Rijk worden in de wereld van webgames: miljoenen spelers proberen het. Sommigen lukt het, zoals in Entropia Universe, waar een gamer een ruimtestation kocht voor drie ton en doorverkocht voor zes ton, in echte dollars wel te verstaan. 
Ledigheid is des duivels oorkussen, leert een oude volkswijsheid. Wie de hele dag thuis achter zijn pc hangt om te gamen, schopt het niet ver in het leven. Tenzij je er erg goed in bent. Zo slagen ervaren spelers van het schiet- en boemspel World of Warcraft (WoW) er op internet in wel duizend dollar te verdienen met de verkoop van hun avatars, de digitale wezens die zij in het spel besturen om tegenstanders te verslaan.
In Entropia Universe, een concurrerende virtuele wereld op internet, gaat het zelfs om een veelvoud van deze bedragen: daar wordt soms afgerekend in tonnen; echt geld wel te verstaan. Miljoenen mensen uit de hele wereld spenderen dagen aan het verslaan van monsters, het besturen van ruimteschepen en het verdienen van genoeg punten om nieuwe wapens te kopen.
Oorlogszuchtige onlinespellen als World of Warcraft, EVE Online, Warhammer, Age of Conan en EverQuest vormen een nieuwe digitale economie, waar de spelers echt geld uitgeven om denkbeeldige wapens, huizen, landen en levens te kopen. In het jargon heten de spellen Massively Multiplayer Online Role-Playing Games, afgekort MMORPG. Alleen al in WoW verdween vorig jaar 500 miljoen dollar aan echt geld. Zeer tot genoegen van Activision Blizzard, exploitant van het onlinespel, die er riante winsten mee binnenharkt.
In EVE Online, een game in verre zonnestelsels, kan een speler de lokale munt ISK verdienen door te winnen, uiteraard na eerst echt geld te hebben ingelegd. Spelers kunnen hun ISK’s overdragen aan medespelers, tegen een wisselkoers van één dollar op 10.000 munten.

Winstgevend
In Entropia heeft de lokale munt PED een koers van 1 dollar op tien munten. Naast de MMORPG’s zijn er nog de vreedzamere virtuele werelden van Second Life en Twinity, waar eveneens echt geld wordt ingeruild voor nepgeld. Het winstgevend verkopen van avatars door WoW-spelers is een peulenschil, vergeleken bij wat er gebeurt op Entropia Universe. Dit gefantaseerde online-universum wordt sinds 2004 geëxploiteerd door het Zweedse bedrijf MindArk. ‘De verkoop van virtuele wapens, land of zelfs complete eilanden, stijgt jaarlijks met zeventig procent’, zegt Mats Kling, directeur techniek bij MindArk. ‘Vorig jaar ging er 400 miljoen dollar om in de virtuele economie van Entropia. Dat is evenveel als het bruto nationaal product van Oost-Timor.’
Entropia haalde verschillende keren het Guinness Book of World Records. ‘In 2004 ontwierpen wij een virtueel eiland, Treasure Island. Dat werd online geveild voor 26.000 dollar. Echte dollars, hoor. De koper verdiende zijn geld terug door delen van het eiland te verpachten, bijvoorbeeld de jachtrechten.’
De Zweden achter Entropia kregen de smaak te pakken. ‘Een jaar later ontwierpen wij de asteroïde Club Neverdie. Die bracht in een veiling 100.000 dollar op.’ De koper, John Jacobs uit de VS, verpachtte de virtuele nachtclub in Neverdie en de mijnrechten voor 600.000 dollar.
Een derde record was het ruimtestation Crystal Palace Space, dat in 2008 voor het voorlopig ongeëvenaarde bedrag van 330.000 dollar onder de hamer ging. De koper is een Canadees die speelt onder zijn schuilnaam Buzz Erik Lightyear. ‘Hij heeft zijn inleg nog niet terugverdiend’, meldt Kling droogjes.
In deze virtuele wereld verdienden een scholier en zijn moeder uit de VS in één jaar 40.000 dollar met het bouwen en verkopen van wapens voor de andere spelers. Zij hoefden maar drie uur per dag te spelen voor deze opbrengst. MindArk klopt op diverse manieren het geld uit de zak van de spelers. Het spel is gratis, maar beginnende spelers moeten met hun creditcard een rekening in echte dollars openen, willen zij voorwerpen aanschaffen waarmee zij zich kunnen verdedigen tegen allerlei virtueel gespuis. Over het ingelegde geld trekt MindArk rente.
‘Er zijn honderdduizenden voorwerpen te koop’, zegt Kling. ‘Van monsters tot auto-onderdelen. Je kunt ze ook kopen van de andere spelers. Elk item heeft twee prijzen: de nieuwwaarde en de prijs die spelers onderling rekenen. Wij verdienen aan de nieuw verkoop en aan reparatie in ons Repair Station. Elk item slijt namelijk.’

Kunstgeld
Het fantasiegeld in Entropia is de PED, ofwel Project Entropia Dollar. ‘Er gaan tien PED’s in een echte dollar’, vertelt Kling. ‘In tegenstelling tot andere werelden, zoals Second World, waar kunstgeld niet om te wisselen is, kun je bij ons PED’s altijd weer inwisselen tegen echt geld.’
Kling: ‘Ons verdienmodel is eigenlijk heel simpel. Wij zijn geen spellenfabrikant. Wij leveren alleen het Entropiaplatform. Onze partners bouwen de virtuele planeten, eilanden en andere werelden. Wij delen met hen de inkomsten uit de verkoop van voorwerpen.’ Het ontwikkelen van het Entropiaplatform kostte MindArk vijftien jaar en 60 miljoen dollar. ‘Wij maken winst’, aldus Kling, ‘vorig jaar verdienden wij 10,1 miljoen dollar.’
Er zijn nu drie werelden binnen Entropia: Calypso, Next Island en RockTropia. De spelers stappen tijdens het gamen gemakkelijk over van de ene in de andere wereld. Twee nieuwe werelden volgen binnenkort: Creative Kingdom en SEE Virtual Worlds. Nog eens zes volgen.
‘Elke wereld heeft zijn eigen verhaallijnen. Porno en gokken zijn verboden. Tot nu toe.’ De beginnende speler kent niemand en moet alles leren van andere deelnemers, als die zo vriendelijk zijn hem te helpen, tegen betaling. ‘Wie dood gaat, komt direct weer tot leven in het Revival Station, anders zouden we geen inkomsten meer hebben.’
Entropia werkt inmiddels samen met partners als de NASA en het Europese ruimtevaartbureau ESA. ‘Met hen maken wij educatieve spellen over ruimtevaart. Dat werkt veel krachtiger dan informatie verspreiden via een boek.’
Nieuw is videotelefonie: spelers kunnen met een beeldtelefoon bellen naar andere spelers of naar avatars, de spelfiguren waarmee deelnemers zich vermommen. Het videobellen is gekoppeld aan driedimensionaal geluid. Je hoort mensen dichtbij beter dan deelnemers ver weg. ‘Entropia wordt een heel nieuwe groeimarkt’, verwacht Kling. ‘We weten niet hoe hard dit zal gaan. Ons idee is uit te breiden naar duizenden werelden.’ De drie werelden van Entropia hebben nu 1,2 miljoen geregistreerde bezoekers, van wie ongeveer tien procent actief is. Nederland is maar een kleine markt voor Entropia. ‘Veertig procent van de spelers komt uit Amerika, nog eens veertig procent uit Europa. In Europa vormen Duitsers en Fransen de overgrote meerderheid. Nederland en Engeland gaan we nu ontginnen.’

Elk tikje via datacentrum Amsterdam
Een onopvallend grauw gebouw op een steenworp afstand van de Kaagbaan van Schiphol, vormt het digitale kloppende hart van drie virtuele spelwerelden op internet. Spelers van de webgames Calypso, Rocktropia en Next Island uit de hele wereld weten dat elke beweging van hun controller wordt doorgegeven via het datacentrum AMS-3 op Schiphol, eigendom van het Amsterdamse internetbedrijf Interxion.
Tientallen servers, verstopt in de zwaarbeveiligde computerbunker, bedienen de 1,2 miljoen spelers, die verslaafd zijn aan de intergalactische oorlogsgames, die onder de merknaam Entropia Universe snel marktaandeel winnen.
MindArk, het Zweedse bedrijf achter Entropia, bracht zijn gamende klanten uit de hele wereld samen op Schiphol. Mats Kling van MindArk: ‘Amsterdam is een goede plek met voldoende snelle glasvezellijnen naar heel Europa en Amerika. Hier zitten veel internetproviders vlak bij elkaar en dat komt de speelsnelheid ten goede.’
Speelsnelheid is cruciaal bij internetgames. Wie in een virtueel schietgevecht de trekker van zijn mitrailleur overhaalt om een alien om zeep te helpen, wil niet dat zijn actie smoort in slome webverbindingen. Het is dus zaak ‘latency’, vertraging, te vermijden. ‘Op Schiphol kunnen we rekenen op een lage latency’, zegt Kling. ‘Daarom staan onze virtuele werelden hier op de servers van Interxion. Hier kunnen we bovendien servers bijplaatsen als we groeien.’
De Amsterdamse ondernemer Bart van den Dries begon in 1998 als eerste met een particulier Europees datacenter. Dat werd mogelijk nadat de overheid de telecommarkt had opengegooid voor private aanbieders. Nu staan er vijf serverparken van Interxion in en rond Amsterdam, en nog één in Hilversum, voor het dataverkeer van de omroepen. Een zesde is alweer in aantocht, ook bij Schiphol, zegt marketing manager Bob Zonneveld. Interxion, sinds januari genoteerd aan de beurs in New York, exploiteert datacentra in 28 Europese hoofdsteden. ‘Wij zijn niet meer dan datacenterboeren. Wij verhuren vierkante meters ruimte, voorzien van stroom, koeling en beveiliging. Wij bieden neutrale datatoegang aan, bij ons kan iedereen verbinding maken met de provider van zijn keuze.’
Bij dataopslag gaat het om video, uiteenlopend van YouTube-filmpjes tot pornosites en internetgames. Een opkomende markt vormen de omroepen en uitgevers, op zoek naar efficiënte manieren om hun producties via internet op allerlei apparaten te vertonen. Een opvallende datastroom die flink groeit is online gokken. ‘Vooral in Ierland en Oostenrijk, waar dit niet langer is verboden.’
Interxion lokt klanten met de garantie dat de verbruikte stroom honderd procent groen is. ‘Datacenters blijven natuurlijk stroomvreters’, zegt Zonneveld. ‘Wij proberen dat op allerlei manieren terug te dringen.’

Marc Laan, nd.nl/02-05-2011

Een op de vier kinderen is weleens gepest via internet, sms of chat. De impact van cyberpesten is groot. ‘Kinderen die pesten zijn zich vaak niet bewust van de gevolgen.’ 

‘Dit meisje doet het voor vijftig cent’. De tekst staat bij een foto op een site voor prostituees. Telefoonnummer en mailadres zijn vermeld om contact te leggen. Alleen is het meisje op de foto geen prostituee, het is jouw dochter.
‘Je fietst op woensdag altijd langs het park, hè? Ik weet je te vinden. Ik ga je kapot maken.’ De berichten komen binnen via MSN, de afzender is dus een contact. Je weet alleen niet wie het is, want de persoon heeft zichzelf een nieuwe, anonieme naam aangemeten: your worst nightmare.
Welkom in de wereld van het cyberpesten. Het nieuwe pesten via internet, chat en mobiele telefoon. ‘Cyberpesten is een verlengde van traditioneel pesten, alleen kan de impact vele malen groter zijn’, zegt Cybersafety-onderzoeker Joyce Kerstens van NHL Hogeschool en de Politieacademie. ‘Het pesten houdt niet op bij de rand van het schoolplein, maar gaat 24 uur per dag door. Oók in de omgeving die vroeger altijd veilig was: thuis.’

Anonimiteit
Het internet is overal. En is de foto, film of tekst eenmaal verspreid, dan is het zeer lastig deze te verwijderen. De hele wereld kan meekijken, terwijl de dader zich kan verschuilen achter een pseudoniem.
Die anonimiteit zorgt vaak ook voor uitvergroting van het gedrag. Kerstens: ‘De dader waant zich ongezien en durft daarom grover te zijn. Het is bovendien erg bedreigend voor het slachtoffer als je niet weet wie jou pest.’
Het signaleren van cyberpesten blijkt lastig. Slachtoffers durven vaak niets te zeggen, ze schamen zich of zijn bang om nog meer gepest te worden. Maar ook daders zijn zich in sommige gevallen niet bewust van de gevolgen van hun acties. ‘We waren melig, hebben een foto met afgehakte vingers gemaild naar de hele klas. We vonden dat wel grappig’. Alleen komt het digitale keten niet bij iedereen als leuk over.
Volgens Remco Pijpers van mijnkindonline.nl hangt bij de signalering veel af van de juiste benadering van een kind, zowel de gepeste als de pester. ‘Sociale media moeten thuis en op school een belangrijk onderwerp zijn. De insteek van het gesprek altijd positief. Verbieden of het gevoel geven dat je ze bespioneert, lokt negatief gedrag juist uit.’ Hoe was het vandaag op internet? Wat vinden jullie leuke grappen en wat niet? ‘Door interesse te tonen, kun je kinderen laten inzien dat ze over alles kunnen praten. Dan kun je ook aangeven wat acceptabel is en wat niet.’

Communicatie
Ook Rowien Jager, cyberweerbaarheidstrainer van BuroRo, geeft aan dat communicatie en aandacht de sleutel zijn. Uit gesprekken met vele tieners kwam naar voren dat ze gezien en gehoord willen worden. ‘Ze gaan cyberpesten uit verveling, als tijdverdrijf omdat ze niet hebben geleerd hoe ze zich op een andere manier kunnen vermaken.’
Het viel Jager bovendien op dat kinderen elkaar online in veel hardere bewoordingen toespreken, sneller schelden ook. ‘Ze vinden dat normaal. Achter de computer zijn ze een andere persoonlijkheid, één die ze naar hun ouders nooit tonen.’

Pesten 2.0
Pesten 2.0, pesten via internet, sms of msn, kent verschillende vormen. Drie voorbeelden van cyberpesten die ‘populair’ zijn:
Flaming: het met opzet plaatsen van aanvallende of beledigende berichten op een discussieforum. Een flame is nooit bedoeld om constructief te zijn, een standpunt te verduidelijken of om mensen te overreden. Flamers proberen veelal hun autoriteit te bewijzen of een positie van superioriteit te verkrijgen. Het over en weer posten van flameberichten heet een flamewar.
Sexting: het verzenden van seksueel getinte boodschappen, naaktfoto’s en/of filmpjes via de gsm door veelal minderjarige jongeren. Uit onderzoek onder 1280 tieners en jongvolwassenen in 2008 blijkt dat jongeren het slechts zien als digitaal flirten, 39 procent geeft aan dat ze het wel eens gedaan hebben. Driekwart is zich ervan bewust dat de foto’s kunnen uitlekken, maar negeren het gevaar of overzien de gevolgen ervan niet.
Bezemen: een bezem is straattaal voor ‘hoer’ (meisje) of ‘sukkel’ (jongen). Foto’s van – voornamelijk – meisjes worden gekopieerd en in zelfgemaakte filmpjes met grove teksten en achtergrondmuziek geplaatst. Voorzien van privégegevens als telefoonnummers, mail- en huisadressen plaatsen de pesters het filmpje vervolgens op websites als YouTube.

Cyberpesten kan strafbaar zijn. Bij onrechtmatig gebruik van een foto waarbij beledigende of onware teksten geplaatst zijn, is er sprake van belediging, laster en smaad. Dat is een misdrijf en kan een aantekening op het strafblad betekenen.

Jolien Storsbergen, nd.nl/19-05-2011

BIJBELLEZEN IN HET GEZIN

Het gezin
Het gezin is de allereerste plaats waar kinderen vertrouwd moeten raken met Gods Woord en Gods gedachten. Volgens Gods plan moeten kinderen in het huis van hun ouders ook kenmerken van Gods wezen en werken leren kennen, zoals onvoorwaardelijke liefde, discipline, een geregeld en gestructureerd leven, hulp en ondersteuning. Het is één van de meesterwerken van satan om het beeld van het gezin zo te verdraaien dat veel mensen vandaag de dag een verkeerde voorstelling hebben van relaties binnen een gezin.
Het gezin is de belangrijkste plaats waar we leren; wat we daar leren blijft ons ons hele leven bij. Je zult nauwelijks iemand vinden die niet tenminste één bepalende gebeurtenis uit zijn jonge jaren zal kunnen opnoemen. Daarom is het voor elk christelijke gezin ontzettend belangrijk om elke dag samen de Bijbel te lezen en te bidden. Het doet er niet toe of je dit ‘huisgodsdienstoefening’ noemt, of ‘gezins-Bijbeluurtje’ of ‘samen Bijbellezen’ of nog weer anders; nee, het bepalende is dát het gebeurt. En dat het dagelijks, consequent en inhoudelijk zinvol wordt gedaan.

Eerst papa en mama zelf!
Maar laten we geen toneel spelen! We kunnen geen zinvolle tijd als gezin rondom de Bijbel doorbrengen, wanneer wij als vaders en moeders niet zelf persoonlijk tijd met de Heer doorbrengen. Wanneer ouders niet dagelijks persoonlijk tijd reserveren om gemeenschap met God te onderhouden, zullen ze niet in staat zijn om hun gezin op een blijde, goede manier voor te gaan bij het Bijbellezen en bidden. En uiteindelijk dragen de kinderen daarvan de gevolgen. Bij deze persoonlijke stille tijd hoort Bijbellezen, maar ook bidden en danken en als het nodig is ook het belijden van zonden.
Het is ook heel belangrijk voor de ouders om als echtpaar samen te bidden en van gedachten te wisselen over gedeelten uit de Schrift. Dat draagt bovendien bij tot een meer vertrouwde, intiemere omgang met elkaar in het huwelijk en het verbindt man en vrouw samen nauwer aan Christus. Kent u die zegen om zó als echtpaar samen te zijn?

Waarom moeten we in ons gezin samen de Bijbel lezen?
Daardoor erkennen we de tegenwoordigheid en het gezag van God in ons gezin. God is machtig om door Zijn Woord te spreken tot onze kinderen en wel op een manier zoals wij het zelf niet kunnen.
Door zo’n dagelijkse ‘Bijbeltijd’ creëren we elke dag een goede gelegenheid om ons samen te verblijden in de Heer. Het is voor kinderen belangrijk om bij hun ouders echte blijdschap in Gods Woord vast te stellen. Door het bidden in het gezin kunnen de kinderen afhankelijkheid van de Heer beleven en ervaren hoe God gebeden verhoort. God kan deze tijd gebruiken om de eenheid van het gezin te versterken. Als ouders constateren we vaak met spijt, dat er zoveel andere invloeden zijn in het leven van onze kinderen. Het gaat meestal om invloeden die de stabiliteit en het gezag van het ouderlijk huis ter discussie stellen. Onze kinderen hebben het nodig om goed verankerd te zijn in het Woord van God; we geven tijdens zulke gezinsmomenten aan onze kinderen een voorbeeld mee voor hun eigen omgang met God, dat zij zelf op hun beurt later weer in hun eigen gezinnen kunnen toepassen. Gods Woord laat ons voorbeelden als Timotheüs zien, die ervan geprofiteerd had dat in zijn ouderlijke huis de Heilige Schriften gelezen werden.

Enkele raadgevingen en aansporingen
Elk gezin is anders. Vraag daarom de Heer om jullie als ouders in jullie specifieke situatie te leiden. Wees niet bang om creatief te zijn! Daarom geef ik graag enkele tips door hoe je in je gezin kunt starten met het samen lezen van de Bijbel en hoe je ermee door kunt gaan.

Begin! Pak de draad op! Mijn raad voor jonge echtparen is: begin er meteen mee. Nu. Je moet gewoon beginnen. Start ermee nog vóór je kinderen geboren worden. En als je er nog niet mee bent begonnen en al kinderen hebt, dan is het nóg belangrijker meteen te beginnen. Jonge ouders zeiden tegen me: ‘Onze baby zal huilen’. Ja, dat klopt; onze baby’s hebben ook gehuild. Ze knoeiden intussen met de melk en lieten hun fruithapje op de grond vallen. Je kunt er zeker van zijn dat alles wat normaliter aan tafel gebeurt, ook gebeurt als je samen Bijbel gaat lezen. Laat je daardoor niet afschrikken. Eén van onze grootste stoorzenders was de telefoon. Zo gauw we wilden beginnen met Bijbellezen, rinkelde de telefoon en meestal belde juist iemand op met wie we graag wilden praten. Inmiddels hebben we ervan geleerd: we laten de telefoon gewoon overgaan of we zetten hem uit wanneer we lezen. Ons gezamenlijk Bijbellezen is eenvoudigweg te belangrijk om te worden onderbroken door een telefoontje voor de ouders of een smsje op het mobieltje van de kinderen. Neem je vastbesloten voor om deze tijd te reserveren voor je gezin en voor de Heer. Je zult dankbaar en blij zijn dat je dat gedaan hebt.

Wees consequent. Het geschikte tijdstip zal van gezin tot gezin anders zijn, maar je moet wel dagelijks een vast tijdstip afspreken. Voor ons gezin is dat het gemakkelijkst na het avondeten. Dat hoort eenvoudig bij ons dagelijkse, vaste programma.

Ieder gezinslid moet erbij zijn. Natuurlijk komt het wel eens voor dat iemand verhinderd is, maar dat moet een uitzondering en geen regel zijn. Laat het niet uitvallen en verschuif het niet, als één gezinslid er een keer niet bij kan zijn!

Laat het Bijbellezen praktisch zijn. 
Immers: Bijbellezen in het gezin is geen studieconferentie! Het is ook niet het moment voor goed doordachte toespraken of redevoeringen van de vader. Wees jezelf. Lang en saai Bijbellezen leidt er vanzelf toe dat je gezin er niet meer met de aandacht bij is. Stel vragen, zoals: Wat hebben we gisteravond gelezen? Wat vertelt dit gedeelte ons over God? Wat zegt God hier over onszelf? Wat zegt de Heer hier heel persoonlijk tot mij?

Lees in een bepaalde volgorde. Spring niet van de hak op de tak door de hele Bijbel. Vraag niet: Wat zullen we vanavond eens lezen? De Bijbel heeft een duidelijke opbouw en die is heel geschikt voor het lezen in het gezin. Laat de kinderen die opbouw tijdens deze dagelijkse momenten langzamerhand leren kennen.

Lees de Bijbel! Er zijn heel wat nuttige boeken en dagboeken voor kinderen die God kan gebruiken om hen te onderwijzen in de Schrift. Maar het is juist uitermate belangrijk dat we de Bijbel lezen. Kinderen moeten weten dat de Bijbel als Gods Woord voor ons het hoogste gezag is en dat andere boeken daarbij alleen maar een hulp kunnen vormen. Lees voor uit een Bijbelvertaling die voor de kinderen begrijpelijk is.

Bid samen als gezin. In ons gezin doen we het op twee manieren, afhankelijk van de beschikbare tijd. Voor we bidden, vragen we of er speciale gebedsonderwerpen zijn. Als we tijd genoeg hebben, bidden we allemaal, elk een kort gebed. En wanneer de tijd te krap is, bid ik namens het gezin. Rek je gebed niet te lang. Een gast vertelde ons een keer over een gezinssamenkomst dat hij als kind in een andere familie meemaakte. De vader bad en hij bad maar en hij ging maar door met bidden… De jonge gast fluisterde tegen zijn vriendje: ‘Hoe lang gaat je vader nog door met bidden?’ De jongen antwoordde: ‘O, nog heel lang; hij is nog steeds in het Oude Testament!’… (Wat helaas ook in samenkomsten wel voorkomt.)

En vervolgens: samen zingen! Wat een blijdschap! Ik ben vaak op bezoek bij een gezin waar de hele familie zingt onder begeleiding van een gitaar. Wat is het heerlijk als zo het hele gezin de Heer lofzingt!

Laat lof, dank en aanbidding ook niet te kort komen! De Heer verblijdt Zich, wanneer het gezin Hem samen aanbidding brengt. Wanneer je er een keer mee begonnen bent, zal iedereen ontdekken hoeveel redenen er zijn om de Heer te prijzen.

Vergeet ook de bijzondere gebeurtenissen niet. Bij gelegenheden zoals verjaardagen, slagen voor een toets of examen en jubilea laten we elkaar deelnemen aan onze dankbaarheid over Gods grote goedheid in ons leven. Het is een zegen voor de kinderen, wanneer zij zien hoe hun ouders reageren op Gods genadige werken in hun leven. Zo gaat ook de jonge generatie aanvoelen wat Hij in hun leven voor hen doet.

L.J.M. (Hilfe und Nahrung)
Bron: Uit het Woord der Waarheid, mei 2011

DE PINKELTJE-SERIE

Een lezer mailde enkele vragen met betrekking tot het voorlezen in groep 1 van “Pinkeltje”, een serie boeken die in eerste instantie tamelijk onschuldig lijkt maar waartegen de lezer bij nadere beschouwing toch duidelijk bezwaren had. Onderstaand geven wij in iets gewijzigde vorm deze e-mail weer. Waar dit zinvol was, hebben wij de reactie van mevrouw Poelstra-Koster hierin opgenomen en cursief weergegeven. We hopen hierdoor meerdere ouders alert te doen worden op deze serie en ook te bemoedigen om waar nodig pal te staan. Ook willen we hierdoor handvatten geven om op een verantwoorde wijze naar de school te reageren.

Sinds dit schooljaar gaat ons oudste kind naar een positief christelijke school, waar de Bijbel als Gods Woord gezaghebbend is. Onlangs vernamen wij dat in groep 1 wordt voorgelezen uit het eerste boek van de Pinkeltje-serie: “De avonturen van Pinkeltje”, door Dick Laan. Deze serie bevat ook titels als: “Pinkeltje en de aardmannetjes”, “Pinkeltje en de boze tovenaar”, “Pinkeltje en de ijsheks”, “Pinkeltje en het gestolen toverboek”. Deze deeltjes worden beslist niet op school voorgelezen. Toch waren we er niet gerust op dat er wel wordt voorgelezen uit een boek in een serie die ook dergelijke titels bevat. Is een schrijver die ook zulke pennenvruchten levert, wel betrouwbaar? De juf gaf desgevraagd aan dat het eerste deeltje “tamelijk onschuldig” was en we mochten er wel eens inkijken.

Op het eerste gezicht lijken de verhalen inderdaad tamelijk onschuldig. In de eerste hoofdstukken beleeft Pinkeltje (het verzonnen mannetje dat zo klein is als je pink) avonturen bij enkele dierenfamilies, zoals de fam. Ooievaar, de fam. Mol en andere dieren in het bos, waarmee hij ook communiceert. Na enkele hoofdstukken belandt hij echter bij de fam. Muis, die ergens in een kelder woont van waaruit zij het gezin dat in dit huis woont gadeslaan. Als de mensen hen niet zien, komen Pinkeltje en de muizen tevoorschijn en beleven zo hun avonturen, maar ze doen ook dingen die de mensen later opmerken. Pinkeltje lijmt bijvoorbeeld ’s nachts het gebroken speelgoed van het jongetje en de volgende morgen vindt die het weer gelijmd terug. De moeder geeft als verklaring: “Dat zullen de kaboutertjes wel gedaan hebben.” Een andere keer brengt Pinkeltje ’s nachts een mooie bloem naar het bed van een ziek meisje, die zij de volgende morgen naast haar bed ontdekt. En zo zijn er meer dingen. Pinkeltje zorgt er goed voor dat hij niet door de mensen gezien wordt, maar de mensen zien wèl wat hij gedaan heeft en vragen zich af wie dat gedaan zou hebben.
We vinden dit toch wel dubieus. Fantasie (de verzonnen wereld van Pinkeltje) en werkelijkheid worden zodoende met elkaar vermengd. Is het goed dit aan kinderen voor te lezen? Vragen zij zich op een gegeven moment niet af wat er zich allemaal kan afspelen zonder dat zij het zien?

Kinderen uit groep 1 zijn hier inderdaad gevoelig voor. In de eerste plaats is het voor deze kinderen nog lastig om fantasie en werkelijkheid van elkaar te scheiden. U noemde zelf al, dat de wereld zoals het kind die kent en Pinkeltje verborgen op de achtergrond, door elkaar heen lopen. Dit maakt het onderscheiden voor jonge kinderen extra lastig. Een kleuter zou daarom best kunnen denken dat Pinkeltje misschien ook wel bij hem of haar thuis woont. De werkelijkheidszin is vaak nog niet sterk genoeg om bepaalde verschijnselen (zoals Pinkeltje, kabouters en elfen) te verbannen. In de tweede plaats is het logisch denken, zoals oorzaak –gevolg, zich volop aan het ontwikkelen. Als een kind bijv. plotseling iets kwijt is, kan het daarvoor zelf verklaringen gaan bedenken. Een kind dient hierin daarom goed begeleid te worden en er moet zorgvuldig worden gekeken welke verhalen (dit geldt ook voor Bijbelverhalen) wel of niet worden aangeboden. Als ouder wil je immers voorkomen dat een kind de wereld van Pinkeltje als werkelijkheid gaat zien of allerlei ”toevallige” gebeurtenissen gaat toeschrijven aan kabouters. Als dit een keer gebeurt hoeft hier niet krampachtig mee te worden omgegaan en het is ook niet ernstig aangezien het bij de leeftijd hoort, maar de kleuter hierin stimuleren is niet verstandig.

In de volgende delen gaat Dick Laan duidelijk stappen verder en wordt de lezer meegetrokken naar een wereld van elfjes, kabouters, enz. Zo bijvoorbeeld in het deel “Een grote verrassing voor Pinkeltje” (dat overigens op school niet wordt voorgelezen). Een meisje krijgt briefjes die opeens uit de lucht komen aanwaaien waarop staat wat ze moet doen. ’s Nachts wordt ze in haar slaap uit haar bed getrokken door elfjes die haar naar het bos brengen, waar ze wakker wordt en van alles gaat beleven. Als ze in de klas op het bord moet schrijven, lukt het haar niet de letters goed te schrijven, maar opeens voelt ze een hand die haar helpt om het toch goed te doen, enz. Een kleine greep van wat we in dit deeltje lazen. We vonden het gewoon beangstigend en voelden: dit is echt helemaal verkeerd, hier worden we meegetrokken naar een “andere wereld” en we gaan, denken we niet te ver, als we zeggen dat dit de wereld van de boze geesten is. En dan hebben we nog niet eens kennis genomen van de deeltjes die we in de eerste alinea genoemd hebben.

Waar wij ons zorgen om maken is dan ook het volgende. Indien het eerste deeltje nog “tamelijk onschuldig” genoemd kan worden, maar de serie zich ontwikkelt in een richting die duidelijk verkeerd is, is het dan verstandig de kinderen zodoende vertrouwd te maken met Pinkeltje? Ook al worden de andere delen niet voorgelezen, dan toch zullen de kinderen, als ze ouder zijn en zelf naar de bibliotheek gaan zien dat er nog meer delen van zijn en wellicht een volgend deel meenemen dat echt helemaal verkeerd is. Misschien zal een oplettende ouder nog vragen wat het kind meegenomen heeft, maar als het kind antwoordt: “O, Pinkeltje, dat las de juf ook voor in groep 1”, dan zal menig ouder niet verder kijken.

Zoals u  kunt lezen in het artikel: “Niks moet, maar alles mag (deel 2)”, geplaatst op de website van Bijbel & Onderwijs, wordt hier ook een punt onder de aandacht gebracht over boeken die in series verschijnen en de verslavende werking hiervan. Het gaat erom dat als men boeken beoordeelt, men ook moet meenemen in zijn of haar overweging of het boek al of niet in een serie verschijnt. Bij Pinkeltje is dit het geval. Hoewel de deeltjes los te lezen zijn, is het wel zo dat voor wie Pinkeltje een vriend geworden is, de kans groot is dat hij of zij hier meer over wil lezen.

Wij weten niet of Dick Laan zelf bewust ervoor gekozen heeft om het eerste deel (misschien eerste deeltjes) tamelijk onschuldig te houden en vervolgens een andere richting uit te gaan. Wij herkennen hierin duidelijk de tactiek van de vijand, die zich op verschillende wijzen kan voordoen (als een engel des lichts, als een brullende leeuw of tamelijk onschuldig – neutraal zogezegd). We zien dan, dat hij het vertrouwen wint van de argelozen door zich tamelijk onschuldig voor te doen, hen vervolgens stapsgewijs vertrouwd laat worden met minder onschuldige zaken en zo langzaamaan hen meevoert naar “beneden”. Wij hebben daarom bezwaar tegen deze hele serie.

Dit is iets wat men veel terug ziet in zowel boeken-  als televisieseries, maar ook in bijv. visualisatieoefeningen voor kinderen ziet men vaak een opbouw. Er zijn heel veel delen van Pinkeltje geschreven. De wereld waarin het leven van Pinkeltje zich afspeelt, zie je dan ook steeds meer vorm krijgen en uitbreiden.
De schrijver schept met zijn verhalen een wereld waarin plaats is voor onder andere heksen, elfen en magie. Pinkeltje, het mannetje niet groter dan je pink, zou je een kabouter kunnen noemen, hoewel de schrijver dit bewust niet doet. Zoals u op de site van Bijbel en Onderwijs in diverse artikelen kunt lezen, ziet de vereniging de wereld zoals Dick Laan die heeft geschapen niet als onschuldig. Als u op de zoekmachine van B&O (rechtsboven in de hoek) kabouters of elfen intypt, zult u artikelen hierover kunnen vinden. Hier kunt u vernemen hoe de vereniging zaken als ”kabouters” en ”elfen” (die volop in de verhalen van Pinkeltje aanwezig zijn) beoordeelt. Zie bijv. het artikel: “Kabouters, sprookjes of werkelijkheid”.

U hebt duidelijk onderbouwd wat uw bezwaren zijn. Al zou Pinkeltje geen enkele nadelige invloed op het kind hebben, dan nog zijn zorgen hierover niet overdreven, want de mogelijkheid dat dit een basis gaat leggen voor een onjuiste zienswijze of belangstelling op gaat wekken voor de ”verborgen wereld” is aanwezig (ook al is die mogelijkheid volgens sommigen klein). Bovendien moet niet worden vergeten dat kinderen opgroeien in een wereld waarin het occulte en het paranormale normaal is geworden. Occultisme wordt bij kinderen in toenemende mate op verschillende wijze onder de aandacht gebracht en van verschillende kanten wordt dit gestimuleerd. Het is niet meer zoals vroeger dat de waarzegger voornamelijk op een kermis stond en dat de kermis een verboden plek was voor christenen. Toen was het duidelijker, die scheidingslijn tussen goed en kwaad is vervaagd en misschien wel zo goed als weg. Willen wij dat onze kinderen leren onderscheiden en als het ware voelsprieten ontwikkelen, zodat zij zelf al jong doorhebben dat er iets niet klopt, dan is het zaak dat er thuis en op school onderscheid wordt gemaakt tussen licht en duisternis. Kinderen hebben behoefte aan een duidelijke richting. Er komt veel op hen af, maar door thuis en op school duidelijk een grens te trekken leren kinderen al jong wat wel en niet kan.

Een leerkracht kan nooit weten wat een kind doet met datgene wat hij of zij voorleest. Daarom is het beter om verhalen waarbij een leerkracht of ouder twijfels heeft, niet voor te lezen. Dit ongeacht of de twijfels terecht of onterecht zijn. Het is onnodig om hierover een discussie aan te gaan, omdat men hier vaak niet uitkomt. De leerkracht doet er dan goed aan de standpunten van de ouder te respecteren en zelf voor een alternatief te kiezen. Andere ouders die het anders zien kunnen dan thuis zelf anders beslissen voor hun kind.

Naschrift: de lezer heeft bovengenoemde bezwaren kenbaar gemaakt bij de leerkracht, wat uiteindelijk tot gevolg heeft gehad dat er niet meer in de klas uit “Pinkeltje” wordt voorgelezen. 

Naam en adres van de lezer bij de redactie bekend.

“Het teken van demonische muziek is niet de woorden, maar de muziek zelf.”

Rock muziek, in al zijn vormen, wordt de laatste tijd steeds meer algemeen aanvaard, ook in de christelijke eredienst. Het debat daarover, lijkt voor velen misschien beslecht, maar het nieuwste boek van David Cloud, ‘The God of End-Times Mysticism’ (De god van het mysticisme van de eindtijd), bepaalt ons op indringende wijze met de werkelijke achtergronden en het doel van deze muziek. We lezen directe aanhalingen van diverse musici, die ernstig tot nadenken stemmen. Het hele gedachtegoed staat haaks op wat de Bijbel ons leert en is buitengewoon misleidend en gevaarlijk. Het volgende is een samen-vatting met diverse directe aanhalingen.

De meest effectieve vorm van mysticisme
(Cloud) Ik geloof dat rock & roll de meest effectieve vorm van mysticisme is in onze samen-leving. Het is niet verwonderlijk dat rock & roll door de huidige christenheid is binnenge-haald, want het heeft de kracht die men tegenwoordig zoekt, de kracht om sterke emoties te creëren. Het heeft letterlijk de kracht om de controle over te nemen en je in de wereld van de geesten te brengen. Rock & rollers hebben hun muziek al heel lang beschreven in sterke spiri-tuele en religieuze termen, maar met ‘geestelijke bezieling’ in de volgende aanhalingen wordt niet de Heilige Geest bedoeld. Het spreekt over ‘de god van deze wereld’ die zich voordoet als een engel van het licht (2 Cor 4: 4; 11: 14).

Wat zeggen de musici zelf?

Rockhistoricus Michael Moynihan zegt: “In spirituele termen is deze muziek een magisch instrument, een middel om te communiceren met de goden” (Lords of Chaos: The Bloody Rise of the Satanic Metal Underground, p. 1).

Craig Chaquico van de Jefferson Airplane zegt:
“Rockconcerten zijn de kerken van vandaag, muziek brengt de mensen in een geestelijke wereld; alle muziek is god” (Dan and Steve Peters, Why Knock Rock? p. 96).

Jimi Hendrix begreep de kracht van rock & roll als mysticisme:
“Rockmuziek is meer dan muziek, het is als een kerk” (Jimi Hendrix, The Dick Cavett Show, July 21, 1969).  “We maken de muziek zo, dat het elektronische kerkmuziek is, een nieuwe bijbel, die je in je hart kunt dragen.”

“De muziek is in zichzelf spiritueel.” (Jimi Hendrix, interview with Robin Richman “An Infinity of Jimis,” Life magazine, Oct. 3, 1969).

“De sfeer gaat komen door de muziek en omdat de muziek spiritueel is in zichzelf, hypnotiseer je mensen, zodat ze direct teruggaan naar hun natuurlijke staat, het idee is om de juiste vorm en proporties te kiezen, dan is het alsof de mensen voelen dat ze naar een andere wereld gaan, een meer heldere wereld. De muziek vloeit vanuit de lucht, daarom treed ik in contact met een geest (zie: Efeze 6; SW) en als de mensen neerkomen, vanuit deze natuurlijke hoogte, zien ze helderder” (Jimmy Hendrix, rock star, Life, Oct. 3, 1969, p. 74).

Bruce Springsteen opende zijn rockconcerten met de woorden: “Welkom bij de eerste kerk van de rock, broeders en zusters.” Hij getuigde dat hij dood was, totdat rock & roll zijn leven veranderde.

USA Today beschreef een Springsteen-concert met de volgende woorden: “Hier wordt een fantastische muzikale ‘chemistry’ ervaren, Springsteen en zijn E Streeters veranderen de Meadowlands’ Continental Airlines Arena (in East Rutherford, New Jersey) in een rauwe opwekkingstent met thema ‘s als: verlossing, redding en  opstanding door rock ‘n roll gedu-rende de vier uur durende show (USA Today, July 19, 1999, p. 9D).

Robbie Kreiger, guitarist voor The Doors zei: “De leden van de muziekgroep of ’band’ zijn opwekkers tot nieuw godsdienstig leven en zullen het publiek een religieuze ervaring doen ondergaan.”  (Break on Through: The Life and Death of Jim Morrison, p. 190).

Judy Mowatt, een van Bob Marleys ‘back up’ zangers zei: “Op de tournee waren de shows als een kerkdienst, Bob gaf de preek. Er waren gemengde emotionele reacties bij het publiek, je zag mensen letterlijk huilen, helemaal waanzinnig worden in een religieuze/spirituele trip (‘high’). Er was een kracht die je daar naar toe trok, het was een ‘gereinigd’ gevoel…maanden – en soms  jarenlang blijft het bij je” (Sean Dolan, Bob Marley, p. 95).

‘Grateful Dead’- concerten zijn beschreven als: ‘een plaats van aanbidding’, de band was de hogepriester, het publiek de gemeente/kerkleden, de ‘songs’ de liturgie en het dansen het ge-bed” (Gary Greenberg, Not Fade Away: The Online World Remembers Jerry Garcia, p. 42).
Een muziekkritikus beschreef de concerten van de  Backstreet Boys als ‘worship’ (aanbidding)  (Express Writer, August 16, 1998).

Jim Morrison van The Doors zei, “Ik voel me geestelijk als ik optreed” (Newsweek, Nov. 6, 1967, p. 101).

Michael Jackson zei: “Bij veel gelegenheden, als ik dans, voel ik me aangeraakt door iets heiligs. Tijdens zulke momenten voelde ik mijn geest uit mijn lichaam stijgen en één worden met alles wat bestaat” (Steve Turner, Hungry for Heaven, p. 12).

George Harrison zei: “Door de muziek bereik je de geestelijke wereld, muziek is zeer betrokken in het spirituele, het geestelijke, zoals we weten van de Hare Krishna mantra” (Turner, p. 71).

Sting, van de rockband Police, zei: “De pure essentie van muziek is zeer spiritueel” (Musician, Feb. 1987, p. 41). Hij zegt: “Mijn religie zou muziek zijn en ik heb zojuist mijn eerste sacrament ontvangen” (Hij had net de Beatles gehoord, toen hij 11 jaar was). (USA Today, Jan. 27, 1984, p. 2D).

Rock My Religion (Rock mijn religie) is een documentaire door Dan Graham, dat de aard van  rock & roll als religie beschrijft voor miljoenen mensen.

Aldous Huxley, drugs, occultisme en Oosterse godsdiensten
Een ander element van het mysticisme van rock & roll is het wijdverbreide gebruik van drugs.
In dit verband is het interessant om te kijken wat Aldous Huxley (1874-1963) hiervan zei.          Huxley was een in Engeland geboren mysticus, die geloofde dat hij door het gebruik van drugs/hallucinerende middelen ‘verlicht’ werd. Als jonge man zweerde hij het dogmatisch geloof volledig af (Anne Bancroft, Twentieth-Century Mystics and Sages, p. 8). Hij ging van het ene mystieke pad naar het andere “als een sprinkhaan”. Hij studeerde hypnose, psychische verschijnselen, meditatie, automatisch schrift (schrijvend medium) en andere zaken, maar hij was in het bijzonder aangetrokken tot het hindoeïsme en het boeddhisme. In 1925 bezocht hij Indië. Hij kende J. Krishnamurti en Swami Prabhavananda.
In de dertiger jaren van de vorige eeuw, terwijl hij vedantische hindoeïsme studeerde onder de leiding van Gerald Heard, de grondlegger van het Trabusco College in California, schreef Huxley  The Perennial philosophy (De eeuwige, universele filosofie). Hierin bespreekt hij de leringen/dogma ‘s van verschillende mystieke meesters en beschrijft hij zijn religieuze stand-punten. Huxley beweert, dat ze gebaseerd zijn “op directe ervaringen”, een mystieke benade-ring dus. Maar het was in 1952 dat Huxley zei, dat hij eindelijk de werkelijke, volledige en echte verlichting had ontvangen/ondergaan. Dat was door het gebruik van mescaline (een drug). Hij zei dat deze ervaring “de deur naar begrijpen had gereinigd.” Hij bleef drugs ge-bruiken, inclusief LSD, tot het einde van zijn leven. Op zijn sterfbed gaf zijn vrouw hem LSD en zat ze naast hem, terwijl ze hem voorlas uit het extreem occulte Tibetaanse dodenboek.
In zijn boeken: The Doors of Perception and Heaven and Hell (De deuren van de waarneming en Hemel en Hel) beschrijft Huxley zijn drugexperimenten in termen van spirituele verlichting. Hij dacht dat het brein werkte als een filter of als “een reduceerventiel” dat niet gemakkelijk verbinding kon maken met de “brede, alles omvattende menselijke geest.” Door drugs, yoga en ascetische oefeningen zou de filterende functie van het brein verzwakt worden, zodat je kunt ‘intappen’ in de waarheid.”

Huxleys invloed op de rock & roll muziek
Huxley heeft een grote invloed gehad op de rock & roll muziek en op de moderne wereld, in het algemeen. De rockgroep van de zestiger jaren, The Doors, had de naam voor de groep  gekozen n.a.v. de theorieën van Huxley. Ook zij gebruikten muziek en drugs als een deur naar ‘de andere ‘kant’, om naar de (occulte) wereld, de wereld van de geesten door te breken. De leidende zanger van hun groep, Jim Morrison werd beschreven als een ‘electric’ shamaan. Eén van z ‘n groepsleden zei: “Als de Siberische sjamaan zich klaar maakt om in trance te gaan, komen alle dorpsbewoners bij elkaar en spelen, met wat voor instrumenten ze ook hebben, om hem ‘uit te zenden’. Met The Doors ging het op dezelfde manier, als we optraden. Ik denk dat ons gebruik van drugs ons sneller daarin leidde (in de trance  – ‘state’/ervaring)” (The Doors keyboardist Ray Manzarek, cited by Jerry Hopkins and Daniel Sugerman, No One Here Gets out Alive, pp. 158-60).

Rock & roll is vanaf het begin geassocieerd geweest met eindtijd-misleiding. Niet inzien  dat satan achter de moderne popmuziek-rage zit, is hetzelfde als het afwijzen van het  duidelijke onderwijs van de Bijbel dat satan de god van deze wereld is (2 Cor 4: 4) en de “geest die nu werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid” (Ef 2:2) en de kracht achter “het geheimenis van de wetteloosheid is, die werkt in de wereld (2 Thess 2:6-10).

David Cloud

 

Hartcoherentie-therapie is ín.

Steeds meer psychologen, psychiaters, fysiotherapeuten, huisartsen en cardiologen doen er hun voordeel mee. In steeds meer, ook Nederlandse, ziekenhuizen wordt de methode aangeboden. Maar ook in veel basisscholen in Nederland worden aan de kinderen hartcoherentie-technieken geleerd, waardoor de schoolprestaties omhoog zouden gaan en de faalangst aanzienlijk vermindert. Ook zijn er inmiddels veel bedrijven die deze methodiek gratis aanbieden aan hun personeel. HeartMath Benelux, dat de hartcoherentietrainingen verzorgt in de Benelux, zegt op haar website: ‘Onze missie is mensen en organisaties vitaler te maken, hiermee bedoelen we een staat van minder stress en meer balans en tevredenheid. Onderzoek wijst uit, dat deze staat niet alleen leidt tot een betere gezondheid, maar ook tot hogere prestaties.’

Begripsomschrijving en geschiedenis
Hartcoherentie is de regelmatige afwisseling in versnelling en vertraging van het hartritme, die ontstaat door samenwerking van het sympathische[1] en parasympathische zenuwstelsel: de hartritmevariabiliteit (HRV). De tijdsintervallen tussen hartslagen veranderen voortdurend. De ademhaling veroorzaakt namelijk drukverschillen in de borstkas. Sympathische activiteit stemt overeen met inademen en staat voor stimulatie, paraatheid en versnelling. Parasympathische activiteit stemt overeen met uitademen en staat voor kalmering, vertraging en rust. Door angst, stress of depressie treedt een verstoorde balans tussen sympathische en parasympathische activiteit op, die hersteld kan worden door een toename van de parasympathische activiteit[2]. Een hoge hartcoherentie is op de biofeedbackapparatuur te zien aan een gelijkmatig sinus-golfachtig patroon in de HRV en een groen balkje.

Als apparatuur staat ter beschikking de emWave Desktop met een vinger- of oorsensor die de hartslag meet of een draagbare, mobiele emWave Personal Stress Reliever ter grootte van een mobiele telefoon.

De methode is ontwikkeld door het HeartMath Institute, dat in 1991 opgericht is door de internationaal bekende stressspecialist Doc Lew Childre in Californië (USA). HeartMath toonde aan, dat emoties veel sneller en krachtiger zijn dan gedachten. En dat – als het om het menselijke lichaam gaat – het hart veel belangrijker was dan de hersenen. Positief denken met je hersenen was weliswaar zinvol, maar positief voelen vanuit je hart gaf een geweldige impuls aan de gezondheid en aan effectief en creatief functioneren.

De Amerikaanse cardioloog Andrew Armour ontdekte in 1994, dat het hart over een eigen neuraal netwerk beschikt: het hartbrein. In tegenstelling tot wat voorheen gedacht werd, bleek niet zozeer het emotionele brein[3] het hart als wel het hart het emotionele brein te beïnvloeden. Zo zouden de signalen van het hart significante effecten hebben op onze emoties en ook op hogere hersenfuncties zoals begrip, focus, geheugen en probleemoplossing, een communicatie die zou verlopen via de variatie van het hartritme. Alle HeartMath-oefeningen, die klinkende namen hebben als Neutral, Quick Coherence Technique[4], Heart-Lock in, Freeze Frame, Attitude Breathing, Notice and Ease, Cut-Thru, kunnen gebruikt worden om het lichaam in staat van hartcoherentie (in ‘sync’ = synchroon) te brengen.

Basis
De kern van HCT of hartcoherentietraining bestaat uit het richten van de aandacht op de hartstreek, ademhaling (5-6 keer per minuut in- en uitademen) en positieve emoties[5] door middel van het oproepen van positieve herinneringen. Het effect van deze interventies is direct op de apparatuur af te lezen en helpt aldus bij het inslijten van nieuwe patronen en omgaan met stress. De drie basisstappen zijn ook zonder de apparatuur te gebruiken, bijvoorbeeld in stresssituaties, of als oefening tussendoor. De apparatuur functioneert als een soort thermometer. De hartcoherentie-oefening wordt beschreven door de Franse psychiater prof. David Servan-Schreiber in Uw brein als medicijn (2009).

  1. Hartfocus. De aandacht naar de hartstreek brengen.[6]
  2. Hartademhaling. Je haalt rustig adem door je hart, ademt vooral goed uit, alsof de zwaartekracht je adem naar de grond trekt. Over iedere ademhaling doe je zo’n 12 tellen, 6 in en 6 uit. Doe dit tot je ademhaling rustig wordt, als vanzelf gaat.
  3. Hartgevoel. Blijf ademen door het gebied van je hart. Denk aan een moment terug, dat je je erg prettig voelde en probeer dat moment opnieuw te beleven. Het kan een moment van zorg, aandacht of nabijheid zijn voor een ander, of je huisdier; het kan om een vakantie-ervaring gaan of een heel leuke sportieve ervaring. Sta stil bij dit positieve gevoel, geef jezelf toestemming het te voelen.

Je kunt deze oefening bijvoorbeeld iedere dag 5 minuten doen. De methode kan je helpen om onmiddellijk je stress te verminderen. De stappen hartfocus, hartademhaling en hartgevoel nemen een minuut in beslag. Hoe meer je de methode traint op momenten dat je niet al te gespannen bent, lekker in je vel zit, hoe beter je deze kunt toepassen als je angstig bent of een paniekaanval dreigt te krijgen. Door deze oefening zorg je er ook voor dat de verstoorde biochemische balans in je hoofd zich weer herstelt. Aldus Servan-Schreiber.

HCT is een emotionele zelfregulatietechniek die de patiënt de mogelijkheid biedt een actieve bijdrage te leveren aan het verminderen van psychische klachten en het versterken van de positieve emoties. Hartcoherentie met behulp van de emWave Desktop zou leiden tot stressvermindering, meer energie en weerstand, meer emotionele balans, helderder kunnen denken waardoor je beter beslissingen kunt nemen en creatiever bent, betere communicatie met anderen, doordat je je beter kunt uitdrukken en beter kunt luisteren, beter kunt slapen. Onderzoek zou aangetoond hebben, dat hartcoherentie samengaat met een verlaging van de bloeddruk en het cortisol-niveau, een stresshormoon, en met een stijging van DHEA, een vitaliteithormoon.

Wetenschap en hartcoherentietraining
Er is steeds meer belangstelling voor hartcoherentietraining als behandelmethode voor psychische klachten. Er zijn aanwijzingen voor een gunstig effect bij angst, depressie en stressgerelateerde klachten. De methode wordt onder meer gebruikt door artsen, psychologen en fysiotherapeuten. Fysiotherapeut Herman de Vries komt in zijn afstudeerscriptie over hartcoherentietraining (2008) tot de conclusie, dat deze training volgens de module van HeartMath in principe bruikbaar is in het vakgebied fysiotherapie, maar hij noemt enige discussiepunten.

1. Zijn vakgebied is de afgelopen jaren steeds meer opgeschoven in biopsychosociale richting.  Biofeedback maakt zelfs al deel uit van de vakinhoudelijke thema’s in de opleiding tot psychosomatisch fysiotherapeut aan de Hogeschool Utrecht. Maar in hoeverre past biofeedback als methode bij de van oorsprong biomedisch georiënteerde fysiotherapeut? De tegenwoordige fysiotherapeut maakt in tegenstelling tot vroeger steeds minder gebruik van hands-on technieken zoals masseren en daarentegen steeds vaker van hands-off technieken, bij voorbeeld loopbanden, crosstrainers, TENS, tape, APS en hartcoherentie.

2. Hoe sterk is de wetenschappelijke onderbouwing van deze interventie als verreweg het meeste onderzoek door het HeartMath Institute is verricht? Ook al worden diverse bevindingen ondersteund door enkele wetenschappers als Servan-Schreiber, nog meer onafhankelijke onderzoeken zijn beslist gewenst.

Spirituele elementen
In alle HeartMath-oefeningen staan de drie basisstappen centraal.
Hierin zijn de voor een christen ontoelaatbare ingrediënten van pranayama
[7], visualisatie[8] en meditatie (mindfulness) terug te vinden.[9]

Hartcoherentie laat zich naadloos combineren met mindfulness
[10]. Met hartcoherentie wordt het onderzoek naar spirituele wortels in divers  alternatieve geneeswijzen afgesloten. Deze wortels zijn vaak oosters van afkomst. Het lijkt er alleszins op dat het oosterse denken een toenemend open deur vindt in het steeds meer ontkerstenende Westen.
Het oosters denken is ook niet meer weg te denken uit de gezondheidszorg.

Alvorens in te gaan op het komen tot een keuze bij de zoektocht van een christen naar verantwoorde alternatieve geneeswijzen zal eerst nagedacht worden over oosters denken in de Nederlandse ziekenhuizen, newage-denken in Amerikaanse ziekenhuizen, een toekomst met healende ziekenhuizen als tempels en de god van Ekron in de gezondheidszorg.

 

Drs. Ruud van der Ven

Dit artikel komt nagenoeg overeen met een hoofdstuk  uit ‘Genezing uit het Oosten?’ eveneens van drs. Ruud van der Ven.


[1] Het sympathische zenuwstelsel is het deel van het autonome ofwel onwillekeurige zenuwstelsel, dat ervoor zorgt het lichaam in paraatheid te brengen (‘het gaspedaal van het organisme’) door de hartactie te stimuleren, de ademhaling te versnellen en het bloedglucosegehalte te verhogen. Dit doet zich voor bij verhoogde spieractiviteiten en stresssituaties (vecht-, vlucht- of vriesreacties). De tegenhanger, het parasympathische zenuwstelsel, zorgt voor herstel en rust, opslag en de energiehuishouding en overheerst tijdens ontspanning en slaap.
[2] En daarmee van de hartcoherentie.
[3] Het limbische systeem in de hersenen.
[4] Te gebruiken in acute stresssituaties, om ‘snel coherent’ te worden, en te voorkomen dat het lichaam in een staat van fight-fright-flight terecht komt.
[5] In plaats van positief denken gaat het bij hartcoherentie om positief voelen.
[6] Deze eerste stap heeft grote raakvlakken met mindfulness (aandacht zonder oordeel [of mentale plaatjes]).
[7] De hartademhaling. Onderdeel Heart Lock-in oefening: ‘Visualiseer dat je door je hart inademt en weer uitademt door je zonnevlecht’ (openen hart- en navelchakra).
[8] De gevisualiseerde ademhaling door het hart en de zonnevlecht; het advies om de positieve emoties ‘met al je zintuigen weer te voelen, ruiken, ervaren’; ‘met gesloten ogen het hart voorstellen als een bron van Liefde en wijsheid, het hart vullen met positieve emoties’.
[9] Met het advies (bij de Heart Lock-in oefening) ‘het positieve gevoel van waardering, liefde, compassie of zorg vast te houden en naar jezelf en anderen uit te stralen’ kan men op het terrein van energetische (afstands)behandeling (vergelijkbaar met magnetiseren, reiki) terecht komen.
[10] In het magazine van dec. 2010 is in een artikel Mindfulness besproken. Zie ook de websitebijbelenonderwijs.nl.

Islamisering is een beladen term. Behoort het tot het wezen van de islam om gebieden/landen onder de sharia te brengen? Als je denkt aan historische feiten, is dan voorgaande vraag niet gemakkelijk te beantwoorden? Nadat de islam in 630 in Mekka was gevestigd, kwamen de islamitische legers in 732 tot Poitiers in Frankrijk. De Ottomanen (Turken) kwamen in 1529 tot aan Wenen. In het ND van 19 en 21 april 2011 luidden koppen: ‘Moslims Maleisië voor jihad tegen christenen’, ‘Moslims in Pakistan vallen opnieuw christenen aan’ en ‘Geweld tegen christenen in Noord-Nigeria’. En wat heeft de Koran – denk aan soera 9 – voor invloed op de uitbreiding van de islam? Dr. Peter Hammond heeft in zijn boek ‘Slavery, Terrorism and Islam: The Historical Roots and Contemporary Threat’ (Slavernij, terrorisme en islam: de historische wortels en hedendaagse dreiging) zich uitgebreid met de islam beziggehouden. Hij heeft een overzicht over dit wereldwijde denken in zijn boek staan.


Hij schrijft:
De islam is geen religie en evenmin een sekte. In de meest uitgebreide vorm, is het een compleet, allesomvattend, 100% systeem van leven. Islamisering begint als er genoeg moslims in een land zijn om te strijden voor hun religieuze vrijheden. Als politiek correcte, tolerante en multiculturele samenlevingen instemmen met het verzoek van moslims om religieuze vrijheden, zal een aantal van de andere componenten automatische binnensluipen….

Zo werkt het:
Zolang de moslimbevolking minder dan 2 % uitmaakt in een willekeurig land, zullen de moslims vooral gezien worden als een vredelievende minderheid en niet als een dreiging voor de rest van de bevolking. Dit is het geval in:

De Verenigde Staten Moslim 0,6 %
Australië Moslim 1,5 %
Canada Moslim 1,9 %
China Moslim 1,8 %
Italië Moslim 1,5 %
Noorwegen Moslim 1,8 %

Tussen 2 en 5% beginnen ze bekeerlingen te maken onder andere etnische minderheden en ontevreden groeperingen. Vaak werven ze veel bekeerlingen in gevangenissen en onder straatbendes. Dit gebeurt in:

Denemarken Moslim 2 %
Duitsland Moslim 3,7 %
Groot Brittannië Moslim 2,7 %
Spanje Moslim 4 %
Thailand Moslim 4,6 %

Vanaf 5% gaan ze buitensporig invloed uitoefenen in verhouding tot hun aandeel in de bevolking. Ze zullen bijvoorbeeld het invoeren van halal- (rein volgens islamitische standaarden) voedsel doordrukken, waarmee ze banen in de sector van de voedselproductie veilig stellen voor moslims. Ze zullen de supermarkten steeds meer onder druk zetten om halalvoedsel in de schappen te zetten – gelijktijdig met dreigingen als supermarkten weigeren zich te schikken. Dit komt voor in:

Frankrijk Moslim 8 %
Filippijnen Moslim 5 %
Zweden Moslim 5 %
Zwitserland Moslim 4,3 %
Nederland Moslim 5,5 %
Trinidad & Tobago Moslim 5,8 %

Op dit punt zullen ze proberen de heersende overheid zover te krijgen hen toe te staan zichzelf te berechten (in hun getto’s) onder de sharia, de islamitische wet. Het uiteindelijk doel van  moslims is om de sharia in de hele wereld te laten gelden.

Als het aantal moslims in de buurt komt van de 10% van de bevolking, neigt men ernaar de wetteloosheid te vergroten als een middel om te klagen over hun omstandigheden. In Parijs zien we nu al autobranden. Elke niet-islamitische actie beledigt de islam en resulteert in opstand en dreigingen, zoals in Amsterdam, met tegenstand over cartoons over Mohammed en films over de islam.
Zulke spanningen zien we dagelijks, vooral in moslimgebieden in:

Guyana Moslim 10 %
India Moslim 13,4 %
Israel Moslim 16 %
Kenia Moslim 10 %
Rusland Moslim 15 %

 

Als de 20% bereikt wordt, kunnen landen opstootjes verwachten, formering van jihad-milities, moorden en het in brand steken van christelijke kerken en joodse synagoges, zoals in:

Ethiopië Moslim 32,8 %

Bij 40% worden landen geconfronteerd met wijdverbreide slachtpartijen, herhaalde terreuraanslagen en voortdurende oorlogvoering door milities, zoals in:

Bosnië Moslim 40 %
Tsjaad Moslim 53,1 %
Libanon Moslim 59,6 %

Vanaf 60% krijgen landen te maken met ongebonden vervolging van niet-gelovigen van alle andere religies (inclusief non-conformistische moslims), etnische zuiveringen (genocide), gebruikt wordt de sharia-wet als wapen en de Jizya, belasting opgelegd aan ongelovigen, zoals in:

Albanië Moslim 70 %
Maleisië Moslim 60,4 %
Katar Moslim 77,5 %
Soedan Moslim 70 %

Boven de 80%, kun je dagelijkse intimidatie en vijandige jihad, etnische zuivering onder staatstoezicht en zelfs genocide verwachten, want deze landen zullen de ongelovigen uitdrijven om 100%  moslim te kunnen worden, zoals is ervaren en in zekere zin nog gaande is in:

Egypte Moslim 90 %
Gaza Moslim 98,7 %
Indonesië Moslim 86,1 %
Iran Moslim 98 %
Irak Moslim 97 %
Jordanië Moslim 92 %
Marokko Moslim 98,7 %
Pakistan Moslim 97 %
Palestina Moslim 99 %
Syrië Moslim 90 %
Tadzjikistan Moslim 90 %
Turkije Moslim 99,8 %
Verenigde Arabische Emiraten Moslim 96 %

100% zal de vrede van ‘Dar-es-Salaam’ – het islamitische ‘Huis van Vrede’ proberen te verwezenlijken. Dan  denkt men vrede te hebben, omdat iedereen  moslim is, er Koranscholen als de enige scholen zijn en de Koran het enige woord, zoals in:

Afghanistan Moslim 100 %
Saoedi Arabië Moslim 100 %
Somalië Moslim 100 %
Jemen Moslim 100 %

Helaas wordt de vrede nooit bereikt, want in deze 100% staten intimideren de radicaalste moslims en spugen haat en bevredigen hun lust voor bloed door minder radicale moslims te vermoorden om allerlei redenen.

‘Voordat ik negen jaar oud was, had ik de basisleerstellingen van het Arabische leven geleerd: Het was ik tegen mijn broer; ik en mijn broer tegen onze vader; mijn familie tegen mijn neven en de clan; de clan tegen de stam; de stam tegen de hele wereld en wij allemaal tegen de ongelovigen’ (Leon Uris in ‘The Hadj’).

Het is belangrijk om te begrijpen dat in sommige landen, met ruim onder de 100% moslims, zoals Frankrijk, de minderheids-moslimbevolking in getto’s woont, waar ze wel met 100% moslims zijn en waarin ze leven volgens de sharia. De nationale politie gaat deze getto’s zelfs niet in. Er zijn geen nationale rechtbanken, geen scholen, geen niet-moslim religieuze faciliteiten. In dergelijke situaties integreren de moslims niet in de grote gemeenschap. De kinderen gaan naar Koranscholen. Ze leren alleen de Koran. Alleen al omgaan met een ongelovige is een misdaad die met de dood bestraft kan worden. Daarom oefenen imams en extremisten in bepaalde delen van sommige landen meer invloed uit dan verwacht zou worden op grond van het landelijk gemiddelde.
Vandaag de dag maken 1,5 miljard moslims 22% uit van de wereldbevolking uit, maar hun geboortecijfer laat dat van christenen, hindoes, boeddhisten, Joden en alle andere gelovigen in het niet vallen. Moslims zullen 50% van de wereldbevolking gaan uitmaken.

dr. Peter Hammond

Dr. Peter Hammond is gepromoveerd in de theologie. Hij is in 1960 in Kaapstad geboren en opgegroeid in Rhodesië (= het huidige Zimbabwe). In 1977 is hij christen geworden.

Braingym op de christelijke school?

Braingym[i] is een methodiek die erg in opkomst is op scholen. Het doel is om kinderen rustiger en geconcentreerder te laten worden. Ook op héél veel christelijke scholen en zelfs in kerken komt deze methodiek voor. Je kunt je afvragen hoever het al maatschappelijk aanvaard is.

Achtergrond
Het lijkt in eerste instantie door de simpele oefeningen en de eenzijdige informatie die gegeven wordt, heel onschuldig. Het is voor kinderen allemaal zo goed en de prestaties  worden beter, zo beweert men. Bij wat nader onderzoek op internet blijkt het helemaal niet onschuldig te zijn. Je kunt gewoonweg stellen dat het gevaarlijk is!  Daarom wil ik andere ouders waarschuwen!

Gevaar braingym
Volgens mij is het  gebaseerd op het taoïsme[ii] dat een ander God-, mens- en wereldbeeld  heeft. De grondleggers van braingym, Paul E. Dennison en zijn vrouw, werken met kinesiologie[iii], acupressuur[iv], chiropractie en touch for health[v]. Ook visualiseren hoort erbij. Dit alles staat op hun website: www.braingym.org.
Het doel van braingym is om de informatiestroom tussen zenuwcellen en de rest van het lichaam te optimaliseren door middel van simpele oefeningen: oefeningen die veelal naar dieren vernoemd zijn zoals cobra en olifant.
Als een kind problemen heeft op wat voor gebied ook – denk aan concentratie-, leer- en sociale problemen, leer- en stresssituaties, etc.), kan dat probleem, volgens braingym, veroorzaakt worden door blokkades in de informatiestroom, maar in werkelijkheid praten ze hier over energiebanen. Om de energie in het lichaam in balans te brengen wordt veelal gewerkt met yin yang, chi en meridianen: begrippen uit de oosterse godsdiensten.
De oefeningen zijn er dan ook op gericht om de energieblokkades op te heffen en deze oefeningen zijn voorwaarde scheppend. Ze helpen, volgens de docenten, om goed gemotiveerd te zijn, klaar voor een nieuwe leerstap, om helder te kunnen denken en goed bij jezelf te kunnen blijven.

De verhouding tussen geest, ziel en lichaam, zoals braingym dat voorstaat, is on-Bijbels, omdat men uitgaat van zelfverwerkelijking, transformatie en evolutie.
Volgens de grondlegger, Paul Dennison, zijn de energieën in ons lichaam dezelfde als de kosmische krachten chi (vanuit het taoïsme) of prana (vanuit het hindoeïsme).
Het gaat dus niet om het meten van fysische, maar van geestelijke krachten!! De geestelijke energieën worden vereenzelvigd met de geest van tao. Dit staat haaks op wat in Col 2:20-23 staat: We zijn afgestorven aan de wereldgeesten.

Basisoefeningen
De 4 basisoefeningen die dagelijks gedaan worden, zijn: water drinken, hersenknoppen masseren, kruisloop en in de knoop/uit de knoop. Deze oefeningen worden ‘pace’ genoemd: positive, active, clear en energy.

  1. Water drinken: nodig voor efficiënt leren, het hoofd koel te houden en het reinigen van het  lichaam. Water hoeft niet verteerd te worden en geeft direct energie.
  2. Breinknoppen (lees: drukpuntmassage): Deze massageknoppen stimuleren de productie van neurotransmitters ter hoogte van de synapsen in het brein. ‘Breinknoppen’ is een ‘ leuke’ naam die ook in de edu-kinesiologie gebruikt wordt om stress te verminderen. Het ondersteunt de samenwerking tussen de ogen en de beide hersenhelften en helpt om de visuele informatie zo optimaal mogelijk te verwerken.
  3. Kruisloop: Deze beweging activeert de samenwerking tussen het brein en het lichaam. De energie zal in de juiste baan geleid moeten worden en dit helpt je klaar te zijn voor een volgende leerstap.
  4. In de knoop/uit de knoop: Deze oefening helpt om een positieve houding te ontwikkelen en om stress te verminderen. Een docente omschreef deze oefening als volgt: “Deze houding brengt je bij jezelf en helpt je precies te weten wat jouw eigen keus is.”


Mevr. Kirsten.Alting

 


[i] Op de deelsite ‘Occult en Licht’ van bijbelenonderwijs.nl wordt het begrip ‘braingym’ kort uitgelegd. Daarbij is ook een Bijbelse duiding. Hetzelfde tref je in het ‘Occult zakwoordenboek’ aan, verkrijgbaar bij Bijbel & Onderwijs.

[ii] Chinese vorm van de mystieke weg die naar het doel voert ofwel de kosmische wet die in alle mensen werkt. Bij Confucius is dit de kosmische wet van evenwicht tussen hemel en aarde, waaraan de natuur en de mensen zijn onderworpen. Tao is niet te vatten, zoals blijkt uit de spreuk: “Het ware is leeg en het lege is waar;” toch is dit de levensvulling van de Chinezen door de eeuwen heen.
Er bestaat een veelheid van ‘wegen’, maar ieder mens dient zijn eigen weg te vinden en wanneer hij die volgt, stijgt hij daarmee uit boven zijn sociale omstandigheden en zijn genetisch bepaalde aard (zie deelsite ‘Occult en Licht’ vanbijbelenonderwijs.nl en ook het ‘Occutl zakwoordenboek’.

[iii] Verzamelnaam voor diverse lichamelijke (zoals spiertest) en zintuiglijke oefeningen (zoals fixatie van de ogen) om gezondheidsproblemen bij een zgn. niet-gebalanceerde persoonlijkheid te herstellen. Dit gebeurt op grond van de diagnose dat de beide hersenhelften niet met elkaar in balans zijn of dat hun verbinding geblokkeerd is.
Hierbij keert men zelfs oorzaak en gevolg om, bijvoorbeeld dat motorische en zintuiglijke oefeningen de werking van de hersenen kunnen beïnvloeden! (zie deelsite ‘Occult en Licht’ van bijbelenonderwijs.nl en ook het ‘Occult zakwoordenboek).

[iv] Gelijk aan acupunctuur

[v] Touch for Health Kinesiologie combineert de controle van de spierbewegingen met de principes van de Chinese leer der meridianen en acupunctuur. Dit leidt tot een reeks zachtaardige, maar zeer krachtige heilstechnieken ter verhoging van gezondheid, welzijn en vitaliteit (zie deelsite ‘Occult en Licht’ van bijbelenonderwijs.nl en ook het ‘Occult zakwoordenboek’ verkrijgbaar bij B & O).

Problemen met de huidige vormen van pastorale hulpverlening

Bijna alle christelijke hulpverleners/pastoraalwerkers die een bepaalde vorm van officiële training gevolgd hebben, zelfs mensen die zich christelijk pastoraal werker mogen noemen, zijn onderwezen in wereldse theorieën als Freudiaanse psychoanalyse, de gedragstheorie van Skinner, de hiërarchietheorie van Maslow, Rogeriaans pastoraat en nog veel meer. Ze hebben zoveel tijd doorgebracht met het leren van deze dingen, dat de Bijbelse kijk op het omgaan met problemen uit zicht is geraakt.

Het gezag van de Bijbel
De psycholoog Mowrer schreef met zijn boek ‘Heeft de evangelische kerk zijn geboorterecht ingeruild voor psychologische rommel?’ [‘Has evangelical religion sold its birthright for a mess of psychological pottage?’ Eng.]  een kritische beschouwing over zijn beroepsgroep. Als we zien dat mensen al te haastig worden overgedragen aan de ‘professionals’, omdat de kerk gezwicht is voor hun claims van ‘expertise,’ moet het antwoord op zijn vraag wel “ja” zijn. De kerk heeft afstand gedaan van haar verantwoordelijkheid op dit gebied, doordat ze haar leden niet geleerd heeft wat een echt Bijbelse en godvruchtige manier van leven is.

Welk gezag heeft de Bijbel met betrekking tot het gedrag van een christen?
De Bijbel wordt tekort gedaan, als mensen, ook christenen, zeggen: “Je pakt de Bijbel niet, als je wilt leren hoe je arts of architect moet worden; daarvoor moet je bij de seculiere bronnen zijn. Wat is er dus verkeerd aan om naar een psycholoog of psychiater te gaan, als je meer wilt weten over de laatste ontwikkelingen op het gebied van het menselijk gedrag?” Met deze bewering zeg je eigenlijk dat de Bijbel ons wel van alles kan vertellen over ons geloofsleven, maar dat het geen antwoorden heeft voor de moeilijke en soms overweldigende situaties in ons dagelijks leven. Het onderwijs in de Bijbel hierover is echter ondubbelzinnig: 2 Timothëus 3:16 en 17 (HSV): “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.” Dit is een allesomvattende verkondiging in relatie tot het gedrag van een christen in elke situatie. Let op de volledigheid van de woorden ‘heel’, ‘volmaakt’ en ‘volkomen toegerust’; er wordt niets buiten het christelijke leven gesloten. Als we ons naar anderen toe gedragen op een manier die tekort schiet aan de christelijke maat, moeten we onderricht worden in ons gedrag en, waar nodig weerlegd worden, we moeten overtuigd worden van zonde en verbeteren. Inderdaad, Jezus zelf zei al: “Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw Hemelse Vader volmaakt is” (Matth 5:48).

De Bijbel heeft dus volledig gezag over het leven van elke christen om te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in hoe we ons in de eerste plaats tegenover God en vervolgens tegenover alle mensen behoren te gedragen.

We hebben buiten de Bijbel geen andere gids nodig die ons vertelt hoe we ons leven moeten leiden! Om dit te benadrukken: er zijn zo’n 77 Bijbelverzen die direct onder het kopje ‘hulpverlening’ vallen, deze kunt u downloaden vanaf de website van Malcolm Bowden: http://homepage.ntlworld.com/malcolmbowden/
Uit: ‘Echte Bijbelse Hulpverlening’ (True Biblical Counselling) een introductie
Association of True Biblical Counselling (ATBC)
Rev. Dr. Robert J.K. Law
Malcolm Bowden

In het eerste deel heeft men kunnen lezen dat grenzen trekken bij kinderboeken noodzakelijk is en dat datgene wat een kind leest invloed heeft op het kind. Daarom is het voor ouders en leerkrachten  belangrijk om zicht te hebben op wat kinderen lezen. Het is misschien moeilijk om een duidelijke grens te trekken, maar als je de christelijke identiteit en daarbij behorende normen en waarden neemt, plus de leeftijd en het kind zelf dan heb je wel een uitgangspunt. Vanuit dit uitgangspunt zijn in dit tweede deel een aantal aandachtspunten beschreven waarmee ouders, leerkrachten en kinderen rekening kunnen houden bij het kiezen van een boek. In dit artikel zal ik ingaan op de genres waaruit een kind kan kiezen, de opbouwende lijn die te constateren valt, thema’s, taalgebruik en tot slot de verslavende werking van kinderboeken die in series verschijnen.

Genres
Evenals bij boeken voor volwassen zijn ook kinderboeken onderverdeeld in genres. Het genre waarin het boek valt wordt aangeduid door middel van een pictogram (bijvoorbeeld een spook, heksenhoed, vergrootglas, enzovoort). Er wordt gekeken naar de inhoud van het boek en op basis hiervan wordt bepaald binnen welk genre het boek past. Enkele voorbeelden zijn: Detective, Historische verhalen, Fantasy/Science fiction, Griezelen, Zeeverhaal, Sprookjes. De informatieve boeken voor de jeugd zijn ingedeeld naar onderwerp bijvoorbeeld: Dieren, Eten en Drinken, Geschiedenis. De kenmerken van het genre Griezelen en Fantasy zal ik hieronder nader toelichten. Het zijn veelal boeken uit deze genres die voor christelijke ouders en leerkrachten moeite opleveren. Het is goed om te kijken met wat voor type boek je te maken hebt en aan wat voor soort kenmerken het boek voldoet wat ervoor zorgt dat het boek in een specifiek genre is ingedeeld.

Griezelen
In dit genre spelen de verhalen zich voornamelijk af op het terrein van het buitengewone, van wat afwijkt van het ‘’normale’’ en daardoor angst aanjaagt. Griezelverhalen confronteren de lezer met angstaanjagende, duistere wezens en ongrijpbare, mysterieuze verschijnselen. Een kenmerk van dit genre is dat naarmate het lezerspubliek ouder wordt het realiteitsgehalte stijgt. Het laat bij de lezer een beklemmend gevoel achter: ‘‘Het zou wel eens echt kunnen gebeuren’’. De oorsprong van griezelverhalen is ontleend aan het genre ‘‘gothic novel’’. Dit genre staat voor het donkere, mysterieuze, bovennatuurlijke.
Kenmerken van het genre:
a) Griezelige personages: heksen, tovenaars, spoken, levende doden, afzichtelijk vervormde mensen, geraamtes en allerlei angstaanjagende dieren.
b) Beschrijving: veel beschrijvingen zijn gruwelijk en bloedstollend, de angst van de hoofdpersoon wordt zeer indringend beschreven.
c) (Hoofd)personen: de hoofdpersonen moeten vaak het kwaad of hun angst zien te overwinnen.
d) De ruimtes: huiveringwekkende ruimtes zoals donker bos, vervallen kloosters of kastelen, geheime kelders etc.
e) Nacht/donker: Veel speelt zich af in de duisternis, te middernacht en op bijzondere dagen  als vrijdag de dertiende of Walpursgisnacht.
Bekende en populaire voorbeelden in dit genre zijn Paul van Loon en R.L Stine (bekend van de Kippenvelserie)

Griezelhandboek
In 1993 verscheen het Griezelhandboek. Niet een leesboek, maar een handboek dat informatie verschaft over onder andere geesten en zombies. Dit bleek een dusdanig succes dat er ook andere handboeken zijn verschenen. Het gaat niet om lezen ter vermaak, maar boeken die ‘‘griezelfans’’ inleiden in de achtergronden en de kunst van het griezelen.
Met zijn Griezelhandboek heeft Paul van Loon een grote groep griezelfans ingeleid in de
achtergronden en de kunst van het griezelen. Maar een echte griezelfan is onverzadigbaar en wil steeds nieuwe informatie in zich opzuigen. Naast het Griezelhandboek en het Vampierhandboek zullen de komende 2 jaar nog drie handboeken verschijnen: over weerwolven; geesten, spoken, monsters, zombies en voodoo.  

Verder hangt er in veel basisscholen een poster voor de Dolfje Weerwolfje-club. De auteur is Paul van Loon.  Kinderen van de onderbouw kunnen lid worden van deze club. Je ontvangt dan onder andere twee keer per jaar een clubkrant, zes keer per jaar een tijdschrift en twaalf keer per jaar rond volle maan een geheime opdracht. Dit tijdschrift wordt uitgegeven door de uitgevers Zwijsen en Leopold. Ook worden er speciale Dolfje Weerwolfje dagen georganiseerd. Dit alles gebeurt natuurlijk in samenwerking met de auteur Paul van Loon zelf. Het ziet er onschuldig uit, want het is precies op het niveau van het kind, maar zo worden kinderen al  op jonge leeftijd ingeleid in dit genre.

Fantasy
J.R.R. Tolkien riep met de fantasiewereld een apart subgenre in het leven, de zogenaamde ‘‘Fantasy’’. Fantasy is inmiddels veel meer dan alleen een literair genre. Het is doorgedrongen in bijna alle vormen van artistieke expressie of het nu om verhalen, muziek of visuele kunst gaat.
Zo valt bijvoorbeeld het Trading Card Game ‘‘Magic the gathering’’ook onder het genre Fantasy. Het is een genre dat zich kenmerkt door het gebruik van fictieve verhalen, verzonnen wezens en imaginaire werelden. Bovendien spelen magie en andere bovennatuurlijke elementen veelal een belangrijke rol .
Fantasyboeken worden de laatste jaren ook steeds meer verfilmd. Een van de grootste recente successen in het genre is Harry Potter. Het genre Fantasy vindt men samen met het genre science fiction onder hetzelfde pictogram. Daardoor lijkt het dat er eigenlijk geen verschil zit tussen beide genres. Toch is dit verschil er wel.  Fantasy-verhalen lijken zich namelijk vaak af te spelen in een onbestemd en mythisch verleden, waarin “bovennatuurlijke” verschijnselen -of een daarmee samenhangende sfeer – alledaags lijken (zoals tovenarij) 
Hoewel de boeken zijn onderverdeeld in genres is de grens tussen bepaalde genres niet altijd scherp te trekken. Het boek ‘’Bloedsteen’’ van Monique van Zanten is ingedeeld bij Sprookjes, toch heeft het boek ook kenmerken die men vindt in het genre griezelen:
Er wriemelde iets in de modder naast zijn schoen.
Luuk sprong opzij.
Zora opende haar ogen.
Verstard staarden ze naar de kronkelende vingers.
Het was een hand, niet meer.
Langzaam kroop er een hand uit het moeras.
Hij was bij de pols afgehakt.(Bloedsteen, Monique van Zanten, 9+)

Opbouwende lijn
Een aandachtspunt dat samenhangt met de keuze van een boek uit een bepaald genre is of er sprake is van een opbouwende leeslijn. Het gaat er dan om dat het kind bewust vertrouwd wordt gemaakt met de kenmerken van het genre en dat daarin een opbouw zit, zodat het kind langzaamaan bekend raakt met het genre en de specifieke kenmerken die het genre typeert. Een goed voorbeeld hiervan is het genre Griezelen. In het boek ‘‘Leesbeesten en boekenfeesten’’ van J.Coillie noemt de auteur dit: ‘’groeien in griezelen’’.
De auteur van het boek verstaat daaronder dat veel (prenten-)boeken voor jonge kinderen over angsten en griezelen kunnen helpen om later overweg te kunnen met ‘’echte griezels’’ zoals spoken, geraamtes en enge monsters. Hebben de heksen, monsters en spoken in de boeken voor kleuters vaak een lief en grappig karakter, langzaamaan worden de karakters van de fantasiewezens meer uitgewerkt . De meeste kinderen van een jaar of negen zijn dan toe aan de echte griezelverhalen. Al eerder is vermeld dat hoe ouder het kind is, hoe realistischer de verhalen worden. In de boeken voor tieners treden er meer menselijke griezels op zoals mensen die veranderen in een weerwolf of vampier. Je zou kunnen zeggen, dat wat voor de kleine kinderen als eng en griezelig wordt aangeboden en wat onschuldig lijkt in de meeste ogen van volwassen, zoals bijvoorbeeld de Dolfje Weerwolfje-club die al eerder is genoemd en zich op jonge kinderen richt, ertoe kan bijdragen dat kinderen uiteindelijk klaar worden gemaakt voor de echte griezel en horror verhalen. Dat in iedere leeftijdscategorie een zogenaamd griezelboek te vinden is wat past bij de leeftijd en de ontwikkeling van het kind, ondersteunt deze constatering.

Thema / leeftijd
Een thema is wat anders dan een genre. Een boek kan een bepaald thema hebben zoals  pesten, vriendschap, liefde, echtscheiding of discriminatie. Het thema is niet per definitie gebonden aan het genre. Zo kan in een kinderboek uit het genre Fantasy het thema vriendschap centraal staan, maar ook in een historisch boek kan het thema vriendschap centraal staan. De vraag is of het thema geschikt is voor een bepaald kind. Hoewel in de meeste gevallen de leeftijd aan wordt gegeven wil dat nog niet zeggen dat het kind er aan toe is. Neem bijvoorbeeld het thema verkering, racisme of (drugs)verslaving.  Een kind moet wel aan een dergelijk thema toe zijn.  Daarnaast is het de vraag wat de achtergrond en de bedoeling van de schrijver is. Wat wil de schrijver over brengen op het kind  door middel van zijn of haar boek, wat is de boodschap?  Hoewel er veel meer thema’s in dit kader besproken zouden kunnen worden geef ik van de volgende drie thema’s een voorbeeld namelijk verliefd/seksualiteit, schepping, hiernamaals.

Verliefd / seksualiteit
Een veel gehoorde boodschap in boeken waarin seksualiteit centraal staat of terloops aan de orde komt is: je lichaam is van jou, jij bepaalt wie er aan zit en wat je ermee doet. In veel kinder- en jeugdboeken wordt er door middel van seksistisch taalgebruik ook op een laaghartige manier over seksualiteit gesproken. Woorden over seks zoals seksen of geil, worden door personages in het boek zonder enige kritiek in de mond genomen. Verder schijnt het in veel kinder- en jeugdboeken de gewoonte te zijn om geslachtsdelen te pas en te onpas te noemen. Neem het boek wild verliefd van Ditte Merle. Het is een informatief boek over hoe dieren ‘’het’’ met elkaar doen. Het woord piemel staat  op vrijwel iedere bladzijde .
Een informatief boek over seksualiteit bij mensen is het boek ‘’Ben jij ook op mij’’?  Van Saskia van der Doef.  Dit boek werd bekroond met de Kindeboekwinkelprijs. Dit boek zou geschikt zijn voor kinderen van 7 tot 11 jaar. Hieronder een kort fragment: Alle mensen genieten ervan om zichzelf op lekkere plekjes te kriebelen of te strelen. Dat is heel normaal. Kinderen en ook grote mensen doen dat bij hun eigen lichaam. Maar niet iedereen vindt dat normaal. Sommige mensen vinden het raar, of willen niet dat je jezelf kriebelt of streelt. Ze worden boos als je aan je piemel zit of met je hand tussen je benen komt. Soms zeggen ze zelfs dat het vies is. Raar eigenlijk, want het is heel gewoon. Het is jouw eigen lichaam. Het is niet vies of raar om aan je eigen lichaam te voelen.(blz.9)
Voor degene die moeite heeft om een dergelijk fragment aan zijn kinderen voor te lezen is het zeker niet aan te raden om de rest van het boek te lezen.  Het is opmerkelijk dat een boek over een dergelijk onderwerp  geschikt  blijkt te zijn voor iemand van zowel 7 als 11 jaar.  Dit terwijl er wel degelijk een verschil is tussen de (seksuele) ontwikkeling van een kind van 7 en 11 jaar oud. In het boek ‘’Ben jij ook op mij?’’ wordt onder andere ingegaan op wat seks eigenlijk is (en alles wat daarbij hoort). Men vindt een lijst met de betekenis van woorden die met seks te maken hebben. Allerlei verschillende benamingen voor geslachtsdelen worden uitgelegd, maar ook woorden als hoer, porno en nog meer woorden die ik hier liever niet wens te noemen. De illustraties ontbreken niet. Meisjes kunnen met behulp van een  tekening en een spiegel ontdekken hoe het er bij hun beneden uitziet. De boodschap wordt meegegeven dat seks niet raar of vies is, maar in de meeste gevallen vooral leuk en fijn. Kinderen kunnen dit boek uit de bibliotheek inkijken, lezen en meenemen.

Schepping
Schepping is een thema wat graag wordt verwerkt in kinderboeken. Zo ook in de afgelopen Kinderboekenweek waarin twee boeken met dit thema zijn bekroond. Het eerste boek is ‘’Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam’’ van Gerda Dendooven (zilveren griffel). Het boek is ronduit blasfemisch, stelt de Bond tegen het vloeken: ‘’van God wordt een karikatuur gemaakt en de auteur laat God vloeken’’ .
Drs A.W.M. Dujx geeft in een recensie het volgende weer: De oude engel Gabriel vindt dat ‘onze goede vader’ zijn scheppingswerk niet helemaal goed heeft gedaan, want alle dieren zijn zonder pels. Hij weet met enige moeite de Goede Vader te overreden om een dag naar de aarde te gaan om de dieren hun kenmerkende vacht en naam te geven. Schitterende, eigentijdse literaire bewerking van een oud volksverhaal. De Goede Vader wordt als een mopperige man neergezet, die snel op zijn teentjes is getrapt. 
Het boek is beslist spottend, inclusief de illustraties.  Daarnaast is er nog het  met Gouden Griffel bekroonde boek ‘’Voordat jij er was’’ van Daan Remmerts. In het boek gaat het erover hoe de wereld eruit zag voordat ‘’jij’’ er was en hoe alles werkelijk is begonnen. Op een gegeven moment ‘maakt’ de jij-figuur de wereld zoals hij dat wil. Al wordt dit op het laatst nog wel ter discussie gesteld – had je alles echt gemaakt of leek dat alleen maar zo? Deze parodie op het Scheppingsverhaal wordt als volgt gezien: Het is een prentenboek waarin  het Bijbelse scheppingsverhaal op een bijzondere manier wordt verteld, aldus de Volkskrant.

Hiernamaals
Een ander thema wat we terug kunnen vinden in kinderboeken is het hiernamaals. Neem als voorbeeld het boek van Tilly Klaassens ‘’Een hutje in de hemel’’.  In het verhaal gaat Fionneke met haar overleden oma op reis naar de hemel om te zien waar oma nu woont. Dat het kind contact kan hebben met haar oma wordt uitgelegd als een gave dat het kind zou hebben waardoor zij haar oma, in tegenstelling tot anderen, wel kan zien, horen en spreken. De ziel wordt uitgelegd als een wolkje dat door je lichaam wandelt en overal boodschappen heen stuurt. Als je slaapt komt je  wolkje in de hemel eten en uitrusten. Dit alles legt een engel uit aan een kind ook legt de engel uit dat iedereen een persoonlijke beschermengel heeft en dat je daarmee contact kunt hebben. Ook al zie je je beschermengel niet, hij kan je altijd horen. Elk verhaal bevat overigens een in te kleuren mandala.

Grof taalgebruik
Nu genres, de opbouwende lijn en thema’s zijn besproken wil ik nog stil staan bij het taalgebruik in boeken. Zoals in deel één al is vermeld staat er geen icoontje op het boek wat aangeeft of het grof taalgebruik bevat. Wat is grof taalgebruik precies en hoe uit zich dat in kinderboeken?
Ieder jaar voert de Bond tegen het vloeken een kinderboekenonderzoek uit naar verbaal geweld in boeken. Een leesteam maakt een juryrapport van de boeken die zij gelezen hebben. Uiteindelijk maakt de Bond tegen het vloeken een samenvatting van alle juryrapporten van het leesteam en in de vorm van een persbericht wordt dit op de website en in de media gepubliceerd .
De bond tegen het vloeken maakt in dit onderzoek onderscheid tussen:
Godslasterlijke vloeken (krachttermen waarin de namen van God of Jezus of de verdoemenis worden genoemd).
Bastaardvloeken (vloeken die vervormd zijn qua klinkers, medeklinkers).
Verwensingen (het toewensen van iets ergs aan iemand, ook allerlei verwijzingen naar ziekten).
Profaan taalgebruik*, scheldwoorden (schuttingtaal)

Verder zijn er nog grove woorden die niet direct ondergebracht kunnen worden in één van de overige categorieën, maar die toch door veel mensen als grof ervaren kunnen worden, bijvoorbeeld  ‘’ik sla je op je bek’’. Veel ouders hebben niet door dat er veel grof taalgebruik in kinderboeken voorkomt. Enkele boeken die in het juryrapport van 2010 hoog scoorden zijn onder andere: ‘’Elia strijdt voor vrijheid’’ van Christoper Paul Curtis,’’ Ik wil een naam van chocola, Querido’s poëziespektakel 2’’ onder redactie van Ted van Lieshout,’’Tiffany Dop’’ vanTjibbe Veldkamp, ‘’Ziek’’ van Gideon Samsom, maar ook het eerder genoemde boek ‘’Wild verliefd’’.
Aan de buitenkant is het moeilijk te zien of grof taalgebruik in het boek voorkomt. Neem het boek ‘’Elia strijd voor vrijheid’’ dit lijkt op het eerste gezicht een onschuldig kinderboek met een goede moraal. Het gaat over een jongen (Elia) die het eerste kind is dat in het dorp in vrijheid is geboren. Elia heeft zelf de slavernij dus niet meegemaakt, maar maakt nog wel dagelijks de gevolgen ervan mee. Wie de voorkant van het boek ziet en de achterkant leest zal niet snel vermoeden dat hier grof taalgebruik in voorkomt, vooral taalgebruik waarin gespot wordt met God zelf, hieronder enkele voorbeelden:
De Heer houdt van grapjes
bijzondere gave gekregen van Jezus
Linkshandigheid een bewijs van Satans macht
Gave van toverij of van de Heer
Een beunhaas van de Heer
De Heer zal haar niet met nog meer kinderen zegenen
Geluid dat de duivel zou maken als hij gevoel voor humor had
enzovoort

Nogmaals voor veel ouders, leerkrachten en kinderen zou een icoontje voor grof taalgebruik zeer wenselijk zijn.

De verslavende werking van kinderboekenseries
Er rest  nog één aandachtspunt en dat is wanneer een boek wordt uitgegeven als serie (dus dat er meerdere boeken volgen). Als dit het geval is zul je je af moeten vragen met wat voor soort boek je te maken hebt. Ronduit de helft van de kinderen op de basisschool leren namelijk al lezend personages kennen. Reed (1994) stelt: jonge lezers raken verslaafd, zij willen weten wat er gebeurd met de personages die hun vrienden zijn geworden (Schwartz en Hendricks 2000,p.610)
De bewondering voor personages uit een boek kan groot zijn bij kinderen. Uit onderzoek blijkt dat de helft of meer van de ondervraagde kinderen aangeeft te willen zijn of zo te worden als een personage in het boek.  Een populaire serie, bij met name jonge meiden is bijvoorbeeld de ‘’Hoe overleef ik….?- serie. Deze jeugdboekenserie is geschreven door Francine Oomen. Inmiddels zijn er veel producten om heen verschenen en er verschijnt ook een tijdschrift ‘’Hoe overleef ik…?’’ Deze  boekenserie gaat over het wel en wee van de pubers Rosa en Jonas en hun vrienden. In de boeken van Francine Oomen komt veel grof taalgebruik voor. Christenen zouden moeite met de boeken van Francine Oomen kunnen hebben, omdat haar opvattingen over verschillende zaken niet gebaseerd zijn op christelijke normen en waarden.  Denk hierbij aan zaken als:  seks voor het huwelijk , verschillende relaties aangaan, scheiding, homofilie, piercing zetten en de manier waarop er over ouders wordt gesproken (zo wordt hiervoor onder andere de term ‘’moeilijk opvoedbare ouders’’ gebruikt). Lezers van de boeken kunnen zich veelal goed identificeren met de hoofdpersonen en kijken goed hoe deze personages, die vaak hun vrienden zijn geworden omgaan met dezelfde zaken waar zij ook mee te maken hebben. Een lezer van deze boekenserie schreef:
Ook kwam er ieder jaar een nieuw boek uit waarin Rosa
een jaar ouder werd (als ik het me goed herinner). Ik groeide dus met haar mee. In het begin was ze iets ouder dan ik maar wel met dezelfde dingen bezig als ik.

Later, toen Hoe overleef ik (zonder) liefde? al een tijdje uit was heb ik daar eens in gekeken. Daarna dacht ik er veel in te kunnen herkennen. Ik heb dat boek toen geleend bij de bieb en had er veel aan. Later heb ik hem ook gekocht en de boeken die daarna kwamen heb ik ook gekocht en gelezen. Ik merkte dat, ondanks dat ik ouder ben, ik er toch nog veel van kan leren.
Dat de opeenvolgende delen van één bepaald boek dat goed is bevallen bij het kind, ook worden gelezen is niet altijd wenselijk. In de Hoe overleef ik…….?- serie worden kinderen meegenomen in een wereld waar kinderen, Rosa en Lisa vanuit totaal andere opvattingen dan de christelijke allerlei zaken benaderen. Behalve dat is er, zoals al eerder is genoemd ook sprake van grof taalgebruik in de boeken. Verder kan men als voorbeeld de boeken van Cate Tiernan nemen. De schrijfster Cate Tiernan is bekend om haar boekenserie over heksen en wicca.  De boeken zijn met name populair onder tienermeiden. In de boeken is de scheidslijn tussen goed en kwaad, witte en zwarte magie soms nauwelijks aanwezig.  Ook hier geldt veelal dat wie met deel één begint ook graag het volgende deel wil lezen.
Iemand gaf in het occultdigitaalmagazine het volgende aan over de reden waarom de boeken van Cate Tiernan zo populair zijn bij met name (tiener)meiden:
Vooral jonge mensen -in het bijzonder meisjes- voelen zich erg aangetrokken tot bijvoorbeeld wicca, omdat zij hierin hun eigen religie en levenswijze vinden. Het is immers algemeen bekend, dat jongeren ijverig op zoek zijn naar een eigen identiteit. Ten tweede is er de hoofdpersoon.  Ik denk dat veel lezers zich met Morgan (de hoofdpersoon) kunnen identificeren (lid van Occultforum in Occult digitaal Magazine, november 2005)
Wie de boeken van deze schrijfster leest wordt als het ware ingeleid in de wereld van wicca en heksen. Een lezer kreeg naar aanleiding van haar boeken dan ook vragen over hekserij. Zij stelde de onderstaande vragen op een heksenforum:
Hebben bloedheksen meer kracht dan gewone heksen?
Kun je met je energie vuur aansteken,zonder iets anders te gebruiken en kun je heksenvuur op iemand afschieten?
Aan iemands sterrenbeeld kun je zien wat voor element iemand is, maar als je bijv. vuur bent, kun je dan ook beter schouwen met vuur ofzo? En wat als je lucht bent?
Dat kinderen vragen krijgen naar aanleiding van het lezen van een dergelijk boek en deze vragen stellen aan heksen op een heksenforum, geeft dus aan dat de inhoud van dit boek iets heeft gedaan met het kind.  Het is een bekend gegeven dat als de kennismaking met een personage prettig verlopen is, de kans groot is dat ze daar uit zichzelf meer over gaan lezen  Dit verklaart het succes van boekenseries van bijvoorbeeld Harry Potter en de wicca/heksen series van Cate Tiernan en de Hoe overleef ik….?– serie van Francine Oomen.
Wat Harry Potter betreft is er door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Rudski samen met twee studenten zelfs een onderzoek ingesteld naar de verslavende werking van Harry Potter. Vierduizend fans deden mee.
Ze werden drie keer ondervraagd. Uit de antwoorden bleek dat 10% van de ondervraagden serieus verslavingsverschijnselen vertoonden en nog eens 20% op het randje daarvan zat.
De verslaving komt omdat de lezers zó verstrikt zijn geraakt in de tovenaarswereld van Harry en de avonturen en de andere karakters, dat ze niet meer zonder kunnen. De Harry Potter-verslaving is te vergelijken met een verslaving aan bijvoorbeeld sigaretten .Je vertoont dezelfde kenmerken nu de ‘drug’ niet meer voorhanden is: je hebt geen trek meer in eten, je bent lusteloos, je kunt niet goed kunnen slapen, je hebt geen zin om op te staan en je voelt je hele-maal niet lekker. Aldus Dr.Jeffrey Rudski. 

Evenals de schrijfster van Harry Potter heeft ook Cate Tiernan haar huiswerk wat betreft hekserij goed gedaan:
Uiteraard zit er het een en ander aan ‘Hollywood-hekserij’ in en heb ik wel eens een wenkbrauw opgetrokken bij het lezen van sommige passages. Maar wat geeft dat? Dit is fictie. En schrijfster Cate Tiernan geeft zeker veel wijze en juiste informatie en verliest de ware kern van hekserij geen enkele keer uit het oog. (lid van Occult Forum in Occult digitaal Magazine november 2005)

Tot slot
Lezen is leuk en kent vele voordelen die hier niet zullen worden ontkend. Zowel kinderen als volwassenen kunnen en mogen genieten van boeken en lezen mag zeker gestimuleerd worden. Toch kan men er niet om heen dat er helaas veel (kinder)boeken zijn die niet leerzaam en gezond zijn voor het kind, maar eerder schadelijk. Belangrijk is daarom te letten op welke  boodschap de auteur (ook al is dit met goede bedoelingen) wil doorgeven. Daarnaast of het gekozen boek past bij de leeftijd van het kind en het kind zelf. Het ene kind kan meer aan dan het andere kind en het ene kind is ook eerder aan informatie over een bepaald thema toe dan het andere kind. Een argument kan zijn dat het belangrijk is dat het kind ook met andere denkwijzen in aanraking komt. Dat is waar, maar dan behoort het startpunt wel Gods Woord te zijn. Van daaruit kun je andere zienswijzen bespreken zoals  evolutie, hiernamaals of andere geloven. Vanuit Gods Woord leren ze dan ook deze zienswijzen toetsen.  Om te kunnen onderscheiden en toetsen is  Bijbelkennis nodig en daarom is het verstandig een kind altijd onder begeleiding en toezicht van een volwassene boeken te laten kiezen, aangezien een Bijbelse basis en voldoende Bijbelkennis bij het kind nog ontbreekt. Het is de taak van zowel de leerkracht als de ouder dat het kind hierin begeleidt wordt. Alleen dan leren kinderen onderscheiden en zullen zij later als zij ouder zijn in staat zijn om zelfstandig  een keuze te maken welke boeken ‘’gezond’’zijn en welke zij afwijzen.

Mevr. A.Poelstra-Koster


Boekbesprekingen, Vampierhandboek, onder: beschrijving, www.boekbesprekingen.nl
Fantasy, wikipedia de vrije encyclopedie, www.wikipedia.org/wiki/fantasy

wikipedia
J.van Coillie, Leesbeesten en boekenfeesten, NBD Biblion, 2007, 193, 194

Bond tegen het vloeken, kinderboeken  juryrapport 2010
www.bondtegenvloeken.nl, actueel nieuwsberichten, Bond tegen het vloeken betreurt taalgebruik in genomineerde en bekroonde kinderboeken.
NBD|Biblion recensie
Bond tegen het vloeken, instructies voor het leesteam 2010
Saskia Tellegen en Jolanda Frankhuisen, Waarom is lezen plezierig?, Eburon Delft, 2002, 85
http://www.hoeoverleefik.nl/web/Artikelpagina/Een-nieuwe-serie.htm
Saskia Tellegen en Jolanda Frankhuisen, Waarom is lezen plezierig?, Eburon Delft, 2002, 117
Boeken, verslaafd aan Harry Potter, www.kidsweek.nl/artikel/176201