De persoon van de islam

De grondlegger van de islam is een bittere tegenstander van het evangelie en zijn belijders. Maarten Luther noemde Mohammed “een vijand van Christus” en “verstoorder van Zijn rijk”. De Arabische “profeet” verklaart christenen  tot “dwalende afgodendienaars” en verbiedt moslims de Bijbel te lezen. De “afgezant van Allah” verhindert daardoor 1,5 miljard moslims Jezus Christus als hun Heere en Heiland te zien. Het strikte zendingsverbod in de islamitische wereld is een duidelijke bevel van Mohammed. Het volgende artikel toont ons het leven van Mohammed zoals het is opgetekend in de vroegste oorspronkelijke bronnen van de islam.

De populairste islamitische naam –  ook in het Westen
Geen enkele naam is zo geliefd onder moslims als de naam Mohammed. De naam van de Arabische “profeet” behoort zelfs in Duitsland, Zweden, Nederland en de Verenigde Staten tot een van de populairste namen. Moslims hopen, dat de naam Mohammed hen mogelijk tegen de hel zal kunnen beschermen. Want Allah zou eens gezworen hebben, geen moslim die Mohammed heet met zijn hel te straffen. Dit wijdverbreide moslimgeloof is echter alleen gebaseerd op een leer van de volksislam die pas na de dood van Mohammed ontstond. Daarmee wilden islamitische predikers moslims de hoop geven, dat zelfs de naam van Mohammed een reddende kracht zou hebben.

Allah eist: “Gehoorzaam mij en Mohammed! “
Voor moslims hebben de woorden van Mohammed bijna dezelfde waarde  als de koran, het woord van Allah. In de Koran maant Allah de moslims telkens weer aan: “Gehoorzaam mij en Mohammed!” Vijf keer per dag roept de muezzin: “Ik belijd dat er geen andere god is dan Allah! Ik belijd, dat Mohammed de afgezant van Allah is.” In iedere moskee staan ​​de namen van Allah en Mohammed “gelijkwaardig” naast elkaar. Moslims leren hun religie niet alleen uit de koran, maar ook uit tienduizenden spreuken van Mohammed. Zonder deze spreuken van hun profeet zouden moslims niet weten hoe ze bidden of vasten moeten en wanneer ze een pelgrimstocht naar Mekka moeten maken. De Koran schrijft voor, dat moslims Mohammed nadoen. Allah noemt zijn afgezant een “goed voorbeeld” voor moslims. Daarom richten moslims zich op het gedrag van Mohammed. Bijvoorbeeld als moslims iets drinken, moeten ze gehurkt  zitten, omdat Mohammed nooit staande gedronken heeft. Ook bij het dagelijkse toiletbezoek moet de moslim het voorbeeld van Mohammed volgen. Hij komt met de rechtervoet het toilet binnen en verlaat het met de linker. Links geldt als satanisch. Dit alles komen moslims uit overleveringen te weten, die 200 jaar na de dood van Mohammed zijn opgesteld.

Moslims zijn werkelijk “mohammedanen”
Het is niet verwonderlijk, dat Europeanen tot in de 20e eeuw moslims mohammedanen noemden. Ook de eerste zendelingen in de islamitische wereld gaven de voorkeur aan dit begrip. Ze constateerden hoe erg moslims in hun dagelijkse leven van opstaan tot slapen gaan, hun best deden Mohammed in elk detail na te doen.

Wie van Mohammed “kwaad spreekt”, wordt met de dood bedreigd
De islamitische wet beschermt “het aanzien van Mohammed” met buitengewoon strenge straffen. Op belediging van Mohammed staat de doodstraf. Wie Mohammed bespot of hem een ​​smet toedicht, geldt als “vogelvrij”. Moslims beroepen zich daarbij op Mohammed, die een aantal mensen liet vermoorden die hem belasterd zouden hebben. Wie Mohammed beledigt, riskeert nog steeds wereldwijd zijn leven. De Mohammed-cartoons van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo hadden in 2012 al bloedige protesten veroorzaakt  in de islamitische wereld. Toen werden 15 mensen gedood, onder wie de Amerikaanse ambassadeur in Libië en drie leden van het ambassadepersoneel. Op 7 januari 2015 vielen twee gewapende islamisten het hoofdkantoor van Charlie Hebdo in Parijs binnen en vermoordden de redacteur en bijna alle cartoonisten van het tijdschrift.

Wie was Mohammed?
Moslims noemen Mohammed, “de geliefde van Allah”. Onder zijn namen horen Ahmed (de hooggeprezene) of Mustafa (de uitverkorene van Allah). Hij zou de edelste, moedigste, eerlijkste, meest fatsoenlijke en meest beleefde mens geweest zijn. Hij heerst over mensen en evenzeer over demonen. Deze positieve beschrijving van Mohammed is een vinding van islamitische geleerden uit de 9e eeuw na Christus. In werkelijkheid was Mohammed een krijgsheer die zijn critici genadeloos liet vermoorden. Hij was ook geen abrahamitische profeet, maar een Joden- en een christenhater die kort voor zijn dood het bevel gaf om heel Arabië te zuiveren van Joden en christenen.

Mohammeds geboorte en zijn vroege jeugd
Mohammed werd geboren in 570 na Christus in Mekka in het tegenwoordige Saoedi-Arabië. De eerste jaren van zijn jeugd bracht hij door bij een bedoeïen die hem voedde. Zijn vader stierf bijna een half jaar voor zijn geboorte. In zijn vroege jeugd volgde Mohammed, zoals bijna alle Arabieren in Noord-Arabië, de heidense cultus van zijn vaderland en offerde dieren aan Uzza, de godin van zijn stam. In die tijd geloofden de Arabieren in meerdere goden. “Allah” was de hoogste godheid. Hij had ook zoons en dochters. Naast Allah aanbaden de Arabieren ook een aantal andere “goden”. De angst door een boze geest gekweld te worden, begeleidde hem steeds. Hij vertelt hoe Allah hem sloeg en flauwviel, wanneer hij “niet zedelijk” gekleed was of “nachtelijk feesten” wilde. “Ik heb er niemand over verteld”, zei hij, “opdat men niet zegt dat ik door een demon bezeten zou zijn.”

Mohammeds eerste huwelijk met een rijke weduwe
Mohammed toonde in zijn jeugd een slimme man te zijn. Een rijke handelaarster genaamd Khadidja huurde hem in. Ze was weduwe en verwant aan Mohammed. Toen Khadidja zag hoe ondernemend Mohammed was, vroeg zij hem of hij met haar wilde trouwen. Het enige obstakel was de vader van Khadidja. Hij was tegen het trouwen van zijn dochter met zo’n onbemiddelde  man als Mohammed. Maar Khadidja voerde de oude man dronken en ontlokte hem zijn toestemming. Zo kwam het tot het eerste huwelijk van Mohammed, die toen 25 jaar oud was, met de 40-jarige Khadidja.

Mohammed wordt tot een Bijbelse profeet verklaard
Het huwelijk van Mohammed met deze rijke zakenvrouw was een keerpunt in zijn leven. Hij was nu een welgesteld man die zich niet meer voor zijn levensonderhoud hoefde in te spannen. In opdracht van Khadidja ondernam Mohammed voor en na zijn huwelijk met haar handelsreizen naar Syrië, dat toen een deel van de christelijke Oriënt was. Tijdens zo’n reis zou hij een priester ontmoet hebben, die hem als een “profeet” herkend zou hebben. Deze overlevering vormt de basis voor de islamitische leer dat Mohammeds naam in de Bijbel voorkomt. Allah heeft hem al in de Thora en het Evangelie genoemd.

Dagen van eenzaamheid
We weten niet hoelang Mohammed handelszaken van zijn vrouw heeft behartigd. Van deze tijd is bekend dat hij vooral van eenzaamheid hield. Hij zou dagenlang in de diepe valleien van Mekka hebben doorgebracht tot men bezorgd  naar hem zocht. Op deze eenzame dagen ontving hij visioenen die hem echt leken. Als hij alleen in de eenzaamheid onderweg was, hoorde hij steeds de roep “Gegroet, o afgezant van Allah!”, maar zag niemand, ook al wendde hij zich naar alle kanten.

Ben ik door een demon bezeten?
Deze visioenen riepen Mohammeds oude angst op, dat hij door een geest bezeten zou zijn. In zijn wanhoop wilde hij een eind aan zijn leven maken. Zijn vrouw bracht hem naar een oude vrouw om de boze geest uit Mohammed te verdrijven.

De eerste woorden van Allah aan Mohammed: een pijnlijke ontmoeting
Op een nacht in het jaar 610 was Mohammed weer eenzaam op een berg bij Mekka. Die nacht ontmoette Mohammed in een visioen een onheilspellende afgezant die hem de allereerste woorden van Allah bracht. Mohammed zelf meldt daarover als volgt:
“Ik sliep toen de afgezant voor me verscheen en zei: ‘Lees!’ Ik zei: ‘Ik kan niet lezen.’ Toen omhelsde hij me zo hevig dat ik dacht dat ik moest sterven. Daarop liet hij me weer los. Hij zei weer: ‘Lees!’  Opnieuw zei ik: ‘Ik kan niet lezen.’ Weer omhelsde hij me zo dat ik bijna de geest gaf. Toen hij me voor de derde keer opdroeg: ‘Lees!’ , vroeg ik: “Wat moet ik dan lezen?” Want ik was bang, dat hij me nog eens zou vastklemmen. Toen hoorde ik de afgezant spreken: ‘Spreek in de naam van uw Heer, die de mens uit één bloedklomp heeft geschapen! Zeg, uw Heer is de meest genadige, die door schrijven de mens geleerd heeft wat hij niet wist.’ Daarna verliet de afgezant mij. Toen ik wakker werd, was het alsof deze woorden in mijn hart waren geschreven. Ik was in de war. Wat zouden mijn landgenoten van mij denken als ze wisten wat mij overkomen was? Zouden zij me geen bezetene noemen? Zou het niet beter zijn als ik me van een klif in de diepte wierp dan dit noodlot, bezetene te worden genoemd? Met deze gedachte keerde hij naar huis terug.

Paniek in het huis van Mohammed
Toen Mohammed na dagen afwezigheid weer bij de huisdeur verscheen, was zijn vrouw Khadidja opgelucht. Ze was erg bezorgd om hem geweest. Mohammed vertelde haar over zijn visioen en vertrouwde haar zijn angst toe, dat een demon hem aanviel. Khadidja probeerde haar man te kalmeren. “Je bent een eerlijke en gastvrije man”, zei ze, “Allah zou nooit toestaan ​​dat een boze geest je lastigvalt.” Daarop ging ze naar haar neef Waraqa om meer over hem te weten te komen over dit incident. “Deze was een christen en deskundig in de geschriften van Joden en christenen”, heet het in de islamitische overlevering.

Een “christen” overtuigt Mohammed: hij is een profeet
Toen Waraqa het verhaal van Mohammed hoorde, zou hij hebben geroepen: “Heilig! Heilig! Hij is de profeet van deze natie. Bij hem is Gabriël gekomen, die ook aan Mozes verscheen.”
Op grond van deze bewering van een “christen” kreeg Mohammed de overtuiging dat hij niet bezeten, maar een profeet van Allah was.
 
“Soms brulde hij als een kameel”
De “openbaringsengel Gabriël” bezocht Mohammed keer op keer. Hij bracht hem verdere openbaringen van Allah. Deze ontmoetingen met de “openbaringsengel” waren erg pijnlijk voor Mohammed. Terwijl hij een nieuwe openbaring ontving, zag hij eruit als een dronkaard en brulde hij als een kameel. Zijn gezicht was vol schuim en er was een geluid om zijn hoofd te horen dat leek op het “zoemen van bijen” Tijdens het ontvangen van de “openbaringen” nam ook het lichaamsgewicht van Mohammed plotseling toe. Op zekere dag ontving hij een openbaring, terwijl hij op een kameel reed. “De kameel bezweek onder de last”, meldt een kameraad van Mohammed. Deze merkwaardige toestanden verontrustten ook Mohammeds vrouw Khadidja. Ze dacht, dat Mohammed toch bezeten was en geplaagd werd door een boze geest.

Het ontstaan van de islam
In het begin nodigde Mohammed slechts een handvol mensen uit om in hem als de profeet van Allah te geloven. Hij vertrouwde de woorden van Allah alleen toe aan zijn naaste verwanten en kennissen, die hem nooit vijandig gezind zouden zijn of belachelijk zouden maken. Hij noemde de boodschap van Allah “islam”: toewijding aan Allah. Degene die zich aan de wil van Allah onderwierp, was een moslim.
Deze weloverwogen geheimhouding van de “islam” duurde drie jaar, totdat machtige mannen uit Mekka moslim werden. Uiteindelijk kwam het bevel van Allah om de “boodschap” in het openbaar te verkondigen. Zijn landgenoten waren verbaasd over de woorden van Allah uit de mond van Mohammed en noemden hem een ​​bezetene. Ze dachten, dat een demon hem deze woorden ingaf.

“Houd op ons en onze religie te beledigen!”
In het begin sprak Mohammed in zijn openbaringen alleen over de schrik van de jongste dag. Zijn landgenoten in Mekka bespotten deze woorden, maar lieten hem  met rust. Toen Mohammed vervolgens de afgodsbeelden van zijn landgenoten tot hulpeloze stenen verklaarde en Allah als enige heer verkondigde, brak voor hem en zijn volgelingen een zware tijd aan. De leiders van de stad gaven Mohammed een laatste kans om “tot bezinning te komen”. Ze boden hem geld en macht aan om op te houden hen en hun religie niet meer aan te vallen. Ze zeiden: “Als je last hebt van een boze geest waar je niet vanaf kunt komen, zijn we ook bereid om de beste genezers te halen, zodat je weer normaal kunt worden.”

Moslims vinden bescherming in het christelijk Ethiopië
In deze vroege fase van de nood was Mohammed een tolerante, vreedzame man. Hij had ook geen andere keus. In dit stadium moedigde Allah hem aan om op de beste manier met zijn tegenstanders te discussiëren en hen te vergeven, wanneer ze hem beledigden. Zelf liep hij, dankzij zijn machtige stam, nog geen groot gevaar. Voor zijn verdrukte volgelingen was christelijk Ethiopië echter een ideaal verbanningsland. In 615 stuurde Mohammed een deel van de  moslims naar Ethiopië. “Daar heerst een christelijke keizer’, zei hij, “bij  hem lijdt niemand onrecht.” De Ethiopische keizer vroeg de volgelingen van Mohammed wat de boodschap van Allah over Jezus leert. De moslimwoordvoerder reciteerde voor de keizer de koranverzen over de geboorte van Jezus. De keizer was enthousiast over Maria’s hoge positie in de islam. Hij dacht ten onrechte, dat er een grote overeenkomst was tussen de leer van Allah en het christelijke geloof. Hij verleende de moslimvluchtelingen asiel en royale zorg. Natuurlijk verzwegen de moslims aan de keizer, dat Allah iedereen vervloekt die Jezus als de Zoon van God aanbidt. Ze verzwegen hem verder, dat Allah Jezus als schepsel op hetzelfde niveau als Adam plaatst.

De eerste christen en evangelist met een islamitische achtergrond
Mohammed kreeg ook een schokkend bericht uit Ethiopië. Ubaidullah bin Djahsch, een van de leidende moslims onder de asielzoekers, was “van het geloof afgevallen en christen geworden”. Hij zou ook andere moslims tot zijn geloof uitgenodigd hebben: “Ik heb de Waarheid gevonden waarnaar jullie nog zoeken “, zei hij tegen zijn landgenoten. Zo kwam een moslim al tijdens Mohammeds leven tot geloof in Jezus en werkte als evangelist.

Mohammeds huwelijk met een negenjarig meisje
In 619 verloor Mohammed twee belangrijke mensen in zijn leven: zijn vrouw Khadidja, die hem altijd als een moeder troostte, en zijn oom Abu Talib, die hem beschermde, hoewel hij tot zijn dood niets met de islam te maken wilde hebben. In deze turbulente fase van zijn leven trouwde Mohammed met het negenjarige meisje Aisha. Ze was de dochter van zijn beste vriend Abu Bakr. Niemand was Mohammed zo trouw als Abu Bakr. Hij twijfelde nooit aan de oprechtheid van Mohammed. Op een dag vertelde Mohammed hoe hij in de afgelopen nacht op een wonderlijk rijdier vanuit Jeruzalem naar de hemel opsteeg en dezelfde nacht naar Mekka teruggevlogen was.

Mohammeds “hemelvaart” veroorzaakt verwarring
Zelfs moslims waren verbaasd over dit vreemde verhaal. Verschillende moslims vielen van het geloof af. Ze zeiden: “Het duurt een hele maand om vanuit Mekka Jeruzalem te bereiken en een maand om terug te keren.” Ook zijn negenjarige “vrouw” was verbaasd over de veronderstelde hemelvaart van Mohammed. “Hij heeft zijn bed gisternacht niet verlaten”, zei ze. Alleen Abu Bakr zei: “Als Mohammed het zegt, moet het waar zijn.” Tijdens deze “hemelvaart” ontving Mohammed het bevel van Allah om moslims voor te schrijven om vijf keer per dag te bidden: de belangrijkste aanbiddingsplicht van de islam. Daarbij moeten zij zich richten naar Jeruzalem.

Vervolging in Mekka – uitnodiging uit Medina
Het bericht van de “profeet Mohammed” had ondertussen het 350 kilometer verwijderde Medina bereikt. Dit was een oasestad met drie grote Joodse en twee onderling vijandige Arabische stammen. De Arabieren van Medina zochten  al geruime tijd naar een slimme en neutrale man om hen te leiden en hun geschillen te beslechten. Ze hadden vaak van hun Joodse buren gehoord, dat ze “op een profeet” wachtten. Ze geloofden, dat Mohammed deze profeet moest zijn! De uitnodiging van Medina kwam precies op het juiste moment voor Mohammed. De dagelijkse vervolging in Mekka was toegenomen. Niet veel van zijn volgelingen zouden de toenemende druk kunnen weerstaan. Bovendien vernam Mohammed van het besluit van zijn tegenstanders om hem te doden. Hij moest snel handelen. Mohammed voerde een aantal geheime onderhandelingen met de Arabieren uit Medina. Hij accepteerde hun uitnodiging pas, nadat ze plechtig beloofden hem in hun gemeenschap op te nemen en hem als een der hunnen te beschermen.

Mohammed is niet bereid te sterven
Volgens een goed doordacht plan liet Mohammed een groot deel van zijn aanhangers in het geheim Mekka verlaten. Nu was het zijn beurt. Mohammed wist, dat zijn tegenstanders spoedig zijn huis zouden binnen vallen om hem te doden. Hij vroeg zijn neef Ali: “Wikkel jezelf in mijn groene jas en ga in mijn bed liggen. Wees niet bang! Ze zullen jou geen kwaad doen.” Daarna sloop Mohammed in het donker naar buiten. Zijn tegenstanders, verrast door Ali in het bed van Mohammed te vinden, verlieten het huis en lieten Ali in leven.

Mohammeds vlucht naar Medina
De vlucht van Mohammed van Mekka naar Medina markeert de belangrijkste mijlpaal in de geschiedenis van de islam. Mohammed, die tot dan toe alleen de schrik voor de jongste dag had gepredikt en zijn volgelingen had opgeroepen tolerant en verdraagzaam te zijn tegenover hun tegenstanders, werd geleidelijk een seculiere heerser in Medina. In Medina begon de islam een religie te worden die alle gebieden van het leven wilde regelen. Daarom begint de islamitische kalender niet met de geboorte van Mohammed, maar met de vlucht van de moslims van Mekka naar Medina.

De vijandschap met de Joden
De Arabische stammen van Medina bekeerden zich snel tot de islam. Nu verwachtte Mohammed ook door de Joden als “hun profeet” erkend te worden. Hij werd daarin bitter teleurgesteld. Hij vroeg de Joden hoe ze hem konden afwijzen, terwijl zijn naam in de Thora stond. “We kunnen je naam nergens in de Thora vinden,” zeiden ze verrast. Daarop beschuldigde Allah de Joden de Thora vervalst te hebben en verklaarde hen tot zijn vijanden. Daarna introduceerde Allah een nieuwe gebedsrichting voor moslims. Vanaf nu zouden ze zich niet meer naar Jeruzalem moeten richten, maar naar Mekka.

De islam verandert in een “gewapende religie”
Nauwelijks had Mohammed zich in Medina gevestigd of hij vormde een klein leger. Allah stond moslims nu toe wapens te gebruiken tegen hun vijanden. Mohammeds volgelingen waren niet meer zo zwak als eerst in Mekka. Allah verklaarde nu al zijn eerdere openbaringen van tolerantie tegenover niet-moslims als ongeldig. In Medina veranderde de islam in een “gewapende religie”. Om zijn krijgers te voeden en tevreden te houden, organiseerde Mohammed rooftochten op de commerciële handelskaravanen van zijn rijke landgenoten in Mekka.’

Geleidelijke vernietiging van de Joodse samenleving in Medina
Zo’n islamitische rooftocht mondde uit in een strijd tussen moslims en hun doodsvijanden uit Mekka. Moslims kwamen als overwinnaars uit deze strijd. Onder de gevangenen bevond zich ook een Arabier die jaren daarvoor de openbaringen van Mohammed bespot had. Hij werd onthoofd in opdracht van Mohammed. Onmiddellijk na deze overwinning beweerde Mohammed, dat de Joden in Medina een moslimvrouw hadden lastiggevallen. Het gevolg was de verdrijving van de Joodse stam Banu Qainuqa. Mohammed nam een vijfde van de buit en verdeelde de rest onder zijn volgelingen. Mohammed maakte binnen vijf jaar een einde aan de Joodse samenleving in Medina. Twee van de drie Joodse stammen werden verdreven, terwijl de laatste Joodse stam – met uitzondering van de vrouwen en kinderen – werd afgeslacht.

Geen enkele Jood was zijn leven meer zeker!
Zelfs buiten Medina was geen enkele Jood meer veilig voor Mohammeds woede. Mohammed haatte vooral de dichters die spotgedichten over hem schreven. Tot die tijd was het traditioneel taboe voor de Arabieren om een dichter te doden. Toen Mohammed destijds ook de beroemdste Joodse dichter liet vermoorden, werd elke Jood doodsbang.

Rijkdom door het beroven van Joodse nederzettingen
Door de oorlogsbuit van de Joodse Medina-stammen was Mohammed in staat zijn volgelingen, een altijd beschikbaar leger, te onderhouden en te motiveren. Na de verovering van de Joodse oase in Khaibar, 150 kilometer ten noorden van Medina, werden moslims echt welvarend. Bij de oorlogsbuit hoorde ook de vrouw van de Joodse stamleider. Zij heette Safiyya. Mohammed nam haar  meteen tot zich. Hij wilde haar al bij de terugtocht op een rustplaats bij zich hebben. Mohammeds andere vrouwen parfumeerden haar en kamden haar haren. ’s Morgens zag Mohammed een man voor de tent staan met een zwaard in zijn hand. “Wat doe jij hier?” vroeg Mohammed hem woedend. De Arabier zei: “O, afgezant van Allah! Ik dacht dat je niet veilig zou zijn voor deze vrouw, aangezien je eerder haar vader, broer en echtgenoot gedood hebt!” Mohammed kalmeerde de man. Safiyya werd daarna één van de 12 vrouwen van Mohammed.

“De Aischa affaire”
Een volgende echtgenote van Mohammed kwam ook uit de oorlogsbuit van zo’n rooftocht. De twintigjarige Djuwairija maakte zoveel indruk op Mohammed dat hij haar meteen tot zijn vrouw verklaarde. Daarover was zijn lievelingsvrouw Aischa, die toen 13 jaar oud was, zichtbaar verontwaardigd. Toen het moslimleger terugkeerde naar Medina, merkte Mohammed op, dat Aischa niet in de karavaan zat die terugkeerde van de tocht. Pas dagen later kwam ze naar huis, samen met een jonge moslim. “De affaire Aischa”  lag nu op ieders lippen. Ook Mohammed was daarover ontzet, dat zijn jonge vrouw hem mogelijk bedrogen had. Hij stuurde haar naar haar moeder als een duidelijk teken van verstoting.

Allah lost Mohammeds privéproblemen op
Mohammeds harde besluit om haar uit zijn huis te verwijderen, was ondraaglijk voor Aischa. Ze stelde haar hoop op de tussenkomst van Allah. Ze wist hoe Allah Mohammed altijd te hulp kwam met een passende openbaring. Een paar maanden geleden was Mohammed verliefd op de echtgenote van zijn adoptiezoon geworden. Zo’n huwelijk zou voor de Arabieren ondenkbaar zijn. Allah maakt dit huwelijk echter mogelijk door de adoptie af te schaffen. Sindsdien is adoptie van kinderen in de islam absoluut verboden. Door de adoptie te af te schaffen werd Mohammeds stiefzoon nu als een vreemde beschouwd. Mohammed kon daardoor onder goedkeuring van Allah  met deze echtgenote trouwen. Allah stuurde zelfs nog een openbaring in de huwelijksnacht om de vervelende bruiloftsgasten te vragen het huis te verlaten, zodat de afgezant van Allah alleen met zijn vrouw kon zijn.

Niet iedereen geloofde in Aischa’s onschuld
Nu ontving Mohammed weer een passende openbaring van Allah in het geval van Aischa. Daarin verklaarde Allah, dat Aischa het slachtoffer was van laster en waarschuwde hij moslims met harde straffen, als ze op een dag weer geruchten zouden verspreiden over de vrouwen van Mohammed. Alleen Ali, Mohammeds neef en nu schoonzoon, was niet tevreden met deze vrijspraak van Aischa. Hij zei openlijk tegen Mohammed dat hij haar moest vergeten: “Er zijn genoeg vrouwen om haar te vervangen.” Aischa vergat Ali’s vijandige houding niet.

Mohammed wordt de machtigste man van Arabië
Het machtsgebied van Mohammed bleef zich uitbreiden. Binnen vijf jaar kon hij een ​​staat stichten waarvan de hoogste en absolute heerser Allah was, die door zijn afgezant Mohammed sprak. Mohammed was nu de machtigste man in Arabië. Drie jaar voor zijn dood nam Mohammed zonder tegenstand zijn geboorteplaats Mekka in. Er heerste doodsangst in Mekka. Al vanaf de eerste dag bekeerde ieder zich tot de islam en kreeg amnestie van Mohammed.

Wie Mohammed beledigde, moest sterven
De invloedrijke Mekka-families, die nu moslims waren, mochten als beloning hun machtsposities behouden. In de latere veldslagen beloonde Mohammed zelfs heidense Arabieren royaal en gaf ze een deel van de oorlogsbuit om hen voor de islam te winnen. Mohammed bleef onvermurwbaar tegen dichters en zangers die hem ooit bespotten. Deze werden één voor één gedood.

Begin van de vijandschap tegen christenen
Na de verovering van Mekka richtte Mohammed zijn ogen op de christelijke oase van Nadjran in Jemen. Hij nodigde de christenen uit om hun “verdorven geloof” op te geven en zich te onderwerpen aan de religie van Allah. Een jaar voor de dood van Mohammed stuurden de christenen van Nadjran een delegatie naar Medina om de “uitnodiging” van Mohammed te bespreken. Geleid door hun geleerden en bisschoppen kwamen ze van hun prachtige kamelen af. Hun rijke kleding was indrukwekkend. Eén van Mohammeds metgezellen zei: “We hebben nog nooit zo’n afvaardiging als deze gezien.”

“Wie is de Vader van Christus, o Mohammed?”
Mohammed vroeg de christenen “zich over te geven aan Allah”. Ze antwoordden moedig: “O Mohammed, we zijn al lang toegewijd aan God.”  Mohammed zei boos: “Jullie liegen! Jullie aanbidden toch Jezus en noemt hem Gods Zoon!” Ze vroegen: “Wie was dan de Vader van Christus?” Mohammed zweeg en gaf geen antwoord. Na deze ontnuchterende ontmoeting met de christenen ontving Mohammed een aantal openbaringen van Allah, die tegenwoordig de antichristelijke verzen van de Koran vormen.

 Mohammeds pijnlijke dood
In de zomer van 632 klaagde Mohammed over hevige pijn. Al snel kon hij niet meer opstaan ​​om het gebed te leiden. Moslims beschuldigden een Joodse vrouw die drie jaar eerder Mohammed zou willen vermoorden met vergiftigd schapenvlees. In juli 632 stierf Mohammed op 62-jarige leeftijd in de armen van zijn lievelingsvrouw Aischa, die toen 18 jaar oud was. De laatste uren van Mohammed waren pijnlijk. Hij smeekte Allah hem te redden van de beproevingen van het graf en de dood. Hij zei tegen zijn volgelingen: “Ik ken Allah veel beter dan jullie; daarom vrees ik hem  meer dan jullie.” “Hij stierf zeer pijnlijk en bad Allah voortdurend om hem te helpen,” zei Aischa.

Wat er na de dood van Mohammed gebeurde
De dood van Mohammed was aanvankelijk een grote schok voor de moslims. Hij had niemand tot zijn opvolger aangesteld. Menig moslim kon zich de dood van Mohammed nauwelijks voorstellen. Een van zijn latere kaliefen (opvolgers) zei: “Ik zal de handen en voeten afsnijden van iedereen die beweert, dat Mohammed gestorven is. Hij is opgevaren naar Allah en zal na 40 dagen weerkomen.” Tenslotte moest iedereen accepteren dat Mohammed niet meer leefde. Toen gebeurde er iets ongehoords. Behalve zijn vrouw Aisha en een paar van zijn familieleden bekommerde niemand zich om het lichaam van Mohammed. Bijna alle moslims hielden zich bezig met de vraag wie de nieuwe leider van de islamitische staat zou moeten zijn. Zijn lichaam werd uiteindelijk onder hoede van Aischa begraven.

Mohammeds “schoonvader” wordt zijn opvolger
De strijd om de opvolging van Mohammed leidde bijna tot een burgeroorlog onder de moslims. Na lange discussies werd uiteindelijk Abu Bakr gekozen tot Mohammeds kalief.
De nieuwe heerser moest ten eerste zorgen voor orde in Arabië. Want, toen de dood van Mohammed in het hele land bekend geworden was, vielen verschillende Arabische stammen van de islam af. De kalief moest eerst deze stammen met wapengeweld weer tot de islam bekeren.

Al de kaliefen waren familie van Mohammed
Abu Bakr stierf twee jaar na zijn verkiezing tot kalief. Hij werd opgevolgd door Omar (reg. 634-644), Osman (reg. 644-656) en Ali (reg. 656-661). Al deze kaliefen waren nauw verwant aan Mohammed. Abu Bakr was de vader van Mohammeds  lievelingsvrouw Aischa. Mohammed was eens  getrouwd met een van de dochters van Omar. Osman en Ali waren schoonzoons van de afgezant van Allah.

De “gouden eeuw” van de islam
Met uitzondering van Abu Bakr werden alle drie de kaliefen van Mohammed gewelddadig gedood bij binnenlandse onrust. Desalniettemin noemen moslims hun tijdperk “de gouden eeuw van de islam”. De reden waarom moslims deze eerste fase van de islam zo waarderen, is de snelle uitbreiding van de islamitische staat onder de eerste kaliefen. Binnen slechts 80 jaar na de dood van Mohammed vernietigden de legers van Arabië het Perzische wereldrijk, veroverden ze het hele Midden-Oosten en brachten ze alle landen van Noord-Afrika inclusief Spanje onder hun controle.

De officiële heruitgave van de koran
De koran is ook ontstaan tijdens het bewind van één van deze kaliefen. Het was Osman die de opdracht gaf om alle “openbaringen”  van Allah aan Mohammed in de vorm van een boek samen te stellen. Dit werd toen de enige geldige koran. De kalief gaf opdracht tot verbranding van alle eerdere collecties van de koran, die verschillend van  oorsprong en inhoud waren.

 

Bron: magazine Karmelmission, 01-2020
Noch de illustraties, noch de 153 eindnoten zijn overgenomen.

Vrije[i] christelijke, confessionele scholen in Duitsland

 

Waarom eigenlijk vrije christelijke, confessionele scholen?
Dit kunnen velen zich misschien afvragen. Hebben we zoiets wel  nodig? Waarom voldoen de openbare scholen niet? Gods Woord zegt ons over de opvoeding van kinderen: Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat  (Deuteronomium 6:7). Dit woord zegt heel duidelijk dat de belangrijkste opdracht van God aan ouders is, hun kinderen Bijbelgetrouw christelijk op te voeden. Volgens de Bijbel is het opvoeden van kinderen de opdracht van de ouders, niet van een boven ons staand orgaan of een instelling zoals de staat. Alle andere instellingen moeten slechts handreikingen voor de ouders zijn. En de ouders moeten er altijd op toezien, dat ook deze hulpinstituten werkelijk de christelijke opvoeding aanvullen

Maar doet de staat dat met zijn scholen? Sinds de Verlichting[ii] en het rationalisme, maar vooral sinds de beide wereldoorlogen, is er een steeds sterkere ontkerstening gekomen. Vooral de laatste decennia heeft de beweging van 1968[iii] en daarmee het (neo-) marxisme en de seculiere humanisten grotendeels het voor het zeggen gekregen in staat en maatschappij en bepalen ook de pedagogiek en de scholen. Tegenwoordig is het daarom des te meer nodig dat we vrije christelijke, confessionele scholen hebben voor een echt Bijbelgetrouwe christelijke opvoeding van kinderen en jongeren.

Voorgeschiedenis
Vrije christelijke,  (= vroeger Bijbelgeoriënteerd) confessionele scholen zijn in Duitstalige gebieden een nogal jong fenomeen. Dat hangt samen met de geschiedenis van het land en zijn scholen. Nadat in de Middeleeuwen ontwikkeling alleen beschikbaar was in kloosters en enige Latijnse scholen en beperkt bleef tot een kleine groep, propageerde Maarten Luther tijdens de reformatie (aan de raadsleden van alle steden in Duitsland, dat ze christelijke scholen moesten stichten en onderhouden (1524)) voor jongens en meisjes (!) uit alle standen. Ze zouden bekwame predikers en leraren moeten leveren, evenals getrainde bestuursambtenaren, rechters en kooplieden. Luther richtte zich weliswaar tot overheidsinstanties. Maar de scholen die hij voor ogen had, waren specifiek christelijke scholen, waarvan de belangrijkste onderwerpen de Bijbel en de catechismus waren. Dienovereenkomstig waren de scholen die vervolgens voornamelijk in de protestantse landen ontstonden, beslist christelijke, confessionele scholen onder kerkelijke toezicht.

Dit bleef zo tot ver in de 19e eeuw. Helaas ondervond deze opzet sinds de Verlichting hevige tegenstand.  Met de opkomst van de antichristelijke krachten groeiden de pogingen om school en kerk te scheiden, de scholen sowieso aan de invloed van de kerken te onttrekken en de opvoeding te verwereldlijken. Vooral het kerkelijke schooltoezicht werd steeds meer een twistpunt. Het was toch al een puinhoop, omdat de kerk door de eeuwen heen niet had gezorgd voor een adequate professionele opleiding van leraren, noch voor een kerkelijke schoolautoriteit met bekwame pedagogen en opzichters. In 1872 werd de kerk officieel uit het toezicht van de school gehaald. In de praktijk bezaten de plaatselijke voorgangers het toezicht op de scholen. Zo waren tot 1918 bijna alle basisscholen in het Duitse rijk staatsconfessionele scholen: evangelische, katholieke, joodse, oud-katholieke, naast enkele privéscholen, zoals die van de Quakers in Minden (tot 1875) en de scholen van de oud-lutherse kerk en de vrij-evangelisch-lutherse kerk. Basisscholen waren scholen voor de overgrote meerderheid van de bevolking. Ze werden bezocht door meer dan 90 procent van de kinderen in de leeftijd van 6 tot 14 jaar. Vooral kinderen uit hoger opgeleide en rijkere gezinnen bezochten ‘hogere scholen’ die onderricht gaven tot het 16e of 19e levensjaar. Het waren meestal “simultaan-scholen”, dat wil zeggen scholen die werden bezocht door kinderen van alle religieuze stromingen. In deze staatsscholen en de weinige simultaan-basisscholen werd godsdienstonderwijs echter afzonderlijk naar denominatie gegeven.

Na de omwenteling van 1918 probeerden de nu heersende linkse en liberale krachten een eenheidsschool (“Simultanschule”) als bindende schoolvorm in te voeren. Het schoolcompromis van 1919/20 liet weliswaar oppervlakkig alles zoals het was, maar met één cruciaal verschil: geen schooltoezicht meer door  voorgangers. Het nationaal-socialisme reorganiseerde de scholen volgens zijn ideologie. Voor de bestaande particuliere scholen werd het leven steeds moeilijker gemaakt, de druk van de partij op leraren en ouders nam steeds meer toe; na verloop van tijd werd, zoals in de oorlog, ambtenaren verboden hun kinderen naar christelijke particuliere scholen te sturen. Officieel werd gestreefd naar beëindiging van alle  particuliere scholen. Vele  hiervan moesten sluiten. Ook de confessionele staatsscholen zouden afgeschaft moeten worden. Na de oorlog nam de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) grotendeels het schoolcompromis van 1919/20 over, zij het met één wijziging: confessionele scholen konden door iedereen worden opgericht, onafhankelijk van de gevestigde kerken (grondwet artikel 7, regel 4 en 5).

De confessionele christelijke school was vooral de reguliere basisschool, ook in de nieuwe West-Duitse deelstaat. In de DDR werden alle staatsscholen omgevormd tot niet-religieuze scholen en werd er geen godsdienstonderwijs meer gegeven. De EKD (Evangelische[iv] Kirche Deutschland) richtte slechts een paar van haar eigen (particuliere) scholen in West-Duitsland op, de rooms-katholieke kerk aanzienlijk meer. Met de toenemende ontkerstening ook in westerse landen als gevolg van bijbelkritiek, groeiend materialisme en marxistische propaganda, werden door de regerende partijen vanaf het einde van de jaren vijftig en vooral na 1968 de verschillende christelijke scholen in toenemende mate omgevormd tot ‘christelijke gemeenschapsscholen’. De term ‘christelijk’ is daarbij meer een nietszeggende bijkomstigheid: afgezien van het bijna steeds bijbelkritische onderwijs is er van een expliciet christelijke opvoeding dikwijls weinig te bespeuren. Alleen in Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen zijn er nog ongeveer 900 confessionele staatsscholen: ze bevinden zich bijna allemaal in Noordrijn-Westfalen (slechts ongeveer 20 in Nedersaksen); meer dan 90% rooms-katholiek, bijna alle basisscholen voor kinderen van 6-10 jaar.

Oprichting van onafhankelijke evangelische[v] christelijke scholen
De 68-ers namen met hun “lange mars door de instellingen” de door Antonio Gramsci onderstreepte “culturele hegemonie”: school, pedagogiek en publieke opinie werden steeds meer (neo-) marxistisch beïnvloed of seculier humanistisch. Enige conservatieve evangelischen realiseerden zich, dat ze iets aan deze infiltratie moesten doen. Er kwamen christelijke initiatieven van ouders met als doel om vrije (particuliere) evangelische confessionele scholen op te richten. Dat is ​​volgens de basiswet (de grondwet) van de BRD uitdrukkelijk geoorloofd. Anders dan in veel andere landen staan er veel officiële, technische, structurele en politieke hindernissen in de weg.

Als eerste werd in 1973 met de “Vrije Evangelische School Reutlingen” (ten zuiden van Stuttgart), een particuliere evangelische school opgericht gebaseerd op reformatorische pedagogische principes: die omvat heden meer soorten scholen tot het 16e levensjaar. In 1979 werd, na twee jaar van harde strijd met de regering van Bremen, de “Vrije Evangelische school Bremen” toegevoegd: Tegenwoordig is het een groot scholencomplex met alle Bremer schoolsoorten, inclusief een gymnasium dat op een studie voorbereidt. Begin jaren tachtig werd in Gießen de “August-Hermann-Francke-School” opgericht, gebaseerd op de ideeën van de piëtistische Francke stichtingen in Halle: Ook hun leerlingen, net als bij de andere confessionele scholen, vestigen de aandacht op zich door hun uitstekende resultaten.
Nieuwe scholen  stichten was echter moeilijk, omdat de linkse houding in de BRD-politiek zich verzette tegen de oprichting van vrije christelijke scholen. De August-Hermann-Francke-Schule in Hamburg moest van 1986 tot 1992 via verschillende gerechtelijke instanties tot aan de hoogste Duitse rechtbank vechten voor zijn grondwettelijk gegarandeerd recht.

Daarna volgden meerdere stichtingen op veel plaatsen. De schoollijst van het evangelische tijdschrift IDEA-Spektrum voor 2020 bevat meer dan 100 plaatsen met christelijke scholen. Er wordt uitgegaan van een totaal van 250 particuliere evangelische confessionele scholen. Deze scholen geven les aan 44.000 leerlingen in 2019/2020, ongeveer 20 keer het aantal leerlingen in 1990. De scholen zelf zien er zeer verschillend uit. Sommige scholen hebben geen gymnasiale opleiding, andere bieden alle onderwijsmogelijkheden. Enkele zijn kleine basisscholen, andere (in grote steden en regio’s met Rusland-Duitse christenen) zijn grotere schoolcomplexen met kinderopvang, kleuterscholen, basisscholen, middelbare scholen en gymnasia, enz.

Ook de pedagogische aanpak is verschillend, daar er tot op heden helaas geen echte pedagogiek op Bijbelse basis is ontwikkeld, ondanks goed voorbereidend werk (zoals dat van Armin Mauerhofer). De confessionele scholen zijn niet beslist “alternatieve scholen” qua inhoud: ze zijn relatief nauw verbonden met de leerplannen van de staat. Een groot nadeel bestaat ook daarin, dat er tot nu toe geen christelijk lerarenopleidingscentrum is: de pogingen daartoe leden begin jaren negentig schipbreuk vanwege links-christelijke kringen die beslist de evolutietheorie in die middelbare scholen een gelijke plaats wilden geven. Het „Verband evangelischer Bekenntnisschulen“ (VEBS)  probeert het pedagogische profiel aan te scherpen en het niveau te verhogen door middel van intensief opleidingswerk. Ook wordt gewerkt aan een boek voor godsdienst. Voor het gevoelige terrein van biologieonderwijs zijn er met Evolution – ein kritisches Lehrbuch“ en „Creatio“ in ieder geval verschillende boeken beschikbaar. Voor andere belangrijke vakken, zoals literatuur, geschiedenis, maatschappijleer lijken er op termijn geen alternatieven te zijn: men behelpt zich met schoolboeken uit een tijd die nog niet zo links-politiek beladen was of met publicaties van Hugo Staudinger van het voormalige „Deutsches Institut für Bildung und Wissen“ (ibw); die stichting hield zich ook intensief met de 68’ers bezig.

Ook geestelijk bestrijken deze scholen een breed spectrum. Er zijn een paar confessionele scholen in engere zin, zoals die van de adventisten, die meestal vrij kleine scholen hebben, en de Dr.-Martin-Luther-Schule in Zwickau van de Evangelisch-Lutherischen Freikirche. De meeste andere scholen behoren over het algemeen tot het brede christelijke spectrum (Evangelische Allianz in Deutschland). Sommige hebben een conservatief stempel, andere meer een theologisch liberaal, sommige ook mennonitisch wettisch gestempeld. De geestelijke ontwikkeling op christelijk terrein van de laatste decennia met de openstelling voor pinkstermensen en charismatischen, voor de rooms-katholieke kerk als voor het feminisme en ten dele voor Bijbelkritiek bereikt ook de scholen.

Het bevoegd gezag van de scholen berust steeds bij schoolverenigingen, niet kerken (samenwerkingsverbanden van gemeentes) of plaatselijke gemeentes. Op één plaats is er bijna altijd maar één schoolvereniging, maar sommige schoolverenigingen leiden meerdere scholen van hetzelfde type (meestal basisscholen) in verschillende delen van de plaats. Sommige schoolverenigingen hebben zelfs scholen op verschillende, aangrenzende plaatsen. Echte concurrentie tussen verschillende confessionele of pedagogische keuzes vindt dus zeer zelden plaats. Heel veel gebieden in de BRD hebben ook nu nog geen vrije confessionele scholen: er worden nogal wat scholen gebouwd in nederzettingscentra van zogenaamde Rusland-Duitsers[vi]. Bijna allemaal kwamen die pas na 1990 uit de toenmalige Sovjet-Unie en zijn vaak uitdrukkelijk conservatief in hun opvattingen van de Bijbel.

Vooruitzicht
Hoe ziet de toekomst van deze scholen eruit? Wat men er in menselijke termen over kan zeggen is: politiek zal het waarschijnlijk steeds moeilijker worden om nieuwe scholen te stichten, aangezien de heersende krachten van alle partijen hun macht met niemand willen delen, en zeker niet met vrije conservatief-christelijke kringen. Wat het aantal leerlingen betreft, was er in het geheel genomen een relatief gestage toename waar te nemen (waarbij ook die kringen  politiek proberen particuliere scholen te verhinderen, anderzijds hun kinderen vaak zelfs naar die scholen sturen). Deze particuliere scholen komen er steeds meer in Duitsland. Ongeveer 10% van alle kinderen gaat er naar toe, vroeger slechts 6%.

De zeer bijbelkritische Evangelische Kirche  (EKD – meer dan 20 miljoen leden) heeft haar schoolsysteem aanzienlijk uitgebreid, vooral in de voormalige DDR. Die heeft, in tegenstelling tot de PKN, praktisch geen afzonderlijke conservatieve gemeentes. Katholieke particuliere scholen worden bezocht door ongeveer 40% van alle leerlingen in de BRD. In tegenstelling tot Nederland en België krijgen particuliere scholen veel minder geld van de staat dan openbare scholen, in sommige gevallen slechts 60 procent van het bedrag voor openbare scholen, een discriminatie van de ouders van leerlingen, vooral merkbaar voor arme ouders. Deze scholen kunnen niet zonder donaties rondkomen. Deze donaties helpen ook die arme ouders.

In de christelijke gemeenten, zelfs meer conservatieve gemeentes, ontbreekt het vaak aan een geestelijk inzicht daarvoor hoe noodzakelijk een alomvattend Bijbels-christelijk onderwijs aan kinderen en jongeren is en ook hoe noodzakelijk daarom de oprichting en instandhouding van vrije christelijke scholen is. Geestelijk onderwijzend werk is hier absoluut om de noodzakelijke geestelijke, gemeentelijke basis te creëren

 Wat betreft de geestelijke leiding kan een geestelijke verdieping alleen plaatsvinden, als er beslist een op basis van de Bijbel vernieuwing komt door een terugkeer naar de Heilige Schrift, een duidelijke Bijbelse prediking met een duidelijk onderscheid tussen wet en evangelie, duidelijke prediking van berouw, bekering, rechtvaardiging, toewijding, navolging (d.w.z. de heilsboodschap als geheel), een gedegen onderwijzing van de gemeente. In hoeverre en wanneer er nieuw geestelijk leven uit groeit, moeten we het aan God overlaten, dat kunnen wij niet doen, maar wij kunnen en moeten erom bidden.

 

Roland Sckerl

 

[i] Vrije houdt in dat scholen niet ressorteren onder de staat.

[ii] Het tijdperk van het rationalisme (de 18e eeuw)

[iii] De beweging van 1968, beter bekend als de Frankfurter Schule, is een neomarxistische beweging gebaseerd op het marxisme en het humanisme. de basisovertuiging is ‘los van god’. de mens plaatst zichzelf in het centrum en rebelleert tegen de levende god. zie artikel https://bijbelenonderwijs.nl/bijbel-en-onderwijs/de-beweging-van-1968-en-de-wetteloze-gevolgen/.

[iv] Evangelisch duidt op een verzamelnaam van enkele denominaties (o.a. luthers, reformiert). In Nederland is het een denkrichting, bijv. evangelische gemeente.

[v] “Evangelische Schulen” komen niet overeen met de evangelische scholen in ons land.

[vi] Duitsers die lang in Rusland hebben gewoond.

 ‘De trein van Boos naar Middel’

‘De Trein van Boos naar Middel’ is een methode om heftige emoties bij volwassenen en kinderen te leren reguleren. De auteurs Frank van den Berg en Ernst Bouweriks zijn systeemtherapeuten. Het gedachtegoed komt uit de systeemtheorie met een oplossingsgerichte methodiek als uitwerking.

Kort gezegd gaat de systeemtheorie er vanuit dat de mens pas werkelijk begrepen kan worden in de context van zijn relaties. Ondanks dat we vaak denken dat iemand een vaststaand karakter heeft, zien we dat mensen zich in verschillende contexten steeds anders gedragen, ze zijn anders in verschillende situaties. Zo ook hebben kinderen een groot gedragsrepertoire en schakelen steeds per situatie over op ander gedrag. Kinderen zijn sterk contextgevoelig. Dat betekent voor de hulp op school, dat we kinderen die problemen hebben in hun sociale context moeten observeren. Ook specifieke, individuele problematieken (ADHD, ADD, ODD, Autismespectrumstoornis, e.d.) krijgen hun werkelijke betekenis pas in relaties die het kind onderhoudt. Voor het ene kind heeft de diagnose andere consequenties dan voor het andere kind. Sommige relaties zijn bijvoorbeeld meer bestand tegen stress dan andere of in het ene gezin zit meer structuur waardoor de consequenties van een diagnose als ADHD anders zijn. Aandacht voor de individuele diagnose is vereist, maar ook aandacht voor de omgeving die ermee in aanraking komt. Beide aspecten moeten steeds in onderling verband worden bekeken. Relationele problemen hebben ook invloed op de ontwikkeling van het individu. Een kind van gescheiden ouders kan gedragsproblemen vertonen die niet direct zijn terug te voeren op de individuele psyche, maar moeten worden bezien als een symptoom van de spanning waarin het kind moet leven. Het kind is als het ware symptoomdrager van een gezin dat uit balans is geraakt.

De trein van Boos naar Middel is een in de praktijk gevormd model dat succesvol wordt gebruikt door leerkrachten, psychologen, verpleegkundigen, coaches, mediators en managers. Het is een gespreksmethode voor iedereen die iemand wil helpen die klem zit in negatieve emoties. Het is creatief en praktisch van aard met vragen die kunnen helpen om een kind mee te begeleiden. ‘De trein’ biedt een simpel systeem om vanuit die negatieve positie te komen tot positieve actie. Een houvast in woelige omstandigheden. De focus van de methodiek is holistisch van aard, het kind wordt bekeken vanuit een overall-visie op persoonsvorming. Het gezin, de school, de ontwikkelingsgebieden spelen mee in de ontwikkeling en vormen de context in het systeem van het kind. Het is opgebouwd rondom de metafoor van de treinreis, zo zien de auteurs de hulpverlening als een metaforische reis: je doet steeds stations aan die vragen stellen hoe dit of dat zit of zat in je ontwikkeling om zo het lek boven te halen waaraan gewerkt kan worden om emoties meer te kunnen beteugelen. Er is een training voor leerkrachten om deze methodiek bij kinderen toe te kunnen passen.

De methodiek is een platte wijze van kijken naar mensontwikkeling, zonder daarin transcendentie aan te geven, noch spiritueel, noch christelijk. Het komt uit een humanistisch mensbeeld voort. De dieper liggende oorzaak van de emotiebeleving bij kinderen bijvoorbeeld bij een echtscheiding heeft vaak gevolgen voor het vertrouwen in de mensheid bij kinderen en het zich veilig voelen. Juist als christen is het mooi om op Gods leiding en geborgenheid te wijzen in onveilige omstandigheden bij een kind. Boosheid is een authentieke emotie die een kind mag uiten, maar als het de kracht van het ervan overwinnen van zichzelf moet verwachten of van een methodiek, overvraag je het kind. Wat is het als leerkracht mooi om een kind in gebed bij de Goede Herder te brengen die het allerbeste overheeft voor zijn schapen En wat fijn als een kind met God de emotiebeleving weet te reguleren, of zoals het in de Bijbel staat:  “Wie zichzelf overwint (wie zijn geest beheerst), is sterker dan die een stad inneemt” (Spreuken 16:32).

 

dr. Hans Bakker

 

 

Gods heilsplan voor een overspelige wereld

Inleiding
Het Nieuwe Testament begint met twee volmaakte voorbeelden van een huwelijk. Zacharias en Elisabeth waren beiden uit het priesterlijk geslacht, rechtvaardig voor God, levend naar alle geboden en eisen des Heren, onvruchtbaar, maar biddend om een kind, en op hoge leeftijd. God beloofde hun een zoon, Johannes (de Doper). De instructies in het Oude Testament gegeven aan de priesters over het huwelijk werden nog steeds gepraktiseerd. De rechtschapen Jozef en de maagd Maria waren ondertrouwd, maar leefden niet samen. Tot de geboorte van de Heere Jezus hadden ze geen gemeenschap met elkaar om zo hetgeen verwekt was uit de heilige Geest te bewaren. In het geslachtsregister van Jezus Christus staan ook vrouwen die in ontucht geleefd hadden, voordat ze de God van Israël ontmoetten. Gods rechtvaardige norm en Zijn barmhartigheid geven invulling aan Zijn heilsplan! Laten we vanuit die gedachte door het Nieuwe Testament gaan om te kijken wat God zegt over seksualiteit.

Jezus Christus en het huwelijk
Het eerste wonder dat Jezus deed op de derde dag van zijn bediening was op een bruiloft, te Kana, waar Hij water in wijn veranderde. Hoewel zelf nooit getrouwd, wordt Hij aan het begin van zijn bediening de Bruidegom genoemd. Daar tegenover zien we, dat Herodes de enige is die Hem, de Heiland der wereld, geen enkel woord waardig keurt! Herodes had zijn neef Johannes laten onthoofden, nadat hij en Herodias eerder door Johannes waren gewezen op hun overspelige relatie.Jezus refereert in Marcus 10 aan het begin der schepping dat God de mens als man en vrouw heeft gemaakt.  De man zal zijn vader en moeder verlaten en hij en zijn vrouw zullen tot één vlees zijn. Zo zijn zij niet meer twee, maar één vlees. Hetgeen wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Jezus definieert echtbreuk als het treden uit een huwelijksrelatie om met een ander te trouwen. Degene die dat doet, pleegt echtbreuk t.o.v. de ander. 

Zonder wedergeboorte kunnen wij het Koninkrijk Gods niet zien of binnengaan (Joh 3). Is er een overeenkomst tussen ons denken over God (wedergeboorte) en het huwelijk (natuurlijke geboorte)? Onnatuurlijke of tegennatuurlijke lichamelijke ervaringen zijn dan niet een uitdrukking van de geestelijke verwording van de mens zonder God? Vlees tegenover Geest? Als we vandaag het vleselijke niet eens meer zien en begrijpen, hoe zouden wij dan nog het geestelijke kunnen binnengaan?

Jezus kijkt ook dieper en is radicaler als Hij zegt: ”Indien uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit! Het is beter met één oog het Koninkrijk Gods binnen te gaan dan met twee ogen in de hel geworpen te worden.” Hij waarschuwt ook voor verleiding tot zonde van één dezer kleinen in Mar 9:42. Op seksuele voorlichting op scholen kom ik terug in het volgende magazine. En wie een vrouw aanziet (= bewust de aandacht vestigen op) om haar te begeren (= dit woord gaat meestal over het zichtbare, misleidende, hartstochtelijke van ons vlees) heeft in zijn hart al echtbreuk gepleegd! Wellicht is het goed om onderscheid te maken tussen liefde en lust.

https://i.pinimg.com/736x/2b/8c/b2/2b8cb 21955d1f44794627f48f2b29262 –living-water-in-the-bible.jpg

Liefde bouwt een relatie op en geeft vervulling, terwijl lust juist afbreekt en de deelnemers in eenzaamheid achterlaat. Het woord eros voor liefde komt niet voor in het Nieuwe Testament. Lichamelijke intimiteit is een exclusief gevoel van verbondenheid, veiligheid en vertrouwen om je lichaam, je diepste gedachten en gevoelens te delen met een ander. Het lijkt wel of de Schepper in een relatie twee personen hun intimiteit zelf laat ontdekken. Het gaat Jezus niet alleen om de daad, maar om het hart als Hij zegt dat: ”Uit het hart der mensen komen de kwade overleggingen, zoals ontucht en echtbreuk die onrein maken” (Mar 7:20-23). 

Het huwelijk in de evangelieverkondiging in Handelingen
We vinden geen instructie meer in het boek Handelingen m.b.t. het huwelijk of afwijkingen op de oudtestamentische norm. Paulus kwam tijdens zijn zendingsreizen in heidense steden. Uit historische bronnen, zoals afbeeldingen, wetteksten en literatuur, weten we, dat ten tijde van het Griekse en Romeinse rijk prostitutie welig tierde met name in badhuizen, bordelen en vaak in combinatie met afgodendienst[i]. Romeinse soldaten mochten niet trouwen tot ze een bepaalde hoge rang bereikt hadden. Veel slaven waren vogelvrij en werden misbruikt op elke denkbare manier. In nagenoeg alle literatuur komt naar voren dat het christendom een einde maakte aan deze immoraliteit door het begrip zonde te koppelen aan perverse seksualiteit. Tijdens het eerste ‘concilie’ te Jeruzalem lezen we in Hand 15 daarom dat de heidenen die tot God bekeerd waren, zich moesten onthouden van ontucht. ‘Ontucht’ of ‘hoererij’ als vertaling van porneia heeft ook in het Nieuwe Testament ten diepste betrekking op elke vorm van seksueel verkeer buiten het huwelijk​. Daaronder vallen dus zowel​ voor- als buitenechtelijk geslachtsverkeer, alsook incest, homoseksualiteit en bestialiteit.[ii]

https://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/507.html

Instructie aan de gemeenten
In de eerste brief aan de Romeinen lezen we over de confrontatie van het evangelie, een kracht Gods tot behoud, met iedere wereldburger. Eerder was de morele situatie m.b.t. seksualiteit in het Romeinse rijk nog enigszins gereguleerd[iii]  waarin we parallellen met de Bijbel vinden. Het liep echter uit op totale verwording net als eerder bij de Grieken. De wereld houdt de waarheid ten onder in ongerechtigheid. God openbaart Zich in de schepping en mensen kunnen met hun verstand iets van God doorzien. Maar de mens verwerpt de majesteit van een onvergankelijk God en vervangt die door de redenering van een vergankelijk mens. Het schepsel vereert zichzelf boven de Schepper, de waarheid Gods wordt vervangen door de leugen. En omdat God de mens naar zijn beeld heeft geschapen en tot zijn bedoeling, daarom geeft God hun in hun hartstochten over aan onreinheid, aan schandelijke lusten die het lichaam onteren. De seksuele omgang tussen man en vrouw is opgegeven en wellust (in homoseksualiteit) is daarvoor in de plaats gekomen. Zie Rom 1.

Dankzij het evangelie weten we immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn. Deze bevrijdende kracht moet door iedere christen ervaren worden en dat is ook onze boodschap aan de wereld. Als wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook in Hem zullen leven voor God. Daarom roept Paulus de gelovige ook op om de zonde niet langer als koning te laten heersen in ons sterfelijk lichaam, zodat wij aan de begeerten zouden gehoorzamen. We stellen onze leden niet meer ten dienste van de ongerechtigheid en de zonde, maar ten dienste van de gerechtigheid en van God. Wij moeten dan wel ‘dood zijn geweest’. Het evangelie moet doorwerken niet alleen als woord maar als ervaring.  Paulus haalt als illustratie in zijn betoog de wet aan, als hij zegt dat de gehuwde vrouw door de wet aan haar man gebonden is zolang deze leeft en indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heet (zie Rom 7). Een echo van de woorden van Christus.

In de gemeenten week de praktijk ook wel eens af van de leer, zoals we lezen bij de Korintiërs. “Inderdaad men spreekt van ontucht onder u, en zulk een ontucht, als zelfs onder de heidenen niet voorkomt”. Paulus maakt duidelijk, dat zij daar tegenop moesten treden met de tucht (vonnis vellen, verwijderen, overleveren aan satan). Wij moeten niet omgaan met iemand die ook al heet hij een broeder praktisch in ontucht leeft. Paulus kan niet duidelijker spreken dan in 1Kor 6:10: “Dwaalt niet! Hoereerders,…, overspelers, schandjongens, knapenschenders, … zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.” Hij schrijft ook dat sommigen in de gemeente in Korinthe, voordat ze christen werden als zodanig hadden geleefd. Dit is niet verwonderlijk gezien de omgeving waaruit ze tot geloof kwamen. Maar het lichaam is niet voor de ontucht, maar voor de Heere, en de Heere voor het lichaam. Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest!  Kennen wij de kracht van het evangelie in ons eigen (huwelijks) leven en verkondigt uw gemeente het Bijbels evangelie wat tot uitdrukking komt in gelukkige huwelijken en bekeerlingen uit gebroken relaties? 
Paulus geeft ook hele praktische aanwijzingen voor christenen in 1 Korinthe 7:

  • Iedere man moet zijn eigen vrouw en iedere vrouw haar eigen man hebben.
  • De vrouw beschikt niet zelf over haar lichaam maar haar man; en eveneens heeft de man niet zelf de beschikking over zijn lichaam, maar zijn vrouw.
  • Onthouding met wederzijdse toestemming, voor een bepaalde tijd en met een goed doel.
  • Ongehuwd zijn is een gave.
  • Ook het huwelijk is een gave (maar verwacht wel verdrukking voor het vlees).
  • Geen echtscheiding en het huwelijk is tijdelijk tot de dood. Trouwen mits in de Heere.

Vlees en Geest staan tegenover elkander (Gal 5: 17). De werken van het vlees zijn o.a. onreinheid, losbandigheid en ontucht: bedrijvers hiervan hebben geen erfdeel in het Koninkrijk​ komt keer op keer in de​ brieven terug. Als we Christus toebehoren hebben we het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd en zaaien we niet op de akker van ons vlees, zodat we daaruit verderf oogsten (Galaten). In Efeze worden we opgeroepen om te wandelen in de liefde en ‘van ontucht en onreinheid mag geen sprake zijn’. Paulus spreekt in Efeze 5 over het huwelijksleven. Christenen zijn onderweg om onbesmet, stralend, heilig en vlekkeloos voor Christus geplaatst te worden. Het huwelijk (één man en één vrouw tot één vlees) als beeld van Christus en de gemeente. Die zaken waarover de toorn van God komt, zoals ontucht en onreinheid moeten we voor dood houden (Col 3:5,6). God wil onze heiliging (1Thes 4) en daarbij hoort onthouding van ontucht en dat iedere huwelijksrelatie tot stand​ komt in heiliging en eerbaarheid en niet in hartstochtelijke begeerlijkheid zoals bij de heidenen die​ van God niet weten. Als we dit verwerpen, verwerpen we God en gaan we rechtstreeks in tegen de heilige Geest en God is een wreker van dit alles! Onze geest, ziel en lichaam moge bij Zijn komst onberispelijk bewaard te zijn. Paulus schrijft, dat de wet goed is en haar werkingsgebied is niet voor rechtvaardigen, maar juist voor wettelozen, goddelozen en zondaars waarbij hij ook bedrijvers van ontucht en homoseksuelen noemt. Oudsten moeten aan een hoge morele standaard voldoen om te kunnen vermanen en weerleggen op grond van de gezonde leer. Het huwelijk moet in ere zijn bij allen en het bed​  onbezoedeld, want ontuchtplegers en overspelers zal God oordelen. 

Huwelijksleven in de eindtijd
In de eindtijd lezen we, dat de antichrist komt met verlokkende ongerechtigheid en dat de mensen daaraan welgevallen hebben. Mensen zullen zelfzuchtig zijn met liefde voor genot en naar eigen begeerten leraars bijeenhalen om daarnaar te wandelen. De heidenen wandelen in losbandigheid, begeerten en onzedelijke afgoderij en storten zich vol overgave in een poel van liederlijkheid, terwijl zij de christenen belasteren. Er wordt een parallel met de verwoesting van Sodom en Gomorra en de tijd van Noach getrokken waar men altijd uitzag naar een overspeelster en niet ophield met zondigen. Dwaalleraars sluipen de gemeente binnen (de weg van Bileam, de weg van Kaïn) die de genade van God in losbandigheid veranderen. Ze hebben hun hoererij botgevierd en zijn ander vlees achternagelopen. Vanwege de onbekeerlijkheid is, net als bij de grote hoer Babylon, moeder der hoeren, de eindbestemming van de bedrijvers van ontucht buiten, in de poel van vuur en zwavel, de tweede dood.

Weest daarom op uw hoede, dat gij niet door de dwaling der zedelozen meegesleept wordt met in het achterhoofd de dag der eeuwigheid. Aan het eind van de Bijbel klinkt een boodschap om te volharden, om je te laten reinigen, om standvastig te zijn, om God lief te hebben en zijn geboden te doen, in de verwachting van Zijn komst. De bruid, de vrouw des Lams heeft zich gereed gemaakt.

Swawek van der Meer

 

 

[i] https://nl.wikibooks.org/wiki/Sociale_geschiedenis_van_het_Romeinse_rijk/Seksualiteit & https://nl.wikipedia.org/wiki/Seksualiteit_bij_de_oude_Romeinen

[ii] http://christipedia.nl/Artikelen/O/Ontucht

[iii] https://nl.wikipedia.org/wiki/Prostitutie_in_het_oude_Rome

 

DE LOGICA VAN HET ARGUMENT VOOR CREATIE EN TEGEN EVOLUTIE

Degenen die in de evolutie geloven en die afgeven op iedereen die in de schepping gelooft, beweren gewoonlijk dat er geen wetenschappelijke theorie van de schepping is. Ze hebben gelijk! Schepping is een door God geopenbaarde waarheid. Een bijbehorende bewering van evolutionisten  is, dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor de schepping. Hier hebben ze het mis! Creationisten hebben, als ze worden geconfronteerd met de frontale aanval op de schepping, vaak niet correct gereageerd, omdat ze de relatie tussen wetenschap en schepping niet correct begrijpen. Daarom proberen ze soms van creatie een wetenschappelijke theorie te maken.

De meeste creationisten begrijpen wel, dat het bewijs voor intelligent, doelgericht ontwerp in de natuur het bewijs is voor goddelijke schepping. Soms hebben ze echter de logica voor het argument van ontwerp in de natuur niet goed begrepen. Het doel van dit essay is om die logica uit te leggen.

Schepping is per definitie een goddelijk wonder. Een wonder vereist, dat God de natuurwetten overstijgt die Hij heeft ingesteld. Daarom kan het niet worden beschreven of uitgelegd in wetenschappelijke termen, noch  gereproduceerd door wetenschappers in het laboratorium. Bijgevolg kan er geen wetenschappelijke theorie of materialistisch scheppingsmechanisme[i] zijn. Omgekeerd beweren evolutietheoretici, dat ze theorieën ontwikkelen die de evolutie van complexe levende organismen verklaren en dat ze spontane materialistische mechanismen daarvoor ontdekken. Daarom ligt de bewijslast bij de evolutionisten. Ze moeten theorieën bedenken en testen die met succes de oorsprong van complexe biologische systemen verklaren en mechanismen ontdekken die aantoonbaar in staat zijn ze te produceren.

Zijn deze succesvolle evolutionistische theorieën en aantoonbare mechanismen ontdekt? Het antwoord op deze cruciale vraag is ‘nee’. In de eerste plaats levert het fossielenbestand geen reeksen tussenliggende fossielen op om een ​​proces van geleidelijke evolutie te documenteren waarbij de ene soort plant of dier wordt getransformeerd in een andere soort die nieuwe complexe ontwerpkenmerken bezit. En noch de klassieke genetica, noch de moleculaire biologie hebben testbare verklaringstheorieën of feitelijke naturalistisch-materialistische mechanismen voor de productie van evolutionaire nieuwheid aan het licht gebracht. Met andere woorden, evolutie moet de oorsprong van iets echt nieuws nog verklaren. Dat is wat de evolutietheorie juist moet doen om uit te leggen hoe microben in 3 miljard jaar evolueerden tot universiteitsprofessoren. Het moet uitleggen hoe een uiterst verbazingwekkende reeks complexe nieuwe ontwerpkenmerken de een  na de ander geleidelijk verscheen om die onwetende kleine kiem te transformeren tot een intelligente professor (die in evolutie gelooft?). Deze uitleg is nog niet gepubliceerd. Daarom faalt de evolutietheorie totaal in wat ze moet doen: de oorsprong van alles in de levende wereld puur in termen van materialistische oorzaak en gevolg verklaren.

Logisch gezien zijn er slechts twee verklaringen van oorsprong:
(1) spontaan materialistisch proces (dat wil zeggen evolutie) en
(2) intelligent, doelgericht ontwerp (dat wil zeggen schepping).

Zolang de evolutionaire wetenschap faalt in het ontdekken van het proces, blijft goddelijke speciale schepping een wetenschappelijk levensvatbare optie voor wetenschappers, leraren en studenten, want het is het enige alternatief. Elk onverklaard complex biologisch ontwerp (onthoud dat er nog geen enkel verklaard is) staat als wetenschappelijk bewijs tégen evolutie en vóór schepping. Er zijn slechts twee logische alternatieven: evolutie en schepping. Ofwel leven en soorten hebben een naturalistische bron ofwel ze hebben een bovennatuurlijke bron. Als theïstische evolutie in de discussie wordt geworpen, kan deze logischerwijze afgewezen worden. Theïstische evolutie moet, om “theïstisch” genoemd te worden, God het evolutieproces bovennatuurlijk laten gebruiken om Zijn doelen te bereiken. Maar evolutietheoretici staan erop, dat hun theorie volledig naturalistisch is en alleen tijd, toeval en verschillende materialistische effecten en processen omvat. Dus, de door seculiere wetenschappers aanvaarde evolutie en theïstische evolutie zijn elkaar uitsluitende concepten. Het ene is doelloos, ongeleid; maar het andere wordt op de een of andere manier geleid om de doelen van de Schepper te bereiken. Daarom kan het geloof in theïstische evolutie niet logisch worden gebruikt om te pleiten voor de acceptatie van de moderne evolutietheorie. Theïstische evolutie uitsluitend, blijven er dus slechts twee alternatieve verklaringen over: spontane materialistische evolutie en goddelijke speciale schepping. Zolang het ene – evolutie – doorgaat zonder succes op de cruciale punten, blijft het alternatief – schepping – een wetenschappelijk aanvaardbare optie.

Het negatieve karakter van de logica die we hebben geschetst, is door evolutionisten aangehaald in hun zaak tegen de schepping.  “Al jullie bewijs voor de schepping is slechts bewijs dat wordt aangehaald tegen evolutie”, zeggen ze; “Het is gewoon een ‘God van de gaten’[ii] argument.”  Dit is waar, per definitie, zoals we hierboven hebben laten zien. Niettemin is de logica sluitend – totdat ze een evolutietheorie bedenken die echt werkt.

Maar ons argument hoeft in werkelijkheid niet uitsluitend negatief te zijn. Het totaal van menselijke ervaring en observatie gedurende duizenden jaren is, dat complexe ontwerpen altijd ontstaan uit intelligente, doelgerichte denkwijzen. Nooit hebben mensen waargenomen dat een complex ontwerp voortkomt uit een niet-intelligente bron. In het geval van een organisme dat voortkomt uit een bevruchte eicel, geloven evolutionisten dat de ontwerpinformatie voor het organisme allemaal zit in de DNA-moleculen van de cel, genen genaamd. Dus waar komt die ontwerpinformatie vandaan? Waarom zouden we, als er geen bewijs is, aannemen dat de ontwerpinformatie in een ei geen intelligente geest als bron had? Waarom inderdaad? Is de beslissing om dit te doen niet grotendeels gebaseerd op iemands geloof? Ja, het is de keuze om in God de Schepper te geloven of God uit te sluiten van iemands kijk op de wereld. In het licht van de hierboven aangehaalde universele ervaring van het menselijk ras, stellen we echter dat het rationeler is om te geloven in een geschapen dan in een geëvolueerde wereld. En het lijdt geen twijfel dat geloof in een doelbewust ontworpen en geschapen wereld een gelukkiger, emotioneel bevredigender geloof is.

We moeten nog een tactiek noemen tegen de logica die we hebben uitgelegd. Men kan ontkennen, dat evolutie en schepping de enige twee alternatieven zijn. Mogelijk zijn er meer dan twee alternatieven. Ons antwoord hierop is: “Zijn die er? Vertel ons alstublieft wat die zouden kunnen zijn.“ Omdat we niet alles weten, is er wellicht een derde mogelijkheid. Maar totdat die verschijnt, blijft onze logica onweerlegbaar.

Goddelijke speciale schepping is nog steeds een wetenschappelijk geldige verklaring voor de oorsprong van het leven en voor alle soorten levende wezens die op aarde bestaan of  in het verleden hebben bestaan. Dit is een geloof, maar het is een rationeel geloof. En het is, naar onze mening, het betere geloof om te behouden, in dit moderne tijdperk van wetenschap en technologie, inderdaad, in elk tijdperk. We moeten het met vertrouwen en vreugde verkondigen (Psalm 100: 1-4).

 Matt Costella 

— Dr. Robert Kofahl (1924-2009). Reproduced from Foundation magazine, Issue 1, 2018.
Het artikel is met toestemming overgenomen van de Fundamental Evangelistic Association

[i] Een scheppingsmechanisme dat het niet-stoffelijke, dus ook God, uitsluit.

[ii] zie https://nl.wikipedia.org/wiki/God_van_de_gaten

Oer-koran en koran
Het Arabische woord “koran” betekent zoiets als “lezen, reciteren” en bedoelt de presentatie van een tekst in een verheven, artistieke taal, dwz. in een soort “gezang”. Onder “oer-koran”  verstaan moslims ​​meestal de “hemelse koran” (de “moeder van de schrift” volgens soera 3:7 en 43:4 of de “welbewaarde schrift” volgens 56:78f.). De algemene overtuiging is dat Allah zijn woorden in het Arabisch heeft neergezet in een hemelse oer-koran en dat hij de engel Gabriël de opdracht heeft gegeven om deze woorden in kleine en grote delen aan Mohammed reciterend “voor te dragen”. Mohammed noteerde deze woorden zorgvuldig en reciteerde ze op zijn beurt aan zijn volgelingen. Zij hadden de woorden uit het hoofd geleerd en begonnen geleidelijk ze op te schrijven en na de dood van Mohammed tot een boek samen te stellen.

Deze leerstelling is opmerkelijk. Blijkbaar kon Mohammed zich  moeilijk voorstellen, dat Allah rechtstreeks tot een persoon zou spreken. Want dat zou immers betekenen, dat Allah in menselijke taal spreekt. Maar dat zou de leerstelling van de absolute “uniciteit” van Allah in twijfel trekken. Hier wordt een essentieel verschil met het bijbelse getuigenis duidelijk. God is “één”, maar Hij zoekt op vele wijzen gemeenschap met ons mensen (vgl. Hebreeën 1: 1v.). Het mysterie van de Drie-enige God licht hier op.

Hoewel het waarschijnlijk een probleem voor Mohammed was, dat ze geen “heilige geschriften” in het Arabisch hadden, deden hij en zijn volgelingen geen moeite om de hemelse woorden onmiddellijk op te schrijven, zodat met de dood van Mohammed de koran als een boek “af” zou zijn geweest. Integendeel, de mondelinge recitatie van de koran bleef belangrijker in de islam dan het geschreven boek. Veel moslims leerden – en leren –  de hele koran uit hun hoofd en zeggen deze op een kunstzinnige manier op. In Israël en in de gemeente van Jezus Christus was het vanaf  het begin anders. Mozes schreef de van God ontvangen woorden  in een boek, het “boek van het verbond” (Exodus 24: 4 en 7). Mozes zou ook de wonderen tijdens de omzwervingen in de woestijn in een boek moeten schrijven (Exodus 17:14). Door het geschreven woord werd Israël altijd weer herinnerd aan zijn God, Zijn wonderen, Zijn verbondsbeloften en aan Zijn verbondseisen.

Tenslotte valt op, dat de koran geen inhoudelijke noch chronologische volgorde heeft. Volgens de overlevering ontving Mohammed de hemelse woorden tussen 610 en 632 n. Chr. Uit veel koranwoorden kunnen verwijzingen naar het leven van Mohammed worden gezien. Het zou te verwachten zijn, dat de volgelingen van Mohammed de koranwoorden uit het hoofd zouden leren in de volgorde waarin hij ze voor hen “reciteerde” en ze vervolgens in die volgorde zouden opschrijven. Maar dat is niet gebeurd. Een tijdgebonden volgorde is niet herkenbaar. Over de redenen kan gespeculeerd worden, maar ik denk dat het belangrijk is op te merken dat dit in het Oude Testament anders is. De 39 boeken van de “Hebreeuwse Bijbel” zijn gewoonlijk of historisch of inhoudelijk gestructureerd. Er zijn enkele uitzonderingen in de profetische boeken of de psalmen. En ook  met de rangschikking van de boeken in de “canon” – hoe verschillend die ook mag zijn – werd de nadruk gelegd op de historische en inhoudelijke rangschikking. Hier wordt duidelijk dat Israël een heel ander begrip van geschiedenis en goddelijke orde ontwikkelde dan de islam.

De vroege en de late koran
Volgens de overlevering ontving Mohammed de koranwoorden tussen 610 en 622 na Christus in zijn geboorteplaats Mekka en tussen 622 en 632 in zijn toevluchtsoord Medina. In sommige edities van de koran staat boven elk van de 114 secties of delen (soera’s) welke verzen vanuit de hemel “neerkwamen” op Mohammed in Mekka en welke in Medina. Dit maakt duidelijk dat de Mekka-teksten niet in de eerste helft staan ​​en de Medina-teksten in de tweede helft, maar door elkaar. Bovendien staan ​​de lange soera’s, die meestal uit de Medina-periode komen, vooraan in de koran en de kortere Mekka-soera’s aan het einde. De vroege en late koranpassages vertonen grote verschillen. De vroege teksten zijn poëtisch en krachtig en hebben een religieuze inhoud: dankbaarheid jegens Allah, de komst van zijn oordeelsdag, kritiek op afgoderij en de eis om alleen Allah te vereren. De late teksten zijn vaak lang, gaan over wettelijke bepalingen, vertellen over oorlogen en roepen op tot een strijd tegen de vijanden van de moslims.

 Aangezien de vroege en late teksten zeer verschillende situaties in het leven van Mohammed weerspiegelen, is het niet verwonderlijk dat er meerdere inhoudelijke spanningen zijn in de voorschriften die in acht moeten worden genomen. Dat riep natuurlijk sommige vragen op. Is het vroege of het late van toepassing? Juridische geleerden gaan er meestal van uit, dat vroege voorschriften voorlopig golden en dat de latere voorschriften bindend zijn. Conservatieve moslims benadrukken dat de koran van Medina de laatste, eeuwige koran is. Liberale moslims zien de dingen tegenwoordig vaak anders. Voor hen is de religieuze islam van Mekka de ware en voor altijd geldige islam, terwijl de politieke en militante islam van Medina tijdelijk was. Tot op zekere hoogte kennen we als christenen het probleem in de relatie tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Veel geboden die voor Israël golden, zijn niet langer relevant voor ons. Voor ons geloof in God heeft het Oude Testament echter blijvende betekenis. We begrijpen het echter vanuit het standpunt van de Heere Jezus. Terwijl de vroege, vreedzame islam werd vervangen door de militante islam, zijn voor ons de oorlogszuchtige teksten van het oude verbond vervangen door de boodschap van verzoening van het evangelie!

De verenigde koran
Deskundige  moslims moeten toegeven, dat er nooit een woord voor woord exacte koran is geweest. Want de huidige Arabische vertaling en in veel vertalingen (moslims spreken van “transmissies”) van de wereldwijd verspreide koran, werd in zijn exacte bewoordingen pas ongeveer honderd jaar geleden vastgelegd, toen die voor het eerst werd gedrukt. Tot dan toe was de koran in verschillende “lezingen” in omloop. Dit hangt ook samen met een eigenaardigheid van het Arabische schrift. Daarin worden de korte klinkers meestal niet geschreven, maar toegevoegd bij het lezen van een tekst. Daarom werden de geschreven “korans”, die in grote moskeeën en onderwijsinstellingen werden bewaard, aanvankelijk alleen geschreven met medeklinkers en lange klinkers. De korte werden toegevoegd tijdens het reciteren en er waren verschillende “vocalisatie” (= opties). In de Middeleeuwen waren moslimgeleerden het erover eens, dat de koran bij het reciteren slechts op zeven verschillende manieren mag worden uitgesproken. Dat was een belangrijke beperking en definiëring, maar er werd in ieder geval openlijk toegegeven, dat er geen uniforme formulering van de koran is. Vanwege de verschillende vocalisaties kunnen de recitaties een verschillende

betekenis krijgen. Toen de koran voor het eerst werd gedrukt, moest men beslissen over een bepaalde vocalisatie en dus ook over de definitie van de inhoud. De korte klinkers werden gemarkeerd met extra tekens in de afdruk.

De eenwording gebeurde niet alleen voor de gesproken tekst, maar ook voor de medeklinkertekst. De islamitische bronnen – en alleen deze zijn beschikbaar over dit onderwerp – praten er heel open over. Ze melden, dat de eerste kalief, Abu Bakr, een moslim die veel koranwoorden uit zijn hoofd kende, de opdracht had gegeven om de door Mohammed verkondigde inhoud schriftelijk vast te leggen. In die tijd kon hij dit alleen doen met lettertekens voor medeklinkers en lange klinkers en had hij ook het probleem dat voor sommige medeklinkers één en hetzelfde letterteken werd gebruikt. Deze tekst kon dus alleen een “leeshulp” zijn voor mensen die de tekst uit hun hoofd kenden. Anders was het misleidend en vatbaar voor verschillende “lezingen”. Een open vraag bleef waarom deze man, Zaid, de overgeleverde recitaties niet naar tijd of inhoud rangschikte. Het grootste probleem was echter, dat hij niet de enige was die een geschreven koran samenstelde. Er waren anderen die dat uit eigen beweging deden en hun korangeschriften verschilden in tekst van die van Zaid. Dit leidde tot verschillende interpretaties die politieke consequenties konden hebben. Daarom zou de derde kalief, Osman (Uthmân), bevolen hebben alle “korans” behalve die van Zaid te vernietigen. De koran van Zaid werd uitgeroepen tot door de staat erkende koran, maar de islamitische bronnen gaven alle afwijkingen van de koran van Zaid door. In de uitgebreide moslimcommentaren op de koran worden deze ‘varianten’ geciteerd en besproken.

Strikt genomen is er geen aardse “Oer-koran”, tenzij men de door de staat verordende tekst van Zaid als zodanig beschouwt. De korantekst heeft een lange geschiedenis van standaardisatie, waardoor veel vragen open blijven. Een zwak punt is de “wanorde” van de aardse koran. Zou de “hemelse koran” ook zo ongeorganiseerd zijn? En hoe zit het met de vele toespelingen in de koran op het leven van Mohammed, zelfs op beschamende episodes ervan? Moet de hemelse koran zo’n  ‘seculier’ boek zijn?

Koran en het Oude Testament
Het is vrij zeker dat Mohammed alleen zijn moedertaal, het Arabisch, kende. Het is ook vrij zeker dat er geen vertaling was van het Oude Testament in het door Mohammed gesproken Mekka-Arabisch. Vanwaar kreeg Mohammed dan zijn kennis van oudtestamentische verhalen? De toespelingen in de koran erop vertonen overeenkomsten met de talmoed, de Joodse onderwijstraditie. We kunnen er van uit gaan dat de Joden, die in Arabië woonden en goed thuis waren in het Arabisch, in gesprek met Mohammed hem veel dingen vertelden die ze wisten van de Joodse onderwijstraditie. Dit week echter aanzienlijk af van het Oude Testament. De vertaling van het Aramees in het Arabisch heeft mogelijk nog meer vertekeningen gemaakt. En tenslotte paste Mohammed de inhoud die hij had gehoord in zijn beperkte denkkader aan. Het is geen wonder dat hij een aantal dingen verkeerd begrepen heeft. De koran laat zien, dat Mohammed vooral onderwerpen gehoord heeft uit de Bijbelse historie (Adam en Eva, Noach), uit de Bijbelse geschiedenis van de vaderen (Abraham, Ismaël, Isaak, Jacob, Jozef) en uit de geschiedenis van Mozes. Grote delen van het Oude Testament komen niet voor in de koran. Waarom werden de bijbelverhalen belangrijk voor Mohammed? In Mekka werd Mohammed blootgesteld aan veel vijandigheid van zijn heidense landgenoten. Zijn religieuze vernieuwingswerk stond op het punt te mislukken. In deze situatie zocht Mohammed hulp bij Joden en christenen in zijn omgeving. Hij begreep, dat God zijn profeten en boodschappers, Noach, Abraham, Mozes en de Heere Jezus, weliswaar aan enkele geduldsbeproevingen onderwierp, maar dat God ze uiteindelijk altijd hielp te slagen. Bij Jezus is Mohammeds herinterpretatie bijzonder ernstig. Volgens de koran wilden de Joden Jezus doden, maar ze hadden het mis en het leek alleen maar dat ze Jezus hadden gedood. In plaats daarvan nam Allah Jezus tot zich (vgl. soera 4:57 e.v.). Uit deze “succesverhalen” concludeerde Mohammed, dat Allah hem uiteindelijk ook de doorbraak naar succes zou geven. De op deze manier begrepen “bijbelse” geschiedenissen werden een troost voor Mohammed en daarom nam hij ze, in geïslamiseerde vorm, op in zijn prediking.

Bijbel en koran – de vraag naar de waarheid
Sommige christelijke theologen proberen tegenwoordig de prediking van de bijbel en de koran als ‘elkaar aanvullende boodschappen’ onder één noemer en met elkaar in overeenstemming te brengen. Dit is alleen mogelijk als beide boeken worden “geontmythologiseerd” en gereduceerd tot algemene waarheden over een fictieve menselijke “God/Allah”. Daarmee wordt noch de bijbel, noch de koran echter serieus genomen in hun echte uitspraken. Wie de bijbel en de koran laat, zoals ze het bedoelen, zal moeten concluderen dat, ondanks enkele, meestal schijnbare overeenkomsten, in essentie tegengestelde boodschappen prediken. Als de Bijbel Gods geopenbaarde Woord is, dan kan God, de God van Israël en de Vader van Jezus Christus, niet in de koran spreken.

Dit verschil wordt het duidelijkst in het bijbelse getuigenis van God en de koran- uitspraken van Allah. De Bijbel getuigt van de getrouwe God van het verbond, op wiens beloften kan worden vertrouwd en die Zijn beloften vervuld in de komst van de Messias. Aan de andere kant verkondigt de koran Allah als een absoluut vrije en uiteindelijk willekeurige macht. De Bijbel getuigt van God als de persoonlijke God die, in zijn Zoon Jezus Christus reddend tot de mensheid komt en door Zijn Heilige Geest de harten van mensen beweegt. De Koran daarentegen spreekt van Allah als de absolute ene en in zichzelf enige, die geen contact heeft met mensen en uiteindelijk de onbekende blijft. De Bijbel getuigt van God als van de barmhartige Vader, wiens vergeving in het nieuwe verbond door het zoenoffer van zijn eniggeboren Zoon, Jezus Christus, geschonken is en daarom zekerheid geeft. De Koran spreekt over Allah’s barmhartigheid als zijn vrijgevigheid bij het schenken van aardse goederen, het onthullen van een weg naar verlossing en het vergeven van bepaalde zonden als de mens  als moslim daarmee worstelt, maar alles blijft onder voorbehoud “als Allah het wil”, dus vaag en onzeker.

In het licht van het bijbelse Woord moet daarom Mohammeds openbaringsaanspraak worden afgewezen. Achter Mohammeds verkondiging moeten andere machten staan. Met het oog op de polemiek van de koran tegen de Drie-eenheid van God en tegen de gekruisigde Zoon van God, gezien alle verdraaiingen, vervormingen en inperkingen van centrale Bijbelse waarheden, kan achter Mohammed en de koran alleen de “aloude vijand” en “diabolos” staan, de verleider en misleider van de mensen, die er belang bij heeft mensen weg te houden van de enige God, de Vader, Zoon en Heilige Geest en zijn heilswerk. Het bestuderen van de koran kan christenen er alleen toe bewegen moslims uit te nodigen de Bijbel te lezen en Gods aanbod van verlossing in Jezus Christus te aanvaarden.

Eberhard Tröger

 

Bron: www.efg-hohenstaufenstr.de

Voor de soerateksten is de koranvertaling van Kramer gebruikt (bewerkt door Jaber en Jansen).

 

Moslims eisen, dat de uitnodiging voor ritueel gebed ook in Europese landen  via de luidspreker moet klinken. Gaat het daarbij om een ​​”stukje thuis” in het buitenland, om gelijke behandeling met de christelijke kerken wat betreft het luiden van klokken of meer?

  1. Het moslimgebed (Arabisch: salaat) heeft weinig gemeen met de christelijke gebedsopvatting. Het is eerder een – zo openbaar mogelijke – demonstratie van onderwerping aan Allah (god zoals moslims die begrijpen) en zijn wil. Volgens de traditionele opvatting is de biddende gemeenschap ook altijd een politieke gemeenschap. Sociopolitieke kwesties en oproepen kunnen daarom gecombineerd worden met gebed, vooral tijdens het hoofdgebed op vrijdag.
  2. De oproep tot gebed (Arabisch: adhaan) behoort volgens de algemene moslimvisie tot de godsdienst. In de moderne wereld heeft het echter geen zin meer om de oproep tot gebed buiten de moskee te laten klinken, omdat normaal gesproken iedereen een horloge draagt ​​en de moslimgebedstijden op tijd zijn vastgesteld. Voor conservatieve moslims is de oproep tot gebed meer dan alleen een uitnodiging tot gebed. Het is een openlijke belijdenis van de islam en zijn superioriteit. Omdat gebed een sociale dimensie heeft, geldt dit ook voor de oproep tot gebed..
  3. Dit wordt duidelijk uit de inhoud van de islamitische oproep tot gebed: het begint met een herhaalde “Allahu Akbar”, d.w.z. “Allah is de grootste”. Dit benadrukt Allahs claim (in de islamitische opvatting) over de samenleving: De samenleving moet zich onderwerpen aan Allahs geboden! Dit wordt onderstreept door het credo, ook geciteerd in de oproep tot gebed: “Er is geen god buiten Allah en Mohammed is de boodschapper van god”. De oproep tot gebed moet in het Arabisch worden gesproken, daarom verstaan bijv. Duitsers het niet en kunnen ze het als “exotisch en interessant” beschouwen. Maar het is een openbare belijdenis aan Allah (god in de islamitische zin) en drukt daarmee een aanspraak uit op macht om Allahs wil in de samenleving af te dwingen. De oproep tot gebed is daarom niet eenvoudig  “religieus” (in de moderne, westerse opvatting), maar heeft een politieke component.
  4. De oproep tot gebed bekritiseert indirect – maar zeer bewust voor moslims – het christelijk geloof in de Drie-eenheid van God en in het Gods Zoon zijn van Jezus Christus. Het “Er is geen Allah dan Allah” is een openbare kritiek op de christelijke belijdenis van de “Drie-eenheid van God”. De verkondiging van Mohammed als een boodschapper van god die na Christus leefde, degradeert Jezus Christus publiekelijk tot een “Boodschapper onder velen” en voorloper van Mohammed en loochent Hem als de eindtijd-Christus en Verlosser, zoals hij door christenen beleden wordt. De islamitische oproep tot gebed is dus een ​​openbare belediging voor gelovige christenen. 
  5. Men kan tegenwerpen, dat in een multireligieuze samenleving elke burger de openbare demonstratie van een ander geloof moet tolereren. Er zijn echter grenzen aan gesteld, zoals het “Crucifix-arrest” van het Bundesverfassungsgericht (federaal constitutioneel hof) duidelijk heeft gemaakt. De seculiere staat is grondwettelijk gebaseerd op de scheiding van staat en religieuze overtuigingen. Weliswaar heeft de staat de taak om de beoefening van religie binnen een bepaald ‘kader’ te garanderen, maar zodra religies publieke macht claimen en publiekelijk de overtuigingen van andere burgers in twijfel trekken, wordt het problematisch, omdat daarmee de vrijheid van aanhangers van andere overtuigingen aantast.
  6. Er is een wezenlijk verschil tussen de openbare presentatie van het christelijke en van het moslimgeloof. Als christenen tijdens een goedgekeurde demonstratie op posters belijden dat “Jezus de Heere is”, is dit niet gekoppeld aan enige politieke claim. Christelijke symbolen zoals het kruis hebben ook geen publieke claim. Het klokken luiden heeft geen enkele inhoudelijke boodschap, maar herinnert aan God en nodigt uit tot de kerkdienst. In de traditionele islamitische opvatting omvat de islamitische eredienst en de uitnodiging daartoe echter altijd het recht om de openbare orde te veranderen.
  7. De oproep tot gebed via luidsprekers is een moderne gewoonte die pas mogelijk is geworden dankzij moderne technologie. Het heeft ook weinig zin in overwegend islamitische landen, behalve misschien op het platteland waar de boer in het veld geen horloge draagt. Oproep via de luidspreker is uiteindelijk een openbare demonstratie van het islamitische geloof en maakt deel uit van de islamitische proclamatie (“oproep” tot de islam en daarmee tot de islamitische orde).
  8. De moslimoproep tot gebed via de luidspreker is duidelijk niet opbouwend voor een islamitische eredienst en zou daarom geen staatssteun moeten krijgen. Het is duidelijk een middel voor islamitische propaganda die, ondanks alle tolerantie, verder gaat dan redelijk is. In een Duitse stad waar moslims in de minderheid zijn en er misschien een paar verspreide moskeeën zijn, heeft het geen zin om via de luidspreker op te roepen tot gebed, aangezien niet alle moslims het zouden kunnen horen. Ook het luiden van klokken dient tegenwoordig niet meer het oorspronkelijke doel, aangezien iedereen een horloge heeft en weet wanneer hij naar de kerk moet. Slechts weinig mensen laten zich door de klokken tot een persoonlijk gebed oproepen. Sirenes hebben ook de klokken vervangen als signalen bij gevaar (brand, etc.). Het luiden van klokken is een overblijfsel van een christelijke cultuur. Gezien de toenemende teruggang van dit gebruik, heeft het geen zin om een ​​nieuw type geluidsoverlast te introduceren in de vorm van oproepen tot gebed via luidsprekers. Er moet ook worden opgemerkt, dat vrijwel alle recente christelijke gemeenschappen afzien van klokken.
  9. Volgens de conservatieve moslimvisie mogen christenen niet publiekelijk met klokken mensen uitnodigen voor kerkdiensten of nieuwe kerken bouwen in islamitische landen. In de loop van de geschiedenis is het luiden van klokken door de heersers al lang verboden in landen, die ooit volledig christelijk waren (zoals Egypte). Pas onder invloed van de koloniale machten herwonnen christenen meer vrijheden, die tegenwoordig echter geleidelijk worden beperkt. In Saoedi-Arabië is het zelfs ten strengste verboden om christelijke gebedsruimten in te richten. Hoewel deze situatie geen reden is om moslims in Duitsland te weigeren hun geloof te belijden, komt het gepraat over ‘islamitische tolerantie’ tegen deze achtergrond in een ander licht te staan. Ook de bewering dat moslims in Duitsland geloof en politiek van elkaar zouden scheiden, is evenmin geloofwaardig. Dit geldt misschien voor veel vrome moslims, maar niet voor de islam zelf, waarin geloof en openbare orde fundamenteel met elkaar verbonden zijn.

Eberhard Tröger

 

 

Geloofsrichtingen in de islam

Slechts twee stromingen zijn algemeen bekend: de sjiieten, die voornamelijk in Iran wonen, en de soennieten, die de meerderheid van de moslims vormen. Maar er zijn verschillende andere grote afsplitsingen.
De belangrijkste thema’s van de verdeeldheid binnen de islam waren:

  • Is de koran geschapen of gemaakt?
  • Kwalificatie van de gemeenschapsleider voor zijn ambt volgens Mohammed.
  • Is directe afstamming van Mohammed vereist?
  • Is het leven volledig voorbestemd of is er een vrije wil van de mens voor Allah?

1. Châridjiten
“Afgescheidenen”, ook wel bekend als Ibâditen. ontstaan  in  657 uit protest tegen Ali, die een goddelijke beslissing voorlegt aan een menselijk arbitragetribunaal. Ali versloeg zijn vijanden die zich hadden verzameld rond Mohammeds weduwe Aisha, maar stemde in met een aanbod tot schikking van de gouverneur van Syrië, Mu’awiyah . Zijn interne partijtegenstanders profiteerden van deze zwakte in hun voordeel. Ze vermoordden Ali in 661.

De leer:
Alleen absolute zuiverheid telt voor Allah. De leider van de gelovigen moet die tonen. Allah bevestigt dit door middel van gezag en succes. Alle andere aspecten doen er niet toe. Er is geen geloof zonder werken. De hoofden van de gemeenschap moeten de “beste moslim” zoeken en de zondaars buitensluiten.

2. Soennieten
De overgrote meerderheid van moslims over de hele wereld. De basis van het geloof is naast de koran, de leiding die wordt gegeven door de profeet Mohammed, zoals die wordt overgeleverd in de hadith. Daarbij komt de consensus van de gemeenschap. Ze hechten veel belang aan de politieke stabiliteit in de staat en de uitvoerbaarheid van de wet. Ze vereisen geen speciale deugden of bijzondere  morele kwaliteiten van een kalief. De kalief moet afkomstig zijn uit de stam van Mohammed en in staat zijn de gemeenschap te leiden volgens de wet en gerechtigheid..

3. Hanbalieten
of traditionalisten. De koran en de hadith zijn de enige betrouwbare bronnen van geloof en religieuze praktijk. Elke afwijking van deze norm wordt veroordeeld als innovatie (bid`a) en ketterij. Ook het gebruik van het verstand in geschillen met moslims en niet-moslims wordt als onbetrouwbaar afgewezen

4. Moetazieten
Zij beschouwen  zichzelf als verdedigers van het geloof met rationalistische argumenten.
Leerstellingen:

  • Allah is niet toegankelijk voor het menselijk verstand en kan daarom  niet worden beschreven met menselijke taal. De koran is dus geen eeuwig, ongeschapen woord, maar een geschapen  medium van goddelijke openbaring en de bekendmaking van de goddelijke wil.
  • De mens heeft een vrije wil, die hij te danken heeft aan de almachtige creatieve wil van Allah. Daardoor is de mens aansprakelijk voor zijn zonden.
  • De gelovige die een ernstige zonde begaat, wordt geen ongelovige. Maar hij wordt in het eeuwige vuur geworpen, waarbij zijn straf minder is dan die van ongelovigen.
  • Elke gelovige heeft de plicht om te bevelen wat juist is en te verbieden wat verwerpelijk is.

5. Asharieten
Zij verzetten zich tegen het blinde geloof van de traditionalisten en het onbeperkte gebruik van de rede door de moetazieten. Pleiten voor een gematigd, goed gefundeerd en redelijk ondersteund traditionalisme. Leerstellingen moeten wel gebaseerd zijn op de koran en hadith, maar de hadith moet onderworpen zijn aan de controle van de rede. Als je te maken hebt met mensen met een verschillende geloofsovertuiging, is het belangrijk om de tegenstander te overtuigen en je eigen argumentatie op een logisch foutloze manier op te bouwen. Dat is al eeuwenlang de dominante leerstelling.

6. Wahabieten
Een vernieuwingsbeweging opgericht door Abdul-Wahhâb (1703-1787), die zichzelf ten doel stelde de oude islam en haar culturele omstandigheden van die tijd te herstellen. De islam moet worden gezuiverd van alle toevoegingen en uitbreidingen. Deze hervormingsbeweging voerde haar programma ook uit door middel van geweld.

Vijf kenmerken van het wahabisme:

  • radicale afwijzing van alle menselijke aanbidding;
  • afwijzing van de heiligencultus en nadruk op de eenheid van Allah;
  • de afschaffing van de rozenkrans (99 kralen, één voor elke naam van Allah) en het weglaten van de versiering van moskeeën;
  • erkenning van de koran en hadith als de enige bron van openbaring en de eis van een letterlijke uitleg van de koran, wat elke allegorische interpretatie tot misbruik maakt.

Ibn Saud heeft het huidige Saoedi-Arabië opgebouwd volgens de principes van de Wahabieten. De meeste islamitische faculteiten onderwijzen volgens deze principes.

7. Alieten of Sjiieten
De aanhangers van de “familie” van de profeet stonden op na Ali’s moord in 661. De op één na grootste groep in de islamitische wereld, die tegenwoordig de aandacht op zichzelf vestigt door radicalisme en bereidheid om geweld te gebruiken, dat zich ook verspreidt naar andere islamitische groepen. Maar ze tonen echter ook een toegankelijkheid ten opzichte van buitenlandse ideeën, vandaar de neiging van sommige groepen tot syncretisme.

Onderwijs:
Allah heeft het charisma van de leiding voor eens en altijd gegeven aan de nakomelingen van Mohammed. Het belangrijkste is echter de religieuze leidersrol van de gezamenlijke gemeenschapsleiders, de imams. Zij zijn Ali’s opvolger in zijn ambt en in zijn religieuze kennis dankzij een speciale inwijding door Mohammed en dankzij een speciale verlichting van Allah. Ze worden een bijna onfeilbare autoriteit en krijgen zelfs zondeloosheid. Duidelijk in Iran is dat met Ayathollah Khomeini.
Ze leven in de verwachting dat aan het einde der tijden de verborgen imam het koninkrijk van Allah  zal komen vestigen. Het idee van de Mahdi is één van de diepgewortelde eschatologische verwachtingen van de islam, vooral van de sjiieten. Door deze verwachting ontstond de Mahdi-opstand in Soedan door Mohammed Ahmed 1881-1898 tegen de Egyptische regering en de Engelse koloniale macht

8. Zaydieten
Erkennen slechts vijf legitieme imans. De laatste, Zayd, stierf in 739. Pleiten voor de keuze van een legitieme imam, die echter van de afstammelingen van Ali moet komen. Stond leerstellig dicht bij de soennieten.

9. Imamieten
Erkennen twaalf imans als legitiem en worden daarom “twaalvers” genoemd. De laatste iman zou sinds 940 in het geheim hebben geleefd. Ze vormen de belangrijkste groep onder de sjiieten.

  • Ismaëlieten
    Ze erkennen slechts zeven imans, van wie de laatste, Ismaïl, stierf in 760. Ze benadrukken de innerlijke verlichting van de spirituele gids, die hem goddelijk gezag en onfeilbaarheid verleent.
  • Nusayrî of Alawieten
    Ze lijken een goddelijke cultus aan Ali te wijden. Hun leer is een mengeling van islamitische, christelijke, gnostische en oude oosterse elementen.
  • Drusen
    Ze lijken de kalief Hâkim, die op mysterieuze wijze verdween, te vergoddelijken . Hun geheime leer is slechts bij enkele ingewijden bekend. Ze geloven in de wederkomst van de verdwenen Hâkim en in zielsverhuizing.
  • Babisme
    Deze stroming werd opgericht door de Iraanse Ali Muhammad Shîrâzî (1818-50) die beweerde de poort (Bâb) te zijn naar nieuwe religieuze inzichten in de goddelijke waarheid.
  • Bahai-geloof
    De stroming is door de Iraanse Mîrzâ Husayn (1817-1892) bedacht, die Bahâ`Allah (Glorie van Allah) wordt genoemd. Deze syncretistische religie heeft missiecentra over de hele wereld.
  • Alevieten
    Deze denkrichting moet niet verward worden met de Alawieten. De focus van de leerstelling is de dweepzieke verering van Ali, de neef en schoonzoon van Mohammed. De aanhangers gaan uit van de spirituele interpretatie van de koran en hadith en wijzen de vijf pijlers van de soennitische islam af. Ze hebben geen moskeeën en verzamelen zich in privéhuizen. Vrouwen nemen gelijkelijk deel. Alevieten zijn de op één na grootste religieuze gemeenschap in Turkije.

 

Bron: http://www.dierssen.homepage.t-online.de/islam.htm

 

Strijd om identiteit

Christelijk onderwijs is niet vanzelfsprekend, net als christen zijn niet vanzelfsprekend is. In Romeinen 12:2 staat (NBG): ‘En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene’. Als christenen is onze identiteit geworteld in God. Het woord ‘identiteit’ is net als het woord ‘idem’ afgeleid van het woord ‘hetzelfde’. Identiteit is je evenbeeld. Datgene dat jou kenmerkt als persoon of als organisatie. In dit artikel wil ik u en jou graag prikkelen. De christelijke identiteit van scholen is namelijk niet vanzelfsprekend. En we hebben wellicht meer invloed op identiteitsaspecten dan we wel eens denken. Ik wil graag laten zien hoe we heel concreet de christelijke identiteit van onze scholen kunnen versterken. Ik ben in mijn dagelijks leven manager bedrijfsvoering bij Stichting 3xM en raadslid voor de ChristenUnie in Ermelo. Daarmee verraad ik, dat ik behoefte heb aan structuur en overzicht. En daarmee wil ik u graag dienen. Ik zie vier elementen rond de identiteit van christelijk onderwijs die ik wil bekijken en uitwerken.

Structuur.
De structuur van het christelijk onderwijs heeft grote invloed op de identiteit. De tijd dat kleinschalige lagere scholen zelfstandig konden voortbestaan, ligt grotendeels achter ons. Die scholen zijn vaak diep verankerd in de lokale gemeenschap. Er is duidelijkheid over waar de school voor staat, welke koers gevolgd wordt en waar nodig wordt de school met vereende krachten overeind gehouden. Heel anders is het met een school die onderdeel is geworden van een (vaak plaats overstijgende) onderwijskoepel. De koepel staat vaak wat verder af van de belevingswereld van mensen. Er is minder zicht op de koepeldoelstellingen. En er spelen vaak andere belangen. Ik heb als GMR-lid in Noord-Holland meegemaakt dat de koepel van PC-scholen samenwerking aanging met vrije scholen en een rooms-katholieke koepel. Dat soort bewegingen zouden plaatselijk minder snel worden gemaakt. Het besturen van een koepelorganisatie vraagt andere – vaak academische – vaardigheden en trekt dus een ander type bestuurders aan die soms meer bedrijfsmatig naar het voortbestaan van de bij hun koepel behorende scholen kijken. Binnen een bovenplaatselijke koepel speelt ook het punt dat het ene dorp, de ene school, christelijker is dan de andere. Dat verschil vertaalt zich door naar de strategische beleidsstukken en jaarplannen van de koepel. De verleiding is groot om wat vagere terminologie te hanteren om iedereen binnen boord te houden.

Graag wil ik drie voorbeelden geven van vagere terminologie. Jaren geleden was ik lid van de schoolraad in Andijk. Deze raad had als doel om de christelijke identiteit van het onderwijs op de twee PC-scholen in Andijk te waarborgen. In gesprek met een onderwijs-directeur uit een ander dorp kwam het gesprek op de christelijke identiteit. Hij betoogde,  dat de Bijbelse grondslag voor hem vertrekpunt was. Bij doorvragen gaf hij aan, dat de Bijbel een set van waardevolle normen en waarden in zich had voor de school. Hij wilde de Bijbel niet zien als ijkpunt waar je je dagelijks aan toetst. Het is maar goed dat ik erop door vroeg, anders was ik er vanuit gegaan dat we hetzelfde bedoelden. Het tweede voorbeeld kwam op in een gesprek met een andere onderwijs-directeur. Hij maakte

Medion DIGITAL CAMERA

verschil tussen de enge en de brede identiteit. De enge identiteit is de Bijbel, Gods Woord. De brede identiteit zijn de normen en waarden die aan Gods Woord ontleend kunnen worden. Zo op het eerste gezicht een prima model. Ik ging er aanvankelijk vanuit dat de brede identiteit gebaseerd zou zijn op de enge identiteit. Dus de Bijbel als basis en daarop de brede identiteit bouwen en uitbouwen. Maar bij doorvragen bleek, dat hij bedoelde dat de enge identiteit onderdeel kan zijn van de brede identiteit. Maar dat dat niet zo hoeft te zijn, als een school dat niet wil. De enge identiteit is dus onderdeel van een keuzepalet wat hem betreft. We kregen bijna slaande ruzie. Een laatste voorbeeld kwam op tijdens een overleg met enkele andere schoolraden uit de omgeving. In Andijk hamerde ik erop, dat de schoolraad primair de christelijke identiteit diende te toetsen. Daarnaast kon gevraagd en ongevraagd advies worden gegeven aan de schooldirecties. Maar bij één van de collega schoolraden was de papieren werkelijkheid weliswaar de toetsing van de christelijke identiteit, maar was de raad in de praktijk enkel een adviesorgaan geworden. Een denktank met een belijdende moslim-ouder als voorzitter.

Cultuur.
De cultuur van een school heeft te maken met de manier waarop binnen de school met elkaar om gegaan wordt. Stichting Kopwerk, de koepel van PC-scholen in Noord-Holland, noemt de schoolkinderen unieke schepselen van God. In de uitwerking staan christelijke normen en waarden als verantwoordelijkheid, openheid, zorg voor jezelf en elkaar, geborgenheid en dienstbaarheid. De uitgangspunten die door Stichting Kopwerk steeds weer benadrukt worden zijn: ‘Ieder kind mag er zijn. Ieder kind is waardevol en uniek. Het individu kan niet zonder samen. Dit zijn drie uitgangspunten die in onze organisatie steeds weer bovenkomen. Ze vinden hun oorsprong in de christelijke traditie en hebben niets aan actualiteit ingeboet’. Het is belangrijk dat allen die bij de school betrokken zijn de ‘geur van Christus’ uitstralen. In de manier van omgaan met elkaar, oog voor elkaar hebben, het gesprek met elkaar. Maar cultuur is meer dan normen en waarden die hun oorsprong hebben in de christelijke traditie. Vanuit de psychologie weten we, dat cultuur zich onder andere laat kenmerken door taal, rituelen, materiële symbolen en verhalen.

  • Taal: Laten we in het gesprek met de kinderen doorklinken dat ze Gods geliefde kinderen zijn?
  • Rituelen: Gebruiken we op school de momenten van openen en sluiten om God groot te maken? Wat doet de school met Kerst en Pasen? Welke christelijke rituelen kunnen de kinderen een levenslange ervaring bieden?
  • Materiële symbolen: Leven we soberheid, gulheid en dankbaarheid aan de kinderen voor? Stralen we in het omgaan met geld en spullen uit, dat we leven op Zijn aarde en Zijn goedheid in dankbaarheid mogen aannemen en doorgeven?
  • Verhalen: Gaat de Bijbel open en hoe? Ik merk, dat het gewoner wordt om de Bijbel als verhaal of als bundel verhalen te presenteren. Daarmee lopen we het risico dat het ‘jouw verhaal tegenover mijn verhaal’ wordt.

Maar de belangrijkste vraag rond de cultuur is of ‘het christelijke’ op de school een afgebakend stuk is voor specifieke momenten op de dag en in de week of dat Christus alles op school bepaalt. Niet alleen een godsdienstig blokje. Maar ook de lessen over biologie (seksuele relaties, al dan niet een roze vrijdag), aardrijkskunde (schepping), overige uren (wel of niet dromenvangers maken, wel of niet een heks uitnodigen) en de gesprekken onderling.

Processen.
Binnen de school spelen tal van processen die allemaal identiteitselementen in zich hebben. Dat begint bij het besluitvormingsproces over strategie en beleid door de Raad van Toezicht, waarbij ook over identiteit zal moeten worden gesproken. Wie heeft inspraak bij het tot stand komen van dit beleid? En hoe wordt dit beleid uitgerold in de praktijk? Ik ken een PC-school waar de christelijke leerkrachten zelf teamvergaderingen hebben belegd om samen te spreken over de identiteit van de school en hoe die identiteit vorm te geven. Eén van de opgaven was dat er verschillende leerkrachten waren aangetrokken die de christelijke grondslag van de school respecteerden, maar zelf geen wedergeboren christen waren. Eén van de christelijke leerkrachten stelde voor om de Alpha-cursus of een vergelijkbare cursus aan te bieden, zodat deze leerkrachten kennis konden maken met het christelijk geloof. Daarnaast zijn er processen van besluitvorming over didactische middelen en tal van andere zaken. Ik noemde net al even de rituelen/vieringen. Hoe de Paasviering eruit ziet, heeft alles te maken met wie die viering voorbereidt. Vaak zijn dat met name ouders of een ouderwerkgroep. Als die alleen bestaat uit niet-christelijke ouders, dan kun je verwachten – en dat bedoel ik zonder verwijt – dat de Paasviering niet over Jezus Christus, maar over eitjes, groen gras en paashazen gaat. Maar er zijn ook heel andere processen waaraan te denken valt: bijvoorbeeld de gebedsgroep van ouders. Ik heb zelf in drie gebedsgroepen gezeten. Het liefst baden we in het schoolgebouw zelf. Binnen de Rijksscholen gemeenschap was dat niet toegestaan, maar binnen de andere twee scholen wel. Bidden is een krachtig wapen om te strijden voor de zielen van de kinderen en te strijden tegen alle verleidingen en gevaren die ze op hun jonge levenspad tegen kunnen komen. Nog krachtiger is het als kinderen en jongeren zelf gebedsgroepen op hun school vormen.

Mensen.
Niets is zo bepalend voor de identiteit van de school, als de mensen die bij de school betrokken zijn. Wie bepaalt in essentie het beleid van de school of de scholenkoepel? De Raad van Toezicht (RvT)? De schoolvereniging? Zorg er dan voor, dat er in deze verbanden christenen vertegenwoordigd zijn. Met name de voorzitter en het dagelijks bestuur van de vereniging cq van de RvT hebben grote invloed op zowel het beleid als de communicatie van dat beleid. Vervolgens de directeur die door RvT of vereniging benoemd is. Wie is deze vrouw of man en wat drijft de liefde voor God haar of hem persoonlijk? Dat kleurt de school en kleurt ook de keuze voor de personeelsleden. Vervolgens de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR). Zij hebben op grond van de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS) instemmings- en adviesrecht, onder andere als het gaat om de werving en selectie van personeel. Wie zit er in deze (G)MR? Dat is mede bepalend voor wie wordt aangesteld. Personeelsleden hebben op hun beurt een enorme invloed op de kinderen. Hun woorden en daden vormen de kinderen. Daarom is het van wezenlijk belang dat personeel – en dat geldt ook voor stagiaires – de christelijke identiteit niet alleen gedoogt of respecteert, maar zelf ook een christelijke levensovertuiging heeft in de zin van dat het personeelslid gelooft in de God van de Bijbel en daar ook naar leeft, zodat de school een mooi verlengstuk is van onze opvoeding thuis.

 Tenslotte
 De strijd om ons denken en het denken van onze kinderen blijft hoogst actueel, totdat Jezus Christus terugkomt. Daarom mijn pleidooi om werk te maken van christelijk onderwijs. Tegelijkertijd besef ik heel goed dat christelijk onderwijs een luxe is, die op veel plaatsen in Nederland niet (meer) geboden kan worden. Kijken we nog iets verder de grens over dan zien we tal van landen waarin christelijk onderwijs absoluut verboden is. Daarom mijn indringende oproep: koester het christelijk onderwijs! Laten we ons samen inzetten, elk op zijn eigen plek. Als RvT-lid, als leerkracht, als bidder, als MR-lid of als knutselouder. Allemaal belangrijke schakels in het Koninkrijk van God.

 

Dick Tillema.

Hun ziel sterft in de jeugd, en hun leven met de aan ontucht gewijden.
Dit artikel geeft een beschouwing over seksualiteit en is uitsluitend gebaseerd op de Bijbel. De Bijbel is voor mij een normatief boek en allen die Gods stem daarin willen, horen, vinden de weg naar het Leven. Degene die in ongehoorzaamheid aan het Woord blijven, zullen sterven. We leven in een tijd waarin de ziel van onze jeugd al vroeg sterft vanwege ongehoorzaamheid aan Gods Woord. Iedere ouder heeft een enorme verantwoordelijkheid hierin. Laten we kijken wat de Bijbel over dit onderwerp zegt.

Het ontwerp: Van schepping tot de zondvloed
“Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis”, met als opdracht om vruchtbaar te zijn en te heersen over de schepping, lezen we in Genesis 1. In het volgende hoofdstuk lezen we, dat Eva uit Adam genomen werd en dat God haar bouwde, boetseerde, tot een vrouw en verwachtingsvol bij Adam bracht. Adam is vervuld van geluk. En dan staat er aan het eind van dit hoofdstuk: “En zij beiden waren naakt (Hebr. arom), de mens en zijn vrouw, maar zij schaamden zich voor elkander niet en de slang nu was het listigste (Hebr. arum= subtiel, sluw) van alle dieren van het veld die de Heere God gemaakt had.” Tegenover de volmaakte onschuld van de mens, levend in gemeenschap met God, staat de listige tegenstander met zijn verleidende woorden die aanzetten tot ongehoorzaamheid aan en onafhankelijkheid van God. Direct na de zondeval bemerkten Adam en Eva, dat zij naakt waren. Schaamte en verberging voor elkaar en voor God is het resultaat alsmede vergankelijkheid (uit stof tot stof). De onderlinge relatie is veranderd (begeerte en heersen) en er is vijandschap tussen het nageslacht van de slang en het nageslacht van de vrouw.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Adam_en_Eva

Na het tragische verhaal van Kaïn en Abel lezen we, dat Adam een zoon verwekte naar zijn gelijkenis, als zijn beeld, en hem Seth noemde. In de geslachtslijn van de Kaïnieten zien we moreel verval in het type Lamech met grootspraak over moord, geweld en polygamie. In de geslachtslijn van de Sethieten lezen we afhankelijkheid van de Heere, ze roepen Hem aan. Adam verwekte zoons en dochters en zag zeven generaties, waaronder Henoch, die met God wandelde, en Metusalech, die stierf in het jaar van de zondvloed. Zo hebben we 1656 jaar geschiedenis in een notendop. In Gen 6:2 lezen we, dat de zoons zagen, dat de dochters schoon waren en dat zij vrouwen namen wie zij maar verkozen. De keuze van de mens los van God om zich te laten leiden op basis van vleselijke lusten (‘hij is vlees’) doet God besluiten de levenslengte te begrenzen van altoos tot tijdelijk. Deze begrenzing was onvoldoende, omdat de overleggingen van het hart altijd, en alleen maar, slecht waren evenals hun daden, zodat de zondvloed uiteindelijk als een eindoordeel iedereen wegnam behalve het gezin van Noach.

Vraag: Welke rol speelt God vandaag in de totstandkoming van een Bijbels    huwelijk ?

Individuele uitwerking: van zondvloed tot uittocht
God sluit met Noach een nieuw verbond op basis van genade (Gen 6:8,18), een altaar en een regenboog en geeft opnieuw de opdracht tot vermenigvuldiging. Hij geeft daarbij aan, dat het hart van de mensen boos is van zijn jeugd aan. Merk op dat opnieuw één man en één vrouw het uitgangspunt is, net als overigens de reproductie-ratio man: vrouw ongeveer 1:1 is.

Na een dwaze daad ziet Cham de naaktheid van zijn vader en brengt een vloek over zichzelf die zich uit in onderworpenheid aan zijn broeders. Uit Cham komen de Kanaänieten, Filistijnen en Amorieten voort en worden de volgende steden gebouwd Babel, Ninevé, Sodom en Gomorra. Veel strijd zal er uit deze geslachtslijn komen met de nakomelingen van Sem, die zijn vaders naaktheid bedekte en die voorvader van Abraham was. Zien we hierin niet dat het ‘vlees’ strijd voert tegen de belofte, de genade, ja tegen God zelf?

We zien tevens dat de levensduur omlaag gaat en dat de leeftijd waarop nageslacht wordt verwerkt, daalt van ongeveer honderd naar dertig jaar. Noach ziet na de zondvloed zeven generaties en vlak na zijn dood wordt Abraham geboren[i].

En opeens lezen we in Gen 11:30: Sarah nu was onvruchtbaar! Dit is de eerste keer dat we lezen over onvruchtbaarheid, zelfs nog voor de roeping van Abraham. God heeft echter een plan. Er volgen nu een aantal verhalen over:

  • Hagar (Egyptische!) een relatie uit het vlees en uit ongeloof tegenover Sarai, een relatie onder de belofte en uit genade. Dit resulteert in strijd tussen Ismaël en Izaäk en Ismaël wordt met Hagar weggezonden. God beschermt het huwelijk en de schoot van Sarai tegen koning Abimelek door rechtstreekse interventie (Gen 20:3).
  • Gelijktijdig aan de belofte voor een zoon aan Abraham speelt de verwoesting van Sodom en Gomorra (Abraham had hen eerder bevrijd) waar de zonde zeer zwaar was (opdringerige homoseksualiteit).
  • Izaäk en Rebekka. Een relatie die onder leiding van God tot stand kwam: een beeld van Christus en zijn gemeente onder de dirigerende rol van de Parakleet (Trooster, Voorspraak).
  • Ezau die zich twee Kanaänitische vrouwen nam die een kwelling des geestes waren voor zijn ouders (Gen 26:35). Vanwege minachting mist hij de zegen en als Jakob gehoorzaam en gezegend op weg gaat om een vrouw te zoeken, niet uit de dochters van Kanaän, lezen we dat Ezau om zijn vader zeer te mishagen nog een vrouw neemt uit de dochters van Ismaël. Jakob laat zich door zijn ogen leiden en kiest Rachel, maar krijgt Lea erbij.

We zien in boven samengevatte verhalen en ook in de verhalen daarna principes naar voren komen:

  • Gods leiding en bescherming is essentieel voor een gelukkig huwelijk, maar van binnen strijdt het vlees daartegen.
  • Van buiten komen voortdurend aanvallen tegen gelukkige huwelijken en Gods plan (verkrachting van Dina is een ontering en Potifera wilde Jozef tot overspel verleiden).

Jozef en Potifera, Rijksmuseum Amsterdam

 

 

 

 

 

 

 

 

Vraag: Hoe kunnen we onze kinderen opvoeden om seksuele verleidingen te weerstaan?

Instructie voor het volk: Van de uittocht tot in het beloofde land
Instructies gaf God via Mozes voor zijn volk om vader en moeder te eren, de echt niet te breken en niet te begeren de vrouw van zijn naaste (Ex 20). De zondoffers en schuldoffers waren voor de Israëliet die onopzettelijk had gezondigd (Lev 4:1 en 5:14). Indien met voorbedachten rade, opzettelijk, werd gezondigd dan was er geen vergeving mogelijk (Num 15:22 ev). Er is een verschil tussen onreinheid (Lev 15) die voortkwam uit vloeiing of lozing waardoor men tijdelijk niet in gemeenschap met God mocht komen en overtreding van huwelijks- en kuisheidswetten in Lev 18.

De vraag of gemeenschap in het huwelijk thuis hoort, wordt duidelijk beantwoord in Deut 22:13-30. Er is daar sprake van een meisje, een ondertrouwd meisje of een vrouw. Er wordt gesproken over gemeenschap in het huis van de vader, in de stad of in het veld. De conclusie uit de gegeven voorbeelden is dat gemeenschap leidt tot een huwelijk en dat gemeenschap buiten het huwelijk, incl. ondertrouw, een schanddaad is met fatale straf. De praktijk was weerbarstiger en daarom wordt in Numeri 5 de wet op de jaloersheid gegeven waaruit ook blijkt dat maagdelijkheid de norm is.

De Bijbel is zeer duidelijk m.b.t. perversiteiten (Met perversie wordt in engere zin alle niet op de voortplanting gerichte seksuele gedragingen aangeduid[ii] ) en duidt dit aan als bloedschande, schandelijke ontucht of een gruwel. Zo worden in Lev 18 incest (v.6 ev.), homoseksualiteit (v.22) en bestialiteit (v.23) genoemd. Deze zonden kwamen veelvuldig voor onder de Kanaänieten waardoor het land verontreinigd werd en riep bij God om vergelding. De postmoderne mens noemt perversiteiten ‘veelvoorkomende variaties binnen het seksuele gedrag van de mens’ [iii]. De Bijbel stelt hier tegenover, dat de priester met een maagd moest trouwen. Geen weduwe, verstotene, onteerde of ontuchtige (Lev 21:13). Dit vanwege hun roeping, rol en als voorbeeld voor het volk.

Mozes gaf duidelijke instructies (Deut 7) in relatie tot de inwoners van Kanaän. Ze mochten met hen geen verbond sluiten of zich met hen verzwageren, maar moesten hen volkomen met de ban slaan. Dit vanwege hun afgoderij met tempelprostitutie en kinderoffers. Tijdens de tocht door de woestijn zien we, dat God Bileam verhindert het volk te vervloeken, maar dat Bileam daarna het volk tot hoererij verleidt (1Cor 10:8).

Vraag: Voeden wij onze jongens nog op dat als zij gemeenschap voor het huwelijk hebben dat zij het meisje onteren?

De praktijk tijdens de geschiedenis van het volk Israël: van uittocht tot Christus
Zowel tijdens de richters als de koningen van Israël komen we vele voorbeelden tegen waarin het geestelijk, moreel en seksueel verval naar voren komt. Ook zien we genade in de bekering van een prostitué uit Jericho die opgenomen wordt in het volk van Israël en in de geslachtslijn van onze Heere en Heiland. Ook Ruth, een Moäbitische weduwe (Bileam!), die tot in het tiende geslacht niet bij het volk mocht komen, vindt genade bij de God van Israël. Uw God is mijn God en uw volk is mijn volk. Met Boaz, de losser, komt ze in een huwelijk tot gezegend nageslacht. Daar tegenover zien we mensen als Simson (zijn ogen werden zijn val). Tijdens de laatste richter Samuël was het niet best gesteld met de seksuele moraal, omdat de zoons van de hogepriester, Eli, sliepen met de vrouwen die dienst deden in de tabernakel en zo het hele volk des Heren tot overtreding brachten (1Sam 2:24). De leiders gaan het volk voor in de trouwbreuk.

Na koning David zien we voortdurend, dat zowel de koning als het volk afgleden van God. In 1Kon 11 lezen we, dat Salomo vele vreemde vrouwen liefhad waarvan God gezegd had zich niet met hen in te laten, omdat zij het hart zouden meevoeren tot de afgoden. Zijn hart was niet volkomen toegewijd aan de Heere zoals zijn vader David. Hij maakte tempels voor Astarte (godin van vruchtbaarheid, tempelprostitutie), Milkom (kinderoffers) en op de Olijfberg (!) voor Kamos. Gelukkig brak koning Josia deze later weer af (2Kon 23) inclusief de verblijven van de aan ontucht gewijde mannen in het huis des HEREN.

In de allegorische interpretatie van het boek Hooglied lezen we over de liefde tussen God en zijn volk en tussen Christus en zijn gemeente. De Bijbel veracht het lichamelijke niet. Dezelfde interpretatie zien we in Psalm 45. De afval van Jeruzalem, Juda en Israël wordt met een afkerige, trouweloze echtgenote vergeleken o.a. in Ezechiël 16 en 23, Hosea 2 en Jeremia 2 en 3. Gelukkig strekt God zich  opnieuw uit naar zijn volk, Mijn Welgevallen en Gehuwde (Jes 62:4,5).

In de wijsheidsliteratuur Job, Spreuken en Prediker komen we instructie en vermaning tegen:

  • Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt al de dagen des ijdelen levens (Pred 9:9).
  • Waarschuwing tegen hoererij (Houd uw weg ver van haar), maar ook ‘verheug u over de vrouw uwer jeugd’ (Spr 5:8,17 ev).
  • Ik had met mijn ogen een verbond gesloten, hoe zou ik dan een maagd hebben aangezien (Job 31:1).

Ook na de ballingschap komt dezelfde problematiek weer terug. In Ezra 9 en 10 lezen we, dat het volk opnieuw relaties aangaat met de inwoners van het land. Het heilige zaad heeft zich vermengd, staat er. Zou de oude slang dan toch de overwinning opeisen? Is alles verloren?

Aan het eind van het Oude Testament in Mal 2:10 ev krijgen we een laatste waarschuwing tegen echtbreuk. God luistert niet meer en neemt het offer niet meer aan, omdat de Heere getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is. Niet een doet zo, die voldoende geest bezit, want wat zoekt die ene? Het zaad Gods. Weest dan op uw hoede voor uw hartstocht, en dat men niet ontrouw worde aan de vrouw zijner jeugd. Want Ik haat de echtscheiding, zegt de Heere.

Maleachi sluit af met een oproep om de wet en verordeningen van Mozes te gedenken. Prijs God dat er enigen waren die daaraan gehoor gaven, zodat Christus kon komen en het land niet met de ban werd getroffen. In het volgende magazine zal ik ingaan op seksualiteit vanuit het Nieuwe Testament.

Vraag: Als huwelijksrelaties een barometer zijn voor het geestelijk klimaat in een kerkelijke gemeente wat vraagt God dan vandaag van mij?

Bemoedigende verzen: Ps 119:9;  Pred 11:9; Pred 12:1; Jes 62:5; Zach 9:17

 

 

W. van der Meer

 

[i] http://www.christipedia.nl/Artikelen/C/Chronologie_-_van_Noach_tot_Abraham_

[ii] https://nl.wikipedia.org/wiki/Perversie

[iii]https://nl.wikipedia.org/wiki/Astarte