In de Bijbel is God aan het Woord. Daardoor heeft de Bijbel gezag en wordt hij `Gods Woord’ genoemd.
Canoniek (dln 1, 2)
In de Bijbel is God aan het Woord. Daardoor heeft de Bijbel gezag en wordt hij `Gods Woord’ genoemd. Dat komt doordat de Heilige Geest de bijbelschrijvers heeft geleid en geïnspireerd bij alles wat zij schreven. Dit geldt voor alle bijbelboeken en daarom heten zij de canonieke boeken, of kortweg: de canon. Canon wil zeggen: meetriet of richtsnoer. Canoniek betekent dus: volgens de canon, gezaghebbend en betrouwbaar.
Aan het einde van de eerste eeuw waren er veel geschriften in omloop. Ook evangeliën waarin gefantaseerde verhalen over Jezus stonden, zoals het Evangelie van Thomas. Er waren ook brieven die zogenaamd door apostelen waren geschreven.
Hoe wisten de christenen nu welke boeken canoniek (dus echt) waren en welke niet? Door de geschriften over Jezus en de apostelen te beoordelen naar de volgende maatstaven of ‘canon’:
– Wat erin stond, moest kloppen met de andere bijbelboeken.
– Zij bevestigden de boeken van het Oude Testament.
Daarom accepteerde men alleen boeken met `apostolisch gezag’, d.w.z:
– die waren geschreven door de apostelen of hun medewerkers.
– die werden gelezen in christelijke gemeentes die door de apostelen gesticht waren en waarover je kunt lezen in het boek Handelingen.
Zo stelden zij de canon samen, dat is de Bijbel zoals wij die nu nog steeds hebben.
Apostolische geloofsbelijdenis deel 4
De Apostolische geloofsbelijdenis is de bekendste belijdenis van het christelijk geloof en luidt als volgt:
Apostolische geloofsbelijdenis (dl 4)
De Apostolische geloofsbelijdenis is de bekendste belijdenis van het christelijk geloof en luidt als volgt:
1. Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde.
2. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here;
3. die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;
4. die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel;
5. op de derde dag weer opgestaan van de doden;
6. opgevaren naar de hemel, zittend aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;
7. vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
8. Ik geloof in de Heilige Geest.
9. Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap van de heiligen;
10. vergeving van zonden;
11. wederopstanding van het vlees
12. en een eeuwig leven.
Calvijn deel 4
Johannes Calvijn werd in 1509 geboren in Noyon, het Noorden van Frankrijk. In 1536 publiceerde hij voor het eerst zijn grote werk ‘Institutie van de Christelijke Religie.’
Calvijn (dl 4)
Johannes Calvijn werd in 1509 geboren in Noyon, het Noorden van Frankrijk.
In 1536 publiceerde hij voor het eerst zijn grote werk ‘Institutie van de Christelijke Religie.’Hij was hiertoe gekomen omdat de christenen die niet meer bogen voor de macht van Rome, ervan werden beschuldigd het gezag te ondermijnen. Dit werd door Calvijn op kundige wijze weerlegd, want christenen zijn juist gezagsgetrouw en loyale staatsburgers, behalve wanneer de overheid hen dwingt om dingen te doen die tegen hun geweten ingaan. In de loop van de jaren groeide deze Institutie uit tot een systematisch theologische verhandeling van het christelijk geloof.
De Reformatie kent geen enkel werk van zo’n formaat en mede hierdoor is Calvijn tot de meest bekende personen van de Reformatie gaan behoren.
Canoniek delen 1,2
In de Bijbel is God aan het Woord. Daardoor heeft de Bijbel gezag en wordt hij `Gods Woord’ genoemd.
Canoniek (dln 1, 2)
In de Bijbel is God aan het Woord. Daardoor heeft de Bijbel gezag en wordt hij `Gods Woord’ genoemd. Dat komt doordat de Heilige Geest de bijbelschrijvers heeft geleid en geïnspireerd bij alles wat zij schreven. Dit geldt voor alle bijbelboeken en daarom heten zij de canonieke boeken, of kortweg: de canon. Canon wil zeggen: meetriet of richtsnoer. Canoniek betekent dus: volgens de canon, gezaghebbend en betrouwbaar.
Aan het einde van de eerste eeuw waren er veel geschriften in omloop. Ook evangeliën waarin gefantaseerde verhalen over Jezus stonden, zoals het Evangelie van Thomas. Er waren ook brieven die zogenaamd door apostelen waren geschreven.
Hoe wisten de christenen nu welke boeken canoniek (dus echt) waren en welke niet? Door de geschriften over Jezus en de apostelen te beoordelen naar de volgende maatstaven of ‘canon’:
– Wat erin stond, moest kloppen met de andere bijbelboeken.
– Zij bevestigden de boeken van het Oude Testament.
Daarom accepteerde men alleen boeken met `apostolisch gezag’, d.w.z:
– die waren geschreven door de apostelen of hun medewerkers.
– die werden gelezen in christelijke gemeentes die door de apostelen gesticht waren en waarover je kunt lezen in het boek Handelingen.
Zo stelden zij de canon samen, dat is de Bijbel zoals wij die nu nog steeds hebben.
Christelijke feesten deel 4
De cyclus van deze feesten wordt ook wel het kerkelijk jaar genoemd. Dat begint één maand eerder dan het kalenderjaar, namelijk met Advent:
Christelijke feesten (dl 4)
De cyclus van deze feesten wordt ook wel het kerkelijk jaar genoemd. Dat begint één maand eerder dan het kalenderjaar, namelijk met Advent:
maart/april
mei
mei/juni
Kerstmis
Goede Vrijdag
Pasen
Hemelvaart
Pinksteren
. . . Jezus’ geboorte
Jezus’ kruisdood
Jezus’ opstanding
Jezus’ terugkeer naar de hemel
De Heilige Geest uitgestort
Diaken deel 4
Een diaken is iemand die dient (diakonos is Grieks voor dienaar, helper). De eerste diaken waarvan we lezen in het Nieuwe Testament is Stefanus, een man vol van geloof en heilige Geest.
Diaken (dl 4)
Een diaken is iemand die dient (diakonos is Grieks voor dienaar, helper). De eerste diaken waarvan we lezen in het Nieuwe Testament is Stefanus, een man vol van geloof en heilige Geest. In de plaatselijke gemeente horen diakenen, naast oudsten of ouderlingen, tot de mannen die leiding geven.
In onze tijd zijn er ook diakonale organisaties die zich specialiseren in diakonale taken van grote omvang, waarmee zij het zendings- of gemeentewerk in andere landen ondersteunen.
Dialoog deel 4
Letterlijk betekent dialoog: doordringen, tot de kern van de zaak komen. Dit gebeurt als gesprek of tweespraak, waarbij de één net zo goed aan het woord is als de ander.
Dialoog (dl 4)
Letterlijk betekent dialoog: doordringen, tot de kern van de zaak komen. Dit gebeurt als gesprek of tweespraak, waarbij de één net zo goed aan het woord is als de ander.
In de zending wordt het begrip ‘dialoog’ op twee manieren gebruikt:
– Als hulp bij de verkondiging, door de boodschap beter op de hoorders af te stemmen.
– Om samen te ontdekken wat christendom en andere religies gemeenschappelijk hebben.
In de eerste betekenis worden de niet-christenen gezien als mensen die recht hebben om het Evangelie te horen. In de tweede betekenis worden de niet-christenen als ‘anders-gelovigen’ beschouwd, die de wezenlijke dingen over het kennen van ‘God’ al zouden bezitten.
Diaspora of verstrooiing deel 3
In de tijd van de Koningen waren de Israelieten opgedeeld in een Noordrijk (Israël) en een Zuidrijk (Juda).
Diaspora of verstrooiing (dl 3)
In de tijd van de Koningen waren de Israelieten opgedeeld in een Noordrijk (Israël) en een Zuidrijk (Juda). In het Noordrijk had men weinig interesse in de dienst van de God van Israël (de tempel lag immers in het Zuidrijk) en vereerde men de afgoden, zoals kalveren en de baals. Op grond daarvan moest de profeet Amos profeteren:“De inwoners van Israël zullen zonder enige twijfel slaven in ballingschap worden, ver van hun vaderland.” Kort daarop voerden de Assyriërs de bevolking van Israël weg en gingen zij de verstrooiing (de diaspora)in. Gedurende al die eeuwen bleef de herinnering aan Jeruzalem levend en behielden zij hun identiteit, zonder op te gaan in de volken temidden waarvan zij leefden.
Discipelen deel 2
In dit woord herken je het woord ‘discipline’, dat houdt in: aanvaarden van correctie en afzien van zaken die er minder toe doen.
Discipelen (dl 2)
In dit woord herken je het woord ‘discipline’, dat houdt in: aanvaarden van correctie en afzien van zaken die er minder toe doen. Tijdens zijn leven had Jezus twaalf discipelen:
Simon Petrus en zijn broer Andreas waren vissers en wierpen hun netten in zee. Jezus kwam naar hen toe en zei: “Komt achter Mij, en Ik zal jullie vissers van mensen maken.”
Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs waren ook vissers. Zij repareerden de visnetten in het schip van hun vader toen Jezus hen riep hen om Hem te volgen.
Filippus en Bartholomeüs (Nathanaël).
Toen Filippus Jezus had leren kennen, vertelde hij dat dadelijk aan zijn vriend Nathanaël. Jezus noemde hem een man ‘zonder bedrog’, dus goudeerlijk.
Thomas en Mattheüs (Levi), de tollenaar.
Thomas staat bekend omdat hij twijfelde toen de anderen hem vertelden van Jezus’ opstanding: “Eerst zien, dan geloven.” Mattheüs of Levi was tollenaar (belastinginner) van beroep en schreef later een evangelie over Jezus.
Jakobus, zoon van Alfeüs en Simon van Kana, de Zeloot
Thaddeüs en Judas Iskariot, die Jezus zou verraden.
Discriminatie deel 2
Jezus liet zich niet leiden door vooroordelen over geslacht, ras of taal. Hij weet dat al die verschillen maar bijzaak zijn.
Discriminatie (dl 2)
Jezus liet zich niet leiden door vooroordelen over geslacht, ras of taal. Hij weet dat al die verschillen maar bijzaak zijn. Achter die buitenkant zit een mens met dezelfde vragen en verlangens. Daarom behandelde hij iedereen met evenveel respect en liet Hij zich in met mensen die door de samenleving worden afgewezen
Een duidelijk voorbeeld is de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw. Die was in alle opzichten precies het tegengestelde van de geleerde Nicodemus:
een Jood
geleerd
fatsoenlijk
in aanzien
erkende Jezus als leraar heel serieus
een Samaritaan
niet geleerd
moreel gevallen
veracht
zag Hem slechts als reiziger
nogal sarcastisch
Nicodemus als de Samaritaanse vrouw wisten beide van God en Jezus hielp hen allebei om God echt te leren kennen. Hij is onpartijdig en maakt geen onderscheid maar beoordeelt ieder naar zijn daden.
dood deel 2
“De dood hoort bij het leven”, zeggen de mensen. “De dood is doodgewoon.” Maar is dat wel zo? Wat is nu eigenlijk gewoon of normaal? Is gewoon wat de meeste mensen denken? Is normaal wat meestal gebeurt?
Dood (dl 2)
“De dood hoort bij het leven”, zeggen de mensen. “De dood is doodgewoon.” Maar is dat wel zo? Wat is nu eigenlijk gewoon of normaal? Is gewoon wat de meeste mensen denken? Is normaal wat meestal gebeurt? Of is dat wat God erover zegt en hoe Hij ernaar kijkt? God zegt: de dood heeft niet het laatste woord!
De apostel Paulus heeft zich niet neergelegd bij het denken dat de dood `normaal’ zou zijn. Na de opstanding van Jezus Christus zegt hij het volgende over de dood: De dood is verslonden; de zege is behaald. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je wapentuig?Hij schreef hierover een heel hoofdstuk, 1 Corinthiërs 15. Daarin legt hij uit wat bij God normaal is, namelijk dat eenmaal de dood verdwenen zal zijn. Dan zal het afgelopen zijn met de dood, want Jezus leeft, en daarom zal ik ook leven!