FRANKFURTER SCHULE
DE FALENDE VADER
HET BEGON IN DE ZESTIGER JAREN
HET NU
HOE VERDER?
MOGELIJKHEDEN
POGING TOT MOORD
Ik wil graag wat met u lezen in het boekje van prof. dr. dr.Georg Huntemann ,,GEEN GOD EN GEEN VADER(S)” met als ondertitel “Achtergronden van de gezagscrisis van onze tijd”, dat in 1980 bij De Vuurbaak is verschenen.
De auteur wijst op de diepe onrust van de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. Die periode confronteerde ons met jongeren-opstanden, inclusief leuzen en spandoeken, in de grote steden van Europa en de VS. Wie die tijd bewust beleefd heeft, weet nog van de beklemming die deze jongerenbeweging opriep. Via geweldsbeelden op de t.v. bijvoorbeeld. Tussen haakjes: in Parijs schreven de rebellerende studenten op de muren: ,,le père pue”( = de vader stinkt!) Overigens waren de demonstraties en acties niet meer dan een topje van de ijsberg van een veelomvattend verschijnsel. Waar ging het om? Om abortusvrijheid alleen? Om het roken van een stickie alleen? Om meer woonruimte alleen? Nee, wat die jongeren aanzette, was een behoefte aan revolutie en in de grond van de zaak was het een poging tot moord op de vader en op de Vader.
Het deel van de jeugd dat zo strijdbaar was, eiste luidruchtig vrijheid, het ,,wilde niet wat het moest willen”. Jongeren wilden niet het huis van het gezin met de vader als de autoriteit van gezag en de moeder als stille verzorgster, nee. Een nieuwe geborgenheid in collectief en commune, dáár ging het om. En om gezagloosheid. “Deze revolutie,” zegt Huntemann, ,,had haar eigen uur, namelijk het uur van de lege kerken, van de uiteenvallende gemeenten en het prijsgeven van de belijdenissen.”
Ik moet toch eigenlijk ook even A.E.M. van der Does de Willebois aanhalen. In zijn boek ,,HET VADERLOZE TIJDPERK” (uitg.Tabor, Brugge) zegt hij: ,,Men kan de crisis van onze tijd die wezenlijk een crisis van het geloof is, langs vele wegen benaderen. Ik meen evenwel dat de aangevochten figuur van de vader, in het bijzonder als belichaming van het persoonlijk gezag, als instrument van de traditie en als beeld van goddelijke heerschappij, een zeer centrale plaats toekomt in de problematiek waarvoor wij staan.” En even verder: ,,De stem van de vader was de stem van de traditie.”
FRANKFURTER SCHULE[1]
De revolutie van die jaren had haar eigen ideologie. Huntemann noemt de ,,Frankfurter Schule” (met namen als Adorno, Marcuse, Habermas, Horkheimer) als geboortekamer. Zij ageerden tegen de ,,loop van de wereld”. Hoe is die? Het gaat in de wereld om heerschappij van de ene mens over de andere, om macht. Menselijk leed wordt veroorzaakt door de structuur van de maatschappij en door gezagsuitoefening. Wat we nu moeten, is terug naar het paradijs, naar de ,,voorbeschaving” naar de tijd dat er geen onderdrukking en gezagsuitoefening was. Wég met bezitsdrang, eigendom, vaderlijk gezag, huwelijk. Wat komen moet, is de geborgenheid van het collectief, met een grote aandacht voor de moederfiguur. Geen vader en geen Vader, want vaders staan toch maar voor onderdrukking en machtsuitoefening en Vader…,,die heeft ons in de steek gelaten”.
Maar zegt Van der Does: “…het opgeven van het vaderlijk principe, is het openen van de weg naar vormeloosheid en anarchie.” Huntemann zegt: ,,Onze anti-autoritaire revolutie is anti God, anti Vader, anti gezin en anti eigendom.” Die revolutie belichaamt het ideaal van de moederlijk beschermde oerhorde: sexuele vrijheid, leven in gemeenschap, in de horde, wonend in commune of kraakpand.
Nog een paar belangrijke uitspraken van Huntemann: ,,,De vadercultuur van voorheen die afgebroken moet worden, is een angstcultuur en die vernietigt de levensvreugde.” ,,Schaamte en eerbied- zo wordt er steeds maar ingehamerd – zijn gedragspatronen van een repressieve, dat wil zeggen van een door macht beheerste, dus genot-onderdrukkende maatschappijstructuur die overwonnen moet worden.” Deze idealen woonden dus niet in de huizen van filosofen alleen, nee, ze drongen door naar de ruimte van de maatschappij, van de horde, van de commune, ze ,,hingen in de lucht”.
DE FALENDE VADER
Is er enig begrip op te brengen, voor zover dat kan bij een moordpoging? Wie zegt ,,Vaderschap is meesterschap” heeft gelijk, maar waren er niet veel slechte vaders/meesters. Altijd en overal? Extreem is de situatie in Duitsland in de jaren voor WO 2. Huntemann:.. Was het fascisme met zijn helden en Führercultus niet zoiets als ook een revolutie, het ,,masculinisme”[2] ten top. H.R.Müller-Schwefe schrijft er indringend over in het boekje ,,De wereld heeft geen vader” : een Schriftuurlijke benadering van het probleem van de gezagscrisis. Hij noemt het toneelstuk van Gottfried Benn waarin er verbitterd uitgegooid wordt door teleurgestelde, eenzame mensen: ,,De Ouwe heeft ons ook al in de steek gelaten.”
Müller-Schwefe signaleert in ,,De crisis van het gezag op verschillend levensterrein” tal van crises: het gezin zonder vader, het huwelijk zonder man, de school zonder meester, de staat zonder staatsman en de kerk zonder herder. Ook zegt hij: “Vaderschap was vaak falend.” Huntemann weer:,, Bedoelden vele vaders, wanneer zij over God de Vader en Zijn gezag spraken, niet hun eigen als-God-zijn en hun eigen-gemaakte autoriteit?”
Revolutie op straat, revolutie in gedachten en harten en handelingen. Is dit alleen een reactie op masculinisme? Op gebrekkig en slecht vaderschap? Nee, hoewel dat een grote rol speelde. Is het van de laatste tijd? Op 30 juni 1934 sprak Hess: ,,Met trots zien wij: één is boven alle kritiek verheven. Dat is de Führer. Want ieder voelt en weet: hij heeft altijd gelijk en zal altijd gelijk hebben. In kritiekloze trouw, in overgave aan de Führer waarbij niet in ieder afzonderlijk geval naar het waarom gevraagd wordt en in het stilzwijgend uitvoeren van zijn bevelen is ons Nationaal-Socialisme verankerd.”
Kon zo’ n woord, in die tijd gesproken, zonder gevolgen blijven? De Führer, onaantastbaar, vergoddelijkt, kweekte een generatie van führertjes. Mannen die hun vaderambt op het slechtst beoefenden en die aanhakend bij wat in de lucht hing, tallozen op de wereld beïnvloedden. Ze wilden als Adam zijn. Huntemann: ,,De oer-vaders van de neo-heidense Godsmoord leefden in vertrouwen op zichzelf en niet uit geloof in God.” En ,,Verzoening door Christus hadden zij niet nodig, omdat ze zich zélf wel, door middel van de moraal, tot God wilden opwerken.” Die moraal die gevormd werd door regels en wetten, mocht in geen geval van de Vader der lichten afkomstig zijn.
Huntemann nog eens: ,, Schuld, verzoening en vergeving, deze centrale begrippen van de bijbel, zouden door een feministische theologie moeten worden vervangen. In plaats van duidelijk, richting aangevende en levensbehoedende Torahwoorden het verzinken ,,in de ongedifferentiëerde wereld van het gevoel.” Dus werkelijkheden die onopgeefbaar zijn voor belijdende christenen, moeten omgemunt worden tot vage, onbepaalde gedachten en gevoelens. (Even vooruitlopend: ,,gevoel”, is dat over de hele linie niet een dringend gevraagd ,,artikel”?) Huntemann schreef over een komende religie in opmars, met Jezus als een ,,broer in de groep” een figuur die zo hier en daar wat richting aangeeft en God de Vader als een goedige figuur, maar verder op sterven na dood.
Nog een laatste lang citaat uit het boekje van Huntemann: ,,Reeds lang heeft een verburgerlijkt christendom het geloof tot een soort consumptieartikel gedegradeerd, waarvoor men zich alleen interesseerde bij bepaalde gebeurtenissen in het leven als doop, huwelijk en begrafenis. De consumenten eisten goedkope genade, alsof het om rendement ging en zij verlangden vertroosting op bestelling – gelieve direct te leveren – zonder in gehoorzaamheid onder het Woord te leven, zonder wedergeboorte of bekering en zonder de gemeenschap der heiligen onder het Woord gezocht te hebben.” Veel herkenbaars, toch… De vadermoord is overal doorgedrongen, maar de moord op God maakt de mens tot slaaf van de machten van deze wereld.
HET BEGON IN DE ZESTIGER JAREN
Ik kan me maar niet aan de indruk onttrekken dat de zestiger jaren van grote betekenis zijn geweest in al deze dingen. Het zijn de jaren van de omslag. Wat verborgen woekerde: twijfel aan de aanwezigheid van God, zijn Vaderschap, zijn bestaan als Persoon ( ,,Waar was God in Auschwitz?”) de betekenis van waarden en normen voor persoonlijk welzijn en voor de samenleving, komt steeds meer in de openbaarheid. Nederland werd een geseculariseerd land en ruilde God in voor de goden van de eeuw. Nederland – een land in een stuurloze, onzekere tijd en dat in toenemende mate. Er is onvrede. Is dit alles? Die welvaart, al dat geld, al die mogelijkheden. Steeds maar dat elfde gebod: ,,En genieten zúl je.”
Het vaderschap is aangevochten. Maar gelukkig is moeder er nog, de vrouw. Maar Van der Does haalt een zekere Rosenberg aan die zegt: ,,…dat een beschaving die op zijn eind loopt, steeds ertoe neigt zich op de moederlijke oergrond terug te trekken.” Onvrede. Een vermoeden dat er meer is . Dat deze wereld, ontworteld, ontluisterd, de echte niet kan zijn. Wat komt er van ons terecht, als de chaos toeneemt? Waar zijn de vaders? Waar is het woord dat inhoud heeft? Wie spreekt het uit? Wat levert het zoeken naar spiritualiteit op? Hare Krishna en die hele schaar van godheden was het ook al niet.
Welke vader is vermoord? Die van het verkeerde vaderschap? Maar blijft er, al of niet uitgesproken, een heftig verlangen naar de echte vader. Luister eens naar deze wel uitgesproken stemmen. Jan Wolkers die als weinigen zijn vader gekritiseerd en ontluisterd heeft, zegt toch ergens: ,,Wat houd ik eigenlijk van die man” en op een andere plaats: ,,Toen mijn vader stierf, verloor ik mijn jeugd.” Erik Vos, acteur, verklaart met grote droefheid dat zijn vader geen affectie voor hem had. Die vader vond zijn kinderen alleen maar rampen (Ook typerend voor een vaderloze tijd: die afkeer van kinderen). Zangeres Anouk (misschien niet uw favoriet, maar in de grote wereld heel bekend) vertelt aan journalist Frenk van der Linden dat haar eigen vader haar niet wil kennen: ,, Misschien moet ik wel wereldberoemd worden om er voor te zorgen dat mijn vader mij ziet. Nou, dan maar wereldberoemd.” Een van de broers Moskovitsch over zijn beroemde vader: ,,Die keert zich van mij af.” Interviewer: ,,En denkt u dat hij de verloren zoon ter plekke weer in zijn armen sluit? Moskovitsch: ,,Ík zal hem in mijn armen sluiten.”
Een stem uit vroeger tijd ( met vele te vermeerderen): Kafka: ,,Vader, mijn geschrijf ging over jou. Jij was voor mij de norm van alle dingen.” Aangrijpend , niet? Opstand tegen, verachting van de vader en dan toch dit…
HET NU
In onze samenleving lijkt bijna ieder wanhopig te graaien naar een zo groot mogelijk deel van al het voorhandene en naar nog meer comfort en luxe. Want het moet aan déze kant van de grens van jou worden. Als je niet nú verwerft, wanneer dan? Er moet toch een verborgen gevoel van honger ontstaan, als je de vader verwerpt ( en straks de moeder kwijtraakt) . Hierover sprekend, wil ik u een citaat uit het boek van Van der Does niet onthouden: ,,Intussen lijkt het duidelijk dat het huidig feminisme, zeker de variant die door een sterk lesbische ideologie en minachting voor de man wordt gevoed, méér dan op gelijke waardigheid, via een neutrale gelijkheid mikt op een vrouwelijke hegemonie. Karakteristiek in dit verband is de slogan ,,Wij Vrouwen Eisen”. Mannen vragen of verzoeken meestal. Maar vrouwen eisen – en worden, zoals gewoonlijk, braaf gevolgd door de mannen die nu eenmaal gewend zijn te doen wat moeder-de-vrouw zegt. Als je de Vader ontkent, wat vrede heb je dan, wat voor rust en geborgenheid? Als je niet meer weet, wie je Maker is ( denk aan Jesaja 1), dan sta je toch hulpeloos met lege handen.
Al die uitspraken van groten en kleinen dat ,,er wel iets moet zijn”, heel dat toenemend geloof in reïncarnatie moet toch ergens op wijzen… Het vaderschap is verbleekt, er is vadermoord gepleegd, er is moord op de Vader gepleegd, want wie het Woord onbelangrijk acht, wie de aanwezigheid van een persoonlijke God ontkent, is mede schuldig aan ,,de dood van God”.
HOE VERDER?
De samenleving is verweesd. Ik wil nog even terugkomen op het onderwerp: de moeder. Was het matriarchaat[3] na de moord op de vader een substituut (=vervangend middel) (moeder, stond voor gevoel, warmte, veiligheid), nu lijkt dat ook weg te vallen. De afwezige vader ( lijfelijk vaak, maar zeker ook qua ambt van voorganger, richtingaanwijzer, geïnteresseerde) is opgevolgd door de moeder. Deels buitenshuis werkend ( ze móet ook wel in veel gevallen) kan ze niet datgene bieden wat van haar verwacht wordt.
Er is nog een aspect aan de vadermoord. Dat zijn m.i. de feministische golven die de falende man en vader nog verder wegspoelden. Bij nogal wat feministische woordvoersters zie je een bijna kwaadaardige mannenhaat. Ik las onlangs nog een boekje van Renate Dorresteijn ( een boekje van wat oudere datum), maar als je niet beschikt over een gezond zelfbewustzijn, zou je je persoonlijkheid door zo’ n auteur laten ineenschrompelen tot bijna nihil. Al jaren geleden signaleerde de toen zeer bekende pater Van Kilsdonk dat nogal wat mannen het huwelijk met een buiten verhouding dominante vrouw ontvluchten en ,,homo” werden. De samenleving verweest. Onder alle bevolkingslagen zie je individualisering en vereenzaming. Moet je soms niet spreken van een óuderloze in plaats van een vaderloze maatschappij?
Lees over de verwoestende gevolgen van allerlei verslavingen. Van der Does nog een keer: ,,Telkens als aan mannen, individueel of in groepen , hun mannelijk prestige en zelfbewustzijn ontnomen wordt, neemt het excessieve drinken toe.” Kijk naar al die zwervende jongeren. Zie hoe een jeugd vergiftigd wordt door een deel van de media. Bedenk dat talloze lieve, leuke kinderen alles hebben, maar dat de Here Jezus hun onthouden wordt. Je hart kan erom huilen. Om een samenleving, in grote delen zo los van God. Zo leeg en hol. Hongerend, terwijl God zijn alle honger stillende genade zo royaal aanbiedt.
MOGELIJKHEDEN
Maar wat een mogelijkheden liggen er. Bij al die ouders die het met bijstand van God zo goed mogelijk proberen te doen. Stel uw huis open en probeer kinderen te bereiken. Bij de kerk. Laat die ophouden met bijzaken en zich richten op de hoofdzaken: de toerusting tot de verkondiging van het ene nodige. Bij de scholen. Hoeveel mensen hebben hun hele leven herinneringen meegedragen aan het ware beeld van de Goede Herder. Voor al die kinder- en jeugdwerkers. Wat een kansen hebben die.
Overigens gaat God zijn eigen ongekende weg. Hij moet vechten op veel meer fronten dan wij ons kunnen voorstellen. Maar spiegelen we ons aan Hem als Vader en Richtingaanwijzer, een en al koestering Laat ons de kansen grijpen die Hij geeft en zal blijven geven.
Kees van Baardewijk
De heer Van Baardewijk is ook auteur van het boekje “Drugs ….. groep 8 zegt nee!” dat bij B & O verkrijgbaar is (zie bestellijst en bijbelenonderwijs.nl).
[1] De Frankfurter Schule is in de jaren 60 van de vorige eeuw de gangbaar geworden benaming geworden voor de filosofen en sociologen die aan het Institut für Sozialforschung in Frankfurt aan de Main verbonden waren.
[2] Masculinisme is overdreven waardering van het man-zijn.
[3] Matriarchaat is gezinsverband en erfrecht in de vrouwelijke lijn.
DE VIJF FASEN VAN ELK LEERPROCES 2
Wie we zijn, waar we wonen, hoe we leven is allemaal onderhevig aan allerlei factoren: erfelijkheid, status, karakter, geslacht, land van herkomst, cultuur en godsdienst.
Hoe je leert, kun je onderbrengen in vijf universele fasen. Het lezen van het boek van Marten Beeftink over ‘Natuurlijk Geestelijk Leren’ heeft mij hierover aan het denken gezet. Buiten het feit om dat mensen allerlei leerstijlen hebben, zou je kunnen zeggen dat de fasen waarin mensen leren zich net als de gang van de natuur in cirkels herhaalt. De ene cirkel bouwt voort op de vorige, zoals de oogst van het vorige jaar een nieuwe oogst voortbrengt in dit jaar..
De vijf fasen zijn: gronden, wortelen, groeien, bloeien en vruchtdragen. Natuurlijk hebben pedagogen en didactici heel veel te zeggen over hoe en waarom mensen leren en is het goed om kennis te nemen van de modellen die zij presenteren. Het is ook goed om de logica en het natuurlijke van het leven zo voor te stellen dat zowel ouders als leerkrachten een (voor)beeld in hun hart en hoofd hebben, waartegen zij hun eigen weg en de weg van hun kinderen of leerlingen af kunnen zetten.
Gronden
Letterlijk kun je het gronden noemen als: grond onder de voeten hebben. De grond die we onder de voeten moeten hebben voor elke beginsituatie, zowel van het leven als van elke les die we in het leven leren. Het gronden betekent het hebben van veiligheid, vertrouwen, gekleed en gevoed zijn, weten dat aan je behoeften wordt voldaan en waar je met je vragen terecht kan. Een basis”element” van dit gronden is onze Schepper, de Here God. Zonder de wetenschap dat je als mens door Hem gemaakt bent, dat Hij voor je leven een plan heeft en dat Hij over je waakt is de grond van al het leren onvolledig. Een klein kind is zich van dit gegeven nog helemaal niet bewust, maar het handelen van zijn ouders en zijn leerkrachten die zich dit wel bewust zijn en uit verantwoordelijkheid naar God handelen, zorgen dat dit meekomt in het leef- en leerproces.
Het andere element van het gronden is net genoeg uitdaging ervaren om geprikkeld te zijn om nieuwe kennis toe te voegen aan de al aanwezige kennis. In het leven van een baby zie je de wonderlijke ontwikkeling waarbij de volgende stap geleerd wordt, nadat er voldoende voorwaarden zijn gemaakt door de stap er voor. Er kan geen stap overgeslagen worden, alle fasen moeten worden doorlopen, voordat een baby bijvoorbeeld kan kruipen. Het kan niet, dat nadat het kind heeft geleerd het hoofd op te tillen opeens kan kruipen, daar zitten legio fasen tussen waarin steeds dezelfde volgorde wordt aangehouden.
Voor het kind, de leerling en de student en de volwassene betekent het voor elke les dat het grootste deel van de nieuwe les herkenbare elementen moet bevatten en een of een aantal nieuwe, zodat vanuit de al bekende informatie en beheerste vaardigheden voortgebouwd kan worden om te komen tot grotere kennis of meer vaardigheden. Dit is een belangrijk aspect. Als een leerling bijvoorbeeld continu gepest wordt, zal het moeilijk zijn om veiligheid te ervaren, wat ook een aspect is bij het gronden in het leerproces. Dan kan het gebeuren dat de leerstof niet of nauwelijks geïntegreerd kan worden, omdat het gronden niet in al zijn elementen is verlopen.
Nog een ander element van het gronden is erkenning. Als een kind erkenning en bevestiging vindt dat hij zijn mag wie hij is, vindt hij de motivatie om in vrijheid nieuwe dingen te leren. In Spreuken 22:6 staat: “Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg, ook wanneer hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken.” God legt in ieder mens mogelijkheden, talenten en gaven die de bedding zijn voor zijn weg. Door die weg te zien, te benoemen en te leren inzetten vindt het kind erkenning voor wie hij is.
De grond onder de voeten hebben heeft dus nogal wat haken en ogen. Die grond moet stevig zijn en toch ruimte genoeg bieden voor de persoon die leeft en leert. Naarmate je volwassen wordt, kun je in elk volgend proces zelf bepalen, hoeveel grond je nodig hebt om verder te kunnen wortelen en waar die grond aan moet voldoen en heb je ook de verantwoordelijkheid om daarin zelf te voorzien.
Wortelen
In de Bijbel wordt het beeld van het wortelen meerdere malen gebruikt om te laten zien hoe nodig het is om in de grond die beschikbaar is, zich uit te strekken naar water en voedsel om te kunnen gaan groeien in kunde en kennis. Paulus gebruikt het beeld om aan te tonen dat het mogelijk is steeds meer te vertrouwen op Christus en steeds meer liefde van Hem te ontvangen. Hij stelt het geloof voor als een leef- en leerproces in Christus (Efeziërs 3:17). Hij noemt daarbij vier dimensies. Ook voor het wortelen in het leven en in het leren is het mogelijk om een “vierdimensionale ervaring” te hebben. Ik bedoel hiermee de verrukking en de verwondering die ieder mens ervaart, als blijkt dat achter zijn aanwezige kennis nog een deur zat die geopend werd naar nog meer kennis. Dat is zich uitstrekken naar. Dat is in de zin van het woord verbreding en verdieping. Deze verbazing verdiept het leven . Het doet je hongerig worden naar nog meer kennis en ervaring.
De fase van het wortelen kan door de leraar optimaal gebruikt worden om de leerling te prikkelen om zelf op zoek te gaan naar kennis en vaardigheden. Als je de fase van het wortelen niet onderkent en niet gebruikt, loop je het gevaar van uitdroging. Door het gevoel te hebben dat je gearriveerd bent of dat je het allemaal al weet, kun je terecht komen in een niet meer kunnen groeien. Dit zie je zelden bij jonge kinderen. Bij tieners kan dat op allerlei vlakken van het leven al beginnen. Door sociaal-emotionele dreiging kan de wortel verstikken. Door geestelijke trauma’s kan de wortel totaal vergroeien of zelfs verdorren.
Bij volwassenen kun je het waarnemen in de beruchte burn-out verschijnselen. Alles is al beleefd, alles is al gedaan. Door allerlei andere verschijnselen kan de fase van het wortelen ‘vergeten’ worden, waardoor groei onmogelijk wordt. Vaak volgt er dan scheefgroei of ziekte.
In elk leef- en leerproces is wortelen belangrijk om stabiliteit te creëren in de houding ten aanzien van de te leren kennis en vaardigheden. Je moet basisprincipes observeren en leren, voordat je je kunt specialiseren in een vaardigheid. Ik heb dat zelf als zwemdocente heel sterk gezien in de eerste fase van de lessen. Voordat je ooit de eerste zwemslag zal kunnen leren, moet je ervaren hebben dat
Het is niet voor niets zo dat in de vorige generatie sommige mensen een vreselijke hekel aan zwemmen hebben gekregen. Al die basisprincipes, het wortelen, werd in vroeger tijden domweg overgeslagen en je werd zonder dat je ooit vertrouwen en begrip kon opbouwen aan een haak door het water gesleurd, stijf van angst en onzekerheid.
Groeien
Het is heerlijk om te groeien! Het is heerlijk om te laten groeien. Na de fase van het wortelen mag je het zelf gaan doen. Groeien is bevrijdend en tegelijkertijd ook frustrerend. Zelf doen betekent fouten maken. En hoe ga je daar mee om? Als de ouder of de leerkracht elke poging tot groei tegemoet komt met warmte en liefde, kun je beter omgaan met je eigen fouten. Fouten maken is niet fout, het is goed, want je ziet hoe het niet moet en je gaat proberen hoe het wel moet. Bij het woord groeien moet ik denken aan Petrus. Hoe vaak had hij het bij het rechte eind. Hij trok de goede conclusie: Jezus is de Messias, van God gezonden, onze Verlosser. En hoe zwaar berispte Jezus hem, toen hij wilde voorkomen dat de Heer zou lijden en sterven. Jezus noemde hem zelfs ‘satan’! Radicaal fout. Pfff, dat was wel schrikken. Dat is behoorlijk frustrerend, als je denkt dat je het allemaal wel heel goed weet. Het schaamrood zou je naar de kaken stijgen, als je zelf die Petrus zou zijn die het oor van Malchus eraf hakt, als je merkt dat Jezus het oor metterdaad geneest en tegen je zegt dat zwaard weg te doen. Hij had toch nog niet goed door, hoe het nou allemaal zat. Hoe ontroerend is het, als we het wanhopige verdriet zien als Petrus tegen zijn Heer zegt: “Heer, U weet het toch, U weet dat ik U liefheb.” Waarom moest dat tot drie keer toe? Wat een gevoelige les, in het bijzijn van de anderen. In dit alles leerde Petrus te groeien in het kennen van de weg van God. Een weg die zo heel anders was, dan hij verwachtte.
Ouders en leerkrachten moeten niet bang zijn om correcties te geven of te confronteren met fouten. Het is goed om dat te doen. Het is wel heel erg belangrijk dat het in een sfeer van vertrouwen en liefde gebeurt. Kinderen en leerlingen groeien goed, als zij geleid worden, als zij voldoende grenzen krijgen aangeboden.
Vandaag nog las ik in de krant dat het verschijnsel groepsverkrachtingen toeneemt. Vooral in gezinnen waar niet of nauwelijks grenzen worden aangereikt, komen jonge mensen er toe om onder groepsdruk gedrag te gaan vertonen dat immoreel, onverantwoordelijk en schadelijk is. Wij zetten vaak een stokje naast een jonge stengel, om hem voor breken te behoeden. Soms heeft een plant het nodig om tegen een raamwerk te groeien en geleid te worden door touwtjes. Zo hebben sommige kinderen veel duidelijkheid en herhaling nodig, in liefde en geduld. Bij planten loopt het raamwerk niet even weg. Het raamwerk en de touwtjes moeten blijven. Het is nodig om een consistent leef- en leerbeleid te hebben. Het snoeien van wildgroei mag best pijn doen, het maakt de plant alleen maar mooier in de bloei en vruchtbaarder in de tijd dat het product van die fase van leven of leren wordt geleverd. Het is geweldig om van je volwassen kind te horen: “Mam, ik zie ook wel dat er problemen waren, maar ik ben blij met wat u voor me hebt gedaan.” Dat bedenk je niet op het moment dat je jezelf twijfelend afvraagt of het in dit geval en op dit moment echt nodig is om je veertienjarige tiener te verbieden met een slaapfeestje mee te doen, terwijl die jankend van frustratie en ellende de hele sfeer in huis beïnvloedt.
Bloeien
In de bloeiperiode van elk leef- en leerproces kunnen we wat onze ouder of leerkracht ook kan en hebben we plezier tijdens en voldoening van het maken van iets of het handelen volgens een bepaalde procedure. Het is prachtig om de velerlei kleur en vorm van de bloemen op te merken die in het paradijs van vaardigheden en kennis geuren. Het is genieten om een leerling met plezier aan een andere leerling een moeilijk vraagstuk te horen uitleggen. Vaak merk je op dat hij absoluut geen kopie is van zijn leerkracht of ouder. Aan de manier waarop hij het uitlegt, hoor je dat hij het vraagstuk zelf doorleefd heeft en op zijn eigen creatieve manier de oplossing heeft gevonden. Vaak word je als ouder of leerkracht verrast door de totaal andere manier waarop je overgedragen kennis terugziet. Soms moet je nog wat sturing geven of je grijpt de gelegenheid aan om een prachtig compliment te geven. Soms is er feedback nodig om de vaardigheden, technieken of kennis nog verder te verfijnen. De Heer Jezus reikt het zijn leerlingen ook aan in Johannes 14:12: “Wie op Mij vertrouwt, zal dezelfde dingen doen als Ik. Zelfs nog grotere, want Ik ga naar de Vader.” Hij geeft aan hoe logisch het is dat mensen tot bloei komen. Ik moet dan onwillekeurig denken aan zendelingen die hun hele leven gaven om een taal op schrift te stellen en de Bijbel te vertalen, waardoor mensen uit dat taalgebied konden gaan leren lezen en God konden leren kennen. Door de liefde voor en hun bereidheid om Jezus Christus te volgen hebben mensen dit gedaan en dat ging vaak gepaard met veel lijden en strijd in hun persoonlijk leven. Ook in deze periode horen stress, frustratie en pijn, net als bij het groeien. Een klaproos bloeit maar even en een orchidee kan een half jaar stralen. Alle bloeimanieren zijn mogelijk in allerlei lessen en levensomstandigheden. Sommige bloemen vallen niet eens op, andere springen er uit. En samen vormen ze het boeket van het leven. Bloeiende bloemen trekken veel anderen aan, door hun geur en kleur. Dat is ook zo in leef- en leerprocessen. Deze fase is een boeiende fase. Allerlei mensen komen proeven van de opgedane kennis en vaardigheden. Er worden zelfs vruchtbare delen genomen om weer over te brengen naar andere bloemen, zodat er een kruisbestuiving plaats kan vinden. In de tijd van de industrialisatie was het soms een wedstrijd tussen uitvinders wie het eerst zou komen met het meest succesvolle product, omdat de tijd rijp was onder verschillende mensen die met dezelfde soort uitvinding bezig waren. Soms streek een ander de eer en de financiën van een product op waar iemand een lange en intensieve bloeitijd mee beleefd had.
Vrucht dragen
Waar het allemaal om gaat, houdt ook de laatste fase in. De laatste fase die tegelijkertijd weer een voorloper is van de nieuwe fase van de volgende les in het leven of de lespraktijk. Er wordt daadwerkelijk een product geleverd. Het oefenen en het genieten van de beheersing van de vaardigheden zijn voorbij. Het uiteindelijke product kan worden (in)geleverd of gepresenteerd. Of dat nu de eerste strik is die met schoenveters wordt gemaakt of het proefschrift aan het eind van de doctoraalstudie, het valt allemaal onder vruchtdragen. Het is vreugdevol om te oogsten. Zowel voor ouder en leerkracht, als voor kind en leerling. Samen blij zijn met behaalde resultaten verdient een feest. Het is goed om terug te kijken op het leerproces. Het is goed om de volkomen voldoening te ervaren die het vruchtdragen geeft. Alle frustratie en stress zijn voorbij. Er is een nieuwe ruimte ontstaan. Er mag gerust gevierd worden. Wie kent niet het glorieuze moment dat de zijwieltjes van de fiets af mogen? Wie herinnert zich niet zijn gevoel bij de blik op het eerste salarisstrookje? Wie vergeet ooit hoe zijn gevoel was, toen hij zijn jawoord gaf in de gemeente? Wie vergeet het moment dat je voor het eerst beseft wat het voor jezelf betekent dat Jezus Christus gestorven en opgestaan is uit de doden? Wie vergeet hoe goed het voelde, als in een gesprek met iemand blijkt dat de ander oprechte belangstelling heeft voor wat hij gelooft?
Zo zijn er heel veel ‘vrucht-dragen-momenten’ in het leven. De Bijbel spreekt van een voortdurende verandering ‘van heerlijkheid tot heerlijkheid’ en vlak daarna zegt Paulus dat we voortdurend aan de dood zijn overgeleverd. Daarin herkennen we weer het begin van elke nieuwe leef- en leerfase. Je voelt je zwak en ontoereikend. Sinds de zondeval is het kennelijk zo dat wij veel leren door lijden heen. Als we niet kiezen voor deze weg, komen we in de sfeer van verslavingen en gebondenheden en dan blokkeren we de stroom van Gods genade door ongeloof. Als we vertrouwen dat God ons zo gemaakt heeft dat we elke nieuwe situatie in Zijn kracht aan kunnen, ook al beheersen we er niet alle aspecten van, geeft Hij ons kracht, wijsheid en verantwoordelijkheid en de wonderlijke weg van oefening om uiteindelijk opgelucht en blij vrucht te dragen.
Frea Kroese
DE VADERLOZE MAATSCHAPPIJ
FRANKFURTER SCHULE
DE FALENDE VADER
HET BEGON IN DE ZESTIGER JAREN
HET NU
HOE VERDER?
MOGELIJKHEDEN
POGING TOT MOORD
Ik wil graag wat met u lezen in het boekje van prof. dr. dr.Georg Huntemann ,,GEEN GOD EN GEEN VADER(S)” met als ondertitel “Achtergronden van de gezagscrisis van onze tijd”, dat in 1980 bij De Vuurbaak is verschenen.
De auteur wijst op de diepe onrust van de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. Die periode confronteerde ons met jongeren-opstanden, inclusief leuzen en spandoeken, in de grote steden van Europa en de VS. Wie die tijd bewust beleefd heeft, weet nog van de beklemming die deze jongerenbeweging opriep. Via geweldsbeelden op de t.v. bijvoorbeeld. Tussen haakjes: in Parijs schreven de rebellerende studenten op de muren: ,,le père pue”( = de vader stinkt!) Overigens waren de demonstraties en acties niet meer dan een topje van de ijsberg van een veelomvattend verschijnsel. Waar ging het om? Om abortusvrijheid alleen? Om het roken van een stickie alleen? Om meer woonruimte alleen? Nee, wat die jongeren aanzette, was een behoefte aan revolutie en in de grond van de zaak was het een poging tot moord op de vader en op de Vader.
Het deel van de jeugd dat zo strijdbaar was, eiste luidruchtig vrijheid, het ,,wilde niet wat het moest willen”. Jongeren wilden niet het huis van het gezin met de vader als de autoriteit van gezag en de moeder als stille verzorgster, nee. Een nieuwe geborgenheid in collectief en commune, dáár ging het om. En om gezagloosheid. “Deze revolutie,” zegt Huntemann, ,,had haar eigen uur, namelijk het uur van de lege kerken, van de uiteenvallende gemeenten en het prijsgeven van de belijdenissen.”
Ik moet toch eigenlijk ook even A.E.M. van der Does de Willebois aanhalen. In zijn boek ,,HET VADERLOZE TIJDPERK” (uitg.Tabor, Brugge) zegt hij: ,,Men kan de crisis van onze tijd die wezenlijk een crisis van het geloof is, langs vele wegen benaderen. Ik meen evenwel dat de aangevochten figuur van de vader, in het bijzonder als belichaming van het persoonlijk gezag, als instrument van de traditie en als beeld van goddelijke heerschappij, een zeer centrale plaats toekomt in de problematiek waarvoor wij staan.” En even verder: ,,De stem van de vader was de stem van de traditie.”
FRANKFURTER SCHULE[1]
De revolutie van die jaren had haar eigen ideologie. Huntemann noemt de ,,Frankfurter Schule” (met namen als Adorno, Marcuse, Habermas, Horkheimer) als geboortekamer. Zij ageerden tegen de ,,loop van de wereld”. Hoe is die? Het gaat in de wereld om heerschappij van de ene mens over de andere, om macht. Menselijk leed wordt veroorzaakt door de structuur van de maatschappij en door gezagsuitoefening. Wat we nu moeten, is terug naar het paradijs, naar de ,,voorbeschaving” naar de tijd dat er geen onderdrukking en gezagsuitoefening was. Wég met bezitsdrang, eigendom, vaderlijk gezag, huwelijk. Wat komen moet, is de geborgenheid van het collectief, met een grote aandacht voor de moederfiguur. Geen vader en geen Vader, want vaders staan toch maar voor onderdrukking en machtsuitoefening en Vader…,,die heeft ons in de steek gelaten”.
Maar zegt Van der Does: “…het opgeven van het vaderlijk principe, is het openen van de weg naar vormeloosheid en anarchie.” Huntemann zegt: ,,Onze anti-autoritaire revolutie is anti God, anti Vader, anti gezin en anti eigendom.” Die revolutie belichaamt het ideaal van de moederlijk beschermde oerhorde: sexuele vrijheid, leven in gemeenschap, in de horde, wonend in commune of kraakpand.
Nog een paar belangrijke uitspraken van Huntemann: ,,,De vadercultuur van voorheen die afgebroken moet worden, is een angstcultuur en die vernietigt de levensvreugde.” ,,Schaamte en eerbied- zo wordt er steeds maar ingehamerd – zijn gedragspatronen van een repressieve, dat wil zeggen van een door macht beheerste, dus genot-onderdrukkende maatschappijstructuur die overwonnen moet worden.” Deze idealen woonden dus niet in de huizen van filosofen alleen, nee, ze drongen door naar de ruimte van de maatschappij, van de horde, van de commune, ze ,,hingen in de lucht”.
DE FALENDE VADER
Is er enig begrip op te brengen, voor zover dat kan bij een moordpoging? Wie zegt ,,Vaderschap is meesterschap” heeft gelijk, maar waren er niet veel slechte vaders/meesters. Altijd en overal? Extreem is de situatie in Duitsland in de jaren voor WO 2. Huntemann:.. Was het fascisme met zijn helden en Führercultus niet zoiets als ook een revolutie, het ,,masculinisme”[2] ten top. H.R.Müller-Schwefe schrijft er indringend over in het boekje ,,De wereld heeft geen vader” : een Schriftuurlijke benadering van het probleem van de gezagscrisis. Hij noemt het toneelstuk van Gottfried Benn waarin er verbitterd uitgegooid wordt door teleurgestelde, eenzame mensen: ,,De Ouwe heeft ons ook al in de steek gelaten.”
Müller-Schwefe signaleert in ,,De crisis van het gezag op verschillend levensterrein” tal van crises: het gezin zonder vader, het huwelijk zonder man, de school zonder meester, de staat zonder staatsman en de kerk zonder herder. Ook zegt hij: “Vaderschap was vaak falend.” Huntemann weer:,, Bedoelden vele vaders, wanneer zij over God de Vader en Zijn gezag spraken, niet hun eigen als-God-zijn en hun eigen-gemaakte autoriteit?”
Revolutie op straat, revolutie in gedachten en harten en handelingen. Is dit alleen een reactie op masculinisme? Op gebrekkig en slecht vaderschap? Nee, hoewel dat een grote rol speelde. Is het van de laatste tijd? Op 30 juni 1934 sprak Hess: ,,Met trots zien wij: één is boven alle kritiek verheven. Dat is de Führer. Want ieder voelt en weet: hij heeft altijd gelijk en zal altijd gelijk hebben. In kritiekloze trouw, in overgave aan de Führer waarbij niet in ieder afzonderlijk geval naar het waarom gevraagd wordt en in het stilzwijgend uitvoeren van zijn bevelen is ons Nationaal-Socialisme verankerd.”
Kon zo’ n woord, in die tijd gesproken, zonder gevolgen blijven? De Führer, onaantastbaar, vergoddelijkt, kweekte een generatie van führertjes. Mannen die hun vaderambt op het slechtst beoefenden en die aanhakend bij wat in de lucht hing, tallozen op de wereld beïnvloedden. Ze wilden als Adam zijn. Huntemann: ,,De oer-vaders van de neo-heidense Godsmoord leefden in vertrouwen op zichzelf en niet uit geloof in God.” En ,,Verzoening door Christus hadden zij niet nodig, omdat ze zich zélf wel, door middel van de moraal, tot God wilden opwerken.” Die moraal die gevormd werd door regels en wetten, mocht in geen geval van de Vader der lichten afkomstig zijn.
Huntemann nog eens: ,, Schuld, verzoening en vergeving, deze centrale begrippen van de bijbel, zouden door een feministische theologie moeten worden vervangen. In plaats van duidelijk, richting aangevende en levensbehoedende Torahwoorden het verzinken ,,in de ongedifferentiëerde wereld van het gevoel.” Dus werkelijkheden die onopgeefbaar zijn voor belijdende christenen, moeten omgemunt worden tot vage, onbepaalde gedachten en gevoelens. (Even vooruitlopend: ,,gevoel”, is dat over de hele linie niet een dringend gevraagd ,,artikel”?) Huntemann schreef over een komende religie in opmars, met Jezus als een ,,broer in de groep” een figuur die zo hier en daar wat richting aangeeft en God de Vader als een goedige figuur, maar verder op sterven na dood.
Nog een laatste lang citaat uit het boekje van Huntemann: ,,Reeds lang heeft een verburgerlijkt christendom het geloof tot een soort consumptieartikel gedegradeerd, waarvoor men zich alleen interesseerde bij bepaalde gebeurtenissen in het leven als doop, huwelijk en begrafenis. De consumenten eisten goedkope genade, alsof het om rendement ging en zij verlangden vertroosting op bestelling – gelieve direct te leveren – zonder in gehoorzaamheid onder het Woord te leven, zonder wedergeboorte of bekering en zonder de gemeenschap der heiligen onder het Woord gezocht te hebben.” Veel herkenbaars, toch… De vadermoord is overal doorgedrongen, maar de moord op God maakt de mens tot slaaf van de machten van deze wereld.
HET BEGON IN DE ZESTIGER JAREN
Ik kan me maar niet aan de indruk onttrekken dat de zestiger jaren van grote betekenis zijn geweest in al deze dingen. Het zijn de jaren van de omslag. Wat verborgen woekerde: twijfel aan de aanwezigheid van God, zijn Vaderschap, zijn bestaan als Persoon ( ,,Waar was God in Auschwitz?”) de betekenis van waarden en normen voor persoonlijk welzijn en voor de samenleving, komt steeds meer in de openbaarheid. Nederland werd een geseculariseerd land en ruilde God in voor de goden van de eeuw. Nederland – een land in een stuurloze, onzekere tijd en dat in toenemende mate. Er is onvrede. Is dit alles? Die welvaart, al dat geld, al die mogelijkheden. Steeds maar dat elfde gebod: ,,En genieten zúl je.”
Het vaderschap is aangevochten. Maar gelukkig is moeder er nog, de vrouw. Maar Van der Does haalt een zekere Rosenberg aan die zegt: ,,…dat een beschaving die op zijn eind loopt, steeds ertoe neigt zich op de moederlijke oergrond terug te trekken.” Onvrede. Een vermoeden dat er meer is . Dat deze wereld, ontworteld, ontluisterd, de echte niet kan zijn. Wat komt er van ons terecht, als de chaos toeneemt? Waar zijn de vaders? Waar is het woord dat inhoud heeft? Wie spreekt het uit? Wat levert het zoeken naar spiritualiteit op? Hare Krishna en die hele schaar van godheden was het ook al niet.
Welke vader is vermoord? Die van het verkeerde vaderschap? Maar blijft er, al of niet uitgesproken, een heftig verlangen naar de echte vader. Luister eens naar deze wel uitgesproken stemmen. Jan Wolkers die als weinigen zijn vader gekritiseerd en ontluisterd heeft, zegt toch ergens: ,,Wat houd ik eigenlijk van die man” en op een andere plaats: ,,Toen mijn vader stierf, verloor ik mijn jeugd.” Erik Vos, acteur, verklaart met grote droefheid dat zijn vader geen affectie voor hem had. Die vader vond zijn kinderen alleen maar rampen (Ook typerend voor een vaderloze tijd: die afkeer van kinderen). Zangeres Anouk (misschien niet uw favoriet, maar in de grote wereld heel bekend) vertelt aan journalist Frenk van der Linden dat haar eigen vader haar niet wil kennen: ,, Misschien moet ik wel wereldberoemd worden om er voor te zorgen dat mijn vader mij ziet. Nou, dan maar wereldberoemd.” Een van de broers Moskovitsch over zijn beroemde vader: ,,Die keert zich van mij af.” Interviewer: ,,En denkt u dat hij de verloren zoon ter plekke weer in zijn armen sluit? Moskovitsch: ,,Ík zal hem in mijn armen sluiten.”
Een stem uit vroeger tijd ( met vele te vermeerderen): Kafka: ,,Vader, mijn geschrijf ging over jou. Jij was voor mij de norm van alle dingen.” Aangrijpend , niet? Opstand tegen, verachting van de vader en dan toch dit…
HET NU
In onze samenleving lijkt bijna ieder wanhopig te graaien naar een zo groot mogelijk deel van al het voorhandene en naar nog meer comfort en luxe. Want het moet aan déze kant van de grens van jou worden. Als je niet nú verwerft, wanneer dan? Er moet toch een verborgen gevoel van honger ontstaan, als je de vader verwerpt ( en straks de moeder kwijtraakt) . Hierover sprekend, wil ik u een citaat uit het boek van Van der Does niet onthouden: ,,Intussen lijkt het duidelijk dat het huidig feminisme, zeker de variant die door een sterk lesbische ideologie en minachting voor de man wordt gevoed, méér dan op gelijke waardigheid, via een neutrale gelijkheid mikt op een vrouwelijke hegemonie. Karakteristiek in dit verband is de slogan ,,Wij Vrouwen Eisen”. Mannen vragen of verzoeken meestal. Maar vrouwen eisen – en worden, zoals gewoonlijk, braaf gevolgd door de mannen die nu eenmaal gewend zijn te doen wat moeder-de-vrouw zegt. Als je de Vader ontkent, wat vrede heb je dan, wat voor rust en geborgenheid? Als je niet meer weet, wie je Maker is ( denk aan Jesaja 1), dan sta je toch hulpeloos met lege handen.
Al die uitspraken van groten en kleinen dat ,,er wel iets moet zijn”, heel dat toenemend geloof in reïncarnatie moet toch ergens op wijzen… Het vaderschap is verbleekt, er is vadermoord gepleegd, er is moord op de Vader gepleegd, want wie het Woord onbelangrijk acht, wie de aanwezigheid van een persoonlijke God ontkent, is mede schuldig aan ,,de dood van God”.
HOE VERDER?
De samenleving is verweesd. Ik wil nog even terugkomen op het onderwerp: de moeder. Was het matriarchaat[3] na de moord op de vader een substituut (=vervangend middel) (moeder, stond voor gevoel, warmte, veiligheid), nu lijkt dat ook weg te vallen. De afwezige vader ( lijfelijk vaak, maar zeker ook qua ambt van voorganger, richtingaanwijzer, geïnteresseerde) is opgevolgd door de moeder. Deels buitenshuis werkend ( ze móet ook wel in veel gevallen) kan ze niet datgene bieden wat van haar verwacht wordt.
Er is nog een aspect aan de vadermoord. Dat zijn m.i. de feministische golven die de falende man en vader nog verder wegspoelden. Bij nogal wat feministische woordvoersters zie je een bijna kwaadaardige mannenhaat. Ik las onlangs nog een boekje van Renate Dorresteijn ( een boekje van wat oudere datum), maar als je niet beschikt over een gezond zelfbewustzijn, zou je je persoonlijkheid door zo’ n auteur laten ineenschrompelen tot bijna nihil. Al jaren geleden signaleerde de toen zeer bekende pater Van Kilsdonk dat nogal wat mannen het huwelijk met een buiten verhouding dominante vrouw ontvluchten en ,,homo” werden. De samenleving verweest. Onder alle bevolkingslagen zie je individualisering en vereenzaming. Moet je soms niet spreken van een óuderloze in plaats van een vaderloze maatschappij?
Lees over de verwoestende gevolgen van allerlei verslavingen. Van der Does nog een keer: ,,Telkens als aan mannen, individueel of in groepen , hun mannelijk prestige en zelfbewustzijn ontnomen wordt, neemt het excessieve drinken toe.” Kijk naar al die zwervende jongeren. Zie hoe een jeugd vergiftigd wordt door een deel van de media. Bedenk dat talloze lieve, leuke kinderen alles hebben, maar dat de Here Jezus hun onthouden wordt. Je hart kan erom huilen. Om een samenleving, in grote delen zo los van God. Zo leeg en hol. Hongerend, terwijl God zijn alle honger stillende genade zo royaal aanbiedt.
MOGELIJKHEDEN
Maar wat een mogelijkheden liggen er. Bij al die ouders die het met bijstand van God zo goed mogelijk proberen te doen. Stel uw huis open en probeer kinderen te bereiken. Bij de kerk. Laat die ophouden met bijzaken en zich richten op de hoofdzaken: de toerusting tot de verkondiging van het ene nodige. Bij de scholen. Hoeveel mensen hebben hun hele leven herinneringen meegedragen aan het ware beeld van de Goede Herder. Voor al die kinder- en jeugdwerkers. Wat een kansen hebben die.
Overigens gaat God zijn eigen ongekende weg. Hij moet vechten op veel meer fronten dan wij ons kunnen voorstellen. Maar spiegelen we ons aan Hem als Vader en Richtingaanwijzer, een en al koestering Laat ons de kansen grijpen die Hij geeft en zal blijven geven.
Kees van Baardewijk
De heer Van Baardewijk is ook auteur van het boekje “Drugs ….. groep 8 zegt nee!” dat bij B & O verkrijgbaar is (zie bestellijst en bijbelenonderwijs.nl).
[1] De Frankfurter Schule is in de jaren 60 van de vorige eeuw de gangbaar geworden benaming geworden voor de filosofen en sociologen die aan het Institut für Sozialforschung in Frankfurt aan de Main verbonden waren.
[2] Masculinisme is overdreven waardering van het man-zijn.
[3] Matriarchaat is gezinsverband en erfrecht in de vrouwelijke lijn.
De pedagogische tik
Is slaan van kinderen altijd af te keuren als een uiting van bruut geweld of is er ruimte voor de ‘pedagogische tik’?
B&O magazine, april en juni 2003, door drs. R.H. Matzken
Naar aanleiding van deze discussie publiceren wij een tweetal artikelen over kastijding in de opvoeding. Deze zijn genomen uit onze eerdere Aanzet tot een bijbels-genormeerde pedagogiek van de Canadese pedagoog Jack Fennema.
1. Opvoeden binnen het kader van gezag en tucht
Hét opvoedingsmiddel dat de Bijbel aangeeft (en dat volgens dr. J. Waterink (de eerste hoogleraar pedagogiek aan de Vrije Universiteit) zelfs het enige opvoedingsmiddel is) is de tucht of discipline. Het Griekse woord dat hiervoor in het Nieuwe Testament wordt gebruikt is paideia. Dat kan verschillende betekenissen hebben:
Het Hebreeuwse woord dat er het dichtst bij staat (yissér/mûsar) kan omschreven worden als: ’terechtwijzen, corrigeren, discipline aanbrengen, kastijden, instructie geven’.
In zijn algemeenheid slaat het op tucht in de betekenis van onderwijzen, of zelfs waarschuwen, zodat iemand Gods wet gaat opvolgen, meestal wanneer er sprake is van wangedrag. Twee belangrijke gedeeltes vinden we in Deut.8:5,6 en Spr.4:13,14. Bijbelse discipline is gebaseerd op gezagsverhouding.
Vanuit een bijbelse visie op het kind is het duidelijk dat opvoeding die zich normeert aan de Bijbel geen vrije opvoeding kan zijn, maar plaatsvindt binnen het kader van ‘autoriteit’ of ‘gezag’. Deze begrippen roepen het beeld op van een strengpuriteinse autoritaire opvoeding, zelfs van gezagsmisbruik. Ook het begrip ‘macht’ is in de moderne opvoedkunde zeer belast, vandaar dat wij hiervoor liever het bijbelse begrip exousia gebruiken. Hiermee wordt dit begrip in een heel ander kader geplaatst, nl. van verstrekte macht of volmacht, recht op vrijheid van handelen, niet door anderen gehinderde macht om iets te doen. Dit bijbelse kader wordt het meest duidelijk vanuit de ontmoeting van de Here Jezus met de Romeinse centurion, waarvan we lezen in Matt. 8:10-13. Het ‘grote geloof’ dat Jezus bij deze man aantreft, is niet meer of minder dan ‘begrip voor verhoudingen’, wat wordt uitgedrukt in vs 9: Ik ben zelf een man ‘onder-volmacht’ en daarom heb ik ‘volmacht-over’ honderd.”
Opvoeders hebben van Godswege een volmacht over de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd (Ef. 6:1-4; Col. 3:20; Rom. 12:6). Dit betekent dat de mens op de gezagsverhouding moet reageren zoals de bijbel aangeeft. Hier ligt een opdracht die hij op een verantwoorde wijze heeft te vervullen.
Deze positie is echter heel anders dan die van een militair, van een leider, van de overheid, want de positie van de opvoeder is direct verbonden met de band der liefde tussen opvoeder en opvoedeling, tussen ouder en kind, en ook tussen leraar en leerling.
Wanneer dit niet wordt begrepen, leidt dit in de praktijk vaak tot twee uitersten:
Opvoeding die ‘bijbels-genormeerd’ wil zijn, staat in een positie van volmacht en oefent daarmee ‘gezag’ uit over het kind naar de aard en de mate waarin hem van hogerhand dit gezag wordt verleend.
Opvoeding vanuit gezag in bijbelse zin is iets geheel anders dan forceren of manipuleren. Maar het betekent ook dat de opvoeder zichzelf niet mag laten manipuleren om geen gebruik te maken van zijn gezag wanneer dit nodig mocht zijn De opvoeder is namelijk verantwoordelijk en moet verantwoording afleggen van zijn opvoedend bezig zijn aan God. Dit is met name ook zo belangrijk omdat opvoeding meestal gebeurt vanuit een team: de ouders (invloed van de familie!), het schoolteam (zich houden aan het schoolstatuut) en de kerk/gemeente (lessen inzake liefde en tucht!). Vandaar ook vanouds de drieslag: gezin, kerk, school.
2. Straf als vergelding of als kastijding
“En gij vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt hen op in de tucht en de terechtwijzing des Heren”, Ef. 6:4. In dit bijbelgedeelte gaat het bij het woord ’tucht’ of discipline om twee complexen:
* preventieve tucht of instructie
* correctieve tucht of kastijding.
Hiermee sluiten wij aan bij het boek ‘Nurturing children in the Lord’ (‘Kinderen opvoeden in de Here’) van de Canadese pedagoog Jack Fennema, waarvan ongeveer tien jaar geleden een aantal hoofdstukken als artikelen zijn verschenen in het blad Gereformeerd Pedagogisch Centrum.
In zekere zin is opvoeding in een ‘affectieve gezagsverhouding’ leren omgaan met de essenties ‘vrijheid en gehoorzaamheid’. Daarmee leert het kind dat ware, christelijke vrijheid een ‘vrijheid-in-gebondenheid’ is; oudtestamentisch ‘een begrensde ruimte’. Hierbij hebben zowel kinderen als volwassenen verantwoordelijkheid jegens God. Dingen die verkeerd gaan in de opvoeding kunnen hun oorzaak hebben bij het kind (ongehoorzaamheid of gedragsafwijking door lichamelijke of psychische stoornissen), maar ook bij de volwassene (door onverstand de kinderen ‘prikkelen’).
a. Het eerste dat de bijbelse discipline bepaalt is de instructie. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de ouders (Gen.18:19; Ef.6:4; 1 Tim.3:4,5) Deze instructie moet in daden worden omgezet. Dat wordt aangegeven door het Hebreeuwse woord ‘chanak’, dat betekent: oefenen of trainen (Spr.22:6). Ditzelfde woord wordt gebruikt in Deut.20:5; 1 Kon.8:63; 2 Kron.7:5. Chanak houdt dan in: wijden-aan, afzonderen-tot. Kinderen moeten zo worden opgevoed, dat ze aan God gewijd zijn.
Deze preventieve tucht wordt uitgewerkt in een aantal vormen, waarbij er twee soorten worden onderscheiden: een discipline die min of meer onopzettelijk is, en de discipline die bewust bedoeld of gekozen is. De opzettelijke discipline heeft vooral te maken met het feit dat een kind geconfronteerd wordt met de (doorwerking van) de zonde in zijn leven. Hier komt het karakter van christelijke opvoeding centraal te staan. Bovendien vragen kinderen om een duidelijke structuur: ze willen weten waar ze aan toe zijn en verkennen regelmatig hun grenzen.
Op deze basis dienen wij dus preventieve tucht te bezien, zoals het stellen van regels, censuur op de schoolkrant, gang van zaken bij werkweken, het verbod op alcohol bij schoolavonden enz. Zonder deze preventieve tucht ontbreekt een van de wezenlijke facetten aan een christelijke opvoeding, namelijk de vorming tot zelfstandig mens die in staat is verantwoordelijkheid te dragen.
b. De correctieve tucht als tweede opvoedingsmiddel vindt plaats wanneer inbreuk is gepleegd op de regels van de preventieve tucht. Het woord tucht komt van een oud woord tiegen, dat betekent (naar zich toe) trekken, tot behoud. Voorbeeld: een kind dreigt te verdrinken in een gracht en nu wordt het een touw toegeworpen om het naar de kant te trekken. Zo waren de straffen van God in het boek Richteren niet bedoeld om Israël weg te slaan, maar juist naar Hem toe te trekken tot behoud.
Velen in onze dagen voelen daar niet meer voor of hebben het zicht daarop verloren. In talloze gevallen is dit gebrek aan tucht verworden tot een vaak onbegrijpelijke gedoogbeleid (vroeger noemden wij dit laksheid). Men werpt het kind geen reddingstouw meer toe, maar laat het a.h.w. verdrinken. Een voorbeeld uit de bijbel is de houding die de priester Eli aannam t.o.v. zijn verdorven zonen. Dit viel samen met één van de dieptepunten uit de geschiedenis van Israël, 1 Sam. 2: 22-25. Kastijding, aldus Fennema, beoogt het leven te ‘reformeren’; straf daarentegen is te beschouwen als het ‘loon’ op verkeerd gedrag.
Het recht op straf, in de zin van vergelding van overtreding lijkt in de Bijbel slechts aan God toegekend te worden (Rom. 5:8,9; Deut. 32:35,36; Rom. 12:19). God motiveert Zijn kinderen niet door angst voor straf of wraak. Hij heeft zelf immers het tegendeel gedaan. Hij nam de dreiging van de straf weg, om vervolgens een antwoord van dankbaarheid te vragen: gehoorzaamheid. Straf in de zin van vergelding behoort alleen God toe. Mensen hebben slechts de vrijheid hun kinderen in liefde te corrigeren, waarbij kastijding uiteraard niet uitgesloten is.
Het principe van straf bij de opvoeding is principieel verschillend van alle andere verhoudingen, zoals die van de overheid ten opzichte van haar burgers. Bovendien is hier sprake van een nauwe persoonlijke relatie waarin zowel de liefde als de duurzaamheid centraal staan, beide als functie van de begeleiding van een ander mens in zijn ontwikkeling, waarover de volgende sectie handelt. De bijbel maakt onderscheid tussen ‘kastijden’ en straffen’, die wij als volgt tegenover elkaar kunnen stellen:
Oogmerk:Nadruk op:Houding:
Emotionele gevolgen:
De toekomst;Aanvaardbaar of ‘voorbeeldig’ gedrag
Weerspiegelt liefde en betrokkenheid van de kant van de opvoeder
Bevestiging van zichzelf;
Veiligheid
Het verleden;Niet tolereren van ‘onaanvaardbaar’ gedrag
Weerspiegelt afkeer en frustratie
Moeilijk om de persoon los te zien van de overtreding
Angst; schuld; wrok
Mogelijk ook: verwerping
Iedere correctieve maatregel moet plaatsvinden in een kader van liefde, welwillende gestrengheid en doortastendheid. Drie elementen zijn hierin van belang: consistentie, duidelijkheid en eerlijkheid/fairness.
Een opvoeder moet zeggen wat hij denkt, en denken wat hij zegt. Een daad van ongehoorzaamheid is ten alle tijde verkeerd, hoe de stemming van de opvoeder ook mag zijn. Uieraard moeten de regels of voorwaarden van meet af aan duidelijk zijn. Men kan kinderen niet verantwoordelijk stellen voor iets wat ze niet wisten of wat niet duidelijk was. Tenslotte is er het principe van de verhouding. De te nemen maatregelen moeten in verhouding zijn met de overtreding en met de leeftijd van het kind. Door een logische samenhang zal een kind tot inzicht komen en daardoor geestelijk kunnen groeien. De correctieve maatregelen moeten ook bij dat ene kind passen. Het ene kind heeft meer correctie nodig dan het andere. Tenslotte dient het kind bij elke straf te merken dat uit liefde wordt gestraft en niet uit woede of een persoonlijk gekrenkt zijn.
3. Terechtwijzen als counseling: een daad van herstel
Het derde aspect van de opvoeding wordt gevormd door de terechtwijzing. Het woord ’terechtwijzen’ is het Griekse woord nouthesia. Dat betekent: raad en troost geven; vermanen en waarschuwen, op het hart drukken. Het gaat hier om de meer emotionele vorming; zie hiervoor ook Titus 3:10; 1 Cor. 10:11 en Efeze 6:4. Dit impliceert dat er aanwijzingen naar de Schrift worden gegeven, dus vanuit een bijbels denkkader als basis voor waarden en normen. Hier wordt vermanend instructie gegeven, vandaar de titel van het bekende boek van Jay Adams: ‘Nouthetisch counselen’. Wij kunnen hier dus spreken van ‘nouthetisch opvoeden’. Opvoeders mogen hun taak niet beperken tot tucht (instructie en correctie) alleen; zij zijn ook geroepen om waar nodig terecht te wijzen (counseling).
‘Opvoeden in de Here’ heeft niet alleen een functie vanuit het scheppings- of cultuurmandaat, maar ook vanuit de herschepping, het verzoeningsmandaat. Twee kernwoorden hiervan zijn:
* ‘counseling’ als daad van genezing, en
* ‘discipling’ als praktijk van het volgen van Jezus.
De term ‘counseling’ heeft betrekking op de Derde Persoon van God, de Heilige Geest, Die de ‘Parakleet’ wordt genoemd, in het Nederlands: Trooster, in het Engels: Counseler. De naam betekent letterlijk: de ernaast geroepene, hij die op het juiste moment iemand bijstaat die hulp nodig heeft. Ook mensen kunnen een parakleet zijn voor elkaar, zoals Barnabas dat was voor de pasbekeerde Saulus, of Filippus voor de kamerling uit Morenland. Door dit element in te brengen wordt in de christelijke opvoeding recht gedaan aan de Persoon van de Heilige Geest, Die dikwijls voor velen ‘de Grote Onbekende’ is.
Blijkens Johannes 16 heeft de Heilige Geest drie functies, zowel voor de gelovigen als voor degenen die Christus niet kennen:
* De niet-gelovigen, ‘de wereld’ worden door Hem ‘overtuigd’, d.w.z. Hij weerlegt hun denken op krachtige wijze:
– van zonde, d.w.z. van ongeloof, dat is van rebellie tegen God;
– van gerechtigheid, d.w.z. van Gods maatstaf, ook nadat Jezus naar de Vader is teruggekeerd;
– van oordeel, d.w.z. van het komende gericht, waarbij de mens schuldig zal staan tegenover zijn Maker.
* De gelovigen worden door Hem ‘gecounseld’, d.w.z. hun denken wordt door Hem gevormd en gericht:
– op de waarheid, temidden van een wereld die verleugend is;
– op de toekomst, die voor de wereld een onbekend, gesloten boek is;
– op de Here Jezus, die voor hen net zo reëel wordt als dat Hij op aarde voor Zijn discipelen was.
Bij de opvoeding wordt de verhouding tussen correctieve tucht en pastorale tucht bepaald door de aard van het vergrijp en voorts door de leeftijd van het kind. Men zou dit kunnen brengen in een glijdende schaal of continuüm:
Naarmate de kinderen ouder worden, neemt het correctief handelen af (de actie van herstel) en neemt de counseling (herstel door communicatie) toe.
Wij kunnen dit aldus aangeven:
Correctie naar één kant gericht
Beperkte persoonlijke verantwoordelijkheid
Gericht op het oordeel van volwassenen (externe oriëntatie) *
Volwassene is medeaansprakelijk voor gedrag
Wederzijdse correctie
Grotere mate van persoonlijke verantwoordelijkheid
Gericht op het eigen oordeel (interne oriëntatie)
Aansprakelijk voor gedrag
* jonge kinderen kunnen uiteraard ook, zij het in beperkte mate, een interne oriëntatie hebben
d. Concrete inhoud van de bijbelse terechtwijzing
De bijbelse correctie bestaat uit een aantal fasen:
Bij dit alles is luisteren van het grootste belang, niet alleen naar hetgeen de leerling te zeggen heeft, maar ook naar wat hij niet zegt en wat uit zijn houding blijkt (non-verbale communicatie)
Het doel van counseling is herstel van verhoudingen (liefde) zonder dat aan de gestelde regels geweld wordt aangedaan (gerechtigheid en waarheid). Kennis van de principes is hier niet genoeg, want de toepassing ervan kan leiden tot een eenzijdige karikatuur. Hier is vooral wijsheid nodig, die immers ten grondslag ligt aan elke counseling. Men kan dus niet volstaan met het geven van een aantal adviezen, want counseling impliceert de ander kennen met het hart, opdat wij die ander zullen bijstaan bij het nemen van beslissingen in persoonlijke verantwoordelijkheid en gericht op de zelfstandigheid in houding en gedrag. Zó zal God alle eer ontvangen in de opvoeding van onze kinderen. Ook in deze postmoderne tijd!
De opvoeding ter hand nemen
Drs. A. Kraaiveld bespreekt in twee artikelen het boekje ‘Erziehung im Angriff’, een uitgave van IABC in Wuppertal.
De opvoeding ter hand nemen!!
In het voorjaar van 2007 is het Duitstalige boekje ‘Erziehung im Angriff!’ verschenen. Het boekje is op de redactie van Bijbel & Onderwijs terechtgekomen. In dit artikel wordt het eerste deel van het boekje besproken. De schrijvers Christiane en Grant Nelson stellen, dat in onze tijd veel gezegd en geschreven wordt over het opvoeden van kinderen. De termen vrijheid en emancipatie lijken een belangrijke plaats in te nemen. De moderne visies beïnvloeden gewild of ongewild ook het denken van de christen-ouder/opvoeder. Christiane en Grant Nelson proberen te zoeken naar vaste ijkpunten voor een christelijke opvoeding.
Het kind in het middelpunt
Al vanaf de 17e eeuw proberen mensen zich los te maken van de kerk en de invloed van het christen-zijn. De filosofen René Descartes en Rousseau plaatsen de mens in het middelpunt. ‘Cogito, ergo sum’ (Ik denk, dus ik besta). De mens is zelf de maatstaf van de dingen. Ervaring en aanleg wijzen de mens de goede weg door het leven. Als je de natuur tot ontwikkeling laat komen (in de mens), komt het goede te voorschijn. Maar het tegenovergestelde blijkt waar, kinderen roepen om hulp, verkeren in problemen. De kindertelefoon wordt steeds meer gebeld. Crisisopvang is meer nodig dan ooit.
De Schepper weet het beter
De Schepper weet wat het beste is voor kinderen, voor mensen. De Bijbelse visie op het kind onderscheidt zich principieel van de emancipatorische visie. Zij leert de zondige natuur van elk mens vanaf zijn allereerste levensbegin, die aangewezen is op omgang met anderen en met de levende God. En dat heeft consequenties. De opvoeder wacht niet meer totdat het kind zelf kiest, maar leert het kind, onderwijst het kind. Deut. 6: 6-7 ‘En deze woorden, die Ik u heden gebiedt, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zijt, en als gij op de weg gaat, en als gij neerligt, en als gij opstaat.’
De Bijbelse opvoeding
Het Bijbelse opvoedingperspectief heeft duidelijke doelen: een geestelijk stabiel kind en in de verhouding tot de naaste betrouwbaar en evenwichtig. De opvoedingsweg is vaak moeizaam en vraagt veel geduld en inzet van de opvoeder, die de natuurlijke neiging van het kind stuurt in zijn zondige aard en aanleg. De autoriteit van de opvoeder en de onderwerping van het kind zijn daarin de basis. De opvoeder is vanuit belangeloze liefde gericht op het kind. De opvoeder is immers zelf onder de autoriteit van God geplaatst. Opvoeding in en tot gehoorzaamheid verlangt van de opvoeder, dat hij/zij zich bewust is van de zondige natuur van het kind en van hem/haar zelf en daardoor weloverwogen en vanuit rust handelt. Een straf moet leiden tot vrijwillige spijt en tot aangenomen vergeving. Een straf is geen straf uit woede, maar om de wil van het kind te neigen.
Eerbied en ontzag
De opvoeding tot eerbied en verantwoordelijkheid is van wezenlijk belang voor de verhouding van het kind tot God en tot zijn naaste. Eerbied voor de ouders is een grondprincipe van de geborgenheid van het kind bij zijn ouders. In het vertrouwen op de ouders beleeft het kind de eigen onvolkomenheid en afhankelijkheid, wetend veilig, geborgen en geliefd te zijn bij de ouders. De zelfzucht en de neiging om eigen wegen te gaan wordt door het ontzag voor de ouders begrensd. Het kind leert om rekenschap af te leggen en terug te zien op zijn emoties en impulsen, zonder dat het aan de consequenties hiervan overgeleverd is. Zo leert het kind ook rekenschap te geven tegenover God.
Karakter
De christen-ouder moet erop gericht zijn, dat het karakter van het kind gevormd wordt. Zo wordt de persoonlijkheid van het kind gevormd. Karaktereigenschappen als zelfcontrole, doorzettingsvermogen, evenwichtigheid, moed, behulpzaamheid, dapperheid, etc. zijn een gevolg van de groeiende liefde tot de levende God en de liefde tot de naaste, die de eigenliefde op de achtergrond stelt.
Persoonlijke betrekking op God
Het is van eeuwigheidswaarde dat het kind leert om in een persoonlijke betrekking en in afhankelijkheid van de levende God in Jezus Christus te staan. Eerst aan de hand van de ouder(s), maar later ook door zelf met het Woord bezig te zijn. De opvoeder moet het kind hiertoe ruimte geven en in gesprek met hem blijven. In de ontmoeting met anderen moet het kind uiteindelijk zo toegerust zijn, dat het onafhankelijk van de groep de autoriteit van de waarheid van God als maatstaf neemt en volgt. Weerbaar tegen alle invloeden die op hen afkomen, bijvoorbeeld door internet en alles wat daardoor op (jonge) mensen af kan komen.
Verhouding tot het kind in de opvoeding
De moderne opvoeder past zich vaak aan het kind aan. De reclame speelt daar op in, je moet er als ouder uitzien als je zoon of dochter. Het lijkt ‘cool’ om op gelijkwaardige voet met je kind te staan. Het lijkt alsof de moderne opvoeder bang is om de eigen autoriteit te stellen tegenover het kind. Hierdoor wordt de opvoeder veel meer een begeleider dan een opvoeder. In de Bijbelse opvatting is de opvoeder de onderwijzende en het kind de lerende. Waar moet een kind zijn oriënteringspunt vandaan halen, wanneer het helemaal vrijgelaten wordt? De moderne opvoeder lijkt zich niet verantwoordelijk te zien voor de toekomst van het kind. Bewuste leiding van het kind wordt vermeden. Het kind moet zelf keuzes kunnen maken, het is zijn of haar leven. De vruchten van deze opvoedingsvisie zijn te zien: kinderen kunnen niet staande blijven in een wereld waarin alcohol en drugs ruim voor handen zijn, kinderen gaan dwars tegen ouders in, luisteren niet meer en hebben geen zin om iets voor een ander of de maatschappij te doen. Genot wordt hun god.
Je eigen weg zoeken
Het doel dat je in de opvoeding voor ogen hebt, bepaalt de opvoedingsmethode. Wanneer je kinderen wilt opvoeden met als doel de eerder genoemde karaktereigenschappen, kun je niet de emancipatorische opvoedingsmethode hanteren. Aan de verwachtingen zal dan niet voldaan worden. De emancipatorische visie gaat ervan uit dat elk kind een schat aan goede inzichten en handelingswijzen in zich draagt. Op basis hiervan zoekt elk kind zelf zijn eigen weg door middel van experimenteren.
De weg wijzen
De Bijbel leert ons een andere methode. Het kind is vanaf zijn geboorte aangewezen op leiding, wil het een sterke, karaktervolle persoonlijkheid ontwikkelen. De liefde in de opvoeding en voor de ‘opvoedeling’ dringt de ouders ertoe om terug te keren tot de Bijbelse visie. Deze visie leert ons om kinderen de weg te wijzen, het kind voor te leven, te leiden, te leren, in te wijden en te corrigeren. De Bijbel geeft er ons een schitterend voorbeeld van en laat prachtig de Bijbelse visie zien, namelijk zoals Timotheüs het in zijn jeugd van zijn moeder en oma geleerd heeft (2 Tim. 3:14,15 en 17):‘Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.’
Wordt vervolgd.
Drs. Annelies Kraaiveld.
DE KRACHTEN VAN DE WINX
Bijbel
Zaterdag, 10 september 2005 / pagina 28
Spaar jij ook plaatjes van de televisieserie Winx club? Sindskort doen veel meisjes dat. De Winx Club lijkt zomaar een clubje van de aardige feetjes Bloom, Stella, Tecna, Flora en Musa. Maar misschien zit er wel meer achter hun magische krachten. Denk hier eens over na, voordat je de tekenfilm bekijkt.
In de tekenfilm leren de feeën hoe ze hun magische krachten moeten gebruiken. Daarom gaan de vriendinnen naar de feeënschool. De vijf maken allerlei avonturen mee in hun strijd tegen de heksen van de hemeltoren. De heksen gebruiken boze krachten om heel het land Magix in handen te krijgen. De meiden moeten dat verhinderen en daarbij komen de magische krachten goed van pas.
“Als het kan, kijk ik wel naar Winx,” zegt Petra Bitter (11) uit Gouderak; “Soms willen mijn broertjes wat anders zien. Winx is wel grappig. Ik vind het spannend om te zien hoe ze zelf proberen hun krachten in bezit te houden. Het is een mooi verhaal.”
In de Bijbel wordt ook gesproken over magische krachten. Net als in deze tekenfilm. Er zijn meer woorden die uit de Bijbel geleend zijn, zoals de hemel, vloeken, boze krachten oproepen. Petra had ook gemerkt dat de tekenfilm speelt met bijbelse woorden. Als ze de tekenfilm kijkt, denkt Petra daar wel eens over na. ,,Zij zeggen dat je een fee wordt, als je dood gaat. Dat klopt natuurlijk niet,” vertelt ze. Petra weet heel goed dat het allemaal niet bestaat. ,,Je hoeft er niet voor op te passen. Het is gewoon grappig om naar te kijken.” Naast de plaatjes zijn er ook internetsites vol met Winx-dingen. Petra spaart wel de plaatjes, maar ze heeft nog niet gezocht op internet. De sites vertellen over de karakters van Bloom en haar magische teken. Ook kun je uitzoeken wat jouw magische teken is. Het magische teken is een figuur uit de Griekse mythen (oude verhalen). Bij jouw magische teken zit een voorspelling van dingen die jou kunnen overkomen deze maand of in de toekomst. Aan de stand van de sterren denken ze te kunnen zeggen wat met er jou gaat gebeuren. Die voorspellingen kunnen je bang maken. Alleen God weet wat er in de toekomst gebeurt. Als je op God vertrouwt, dan weet je dat Hij morgen weer bij je is. Hij zorgt voor je en geeft kracht. God geeft geen magische kracht, maar zijn eigen krachten.
Onschuldig?
Zaterdag, 10 september 2005 / pagina 28
God waarschuwt dat het niet goed is om iets te doen met magische krachten. Deze krachten kunnen onschuldig lijken, maar toch invloed op je hebben. Het aanroepen van boze krachten, zoals de gemene heksen doen, wordt in de Bijbel duidelijk verboden. Gods kracht is sterker dan de magische krachten. Het is beter om Gods kracht te gaan ontdekken, dan de magische krachten. Het kan dus niet zo goed voor je zijn om veel met Winx bezig te zijn. Praat er eens over met je ouders.
(c) Nederlands Dagblad 2006 alle rechten voorbehouden
DE DREIGING VAN SEKSVERSLAVING
Onlangs werd ik benaderd door een man die zich wanhopig probeerde te ontrekken aan het opdringende computergebruik. Het was hem tot nog toe gelukt, omdat hij de laatste tien jaar in Oost-Europa had gewoond en gewerkt. Nu hij zich weer in Nederland had gevestigd, maakte hij zich zorgen, met name over zijn kinderen die in de schoolgaande leeftijd kwamen. Ik kon weinig voor hem doen. De tv buiten de deur houden hoort nog tot de mogelijkheden. Abonneer je op een goeie krant en je weet meer. Maar de computer, dat wordt heel moeilijk, zeker voor kinderen. Maar ik begreep zijn zorgen wel. Natuurlijk kun je zeggen dat alles ten goede en ten kwade gebruikt kan worden. Maar het is niet te ontkennen dat het kwaad steeds op indringender wijze op ons af komt. Kinderen en ouderen staan aan veel nieuwe verleidingen bloot. Een internet-consultant van het ‘National children home’, laat een waarschuwend geluid horen naar ouders. ‘De computer is onderdeel van het alledaagse leven van het kind. Het kind computert in de woon- of slaapkamer, plaatsen waar kinderen zich op hun gemak voelen en veel van zichzelf kunnen prijsgeven aan mogelijk verkeerde personen.’ Via de computer heb je zo maar allerlei ongenode gasten over de vloer. Gasten die kinderen op afstand kunnen bedreigen. Nog onlangs schreven de kranten over een explosie van ongewenste cyberseks. Kwaadwillenden dwingen argeloze kinderen via de web-cam tot allerlei seksuele handelingen.
Ouderen
‘Hoe zal de jongeling zijn pad rein bewaren?’ vraagt de dichter van psalm 119 zich af. We kunnen ons ook afvragen, ‘hoe zal de ouder(ling) zijn pad rein bewaren. Ook ouderen staan onder grote druk door de onbeperkte mogelijkheden van internet. Vele miljoenen porno-sites dringen zich aan ons op. Seksverslaving is een van de acuutste bedreigingen van de geestelijke volksgezondheid. Internet zonder filter staat gelijk aan met hoge snelheid rijden zonder veiligheidsgordel. Het kan je leven kosten.
Ouderen en jongeren staan oog in oog met nieuwe verleidingen. Eerlijkheid, openheid en transparantie kunnen ons helpen in de goede strijd. Verberg je niet, maar laat naar je kijken. Hendrik Pierson, de onvermoeide bestrijder van de prostitutie in de negentiende eeuw, poneerde de stelling: ‘Een eerlijk man wil niet vertrouwd worden.’
De beste remedie in de strijd is, je zo ver mogelijk van het kwaad af te houden. Durf als het moet een beetje onnozel te zijn. Paulus zelf raadt het ons in Romeinen 16 vers 19 aan: ‘….en ik wil, dat gij wijs zijt in het goede; doch onnozel in het kwade.’
Krijn de Jong
creationisme
Enkele gedachten over het thema creationisme – evolutietheorie
Macro-evolutie – micro-evolutie
Als men het over evolutie heeft, bedoelt men meestal macro-evolutie. Dat is de voorstelling dat alle levende wezens van elkaar afstammen en dat één oerorganisme geleidelijk en zonder enig plan zich ontwikkeld heeft tot volkomen nieuwe, complexere constructies – zoals bijv. het ontstaan van de vleugels van insecten (zog. zelforganisatie van de materie). In den beginne: materie. De materie zou leven uit dode stoffen hebben bewerkstelligd.
Men moet echter een onderscheid maken tussen wat men noemt macro-evolutie en micro-evolutie d.i. verandering en variatie binnen de rechtstreeks, apart en met een bepaald plan door God geschapen verschillende basistypen.
Is een fenomeen waarneembaar en herhaalbaar?
De natuurwetenschap als empirische wetenschap beperkt zich tot datgene wat waarneembaar en herhaalbaar is. De consequen-tie is dat de natuurwetenschap de ‘oerknaltheorie’ als ontstaansvoorstelling nooit wetenschappelijk kan bewijzen: De ‘oerknal’ is niet waarneembaar en niet herhaalbaar. (Oerknaltheorieën kunnen wel door theoretische natuurkundigen worden gesimu-leerd; maar de verschillende modellen kunnen alleen door aannemelijkheids-beschouwingen tegen elkaar worden afgewogen. Ze zijn alleen mathematisch te toetsen of ze in zichzelf kloppen, maar niet in de werkelijkheid).
Anderzijds kan de natuurwetenschap Gods openbaring in de Bijbel over de schepping nooit wetenschappelijk weerleggen: Gods scheppend handelen, zoals geopenbaard in Genesis 1 en 2, is evenmin waarneembaar en herhaalbaar. Het is echter typisch dat op grond van een vóór-wetenschappelijk principebesluit God als verklaring voor het ontstaan van leven, mens en wereld uitgesloten wordt (methodisch atheïsme). Alleen natuurlijke oorzaken worden erkend (naturalisme).
Diverse ‘ontstaansmodellen’
De materialistisch-evolutionistisch-atheïstische verklaring van het ontstaan van de wereld en van levende wezens is niet de enige mogelijkheid, al wordt deze zienswijze op scholen, universiteiten en in de media met een claim op monopolie verdedigd en geleerd. Er bestaan andere ‘ontstaansmodellen’ zoals het ID-model (Intelligent Design). Maar op grond van de Bijbelse openbaring is het God die door Zijn Woord (dus niet door evolutie!) respectievelijk door Jezus Christus de wereld en het leven heeft geschapen, ieder naar zijn aard, apart (zog. basistypen). Zie o.a. Gen. 1; Ps. 33: 6,9;148:5; Joh. 1:1-3,10,14; Col. 1:15-16; Hebr. 1:3,10. Er is dus meer dan een vaag en onpersoonlijk design: daarachter staat God, de alwijze, machtige Designer.
De dood: geen scheppingsmechanisme van God
De dood is niet ‘Gods scheppingsmechanisme’ geweest (zog. theïstische evolutieleer), maar Gods gericht over de ongehoor-zaamheid van de eerste mens, Adam. De dood is pas de wereld binnengekomen door de keuze van Adam om onafhankelijk van God te willen zijn (Rom. 5:12-17; 6:23). God, de Schepper zelf, onderwierp daarop de hele schepping aan de vergankelijk-heid (Rom. 8:20-21) nog voordat Hij de wereld door de zondvloed oordeelde (Genesis 6 t/m 9). Daarom is overal verval, degeneratie te zien. De wereld, de natuur en de mens, die heden ten dage worden waargenomen, zijn niet meer zoals God ze eens in volmaaktheid had geschapen!
Natuurwetenschappelijke theorieën zijn veranderlijk
Steeds weer worden nieuwe ontdekkingen gedaan en neemt de kennis toe. Daardoor moeten natuurwetenschappelijke theorieën steeds weer bijgesteld worden. De natuurwetenschappen kunnen hoogstens de werkelijkheid beschrijven naar de huidige kennisstand. Deze kan dus morgen weer anders zijn. Natuurwetenschap kan nooit zeggen wat (absoluut) waar is. Gods Woord alleen is de Waarheid, ook wat betreft het ontstaan van de kosmos, het leven, de natuur, de mens, de zonde en de dood.
Christennatuurwetenschappers en Genesis 1-3
Te allen tijde waren er natuurwetenschappers, die in God, de Schepper, en in Zijn Woord geloofden! Zie bijv. “Biblebelieving Scientists of the Past” (Prof. Dr. Henry Morris, Institute for Creation Research”, P.O.Box 2667, El Cajon, CA 92021-0667 USA; www.icr.org ). Ook in diverse Europese landen bestaan organisaties van Bijbelgetrouwe natuurwetenschappers zoals in Duitsland, Baiersbronn: Studiengemeinschaft Wort und Wissen, www.wort-und-wissen.de (e-mail sg@wort-und-wissen.de).
Andere critici van de evolutietheorie
Er zijn bovendien natuurwetenschappers en andere mensen, die weliswaar geen christen zijn, maar op grond van o.a. natuurwetten (bijv. entropie), de complexiteit van het leven of door experimenten de evolutiehypothese verwerpen. Zo bijv. in de beide video’s: “Hat die Bibel doch recht? Der Evolution fehlen die Beweise” en “Gott würfelt nicht” van de filmproducent Fritz Poppenberg. Een commentaar daarop in Wort und Wissen, Info 4, 2001 luidt: “In de historische ontwikkeling van de evolutieleer zijn ideologie, wereldbeschouwing, religie en wetenschap niet zonder invloed op elkaar gebleven”. De evolutieleer is verre van onaanvechtbaar!
Natuurwetenschapper en wereldbeschouwing
Iedere wetenschap wordt beoefend door een wetenschapper, door een mens. Geen mens is objectief, ieder heeft zo zijn voor-wetenschappelijk, wereldbeschouwelijk vooroordeel of paradigma. Die voor-wetenschappelijke, wereldbeschouwelijke vooringenomenheid is op zich niet wetenschappelijk, maar wel om zo te zeggen de ‘bril’ waardoor de (natuur)wetenschapper de werkelijkheid waarneemt, analyseert, interpreteert en zijn theorie opstelt (zie schetsje). Soms wordt dat verzwegen wat niet in het (materialistisch, naturalistisch) paradigma past. Vgl. “Was Stammbäume verschweigen” van Dr. Henrik Ullrich.
Schematisch ziet de invloed van de wereldbeschouwelijke vooronderstelling er ongeveer zo uit:
theorievorming theorievorming
↑ ↑
interpretatie interpretatie
↑ ↑
waarneming waarneming
↑ tegen– ↑
naturalistisch, evolutionistisch paradigma ← gesteld → het bijbels wereld en mensbeeld
(voor-wetenschappelijk) (voor-wetenschappelijk)
De werkelijke controverse
Er bestaat dus een diepgaande controverse tussen de voor-wetenschappelijke, wereldbeschouwelijke paradigma’s, maar niet tussen wetenschap en geloof, niet tussen wetenschap en Bijbel. Wetenschap, beoefend door christenen met een levende relatie tot God in Jezus Christus en met Gods Woord als autoriteit en maatstaf, zal niet ingaan tegen God en Zijn Woord.
De Schepper is tevens de Verlosser
De goddelijke Verlosser van de straf van de heilige God op ons zondig wezen en op onze concrete zonden is Dezelfde als de goddelijke Schepper, door Wie God alles heeft geschapen, namelijk de Here Jezus Christus! Beide ambten van Jezus Christus zijn niet van elkaar te scheiden. Hoe kan men Hem dan als Heiland en Herschepper (de ‘nieuwe mens’, 2Cor. 5:17) willen aannemen, Hem echter als Schepper afwijzen?
E. Nannen
Bovenstaand artikel wordt bij spreekbeurten aan leerlingen van het voortgezet onderwijs gegeven.
Creationisme versus evolutionisme
Creationisme versus evolutionisme
een viertal video’s
Het evolutionisme als verklaringsmodel voor de natuurwetenschappen vertoont grote gebreken. Als hypothetisch model blijkt het creationisme veel beter te voldoen. Vier video’s maken dit duidelijk.
De wereld die verging (The World that Perished)
De zondvloed was geen sprookje! Deze video, die een prijs won voor de beste documentaire, geeft een beeld van de grootste catastrofe die ooit de aarde geteisterd heeft. Wetenschappelijke en historische feiten die aantonen dat de zondvloed als oordeel van God echt is gebeurd en de hele aarde trof. Duur ca. 35 min.
Het grote dinosaurus-mysterie (The Great Dinosaur Mystery)
Eindelijk een film over dinosauriers die jongeren laat zien dat er ook iets anders is dan hetgeen door het evolutionisme over deze dieren gezegd wordt. Deze film toont nieuwe bewijzen dat dinosauriers waarachtig deel uit gemaakt hebben van onze geschiedenis en dat mens en dinosaurus gelijktijdig leefden. Duur ca. 25 min.
Drama in the Rocks
Deze video laat in ruim een half uur het mechanisme voor het ontstaan van gesteenteformaties en afzettingslagen zien. Het onderzoek dat op deze band wordt getoond is gehouden door de Franse creationist Guy Berthault. De video behandelt onderwerpen als de ouderdom van de aarde, de fossielen, gidsfossielen en de evolutietheorie.
Evolutie: feit of fictie (Evolution: fact or fiction)
Een vervolg op Drama in the Rocks. De film laat zien dat natuurwetenschappers de evolutietheorie afwijzen, omdat zij in strijd is met de elementaire wetten van de moderne wetenschap. Interviews met wetenschappers van verschillende disciplines zoals biologie, genetica, biochemie en geologie.
Creationisme gevaar voor de wetenschap?
Op 4 oktober 2007 is het rapport nr. 11297 tegen het creationisme in tweede lezing door de Raad van Europa aangenomen, nadat het op 26 juni 2007 was terugverwezen naar de rapporteur. Het eerste rapport is toen in de korte tijd tussen publicatie en behandeling alinea voor alinea van kritisch commentaar voorzien door enkele Nederlandse creationisten. In feite is er nauwelijks een zin in het rapport, die recht doet aan de feiten. Ook de Duitse wetenschappelijke organisatie ‘Wort und Wissen’ heeft fel en zakelijk gereageerd. Een supranationaal lichaam bemoeit zich hier in detail met de inhoud van het onderwijs in de landen van de Europese Unie, wat ingaat tegen alle opvattingen betreffende de vrijheid van onderwijs.
Het rapport is eenzijdig positief ten opzichte van het evolutionisme en schildert creationisme af als een gevaar voor de voortgang van de wetenschap en vreest zelfs dat een theocratie wordt nagestreefd. Afgezien van het feit dat de conclusies van het rapport strijdig zijn met verschillende door de Europese lidstaten aangenomen conventies en charters, is alleen al het feit dat zo’n rapport verschijnt een vreemde zaak. Wat is hier eigenlijk aan de hand?
Definities
Zonder begripsomschrijving kun je geen zinnige discussie voeren. In het rapport ontbreekt een klare definiëring van de begrippen evolutionisme en creationisme. Daardoor kunnen sentimenten de hoofdrol spelen. Eén van de belangrijkste sentimenten is angst. Waarover straks.
Wat is creationisme? Een conglomeraat van opvattingen, die uitgaan van de Bijbelse waarheid dat heelal en aarde geschapen zijn, duizenden jaren geleden, in zes opeenvolgende dagen. Enkele varianten geloven dat het heelal (en soms ook de aarde) heel oud is en dat er herschepping en herinrichting van de aarde plaatsvond, duizenden jaren geleden. Binnen het creationisme zijn Schriftbeschouwing en Bijbelgebruik niet overal gelijk, maar de verschillen groeien naar elkaar toe.
Dan heb je nog het ‘theïstisch-evolutionisme’, dat het hele evolutionistische wereldbeeld accepteert, maar iets moet verzinnen voor de schepping van Adam, de zondeval, de intrede van de dood in de schepping. Hier eigenlijk alleen maar problemen. Eén van hen is Cees Dekker, de moleculair bioloog die in 2005 de knuppel in het hoenderhok wierp met zijn discussie over Intelligent Design met minister Maria van der Hoeven.
Intelligent Design is een stroming in de – hoofdzakelijk biologische – wetenschap, die erkent dat veel biologische systemen het gevolg zijn van ontwerp, omdat ze onherleidbaar complex zijn, dat wil zeggen dat het ontbreken van één element de hele functionaliteit teniet doet. Dat spreekt tegen het Darwinisme dat stelt, dat toevallige mutaties, waarop natuurlijke selectie werkt, de motor van de vooruitgang is en de ‘schepper’ van alle levensvormen. Het zal niet verwonderen dat de meeste ID-ers christenen zijn. Hier wordt wel gesproken over ontwerp, maar gezwegen over de Ontwerper, omdat dat buiten de competentie van de wetenschap ligt. Maar tegenstanders prikken daar eenvoudig doorheen en vegen ID gewoon op de hoop van het creationisme.
Evolutionisme tenslotte is de onvermijdbare opvatting, als je schepping afwijst. Met deze simpele definitie kan het worden afgedaan. Het is de gangbare filosofie in de wetenschap, die fervent wordt beschermd en verdedigd.
Soorten wetenschap, gegevens, hypothesen
In natuurkunde, chemie en moleculaire biologie kun je herhaalbare tests doen, of je kunt iets beredeneren, als in de wiskunde. Hier kunnen we spreken over ‘feiten’. Maar veel wetenschappen gaan over het verleden, zoals historische wetenschap, archeologie, antropologie, geologie, kosmologie en biologie. Als we over dat verleden geen betrouwbare geschreven bronnen hebben, moeten we onze toevlucht nemen tot gissingen. Veel is hier gebaseerd op uiterst wankele vooronderstellingen. Van daaruit worden hypothesen opgebouwd en zo mogelijk opgetuigd met ‘feiten’. Maar met de schaarse gegevens kun je vele modellen opbouwen. De onverklaarbare zaken worden dan veelal afgedaan met te verwijzen naar ‘evolutie’. De ‘wetenschap’ heeft de Bijbel als gegevensbron op elk gebied geminacht. Daarom hebben we geen ‘kader’ meer waarbinnen de geschiedenis zich afspeelt. Alles komt binnen het kader van miljarden jaren als verdunde incidenten los te hangen, zonder verband.
Is creationisme wetenschappelijk?
Binnen het creationisme moet het denken over de vooronderstellingen en de wijze waarop de Bijbel functioneert, nog verder worden aangescherpt. Er is al veel bereikt met betrekking tot een gezonde wetenschappelijke denkwijze. Er is nog een tekort aan academisch opgeleide creationisten. Dat wordt gedeeltelijk goed gemaakt, doordat een aantal niet-academici grondige studies heeft gedaan op de gebieden van biologie, historie, kosmologie en geologie. Op deze gebieden kunnen resultaten worden getoond, die de toets van elke wetenschappelijke kritiek glansrijk kunnen doorstaan.
Enkele resultaten
Het hierboven genoemde probleem, dat gebeurtenissen zonder verband blijven in het evolutionistische kader, geldt niet voor het creationisme. De korte chronologie dwingt als het ware tot het ineenschuiven van de geschiedenis en leidt vaak tot opmerkelijke nieuwe ontdekkingen. Enkele aansprekende voorbeelden:
De Duitse biologen Junker en Scherer (beiden profs aan Duitse universiteiten) schreven een biologie-leerboek, dat de evolutionaire opvattingen in de biologie weerlegt aan de hand van de biologische feiten. Geen wonder dat zij in pers en tv als idioten zijn voorgesteld.
De Nederlanders Hoogerduijn en De Wit leggen – na een research van 11 jaar – de laatste hand aan een geologische geschiedenis van de aarde, die aantoont hoe het Bijbelse uitgangspunt leidt tot een logische en elegante verklaring van veel geologische problemen.
De Britse historicus Cooper deed 25 jaar research naar de koningsgenealogieën van oude Keltische, Britse en Saksische volken en toonde hun relatie met de Bijbelse gegevens aan.
De Australische geoloog/astronoom Setterfield stelde een kosmologisch model op, uitgaande van algemeen geaccepteerde wetenschappelijke gegevens, dat aantoont waarom het heelal onmogelijk ouder kan zijn dan ± 8000 jaar.
Vanwaar de weerstand?
De toenemende weerstand binnen de gevestigde wetenschap tegen het ‘creationisme’ heeft niet in de laatste plaats te maken met deze en dit soort resultaten, die zich aanzienlijk beter met de bekende feiten verdragen dan de evolutie-hypothesen. Er heerst angst, die het resultaat is van wat men wel noemt ‘cognitieve dissonantie’: de werkelijke wereld waarin wij leven is op elk punt in tegenspraak met het evolutionisme. Bovendien zijn er daar vele dissidenten en dissidente groepen. Enkele voorbeelden:
De bioloog Denton, die de onhoudbaarheid van de biologische vooronderstellingen aantoont in zijn boek uit 1985 ‘Evolution, a theory in crisis’. Boycot en uitsluiting waren het gevolg.
De Britse wetenschapsjournalist Richard Milton, die in 1992 een boek schrijft over de zwakke basis van het evolutionisme ‘The facts of life, shattering the myths of Darwinism’. Hij is door spraakmakende evolutionisten uitgemaakt voor een gek, die psychiatrische hulp nodig heeft (ieder die het niet met ons eens is, is gek).
De open brief aan de wetenschappelijke wereld van het Discovery Institute, waarin intelligent ontwerp van biologische systemen als onafwendbaar wordt voorgesteld.
Het zgn. Cosmology statement van een groep wetenschappers, die het Big Bang model afwijzen als totaal ontoereikend en die onderzoeksgeld willen voor levensvatbare alternatieven. De praktrijk is dat men nu zijn toevlucht neemt tot minderwaardige praktijken als laster, boycot, uitsluiting en ook probeert om via de politiek de verspreiding van deze vruchtbare ideeën tegen te gaan.
Onze houding
Wat doen wij hiermee? Gewoon hard en efficiënt door blijven werken, zorgen dat we goed opgeleide jonge mensen aan het werk kunnen krijgen. De echte werkelijkheid weerspreekt de evolutionaire dogma’s op elk denkbaar punt. Nieuwe ideeën in de wetenschap doorlopen volgens filosofen drie fasen: 1. ze worden genegeerd of neerbuigend behandeld, 2. ze worden met toenemende heftigheid en met gebruikmaking van alle middelen bestreden (in deze fase zitten we nu), en 3. ze worden geaccepteerd. Dat laatste zal nog wel even duren. We hebben als christenen veel te lang aan de zijlijn gestaan. Ons optreden wordt niet gewaardeerd. Maar hard werken, goed samenwerken en niet in de laatste plaats gedurig gebed zijn nodig om verder te komen.
Rinus Kiel
Computergames welke wel en welke niet
De feestdagen komen er weer aan en iedereen maakt zijn verlanglijstje weer in orde! Het is fijn om elkaar iets te geven, maar het kan soms ook moeilijk zijn. U treft als ouder wensen op het verlanglijstje van uw kind aan, maar u weet niet of die wel goed of fout zijn. Kortom er ontstaat twijfel. Deze twijfel kan voorkomen, als u als ouder naar de winkel gaat en de game wilt gaan kopen die op het verlanglijstje van uw kind staat. U stapt de winkel in en loopt naar de gameafdeling. Terwijl u zoekt naar de titel van de betreffende game, komen allerlei afbeeldingen op de hoezen van de games op u af. Sommige zijn leuk, andere spannend, maar er zijn ook angstaanjagende bij. Juist bij die laatste categorie vindt u de titel van de game die op het verlanglijstje van uw kind staat. Wat doet u? U pakt de hoes van de game en bestudeert deze eens aandachtig. De kleine screenshots laten slechts een minimale impressie van de game zien en u denkt, het zal wel geen kwaad kunnen. Uw kind teleurstellen tijdens de feestdagen wilt u ook niet, toch?
Hoe kunt u een game beoordelen ofwel toetsen?
Hoe kunt u bepalen of de games die uw kind speelt of vraagt, goed of fout zijn?
Wat u daarvoor nodig heeft, is een referentie waaraan u de game kunt toetsten en waaruit blijkt of de game fout is of niet. Er is maar één bruikbare referentie mogelijk en dat is het gezaghebbende Woord van God, de Bijbel. Als u een game wilt toetsen of het voor uw kind geschikt is of niet, toets hem dan enkel en alleen aan de Bijbel en aan niets anders! Dus niet aan uw eigen inschattingen of ervaringen, waarden en normen in de samenleving of omdat het vriendje van uw kind het wel mag bij zijn ouders. Laat uw basis de Bijbel zijn en leg dit ook als zodanig uit, zowel aan uw eigen kind, aan een vriendje dat komt spelen of aan andere mensen, als deze u naar uw standpunt vragen. Leer te onderbouwen vanuit Gods Woord, dan zult u niet wankelen! “…dat gij niet alleen wijs zijt tot het goede, maar ook onbesmet van het kwade ( Romeinen 16:19).”
!Kijk daarna samen met uw kind naar de elementen in de game die niet goed zijn. Zie hiervoor de brochure ‘Computergames, onschuldig of niet? Wees als ouder ook consequent in uw standpunt ten opzichte van ander media, zoals boeken, tijdschriften, muziek, films en televisie, want daarbij is het niet anders!
Tips hoe u een game kunt toetsen
Ik kom nog terug op het begin van dit artikel. U leest het verlanglijstje van uw kind en treft daar een titel van een game aan waarvan u niet weet of deze goed of fout is. Wat doet u?
Stelt u de toetsing van de game uit tot u daadwerkelijk in de winkel staat met de game in uw handen en voldoet u uiteindelijk toch maar aan de wens van uw kind?
Of komt u direct in actie? Mijn advies is, kom direct in actie!
Wat moet u doen om een game te toetsen? Hieronder staat een aantal praktische tips om u daarmee te helpen:
1.Bestudeer en ken de Bijbel, bid om Gods wijsheid, inzicht en bescherming.
2.Voordat u de game kunt toetsen, zult u informatie over de game moeten zoeken. Hiervoor kunt u het beste op internet terecht. Met behulp van een zoekmachine, bijvoorbeeld www.google.nl, kunt u de titel van de game invoeren en hebt u meestal direct resultaat. U kunt ook speciale gamesites bezoeken, zoals www.gamespot.com, waarop ook reviews (dat zijn recensies) van games te vinden zijn.
3.Lees de verhaallijn van de game. Bijna elke game gebruikt een bepaalde verhaallijn waardoor u een indruk kunt krijgen wat zich in de game afspeelt. Een uitbraak van demonen in de game Doom 3 zegt al genoeg over het spel en zijn achtergrond!
4.Bekijk zoveel mogelijk screenshots van de game. Deze geven een goede impressie van wat allemaal in de game te zien is. U kunt hierbij shockerende beelden tegenkomen! Let ook op de aanwezigheid van occulte symbolen en muziek.
5.Als uw impressie nog onvoldoende is, kunt u een probeerversie (demo of trial) van de betreffende game downloaden om die eens nader te bekijken. Denkt u er wel aan dat u door het spel te spelen aan dezelfde gevaren bloot staat, als wanneer het kind zelf de game speelt!
6.Maak een overzicht van de goede en foute onderdelen in de game, zodat u deze kunt aanwijzen en uw standpunt hierover kunt innemen en onderbouwen.
7.Bespreek uw bevindingen en standpunt met uw kind(eren) door rustig de game- onderdelen langs te lopen. Veroordeel de game of uw kind niet, maar leg eenvoudig uit wat in de game gebeurt, wat te zien is en waarom dat wel of niet geaccepteerd wordt in uw gezin.
8.Bent u tot de conclusie gekomen dat bepaalde games of andere media in huis fout zijn, doe ze dan uw huis uit!
Breng in het zicht!
Wat te doen als uw kind ‘stiekem’ speelt en u geen blik gunt op zijn of haar gamescherm? Probeer als ouder veel contact met uw kind(eren) te hebben. Informeer op een geïnteresseerde manier waar ze allemaal mee bezig zijn, ook buiten gamen om. Spreek met uw kinderen af wanneer en hoe lang zij gebruik mogen maken van de pc of spelcomputer (met eventueel een tv). Om zicht te hebben op wat uw kinderen allemaal spelen, is het goed de pc en spelcomputer zichtbaar in de woonkamer op te stellen. Dus niet in een ‘verborgen’ kamertje in het huis. Als u ziet dat uw kind een game speelt die u niet kent, vraag dan geïnteresseerd wat voor game het is en kijk rustig mee. U kunt de game vervolgens toetsen op de eerder beschreven manier, uw standpunt over de game innemen en samen met uw kind bekijken wat er in de game eventueel fout is.
Vanzelfsprekend wordt het moeilijker als uw kind games speelt bij een vriendje of vriendinnetje waar u op dat moment geen zicht op hebt. Vraag altijd wat uw kind gedaan heeft bij zijn vriendje of vriendinnetje en nodig deze de volgende keer uit bij u in huis. Zo kunt u toch zicht krijgen op hun samenspelen. Maar u kunt ook aan de ouder van het vriendje of vriendinnetje vragen waar zij mee bezig zijn en hoe dat verloopt.
Vergeet het Internet niet!
Verborgen cd-rommetjes zijn beslist niet het enige materiaal wat kinderen zoal gebruiken om te gamen. Met internet in huis kunnen zij de onbegrensde, virtuele wereld betreden waarin geen wetten en regels gelden en geen grenzen zijn. Alles is met elkaar uit te wisselen en te downloaden. Dit geldt ook voor games. Er zijn mogelijkheden genoeg om via internet games te downloaden, legaal of illegaal.
Daarnaast wordt het online gamen steeds populairder. De online gamesite www.game.nl bevat veel kleine en ongecompliceerde spelletjes die al snel verslavend zijn. Maar het kan ook groter, zoals Star Wars Galaxies; starwarsgalaxies.station.sony.com van Lucas Art. Hierbij spelen duizenden gamers over de hele wereld in een grote online gamewereld.
Kortom, houd toezicht, toets de game, neem uw standpunt in en bespreek dit!
Gerrit Veldman