Gods boodschap is wel duidelijk, maar komt niet altijd gelegen. Er wordt immers ook gesproken over zonde en schuld, over oordeel en dood.
Dwaalleraars (dl 4)
Gods boodschap is wel duidelijk, maar komt niet altijd gelegen. Er wordt immers ook gesproken over zonde en schuld, over oordeel en dood. Natuurlijk is er ook het Evangelie, maar de boodschap van zonde en genade spreekt niet iedereen aan. Daarom zijn er altijd mensen geweest die de Bijbel rangschikken onder de mythen of fabels, want dan hoeven zij niet alles serieus te nemen. “Dat is maar bij wijze van spreken, dat moet je niet zo letterlijk nemen, het zijn maar mythen,” zegt men dan.
Paulus en Petrus noemen zulke mensen verleiders en dwaalleraars. Zij waarschuwen iedereen die naar hen luistert. Dat maken zij duidelijk in 2 Timotheüs 4:4 en 2 Petrus 2:16. Zie ook bij Sekten.
Ekklèsia/gemeente (dl 4)
De Grieken hadden een bijzondere staatsvorm: de ekklèsia (volksvergadering). Die kwam op vaste tijden bijeen, enkele keren per jaar, maar ook als er een crisis was die iedereen aanging. Wanneer de volksvergadering bijeen werd geroepen, werden de mensen uit hun gewone doen weggeroepen en kwamen ze van alle kanten naar de vergaderplaats.Ekklèsia betekent dus letterlijk: eruit weggeroepen.
Door Paulus kwam er ook een andere ekklèsia in Efeze: de gemeente van degenen die in Jezus zijn gaan geloven, discipelen die Hem volgen. Zij behoren bij de vergadering die door God bijeen geroepen is. Wanneer zij bijeenkomen, hebben zij het recht en de mogelijkheid om alles te horen wat betrekking heeft op het Koninkrijk van God. Zij zijn uit de wereld bijeen geroepen om God te dienen.
Engelen (dl 4)
Engelen zijn hemelse wezens die door God zijn geschapen. Zij hebben dus een hemels lichaam, dat op aarde zichtbaar kan optreden. Alle engelen zijn in één keer door God geschapen en daarom worden zij in het Oude Testament ook wel `zonen van God’ genoemd.
Voordat de mens geschapen werd, was er een afval onder de engelen. Een hooggeplaatste troonengel, Lucifer, wilde zich verheffen boven de allerhoogste God, die hem geschapen had. Door zijn hoogmoed werd Lucifer de tegenstander van God, een ander woord hiervoor is satan. Toen God hem uit zijn hoge positie had ontheven, werd hij furieus en sindsdien probeert hij de hele schepping van God te verstoren. In zijn val trok Lucifer éénderde van de engelen mee, waardoor hij, zoals Paulus dat noemt, de overste is van de macht der lucht. Nu ziet het wereldbeeld er dus als volgt uit:
| Onzichtbare wereldGod en zijn heilige engelen, die dienen in trouw en in waarheid (wonderen). |
Onzichtbare wereldSatan en zijn gevallen engelen, die werken door bedrieglijke verschijnselen. |
| De Zichtbare wereld waarin God de mens heeft gesteld om God en elkaar te dienen. |
Evangelisch (dl 4)
Christenen uit de evangelische beweging komen deels uit de gevestigde kerken, maar voor de rest direct `uit de wereld’ als gevolg van de prediking en persoonlijke contacten. Die `evangelicals’ komen uit allerlei lagen van de samenleving, zijn internationaal georienteerd en hebben in ’t algemeen een grote zendingsvisie.
Hieronder volgt de oorspronkelijke definitie van ‘evangelisch’ (evangelical) volgens Webster’s Dictionary: “de nadruk leggen op behoud door het geloof in het verzoenend sterven van Jezus Christus door persoonlijke bekering, en op het gezag van de Heilige Schrift in tegenstelling tot rituelen”, dus christocentrisch en bijbelcentrisch.
Evangelische gemeenten (dl 4)
Evenals bij de traditionele kerken, zijn er ook bij de evangelische gemeenten diverse stromingen, waarvan wij de belangrijkste noemen:
De Vrije evangelische gemeenten ontstonden als gevolg van evangelisatie vanuit Zweden. Nieuwe gelovigen werden onderwezen om discipelen van Jezus Christus te zijn en mensen die dat allang waren, kregen allemaal actief aandeel in de gemeente.
De Baptisten gemeenten lezen in de Bijbel dat alleen mensen werden gedoopt die tot geloof gekomen zijn; deze `doop van gelovigen’ gebeurt door onderdompeling.
De Vergadering van gelovigen komt uit Engeland. Als reactie op het onderscheid tussen `geestelijken’ en `leken’ zagen zij af van de zgn. ambten. Zij komen in alle eenvoud samen, zonder liturgie, net als de Joden in de synagoge. Niet alleen onder het Woord, maar vooral ook rond `de Tafel des Heren’ of het Avondmaal.
Aan het begin van de twintigste eeuw ontstonden de Pinkstergemeenten, die de nadruk leggen op de gaven van de Geest (charisma’s). Het zgn. spreken in tongen geldt bij hen als teken van de doop in de Heilige Geest.
Evangelisten (dl 4)
Evangelisten hebben het talent om het hart van zondaren te raken met het evangelie, om het geloof met buitenstaanders te delen.
Excommuniceren (dl 4)
Op grond van Jezus’ woorden aan Petrus (Matt. 16:18) vond de Kerk dat zijzelf de sleutels tot het hemelrijk had. Aan hun opvatting van de sacramenten ontleende de Kerk haar echt en plicht om andersdenkenden, te excommuniceren, d.w.z. buiten de gemeenschap der Kerk te plaatsen. Daarmee werd zo iemand als ‘ketter’
. . uitgesloten van de kerkelijke en maatschappelijke verbanden waartoe men behoorde.
. . uitgesloten van de toekomstige hemelse vreugde.
De angst die deze handeling bij de ongeletterde mensen opriep, gaf de Kerk veel macht over hen.
Filosofen van Athene (dl 4)
In Athene sprak Paulus de filosofen toe. Die vielen uiteen in verschillende denkscholen.
De Stoïcijnen leerden dat de mens moet leren leven in harmonie met de natuur (de kosmos). Daarin bestond de hoogste gelukzaligheid. Om tot het echte leven door te dringen moesten de mensen leren zich daarvan te `onthechten’ en eraan te `versterven’. Al het zinnelijke leven beschouwden zij als een illusie of schijnwerkelijkheid. Paulus haalde zelfs de stoïcijnse dichter Kleanthes aan, die zegt:
“Want de onsterf’lijken moeten, o vader (Zeus), U toebehoren,
U noemen, daar wij toch van godd’lijk geslacht zijn.”
De Epicureeërs leerden precies het tegengestelde. Voor hen was het enige ware datgene wat je kon waarnemen en beredeneren. Alles in het leven wordt bepaald door de logica en de rede en daarmee verdwijnt ook de angst voor `hogere machten’.
Als enige waarde van het leven blijft dan vaak over: genieten van het goede der aarde: “Laten wij eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij.”
De Sceptici twijfelden aan alle dingen. Hun hoogste wijsheid was dat de menselijke geest niet in staat is om echt te kennen. Een bekend voorbeeld is het antwoord dat Pilatus aan Jezus gaf: “Wat is waarheid?”
De Eclectici hielden er geen echte filosofie op na maar kozen overal het beste uit. De Atheners vonden de Joden zulke eclectici: zij die overal een graantje van meepikken. Dat zeiden ze (ten onrechte) van Paulus.
Fundamentalisme (dl 4)
De afgelopen tijd heeft het begrip ‘fundamentalisme’ een heel andere inhoud gekregen. In aansluiting op het moderne taalgebruik maken wij daarom verschil tussen een ‘fundamentalist’ en iemand die ‘fundamenteel’ denkt.
Fundamentalisten willen hun eigen godsdienstige waarden dwingend aan anderen opleggen, als ‘t kan zelfs aan de hele samenleving. Fundamentalisme komt in elke godsdienst voor, niet alleen in het christendom, maar ook in het jodendom, de islam, hindoeïsme en boeddhisme. Het moet principieel als intolerantie worden afgewezen.
doop
Christenen worden gedoopt in de naam van Jezus Christus. Of (wat hetzelfde betekent) “in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.”
Doop
Christenen worden gedoopt in de naam van Jezus Christus. Of (wat hetzelfde betekent) “in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” God geeft de doop als teken dat de mensen niet meer horen bij `de oude tijd’, maar bij `de nieuwe tijd’.
Mensen die gedoopt worden, belijden daarmee dat zij zijn onttrokken aan de macht van een oude meester, de zonde, om voortaan een nieuwe meester, Jezus Christus, te dienen.
Wie zich laat dopen, toont daarmee openlijk dat hij in Jezus gelooft.
Daarmee zijn zij in zeker zin solitair geworden: zij komen alleen te staan te midden van velen die daar heel anders over denken. Maar dat is niet het enige. Zij zijn ook solidair geworden met de mensen die ook Jezus volgden. God plaatst hen in een huisgezin, de familie van Gods kinderen.
Doop van Jezus deel 2
Op een dag kwam ook Jezus naar Johannes toe om zich te laten dopen in de Jordaan. Johannes begreep dat niet, want Jezus had toch geen zonden die moesten worden afgewassen? Maar Jezus wilde vrijwillig de zonden van de mensen op zich nemen en in hun plaats voor God gaan staan.
Doop van Jezus (dl 2)
Op een dag kwam ook Jezus naar Johannes toe om zich te laten dopen in de Jordaan. Johannes begreep dat niet, want Jezus had toch geen zonden die moesten worden afgewassen? Maar Jezus wilde vrijwillig de zonden van de mensen op zich nemen en in hun plaats voor God gaan staan.
Toen Jezus gedoopt was en uit het water kwam, ging de hemel open en zag Johannes hoe de Heilige Geest op Jezus neerdaalde als een duif. Ook was er een luide stem die zei: “Dit is Mijn Zoon, die Ik liefheb, in wie Ik een welbehagen heb.”
Toen Jezus later weer tussen de mensen stond, zei hij tegen enkele leerlingen wijzend op Jezus: “Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.”
duivel deel2
De duivel is niet zomaar een verzinsel, een stukje folklore waarom we nu kunnen lachen. Hij was een hooggeplaatste engel die zichzelf boven God wilde verheffen, maar die daardoor juist diep gevallen is.
Duivel (dl 2)
De duivel is niet zomaar een verzinsel, een stukje folklore waarom we nu kunnen lachen. Hij was een hooggeplaatste engel die zichzelf boven God wilde verheffen, maar die daardoor juist diep gevallen is. Hij heeft nog steeds veel macht en maakt het de mensheid moeilijk zoveel hij kan. Zijn Griekse naam is `diabolos’, dat betekent: hij die alles door elkaar gooit. Wanneer God iets heeft gezegd, dan zegt de duivel het net even anders. Hij draait Gods wetten zo om dat de mensen denken dat zij alles zelf kunnen. Hij maakt dat de mensen negatief denken over God of dat God en de duivel helemaal niet bestaan.
De duivel wordt ook wel de verzoeker of verleider genoemd. Daarom noemde Jezus hem `de vader van de leugen. Hij is zelf geen schepper, maar laat de mensen geloven dat zij ook `goden’ kunnen worden en hun eigen werelden kunnen scheppen, als zij hem maar volgen.
Dwaalleraars deel 4
Gods boodschap is wel duidelijk, maar komt niet altijd gelegen. Er wordt immers ook gesproken over zonde en schuld, over oordeel en dood.
Dwaalleraars (dl 4)
Gods boodschap is wel duidelijk, maar komt niet altijd gelegen. Er wordt immers ook gesproken over zonde en schuld, over oordeel en dood. Natuurlijk is er ook het Evangelie, maar de boodschap van zonde en genade spreekt niet iedereen aan. Daarom zijn er altijd mensen geweest die de Bijbel rangschikken onder de mythen of fabels, want dan hoeven zij niet alles serieus te nemen. “Dat is maar bij wijze van spreken, dat moet je niet zo letterlijk nemen, het zijn maar mythen,” zegt men dan.
Paulus en Petrus noemen zulke mensen verleiders en dwaalleraars. Zij waarschuwen iedereen die naar hen luistert. Dat maken zij duidelijk in 2 Timotheüs 4:4 en 2 Petrus 2:16. Zie ook bij Sekten.
Ekklèsia/gemeente (dl 4)
De Grieken hadden een bijzondere staatsvorm: de ekklèsia (volksvergadering). Die kwam op vaste tijden bijeen, enkele keren per jaar, maar ook als er een crisis was die iedereen aanging. Wanneer de volksvergadering bijeen werd geroepen, werden de mensen uit hun gewone doen weggeroepen en kwamen ze van alle kanten naar de vergaderplaats.Ekklèsia betekent dus letterlijk: eruit weggeroepen.
Door Paulus kwam er ook een andere ekklèsia in Efeze: de gemeente van degenen die in Jezus zijn gaan geloven, discipelen die Hem volgen. Zij behoren bij de vergadering die door God bijeen geroepen is. Wanneer zij bijeenkomen, hebben zij het recht en de mogelijkheid om alles te horen wat betrekking heeft op het Koninkrijk van God. Zij zijn uit de wereld bijeen geroepen om God te dienen.
Engelen (dl 4)
Engelen zijn hemelse wezens die door God zijn geschapen. Zij hebben dus een hemels lichaam, dat op aarde zichtbaar kan optreden. Alle engelen zijn in één keer door God geschapen en daarom worden zij in het Oude Testament ook wel `zonen van God’ genoemd.
Voordat de mens geschapen werd, was er een afval onder de engelen. Een hooggeplaatste troonengel, Lucifer, wilde zich verheffen boven de allerhoogste God, die hem geschapen had. Door zijn hoogmoed werd Lucifer de tegenstander van God, een ander woord hiervoor is satan. Toen God hem uit zijn hoge positie had ontheven, werd hij furieus en sindsdien probeert hij de hele schepping van God te verstoren. In zijn val trok Lucifer éénderde van de engelen mee, waardoor hij, zoals Paulus dat noemt, de overste is van de macht der lucht. Nu ziet het wereldbeeld er dus als volgt uit:
Evangelisch (dl 4)
Christenen uit de evangelische beweging komen deels uit de gevestigde kerken, maar voor de rest direct `uit de wereld’ als gevolg van de prediking en persoonlijke contacten. Die `evangelicals’ komen uit allerlei lagen van de samenleving, zijn internationaal georienteerd en hebben in ’t algemeen een grote zendingsvisie.
Hieronder volgt de oorspronkelijke definitie van ‘evangelisch’ (evangelical) volgens Webster’s Dictionary: “de nadruk leggen op behoud door het geloof in het verzoenend sterven van Jezus Christus door persoonlijke bekering, en op het gezag van de Heilige Schrift in tegenstelling tot rituelen”, dus christocentrisch en bijbelcentrisch.
Evangelische gemeenten (dl 4)
Evenals bij de traditionele kerken, zijn er ook bij de evangelische gemeenten diverse stromingen, waarvan wij de belangrijkste noemen:
De Vrije evangelische gemeenten ontstonden als gevolg van evangelisatie vanuit Zweden. Nieuwe gelovigen werden onderwezen om discipelen van Jezus Christus te zijn en mensen die dat allang waren, kregen allemaal actief aandeel in de gemeente.
De Baptisten gemeenten lezen in de Bijbel dat alleen mensen werden gedoopt die tot geloof gekomen zijn; deze `doop van gelovigen’ gebeurt door onderdompeling.
De Vergadering van gelovigen komt uit Engeland. Als reactie op het onderscheid tussen `geestelijken’ en `leken’ zagen zij af van de zgn. ambten. Zij komen in alle eenvoud samen, zonder liturgie, net als de Joden in de synagoge. Niet alleen onder het Woord, maar vooral ook rond `de Tafel des Heren’ of het Avondmaal.
Aan het begin van de twintigste eeuw ontstonden de Pinkstergemeenten, die de nadruk leggen op de gaven van de Geest (charisma’s). Het zgn. spreken in tongen geldt bij hen als teken van de doop in de Heilige Geest.
Evangelisten (dl 4)
Evangelisten hebben het talent om het hart van zondaren te raken met het evangelie, om het geloof met buitenstaanders te delen.
Excommuniceren (dl 4)
Op grond van Jezus’ woorden aan Petrus (Matt. 16:18) vond de Kerk dat zijzelf de sleutels tot het hemelrijk had. Aan hun opvatting van de sacramenten ontleende de Kerk haar echt en plicht om andersdenkenden, te excommuniceren, d.w.z. buiten de gemeenschap der Kerk te plaatsen. Daarmee werd zo iemand als ‘ketter’
. . uitgesloten van de kerkelijke en maatschappelijke verbanden waartoe men behoorde.
. . uitgesloten van de toekomstige hemelse vreugde.
De angst die deze handeling bij de ongeletterde mensen opriep, gaf de Kerk veel macht over hen.
Filosofen van Athene (dl 4)
In Athene sprak Paulus de filosofen toe. Die vielen uiteen in verschillende denkscholen.
De Stoïcijnen leerden dat de mens moet leren leven in harmonie met de natuur (de kosmos). Daarin bestond de hoogste gelukzaligheid. Om tot het echte leven door te dringen moesten de mensen leren zich daarvan te `onthechten’ en eraan te `versterven’. Al het zinnelijke leven beschouwden zij als een illusie of schijnwerkelijkheid. Paulus haalde zelfs de stoïcijnse dichter Kleanthes aan, die zegt:
“Want de onsterf’lijken moeten, o vader (Zeus), U toebehoren,
U noemen, daar wij toch van godd’lijk geslacht zijn.”
De Epicureeërs leerden precies het tegengestelde. Voor hen was het enige ware datgene wat je kon waarnemen en beredeneren. Alles in het leven wordt bepaald door de logica en de rede en daarmee verdwijnt ook de angst voor `hogere machten’.
Als enige waarde van het leven blijft dan vaak over: genieten van het goede der aarde: “Laten wij eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij.”
De Sceptici twijfelden aan alle dingen. Hun hoogste wijsheid was dat de menselijke geest niet in staat is om echt te kennen. Een bekend voorbeeld is het antwoord dat Pilatus aan Jezus gaf: “Wat is waarheid?”
De Eclectici hielden er geen echte filosofie op na maar kozen overal het beste uit. De Atheners vonden de Joden zulke eclectici: zij die overal een graantje van meepikken. Dat zeiden ze (ten onrechte) van Paulus.
Fundamentalisme (dl 4)
De afgelopen tijd heeft het begrip ‘fundamentalisme’ een heel andere inhoud gekregen. In aansluiting op het moderne taalgebruik maken wij daarom verschil tussen een ‘fundamentalist’ en iemand die ‘fundamenteel’ denkt.
Fundamentalisten willen hun eigen godsdienstige waarden dwingend aan anderen opleggen, als ‘t kan zelfs aan de hele samenleving. Fundamentalisme komt in elke godsdienst voor, niet alleen in het christendom, maar ook in het jodendom, de islam, hindoeïsme en boeddhisme. Het moet principieel als intolerantie worden afgewezen.
De mens – beeld van God
Toen God de mens schiep, nam Hij niet de dieren tot voorbeeld maar niemand minder dan zichzelf.
De mens – beeld van God (dl 1)
Toen God de mens schiep, nam Hij niet de dieren tot voorbeeld maar niemand minder dan zichzelf. “Naar Gods beeld schiep Hij hem, man en vrouw, schiep Hij hen” De mens draagt dus het beeld van de Schepper zelf! Die hoge (en gelijke) waarde van de man en de vrouw wordt al op de eerste bladzijde van de Bijbel bekend gemaakt.
Dat de mens op God lijkt, betekent dat de mens een verstand heeft, emoties, een wil en een geweten. Daardoor kan de mens denken, liefhebben en besluiten nemen. Zo kan God de mens dingen toevertrouwen en houdt Hij hem verantwoordelijk. Want zijn geweten stelt de mens in staat om te weten wat God heeft bedoeld.
Eindtijd deel 2
Jezus heeft een bijzondere waarschuwing gegeven aan de mensen die zullen leven in de eindtijd. “Zo is het ook wanneer jullie deze dingen zien gebeuren. Dat is het teken dat Ik bijna terugkom… Wees er dus altijd klaar voor, want je weet niet wanneer Ik kom.”
Eindtijd (dl 2)
Jezus heeft een bijzondere waarschuwing gegeven aan de mensen die zullen leven in de eindtijd. “Zo is het ook wanneer jullie deze dingen zien gebeuren. Dat is het teken dat Ik bijna terugkom… Wees er dus altijd klaar voor, want je weet niet wanneer Ik kom.”
Heel de geschiedenis door hebben de mensen geprobeerd om het einde van de wereld te voorspellen. Jezus heeft ons geen jaartallen gegeven, wel de tekenen waardoor wij kunnen weten wanneer deze eindtijd er is. Hiermee geeft Hij antwoord op de vraag van zijn discipelen: “Wanneer gaat dat gebeuren en wat is het teken dat het zover is?”
Alle tekenen der tijden spitsen zich toe: oorlogen, hongersnoden en aardbevingen
De vervulling van het zendingsbevel: het Evangelie is in heel de wereld bekend
Het herstel van Israël: in onze eeuw kreeg Israël een eigen staat
De vergelijking met de dagen van Noach: ook nu is er weinig eerbied voor God
De samensmelting van godsdiensten: valse christussen en valse profeten
Steeds meer tekenen wijzen erop dat Jezus spoedig zal terugkomen. Christenen krijgen hier steeds meer oog voor en houden er rekening mee: misschien wordt alles wel in deze tijd vervuld!
Ekklèsia/gemeente deel 4
De Grieken hadden een bijzondere staatsvorm: de ekklèsia (volksvergadering). Die kwam op vaste tijden bijeen, enkele keren per jaar, maar ook als er een crisis was die iedereen aanging.
Ekklèsia/gemeente (dl 4)
De Grieken hadden een bijzondere staatsvorm: de ekklèsia (volksvergadering). Die kwam op vaste tijden bijeen, enkele keren per jaar, maar ook als er een crisis was die iedereen aanging. Wanneer de volksvergadering bijeen werd geroepen, werden de mensen uit hun gewone doen weggeroepen en kwamen ze van alle kanten naar de vergaderplaats. Ekklèsiabetekent dus letterlijk: eruit weggeroepen.
Door Paulus kwam er ook een andere ekklèsia in Efeze: de gemeente van degenen die in Jezus zijn gaan geloven, discipelen die Hem volgen. Zij behoren bij de vergadering die door God bijeen geroepen is. Wanneer zij bijeenkomen, hebben zij het recht en de mogelijkheid om alles te horen wat betrekking heeft op het Koninkrijk van God. Zij zijn uit de wereld bijeen geroepen om God te dienen.
Deuteronomium
Het vijfde boek van Mozes, letterlijk: Tweede Wet. Hierin wordt de Wet nog eens uitgelegd in toespraken van Mozes aan het eind van de woestijnreis.
Deuteronomium (dl 1)
Het vijfde boek van Mozes, letterlijk: Tweede Wet. Hierin wordt de Wet nog eens uitgelegd in toespraken van Mozes aan het eind van de woestijnreis. In het land Kanaän zou de Torah opnieuw moeten worden toegepast, en wel in een omgeving waar heel andere wetten en gebruiken golden.
Deuterojesaja deel 3
Soms hoor je wel eens dat het boek Jesaja door meerdere personen zou zijn geschreven. Velen zijn van mening dat het tweede deel van het boek (hoofdstuk 40-66) nooit door de profeet Jesaja kan zijn geschreven.
Deuterojesaja (dl 3)
Soms hoor je wel eens dat het boek Jesaja door meerdere personen zou zijn geschreven. Velen zijn van mening dat het tweede deel van het boek (hoofdstuk 40-66) nooit door de profeet Jesaja kan zijn geschreven. Men spreekt wel van Deutero-Jesaja (Tweede Jesaja), want men achtte het onmogelijk dat Jesaja zo lang van tevoren nauwkeurig de zaken voorspellen die tijdens zijn leven nog helemaal niet aan de orde waren!
Het niet is moeilijk om deze menselijke redenering te weerleggen. Jesaja deed zoveel wonderlijke uitspraken over de Messias dat men dan zou moeten zeggen: Jesaja moet geleefd hebben na de dood en opstanding van Jezus, anders zou hij nooit zoveel over de Verlosser hebben geweten! Veel uitdrukkingen typerend voor Jesaja komen zowel in het eerste als in het tweede deel voorkomen. Jezus en de apostelen maakten geen enkel onderscheid tussen Jesaja-1 en Jesaja-2. Uit beide delen van het boek Jesaja wordt ongeveer evenveel aangehaald en geciteerd uit naam van Jesaja. De conclusie moet zijn: Jesaja is de auteur van het hele boek.
Christenvervolging deel 4
In zijn brief uit Rome (96) herinnert Clemens zijn lezers aan de vervolgingen die hadden gewoed onder Nero in Rome met de woorden: ”
Christenvervolging (dl 4)
In zijn brief uit Rome (96) herinnert Clemens zijn lezers aan de vervolgingen die hadden gewoed onder Nero in Rome met de woorden: “Deze mannen met een heilige levenswandel werden gevolgd door een grote menigte van uitverkorenen. Door de martelingen en kwellingen die zij moesten ondergaan, werden zij een buitengewoon voorbeeld.”
De martelingen die de christenen onder Nero moesten verduren, zijn ook door niet-christelijke schrijvers genoemd. Tacitus schreef: “Met de ter dood veroordeelden, dreef men ook wreed de spot, daar men hen in huiden van wilde dieren naaide, door honden liet verscheuren of ze aan kruisen nagelden en ze na zonsondergang als nachtelijke verlichting lieten branden.”
De vervolgingen in het Romeinse rijk waren niet altijd even intensief. Soms verdwenen ze helemaal. Dan weer laaiden ze sterk op. Vooral in tijden dat het keizerrijk er slecht voorstond, maakten de keizers dankbaar gebruik van de christenen als bliksemafleiders en moesten zij het ontgelden.