We zullen DV in een aantal artikelen personen zien, die allemaal iets in hun hand hadden. We beginnen met Mozes en …………………….., ja u ziet het goed: Op de stippellijn mag u uw eigen naam invullen. Voordat deze vraag tot u komt, kwam deze vraag tot de schrijver en het is zijn bede en wens, dat de Heere Jezus dit artikel gebruikt tot Zijn eer.
Toestand van het volk Israël
In Exodus 3:4 wordt Mozes door God Zelf geroepen en naar Egypte gezonden, om de Farao te zeggen, dat hij Gods volk moet laten vertrekken. Het doel was:”om mijn volk, Israëlieten, uit Egypte te leiden.” Veertig jaren zijn voorbij gegaan, nadat Mozes uit Egypte gevlucht was. Veertig jaren van slavernij voor de Israëlieten (2:23). Jaren waarin de Israëlieten zuchtten en het uit schreeuwden, “zodat hun hulpgeroep omhoog steeg tot God.”
Vier uitvluchten
Mozes heeft vier uitvluchten om niet te hoeven doen wat God van hem vraagt:
a. Ex. 3:11:”Wie ben ik, dat ik naar Farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?”
b. Ex.3: 13: “Hoe is zijn naam?” M.a.w. Hoe heet Degene, Die mij stuurt?
c. Ex. 4:1: ” Als ze niet geloven en niet naar mij luisteren …….. ?
d. Ex. 4:11: “…….want ik ben zwaar van mond en zwaar van tong.
Gods geduld
Hoe geduldig is God met Mozes. God neemt de tijd voor Mozes en Hij geeft antwoord op alle vier uitvluchten.
Op uitvlucht a Ex. 3:11:”Wie ben ik, dat ik naar Farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?” “Ik ben immers met u!” Mozes denkt heel klein van zichzelf, maar gebruikt het verkeerd, nl. om onder een opdracht van de Heere uit te komen. Maar als Hij ons iets vraagt om te doen, mogen we weten, dat we dat niet in eigen kracht hoeven te doen. Hij is immers met mij en u!
Gods hulp en bijstand
Op uitvlucht b. Ex.3: 13: “Hoe is zijn naam?” M.a.w. hoe heet Degene, Die mij stuurt? Ook hier geeft de Heere antwoord in vers 14:”Ik ben, die Ik ben.” Doet dit ons niet denken aan het Nieuwe Testament waar de Heere Jezus in Mattheüs 14: 27 de volgende woorden spreekt, als zijn discipelen Hem aanzien voor een spook: “ Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd.”
Zien we hier de Heere Jezus niet als Degene die moed geeft, als Degene Die de God van het Oude Testament is als de Onveranderlijke, in de gedaante van een mens, maar ook als Degene die de vrees wegneemt?
Het kan zijn dat als de Heere ons een opdracht geeft ( en Hij doet dat!) dat we net als Mozes, misschien geen moed hebben en bang zijn. Nu, Hij is daar met u en mij en geeft ons moed en Hij neemt de vrees weg.
In mijn tijd in Kameroen moest ik voor onze christelijke boekwinkel belastingvrijstelling bepleiten bij een hoge ambtenaar van de belastingen. Ik had het steeds maar voor me uit geschoven, u kent dat misschien ook wel, tot op een zeker moment dat de Heere me duidelijk maakte dat ik moest gaan. Ik vroeg de Heer met me mee te gaan, maar mij, voordat ik ging, nog een vers uit Zijn Woord te geven. Ik was voor mezelf in de Spreuken bezig en kwam bij hoofdstuk 29:25:”Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de Heere vertrouwt, is onaantastbaar.” Toen ik bij de man binnenkwam, bibberden mijn knieën. Hij vroeg wat ik
wilde. ‘k Legde hem de vraag voor en liet hem een aantal exemplaren van onze boeken zien en vertelde wat ze kosten. Zijn ogen begonnen te stralen, toen ik vertelde welk doel we hadden met deze literatuur. Niet voor geldelijk gewin, maar tot meerdere eer en glorie van de Heere Jezus!
Hij bleek ook een broeder in Christus te zijn. (We kregen de vrijstelling! Niet omdat we elkaar herkenden als christenen, maar omdat we geen winstoogmerk hadden.) Hoe beschamend voor mij. In mijn auto ben ik maar eerst een half uurtje stil geweest ……………
Gods middelen
c. Ex. 4:1: ” Als ze niet geloven en niet naar mij luisteren …….. ?
Ook hierop had de Heere een antwoord: “Wat hebt gij daar in uw hand ?” Dat is ons thema. Ik wil hier straks graag verder op ingaan.
Gods leiding
d. Ex. 4:11: “…….want ik ben zwaar van mond en zwaar van tong.
De Heere antwoordt en laat niets over van Mozes’ uitvlucht: “Wie heeft de mens een mond gegeven………… Nu dan ga heen. Ik zal met uw mond zijn en u leren, wat gij spreken moet.”
Ook hier is weer een bemoediging voor Mozes en zo ook voor ons:
Ik zal: a. met uw mond zijn, waarbij ik en u mogen bidden:
“HERE, stel een wacht voor mijn mond, waak over de deuren van mijn lippen;” Ps.141:3
b. u leren, wat gij spreken moet.
Hij zal ons dat wat we, bijvoorbeeld tegen onze kinderen moeten zeggen, en dat zijn soms moeilijke gesprekken, nietwaar, te binnen brengen, wanneer wij ons door Hem laten leren en leiden. Anderzijds is daar ook het gebed uit Psalm 19:15, dat iedere ouder mag bidden, voordat hij/zij een gesprek met zijn/haar kind(eren) aangaat:
| “Mogen de woorden van mijn mond en de overleggingen van mijn hart U welgevallig zijn, o Heere, mijn rots en mijn verlosser.” |
|
Hoe belangrijk ons te spiegelen aan de Heere Jezus Zelf. Hij kon zeggen in Johannes 8:26: “ Ik spreek wat Ik van Hem gehoord heb, dat spreek Ik tot de wereld.” En in vers 28 van datzelfde hoofdstuk: “Doch dat Ik dit spreek, gelijk de Vader Mij geleerd heeft.”
Even praktisch
Hoe zal Hij ons leren, wat wij spreken zullen? Door het van Hem te leren! Te lezen in Zijn Woord en dat te bewaren in onze harten. Psalm 119:11
Toch blijft Mozes tegenstribbelen en uiteindelijk wordt de Heere boos op Mozes en geeft hem Aäron mee. Aäron, die hoewel hogepriester, niet bepaald een hulp zou zijn in sommige situaties. (Vergelijk het gouden kalf).
Ik kom terug op punt c. Ex. 4:1: ” Als ze niet geloven en niet naar mij luisteren …….. ?
Ook hierop had de Heere een antwoord: “Wat hebt gij daar in uw hand ?” Mozes antwoordt hierop: “Een staf.” Een staf is zo iets onbeduidends in onze ogen. Maar wat zien we? De Heere wil deze staf gebruiken om Zijn kracht en Majesteit te laten zien. Die staf, iets onbeduidends in onze ogen misschien, is belangrijk in Gods ogen: vs 17: ”Deze staf waarmede gij de tekenen moet doen, moet gij in uw hand nemen.”
Vs 20b:”ook nam Mozes de staf Gods in zijn hand.” Wie z’n staf ook alweer? Mozes’staf? NEEN! De staf van God!
Wat hebt u in uw hand?
Lieve zuster in de Heer, ik kom tot de kern: “Wat hebt u in uw hand ?” Misschien denkt u, dat wat ik in mijn hand heb, dat is zo eenvoudig, daar kan de Heere Jezus toch niets mee! O nee? En die ene tekstkaart met een Bijbelvers erop aan die alleenstaande, die eenzame , zonder familie, of die hand op de schouder van dat ene meisje, dat net haar moeder verloor, of dat kopje thee voor uw eigen kinderen? Ik ben er zeker van dat u genoeg dingen kunt bedenken, die u in uw hand kunt nemen, waarmee u de Heere Jezus groot kunt maken en anderen kunt bemoedigen. Ogenschijnlijk onbeduidende dingen, die waardevol zijn voor de Heere Jezus, als u ze voor Hem gebruikt.
Ik denk aan een christin in Berlijn: Ze had wel eens met haar buurvrouw over de Heere Jezus gesproken, maar die was boos geworden en zei: “Hou me op over die Jezus.” Ze gebruikte zelfs woorden die in dit blad compleet misstaan. De christin ging teleurgesteld naar huis. Wat had ze in haar hand ? Niets! Daarom kon ze haar handen vouwen en bidden voor haar buurvrouw.
Op zekere dag hoorde deze christin dat haar buurvrouw behoorlijk ziek was. Ze vroeg de Heere wat ze moest doen. Ze ging naar de bloemenverkoper en kocht een mooie bos bloemen en ging naar haar buurvrouw. Met verbazing ontving de buurvrouw onze zuster en die werd alleen maar groter, toen ze de bos bloemen kreeg. Wat had ze in haar hand ? Een bos bloemen! Dàt en haar houding werd oorzaak dat er een opening kwam voor een goed gesprek en dat deze niet-gelovige vrouw de Heere Jezus vond. Zo iets onbeduidends! Toch gebruikte de Heere het.
Lieve broeder, wat hebt u in uw hand ? O, uw bijbel ? Mooi! En wat las u? Die ene tekst, die zo bemoedigend was voor u. Wat hebt u er verder mee gedaan? Gedeeld met uw vrouw, met uw zoon of dochter, met die collega, met die zieke, ik noem maar wat. Of hebt u de sleutel van uw kamer in uw hand, ga dan in uw kamer sluit hem af en bid nog eens voor uw kinderen. Hij (ver)hoort uw gebed.
Wat staat tot onze beschikking? Gods geduld, Gods hulp en bijstand, Gods leiding! En wat wij in onze handen hebben, maakt Hij tot Zijn middelen. Hoe onbeduidend ze in onze ogen ook zijn.
Het is wel heel persoonlijk, nietwaar? Maar de Heere is persoonlijk. En we hebben de vraag Wat hebt u in uw hand? te beantwoorden. Ga ik, gaat u hier iets mee doen?? Voor Hem?
A.Eysink
Protestants-christelijke identiteit
Een studente heeft voor haar diploma “Christelijk Basisonderwijs” een onderzoek naar “Het benoemingsbeleid ten aanzien van de levensbeschouwelijke identiteit” gedaan. Er volgt nu een theoretisch, maar wel een inzichtelijk en noodzakelijk deel.
Onderzoeksvraag
Ze onderzocht het benoemingsbeleid ten aanzien van de levensbeschouwelijke identiteit, omdat ze wilde weten hoe het staat beschreven en in de praktijk wordt gebracht, ten einde inzicht te krijgen in de werkelijke identiteit van de school, opdat ze wist of ze in de toekomst haarzelf bij de school vond passen.
Indentiteit
Ze werkt dit uit. Het begrip ‘identiteit’ heeft volgens Van Hardeveld (2003) betrekking op het kenmerkende van een organisatie: datgene wat de school tot déze (bijvoorbeeld protestants-christelijke) school maakt. Dit kenmerk blijft herkenbaar en is onder wisselende omstandigheden hetzelfde en wordt geformuleerd in visie-uitspraken over levensbeschouwing en onderwijs. Leraren dragen deze visie-uitspraken uit in de praktijk. In de literatuur wordt bij het begrip identiteit, soms ‘smal en breed’ toegevoegd. Volgens Dijkstra en Miedema (2003), is identiteit te beschouwen als
Smal of eendimensionaal – Deze wordt gekenmerkt door het vak godsdienstige vorming, het bidden en zingen van christelijke liederen en het vieren van christelijke feesten. Kortom , de invulling van het christelijke basisonderwijs.
Breed of multi-dimensioneel – Alles wat een school doet of laat, zegt iets over de achterliggende motieven van een school. Kevers en Maex (2005) verduidelijken in hun beschrijving: de doorwerking van de christelijke levensbeschouwing in alle facetten van het schoolleven. Dus bijvoorbeeld ook bij nieuwe methodes wordt er gekeken of dit wel bij de levensbeschouwelijke visie past. Als er onderlinge relatie bestaat tussen de levensbeschouwelijke, de pedagogische en de onderwijskundig-organisatorische kwaliteit van de scholen, hebben we het dus over deze brede identiteit. Ze noemt in haar onderzoek enkele dimensies (Wolff, 2002). Eén ervan luidt
De onderwijskundige-organisatorische dimensie
De keuze van lesmateriaal, waarbij de levensbeschouwelijke en pedagogische identiteit – zoals door de school vastgesteld – meewegen.
De inrichting van het onderwijsleerproces in de klas.
Het gebruik van verschillende werkvormen (individueel, groepjes, klassikaal).
De wijze waarop het contact met de ouders wordt georganiseerd.
De wijze waarop er in de school leiding wordt gegeven.
De wijze waarop er wordt vergaderd en er besluiten worden genomen.
Het organiseren van gemeenschappelijke activiteiten, zoals vieringen.
De ideale christelijke school is volgens Dijkstra en Miedema (2003) te beschrijven vanuit vier domeinen: doelen van onderwijs, vormgeving van de onderwijspraktijk, het schoolteam/bestuur en de ouders. Eigenschappen van de ideale christelijk school die dragers en vragers, vanuit het onderzoek van Dijkstra en Miedema(2003), unaniem van belang vinden:
Kennis geven van christelijke waarden.
Kennis overdragen van de inhoud van de Bijbel.
Andere godsdiensten en culturen respecteren.
Racisme en vooroordelen tegengaan.
Christelijke waarden en normen aan de orde stellen, als de leerstof zich daartoe leent.
Leren omgaan met andere culturen.
Samen bidden in de klas.
Leerkrachten leven christelijke waarden voor.
Leerkrachten en ouders zijn het eens met christelijke visie van de school.
Ouders hebben zeggenschap in het bestuur.
De vraag is hoe dit alles in de praktijk wordt uitgewerkt.
Christelijk dagverblijf
Kan een christelijk kinderdagverblijf wel? Waar ligt de taak voor de vader en moeder die naar Bijbelse normen leven? Het is bekend dat een moeder die haar eerste baby krijgt, gelijk met werken stopt. Haar opdracht ligt thuis. Niet elke ouder denkt zo en zoon of dochter wordt dan naar een kinderdagverblijf gebracht. Maakt het niet uit naar welk verblijf? In enkele plaatsen in ons land is daarover nagedacht en zijn ervaren moeders met een christelijk kinderdagverblijf begonnen. In Hardenberg hebben twee initiatiefneemsters, Aly Jurjens en Jeannette Harlaar, een christelijk kenniscentrum voor kinderopvang opgericht en het centrum getooid met een Joodse naam: BANIEM. Het waarom wordt in onderstaand artikel weergegeven.
ER IS STRIJD OM IEDER KIND! i
Vladimir Iljitsj Lenin, de grondlegger van het communisme in Rusland, zei ooit: ‘Geef mij een kind tot z’n 7e jaar en dan mag je het terug voor de rest van z’n leven.’ Het voorbeeld is tekenend, stellen de initiatiefneemsters van de onlangs opgerichte stichting BANIEM, Christelijk Kenniscentrum voor de kinderopvang. Gebaseerd op de opdracht in Deuteronomium 6: 5-9 en Mattheüs 22:37 en geïnspireerd door Psalm 127: 1-3, wil de stichting gehoor geven aan het mee helpen (op)bouwen van de geloofsmuren rondom kinderen, gezinnen en plaatsen waar kinderen worden opgevangen en onderwezen. In het Hebreeuwse woord BANIEM vinden ze hun bevestiging. Dat betekent ‘zonen’ of ‘kinderen’. Tevens is dit woord afgeleid van het werkwoord ‘banah’ wat ‘bouwen’ betekent. ‘Het uitgangspunt is dat alles wat gebeurt in de eerste zes à zeven jaar van een kind, vormend is voor de rest van zijn leven. De opzet van het kenniscentrum is om ondersteuning te bieden aan professionals in de kinderopvang en daarbij denken we aan opvang op alle dagen van de week in: kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, gastoudergezinnen, kinderclubs, zondagsscholen en kinder-nevendiensten. Daarbij geloven wij, dat het doorgeven en voorleven van (de) Bijbelse principes het belangrijkste is.’
De strijd om het kind
In 1 Kon. 20:3 (HSV) staat: ‘Dit zegt Benhadad: Uw zilver en uw goud, dat is van mij; en uw vrouwen en uw beste kinderen, die zijn van mij.’ Hij is hier een type van de satan (net als de farao van Egypte, Herodes, Hitler, enz.) Er is een strijd gaande om het kind. Wie er oog voor heeft, merkt het uit de berichten in de media: ‘Aids bevordert kinderhandel; De vraag naar jongere prostituees groeit; Bankovervaller steeds jonger; Driejarig jongetje is al een misdadiger; Probleemkleuters in opmars; Zwerfkinderen en wat dacht u van het leger kindsoldaten… Het ergste is wel het bericht over de satanssekten; ze offeren jaarlijks zo’n 10.000 kinderen! Een kind is een mens die afhankelijk is. Het is afhankelijk, omdat 1) het minder weet dan volwassenen, 2) de gevaren niet kan overzien en 3) het minder kracht heeft.
Wat doet de duivel met de kinderen?
Doden: Ex 1:16 ‘Dan moet u, als het een zoon is, hem doden’
Ombrengen: Matt 2:16 ’Toen werd Herodes, die zag dat hij door de wijzen bedrogen was, verschrikkelijk kwaad. Hij stuurde er soldaten op uit en bracht al de jongetjes om die er binnen Bethlehem en in heel dat gebied waren, van 2 jaar oud en daaronder. . ‘
Slachten: Jes 57:5 ‘U die gloeit van lust bij de eiken, onder elke bladerrijke boom; U die de kinderen slacht in de beekdalen,onderin de kloven van de rotsen.’
Uitroeien: Jer 9:21 ‘Want de dood is onze vensters binnengeklommen, is onze paleizen binnengekomen, om de kleine kinderen van de straat uit te roeien, de jongemannen van de pleinen.’
Kan men dit ook uit eigen waarneming constateren in Nederland?
Hij zet aan tot onverantwoordelijk seksueel gedrag.
Hij maakt kinderen tot een speelbal tussen echtelijke twisten.
Hij vernielt de autoriteit die ouders over hun kind hebben. Het werkt door in opvang en scholen.
Beïnvloedt hen via internet, tv en radio met vuiligheid.
Er is geen ‘waarheid’ meer, daardoor ontstaat er chaos en onvrede.
Men geeft prijzen aan kinderboeken die Bijbelse waarden ondergraven.
In de krant: “Neem je condooms mee op vakantie, die horen bij je tandenborstel en je tandpasta.”
Grove porno en gewelddadige films zijn binnen bereik van jonge kinderen.
Er worden steeds meer gevallen bekend van seksueel misbruik van kinderen (zelfs pasgeboren kinderen zijn slachtoffertjes).
Kinderen worden gelokt via internet om met gebruik van een webcam spelletjes te spelen en steeds een stapje verder te gaan. De daders zijn vaak ontwikkelde mensen: onderwijzers, pedagogen, advocaten, kinderrechters. Ze weten hoe ze een kind moeten manipuleren.
Wereldwijd
Kinderen worden altijd de dupe in situaties van oorlog en geweld.
Kinderen worden verhandeld, (seksueel) misbruikt, gechanteerd en aan hun lot overgelaten.
Kinderen van christenen in de landen waar de kerk vervolgd wordt, zijn doelwit van vele uitbarstingen van geweld.
Wat doet God met kinderen?
Hij grondvest Zijn sterkte op hen (Ps 8:3).
Maakt hen tot een voorbeeld van rust (Ps 131:2).
Maakt hen tot een voorbeeld van onze redding (Joh3:3).
Maakt hen tot een voorbeeld voor gelovigen (Matt 18:3).
Hij wil dat Zijn grote daden aan hen worden doorverteld (Deut 31:13 en Ex 10:2).
Hij zegent hen (Ps 147:13).
Hij zal hen zachtjes leiden (Jes 40:11).
Hij geeft kinderen (Jes 8:18) .
Hij gaf Zijn Zoon, het Kind (Joh 3:16) .
Belangrijk
Jezus zegt in Matt 18:5: ‘En wie in Mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt Mij op.’
In deze tijd waarin bijna ieder kind naar een vorm van kinderopvang gaat, is aangetoond hoe belangrijk het werk is in de christelijke kinderopvang. Christelijke kinderopvang onderscheidt zich, omdat ‘de Bron’ van waaruit de kinderopvang gedaan wordt, een andere is. (Ps 36: 10: “Want bij U is de bron van het leven; in Uw licht zien wij het Licht.”) Als christenen hebben we een ander ‘kindbeeld’ dan onze collega’s die niet in God, de Schepper van hemel en aarde, geloven. Kinderopvang is werk wat in dienst van de Heer wordt gedaan.
Onderschat het kind niet.
Denk nooit: ‘Het is maar een kind!’ En ‘Wat kan een kind van 0-4 jaar nu begrijpen van de Bijbelse waarheden?’ Kinderen zijn fijngevoelig. Niet wat u zegt, maar hoe u doet, zal het verschil maken. Als een kind in de eerste 4 jaar van z’n leven opgevangen wordt in een liefdevolle christelijke omgeving, dan zal het zeker goede gevolgen hebben in z’n latere leven. Wat een bemoediging bijvoorbeeld, om te zien dat in een christelijk kinderdagverblijf in Deventer alle kinderen van 4 jaar de kinderopvang verlaten, terwijl ze zelfstandig (op hun eigen manier) kunnen bidden. Ze krijgen dan een dikke kinderbijbel mee als afscheid. Wat er ook gebeurt in het leven van deze kinderen, de basis is gelegd en daar zullen ze uit putten, als het leven moeilijk wordt. Iedereen weet dat als een mens oud wordt, hij steeds maar weer over zijn jeugd spreekt. Demente mensen kunnen vergeten wat ze pasgeleden nog hebben beleefd, ja zelfs met wie ze getrouwd zijn, maar de dingen uit hun jeugd vergeten ze meestal niet. Als je gebed, tijd, geld en energie besteedt aan het maken van leuke programma’s en goed en aantrekkelijk materiaal, zullen kinderen dat niet vergeten. Het kind is van zeer grote waarde voor God en de duivel zal alles doen om dat te kunnen vernietigen. Nu wij weten waar de vijand op loert, kunnen we onze maatregelen treffen. Wij moeten de kinderen van hun Schepper en Verlosser vertellen.
Kerken en kinderopvang
Stichting BANIEM wil ook graag kerken en kerkelijke gemeenten stimuleren om hun deuren open te stellen voor christelijke kinderopvang. ‘In de tijd waarin we nu leven’, zegt Jurjens, ‘is het belangrijk dat een kind in een vertrouwde omgeving wordt opgevangen en dat er meer gedaan wordt dan alleen maar werken aan de vier ontwikkelingsgebieden: sociaal-emotionele ontwikkeling, taalontwikkeling, voorbereidend rekenkundig inzicht en motorische ontwikkeling. Daarom is de geestelijke vorming zo belangrijk!’
Aly Jurjens en Jeannette Harlaar
i Gebruikte bron: Bijbelverhalen.nl – cursus Josine de Jong
Sleeplezen
Een artikel in het ND 16-07-2012
Sleeplezen is een vorm van lezen waarbij alle leerlingen van een klas meelezen. De woorden die de kinderen lezen, verschijnen een voor een op een digitaal bord. Dat daarbij een kind hapert, is niet van belang.
Na enig zoeken op internet komt het volgende beeld naar voren.
Er wordt nadrukkelijk en bewust geen enkele negatieve aandacht aan het foutief lezen besteed. Bij deze methode gaat het om positieve aandacht en om een hoog leestempo, zodat zwakke lezers geen tijd voor twijfel hebben. In de meeste gevallen blijkt het zo mogelijk om de groep opgegeven lezers toch te laten lezen.
Hoe de methode werkt, weet de bedenker ervan niet, dat moeten onderzoekers maar uitzoeken. Welnu Rolien Wijs, een onderzoekster van de Universiteit Groningen, heeft er onderzoek naar gedaan. Het onderzoek geeft bemoedigende resultaten. Maar wat zijn die waard? Als we de bronnen van dat onderzoek bekijken, zien we dat het onderzoek in ieder geval niet wetenschappelijk is. Het zijn namelijk bronnen die uitdrukkelijk van mening zijn dat er sprake is van een fonologisch1 tekort waardoor kinderen niet goed of helemaal niet leren lezen. De andere mening dat het leestekort door een verkeerde taaldidactiek wordt veroorzaakt, wordt zorgvuldig buiten beeld gehouden. Ook dit onderzoek is weer een treffend staaltje van wetenschappelijke fraude.
Toch zijn er signalen van mensen die met sleeplezen werken, dat er een beetje inzicht begint te komen dat de gebruikte methoden zoals bijvoorbeeld Ralfi en Connect niet geschikt zijn voor de leeszwakke leerlingen. Ze geven meer van hetzelfde, waarop ze al zijn uitgevallen. Sleeplezen is dus in de eerste plaats een leesstrategie, dat men gebruikt als dezelfde methodieken niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd. Geen wonder, want die leesstrategieën vallen alle onder het kopje van de voorstanders van de mening dat er sprake is van een fonologisch tekort. Maar we moeten van onze leerlingen geen kleine fonoloogjes maken. We moeten hun automatisch leren lezen en spellen.
Laten we nu de andere mening bekijken van degenen die menen dat zwakke lezers door verkeerd taalonderwijs ontstaan.
De leerlingen moeten geen woorden in zinloze klanken ontleden, maar ze moeten van losse letters woorden maken. Daarbij dienen de 26 letternamen van het alfabet.
Een methode die dat als basis heeft, is het aanvankelijk lezen van de overbekende Methode De Haan. Daarmee leren de leerlingen in groep drie in een normaal tempo begrijpend lezen. Men kan deze methode uitstekend thuis gebruiken, omdat er slechts 15 minuten per dag nodig zijn om het gewenste leesresultaat te bereiken: automatisch begrijpelijk lezen.
Lees meer op de site www.methodedehaan.nl of Google Books Methode De Haan.
Drs. Willem de Haan
1 Fonologie: wetenschap die zich bezighoudt met de structuren van het klanksysteem.
Wordt vernieuwd in de geest van uw denken(Ef 4).
Er is kennelijk een geestelijke strijd gaande.
De afbeelding toont op humoristische wijze de strijd die het christendom in zijn algemeenheid voert tegen de normvervaging in de maatschappij. Velen vinden het juist dat gestreden moet worden tegen kwesties als abortus, seksuele immoraliteit, pornografie, gokken, drugs en zo voort. Soms wordt succes geboekt tegen één van deze kwesties, maar zolang de aanvallen alleen maar op het niveau van de geschilpunten gericht zijn en niet op de beweegredenen van hun populariteit, blijft het resultaat gering.
De strijd tegen normvervaging en verloedering kan effectiever gevoerd worden door deze te richten op het fundament, dat gelegd wordt in het onderwijs. De kinderen van gelovigen worden in feite tweeslachtig opgevoed. In gemeente en gezin tracht men de jeugd op te voeden volgens de Bijbel, maar het onderwijs, dat het grootste deel van de tijd in beslag neemt, kan in het algemeen getypeerd worden als een hecht aaneensluitend geheel dat geen rekening houdt met de Bijbel.
Ouders en gemeentes zouden in gesprek moeten gaan met hun kinderen over wat hen op school geleerd wordt om de jeugd te beschermen tegen ‘de aanvoerder van de macht in de lucht, de geest die werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid’ (Ef2:2).
Het verschil met de algemeen gangbare leerstof en op de Bijbel gebaseerd onderwijs is als volgt schematisch weer te geven:
Modern voortgezet onderwijs:
een hecht aaneensluitend geheel dat geen rekening met de Bijbel houdt.
Bijbels gebaseerd onderwijs:
wordt vernieuwd in de geest van uw denken
Aardrijkskunde
Honderden miljoenen jaren en ijstijden kritiekloos gepresenteerd.
Ook noemen zondvloed, onmogelijkheid aardplooi-vorming in vlak land door gletsjers en onmogelijkheid van gelijktijdig meanderen en vast materiaal doorsnijden.
Artistieke vorming
Onder invloed van de geest van de tijd.
Achterliggende geesten leren onderscheiden bij de creatieve boodschappen (1Joh 4:1).
Biologie
Gaat uit van evolutie.
Als alternatieve theorie ook noemen
creationisme, degeneratie enz.
Economie
Gaat uit van onbegrensde behoeften en begeerten, die door reclame opgewekt worden.
Ook Bijbelse geboden noemen, zoals gij zult niet begeren (Ex 20:17) en aanbeveling tienden geven (Mal 3:10).
Exacte vakken
Datering aardlagen door radioactief verval zonder beschouwing randvoorwaarden
Onderscheid tussen natuurwetenschappen (herhaalbaar waarnemen in heden) en andere wetenschappen.
Filosofie
Bijbel is een verhaal dat gaat.
Bijbel is het onfeilbare Woord van God (2Petr 1:21).
Geschiedenis
Ontwikkeling vanuit
‘primitieve mensen’.
Neergang beschavingen door zonde; ook noemen dat standplaatsgebonden en doelgericht geschreven wordt.
Godsdienst
Multireligieus
Zonde, gerechtigheid, oordeel (Joh 16:8), wederkomst Christus.
Maatschappijleer
Mens als normgever
Absolute norm is de Bijbel.
Moderne talen
Leren communiceren in occulte en zondige situaties.
Leren Bijbelse thema’s uit te leggen aan anderstaligen.
Nederlands
Bezoedeling leerlingen door moderne literatuur.
Wijzen op grammatica als een uniek scheppingswonder, verantwoording voor woorden (Matt 12:36).
Verzorging
Gericht op
optimaal genot.
Naastenliefde
Dr. Wim Hoek
Brave en stoute kinderen…
…en de begane weg tussenbeide
“Heb jij brave of stoute kinderen?” is een vraag die ouders wel eens horen. Mensen gaan soms ervan uit dat er twee soorten kinderen bestaan, de meegaande en de opstandige. De Bijbel leert echter dat er maar één soort kinderen bestaat, namelijk zondige kinderen. In ieder kind schuilt de mogelijkheid om opstandig te worden naar bepaald gezag.
Waar komt die opstandigheid vandaan? Wat leidt ertoe dat iemand zich rebels gaat gedragen? We kunnen wel zeggen dat dit menselijk is en hoort bij onze natuur, maar als we op zoek gaan naar de wortel van rebellie, komen we een logisch proces tegen. Niemand wordt plots opstandig. Opstandigheid is niets meer dan een gevolg van iets voorgaand. Vaak kan deze weg naar rebellie opgedeeld worden in vijf stappen:
Gekwetst gevoel (Spreuken 18:14b)
Het prille begin van rebellie vinden we in een gekwetst of beledigd gevoel. “Dit was niet leuk, dat deed pijn.” Je voelt je al dan niet terecht beledigd, neerslachtig, tekort gedaan of je bent moedeloos geworden.
Bittere gedachten (Hebreeën 12:15)
Je gekwetst gevoel ontkiemt zich naar een wrang gevoel met boze gedachten. “Er is mij onrecht aangedaan.” De belediging spookt voortdurend door je gedachten en groeit stilaan naar het centrum van je gedachten.
Boze houding (Romeinen 6:16)
De boze gedachten binden zich stilaan volledig om jezelf en je raakt gevangen in boosheid. De boosheid heeft je tot slaaf gemaakt waardoor je niet anders meer kunt dan je boze gevoelens volgen.
Onbuigzame wil (1samuel 15:23b)
Bij eigenzinnigheid gedraag je jezelf als een jonge koe die niet vooruit wil en haar voorste poten in de grond duwt om de boer, die haar wil vooruit duwen of trekken, tegen te werken. “Ik ben de baas over mijn eigen leven, niemand hoeft mij de les te lezen! Dit verdien ik niet!” Je bent ongezeggelijk geworden.
Opstandige persoonlijkheid (Spreuken 13:19)
Opstandigheid is het eindstation. Je bent helemaal ingenomen door boosheid. Stilaan begin je jezelf ook te gedragen, als iemand die in de Bijbel omschreven wordt als een dwaas. (In Spreuken zien we dat een rebel en een dwaas haast dezelfde eigenschappen hebben.) Boze en dwaze reacties zijn slechts de takken van een boom met diepe wortels. Niemand wordt opstandig zonder reden. Daarom is het wijs om in zulke situaties na te gaan waar deze ooit zijn ontkiemt. Vaak vinden we de oorsprong bij een bepaalde opmerking of een onvervuld verlangen. Een gekwetst gevoel is dus niet iets om zomaar te negeren en te wachten ‘tot de tijd de wonden heelt’. Als hiermee niet op een Bijbelse manier mee wordt omgegaan, ontkiemt het tot een wortel van bitterheid die stilaan boze gedachten en een boze houding teweeg brengt. Lees dan eens Ef 4:31: “Alle bitterheid, gramschap, toorn …… worde uit uw midden gebannen.” Laten niet de werken van het vlees (Gal 5: 19-21) de overhand krijgen.
Daarom is het belangrijk om bij ieder gekwetst gevoel of na iedere belediging na te gaan hoe je hier Bijbels op reageert.Mogelijk moet je vergeven (Luk 17:3), de overtreding door de vingers zien (Spr 19:11; 1Pet 4:8) of dien je te beseffen dat de belediging niet onterecht was. Hiermee smoor je dan de kiem die bitterheid kan veroorzaken en voorkom je dat je groeit naar een rebellerende dwaas.
Bart Aerts
rid
In een advertentieblad in de regio Amersfoort stond een grote advertentie met onderstaande kop. Klopt dat? Drs. De Haan geeft een reactie. RID staat voor Regionaal Instituut voor Dyslexie.
“RID toont positief effect van dyslexiebehandeling opnieuw aan.”
Dat is een mooie opening van een artikel waarin niet staat door wie de twee wetenschappelijke onderzoeken naar haar behandeleffecten zijn verricht. Maar gesteld dat onafhankelijke onderzoekers die behandelingseffecten hebben onderzocht, waar hebben ze dan naar gekeken. Ze hebben in ieder geval niet gekeken naar een oplossing voor dyslexie, want in het artikel staat alleen dat de behandelde kinderen (of volwassenen?) vooruit zijn gegaan. Ze zijn in ieder geval dyslectisch gebleven.
Wordt het niet eens tijd dat we gezamenlijk de mening van tafel vegen, die zegt dat dyslexie een kleine storing in de hersenen is, waardoor de ‘koppeling van letters aan klanken en klanken aan letters niet goed verloopt’…? Wordt het geen tijd dat we dat idee fixe gaan loslaten en dat we ons taalonderwijs schoeien op de spellingvoorschriften in het zgn. Groene Boekje? Daarin staat bijvoorbeeld dat de enkele a, e, i, o, u klinken als in het alfabet. Als we uitgaan van het alfabet en van de letternamen daarvan woorden laten maken, dan is opeens de schrijfwijze van het Nederlands niet moeilijk meer. Als we de kleuters laten kleuteren en ons op deze wijze concentreren op het taalonderwijs in groep 3, dan kan aan het eind van dat jaar iedereen op een gewone manier lezen en schrijven. Op die manier kunnen in de loop van de generaties dyslexie uitbannen. Dat is toch het doel van iedereen die in dit veld werkt.
Namens stichting Methode De Haan,
Drs. Willem J. de Haan, schrijver van succesrijke methodes in het Duits, Engels, Frans, Nederlands en Spaans.
Zie www.methodedehaan.nl voor de Nederlandse markt en www.dyseurope.com voor het buitenland.
Zie ook Google books, methodedehaan
“Wat hebt gij daar in uw hand?“ (Ex. 4:2)
We zullen DV in een aantal artikelen personen zien, die allemaal iets in hun hand hadden. We beginnen met Mozes en …………………….., ja u ziet het goed: Op de stippellijn mag u uw eigen naam invullen. Voordat deze vraag tot u komt, kwam deze vraag tot de schrijver en het is zijn bede en wens, dat de Heere Jezus dit artikel gebruikt tot Zijn eer.
Toestand van het volk Israël
In Exodus 3:4 wordt Mozes door God Zelf geroepen en naar Egypte gezonden, om de Farao te zeggen, dat hij Gods volk moet laten vertrekken. Het doel was:”om mijn volk, Israëlieten, uit Egypte te leiden.” Veertig jaren zijn voorbij gegaan, nadat Mozes uit Egypte gevlucht was. Veertig jaren van slavernij voor de Israëlieten (2:23). Jaren waarin de Israëlieten zuchtten en het uit schreeuwden, “zodat hun hulpgeroep omhoog steeg tot God.”
Vier uitvluchten
Mozes heeft vier uitvluchten om niet te hoeven doen wat God van hem vraagt:
a. Ex. 3:11:”Wie ben ik, dat ik naar Farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?”
b. Ex.3: 13: “Hoe is zijn naam?” M.a.w. Hoe heet Degene, Die mij stuurt?
c. Ex. 4:1: ” Als ze niet geloven en niet naar mij luisteren …….. ?
d. Ex. 4:11: “…….want ik ben zwaar van mond en zwaar van tong.
Gods geduld
Hoe geduldig is God met Mozes. God neemt de tijd voor Mozes en Hij geeft antwoord op alle vier uitvluchten.
Op uitvlucht a Ex. 3:11:”Wie ben ik, dat ik naar Farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?” “Ik ben immers met u!” Mozes denkt heel klein van zichzelf, maar gebruikt het verkeerd, nl. om onder een opdracht van de Heere uit te komen. Maar als Hij ons iets vraagt om te doen, mogen we weten, dat we dat niet in eigen kracht hoeven te doen. Hij is immers met mij en u!
Gods hulp en bijstand
Op uitvlucht b. Ex.3: 13: “Hoe is zijn naam?” M.a.w. hoe heet Degene, Die mij stuurt? Ook hier geeft de Heere antwoord in vers 14:”Ik ben, die Ik ben.” Doet dit ons niet denken aan het Nieuwe Testament waar de Heere Jezus in Mattheüs 14: 27 de volgende woorden spreekt, als zijn discipelen Hem aanzien voor een spook: “ Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd.”
Zien we hier de Heere Jezus niet als Degene die moed geeft, als Degene Die de God van het Oude Testament is als de Onveranderlijke, in de gedaante van een mens, maar ook als Degene die de vrees wegneemt?
Het kan zijn dat als de Heere ons een opdracht geeft ( en Hij doet dat!) dat we net als Mozes, misschien geen moed hebben en bang zijn. Nu, Hij is daar met u en mij en geeft ons moed en Hij neemt de vrees weg.
In mijn tijd in Kameroen moest ik voor onze christelijke boekwinkel belastingvrijstelling bepleiten bij een hoge ambtenaar van de belastingen. Ik had het steeds maar voor me uit geschoven, u kent dat misschien ook wel, tot op een zeker moment dat de Heere me duidelijk maakte dat ik moest gaan. Ik vroeg de Heer met me mee te gaan, maar mij, voordat ik ging, nog een vers uit Zijn Woord te geven. Ik was voor mezelf in de Spreuken bezig en kwam bij hoofdstuk 29:25:”Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de Heere vertrouwt, is onaantastbaar.” Toen ik bij de man binnenkwam, bibberden mijn knieën. Hij vroeg wat ik
wilde. ‘k Legde hem de vraag voor en liet hem een aantal exemplaren van onze boeken zien en vertelde wat ze kosten. Zijn ogen begonnen te stralen, toen ik vertelde welk doel we hadden met deze literatuur. Niet voor geldelijk gewin, maar tot meerdere eer en glorie van de Heere Jezus!
Hij bleek ook een broeder in Christus te zijn. (We kregen de vrijstelling! Niet omdat we elkaar herkenden als christenen, maar omdat we geen winstoogmerk hadden.) Hoe beschamend voor mij. In mijn auto ben ik maar eerst een half uurtje stil geweest ……………
Gods middelen
c. Ex. 4:1: ” Als ze niet geloven en niet naar mij luisteren …….. ?
Ook hierop had de Heere een antwoord: “Wat hebt gij daar in uw hand ?” Dat is ons thema. Ik wil hier straks graag verder op ingaan.
Gods leiding
d. Ex. 4:11: “…….want ik ben zwaar van mond en zwaar van tong.
De Heere antwoordt en laat niets over van Mozes’ uitvlucht: “Wie heeft de mens een mond gegeven………… Nu dan ga heen. Ik zal met uw mond zijn en u leren, wat gij spreken moet.”
Ook hier is weer een bemoediging voor Mozes en zo ook voor ons:
Ik zal: a. met uw mond zijn, waarbij ik en u mogen bidden:
“HERE, stel een wacht voor mijn mond, waak over de deuren van mijn lippen;” Ps.141:3
b. u leren, wat gij spreken moet.
Hij zal ons dat wat we, bijvoorbeeld tegen onze kinderen moeten zeggen, en dat zijn soms moeilijke gesprekken, nietwaar, te binnen brengen, wanneer wij ons door Hem laten leren en leiden. Anderzijds is daar ook het gebed uit Psalm 19:15, dat iedere ouder mag bidden, voordat hij/zij een gesprek met zijn/haar kind(eren) aangaat:
Hoe belangrijk ons te spiegelen aan de Heere Jezus Zelf. Hij kon zeggen in Johannes 8:26: “ Ik spreek wat Ik van Hem gehoord heb, dat spreek Ik tot de wereld.” En in vers 28 van datzelfde hoofdstuk: “Doch dat Ik dit spreek, gelijk de Vader Mij geleerd heeft.”
Even praktisch
Hoe zal Hij ons leren, wat wij spreken zullen? Door het van Hem te leren! Te lezen in Zijn Woord en dat te bewaren in onze harten. Psalm 119:11
Toch blijft Mozes tegenstribbelen en uiteindelijk wordt de Heere boos op Mozes en geeft hem Aäron mee. Aäron, die hoewel hogepriester, niet bepaald een hulp zou zijn in sommige situaties. (Vergelijk het gouden kalf).
Ik kom terug op punt c. Ex. 4:1: ” Als ze niet geloven en niet naar mij luisteren …….. ?
Ook hierop had de Heere een antwoord: “Wat hebt gij daar in uw hand ?” Mozes antwoordt hierop: “Een staf.” Een staf is zo iets onbeduidends in onze ogen. Maar wat zien we? De Heere wil deze staf gebruiken om Zijn kracht en Majesteit te laten zien. Die staf, iets onbeduidends in onze ogen misschien, is belangrijk in Gods ogen: vs 17: ”Deze staf waarmede gij de tekenen moet doen, moet gij in uw hand nemen.”
Vs 20b:”ook nam Mozes de staf Gods in zijn hand.” Wie z’n staf ook alweer? Mozes’staf? NEEN! De staf van God!
Wat hebt u in uw hand?
Lieve zuster in de Heer, ik kom tot de kern: “Wat hebt u in uw hand ?” Misschien denkt u, dat wat ik in mijn hand heb, dat is zo eenvoudig, daar kan de Heere Jezus toch niets mee! O nee? En die ene tekstkaart met een Bijbelvers erop aan die alleenstaande, die eenzame , zonder familie, of die hand op de schouder van dat ene meisje, dat net haar moeder verloor, of dat kopje thee voor uw eigen kinderen? Ik ben er zeker van dat u genoeg dingen kunt bedenken, die u in uw hand kunt nemen, waarmee u de Heere Jezus groot kunt maken en anderen kunt bemoedigen. Ogenschijnlijk onbeduidende dingen, die waardevol zijn voor de Heere Jezus, als u ze voor Hem gebruikt.
Ik denk aan een christin in Berlijn: Ze had wel eens met haar buurvrouw over de Heere Jezus gesproken, maar die was boos geworden en zei: “Hou me op over die Jezus.” Ze gebruikte zelfs woorden die in dit blad compleet misstaan. De christin ging teleurgesteld naar huis. Wat had ze in haar hand ? Niets! Daarom kon ze haar handen vouwen en bidden voor haar buurvrouw.
Op zekere dag hoorde deze christin dat haar buurvrouw behoorlijk ziek was. Ze vroeg de Heere wat ze moest doen. Ze ging naar de bloemenverkoper en kocht een mooie bos bloemen en ging naar haar buurvrouw. Met verbazing ontving de buurvrouw onze zuster en die werd alleen maar groter, toen ze de bos bloemen kreeg. Wat had ze in haar hand ? Een bos bloemen! Dàt en haar houding werd oorzaak dat er een opening kwam voor een goed gesprek en dat deze niet-gelovige vrouw de Heere Jezus vond. Zo iets onbeduidends! Toch gebruikte de Heere het.
Lieve broeder, wat hebt u in uw hand ? O, uw bijbel ? Mooi! En wat las u? Die ene tekst, die zo bemoedigend was voor u. Wat hebt u er verder mee gedaan? Gedeeld met uw vrouw, met uw zoon of dochter, met die collega, met die zieke, ik noem maar wat. Of hebt u de sleutel van uw kamer in uw hand, ga dan in uw kamer sluit hem af en bid nog eens voor uw kinderen. Hij (ver)hoort uw gebed.
Wat staat tot onze beschikking? Gods geduld, Gods hulp en bijstand, Gods leiding! En wat wij in onze handen hebben, maakt Hij tot Zijn middelen. Hoe onbeduidend ze in onze ogen ook zijn.
Het is wel heel persoonlijk, nietwaar? Maar de Heere is persoonlijk. En we hebben de vraag Wat hebt u in uw hand? te beantwoorden. Ga ik, gaat u hier iets mee doen?? Voor Hem?
A.Eysink
Kansen en gevaren van de massamedia
Dr. Lothar Gassmann heeft een in het Duits gestelde lezing de invloed van de tijdgeest op onze kinderen behandeld. Hij begint met “De neomarxistische reformpedagogiek en haar gevolgen” en vervolgt met “Occultisme in de kinderkamer”, “Computerspelen en de gevaren”, “Verleiding door duisteren muziek” en eindigt met een “Waarschuwing” en de vraag “Hoe onze kinderen te helpen zijn”. Onderstaand artikel is het tweede deel uit zijn lezing.
Kansen en gevaren van de massamedia, vooral van televisie en internet
Voor- en nadelen
De voordelen van televisie zijn voor de hand liggend: de mens kan tegenwoordig uit totaal verschillende werelddelen te weten komen, wat er gebeurt – al is het ook gefilterd door de reporters. Hij kan dus “ver zien” (letterlijke vertaling van het woord “televisie”). Een fantastische uitvinding. Je kunt via het tv-toestel dingen zien, die niet in je eigen kamer zijn, maar zo maar ergens in de wereld gebeuren. Hetzelfde geldt voor internet, dat nog veel grotere mogelijkheden ontsluit van een wereldwijde communicatie en overbrenging van gegevens. De grenzen werden poreus, de afstanden kleiner en de informatie nam een hoge vlucht. Dat zijn positieve kanten, die we niet over het hoofd willen zien.
Toch moeten we ook de gevaren onderkennen, die vastzitten aan het gebruik van televisie en andere moderne beeldschermmedia (bijv. internet en computerspelletjes). Het eerste dat we willen noemen, zijn lichamelijke nadelen die verband houden met televisie e.d. Men denke alleen al aan het gebrek aan beweging. Als je voor televisie of computer zit, beweeg je immers niet. Veel kinderen spelen fysiek niet meer en zijn niet actief, maar passief en laten het over zich heenkomen. Dat werkt gemakzucht, toename van vet, spijsverteringsproblemen, storingen in de bloedsomloop e.d. in de hand.
Nog erger is de overvloedige prikkeling. Op de televisie is ondertussen een overvloed van programma’s – en het internet is intussen als een zee, waarin je kunt verdrinken. Veel kinderen (en volwassenen) zijn van die media helemaal niet meer weg te slaan. Als het gevaar van verslaving bestaat, helpt alleen maar één ding: radicaal kappen met die dingen. Verdere gevolgen voor de gezondheid kunnen nerveuze overspanning, slaapstoornissen en een overmatige honger naar meer zijn. Psychisch kan veelvuldig tv-kijken leiden tot passiviteit en lusteloosheid. Je gaat in de luie tv-stoel zitten, omdat dit prettiger is dan wanneer je zelf iets moet gaan ondernemen. Een beetje kort door de bocht: veel mensen zijn nauwelijks nog in staat uit hun luie tv-stoel op te staan.
Daar komt bij de tv nog de heel sterke sturing van buitenaf bij, het verlies van creatieve fantasie, de behoefte om alleen maar te consumeren, waardoor de ziel zich niet kan ontplooien en boven zich uit kan groeien, hetgeen het geluk blokkeert. Echte eigen gevoelens worden vervangen door gevoelens, die ontstaan door identificatie met gefingeerde fantasiefiguren. Daardoor ontstaat echter een wereldbeeld, dat in meerdere of mindere mate totaal vervalst is. Dat hangt natuurlijk af van de gekozen programma’s. De maatschappij veredelt of verruwt, het intermenselijk contact wordt versimpeld of besmeurd. Waarden worden omgekeerd; we zien dat immers heel sterk in de manier waarop huwelijk en gezin op de televisie wordt uitgebeeld. Er is nauwelijks nog een intact gezin, dat vertoond wordt. Als voorbeeld mag worden genoemd de intussen reeds klassieke serie “Goede tijden, slechte tijden”. Wat abnormaal is, wordt als gangbaar gezien. Het meeste dat vertoond wordt, is niet in overeenstemming met de Bijbelse opvatting over huwelijk en gezin.
Wat beïnvloedt de kijkcijfers?
Verder moeten we niet vergeten, wat ook iedere tv-programmamaker weet: wat kan eigenlijk nog door de beugel als tv-programma? Of als computerspelletje? Daartoe enkele voorbeelden en nadenkertjes onder het aspect, dat het vooral niet mag vervelen:
Er moet nu eenmaal steeds actie, spanning en geweld worden geboden. De misdaad- en geweldfilms nemen immers steeds meer toe, ook pornografische films, hetgeen grote gevaren met zich meebrengt voor de persoonlijke karakterontwikkeling en het eeuwig zieleheil. Een verder aspect, waar je niet omheen kunt, is, dat beelden een heel bijzondere suggestieve kracht bezitten, ja ronduit hypnotisch kunnen werken. Beelden omgeven het denken heel sterk en dringen direct het onderbewustzijn binnen. De controle, de selectie (vermogen om te kiezen) wordt in sterke mate uitgeschakeld. Er blijft geen tijd meer over om er goed over na te denken.
Ik heb al vermeld, dat het gevaar van verslaving bij televisie en internet heel groot is. Reeds in 1971 heeft de Maatschappij voor Rationele Psychologie in München een onderzoek gedaan naar de uitwerking van de televisie, waarvan de uitkomsten ook heden nog van belang zijn. 184 gezinnen en alleengaanden hadden zich vrijwillig bereid verklaard om een jaar lang afstand van televisie te doen. Reeds na een maand gaf 10% van de proefpersonen het op. Na drie maanden liet 58% het “kassie” weer aansluiten. En in de vijfde maand hield ook de laatste het niet meer zonder tv uit. Ze waren er allen ook al eerder aan gewend. Toch zijn er tegenwoordig van de ca. 80 miljoen inwoners in Duitsland zo’n 2 miljoen, die nog steeds geen televisietoestel hebben – of er bewust afstand van hebben gedaan (zoals de schrijver).
Gezins- en geestelijk leven
Verder kan het gezinsleven erg te lijden hebben onder overdreven mediagebruik. Spanningen en conflicten worden niet meer onder elkaar opgelost. De huwelijkspartners voor het elektronisch medium kijken elkaar niet meer rechtstreeks aan, maar ze kijken dezelfde kant uit naar het beeldscherm, zodat er niet gepraat hoeft te worden. Dat lijkt eerst eenvoudiger, maar de dingen worden er daardoor niet meer verwerkt. Dat hoeft niet zo te wezen, maar in veel gezinnen neem ik dit waar.
Zo’n passiviteit is bijvoorbeeld te vinden bij quizuitzendingen. In plaats van met de kinderen in het gezin zelf een quiz te maken, wat veel interessanter is, zit men passief naar quizuitzendingen te kijken. Je moet het spel natuurlijk kopen en zelf spelen, maar de kinderen zijn erg dankbaar, wanneer je de tijd neemt om zelf met hen te spelen en hen niet neer te zetten voor speluitzendingen.
Als doorslaggevend aspect moet niet vergeten worden, dat bij christenen het geestelijk leven zeer te lijden kan hebben door televisie en twijfelachtige internetbeïnvloeding – en wel door de inhoud van hetgeen tegenwoordig wordt vertoond. Hiervoor een kleine anekdote: een gelovig christen, die geen televisietoestel had, kreeg dit als cadeau van de familie. De klantenservice bracht het thuis. De verpakking van het toestel droeg de zinvolle reclameslogan: “Met dit toestel komt de wereld in uw huis!” Dat maakte de man wakker en hij liet het toestel per omgaande naar de firma teruggaan.
Je kunt erom lachen, maar er zit een diepe achtergrond achter. Natuurlijk hoop ik, dat ieder die ondanks die waarschuwingen een televisietoestel heeft, zoveel controle bezit om de knop te hanteren, wanneer een uitzending of programma geestelijk geen opbouwende werking heeft (en dat is toch praktisch altijd het geval). De ervaring laat echter zien, dat – als ze er al zijn – maar heel weinig mensen bestaan, die niet verslaafd raken aan de beeldschermmedia. In zoverre is het beter om zich zo mogelijk meteen al niet in gevaar te brengen en de bron van verzoeking (bijv. het tv-toestel) te mijden.
Wat betreft internet, zijn er ondertussen heel goede filter- en beveiligde kinderprogramma’s, die immoraliteit, geweld e.d. eruit filteren. Zulke programma’s moet je als christen in ieder geval kiezen, voor het geval je om beroeps- of communicatieredenen (e-mail) niet kunt afzien van computer en internet. Maar de beste en alleen effectieve “beveiliging” in al die dingen is en blijft de liefde tot de Here Jezus Christus en de gehoorzaamheid aan Zijn goede geboden. Natuurlijk kan menigeen onderzoeken, of hij als consument van die dingen tot de sterken of zwakken behoort (Romeinen 14). In elk geval is het beter “het oog uit te rukken” (Mattheüs 5:29), d.w.z. de bron van verzoeking te mijden dan met een ziend oog, maar niet gered de eeuwige verdoemenis in te gaan.
Opvallend!
Een interessante waarneming van wat momenteel in de televisietechniek mogelijk is: er zijn in de Verenigde Staten proeven genomen en men heeft uit een film slechts één enkel beeld eruit geknipt bij 22 doorlopende beelden per seconde. Men heeft dit beeld vervangen door een reclamespot met een colafles. Bij het experiment met een testfilm is de toeschouwers niet verteld, wat er vertoond wordt. Maar dat ene beeld met de colafles in een fractie van een seconde heeft ertoe geleid, dat de meerderheid daarna behoefte had om cola te gaan drinken. Men moet zich eens voorstellen, dat er iets occults of pornografisch werd ingelast – wat een invloed dat zou hebben op het geestelijk leven. Dat is technisch mogelijk, maar momenteel nog verboden. Maar sinds de particuliere zenders in opmars zijn, is er haast geen houden aan. En dan blijkt, hoe het onderbewustzijn direct kan worden gemanipuleerd door het beeld. Laten we ten aanzien van het manipuleren, dat tegenwoordig aanwezig is, waakzaam zijn!
Er zijn christelijke initiatieven zoals de groep “Meer Evangelie in de media”, die in de particuliere kanalen van enkele steden en via internet toegang heeft gekregen tot uitzendmogelijkheden van christelijke programma’s. Maar helaas is het meestal zo, dat de andere kant het meeste gewicht in de schaal legt. En veel van de “christelijke” programma’s, die via publieke of particuliere kanalen worden uitgezonden, bevatten een verkort of vervalst (bijv. liberaal of pseudocharismatisch) “evangelie”, zodat je er helaas eerder tegen moet waarschuwen dan dat je zulke uitzendingen zou kunnen aanbevelen. Enkele weinige uitzonderingen bevestigen hier de regel.
Dr. Lothar Gassmann
NLP: een nieuwe godsdienst
Het is met Neurolinguïstisch programmeren (NLP) net als met de denkrichting new age: het is overal aanwezig, maar er is weinig verweer meer. NLP is een psychotechniek die met allerlei middelen psychische problemen probeert weg te werken. De heer Ratelband heeft in ons land dit programmeren gepopulariseerd. Een fobie? Neem een cursus NLP! Vuurlopen of in glasscherven springen doe je met NLP. Omzet verhogen? Volg een cursus NLP! Snellezen op de basisschool en bij het voortgezet onderwijs? NLP!!
NLP: Een nieuwe godsdienst?
Kernpunten NLP
NLP is een samentrekking van technieken uit verschillende wetenschappen welke is ontstaan in de Verenigde Staten. NLP maakt gebruik van diverse occulte technieken onder pseudowetenschappelijke namen, zoals regressietechniek (in trance reparaties uitvoeren in het verleden en zelfs in vorige levens). De grondregels van NLP staan in diverse opzichten haaks op de Bijbelse grondregels, zoals het maakbare mensbeeld en grenzen soms aan het occulte, zoals de zielsverhuizing en de ‘positieve bezetenheid’.
Volgens de Nederlandse vereniging voor NLP, NVNLP, is Neurolinguïstische programmering de studie van het mechanisme waar de mens gebruik van maakt bij het opdoen en genereren van subjectieve ervaringen, gedrag en communicatie. Dit mechanisme wordt via modellen in kaart gebracht, waardoor die modellen toegankelijk en overdraagbaar worden en zodoende door een ieder, via een set van technieken kunnen worden aangeleerd. Anders gezegd: NLP is een methode die je leert je eigen brein te besturen. Tot zover de definitie van NLP volgens NVNLP
NLP’ers manipuleren het gedrag van andere mensen. Het gedrag wordt beïnvloed door gebruikmaking van allerlei “technieken” die hen traint om op kleine details te letten in het gedrag van de ander. Het doel is het opbouwen van een vertrouwensrelatie zonder zichzelf open te stellen. Na het winnen van dit vertrouwen zal er gemanipuleerd worden ten voordele van het doel van de NLP’er. Dit doel zal bij een beginnend NLP’er vooral op zichzelf gericht zijn. Voordeel halen uit het gebruik van de aangeleerde technieken zal echter snel naar meer smaken.
Wat uit de definitie van NVNLP niet naar voren komt, is de verder gaande ingreep in het leven en welzijn van de betrokken NLP’er. Om nog “succesvoller” te kunnen zijn zal de NLP’er trainingen krijgen in hypnose en concentratie en zodoende steeds verder meegetrokken worden om contact te leggen met de “helpers” in de geesteswereld. Hierbij worden uiteindelijk zowel technieken gebruikt uit de oosterse godsdiensten als de eeuwenoude (soms lang vergeten) technieken die sjamanen hanteerden, voordat het christendom zijn intrede deed. Uiteindelijk zal het doel van een NLP’er veranderen van voordeel voor zichzelf naar het dienen van de demonen die hij tegen zal komen in de geesteswereld.
Stromingen als basis voor NLP
Naast de genoemde kenmerken en achtergronden van NLP is er onmiskenbaar een voedingsbodem gecreëerd waarop de grondleggers van NLP hun theorie aan zoveel mensen kwijt konden. Er is gebruik gemaakt van de invloeden van oosterse godsdiensten en zelfs enkele natuurgodsdiensten die al lang uitgestorven zijn. Maar deze invloeden zijn niet genoeg om het aantal volgelingen te werven die NLP nu heeft. We zullen in onze eigen cultuurhistorie terug moeten kijken om te zien waar NLP op in kan spelen. In de historie zal een tendens moeten zijn om de mens centraal te stellen in plaats van God. Dat brengt ons al gauw op zowel de verlichting als de romantiek die een reactie op deze verlichting is. Beide hebben kenmerken die zich lenen als voedingsbodem voor NLP. Zonder uitputtend te willen zijn hierbij een opstelling van enkele tegenstellingen tussen verlichting en romantiek:
In de verlichting zie je duidelijk de tendens om de mens (en vooral zijn intellect) centraal te stellen. Je hoeft geen verantwoording meer te voelen ten opzichte van God. De geestelijke leegte die dit uiteindelijk veroorzaakt, maakt dat mensen toch gaan zoeken naar een andere opvulling die dan weer deels gevonden wordt in de spiritualiteit.
Met name in de romantiek waar subjectieve en spirituele belevingen meespelen, vinden we al gauw enkele fundamenten van NLP terug. Denk in het bijzonder aan het zoeken naar “jezelf”, het ontdekken van gevoelens door meditatie en het zoeken naar kwaliteit van leven zonder daarbij na te denken over de Schepper hiervan. In werken van schrijvers en dichters uit de romantiek (zie bijvoorbeeld Ernst Theodor Amadeus Hoffmann) zijn hier voldoende voorbeelden van te vinden.
Binnen NLP zie je een zelfde soort gelaagdheid. De eerste kennismaking met NLP zal gepaard gaan met het aanleren van allerlei technieken om beter op te letten op kleine details bij gesprekspartners en hoe dat voor eigen gewin (“verbetering”) aan te wenden. Dit is op zich allemaal nog beredeneerbaar en logisch. Sommige van deze technieken worden zelfs geleend bij erkende wetenschappelijke toepassingen. Er wordt een beroep gedaan op het menselijk intellect om de aangeleerde technieken toe te passen. Maar al gauw kom je in het aanleren van NLP in aanraking met concentratieoefeningen en meer subjectieve technieken om “jezelf” beter te ontdekken. Het gevoel, het zien, het horen, het ruiken wordt onderhanden genomen om zaken waar te nemen die voor ander mensen niet waar te nemen zijn. Hier wordt vooral ingespeeld op het gebruiken van je fantasie. Gaandeweg wordt er steeds meer nadruk gelegd op het waarnemen van stemmen, zodat er uiteindelijk contact kan ontstaan met de geesteswereld. Dit laatste gaat nog steeds onder het mom van jezelf ontdekken.
Wat is dan het verschil tussen verlichting en romantiek enerzijds en NLP anderzijds? Het meest opvallende is de verdiepte contacten met de geesteswereld die bij NLP veel duidelijker wordt genoemd als kernpunt. Romantiek en verlichting dienden in de eeuwenlange ontwikkeling slechts als voorbereiding hierop.
NLP als organisatie
Aanhangers van NLP hebben zich steeds beter georganiseerd. Er zijn wereldwijde en landelijke verenigingen voor NLP opgericht die de theorie van de grondleggers van NLP uitdragen. Binnen deze verenigingen zijn regels gesteld voor de erkenning van de NLP-opleidingen en de graden die NLP’ers kunnen halen. Dit laatste geeft al aan hoe gelaagd de hele organisatie is. De grondleggers van NLP staan nog steeds bovenin deze hiërarchie. Om hogerop te komen in de organisatie zijn er allerlei inwijdingsrituelen gebaseerd op spirituele technieken. Hoe verder je in de organisatie komt, hoe meer je ontvankelijk bent voor de invloeden van de demonen. Dit alles wordt uiteraard niet met deze woorden verteld.
NLP als godsdienst
Het achterliggende doel is duidelijk. Mensen winnen door hen te lokken met voordeel en hen dusdanig te manipuleren dat ze meer voordeel gaan najagen en zich uiteindelijk laten verleiden tot het aangaan van contacten met de geesteswereld. Op deze wijze kunnen uiteindelijk alle religies ter wereld bijeen worden gebracht, zonder afbreuk te doen aan hun fundamenten. Behalve dan dat wij als christenen zouden moeten staan voor het feit dat er maar één God is en dat de enige weg naar God de weg van Jezus is. De uitgangspunten van NLP zijn met dit laatste onverenigbaar, zeker in het licht van Deuteronomium 29. Hierin wordt beschreven wat de consequenties zijn van het dienen van andere goden, alsmede het zoeken naar zaken die voor ons niet openbaar horen te zijn. Deze verborgen zaken mogen zeker niet, met welke techniek dan ook, worden opgeroepen.
Ondanks de ontkenning van de zijde van de NLP- aanhangers kun je hier veilig tot de conclusie komen, dat NLP uiteindelijk leidt tot het openstellen van jezelf voor ander goden. Het communiceren met de demonen in de geesteswereld en het opvolgen van hun adviezen staat gelijk aan het dienen van andere goden. Het dienen van goden staat gelijk aan het begrip godsdienst.
Het gevaar van NLP zit vooral in het aanbieden van deze godsdienst onder het mom van een set van technieken om van alles en nog wat aan jezelf te kunnen verbeteren. Begrippen als concentratie, meditatie, trance, subjectieve waarnemingen en spiritualiteit doen als gevolg van de verlichting en de daaropvolgende romantiek geen alarmbellen meer rinkelen.
Omgaan met NLP
Uiteraard wijzen wij vanuit onze overtuiging NLP af. Maar hoe moeten we omgaan met mensen die we in ons dagelijks leven tegenkomen? Bovendien wordt NLP niet alleen aangeboden door individuele personen, maar vaak ook via cursussen vanuit de werkgever. Ik heb van nabij situaties meegemaakt dat mensen op het werk deze cursussen moesten volgen in verband met een slechte beoordeling betreffende hun functioneren.
Naar een werkgever toe is de enige uitweg om op grond van geloofsovertuiging zulke cursussen af te wijzen. Het is zelfs zo dat NLP trainers geen mensen willen hebben die negatief staan tegenover de grondslag van NLP, dus heeft het voor een werkgever ook weinig zin om mensen hiertoe te verplichten. In dat geval zal een werkgever een cursusaanbod moeten bieden zonder NLP als basis. Hier komt het dus vooral aan op sterk staan in je geloof en erop vertrouwen, dat ondanks de dreiging van vervelende consequenties de keuze voor het christen- zijn zwaarder weegt.
Het is opvallend hoe mensen de moeite gaan nemen om meer aan hun “spiritualiteit” te werken op het moment dat ze kennismaken met NLP. Indien men dezelfde moeite zou hebben genomen om in gebed te komen met God, dan zouden de kerken en samenkomsten zonder uitzondering uitpuilen. Maar daarin ligt voor ons direct de grote kans om met NLP’ers in gesprek te komen. Indien je dan uiteindelijk erkent, dat er een “buitenaardse” macht is, waarom ben je dan nog nooit met een vergelijkbare inspanning in gesprek met God gegaan?
G.A. van Charante
Meer weten over NLP in het licht van de achtergronden en de antwoorden vanuit de Bijbel hierop? Het boek “Neuro Linguïstisch programmeren in Bijbels perspectief” van drs. R.H. Matzken, ISBN nummer 90 5030 649 7 is uitgebreid en naar het boek “NLP/ Magie in een wetenschappelijk jasje?” van prof. dr. R. Franzke, zie webshop.
The Hunger Games
Een ouder wees op de trilogie The Hunger Games (= De hongerspelen) die aftrek vindt onder de jeugd en de film trouwens niet minder. Waarom? Berit Kjos heeft in een uitgebreid artikel de achtergronden belicht. Het onderstaande artikel is een bewerking daarvan.
Uit Wikipedia
De Hongerspelen is een adolescentenroman afkomstig uit de gelijknamige trilogie geschreven door de Amerikaanse schrijfster Suzanne Collins. Het boek werd voor het eerst uitgebracht in 2008 door uitgeverij Scholastic en werd gevolgd door nog twee boeken: Vlammen (2009) en Spotgaai (2010). Een film-adaptatie (= bewerking) van het boek, geregisseerd door Gary Ross en mede geschreven door Collins, verscheen in maart 2012 in de bioscoop.
Het boek
The Hunger Games is het tienerverhaal dat zich afspeelt in het tirannieke Panem, voorheen Amerika. Hoofdpersoon is de 16-jarige Katniss. Zoals George Orwell al wist, zetten gemeenschappelijke vijanden en festiviteiten aan tot solidariteit. Daarom organiseert Panem jaarlijks de Hunger Games die gelijkenis vertonen met de spelen in het Romeinse Colosseum. Twaalf jongens en twaalf meisjes tussen 12 en 18 jaar worden door loting aangewezen. Deze 24 “tributes” moeten elkaar doden tot er maar één overlevende is, terwijl heel Panem via de tv meekijkt. Als Katniss met twee anderen is overgebleven, moeten ze 21 wolfachtige mutanten bevechten die de 21 gedode “tributes” blijken te zijn.
Kritiek
Waarom worden de lezers zo gefascineerd: mysterieuze manifestaties en mythische reïncarnaties lijken plausibel in de sfeer van mythe, verbeelding en occultisme en ondertussen worden onrustbarende gedachten ingeplant in de denkwereld van de lezers (tieners)?
We zouden niet verbaasd moeten zijn over zulke sterke tegenstellingen met alle waarden en de geloofsovertuiging waar men voor staat. De thema’s passen in deze tijd. Ze wekken nieuwsgierigheid die moeilijk te bevredigen is en verspreiden corrupte waarden die toekomstig gedrag en voorkeur bepalen. Ze stompen de verlangens van onze kinderen naar Gods waarheid af.
Via school en entertainment zijn ze al afgestemd op een cultuur van mythe, geweld, sensuele prikkels en feministische superioriteit. Bijbelse waarheid is niet te verenigen met gedachteveranderende boodschappen waarmee ze gebombardeerd worden via internet, computerspelletjes, leeftijdsgenoten en boeken. De massa volgen is normaal, God volgen niet.
Onze kinderen zijn alleen veilig bij God, terwijl ze Zijn wapenrusting dragen. Wij moeten bidden, dat God hen wil bewaren in Zijn liefde, zodat ze Hem kunnen leren kennen en Zijn Woord liefhebben.