Het onderwijs is een heel belangrijk terrein waarop het newagedenken zich richt. Dit denken maakt in het onderwijs een grote voortgang, omdat men hoopt dat de nieuwe generatie gemakkelijker te winnen is voor het nieuwe denken dan de generatie die nog door het onderwijs tot ‘Vissen-denken’ is geprogrammeerd. Men redeneert dan, dat de moeite om de jongeren het Aquarius-denken bij te brengen in geen verhouding staat tot de moeite die het kost om een huidige generatie hiertoe te ‘bekeren’. Vanuit het perspectief van new age kan dit doel op twee manieren worden bereikt:
- door het oprichten van echte ‘newagescholen’, waar ‘integraal’ onderwijs wordt gegeven, dat ’transpersonele doeleinden’ dient,
- door de uitstraling van het newagedenken naar alle bestaande scholen.
Marilyn Ferguson is één van de weinige newageauteurs die zich in breed verband met het onderwijs heeft beziggehouden. Zij doet dit vanuit het bekende patroon, dat veel mensen herkennen en daarom graag als waarheid verwelkomen: ‘de mensheid is ziek, dodelijk ziek, als gevolg van het ‘Vissen-denken’. Zij noemt dit de ‘pedogene ziekte’, naar analogie van de ‘iatrogene ziekte’, een ziekte die door de arts/verpleging wordt veroorzaakt. In het onderwijs zou dan de leraar als exponent van het ‘old age onderwijs’, de leerlingen onkundig houden van de echte werkelijkheid, door hen te programmeren en te conditioneren op de zichtbare werkelijkheid, die slechts illusie en schijn zou zijn. Op analoge wijze redeneert zij en velen doen dit met haar, dat het onderwijs de mensheid ziek maakt, omdat de mensen daardoor leren denken
- in delen in plaats van gehelen,
- in tegenstellingen in plaats van samenstellingen,
- in prestatie en concurrentie in plaats van relatienetwerken,
- als individuen in plaats van transpersoneel.
Kinderen leren nog steeds voor de ‘oude wereld’, om dit later op pijnlijke wijze weer af te leren. Waarom leren zij niet gelijk voor de ‘nieuwe wereld’? Het denken van de onderwijzers, de structuren van de scholen, zitten vastgeroest aan de oude paradigma’s! Zij weten niet beter en zij kunnen niet beter en intussen lijden allen: leraren, leerlingen en samenleving, aan de tekortkomingen van ‘het systeem’, waardoor mens en mensheid niet toekomt aan de zelfverwerkelijking.
Newageonderwijs is gericht op het tot stand brengen van een ‘nieuwe mens’, een mens die zijn gehele bewustzijn ontwikkelt en zich daarmee volledig ontplooit. In dit denken is opvoeding en onderwijs dus het helpen van de kinderen door een proces van evolutie, waarin de mensen tot nu toe zijn blijven steken, een transformatie van de ‘oude mens’ naar de ‘nieuwe mens’. De ‘oude mens’ is de mens die behoort tot het tijdperk van de ‘Vissen’: hij denkt in termen van absoluten, van tegenstellingen en aangezien niet alle mensen dezelfde normen en waarden hanteren, leidt dit noodzakelijkerwijs tot breuken en verdeeldheid.
De ‘nieuwe mens’ behoort tot het tijdperk van ‘Waterman’: hij denkt in termen van relaties, van syntheses en hij voelt zich als een ‘zendeling’ om de achtergebleven ‘oude mensen’ te helpen het oude achter zich te laten en het nieuwe tijdperk in te treden.
De ‘nieuwe mens’ is dan ook de mens die in staat is gebruik te maken van al zijn bewustzijns-niveaus en daardoor voluit kan functioneren in het nieuwe tijdperk van ‘Aquarius’. Soms wordt deze nieuwe mens verbonden aan een utopisch idealisme. Carl Rogers noemt in zijn boek ‘Der neue Mensch’ een aantal punten op die deze nieuwe mens kenmerken:
- openheid, zonder bedenkingen, voor alles wat innerlijk of uiterlijk nieuw of ongewoon is,
- authenticiteit en afzien van elke vorm van ‘huichelarij’, die bestaande waarden nog als ‘vlag’ wil handhaven,
- sceptisch tegenover wetenschap en techniek, in plaats hiervan stelt men liever een ‘wetenskunst’ en mystiek,
- verlangen naar heelheid en integratie/’holisme’ van alles wat hier ‘in apartheid’ wordt gedaan of gehouden,
- ‘nabijheid’ van mensen, zonder fratsen en gebruikmakend van alle vormen van communicatie, vooral ook de non-verbale,
- procesbewustzijn, bereid om te veranderen en veranderd te worden telkens als dat nodig is,
- betrokkenheid in de zin van een niet-oordelende vorm van empathie,
- welhaast mystieke verbondenheid met de natuur en het aanvaarden van de consequenties hiervan in een simpele levensstijl,
- afwijzen van ‘bureaucratische instituties’ en van het naleven van regels,
- gerichtheid op de innerlijke autoriteit, afkeer van uiterlijke autoriteit,
- afstandelijk ten opzichte van materiële zaken, geld, beloning, statussymbolen,
- heimwee naar het spirituele, naar een zin en doel in het leven die uitstijgt boven het individu.
Om het onderwijs in het Aquarius-tijdperk goed te begrijpen, is het nodig om te rade te gaan bij de moderne ‘ontdekkingen’ over het functioneren van onze hersenen. Ook hier leidt de bio-fysica tot conclusies die alle culturen ter wereld reeds kenden: de Atheense filosoof, de Japanse zenmeester, de mysticus Meister Eckardt, zij kenden allen de waarde van het intuïtieve denken, dat dan kennelijk in het westerse denken verloren is gegaan! De nieuwe theorie van de linker- en rechterhersenhelften verklaart veel van het ’ten dele kennen’, dat catastrofaal voor de wereld dreigt te worden, bijvoorbeeld door milieurampen, onbestuurbaarheid, wapenwedloop, groepsegoïsme, enzovoort. Deze theorie komt op het volgende neer:
Met de linkerhersenhelft leren wij rationeel te denken, materie te ordenen, informatie op te bergen en waarschijnlijkheden te berekenen. Hierbij gebruiken wij ons analytische vermogen, waardoor de wetenschap en techniek een enorme vlucht hebben kunnen nemen. Tegelijkertijd heeft dit geleid tot allerlei neveneffecten, die als ongerijmd en paradoxaal worden ervaren en in feite de ‘zegeningen’ van de welvaartsontwikkeling teniet doen. Dit komt, zo stelt men dan, omdat men geen acht geslagen heeft op de functie van de rechterhersenhelft, die synthetisch van aard is en het geheel overziet; zij weet de zaken in een context te plaatsen en kent de betekenis der dingen intuïtief, niet beredeneerd. Doordat zij niet gebonden is aan zekerheden, is zij in hoge mate creatief, open voor het onverwachte en ongedachte, nooit afgesloten voor groei in nieuwe dimensies.
Als gezegd wordt dat ons onderwijs ‘hersenvijandig’ is, wordt bedoeld, dat de kinderen leren denken in een paradigma dat grotendeels de linkerhersenhelft ontwikkelt en hen daarmee afsluit voor het intuïtieve en creatieve denken van de rechterhersenhelft. Dat laatste is slechts voorbehouden aan de kunstenaars, de mystici, de melancholici van onze tijd, die wij ter afwisseling kunnen bewonderen, maar niet volgen. Tussen deze beide hersenhelften wordt als het ware een klassenstrijd gevoerd, waarbij de linkerhersenen, gesteund door de structuren van onze culturen, de rechterhersenen onderdrukken en uitbuiten, hen hoogstens enkele keren per jaar ‘uitlaten’ als wij een museum of concert bezoeken, of een religieuze samenkomst bijwonen.
Holistisch onderwijs richt zich dan ook op het functioneren en ontwikkelen van beide hersenhelften. In het begin roept dat geweldige spanning en weerstand op, want binnen een bepaalde onderwijsduur gaat het oefenen van het ene, het ‘onnutte rechterdeel’, altijd ten koste van het ‘nuttige linkerdeel’. Althans, zo meent men en ook dat zou een uiting zijn van ‘links-hersen denken’! Een tweede bron van spanning en weerstand zijn de belangen van de bestaande onderwijsmodellen. In haar boek ‘De Aquarius-samenzwering’ noemt Marilyn Ferguson een aantal uitgangspunten op, die zij stelt tegenover ‘het nieuwe paradigma’:
Uitgangspunten van het oude paradigma:
- nadruk op de leerstof als eindprodukt,
- structuren liggen vast in programma ‘s
- leerlingen zijn in ‘hokjes’/klassen onderverdeeld,
- prestatie staat primair als basis voor evaluatie,
- nadruk ligt op de buitenwereld en het innerlijke moet zich aanpassen,
- nadruk op analytisch/lineair denken (linkerhersenhelft); wie dat niet kan wordt verwezen naar ‘speciaal onderwijs’,
- gaat uit van absolute waarden/normen, die dus voor alle mensen gelden,
- vertrouwt primair op theoretische, abstracte ‘boekenkennis’,
- onderwijs is proces van voorbereiding op deelneming aan de samenleving, grotendeels een zaak van ‘scholen’
- leraar draagt kennis over, éénrichtingsverkeer.
Uitgangspunten van het nieuwe paradigma:
- nadruk op het leren zelf als proces,
- structuren zijn open en flexibel,
- leerling maakt niet automatisch deel uit van een bepaalde (leeftijds)groep,
- primair staat gevoel van eigenwaarde als aanzet voor prestatie,
- innerlijke ervaring wordt beschouwd als context voor het leren,
- ‘integraal onderwijs’ met aandacht voor beide hersenhelften, waaronder holistische/intuïtieve technieken,
- richt zich op waarden/normen die de leerling voor zichzelf ontdekt en zinvol acht,
- vult theoretische/abstracte kennis aan met experiment en ervaring, zowel binnen als buiten de school,
- onderwijs als ‘permanente educatie’, als integratie met de samenleving, zijdelings in verband met scholen,
- leraar is tevens leerling, leert van studenten, tweerichtingsverkeer.
Deze opsomming geeft een nogal eenzijdig en vertekend beeld. Aan de ene kant wordt een karikatuur gegeven van de bestaande situatie als het ‘oude onderwijsparadigma’, anderzijds worden alle ‘goede zaken’ als het nieuwe leerparadigma op het conto geboekt van new age! Veel hiervan vinden wij terug in de onderwijsvernieuwing, zij worden allang in de praktijk gebracht op de Vrije (antroposofische) scholen, maar ook het onderwijs naar bijbels model kent tal van aspecten die hier als ‘nieuw’ worden aangediend! Het echte newageonderwijs heeft echter enkele uitgangspunten die veel duidelijker naar voren moeten komen, omdat deze toch nog ‘verborgen’ zijn, De belangrijkste kenmerken zijn dan ook:
- het monistische/holistische wereldbeeld,
- toepassen van occulte/esoterische principes.
Een integrale opvoeding vindt plaats volgens de principes van yoga en richt zich op de vijf voornaamste activiteiten van het menselijk wezen:
- lichamelijke opvoeding, waarbij het fysieke bewustzijn volledig wordt beheerst door methode, orde, discipline en werkwijze. Daarom omvat deze opvoeding, naast gymnastiek, ook de Hatha-yoga,
- vitale opvoeding, gericht op de ontwikkeling en het gebruik van de zintuigen en vervolgens op het toenemend bewust worden en leren beheersen van het karakter om uiteindelijk tot de transformatie ervan te komen,
- mentale opvoeding bereidt de mens op een hoger leven voor; hierbij worden de vermogens ontwikkeld tot concentratie, tot verruiming en tenslotte tot een volledige beheersing van de gedachten en volslagen onafhankelijkheid van elke invloed van buitenaf,
- psychische opvoeding richt zich op het ware levensmotief, het ontdekken waarom wij hier op aarde bestaan en het toewijden van het individu aan zijn ‘eeuwig beginsel’ door het ontdekken van zijn eigen weg of dharma,
- spirituele opvoeding heeft als eerste doel: een hogere verwerkelijking van de mens op aarde, waarbij alle egoïsme in het individu wordt afgeschaft.
Het tweede doel is de vlucht uit iedere aardse manifestatie en een terugkeer naar wat niet gemanifesteerd is: hierbij wordt de ego (het individu!) zelf afgeschaft.
Wezenlijk bij newageonderwijs is haar transpersonele karakter, dat gericht is op de transcendente vermogens van mensen. Het transpersonele onderwijs is te vergelijken met de holistische geneeskunde en dit maakt dit onderwijs, net als deze geneeskunde, geheel verschillend van al het bestaande:
“In het transpersonele onderwijs spoort men de leerling aan om alert en autonoom te zijn, een kritische instelling te hebben, alle hoeken en gaten van de bewuste ervaring te onderzoeken, te zoeken naar de zin der dingen, tot het uiterste te gaan en de grenzen en diepten van het eigen ik te bepalen.”
Dit onderwijs stelt dus het kind en zijn ervaring centraal, zoals ook het humanistisch denken dat doet. Het verschil is dat transpersoneel onderwijs uitgaat van een ‘hogere werkelijkheid’, die de zin en bestemming vormt van het individu. Transpersoneelonderwijs leert de kinderen zelf deze werkelijkheid te verkennen en hierin op te gaan. De zogenaamde objectieve werkelijkheid bestaat niet echt, maar wordt door iedereen subjectief beleefd; alles wat wij ‘objectief noemen, alle vaststaande waarden’ zijn slechts een illusie. Het christendom is een godsdienst die voor veel mensen een benadering gaf van de ‘hogere werkelijkheid’, maar die thans achterhaald is, omdat haar dogma’s de ‘subjectieve werkelijkheid’ van kerkvaders en theologen aan anderen opleggen! Die worden daarmee verhinderd om hun eigen dharma te vinden en vinden daardoor hun eigen weg of pad juist niet, vandaar dus alle frustraties en stress! In het harnas van Saul kan David Goliath nooit verslaan, hij moet vrij zijn om zijn eigen ‘pad’ te gaan.
De leerprocessen bij new age maken gebruik van geheel nieuwe vormen van leren: vormen die vroeger naar de fabels en sprookjes werden verwezen. ‘Leren’ is hierbij niet langer een proces van inspanning, van bewuste concentratie, maar juist een proces van ontspanning onder invloed van magische praktijken. Men kan zich hiervoor bewust openstellen en onder invloed van ‘de juiste leertechniek’ tot verbazingwekkende prestaties komen: men trekt dan als het ware ‘kennis’ of ‘succes’ naar zich toe. Angstwekkender is dat deze leerprocessen ook die mensen kunnen beïnvloeden, die niets met new age te maken (willen) hebben, eenvoudig doordat de aandacht op hen wordt gericht.
Hoe staat de Bijbel tegenover integraal onderwijs?
Het woord ‘onderwijs’ is op zichzelf heel bijbels, in die zin dat het een heel joodse oorsprong heeft. Het betekent namelijk ‘onder-wijzing’, de letterlijke vertaling van het Duitse ‘unter-Weisung’, dat wil dus zeggen het brengen van de wereld en al haar fenomenen onder de ‘duiding’ van God, het interpreteren van de wereld vanuit Zijn Woord. Het resultaat is een generatie mensen die ‘onderwezen’ zijn in de wijsheid en de kennis van God, wat alleen mogelijk is vanuit de ‘vreze des Heren’ (zie Job 28:28, Psalm 111:10, Spreuken 1:7 en 9:10). Beter dan het bestrijden van oude en nieuwe paradigma’s is het aangeven van een bijbels onderwijskundig denkkader (om het woord ‘bijbels paradigma’ te vermijden). Dan zal blijken dat new age eigenlijk een persiflage is van bijbels denken, bijvoorbeeld als het de nadruk legt op de ‘leraar van binnen’.
De term integraal onderwijs als zodanig is in de Bijbel onbekend, maar de Bijbel gaat er wel vanuit, omdat deze uitgaat van de totale mens! De bekendste passages over opvoeding en onderwijs zijn wel Deuteronomium 6, waar verstandelijk kennen, met het hart aanhangen en met de daad volbrengen nauw met elkaar samenhangen. Ditzelfde vinden wij ook in Paulus’ brief aan Timotheüs, waar “de heilige schriften wijs kunnen maken tot zaligheid, maar ook nuttig zijn om de onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust” (2 Timotheüs 3:15-17).
De Bijbel alleen is voldoende om een antwoord te geven op alle eenzijdigheid, waarin het onderwijs, gebaseerd op een gereduceerde mensvisie, geslachten lang kinderen heeft gevormd. Een studie van het onderwijs vanuit de Bijbel en van het mensbeeld waarvan men uitgaat, kan ook helpen om het valse te zien van de tegenstelling die door new agers wordt gesteld en om een bijbels normatieve pedagogiek te verwoorden, die uitgaat van het Hebreeuwse denken. Dit denken kent een eenheid van leer en leven, bijvoorbeeld bij de rabbi’s, die wezenlijk is voor de joods-christelijke traditie en tal van karikaturen kan wegnemen en voorkómen: in die zin is bijbels onderwijs ‘integraal onderwijs’.
reiki
Reiki, de kosmische levenskracht
Samenvatting: In de pedagogiek doen allerlei termen uit de wereld van de therapie hun intrede. Eén ervan is Reiki, de kosmische levenskracht.
Bewerking door drs. R.H. Matzken van een artikel van G. Feller in ‘Promise’, 1995
___________
In de vloedgolf van ‘holistische therapieën’ die zich als alternatieve geneeswijzen aandienen, horen wij de laatste jaren steeds meer over Reiki, een ‘energetische behandelingswijze’. Deze speelt in op de toenemende behoefte aan spiritualiteit in de gezondheidszorg en tegenwoordig ook in het onderwijs.
Ontstaan en betekenis van de term
Reiki is afkomstig van de rector-priester dr. M. Usui, priester en rector aan een katholieke universiteit in Kyoto, Japan. Deze probeerde ongeveer 100 jaar geleden de genezingen van Jezus en Diens uitspraak “Gij zult grotere dingen doen dan deze” te plaatsen in het kader van het Japanse shinto-geloof en de Tibetaanse Lotus-soetra’s. Zelf ‘ontdekte’ hij geschriften die buitenbijbelse informatie over Jezus bevatten en ontving hij een ‘kosmische verlichting’ op de heilige berg Kuri Yama. Daar werd zijn bewustzijn van aardse wetten en logica gereinigd en ontving hij de genezende kracht waarvan ook Boeddha en Jezus zich bediend zouden hebben en die hij REIKI noemde.
De schrifttekens voor ‘Rei’ en ‘Ki’ (of ‘Chi’) hebben samen de betekenis van ‘universele transcendente geest en levenskracht’. Ziekte wordt gezien als een verstoring in de vibraties van het ‘etherische lichaam’. Reiki heet daarom een ‘energetische’ methode waarbij (geestes-)kracht wordt overgebracht. Door middel van handoplegging moeten deze ‘krachten’ van de Reiki-genezer gaan stromen naar de te genezen persoon. Dat zou het geheim van Jezus’ genezingen zijn geweest en op die manier kunnen wij ‘grotere dingen doen dan Hij’ en aldus zijn Woord vervullen.
Omgaan met kosmische energie
Net als het Hindoeïsme leert Reiki dat wij allemaal ‘energie’ zijn, evenals de wereld waarin wij ons bewegen. Deze geestelijke energie zou vibreren met verschillende snelheden en eigenschappen. Het lichaam en de mens worden gezien als verschillende energievelden met wisselende dichtheden.
De mens zou een zevenvoudige natuur bezitten, die het geestelijk (energetisch) niveau van de mens uitbeeldt. Volgens kosmische evolutie-gedachten wordt deze geklasseerd in verschillende bewustzijns-niveaus of aura’s; dit is de buitenste uitstraling van het lichaam. Ze worden met het lichaam verbonden in de zeven energiecentra of chakra’s van de centrale as van ons lichaamsstelsel, en zijn in volgorde van belangrijkheid:
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Het astrale niveau
Het lagere geestelijke niveau
Het hogere geestelijke niveau
Het spirituele causale niveau
Het intuïtieve niveau
Het goddelijke of absolute niveau
De geslachts-chakra
De navel-chakra
De harte-chakra
De hals-chakra
De hersenchakra (het ‘derde oog’)
De schedelchakra (de ontluikende lotus)
Op die manier komt de reiki, evenals de yogi en de andere priesters uit de oosterse religies, in contact met de geestelijke energiecentra die het lichamelijk welzijn zouden bepalen. Volgens de Reiki-aanhangers heeft de mens een ‘kosmisch bewustzijn’ nodig, een ‘nieuwe spiritualiteit’. Daartoe moet hij een ‘innerlijke transformatie’ doormaken, die door de Reiki-technieken wordt bevorderd, zodat de ‘universele levenskracht’ via de aura’s en chakra’s het menselijk leven kan doorstromen en vibreren. In Reiki-termen heet dat ‘kanaliseren’ of ‘channelen’.
Onderwijs als therapie
Begin jaren negentig heeft de zogenaamde spirituele pedagogiek in het onderwijs haar intrede gedaan. Als gevolg daarvan worden allerlei therapeutische technieken het onderwijs binnengebracht. Daarbij krijgen de leerlingen toegang tot hun eigen ‘verborgen hulpbronnen’ en leren ze om de ‘blokkades die hen daarbij in de weg staan, te overwinnen’. Een verdere beschrijving en beoordeling vindt u onder meer in onze publikatie Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) in bijbels perspectief.
Wat hierbij opvalt, is dat onderwijs niet meer primair is gericht op het ontsluiten van de bronnen van de externe kennis, met name door het overdragen en toegankelijk maken van kennis: EDUCARE . Deze onderwijsvisie moet nu wijken voor een andere vorm van onderwijs: EDUCERE. Hier komt het accent veel meer te liggen op het ontsluiten van de bronnen van verlichting en van energie. Daarbij worden leerstoornissen zoals concentratieproblemen en faalangst geplaatst in het eerder besproken Hindoe-denkkader. De spirituele pedagogiek beschouwt dergelijke verschijnselen als de gevolgen van het terugvallen van de mens op de lagere bewustzijnsniveaus waarbij de energiestroom wordt geblokkeerd. Via een Reiki-behandeling worden hogere energiekrachten overgedragen, wat is te vergelijken met het bijladen van een accu:
Dit gebeurt volgens “oeroude tibetaanse technieken” en begint bij de kruin (via handoplegging), waarna de energie via alle chakra’s het gehele lichaam doorspoelt, van de ‘fijnstoffelijke bovenste vier chakra’s’ tot aan de ‘grofstoffelijke laagste drie chakra’s’. Zo’n ‘schoonmaakperiode’ duurt 21 dagen en daarin worden door versnelling van het energie-patroon de zgn. blokkeringen losgemaakt en weggenomen. Velen krijgen hierdoor gelijk al visioenen, stemmen en dromen.
Esoterische en bijbelse duiding
Deze handelingen worden ‘afstemmingen’ of ‘inwijdingen’ genoemd: verruimen van het bewustzijn tot een hoog vibratie-niveau, door een snelle ‘kwantum-sprong’. In feite hebben we hier echter te maken met een duidelijk spiritistische manifestatie, waarbij iemand geleerd wordt zich open te stellen voor de (gevallen) geestelijke wereld en zodoende een medium voor boze geesten wordt. Het is geen afstemmen op zgn. eigen energie, zoals wordt beweerd, maar een afstemmen op occulte machten, waardoor men paranormale gaven ontvangt en gebonden wordt aan de boze geesten en daarvan afhankelijk wordt gemaakt. Dit blijkt ook uit het gebruik van de term ‘channelen’ of ‘schakelen’, waarbij de mens zijn lichaam ten dienste stelt van een geest om zich daardoor te manifsteren. In termen van het spiritisme: de mens biedt zich aan als medium van zijn geleidegeest.
Er zijn Reiki-meesters van de eerste graad, die vier ‘afstemmingen’ ontvangen die zijn gericht op de bovenste vier chakra’s.
Er zijn ook initiaties voor de lagere chakra’s. Bij de afstemming of initiatie van de wortel-chakra wordt de kundalini (de slangenkracht, onderaan de wervelkolom) opgewekt, waardoor de seksuele energie zou toenemen. Andere vormen van levensenergie worden opgewekt bij de afstemming of initiatie van de geslachts- en de navelchakra.
De afstemming (inwijding) tot Reiki-meester houdt in dat deze aan anderen de kosmische, of goddelijke energie kan overdragen of ingieten. Zo iemand zou zelf het leven vorm geven en wordt zo tot een soort god, die zijn eigen leven schept! Vanuit deze holistische wereldvisie is er geen verschil tussen God en Zijn schepping, hooguit in trillingsgetal, op vibratieniveau! Als alles wat er gebeurt, deel uitmaakt van een ketting van actie en reactie, en onder invloed staat van natuurlijke en spirituele wetten, dan volgt daaruit dat alles en iedereen, ook God, deel uitmaakt van dit proces en gebonden is aan wetten. “Goddelijke kracht” is dan voor iedereen bereikbaar, “geloof” is een kwestie van sprituele techniek en “genade” wordt verlaagd tot ‘afstemming’ en ‘inwijding’. Het behoeft geen verder betoog dat een christen hieraan geen deel kan en mag hebben. Ook mensen die zeggen “niet in al deze poespas te geloven” zullen er (vaak te laat) achter komen dat de wereld waarvan zij het bestaan ontkennen, wel degelijk bestaat en dat de demonen harde meesters zijn. God zij dank is er redding uit deze situatie mogelijk. Daartoe citeren wij de woorden van Paulus uit 1 Timotheüs 1:12-16:
“Wat ben ik dankbaar dat onze Here Jezus Christus mij heeft uitgekozen om één van Zijn boodschappers te zijn en dat Hij mij de kracht geeft Hem trouw te blijven, hoewel ik vroeger zelfs de naam van Christus bespot heb. Maar God heeft Zich over mij ontfermd, omdat ik niet wist wat ik deed; ik kende Christus toen nog niet. Wat is de Here goed voor mij geweest! Hij heeft mij het geloof in Christus Jezus gegeven en mij gevuld met Diens liefde. Het is een onomstotelijk feit -en iedereen zou dat moeten geloven- dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars te redden; en ik was wel de ergste van hen allemaal. Maar God heeft mij vergeven, opdat Jezus Christus mij zou kunnen gebruiken als een voorbeeld om te laten zien hoeveel geduld Hij heeft. Zo zullen anderen beseffen dat ook zij eeuwig leven kunnen krijgen.”
Sjamanisme
Samenvatting: In de pedagogiek heeft het begrip ‘sjamanen’ hun intree gedaan, bijvoorbeeld in de spirituele pedagogiek en in NLP.
Een bewerking door drs. R.H. Matzken van het gelijknamige boek van Dr. R. Franzke en Dr. L. Gassmann.
_____________
In 1998 heeft het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam twee keer een tentoonstelling gehouden over sjamanen. Ook scholen hebben deze tentoonstelling bezocht, waarbij onder andere serieus de vraag werd opgeworpen in hoeverre van voorwerpen die eeuwen geleden ‘besproken’ zijn, ook nu nog geesteskracht uitgaat.
Hieronder volgt een uittreksel uit de Duitse studie over Schamanismus, van prof.dr. Reinhard Franzke en dr. Lothar Gassmann, aangevuld met stukjes uit het New Age Handboek van drs. R.H. Matzken, waarin ongeveer 300 New Age termen worden beschreven en bijbels worden geduid.
De leer van de sjamanen (vedisch ‘sram’ = zich opwinden)
In de taal van de Tungus in Siberië zijn dit priesters die in trance contact hebben met het bovenzinnelijke. Door de antropologen wordt het begrip in het algemeen gebruikt voor alle toverdokters/medicijnmannen/ curandero’s in niet-westerse culturen. Het sjamanisme is de oudste en meest wijd verbreide methode om lichamelijke ziekten te genezen door concentratie van gedachten. De sjamaan is zelf een ingewijde op grond van een spontane ervaring, waardoor hij toegang heeft tot ‘de andere werkelijkheid’ van boven- en onderwereld. Bij zijn initiatie heeft hij de dood onder ogen gezien, waardoor hij ruimte heeft gekregen voor een ‘goddelijk persoon’ alias geleidegeest die hem begeleidt op zijn reizen in het transcendente.
De afgelopen eeuwen hebben christendom, verlichting en rationalisme in Europa het sjamanisme verdrongen. Maar sinds enige jaren rukt het sjamanen-denken weer op, zowel in Noord Amerika als in Europa, bijvoorbeeld bij het zgn. Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP).
Hieronder geven wij de hoofdlijnen van de brochure Schamanismus van Franzke/Gassmann.
Magische handeling
Wat zegt de Bijbel over sjamanen en magie?
Met toverij of magie wordt de natuurlijke bescherming doorbroken die God aan de mensen heeft gegeven. Daarbij treedt de mens, tegen het uitdrukkelijke verbod des Heren in, in contact met demonische machten die door ’te piepen en te mompelen’ (Jesaja 8:19) mensen het verborgene bekend maken. Weerspannigheid wordt zonde der toverij genoemd, 1 Samuël 15:23; Leviticus 19:26-31; Deuteronomium 18:9-20, Galaten 5:20. De Bijbel ontkent het bestaan van boze geesten niet, maar verbiedt de mens hiermee in contact te treden.
De Schrift kent het Sjamanisme als toverij, wat wordt uitgelegd als een poging om, buiten God om, die dingen te verkrijgen die buiten het bereik van de mensen liggen. In Israël was dit zowel verboden als overbodig, omdat het volk mocht leven onder de wetten en zegeningen des Heren. Maar de volken die zij uit Kanaän moesten verdrijven, werden voor de Israëlieten een oorzaak tot zonde. Hiervoor werden zij al door Mozes gewaarschuwd, zie Numeri 33:50-56, Deuteronomium 31:14-30, Richteren 2. Toen zij zelf ook de boze geesten gingen dienen en de baäls gingen vereren, werden ook zij uit het land verdreven, bijvoorbeeld in 1 Kronieken 5:25-26.
De Initiatie is een magische methode der heidenen. Het deel hebben aan Gods beloften vindt niet plaats door een esoterische rite, zoals de heidenen en de gnostici deden, maar als gevolg van de lezing der Thora of Wet Gods. In het Nieuwe verbond heette dit: de gehoorzaamheid des geloofs, zie Romeinen 15:18 en 16:26. De Bijbel is dus alles behalve een toverboek of een vedisch geschrift, maar is het Woord van God dat mensen oproept tot nuchter geloof!
Toverboeken, zoals de Kabbala, I Tjing, de Tibetaans/Egyptische dodenboeken, hebben de mare van verborgen wijsheid, vastgelegde esoterische kennis. Wanneer in Israël een beslissing genomen moest worden voor het aangezicht des Heren, kon de hogepriester gebruik maken van de zogeheten urim en tummim (‘lichten en volmaaktheden’), die hij in het ‘borstschild der beslissing’ droeg, Exodus 28:29-30, Numeri 27:21. Dit was een van de methoden in het Oude Verbond, waarmee het volk de wil van God over een bepaalde zaak kon kennen. Wanneer het volk Israël in grote nood en duisternis was, zochten zij soms ‘wijsheid’ in toverspreuken. Deze raad bleek onraad te zijn, en daarmee gaf de Here God hen over aan het grootste tovenaarsvolk uit de oudheid, de Chaldeeën, zie bijvoorbeeld enkele passages uit Jesaja, 29:9-16 en 47:8-15.
De toverboeken van de heidenen werden beschouwd als boeken van grote waarde. Maar al deze boeken werden verbrand wanneer aan hen het Evangelie werd verkondigd, bijvoorbeeld in Handelingen 20:19-20. Inde zogenaamde pastorale brieven (aan Timoteüs en Titus) gaat Paulus in op allerlei vreemde leringen die vanuit het jodendom de christelijke gemeente binnendringen. In de tijd van de apostelen waren er ook al tal van wettische en esoterische leringen die de jonge gemeenten binnendrongen. Het antwoord hierop was en is: breng de gezonde woorden, onderwijs de gezonde leer, zie bijvoorbeeld 1 Timoteüs 1:3-11, 6:3-5, 2 Timoteüs 1:11-14, 4:1-8 en Titus 3:9.
Wetenschap en sjamanisme
Wetenschappers zijn geneigd om het sjamanisme als onwetenschappelijk, wereldvreemd en middeleeuws af te wijzen, zonder dat zij zich ooit met de thematiek hebben bezig gehouden. De materialistisch ingestelde wetenschap wil slechts aannemen wat zij met eigen ogen heeft gezien. In werkelijkheid is dit naïeve empirisch denken volledig wereldvreemd. Wij leven juist omdat wij geloven wat onze medemens bericht en overdraagt. Nog niemand heeft ooit een atoom, zwart gat, zelf- of onderbewustzijn gezien; toch maken wij van deze begrippen gebruik.
De wetenschap biedt ons constructies aan om de wereld te ordenen, te duiden, te verstaan en te verklaren. Dikwijls zijn deze constructies volslagen willekeurig en toevallig ontstaan. Zelfs de grondslagen van de empirisch-analystische wetenschappen berusten alleen maar op een consensus van de gemeenschap der wetenschappers (vgl. Sir Popper), die sterk door de tijdgeest beïnvloed zijn. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de zogenaamde evolutie-theorie (vgl. dr. Gitt).
De materialistische opvatting van de wetenschap wijst de onderstelling van een onzichtbare werkelijkheid met grote beslistheid af. Maar veel wetenschappers zijn op dit gebied zelf inconsequent. Onder invloed van het postmodernisme, met zijn beide grote waarden: pragmatisme en tolerantie, houden veel wetenschappers tegelijkertijd aan twee paradigma’s vast:
* vanuit het materialisme een ontkenning van het niet-waarneembare (het spirituele);
* vanuit het postmodernisme gebruik makend van het bovennatuurlijke (de esoterica).
Dat dit zo is, moge blijken uit een aantal feiten:
1. Duizenden wetenschappers en academici maken, zowel binnen maar vooral buiten de universiteiten, gebruik van sjamanistische leringen en praktijken. Dit geldt in ‘t bijzonder voor psychologen, psycho- en hypnotherapeuten, psychiaters, artsen, pedagogen, met name in Amerika maar ook in Europa. Dikwijls worden deze praktijken aangeboden onder titels zoals NLP, visualisering, imagerie, fantasiereizen e.d.
2. Onder deze professoren, doctors en docenten uit de genoemde vakgebieden bevinden zich sjamanen, die ook te vinden zijn bij de etnologen en culturele antropologen. Eén van de meest invloedrijke en bekendste onder hen is Carl Gustav Jung, die minstens drie geleidegeesten had. Datzelfde geldt voor mannen als Bandler en Grindler, die de NLP hebben uitgevonden en vorm gegeven. Sjamanen zijn ook de vertegenwoordigers van de transpersonale psychologie.
3. Veel auteurs, wetenschappers, pedagogen, musici en kunstenaars maken gebruik van een geleidegeest en schrijven hun werken in trance-toestand, bijvoorbeeld via automatisch schrift, door hun geleidegeesten.
4. Door dit alles is het moeilijk te schatten hoe sterk het sjamanisme in onze westerse cultuur is verbreid, temeer waar hierbij vaak versluierende termen worden gebruikt. Zo staat bijvoorbeeld
* transcendente wereld: voor. .. collectieve onbewuste, binnenwereld, diepte der ziel
* transcendente machten: voor. Zelf, archetype, kracht/macht uit het onbewuste, rechter hersenhelft, intuïtie
* trance-inductie: voor……….. ontspanning, visualiering, concentratie, enz.
Voor verdere informatie, die u uit bedwelmende dromen wekt, raadpleeg:
Dr. R. Franzke en Dr. Lothar Gassmann, Schamanismus ( Martin Verlag, Rendsburg, 1998)
Drs. R.H. Matzken, New Age Handboek (Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 1991)
Wereldoriëntatie op de basisschool
Wereldoriëntatie omvat expliciete vakgebieden zoals Geestelijke stromingen, Gezond gedrag en Natuur en Milieu. Daarnaast leren kinderen ook omgaan met zaken zoals een pluriforme en multiculturele samenleving.
Met de vakgebieden van Wereldoriëntatie worden kinderen, pedagogisch gezien, geplaatst in ‘de grote wereld’. Vroeger plaatste het onderwijs de kinderen in ‘de kleine wereld’ van de eigen cultuur, en op de christelijke school leerden zij om hierin, via de Tien geboden en het Evangelie, hun weg te vinden tot zelfstandigheid. Kennismaken met ‘de grote wereld’ gebeurde op latere leeftijd en op afstand: bij Aardrijkskunde en Algemene Geschiedenis werden andere landen en volken meestal beoordeeld vanuit de eigen gekerstende cultuur.
Dat was allemaal niet ideaal, maar pedagogisch wel een stuk eenvoudiger dan opvoeden in en voor de pluriforme samenleving en multiculturele wereld. Vandaar dat wij bij de oprichting van het Centrum voor Bijbel en Pedagogiek in maart 1992 de heer Dieter Velten hebben uitgenodigd om te spreken over Christelijke opvoeding in een pluralistische samenleving pedagogische overwegingen waarom pluralisme gepaard moet gaan met een sterke beleving van de eigen identiteit.
Hetzelfde geldt voor multicultureel onderwijs. De visie van B&O op de plaats van Christelijk onderwijs in een pluralistisch stelsel is: multicultureel JA, multireligieus NEE. Dit is primair een vraag naar de waarheid, die tot uiting komt in wereldbeschouwing en levensstijl.
Daarom verwijzen wij met instemming naar het document van het Duitse theologenconvent van november 1999 te Krelingen: Christus is de enige weg tot het heil, waarvan B&O een samenvatting heeft gepubliceerd met de ondertitel: Christelijk onderwijs in een multiculturele samenleving.
Bij Wereldgodsdiensten vindt u een oriëntatie op de wereldgodsdiensten voor het onderwijs in een multiculturele samenleving. Gaat wij bij het kennisnemen van de wereldreligies zover dat onze kinderen moeten meegaan naar een viering in een Hindoetempel? Wat is het Holifeesteigenlijk en hoe gaan niet-Hindoes daarmee om?
Als tegenwicht tegen de invloed van het postmodernisme is kennis van de geschiedenis meer dan ooit noodzakelijk voor de ontwikkeling van een allround persoonlijkheid die weerbaar is tegen ideologische manipulatie.
Onder de wereldoriënterende vakken valt ook Gezond gedrag. Anders dan velen menen, is dit vakonderdeel zeker niet waardevrij. Dit blijkt al uit de manier waarop men omgaat met verdovende/genotsmiddelen en seksualiteit. Vandaar dat hiervoor een eigen methode voor Gezond gedrag is geschreven onder de titel Genoeg is meer dan veel (uitg. Kok Educatief): twee ringbanden met materiaal dat de school zelf kan kopiëren.
Natuur- en milieueducatie is een belangrijk schoolvak geworden (als onderdeel van Wereldoriëntatie). Daarbij leert men kinderen in te gaan tegen het overvloedsdenken van ‘Veel is nooit genoeg’. Helaas gaan sommige methodes daarbij niet uit van een verantwoord bijbels rentmeesterschap en komen steeds meer elementen van natuurreligie en Gaiaverering naar voren. De christelijke methode Leef-wijzer (uitg. Groen, Heerenveen) gaat uit van drie kernwoorden als pijlers van een bijbels kader voor NME:
De methode is verschenen in vier banden en acht thema’s; iedere band bevat ook een serie dia’s.
Identiteit van het christelijk onderwijs
Over de invloed van veranderingen in kerk, school en maatschappij op de identiteit van christelijk onderwijs.
De identiteit van de christelijke school is een complexe zaak. Schoolbesturen moeten met veel dingen rekenen. Hiervan noemen wij:
– veranderingen van binnenuit, zoals
– veranderingen van buitenaf, zoals
Hieronder geven wij een verwijzing naar enkele belangrijke stukken en studies:
Positief christelijk onderwijs
Positief christelijk onderwijs, wat is dat? Er zijn scholen waar de Bijbel in alles centraal staat, scholen waar men kritisch met de Bijbel omgaat en scholen die het vacuüm soms op bijbel-vreemde wijze invullen.
Handreiking identiteit in de schoolgids
De christelijke school is vanouds ‘School met de Bijbel’, met een modern woord: bijbelcentrisch. Wat betekenen de regels voor de Bijbeluitleg voor de identiteit van de school en hoe komt dit tot uiting in de identiteitsnota en de schoolgids?
Inspelen op veranderingen in het onderwijs
Handreiking aan christelijke scholen die willen inspelen op veranderingen in het onderwijs vanuit een christelijke identiteit
Waarden-wijzer voortgezet onderwijs
Tegenwoordig ontvangen niet alleen leerlingen een cijfer op school, maar worden ook de scholen becijferd. Onder de titel: Een cijfer voor de school—meer dan presteren alleen, introduceert B&O een ‘waardenwijzer’ voor de vakken in het voortgezet onderwijs, gericht op waarden en normen.
Als regel zijn schoolbesturen niet rechtstreeks inhoudelijk betrokken bij de methodekeuzes. Toch is het belangrijk dat bestuur en directie zich van tijd tot tijd bezinnen op de Vakkenintegratie (bij het basisonderwijs) en de Vakfilosofie (bij het voortgezet onderwijs). Dit kan zeer goed worden gecombineerd met een studiedag.
Kwaliteit door (christelijke) identiteit (artikel)
Het meten van de kwaliteit van het onderwijs wordt een belangrijk politiek instrument. Heeft een uitgesproken identiteit van een christelijke school een positieve invloed op de kwaliteit van het onderwijs? Een eerste verkenning.
Betrokkenheid bij de school
Ouders kunnen op diverse wijzen betrokken zijn bij de school van hun kinderen, met name inzake de identiteit. B&O reikt een aantal mogelijkheden aan.
De christelijke school is de school van de ouders. Natuurlijk heeft de school een eigen verantwoordelijkheid en is zij méér dan de uitvoering van de taak van de ouders. Maar de ouders mogen ervan uitgaan dat het klimaat op school, zowel in de les als daarbuiten, aansluit op het christelijke gezin. Immers, juist om deze reden sturen zij hun kinderen naar een christelijke school.
De school dient dan ook de betrokkenheid van ouders toe te juichen en hun ook metterdaad hiertoe de gelegenheid te bieden. Hiervoor noemen wij als mogelijkheden:
B&O stimuleert ouders om zich hiervoor beschikbaar te stellen. Daarbij wijzen wij op onze volgende publicaties:
Bijbel & Onderwijs magazine
Ons magazineverschijnt vijf keer per jaar en wordt toegezonden aan de leden en donateurs van de Vereniging Bijbel & Onderwijs. Ouders kunnen de school (bestuur, directie en leraren) hierop attent maken en hun een proefabonnement schenken.
Medezeggenschapsraad
Vrijwel iedere school heeft een medezeggenschapsraad (M.R.) In deze raad zijn de verschillende geledingen van de school vertegenwoordigd. Christen-ouders kunnen, door zich beschikbaar te stellen voor de M.R., een belangrijke invloed uitoefenen op het beleid van de school.
Bidden voor de school
Steeds meer ouders komen een keer per week bij elkaar om voor de school te bidden (bij het voortgezet onderwijs ook leerlingen).
Identiteitsnota en schoolgids
De christelijke school is vanouds ‘School met de Bijbel’, met een modern woord: bijbelcentrisch. Wat betekenen de regels voor de bijbeluitleg voor de identiteit van de school en hoe komt dit tot uiting in de identiteitsnota en de schoolgids?
Verantwoording
De basis voor de deelsite ‘Bijbel en new age’ wordt gevormd door gegevens uit het ‘New age handboek’ van drs. R. H. Matzken. Het is een uitgave van Buijten & Schipperheijn. ISBN 90-6064-713-0.
Een opmerkelijke uitspraak van de apostel Paulus geschreven aan zijn veel jongere medewerker Timotheüs betreft een waarschuwing voor wat er in een nog verre toekomst zal gaan gebeuren en wat in de tijd waarin ze leven nog onwaarschijnlijk klinkt. Dit staat in de laatste verzen van 1 Tim 3.
Na het geheimenis van het geloof te hebben uiteengezet met één van de kortste geloofsbelijdenissen volgt dan de waarschuwing van hoofdstuk 4: ‘De Geest zegt nadrukkelijk dat in latere tijd sommigen van het geloof zullen afvallen!’ Dat lijkt nog onmogelijk, want wat zijn dat dan voor mensen die zo’n geloof verzaken? Voor de christenen van onze dagen is dat helemaal niet zo moeilijk meer om te begrijpen als kennelijk verondersteld wordt voor de tijd waarin Timotheüs leefde. In onze tijd gonst het van berichten over geloofsafval, kinderboeken staan er vol mee, tv-programmamakers en journalisten putten hun inspiratie eruit en doen uitgebreid verslag, zelfs sommige christelijke politici hebben er geen moeite mee en vinden zelfs dat je respect moet hebben voor een heidens geloof: vrijheid, blijheid. Met de inhoud van de religies mag niemand zich meer bemoeien. Wie maakt zich er nog druk om wat iemand gelooft? Paulus maakte zich er wel druk om, want “de afval van het Christelijke geloof is een zaak van eeuwig onheil en die wordt bewerkt door de leringen van boze geesten, verbreid door leugensprekers die huichelen dat ze de waarheid spreken, als ze de mensen verleiden met drogredeneringen.” (1 Tim 4).
Wat leren die dwaalgeesten dan, wat verzinnen die boze geesten dan allemaal? Er zijn toch genoeg theologen die Gods Woord kunnen onderscheiden van valse leer en hulp kunnen bieden om de leugensprekers te ontmaskeren? Ach, was dat maar waar! Ook onder theologen woedt vaak een geestelijke strijd over de machten van het kwaad in de “hemelse gewesten”! Het komt er dus op aan om geestelijk onderscheid te verwerven, dat als gave van de Heilige Geest functioneert en gegeven wordt aan de gemeente van Christus ten dienste van de gelovigen. Tal van geestelijk leidinggevenden hebben zo telkens weer vele drogredeneringen ontmaskerd, zodat de gelovigen niet tot afval van het geloof zouden vervallen.
De ontmaskering van moderne begrippen die gemeen goed werden, was ook de bedoeling van het “Newage-handboek”.
Mevr. N. Matzken
transformatie
Dit begrip wordt door veel new agers graag en vaak gebruikt. Hiermee wordt de omwenteling op alle terreinen gekenschetst die door de nieuwe tijd mogelijk is geworden. Het begrip is afkomstig uit de techniek en wordt bij new ge toegepast op de verandering van mensen, hun denkpatronen en instellingen. Het proces kan beginnen, als men zijn eigen bewustzijn bekijkt, waarmee een nieuwe psychische structuur in werking wordt gesteld, die niet alleen betrekking heeft op ons bewustzijn, maar ook op onze hersenen en zelfs op ons lichaam!
De transformatie van een persoon of groep omvat vier fasen:
Newagebegrippen zoals (wisseling van) paradigma en transformatie zijn eigenlijk karikaturen van bijbelse begrippen als bekering en wedergeboorte. Het newagedenken speelt in op het grote falen van het menselijk denken, dat zich heeft losgemaakt van God en zich, in de ijdelheid van mensenwaan, verzet tegen Gods Woord, dat immers Gods antwoord is op de problemen van de mens. New age en bijbels denken hebben met elkaar gemeen dat heel scherp wordt ingezien, dat de huidige samenleving, een ‘old age’, die bestaat uit ‘oude mensen’, nergens toe leidt en binnen korte tijd hopeloos zal vastlopen. Zowel new age als de Bijbel benadrukken de noodzaak van een radikale verandering. De een zoekt het heil bij de wereld der goden of demonen, de ander neemt de Schrift serieus en zoekt (en vindt) het heil bij God alleen. De Bijbel leert, dat wie in Christus is, een nieuwe schepping is, het oude is voorbijgegaan, het nieuwe is gekomen. Dit is een belofte en een geschenk van Godswege, dat slechts met dank aanvaard kan worden en niet iets waarnaar gestreefd moet worden. Het nieuwe leven in Christus houdt een waarachtige hervorming in, zoals ook wordt geleerd in Romeinen 12:1-2. Deze ‘bijbelse transformatie’ is, net als de transformatie die new age predikt, viervoudig:
De weg van de Bijbel is dus veel grootser en veel reëler dan de weg die new age wijst. Voor veel mensen is de bijbelse weg volslagen onbekend, of synoniem met ‘niet ten volle leven’, behorend tot een tijd die definitief voorbij is, de ‘Vissen’! Daarom daagt new age ook de christenen uit om de bijbelse boodschap, die is van alle tijden, in onze tijd opnieuw te verwoorden, met name voor wat betreft de roeping en hoop van de mens en Gods plan met de volken en de aarde.
De uitdaging van new age
Christenen worden door new age op een geweldige wijze uitgedaagd. Het blijkt dat voor veel mensen de bijbelse, christelijke waarden zodanig zijn verweerd, dat men zonder moeite ‘overstapt’ naar occulte zaken en die goedpraat met de Bijbel in de hand. Voorbeelden hiervan zijn het ‘christelijke’ reïncarnatie-denken, het toenemende syncretisme en de dialoog met de wereldreligies, het opkomen van de natuurreligies in feminisme en ecologie, enzovoort. Het gevolg is, dat christenen dikwijls niet meer weten wat zij eigenlijk geloven en waarom. Dan gaan zij openstaan voor allerlei invloeden van new age in het christendom en worden daarmee tot ‘christenen voor het hindoeïsme’: van buiten zijn zij christenen, maar in feite zijn zij ‘een hindoe in het diepst van hun gedachten’. Bovendien heeft zo’n christendom ook geen wervende kracht of, wat erger is, zij missioneren buitenstaanders tot christenen, die allerlei occulte rituelen integreren in hun ‘dienen van God’, zoals gebedstherapie, vallen in de geest, Jezus-visualisaties, militante meditaties, enzovoort. Vandaar dat een aantal christenleiders een dringende oproep doen om de uitdaging van new age tegemoet te treden. Dr. J. Verkuyl riep in dit verband op een newagecongres uit: “Geen overspel en ook geen buitenspel, maar tegenspel!”
Dit vereist een goede christelijke training. Om de geest van new age te weerstaan is een grondige bijbelstudie eerste noodzaak, bijvoorbeeld van Romeinen 1 tot 8. Daarnaast zullen belangrijke christelijke leerstukken opnieuw moeten worden verwoord en onderwezen, zoals:
DE INTEGRALE SCHOOL
Het onderwijs is een heel belangrijk terrein waarop het newagedenken zich richt. Dit denken maakt in het onderwijs een grote voortgang, omdat men hoopt dat de nieuwe generatie gemakkelijker te winnen is voor het nieuwe denken dan de generatie die nog door het onderwijs tot ‘Vissen-denken’ is geprogrammeerd. Men redeneert dan, dat de moeite om de jongeren het Aquarius-denken bij te brengen in geen verhouding staat tot de moeite die het kost om een huidige generatie hiertoe te ‘bekeren’. Vanuit het perspectief van new age kan dit doel op twee manieren worden bereikt:
Marilyn Ferguson is één van de weinige newageauteurs die zich in breed verband met het onderwijs heeft beziggehouden. Zij doet dit vanuit het bekende patroon, dat veel mensen herkennen en daarom graag als waarheid verwelkomen: ‘de mensheid is ziek, dodelijk ziek, als gevolg van het ‘Vissen-denken’. Zij noemt dit de ‘pedogene ziekte’, naar analogie van de ‘iatrogene ziekte’, een ziekte die door de arts/verpleging wordt veroorzaakt. In het onderwijs zou dan de leraar als exponent van het ‘old age onderwijs’, de leerlingen onkundig houden van de echte werkelijkheid, door hen te programmeren en te conditioneren op de zichtbare werkelijkheid, die slechts illusie en schijn zou zijn. Op analoge wijze redeneert zij en velen doen dit met haar, dat het onderwijs de mensheid ziek maakt, omdat de mensen daardoor leren denken
Kinderen leren nog steeds voor de ‘oude wereld’, om dit later op pijnlijke wijze weer af te leren. Waarom leren zij niet gelijk voor de ‘nieuwe wereld’? Het denken van de onderwijzers, de structuren van de scholen, zitten vastgeroest aan de oude paradigma’s! Zij weten niet beter en zij kunnen niet beter en intussen lijden allen: leraren, leerlingen en samenleving, aan de tekortkomingen van ‘het systeem’, waardoor mens en mensheid niet toekomt aan de zelfverwerkelijking.
Newageonderwijs is gericht op het tot stand brengen van een ‘nieuwe mens’, een mens die zijn gehele bewustzijn ontwikkelt en zich daarmee volledig ontplooit. In dit denken is opvoeding en onderwijs dus het helpen van de kinderen door een proces van evolutie, waarin de mensen tot nu toe zijn blijven steken, een transformatie van de ‘oude mens’ naar de ‘nieuwe mens’. De ‘oude mens’ is de mens die behoort tot het tijdperk van de ‘Vissen’: hij denkt in termen van absoluten, van tegenstellingen en aangezien niet alle mensen dezelfde normen en waarden hanteren, leidt dit noodzakelijkerwijs tot breuken en verdeeldheid.
De ‘nieuwe mens’ behoort tot het tijdperk van ‘Waterman’: hij denkt in termen van relaties, van syntheses en hij voelt zich als een ‘zendeling’ om de achtergebleven ‘oude mensen’ te helpen het oude achter zich te laten en het nieuwe tijdperk in te treden.
De ‘nieuwe mens’ is dan ook de mens die in staat is gebruik te maken van al zijn bewustzijns-niveaus en daardoor voluit kan functioneren in het nieuwe tijdperk van ‘Aquarius’. Soms wordt deze nieuwe mens verbonden aan een utopisch idealisme. Carl Rogers noemt in zijn boek ‘Der neue Mensch’ een aantal punten op die deze nieuwe mens kenmerken:
Om het onderwijs in het Aquarius-tijdperk goed te begrijpen, is het nodig om te rade te gaan bij de moderne ‘ontdekkingen’ over het functioneren van onze hersenen. Ook hier leidt de bio-fysica tot conclusies die alle culturen ter wereld reeds kenden: de Atheense filosoof, de Japanse zenmeester, de mysticus Meister Eckardt, zij kenden allen de waarde van het intuïtieve denken, dat dan kennelijk in het westerse denken verloren is gegaan! De nieuwe theorie van de linker- en rechterhersenhelften verklaart veel van het ’ten dele kennen’, dat catastrofaal voor de wereld dreigt te worden, bijvoorbeeld door milieurampen, onbestuurbaarheid, wapenwedloop, groepsegoïsme, enzovoort. Deze theorie komt op het volgende neer:
Met de linkerhersenhelft leren wij rationeel te denken, materie te ordenen, informatie op te bergen en waarschijnlijkheden te berekenen. Hierbij gebruiken wij ons analytische vermogen, waardoor de wetenschap en techniek een enorme vlucht hebben kunnen nemen. Tegelijkertijd heeft dit geleid tot allerlei neveneffecten, die als ongerijmd en paradoxaal worden ervaren en in feite de ‘zegeningen’ van de welvaartsontwikkeling teniet doen. Dit komt, zo stelt men dan, omdat men geen acht geslagen heeft op de functie van de rechterhersenhelft, die synthetisch van aard is en het geheel overziet; zij weet de zaken in een context te plaatsen en kent de betekenis der dingen intuïtief, niet beredeneerd. Doordat zij niet gebonden is aan zekerheden, is zij in hoge mate creatief, open voor het onverwachte en ongedachte, nooit afgesloten voor groei in nieuwe dimensies.
Als gezegd wordt dat ons onderwijs ‘hersenvijandig’ is, wordt bedoeld, dat de kinderen leren denken in een paradigma dat grotendeels de linkerhersenhelft ontwikkelt en hen daarmee afsluit voor het intuïtieve en creatieve denken van de rechterhersenhelft. Dat laatste is slechts voorbehouden aan de kunstenaars, de mystici, de melancholici van onze tijd, die wij ter afwisseling kunnen bewonderen, maar niet volgen. Tussen deze beide hersenhelften wordt als het ware een klassenstrijd gevoerd, waarbij de linkerhersenen, gesteund door de structuren van onze culturen, de rechterhersenen onderdrukken en uitbuiten, hen hoogstens enkele keren per jaar ‘uitlaten’ als wij een museum of concert bezoeken, of een religieuze samenkomst bijwonen.
Holistisch onderwijs richt zich dan ook op het functioneren en ontwikkelen van beide hersenhelften. In het begin roept dat geweldige spanning en weerstand op, want binnen een bepaalde onderwijsduur gaat het oefenen van het ene, het ‘onnutte rechterdeel’, altijd ten koste van het ‘nuttige linkerdeel’. Althans, zo meent men en ook dat zou een uiting zijn van ‘links-hersen denken’! Een tweede bron van spanning en weerstand zijn de belangen van de bestaande onderwijsmodellen. In haar boek ‘De Aquarius-samenzwering’ noemt Marilyn Ferguson een aantal uitgangspunten op, die zij stelt tegenover ‘het nieuwe paradigma’:
Uitgangspunten van het oude paradigma:
Uitgangspunten van het nieuwe paradigma:
Deze opsomming geeft een nogal eenzijdig en vertekend beeld. Aan de ene kant wordt een karikatuur gegeven van de bestaande situatie als het ‘oude onderwijsparadigma’, anderzijds worden alle ‘goede zaken’ als het nieuwe leerparadigma op het conto geboekt van new age! Veel hiervan vinden wij terug in de onderwijsvernieuwing, zij worden allang in de praktijk gebracht op de Vrije (antroposofische) scholen, maar ook het onderwijs naar bijbels model kent tal van aspecten die hier als ‘nieuw’ worden aangediend! Het echte newageonderwijs heeft echter enkele uitgangspunten die veel duidelijker naar voren moeten komen, omdat deze toch nog ‘verborgen’ zijn, De belangrijkste kenmerken zijn dan ook:
Een integrale opvoeding vindt plaats volgens de principes van yoga en richt zich op de vijf voornaamste activiteiten van het menselijk wezen:
Het tweede doel is de vlucht uit iedere aardse manifestatie en een terugkeer naar wat niet gemanifesteerd is: hierbij wordt de ego (het individu!) zelf afgeschaft.
Wezenlijk bij newageonderwijs is haar transpersonele karakter, dat gericht is op de transcendente vermogens van mensen. Het transpersonele onderwijs is te vergelijken met de holistische geneeskunde en dit maakt dit onderwijs, net als deze geneeskunde, geheel verschillend van al het bestaande:
“In het transpersonele onderwijs spoort men de leerling aan om alert en autonoom te zijn, een kritische instelling te hebben, alle hoeken en gaten van de bewuste ervaring te onderzoeken, te zoeken naar de zin der dingen, tot het uiterste te gaan en de grenzen en diepten van het eigen ik te bepalen.”
Dit onderwijs stelt dus het kind en zijn ervaring centraal, zoals ook het humanistisch denken dat doet. Het verschil is dat transpersoneel onderwijs uitgaat van een ‘hogere werkelijkheid’, die de zin en bestemming vormt van het individu. Transpersoneelonderwijs leert de kinderen zelf deze werkelijkheid te verkennen en hierin op te gaan. De zogenaamde objectieve werkelijkheid bestaat niet echt, maar wordt door iedereen subjectief beleefd; alles wat wij ‘objectief noemen, alle vaststaande waarden’ zijn slechts een illusie. Het christendom is een godsdienst die voor veel mensen een benadering gaf van de ‘hogere werkelijkheid’, maar die thans achterhaald is, omdat haar dogma’s de ‘subjectieve werkelijkheid’ van kerkvaders en theologen aan anderen opleggen! Die worden daarmee verhinderd om hun eigen dharma te vinden en vinden daardoor hun eigen weg of pad juist niet, vandaar dus alle frustraties en stress! In het harnas van Saul kan David Goliath nooit verslaan, hij moet vrij zijn om zijn eigen ‘pad’ te gaan.
De leerprocessen bij new age maken gebruik van geheel nieuwe vormen van leren: vormen die vroeger naar de fabels en sprookjes werden verwezen. ‘Leren’ is hierbij niet langer een proces van inspanning, van bewuste concentratie, maar juist een proces van ontspanning onder invloed van magische praktijken. Men kan zich hiervoor bewust openstellen en onder invloed van ‘de juiste leertechniek’ tot verbazingwekkende prestaties komen: men trekt dan als het ware ‘kennis’ of ‘succes’ naar zich toe. Angstwekkender is dat deze leerprocessen ook die mensen kunnen beïnvloeden, die niets met new age te maken (willen) hebben, eenvoudig doordat de aandacht op hen wordt gericht.
Hoe staat de Bijbel tegenover integraal onderwijs?
Het woord ‘onderwijs’ is op zichzelf heel bijbels, in die zin dat het een heel joodse oorsprong heeft. Het betekent namelijk ‘onder-wijzing’, de letterlijke vertaling van het Duitse ‘unter-Weisung’, dat wil dus zeggen het brengen van de wereld en al haar fenomenen onder de ‘duiding’ van God, het interpreteren van de wereld vanuit Zijn Woord. Het resultaat is een generatie mensen die ‘onderwezen’ zijn in de wijsheid en de kennis van God, wat alleen mogelijk is vanuit de ‘vreze des Heren’ (zie Job 28:28, Psalm 111:10, Spreuken 1:7 en 9:10). Beter dan het bestrijden van oude en nieuwe paradigma’s is het aangeven van een bijbels onderwijskundig denkkader (om het woord ‘bijbels paradigma’ te vermijden). Dan zal blijken dat new age eigenlijk een persiflage is van bijbels denken, bijvoorbeeld als het de nadruk legt op de ‘leraar van binnen’.
De term integraal onderwijs als zodanig is in de Bijbel onbekend, maar de Bijbel gaat er wel vanuit, omdat deze uitgaat van de totale mens! De bekendste passages over opvoeding en onderwijs zijn wel Deuteronomium 6, waar verstandelijk kennen, met het hart aanhangen en met de daad volbrengen nauw met elkaar samenhangen. Ditzelfde vinden wij ook in Paulus’ brief aan Timotheüs, waar “de heilige schriften wijs kunnen maken tot zaligheid, maar ook nuttig zijn om de onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust” (2 Timotheüs 3:15-17).
De Bijbel alleen is voldoende om een antwoord te geven op alle eenzijdigheid, waarin het onderwijs, gebaseerd op een gereduceerde mensvisie, geslachten lang kinderen heeft gevormd. Een studie van het onderwijs vanuit de Bijbel en van het mensbeeld waarvan men uitgaat, kan ook helpen om het valse te zien van de tegenstelling die door new agers wordt gesteld en om een bijbels normatieve pedagogiek te verwoorden, die uitgaat van het Hebreeuwse denken. Dit denken kent een eenheid van leer en leven, bijvoorbeeld bij de rabbi’s, die wezenlijk is voor de joods-christelijke traditie en tal van karikaturen kan wegnemen en voorkómen: in die zin is bijbels onderwijs ‘integraal onderwijs’.
BEGRIPSOMSCHRIJVING
Als introductie tot het ‘nieuwe denken dient een goed begrip van waar new age nu eigenlijk voor staat. Het kern begrip is ‘het tijdperk van Aquarius’, waarmee onontkoombaar een heel ander denken de wereld wordt ingebracht. Dat dit grote problemen meebrengt komt, omdat mensen als regel erg terugschrikken voor ingrijpende veranderingen, temeer waar het verleden en zijn waarden sterk in het emotionele leven verankerd ligt.
Daarom voorziet new age niet alleen in een nieuwe wereld (van schone schijn), maar ook in een weg om vanuit de ‘old age’ van ‘Pisces’ of ‘Vissen’ deze new age van ‘Aquarius’ of ‘Waterman’ binnen te gaan. Deze weg heet het ‘grensgebied van Aquarius’ en heeft als doel een wisseling van paradigma of verandering van denken.
Dit proces begint bij individuele mensen, die voorlopers of nalopers kunnen zijn. Altijd zal dit moeten resulteren in een ’transformatie’ van de maatschappij, die daarmee terugkeert naar een primitieve staat, ook wel genoemd de ‘herbetovering der wereld’. Veel van deze zaken zullen sympathiek bij de mensen overkomen, vooral als falen en feilen van onze huidige samenleving breed worden uitgemeten en wezenlijke oplossingen uitblijven. Achter dit alles staat een macht en een denken dat zal worden aangetoond en ontmaskerd.
New age wordt gebruikt om daarmee een nieuw tijdperk aan te duiden, dat volgens een astrologische duiding zou zijn ingegaan. Het interessante hierbij is dat meerdere vooraanstaande astrologen en esoterici (zij, die openstaan voor ‘boodschappen’ uit de ruimte) dit onafhankelijk van elkaar hebben berekend! De mensheid zou zich bevinden in de overgang van het ene tijdperk naar het andere. Het tijdperk dat thans is afgelopen, is het polariserende tijdperk van ‘Pisces of Vissen’. ‘Vissen’ is het symbool van het christendom, waarbij het ging om ‘absolute waarheidsvragen’ en in het baanbrekende newagewerk, ‘De Aquarius Samenzwering’, heeft nu juist dat denken de ontwikkeling van de mensheid ten zeerste geremd en de individuele mens beroofd van veel ‘ongeremde levensvreugde”.
Het tijdperk dat wij zijn ingetreden staat in het teken van de regenboog (soms wordt hierbij ook de piramide gebruikt): dit is het harmoniserende tijdperk van ‘Aquarius’ of ‘Waterman’. De ‘Waterman’ is het symbool van de universalistische religie uit het Verre Oosten. Deze beoogt de krachten van de mikrokosmos (het diepere bewustzijn van de mens) en van de makrokosmos (het heelal, de natuur) op elkaar te betrekken en zo mens en wereld ‘holistisch’ (in zijn geheel, heelzaam) te verbinden.
Deze new age is dus kosmisch en astrologisch bepaald. Anderzijds moet deze op aarde worden gerealiseerd tot een wereldregering, die wordt voorbereid en uitgevoerd door ‘de wereldhelpers en -hoeders’, volgens een blauwdruk die wel ‘Het Plan’ wordt genoemd. Er bestaat een wereldomspannend netwerk van individuele personen, cellen en grote ondernemingen die het religieus, politieke systeem voor zo’n wereldgemeenschap voorbereiden. Zij werken aan de verwezenlijking van een plan, dat voor velen nog verborgen is, maar dat reeds lang in kringen van geheime genootschappen wordt gekoesterd: een wereldregering die zowel ‘luciferisch’ (staande onder een occulte ‘lichtmacht’) als ‘pan religieus’ (alle religies omvattend) van aard zal zijn. Deze regering beoogt een beheersing van alle terreinen van de menselijke samenleving, die door haar worden overgenomen in naam van een ‘globale gerechtigheid’. Daarbij zal aan iedereen zijn persoonlijke vrijheid worden ontnomen, opdat eindelijk de toestand van universele harmonie bereikt zal worden.
De heilsvisie van de newagebeweging gaat op tweeërlei wijze in tegen het getuigenis van de Heilige Schrift:
Niettemin is de newagebeweging tegelijk een bevestiging van de bijbelse profetie over de eindtijd. Hier tekenen zich op treffende wijze reeds de contouren af van een totalitair stelsel van wereldeenheid, dat zich richt tegen God. In de waarschuwingen voor de komende antichrist heeft de Bijbel dit stelsel van wereldbeheersing reeds voorzegd (2 Thess 2:3-12, Op 17:17).
De eerste twee kernbegrippen van new age werden hiervoor reeds kort aangeduid. Het zijn de namen voor een tweetal astrologische tijdperken, die elkaar iedere 2100 jaar zouden opvolgen. Na zo’n tijdperk komt de aarde terecht in een stand, die haar plaatst in een ander beeld van de zogenaamde dierenriem. Omstreeks het begin van de jaartelling wijzigde dit beeld zich van de Ram (Aries) naar de Vissen (Pisces). Dit sterrenbeeld zou vele eeuwen lang op kosmische wijze het denken van de mensen hebben beheerst om thans, in de tijd waarin wij leven, het veld te ruimen voor Aquarius of Waterman. In dit nieuwe sterrenteken zou de wereld een volslagen nieuw tijdperk tegemoet treden, dat ten opzichte van het vorige tijdperk alleen maar voordelen zou hebben, aldus ‘het evangelie’ van de new age.
De newagebeweging stelt nu dat de wereld zich thans bevindt in de overgang
In het tijdperk van de Vissen maakt de waarheidsvraag scheiding tussen mensen, wat soms leidde tot wrede onderdrukking en oorlogen. Het orthodoxe christendom, dat de Vis als symbool voerde, wordt hiervan mede beschuldigd en christenen die vasthouden aan absolute bijbelse waarheden worden smalend ‘Noord-Atlantische fundamentalisten’ genoemd! Daarentegen richt men zich in het tijdperk van de Waterman op een waarheid overstijgende wereldeenheid der religies, waarin alle oude tegenstellingen of antitheses zich tot een hogere samenstelling of synthese verenigen.
De Bijbel wijst iedere astrologische of esoterische duiding van de tijden af en laat zich niet ‘inpassen’ in één bepaald tijdperk, waarin haar boodschap als waarheid zou gelden! Gewaarschuwd wordt wel voor een onbijbels denken dat algemeen over deze wereld zal komen en zal leiden tot een grote afval of godverzaking (1 Timotheüs 4: 1-5). Uitdrukkelijk wordt dan ook gewezen op een periode, genoemd ‘latere tijden’ of ‘einde aller dingen’ waarin alle geldende normen ingrijpend veranderen (1 Petrus 3:7-11), nader omschreven in 2 Petrus 2. Zij die vasthouden aan goddelijke, eeuwige waarden zullen het dan heel moeilijk krijgen en worden gewaarschuwd en bemoedigd tegelijk (1 Petrus 3:12-19). Ook wordt in de Bijbel waarheid niet tegenover eenheid uitgespeeld en dat gebeurt ook niet met liefde of met vrede, zoals wordt gedaan door new age. Integendeel, liefde is gegrond op waarheid (Efeziërs 4:3,15, 1 Korintiërs 13:6, Psalm 85: 11, Hebreeën 7:2). De Here God roept ons, juist bij de ‘wisseling der tijden’, krachtig op om te blijven bij ‘de gezonde leer’ (1 Timotheüs 1 en 6, 2 Timotheüs 1 en 4, Titus 1 en 2).
De overgang van het tijdperk van de Vissen naar het tijdperk van de Waterman is niet op een dag nauwkeurig te bepalen, een soort ‘kosmisch nieuwjaar’, ook al zijn er mensen die dit tijdstip hebben bepaald in februari 1962 of augustus 1987. Tussen deze tijdperken ligt meer een grensgebied, dat een overgang vormt van een hele wijze van denken, een totale wereldbeschouwing. Vanuit het ‘Vissen-denken’ worden de ontwikkelingen dikwijls als negatief beoordeeld: chaos, verlies aan oriëntatie en zekerheden, teloorgaan van vaststaande waarden en moraal. Vanuit het ‘Waterman-denken’ wordt dit juist positief beoordeeld, als een noodzakelijke afbraak van het oude om de nieuwe tijd zonder ‘ballast’ tegemoet te treden, Hoe eerder de mensen dat inzien en bereid zijn hun denkkaders grondig te herzien, des te meer zullen zij zonder problemen dit grensgebied overschrijden en ingaan in de echte new age.
Met ‘Grensgebied van Aquarius’ wordt de overgang aangegeven van het oude tijdperk (Pisces) naar het nieuwe tijdperk (Aquarius). Met name wordt hiermee de nieuwe religiositeit beschreven die het Westen momenteel meemaakt en die wel als de geboorte weeën van de nieuwe tijd worden gekenschetst. Bij de religie wendt men zich thans vrij algemeen af van conventionele bijbeluitleg of geloofsbeleving, wat voor velen leidt tot een complete desoriëntatie. Tegelijkertijd is er een grote hang naar oude en nieuwe vormen van spiritualiteit, variërend van primitief sjamanisme tot modieus holisme en van esoterische wetenschappen tot parapsychologie.
Ook de wereld der wetenschap beweegt zich in dit grensgebied. Dit geldt niet alleen voor de menswetenschappen, zoals de psychologie, maar juist ook voor de exacte wetenschappen, met name de natuurkunde. Hiermee wordt het hele wetenschapsbedrijf, mede onder invloed van new agers als Fritjof Capra en Ilya Prigogine, getrokken binnen het grensgebied van Aquarius. Dan heet het ook niet meer ‘wetenschap’, maar spreekt men liever van ‘wetenskunst’, die moet bijdragen tot wat wordt genoemd de herbetovering van de wereld! Wisseling van paradigma is de overgang naar een nieuwe instelling van het denken, die maakt dat de mens gaat ‘passen’ in de wereld van new age.
De term werd voor het eerst gebruikt door Thomas Kuhn, in zijn in 1962 verschenen werk ‘The Structure of Scientific Revolution’. Paradigma (Grieks: paradeigma = patroon, voorbeeld) staat voor de wereld van denken, het stelsel van vooronderstellingen, dat iemand heeft en dat geheel zijn denken en handelen bepaalt. Kenmerkend voor het ‘Vissen’ tijdperk zijn vaststaande paradigma’s of denkwerelden van mensen, die in bepaalde situaties heftig met elkaar in botsing kunnen komen, bijvoorbeeld in godsdienstoorlogen.
Op allerlei manieren worden de mensen gemotiveerd om het oude wereldbeeld te verlaten, bijvoorbeeld door hen te doen ‘ervaren’ dat dit niet meer voldoet. Dat oude wereldbeeld wordt wel aangeduid als ‘kartesiaans’ denken (zoals dat door Descartes was ontwikkeld), namelijk een scheiding tussen geest en materie, de logica dat iets niet tegelijkertijd waar en niet waar kan zijn. Aan de andere kant worden zij voorbereid (geconditioneerd) op het nieuwe denken van Aquarius: niet meer denken in tegenstellingen, wij vormen allemaal onderdeel van een groter, ‘goddelijk’ geheel. Als gevolg hiervan ‘kantelt’ nu het oude wereldbeeld dat mechanistisch en materialistisch is en dat allerlei niet waarneembare en niet verklaarbare verschijnselen afdeed als ‘bijgeloof, ‘hallucinaties’, ‘kwakzalverij’, enzovoort. Zo ontstaat snel een nieuw wereldbeeld, dat in tegenstelling tot het oude wereldbeeld waardevrij en zonder absolute normen wil zijn, maar zich daarbij wel argeloos openstelt voor een nieuwe godenleer.
Boekbesprekingen over de islam
Boekbesprekingen over de islam
Bespreking van enkele toonaangevende boeken over de islam, die bij het onderwijs aan de orde kunnen komen.
Wij maken hierbij onderscheid tussen boeken die uitgaan van dezelfde uitgangspunten als wijzelf, en boeken die volgens ons een vertekend (meestal te rooskleurig en verhullend) beeld van de islam geven.
Wie is deze Allah, de god van de moslims?
Door de Nigeriaanse islamoloog G.J.O. Moshay. Door een vergelijking van Gods openbaring in de Bijbel en Allah’s ‘openbaring’ in de Koran stelt hij zijn lezers in staat hun eigen conclusies te trekken.Kinderen van Ismael, Acht getuigenissen van moslims uit diverse landen die tot Christus gekomen zijn; uitgave Arabische Wereldzending.
De waarheid delen in liefde
De Srilankaanse intellectueel en leider van Youth for Christ Arjith Fernando, wijst christenen de weg om temidden van religieus pluralisme en een multireligieus aanbod trouw te zijn aan Jezus’ opdracht: “Verkondig het Evangelie en maak al de volken tot mijn discipelen.” Uitg. Medema, €19,95
Geliefde of gevangene?
Christenen denken na over vrouwen en de islam, door Ida Glaser en Napoleon John, Uitg. Buijten & Schipperheijn, 240 pag, € 17,50
Moslims wordt vaak verweten dat ze vrouwen als tweederangsburgers behandelen. De islam zou psychische en lichamelijke mishandeling zelfs toestaan. Hoe komt het dan dat van de westerlingen die tot de islam worden aange-trokken, de meesten vrouwen zijn?
Sultana
De Amerikaanse Jean P. Sasson geeft een beeld van het leven aan het koninklijk hof van Saudi-Arabië. Het leven in een land waar de sharia geldt, wordt met informatie uit de eerste hand weergegeven. Uitg. Bruna, 246 blz.
Het gesloten koninkrijk
door Carmen Bin Ladin, uitg. Mouria, 2003, 224 blz. Carmen Bin Ladin beschrijft haar leven en dan met name de periode, dat ze in Saudi-Arabië woont. Aanleiding tot het schrijven van dit boek is de bekende aanslag op het World Trade Centre op 11 september 2001, waardoor haar naam haar leven en dat van haar drie dochters volledig op zijn kop zet.
Dezelfde God? Jezus, heilige Geest, God in het christendom en in de islam
De Australiër, dr. Marc Durie, vergelijkt in dit boek de Here (JHWH) van de Bijbel met de Allah van de Koran en toont vanuit studie van de geschriften van de islam en het christendom aan, dat de Here God en Allah in veel opzichten verschillen. Zij hebben zulke verschillende persoonlijkheden en capaciteiten, dat van hen niet gezegd kan worden, dat ze dezelfde God zijn. Uitg. Victory Publications, 158 blz., € 14,75
Bijbel of Koran/ De vraag naar de Waarheid
door Els Nannen
Uitg.: Bijbel & Onderwijs en Johannes Multimedia, 80 blz., € 5,95 (zie webshop).
Ibrahiem en Abraham, koran en bijbel verteld voor kinderen
Een opmerkelijk boek: een Kinderbijbelkoran! Een boek dat ervan uitgaat dat je elkaar moet leren kennen om met elkaar te kunnen samenleven. En dat daaraan een (onmogelijke) bijdrage geeft voor het onderwijs op christelijke, moslim- en samenwerkingsscholen.
Islam verhalenderwijs, door dr. Anton Wessels
Dit boek is te beschouwen als een verrijking voor iedereen die over de grenzen van de eigen cultuur wil heenzien naar de uitgebreide verhaaltraditie uit de moslimculturen.
Bezwaren: sterk relativeren van de eigen christelijke godsdienst en geen kritische toets van de islam aan zowel de Bijbel als aan Westerse waarden en normen.
Register van islamitische stromingen en Arabische woorden
Register van islamitische stromingen en Arabische woorden
Bron: “Bijbel of Koran. De vraag naar de Waarheid”. Zie webshop.
Islamitische en westerse waarden
Islamitische en Westerse waarden:
Vullen ze elkaar aan . . . of sluiten ze elkaar uit?
1. Eind januari 2004 is het rapport verschenen van de commissie-Blok ‘Bruggen bouwen’ – over 30 jaar integratiebeleid in Nederland. In dit rapport, maar nog meer in de reacties hierop door de Kamerfracties en de pers, wordt onderscheid gemaakt tussen geslaagde integratie en niet-geslaagde integratie. De Nederlandse samenleving kent veel voorbeelden van geslaagde integratie: Portugese joden, Franse Hugenoten, Chinezen, Molukkers, Surinamers enz. Maar met mensen afkomstig uit moslimlanden die de wetten van de islam blijven volgen, blijkt de integratie zeer moeizaam te verlopen, aldus het rapport.
2. Het rapport noemt een aantal factoren op die echte integratie moeilijk of onmogelijk maken, zoals het handhaven van de eigen – op moslimwaarden en sjaria-ethiek – gebaseerde cultuur. Voorbeelden hiervan zijn de sterke controle van naties als Turkije en Marokko, de dubbele nationaliteit (met zelfs de mogelijkheid om in vreemde krijgsdienst te moeten treden), het zoeken van een partner in het land van herkomst, de positie van de vrouw, de eerwraak en andere daden die in de Westerse cultuur als ‘crimineel gedrag’ worden beschouwd.
3. Direct na het verschijnen werden door de politiek twee belangrijke bezwaren tegen het rapport worden ingebracht:
Uiteraard mag het tweede punt niet aan de commissie worden verweten, omdat dit de taak is van de politiek en van het openbaar bestuur. Voor iedere eventuele maatregel dient voorts een breed maatschappelijk draagvlak te bestaan, waarbij ook de moslimminderheid tegen zichzelf (d.w.z. haar eigen denksysteem) beschermd moet worden. Het is de bedoeling van deze folder om aan de gewenste duidelijkheid bij te dragen. Hierbij zullen de begrippen ‘waarden’ en ‘ethiek’ door elkaar worden gebruikt.
4. De islamitische ethiek is gefocust op de volgende passage uit de Koran: “Het is geen deugd, dat gij uw gezicht naar het Oosten of naar het Westen wendt, maar waarlijke deugd is in hem, die in Allah, de Laatste Dag, de engelen, het Boek en de profeten gelooft en die van zijn vermogen geeft uit liefde voor Hem aan de verwanten, de wezen, de armen, de reiziger, de bedelaars en voor het vrijkopen van slaven en die het gebed onderhoudt en de zakaat betaalt. Verder in degenen die hun belofte nakomen, wanneer zij een belofte doen en de geduldigen in armoede, in kwellingen en in oorlogstijd. Dezen zijn het die bewezen hebben, waarachtig te zijn en dezen zijn de vromen.” (Soera 2:177). Hierbij vallen al direct twee zaken op:
5. Onze Europese (Westerse) culturen dragen het stempel van een joods-christelijk en humanistisch erfgoed, waar beide elkaar aanvullen en zonodig een eenzijdige interpretatie ervan (door de Kerk of de politiek) corrigeren. Tegenwoordig is men in onze Westerse landen geneigd te zwijgen over het joods-christelijke erfgoed (bijvoorbeeld in het ontwerp voor een Europese Grondwet of het recente rapport van de WRR over ‘waarden en normen’) en zich te beperken tot humanistische waarden die voortkomen uit de Renaissance en Verlichting. Daarmee doen wij echter onszelf tekort en zijn wij onvoldoende opgewassen tegen de uitdagingen waarmee de islam ons confronteert.
6. Het onderstaande is een poging om de waarden die voortkomen uit de Renaissance en de Verlichting in schema te brengen:
D. Waarden van de Westerse democratieën:
7. deze zgn. Verlichtingswaarden worden ook genoemd door het rapport dat de Wetenschap-pelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in dec. 2003 heeft uitgebracht. Hiermee hebben wij reeds een uitgangspunt verkregen waaraan de islamitische waarden kunnen worden getoetst. Terecht is door Kamerleden en redacties opgemerkt dat dit niet voldoende is, en wel om de volgende redenen:
8. Een wezenlijk onderzoek en debat over islamitische waarden in een Westerse samenleving is niet mogelijk wanneer men hier niet de religieuze factoren bij betrekt. Al is het christendom voor velen een gepasseerd station, de islam dwingt ons tot bezinning op religieuze factoren, zoals het bestaan van God, het begrip ‘openbaring’ en een leven na dit leven. Of men het nu wil erkennen of niet, het is een feit dat de bronnen van onze gemeenschappelijke Europese cultuur (mede) zijn verankerd in de joods-christelijke ethiek. Zonder deze bronnen is het niet eens mogelijk om de grote producten uit onze cultuur, zoals de schilderkunst, de muziek en de literatuur, op hun waarde te schatten.
9. De joods-christelijke ethiek is onder meer afgeleid uit de Tien geboden uit het Oude Testament en de Bergrede uit het Nieuwe Testament. Deze ethiek geldt deze niet alleen binnen het jodendom en het christendom, want de joods-christelijke ethiek is van universele waarde en zijn de grondslag voor elke beschaving. In het Nieuwe Testament wordt deze ethiek samengevat met de woorden: “Alles nu wat gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo; want dit is de wet en de profeten,” Aldus luidt de zogenaamde Gulden regel, die in ons spraakgebruik echter in negatieve termen is verwoord.
10. Nu zullen de moslims dat ook zeggen van de islamitische ethiek, die is gebaseerd op uitspraken in de hadieth en gecodeerde wetten in de sjaria. Het grote verschil met de judeo-christelijke ethiek is echter dat islamitische ethiek onlosmakelijk verbonden is met de islam als religie; in hun ogen zijn seculaire moslimstaten als Algerije, Turkije en Egypte afvallig, met alle dynamiek die dit met zich meebrengt. Judeo-christelijke ethiek geldt juist wèl universeel, ook voor seculier-democratische staten. )
11. De joods-christelijke ethiek gaat uit van de volgende trits:
Gerechtigheid; Barmhartigheid; Waarheid
Op grond hiervan kunnen wij onderscheid maken tussen drie groepen van kernwaarden:
A. Alle mensen behoren tot de familie der mensheid:
Wijsheid
Naastenliefde
Betrouwbaarheid
B. Alle mensen zijn rentmeester van Gods schepping:
Gehoorzaamheid
Verantwoordelijkheid
Waakzaamhei
C. Sociale verbanden tussen mensen onderling:
Ontplooiing
Herkansing
Onderscheidingsvermogen
12. Op zoek naar een islamitische ethiek troffen we op de moslimwebsite www.harunyahya.com onder meer ‘The True Islamic Morals’ en ‘Righteous Deeds.’ Hierop komen begrippen voor als ‘barmhartigheid, tolerantie en vrede’. Die klinken goed in Westerse oren en wekken de verwachting dat het mogelijk is te komen tot ‘gemeenschappelijke ethische waarden en normen’. Dit kan echter niet worden afgeleid uit de hierin vermelde soera, en al evenmin uit de “gezegende geschiedenis van het eeuwenlang durende Ottomaanse rijk”. Wij moeten namelijk bedenken dat zulke woorden alleen gelden voor moslims en niet voor ‘ongelovigen’ (kafirs). De islam maakt namelijk nadrukkelijk onderscheid tussen de moslims en alle andere mensen, die blijkens Soera 5:60 gelden als (de afstammelingen van) ‘apen’ (de joden); ‘zwijnen’ (de christenen) of ‘demonen’ (de overigen of ‘heidenen’) )
13. Een praktische consequentie ervan is de volgende. Hoewel ook de moslimlanden in 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hebben getekend (maar niet geratificeerd) hebben zij deze naderhand vervangen door hun eigen Universele Islamitische Verklaring van Mensenrechten uit Cairo (1981). Daarin worden alle nationale wetten der volken (en alle internationale afspraken) ondergeschikt gesteld aan de sjaria, die zich primair richt op de Oemma Islamia, de wereldwijde moslimgemeenschap. Zoals de hadieth (= mededeling) het leven van de individuele moslim richt op de profeet, zo geeft de sjaria (de weg) gedetailleerde instructies voor de moslimsamenleving als Dar al-Islam (Huis of Staat van de islam). Daarin is geen ruimte voor enige scheiding van staat en moskee; landen zoals Turkije waar dit wel zo is, worden beschouwd als onorthodox en afvallig!
14. Op grond van een nauwkeurig bestuderen van zowel de moslimgeschriften als hun geschiedenis kunnen wij nu de bovengenoemde schema’s van Westerse ethiek gaan invullen voor de islamitische ethiek. Volgens Westerse maatstaven gaat de islamitische ethiek uit van een dubbele moraal:
15. Dit leidt tot de volgende schema’s voor moslimethiek, zoals die voor buitenstaanders worden toegepast en/of begrepen worden:
A’ Alle mensen die behoren tot Oemma Islam
Eerwraak als rechtspleging
Vrouwen gelden als bezit
B’ Zolang nog niet de hele wereld Dar al-Islam is
Drievoudige jihad: inspanning; strijd met woorden en daden
Alles doen om sjirk (heiligschennis) te voorkomen
C’ Sociale verbanden tussen mensen onderling:
De universele Dar al-Islam
Hudna: bedrieglijk verbond
D’ Moslim interpretatie van democratie:
16. In de geschiedenis van Europa is telkens weer gebleken wat een verschillende inhoud aan belangrijke basisbegrippen wordt gegeven. Wij noemen hiervan drie voorbeelden
a. Recht en gerechtigheid.
De oorspronkelijke betekenis hiervan is ‘evenwicht bepalen resp. herstellen.’ Het hangt er nu maar van af wat men onder ‘evenwicht’ verstaat en hetzelfde kan men zeggen over wat men moet doen wanneer het evenwicht is verbroken.
Joden en christenen verstaan daaronder de heilzame wetten van God die een samenleving leefbaar maken. Na het breken ervan volgt vergelding (in 1972 geschrapt uit het Wetboek van Strafrecht) en rehabilitatie.
Humanisten leggen de nadruk op gelijke kansen voor iedereen, maar verschillen van mening over de functie van de overheid. Na het breken van wetten geld vooral tolerantie en eventueel maatschappijvernieuwing.
Moslims zien ‘gerechtigheid’ vooral als de ‘eerbalans’ van individuen, families/clans tot aan de Oemma Islam toe: de wereldwijze gemeenschap van moslims . Na het breken ervan volgen acties als eerwraak, vanaf het doden van een te Westers meisje tot aan ‘nine-eleven’ toe.
b. Vrijheid, met name vrijheid van godsdienst en gewetensvrijheid. Ook dat wordt verschillend geïnterpreteerd:
Joden en christenen hanteren het begrip ‘vrijheid in gebondenheid’, d.w.z. er is vrijheid van godsdienst en ideologie en vrijheid van meningsuiting, maar die vrijheid wordt beperkt wanneer die andere burgers zou aantasten door (oproepen tot) haat en tot moord.
Humanisten zien vrijheid als (bijna) het hoogste goed met zo min mogelijk beperkingen.. Zij zien het belang niet in van godsdienst en voor hen zijn dan ook alle godsdiensten gelijk. Momenteel wordt het Westen zelfs door moslimgeleerden gewaarschuwd tegen het misbruik maken van de vrijheid van godsdienst!
Overeenkomstig de Koran, zien moslims de godsdienstvrijheid uitsluitend vanuit het standpunt van de islam. Volgens hen heeft Saoedi-Arabië dan ook een hoge mate van godsdienstvrijheid en is die in het Westen maar matig. Het bekende vers uit Soera 2 “Er is geen dwang in de godsdienst” geldt dan ook alleen jegens hen die moslim willen worden, maar beslist niet jegens degenen die de islam willen verlaten.
c. Democratie
In Westerse landen worden de moslimminderheden steeds sterker bepaald bij hun eigen sjaria-wetgeving. Dat begint meestal met hun interne (familie-)zaken die raken aan het publieke domein. De vraag is op welke wijze deze geheel verschillende stelsels op elkaar zijn af te stemmen, indien dat al mogelijk zou zijn.
Voor de moslims is het kalifaat het uitgangspunt voor democratie, dat is de vertegenwoordiging van Allah’s regering op aarde. Elke gemeenschap die voldoet aan de eisen van towhid (zich buigen voor Allah) en risala (aanvaarden van de Koran en hadieth) valt hieronder. Dit komt erop neer heel het leven wordt gesteld onder de sjaria. Zie www.jamaat.org/islam/HumanRightsPolitical.html
De conclusie is dat in de Westerse democratie de overheid zich richt naar de wil van het volk, terwijl bij de moslim-democratie zowel de overheid als het volk zich richt op de wil van Allah. Maar dan wordt het slechts een woordenspel: waarom niet eenvoudig stellen dat de islam geen democratie erkent en spreken van Allahcratie?
17. Soms spreken moslims Westerse mensen aan op schoonklinkende ethische waarden zoals gerechtigheid, barmhartigheid, zuiverheid. Wat moeten wij daar, in het licht van het voorgaande nu van denken?
18. Nu kan ook de vraag beantwoord worden: zijn islamitische waarden en Westerse waarden met elkaar verenigbaar? Bij het formuleren van het antwoord dienen wij te letten op de twee belangrijkste moslimdeugden:
Onze conclusie biedt de duidelijkheid die het voornoemde rapport ontbeerde: onder ogen zien dat islamitische waarden onverenigbaar zijn met Westerse waarden. De geschiedenis leert dat dit op den duur tot onomkeerbare conflicten zal leiden.
19. Tenslotte de vraag welke maatregelen worden aanbevolen. Evenals de Commissie-Blok, kunnen wij daar niet op vooruit lopen. Wel willen we de ernst benadrukken van de situaties die ontstaan wanneer moslims – in een land, in een provincie, in een stad – de macht in handen krijgen of zelfs wanneer zij ergens een ‘kritische minderheid’ gaan vormen. In dat geval hebben de niet moslims de keus tussen drie, mogelijk vier, mogelijkheden (tenminste, als hen die keus wordt gelaten):
a. worden geliquideerd;
b. zich bekeren tot de islam, resp. als nieuwe vrouw toegevoegd worden aan een moslim;
c. het land/gebied verlaten (meestal alleen in een vroeg stadium, met achterlating van alle bezit);
d. als dhimmie in het land/de stad verblijven, en op allerlei wijzen als tweederangsburger vernederd worden en een speciale beschermbelasting opbrengen, die kan oplopen tot 80%.
Zo werd de islam door de eeuwen heen verbreid en zal daar zeker niet mee stoppen, gebruik makend van de zwakheden en besluiteloosheid van de Westerse democratieën en met alle middelen die hen ten dienste staan.
20. Westerse christenen en democraten zullen er terecht voor terugdeinzen om dezelfde methoden te gebruiken, maar het kan geen uitstel velen dat de samenleving zich tijdig gaat bezinnen op de te nemen maatregelen. Demografisch gezien zullen onze grote steden al binnen 10 jaar, en onze landen als geheel hoogstens 10 jaar later, met deze radicale islamisering te maken krijgen.
Database van enkele artikelen
Data Base van gedocumenteerde publicaties over de islam
Dr. Azani, een terrorisme-expert,wijst het Westen met nadruk op extremistische moslims.
Die Multi-Kulti-Toleranz ist Ausdruck von Ignoranz
Ontleend aan boeken van Bassam Tibi en H-G RaddatzIslam – sind wir zu blauäugig?
Hans-Peter Raddatz
Hamburger Abendblatt, 2002Verklaar moslims de vrede
Christine Mallouhi
Omstreden boek dat geen onderscheid maakt tussen moslims en islam en voorts een vijandbeeld oproept jegens de joden en Israel.
Literarische Fiktionen und politische Wunschbilder erschweren einen ehrlichen Dialog – Debatte
Hans-Peter RaddatzEin Recht auf Unrecht?
Mit Nachgiebigkeit gegenüber Islamisten schadet der Staat sich selbst – und den Moslems – Debatte. Hans-Peter RaddatzDer verlogene Dialog
Christen und Muslime im ‘Dialog’, Jochem Boelsche
Der Spiegel, Dez. 2001
tischer Oekumene in biblisch-theologischer Bedeutung
Pfr. Eberhard Troeger
Einleitendes Kurzreferat 2002Abraham ist nicht für alle derselbe
Die monotheistischen Religio-nen trennt mehr, als der ‘Dialog mit dem Islam‘ wahrhaben will.
Hans-Peter Raddatz
Interview with Ibn Warraq on a Unique and Rare Dissenting Work, Oct. 2001Islam and apostasy
Interview with Ibn Warraq, July 2003Disillusioned at Al Azhar
Testimony of an ex professor in islamic history Mark GabrielDe wonderlijke bekering van een Soedanese imam
Een gesprek tussen Hamdi en AhmedDe waarheid delen in liefde
Een Srilankees Christen wijst christenen de weg tot getuigen – geen pluralisme en multireligieKinderen van Ismael
Acht getuigenissen van moslims uit diverse landen die tot Christus gekomen zijn
Een mogelijk toekomstscenarioHezbollahstan
De naam spreekt voor zich