun geloof liever in bijvoorbeeld de psycholoog, psychotherapeut en psychiater, dan in een pastorale benadering vanuit God en Zijn Woord. Constateert Selwyn Hughes niet terecht, dat genoemde hulpverleners de mens wel uit elkaar weten te halen, maar vaak niet weer in elkaar weten te zetten, in elk geval niet op een hoger plan weten te brengen.2
Een voorbeeld van een af te wijzen therapie
Een geleidelijk aan steeds meer terrein winnende therapie, is Focussen. Hoewel het binnen het bestek van dit artikel onmogelijk is naar behoren uit te leggen wat dat precies inhoudt, wordt op de oorsprong en op enkele voor zich sprekende aspecten van deze therapie gewezen – op zich voldoende om aan te tonen dat deze therapie als Bijbels onverantwoord door de christen is af te wijzen. De therapie is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog, filosoof en oprichter van ‘The Focusing Institute’, Eugene Gendlin. Onderzoek toont aan, dat de therapie in essentie terug gaat op ten laatste het gedachtegoed van Jung, terwijl (niet alleen1) een geschreven voorwoord door Marilyn Ferguson – onbetwist boegbeeld binnen de newage-beweging – in Gendlin’s boek Focusing (Bantam Books 1981) newage-invloeden aantoont. Daarnaast, of in samenhang daarmee, verraadt Focussen een mengeling van yoga en boeddhistische meditatietechniek en neigt het naar een vorm van hypnotherapie ((auto= zelf) hypnose). Verder maakt onderzoek ondubbelzinnig duidelijk, dat veel ‘ingewijde’ therapeuten (waaronder reguliere psychologen, psychotherapeuten etc.) in hun praktijk de therapie combineren en/of aanvullen met een variëteit van alternatieve, als occult te benoemen behandelmethoden zoals mindfulness, regressietherapie, Reiki etc. Sommige focustherapeuten ‘beschouwen’ Gendlin als een soort goeroe.2 In de focustherapie concentreert de cliënt zich, volgens een uitgewerkte methodiek (stappen), op een innerlijk opgeroepen gevoel: felt sence (felt meaning). Het gaat daarbij om een naar binnen richten van de aandacht voor wat er lijfelijk in je omgaat. Er wordt gesteld, dat Focussen zo toegang geeft tot ‘de wijsheid van je lichaam’.3 Die innerlijke wijsheid wordt ook wel ‘Het Ware Zelf’ genoemd. Gendlin spreekt hier ook over ‘the still, small voice’ en daarmee zijn we op het spoor van Gendlin terug4 bij Jung met the Self, het Zelf. In de focustherapie staat zelfverwerkelijking centraal.5 Er moet bij focussen ten aanzien van ‘felt sence’ de vraag gesteld worden waarmee degene die focust nu werkelijk in contact komt. Als we Gods Woord horen getuigen, dat in de mens zelf geen goed woont en Paulus spreekt van ‘ik ellendige mens’ en daarbij het lichaam benoemt als ‘lichaam dezes doods’ (Rom 7:24), is zondermeer voor de christen de focustherapie al geen begaanbare weg. De gezindheid van het vlees is… de dood (Rom 8:6). Is het niet mogelijk, meer dan zeer waarschijnlijk zelfs, dat – helemaal wanneer de ervaring van ‘felt sence’ binnen focussen een religieuze dimensie wordt toegekend1– de cliënt een ervaring meemaakt vanuit de duisternis? Er is nu eenmaal geen neutraal gebied, het is of van God, of van de duisternis.2 Laten we hier onbehandeld de plaats die erin deze therapie, in navolging van Jung, gegeven wordt aan de duiding van dromen. De occulte interesse van Jung is algemeen bekend.3
Onderzoek rond de focustherapie laat hier meer duidelijke verwantschap zien. De focustherapie raakt, evenals Jung, de weg van introspectie en dat kan een gevaarlijke weg zijn en is zeker voor de christen geen weg om tot gezondheid te komen. Inmiddels blijkt de therapie al meer haar plek binnen de school te vinden, of probeert die juist te winnen. Ten aanzien van de gedachte– en materiaalontwikkeling rond focussen en het kind levert de Nederlandse therapeute Marta Stapert een belangrijke bijdrage en dat niet enkel voor ons land, maar wereldwijd via ‘The Focusing Institute’ van Gendlin. Haar materiaal laat zien, dat de feitelijke aanpak en uitwerking van de therapie voor het kind en voor volwassenen slechts in zoverre verschilt, dat de therapie op de ervaringswereld van het kind is/wordt aangepast. Stappen en het doel – het komen tot ‘felt sence’ – blijven hetzelfde. Naast het kind probeert men vanuit de focus-ideologie tegelijk het betrokken onderwijzend personeel niet alleen voor de focustherapie te winnen, maar ook tot focustherapeuten te scholen. Het gaat zelfs zover, dat heel het schoolgebeuren in de focus-ideologie wordt ingebed. Het gaat zelfs nóg verder. Als echte ‘evangelisten’ probeert men ook het thuisfront voor de focustherapie te strikken.1 Als het bij de focustherapie, zoals aangegeven, om een Bijbels te verwerpen therapie gaat, die duidelijk anti–Bijbels en dus duistere achtergronden heeft, laat het gevolg zich raden. Vandaar nogmaals: pas op uw kind. Moet die oproep niet uitgebreid worden met: Pas op uzelf! Pas op de school! Focussen? Ja, maar dan alleen op de Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus Christus! Hij en Hij alleen geeft volkomen betekenis aan het leven. Hij roept daarbij niet op te proberen je leven – je ik – te behouden, maar juist te verliezen.
Tot slot
Het mag en moet voor de christenouder en opvoeder duidelijk zijn, dat bepaalde uitingen genoemd als horend bij bepaalde ontwikkelingsstoornissen, onder andere zelfmutilatie, anorexia, het horen van stemmen etc. een duidelijke geestelijke achtergrond kunnen hebben en als zodanig benaderd en behandeld moeten worden. Wanneer de gemeente van Jezus Christus aan de Bijbel gehoorzaam zou zijn, zou zij ook in de zaak van het probleemkind de vindplaats van heil zijn. Er is hier veel aan terrein terug te winnen! Laat het laatste woord inzake de problematiek van gedrags- ontwikkelingsstoornissen niet over aan de wereld (het wordt tijd dat de gemeente weer vindplaats van heil is!), maar zoek als christenouder, pedagoog en pastor etc. naar Gods leiding en wijsheid op basis van Zijn Woord voor en naar een juiste benoeming en aanpak, en dat vanuit het geloof en vertrouwen dat het kind Hem kostbaar en waardevol is! Pas op het kind!
drs. J. G. Hoekstra
1 ADHD is de afkorting voor Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder = aandachtstekort/hyperactiviteitstoornis, waarbij het ‘aandachtstekort’ doelt op concentratiegebrek en ADD is de afkorting voor Attention Deficit Disorder en wordt beschouwd als één van de subtypes van ADHD. Als onderscheid tussen de beide genoemde vormen wordt aangegeven, dat kinderen met ADHD in hun gedrag hyperactief zijn en kinderen met ADD eerder passief. Het heet dat de laatste groep niet snel herkend zal worden omdat ze minder opvallen door lastig gedrag.
2 PDD-NOS is de afkorting voor Pervasive Developmental Disorder-NotOtherwise Specified. Het woord ‘pervasive’ kent in de Nederlandse taal geen echt gelijkwaardig begrip en dient in deze context te worden vertaald met ‘in alles (d.w.z. alle delen van de hersenen) doordringend‘. PDD-NOS is een ontwikkelingsstoornis.
3 Dyslexie komt soms tegelijk voor bij kinderen met ADHD ofPDD-NOS.
4 ODD is de afkorting voor Oppositional Defiant Disorder = oppositioneel-opstandige gedragsstoornis. De ontwikkelingsstoornis ODD wordt gekenmerkt door twee problemen: agressiviteit en de neiging anderen opzettelijk lastig te vallen. CD staat voor Conduct Disorders en is een antisociale gedragsstoornis. Samen worden deze gedragsstoornissen ook wel disruptieve stoornissen genoemd (DBD wat staat voor Disruptive Behavior Disorder). Soms is een combinatie van ODD met ADHD mogelijk – ODD lijkt sowieso veel op ADHD. Ligt bij de ADHD de nadruk op impulsiviteit, bij ODD ligt de nadruk op agressiviteit.
1 In Engeland is Ritalin intussen verboden en wordt het geclassificeerd als verslavend middel. Er wordt zelfs gesuggereerd dat zelfmoord een gevaar is bij het afkicken. Ook zou het diverse negatieve lichamelijke bijwerkingen kunnen hebben. Het zou bijvoorbeeld anorexia kunnen veroorzaken, tot denkstoornissen kunnen leiden, hartritmestoringenkunnen veroorzaken en het kind in de groei belemmeren (vgl. pag. 8 van het rapport van de Citizens Commission on Human Rights ‘De Gevaren van Psychiatrische Drugs’ – vertaling en Nederlandse cijfers Nederlands Comité voor de Rechten van de Mens, 2005.)
2 Het door wie, hoe en van waaruit.
1 Oswald Chambers, Geheel voor Hem, Uitgeverij Ten Have, Baarn 1966, pag. 70.
1 Vgl. J.W. Becker e.a., Secularisatie en alternatieve zingeving in Nederland,Sociale en CultureleStudies – 24,Sociaal en
Cultureel Planbureau/ Vuga Uitg. Den Haag, 1997, pag. 24. Zie ook Els Nannen,Psychologie – Waardevrij?, Bijbel&Onderwijs 28 oktober 2008.
2 Selwyn Hughes,Every Day with Jesus,Daily devotional, Jan/Feb; CWR, WaverlyHouse, Farnham,Surrey UK.
1 De focustherapie haakt b.v. – vanuit met name de newage-visie – vaak en gretig in op de functie van de twee hersenhelften.
2 Prof. dr. Mia Leijssen, psychotherapeut en hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven noemt Gendlin in één van haar artikelen ‘meester’ – vgl. Mia Leijssen, Focussen als innerlijk luisteren, KERN v.z.w. centrum voor psychotherapie en relatievorming, maart 2008, pag. 9.
3 Vgl. o.a.Mia Leijssen, ibid.,pag. 6.
4 Dit spoor loopt terug via Rogers met theactualizing tendency, Maslow met the self-actualizing tendency en Emerson met the Over-Soul.
5 Zie E. T.Gendlin, Focusing-oriented psychotherapy: A manual of the experiential method,Guilford Press, New York 1996,
pag. 21,22. Gendlin zegt: ‘…when a person’s central core or inward self expands…it strengthens and develops, the “I” becomes stronger’. Dat staat haaks op de Bijbelse boodschap waar juist het sterven aan het ik benadrukt wordt.
1 De therapeut Egbert Monsuur van Integro Hardenberg stelde in een persoonlijk gesprek: ’Het is een stimulans voor een positievere en dieper gaande spiritualiteit. ’En vgl. Elfie Hinterkopf, Integrating Spirituality in Counseling: A Manual for Usingthe Experiential Focusing Method, the American Counseling Association,Baltimore, hoofdstuk 7.
2 Vgl. M. Dieperink, Jezus of de Goeroe? Kok, Kampen, pag. 81.
3 C.G. Jung, Herinneringen, dromen, gedachten, Van Loghum Slaterus, Arnhem 1963.
1 Een niet bij name te noemen praktijk probeert zelfs ook kerken voor de therapie te winnen onder de noemer ‘partners in pastoraat’. Dus: pas op de kerk!
Het waarom van ‘geloof’ in de geloofsopvoeding
Het praktisch maken van geloof voor kinderen tot zes jaar.
Hoe vanzelfsprekend is het nog dat je kinderen een geloofsopvoeding meegeeft? Wil je aan de opvoeding een dimensie toevoegen, namelijk ‘geloof’, vraagt het een bewuste keuze. Tegelijk voel je de handelingsverlegenheid om het concreet gestalte te geven. Wij worden als christenen min of meer een uitzondering en ook het christelijk onderwijs is niet overal per se christelijk meer. Het valt op, dat op algemeen-christelijke scholen niet alle kinderen vanzelfsprekend naar de kerk of gemeente gaan. In dit artikel bekijken we hoe we de toevoeging ‘geloof’ aan de opvoeding kunnen meegeven.
Ter Horst
Hoogleraar Pedagogiek Wim ter Horst, die in 2018 overleed, geeft in één van zijn boeken aan dat je de geloofsopvoeding kunt vergelijken met een Fries gezin dat naar Brabant is verhuisd. De ouders willen, dat de kinderen de taal van hun voorgeslacht leren spreken. Tot hun verbijstering gaat dat niet meer zo vanzelfsprekend. Je moet het ook nog opzettelijk en tactisch weten aan te pakken. Zelf zijn ze in een Fries sprekende gemeenschap groot geworden. Iedereen sprak er Fries. Maar nu is het anders. Als de kinderen naar school gaan, komen de problemen. Ze gaan Brabantse woorden gebruiken en hun tongval blijft ook niet hetzelfde. Willen de ouders hun kinderen ook de taal van hun voorgeslacht meegeven, dan zijn er systematisch een aantal dingen nodig. Alleen maar Fries spreken en aannemen, dat de kinderen het ook wel zullen gaan doen, werkt niet in Brabant. Ze zullen de moeite moeten doen ergens een Fries sprekende gemeenschap op te zoeken of zelf te vormen. Een gemeenschap waar ze zich thuis voelen en waar de kinderen het ook fijn hebben. Want alleen thuis een taal leren, zonder hem te gebruiken buiten de deur, gaat niet. Uit deze manke vergelijking spreken drie kernwoorden: opzettelijk, systematisch en gemeenschap. Het artikel is opgebouwd uit deze drie begrippen en beperkt zich tot de geloofsopvoeding bij jonge kinderen tot zes jaar oud.
Vorming in de thuisbasis
De opzettelijkheid van de geloofsopvoeding begint met het gezin te zien als belangrijke oefenplaats waar het moet gebeuren. In het klassieke gezin verdiende vader de kost en moeder zorgde voor het huishouden. Dat is nu veranderd. En het aantal één-ouder-gezinnen neemt toe. Kunnen we dat nog wel zo stellen, dat het gezin voor de geloofsopvoeding de belangrijkste plaats is? Laten we het woord ‘gezin’ vervangen door ‘thuis’. Thuis is de plaats waar je je geborgen mag weten en waar je thuis mag komen zonder voorwaarden en oordelen. Daar ligt de hoofdverantwoordelijkheid voor de geloofsopvoeding.
In Efeziërs 6:1 worden kinderen erop aangesproken, dat ze de Heere Jezus gehoorzamen: Kinderen weest uw ouders gehoorzaam in de Heere, want dat is recht. Wie ouders eert en gehoorzaamt, laat daarmee zien dat hij Christus eert en gehoorzaamt. ‘Eren’ is gewicht toekennen, je ouders belangrijk vinden. En ze zijn belangrijk, omdat God hen aan je gegeven heeft. Ouders zijn niet belangrijk, omdat ze zo geschikt zijn je op je wenken te bedienen. Theoloog Nico van der Voet wijst er in een artikel op dat wie zijn ouders gewicht toekent, niet alleen geïnteresseerd is in het geld dat ze verstrekken of de cadeaus die ze toestoppen. In de Bijbel hoort bij de goede omgang tussen kinderen en ouders, dat de kinderen luisteren naar het onderricht van de ouders, de vorming. Als het goed is, is die levenswijsheid geloofswijsheid. Kinderen, ook jonge kinderen, horen ook met respect over ouders te denken en te spreken. De Bijbel verwacht van kinderen, dat ze hun ouders liefhebben en trouw zijn. Liefde tussen ouders en kinderen hoort onvoorwaardelijk trouw te zijn. Trouw is een kernwaarde bij het veilig stellen van de thuisbasis.
Bekend maken met de Bijbel
De systematiek aanbrengen in de geloofsopvoeding leren we vooral bij David Cloud.
Het behoud van kinderen: hoe te voorkomen dat kinderen ten prooi vallen aan de wereld, door David Cloud.
Door kinderen bekend te maken met Gods Woord leggen we de basis voor het kunnen gaan geloven. Paulus wijst ons erop in Romeinen 10: 17, dat het geloof uit het horen is, en het horen door het Woord van God. Het Woord mag bezinken in hart en ziel en iemands leven doordringen. Voor jonge kinderen kun je Gods Woord vertellen, zingen of voorlezen. Door gebruik van de Bijbel draag je het ontzag voor Gods Woord over. Je kunt ook vertellen, dat God altijd bij je is. God is een echte Persoon die deel uitmaakt van je gezin. Het kweken van gewoontes is iets dat kinderen altijd bij blijft. Een vaste tijd nemen om samen met de kinderen in de Bijbel te lezen, is belangrijk. Dat kan aan tafel, maar ook de tijd rond het naar bed gaan kan heel waardevol zijn. In elk geval op een moment dat er rust en aandacht is. Zo slijpen gewoontes in en vormen een onderdeel van de gezinscultuur. Een kind wil gezien worden. Als dat gebeurt, weten we uit de neuropsychologie, worden de hersenen geopend voor de (blijde) boodschap die wordt gedeeld.
De systematiek zit ‘m ook vooral in het consequent zijn in handelingen en gebruiken. Dat betekent concreet ‘gezinsmomenten’ inplannen die dienst kunnen doen als rituelen. Voor het naar bed gaan is het zingen of uitspreken van een vast gebed belangrijk. Het kind gaat al snel meezingen of de laatste woordjes zeggen. Zo wordt het iets vertrouwds om op terug te vallen. Later kun je dingen bidden die begrijpelijk zijn voor het kind, uit de eigen belevingswereld met eenvoudige woorden. Als een kind zelf bidt, kun je verrast en ontroerd worden door hun onwrikbaar geloofsvertrouwen. Het is ook een manier om teksten beter te onthouden. Zingen maakt blij en rustig en het kind leert lofprijzen.
Als het goed is heeft de kerk ook een rol in de geloofsopvoeding. Eenvoudige liederen met Bijbelteksten planten Gods Woord in het kinderhart. Via crèche, kindermomenten tijdens de dienst en voor de wat oudere kinderen de preek, kan een kind veel leren. En ze merken ook dat geloven iets is dat je samen in relatie en gemeenschap beleeft en belijdt.
Overdracht in relatie vormt gezinskapitaal
De kant van gemeenschap vinden we terug bij het gegeven, dat geloven een relationele basis heeft. Bij geloven hoort een gemeenschap. Geloofsopvoeding is het overdragen van het geloof in God en de Heere Jezus. Geloven is een relatie van liefde en vertrouwen. Kinderen kunnen zo’n relatie ervaren zonder dat ze alles zullen begrijpen. Ouders kunnen al vanaf heel jonge leeftijd een rol spelen bij het ontwikkelen van geloof. Volgens Ter Horst is geloofsopvoeding “alle invloed die het kind helpt om persoonlijk met de Heere in de wereld te leven”.De overdracht van de persoonlijke relatie van de ouders met God heeft grote invloed op de wijze waarop het kind op God zal reageren. Jonge kinderen nemen nog alles wat wordt verteld voor waar aan. Het kind stelt nog geen kritische vragen over het bestaan van God en de wonderen uit de Bijbel. Ze zijn beïnvloedbaar. Kinderen geloven zonder te twijfelen. Aan de opvoeder de taak om te zorgen dat ze het bijbels evangelie te horen krijgen, zodat ze dat gaan geloven. Het jonge kind heeft een leeftijd waar veel kansen liggen, juist door de openheid van de kinderen in die leeftijd kun je al veel meegeven. Ook de overdracht door het persoonlijke geloofsleven van de ouders is belangrijk. Wat dragen we bewust en ook onbewust over op onze kinderen? Het kan confronterend zijn om daarover na te denken, bijvoorbeeld uit je blijdschap of bezorgdheid? Heb je een houding van geven of juist nemen? Praat je positief of juist negatief over anderen na een verjaardag of visite? Hoe spreken we over de kerk, over de gemeente en over God? Dat bepaalt hoe onze kinderen straks over kerk, gemeente-zijn en over de Heere denken. In de coronaperiode was er een peuter die al kleurend meeluisterde met de livestream van de kerk. Opeens zei ze: “Kijk, dat is God!” (wijzend naar de dominee). De moeder stelde al snel, dat het de dominee was. Waarop de peuter antwoordde: “Nee hoor, hij zei net: ‘Ik ben de Heere uw God!’” Terwijl de ouders dachten, dat het kind van drie gefocust was op het kleuren, kreeg ze toch dingen mee. Bijna alles in het leven leren kinderen door af te kijken. Als ouder ben je degene bij wie ze het meeste kunnen afkijken, naast woorden zijn het gestolde beelden. Datzelfde geldt voor een juf of meester in school. Zo leren kinderen ‘het dialect’ spreken dat bij de geloofstaal hoort.
Wat van belang is in de gemeenschap van het gezin is verbondenheid. Het is één van de drie psychologische basisbehoeften van de mens (naast competentie en autonomie). Verbondenheid gaat over het wij-gevoel ervaren, erbij horen, welkom zijn, mee mogen doen, warme relaties opbouwen in een positief en veilig klimaat. Het gevoel van verbondenheid wordt versterkt door ouders die beschikbaar zijn en door zorgzaam, respectvol en waarderend om te gaan met je kind(eren). Oprecht luisteren zorgt voor verdieping van het contact. Echt luisteren is open staan voor het verhaal of mening van de ander. Door echt naar kinderen te luisteren, leren ze dat wat ze zeggen ertoe doet, luisteren geeft ook erkenning aan gevoelens. De beleving in het gezin, de gemeenschap er te mogen zijn zoals God het bedoelt, geeft gezinskapitaal, dat is opgeteld sociaal kapitaal, het mogen weten een geliefd kind van God te mogen zijn. Dat maakt oprecht enthousiast. Dat betekent letterlijk ‘in God’ zijn (Grieks: en theou/theos), vol zijn van Hem. Over die volheid heeft Paulus het, als hij vermeldt in Romeinen 12:11 dat we ‘vurig van geest’ mogen zijn, in de Nieuwe Vertaling staat: Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest. Dat brengt ons tot het gebed voor de jeugd wat verder strekt dan de leeftijd tot zes jaar (overgenomen uit de Hervormde Kerkbode uit Veenendaal PKN):
Heilige God en Vader,
wij mogen bij U komen met alles wat ons raakt en bezighoudt.
Wij willen onze kinderen aan U opdragen: de kinderen in onze gezinnen,
onze kerk en onze stad of ons dorp.
Dank, dat U ze aan ons hebt toevertrouwd.
Dank voor wie ze zijn, in wat ze ons geven.
Wij bidden voor hen thuis, op school en waar ze ook zijn,
voor gezondheid, vrienden en voor blijdschap.
We vragen om weerbaarheid
en bescherming tegen verleidingen.
Vergeef ons, waarin we met elkaar tekortschieten.
Leer ons om oog te hebben voor hun talenten.
Geef een luisterend oor voor hun verhalen;
Een open hart om van hen te houden.
Geef wijsheid en liefde,
opdat ze U leren kennen als hun Schepper en Verlosser.
Wij willen Uw Naam groot maken
dat wij dit mogen bidden in de naam van Jezus,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
Amen!
dr. Hans Bakker
Literatuurlijst
Cloud, D. (2010). Keeping the kids. Port Huron: Way of Life Literature.
https://www.wayoflife.org/reports/teachingchildrentohavebiblereading.html. Geraadpleegd op 26 oktober 2022.
Biesta, G. (2018). Tijd voor Pedagogiek (oratie). Utrecht: Universiteit voor Humanistiek.
Bos, M. van den, (2016). Aan de keukentafel, creatieve gezinsmomenten met de Bijbel. Leeuwarden: Jongbloed.
Horst, W, ter (1993). Christelijke geloofsopvoeding. Kampen: Kok.
Horst, W. ter (2008). Wijs me de weg. Kampen: Kok.
Voet, N.C. van der (2020). Een zegen van ouders; Geloofwaardig opvoeden. Via internet: www.nicovandervoet.nl. Geraadpleegd op 24 oktober 2022.
SMURFEN
De smurfen zijn stripfiguren en bedacht door een Belgische striptekenaar. In 1959 kregen de smurfen hun eerste stripreeks en later volgden tekenfilmseries en films. Hoewel hier niet echt artikelen over zijn te vinden, geeft Wikipedia wel voldoende informatie om te kunnen beoordelen of de smurfen passen in een christelijk huis of niet. Als je het verhaal en een paar bekende figuren uit de serie onder de loep neemt, wordt al snel duidelijk dat dit niet het geval is. Neem bijvoorbeeld de volgende informatie die te vinden is op Wikipedia:
De grootste vijand van de Smurfen is de tovenaar Gargamel, die samen met zijn kat Azraël op een plek elders in het bos woont. Gargamel probeert voortdurend de Smurfen te vangen, zodat hij ze kan gebruiken voor zijn eigen magische experimenten. Bovendien wil hij vanwege zijn eerdere nederlagen wraak op ze nemen. (https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Smurfen)
Gargamel is dus een kwaadaardige tovenaar. Hij is bovendien op zoek naar de steen der wijzen. Bij één van zijn eerste pogingen om bij het smurfendorp te kunnen komen, maakte hij van klei de eerste vrouwelijke Smurf, de Smurfin, die hij naar het smurfendorp stuurde om haar daar zoveel mogelijk onheil aan te laten richten. Maar Grote Smurf , de leider van de smurfen, wist de Smurfin te transformeren tot een mooie dame, waarna de smurfen haar in hun harten sloten.
Op het personage Gargamel is kritiek gekomen, omdat men er een karikatuur in zag van de Joden inclusief de slechte eigenschappen die men wel aan deze bevolkingsgroep toeschreef. Gargamel heeft namelijk een stereotiepe grote neus, een voorliefde voor goud en een ontzettende hebzucht. Verder is de naam Azrael (de kat van Gargamel ) in de Joodse en islamitische overlevering de naam van de “engel van de dood” .
Grote Smurf is ook een bedenkelijk figuur. Hij heeft als enige een rode muts op en geniet veel gezag. Hij neemt bijna altijd in zijn eentje de belangrijke beslissingen. Hij heeft een laboratorium (met op de deur het opschrift “Verboden te smurfen”) in het Smurfendorp met daarin allerlei toverboeken, zodat hij kan wedijveren met tovenaar Gargamel. De Grote Smurf kan zijn toverkracht ook gebruiken om de smurfen een wijze les te leren, als zij strijd met elkaar hebben of als de eenheid in het Smurfendorp in gevaar is (https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote Smurf).
Volgens de Franse socioloog Antoine Buéno zijn de stripverhalen over de smurfen doordrenkt met racistische propaganda en verheerlijken ze een totalitaire samenleving. Hij ziet de Grote Smurf als een autoritaire figuur, vergelijkbaar met Marx en Lenin. Grote Smurf verbiedt privébezit en dwingt de smurfen te leven in een collectivistische samenleving die is gericht op zelfvoorziening op gebied van energie en voedsel. Buéno ziet hierin het verheerlijken van een communistisch ideaal (https://kloptdatwel.nl/2011/08/03/zijn-smurfen-anti-semitisch-en-racistisch/). In een boekje van hem over de smurfen gaat hij nog verder met zijn vergelijkingen. Of je alles zover kunt doortrekken, is de vraag, maar als je je meer gaat verdiepen en inlezen in het verhaal van de smurfen, kan duidelijk worden gesteld dat Grote Smurf, die in het dorp veel gezag geniet, neergezet wordt als een soort god. Hij moet de smurfen steeds behoeden voor het kwaad, hen redden en hij heeft als enige alle wijsheid in pacht en toegang tot het laboratorium. Daarnaast speelt magie, hoe onschuldig dit ook gebracht wordt, een grote rol. En op een zogenaamd ‘grappige’ manier sluipt het occulte d.m.v. namen en legendes binnen.
Afstand nemen
Wie de Heere Jezus kent, zal onder belijdenis afstand moeten nemen van een dergelijk hobby. Het is geen goed getuigenis t.o.v. anderen. In 1Thess 5: 21 en 22 staat, dat we ons hebben te onthouden van elke vorm van kwaad.
Een veertigjarige onderwijservaring uit een levende relatie met Hem
Inleiding
Het waren mannen van naam die in het bestuur zaten van de lokale protestantse christelijke scholenvereniging. Allen waren actief betrokken bij een eigen kerkelijke gemeente en sommigen landelijke bekend met een goed christelijk getuigenis. De tijd is eind jaren zestig en ‘hun’ eerste school was 50 jaar daarvoor opgezet en vernoemd naar de toen heersende koningin Wilhelmina. Die school was opgericht na de grondwetswijziging van 1917 die in artikel 23 het bestaansrecht van christelijke scholen had geregeld. Inmiddels waren er 9 scholen en de tijd is eind jaren zestig als een nieuwe woonwijk in voorbereiding is waar ook een christelijke school gebouwd gaat worden. De eerste directeur en motor van deze school had niet alleen een hart voor kinderen, maar zou gedurende zijn arbeidzame leven regelmatig op zondag voorgaan in evangelische gemeenten. Hoewel de school protestants-christelijk was opgezet, stond zij open voor alle leerlingen uit de nieuwe wijk. De leraren en leraressen hadden een levende relatie met hun Heere Jezus Christus en zo kon het voorkomen, dat een juf ‘geroepen werd om de zending in te gaan’. In de volksmond kreeg de school al snel de naam van evangelische school. In dit artikel deel ik ervaringen uit een gesprek met een leerkracht die 40 jaar op deze school lesgaf. Ik doe het anoniem, omdat er misschien algemene punten uit te leren zijn en ook vanwege een stukje privacy. Lees a.u.b. deze boeiende beschouwing!
Lesgeven in de kleuterklas
Eerste schooldag
De kleuterklas, tegenwoordig noemen we dat groep 1 en 2, is een vak apart. Daarom was er eerder een aparte opleiding, de kweekschool, voor de juf die hier les wilde geven en daardoor ook een aparte school: de kleuterschool. De school werd ook wel bewaarschool of fröbelschool genoemd naar de Duitse pedagoog Friedrich Fröbel. Hij is ook de bedenker van de term ‘Kindergarten’ (een tuin waar kinderen konden spelen en opgroeien als kool), introduceerde ‘zelf ontdekkend leren’, het moest leuk zijn met inspiratie uit de natuur en schepping. We zien hierin pedagogische grondslagen waarin humanisme al doorklinkt. Wat belangrijk om een christelijke juf te hebben waar je je kinderen aan toevertrouwt.
De taak van de juf was veelmeer verzorgend, zoals van een moeder, in plaats van lesgevend. Kinderen moesten geholpen worden met jasjes aandoen, eten en drinken, veters strikken, naar het toilet gaan. Door de inzet van moeders in het arbeidsproces werd de schoolvervroeging in de jaren zeventig doorgezet met facultatieve peuterspeelzalen en dat is tegenwoordig voor- en naschoolse opvang en kinderdagverblijf. Door kinderen vroeg naar een kleuterschool te sturen werden eerder sociale vaardigheden ontwikkeld. Dit wordt ook door de meeste christelijke ouders als wenselijk gezien. Sommige kinderen zijn daar al aan toe, anderen nog helemaal niet. Het karakter van kinderen is heel verschillend. Er wordt groepsgedrag aangeleerd in de kleuterklas en dat is heel wat anders dan omgaan met eigen broertjes of zusjes en kan haaks staan op thuis en op de Bijbelse waarden. De hechtingsband met moeder en vader, maar ook met broertjes en zusjes komt soms onvoldoende tot ontwikkeling. Het gezin komt losser te staan in de onderlinge relaties. Dit heeft grote gevolgen in latere jaren en dan is de toename in echtscheidingen daar nog bijgekomen.
Iedere groep zit in een ander ontwikkelingsfase en vraagt een andere aanpak
We hebben de kleutergroep al genoemd. Daarna komt groep 3 en 4. Dit vind ik zelf misschien wel de mooiste leeftijd op de basisschool. Kinderen ontdekken letters en leren lezen en schrijven. Daarmee gaat een hele wereld voor hen open. Het is een fase van verbazing, verwondering en verdere ontdekking waardoor het bewustzijn groeit. Door te lezen kunnen ze zelf in een verhaal kruipen, dit meemaken zonder van tevoren te weten hoe het afloopt. Ze komen daardoor ook in de denkwereld van volwassenen binnen. De keuze van wat ze lezen is daarbij heel belangrijk. Kies dus heel bewust wat het kind leest, zodat een introductie in de Bijbelse denkwereld plaatsvindt. In groep 5 en 6 vindt verdere verdieping plaats. Het kind krijgt aandacht voor (zak)geld, voor het begrip tijd, is zich bewust van de omgeving, vormt eigen meningen en komt tot een oordeel. Dit zijn echt de jaren om Bijbelse fundamenten in te prenten zeker op het gebied van moraliteit. Wat is goed en wat is kwaad. In plaats van op de Bijbel gefundeerde waarheden te onderwijzen worden tegenwoordig zaken als milieu, gelijkheid, non-discriminatie en dierenleed aan de kinderen geleerd. In plaats van de morele verontwaardiging zoals God naar de wereld kijkt, komen daar andere surrogaat denkbeelden te staan. De beeldcultuur verdringt daarbij steeds meer de leescultuur. In groep 7 en 8 komt de (pré)pubertijd naar voren met name bij meisjes. Een meester is dan meestal de beste keus voor het laatste jaar. Iemand met een duidelijk gezag waar jongens zich aan kunnen spiegelen en meisjes naar willen luisteren. Er is een sterke oriëntatie op eigen leeftijdsgenoten en ook dienen schoolkeuzes zich aan die een vergaande invloed op het leven zullen hebben. Het is heel belangrijk om hierbij af te stemmen met ouders en aan het kind duidelijk te maken dat God talenten heeft gegeven die ontwikkeld mogen worden.
Het belang van een veilige omgeving
Schoolschaatsen in groep 8
De kerntaak op school is het geven van onderricht. Opvoeding komt daarbij, maar is niet de primaire taak. Is een leraar in staat en bereid om een opvoedkundige taak te verrichten en tot op welke hoogte kan dat? Probleemgedrag op school begint bijna altijd met problemen thuis. Eerder deden we nog huisbezoeken, maar dat is nu overal afgeschaft. Ik had een keer een probleemklas. In één klas zaten kinderen van wie de vader op zee zat of alcoholist was of werkte in Azië én een vader die vermoord was. Als kinderen geen veilige en plezierige thuisomgeving hebben dan nemen ze hun problemen mee naar school en die komen tot uiting in het gedrag richting de andere kinderen. Als de leerkracht daar niet goed mee om weet te gaan, loopt het groepsgedrag in de klas helemaal uit de hand. De leerkracht moet weten wat er speelt en mogelijkheden hebben om groepjes in te delen en de zitplaats in het lokaal te bepalen. Door persoonlijke aandacht voor het betrokken kind wordt een relatie opgebouwd waarna ook grenzen kunnen worden aangegeven en ingegrepen bij onwenselijk gedrag. Het uitpraten van problemen is erg belangrijk. In de loop der jaren kwam echtscheiding veel vaker voor. Het effect van een echtscheiding trekt een diep spoor in de emotionele ontwikkeling van het kind. Het leidt bijna altijd tot probleemgedrag. Kinderen kunnen de echtscheiding zelf niet verwerken, krijgen een tweede woonomgeving, een andere ‘ouder’ of de moeder moet werken waardoor het kind nog minder aandacht krijgt. Het is een neergaande spiraal die dikwijls bij de jeugdzorg terecht komt.
Moderne media, hoe ga je daarmee om?
Kinderen van 4 achter de computer
De opkomst van moderne media heb ik meegemaakt. Dat de computer heel behulpzaam kan zijn, daar is iedereen het wel over eens. Toch krijgt de computer vaak een verkeerde plaats. Als kinderen hun taak af hebben, mogen ze dan gaan gamen? Ouders doen dit ook vaak thuis. Pedagogisch is dit helemaal fout. Er zijn zwakke kinderen die op deze manier nooit bij de ‘beloning van het gamen’ komen. De sterke leerlingen gaan sneller en slordiger werken. Daarbij komt de vraag of gamen wel een goede beloning is. Vroeger gingen kinderen de krant lezen voor hun algemene ontwikkeling, daarna kwam het jeugdjournaal en tegenwoordig zitten ze op sociale media. Ze creëren daar hun eigen wereldje. Ze sluiten zich af en dit leidt tot verdere isolatie van het kind. Veel kinderen komen dan in allerlei verslavingen terecht. Vaak zonder dat de ouders daarvan afweten. Met name probleemkinderen die geen fijne, veilige en sociale leefomgeving hebben, komen hierin terecht. Ik vind ouders niet verstandig die hun kinderen op de basisschool al een smartphone geven of een eigen laptop die ze meenemen om bij vriendjes of vriendinnetjes te spelen. Je kunt er bijna zeker van zijn, dat het misgaat. Het ego van het kind is in de loop der tijd in het centrum van de aandacht geplaatst. Moderne media spelen hier een hele grote rol in. De interface tussen mens en machine is allesoverheersend geworden. Door de computers worden onze kinderen geprogrammeerd. Kinderen hebben tegenwoordig een steeds kleinere spanningsboog. Ze kunnen zich niet meer langer richten op een taak of opdracht of luisteren in de les. Ze worden ongeduriger en brengen dat tot uitdrukking in hun houding. De zithouding van kinderen is dermate nonchalant en afwezig waarbij een vraag tot aanpassing leidt tot een onbeschoft verbaal antwoord waaruit blijkt, dat er geen enkel respect meer is voor de leraar of de lerares.
Opa en oma als anker voor de kinderen
Door de jaren heen heb ik de rol van grootouders in de opvoeding zien toenemen. Werd een oma vroeger gezien als iemand die af en toe iets lekkers toestopte, maar waar het kleinkind zelf geen relatie mee ervoer, nu is dat wel anders. Doordat vaak beide ouders werken en grootouders zelf ervoor kiezen om bij hun kinderen in de buurt te gaan wonen, spelen ze vaak een belangrijke rol in de opvoeding: opvang na school, oppasdag, naar zwemles of zelfs af en toe eten koken. Kinderen ervaren daardoor vaak een emotionele band met opa en oma waarbij ook opvoedkundige en zelfs correctieve taken een rol spelen. Bij éénoudergezinnen speelt dat vaak nog sterker. Grootouders kunnen zo nog een christelijke invulling geven aan de opvoeding door Bijbellezen, gebed, liederen ook als de ouders er zelf weinig meer aan doen. Grootouders worden zo een anker voor het geloof.
Beleid op school
Bepalend voor het beleid op school is met name de rol van de directeur. Meestal wordt een managementteam samengesteld met een coördinator voor onder- en bovenbouw. De directeur is meestal ambulant en heeft bijna nooit meer een eigen klas, maar heeft veel coördinerende taken binnen de school en richting het bestuur. Bij ons is altijd een grote mate van vrijheid geweest om invulling te geven aan het christelijke fundament en karakter van de school.
Bij ons op school kregen alle kinderen aan het begin van groep 7 een eigen Bijbel. Daar werd dagelijks in gelezen, zodat als de kinderen van school gingen, ze hun eigen Bijbel mee konden nemen en door konden gaan met het lezen van Gods Woord. We hadden altijd een goede godsdienstmethode die in de hele school werd gebruikt. Daarbij werden bewust de liederen gekozen. Bekende liederen maar ook nieuwe liederen werden aangeleerd. In de klas werden die liederen gezongen en op vrijdag was – en is – er altijd samenzang in de aula waarbij vijf liederen werden gezongen. Ook kinderen uit niet christelijke gezinnen die op school zaten, zongen mee. Het was een vorm van evangelisatie. Zo zag ik op een zondagmorgen een meisje uit mijn klas uit een ongelovig gezin naar een evangelische gemeente fietsen. De Bijbelverhalen en de liederen die spraken haar aan. Alle kinderen keken uit naar het samen zingen en op deze manier kenden de kinderen heel veel liederen als ze de school verlieten. Ik weet zeker, dat deze liederen gedurende hun leven terug zullen komen en tot zegen zullen zijn.
Hoewel de school in een groter verband, en koepelorganisatie, staat, was er altijd veel vrijheid om het eigen beleid te bepalen ook in de aanname van leerkrachten. Niet alleen moest de sollicitant lid van een kerkelijke gemeente zijn, maar ook leven vanuit een relatie met de Heere Jezus. De laatste jaren was men echter minder kritisch in het aannamebeleid. Niet wedergeboren leraren zullen de leerlingen de verkeerde kant optrekken.
Conclusie: een laatste advies
Is er nog een laatste advies te geven na 40 jaar in het onderwijs te hebben gewerkt. Na een l ange denkpauze komt het antwoord: ”Het begint allemaal in je eigen leven en je relatie met de Heere. Dit geldt voor iedere meester of juf, maar ook voor iedere ouder. Leef ik met Hem, bid ik tot Hem, ontmoet ik Hem dagelijks in zijn Woord? Een mooi compliment dat ik kreeg van een kind in mijn klas was: ”Juf houdt echt van de Heere Jezus”.
Dit zijn mooie woorden om het artikel mee te eindigen. Houd ik echt van de Heere Jezus? Als u deze vraag als ouder, leraar, lerares of grootouder leest, kunt u dan dat beamen? Dan rust er zegen op uw gezin of op uw (zondagschool)klas.
W. van der Meer
Het transhumanisme: de totale oorlogsverklaring aan God
Om het patent te begrijpen, dat de basis vormt van het door Bill Gates US-technologie opgerichte bedrijf Microsoft, moet men iets weten van de begrippen chatbot en avatar.
Chatbots zijn dialoogsystemen (dialoog= samenspraak), voornamelijk op het internet, die beschikken over natuurlijke taalvaardigheden om communicatie te voeren. Men stelt de chatbots bijv. vragen die ze beantwoorden als een mens. Dat kunnen die alleen doen, als ze met basisgegevens geladen zijn. Zo is het intussen mogelijk met “overledenen” te spreken. Als u bijvoorbeeld de chatbot “voert” met video-opnamen van de overledene, met persoonlijke informatie en met alles wat de overledenen ooit op Facebook gezet heeft, dan is de chatbot met behulp van kunstmatige intelligentie (KI) in staat om te antwoorden met de levende stem van de overledene – en dat uitermate logisch en zinvol. Voert men meer gegevens in, dan kan men aan de stem ook een lichaam toevoegen: de avatar. Dat is een kunstmatige persoon, de grafische gestalte van een echt persoon, die de techniek op basis van foto’s kan samenstellen. Dat betekent, dat ik bijvoorbeeld een gestorvene door middel van techniek “weer tot leven” kan brengen en met hem of haar kan communiceren. Juist voor deze techniek heeft Microsoft het patent. Dit “weer tot leven brengen” is een voorbeeld dat tot de mogelijkheden van transhumanisme hoort, hoewel het bij die denkrichting om veel meer gaat. Een van de weinige Europese experts op het gebied van transhumanisme is Christopher Coenen,die politicologie studeerde. Hij bereidde ook studies voor op het thema transhumanisme voor de Bondsdag in Duitsland. In een interview met Deutschen Wirtschafts Nachrichten beschrijft Coenen dit nieuwe onderzoeksgebied zo: “In de kern gaat transhumanisme over het verbinden van het menselijk lichaam met machines ….. door delen van dat lichaam te vervangen door machines – in de eerste plaats de hersenen.”
Het hoofd van de Amerikaanse autofabrikant Tesla, Elon Musk, laat in zijn bedrijf Neurolink bijvoorbeeld werken aan een interface tussen de hersenen en de computer. Neuralink wil neuronen in de hersenen via een draadloze verbinding aansluiten op een computer. Daarvoor moet een chip in de menselijke schedel gebracht worden. In een ander project van Microsoft aan het gerespecteerde Massachusetts Institute of Technology (MIT) moet een tatoeage op de huid worden gekoppeld aan een smartphone of ander apparaat. Een ander bedrijf, Netcorme genaamd, onderzoekt bijvoorbeeld de gezamenlijke hersenfuncties van een persoon, zijn geest dus, om die te digitaliseren en op te slaan op een computer. In theorie zou deze “digitale geest” op een gegeven moment opnieuw kunnen worden geactiveerd. In de gedrukte december-uitgave 2021 wijdde Deutsche Wirtschafts Nachrichten meerdere artikelen aan het onderwerp transhumanisme. Steeds weer is er sprake, dat er in het transhumanisme aan de “vergoddelijking van de mensheid” wordt gewerkt. De politicoloog Coenen verwoordt dit zo:
“Transhumanisme is een glorificatie van wetenschap en technologie, een wereldbeeld dat geen God meer kent….. Voor mij is het transhumanisme duidelijk een oorlogsverklaring aan het christelijke wereldbeeld. De vertegenwoordigers van het transhumanisme zeggen in feite, dat de beloften van het christendom voor het hiernamaals al in het heden vervuld zullen worden.” Wie stond aan de wieg van het transhumanistische denken en wie zijn heden ten dage de actieve transhumanisten? De eerste visies met betrekking tot het transhumanisme ontstonden in de 19e eeuw. Ze kwamen van fervente communisten, socialisten of radicale atheïsten. Tegenwoordig zijn het machtige figuren in de IT-branche zoals Bill Gates, de twee Google-oprichters Larry Page en Sergey Brin, Elon Musk of de in Duitsland geboren Amerikaanse investeerder Peter Thiel, bij wiens bedrijf onlangs de voormalige Oostenrijkse bondskanselier Sebastian Kurz is toegetreden.
In zijn paperback Transhumanisme – de moderne toren van Babel – droom of werkelijkheid? toont dr. Daniel Wiener ook op het gebied van vrijmetselarij en occultisme sporen naar transhumanisme. In een Bijbelse beoordeling komt Wiener (zoon van de Maleachi-Kreis mede-grondvester Kurt Wiener) tot de conclusie, dat transhumanisme een moderne “Torenbouw van Babel” is. De transhumane mens bereidt zich voor om goddelijk te worden en een mensheid voort te brengen die een gemeenschappelijke digitale “taal” spreekt. Waar precies deze moderne Toren van Babel gelokaliseerd kan worden, beschrijft de gediplomeerde tandarts als volgt: “Voor transhumanisten is de – vanuit religieus oogpunt – meest interessante plek in deze wereld niet de Islamitische Staat of de Bible Belt (in de VS, red.), maar Silicon Valley, een van de belangrijkste locaties van de IT- en hightechindustrie. Daar bouwen goeroes nieuwe religies voor hen die weinig met God en alles met technologie te doen hebben. Ze beloven de oude verworvenheden: geluk, vrede, voorspoed en zelfs eeuwig leven; maar alleen hier op deze aarde met de hulp van techniek. Max More, een van de leidende activisten van de transhumanistische beweging, onthult wie uiteindelijk het transhumanisme vooruit stuwt. In zijn essay getiteld “Lob des Teufels” (= Lof van de duivel) schrijft hij: “De duivel – Lucifer– is een kracht van het goede. [….] Lucifer is de belichaming van rede, intelligentie en kritisch denken. Hij staat tegenover het dogma van God en van alle andere dogma’s. Het vertegenwoordigt de verkenning van nieuwe ideeën en nieuwe perspectieven op zoek naar de waarheid.” Iedere bijbellezer weet dat dit niet waar is, maar dat juist het tegenovergestelde het geval is. Satan is een leugenaar en bedrieger vanaf het begin. Al in de hof van Eden lokte hij Eva in de dodelijke val met de belofte, dat zij en Adam als God zouden kunnen zijn.
De paperback van dr. Daniel Wiener met de titel “Transhumanismus – Der moderne Turmbau zu Babel – Traum oder Wirklickikeit?” heeft 86 pagina’s, de uitgever is Lichtzeichen Verlag.
Bron: Topic, maart 2022
EMDR, zou je dat wel doen?
Een bezinnend artikel over EMDR is dat niet wat vergezocht? Het gaat immers over een techniek die bij velen gewoon lijkt te werken. Dan is het goed, toch? Of is er meer over te zeggen?
Wat is EMDR?
EMDR, Eye Movement Desensitization and Reprocessing, is een techniek die aanvankelijk als therapie ingezet werd bij de behandeling van mensen die last hadden van een post-traumatische stresstoornis (PTSS). Inmiddels worden ook successen beschreven van de inzet van EMDR bij eetstoornissen, rouwverwerking, chronische pijn, angst en depressie in welke vorm dan ook en een problematisch zelfbeeld. Maar niet alleen nare ‘flash-backs’ kunnen worden behandeld, men heeft ontdekt dat ook ‘flash-forwards’ in aanmerking komen voor EMDR. Anders gezegd: niet alleen als je problemen hebt met in het verleden opgedane ervaringen, ook als je je zorgen maakt over de toekomst kan het helpen! Iemand heeft het daarom bestempeld als de Haarlemmer olie voor probleemtherapie. EMDR is een vorm van psychotherapie, bedoeld om de heftigheid van een herinnering aan een traumatische gebeurtenis te doen uitdoven, althans om het blokkerende effect ervan weg te nemen. Eenvoudiger gezegd, het is een aanbevolen therapie voor mensen die last blijven houden van schokkende en belemmerende ervaringen. Mevrouw Francine Shapiro is de bedenker, eigenlijk ‘ontdekker’, ervan. Met behulp van ritmische oogbewegingen, aanrakingen of tikgeluiden beoogt men het traumatische van de herinnering terugbrengen tot aanvaardbare proporties.
De website De Online Psycholoog1 zegt daarover het volgende. ‘Ervaringen die in het langetermijngeheugen opgeslagen zijn, kun je weer naar voren halen. Ze komen dan in het werkgeheugen, wat een beperkte capaciteit heeft. Door tegelijkertijd het werkgeheugen te belasten met andere prikkels, kunnen de herinneringen die verbonden zijn met traumatische gebeurtenissen afvlakken. Dat kan door heen en weer bewegingen met de hand, afwisselende links-rechts-aanrakingen, geluiden of lichtimpulsen die ‘heen en weer’ bewegen. Als voordeel wordt genoemd, dat deze methode sneller werkt dan ‘jarenlang met een psycholoog over je trauma praten’. In veel gevallen wordt EMDR gecombineerd met gedragstherapie en cognitieve therapie. Het doel van gedragstherapie is om emoties en gedragingen die als hinderlijk of ziekmakend worden ervaren, te veranderen door aan datgene wat die emotie of dat gedrag veroorzaakt, positieve prikkels (beloningen) te koppelen. Cognitieve therapie stelt, dat niet gebeurtenissen maar gedachten over die gebeurtenissen ziekmakend zijn. Het doel is om anders te gaan denken, zodat disfunctionele gedachten worden weggenomen. Uiteraard is met deze uiterst korte omschrijvingen lang niet alles gezegd over deze therapievormen. Voor dit artikel is het echter voldoende. Therapeuten hebben zich verenigd in de VEN, de Vereniging EMDR Nederland. De VEN “is in april 2003 opgericht en is voortgekomen uit het EMDR Netwerk dat sinds 1994 bestaat. De Vereniging telde eind 2021 6.000 leden en is daarmee meteen één van de grotere psychotherapieverenigingen in Nederland.2” Men beweert, dat het resultaat blijvend is. Of men die bewering kan waarmaken, moet nog blijken. Onderzoek naar de werking, de mogelijke neveneffecten en de effectiviteit op lange termijn zijn volop aan de gang.
Alleen voordelen?
Over EMDR doen veel succesverhalen de ronde. In tijdschriften, op websites, op YouTube, overal kom je ze tegen: verhalen van mensen die een aantal EMDR-sessies hebben ondergaan en nu weer verder kunnen zonder dat de herinnering aan het trauma hen hindert in hun dagelijks leven. Ook bij kinderen, peuters zelfs, blijkt het effectief te kunnen zijn. Er zijn echter ook andere ervaringen. Zo zijn er mensen bij wie de techniek gewoonweg niet of onvoldoende werkt, ook niet na meerdere sessies. Als oorzaken worden onder meer genoemd persoonlijkheidsstoornissen, niet bij je gevoel willen komen, blokkering van je traumatische herinnering en het gebruik van medicatie (psychofarmaca). Het komt ook voor, dat er na de behandeling nieuwe angstgevoelens ontstaan. Tijdens de sessies wordt namelijk gevraagd om datgene wat het probleem of de angst veroorzaakt heeft, zo levendig mogelijk voor de geest te halen waardoor men zich ontregeld kan voelen. (Overigens wordt ook daarvoor begeleiding gegeven.) Als gevolg van de herinneringen kunnen nieuwe beelden naar boven komen die vervolgens als belemmerend worden ervaren. Verder worden genoemd slapeloosheid, hoofdpijn, concentratieproblemen, vergeetachtigheid en vermoeidheid. Er zijn mensen die na een EMDR-behandeling heftiger reageren in stressvolle onstandigheden; ze worden angstig, omdat ze merken geen grip op zichzelf te hebben.
Het Australian and New Zealand Journal of Psychiatry van november 1998 schrijft in een artikel over een man met een traumatische ervaring uit een gebroken huwelijksrelatie bij wie EMDR in toenemende mate een averechtse uitwerking had, zodat de behandeling gestopt moest worden.3 Rechtspsychologe Sanne Houben heeft onderzoek gedaan naar het optreden van valse herinneringen na EMDR. Die blijken namelijk ook voor te komen; er zijn gevallen bekend van mensen die zich na de behandeling zaken lijken te herinneren die er niet werkelijk geweest zijn. Haar werd tevens gevraagd hoe goed EMDR eigenlijk werkt. “Uit de vakliteratuur blijkt, dat de techniek vooral goed werkt bij patiënten met posttraumatische stress-stoornis (PTSS). Op de korte termijn wel te verstaan. Over de lange termijn valt weinig te zeggen, omdat die nauwelijks is onderzocht. EMDR wordt inmiddels ook toegepast bij andere stoornissen als angst, depressies, psychoses en eetstoornissen, maar het effect is daarbij klein. En als je de kwalitatief lage studies eruit filtert, is het effect zelfs nihil.”4De bewering dat het effect van EMDR blijvend is, lijkt vooralsnog pretentieus. Ondeskundigheid van de EMDR-therapeut kan ook tot brokken leiden. “EMDR is geen trucje. Trauma’s zijn vaak verweven met elkaar. Tussen de vele herinneringen die een cliënt heeft, moet je de juiste aanspreken. Zet je te snel EMDR in, dan kan dat meer kwaad doen dan goed. Je krijgt geen hersenbeschadiging van een verkeerde sessie. Maar behandel je een trauma verkeerd, dan kan een cliënt psychische klachten krijgen als depressie of boosheid.”5
Alleen een techniek?
Is EMDR nu alleen een techniek met een veelal positieve uitwerking of zit er ook nog een ideologie achter? Een wezenlijke vraag, toch? Het antwoord daarop zal mede bepalend zijn voor het al dan niet aanvaarden van deze therapievorm door christenen. Hoewel beweerd wordt, dat EMDR volkomen neutraal is, rijst toch de vraag of dat waar is. Het ophalen van een levendige herinnering in het werkgeheugen die vervolgens na afvlakking wordt ‘teruggeplaatst’ in het langetermijngeheugen (ankeren!), doet toch sterk denken aan een wezenlijk element uit de hypnotherapie6. Een heel andere kijk op EMDR krijgen we, als we ons de vragen stellen welke plaats lijden in het leven van een christen heeft en waar een christen met problemen en trauma’s zijn heil zoekt. Elk mens heeft in zekere zin te maken met lijden. De oorzaak ervan kennen we uit de Bijbel: door beïnvloeding van satan en ongehoorzaamheid aan God is de dood in de wereld gekomen. Geen mens kan zich eraan onttrekken. Het grote wonder is dat God het er niet bij heeft laten zitten. Hij is als Immanuël, God met ons, als de Lijdende in onze wereld van leed en dood gekomen om ons te verlossen van die dood. Jezus Christus heeft de zonde van de wereld op Zich genomen en weggedragen en daarom kunnen wij door Hem met de hemelse Vader verenigd worden. Want dat is het uiteindelijke doel: dat God de eer van alles krijgt.
Geloofskeuze
Vooropgesteld, buiten de Heere Jezus heeft Gods Woord geen antwoord op onze nood. Wie niet gelooft, heeft dan ook nergens heil te verwachten. Daarom klinkt de roep van het evangelie tot allen: Bekeert u en geloof het evangelie. Het voornaamste bezwaar zit hem in de visie op de mens. EMDR gaat uit van een humanistisch mensbeeld. Anders gezegd, het ‘ik’ staat hier in de schijnwerpers. ‘Ik wil van mijn trauma af’, ‘mijn probleem wil ik opgelost hebben’. EMDR lijkt dat te willen oplossen zonder God, want het is een ‘techniek’ waarbij geloof in de Heere Jezus geen enkele plaats heeft.
Een uiterst belangrijk aspect van het geloofsleven is gehoorzaamheid. Wie heeft het voor het zeggen in je leven; Wie heeft de regie over je hart, je gedachten, je plannen, je daden? Petrus zei het zo: Zo wete dan zeker het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, [namelijk] deze Jezus, Die [gij] gekruisigd hebt.7 Jezus is niet alleen Redder, Hij is Heere; en als Hij de Heere van je leven is, dan bepaalt Hij welke keuzes je maakt. Een vraag. Als Christus in mij leeft8, is er dan een situatie denkbaar waarin Hij niet bij machte is om te helpen? Kan het zijn dat de Heere Jezus in bepaalde omstandigheden niet kan helpen en dat we Hem daarom dankbaar zouden moeten zijn dat er therapieën en technieken als EMDR ontwikkeld zijn? Het opschrijven van deze vraag kost me eerlijk gezegd veel moeite. Hoe hebben de gelovigen het voorheen ‘gered’? Daarop geeft Gods Woord het antwoord. Hebreeën 11 spreekt van mensen die in de meest zorgvolle en benarde omstandigheden verkeerden, die bedreigd zijn door vuur, door leeuwen, door de dood, die leefden in eenzaamheid, in verdrukking. Waaruit hebben zij kracht ontvangen en hoe zijn zij staande gebleven? Van allen staat er: door het geloof. Paulus beschrijft in 2Korinthe 11 en 12 wat hij allemaal heeft doorgemaakt en wat was zijn anker? Hij die gezegd heeft Mijn genade is u genoeg.9
Ook Psalm 107 noemt verschillende moeitevolle omstandigheden waarin ‘de bevrijden van de Heere’ verkeren. Vers 27 zegt daarop: Doch roepende tot de Heere in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten. Nu is ook dát uiteindelijk niet het doel, want dan gaat het nog steeds om mijn angst en hoe ik daarvan verlost wordt en dan is er weinig verschil met het resultaat van een EMDR-behandeling bij een angststoornis. Hét grote doel waartoe God Zijn Zoon heeft gegeven en waartoe Hij ook helpt en redt in angsten, wordt in diezelfde Psalm zo verwoord: Laat hen voor de Heere Zijn goedertierenheid loven.
Gods Woord is er duidelijk over dat pastoraat de aangewezen weg is. Jakobus zegt het zo: Is iemand onder u in lijden? Dat hij bidde. Is iemand goedsmoeds? Dat hij psalmzinge. Is iemand ziek onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heeren. En het gebed des geloofs zal de zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden.10 Dat doet me denken aan de Psalm die zegt: Het is beter tot de Heere toevlucht te nemen, dan op de mens te vertrouwen.11 De belofte van de Heere Jezus is een zeker houvast in alle omstandigheden: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde12 Tenslotte, in Psalm 3 gaat het over David die achtervolgd werd en in bedreigende omstandigheden verkeerde en hoe hij staande kon blijven. Dat de laatste woorden ook voor ons leidend zullen zijn: Het heil (Hebr.: Yeshua!) is des Heeren.13
Hans van Buren
Bronnen
1. https://www.de-online-psycholoog.nl/emdr-therapie-wat-is-het-en-hoe-werkt-het/
2. https://www.emdr.nl/vereniging-emdr-nederland
3. ‘Adverse effect of EMDR: a case report’, Robert M Kaplan en Vijaya Manicavasagar.
4. https://www.observantonline.nl/Home/Artikelen/id/55632/emdr-kan-valse-herinneringen-uitlokken
5. https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/57101/emdr-therapie-geen-trucje-brigitte-terug-bij-af-door-klungelende
6. Een vorm van psychotherapie waarbij gebruik gemaakt wordt van een lichte trance. Daardoor zou het onderbewustzijn gemakkelijker te bereiken zijn, waardoor (belemmerende) gevoelens en gedachten beter inzichtelijk zouden worden. Vervolgens kan de therapeut daarop inspelen en de hulpvrager begeleiden op weg naar herstel. Hypnose is de oudste en bekendste vorm van hypnotherapie, maar er zijn ook andere therapieën die gebruik maken van hetzelfde principe.
7. Handelingen 2.36
8. Galaten 2.20
9. 2Korinthe 12.9
10. Jakobus 5.13-15
11. Psalm 118.8
12. Mattheüs 28.10
13. Ps 3: 9
De uitdagingen voor christelijke scholen;
De Bijbel (nog) als norm of (vanwege de druk) toch maar mee met de maatschappelijke hype?
“Hier kwam het bericht dat het vandaag Paarse Vrijdag is op school. Is dat verplichte stof voor het primair onderwijs, of kan het bijzonder onderwijs daar een andere keuze in maken?”
De tekst hierboven komt uit een bericht, dat ik half december 2021 kreeg van een ouder van een christelijke school. Ik ontving het vanwege mijn werk als directeur van een (andere) christelijke basisschool. De ouder was achteraf geïnformeerd, dat de school van zijn kinderen via een bekende Nederlander (die een online-gastles gaf) aandacht had besteed aan Paarse Vrijdag. Wat daarna volgde, was een inhoudelijke dialoog tussen mij en deze ouder over de kerndoelen en het maken van keuzes vanuit de christelijke identiteit.
Wat is Paarse Vrijdag?
Het GSA (Gender & Sexuality Alliance) omschrijft het op haar website als volgt: ‘Paarse Vrijdag is dé grote actiedag van de GSA. Door elk jaar op de 2e vrijdag in december de school paars te kleuren, zet de GSA zich in voor seksuele- en genderdiversiteit als norm.’
Het doel van de eerder genoemde online-gastles.
Bij het YouTube-fragment van de betreffende gastles staat vermeld: “Als je jezelf niet bent, ontneem je jezelf geluk. Daarnaast is het zonde als je wordt tegengehouden in het omgaan met mensen die jou gelukkig maken.”
In deze online les legt een bekende Nederlander uit, “dat Paarse Vrijdag een mooie dag is om aan je omgeving te laten wie je écht bent. Dat je jezelf kan en mag zijn, ongeacht op wie je verliefd wordt of wat je huidskleur is.” Ook komt het thema racisme in deze les voorbij.
Vrijheid van onderwijs en kerndoel 38
In Nederland is vrijheid van onderwijs een grondrecht. Iedereen mag een school oprichten die past bij de eigen overtuiging (artikel 23 van de Grondwet). Er zijn landelijke kerndoelen (2006). Kerndoel 38 zegt: De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit. Dit laatste is in 2013 toegevoegd aangezien niet elke school (voldoende) aandacht bleek te besteden aan seksuele diversiteit en vanwege de kwetsbaarheid van lhbti-jongeren (jongeren die lesbisch, homoseksueel, biseksueel en/of transgender zijn) die te maken kregen met negatieve reacties daarop.
Het belang van seksuele ontwikkeling in maatschappelijk en Bijbels perspectief. Seksuele ontwikkeling is een vanzelfsprekend onderdeel van de ontwikkeling van kinderen. Het is belangrijk, omdat zelfkennis, zelfacceptatie en het maken van zelfstandige keuzes een basis zijn om (later) relaties met anderen te kunnen opbouwen. Daarbij hoort weerbaarheid in bedreigende situaties, het “nee” kunnen zeggen als grenzen overschreden (dreigen) te worden en leren wat je rol is als vriend of vriendin als (toekomstig) huwelijkspartner. Een kind leert zo betekenis te geven aan het leven vanuit belangrijke waarden en normen in onze maatschappij. Vanuit Bijbels perspectief kunnen we onze kinderen vertrouwd maken met hun eigen lichaam en de wonderlijke schepping daarvan. Daarbij past kennis over de Bijbelse invulling van seksualiteit en zo kan elke christelijke school binnen de kerndoelen een passende invulling geven aan kerndoel 38 waarvan aandacht voor seksuele diversiteit een onderdeel is.
Maatschappelijke druk en servicegerichtheid van maatschappelijke organisaties.
Seksuele diversiteit is een onderdeel van de kerndoelen. Het is opmerkelijk, dat er momenteel sprake is van een toenemende maatschappelijke druk en een opkomende ‘servicegerichtheid’ vanuit maatschappelijke organisaties die zich hard maken voor seksuele opvoeding op zeer jonge leeftijd en met name wat de seksuele diversiteit betreft.
Er is de actiedag Paarse Vrijdag met een lespakket en posters die door scholen zijn aan te vragen. Paarse Vrijdag is een geregistreerd merk van de Federatie COC Nederland, zo is te lezen op de website van het COC. Het lespakket ‘Astra en ik’ is geschikt voor kinderen van groep 3 en 4. De strekking van de les is, dat het enige wat je hoeft te doen, is van binnen te voelen wat je leuk vindt of wie je leuk vindt en dat je iets gewoon kunt proberen (b.v. op wie je verliefd wordt). Het is bijvoorbeeld net als bij spruitjes eten, misschien vind je dat toch wel lekker.
Binnen de Week van de Lentekriebels was seksuele genderdiversiteit in maart 2021 het centrale thema. Zo wordt seksuele diversiteit steeds vaker onder de aandacht gebracht. De visie is vaak ‘klip en klaar’ beschreven. Op seksuelevorming.nl wordt verwoord, dat het erom gaat om bewust de heteroseksuele norm los te laten en het gesprek over diversiteit op gang te brengen. Vervolgens is daarover lesmateriaal en een lesplan te downloaden. Een regelrechte en niet verhullende oproep om de Bijbelse norm te laten varen.
De kerndoelen en ‘school met de Bijbel zijn.’
Terug naar de inleiding van dit artikel en de vraag van de ouder: “Paarse Vrijdag: is dat verplichte stof voor het primair onderwijs, of kan het bijzonder onderwijs daar een andere keuze in maken?”
Zonder enige twijfel ben ik van mening dat je als (christelijke) school daarin – zelfs binnen de kerndoelen – een andere keuze kan en moet maken. Naast de (levensbeschouwelijke) visie van de school, zijn wettelijke eisen bepalend voor de leerdoelen van het burgerschapsonderwijs waaronder de kijk op jezelf en anderen. Het gaat hier om leerdoelen die bijdragen aan de kennis over en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, waaronder waarden als vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, tolerantie en dus het afwijzen van onverdraagzaamheid en discriminatie. Het gaat om de ruimte om jezelf te zijn en de mogelijkheid om zelfstandig te handelen, om het tonen van wederzijds respect en het rekening houden met anderen. In het verlengde hiervan is het vanzelfsprekend, dat je als kind andere kinderen niet discrimineert op basis van seksuele diversiteit. Het doet niets af aan de Bijbelse leer die ons wijst op de gebrokenheid van de schepping en de zonde van de mens rondom seksualiteit. Dit gegeven hoeft een christelijke school niet te verloochenen, omdat een website bewust oproept om de heteroseksuele (christelijke) norm los te laten. Het doet denken aan de bekende woorden ‘School met de Bijbel’ op de muur van menig christelijk schoolgebouw. Die woorden zijn zowel confronterend als bemoedigend. Ze impliceren immers, dat de school in haar handelen de Bijbel als leidraad neemt. De vraag die zich meer en meer opdringt is: gebeurt dit nog en wie is daar sturend in? Hoe ga je om met de kerndoelen vanuit de overheid waar je als school Bijbels gezien mee in de knel komt? Welke keuzes maak je vanuit de christelijke identiteit?
Het start met een visie op christelijk onderwijs
We kennen vrijheid van onderwijs. Dat vraagt vervolgens om een visie op christelijk onderwijs en positionering van de school in de wijk. Die duidelijkheid mogen ouders, die doelbewust kiezen om hun kind naar een christelijke school te laten gaan, ook verwachten. Binnen het onderwijs vervullen leerkrachten een sleutelrol. Het is daarom belangrijk om als schoolteam de schoolvisie en missie helder te hebben. Van daaruit kun je handelen en verantwoording afleggen. Praat daarover als team. Zo behandelden wij enkele jaren geleden aan het begin van een vergadering de tekst uit Colossenzen 3:23-24:
Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Heere en niet voor mensen; gij weet toch, dat gij van de Heere tot vergelding de erfenis zult ontvangen. Gij dient Christus als heer.
We bespraken wat deze Bijbeltekst voor ons persoonlijk en voor ons (christelijk) onderwijs zou kunnen betekenen. Uit het nagesprek kwamen we gezamenlijk tot de conclusie, dat wij als team (en persoonlijk) geroepen zijn om naar ons vermogen de kinderen, die door de ouders aan ons zijn toevertrouwd, zo goed als mogelijk Bijbels genormeerd kwaliteitsonderwijs in een veilige omgeving te bieden.
Vanuit de visie dat we ons werk doen ‘als voor de Heere’, staat de levende relatie met Jezus Christus dagelijks centraal. We dragen dat uit in de omgang met elkaar. Van onze leerlingen en hun ouders vragen we hiervoor respect. In een veilige omgeving werken we in alle openheid en met achting voor elkaar. Elk kind gaat zo lerend zijn/haar weg om tot zijn bestemming te komen. Dat is Gods doel met zijn/haar leven. We leren onze kinderen keuzes maken in een wereld met eindeloze mogelijkheden. We maken onze kinderen dus zelfredzaam in deze continu veranderende samenleving. Daarbij hoort vanuit de kerndoelen ook aandacht voor (seksuele) diversiteit. Het benoemen van het feitelijke bestaan van genderdysforie (een sterk gevoel van onvrede met het geslacht waarmee iemand geboren of opgegroeid is) is onderdeel van het onderwijs. De christelijke leerkracht kan dit behandelen in de groep, er ligt hier zelfs een kans. Het bestaan van seksuele diversiteit en de mogelijke verwarring die dit met zich meebrengt, kan immers vanuit de christelijke normen en waarden in vergelijking met andere (in de maatschappij geldende) normen en waarden besproken worden. Dit los van de vraag op welke leeftijd en met welke intensiteit dit het meest passend is.
De christelijke school zelf bepaalt het lesaanbod
Een school zou niet uit gemakzucht of angst mee hoeven te gaan met de maatschappelijke lobby of actiedag van GSA, omdat belangenorganisaties dat ‘voorschrijven.’ Een (christelijke) school kan waardevol vanuit de kerndoelen, maar op haar tijd en op haar manier, vanuit de visie op (christelijk) onderwijs verschillende maatschappelijke onderwerpen behandelen op een leeftijd waarbij het schoolteam dat passend vindt en de ouders/verzorgers daarover informeren. Niet omdat het volgens een maatschappelijke organisatie de dag is om dit te doen en vervolgens deze organisatie aan de school het ‘benodigde’ lesmateriaal aanlevert.
Niet een externe organisatie, maar de schoolleiding is eindverantwoordelijk voor het onderwijsaanbod.
Het lesmateriaal dat en de hoeveelheid aandacht die de school nodig denkt te hebben om tegemoet te komen aan de kerndoelen bepaalt de school. Er zijn overigens erkende methoden voor seksuele opvoeding vanuit een christelijke visie (b.v. Wonderlijk Gemaakt) die een school kan gebruiken binnen de jaarplanning. Mogelijk gaat de vergelijking wat mank, maar een school maakt dagelijks veel keuzes, bijvoorbeeld of zij wil deelnemen aan Nationale Pannenkoekendag. Zo zijn er talloze ‘bijzondere’ dagen. Het niet deelnemen aan die pannenkoekendag wil ook niet zeggen dat kinderen niet leren wat een pannenkoek is, voordat zij de basisschool hebben verlaten.
Niet van de wereld, maar in de wereld.
Het lijkt erop dat (christelijke) scholen bezwijken onder de overtrokken maatschappelijke sociale druk, alsof het niet deelnemen aan Paarse Vrijdag of onvoldoende aandacht voor seksuele diversiteit als thema een schande of maatschappelijke politieke misser is. De christelijke scholen leven niet onder een steen: zij weten dat de kinderen in aanraking komen met gedachtegoed, literatuur, beeld en media, die schadelijk kunnen zijn voor hun ontwikkeling. Scholen weten ook, dat ze een taak kunnen vervullen om samen met de ouders de kinderen respect te leren en begrip voor anderen bij te brengen. Elke leerkracht heeft de waardevolle sleutelrol om – als verlengstuk van de opvoeding thuis – de kinderen voor te leven in het maken van verstandige keuzes. Een leerkracht op een christelijke school doet dat Bijbels genormeerd. Voor een christelijke school is de Bijbel gezaghebbend. Het is als een licht op het pad (Psalm 119). Zo word je niet van de wereld, maar sta je in de wereld.
God betrekken bij de dagelijkse schoolzaken en kinderleven.
Wat we ook nodig hebben, is gebed. Veel christelijke scholen weten zich (nog) gesteund door een gebedsgroep. Vaak bestaan ze maar uit enkele leden. De gebedsgroep van de school waar ik werk, deed onlangs een oproep voor nieuwe leden, waarmee ze meteen het doel beschreven: we komen met een aantal ouders bij elkaar om kinderen en leerkrachten in gebed op te dragen aan God. Samen bidden we voor allerlei zaken op school, zoals wijsheid en inzicht bij het lesgeven, om bescherming tegen verkeerde invloeden en alles wat er in deze wereld op onze kinderen afkomt. Vragen om leiding bij keuzes die kinderen en personeel elke dag moeten maken. Kortom: God betrekken bij het dagelijkse school- en kinderleven.
Dankbaar ben ik voor deze ouders. Het is als een christelijke gemeenschap zoals verwoord in Mattheus 5:13-16, die zich geroepen weet om zoutend zout en lichtend licht te zijn in de wereld.
De uitdagingen voor christelijke scholen, een conclusie en oproep. Wees als school duidelijk en helder waarom je welke keuzes maakt. Ga in gebed en laat voor de school bidden. Ouders, bid voor de school van je kind. Een christelijke school maakt voortdurend keuzes. Waar er een christelijke methode bestaat voor het geven van seksuele voorlichting is het niet altijd gemakkelijk, als het gaat om andere lesmethoden. Toch geldt ook hier de verantwoordelijkheid vanuit de identiteit van de school. De leerkracht is al lang geen slaaf meer van de methode. Vanuit de christelijke visie worden keuzes gemaakt welke lesstof behandeld wordt en op welke manier. Dat kan uitstekend binnen de kerndoelen. Laat, Bijbels gezien, je licht maar schijnen. Ga als christelijke leerkracht in gesprek, leef voor, wees een zoutend zout, zonder anderen te veroordelen, maar wijs op het Woord van God. Onze Hemelse Meester is ons daarin voorgegaan.
Martijn van der Weerd
Bronnen bij het artikel
https://basisschool.coc.nl/paarse-vrijdag/paarse-vrijdag-werkboekje/
https://seksuelevorming.nl/onderwerpen/week-van-de-lentekriebels/thema-week-van-de-lentekriebels-2021-seksuele-en-genderdiversiteit/
https://paarsevrijdag.nl/basisschool#section-2
https://www.youtube.com/watch?v=yq0M0GuCKm4
https://wonderlijkgemaakt.nl/
https://basisschool.coc.nl/wp-content/uploads/2021/06/COC_Astra_converted.m4v
Het gezin als golfbreker
We leven in de postmoderne tijd waarin ieder zijn waarheid mag hebben. Ook als christenen zijn we kinderen van onze tijd. De ideeën en ‘ismen’ van deze tijd sijpelen onze christelijke scholen en gezinnen binnen. Onze kinderen leven in een wereld van mobiele telefoons waarop zij in aanraking kunnen komen met dingen waarvan je als ouders geen weet hebt. Wat ze tegenkomen in games, op YouTube, TikTok en andere social media heeft een grote invloed in hun leven. We leven in een heel andere wereld dan 10-15 jaar geleden. De invloed bevindt zich in hun broekzak. Wees je ervan bewust, dat ze beïnvloed worden. En die invloed is krachtig en diepgaand. Wat ze daar tegenkomen, dringt diep tot in hun wezen door.
Golfbreker
Een stabiel gezin, gegrond in het Woord van God, kan een golfbreker zijn voor alle invloedsgolven die dagelijks over je kinderen heen stromen. Golfbrekers beschermen de kust tegen nadelige invloeden van zeestromingen. Laat jouw gezin zo’n golfbreker zijn. Bouw je gezin op zo’n manier, dat je kinderen in jouw gezin beschermd worden tegen nadelige invloeden van alle invloedsgolven die hen overspoelen. Daarom wil ik hier een aantal praktische handvatten geven. Zie het belang ervan in en investeer in je gezin. Maak er tijd voor vrij en wees proactief. Vaak reageren we als ouders reactief. We zien een probleem en gaan aan de slag. Maar in het bouwen aan je gezin als golfbreker is het juist zo mooi om vooral proactief aan de slag te gaan. Zo kun je in wijsheid heel veel schadelijke invloeden counteren met de waarheid. We weten, dat de wereld om ons heen hele andere normen en waarden voorstaat en we weten dat sinds de opkomst van de gsm de golven steeds sneller, harder en hoger worden. Zonder golfbrekers kalft alles af. Laat jouw gezin zo’n golfbreker zijn waarin je kinderen elke dag geconfronteerd worden met de waarheid van Gods Woord.
Ken je Bijbel
Het eerste punt is dat wij als opvoeders zelf onze Bijbel moeten kennen. Misschien heb je een druk gezin of een drukke baan, toch is het van levensbelang dat je elke dag persoonlijk tijd doorbrengt met God en Zijn Woord. Want het zijn alleen die woorden die leven brengen. Het zijn ook die woorden die we nodig hebben om een antwoord te hebben op alle vragen en uitdagingen waar onze kinderen ons voor stellen. In 1Petr 3:15 lezen we: Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is. En wees er maar zeker van, dat je kinderen je rekenschap vragen. Misschien niet altijd expliciet, maar zij willen weten wat jij vindt. Adviezen van ouders hebben een grote invloed op veilig gehechte kinderen. Het woord ‘rekenschap’ dat in deze tekst staat, is een woord met een juridische achtergrond. Het gaat er niet om, dat jij zomaar iets over jouw gevoel vertelt of over hoe jij het geloof ervaart. Nee, het Griekse woord dat hier staat is ‘apologia’. Het is een woord dat gebruikt wordt voor de verdediging in een rechtszaak. Daar kom je met feiten. Zo is het ook in het rekenschap geven van je geloof. Dan kom je naar je kinderen toe met: ‘Er staat geschreven…’.
Onderwijs jezelf
Naast dat je het Woord moet kennen, is het ook van groot belang dat je jezelf onderwijst. Weet waar je kinderen zich mee bezighouden. Luister naar waar de maatschappij zich mee bezighoudt. Verdiep je in de muziek die je kinderen luisteren en bekijk de filmpjes die zij
bekijken. Luister naar debatten tussen atheïsten en christenen. Lees boeken van mensen die vanuit de wereld tot geloof zijn gekomen. Zij kunnen vaak zo goed de pijnpunten aanwijzen. Verdiep je in apologetiek, want het christelijk geloof is een redelijk geloof. Houd je ogen en oren wijd open, als de radio aanstaat of de krant op de mat valt. In dit opzicht kan ook een magazine als dit grote diensten bewijzen. Als ouders hebben we een grote invloed en daarom moeten we alert zijn op de leer van mensen, zodat niemand ons en onze kinderen als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus (Kol 2:8).
Vertel het evangelie
Vertel je kinderen het evangelie van genade. Vertel ze telkens opnieuw van schepping, zonde(val), kruis, opstanding en de nieuwe schepping. Het kan voorkomen, dat je kind wel veel verschillende verhalen uit de kinderbijbel heeft opgepikt, maar nog nooit het pure evangelie heeft gehoord. Jaren geleden gaf ik les aan een 4e klas ASO (vwo in NL). Ik maakte een kleine excurs in een les kerkgeschiedenis en vertelde ze het Evangelie. Twee 16-jarige dames uit een christelijk gezin reageerden: ‘Oh, nu begrijpen we het. Nu komen lijntjes bij elkaar. Wist u, dat we dit nog nooit gehoord hadden?’ Veel tieners in christelijke kerken en gemeenten zijn ook beïnvloed door het Moralistisch Therapeutisch Deïsme (MTD). Dit denken kan het Bijbels christendom van binnenuit verwoesten. Bij het MTD draait het om 5 basis-overtuigingen.
1. Er bestaat een God die de wereld heeft geschapen en vormgeeft en Die waakt over het menselijk leven op aarde.
2. God wil, dat mensen goed, aardig en eerlijk voor elkaar zijn, zoals de Bijbel en de meeste andere wereldgodsdiensten ons leren.
3. Het centrale doel van het leven is gelukkig te zijn en je goed te voelen over jezelf.
4. God hoeft niet specifiek betrokken te zijn in iemands leven, behalve wanneer Hij nodig is om een probleem op te lossen.
5. Goede mensen gaan naar de hemel, als ze sterven.
Het lijkt heel mooi, want God bestaat en wil, dat wij in Zijn wegen wandelen en goed doen. Maar het probleem met MTD is dat het uiteindelijk draait om eigenwaarde, persoonlijk geluk en het goed kunnen opschieten met elkaar. Het heeft nog weinig te maken met het Bijbelse geloof dat bekering, berouw, opofferende liefde, nederigheid en reinheid van hart leert.
Bouw een ‘gezinsaltaar’
Een gezinsaltaar lijkt misschien een vreemd woord. Het is een letterlijke vertaling van het woord ‘family altar’ wat een Amerikaanse vriend van ons altijd gebruikte. Hij bedoelde daarmee de tijd die je samen als gezin rondom het Woord voor het aangezicht van God doorbracht. Want het zijn onze gebeden die als reukwerk voor Gods aangezicht komen. Onze gebeden komen op het altaar voor Zijn troon (Ps 143:2; Op 8:3-4). Maak dagelijks tijd samen met je gezin om tot Gods troon te naderen. Zorg dat jullie gebeden in die schalen liggen (Op 5:8). Lees samen het Woord. Daarin leer je God kennen, ontvang je woorden om Hem te aanbidden. Zing samen en bespreek met elkaar de dingen van de dag in het licht van Gods Woord. Het is belangrijk deze tijd voor te bereiden. Niet in de zin van dat je elke dag iets daarvoor moet voorbereiden. Dan zou je al snel weer afhaken. Maar in de zin van het over een langere periode te zien. Maak bijvoorbeeld een gebedsdoos met daarin gebedskaartjes voor alles en iedereen waar je voor wilt bidden. Laat de doos rondgaan en elk gezinslid een kaartje pakken om voor te bidden. Plan de bijbelgedeelten die je als gezin wilt gebruiken. Leg liedbundels en Bijbels op een gemakkelijk bereikbare plaats. Als je op zoek gaat, kun je allerlei hulpmiddelen vinden, maar het belangrijkste is dat het zo eenvoudig mogelijk blijft. Laat dagelijks jullie reukwerk opstijgen tot voor Gods troon.
Maak tijd voor bijbelstudie
Alhoewel we als christenen de Bijbel belangrijk vinden, is de kans groot dat je samen als gezin de Bijbel toch niet opendoet. Amerikaans onderzoek heeft aangetoond, dat minder dan 1 op 10 christelijke gezinnen samen de Bijbel leestien onderzoek onder 11.000 christelijke tieners toonde aan, dat slechts 12% van hen regelmatig met hun moeder over geloofszaken praatii. Als in jullie gezin de Bijbel naar een achterkamertje is verwezen en er weinig of niet over het geloof gesproken wordt, zullen je kinderen weinig reden hebben om de Bijbel als gezaghebbend voor hun leven te zien. Er is trouwens een verschil tussen samen de Bijbel lezen en samen bijbelstudie doen. Bij het lezen leren je kinderen de verhalen en gebeurtenissen, raken ze bekend met geestelijke taal. Maar door bijbelstudie leren ze ontdekken wat dit allemaal betekent en ontdekken ze een lijn. Bij bijbelstudie kijk je naar vragen als: Wie schreef dit boek? Aan wie werd dit geschreven? Waarom werd het geschreven? Wat betekent dit vers in de context van het geheel? Hoe is dit van toepassing in mijn leven? Deze vaardigheden leggen een basis voor vele jaren geloofsgesprekken.
Ga het gesprek aan
Het christelijk geloof is een geloof van relatie en communicatie. Dat zien we in hoe de Heere Jezus en Paulus door het land gingen. Maar we zien het ook al vanaf het begin van de schepping. God schiep man en vrouw in een gezin. Het is in het gezin dat het geloof wordt
overgedragen aan een nieuwe generatie. Ouders moeten het aan hun kinderen doorgeven (Deut 6; Ps 78, 145; Ef 6; Tit 2). Daarom zijn tijden van bijbelstudie en ‘gezinsaltaar’ ook zo belangrijk. Die tijden geven je kinderen de ruimte om na te denken en vragen te stellen over geloofszaken. Het wekt hun interesse. Wees in de communicatie niet alleen gericht op de vragen die zij hebben, maar geef ook aandacht aan de vragen die zij niet stellen. Bespreek de onderwerpen die belangrijk zijn, maar waar zijzelf nooit opkomen.
Liefde en genade
Hét kenmerk van een christelijk gezin is de liefde die zij onderling betonen. Die liefde die actie vraagt. In deze tijd is het zo belangrijk dat kinderen een liefdevol en begripvol thuis hebben. Een thuis waar ze onvoorwaardelijke liefde vinden. Bouw aan een huis vol liefde en genade. Het is thuis dat kinderen het concept genade moeten leren om zo een genadevolle Vader te leren kennen. Natuurlijk moet ongehoorzaamheid gestraft worden, moet verkeerd gedrag aangepakt worden. Maar laat dit alles gebeuren in een geest van liefde en vergeving. Bouw aan zo’n gezin, dat wat je kinderen ook uitgespookt hebben, ze altijd mogen weten bij mijn ouders ben ik welkom!
Bijbelse wereldbeschouwing
Een gevolg van de invloed waarover ik in de inleiding sprak, is dat je je bewust moet zijn dat je kinderen mogelijk heel anders denken dan jij. Zeker op het gebied van identiteit, relaties en seksualiteit. Dingen die voor jou vanzelfsprekend zijn, ziet jouw kind misschien wel heel anders. Houd daarom altijd het gesprek met je kind gaande. Verbreek de communicatie niet. Als jij niet spreekt, zal iemand anders wel spreken. Laat in jouw huis de waarheid van Gods Woord de boventoon voeren. Zodat je kinderen door het leven in jullie gezin een Bijbelse levensbeschouwing ontwikkelen.
Wilma Samyn
i Search Institute, Effective Christian Education: A National Study of Protestants Congregations, Minneapolis, MN, The Institute, 1990
ii George Barna, Revolutionary Parenting: Raising Your Kids to Become Spiritual Champions, Carol Stream, IL, Barnabooks, 2010